CConstaterende datMiddelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

21-073 Bijlage 4. Ingekomen stukken AB

Gemeenteraad 27 mei 2021, gemeente MiddelburgBij agendapunt: Ingekomen stukken gemeenteraad periode 4-2021 (MZ/RM/AB 21-073)32.148 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

De verhuurder is bevoegd om, indien weersomstandigheden, herstellingen of andere oorzaken dit noodzakelijk maken, een accommodatie onbruikbaar te verklaren zonder hiervoor tot enige schadevergoeding verschuldigd te zijn. In beheerde locaties kan voor de zaalopstelling en catering contact opgenomen worden met de beheerder van de betreffende locatie. De tijd die nodig is voor het inrichten en opruimen van de gehuurde ruimte(n) valt binnen de huurperiode van de huurder. Het, indien van toepassing, inrichten en eventueel opruimen van attributen/meubilair/inventaris enz. in een beheerde locaties ten behoeve van de huurder vindt plaats, door de beheerder, eventueel met medewerking van de huurder, tenzij schriftelijk anders is overeengekomen. De aanwijzingen van de beheerder van de gehuurde accommodatie dienen, in het belang van de veiligheid en een soepele verloop in en op de gehuurde accommodatie of een gedeelte ervan, stipt te worden opgevolgd. De verhuurder heeft het recht om met opgave van redenen personen of groepen voor een bepaalde periode de toegang tot het gehuurde te ontzeggen. De verhuurder aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor de schade, door welke oorzaak ook ontstaan, ten gevolge van het gebruik van de accommodatie.

De verhuurder is niet aansprakelijk voor schade of verlies van eigendommen van de huurder (of individuele leden van de huurder) door brand, stormschade, diefstal en andere denkbare calamiteiten. Bij overtreding van enig voorschrift wordt aan gebruiker het verdere gebruik van het gehuurde ontzegd, zonder dat die gebruiker c.q. huurder enigerlei aanspraak op schadevergoeding kan maken. In gevallen, waarin deze voorwaarden niet voorzien, beslist het college van Burgemeester en Wethouders. Het geschil wordt niet eerder beslecht dan nadat de huurder een maand de tijd wordt gegund om voor beslechting van het geschil een volgens de wet bevoegde rechter te kiezen.

3. BHV/ EHBO 3.1 De huurder van een locatie is zelf verantwoordelijk voor de EHBO/ bedrijfshulpverleningsorganisatie binnen de accommodatie. 3.2 Voor het verlenen van EHBO dient de huurder zelf over het benodigde materiaal te beschikken. 3.3 Voorwaarden ten aanzien van de brandveiligheid: a. Bij de vluchtwegen en de uitgangen mogen geen voorwerpen aanwezig zijn, waardoor de benodigde vrije doorgang wordt verminderd of waaraan men zich kan verwonden; b. de uitgangen en nooduitgangen moeten goed zichtbaar zijn; c. de blusmiddelen moeten gemakkelijk bereikbaar zijn; d. aanwijzingen door de brandweer gegeven, in het belang van de brandpreventie, moeten opgevolgd worden. 3.4 Per ruimte is een maximum aantal personen toegestaan, in bijlage 1 zijn de maximum aantal personen per ruimte voor de Sportaccommodaties en de Welzijnsaccommodaties opgenomen.

2

4. Procedure bij aanvraag gebruik 4.1 Bij de jaarlijkse mailing krijgen de huurders van het lopende seizoen in het voorjaar een mail met daarin een link naar het aanvraagformulier voor zowel een Sport- als een Welzijnsaccommodatie, waarop zij vóór een bepaalde datum, hun wensen voor het volgende seizoen kenbaar kunnen maken. Tevens is de link naar betreffende aanvraagformulieren op de site te vinden. Medewerkers van de cluster Verhuur proberen zo veel mogelijk aan deze wensen tegemoet te komen met inachtneming van de criteria die bij de toekenning van Sport- dan wel een Welzijnsaccommodatie horen. De criteria bij de toekenning van een zaalsportaccommodatie en de criteria en voorwaarden bij de toekenning van een Welzijnsaccommodaties zijn opgenomen in bijlage 2. Na de indeling ontvangen de aanvragers van cluster Verhuur de reserveringsbevestigingen met reserveringen (reservering is dan definitief) voor het volgende seizoen. Deze kan op onderdelen afwijken van de aanvraag. 4.2 Na de afronding van de aanvragen op basis van de criteria (jaarlijkse mailing) zal de Webshop voor het volgende seizoen worden open gezet. De aanvragen die via de Webshop binnen komen worden afgehandeld op basis van binnenkomst. Een reservering is definitief indien de aanvrager van cluster Verhuur een reserveringsbevestiging heeft ontvangen.

4.3 Aanvragen dienen minimaal 8 dagen voor de gewenste huurdatum te worden ingediend. 4.4 Alleen aanvragen die via de webshop of het aanvraagformulier binnen komen zullen in behandeling worden genomen. 4.5 Indien binnen 8 dagen reserveren noodzakelijk is, kan in overleg met cluster Verhuur gekeken worden welke mogelijkheden er zijn. 4.6 De openingsdagen, openingstijden, de sluitingsdagen en sluitingstijden van een accommodatie worden voor aanvang van een seizoen kenbaar gemaakt (zie bijlage 3).

5. Tarieven en betaling 5.1 Alle accommodaties worden in hele- en halve uren (12.00u/12.30u) verhuurd met een minimum van 1 uur. Ook het huren van bijv. 1,5 uur behoort tot de mogelijkheden. Alle prijzen zijn per uur en zijn geldig van 1 augustus 2019 t/m 31 juli 2020. De uurtarieven van de Sport- en Welzijnsaccommodaties seizoen 2019/2020 zijn te vinden in bijlage 4. 5.2 De tarieven voor de Sport- en Welzijnsaccommodaties worden voor aanvang van een seizoen vastgesteld. 5.3 Bij niet-tijdige betaling is de verhuurder gerechtigd de incasso al of niet door derden te laten plaatsvinden en de nog lopende overeenkomsten zonder gerechtelijke tussenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden. Alle daarmee gepaard gaande kosten, zowel gerechtelijk als buiten gerechtelijk, zijn voor rekening van de huurder. 5.4 Indien huurder niet aan haar betalingsverplichtingen voldoet heeft verhuurder het recht om huurder de mogelijkheid tot het kunnen huren van een Gemeentelijke accommodatie te ontzeggen. 5.5 Verhuurder stuurt een nota die door huurder binnen 30 dagen na de factuurdatum betaald dient te worden. 5.6 De annuleringsregeling na een definitieve reservering (dit houdt in: een ontvangen reserveringsbevestiging), is als volgt: - Een annulering van een reservering dient via de mail (verhuur@middelburg.nl) aan cluster Verhuur te worden doorgegeven.

- Bij annulering in de laatste 2 weken voor de reserveringsdatum worden 100% van de kosten in rekening gebracht. - Verplaatsen dan wel wijzigen van een reservering (datum en/of tijdstip) wordt in de laatste 2 weken gezien als een annulering.

6. Sportaccommodaties 6.1 De huurder en namens de huurder aanwezigen, mogen van de kleedkamers niet langer gebruik maken dan een half uur vóór en een half uur ná de gehuurde tijd van de Sportaccommodatie. 6.2 Het gebruik van etenswaren en dranken in de verhuurde ruimten, op de kunstgrasvelden alsmede in de kleedkamers en op de tribune, is verboden. 6.3 De huurder dient zelf voor het kleine sport- en spelmateriaal te zorgen. 6.4 De huurder mag zonder toestemming van de verhuurder geen eigen sport- en spelmateriaal of ander materialen in de locatie opslaan.

3

6.5

Het jaarlijkse onderhoud van gymtoestellen, keuring van gymtoestellen en schoonmaak (5 keer in de week) worden in het verhuurrooster van komend seizoen verwerkt. Hiervoor worden periodes in het verhuurrooster geblokkeerd/gereserveerd

6.6

In de gymnastieklokalen: a. is geen publiek toegestaan; b. is de huurder verantwoordelijk voor het openen/afsluiten van het lokaal en het na afloop van het gebruik uitschakelen van de verlichting, het sluiten van ramen, deuren en hekken en zonder gebreken achter laten van de accommodatie. c. wordt verhuur voor kinderfeestjes niet toegestaan (uitzonderingen hierop zijn de gymzaal in het Dorpshuis van Nieuw- en Sint Joosland en de gymzalen in ‘de Sprong’; in deze locaties is er een beheerder aanwezig tijdens verhuur). d. is sprake van sleutelverhuur, waarbij de gymzaal aan de huurder ter beschikking wordt gesteld, zonder dat een beheerder van verhuurder aanwezig is: de sleutel dient te worden afgehaald en ingeleverd bij het Stadskantoor, waarvoor een afspraak met cluster Verhuur gemaakt dient te worden. Per sleutel dient een borg betaald te worden van € 50,-; dupliceren van deze sleutel(s) is niet toegestaan; bij verlies, vermissing of diefstal van de verstrekte sleutel(s) dient huurder verhuurder hiervan per omgaande in kennis te stellen.

Huurder zal de hiermee verband houdende kosten, zoals de kosten van vervanging van sloten, voldoen; na beëindiging van de huurovereenkomst dient de huurder de verstrekte sleutel(s) binnen één werkdag bij verhuurder in te leveren; eventuele kosten die verbonden zijn aan het niet of onjuist afsluiten van de accommodatie komen voor rekening van huurder.

7. Welzijnsaccommodaties 7.1 Het is de huurder verboden in het gehuurde eet- en/of drinkwaren aan te bieden of te doen verstrekken anders dan afkomstig van de in het gehuurde gevestigde horeca. De huurder kan in bijzondere gevallen voor wat betreft de bediening met de beheerder onder goedkeuring van de verhuurder een regeling treffen.

8. Veldhuur 8.1 De op de terreinen (voetbalvelden, korfbalvelden e.d.) te houden wedstrijden en oefeningen mogen zonder toestemming van de verhuurder niet vroeger beginnen en/of later eindigen dan op de gehuurde tijden. De huurder is verplicht voor de aanvang van ieder nieuw speelseizoen in overleg met de verhuurder tot een overeenstemming te komen inzake de te houden trainingen. Aanvragen voor vriendschappelijke wedstrijden, demonstratie wedstrijden en toernooien welke buiten de huurovereenkomst vallen, dienen tijdig te worden aangevraagd bij cluster Verhuur. 8.2 Indien het speelveld door de Vereniging/ verhuurder/ Bond voor de aanvang van een wedstrijd als niet bespeelbaar wordt verklaard, mag onder geen omstandigheid het terrein op die tijd worden gebruikt voor andere doeleinden.

4

Bijlage 1 Maximum aantal personen per ruimte voor de Sportaccommodaties en de Welzijnsaccommodaties

Maximum aantal toegestane personen per ruimte in de Sportaccommodaties Locatie

Ruimte

Sporthal ‘de Kruitmolen’ Sporthal ‘de Blikken’

Hal + tribune + trimzaal Hal Horecadeel met afgesloten paneelwand vergaderruimte Horecadeel met open paneelwand vergaderruimte Vergaderzaal Sporthal 1

Sporthal ‘de Sprong’

Sporthal 1 tribune Sporthal 2

Gymzaal

Sporthal tribune Docentenruimte Wedstrijdleiding hal 1 Vergaderzaal Horeca Gymzaal

Maximum aantal toegestane personen 500 800 290 400 20 120 leerlingen of 50 sporters 350 toeschouwers 120 leerlingen of 50 sporters 100 toeschouwers 10 3 15 200 30

Maximum aantal toegestane personen per ruimte in de Welzijnsaccommodaties Locatie

Ruimte

Palet

Grote zaal Kleine zaal Halve grote zaal 1 Halve grote zaal 2 Mediatheek Handvaardigheidsruimte Vergaderruimte Grote zaal/ gymzaal Kleine zaal Grote zaal Vergaderzaal 3 Vergaderzaal 4 Handvaardigheidsruimte Kleine zaal Zaal Anna Hendrik Zaal Anna Zaal Hendrik

Dorpshuis Nieuw en St Joosland Dorpshuis St Laurens

Getij Hof van Buren

5

Maximum aantal toegestane personen 200 40 100 100 20 20 10 150 30 150 40 45 30 15 120 60 60

Bijlage 2 De criteria bij de toekenning van een zaalsportaccommodatie en de criteria en voorwaarden bij de toekenning van een Welzijnsaccommodaties De criteria bij de toekenning van een zaalsportaccommodatie: Sportgebruik gaat voor ander gebruik. Gebruikers uit de gemeente Middelburg gaan voor gebruikers van buiten Middelburg. Specifieke zaalsporten gaan voor ander sportgebruik. Scholen hebben overdag voorkeursrecht. Jeugd, chronisch zieken en gehandicapten hebben voorrang bij voor hen gunstige tijdstippen. Competitiegebruik heeft voorrang. Trainingsgebruik gaat voor recreatief gebruik. Verhuur dient zo veel mogelijk aan te sluiten op het voorgaande gebruik. Volledig ruimtebeslag gaat voor gedeeltelijk ruimtebeslag. Het aantal toegewezen uren staat in relatie tot het aantal zaal sportende leden. De grootte van de toegewezen ruimte staat in relatie tot het aantal gebruikers van de accommodatie. De criteria en prioriteiten bij de toekenning van een Welzijnsaccommodatie: Gebruik door scholen en brede school activiteiten (alleen bij Palet). Wijk gebonden sociaal culturele activiteiten (recreatieve, culturele en hobby-activiteiten en activiteiten op het gebied van ontmoeting, ontspanning, ontplooiing en opvang). Overige sociaal culturele activiteiten. Overige activiteiten (o.a. cursussen, vergaderingen, etc. voor bedrijven).

Overige voorwaarden bij verhuur van een Welzijnsaccommodatie: Activiteiten zijn openbaar, commerciële activiteiten kunnen besloten zijn. Gebruikers uit de wijk gaan voor gebruikers uit overige wijken. Gebruikers uit de gemeente Middelburg gaan voor gebruikers van buiten Middelburg. Jeugd, chronisch zieken en gehandicapten hebben voorrang bij voor hen gunstige tijdstippen. Verhuur dient zo veel mogelijk aan te sluiten op het voorgaande gebruik. Volledig ruimtebeslag gaat voor gedeeltelijk ruimtebeslag. Structurele gebruikers hebben voorrang op incidentele gebruikers. Het aantal toegewezen uren staat in relatie tot het aantal leden of bezoekers. De grootte van de toegewezen ruimte staat in relatie tot het aantal gebruikers van de accommodatie. Bij voldoende capaciteit en aanvullend op maatschappelijk verhuur kan commercieel verhuur plaatsvinden. Het plaatsen en weer opruimen van voorzieningen geschiedt binnen de eigen huurperiode door de beheerder, eventueel met medewerking van de huurder. Dit houdt in dat er aansluitend verhuurd zal worden.

6

Bijlage 3 Openingsdagen, openingstijden, sluitingsdagen en sluitingstijden van de accommodaties

Openingsdagen: Accommodatie Gymnastieklokalen

Van 19 augustus 2019 19 augustus 2019 1 augustus 2019 1 augustus 2019

Sporthal de Blikken/Kruitmolen Sporthal de Sprong Wijkcentrum Palet/Getij/Hof van Buren Dorpshuis Nw- en St Joosland 19 augustus 2019 Dorpshuis St Laurens 19 augustus 2019

Tot en met 10 juli 2020 10 juli 2020 31 juli 2020 31 juli 2020 (Getij van 6-7-‘19 t/m 18-8-‘19 tot 21.00u open) 10 juli 2020 10 juli 2020

Openingstijden: Welzijnslocaties Palet

Dorpshuis St. Laurens

Dorpshuis Nw. en St. Joosland

Getij

Hof van buren

Maandag tot en met donderdag Vrijdag en zaterdag Zondag Maandag tot en met donderdag Vrijdag en zaterdag Zondag Maandag tot en met donderdag Vrijdag en zaterdag Zondag Maandag tot en met vrijdag Zaterdag Zondag

8:00 uur tot 23:00 uur 8:00 uur tot 1:00 uur Gesloten 8:00 uur tot 23:00 uur 8:00 uur tot 1:00 uur Gesloten 8:00 uur tot 23:00 uur 8:00 uur tot 1:00 uur Gesloten 8:00 uur tot 23:00 uur 13:00 tot 23:00 uur Gesloten

Maandag tot en met zaterdag Zondag

8:00 uur tot 23:00 uur Gesloten

Maandag tot en met zondag

8:00 uur tot 23:00 uur

Sportlocaties Gymnastieklokalen, sporthal de Blikken/Kruitmolen, Sporthal de Sprong

7

Sluitingsdagen en sluitingstijden: De accommodaties zijn gesloten op de volgende dagen, data en/of tijden:  Op zondagen zijn alle Welzijnsaccommodaties gesloten. Wel zijn de Sportaccommodaties open en dorpshuis Nieuw- en Sint Joosland is open in overleg met cluster Verhuur.  5 december 2019 na 18.00 uur. Met uitzondering van Palet, de Blikken, de Sprong, Dorpshuis Nieuw- en Sint Joosland en Dorpshuis Sint Laurens; open in overleg met cluster Verhuur;  24 december 2019 na 18.00 uur. Met uitzondering van Palet, de Blikken en de Sprong; open in overleg met cluster Verhuur.  25 december 2019 (1ste Kerst).  26 december 2019 (2de Kerst). Met uitzondering van Palet, de Blikken en de Sprong; open in overleg met cluster Verhuur.  31 december 2019 na 18.00 uur. Met uitzondering van Palet, de Blikken en de Sprong; open in overleg met cluster Verhuur.  1 januari 2020 (Nieuwjaar).  12 april 2020 (1ste Pasen).  13 april 2020 (2de Pasen). Met uitzondering van Palet, de Blikken, de Sprong, Dorpshuis Nieuw- en Sint Joosland en Dorpshuis Sint Laurens; open in overleg met cluster Verhuur;  27 april 2020 (Koningsdag). Met uitzondering van Palet, de Blikken, de Sprong, Dorpshuis Nieuw- en Sint Joosland en Dorpshuis Sint Laurens; open in overleg met cluster Verhuur;  4 mei 2020 tussen 19.00-20.30 uur (Dodenherdenking).

Met uitzondering van Palet, de Blikken en de Sprong; open in overleg met cluster Verhuur.  5 mei 2020 (Bevrijdingsdag). Met uitzondering van Palet, de Blikken, de Sprong, Dorpshuis Nieuw- en Sint Joosland en Dorpshuis Sint Laurens; open in overleg met cluster Verhuur;  21 mei 2020 (Hemelvaartsdag). Met uitzondering van Palet, de Blikken, de Sprong, Dorpshuis Nieuw- en Sint Joosland en Dorpshuis Sint Laurens; open in overleg met cluster Verhuur;  31 mei 2020 (1ste Pinksteren).  1 juni 2020 (2de Pinksteren). Met uitzondering van Palet, de Blikken, de Sprong, Dorpshuis Nieuw- en Sint Joosland en Dorpshuis Sint Laurens; open in overleg met cluster Verhuur.

8

Bijlage 4 Uurtarieven van de Sportaccommodaties en de Welzijnsaccommodaties seizoen 2019/2020 Uurtarieven Sportaccommodaties seizoen 2019/2020 Accommodatie

Tarief

Velden

Tarief

Hele Sporthal

€ 23,86

Voetbalveld (gras/kunstgras), voetbalveld (wetra), hockeyveld, rugbyveld

€ 16,52

Halve Sporthal

€ 14,68

Korfbalveld (gras/kunstgras)

€ 11,93

1/3 hal (de Sprong)

€ 9,18

Atletiekbaan

€ 18,35

2/3 hal (de Sprong)

€ 18,35

Handbalveld (de Sprong)

€ 16,52

Gymzaal

€ 9,18

Spelzaal (G. v/d Veenstraat)

€ 18,36

Trimzaal (Kruitmolen)

€ 11,01

Uurtarieven Welzijnsaccommodaties seizoen 2019/2020 Voor de Welzijnsaccommodaties worden naast de maatschappelijk tarieven ook verhoogde tarieven (indien één van de volgende punten voor de huurder van toepassing is: uw organisatie heeft een winstoogmerk, u bent een Vereniging van Eigenaren of een politieke partij, u bent ingeschreven bij KvK als bedrijf/ ZZP’er) gehanteerd. Als achteraf blijkt dat de huurder onterecht het maatschappelijk tarief heeft betaald, dan kan de verhuurder alsnog het dubbele verhoogde tarief in rekening brengen. Zaal Grote zaal (Palet, Cittershof en Zaal Anna Hendrik in Hof van Buren). Kleine zaal (alle overige zalen). Grote zaal/ gymzaal Nieuw en Sint Joosland

9

Maatschappelijk tarief € 12,52

Verhoogd tarief € 18,79

€ 9,40 € 9,18

€ 15,65

10

116 Bijlage 10 Huurvoorwaarden 2020-2021

Het bestand 116 Bijlage 10 Huurvoorwaarden 2020-2021 kon niet correct worden ingeladen, het is mogelijk corrupt of beschadigd. Het originele bestand kunt u hier vinden: https://middelburg.raadsinformatie.nl/document/10008668/1/116__Bijlage_10__Huurvoorwaarden_2020-2021

Wijziging btw-sportvrijstelling per 1 januari 2019 De huidige btw-sportvrijstelling wijzigt per 1 januari 2019. Aanleiding hiervoor is een uitspraak van de Europese rechter (zaaknummer C-495/12), waaruit volgt dat de btw-sportvrijstelling moet worden verruimd. In de onderstaande notitie bespreken wij eerst de huidige btw-sportvrijstelling. Daarna geven wij een uiteenzetting van de aankomende wijzigingen, evenals de daaraan gerelateerde gevolgen voor onder andere gemeenten en sportorganisaties. 1. Huidige btw-sportvrijstelling (geldend tot 1 januari 2019) De huidige Nederlandse wetgeving bevat een btw-vrijstelling voor diensten die sportorganisaties verrichten aan hun leden. Wanneer deze btw-sportvrijstelling van toepassing is, bestaat geen recht op aftrek van btw op kosten die toerekenbaar zijn aan de diensten die onder de btw-sportvrijstelling vallen. Eén van de voorwaarden voor de toepassing van de btw-sportvrijstelling is dat de diensten moeten zijn verricht door een ‘organisatie die zich de beoefening van sport of de bevordering daarvan ten doel heeft gesteld’. Daarnaast geldt de vrijstelling niet voor sportdiensten die verricht worden door instellingen die winst beogen.

Onder het beogen van winst wordt volgens de wet mede verstaan het behalen van exploitatieoverschotten, tenzij deze worden aangewend voor de instandhouding of verbetering van de (sport)diensten die worden verricht. Ook geldt als voorwaarde voor de toepassing van de btw-sportvrijstelling dat de sportorganisaties de diensten verrichten aan hun leden. Sportdiensten die worden verricht aan niet-leden zijn onder het huidige recht vaak belast met 6% btw. Btw op kosten die toerekenbaar zijn aan dergelijke btw-belaste sportdiensten komt voor aftrek in aanmerking. 2. Kern van de aanstondse wijzigingen Uit de rechtspraak van het Hof van Justitie EU volgt dat de huidige Nederlandse btw-sportvrijstelling te beperkt is, waardoor zij niet in overeenstemming is met de Europese btw-regelgeving. Dit heeft het Kabinet ertoe gezet om de tekst van de btw-sportvrijstelling in de Wet op de omzetbelasting 1968 aan te passen. Vanaf 1 januari 2019 zal de vrijstelling van toepassing zijn op ‘diensten die nauw samenhangen met de beoefening van sport of met lichamelijke opvoeding en die door instellingen worden verricht voor personen die aan sport of lichamelijke opvoeding doen’. 1

1

Deze tekst, en andere informatie in deze notitie, is afkomstig uit het Belastingplan 2019.

www.bakertillyberk.nl

Een belangrijke wijziging ten opzichte van de huidige situatie is dat de btw-sportvrijstelling ook gaat gelden voor diensten in het kader van sportbeoefening die worden verricht aan niet-leden. Daarnaast zal ook lichamelijke opvoeding onder de btw-sportvrijstelling vallen, en wordt de definitie van het criterium ‘geen winst beogen’ aangescherpt. 3. Gevolgen voor de praktijk Naar verwachting zal de verruiming van de sportvrijstelling grote gevolgen hebben voor de btw-positie van gemeenten, sportverenigingen en andere instellingen die zich met sportbeoefening bezighouden. Aan de hand van een voorbeeld lichten wij enkele mogelijke gevolgen toe. 3.1 Terbeschikkingstelling sportaccommodatie onder huidige wetgeving Momenteel komt het in de praktijk regelmatig voor dat een gemeente een sportaccommodatie btwbelast verhuurt aan een exploitatiestichting. Indien zij aan de voorwaarden voldoet, kan de gemeente de btw op de (realisatie)kosten van de accommodatie in aftrek brengen. Vervolgens stelt de exploitatiestichting de sportaccommodatie btw-belast ter beschikking aan de sportvereniging. Over deze prestatie is onder voorwaarden 6% btw verschuldigd, waardoor ook de exploitatiestichting recht op aftrek geniet van de btw op toerekenbare kosten.

Op haar beurt laat de sportvereniging haar leden op de accommodatie sporten; de vergoedingen (veelal contributies) die zij hiervoor ontvangt vallen onder de btw-sportvrijstelling. Grafisch weergegeven ziet een en ander er als volgt uit:

3.2 Terbeschikkingstelling sportaccommodaties vanaf 1 januari 2019 De verruiming van de btw-sportvrijstelling heeft onder meer tot gevolg dat de hiervoor besproken situatie voor de heffing van btw anders uitwerkt. De crux is dat de terbeschikkingstelling van de sportaccommodatie door de (niet winst beogende) exploitatiestichting vanaf 1 januari 2019 btwvrijgesteld zal plaatsvinden. Omdat de accommodatie hierdoor niet meer voor ten minste 90% voor btw-belaste doeleinden gebruikt wordt, kan de gemeente de accommodatie niet langer btw-belast verhuren aan de exploitatiestichting. Het gevolg is dat zowel de gemeente als de exploitatiestichting niet langer recht op aftrek genieten voor btw op kosten die toerekenbaar zijn aan de genoemde activiteiten. De grafische weergave van de situatie per 1 januari 2019 is dan ook als volgt:

www.bakertillyberk.nl

3.3 Overgangs-en compensatieregelingen Het Kabinet onderkent dat de verruiming van de btw-sportvrijstelling voor onder andere gemeenten en sportorganisaties aanzienlijke financiële, bestuurlijke en administratieve implicaties met zich brengt. Om deze instellingen tegemoet te komen, worden er enkele overgangs- en compensatieregelingen in het leven geroepen: 1. Overgangsregelingen met betrekking tot de herziening van btw In een aantal specifiek omschreven situaties hoeven gemeenten, sportorganisaties e.d. de aftrek van btw op investeringsgoederen (zoals sportaccommodaties) niet te herzien. Zo hoeft de btw-aftrek bijvoorbeeld niet te worden gecorrigeerd voor onroerende en roerende zaken die in gebruik zijn genomen vóór 1 januari 2019, voor zover de herziening het gevolg is van de verruiming van de btw-sportvrijstelling. Ook vindt geen herziening plaats van reeds in aftrek gebrachte btw voor onroerende en roerende zaken die in gebruik zijn genomen na 1 januari 2019, voor zover de herziening het gevolg is van de verruiming van de btw-sportvrijstelling. Tot slot is er een overgangsregeling opgenomen voor de situatie waarin een koop/aannemingsovereenkomst ter zake van een sportaccommodatie is gesloten vóór 1 januari 2019, en de bouw daarvan ook voor die datum is aangevangen.

In een dergelijk geval vindt onder voorwaarden de aftrek van btw op resterende termijnen in 2019 plaats overeenkomstig de bestemming van de sportaccommodatie op het tijdstip waarop de koop/aannemingsovereenkomst is gesloten. 2. Compensatieregelingen De verruiming van de btw-sportvrijstelling zal in veel gevallen een financieel nadeel inhouden voor gemeenten en sportorganisaties. Zij zullen immers de btw op toerekenbare kosten niet altijd meer in aftrek kunnen brengen. Met het oog hierop is er een subsidieregeling getroffen voor amateursportorganisaties (‘Subsidieregeling stimulering bouw en onderhoud sportaccommodaties’). Subsidieaanvragen kunnen vanaf 2 januari 2019 ingediend worden, en worden behandeld op volgorde van binnenkomst. Daarnaast kunnen gemeenten een uitkering aanvragen (‘Regeling specifieke uitkering sport’). De uiterste aanvraagdatum voor de Regeling specifieke uitkering sport is 30 april 2019. Aangezien de totale subsidie- en uitkeringspot gemaximeerd zijn, raden wij aan om een eventuele aanvraag zo spoedig mogelijk in te dienen.

www.bakertillyberk.nl

4. Wat kunnen wij voor u betekenen? Wilt u weten wat de verruiming van de btw-sportvrijstelling voor uw organisatie betekent? Neemt u dan contact op met onze btw-specialisten Rakesh Ghirah (r.ghirah@bakertillyberk.nl en 06 11 87 19 74) en Jayant Rakhan (j.rakhan@bakertillyberk.nl en 06 12 02 41 49). Zij kunnen onder meer de volgende diensten verlenen: • • • •

Inventariseren welke fiscale gevolgen de verruiming van de btw-sportvrijstelling concreet heeft voor uw organisatie; Vaststellen of u aanspraak kunt maken op de overgangs- en compensatieregelingen; Adviseren over de benodigde administratieve aanpassingen binnen uw organisatie als gevolg van de verruiming van de btw-sportvrijstelling; Ruling met de Belastingdienst aanvragen / actualiseren.

www.bakertillyberk.nl

Verantwoording 2019 en Onderzoeksprogramma 2020

Maart 2021 Ten behoeve van de gemeenteraad De rekenkamer Middelburg bestaat uit 5 leden en is actief sinds 2006. Sinds 2014 kennen wij een personele unie met de rekenkamer Vlissingen. Per 1 januari 2017 heeft de gemeente Kapelle zich bij deze samenwerking aangesloten.

De Bedoeling De rekenkamer heeft als doel het functioneren van de gemeente en de daarmee verbonden organen te toetsen en te verbeteren. Wij voorzien daartoe de gemeenteraad van op onderzoek gebaseerde informatie. We kijken daarbij naar doeltreffendheid, doelmatigheid en rechtmatigheid. Deze informatie bestaat uit bevindingen, conclusies en aanbevelingen over de organisatie, de inrichting, het beheer, het gerealiseerde beleid en de verantwoording die daarover is afgelegd. De rapportages van de rekenkamer zijn openbaar. Werkwijze De rekenkamer heeft haar manier van werken vastgelegd in de werkwijze. Hierin is verwoord hoe zij de onderzoeken kiest, uitvoert en rapporteert. Verder is in de werkwijze het reglement van orde opgenomen. De werkwijze is terug te vinden op de website (https://www.rekenkamerkvm.nl).

Jaarlijks in maart verantwoordt de rekenkamer de realisatie van het onderzoeksprogramma van het afgelopen jaar. Daarnaast informeert zij de raad over het onderzoeksprogramma van het komende jaar. In deze bijdrage kijken we terug op 2020 en vooruit naar 2021.

Meer informatie? Kijk op https://www.rekenkamerkvm.nl

Verantwoording 2020 Begroting

Realisatie

Begroting

2021

2020

2020

Realisatie 2019

2018

2017

2016

Vergaderingen

€

4.500

€

5.750

€

4.500

€

5.500

€

4.000

€

2.250

€

3.250

Lidmaatschap NVRR

€

384

€

377

€

377

€

369

€

240

€

234

€

350

Overige uitgaven

€

2.000

€

3.051

€

2.427

€

1.045

€

736

€

1.467

€

1.768

Onderzoeken

€

15.000

€

10.131

€

14.696

€

14.723

€

22.704

€

12.474

€

17.239

Totale uitgaven

€

21.884

€

19.309

€

22.000

€

21.637

€

27.680

€

16.425

€

22.607

Budget

€

22.077

€

22.077

€

22.077

€

22.077

€

22.077

€

22.077

€

22.077

Verschil t.o.v. budget

€

193

€

2.768

€

440

€

-5.603

€

5.652

€

-530

Toelichting op het financiële overzicht

Uitgevoerde onderzoeken

Budget

Burgerparticipatie

De rekenkamer is binnen het budget voor 2020 gebleven.

Dit onderzoek is medio 2020 gestart en in maart 2021 aan uw raad gezonden. Behandeling in de commissie volgt april 2021.

Vergaderingen In de vergaderingen van de rekenkamer stemmen we de onderzoeksonderwerpen af en bespreken we de voortgang van onderzoeken, bevindingen en conceptrapportages. Lidmaatschap NVRR De rekenkamer is lid van de Nederlandse Vereniging van Rekenkamers en Rekenkamercommissies. Vanwege de personele unie kunnen we de kosten verdelen over drie rekenkamers.

Gemeenschappelijke regelingen De rekenkamer heeft, mede naar aanleiding van het laatste rapport van de VZG, de (wettelijke) ontwikkelingen rond gemeenschappelijke regelingen afgezet tegen de VZG-voorstellen en deze verwoord in een rekenkamerbrief die naar de raden is gezonden. De discussie loopt nog. Nazorgonderzoek Waterpark Veerse Meer Dit is een nazorgonderzoek dat in 2019 is gestart en in april 2020 aan uw raad is gezonden.

Overige uitgaven

Vooronderzoek motie financiële situatie

Dit zijn onder andere uitgaven m.b.t. reiskosten, wervingskosten, het bezoeken van bijeenkomsten van de NVRR en ICT-kosten.

Naar aanleiding van de door de raad aangenomen motie over onderzoek naar de financiële situatie hebben we een vooronderzoek gedaan om ons te oriënteren op de problematiek. Dit is besproken bij het rondje raadsfracties.

Onderzoeksuitgaven Dit betreft de directe uitgaven aan onderzoek. Financieel resultaat Een klein deel van het budget is ongebruikt en vloeit terug in de gemeentekas.

Meer informatie? Kijk op https://www.rekenkamerkvm.nl

Onderzoeksprogramma 2021 In de maanden november t/m februari hebben we ons jaarlijkse rondje langs de fracties gemaakt om mogelijke onderzoeksonderwerpen op te halen die relevant zijn voor het komende jaar. Daarnaast heeft de raad een motie aangenomen om een onderzoek te doen naar de oorzaken van de huidige financiële situatie. Voor het onderzoeksprogramma kiezen we voor de volgende onderwerpen: 1. Quick scan delegatiebesluiten (overloop uit 2020) 2. Duurzaamheid 3. Rekenkamerbrief financiële positie (opvolging inventarisatie n.a.v. motie) Door het beperkte budget is er in 2020 geen ruimte geweest om de quick scan naar delegatiebesluiten uit te voeren. Het onderwerp Duurzaamheid is gekozen omdat de potentiële risico’s voor gemeente en burger zeer groot zijn, en omdat we verwachten dat dit de komende jaren veel aandacht zal vragen. Corona en zo

Samenstelling rekenkamer

Het afgelopen jaar is, net als voor iedereen, heel anders verlopen dan we hadden ingeschat. In maart werd de omvang van de pandemie duidelijk.

Eind 2020 is rekenkamerlid Ingrid Hildenbrant gestopt met het rekenkamerwerk i.v.m. aanvaarding van een functie als strategisch adviseur bij het overlegorgaan voor Zeeuwse gemeenten (OZO). Vooralsnog gaat de rekenkamer verder met 5 leden.

Veel ambtenaren en bestuurders gingen werken vanuit huis, net als de leden van de rekenkamer. Dit bemoeilijkte in een aantal gevallen de contacten, niet in de laatste plaats omdat iedereen op een nieuwe manier moest gaan werken. In een aantal gevallen leidde dit tot vertraging in de onderzoeken. De benodigde informatie is desondanks aangeleverd en betrokkenen konden worden geïnterviewd, al dan niet op afstand.

De leden van de rekenkamer Middelburg. Achter, vlnr: Wim Fonteine, Anne Mast. Voor, vlnr: Marie-Antoinette Smit, Steven Hoven, Dorien Derksen. Meer informatie? Kijk op https://www.rekenkamerkvm.nl

Bijlage: aangedragen onderwerpen Onderwerp: Weging:

Financiële situatie Middelburg (raadsmotie) Deze motie is door de raad aangenomen. Wij hebben naar aanleiding daarvan een kort inventarisatie gehouden die met de fracties is gedeeld. Dit zal een opvolging krijgen in de vorm van een rekenkamerbrief.

Onderwerp: Weging:

Orionis: voert zij haar taken goed uit? Is het niet te duur? Er is al zoveel onderzoek naar Orionis gedaan dat rekenkameronderzoek weinig zal toevoegen.

Onderwerp: Weging:

Porthos: wat heeft de ontkoppeling opgeleverd? Dit is een moeilijk te beantwoorden vraag omdat het speelveld continu in beweging is. Als je dit wilt beantwoorden heb je een nulmeting nodig. De situatie was toen anders dan nu, waardoor cijfers erg lastig te vergelijken zijn.

Onderwerp: Weging:

Verkoop crematorium We zien geen ruimte om dit op te pakken. Veel vragen die er leven zijn goed door het college te beantwoorden.

Onderwerp: Weging:

Kosten/baten Veerse Meer De rekenkamer heeft eerder onderzoek gedaan hiernaar, en dat recent nog voorzien van een update. Nieuw onderzoek voegt o.i. weinig toe.

Onderwerp: Weging:

WMO/sociaal domein open begroting De zorgen om de open-einde regelingen in het sociaal domein zijn breed gedeeld. Landelijk lijkt er wel enige beweging in dit dossier te komen omdat veel gemeenten met dezelfde problematiek en tekorten worstelen. Vooralsnog zien we weinig toegevoegde waarde van onderzoek.

Onderwerp: Weging:

Trekdijk, participatie In april 2021 wordt het rapport Burgerparticipatie aan de raad aangeboden. Verder onderzoek voegt op dit moment weinig toe.

Onderwerp: Weging:

Consequenties artikel-12 status Dit onderwerp is nu nog te speculatief. Een artikel-12-status brengt het nodige met zich mee, informatie hierover is goed te vinden.

Meer informatie? Kijk op https://www.rekenkamerkvm.nl

Onderwerp: Weging:

Diftar: afvaltarieven Vraag is of de maatregel zijn doel heeft bereikt. Op zich interessant, maar de rekenkamer ziet geen ruimte om dit nu op te pakken.

Onderwerp: Weging:

Sociaal domein: effectiviteit De vraag is gesteld of er ook effectieve zorg wordt verleend. De focus ligt nu veel op de kosten, maar wat krijg je daar nu voor? Een interessante vraag, die bij veel dossiers actueel is1. We hopen dit in de komende jaren op te pakken (waarschijnlijk in een wat groter kader).

Onderwerp: Weging:

Toeristenbelasting/Parkeertarieven Dit was ooit een instrument om toeristen-/verkeersstromen door de stad te beïnvloeden. Is dat doel bereikt? Een interessante vraag, die bij veel dossiers actueel is. We hopen dit in de komende jaren op te pakken (waarschijnlijk in een wat groter kader).

Onderwerp: Weging:

Uitvoeringskracht Hebben we de slagkracht om de ambities die er zijn waar te maken, is de vraag. Een actueel onderwerp bij veel overheden die met krimpende budgetten en personeelsbestanden te maken hebben. Een interessante vraag, die o.i. altijd aan de orde zou moeten komen bij besluiten. We hopen dit in de komende jaren op te pakken (waarschijnlijk in een wat groter kader).

Mogelijk interessant hierbij is het rapport “Raad aan het roer” dat wij enige jaren geleden uitbrachten voor de gemeente Vlissingen. 1

Meer informatie? Kijk op https://www.rekenkamerkvm.nl

Gedeputeerde Staten

igZi Provincie

^ Zeeland

Abdij 6 4331 BK Middelburg Postbus 6001 4330 LA Middelburg +31 118631011 IBAN NL08 BNGH 0285010557

De colleges van burgemeester en wethouders van de Zeeuwse gemeenten

Onderwerp

Zaaknummer

Behandeld door

Begrotingscirculaire 2022

46994

HCI Cijsouw +31 6 25726520

Verzonden

3 t MRT 2021 Middelburg, 30 maart 2021

Geacht college, leder jaar ontvangt u relevante en actuele informatie over de wijze waarop wij uw begroting en meerjarenraming beoordelen vanuit onze wettelijke taak, het financieel toezicht. Het is belangrijk om deze informatie te betrekken bij de kaderstelling voor de begroting en het vaststellen van uw begroting 2022.

Uw gemeente heeft de verantwoordelijkheid om een begroting vast te stellen die structureel en reëel in evenwicht is. leder jaar besluiten wij, op grond van artikel 203 van de Gemeentewet, voor 1 januari of uw gemeente voor het komende begrotingsjaar onder repressief of preventief toezicht valt. De financieel toezichthouder helpt gemeenten bij het bevorderen van een gezonde financiële huishouding, waarbij respectvoor de eigen verantwoordelijkheid van besturen het uitgangspunt is. Financieel toezicht is dan ook een wezenlijk onderdeel van de “checks en balances” binnen het openbaar bestuur en draagt hiermee bij aan het voorkomen dat een gemeente niet meer in staat is financiële tekorten zelf op te lossen. Financieel toezicht draagt bij aan een bestendig en veilig Zeeland met een sterk openbaar bestuur als uitgangspunt. Een bestuur waar de inwoners op kunnen vertrouwen. In ons Gemeenschappelijk Financieel Toezichtkader 2020 Gemeenten (GTK) hebben we de uitgangspunten van ons toezicht opgenomen.

In dit GTK komen onder andere de volgende onderwerpen aan bod: Welke vormen van toezicht zijn er? Welke wet- en regelgeving worden gehanteerd bij het toezicht? Wat betekent structureel en reëel evenwicht? Waar kijken we naar als we beoordelen of uw begroting en meerjarenraming structureel en reëel in evenwicht is? In deze begrotingscirculaire geven wij u actuele onderwerpen mee die voor uw begroting 2022 (en jaarrekeningen) van belang zijn. Deels zijn deze onderwerpen financieel technisch van aard en daarmee wellicht meer voor het college bestemd. Een afschrift van deze circulaire hebben wij daarom aan uw college gestuurd. Heeft u vragen over deze circulaire of de vertaling hiervan in uw begroting? Neem dan gerust contact op met de ambtelijke contactpersoon voor uw gemeente.

Actuele onderwerpen Govid-19 Het is zeer ongewis wat de financiële effecten van de corona-crisis (onderzoek in opdracht van de VNG) zijn op de begroting 2022 en de meerjarenraming 2023-2025. Toch vragen wij u de financiële effecten van de corona-crisis zo goed mogelijk in beeld te brengen. De meest voorkomende situaties zijn: 1. U houdt in de begroting en meerjarenraming geen rekening met de corona-crisis c.q. u raamt de financiële gevolgen van de corona-crisis budgettair neutraal. De financiële effecten van de corona-crisis zijn door u niet (goed) in te schatten of u gaat ervan uit dat het Rijk dê financiële gevolgen van de corona-crisis (grotendeels) compenseert. U verwerkt dan eventuele werkelijke financiële gevolgen bij tussentijdse rapportages en op jaarrekeningbasis. Wij verwachten dat u in de paragraaf Weerstandsvermogen ën risicobeheersing een inschatting maakt welke financiële risico’s uw gemeente loopt. 2.

U houdt in de begroting en meerjarenraming rekening met incidentele en/of structurele baten en lasten.

LI schat zo reëel als mogelijk de financiële gevolgen van de corona-crisis in, waarbij u aangeeft wat incidentele en wat structurele baten en lasten zijn. Wij vragen u de gemaakte keuze duidelijk in de begroting aan te geven, bijvoorbeeld in de inleiding, en deze toe te lichten, zodat we kunnen beoordelen of de gekozen methodiek voldoende aannemelijk, geloofwaardig en daarmee aanvaardbaar is. We betrekken dit bij ons oordeel over de plausibiliteit van de ramingen. Herijking qemeentefonds/verdelindssvstérhatiëk Op 2 februari 2021 is het voorstel voor de nieuwe integrale verdeling van het gemeentefonds (inclusief onderdeel Beschermd Wonen) openbaar gemaakt. De fondsbeheerders van het gemeentefonds (de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de staatssecretaris van Financiën) hebben dit voorstel ter advisering voorgelegd aan de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB), Na ontvangst van het advies van de ROB start de consultatie van gemeenten en zal ook actualisatie naar een definitieve stand plaatsvinden. Deze herijking is door het huidige kabinet geplaatst in een breder perspectief van financiële en bestuurlijke verhoudingen en de financiële positie van gemeenten. Naast de verdeling en de omvang van het gemeentefonds zijn ook de nog lopende gesprekken met gemeenten over onder andere de toereikendheid van de financiering van de jeugdzorg daarbij van belang.

Dat geldt ook voor de verruiming en modernisering van het gemeentelijk belastinggebied ën dé evaluatie van de normeringssystematiek. Ook daarover moet het volgende kabinet besluiten. De besluitvorming óver de invoering van de nieuwe verdeling wordt overgelaten aan het volgende kabinet en daardoor is de voorgestelde invoeringsdatum verschoven naar 1 januari 2023. De voorgestelde herijking leidt zonder meer tot herverdeeleffecten en daarmee tót gemeenten die voordeel en gemeenten die nadeel ondervinden. Voor sommige gemeenten zijn dié voorlopige effecten zeer fors. Het voorstel is om de herverdeeleffecten te spreiden over een aantal jaren en daarbij het gebruikelijke ingroeipad van € 15 per inwoner per jaar te hanteren. Het maximale herverdeeleffect geldt voor zowel voor- als nadeelgemeenten. Omdat het sociaal domein nog in beweging is, wordt tevens een evaluatie na vier jaar ingebouwd. Hoewel er nog veel onzekerheid is over de uiteindelijke definitieve effecten van de herijking, roept dat al wel vragen bij gemeenten op hoe hier mee óm moet worden gegaan. In afwachting van de actualisatie, de verschillende adviezen daarover en het uiteindelijke besluit van het nieuwe kabinet is het op djt moment voorbarig om te gaan anticiperen op deze herverdelingseffecten, zeker op de voordelen.

Gemeenten waarvoor nu in de voorlopige voorstellen een fors nadelig herverdeeleffect is voorzien dienen bij het opstellen van de meerjarenraming zich hiervan bewust te zijn en waar mogelijk de reserves te versterken. Zodra er meer duidelijkheid is zullen wij u informeren. Om de voorgestelde invoeringsdatum van 1 januari 2023 te halen,. zullen gemeenten uiterlijk via dë meicirculaire 2022 van het gemeentefonds geïnformeerd moeten worden.

Behoort bij brief met zaaknummer: 46994

2

Sociaal Domein Bij ons onderzoek van de begroting 2021 is gebleken dat het merendeel van de gemeenten verregaande maatregelen hebben getroffen om tot een structureel en reëel sluitende begroting te komen. Het merendeel van deze maatregelen liggen in het sociaal domein. Veel gemeenten ramen de taken (inclusief de te nemen maatregelen) reëel. Hierdoor is het zichtbaar geworden dat de inkomsten vanuit het Rijk de kosten in het sociaal domein niet meer compenseren en er tekorten ontstaan bij gemeenten. De afgelopen twee jaar hebben de fondsbeheerders samen met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) gewerkt aan een nieuwe verdeling van het gemeentefonds. De invoering van de nieuwe Verdeling verschuift naar 1 januari 2023 mede omdat er nog gesprekken plaatsvinden met dè VNG en ROB over dé uitkomsten van de herijking. Daarnaast verwachten wij dat de financiële posities van de gemeenten en de toereikendheid van de financiering van de jeugdzorg een rol gaan spelen. Het onderzoeksbureau AEF (Andersson Elffers Felix) heeft in 2020 een onderzoek uitgevoerd naar de financiële tekorten in de jeugdzorg (Stelsel in groei (vng.nl)). Dë uitkomsten van het onderzoek laten zien dat gemeenten in een paar jaar tijd na de decentralisatie fors meer zijn gaan uitgeven aan jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering.

Besluitvorming over een structurele oplossing in termen van benodigd budget en aanpassing in het stelsel vpór de uitvoering van de Jeugdwet vanaf 2022 zal aan een volgend kabinet Zijn. De resultaten van het onderzoek diénen als in breng voor de kabinetsformatie. De uitkomsten van het onderzoek zijn zwaarwegend. Dit in het licht van de jeugdhulpplicht van gemeenten en de noodzaak van sluitende begrotingen. Bij hét onderzoek van de begroting 2021 zien wij dat de uitgaven voor de uitvoering Van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) sterk toenemen. Oorzaak voor de toename is de invoering van hét abonnementstarief en de vergrijzing. De groei van de vraag naar Wmo-ondersteuning zet de financiële mogelijkheden van gemeenten onder druk. Wij verwachten hier opnieuw tekorten. Voor de beoordeling van de begroting 2022 omtrent het sociaal domein blijven vooralsnog de richtlijnen van vorig jaar (begroting 2021) voor de begroting 2022 van kracht en dèzé zijn: Voor de; jaren 2023 tot en met 2025 kan door de gemeente een stelpost 'Uitkomst onderzoek jeugdzorg’ geraamd worden: per gemeente naar rato van de € 300 miljoen per jaar: Déze stelpost ‘Uitkomst onderzoek jeugdzorg’ kan als structureel opgenomen worden. Voorwaarde is dat daarnaast gemeente tevens zelf maatregelen neemt in het kader van de transformatie rondom jeugdzorg ën Wmo mede gericht op beheersing Van de kosten.

Als toezichthouder beoordelen wij of de ramingen als ook de taakstellingen in de begroting en meerjarenraming voor het sociaal domein reëel zijn en welke risico’s gemeenten lopen. Daarbij betrekken wij tenminste de realisatie van de laatste jaarrekeningen, de verwachte realisatie voor het jaar 2021 en de verslagen van de accountant.

Ontwikkelingen Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) De commissie BBV geeft in notities aan op welke wijze een bepaald onderwerp in de begroting verwerkt; kan of moet worden. Kan, omdat de regelgeving meerdere verwerkingsopties toestaat en moet als de regelgeving verplicht tot een bepaalde verwerkingswijze. De BBV-notities bevatten dan ook aanbevelingen (‘kan’) en stellige uitspraken ('moet') voor de juiste toepassing en uitvoering van het BBV. Notitie Rechtmatigheidsverantwoording De verwachting is dat met ingang van het boekjaar 2021 hét college van burgemeester en wethouders via de jaarrekening verantwoording af gaat leggen over rechtmatigheid. De accountant controleert vervolgens de getrouwheid van deze rechtmatigheidsverantwoording en geeft geen separaat accountantsoordeel over de rechtmatigheid meer af. Omdat de Kadernota rechtmatigheid met name was gericht op de accountantscontrole, heeft de commissie BBV besloten een notitie Rechtmatigheidsverantwoording te publiceren (naar verwachting in het' 1® kwartaal 2021) die vooral is gericht op het college en de raad. De volgende onderwerpen komen daarbij onder andere aan bod. De rol Van de raad De criteria waarover het college zich dient te verantwoorden De keuzemogelijkheden met betrekking tot de verantwoordingsgrens en de gevolgen.

Notitie Meerjarig financieel inzicht In sëptember 2020 heeft de commissie BBV de notitie Meerjarig financieel inzicht voor de raad vastgesteld. Het doel van deze notitie is om de samenhang helder te maken tussen diverse onderdelen uit de begroting en de jaarrekening. Dit maakt het eenvoudiger om een oordeel te vormen over de financiële positie van uw gemeente en/of de gevolgen te overzien Van bepaalde beleidskeuzes voor de ontwikkeling van die financiële positie. Daarom gaat deze notitie specifiek in op enkele

Behoort bij brief met zaaknummen:46994

3

onderdelen die in het BBV zijn voorgeschreven en die erop gericht zijn om de raad (meer) inzicht te geven in de financiële positie van de gemeente op de korte en langere termijn. Notitie Hoofdlijnen van het BBV In februari 2020 heeft de commissie BBV de geactualiseerde notitie " Besluit Begroting en Verantwoording op hoofdlijnen verklaard, externe verslaggeving voor decentrale overheden” vastgesteld. Het doel van deze notitie is het bevorderen van een eenduidige interpretatie en toepassing van de begroting en jaarstukken van gemeenten. In de notitie zijn uitgangspunten en principes uitgewerkt welke belangrijk zijn bij het opstellen en inrichten van deze stukken en is toegelicht waarom deze belangrijk zijn. Daarbij beperkt het document zich tot de financiële informatie. Centraal daarbij staan de principes die ten grondslag liggen aan het begrotingsstelsel dat voor gemeenten is voorgeschreven in het BBV.

Actualisering Notities De commissie voorziet verder in de loop van 2021 actualisering van onder andere de volgende notities: Rente Lokale heffingen Of de notitie al voor de begroting 2022 geldig is is afhankelijk van het moment van verschijnen. De ingangsdatum kunt u terugvinden in de betreffende notitie.

Specifieke onderwerpen Inzicht in de structurele begrotinaspositie Het inzicht in de structurele begrotingspositie van uw gemeente blijft een belangrijk aandachtspunt. Nogmaals dringen wij erop aan het begrotingssaldo, zowel voor het betreffende begrotingsjaar als voor de meerjarenraming, inzichtelijk te presenteren. Hiervoor kunt u gebruik maken van de voorbeelden uit het GTK en uit de notitie Structurele en incidentele baten en lasten van de commissie BBV. Wij adviseren u het structureel begrotingssaldo op deze wijze in het raadsvoorstel en de aanbiedingsbrief of in de inleiding van de begroting op te nemen. Een van de verplicht op te nemen overzichten in zowel de begroting als de jaarrekening is het overzicht van incidentele baten en lasten. De leesbaarheid van dit overzicht wordt vergroot als baten en lasten en incidentele reservemutaties duidelijk gescheiden zijn weergegeven. Daarnaast is het verplicht de opgenomen posten te voorzien van een toelichting. Dit kan in het overzicht zelf, maar ook los onder het overzicht. Belangrijk daarbij is dat duidelijk wordt waarom de baten of lasten door u als incidenteel zijn bestempeld. Anders gezegd, waarom er géén sprake is van structurele baten of lasten. Structurele baten en lasten zijn immers regel en de incidentele baten en lasten vormen de uitzondering.

Daarnaast is het van belang dat aangegeven wordt welke conclusies er uit de cijfers te trekken zijn, zoals wat is het karakter van het begrotingssaldo of resultaat. Liggen er incidentele factoren aan ten grondslag of zijn de oorzaken structureel. Voor de volledigheid attenderen wij u erop dat u structurele reservemutaties inzichtelijk maakt op het ook verplichte overzicht van beoogde structurele toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves. Alle reservemutaties zijn of opgenomen op dit overzicht of op het overzicht van incidentele baten en lasten. Om het beeld ten aanzien van de reserves compleet te maken adviseren wij u ook het verloop van de reserves inzichtelijk te maken. Dit kan door in een bijlage het overzicht reserves en voorzieningen aan te vullen met de afzonderlijke toevoegingen en onttrekkingen per reserve. Taakstellingen Veel gemeenten hebben te maken met bezuinigingsoperaties en takendiscussies. Daarom is het nuttig om specifiek in te gaan op deze onderdelen bij de toelichting op de financiële positie en bij de meerjarenraming. Behalve het benoemen van de stelposten en taakstellingen biedt het concreet toelichten, van de wijze waarop de voorgenomen bezuinigingen en het nieuwe beleid voor de komende jaren zijn vertaald in de begroting, inzicht in de financiële positie.

De toelichting is noodzakelijke informatie voor uw en ons inzicht in en de beoordeling van de financiële positie. We zien de omvang van de taakstellingen toenemen en hoewel onze beoordeling op hardheid en haalbaarheid veelal positief is, vinden we het een zorgelijke ontwikkeling. Om de financiële stabiliteit van de gemeente te waarborgen is het noodzakelijk dat uiteindelijk de voorgenomen taakstellingen en bezuinigingen volledig gerealiseerd worden.

Behoort bij brief met zaaknummer 46994

4

Wij adviseren u, indien van toepassing, een integraal beeld van de opgenomen bezuinigingsmaatregelen, taakstellingen, stelposten en reserveringen te presenteren in een paragraaf Taakstellingen en stelposten. In deze paragraaf kunt u in één oogopslag de opgenomen bezuinigingen c.q. taakstellingen zien die verspreid in de begroting op programmaniveau zijn opgenomen en/of de nog openstaandè taakstellingen in de meerjarenraming. Daarnaast kunt u hier de voortgang van eerder door u vastgestelde bezuinigingsmaatregelen toelichten. Hetzelfde geldt voor eventuele stelposten (inschattingen of al vrijgemaakte begrotingsruimte) voor toekomstige financiële onzekerheden. Dit versterkt het inzicht in de financiële positie. Weerstandsvermogen en risicobeheersing Uit onze begrotingsonderzoeken blijkt dat de informatiewaarde van de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing nog verbeterd kan worden. Met als doel de informatiewaarde te verbeteren adviseren wij het volgende: Geef in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing duidelijk het vastgestelde beleid aan, zowel voor de inventarisatie en kwantificering van de risico’s als voor de aan te houden weerstandscapaciteit in relatie tot deze kwantificering. Geef tevens de minimale hoogte of marge aan van de weerstandsratio.

Naast deze verplichte onderdelen van de paragraaf adviseren wij u het verloop, van zowel de beschikbare weerstandscapaciteit als de benodigde weerstandscapaciteit (en hiermee ook de weerstandsratio) inzichtelijk te maken. Dit geeft aanzienlijk meer inzicht in het gemeentelijke weerstandsvermogen dan alleen de informatie opnemen van het betreffende jaar. Hierbij kan ook aangegeven en toegelicht worden welke risico’s groter/kleiner worden of verdwijnen. Het is van belang om bij dé risico’s de mögèlijkè scenario’s te schetsen alsmede de (beleidsmatige) opties om de niet geraamde financiële consequenties zo goed mogelijk te beheersen. Hieruit volgt de gewenste omvang van het weerstandsvermogen. Ook de niet-financiële gevolgen spelen een rol bij risicomanagement, maar ook voor de bepaling van de weerstandscapaciteit en het weerstandsvermogen. Omaevinaswet en -visie In onze begrotingscirculaire van vorig jaar (begrotingscirculaire 2021) informeerden wij u al uitgebreid over beide onderwerpen. Zoals bekend is de invoeringsdatum van de Omgevingswet verschoven naar 1 januari 2022. Wat we vorig jaar schreven is nog steeds actueel. Omgevingswet Zoals u weet, wordt de wet- en regelgeving voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water gebundeld en is het de bedoeling óm het aanvragen van vergunningen te vereenvoudigen.

Dit betekent één wet die ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving stimuleert en kwaliteit borgt. De gebruikers staan hiérbij centraal. Omgevingsvisie Met de nieuwe wet zijn het Rijk, de provincies en gemeenten voortaan verplicht een omgevingsvisie te maken. Dit is een strategische visie voor de lange termijn voor de hélé fysieke leefomgeving. De belangrijkste uitgangspunten daarbij zijn: gemeenten dienen ëen omgevingsvisie op te stellen; per gemeente geldt één omgevingsplan; gemeënten werken de omgevingsvisie uit iri èen omgevingsplan en programma’s; het omgevingsplan bevat gemeentelijke regels over de fysieke leefomgeving; in een programma staan maatregelen waarmee een bevoegd gezag een omgevingswaarde of een andere doelstelling voor de fysieke leefomgeving wil bereiken. Gemeenten krijgen een overgangstermijn van drie jaar voor het vaststellen van de omgevingsvisie. De verplichting voor gemeenten om een omgevingsvisie te hebben en het tijdstip daarvoor wordt bij Koninklijk Besluit vastgelegd. Financiële gevolgen voor uw gemeente Wij ziën dat de betrokken partijen volop bezig zijn met de voorbereidingen. Het is van groot belang om een goede inschatting te maken van wat er op uw gemeente afkomt en u adequaat op deze wet voor te bereiden. Daarbij past ook de vraag wat de financiële gevolgen voor uw gemeente zullen zijn.

Denk aan: Welk personeel is wel en niet nodig? Hoe begeleidt u het implementatieproces? Moet u uw medewerkers opleiden? Wat betekent dit voor ICT? Wat kost het om de omgevingsdocumenten te ontwikkelen? Wat zijn de effecten voor de raming van de legesopbrengsten?

Behoort bij brief met zaaknummer 46994

5

Duurzaamheid/energietransitie/klimaat De komende jaren ligt er een enorme opgave om Nederland duurzaam te maken. Tegengaan van klimaatverandering, aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering en een overgang naar een circulaire economie zijn hierbij essentieel. Om dat te realiseren is het Iriterbestuurlijk Programma (IBP) van start gegaan, waarin het Rijk en de decentrale overheden hebben vastgelegd dat hun Samenwerking op een aantal grote maatschappelijke thema’s, waaronder duurzaamheid en klimaat, wordt verbeterd. Inhoudelijke afspraken over het klimaat, waar ook bedrijfsleven en maatschappelijke partijen verantwoordelijkheid voordragen, zijn vastgelegd in het Klimaatakkoprd. Elke gemeente, provincie en ook waterschap werkt op dit moment binnen regio’s samen met stakeholders aan een Regionale Enefgiéstrategie (RES). De RES is een instrument om gezamenlijk té komen tot keuzes voor de opwekking van duurzame elektriciteit, de warmtetransitie in de bebouwde omgeving en de daarvoor benodigde opslag en energie infrastructuur. Van decentrale overheden wordt verwacht dat zij een groot deel van de groei van de algemene uitkering ten goede laten komen aan klimaatbeleid en de énergietransitie. Wij zien dat gemeenten in de huidige, economisch onzekere tijden minder budget aan het klimaat besteden, met als gevolg dat zij de afspraken over het klimaat niet (geheel) kunnen nakomen.

Gemeenschappelijke regelingen Gemeentelijke bijdragen Bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen maken een belangrijk deel uit van gemeentebegrotingen. De raming die u in uw begroting opneemt als bijdrage in de gemeenschappelijke regeling behoort overeenkomstig de gemeentelijke bijdrage te zijn, zoals deze is opgenomen in de begroting van de gemeenschappelijke regeling. Wij vragen u in de paragraaf verbonden partijen deze bijdrage inzichtelijk te maken, niet alleen voor het begrotingsjaar, maar ook voor de jaren van de meerjarenraming. Geef hierbij aan of bedragen uit de begroting van de gemeenschappelijke regeling in constante prijzen of in lopende prijzen is. Bjj de financiële verwerking van deze bijdragen in uw eigen begroting hanteert u uw eigen begrotingssystematiek. Toezichtkader Gemeenschappelijke regelingen Bij het verschijnen van het GTK voor gemeenten is een afzonderlijk gemeenschappelijk toezichtkader voor gemeenschappelijke regelingen aangekondigd. De reden hiervoor is dat niet alle kaders die voor gemeenten gelden één op één op gemeenschappelijke regelingen van toepassing zijn. Bovendien kennen we binnen gemeenschappelijke regelingen veel diversiteit in grootte, aantal deelnemers en beleidsvelden, elk met een eigen dynamiek. De focus bij gemeenschappelijke regelingen ligt op de risico’s'voor de deelnemende gemeenten.

Dit vroeg om een nadere uitwerking, die landelijk door de provincies is opgepakt. Inmiddels is het concept toezichtkader voor gemeenschappelijke regelingen gereed en is ter consultatie voorgelegd aan enkele gemeenschappelijke regelingen. In afwachting van die reacties en eventuele daaruit voortvloeiende aanpassingen van het concept, zal dit toezichtkader naar verwachting met ingang van het begrotingsjaar 2023 voor alle gemeenschappelijke regelingen in Nederland gaan gelden. Met de introductie van het nieuwe kader zal worden gewacht tot de inwerkingtreding van de wijzigingen van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr). Tot die tijd blijft het gemeenschappelijk toezichtkader “Kwestie van evenwicht!” uit 2014 van toepassing op gemeenschappelijke regelingen. Wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen Om de maatschappelijke opgaven waar lokale overheden zich voor gesteld zien te kunnen realiseren en de bestuurlijke slagkracht te vergroten, werken overheden steeds meer en intensiever met elkaar samen. Dat gebeurt op verschillende niveaus en op verschillende manieren, onder andere via gemeenschappelijke regelingen. In de praktijk ervaren gemeenteraden en individuele raadsleden een te grote afstand tot gemeenschappelijke regelingen. Om de positie van de gemeenteraden te versterken is een wijziging van de Wgr in procedure.

De instrumenten die de volksvertegenwoordiging kan gebruiken om de eigen controlerende en kader stellende rol bij gemeenschappelijke regelingen beter in te kunnen vullen wordt aangepast. Gok beoogt de wijzjging de democratische legitimatie van de besluitvorming binnen een gemeenschappelijke regeling te vergroten. In het kader van deze begrotingscirculaire zijn de volgende wijzigingen van belang, die met ingang van het begrotingsjaar 2023 gelden: 1. Aanpassing begrotingscyclus door drie wijzigingen: de kademota en voorlopige jaarrekening moeten voor 30 april naar gemeenteraden worden gestuurd in plaats van 15 april; de ontwerpbegroting moet uiterlijk 12 weken voor 15 september voor een zienswijze aan gemeenteraden aangeboden wórden, in plaats van 8 weken voor 1 augustus, en

Behoort bij brief met zaaknummer: 46994

6

de begroting van een regeling moet uiterlijk 15 september naar gedeputeerde staten worden gestuurd in plaats van 1 augustus. 2. Aanscherping artikel 9 van de Wgr met een bepaling over de reikwijdte van de afspraken die moeten worden gemaakt over het regelen van de gevolgen van een uittreding. Een algemeen besluit van hei bestuur is niet voldoende, Deze wijzigingen gaan voor hét eerst géiden voor de begrotingscyclus 2023. Nadére informatie: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/dossier/35513

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10059474/1