21-029 Bijlage 3. Ingekomen stukken RM
Tekst van het document
ingekomen stukken Commissie
Commissie Ruimte
raadsvergadering
15 april 2021
onderwerp
075. Sportvisserij Brief gemeenten
ingekomen stuk
075. Sportvisserij Brief gemeenten
datum brief
12-02-2021
datum invoer
12-02-2021
afdeling
Leefomgeving
afzender
Belangenbehartiger Sportvisserij Zuidwest Nederland
besluit
Voor kennisgeving aannemen
Bijlagen: 075 01 Samenvatting-Sportviserij Loodvrij 075 02 Basisdocumentatie probleemstoffen 2018 075 03 Voortgangsrapportage Green Deal Sportvisserij Loodvrij april 2020
Commissie
Commissie Ruimte
raadsvergadering
11 maart 2021
onderwerp
073. Manifest passend beleid voor collectieve en andere woonvormen
ingekomen stuk
073. Manifest passend beleid voor collectieve en andere woonvormen
datum brief
09-02-2021
datum invoer
09-02-2021
afdeling
Leefomgeving
afzender
Ruimte voor collectief wonen
besluit
Voor kennisgeving aannemen
Bijlagen: 073 Bijlage 1 Manifest passend beleid voor collectieve en andere woonvormen
Commissie
Commissie Ruimte
raadsvergadering
11 maart 2021
onderwerp
069. 1. Aanvraag bestemmingsplanwijziging Eendrachtsweg 1 namens C.L.T.P. Verhoeven - aangetekend
ingekomen stuk
069. 1. Aanvraag bpl wijziging Eendrachtsweg dhr. Verhoeven 1 gecomprimeerd
datum brief
04-02-2021
datum invoer
04-02-2021
afdeling
Leefomgeving
afzender
Boogaard advocaten namens C. Verhoeven
besluit
Via de gemeentesecretaris in handen stellen van het college ter afdoening
Bijlagen: 069 2a-aanvraag deel 1 gecomprimeerd 069 2b-aanvraag deel 2 gecomprimeerd
Commissie
Commissie Ruimte
raadsvergadering
11 maart 2021
onderwerp
053. Zienswijze ontwerp Bestemmingsplan Waterpark Veerse Meer 2020
ingekomen stuk
053. Zienswijze ontwerp Bestemmingsplan Waterpark Veerse Meer 2020
datum brief
28-01-2021
datum invoer
28-01-2021
afdeling
Leefomgeving
afzender
Gemeente Goes
besluit
Via de gemeentesecretaris in handen stellen van het college ter afdoening
Commissie
Commissie Ruimte
raadsvergadering
11 maart 2021
onderwerp
050. Zienswijze ontwerpbestemmingsplan Waterpark Veerse Meer
ingekomen stuk
050. Zienswijze ontwerpbestemmingsplan Waterpark Veerse Meer Scheldestromen
datum brief
28-01-2021
datum invoer
28-01-2021
afdeling
Leefomgeving
afzender
Waterschap Scheldestromen
besluit
Via de gemeentesecretaris in handen stellen van het college ter afdoening
Commissie
Commissie Ruimte
raadsvergadering
11 maart 2021
onderwerp
049. Zienswijze bestemmingsplan Waterpark Veerse Meer
ingekomen stuk
049. Zienswijze bestemmingsplan Waterpark Veerse Meer
datum brief
28-01-2021
datum invoer
28-01-2021
afdeling
Leefomgeving
afzender
Mark Advocaten - van 't Westeinde
besluit
Via de gemeentesecretaris in handen stellen van het college ter afdoening
Commissie
Commissie Ruimte
raadsvergadering
11 maart 2021
onderwerp
047. Zienswijze bestemmingsplan waterpark Veerse Meer
ingekomen stuk
047. Zienswijze bestemmingsplan waterpark Veerse Meer
datum brief
28-01-2021
datum invoer
28-01-2021
afdeling
Leefomgeving
afzender
ZLTO - Borsele, Goes, Walcheren
besluit
Via de gemeentesecretaris in handen stellen van het college ter afdoening
Commissie
Commissie Ruimte
raadsvergadering
11 maart 2021
onderwerp
046. WVM Zienswijze BESCHERM DE DELTA
ingekomen stuk
046. WVM Zienswijze BESCHERM DE DELTA
datum brief
28-01-2021
datum invoer
28-01-2021
afdeling
Leefomgeving
afzender
Vereniging Bescherm de Delta
besluit
Via de gemeentesecretaris in handen stellen van het college ter afdoening
Bijlagen: 046 Bijlage 1 Reactie BESCHERM DE DELTA
Commissie
Commissie Ruimte
raadsvergadering
11 maart 2021
onderwerp
045. Zienswijze waterpark Veerse Meer
ingekomen stuk
045. Zienswijze waterpark Veerse Meer
datum brief
28-01-2021
datum invoer
28-01-2021
afdeling
Leefomgeving
afzender
Barbara Oomen
besluit
Via de gemeentesecretaris in handen stellen van het college ter afdoening
Commissie
Commissie Ruimte
raadsvergadering
11 maart 2020
onderwerp
041. ontwerp GS brief zienswijze ontwerp-bp Waterpark Veerse Meer 2020 resumptie (ondertekend)
ingekomen stuk
041. ontwerp GS brief zienswijze ontwerp-bp Waterpark Veerse Meer 2020 resumptie (ondertekend)
datum brief
27-01-2021
datum invoer
27-01-2021
afdeling
Leefomgeving
afzender
Provincie Zeeland
besluit
Via de gemeentesecretaris in handen stellen van het college ter afdoening
Commissie
Commissie Ruimte
raadsvergadering
11 maart 2020
onderwerp
039. Zienswijze Ontwerp bestemmingsplan Waterpark Veersemeer Nieuw (2020)
ingekomen stuk
039. Zienswijze Ontwerp bestemmingsplan Waterpark Veersemeer Nieuw (2020)
datum brief
27-01-2021
datum invoer
27-01-2021
afdeling
Leefomgeving
afzender
Wim Bartels
besluit
Via de gemeentesecretaris in handen stellen van het college ter afdoening
Bijlagen: 039 Bijlage 2 Brief RWS aan wegbeheerders Veerse Meer Zuid 17 juni 2020
Commissie
Commissie Ruimte
raadsvergadering
11 maart 2020
onderwerp
038. Zienswijze Skatebaan Veerse Poort
ingekomen stuk
038. Zienswijze Skatebaan Veerse Poort
datum brief
27-01-2021
datum invoer
27-01-2021
afdeling
Leefomgeving
afzender
Buurtgroep Prettig Wonen (BPW)
besluit
Via de gemeentesecretaris in handen stellen van het college ter afdoening
Bijlagen: Bijlage Uitspraak Rechtbank ZWB
Commissie
Commissie Ruimte
raadsvergadering
11 maart 2020
onderwerp
037. Zienswijze Gemeente Veere ontwerp bestemmingsplan Waterpark Veerse Meer
ingekomen stuk
037. Zienswijze Gemeente Veere ontwerp bestemmingsplan Waterpark Veerse Meer
datum brief
27-01-2021
datum invoer
27-01-2021
afdeling
Leefomgeving
afzender
Gemeente Veere
besluit
Via de gemeentesecretaris in handen stellen van het college ter afdoening
Commissie
Commissie Ruimte
raadsvergadering
11 maart 2020
onderwerp
036. Waterpark Veerse Meer, zienswijze
ingekomen stuk
036. Waterpark Veerse Meer, zienswijze
datum brief
27-01-2021
datum invoer
27-01-2021
afdeling
Leefomgeving
afzender
C. de Ridder
besluit
Via de gemeentesecretaris in handen stellen van het college ter afdoening
Commissie
Commissie Ruimte
raadsvergadering
11 maart 2021
onderwerp
035. Nieuwsbrief 1 Platform Gemeenten Draadloze Connectiviteit. Advies GR , reactie kabinet, rechtszaak
ingekomen stuk
035. Nieuwsbrief 1 Platform Gemeenten Draadloze Connectiviteit. Advies GR , reactie kabinet, rechtszaak.
datum brief
26-01-2021
datum invoer
26-01-2021
afdeling
Leefomgeving
afzender
Platform Gemeenten Draadloze Connectiviteit
besluit
Voor kennisgeving aannemen
Bijlagen: 035 Bijlage 1 Reactie Platform Gemeenteraadsleden tbv
kamercommissie VWS 1 februari inzake advies Gezondheidsraad en 5G[11627] 035 Bijlage 2 Vaste kamercommissie VWS mailadressen en namen
Commissie
Commissie Ruimte
raadsvergadering
11 maart 2021
onderwerp
032. ZMf zienswijze Ontwerp-Bestemmingplan en MER Waterpark Veerse Meer 2020
ingekomen stuk
032. ZMf zienswijze Ontwerp-Bestemmingplan en MER Waterpark Veerse Meer 2020
datum brief
26-01-2021
datum invoer
26-01-2021
afdeling
Leefomgeving
afzender
ZMF
besluit
Via de gemeentesecretaris in handen stellen van het college ter afdoening
Commissie
Commissie Ruimte
raadsvergadering
11 maart 2021
onderwerp
031. Zienswijze Ontwerp bestemmingsplan Waterpark Veerse Meer
ingekomen stuk
031. Zienswijze Ontwerp bestemmingsplan Waterpark Veerse Meer
datum brief
26-01-2021
datum invoer
26-01-2021
afdeling
Leefomgeving
afzender
Dorpsraad Lewedorp
besluit
Via de gemeentesecretaris in handen stellen van het college ter afdoening
Commissie
Commissie Ruimte
raadsvergadering
11 maart 2021
onderwerp
030. zienswijze Ontwerpestemmingsplan Waterpark Veerse Meer
ingekomen stuk
030. zienswijze Ontwerpestemmingsplan Waterpark Veerse Meer
datum brief
26-01-2021
datum invoer
26-01-2021
afdeling
Leefomgeving
afzender
Rijkswaterstaat
besluit
Via de gemeentesecretaris in handen stellen van het college ter afdoening
Commissie
Commissie Ruimte
raadsvergadering
11 maart 2021
onderwerp
028. Zienswijze Ontwerpbestemmingsplan Waterpark Veerse Meer
ingekomen stuk
028. Zienswijze Ontwerpbestemmingsplan Waterpark Veerse Meer
datum brief
22-01-2021
datum invoer
22-01-2021
afdeling
Leefomgeving
afzender
Leo Geelhoed
besluit
Via de gemeentesecretaris in handen stellen van het college ter afdoening
Commissie
Commissie Ruimte
raadsvergadering
11 maart 2021
onderwerp
027. Zienswijze VRZ inzake ontwerpbestemmingsplan ‘Waterpark Veerse Meer 2020’
ingekomen stuk
027. Reactie VRZ inzake externe veiligheid ontwerpbestemmingsplan ‘Waterpark Veerse Meer 2020’
datum brief
22-01-2021
datum invoer
22-01-2021
afdeling
Leefomgeving
afzender
VRZ
besluit
Via de gemeentesecretaris in handen stellen van het college ter afdoening
Bijlagen: Ontwerp bestemmingsplan Waterpark Veerse Meer | Gemeente Middelburg ( https://www.middelburg.nl/ontwerp-bes temmingsplan-waterpark-veerse-meer)
Commissie
Commissie Ruimte
raadsvergadering
11 maart 2021
onderwerp
022. brief mbt Waterpark Veersemeer
ingekomen stuk
022. brief mbt Waterpark Veersemeer
datum brief
19-01-2021
datum invoer
19-01-2021
afdeling
Leefomgeving
afzender
St. Bescherm de Delta
besluit
Via de gemeentesecretaris in handen stellen van het college ter afdoening
Commissie
Commissie Ruimte
raadsvergadering
11 maart 2021
onderwerp
015. Zienswijze Ontwerpnota VTH 2021 GEMMIDDEL SGW
ingekomen stuk
015. Ontwerpnota VTH 2021 GEMMIDDEL SGW
datum brief
11-01-2021
datum invoer
11-01-2021
afdeling
Leefomgeving
afzender
Stichting Gezond Water
besluit
Via de gemeentesecretaris in handen stellen van het college ter afdoening
Bijlagen: 015 Bijlage 1 Folder SGW
Commissie
Commissie Ruimte
raadsvergadering
11 maart 2021
onderwerp
011. Middelburg busprotest 19 12-20
ingekomen stuk
011. Middelburg busprotest 19 12-20
datum brief
06-01-2021
datum invoer
06-01-2021
afdeling
Leefomgeving
afzender
R. Beukert
besluit
Via de gemeentesecretaris in handen stellen van het college ter afdoening
Commissie
Commissie Ruimte
raadsvergadering
11 maart 2021
onderwerp
010. Zienswijze Ontwerpbestemmingsplan (van Serooskerkelaan - Versie 1.1)
ingekomen stuk
010. Zienswijze Ontwerpbestemmingsplan (van Serooskerkelaan Versie 1.1)
datum brief
06-01-2021
datum invoer
06-01-2021
afdeling
Leefomgeving
afzender
L. Maljaars
besluit
Via de gemeentesecretaris in handen stellen van het college ter afdoening
Bijlagen: 010 Bijlage 10 - 20201217 Brief Gemeente Middelburg (pg 1) 010 Bijlage 10 - 20201217 Brief Gemeente Middelburg (pg 2) 010 Bijlage 1 - 20201118 Brief Gemeente Middelburg (pg 1) 010 Bijlage 1 - 20201118 Brief Gemeente Middelburg (pg 2) 010 Bijlage 2 - Faam 20201125 010 Bijlage 3 - 20200714 Brief Zienswijze Voorontwerp Bestemmingsplan (van Serooskerkelaan) 010 Bijlage 4 - 20201207 Brief Gemeente Middelburg 010 Bijlage 5 - 200830 Notitie beantwoording inspraakreacties St Laurens Fase 1 010 Bijlage 6 - Beoordelingskader Sint Laurens mei 2018 010 Bijlage 7 - Bijkopen tuingrond Van Serooskerkelaan 2 meter en 90 cm 010 Bijlage 8 - Bijkopen tuingrond Van Serooskerkelaan 4,5 en 3,4 meter 010 Bijlage 9 - Tuingrond Van Serooskerkelaan aanbod 2 010 Bijlage 11 - Impressie 010 Bijlage 12 - Kadastrale kaart Van Serooskerkelaan
Commissie
Commissie Ruimte
raadsvergadering
11 maart 2021
onderwerp
008. Zienswijze ontwerp bestemmingsplan uitbreiding Sint Laurens
ingekomen stuk
008. Zienswijze ontwerp bestemmingsplan uitbreiding Sint Laurens
datum brief
06-01-2021
datum invoer
06-01-2021
afdeling
Leefomgeving
afzender
Familie Ficq
besluit
Via de gemeentesecretaris in handen stellen van het college ter afdoening
Commissie
Commissie Ruimte
raadsvergadering
11 maart 2021
onderwerp
006. brieven Tafel van 12
ingekomen stuk
006. brieven Tafel van 12
datum brief
04-01-2021
datum invoer
04-01-2021
afdeling
Leefomgeving
afzender
St Leven met de aarde
besluit
Voor kennisgeving aannemen
Bijlagen: 006 Bijlage 1 brieven tafel van 12 voor 11-11-2019
Commissie
Commissie Ruimte
raadsvergadering
11 maart 2021
onderwerp
004. Ledenbrief 2020-023 inzake consultatieronde Klimaatadaptatie strategie Zeeland
ingekomen stuk
004. Ledenbrief 2020-023 inzake consultatieronde Klimaatadaptatie strategie Zeeland
datum brief
04-01-2021
datum invoer
04-01-2021
afdeling
Leefomgeving
afzender
VZG
besluit
Via de gemeentesecretaris in handen stellen van het college voor het opstellen van een voorstel aan de raad
Datum:
11-02-2021
Onderwerp:
Green Deal Sportvisserij Loodvrij
Geacht college en raadsleden, Sportvisserij Zuidwest Nederland zendt u deze brief uit voorzorg. Door 2 van de13 gemeenten in de provincie Zeeland zijn er bij ons vragen gesteld over het loodgebruik binnen de hengelsport. De vragen waren gerelateerd aan een zienswijze die in januari 2021 is ingediend door Stichting Gezond Water. Naar verluidt heeft ook uw gemeente deze zienswijze ontvangen over loodgebruik in de sportvisserij. In de betreffende zienswijze wordt een beeld geschetst en informatie gegeven welke onjuist zijn. Daarnaast stelt deze zienswijze de sportvisserij ten onrechte in een kwaad daglicht. Door middel van onderstaande en bijgesloten informatie willen wij u zo goed mogelijk informeren over de stand van zaken met betrekking tot het afbouwen van het loodgebruik, landelijk en regionaal, binnen de hengelsport op basis van de hieronder besproken Green Deal Sportvisserij Loodvrij. Georganiseerde sportvisserij Sportvisserij Zuidwest Nederland is de belangenorganisatie voor de sportvisserij in de provincies Zuid-Holland, Noord-Brabant en Zeeland. Met 220 aangesloten hengelsportverenigingen en ruim 180.000 sportvissers zijn wij de grootste federatie aangesloten bij de landelijke koepel Sportvisserij Nederland. Heel veel mensen vissen in Nederland er zijn op dit moment ruim 650.000 geregistreerde sportvissers lid van een hengelsportvereniging.
Het is één van de meest beoefende buitenactiviteiten. Op voetbal na is Sportvisserij Nederland met de daaraan verbonden federaties zoals Sportvisserij Zuidwest Nederland – tevens lid van NOC*NSF – de grootste sportbond van Nederland. We hebben dan ook een grote organisatie met veel kennis en expertise over water en vis. Binnen heel veel gemeenten is de hengelsportvereniging een van de, zo niet, de grootste sportvereniging. In de gemeente Schouwen-Duiveland zijn er 4 hengelsportverenigingen met 1539 aangesloten sportvissers. Vanuit de hengelsport worden tal van educatieve en maatschappelijke activiteiten geïnitieerd waaronder; vislessen voor de jeugd en vissen met ouderen, wat samen met het Instituut voor Natuureducatie (IVN) wordt gedaan. Sportvisserij wordt maatschappelijk breed gedragen in alle lagen en diversiteit van de samenleving, ook in uw gemeente. Green Deal Sportvisserij Loodvrij en voortgangsonderzoek Veel sportvissers gebruiken van oudsher lood als verzwaring van de lijn. Anders dan Stichting Gezond Water stelt is er wél veel aandacht van bevoegde gezagen. Zij – waaronder waterschappen - volgen allemaal de Green Deal Sportvisserij Loodvrij. Met de Rijksoverheid (4 ministeries), de Unie van Waterschappen, Natuurmonumenten en Dibevo (brancheorganisatie gezelschapsdieren) is daarom in 2018 de Green Deal Sportvisserij Loodvrij afgesloten.
Het doel van deze Green Deal is het stoppen van het loodgebruik in de sportvisserij in 2027. Daarbij wordt gestreefd naar een reductie van 30% in 2021. Inzet daarbij is om via een cultuuromslag en gedragsverandering het loodgebruik terug te dringen. Via verschillende sporen (waaronder uitgebreide bewustwordingscampagnes en pilotgebieden) wordt hard gewerkt om dit te realiseren. Een uitgebreide voortgangsrapportage namens alle partners van de Green Deal is bijgevoegd. Verder zal er in de loop van dit jaar een evaluatie van de eerste drie jaar van de Green Deal volgen met alle partners de voortgang te bespreken en waar nodig
bij te sturen. Meer informatie over de Green Deal Sportvisserij Loodvrij en de inzet van de georganiseerde sportvisserij vindt u op www.sportvisserijloodvrij.nl Op 3 februari jl. heeft het European Chemical Agency (ECHA) bekend gemaakt dat zij een voorstel zullen indienen om het gebruik én de verkoop van loden werpgewichten in de sportvisserij binnen Europa te verbieden. Het ECHA stelt voor lood in visgewichten het volgende voor:
Verbod op verkoop en gebruik van loden visgewichten en kunstaas met een transitieperiode van 3 jaar voor gewichten tot 50 gram en een transitieperiode van 5 jaar voor gewichten zwaarder dan 50 gram. Het gebruik van visgewichten van lood die bewust in het water achterblijven (zogenaamde drop off technieken) per direct te verbieden.
Uiterlijke besluitvorming wordt begin 2023 verwacht, deze maatregelen lopen dus vrijwel gelijktijdig met de termijnen binnen de nu al lopende Green Deal. Meer informatie vindt u op https://echa.europa.eu/nl/-/towards-sustainable-outdoor-shooting-and-fishing-echa-proposesrestrictions-on-lead-use. Recent voortgangsonderzoek door Wageningen Marine Research heeft aangetoond dat het loodverlies significant lager is dan eerder werd aangenomen door Deltares in 2013. Stichting Gezond Water is hiervan op de hoogte maar communiceert nog altijd bewust de oude en onjuiste gegevens. Zo ook in de zienswijze die zij naar u zonden. De verschillen in uitkomsten zijn significant te noemen daar Deltares sprak over 470 ton loodverlies per jaar in het zoute en 54 ton in het zoete water, komt het rapport van WMR uit op 23 ton in het zoute en 7 ton in het zoete water per jaar. Dit onderzoek is het resultaat van een fijnmaziger onderzoeksmethodiek met naar verhouding minder extrapolatiefactoren. Het onderzoek waar het rapport van WMR op is gebaseerd wordt op dit moment nogmaals herhaald met dezelfde methode en de verwachting is dat hier de eerste resultaten medio 2021 bekend zullen zijn met daarin de bevestiging van de lagere aantallen. Dit neemt niet weg dat we vanuit de sportvisserij het loodverlies willen terugdringen en uiteindelijk willen stoppen.
Gedragsverandering Samen met de Green Deal partners – dus met bevoegde gezagen - hebben we bewust gekozen voor een tijdpad van tien jaar (2027) en een tussendoel na drie jaar (2021). Het vraagt tijd om draagvlak te creëren en een gedragsverandering te bewerkstelligen. Zeker ook omdat we ons niet alleen richten op de eindgebruiker, de sportvisser maar zeker ook op detaillisten en (internationale) producenten. De betrokkenheid en het enthousiasme vanuit verenigingen en sportvissers om de hengelsport te verduurzamen nemen snel toe. Dat uit zich bijvoorbeeld in loodvrije evenementen en loodvrije pilotgebieden. Veel evenementen en activiteiten vanuit Sportvisserij Zuidwest Nederland worden al volledig loodvrij gehouden. Denk hierbij aan de vislessen, jeugdclinic’s en federatieve wedstrijden in ons gebied. Zelf loodgieten wordt ontmoedigd en is lang niet meer zo een algemeen gebruik als vroeger en Stichting Gezond Water suggereert. Stichting water schermt regelmatig met juridische begrippen en poneert stevige stellingen. Ook heeft zij meerdere procedures aangespannen tegen bestuursorganen zoals ministeries en waterschappen. Dit heeft tot op heden tot niets geleid. Externe belangen De Stichting Gezond Water, opgericht en tevens mede bestuurd door de heren achter het bedrijf Modified Materials, stuurt aan op een snel en algeheel verbod van loodproducten in de sportvisserij.
Bijkomstig maar niet toevallig wil het feit dat Modified Materials een producent is van loodvrije hengelsportproducten en een duidelijk economisch belang heeft in een snel verbod op loodproducten binnen de sportvisserij. Er wordt uit eigen belang en met een eigen
agenda door heel Nederland bij gemeenten, provincies en waterschappen gelobbyd om het loodgebruik door de sportvisserij aan te kaarten en verboden af te dwingen. Eerst onder de naam Modified Materials maar na een ontvankelijkheidsverklaring wegens onvoldoende direct belang sedert 2019 met de Stichting Gezond Water. Je zou verwachten van een stichting die ‘gezond water’ nastreeft dat ze – haar statutaire naam in aanmerking nemende – een breder perspectief heeft dan alleen lood. Andere stoffen worden in de zijlijn soms wel benoemd, maar de brieven die Stichting Gezond Water zendt gaan alleen over lood en sportvisserij. Net als Stichting Gezond Water wil de georganiseerde sportvisserij naar een toekomstige hengelsport zonder het gebruik van lood. Dit willen we zoals aangegeven bereiken via een landelijke aanpak en samenwerking met tal van overheden en partijen. Lokale of regionale bepalingen willen we daarbij juist voorkomen, omdat dit het draagvlak onder sportvissers geen goed zal doen. Verschillende regelgeving en lokale beperkingen maken het voor de sportvisser en voor de handhaving niet duidelijker. Echter, anders dan Stichting Gezond Water willen we het wel graag in perspectief zien en niet door maatregelen die sportvissers in de handen dwingen van een bedrijf als Modified Materials B.V.
Het perspectief is dat lood (pb) niet gezien wordt als een probleemstof in het rapport -basisdocumentatie probleemstoffen KRW- van Deltares (2018) wat in opdracht van Rijkswaterstaat is opgesteld. Lood staat met 3 gemeten overschrijdingen op 610 waterlichamen als 39e vermeld in de lijst met meeste overschrijding. Andere zeer schadelijke stoffen als zink, kwik, nikkel, koper en arseen laten een veelvoud van overschrijdingen zien en zink wordt tot in 299 waterlichamen gemeten maar daar hoor je Stichting Gezond Water niet over. We hopen dat we door middel van dit schrijven voldoende inzicht en achtergrond informatie hebben gegeven over de sportvisserij en de afspraken omtrent de Green Deal Sportvisserij Loodvrij. Als georganiseerde hengelsport werken wij aan een beter milieu en schoon water en zijn wij, samen met de hengelsportverenigingen in uw gemeente, daarbij graag uw partner. En uiteraard zijn wij bereid om dit ook verder toe te lichten in een vergadering of bijeenkomst. Met vriendelijke groet,
W. van Alten Belangenbehartiger Sportvisserij Zuidwest Nederland
Bijlagen; Samenvatting Green Deal Sportvisserij Loodvrij Voortgangsrapportage Green Deal Sportvisserij Loodvrij _ april 2020 Rapport basisdocumentatie probleemstoffen KRW _ Deltares 2018
C-222 Green Deal Sportvisserij Loodvrij Betrokken partijen --------
Unie van Waterschappen Vereniging Natuurmonumenten Sportvisserij Nederland Vereniging Landelijke Organisatie Dibevo Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Beschrijving initiatief In Nederland zijn circa 1,2 miljoen mensen die een of meerdere dagen per jaar aan sportvisserij doen. Velen van hen gebruiken lood als verzwaring van de vislijn, in kunstaas en in voerkorven. Lood is makkelijk toepasbaar, goedkoop, heeft een hoog soortelijk gewicht en is makkelijk zelf te verwerken. Maar veel van dat lood komt in het milieu terecht, wat schadelijk is voor mens en dier. In de Green Deal werken partijen samen om het gebruik van lood in de sportvisserij op korte termijn te verminderen en op langere termijn te stoppen. Hiermee beogen de partijen een cultuuromslag en gedragsverandering bij de sportvissers teweeg te brengen. Ook richt de aanpak zich op een omslag in de retailketen zodat de hele keten bekend wordt met alternatieven voor lood en deze alternatieven ook beschikbaar stelt.
Resultaten Partijen willen: -- Dat het gebruik van lood in de sportvisserij in 2021 ten minste 30% is verminderd en binnen 10 jaar het gebruik inclusief het verwerken van lood is gestopt. -- Dat de omslag niet leidt tot gebruik van een ander verontreinigend of schaars materiaal dat het milieu of de volksgezondheid aantast. -- Dat er voldoende geschikte, aantrekkelijke en duurzame alternatieven beschikbaar komen. De partijen zetten gezamenlijk in op aanpak in de gehele keten: van productie, verkoop en gebruik. En op het teweegbrengen van een gedrags- en cultuurverandering bij de sportvissers en een omslag in de retailketen, fabrikanten en importeurs door aanbod van alternatieven. De Green Deal richt zich op de Nederlandse sportvisserij in de binnenwateren, Nederlandse territoriale zee en de Nederlandse exclusieve economische zone. Einddatum december 2021.
1 | Green Deal
Inzet en acties partijen Spoor 1. Communicatie en bewustwording loodvrij vissen --
---
Sportvisserij Nederland, Dibevo, Natuurmonumenten, de Unie van Waterschappen en de betrokken ministeries ontwikkelen een communicatiestrategie voor vergroting van de bewustwording onder sportvissers. De communicatiestrategie bestaat onder meer uit de ontwikkeling van communicatiematerialen, loodvrije viswedstrijden, vaststellen van visrecords waarbij loodvrij is gevist. Sportvisserij Nederland stelt een deel van haar website beschikbaar voor communicatie.
Inzet en acties partijen Spoor 2. Instellen van gebieden voor loodvrij vissen ---
De Unie van Waterschappen, Natuurmonumenten en Sportvisserij Nederland gaan pilotgebieden beschikbaar stellen waar loodvrij vissen wordt gestimuleerd. Sportvisserij Nederland is coördinator en publiceert op haar website een overzicht van alle pilotgebieden.
Inzet en acties partijen Spoor 3. Duurzame en aantrekkelijke alternatieven --
--
----
De aan spoor 3 deelnemende partijen, waaronder Sportvisserij Nederland en Dibevo, werken aan de beschikbaarheid en het onder de aandacht brengen van aantrekkelijke en duurzame alternatieven voor lood. De deelnemende partijen gaan de verkoop van loodalternatieven stimuleren door middel van informatiebijeenkomsten en prominent naar voren brengen van alternatieven in het aanbod en bij events. De deelnemende partijen formuleren criteria waar duurzame alternatieven aan moeten voldoen. De deelnemende partijen ontwikkelen een communicatiestrategie om sportvissers bewust te maken van de gezondheidsrisico’s van lood. De deelnemende partijen richten een platform op voor marktpartijen om de samenwerking met hen te versterken en het aanbod van duurzame alternatieven te vergroten.
Inzet en acties partijen Spoor 4. Nut, noodzaak en de mogelijkheden van acties of maatregelen voor 2021-2027 -----
Alle deelnemende partijen vinden het wenselijk dat in de toekomst in de sportvisserij uitsluitend loodvrij wordt gevist. De deelnemende partijen zetten zich in om het loodgebruik in de sportvisserij Europees breed te reduceren. De betrokken ministeries verkennen nut, noodzaak en mogelijkheden van algemeen verbindende voorschriften. Als blijkt dat de vrijwillige afspraken onvoldoende effect hebben, zal de Rijksoverheid algemeen verbindende voorschriften in overweging nemen mits deze opportuun, doelmatig en uitvoerbaar zijn.
2 | Green Deal
Basisdocumentatie probleemstoffen KRW Rapport bij basisdocumenten 2018
Basisdocumentatie probleemstoffen KRW Rapport bij basisdocumenten 2018 Leonard Osté Jaap Postma Gerlinde Roskam Rineke Keijzers Nanette van Duijnhoven
11202236-001
© Deltares, 2018
Titel
Basisdocumentatie probleemstoffen KRW Opdrachtgever
Project
Kenmerk
Pagina's
Rijkwaterstaat WVL
11202236-001
11202236-001-BGS-0001
40
Trefwoorden
Basisdocumenten, probleemstoffen
prioritaire
stoffen
specifieke
verontreinigende
stoffen,
KRW,
Samenvatting
Dit rapport is opgesteld om waterbeheerders te ondersteunen in het ontwerpen van aangepaste monitoring- en maatregelenprogramma's voor probleemstoffen en nieuwe prioritaire stoffen. Het resultaat omvat informatie voor alle KRW-probleemstoffen, die waterbeheerders kunnen gebruiken als die betreffende stof overschrijdt in een bepaald waterlichaam. In drie stappen - de diagnose, de bronnenanalyse en de maatregelenanalyse wordt op een gestandaardiseerde, beknopte en overzichtelijke wijze weergegeven hoe het probleem in elkaar zit (diagnose), wat de oorzaak is (bronnenanalyse) en welke maatregelen genomen zouden kunnen worden en door wie (maatregelenanalyse). De basisdocumenten bestaan uit 3 Excelbestanden: stap 1 - diagnose, stap 2 bronnenanalyse, stap 3 - maatregelenanalyse. Dit rapport beschrijft de gevolgde methodiek en geeft in tekstboxen generieke achtergrondinformatie bij onderwerpen zoals alomtegenwoordige stoffen, toetsingssystematiek en gewasbeschermingsmiddelen. Referenties
Oste, L.A., Postma, J.F., Roskam, G.o., Keijzers, R., Van Duijnhoven, Basisdocumentatie probleemstoffen. Rapport bij de basisdocumenten 2018.
Versie Datum Auteur 0.2 nov 2018 Leonard Osté
Status
definitief
Basisdocumentatie probleemstoffen KRW
Review Joost v.d. Roovaart
Goedkeurin
N., 2018.
11202236-001-BGS-0001, Versie 0.2, 6 november 2018, definitief
Inhoud 1 Inleiding 1.1 Doelstelling 1.2 Probleemstoffen en nieuwe prioritaire stoffen 1.3 Denkkader 1.4 Hoe kan deze systematiek worden gebruikt?
1 1 1 3 4
2 Stap 1 - Diagnose: hoe groot is mijn probleem? 2.1 Algemene informatie 2.2 De vier adviezen in de diagnose (stap 1) 1. Moet de monitoring kwantitatief verbeteren? 2. Moet de monitoring kwalitatief verbeteren? 3. Norm nuanceren? 2.3 Selectie van stoffen voor de bronnenanalyse
5 5 9 9 10 11 15
3 Stap 2 – Bronnenanalyse: wat is de oorzaak? 3.1 Inleiding 3.2 De vijf hoofdvragen 3.3 Selectie van stoffen voor de maatregelenanalyse
17 17 18 25
4 Stap 3 – Maatregelen: wat zijn de oplossingen? 4.1 Noodzaak van maatregelen 4.2 Effectiviteit van maatregelen
27 27 29
5 Referenties
33
Bijlage(n) A Advies voor bronnenanalyse voor alle probleemstoffen
A-1
B Advies voor maatregelenanalyse voor alle stoffen uit de bronnenanalyse
B-1
Basisdocumentatie probleemstoffen KRW
i
11202236-001-BGS-0001, Versie 0.2, 6 november 2018, definitief
Voorwoord In 2016 ontstond meer en meer een beeld dat waterbeheerders weliswaar een groot aantal overschrijdingen van stoffen in oppervlaktewater rapporteerden, maar niet zo goed wisten hoe hiermee om te gaan. Ze vroegen zich af hoe groot het probleem nou eigenlijk was, wat de oorzaken van de overschrijdingen waren en of het überhaupt wel mogelijk was om de norm te halen. Daaruit is het idee geboren om per probleemstof een basisdocument te maken, dat waterbeheerders handelingsperspectief kan bieden. Na een verzoek van RWS om met een voorstel gekomen, hebben Ecofide en Deltares begin 2017 de eerste fundamenten de methodiek ontwikkeld. Bijna twee jaar later heeft dat geleid tot dit rapport en 3 bijbehorende excelbestanden.
Dat was niet mogelijk geweest zonder de stimulerende begeleiding van Hannie Maas en John Hin van RWS-WVL en de feedback die we hebben gekregen van de waterbeheerders en in het bijzonder van de begeleidingsgroep van dit project met als deelnemers: Gert van Ee (Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier namens Rijn West) Wim van der Hulst (Waterschap Aa en Maas namens Maas) Mattie de Vries / Harry Boonstra (Wetterskip Fryslân namens Noord) Frans de Bles (Waterschap Vallei en Veluwe namens Rijn Oost) Jos Goossen (Waterschap Scheldestromen namens Schelde) We hopen dat het eindresultaat bruikbaar is voor waterbeheerders en leidt tot betere en eenduidigere onderbouwing van het omgaan met overschrijdingen van chemische stoffen. Leonard Osté (projectleider Deltares) Jaap Postma (projectleider Ecofide)
Basisdocumentatie probleemstoffen KRW
iii
11202236-001-BGS-0001, Versie 0.2, 6 november 2018, definitief
1 Inleiding 1.1
Doelstelling Volgens de Kaderrichtlijn Water dienen lidstaten voor hun oppervlaktewaterlichamen te beschikken over een monitoringprogramma en een maatregelenprogramma. Als een doelstelling, zoals de norm voor een prioritaire of specifieke verontreinigende stof, niet gehaald dreigt te worden dient het monitoringprogramma getoetst en zo nodig bijgesteld te worden. Tevens dienen eventueel noodzakelijke aanvullende maatregelen te worden opgenomen in het maatregelenprogramma. Voor de nieuwe prioritaire stoffen (uit Richtlijn prioritaire stoffen 2013) moet eind 2018 een aanvullend monitoringprogramma en een voorlopig maatregelenprogramma vastgesteld zijn. Dit rapport dient waterbeheerders te ondersteunen in het ontwerpen van aangepaste monitoring- en maatregelenprogramma’s voor probleemstoffen en nieuwe prioritaire stoffen in oppervlaktewater (en niet in grondwater). Met probleemstoffen wordt in dit kader bedoeld: prioritaire of specifieke verontreinigende stoffen die in 1 of meer waterlichamen de norm overschrijden. Dat betekent dat nutriënten buiten beschouwing worden gelaten, maar dat ammonium wel wordt meegenomen. Verder wordt voor gewasbeschermingsmiddelen voor de bronopsporing en de te nemen maatregelen verwezen naar het Landelijk meetnet gewasbeschermingsmiddelen en de Tweede Nota Duurzame Gewasbescherming.
Voor de KRW-factsheets zullen generieke formuleringen voor deze stoffen worden opgesteld. Het projectresultaat omvat informatie per (probleem)stof, die waterbeheerders kunnen gebruiken om (per waterlichaam) de maatregelen vast te stellen en op te nemen in KRWfactsheets. Het project is met betrokkenheid van waterbeheerders uitgevoerd. Dit is vooral tot stand gekomen vanuit de begeleidingsgroep van het project, die was samengesteld uit vertegenwoordigers van de verschillende deelstroomgebieden. Verder is regelmatig gecommuniceerd met het Regionaal Afstemmingsoverleg Monitoring (RAM), het cluster Monitoring, Rapportage en Evaluatie, MRE en de sub-werkgroepen in de KRW stroomgebieden. De belangrijkste eindproducten zijn de basisdocumenten. Dit betreft Exceldocumenten. De methodiek kent drie onderdelen: de diagnose, de bronnenanalyse en de maatregelenanalyse. In de basisdocumenten zijn deze onderdelen op een gestandaardiseerde en overzichtelijke wijze beschreven. Dit rapport bevat een beknopte beschrijving van de aanpak en het gebruik van deze basisdocumenten. In principe zijn de basisdocumenten zelfstandig te gebruiken.
1.2
1
Probleemstoffen en nieuwe prioritaire stoffen Tabel 1.1 toont de lijst van stoffen waarvoor een basisdocument is opgesteld. Dit is gebaseerd op de data in het Waterkwaliteitsportaal1. Deze oordelen zijn een momentopname. Het is mogelijk dat er nieuwe probleemstoffen bij komen of dat huidige probleemstoffen kunnen worden afgevoerd. Indien voor een stof zowel de norm voor zoet water als voor zoute en overgangswateren wordt overschreden worden voor die stof twee basisdocumenten opgesteld.
www.waterkwaliteitsportaal.nl data bronbestanden publiek december 2015 4.oordelen_owl_2015_20151028.xls
Basisdocumentatie probleemstoffen KRW
1 van 40
11202236-001-BGS-0001, Versie 0.2, 6 november 2018, definitief
Enkele van de in Tabel 1.1 genoemde stoffen behoren tot de nieuwe prioritaire stoffen, maar waren reeds een specifiek verontreinigende stof. Nieuwe prioritaire stoffen die niet in Tabel 1.1 staan, zijn aclonifen, bifenox, dicofol, hexabroomcyclododecaan, PFOS, quinoxyfen, de som dioxines en terbutryn. In totaal zijn er: - 38 basisdocumenten voor organische stoffen die overschrijden in zoet water - 13 basisdocumenten voor organische stoffen die overschrijden in zout of overgangswater - 17 basisdocumenten voor metalen die overschrijden in zoet water - 5 basisdocumenten voor metalen die overschrijden in zout of overgangswater - 8 basisdocumenten voor nieuwe prioritaire stoffen in alle wateren.
Tabel 1.1 Probleemstoffen waarvoor een basisdocument is gemaakt in volgorde van aantal oppervlaktewaterlichamen dat niet voldoet voor een bepaalde stof.
Stofnaam
Stofcode
Categorie
Aantal voldoet niet 299
Aantal voldoet
specifiek
Totaal aantal WL beoordeeld 694
395
% WL dat niet voldoet 43%
zink
Zn
fluorantheen
Flu
prioritair
598
288
310
48%
ammonium
NH4
specifiek
605
256
349
42%
benzo(ghi)peryleen
BghiPe
prioritair
633
208
425
33%
uranium
U
specifiek
175
156
19
89%
kwik
Hg
prioritair
573
154
419
27%
benzo(a)antraceen
BaA
specifiek
343
143
200
42%
seleen
Se
specifiek
226
141
85
62%
benzo(a)pyreen
BaP
prioritair
595
132
463
22%
nikkel
Ni
prioritair
670
126
544
19%
tributyltin (kation)
TC4ySn
prioritair
460
122
338
27%
benzo(b)fluorantheen
BbF
prioritair
605
117
488
19%
kobalt
Co
specifiek
293
110
183
38%
benzo(k)fluorantheen
BkF
prioritair
611
83
528
14%
som heptachloor en cisen transheptachloorepoxide koper
sHpCl2
prioritair, nieuw
296
71
225
24%
Cu
specifiek
670
62
608
9%
arseen
As
specifiek
425
61
364
14%
chryseen
Chr
specifiek
314
60
254
19%
imidacloprid
imdcpd
specifiek
148
58
90
39%
barium
Ba
specifiek
250
31
219
12%
zilver
Ag
specifiek
244
27
217
11%
propoxur
propxr
specifiek
139
15
124
11%
thallium
Tl
specifiek
275
14
261
5%
linuron
linrn
specifiek
300
12
288
4%
cadmium
Cd
prioritair
524
11
513
2%
hexachloorbutadieen
HxClbtDen
prioritair
604
11
593
2%
metazachloor
mzCl
specifiek
272
11
261
4%
2 van 40
Basisdocumentatie probleemstoffen KRW
11202236-001-BGS-0001, Versie 0.2, 6 november 2018, definitief
1.3
Stofnaam
Stofcode
Categorie
Aantal voldoet niet 10
Aantal voldoet
specifiek
Totaal aantal WL beoordeeld 150
140
% WL dat niet voldoet 7%
carbendazim
carbdzm
endosulfan (som alfaen beta-isomeer) esfenvaleraat
endsfn
prioritair
587
9
578
2%
esfvlrt
specifiek
26
9
17
35%
vanadium
V
specifiek
284
8
276
3%
methylpirimifos
C1yprmfs
specifiek
66
7
59
11%
abamectine
abmtne
specifiek
106
5
101
5%
boor
B
specifiek
178
5
173
3%
hexachloorbenzeen
HCB
prioritair
610
5
605
1%
som a-, b-, c- en d-HCH
sHCH4
prioritair
585
5
580
1%
Dichloorvos
DClvs
452
3
449
1%
metolachloor
metlCl
prioritair, nieuw specifiek
357
3
354
1%
lood
Pb
prioritair
610
3
607
0%
trifenyltin (kation)
TFySn
specifiek
277
3
274
1%
ethylazinfos
C2yazfs
specifiek
272
2
270
1%
fenantreen
Fen
specifiek
316
2
314
1%
isoproturon
iptrn
prioritair
614
2
612
0%
4-tertiair-octylfenol
4ttC8yFol
prioritair
547
1
546
0%
Antraceen
Ant
prioritair
624
1
623
0%
methylazinfos
C1yazfs
specifiek
275
1
274
0%
cypermethrin
cypmtn
18
1
17
6%
Dimethoaat
Dmtat
prioritair, nieuw specifiek
38
1
37
3%
Diuron
Durn
prioritair
587
1
586
0%
Irgarol
irgrl
18
1
17
6%
Mevinfos
mevfs
prioritair, nieuw specifiek
271
1
270
0%
Tin
Sn
specifiek
235
1
234
0%
terbutylazine
terC4yazne
specifiek
257
1
256
0%
Denkkader De start van het proces is dat een waterbeheerder een normoverschrijding constateert van een bepaalde stof in een bepaald waterlichaam. Vervolgens onderscheiden we 3 stappen waarin we de waterbeheerder willen ondersteunen. 1. Diagnose: wat is het probleem precies en hoe groot is het? 2. Bronnenanalyse: wat is de oorzaak van het probleem? 3. Maatregelenselectie: hoe los ik mijn probleem op? Per stap is een taartdiagram gemaakt waarin 4 of 5 adviezen zijn opgenomen. De mate waarin zo’n advies belangrijk is of niet, wordt weergegeven middels een kleur in een taartdiagram (zie Figuur 1.1).
Basisdocumentatie probleemstoffen KRW
3 van 40
11202236-001-BGS-0001, Versie 0.2, 6 november 2018, definitief
De drie gekoppelde taartdiagrammen met de bijbehorende toelichting geven een samenhangend en overzichtelijk beeld van de handelingsperspectieven voor de betreffende stof. Idealiter (vanuit de systematiek gezien) volgt een stof de drie taartdiagrammen: er is een probleem, de belangrijkste bronnen worden achterhaald en er worden effectieve maatregelen genomen. In elke stap kunnen echter andere adviezen worden gegeven die het probleem, de bronnen of de maatregelen verder verhelderen. Soms kan dat er toe leiden dat niet naar de volgende stap wordt gegaan, maar het kan ook dat beide opties worden geadviseerd, dus zowel probleemverheldering als inventarisatie van de bronnen dan wel maatregelenanalyse. Indien geen volgende stap wordt geadviseerd, wordt voor die betreffende stof geadviseerd om vooralsnog niet te investeren in maatregelen totdat meer duidelijkheid is over de omvang/aard van het probleem of over de oorzaken. De basisdocumenten zijn vanuit een landelijk perspectief opgesteld. Voor specifieke regio’s of waterlichamen kan de situatie van dit beeld afwijken. De gekwantificeerde aspecten per stap en de taartdiagrammen kunnen tevens worden gebruikt als indicatoren voor de toestand van de waterkwaliteit en de mogelijkheden tot verbetering daarvan. De drie stappen in de systematiek worden hieronder nader toegelicht. Onderbouwing van de norm
Meetfrequentie/ locaties aanpassen Geen prioriteit Matige prioriteit Hoge prioriteit
Bodem/ bovenstrooms
Andere bronnen
Nationale overheid/EU BRONNENANALYSE
Beter kwantificeren
MaatregelenANALYSE
Andere sectoren
DIAGNOSE
Reg. waterbeheerders
Meetmethode aanpassen
Regionaliseren
Provincies/ gemeenten
Figuur 1.1 Overzicht van de 3 stappen van de methodiek en de mogelijke acties die kunnen worden geadviseerd.
1.4
Hoe kan deze systematiek worden gebruikt? Sommige aspecten van de systematiek zijn gebaseerd op regionale of lokale informatie, bijvoorbeeld de meetfrequentie of het aantal overschrijdingen, maar andere aspecten zijn landelijk of Europees gelijk (generiek), bijvoorbeeld normen of de belasting van oppervlaktewater via luchtemissies. Deze generieke informatie is opgenomen in de basisdocumenten. Dat neemt niet weg dat detailinformatie en gebiedskennis van de beheerder essentieel zijn voor zinvolle beslissingen over maatregelen.
4 van 40
Basisdocumentatie probleemstoffen KRW
11202236-001-BGS-0001, Versie 0.2, 6 november 2018, definitief
2 Stap 1 - Diagnose: hoe groot is mijn probleem? 2.1
Algemene informatie Het doel van deze stap is het inzichtelijk maken of en in welke mate een stof daadwerkelijk een probleem vormt. Dit is uitgewerkt via vier adviezen. Uit de systematiek blijkt of een bepaald advies een hoge (donker gekleurd), gemiddelde (middel gekleurd) of lage (licht gekleurd) prioriteit krijgt. Voor een bepaalde stof kan blijken dat alle adviezen een hoge prioriteit krijgen. Om de adviezen te prioriteren en te onderbouwen zijn data nodig. Deze landelijke data (periode 2010-2015) zijn, net als de oordelen, verkregen via het Waterkwaliteitsportaal2. Deze landelijke data kunnen niet een op een vergeleken worden met de oordelen van de oppervlaktewaterlichamen. De selectie van data varieert per waterschap. Sommige waterschappen hebben al hun data geleverd, andere alleen KRW-meetpunten of een combinatie daarvan. Bovendien is het niet eenvoudig om te bepalen welke locaties zijn gebruikt als KRW-meetpunt. Dit is gebeurd met een koppeltabel, maar die is verre van perfect. Toch denken we dat de data een goede algemene indruk geven van de toestand. Figuur 2.1 en Figuur 2.2 geven het resultaat voor kobalt weer als voorbeeld. Met een eerste blik krijgt de waterbeheerder een beeld van de betreffende stof. Voor stap 1 zijn vier adviezen mogelijk: Voor een goede bepaling van de omvang van het probleem wordt geadviseerd om 1.
De meetfrequentie of de meetlocaties aan te passen. 2. De meetmethode aan te passen door lagere rapportagegrenzen te halen of in een ander compartiment te meten. 3. Nog eens goed te kijken naar de (eerste en/of tweedelijns) normen Advies nummer 4 betreft geen advies om het probleem beter in kaart te brengen, maar gaat over het nut van het uitvoeren van een bronnenanalyse (stap 2). Uit het taartdiagram in Figuur 1.1 blijkt dat de meetfrequentie/aantal locaties en de meetmethode prioriteit ’gemiddeld’ krijgen (het zou beter kunnen, maar de kans is klein dat die verbeteringen een ander beeld van het probleem geven). Onderbouwing van de norm wordt ‘hoog’ geprioriteerd (er is dus een grote kans dat actie leidt tot ander beeld van het probleem). Ondanks dat de omvang en ernst van het kobaltprobleem nog niet helemaal helder is, wordt toch geadviseerd (prioriteit ‘hoog’) om een bronnenanalyse uit te voeren. De verwachting is namelijk niet dat na de eerder genoemde acties alle normoverschrijdingen van kobalt zijn opgelost. In de boxen onder het taartdiagram wordt een zeer beknopte toelichting gegeven op het advies dat voor elke vraag is gegeven.
2
www.waterkwaliteitsportaal.nl data waterkwaliteitsmetingen – chemie meetgegevens 2010-2015. Deze bestanden zijn in het kader van het project Basisdocumentatie gecombineerd tot 1 Accesbestand waarop kwaliteitsborging is uitgevoerd (bijv. foute compartimenten verwijderd, dubbele data verwijderd, etc.)
Basisdocumentatie probleemstoffen KRW
5 van 40
11202236-001-BGS-0001, Versie 0.2, 6 november 2018, definitief
Figuur 2.2 geeft aanvullende toelichting. Dit is een vrij in te vullen pagina (maar wel maximaal 1 pagina). Een terugkomend element is dat voor alle stoffen een kaartje is opgenomen met de jaargemiddelde concentratie in elk meetpunt waarvoor minimaal 1 jaar beschikbaar is met 4 metingen. Dit kaartje is bedoeld om een kwalitatief beeld te krijgen van regionale verschillen. Voor kobalt is te zien dat de hoogste concentraties in (hoge) zandgebieden liggen (Oost-Brabant, Veluwe en grensgebied Twente/Drenthe). Na Figuur 2.1 en Figuur 2.2 worden de criteria beschreven die als basis dienen om de adviezen te formuleren. De criteria zijn voor het grootste deel kwantitatief (of ja/nee) geformuleerd. Dit geeft een kleurenpalet. Hoewel de criteria samen het advies bepalen, is er geen exacte formule om van criteria tot advies te komen. Dit is een kwalitatief proces waarin expertkennis wordt meegenomen. Wel wordt het advies gemotiveerd in het begeleidende Excelbestand.
6 van 40
Basisdocumentatie probleemstoffen KRW
11202236-001-BGS-0001, Versie 0.2, 6 november 2018, definitief
Diagnose voor Kobalt in zoetwater Specifiek verontreinigend; JG-MKE = 0,2; MAC-MKE= 1,36 µg /l; AC = 0,2 µg/l (correctie AC alleen voor MAC-MKE mogelijk). Zie www.RIVM.nl/rvs. 3. Normstelling
2. Beter meten
4. Bronanalyse
1. Meetfreq./locaties
1 Moet de monitoring kwantitatief verbeteren (meer meten)? onderbouwing: In 35% van de waterlichamen zijn gegevens over de kobalt concentraties aanwezig, terwijl in 73% van de locaties overschrijdingen zijn vastgesteld. De meetintensiteit verschilt per waterschap. Voor sommige is intensivering wenselijk.
Prioriteit Gemiddeld
2 Moet de monitoring kwalitatief verbeteren (beter meten)? onderbouwing: Rapportagegrens ligt rondom norm en behoeft enige aandacht maar normoverschrijdingen zijn voldoende betrouwbaar.
Gemiddeld
3 Is er vanuit de normstelling sprake van voortschrijdend inzicht, waardoor de ernst van de normoverschrijding wellicht genuanceerd moet worden? onderbouwing: Validatie van de bij de normstelling gebruikte BioAccumulatie Factor (BAF) is wenselijk alsmede een evaluatie van uitgangspunten humane risico beoordeling i.r.t. nieuwe EU-guidance normstelling. Norm ligt op achtergrond concentratie, maar risico's rondom deze waarde zijn niet uit te sluiten. Nagaan of kobalt van nature plaatselijk verhoogd voorkomt (Kempen, Twente, Achterhoek?) cq. of een regionale AC een oplossing zou kunnen zijn.
Hoog
4 Is het uitvoeren van een bronnenanalyse een nuttige vervolgstap? onderbouwing: De JG-MKE wordt in driekwart van de locaties overschreden, waarbij de overschrijdingsfactor tot 50 kan oplopen. Ook treden er enkele overschrijdingen van de MAC-MKE op. In beperkte mate lijkt er sprake van regionale verschillen.
Hoog
Figuur 2.1 Voorbeeld van de visuele weergave van stap 1 (licht=lage prioriteit, middel=middelmatige prioriteit en donker=hoge prioriteit).
Basisdocumentatie probleemstoffen KRW
7 van 40
11202236-001-BGS-0001, Versie 0.2, 6 november 2018, definitief
Nadere toelichting: In de linker figuur zijn alle chemische meetdata van deze stof uit het Waterkwaliteitsportaal weergegeven o.b.v. locatiegemiddelde waarden over de periode 2010-2015. 'Niet toetsbaar' betekent dat alle metingen onder de rapportagegrens liggen (en de rapportagegrens >norm is). De rechter figuur geeft de oordelen van de waterbeheerders weer (dus niet berekend in dit project) voor de betreffende stof op basis van het oordeel gegeven in het SGBP van 2015. 'Geen oordeel' betekent dat de waterbeheerder geen oordeel heeft bepaald. Aanvullende toelichting is gegeven in het rapport, paragraaf 2.1.
Figuur 2.2 Voorbeeld van de nadere toelichting voor een stof, de minimale versie bevat een kaart met alle meetpunten die een jaar met minimaal 4 metingen beschikbaar hebben. Er kan echter ook andere toelichting worden opgenomen.
Als nadere toelichting bij de kaarten: de basis van de twee kaarten is verschillend. In de linker figuur zijn de gemeten concentraties weergegeven op basis van de bestanden Waterkwaliteitsmetingen - Chemie op het Waterkwaliteitsportaal. Alleen jaren met ten minste 4 metingen zijn meegenomen en na berekening van de jaargemiddeldes is het gemiddelde over alle jaren (2010-2015) berekend. De locaties waarvoor alle metingen < de rapportagegrens waren én waarvoor de rapportagegrens > norm is, zijn als niet toetsbaar weergegeven (grijze punten). Voor locaties waarvoor alle metingen onder de rapportagegrens (rg) liggen én waarvoor de rapportagegrens < norm is, wordt wel een jaargemiddelde berekend met 0,5xrg als waarde. Dit zijn dus geen daadwerkelijk gemeten waarden, je kunt wel met zekerheid zeggen dat ze geen probleem vormen voor de KRW. Ze zijn dus wel toetsbaar.
8 van 40
Basisdocumentatie probleemstoffen KRW
11202236-001-BGS-0001, Versie 0.2, 6 november 2018, definitief
De rechterfiguur is niet in dit project berekend maar direct gebaseerd op het oordeel van de beheerders voor de betreffende stoffen zoals opgenomen in KRW bestand 4.oordelen_owl_2015_20151028.csv op het Waterkwaliteitsportaal. 2.2
De vier adviezen in de diagnose (stap 1) 1. Moet de monitoring kwantitatief verbeteren? Achterliggend doel. Beperkingen in de monitoring kunnen ertoe leiden dat het niet duidelijk is in welke mate de stof een probleem vormt. Toelichting. Op basis van een beperkt aantal metingen in tijd of ruimte, kan in sommige oppervlaktewaterlichamen een normoverschrijding zijn vastgesteld. Tegelijkertijd hoeft het niet te betekenen dat de stof altijd en overal een probleem vormt. Voor beheerders die in hun gebied nog onvoldoende beeld hebben van het probleem kan dit aanleiding zijn om vaker of op meer plaatsen te meten. Mogelijke antwoorden. Uitbreiden van de monitoring in tijd of ruimte zal niet leiden tot een wezenlijk ander oordeel over de ernst van de normoverschrijding. Uitbreiden van de monitoring in gebieden met weinig metingen in tijd en/of ruimte is wenselijk, maar de mate waarin en snelheid waarmee kan worden afgewogen ten opzichte van andere wensen, die aan meetprogramma’s worden gesteld. Uitbreiden van de monitoring in gebieden met weinig metingen in tijd en/of ruimte is op korte termijn wenselijk omdat de omvang van de normoverschrijding onvoldoende duidelijk in beeld is. Onderbouwing. Bovenstaand kwalitatief antwoord wordt gebaseerd op een aantal meer kwantitatief cq.
objectief te beoordelen aspecten, namelijk: Vraag 1 Moet de monitoring kwantitatief verbeteren? Welk percentage van de WL heeft geen meetpunt waar de betreffende stof is gemeten? Hoeveel meetjaren in de periode 2010-2015 met minimaal 4 metingen zijn er gemiddeld beschikbaar? Voor welk deel van de locaties waar een stof is gemeten, zijn er minimaal 4 metingen per jaar gedaan?
<30%
30-70%
>2
1-2
>75%
25-75%
>70%
<25%
Toelichting op de resultaten. Vooral voor de gewasbeschermingsmiddelen (GBM) wordt vaak aangegeven dat het beeld niet compleet is en dat meer meten gewenst zou zijn om een beter beeld te krijgen van de omvang van het probleem. De begeleidingscommissie is het in essentie eens met deze constatering, maar vindt dat de beheerder gemotiveerd kan beslissen een GBM niet te meten bijv. omdat de teelt waarin het middel wordt gebruikt, niet voorkomt in zijn gebied. Het landelijk meetnet GBM (en alle reductieplannen en andere acties daaraan verbonden) wordt gezien als maatregel, maar dat neemt niet weg dat de KRW een eigen monitoringsverplichting heeft.
Basisdocumentatie probleemstoffen KRW
9 van 40
11202236-001-BGS-0001, Versie 0.2, 6 november 2018, definitief
2. Moet de monitoring kwalitatief verbeteren? Achterliggend doel. Nagaan of de geconstateerde normoverschrijdingen voldoende betrouwbaar zijn.
i.
ii.
iii.
iv.
Toelichting. Er zijn in de KRW, de bijbehorende EU-richtlijnen en de Richtlijn Monitoring meerdere eisen gesteld aan metingen, nl.: In de Europese QA/QC richtlijn wordt gesteld dat de rapportagegrens ten hoogste 1/3 van de norm-waarde mag bedragen. Als hier niet aan wordt voldaan, kan één enkele meting óp de rapportagegrens al een overschrijding van de MAC-MKE betekenen, terwijl de analytische betrouwbaarheid van die overschrijding dan laag is. Voor de metalen Cu, Ni en Zn kan een 2de-lijnstoetsing worden gebruikt, waarmee de biologische beschikbaarheid in ogenschouw wordt genomen. Hiervoor moeten dan wel enkele ondersteunende parameters in de monitoring worden meegenomen (pH, DOC, hardheid). Meer in het algemeen is het voor metalen belangrijk dat deze in gefiltreerd oppervlaktewater worden gemeten. Dit is voor de meeste oppervlaktewaterlichamen ondertussen de standaard praktijk. De chemische waterkwaliteitsdoelen zijn gericht op het beschermen van ecologische, doorvergiftiging en humane risico’s. Bij die laatste twee sporen is de JG-MKE norm meestal gebaseerd op een achterliggende risicowaarde in een organisme (zoals een vis of mossel). Dit geldt voor stoffen met een formeel vastgestelde biotanorm maar ook voor sommige andere, zoals kobalt en selenium.
Een lokale biologische beschikbaarheid, die afwijkt van hetgeen in de normstelling is verondersteld, kan dan leiden tot een normoverschrijding in oppervlaktewater terwijl de gehalten in biota wel voldoen. Het opnemen van biota in nader onderzoek of monitoring kan deze onzekerheid verkleinen.
Mogelijke antwoorden. Verbeteren van de analysetechniek en/of het aanvullend meten van extra parameters zal niet leiden tot een wezenlijk ander oordeel over de ernst van de normoverschrijding. In gebieden die niet aan bovenstaande eisen voldoen, is het verbeteren of wijzigen van de analysemethode en/of het aanvullend meten van extra parameters wenselijk, maar de mate waarin en snelheid waarmee kan worden afgewogen ten opzichte van andere wensen, die aan meetprogramma’s worden gesteld. In gebieden die niet aan bovenstaande eisen voldoen, is het verbeteren van de analysetechniek en/of het aanvullend meten van extra parameters op korte termijn wenselijk, omdat de ernst van de normoverschrijding onvoldoende duidelijk in beeld is.
10 van 40
Basisdocumentatie probleemstoffen KRW
11202236-001-BGS-0001, Versie 0.2, 6 november 2018, definitief
Onderbouwing. Bovenstaand kwalitatieve antwoord wordt gebaseerd op een aantal meer kwantitatief c.q. objectief te beoordelen aspecten, namelijk: Vraag 2 Moet de monitoring kwalitatief verbeteren? Hoeveel procent van de meetdata ligt onder de rapportagegrens? Wat is de gemiddelde factor tussen de JG-MKE norm en de rapportagegrens? Wat is de gemiddelde factor tussen de gemiddelde MAC-MKE norm en de rapportagegrens? Voor welk deel zijn de meetgegevens van metalen gebaseerd op gefiltreerd oppervlaktewater? Wordt er gemeten in biota voor stoffen met een biotanorm?
<50%
50-90%
>90%
>5
2-5
<2
>5
2-5
<2
>75%
25-75%
<25%
n.v.t.
Ja
Incidenteel
Nee
n.v.t.
Toelichting op de resultaten Verlagen rapportagegrenzen Het advies ‘beter meten’ is in de meeste gevallen gericht op verlaging van rapportagegrenzen. In veel gevallen worden deze adviezen opgepakt in andere werkgroepen, zoals RAM (voor KRW monitoring) en de werkgroep AAN (voor bestrijdingsmiddelen). Op die manier, worden acties zoveel mogelijk gezamenlijk opgepakt in plaats van door elke beheerder afzonderlijk. Biotamonitoring Vanaf 2017 meet RWS de prioritaire stoffen waarvoor een biotanorm is vastgesteld ook in biota. Het gaat om PBDE’s. HCB, PFOS, heptachloor + -epoxide, dioxines, fluorantheen, BaP, hexachloorbutadieen, Hg, dicofol en HBCDD. Er wordt gemonitord op 18 RWS-locaties in gehele vis (blankvoorn of bot) en voor PAK’s in mosselvlees van 6 weken uitgehangen mosselen. Meer informatie is te vinden in Ecofide (2016).
3. Norm nuanceren? Achterliggend doel. Ook bij normen kan sprake zijn van voortschrijdend inzicht. Men wil voorkomen dat er allerlei maatregelen worden genomen, terwijl een eventueel wenselijke herziening van de norm tot een andere omvang van het probleem kan leiden. Toelichting. Bij het opstellen van de chemische waterkwaliteitsdoelen wordt met alle beschikbare gegevens en kennis rekening gehouden. Dit laat onverlet dat deze gegevens en kennis ook beperkingen kunnen hebben, waardoor de ene norm een hogere betrouwbaarheid heeft dan de andere. Naast het beoordelen van de meetgegevens op kwantiteit en kwaliteit (vraag 1 en 2), is het ook zinvol om na te gaan in hoeverre er sprake kan zijn van voortschrijdend inzicht in de normstelling en toetsing. Meer specifiek kan dit vooral bij de volgende situaties een rol spelen: i. Tweedelijns normstelling. Voor diverse stoffen mag rekening gehouden worden met biobeschikbaarheid of achtergrondconcentraties. Zowel biotic ligand models als achtergrondconcentraties worden in Nederland reeds toegepast, maar tegelijkertijd worden de methodieken van deze twee onderwerpen zowel in Nederland als in Europa nog doorontwikkeld.
Basisdocumentatie probleemstoffen KRW
11 van 40
11202236-001-BGS-0001, Versie 0.2, 6 november 2018, definitief
ii. Invloed van zwevende stof. In de Europese normstelling is gekozen voor waterkwaliteitsdoelen gebaseerd op opgeloste concentraties. Dit geldt voor metalen, maar ook voor organische verontreinigingen, terwijl de monitoring voor deze laatste groep stoffen op totaal concentraties (dus incl. zwevende stof) is gericht. Deze aanpak levert een veilige eerstelijns toetsing: wordt aan de norm voldaan dan weet men zeker dat er voor deze stof ook geen probleem is. Tegelijkertijd wil dit niet zeggen dat er bij een normoverschrijding ook sprake is van een ernstig en acuut probleem. Dit speelt met name voor erg hydrofobe stoffen een rol. In de EU-richtlijn over normstelling (EC, 2011) is dan ook aangegeven hoe een correctie op basis van de hoeveelheid zwevende stof kan worden uitgevoerd. Hoewel deze werkwijze nog niet toegepast kan worden bij de formele toestandsbeoordeling, is deze nuancering wel relevant bij het prioriteren van maatregelen. Overigens hangt dit aspect ook samen met de biotanormen zoals die onder vraag 2 zijn behandeld en is deze correctie voor sommige specifieke verontreinigende stoffen (die nationaal worden afgeleid) al toegepast. Dit betreft bijvoorbeeld benzo(a)antraceen: de JG-MKE voor deze stof is gebaseerd op humane risico’s uitgaande van een gehalte in biota van 3,0 µg/kg vers. De resulterende JG-MKE is 0,23 ng/l voor opgelost benzo(a)antraceen.
De in de BKMW-normlijsten opgenomen JG-MKE van 0,64 ng/l geldt voor de totale concentratie (Verbruggen en Herwijnen, 2011). iii. Elementen uit de normstelling: vooral in de berekening van de humane blootstelling kunnen nog onzekerheden zitten. Zo worden daar bioaccumulatiefactoren in gebruikt. Het afleiden van dergelijke factoren voor de Nederlandse situatie leidt tot een verbetering van de betrouwbaarheid van de norm (en wellicht tot verlaging van de veiligheidsfactor).
Mogelijke antwoorden. De norm is voldoende betrouwbaar en er zijn geen aanwijzingen dat een herevaluatie van de norm tot een wezenlijk ander oordeel over de ernst van de normoverschrijding zal leiden. E Er zijn enkele aanleidingen om de norm en normtoetsing nader te beschouwen, maar de verwachting is dat dit niet tot een wezenlijk ander oordeel over de ernst van de normoverschrijding zal leiden. E Er zijn voldoende aanwijzingen om in de probleemstelling ook de norm en normtoetsing nader te beschouwen. Onderbouwing. Bovenstaand kwalitatief antwoord wordt gebaseerd op een aantal meer objectief en/of kwantitatief te beoordelen aspecten, namelijk:
Wat is de berekende bijdrage van ZS uitgaande van een gemiddelde ZS-concentratie en foc=0,1 en Koc-factsheet? Is de norm op doorvergiftiging of humane risico’s gebaseerd, als er geen biotanorm is? Zijn er, in het geval van metalen, mogelijkheden voor andere/nieuwe tweedelijns beoordelingen (BLM’s, andere achtergrondconcentraties)? Is range van EQS-en binnen Europa bekend?
12 van 40
<10%
10-50
>50%
Nee
-
Ja
Nee
-
Ja
n.v.t.
Wel beoordelen, geen criteria
Basisdocumentatie probleemstoffen KRW
11202236-001-BGS-0001, Versie 0.2, 6 november 2018, definitief
Toelichting op de resultaten In 2016 zijn vanuit RAM en (deels) via de ‘Landelijke evaluatie KRW-monitoring oppervlaktewater’ punten bij de monitoring en toetsing van stoffen (KRW-chemie) geïnventariseerd, die mogelijk verbetering behoeven. Ecofide (2017) heeft voor deze punten opties voor de verbetering uitgewerkt. Samen met mogelijke verbeteringen op andere aspecten zijn deze opties eind 2017 in het RAM besproken en vervolgens ter accordering voorgelegd aan Cluster MRE. De verbeteringen krijgen vervolgens hun beslag in een nieuwe versie van de Richtlijn KRW-monitoring oppervlaktewater en protocol toetsen en beoordelen, die volgens planning in 2018 wordt opgesteld en in Cluster MRE vastgesteld. Voor de verbeteropties, die op de toetsingsprocedures betrekking hebben, is binnen het huidige project een globale inschatting van de gevolgen gemaakt. Voor de correctie op biobeschikbaarheid is dat in onderstaande tekstbox uitgewerkt. Correctie op biobeschikbaarheid Hierbij wordt gekeken naar het effect van i) een getrapte toetsing (alleen de 2de fase toetsing uitvoeren als de wettelijke norm in de 1ste fase is overschreden); ii) de gewijzigde BLM’s voor Cu, Ni en Zn en het mogelijk invoeren van een BLM voor Pb; iii) het invoeren van een BLM-correctie op de MAC van zink en iv) het ook kunnen uitvoeren van een BLM correctie als alleen de DOC-concentratie bekend is.
Voor stoffen waar een van deze opties het beeld van de normoverschrijdingen betekenisvol lijkt te kunnen gaan wijzigen, is dit in de diagnosestap aangegeven. 4. Is het uitvoeren van een bronnenanalyse een nuttige vervolgstap? Achterliggend doel. Het uitvoeren van een bronnenanalyse kost tijd en geld en is daarmee pas nuttig indien de stof met voldoende zekerheid als ‘probleemstof’ is aangemerkt. Toelichting. De zekerheid waarmee een stof als probleemstof wordt aangemerkt hangt van allerlei aspecten af, zoals het aantal en de omvang van de aangetroffen normoverschrijdingen maar ook de karakteristieken van de analysemethode (rapportagegrens). Naast dit inzicht in de omvang van de normoverschrijdingen kan ook de beleidsmatige status van de stof een rol spelen. Met name voor de categorie “stoffen die zich gedragen als alomtegenwoordige persistente bioaccumulerende en toxische stoffen (PBT) stoffen3” is deze status van belang.