CConstaterende datMiddelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

21-051 Bijlage 2 d. Bijlagenboek Ontwerp bp Adriaen Lauwereyszstraat 6

Gemeenteraad 15 april 2021, gemeente MiddelburgBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Adriaen Lauwereyszstraat 6 (RM 21-051)18.968 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Hiermee zal geen sprake zijn van een merkbare toename van geluidshinder en is geen sprake van een negatief milieueffect. Er zijn geen nadelige gevolgen te verwachten. Het project draagt Niet in Betekenende Mate bij aan een verslechtering van de luchtkwaliteit en gezien de bestaande achtergrondconcentraties en de planbijdrage is geen sprake van een wezenlijke verslechtering.

De uitkomst van de in voorgaande hoofdstukken uitgevoerde toets, is dat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden ten aanzien van de kenmerken en locatie van het project die zouden kunnen leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Voor de meeste milieuaspecten geldt dat er geen effect optreedt. . Uitsluitend voor wat betreft natuur (soortenbescherming) zijn er mogelijk negatieve milieueffecten, maar die zijn zeer gering en niet als een belangrijk negatief milieueffect te kwalificeren.

25

De conclusie is dan ook dat belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten. Het volgen van een m.e.r.-(beoordelings-) procedure is daarom niet nodig.

26

Gebruikte onderzoeken/bronnen Onderzoeken  Quick scan natuur (SAB)  Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai (SAB)  Archeologisch onderzoek (Bureau voor Archeologie) Bronnen  Ruimtelijke plannen http://www.ruimtelijkeplannen.nl/web-roo/roo/  Atlas leefomgeving http://www.atlasleefomgeving.nl/kijken  Risicokaart www.risicokaart.nl  Publieke Dienstverlening op de kaart (PDOK) http://pdokviewer.pdok.nl/  Milieu-kenniscentrum Infomil http://www.infomil.nl/  CBS-Statline, statistische informatie http://statline.cbs.nl/Statweb/  Wetgeving, overheidsportal http://wetten.overheid.nl/zoeken  AERIUS Calculator, kaartbeeld Natura 2000 https://calculator.aerius.nl/calculator/  Natura 2000 http://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/gebiedendatabase.aspx

Bijlage 3: Archeologisch onderzoek

Bureau voor Archeologie Rapport 765 Adriaen Lauwereyszstraat 6, Middelburg, gemeente Middelburg: een bureau- en inventariserend veldonderzoek in de vorm van boringen in de verkennende fase

2

Colofon titel:

Bureau voor Archeologie Rapport 765. Adriaen Lauwereyszstraat 6, Middelburg, gemeente Middelburg: een bureau- en inventariserend veldonderzoek in de vorm van boringen in de verkennende fase

auteur:

A. de Boer (KNA senior prospector)

datum:

31 maart 2019

ISSN:

2214-6687

© Bureau voor Archeologie Koningsweg 244 Utrecht T 030 245 18 95 E info@bureauvoorarcheologie.nl I https://www.bureauvoorarcheologie.nl

Bureau voor Archeologie Rapport 765

Middelburg Adriaen Lauwereyszstraat 6

3

Administratieve gegevens Projectnummer

2019011401

Provincie

Zeeland

Gemeente

Middelburg

Plaats

Middelburg

Toponiem

Adriaen Lauwereyszstraat 6

Projectnaam

Morgenster

Versie

1

Planologische aanleiding

Bestemmingswijziging

Soort onderzoek

een bureau- en inventariserend veldonderzoek in de vorm van boringen in de verkennende fase

Centrum locatie (m RD)

30.680; 390.830 (x; y)

Hoekpunten coördinaten (m RD)

30.633, 390.843 30.713, 390.867 30.733, 390.839 30.644, 390.790

Omvang plangebied

3.570 m2

Status terrein:

Geen

ARCHIS waarnemingsnummer(s)

Geen

Zeeuws Archeologisch Archief vondstmelding(en)

Geen

Monumentnummers van gebouwde monumenten (Rijks- en gemeentelijke monumenten)

Geen

ARCHIS onderzoeksmeldingsnummer

4678434100 (ABU); 4678442100 (ABO)

Opdrachtgever

SAB R. Hendrickx Frombergdwarsstraat 54 6814 DZ Arnhem T 026 357 69 11 Rick.Hendrickx@sab.nl

Uitvoerder

Bureau voor Archeologie A. de Boer Koningsweg 244 3582 GM Utrecht arjan@bureauvoorarcheologie.nl 030 - 2451895

Kaartblad

65D

Periode van uitvoering

Maart 2019

Bevoegde overheid

Gemeente Middelburg Kanaalweg 3, 4337 PA Middelburg 14 0118

Bureau voor Archeologie Rapport 765

Middelburg Adriaen Lauwereyszstraat 6

4 Deskundige namens bevoegde overheid

Walcherse Archeologische Dienst B. Meijlink Postbus 70 4330 AB Middelburg T: 0118-678803 b.meijlink@middelburg.nl

Figuur 1: Het onderzoeksgebied (kaartbeeld) met plangebied (rood; www.opentopo.nl).

Bureau voor Archeologie Rapport 765

Middelburg Adriaen Lauwereyszstraat 6

5

Inhoudsopgave 1 2

3

4 5 6 7

Samenvatting...............................................................................................7 Inleiding.......................................................................................................8 1.1 Doelstelling en vraagstelling.................................................................8 Bureauonderzoek......................................................................................10 2.1 Methode..............................................................................................10 2.2 Huidige situatie en beoogde ingreep...................................................10 2.3 Aardkunde..........................................................................................11 2.4 Bewoning en historische situatie.........................................................12 2.5 Bekende archeologische waarden......................................................13 2.6 Mogelijke verstoringen........................................................................18 2.7 Gespecificeerde verwachting..............................................................18 Booronderzoek..........................................................................................22 3.1 Methode..............................................................................................22 3.2

Resultaten...........................................................................................23 3.3 Interpretatie.........................................................................................23 Waardestelling en Selectieadvies..............................................................25 Conclusie...................................................................................................26 Advies........................................................................................................28 Literatuur...................................................................................................29 Figuren......................................................................................................31 Bijlage 1: Boorbeschrijvingen.....................................................................55

Bureau voor Archeologie Rapport 765

Middelburg Adriaen Lauwereyszstraat 6

6

Lijst met Figuren Figuur 1: Het onderzoeksgebied (kaartbeeld) met plangebied (rood; www.opentopo.nl)........................................................................................4 Figuur 2: Beleidsadvieskaart gemeente Middelburg (Walcherse Archeologische Dienst 2015)..............................................................................................31 Figuur 3: Ligging plangebied...............................................................................32 Figuur 4: Luchtfoto..............................................................................................33 Figuur 5: Planschets...........................................................................................34 Figuur 6: Palenplan bestaande bebouwing.........................................................35 Figuur 7: Funderingsbalken bestaande bebouwing. In rood de kelder................36 Figuur 8: Doorsnede...........................................................................................37 Figuur 9: Geologische kaart (Van Rummelen 1972)...........................................38 Figuur 10: Paleogeografische ontwikkeling van Walcheren bij het plangebied (Vos en De Vries 2013)..............................................................................40 Figuur 11: Modelboorprofiel (Appelboor) uit Geotop in het plangebied (DinoLoket; Stafleu e.a.

2013)......................................................................................41 Figuur 12: Bodemkaart (Pleijter e.a. 1994)..........................................................42 Figuur 13: Bodemkaart van Walcheren (Bennema en Van der Meer 1952)........43 Figuur 14: Geomorfologische kaart (Alterra 2004)..............................................44 Figuur 15: Hoogte-reliëfkaart (Kadaster en PDOK 2014)....................................44 Figuur 16: Visscher kaart met situatie in 1650 (Visscher 1690)...........................45 Figuur 17: Hattinga kaart uit 1750 (Atlas van Zeeland, Zeeuws Archief: https://intgwbp.zeeland.nl/geoloket/?Viewer=Cultuurhistorie)....................45 Figuur 18: Kadastrale minuut 1811-1832, kadastrale gemeente Koudekerke, sectie D, blad 1..........................................................................................46 Figuur 19: 636-Middelburg-1912 (boven) en blad 657-Oost Souburg-1912 (onder).......................................................................................................47 Figuur 20: 636-2170-MIDDELBURG-1925 en blad 657-Oost Souburg-1925 (onder).......................................................................................................47 Figuur 21: Topografische kaart blad 48B, uitgave 1949......................................48 Figuur 22: Luchtfoto 1957 (Atlas van Zeeland, Zeeuws

Archief: https://intgwbp.zeeland.nl/geoloket/?Viewer=Cultuurhistorie)....................48 Figuur 23: Topografische kaart blad 48B-1962...................................................49 Figuur 24: Topografische kaart blad 48B-1972...................................................49 Figuur 25: Topografische kaart blad 48B-1984...................................................50 Figuur 26: Topografische kaart blad 65D-1993-Middelburg / Oost-Souburg / Vlissingen..................................................................................................50 Figuur 27: Archeologische terreinen (rood), waarnemingen (geel) en onderzoeken (blauw) uit ARCHIS (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed 2017)......................................................................................................... 51 Figuur 28: Boorpuntenkaart................................................................................52 Figuur 29: Getekende boorprofielen in schematische doorsnede......................53 Figuur 30: Top van het veenpakket in boorprofiel 2, geleidelijke overgang.........54 Figuur 31: Top van het dunne veenpakket in boorprofiel 1. Links is boven. Vermoedelijk is dit de onderzijde van een moerneringsput........................54

Lijst met Tabellen Tabel 1: Aardkundige waarden...........................................................................12 Tabel 2: Bekende waarden tot ca. 500 m van het plangebied.............................18

Bureau voor Archeologie Rapport 765

Middelburg Adriaen Lauwereyszstraat 6

7

Samenvatting Bureau voor Archeologie heeft een bureau- en inventariserend veldonderzoek in de vorm van boringen uitgevoerd in verband met bouwwerkzaamheden aan de Adriaen Lauwereyszstraat 6 te Middelburg. De vraagstelling van het onderzoek luidt: hoe kan rekening gehouden worden met eventuele archeologische waarden bij de voorgenomen ontwikkeling? Het onderzoek is uitgevoerd in overeenstemming met de richtlijnen van de KNA, protocollen 4002 en 4003 en de richtlijnen van de provincie Zeeland voor het uitvoeren van archeologisch onderzoek. In het kader van het onderzoek zijn kaarten, databases en literatuur geraadpleegd om te komen tot een gespecificeerde archeologische verwachting van het gebied. De beoogde ingreep bestaat uit de sloop van de bebouwing en het realiseren van woningen en appartementen. Het plangebied ligt in het archeologisch landschap 'Zeeuws-Zuidhollands kleigebied'. De top van het Pleistoceen bestaat uit dekzanden. Dit niveau ligt tussen -6 en -7 m NAP. Het bodemprofiel bestaat in hoofdlijnen uit het Laagpakket van Walcheren op Hollandveen op het Laagpakket van Wormer. Elk van deze stratigrafische eenheden vormen een potentieel archeologisch niveau. Het booronderzoek bevestigd de aanwezigheid van deze laagpakketten. De top van het veen ligt in het midden en oosten van het plangebied tussen -181 en -206 cm NAP.

In het westen van het plangebied is weinig veen meer over; vermoedelijk is het daar vergraven (moernering). De top van het bodemprofiel bestaat uit geroerde klei met baksteenfragmenten. Dit pakket is waarschijnlijk ontstaan bij de ruilverkaveling en het tien jaar later bouwrijp maken van het perceel tijdens de realisatie van de woonwijk in de jaren zestig, deze is 61 tot 210 cm dik. In de intergetijde-afzettingen (Laagpakket van Wormer en Laagpakket van Walcheren) zijn geen ontkalkte en gerijpte bewoningsniveaus aangetroffen. In die pakketten zijn waarschijnlijk geen archeologische waarden aanwezig. De top van het veen is in het midden en oostelijke deel van het plangebied (deels) intact gezien de aanwezigheid van een geleidelijke overgang en amorfe top in één boorprofiel, en de hoge ligging in twee andere boorprofielen. In de top van het veen kunnen in dit deel van het plangebied archeologische resten aanwezig zijn. Bureau voor Archeologie adviseert hiermee rekening te houden door graafwerkzaamheden dieper dan 175 cm-mv (-181 cm NAP) te vermijden en gebruik te maken van een archeologie vriendelijk palenplan. Als verstoring van de top van het archeologische niveau niet kan worden vermeden, wordt in overeenstemming met de richtlijnen archeologisch onderzoek in de provincie Zeeland aanbevolen een proefsleuvenonderzoek uit te voeren.

Dit onderzoek is met grote zorgvuldigheid uitgevoerd. Het is echter nooit uit te sluiten dat bij de graafwerkzaamheden toch archeologische resten worden aangetroffen op plaatsen en dieptes waar die niet worden verwacht. Eventuele archeologische resten is men verplicht te melden bij de Minister van OCW in overeenstemming met de Erfgoedwet uit 2015. In dit geval wordt aangeraden om contact op te nemen met de gemeente Middelburg.

Bureau voor Archeologie Rapport 765

Middelburg Adriaen Lauwereyszstraat 6

8

1

Inleiding Bureau voor Archeologie heeft een archeologisch onderzoek uitgevoerd in verband met ontwikkeling van het terrein de Morgenster aan de Adriaen Lauwereyszstraat 6 te Middelburg. Het archeologisch onderzoek is uitgevoerd in het kader van een bestemmingsplan wijziging. In het gebied geldt een vastgesteld archeologisch beleid.1 Op de beleidsadvieskaart archeologie van de gemeente Middelburg ligt het plangebied in een zone met hoge en middelhoge verwachting. Dit betekent dat bij ingrepen dieper dan 40 cm over een oppervlak van meer dan 500 m2 rekening gehouden moet worden met archeologische waarden. Het plangebied heeft een oppervlak van ca. 3.570 m2. De beoogde ontwikkeling leidt tot een nog onbekende bodemverstoring, maar waarschijnlijk 80 cm of dieper bij de realisatie van funderingen. Hiermee overschrijdt het plan de vrijstellingscriteria en geldt de verplichting om een onderzoek op de locatie uit te voeren. Het onderzoeksgebied is een zone met straal van circa 500 m om de ontwikkeling heen. Het onderzoek is uitgevoerd onder certificaat BRL SIKB 4000,2 in overeenstemming met de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA versie 4.1) en de richtlijnen de provincie Zeeland.3

1.1

Doelstelling en vraagstelling Het doel van het bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting. Het doel van het veldonderzoek is het controleren en verfijnen van de archeologische verwachting zodat een beslissing genomen kan worden over hoe met eventuele archeologische waarden rekening moet worden gehouden bij de voorgenomen werkzaamheden. Het veldonderzoek is uitgevoerd als booronderzoek (IVO – O) en betreft de verkennende fase. Met het verkennende veldonderzoek wordt inzicht verkregen in de vormeenheden van het landschap, voor zover deze van invloed zijn op de locatiekeuze in het verleden. Hiermee worden kansarme zones uitgesloten en kansrijke zones geselecteerd. De volgende onderzoeksvragen zijn in dit onderzoek gebruikt: 1. Waaruit bestaan de voorgenomen bodemingrepen? 2. Wat is de landschappelijke ligging van het plangebied in termen van geomorfologie, geologie en bodemkunde? 3. Is sprake van een natuurlijke (intacte) bodemopbouw of is deze (deels) verstoord? Indien sprake is van verstoringen, wat is de diepte en omvang van de verstoring?

1 2 3

Walcherse Archeologische Dienst 2015 http://www.kiwa.nl/upload/certificate/00094278.pdf Provincie Zeeland 2017

Bureau voor Archeologie Rapport 765

Middelburg Adriaen Lauwereyszstraat 6

9 4. Zijn er (aanwijzingen voor) archeologische waarden in het plangebied aanwezig, en zo ja, wat is naar verwachting de omvang, ligging, aard en datering hiervan? 5. Indien er (mogelijk) archeologische waarden aanwezig zijn: a) Worden deze archeologische waarden verstoord door de voorgenomen bodemingrepen? Zo ja, op welke wijze? b) Welke maatregelen kunnen worden genomen om voldoende rekening te houden met deze archeologische waarden?

Bureau voor Archeologie Rapport 765

Middelburg Adriaen Lauwereyszstraat 6

10

2

Bureauonderzoek

2.1

Methode Het bureauonderzoek is uitgevoerd in overeenstemming met de richtlijnen van de KNA 4.1, protocol 4002.4 In het kader van het onderzoek zijn kaarten, databases en literatuur geraadpleegd om tot een gespecificeerde archeologische verwachting van het gebied te komen. Eerst wordt het plan- en onderzoeksgebied vastgesteld en het onderzoek gemeld bij ARCHIS. Daarna wordt achtereenvolgens de aardkundige, archeologische en historische context van het te onderzoeken gebied bestudeerd. Voor dit onderzoek is onder meer het Zeeuws Archief geraadpleegd. Deze gegevens leiden tot het opstellen van een gespecificeerde verwachting. In de gespecificeerde verwachting worden de mogelijk aanwezige archeologische waarden beschreven in termen van onder meer diepteligging, omvang, ouderdom en conservering. De genoemde stappen leidden tot onderhavig rapport en het openbaar maken van de resultaten bij Archis en het e-Depot voor de Nederlandse Archeologie.5 In de hierna volgende hoofdstukken worden de belangrijkste onderzoeksgegevens gepresenteerd. Er hebben geen contacten plaatsgevonden met lokale amateurs en/of Heemkunde-kringen. Van alle afgebeelde kaarten is het noorden boven, tenzij anders aangegeven.

2.2

Huidige situatie en beoogde ingreep Het plangebied ligt in de gemeente Middelburg in de gelijknamige plaats. De locatie ligt aan het adres Adriaen Lauwereyszstraat 6. Op de locatie staat de kerk de Morgenster uit 1965 (fig. 3 en 4). Het plangebied is ongeveer 80 m lang in oost-west richting en 40 m breed in noord-zuid richting en heeft een omvang van 3.570 m2. Het plangebied wordt rondom begrensd door openbare wegen: de Adriaen Lauwereyszstraat in het zuiden, de Mortierstraat in het oosten, de Adriaen Obrysstraat in het noorden en de Dirck Arentszstraat in het westen. De huidige bebouwing staat op funderingspalen waarop balken rusten (fig. 6 en 7). Onder de noordzijde van het gebouw bevindt zich een kleine kelder van circa 20 m2 groot (fig. 7). De onderzijde van de kelder ligt op -248 cm NAP (322 cm onder peil). De bebouwing heeft een kruipruimte met onderzijde op -51 cm NAP (-125 cm ten opzichte van het peil, NAP = 74 cm onder peil, fig. 8). De beoogde ingreep bestaat uit de sloop van de bebouwing en het realiseren van woningen en appartementen (fig. 5). Details over de diepte van de bodemingreep bij de realisatie zijn nog niet bekend.

4 5

SIKB 2018 Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en Data Archiving and Networking Services

Bureau voor Archeologie Rapport 765

Middelburg Adriaen Lauwereyszstraat 6

11

2.3

Aardkunde De aardkundige gegevens staan samengevat in tabel 1. Het plangebied ligt in het archeologisch landschap 'Zeeuws-Zuidhollands kleigebied'.6 De top van het Pleistoceen bestaat uit dekzanden. Dit niveau ligt tussen -6 en -7 m NAP.7 De afzettingen hierop zijn gevormd in het Holoceen onder mariene en intergetijde omstandigheden en bestaan hoofdzakelijk uit zand en klei. Deze afzettingen worden afgewisseld met enkele veenlagen. De geologische kaart van Walcheren geeft aan dat in het plangebied sprake is van het Laagpakket van Walcheren (Afzettingen van Duinkerke II) op Hollandveen op Laagpakket van Wormer (Afzettingen van Calais; fig. 9). De bovenkant Wormer ligt tussen -2 en -3 m NAP.8 Op het Laagpakket van Wormer ligt veen dat vanaf de Bronstijd grote delen van Zeeland bedekt. Op het veen ligt het Laagpakket van Walcheren. De vorming van deze afzettingen wordt geplaatst in de Post-Romeinse en Merovingische transgressies tussen 250 en 650 n. Chr (Duinkerke II).9 Met het geologische model GeoTop kan de profielopbouw in het plangebied worden geconstrueerd (fig. 11). Hieruit volgt dat in het plangebied de top van het veen op ongeveer -2,2 m NAP ligt. De top van Wormer ligt op ongeveer -3,2 m NAP. De top van het Pleistoceen dekzand ligt op ongeveer -6,2 m NAP. Op de actuele bodemkaart is het plangebied gekarteerd als bebouwd (fig. 12).

Van een bodemkaart van vóór de bebouwing is de natuurlijke situatie af te leiden. Op de betreffende bodemkaart van Benema ligt het plangebied in een zone waar poelgronden (MOp11) en overgangsgronden (POt6) plaatselijk worden bedekt door een fijn vertakt netwerk van jonge kreekruggronden (MMr3; fig. 13). De jonge kreekruggronden zijn gevormd in afzettingen van (niet gekarteerde) kleine kreken. Deze kleine kreken zijn onderdeel van een groter systeem die op de geologische kaart gecodeerd is als D03. Deze passeert ongeveer één kilometer ten westen van het plangebied in noord-zuid richting. De paleogeografische ontwikkeling van het onderzoeksgebied is weergegeven in fig. 10. Tot circa 5500 v. Chr. ligt het Pleistocene dekzandlandschap buiten de invloed van de zee. Tussen 5500 en 3850. v. Chr. wordt deze invloed merkbaar doordat zich eerst een kustveenmoeras vormt (ontstaan van de Basisveen Laag) en daarna een pakket intergetijde afzettingen (ontstaan Laagpakket van Wormer). Tussen 2750 en 1500 v. ontwikkelt zich opnieuw een kustveenmoeras (Hollandveen Laagpakket). Dit keer omvat de verbreiding van het kustveen bijna heel Zeeland onder invloed van strandwallen langs de toenmalige kustlijn die de invloed van de zee op het achterland beperken. Tussen 100 en 800 n. Chr. worden de strandwallen doorbroken en wordt het veen overspoeld.

In Walcheren ontwikkelen zich diverse kreeksystemen, waaronder de hierboven genoemde D03 kreek (ontstaan Laagpakket van Walcheren). In deze periode is het kreekruggen- en poelgrondenlandschap op Walcheren ontstaan zoals dat op de bodemkaart van Benema wordt weergegeven. De kern van het eiland Walcheren wordt in de 12e eeuw als één grote polder bedijkt.10 In latere tijden zijn aan de noordoost- en zuidoostkant polders 6 Rensink e.a. 2015 7 Van Rummelen 1972 8 Van Rummelen 1972; bijkaart 9 Van Rummelen 1965 10 Bennema en Van der Meer 1952 Bureau voor Archeologie Rapport 765

Middelburg Adriaen Lauwereyszstraat 6

12 aangedijkt. Op de geomorfologische kaart is het plangebied ook aangeduid als bebouwd (fig. 14). Op het AHN zijn geen archeologisch relevante landschapsvormen herkenbaar (fig. 15). Het plangebied ligt net iets onder NAP (-0,1 tot -0,2 m NAP). Het plangebied ligt enkele decimeters hoger dan de omliggende straten en is mogelijk dus opgehoogd. In het plangebied zijn geen potentieel verontreinigde locaties bekend. Er staan geen bodemonderzoeken geregistreerd.11 Bron

Situatie plangebied, omschrijving

Geologie (fig. 9, 10)

Geologische Overzichtskaart 1 : 250 000:12 • Na7: Laagpakket van Walcheren / Formatie van Nieuwkoop; zeeklei en -zand met inschakelingen van veen (Na7) Geologische kaart 1 : 50 000:13 • A02: Afzettingen van Duinkerke II op Hollandveen op Afzettingen van Calais.

Bodemkunde (fig. 12 en 13)

Bodemkaart 1:50 000: • Bebouwing Bodemkaart 1952 Bennema: • Oudland ◦ MOp11 poelgronden ◦ MOt6 overgangsgronden • Middel-land: ◦ MMr3 jonge kreekruggronden

Geomorfologie (fig. 14)

Bebouwing (Beb)

AHN (fig. 15)

Het oppervlak ligt tussen -0,1 en -0,2 m NAP.

Tabel 1: Aardkundige waarden.

2.4

Bewoning en historische situatie Het dekzandlandschap aan het begin van het Holoceen is waarschijnlijk goed bewoonbaar geweest. Jager-verzamelaars trokken door het landschap en vestigden kampementen op plaatsen waar droge gronden voor het kamp lagen en nabij voedselbronnen geschikt voor de jacht en visvangst of het verzamelen van voedsel. Door de diepe ligging van dit landschap (-6 m NAP of dieper) is hier in Walcheren nog weinig van gevonden. Hetzelfde geldt voor de periode dat basisveen in het onderzoeksgebied ontstaat en daarna de periode waar sprake is van een intergetijden gebied. Het veengebied in de Bronstijd is waarschijnlijk bewoonbaar. Vooral langs de door veenstromen ontwaterde veenkussens. De kans dat geschikte woonlocaties ontstaan wordt groter vanaf de IJzertijd, als door zee-inbraken grote kreken ontstaan die het veen nog beter ontwateren. Uit de IJzertijd en Romeinse tijd zijn op Walcheren diverse vondsten bekend buiten het onderhavige onderzoeksgebied. In de Middeleeuwen ontstaat Middelburg (9e eeuw) dat in de Late Middeleeuwen uitgroeit tot een belangrijke havenplaats. Een belangrijke economische tak is het 11 https://intgwbp.zeeland.nl/geoloket/?Viewer=Bodembescherming 12 De Mulder 2003 13 Van Rummelen 1972 Bureau voor Archeologie Rapport 765

Middelburg Adriaen Lauwereyszstraat 6

13 moerneren van het zoute veen dat onder de poelgronden ligt. Men droogt daarbij het veen, verbrandt het en uit de as wint men het zout. Op de eerste topografische kaarten is de historische kern van Middelburg aan de oostzijde van het onderzoeksgebied zichtbaar (17e en 18e eeuw, fig. 16 en 17). Het plangebied is dan onbebouwd en waarschijnlijk in gebruik voor de landbouw. Door of langs het noorden van het plangebied loopt in die periode een brede watergang (fig. 17). Op de kaart van Hattinga van 1750 heet deze de ‘Koukerkse Watergang’ (aanduiding buiten getoonde kaartbeeld). Op de kadastrale minuut wordt deze watergang “sprink” genoemd (fig. 18). Dit is de Zeeuwsche term voor een kleine watergang die uitmond in een grotere waterloop. Op de kadastrale minuut is het plangebied onbebouwd. De percelen zijn in gebruik als weiland en eigendom van de koopman Jan Fak Brouwer uit Middelburg. Op de Bonnebladen en de topografische kaart van 1949 is de situatie hetzelfde (fig. 19, 20 en 21). In de jaren 50 van de twintigste eeuw vindt een ruilverkaveling plaats waarbij de sloten worden gedempt en rechtgetrokken (luchtfoto 1957 in fig. 22, topografische kaart 1962 in fig. 23). In de jaren zestig van de 20e eeuw wordt de woonwijk inclusief de Morgenster gebouwd en de bebouwde staat van het perceel is sindsdien niet meer gewijzigd (fig. 24, 25 en 26).

2.5

Bekende archeologische waarden Archeologische vondstlocaties en onderzoeksmeldingen staan weergegeven in fig. 27 en staan toegelicht in tabel 2. De belangrijkste bevindingen worden in de lopende tekst samengevat. In het plangebied liggen geen archeologische waarnemingen en geen (delen van) archeologische terreinen. Het plangebied is niet eerder archeologisch onderzocht. Ongeveer 300 m zuidelijk van het plangebied heeft een bureauonderzoek en booronderzoek plaatsgevonden op een perceel langs de Koudekerkseweg (onderzoek 2.051.798.100). Daarbij werd geconcludeerd dat bij de ingreep mogelijk resten van het 17e eeuwse Hof Vijverzigt zouden kunnen worden verstoord. Aanwijzingen voor oudere archeologische resten zijn niet gevonden. De civiele graafwerkzaamheden zijn daarna archeologisch begeleid (2.104.366.100). Maar van het voormalige buiten Vijverzigt en daartoe behorende bijgebouwen en schuurtjes zijn geen sporen teruggevonden. Vlak bij deze locatie is ook een ander perceel aan de Koudekerkseweg met boringen onderzocht (onderzoek 2.051.887.100). Bij dat onderzoek zijn archeologische indicatoren aangetroffen maar deze zijn qua leeftijd zeer divers. Er zijn geen vondst niveaus onderscheiden en de vondst dieptes verschillen onderling. Omdat ook de bodemingreep zeer beperkt van omvang was, is aanbevolen geen nader onderzoek uit te voeren.

Vierhonderd meter westelijk van het plangebied is bij een oppervlakte kartering laatmiddeleeuws en Nieuwe tijds materiaal verzameld (vondstlocatie 1.073.316).

Bureau voor Archeologie Rapport 765

Middelburg Adriaen Lauwereyszstraat 6

14 Vijfhonderd meter noordwestelijk is laatmiddeleeuws vondstmateriaal verzameld (vondstlocatie 1.074.063). In boringen is echter geen archeologisch laag gevonden. De aard van het aardewerk duidt op een laatmiddeleeuwse vindplaats. Het plangebied ligt 700 m ten westen van de historische kern van Middelburg. In het plangebied staan geen bekende (ondergrondse) bouwhistorische waarden geregistreerd. In het plangebied zijn geen bekende militaire erfgoedwaarden aanwezig.14 Op de beleidsadvieskaart archeologie van de gemeente Middelburg ligt het plangebied in een zone met hoge en middelhoge verwachting. Dit betekent dat bij ingrepen dieper dan 40 over een oppervlak van meer dan 500 m2 rekening gehouden moet worden met archeologische waarden. Archeologische terreinen 13.433 - Middelburg - Terrein van hoge archeologische waarde 700m oostelijk van het plangebied ligt een terrein met daarin de oude stadskern van Middelburg, daterend uit de Vroege Middeleeuwen. Middelburg was van oorsprong de middelste van een keten van ringwalburgen die in de 9de eeuw werden aangelegd. De Sint Maarten/Westmonsterkerk, gesticht in de 10de eeuw, wordt beschouwd als de oudste parochiekerk van Walcheren; in 1575 werd ze afgebroken. De Noordmonster/Pieterskerk/Oude Kerk werd gesticht rond 1100 en is afgebroken in 1834. In circa 1125 vestigden zich de Norbertijnen in Middelburg.

Hun abdij was een centrum van religieuze macht en besloeg (uiteindelijk) circa een kwart van het oppervlak van de voormalige ringwalburg. Middelburg kreeg stadsrechten in 1217. De vestingwerken zijn voornamelijk aangelegd in de periode 1595-98. Onderzoeken (incl. bijbehorende vondsten) 2.046.151.100: Middelburg, Breeweg-Ter Hooge, begeleiding Van dit onderzoek is geen rapport bekend. Uitvoerder: Stichting Cultureel Erfgoed Zeeland Bij deze zaak is vondstlocatie 1.073.316 geregistreerd met de volgende vondsten gedaan bij oppervlakte kartering: • 1 stuks, zilver, denier, Vroege Middeleeuwen C - Late Middeleeuwen A • 1 stuks, dierlijk bot, bot, Nieuwe Tijd Vroeg - Nieuwe Tijd Midden: Karolingische benen drietand • 1 stuks, metaal, rekenpenning, Nieuwe Tijd Vroeg • 1 stuks, metaal, stempel, Nieuwe Tijd Midden - Nieuwe Tijd Laat: in de vorm van een molen • onbekend aantal, keramiek, Proto-steengoed - Pingsdorf, Late Middeleeuwen A - Late Middeleeuwen B • onbekend aantal, metaal, onbekend, Nieuwe Tijd Vroeg - Nieuwe Tijd Midden • 1 stuks, metaal, gesp, Nieuwe Tijd Vroeg • onbekend aantal, keramiek, grijsbakkend gedraaid aardewerk, Late Middeleeuwen B • 3 stuks, messing, munt, Late Middeleeuwen A - Late Middeleeuwen B: doormidden geknipte muntjes Opmerkelijk is dat deze vondstlocatie niet in het vlak van de onderzoeksmelding ligt.

2.051.798.100: Middelburg, Koudekerkseweg, boring Uitvoerder: SOB Research Op basis van het uitgevoerde historische onderzoek kan worden gesteld dat zich in ieder geval vanaf circa 1650 A.D. (oudere gegevens ontbreken) een buiten (Hof Vijverzigt) ter plaatse van het plangebied heeft bevonden. Dit hof omvatte een siertuin, een vijver en een landhuis. Het landhuis stond tot in de achttiende eeuw ter plaatse van het noordoostelijke deel van het huidige plangebied, daar waar zich een Duinkerke II-inversierug bevindt. Na de negentiende eeuw ontstond ter plaatse van de voormalige tuin met vijver een groengebied. De vijver werd na 1952 gedempt. 15 14 Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed 2016; “Indicatieve Kaart Militair Erfgoed (IKME)” Bureau voor Archeologie Rapport 765

Middelburg Adriaen Lauwereyszstraat 6

15 Tijdens de uitvoering van het IVO werden geen archeologische indicatoren uit de Prehistorie, Romeinse Tijd of Middeleeuwen aangetroffen. In een aantal boringen werden relevante archeologische indicatoren aangetroffen, daterend uit de Nieuwe Tijd. Deze indicatoren zijn beschreven bij vondstlocatie 1.075.455 (baksteen). Deze archeologische indicatoren kunnen waarschijnlijk worden gerelateerd aan de resten van Hof Vijverzigt. Op basis van historische gegevens kan worden verwacht dat resten van bebouwing zich in het noordelijke deel van het plangebied kunnen bevinden Archeologische resten die samenhangen met dit hof (landhuis en tuin) kunnen worden aangetroffen tot op een diepte van circa 2 meter beneden maaiveld. De geplande ingrepen (uitgraven bouwputten, heien) kunnen schadelijk zijn voor de hier aangetroffen archeologische resten. Aanbevolen wordt om te streven naar behoud van de archeologische resten in situ. Bebouwing ter plaatse van de aangetroffen archeologische resten, ter plaatse van Boring nr.: 3 en 5 en de omgeving van deze boringen dient vermeden te worden, of zodanig te worden gerealiseerd dat de archeologische resten niet worden aangetast (mogelijk door middel van een plaatfundering). Wanneer behoud in situ niet mogelijk is, wordt de uitvoering van een Archeologische Begeleiding noodzakelijk geacht.

2.051.887.100: Middelburg, Koudekerkseweg, boring Uitvoerder: SOB Research Op basis van de gegevens van het booronderzoek kan worden gesteld dat zich het plangebied Afzettingen van Duinkerke II (komafzettingen; klei) op Hollandveen, op Afzettingen van Calais bevinden. Het Hollandveen lijkt grotendeels intact te zijn. De top van Afzettingen van Duinkerke II was in bijna alle boringen tot op een diepte van maximaal 0.90 meter beneden maaiveld verstoord. Deze verstoring kan samenhangen met de realisatie van hof Vijverzigt, in de zeventiende en achttiende eeuw.16 Tijdens de uitvoering van het IVO-1 werden geen archeologische indicatoren uit de Prehistorie of Romeinse Tijd aangetroffen. In een aantal boringen werden relevante archeologische indicatoren aangetroffen, daterend uit de Late Middeleeuwen of Nieuwe Tijd. Deze zijn geregistreerd onder vondstlocatie 1.075.506 (rood en grijsbakkend aardewerk, handgevormd aardewerk, bot). De aangetroffen archeologische indicatoren tijdens de boringen dateren deels uit de Nieuwe Tijd. Op basis van historische gegevens kan worden gesteld dat zich in de Nieuwe Tijd geen bebouwing heeft bevonden binnen het plangebied. De Laat Middeleeuwse vondst kan mogelijk als secundaire indicator, aangevoerd met grond die is gebruikt voor de aanleg en het onderhouden van de tuinen van Hof Vijverzigt.

Er zijn geen vondstniveaus te onderscheiden en de vondstdieptes verschillen onderling. Op basis van het aangetroffene in de boringen die in het kader van het IVO-2 werden uitgevoerd lijkt er geen sprake te zijn van een intacte archeologische vindplaats uit de Prehistorie, Romeinse Tijd of Late Middeleeuwen. De Gemeente Middelburg is voornemens ter plaatse van het plangebied in het kader van de bouw van de jeu de bouleshal alleen een aantal poeren met een diepte van circa 1 meter beneden maaiveld uit te graven. Er zal niet worden geheid. Op basis van deze plannen en de onderzoeksgegevens wordt aanvullend archeologisch onderzoek binnen het plangebied niet noodzakelijk geacht. 2.091.139.100: Middelburg, Keetenstraat, boring Van dit onderzoek is geen rapport bekend. Uitvoerder: Sagro Het Inventariserend Veldonderzoek op deze locatie omvat het terrein van de voormalige school aan de Keetenstraat. De gemeente Middelburg is voornemens een multifunctionele accommodatie op deze locatie te ontwikkelen. Tijdens het Inventariserend Veldonderzoek zijn rondom het oude schoolgebouw aan de Keetenstraat in bijna alle 9 boringen meerdere scherven en/of baksteenpuin aangetroffen in ca. de bovenste 70 tot 100 cm van het profiel. Het betreft hier veelal jonge vondsten [niet ouder dan 200 jaar].

In de noordwesthoek van het terrein werd in vier boringen telkens een opmerkelijk humeuze laag aangetroffen onderin het geroerd profiel. Of het hier een oude ophopings- of afvallaag betreft is niet met zekerheid te zeggen. Er zijn in deze laag meerdere scherven en vooral veel grindkiezels aangetroffen. Ook deze scherven waren niet ouder dan de 19e eeuw. - Het overige deel van de profielen bevatte geen archeologische waarden. In alle boringen werd in meer of mindere mate veen aangetroffen. Bij deze zaak is vondstlocatie 1.079.128 geregistreerd met de vondst van 1 stuks, keramiek, porselein, Nieuwe Tijd Midden - Nieuwe Tijd Laat: Wandfragment met afbeelding van een chinees persoon. 15 Ras 2004 16 Ras, J. 2004 Bureau voor Archeologie Rapport 765

Middelburg Adriaen Lauwereyszstraat 6

16 2.104.366.100: Middelburg, Koudekerkseweg, begeleiding Uitvoerder: SOB Research Begeleiding graafwerkzaamheden ten behoeve van de aanleg van een riooltracé en woningcunetten op de bouwlocatie Koudekerkseweg. Op basis van vooronderzoek was voor deze locatie een archeologische verwachting opgesteld, waarbij van een mogelijke aanwezigheid van archeologische resten uit de prehistorie, de Romeinse tijd, de Middeleeuwen en de Nieuwe Tijd werd uitgegaan. In het oostelijke deel van Put 1 werd een puinstort aangetroffen, waaruit fragmenten van aardewerk uit de Nieuwe Tijd konden worden geborgen. In Put 2 werd een greppel of sloot met in de vulling aardewerk uit de Late Middeleeuwen B-Nieuwe Tijd A aangetroffen (Spoor C). De puinstort in Put 1 (Spoor B) zal naar alle waarschijnlijkheid met de sloop en het dumpen van sloopmateriaal van het voormalige buiten Vijverzigt in verband kunnen worden gebracht. Van het voormalige buiten Vijverzigt en daartoe behorende bijgebouwen en schuurtjes werden geen sporen teruggevonden.

Bij deze zaak is vondstlocatie 1.090.746 geregistreerd met de volgende vondsten: • 1 stuks, keramiek, porselein:kop, Nieuwe Tijd Midden - Nieuwe Tijd Laat • 1 stuks, keramiek, Fayence:bord, Nieuwe Tijd Midden - Nieuwe Tijd Laat1 stuks, keramiek, witbakkend geglazuurd:vergiet, Nieuwe Tijd Vroeg - Nieuwe Tijd Laat • 2 stuks, glas, fles - wijnfles:hoge hals, opgebolde bodem, Nieuwe Tijd Vroeg - Nieuwe Tijd Midden • 1 stuks, keramiek, porselein:bord, Nieuwe Tijd Midden - Nieuwe Tijd Laat • 1 stuks, keramiek, Terra sigillata, Midden Romeinse Tijd3 stuks, keramiek, Majolica:bord, Late Middeleeuwen B - Nieuwe Tijd Midden • 4 stuks, keramiek, grijsbakkend gedraaid aardewerk, Late Middeleeuwen B • 2 stuks, keramiek, roodbakkend geglazuurd aardewerk, Late Middeleeuwen B • 3 stuks, keramiek, steengoed geglazuurd, Late Middeleeuwen B - Nieuwe Tijd Vroeg • 3 stuks, keramiek, roodbakkend geglazuurd aardewerk, Nieuwe Tijd Midden - Nieuwe Tijd Laat 2.124.535.100: Middelburg, Breeweg, bureauonderzoek Uitvoerder: Sagro Op basis van het archeologisch bureauonderzoek wordt de aanwezigheid van bewoningssporen vanaf de Vroege-Middeleeuwen mogelijk geacht.17 Er zijn echter geen concrete aanwijzingen voor.

Omdat het te verstoren oppervlak gering wordt geacht, wordt geadviseerd geen nader archeologisch onderzoek uit voeren, maar wel om de Walcherse Archeologische Dienst de gelegenheid te geven een inspectie te doen tijdens het uitgraven van grond. 2.286.382.100: Middelburg, De Voorborch, boring Uitvoerder: Walcherse Archeologische Dienst Het bureau- en booronderzoek heeft uitgewezen dat de verwachting voor archeologische resten uit de Nieuwe Tijd en de Middeleeuwen gering zijn. Wat IJzertijd en Romeinse Tijd-bewoning op de top van het veen betreft kan het westelijke deel van het plangebied (blauw gearceerd op fig. 9) vrijgegeven worden. De nabije kreek heeft de bodem hier diep geërodeerd en het onderliggende veen grotendeels weggeslagen. In het oostelijke deel van het terrein (geel gearceerd op fig. 9) is het veen nog nagenoeg intact bewaard. Hier geldt dat de kans op het aantreffen van bewoningssporen uit Romeinse Tijd en/of IJzertijd nog aanwezig is vanaf een diepte van 100 cm onder maaiveld. In de noordoostelijke hoek, rond boring 1, lijkt het veen op te duiken naar 60 cm onder maaiveld. In het centrale deel van het plangebied moet rekening gehouden worden met de eventuele verstoringen voor de aanleg van het hockeyterrein.

De volledige zone lijkt in de jaren ’90 van de vorige eeuw volledig te zijn ontgraven voor drainage, waardoor de kans op het aantreffen van eventuele archeologische resten in de top van het veen hier aanzienlijk kleiner is. Concluderend kan worden gesteld dat indien de geplande werkzaamheden de bodem niet dieper dan 100 cm onder maaiveld verstoren, de werken geen bedreiging vormen voor de aanwezige archeologische resten en er geen vervolgonderzoek moet plaatsvinden.18 2.368.638.100: Middelburg, Rittenburg, Arduin, boring Uitvoerder: Walcherse Archeologische Dienst Bureauonderzoek en booronderzoek geven aan dat in het gebied een lage verwachting op aanwezigheid van archeologische resten uit de Middeleeuwen en de Post-Middeleeuwen heerst. Het gaat hooguit om resten van de inrichting van tuinen en parken rond buitenplaatsen en van de fundering van de voormalige stoomtram. Uit het booronderzoek volgt dat kreken en middeleeuwse moernering de top van het onderliggende 17 Visser en Bosschloo 2006 18 Silkens 2010 Bureau voor Archeologie Rapport 765

Middelburg Adriaen Lauwereyszstraat 6

17 veen grotendeels hebben doen verdwijnen. Wel geldt dat op vier verschillende plaatsen de top van het veen intact en veraard is. Dit houdt in dat hier voor de mens in de IJzertijd en de Romeinse Tijd goede omstandigheden heersten om te wonen of een vorm van landbouw te bedrijven. Op genoemde locaties zijn later proefputjes gegraven (noot: zuidelijk van het onderzoeksgebied voor De Morgenster). De Op drie van de vier locaties (WP 1, 3 en 4) bevestigden de proefputjes de aanwezigheid van een intacte en veraarde veentop. Op geen van de locaties kwamen archeologische vondsten voor, net zomin als aanwijzingen voor bewoning of gebruik van het veenlandschap hier in de bewuste perioden. Bij werkput 2a t/m 2c vond men alleen opgevulde moerneringsputten. De boring met intact veen zal in een zogenaamd veendammetje tussen twee moerneringskuilen zijn gezet. Losse vondsten In het onderzoeksgebied staan zes vondstlocaties bijelkaar bij de Oude Koudekerkseweg (coördinaat 31000, 391000). Deze vondstlocaties horen bij vondsten die in de binnenstad van Middelburg zijn gedaan. Daarnaast ligt vondstlocatie 1.074.063 op de westrand van het onderzoeksgebied. Volledigheidshalve worden ze hier allen vermeld en beschreven. Vondstlocatie 1.058.935: Middelburg, Varkensmarkt, Niet-archeologisch Uitvoerder: particulier. Vondsten op het stort; afkomstig van rioleringswerkzaamheden op de Varkensmarkt.

Op deze locatie zijn de volgende vondsten geregistreerd: ----2 stuks, koper, riemtong, Nieuwe Tijd Vroeg: Geelkoper, XVI/XVII resp. 5,2 x 1,4 en 6 x 0,9 cm ----1 stuks, tin, amulet, Late Middeleeuwen B: Broche gekroonde M, dat. XV ----1 stuks, koper, knoop, Nieuwe Tijd Vroeg - Nieuwe Tijd Midden: 1,9 x 1,1 cm ----2 stuks, tin, amulet, Late Middeleeuwen B: Insigne pelgrimsampul (4,7 x 3,5 cm) en insigne m. crucifix (3,9 x 2,8 cm). Vondstlocatie 1.061.320: Middelburg, Molenberg, Niet-archeologisch Uitvoerder: particulier Op deze locatie is de volgende vondst geregistreerd: 1 stuks, lood, gewicht, Late Middeleeuwen B Nieuwe Tijd: diam. 7,6 cm (onder) en 6,2 cm (boven), h. 4 en 3,5 cm. Vondstlocatie 1.062.944: Middelburg, Gortstraat 38, Niet-archeologisch Uitvoerder: particulier Op deze locatie zijn de volgende vondsten geregistreerd: ----9 stuks, keramiek, Majolica:lood- en tingeglazuurd, Nieuwe Tijd Vroeg ----9 stuks, keramiek, tegel, Nieuwe Tijd ----9 stuks, keramiek, steengoed, Late Middeleeuwen B Vondstlocatie 1.066.494: Middelburg, Penninghoeksingel, inspectie Uitvoerder: particulier In juni en juli 1997 is aan de Penninghoeksingel de riolering vernieuwd. Hierbij kwamen aan de grachtzijde van de singel muurresten bloot.

Waarnemingen werden verricht door Hans Jongepier en Bas Oele (beiden PDB).De muurresten waren over de volle lengte van de Penninghoeksingel te zien en volgen precies de rooilijn van de tegenwoordige huizen. De afstand van de muren tot de huizen bedraagt ongeveer vijf meter. Geschat steenformaat:20 x ? x 5.In de muren bevonden zich bij benadering iedere 5 meter vierkante houten balken van ca. 15 bij 15 cm, waarschijnlijk gemaakt van eikenhout. Deze waren schuin naar het water gericht. Interpretatie: vermoedelijk kademuren,mogelijk gebouwd op restanten van de oude stadsmuur. Bij deze vondstlocatie zijn geen Vondstlocatie 1.074.063: Middelburg, Landgoed Ter Hooge, oppervlakte kartering Uitvoerder: RAAP Archeologisch Adviesbureau Van vindplaats 1 zijn de scherven aangetroffen in het oosten van het plangebied, op de Duinkerke IIkreekrug. De scherven zijn voornamelijk van handgevormd aardewerk en zijn aangetroffen aan het oppervlak en in 1 geval in de bouwvoor (boring 74). De aard van het aardewerk duidt op een laatmiddeleeuwse vindplaats. In de zone waar de scherven zijn aangetroffen zijn de boringen 72 t/m 76 gezet. In deze boringen is geen vuile laag aangetroffen. De bodem is gevlekt tot circa 0,7 m -Mv. Het is onduidelijk of de bodem recent is verstoord of dat het een middeleeuwse antropogene laag betreft.

In beide gevallen kunnen eventuele (dieper) ingegraven sporen nog in de bodem aanwezig zijn. Op deze locatie zijn de volgende vondsten geregistreerd: ----2 stuks, keramiek, kogelpot, Vroege Middeleeuwen C - Late Middeleeuwen B: oppervlaktevondst ----6 stuks, keramiek, Pingsdorf geelwitbakkend, Vroege Middeleeuwen D - Late Middeleeuwen A: oppervlaktevondst ----2 stuks, keramiek, grijsbakkend handgevormd aardewerk, Late Middeleeuwen A - Late Bureau voor Archeologie Rapport 765

Middelburg Adriaen Lauwereyszstraat 6

18 Middeleeuwen B: oppervlaktevondst ----6 stuks, keramiek, Paffrath, Late Middeleeuwen A: oppervlaktevondst ----1 stuks, keramiek, grijsbakkend gedraaid aardewerk, Late Middeleeuwen B: boorvondst (boring 74) uit bouwvoor; zwarte lijnversiering ----1 stuks, keramiek, steengoed geglazuurd, Late Middeleeuwen B - Nieuwe Tijd Laat: oppervlaktevondst. Vondstlocatie 1.061.974: Middelburg, Molstraat, Niet-archeologisch: graafwerk Uitvoerder: particulier. Twee tin/loden insignes (Calvarie en OLV Den Bosch), gevonden resp. 12 en 18 dec. 1993 door detector-amateur H. Bostelaar bij rioleringswerkzaamheden. Op deze locatie is de volgende vondst geregistreerd: 2 stuks, tin, pelgrimsinsigne, Late Middeleeuwen B

Tabel 2: Bekende waarden tot ca. 500 m van het plangebied.

2.6

Mogelijke verstoringen In het plangebied staat bebouwing. Bij de werkzaamheden is de bodem vergraven tot circa -51 cm NAP. Voorafgaand aan de bouw is het perceel mogelijk enkele decimeters opgehoogd zodat de vergraving van het natuurlijk bodemprofiel beperkt kan zijn. Wel bevindt zich onder de bebouwing een kleine (ca. 20 m2) kelder. In de jaren vijftig heeft een ruilverkaveling plaatsgevonden waarbij sloten in het plangebied zijn gedempt en verlegd.

2.7

Gespecificeerde verwachting Het plangebied ligt in het archeologisch landschap 'Zeeuws-Zuidhollands kleigebied'.19 De top van het Pleistoceen bestaat uit dekzanden. Dit niveau ligt tussen -6 en -7 m NAP.20 Het bodemprofiel bestaat in hoofdlijnen uit het Laagpakket van Walcheren op Hollandveen op het Laagpakket van Wormer. Elk van deze stratigrafische eenheden vormen een potentieel archeologisch niveau. Hieruit volgt dat in het plangebied de top van het veen op ongeveer -2,2 m NAP ligt. De top van Wormer ligt op ongeveer -3,2 m NAP. De top van het Pleistoceen dekzand ligt op ongeveer -6,2 m NAP. De verwachting wordt als volgt gespecificeerd:

2.7.1

Niveau top Wormer 1: Datering Mesolithicum en Neolithicum. 2: Complextype Op hoog opgeslibte kwelders en verlaten kreekoevers kunnen archeologische resten uit de periode van jager-verzamelaars en uit de periode van vroege landbouwsamenlevingen gerelateerde aan bewoning, economie, infrastructuur, rituelen en begravingen aanwezig zijn. 3: Omvang Eventuele kampementen en nederzettingen kunnen worden beschouwd als kleine vlakelementen (tot 200 m2). Daarnaast kunnen punt- en lijnelementen 19 Rensink e.a. 2015 20 Van Rummelen 1972 Bureau voor Archeologie Rapport 765

Middelburg Adriaen Lauwereyszstraat 6

19 aanwezig zijn. 4: Diepteligging Archeologische resten van dit niveau liggen onder het veen, op circa -3,2 m NAP. 5: Gaafheid en conservering (fysieke kwaliteit) Eventuele archeologische resten zijn door de diepte ligging goed beschermd tegen bodemingrepen van de mens. De ligging onder de laagste grondwaterstand maakt dat artefacten (incl. organische) goed geconserveerd kunnen zijn. 6: Locatie Hele plangebied. 7: Uiterlijke kenmerken (prospectie kenmerken): De aanwezigheid van een ontkalkt stevig oppervlak kan er op wijzen dat het landschap bewoond is geweest. Archeologische resten van vlakelementen manifesteren zich als een strooiing van hoofdzakelijk vuursteenvondsten of als een sporenniveau. 8: Mogelijke verstoringen Geen verstoringen bekend. 2.7.2

Niveau top veen 1: Datering Bronstijd, IJzertijd, Romeinse tijd 2: Complextype In ontwaterde veenmoerassen (al dan niet door menselijk ingrijpen) kunnen archeologische resten uit de periode van landbouwsamenlevingen gerelateerd aan bewoning, economie, infrastructuur, rituelen en begravingen aanwezig zijn. 3: Omvang Eventuele nederzettingen kunnen worden beschouwd als middelgrootte vlakelementen (200 tot 1000 m2). Daarnaast kunnen punt- en lijnelementen aanwezig zijn. 4: Diepteligging Archeologische resten van dit niveau liggen in de top van het veen, op circa -2,2 m NAP. 5: Gaafheid en conservering (fysieke kwaliteit) Eventuele archeologische resten zijn door de diepteligging goed beschermd tegen bodemingrepen van de mens. De ligging onder de laagste grondwaterstand maakt dat artefacten (incl. organische) goed geconserveerd kunnen zijn.

Bureau voor Archeologie Rapport 765

Middelburg Adriaen Lauwereyszstraat 6

20 6: Locatie Hele plangebied. 7: Uiterlijke kenmerken (prospectie kenmerken): Een intacte veraarde top van het veen is een indicatie dat dit niveau archeologische potentie heeft. Archeologische resten van vlakelementen manifesteren zich als een strooiing van artefacten (hoofdzakelijk aardewerk, bot en houtskool) of een sporenniveau. 8: Mogelijke verstoringen Geen verstoringen bekend. 2.7.3

Niveau top Walcheren 1: Datering Middeleeuwen en Nieuwe tijd. 2: Complextype Op ontwaterde (al dan niet door menselijk ingrijpen) kunnen archeologische resten uit de periode van landbouwsamenlevingen gerelateerd aan bewoning, economie, infrastructuur, rituelen en begravingen aanwezig zijn. 3: Omvang Eventuele nederzettingen kunnen worden beschouwd als middelgrootte of grote vlakelementen (200 m2 en groter). Daarnaast kunnen punt- en lijnelementen aanwezig zijn. 4: Diepteligging Archeologische resten van dit niveau liggen direct onder de bouwvoor. 5: Gaafheid en conservering (fysieke kwaliteit) Eventuele archeologische resten zijn mogelijk verploegd of vergraven. De ligging deels boven de grondwaterstand maakt dat artefacten (incl. organische) matig tot slecht geconserveerd kunnen zijn. 6: Locatie Hele plangebied. 7: Uiterlijke kenmerken (prospectie kenmerken): Archeologische resten manifesteren zich als een spreiding van vondsten al dan niet in combinatie met een archeologische laag. Dit is het oorspronkelijke bodemmateriaal vermengd met humus en artefacten (hoofdzakelijk aardewerk, bot en houtskool). In vergraven bodemprofielen zijn archeologische nederzettingsresten soms alleen als een sporenniveau herkenbaar. 8: Mogelijke verstoringen Door de ruilverkaveling en door de bouw van de kerk is de bodem deels verstoord.

Bureau voor Archeologie Rapport 765

Middelburg Adriaen Lauwereyszstraat 6

21 Protocol 4002 vereist dat op basis van de gespecificeerde verwachting een strategie om deze verwachting te toetsen in overeenstemming met stroomdiagram van protocol 4003 wordt gedefinieerd. Echter, omdat de aard van de bodemopbouw nog onvoldoende bekend is wordt aanbevolen eerst een verkennend onderzoek uit te voeren.

Bureau voor Archeologie Rapport 765

Middelburg Adriaen Lauwereyszstraat 6

22

3

Booronderzoek

3.1

Methode Het veldonderzoek is uitgevoerd zoals voorgeschreven in de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie 4.1,21 in het bijzonder het hoofdstuk ”protocol 4003 inventariserend veldonderzoek overig”. Het veldonderzoek bestond uit een inventariserend veldonderzoek (specificatie VS03), verkennende fase. De boringen zijn gezet met het doel de bodemopbouw te verkennen. Met de verkenning wordt inzicht verkregen in de vormeenheden van het landschap, voor zover deze van invloed zijn op de locatiekeuze in het verleden. Hiermee kunnen kansarme zones worden uitgesloten en kansrijke zones worden geselecteerd. Onderbouwing onderzoeksmethode Deze methode is toegepast omdat nog onvoldoende informatie over de bodemopbouw beschikbaar is om te kunnen beslissen of en welk type karterend onderzoek eventueel uitgevoerd kan worden. Operationalisering De werkwijze in het veld was als volgt: Boortype:

7 cm Edelmanboor (onverzadigde bovengrond tot ca. 1,5 mmv) en 3 cm guts (diepere lagen).

Aantal boringen:

Vijf.

Boordiepte:

De boringen zijn gezet tot 330 cm -mv en maximaal 400 cm -mv.

Grid:

De boringen zijn verspreid in het plangebied geplaatst, rondom de bebouwing.

Waarnemingswijze: Het sediment is met de hand bemonsterd en met het blote oog onderzocht door het te versnijden en te verbrokkelen. Representatieve uitgelegde boorprofielen zijn gefotografeerd. Classificatie bodemtextuur en archeologische indicatoren: De opgeboorde grond is beschreven op basis van de Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode versie 1.1 (ASB 1.1), dit omvat NEN 5104.22 Locatie bepaling X en Y: De X en Y coördinaten van de boringen is bepaald door middel van een GPS met WAAS en GLONASS correctie met een nauwkeurigheid van 2 m. Hoogte bepaling: De Z coördinaat is na afloop van het veldwerk bepaald aan de hand het AHN.23 De gegevens zijn digitaal in het veld geregistreerd. Het veldwerk is uitgevoerd op donderdag 21 maart 2019 door A. de Boer (KNA Senior Prospector). 21 SIKB 2018 22 Bosch 2008; Nederlands Normalisatie Instituut 1989 23 Kadaster en PDOK 2014 Bureau voor Archeologie Rapport 765

Middelburg Adriaen Lauwereyszstraat 6

23 Voorgaand aan het veldwerk is een plan van aanpak opgesteld. Het Plan van Aanpak is geregistreerd in ARCHIS3.

3.2

Resultaten De locaties van de boringen zijn in fig. 28 weergegeven. De boorgegevens staan in Bijlage 1. Met de gegevens is een schematische doorsnede gemaakt. Deze is weergegeven in fig. 29. Onder andere op basis van de textuur, kleur en bijmengingen kunnen de volgende pakketten worden onderscheiden van diep naar ondiep: Pakket 1: Matig tot sterk siltige klei. Het pakket is 50 tot 100 cm dik. Het pakket is in alle boorprofielen aanwezig onder het veen. De trend is dat het pakket zwak siltig en humeus is in de top en naar onderen toe zandiger wordt, en tevens kalkrijk. In boorprofiel 4 is de onderzijde uit de guts gelopen, vermoedelijk door de aanwezigheid van zandlagen. Het bodemateriaal is slap en ongerijpt. De top van het pakket ligt tussen 270 en 340 cm -mv (-332 en -265 cm NAP). Pakket 2: Mineraal arm veen. Het pakket is 80 tot 110 cm dik in het midden en oosten van het plangebied (boorprofielen 2, 3 en 4). In dit deel ligt de top van het veen tussen 195 en 220 cm-mv (-181 en -206 cm NAP). De laag-bovengrens is scherp in boorprofielen 3 en 4; de laag-bovengrens is geleidelijk in boorprofiel 2 (fig. 30). Daarnaast is ook de top van het veen in boorprofiel 2 zwak amorf. Aan de westzijde van het plangebied ligt het veen dieper en is het pakket dunner.

In boorprofiel 1 ligt de top van het veen op op 335 cm-mv en is 5 cm dik; in boorprofiel 5 ligt de top van het veen op 300 cm -mv en is 30 cm dik. De laagbovengrens is steeds scherp (fig. 31). Pakket 3: Matig tot uiterst siltige en zwak zandige klei. Het pakket is soms humeus. Het kalkgehalte varieert van kalkloos (matig siltige lagen) tot kalkrijk (sterk siltige en zandige lagen). Het pakket is 70 tot 170 cm dik. Het pakket is in alle boorprofielen aanwezig. De top van het pakket ligt tussen 65 en 210 cm -mv (-197 en -66 cm NAP). In boorprofielen 1 en 5 bevinden zich onder in dit pakket veenbrokjes. Pakket 4: Zwak siltig zand en matig tot uiterst siltige en zwak tot matig zandige klei. De kleur is sterk wisselend en in het pakket bevinden zich vaak fragmenten baksteen. Het pakket is 61 tot 210 cm dik. Het pakket is in alle boorprofielen aanwezig. De top van het pakket ligt aan het maaiveld, of wordt afgedekt door een tegel. Er zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen. De grondwaterstand tijdens het onderzoek bevond zich tussen 120 en 170 cm -mv.

3.3

Interpretatie Het onderste pakket (pakket 1) wordt op basis van de textuur en landschappelijke ligging geïnterpreteerd als intergetijde-afzettingen (wad- en kwelderafzettingen, en kan worden gerekend tot het Laagpakket van Wormer. Op deze mariene afzettingen bevindt zich een pakket Hollandveen (pakket 2). De diepteligging van de top van dit veenpakket (-181 en -206 cm NAP in het midden en oostelijke deel) correspondeert ongeveer met wat verwacht kan worden op basis van de geologische gegevens uit de omgeving (GeoTop: geeft aan dat de top van het veen op -2,2 m NAP ligt.). De top van het veen is in boorprofiel 2 Bureau voor Archeologie Rapport 765

Middelburg Adriaen Lauwereyszstraat 6

24 waarschijnlijk intact gezien de geleidelijke overgang en zwak amorfe top. In boorprofiel 3 en 4 is de top scherp. Maar gezien de vergelijkbare hoogteligging van de top van het veen in die boorprofielen is de eventuele erosie beperkt gebleven. In boorprofielen 1 en 5 is weinig veen meer over, de top ligt diep en de laag-bovengrens is scherp. Vermoedelijk hebben hier moerneringsputten gelegen. Het veen wordt afgedekt door een kleipakket dat ook als een pakket intergetijde afzettingen wordt geïnterpreteerd (pakket 3). Deze afzettingen zijn waarschijnlijk gevormd in de Romeinse tijd en Middeleeuwen tot aan de periode van de bedijkingen. Het bovenste omgewerkte pakket met baksteenfragmenten is waarschijnlijk ontstaan bij de ruilverkaveling en het tien jaar later bouwrijp maken van het perceel tijdens de realisatie van de woonwijk in de jaren zestig. De plaats waar baksteen het diepst wordt aangetroffen (boorprofiel 1) zou een gedempte sloot kunnen zijn.

Bureau voor Archeologie Rapport 765

Middelburg Adriaen Lauwereyszstraat 6

25

4

Waardestelling en Selectieadvies Conform KNA 4.1 vormt een waardestelling (VS06) en selectieadvies (VS07) van vindplaatsen onderdeel van een standaardrapport (VS05). Omdat dit een verkennend archeologisch booronderzoek is, kan nog geen waardestelling worden gedaan. Er is geen selectieadvies opgesteld.

Bureau voor Archeologie Rapport 765

Middelburg Adriaen Lauwereyszstraat 6

26

5

Conclusie De onderzoeksvragen kunnen als volgt worden beantwoord: 1. Waaruit bestaan de voorgenomen bodemingrepen? De beoogde ingreep bestaat uit de sloop van de bebouwing en het realiseren van woningen en appartementen. Details over de diepte van de bodemingreep bij de realisatie zijn nog niet bekend. 2. Wat is de landschappelijke ligging van het plangebied in termen van geomorfologie, geologie en bodemkunde? Het plangebied ligt in het archeologisch landschap 'Zeeuws-Zuidhollands kleigebied'. De top van het Pleistoceen bestaat uit dekzanden. Dit niveau ligt tussen -6 en -7 m NAP. Het bodemprofiel bestaat in hoofdlijnen uit het Laagpakket van Walcheren op Hollandveen op het Laagpakket van Wormer. Elk van deze stratigrafische eenheden vormen een potentieel archeologisch niveau. Het booronderzoek bevestigd de aanwezigheid van deze laagpakketten. De top van het veen ligt in het midden en oosten van het plangebied tussen -181 en -206 cm NAP. 3. Is sprake van een natuurlijke (intacte) bodemopbouw of is deze (deels) verstoord? Indien sprake is van verstoringen, wat is de diepte en omvang van de verstoring? In het westen van het plangebied is weinig veen meer over; vermoedelijk is het daar vergraven (moernering). De top van het bodemprofiel bestaat uit geroerde klei met baksteenfragmenten.

Dit pakket is waarschijnlijk ontstaan bij de ruilverkaveling en het tien jaar later bouwrijp maken van het perceel tijdens de realisatie van de woonwijk in de jaren zestig. Het is 61 tot 210 cm dik. 4. Zijn er (aanwijzingen voor) archeologische waarden in het plangebied aanwezig, en zo ja, wat is naar verwachting de omvang, ligging, aard en datering hiervan In de intergetijde afzettingen (Laagpakket van Wormer en Laagpakket van Walcheren) zijn geen ontkalkte en gerijpte bewoningsniveaus aangetroffen. In die pakketten zijn waarschijnlijk geen archeologische waarden aanwezig. De top van het veen is in het midden en oostelijke deel van het plangebied (deels) intact gezien de aanwezigheid van een geleidelijke overgang en amorfe top in één boorprofiel, en de hoge ligging in twee andere boorprofielen. In de top van het veen kunnen in dit deel van het plangebied archeologische resten aanwezig zijn. 5. Indien er (mogelijk) archeologische waarden aanwezig zijn: a) Worden deze archeologische waarden verstoord door de voorgenomen bodemingrepen? Zo ja, op welke wijze? Als de graafwerkzaamheden dieper gaan dan de top van dit veen, dat wil zeggen dieper dan 195 cm-mv (-181 cm NAP) dan kunnen archeologische resten worden vergraven. Daarnaast kunnen funderingspalen dit potentiële archeologische niveau verstoren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9897668/1