21-030 Bijlage 2. Stedelijk Waterprogramma Middelburg 2021-2030 ontwerp - ex fin
Tekst van het document
Hoofdstuk 9: middelen en kostendekking eindconcept rapport
-72-
R023.P160/R008/RHOU 5 januari 2021
Stedelijk Waterprogramma 2021 - 2030
Tabel 9.2: overzicht categorieën met gemiddelde jaarlijkse kosten (prijspeil 2020, inclusief BTW)
Categorie met onderdelen
Jaarlijkse Kosten [€] [%] € 675.029,11,8%
1. Algemene lasten - Kernfuncties gemeentelijke watertaken - Belastingen, onderhoudscontracten, lidmaatschappen - Samenwerking Afvalwaterketen Zeeland 2. Exploitatielasten - Onderhoud rioleringsobjecten, verwerking slib - Nutsvoorzieningen - Rioolvideo-inspecties - Onderhoud gemalen en pompen - Overige goederen en diensten 3. Kapitaallasten - Kapitaallasten uit het verleden (tot en met 2054) 4. Renovatielasten - Vervangings- en renovatiekosten riolering - Vervanging randvoorzieningen - Vervangings- en renovatiekosten gemalen en pompen 5. Verbeteringslasten - Afkoppelen (tot en met 2050) - Milieutechnische studies en onderzoeken - Klimaatadaptie-maatregelen (SWO) 6. Grondwaterlasten - Grondwaterlasten - Aanleg en onderhoud grondwatermeetnet
€
955.417,-
16,8%
€
5.392,-
0,1%
€ 3.574.077,-
62,7%
€ 451.176,-
7,9%
€
0,7%
39.068,-
Daarnaast zijn de kosten getotaliseerd over een periode van 70 jaar na het huidige jaar. Deze periode is de afschrijvingstermijn van de duurzaamste materialen van het rioleringssysteem. Door deze periode te beschouwen (waarbij om praktische redenen ook het jaar 2020 is meegenomen, in totaal daarom 71 jaar), komt ieder onderdeel van het rioleringssysteem minimaal één keer voor vervanging of renovatie in aanmerking. Op die manier is het systeem werkelijk in zijn totaliteit beschouwd. De baten zijn over dezelfde periode van 71 jaar beschouwd. Een overzicht van de kosten en baten over de gehele periode (tot en met 2090) is opgenomen in de onderstaande tabel. Tabel 9.3: overzicht totale kosten en baten (prijspeil 2020, inclusief BTW) - periode 2020-2090
Categorie 1. Algemene lasten 2. Exploitatielasten 3. Kapitaallasten 4. Renovatielasten 5. Verbeteringslasten 6. Grondwaterlasten 7. Stand Rioolvoorziening* a. Rioolverg. (nieuwbouw) b. Rioolheffing (benodigd) Totaal
Totale Kosten [€] € 47.927.089,€ 67.834.614,€ 382.804,€ 253.759.483,€ 32.033.502,€ 2.773.802,- € 2.920.919,-
€ 401.790.375,-
Totale Baten [€]
€ € €
444.092,401.346.283,401.790.375,-
Percentage [%] 11,9% 16,9% 0,1% 63,1% 8,0% 0,7% - 0,7% 0,1% 99.9% 100%
* de stand van de voorziening is positief, dus dat resulteert in negatieve kosten.
Hoofdstuk 9: middelen en kostendekking eindconcept rapport
-73-
R023.P160/R008/RHOU 5 januari 2021
Stedelijk Waterprogramma 2021 - 2030
In de onderstaande figuur zijn de kosten weergegeven in een staafdiagram. Daarbij zijn per jaar de kosten onderverdeeld in de genoemde zes categorieën Figuur 9.1: overzicht jaarlijkse kosten 2020-2090 (exclusief BTW, prijspeil 2020)
9.3
Kostendekking Tegenover de kosten voor de gemeentelijke watertaken staan ook baten. Deze baten worden grotendeels gevonden in de rioolheffing die door burgers en bedrijven wordt betaald voor het gebruik van de gemeentelijke voorzieningen. Daarnaast zijn er baten afkomstig uit rioolvergunningen die worden verstrekt voor nieuwe aansluitingen. De inkomsten uit de rioolvergunningen dekken slechts een klein percentage van de totale kosten. Voor de periode tot en met 2030 zijn de baten gemiddeld circa € 40.000,-- per jaar (prijspeil 2020). De meeste baten worden gegenereerd uit de rioolheffing. De hoogte van de rioolheffing is direct afhankelijk van de kosten voor de gemeentelijke watertaken. Het uitgangspunt voor de gemeente Middelburg is namelijk het heffen van een kostendekkende rioolheffing. De kosten voor de gemeentelijke watertaken kunnen echter wel stijgen onder meer als gevolg van klimaatontwikkelingen waar op moeten worden ingespeeld om (water)overlast te voorkomen, het op peil houden van het onderhoudsniveau van de voorzieningen, uitbreiding van het areaal en het voldoen aan de gestelde eisen van de waterbeheerder. Onder meer in de samenwerking met andere waterpartners, maar ook in risicogestuurd beheer en onderhoud worden mogelijkheden gevonden om kosten te besparen en eventuele kostenstijgingen zoveel mogelijk te beperken (minder meerkosten).
9.3.1
Heffingsgrondslag De rioolheffing die binnen de gemeente Middelburg wordt geheven, is onderverdeeld in een eigenarendeel en een gebruikersdeel.
Hoofdstuk 9: middelen en kostendekking eindconcept rapport
-74-
R023.P160/R008/RHOU 5 januari 2021
Stedelijk Waterprogramma 2021 - 2030
Het eigenarendeel is een vast bedrag dat voor iedere eigenaar gelijk is. Dit bedrag bedraagt voor € 148,14 voor 2020 (woningen en niet-woningen). Het gebruikersdeel is afhankelijk van het waterverbruik en geclassificeerd in zeven klassen. In de onderstaande tabel is ter illustratie de vastgestelde rioolheffing voor 2020 opgenomen. Tabel 9.4: rioolheffing 2020, verdeling eigenaar/gebruiker
Klasse 0 - 250 m3 251 – 300 m3 301 – 500 m3 501 – 1.000 m3 1.001 – 2.000 m3 2.001 – 4.000 m3 > 4.000 m3
9.3.2
Tarief eigenaar € 148,14 € 148,14 € 148,14 € 148,14 € 148,14 € 148,14 € 148,14
gebruiker € 55,35 € 117,05 € 178,74 € 478,80 € 957,62 € 2.057,08 € 4.256,03
Voorziening riolering De gemeente Middelburg beschikt over een voorziening riolering. De inkomsten uit de rioolheffing en de rioolvergunningen worden aan deze rioolvoorziening toegevoegd, de uitgaven worden er aan onttrokken. Deze voorziening wordt gebruikt om schommelingen in het tarief van de rioolheffing te beperken. De totale jaarlijkse kosten voor de rioleringszorg kunnen aanzienlijk fluctueren. De inkomsten vanuit de rioolheffing daarentegen fluctueren veel minder. De effecten van grote kostenverschillen tussen de verschillende jaren worden opgevangen via de rioolvoorziening. Eventuele tekorten of overschotten worden via de voorziening geëgaliseerd. Dit voorkomt grote fluctuaties in de rioolheffing. Het uitgangspunt voor de rioolvoorziening is dat er over de beschouwde periode geen tekort of overschot is en dat het saldo van de voorziening aan het einde van de beschouwde periode nagenoeg nihil is.
9.3.3
Hoogte rioolheffing Zoals genoemd wordt de hoogte van de rioolheffing gebaseerd op de inhoud van dit Stedelijk Water Programma, de kosten van de geprojecteerde rioolvervangingen en renovatiewerkzaamheden en de kosten van de gemeentelijke watertaken in zijn algemeen (zie paragraaf 9.2). Het uitgangspunt is dat de hoogte van de heffing zodanig is, dat deze kostendekkend is over de beschouwde periode (saldo van de rioolvoorziening staat dan ongeveer op 0). De berekende uitgaven en inkomsten zijn inclusief BTW. In het voorgaande vGRP is vastgesteld dat de rioolheffing jaarlijks met 1% (exclusief inflatie) zal stijgen tot en met 2022 om aan de bovenstaande randvoorwaarden te kunnen voldoen. Gezien de doorrekening aan de hand van de huidige inzichten kan deze jaarlijkse verhoging echter pas in 2024 worden gestopt. De oorzaak hiervan wordt gevonden in extra kosten voor klimaatadaptatie. Er is in 2024 een tarief van € 211,75 euro bereikt (prijspeil 2020). Dit
Hoofdstuk 9: middelen en kostendekking eindconcept rapport
-75-
R023.P160/R008/RHOU 5 januari 2021
Stedelijk Waterprogramma 2021 - 2030
tarief leidt tot voldoende dekking van de kosten over de totale beschouwde periode tot en met 2090, waarbij de rioolvoorziening aan het einde van de periode nagenoeg nihil is. De ontwikkeling van de rioolheffing over de komende periode is weergegeven in de onderstaande tabel. Daarbij is ook de werkelijke hoogte van de rioolheffing weergegeven. Bij de berekening hiervan (netto contante waarde methode) is uitgegaan van 2% inflatie en 2% rente. Omdat de werkelijke inflatie en rente iets zullen afwijken van deze rekenpercentages, kan de werkelijke rioolheffing mogelijk ook iets lager of hoger uitvallen dan nu wordt berekend. Eenmaal per vijf jaar zal deze berekening worden geactualiseerd en aangepast aan de dan geldende actuele situatie. In Middelburg is er voor gekozen om een kwijtscheldingsnorm te hanteren. Dit houdt concreet in dat de vast te stellen rioolheffing met € 3,04 verhoogd moet worden. De verhoging komt geheel ten laste van het gebruikersdeel van de rioolheffing. Met deze verhoging wordt ruimte geschapen om de rioolheffing aan bepaalde groepen inwoners te kunnen kwijtschelden. Deze verhoging kan jaarlijks opnieuw vastgesteld worden. Tabel 9.5: rioolheffing 2020, verdeling eigenaren/gebruikers, inclusief kwijtschelding
Jaar 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2090
Rioolheffing (prijspeil 2020) € 203,49 € 205,52 € 207,58 € 209,66 € 211,75 € 211,96 € 211,96
Rioolheffing (werkelijk)* € 203,49 € 209,64 € 215,97 € 222,49 € 229,21 € 234,02 € 847,74
Eigenarendeel (72,8 %) € 148,14 € 150,36 € 154,92 € 159,62 € 164,47 € 167,92 € 608,31
Gebruikersdeel (27,2 %) € 55,35 € 59,28 € 61,04 € 62,86 € 64,74 € 66,09 € 239,43
* rioolheffing werkelijk = contante waarde, ofwel inclusief inflatiecorrectie en kwijtschelding
Bij de bovenstaande tarieven dient wel een kanttekening te worden geplaatst. Bij het opstellen van het kostendekkingsplan zijn alle maatregelen en bijbehorende investeringen zo nauwkeurig mogelijk geraamd, evenals alle posten van de exploitatie en de personele middelen. De praktijk in de planperiode kan echter afwijken, onder meer als gevolg van onvoorziene financiële of technische ontwikkelingen. Inhoudelijke voorbeelden hiervan zijn onverwacht optredende locaties van wateroverlast door hevige neerslag, gestegen transportkosten van af te voeren grond of de gestegen leveringskosten van bijvoorbeeld zand, maar ook ontwikkelingen in toerekening van bijvoorbeeld overhead (vanuit de BBV) of het in de praktijk toeschrijven van gemaakte uren aan rioleringszorg. Het is daarom van belang de geschetste ontwikkeling van de rioolheffing als indicatief te beschouwen en deze met enige regelmaat (bijvoorbeeld eenmaal per vijf jaar) tegen het licht te houden in het perspectief van de ontwikkelingen op langere termijn (doorkijk).
Hoofdstuk 9: middelen en kostendekking eindconcept rapport
-76-
R023.P160/R008/RHOU 5 januari 2021
Stedelijk Waterprogramma 2021 - 2030
BIJLAGE 1
VERKLARENDE WOORDENLIJST
Stedelijk Waterprogramma Middelburg eindconcept rapport
-77-
R023.P160/R008/RHOU 5 januari 2021
Stedelijk Waterprogramma 2021 - 2030
BIJLAGE 1:
VERKLARENDE WOORDENLIJST
Het SWP Middelburg 2021-2030 maakt gebruik van een groot aantal begrippen dat nauw samenhangt met de rioleringszorg. In deze bijlage wordt een aantal van deze begrippen nader verklaard. aantasting
Een wijziging van de structuur van de buiswand als gevolg van (bio)chemische of mechanische processen.
afkoppelen
De afvoer vanaf verhard oppervlak loskoppelen van de gemengde riolering en anderszins laten plaatsvinden.
afvalwater
Al het water dat is verontreinigd en waarvan men zich wenst te ontdoen.
afvalwaterketen
Het deel van de waterketen dat betrekking heeft op de inzameling, transport, zuivering en lozing van gezuiverd afvalwater, ofwel riolering en rioolwaterzuivering.
afvalwaterstelsel
Stelsel voor de inzameling en het transport van afvalwater.
afvalwatersysteem
Het geheel van rioleringstechnische en zuiveringstechnische werken.
AWZI / RWZI
Afvalwaterzuiveringsinstallatie / rioolwaterzuiveringsinstallatie
basisinspanning
Afspraak om rioleringssystemen zodanig aan te passen, dat de vuiluitworp uit de overstorten van deze systemen wordt verminderd tot een vastgestelde norm.
basisrioleringsplan
Plan waarin op gedetailleerde wijze wordt aangegeven hoe de inzameling en afvoer van afvalwater en neerslag binnen een bepaald gebied dient te geschieden.
BBB, BBL, BBR
Bergbezinkbassin, bergbezinkleiding, bergbezinkriool. Deze vallen onder het begrip randvoorziening.
bemalingsgebied
Een gebied dat door één rioolgemaal wordt bemalen. Bij drukriolering en vacuümriolering betreft dit het totale gebied dat op het systeem van pompputjes c.q. vacuümputten is aangesloten.
bergbezinkbassin / -riool
Een open of gesloten bassin (of riool) als onderdeel van het rioolstelsel, dat als doel heeft de lozing van vuil uit een rioolstelsel op oppervlaktewater te verminderen. Door de speciale vormgeving van het bassin (of riool) is de stroomsnelheid laag en zal bezinking van vuil optreden.
Stedelijk Waterprogramma Middelburg eindconcept rapport
-78-
R023.P160/R008/RHOU 5 januari 2021
Stedelijk Waterprogramma 2021 - 2030
berging
De nuttige inhoud van een rioolstelsel uitgedrukt in m3, dan wel gerelateerd aan het daarop aangesloten verhard oppervlak (mm). De inhoud van inspectieputten wordt niet bij de berging meegerekend. Het volume van de droogweerafvoer wordt daarentegen niet in mindering gebracht.
berging op straat
Dat deel van de neerslag welke op het straatoppervlak valt, maar niet direct tot afstroming komt naar het riool. Meestal gebeurt dit wel in een later stadium.
BOK, (BOB)
Binnenonderkant (buis).
bouwtechnische maatregelen
Maatregelen in de woning (in de kruipruimte, kelder of woonruimte) met als doel vochtoverlast te beperken.
CZV
Chemisch zuurstof verbruik, de zogenaamde ‘gidsparameter’ voor alle vervuilende stoffen. Deze parameter weerspiegelt de effecten op langere termijn en de regionale effecten in het oppervlaktewater.
drainage
Een systeem van doorlatende leidingen met omhulling in de bodem, waarin de opvang en afvoer van overtollig grondwater plaatsvindt om zo de grondwaterstand te beheersen.
droogweerafvoer
De hoeveelheid (vuil)water die in droogweerperioden wordt afgevoerd. Afkorting DWA.
drukriolering
Riolering waarbij het transport van afvalwater plaatsvindt via (kleine) pompen en persleidingen.
effluent
Het uitstromende gezuiverde afvalwater uit een afvalwaterzuivering.
foutieve aansluiting
Een aansluiting van een afvoer op de riolering, die niet op de juiste plaats of op de juiste leiding is aangesloten (bijvoorbeeld een vuilwaterafvoer die is aangesloten op een regenwaterriool).
gemengd rioolstelsel
Rioolstelsel waarbij het afvalwater en regenwater door hetzelfde buizenstelsel worden ingezameld en afgevoerd.
gescheiden rioolstelsel
Rioolstelsel, waarbij het afvalwater en regenwater door afzonderlijke buizenstelsels worden ingezameld. Het afvalwater wordt afgevoerd naar een RWZI. Het regenwater wordt (rechtstreeks) afgevoerd naar het oppervlaktewater.
Stedelijk Waterprogramma Middelburg eindconcept rapport
-79-
R023.P160/R008/RHOU 5 januari 2021
Stedelijk Waterprogramma 2021 - 2030
GGOR
Gewenste Grond- en Oppervlaktewater Regime. GGOR is een hulpmiddel dat - onder meer in de vorm van kaarten - voor elke (gebruiks)functie in landelijk of stedelijk gebied de gewenste toestand van het grondwater en het oppervlaktewater aangeeft en wordt vastgesteld na een integrale ruimtelijke afweging.
IBA
Systeem voor Individuele Behandeling van Afvalwater.
Infiltratie
Water dat in de bodem dringt of weg zijgt.
Ingrijpmaatstaf
Grenstoestand, waarbij ingrijpen in de actuele toestand noodzakelijk is en waarbij maatregelen moeten worden opgesteld.
IT- (of infiltratie) riolering
Riolering voorzien van openingen, waardoor het water in de bodem kan infiltreren.
Kennisbank Riolering
Handreiking en kennisdocument vanuit de landelijke koepelorganisatie Stichting Rioned met daarin algemeen geaccepteerde uitgangspunten, methoden en technieken over alle aspecten van het vakgebied stedelijk waterbeheer.
klimaat adaptatie
Maatregelen om de gevolgen van klimaatveranderingen op te vangen en te verbeteren.
KRW
Europese Kaderrichtlijn Water. Dit is een Europese richtlijn die voorschrijft dat de waterkwaliteit van de Europese wateren vanaf 2015 aan bepaalde eisen moet voldoen.
KRW-waterlichaam
Een oppervlaktewater van aanzienlijke omvang, zoals een meer, een waterbekken, een stroom, een rivier, een kanaal, een deel van een stroom, rivier of kanaal, een overgangswater of een strook kustwater. Het gaat in de regel dus om grotere oppervlaktewateren.
ledigingstijd
De tijd die nodig is om een rioolstelsel te ledigen wanneer het volledig gevuld is (bijvoorbeeld na een overstorting).
negatieve overstort
Instroming van water in het rioolsysteem via de overstorten vanuit oppervlaktewater.
OAS
Optimalisatie Afavlwater Systeem: studie naar de mogelijkheden om riolering en afvalwaterzuivering op elkaar af te stemmen tegen de laagst maatschappelijke kosten.
ontwatering
Minimale afstand van het maaiveld tot de hoogst toelaatbare grondwaterstand.
Stedelijk Waterprogramma Middelburg eindconcept rapport
-80-
R023.P160/R008/RHOU 5 januari 2021
Stedelijk Waterprogramma 2021 - 2030
onderdrempelberging
De inhoud van het rioolstelsel gelegen beneden het niveau van de laagste overstortdrempel.
overstort
Een voorziening waarlangs bij neerslag een teveel aan rioolwater, dat niet in het stelsel kan worden geborgen, wordt geloosd op oppervlaktewater. overstortingsgebeurtenis Een lozing van rioolwater uit een overstort, waarvan de overstortingspauze maximaal 24 uur mag duren. POC
Pompovercapaciteit.
pompcapaciteit
De som van de droogweerafvoer en injecties en de pompovercapaciteit.
pompovercapaciteit
De theoretische regenwaterafvoercapaciteit (bestaande uit de pompcapaciteit minus de droogweerafvoer). Afgekort POC.
PWO
Planvorming Wateropgave: met dit proces neemt waterschap Scheldestromen haar watersysteem onder de loep, bepaalt de knelpunten en geeft een doorkijk naar de maatregelen om het gebied klimaatbestendig te maken.
randvoorziening
Een tot de riolering behorende voorziening in of achter het rioolstelsel met als doel de vuilemissie ten gevolge van overstortingen te reduceren (zie ook BBB).
regenwaterafvoer
Het totale debiet dat bij een regensituatie door het rioolstelsel kan worden afgevoerd. Bij een gemengd rioolstelsel is dit debiet inclusief de droogweerafvoer.
regenwaterstelsel (RWA stelsel)
Rioolstelsel waarmee uitsluitend hemelwater (regenwater) wordt afgevoerd.
relinen
Een renovatietechniek waarbij een kunststof hars geïmpregneerde kous in de bestaande rioolleiding wordt geblazen of uitgerold. De buizen worden hierbij van binnenuit bekleed (ook wel ‘kousmethode’ genoemd).
STOWA
Stichting Toegepast Onderzoek Waterbeheer, het kenniscentrum van de Nederlandse waterschappen en provincies.
SWO
Stedelijke Wateropgave: proces waarbij waterschap Scheldestromen samen met de gemeente in beeld brengt of het huidige watersysteem toereikend is om wateroverlast en watertekort te voorkomen en wat mogelijke gevolgen voor de waterkwaliteit zijn. Op basis van de verkregen inzichten worden concrete maatregelen bepaald.
Stedelijk Waterprogramma Middelburg eindconcept rapport
-81-
R023.P160/R008/RHOU 5 januari 2021
Stedelijk Waterprogramma 2021 - 2030
verbeterd gescheiden rioolstelsel
Een gescheiden rioolstelsel, waarbij het eerst afstromende en mogelijk verontreinigde regenwater naar de RWZI wordt afgevoerd (eventueel via het vuilwaterstelsel). Pas na vulling van het regenwaterstelsel stort het nog aanwezige, relatief schone regenwater over op oppervlaktewater. De vervuiling als gevolg van foutieve aansluitingen op het regenwaterstelsel wordt ook beperkt.
verhard oppervlak
Alle verharde oppervlakken van waar hemelwater wordt afgevoerd naar de riolering.
verloren berging
Het deel van de berging in het rioolstelsel, dat niet beschikbaar is voor het bergen van rioolwater, bijvoorbeeld ten gevolge van zettingen, waardoor het riool niet leeg kan stromen.
vuilemissie
De hoeveelheid vuil, die vanuit de riolering per tijdseenheid of per gebeurtenis geloosd wordt op het oppervlaktewater.
vuilwaterstelsel
Stelsel waarlangs uitsluitend afvalwater wordt ingezameld en afgevoerd (ook wel DWA-stelsel genoemd).
WB21
De Commissie Waterbeheer 21e eeuw bracht in augustus 2000 advies uit over het toekomstige waterbeleid in Nederland. De kerngedachte van de Commissie was dat het watersysteem in 2000 niet op orde was, dat water meer ruimte nodig heeft en dat er geen rekening gehouden werd met de verwachte klimaatveranderingen. Het advies gaat uit van meer ruimte voor water, met als gedachteleidraad de drietrapsstrategie: ‘vasthouden, bergen, afvoeren’ en dat water meer ordenend moet zijn.
water-op-straat
Het verschijnsel, waarbij enige tijd water op straat blijft staan ten gevolge van een hevige regenval.
wateroverlast
Het verschijnsel, dat ten gevolge van water op straat overlast wordt ondervonden en/of schade ontstaat.
waterkwaliteitsspoor
Het waterkwaliteitsspoor moet er voor zorgen dat het ontvangende oppervlaktewater, ondanks de lozing, aan de milieukwaliteitsnormen voldoet (= immissietoets). Voor het waterkwaliteitsspoor geldt, dat de vuiluitworp volgens de basisinspanning geen belemmering mag zijn voor het bereiken van de gewenste waterkwaliteit. Is dit toch het geval, dan moeten boven op de basisinspanning nog aanvullende maatregelen worden getroffen. Deze maatregelen kunnen zowel in de riolering als in de waterhuishouding worden gezocht. De toetsing aan het waterkwaliteitsspoor wordt uitgevoerd door de waterkwaliteitsbeheerder.
Stedelijk Waterprogramma Middelburg eindconcept rapport
-82-
R023.P160/R008/RHOU 5 januari 2021
Stedelijk Waterprogramma 2021 - 2030
BIJLAGE 2
VISIE WATERKETEN ZEELAND
Stedelijk Waterprogramma Middelburg eindconcept rapport
-83-
R023.P160/R008/RHOU 5 januari 2021
Stedelijk Waterprogramma 2021 - 2030
Stedelijk Waterprogramma Middelburg eindconcept rapport
-84-
R023.P160/R008/RHOU 5 januari 2021
Stedelijk Waterprogramma 2021 - 2030
Stedelijk Waterprogramma Middelburg eindconcept rapport
-85-
R023.P160/R008/RHOU 5 januari 2021
Stedelijk Waterprogramma 2021 - 2030
Stedelijk Waterprogramma Middelburg eindconcept rapport
-86-
R023.P160/R008/RHOU 5 januari 2021
Stedelijk Waterprogramma 2021 - 2030
BIJLAGE 3
UITGEVOERDE WERKZAAMHEDEN PLANPERIODE 2014-2020
Stedelijk Waterprogramma Middelburg eindconcept rapport
-87-
R023.P160/R008/RHOU 5 januari 2021
Stedelijk Waterprogramma 2021 - 2030
BIJLAGE 3:
UITGEVOERDE WERKZAAMHEDEN PLANPERIODE 2014-2020
Stedelijk Waterprogramma Middelburg eindconcept rapport
-88-
R023.P160/R008/RHOU 5 januari 2021
Stedelijk Waterprogramma 2021 - 2030
Stedelijk Waterprogramma Middelburg eindconcept rapport
-89-
R023.P160/R008/RHOU 5 januari 2021
Stedelijk Waterprogramma 2021 - 2030
Stedelijk Waterprogramma Middelburg eindconcept rapport
-90-
R023.P160/R008/RHOU 5 januari 2021
Stedelijk Waterprogramma 2021 - 2030
BIJLAGE 4
TOETSINGSKADER
Stedelijk Waterprogramma Middelburg eindconcept rapport
-91-
R023.P160/R008/RHOU 5 januari 2021
Stedelijk Waterprogramma 2021 - 2030
BIJLAGE 4:
TOETSINGSKADER
In de onderstaande tabel is invulling gegeven aan het toetsingskader van doelen, functionele eisen, maatstaven en meetmethoden. De werking van het toetsingskader is beschreven in hoofdstuk 4 van dit Stedelijk Waterprogramma Middelburg. Tabel b4.1: doelen, functionele eisen, maatstaven en meetmethoden Doelen Functionele eisen Maatstaven 1 Doelmatige inzameling van het binnen het gemeentelijk gebied geproduceerde stedelijk afvalwater.
Meetmethoden
1a
Alle percelen binnen de bebouwde kom waar stedelijk afvalwater vrijkomt, moeten van een rioolaansluiting zijn voorzien. Voor percelen buiten de bebouwde kom wordt maatwerk toegepast.
Alle percelen zijn voorzien van een rioolaansluiting, tenzij een septic tank (6m3), IBA of een directe lozing is geoorloofd met het oog op kosten en milieu. Per 1 januari 2027 zijn alle percelen voorzien van een voorziening conform de eisen van de Regeling lozing afvalwater huishoudens
Registratie van percelen die nog niet zijn aangesloten op de riolering en geen eigen zuivering hebben en de registratie van uitzonderingen.
1b
De objecten moeten in goede staat zijn.
Ingrijpmaatstaven voor waterdichtheid en stabiliteit mogen niet voorkomen.
Inspectie en beoordeling volgens NEN 3398. Classificatie voor oppervlakteschade, scheur of breuk moet kleiner dan 4 zijn in combinatie met infiltratie klasse 3 of hoger.
De huisaansluitleidingen moeten bij eerste aanleg in goede staat verkeren.
Registratie klachten over het functioneren van de huisaansluitleidingen.
Overtredingen van de lozingsvoorwaarden conform de Wet milieubeheer moeten worden voorkomen.
Controle, handhaving en registratie door de RUD Zeeland afhankelijk van de milieucategorie.
1c
Er dienen geen ongewenste lozingen (onder andere vet en chemische stoffen) op de riolering plaats te vinden
Stedelijk Waterprogramma Middelburg eindconcept rapport
-92-
R023.P160/R008/RHOU 5 januari 2021