CConstaterende datMiddelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

21-006 Bijlage 4. Ingekomen stukken AB

Commissie Algemeen Bestuur 19 januari 2021, gemeente MiddelburgBij agendapunt: Ingekomen stukken periode 1-2021 (21-006 MZ/RM/AB)26.398 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Dienstverlening aan ondernemers in crisistijd verbeterd (10 december 2020) Webinar terugkijken

Veelgestelde vragen over de Tijdelijke Wet maatregelen COVID-19 (Twm) Er worden vanuit gemeenten veel vragen gesteld over de Twm. Onze juridische helpdesk beantwoordt graag al uw vragen. Er staat ook een FAQ-lijst op de website van de VNG. Heeft u een andere vraag, dan kunt u die per e-mail stellen via covid19@vng.nl. Bereikbaarheid VNG tijdens feestdagen Het hoofdkantoor van de VNG, inclusief de Juridische helpdesk Twm, is van 25 december tot en met 1 januari gesloten. Wij zijn dan telefonisch niet bereikbaar. Uiteraard kunt u uw vragen via het contactformulier blijven insturen. Wij zullen spoedeisende vragen blijven beantwoorden. Andere

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

3/4

vragen worden vanaf 4 januari weer beantwoord. Een alternatief is het voorleggen van uw vraag aan collega’s van gemeenten op het VNG-forum corona.

Met vriendelijke groet, Vereniging van Nederlandse Gemeenten

L.K. Geluk Algemeen directeur

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

4/4

MEMO Aan Van Datum

: : :

Onderwerp

:

Gemeenteraad Burgemeester H.M. Bergmann 3-12‑2020 Inwerkingtreding Tijdelijke wet maatregelen covid-19

Geachte raad, Inleiding Op 1 december jl. is de Tijdelijke wet maatregelen covid-19 (hierna: Twm) in werking getreden. De structuur van aanwijzingen en noodverordeningen heeft plaats gemaakt voor ministeriële regelingen. De Tijdelijke wet kent een centrale sturing, maar sluit daarnaast aan bij de bestuurlijke verhoudingen die buiten crisissituaties gelden. Ook voorziet de Twm in mogelijkheden voor lokaal maatwerk. Dit heeft gevolgen voor u als gemeenteraad, voor het college van B en W en voor mij als burgemeester. De lokale ruimte die geboden wordt, is daarbij overigens wel afhankelijk van de ruimte die geboden wordt in de minsteriele regeling. In deze regeling zijn de coronamaatregelen opgenomen zoals deze tot nu in de noodverordening stonden. Via dit memo informeer ik u over de hoofdlijnen van de Twm. Daarnaast informeer ik u over de werkwijze waarop wij als Zeeuwse gemeenten blijven samenwerken bij de aanpak van het coronavirus. De Tijdelijke wet maatregelen covid-19 in het kort Met de Twm wordt een nieuw hoofdstuk toegevoegd aan de Wet publieke gezondheid (Wpg). Hierin wordt een grondslag opgenomen voor aanvullende maatregelen die nodig zijn ter bestrijding van de covid-19 epidemie. De Twm kent twee belangrijke uitgangspunten.

In de eerste plaats beoogt de Twm de wettelijke basis voor de bestrijding van covid-19 te versterken door deze te baseren op ministeriële regelingen. Hiermee vervalt de huidige situatie waarbij sinds 12 maart 2020 de voorzitter van de veiligheidsregio een noodverordening vaststelt die is gebaseerd op een aanwijzing van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (hierna: VWS). Door het vaststellen van de ministeriële regelingen krijgt het parlement positie, zodat de democratische legitimiteit van maatregelen is geborgd en wordt een specifieke wettelijke basis geboden voor maatregelen die grondrechten beperken. In de tweede plaats beoogt de Twm de positie van het lokale bestuur en de lokale democratie in het bestrijden van (de gevolgen van) de coronacrisis te versterken. De wet biedt meer ruimte voor lokaal en regionaal maatwerk, waardoor gerichte maatregelen per gebied kunnen worden getroffen en andere gebieden niet méér beperkingen ondervinden dan nodig is. Onder de Twm wordt de 1,5 meter-afstandsregel bij algemene maatregel van bestuur vastgesteld en worden de huidige maatregelen ter bestrijding van covid-19 vastgesteld en uitgewerkt in ministeriële regelingen. Ook de mondkapjesplicht, die eveneens is ingegaan per 1 december jl., is daarin geregeld. De noodverordening covid-19 Veiligheidsregio Zeeland d.d. 18 november 2020 is op 1 december jl. ingetrokken.

De rol van de burgemeester op grond van de Twm De verantwoordelijkheden en bevoegdheden ten aanzien van het verlenen van ontheffingen van landelijke regels, het geven van aanwijzingen en bevelen en de bestuurlijke handhaving 1

voor de bestrijding van de coronacrisis worden belegd bij de burgemeester. Hiermee wordt een terugkeer naar de normale bestuurlijke verhoudingen beoogd. De burgemeester legt over de inzet van de bevoegdheden die hem op grond van de Twm toekomen, verantwoording af aan de gemeenteraad. Het uitgangspunt is: landelijk waar het moet, lokaal maatwerk waar het kan. De minister bepaalt in overleg met het parlement de noodzakelijke maatregelen en legt deze vast in ministeriële regelingen. De gemeenten voeren deze maatregelen uit en hebben lokaal in bepaalde gevallen autonome afwegingsruimte. Het is van belang te benadrukken dat de fase waarin de bestrijding van het virus zich bevindt, bepalend is voor de mate waarin lokaal maatwerk aan de orde kan zijn. Lokaal maatwerk komt tot stand doordat de minister differentiatie aanbrengt tussen gemeenten en (veiligheids)regio’s als er tussen die gemeenten en regio’s grote verschillen zijn in de verspreiding van het virus. Daarnaast kan de ministeriele regeling bepalen dat de burgemeester aanwijzingsbesluiten kan nemen en/of in bijzondere situaties ontheffingen kan verlenen. Los hiervan geldt dat gemeenten/gemeenteraden met reguliere gemeentelijke verordeningen en bevoegdheden zelf regels kunnen stellen, zolang deze niet in strijd zijn met de bij of krachtens de Twm gestelde regels.

Dit kan bijvoorbeeld betrekking hebben op de fysieke openbare ruimte. Te denken valt aan het afsluiten van straten, gebieden en/of het verplaatsen van markten vanwege het risico van opeenhoping van mensen. Het gaat om bevoegdheden zoals die ook al bestonden naast het regime van de noodverordeningen. Ontheffingsmogelijkheid De burgemeester is bevoegd, binnen de wettelijke kaders, ontheffingen te verlenen. De ontheffing kan betrekking hebben op de groepsvorming, publieke plaatsen en evenementen. Een ontheffing kan worden verleend wanneer voldaan wordt aan de volgende punten:  Het ontheffingsverzoek wordt afgewogen tegen het belang van de bestrijding van het virus. Als de burgemeester van mening is dat het belang van die bestrijding zich tegen de ontheffing verzet, wordt de ontheffing niet verleend.  Ontheffingsbesluiten zijn altijd gericht op een bijzonder, concreet geval. Dat wil zeggen dat ontheffingen als individuele uitzondering op de algemene regel dienen en niet bedoeld zijn om nieuwe algemene uitzonderingen te maken of een ander regime te laten gelden. Het feit dat ontheffingen alleen zien op een individuele, lokale situatie, betekent evenmin dat ze voor een hele branche kunnen gelden.  De burgemeester raadpleegt de GGD voordat de ontheffing wordt verleend.

Aan de ontheffing kunnen door de burgemeester voorschriften en beperkingen worden verbonden, al dan niet naar aanleiding van het advies van de GGD. Op dit moment is de situatie dusdanig ernstig dat landelijk uniforme maatregelen genomen zijn door het Rijk. De eerste ministeriële regeling voorziet dan ook niet in aanvullende ontheffingsmogelijkheden of vergelijkbare bevoegdheden voor de burgemeester.1 Maar, naarmate de situatie verbetert en het risiconiveau in regio’s wordt afgeschaald, ligt het voor de hand dat er meer ruimte komt voor lokaal maatwerk. Handhaving In reguliere regelgeving heeft de burgemeester de mogelijkheid tot het geven van aanwijzingen en bevelen wanneer de openbare orde en veiligheid dat vereist. In het verlengde daarvan geeft de Twm de burgemeester ook in het kader van de bestrijding van covid-19 een dergelijke aanwijzings- en bevelsbevoegdheid. Het gaat dan bijvoorbeeld om aanwijzingen en bevelen ter handhaving van de zorgplicht die rust op ondernemers of exploitanten om de veilige afstand tussen personen te waarborgen.

1 Zie VNG Ledenbrief 20/082: Inwerkingtreding Tijdelijke wet maatregelen covid-19

2

Op grond van artikel 125 van de Gemeentewet komen de burgemeester handhavingsbevoegdheden toe ten aanzien van de regelgeving die hij uitvoert. De burgemeester kan waarschuwingsbrieven verzenden en lasten onder dwangsom of bestuursdwang opleggen. Tot 1 december lagen deze bevoegdheden op grond van de noodverordening bij de voorzitter van de veiligheidsregio. Deze bevoegdheden zijn per 1 december overgegaan naar de individuele burgemeesters. Voor een volledig overzicht van de handhavingsmogelijkheden van de burgemeester wordt verwezen naar p. 33 van de VNG Handreiking Tijdelijke wet maatregelen covid-19 voor gemeenten. Overige bevoegdheden van de burgemeester Bij een ramp of crisis van meer dan lokale betekenis (zoals de covid-19 crisis) is normaal gesproken de voorzitter van de veiligheidsregio bevoegd om in plaats van de burgemeester toepassing te geven aan de openbare orde-bevoegdheden. De Twm maakt op die systematiek een uitzondering. Het gaat om de openbare orde-bevoegdheden uit de Gemeentewet (met uitzondering van de bevoegdheid om noodverordeningen vast te stellen), het gezag over brandweer en politie en de bevoegdheden uit de Wet openbare manifestaties. Deze bevoegdheden blijven dus bij de burgemeester, ook in relatie tot de bestrijding van de covid-19 epidemie.

Rol voorzitter veiligheidsregio Indien de uitoefening van de bevoegdheden van de burgemeesters (bijvoorbeeld als die betrekking hebben op een evenement) leidt tot bovenlokale effecten, kan de minister van VWS besluiten dat de voorzitter van de veiligheidsregio alsnog bij uitsluiting bevoegd is toepassing te geven aan de aan de burgemeester toegekende openbare-ordebevoegdheid en de bevoegdheid tot handhaving, voorzover dit nodig is voor de bestrijding van de epidemie. Deze overdracht dient steeds niet langer te duren dan strikt noodzakelijk is, gelet op het uitgangspunt dat de bevoegdheden bij burgemeesters belegd zijn. In die situatie is de voorzitter van de veiligheidsregio verantwoording schuldig aan de betrokken gemeenteraden. De voorzitter van de veiligheidsregio behoudt daarnaast zijn coördinerende en signalerende rol. Hij verzamelt de nodige informatie over de lokale uitvoeringspraktijk. Als voorzitter van het regionaal beleidsteam heeft hij een rol bij de afstemming tussen gemeenten (zie ook kopje ‘regionale aanpak Zeeland’). Ook blijft de voorzitter zoals voorheen specifieke bevoegdheden uit de Wet publieke gezondheid uitoefenen, zoals het in isolatie of quarantaine plaatsen van personen en het treffen van maatregelen gericht op gebouwen, goederen en vervoermiddelen.

Positie gemeenteraad en college van B en W De burgemeester legt over zijn inzet van de bevoegdheden die hem op grond van de Twm toekomen verantwoording af aan de gemeenteraad. Het gaat hierbij om verantwoording over zijn beleid omtrent de verlening of weigering van ontheffingen, het geven van aanwijzingen die betrekking hebben op onder meer de zorgplicht in publieke en besloten plaatsen en de inzet van toegekende bevelsbevoegdheden. Dit maakt voor deze onderwerpen lokaal debat mogelijk, zoals dat nu gebeurt ten aanzien van de reguliere (openbare orde-)bevoegdheden van de burgemeester als eenhoofdig orgaan. Verantwoording over de inzet van bevoegdheden hoeft niet steeds per geval te gebeuren; door middel van periodieke rapportages kan verantwoording worden afgelegd. De Twm en de daarop gebaseerde ministeriële regelingen gaan boven lokale regelgeving. Op de terreinen waar geen ministeriële regeling van toepassing is, is het lokaal bestuur bevoegd om zelf regels te stellen met reguliere gemeentelijke bevoegdheden (autonomie), zodra landelijke regels hiervoor de ruimte bieden. Zolang bij ministeriële regeling een maatregel wordt getroffen, kan een gemeente niet zelf een soepelere regeling treffen. De aan de burgemeester toegekende bevoegdheden uit de Twm kunnen de taken en bevoegdheden die het college van B en W op verschillende beleidsterreinen heeft, raken.

Daarom is in de wet vastgelegd dat de burgemeester de wethouders de informatie verstrekt over de uitoefening van zijn bevoegdheden uit de Wpg die zij nodig hebben voor de 3

uitoefening van de taken van het college van B en W als geheel. Over de uitoefening van hun bevoegdheden leggen de lokale bestuurders verantwoording af aan de gemeenteraad en vindt lokaal debat plaats. Regionale aanpak Zeeland GRIP niveau Bij een (dreigende) crisis van meer dan plaatselijke betekenis wordt doorgaans opgeschaald naar GRIP-4. Van deze opschalingfase was in Zeeland sinds 12 maart 2020 sprake. De Twm spreekt echter niet over GRIP-4 niveau. De wet is leidend, de GRIP-procedure is als instrument volgend. Het al dan niet opschalen in de GRIP-structuur heeft in beginsel geen effect op de verdeling van verantwoordelijkheden en bevoegdheden die zijn vastgelegd in de Twm en die hierboven zijn toegelicht. Afstemming op regionaal niveau Het regionale beleidsteam blijft als overleggremium fungeren. Aan dit regionaal beleidsteam nemen onder andere alle 13 Zeeuwse burgemeesters deel. In het beleidsteam stemmen we regionaal af. Daarmee wordt duidelijkheid verschaft aan inwoners en (bovenlokaal opererende) bedrijven en organisaties en wordt differentiatie en onduidelijkheid over regels en handhaving in de regio zo veel als mogelijk voorkomen. Het huidige regionale handhavingsbeleid, waarin de maatregelen en handhavingsstrategie worden afgestemd om een waterbedeffect te voorkomen, zal dus nadrukkelijk als uitgangspunt worden genomen.

Ook de regionale communicatie wordt in stand gehouden, met het oog op het uitdragen van een eenduidige boodschap. Operationeel wordt de crisisorganisatie aangepast naar een projectorganisatie, die zal fungeren als schakel naar de individuele Zeeuwse gemeenten. Verantwoording voorzitter VRZ over periode 12 maart-30 november 2020 Conform de Wet veiligheidsregio’s volgt een schriftelijke verantwoording van de voorzitter Veiligheidsregio Zeeland aan de gemeenteraden over de aanpak van de crisis in de periode dat GRIP 4 van kracht was tot het moment van inwerkingtreding van de Twm. Dit gebeurt binnen een maand na inwerkingtreding van de Twm. Eerder hebt u een tussentijdse, schriftelijke verantwoording ontvangen over de aanpak van de crisis. Daarnaast is op 4 en 18 november via een webinar informatie gedeeld. Tot slot Zoals ik hierboven aan gaf, leg ik als burgemeester over de inzet van de bevoegdheden die mij sinds 1 december 2020 op grond van de Twm toekomen verantwoording af aan uw gemeenteraad. Op korte termijn treed ik met uw raad in overleg om nadere afspraken te maken over de wijze van verantwoording. Ik vertrouw erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

De burgemeester van Middelburg,

H.M. Bergmann

Bijlagen: - VNG Handreiking Tijdelijke wet maatregelen covid-19 voor gemeenten - VNG Ledenbrief 20/082: Inwerkingtreding Tijdelijke wet maatregelen covid-19 4

Intrekking Aanwijzing Buitengewoon Opsporingsambtenaren De voorzitter van de veiligheidsregio Zeeland, gelet op het besluit “Intrekking Noodverordening COVID-19 veiligheidsregio Zeeland 18 november 2020”; besluit: Artikel 1 Het Aanwijzingsbesluit van de voorzitter van de Veiligheidsregio Zeeland, als bedoeld in artikel 4.2 sub b van de Noodverordening COVID-19 veiligheidsregio Zeeland van 27 maart 2020 (Aanwijzing Buitengewoon Opsporingsambtenaren), vastgesteld op 30 maart 2020 wordt ingetrokken. Artikel 2 Dit besluit wordt bekendgemaakt op www.veiligheidsregiozeeland.nl en www.zeelandveilig.nl en treedt in werking met ingang van 1 december 2020. Artikel 3 Dit besluit wordt aangehaald als: Intrekking Aanwijzing Buitengewoon Opsporingsambtenaren.

Vastgesteld op 1 december 2020 te Middelburg om 18:00.

De voorzitter van de veiligheidsregio Zeeland

J.A.H. Lonink

Toelichting Met ingang van 1 december 2020 treedt de Tijdelijke wet maatregelen COVID-19 in werking. Deze wet vervangt de door de voorzitter vastgestelde noodverordening. Nu een noodverordening niet langer noodzakelijk is, trekt de voorzitter van de veiligheidsregio de noodverordening van 18 november 2020 in per 1 december 2020. Omdat de noodverordening is ingetrokken, bestaat geen aanleiding meer om buitengewoon opsporingsambtenaren, ongeacht het domein waar de onderscheiden boa’s zijn ingedeeld, aan te wijzen met het oog op de naleving van de voorschriften van de noodverordening. Dit intrekkingsbesluit wordt bekendgemaakt door plaatsing op www.veiligheidsregiozeeland.nl en www.zeelandveilig.nl.

1

Intrekking Noodverordening COVID-19 veiligheidsregio Zeeland 18 november 2020 De voorzitter van de veiligheidsregio Zeeland, gelet op artikel 176 van de Gemeentewet en artikel 39 van de Wet veiligheidsregio’s; gelet op de aanwijzing van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, mede namens de minister van Justitie en Veiligheid, van 30 november 2020, nummer 1790564-215027PDC19; constaterende dat hiermee een intensieve en bijzondere periode wordt afgesloten waarin de voorzitters van de Veiligheidsregio, verenigd in het Veiligheidsberaad, een belangrijke bijdrage hebben geleverd aan de bestrijding van Covid 19; besluit: Artikel 1 De Noodverordening COVID-19 veiligheidsregio Zeeland 18 november 2020 wordt ingetrokken. Artikel 2 Dit besluit wordt bekendgemaakt op www.veiligheidsregiozeeland.nl en www.zeelandveilig.nl en treedt in werking met ingang van 1 december 2020. Artikel 3 Dit besluit wordt aangehaald als: Intrekking Noodverordening COVID-19 veiligheidsregio Zeeland 18 november 2020. Vastgesteld op 1 december te Middelburg om 18:00.

De voorzitter van de veiligheidsregio Zeeland

J.A.H. Lonink

Toelichting Met ingang van 1 december 2020 treedt de Tijdelijke wet maatregelen COVID-19 in werking. Deze wet vervangt de door de voorzitter vastgestelde noodverordening. Nu een noodverordening niet langer noodzakelijk is, trekt de voorzitter van de veiligheidsregio de noodverordening van 18 november in op het moment dat de Tijdelijke wet maatregelen COVID-19 in werking treedt. Dit intrekkingsbesluit wordt bekendgemaakt door plaatsing op

1

www.veiligheidsregiozeeland.nl en www.zeelandveilig.nl op de websites van de betrokken gemeenten en in het publicatieblad van de veiligheidsregio.

2

Treasurystatuut Gemeente Middelburg

Datum

november 2020

Inhoud 1

Inleiding .........................................................................................................................................1

2 I II

Treasurystatuut .............................................................................................................................2 Begrippenkader...............................................................................................................................2 Doelstellingen van de treasuryfunctie .............................................................................................3

3 III IV V VI VII

Risicobeheer .................................................................................................................................4 Uitgangspunten risicobeheer ..........................................................................................................4 Renterisicobeheer ...........................................................................................................................4 Kredietrisicobeheer .........................................................................................................................4 Intern liquiditeitsrisicobeheer...........................................................................................................4 Valutarisicobeheer ..........................................................................................................................4

4 VIII IX X

Gemeentefinanciering ..................................................................................................................5 Financiering ....................................................................................................................................5 (Langlopende) Uitzettingen .............................................................................................................5 Relatiebeheer..................................................................................................................................5

5 XI XII

Kasbeheer......................................................................................................................................6 Geldstromenbeheer ........................................................................................................................6 Saldo- en liquiditeitenbeheer...........................................................................................................6

6 XIII XIV XV

Administratieve organisatie en interne controle ........................................................................7 Uitgangspunten administratieve organisatie en interne controle .....................................................7 Verantwoordelijkheden....................................................................................................................7 Informatievoorziening ......................................................................................................................9

7 XVI

Intrekking en inwerkingtreding treasurystatuut .........................................................................9 Inwerkingtreding en intrekking oude treasurystatuut .......................................................................9

3 Memorie van toelichting ..................................................................................................................... 10

Treasurystatuut van de gemeente Middelburg November 2020

1

Inleiding

In de Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido) worden de kaders gesteld voor een verantwoorde, prudente en professionele inrichting en uitvoering van de treasuryfunctie van decentrale overheden. Bij de uitvoering van treasury is het van belang dat er volledige duidelijkheid bestaat over de te hanteren doelstellingen, richtlijnen en limieten. De wetgever heeft hiervoor wettelijke kaders vastgesteld. Binnen deze wettelijke kaders is de gemeente verplicht haar eigen doelstellingen en kaders ten aanzien van de treasury vast te stellen. Dit gebeurt in: - de verordening ex art 212 van de Gemeentewet. De wettelijke kaders worden in dit Treasurystatuut uitgewerkt. De afgelopen jaren zijn er belangrijke ontwikkelingen geweest die van invloed zijn op de treasury van decentrale overheden. De wereldwijde financiële crisis heeft ertoe geleid dat er op Europees niveau maatregelen genomen zijn om ervoor te zorgen dat de overheidsuitgaven nu en op langere termijn houdbaar blijven. Deze maatregelen zijn vertaald naar Nederlandse wetgeving, zoals de invoering van het verplicht schatkistbankieren en de Wet houdbare overheidsfinanciën (Wet Hof). Het verplicht schatkistbankieren houdt in dat de gemeenten hun overtollige middelen bij het rijk moeten uitzetten (in rekening-courant of via deposito’s) of kunnen uitlenen aan andere decentrale overheden.

De gemeenten zijn niet meer vrij om die gelden bij andere banken “onder te brengen”. In Europa is afgesproken om de beheersing van de Europese begrotingsdoelstellingen, bijvoorbeeld de afspraken omtrent de ontwikkeling van het EMU-saldo en de EMU-schuld, vast te leggen in nationale wetgeving. Zodoende wordt de nationale verankering van deze Europese afspraken beter geborgd dan voorheen het geval is geweest. Die eisen heeft Nederland wettelijk verankerd in de Wet houdbare overheidsfinanciën (Wet Hof), die geldt voor de overheid als geheel, dus ook voor de gemeenten. Het oude Treasurystatuut dateert uit 2011. Om bovenstaande wijzigingen te implementeren is het Treasurystatuut aangepast. In het Treasurystatuut worden allereerst het begrippenkader en de doelstellingen van de treasuryfunctie van de gemeente geformuleerd. Deze worden vervolgens geconcretiseerd voor de verschillende deelgebieden van treasury: risicobeheer, gemeentefinanciering en kasbeheer. Bij het opstellen van het Treasurystatuut is rekening gehouden met de bepalingen van de wettelijke kaders (o.a. gemeentewet, verordeningen ex art 212, 213, 213a, Wet Fido, Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden en de Uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden). Daarna komen de administratieve organisatie en interne controle van de treasuryfunctie aan de orde.

Daarbij ligt het accent op de eenduidigheid omtrent de verdeling van de taken en verantwoordelijkheden. Tot slot worden de uitgangspunten vastgelegd voor de informatievoorziening die noodzakelijk is om het gehele proces beheersbaar en meetbaar te maken en te houden. Naast het Treasurystatuut neemt de gemeente jaarlijks een paragraaf Financiering op in zowel de begroting als in de jaarrekening. Hierin worden de specifieke beleidsvoornemens respectievelijk de uitvoering van het beleid op het gebied van treasury besproken. De gemeente past in principe het systeem van totaalfinanciering toe. Dit houdt in dat niet voor iedere grote investering afzonderlijk een geldlening wordt afgesloten, maar dat de investering meeloopt in het totaal van de inkomende en uitgaande geldstromen van de gemeente. Dit wordt bewaakt via een liquiditeitenplanning. Treasurystatuut van de gemeente Middelburg November 2020

2

Treasurystatuut

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Middelburg; Gelet op de verordening ex artikel 212 van de Gemeentewet en de Wet financiering decentrale overheden; Besluit: Vast te stellen het navolgende Treasurystatuut.

I

Begrippenkader

Artikel 1. In dit statuut wordt verstaan onder: - Derivaten

Financiële instrumenten die hun bestaan ontlenen aan een bepaalde onderliggende waarde. De onderliggende waarden kunnen financiële producten, zoals leningen of obligaties zijn. Derivaten worden onder andere gebruikt om renterisico’s te sturen en financieringskosten te minimaliseren;

- Financiering

Het aantrekken van benodigde financiële middelen voor een periode van minimaal één jaar. Deze middelen kunnen bestaan uit zowel eigen vermogen als vreemd vermogen;

- Geldstromenbeheer

Al die activiteiten die nodig zijn om liquiditeiten te transfereren zowel binnen de organisatie zelf als tussen de organisatie en derden (betalingsverkeer);

- Intern liquiditeitsrisico

De risico’s van mogelijke wijzigingen in de liquiditeitenplanning en meerjaren-investeringsplanning waardoor financiële resultaten kunnen afwijken van de verwachtingen;

- Kasgeldlimiet

Een bedrag op basis van de Wet Fido ter grootte van een percentage van het totaal van de jaarbegroting van de gemeente bij aanvang van het jaar;

- Koersrisico

Het risico dat de financiële activa van de organisatie in waarde verminderen door negatieve koersontwikkelingen;

- Kredietrisico

De risico’s op een waardedaling van een vordering ten gevolge van het niet (tijdig) na kunnen komen van de verplichtingen door de tegenpartij als gevolg van insolventie of deficit;

- Liquiditeitenbeheer

Het financieren en uitzetten van middelen voor een periode tot één jaar;

- Liquiditeitenplanning

Een gestructureerd overzicht van de toekomstige inkomsten en uitgaven ingedeeld per tijdseenheid;

- Rating

De inschatting van de kans op eventuele wanbetalingen bij toekomstige rente- en aflossingsbetalingen op schuldpapier;

- Renterisico

Het gevaar van ongewenste veranderingen van de (financiële) resultaten van de gemeente door rentewijzigingen.

- Renterisiconorm

Een bij de aanvang van enig jaar op basis van de Wet Fido gefixeerd percentage van het totaal van de vaste schuld van de gemeente dat bij de realisatie niet mag worden overschreden;

Treasurystatuut van de gemeente Middelburg November 2020

- Rentetypische looptijd

Het tijdsinterval gedurende de looptijd van een geldlening, waarin op basis van de voorwaarden van de geldlening sprake is van een door de verstrekker van de geldlening niet beïnvloedbare, constante rentevergoeding;

- Saldobeheer

Het beheer van de dagelijkse saldi op de rekeningen;

- Rentevisie

Toekomstverwachting over de rente-ontwikkeling;

- Schatkistbankieren

De middelen die een decentrale overheid in ’s Rijks schatkist aanhoudt

- Treasurybeheer

De uitvoering van de treasuryfunctie binnen de kaders van het Treasurystatuut, delegatie- en machtigingsbesluit, mandateringsbesluit en de financiële beheersverordening ex art 212 Gemeentewet;

- Treasurybeleid

Het treasurybeleid bestaat uit de uitgangspunten, doelstellingen, richtlijnen en limieten, de organisatorische en administratieve kaders, de informatievoorziening en de administratieve organisatie ter uitvoering van de treasuryfunctie. Het beleid wordt vastgelegd in het Treasurystatuut;

- Treasuryfunctie

De treasuryfunctie omvat alle activiteiten die zich richten op het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële stromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s. De treasuryfunctie bestaat uit vier deelfuncties: risicobeheer, gemeentefinanciering, kasbeheer en debiteuren- en crediteurenbeheer;

- Uitzetting

Het tijdelijk toevertrouwen van liquiditeiten aan derden tegen vooraf overeengekomen condities en bedingen. Kortlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode tot één jaar en langlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode van één jaar of langer.

II

Doelstellingen van de treasuryfunctie

Artikel 2. De treasuryfunctie van de gemeente dient tot: 1. Het beschermen van gemeentelijke vermogens- en (rente-)resultaten tegen ongewenste financiële risico’s zoals renterisico’s, kredietrisico’s en liquiditeitsrisico’s; 2. Het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de Wet Fido respectievelijk de limieten en richtlijnen van het delegatie- en machtigingsbesluit alsmede het mandateringsbesluit.

Treasurystatuut van de gemeente Middelburg November 2020

3

III

Risicobeheer

Uitgangspunten risicobeheer

Artikel 3. Met betrekking tot risicobeheer gelden de volgende algemene uitgangspunten: 1. De gemeente mag leningen of garanties uitsluitend verstrekken uit hoofde van de “publieke taak”. De gemeenteraad bepaalt de publieke taak; 2. Er wordt geen gebruik gemaakt van financiële derivaten als bedoeld in artikel 1, onder c, van de Wet financiering decentrale overheden. 3. Bij het verstekken van leningen, het verstrekken van garanties en het verstrekken van risicodragend kapitaal gelden de bepalingen van de “Beleidsregels garanties gemeente Middelburg” IV

Renterisicobeheer

Artikel 4. 1. De kasgeldlimiet wordt in een kalenderjaar niet langer overschreden dan het aantal kwartalen aangegeven in de Wet Fido. 2. Bij het afsluiten van leningen en of renteafspraken wordt gezorgd dat de renterisiconorm in de toekomst niet wordt overschreden.

V

Kredietrisicobeheer

Artikel 5. 1. Bij het verstrekken van leningen of garanties uit hoofde van de publieke taak worden indien mogelijk zekerheden of garanties geëist. De gemeente streeft er naar gegarandeerde geldleningen onder te brengen bij de specifieke waarborgfondsen

VI

Intern liquiditeitsrisicobeheer

Artikel 6. 1. De gemeente heeft een korte termijn liquiditeitenplanning (looptijd tot één jaar), om de liquiditeiten te beheren tegen zo gunstige mogelijke financiering. 2. Voorafgaand aan de begroting wordt een prognose van de ontwikkeling van de Leningenportefeuille opgesteld voor minimaal de komende vier jaren. VII

Valutarisicobeheer

Artikel 7. Valutarisico’s worden in de gemeente uitgesloten door uitsluitend leningen te verstrekken, aan te gaan of te garanderen in Euro’s.

Treasurystatuut van de gemeente Middelburg November 2020

4

VIII

Gemeentefinanciering

Financiering

Artikel 8. Bij het aantrekken van financieringen voor een periode van één jaar en langer gelden de volgende uitgangspunten: 1. Financieringen worden uitsluitend aangetrokken ten behoeve van de uitoefening van de publieke taak; 2. Financiering met externe financieringsmiddelen wordt zoveel mogelijk beperkt door primair de beschikbare interne financieringsmiddelen te gebruiken teneinde de renterisico’s te minimaliseren en het renteresultaat te optimaliseren; 3. Toegestane instrumenten bij het aantrekken van financieringen zijn: onderhandse leningen; 4. De gemeente vraagt offertes op bij minimaal 3 instellingen alvorens een financiering wordt aangetrokken. Deze, schriftelijk, telefonisch of per e-mail, ontvangen offertes worden door de gemeente schriftelijk vastgelegd;

IX

(Langlopende) Uitzettingen

Artikel 9. Overtollige liquide middelen (boven het drempelbedrag) van de gemeente mogen alleen in rekening courant en via deposito’s bij de schatkist (schatkistbankieren) worden aangehouden of onderling worden uitgeleend aan andere decentrale overheden. X

Relatiebeheer

Artikel 10. De gemeente beoogt het realiseren van gunstige c.q. marktconforme condities voor af te nemen financiële diensten. Hierbij gelden de volgende uitgangspunten: 1. Op het gebied van relatiebeheer beoogt de treasury het realiseren van zo gunstig mogelijke condities voor de door haar af te nemen diensten. 2. Bankrelaties dienen, wat betreft hun kredietwaardigheid, minimaal te voldoen aan ten minste een AA-rating van één van de volgende erkende rating-bureau’s: Moody’s, Standard & Poors of Fitch IBCA; 3. Financiële instellingen (kredietinstellingen, beleggingsinstellingen, effecteninstellingen, verzekeraars en pensioenfondsen) dienen onder Nederlands of anderszins EER-toezicht1 te vallen, zoals De Nederlandsche Bank en de Verzekeringskamer; 4. Tussenpersonen dienen geregistreerd te staan bij de Autoriteit Financiële Markten (AFM) en daarvan een vergunning als effectenremisier te hebben ontvangen.

1

Onder de Europese Economische Ruimte (EER) vallen naast de lidstaten van de Europese Unie ook Noorwegen, IJsland en Liechtenstein.

Treasurystatuut van de gemeente Middelburg November 2020

5

XI

Kasbeheer

Geldstromenbeheer

Artikel 11 Teneinde de kosten van het geldstromenbeheer te beperken wordt: 1. Het liquiditeitsgebruik beperkt door de geldstromen op gemeenteniveau op elkaar af te stemmen. Hierbij wordt erop toegezien dat de liquiditeitspositie voldoende is om te garanderen dat de verplichtingen tijdig worden nagekomen; 2. Het betalingsverkeer zoveel mogelijk elektronisch uitgevoerd door in principe één bank. 3. De gemeente streeft naar concentratie van de liquiditeiten binnen één rentecompensatiecircuit bij de bank met de gunstigste condities. XII

Saldo- en liquiditeitenbeheer

Artikel 12. Voor het saldobeheer en het liquiditeitenbeheer gelden de volgende specifieke richtlijnen: 1. Toegestane instrumenten bij het aantrekken van kortlopende middelen zijn daggeld leningen, kasgeldleningen en rekening-courantkredieten; 2. De gemeente vraagt een offerte op bij de BNG alvorens middelen worden aangetrokken met een looptijd korter dan één jaar. Deze offerte wordt vergeleken met marktconforme condities bij minimaal 1 andere aanbieder van kort geld.

Treasurystatuut van de gemeente Middelburg November 2020

6

Administratieve organisatie en interne controle

XIII

Uitgangspunten administratieve organisatie en interne controle

Artikel 13 In het kader van de treasuryfunctie gelden de volgende algemene uitgangspunten op het gebied van administratieve organisatie en interne controle. 1. De verantwoordelijkheden en bevoegdheden van treasuryactiviteiten zijn op eenduidige wijze schriftelijk vastgelegd; 2. De administratieve organisatie en interne controle waarborgen dat: a. de uitvoering rechtmatig en doelmatig is; b. de treasury-activiteiten adequaat kunnen worden uitgevoerd en bijgestuurd; c. de juistheid, tijdigheid en volledigheid van de informatie verzekerd is; 3. Bevoegdheden zijn via delegatie en mandaat nader schriftelijk vastgelegd; 4. Bij de uit te voeren treasuryactiviteiten is functiescheiding doorgevoerd met als belangrijkste voorwaarden: a. iedere transactie wordt door minimaal twee functionarissen geautoriseerd (het vierogen-principe); b. de uitvoering en de controle geschiedt door afzonderlijke functionarissen; c. de uitvoering en de registratie in de financiële administratie geschiedt door afzonderlijke functionarissen; 5. Tegenpartijen wordt opdracht gegeven de bevestigingen van iedere transactie te versturen naar de personen die bevoegd zijn tot het sluiten van de transacties; 6. De transacties worden in de financiële administratie geregistreerd door de medewerkers die bevoegd zijn om de bankmutaties te verwerken. 7.

Na ontvangst van de transactiebevestiging wordt de transactie gecontroleerd door de functionaris belast met de interne controle.

XIV

Verantwoordelijkheden

Artikel 14. De taken en verantwoordelijkheden met betrekking tot de treasuryfunctie van de gemeente staan in onderstaande tabel gedefinieerd. Functie

Verantwoordelijkheden

De gemeenteraad

Commissie Algemeen Bestuur, Maatschappelijke zaken en Ruimte

 

Het college van burgemeester  en wethouders 

Wethouder financiën

Het vaststellen van de financiële verordening, art 212, met daarin de hoofdlijnen van het financieel beleid en de inrichting van de financiële organisatie en financieel beheer Het toezicht houden op de uitvoering van het treasurybeleid. Het uitbrengen van advies over beleidsvoorstellen en rapportages op het gebied van treasury aan de Gemeenteraad.

Het uitvoeren van het treasurybeleid (formele verantwoordelijkheid); Het rapporteren aan de Gemeenteraad over de uitvoering van het treasurybeleid; Het vaststellen van het Treasurystatuut en het mandateringsbesluit.

Het uitvoeren van het treasurybeleid (politieke verantwoordelijkheid).

Treasurystatuut van de gemeente Middelburg November 2020

Functie

Verantwoordelijkheden

Financieel consulent (*)

Het opzetten van administratieve richtlijnen op het gebied van treasury

Afdelingshoofd Bedrijfsvoering

Het uitvoeren van de aan haar/hem gemandateerde treasuryactiviteiten en het zorgdragen voor een juiste verantwoording conform delegatie- en machtigingsbesluit alsmede het mandateringsbesluit; Het rapporteren aan B&W over de uitvoering van het treasurybeheer; Het afleggen van verantwoording aan het college van burgemeester en wethouders.

 

Afdelingshoofden (Deel)budgethouders/ Projectleiders

Financieel adviseurs

Cluster financiële administratie

 Het zorgdragen voor het tijdig aanleveren van betrouwbare operationele informatie over toekomstige geldstromen aan de Financieel adviseurs/ Financieel consulenten Het fiatteren van betalingen en ontvangsten, ten laste c.q. ten gunste van hun budgetten;  Het zorgdragen voor een goede kwaliteit van de informatie die hun afdelingen aanleveren aan de afdeling Bedrijfsvoering l met betrekking tot toekomstige uitgaven en ontvangsten.  Het uitvoeren van de activiteiten met betrekking tot de volgende deelfuncties: het risicobeheer, gemeentefinanciering (financiering, uitzetting en relatiebeheer) en kasbeheer.

Deze activiteiten moeten conform dit Treasurystatuut , delegatie- en machtigingsbesluit alsmede het mandateringsbesluit en de paragraaf financiering worden uitgevoerd;  Het opstellen van de rentevisie;  Het aantrekken en uitzetten van gelden in het kader van het saldo- en liquiditeitenbeheer;  Het beheren van de geldstromen;  Het onderhouden van contacten met banken, geldmakelaars en overige financiële instellingen;  Het afsluiten van financiële contracten voortvloeiend uit bovenstaande deelfuncties;  Het schriftelijk vastleggen van de treasurytransacties en het doorgeven hiervan aan de cluster financiële administratie;  Het voorbereiden van beleidsvoorstellen op treasurygebied;  Het adviseren van de afdelingen/sectoren over de financiële gevolgen van hun activiteiten en projecten;  Het aanleveren van tijdige, volledige en betrouwbare gegevens aan de cluster financiële administratie;  Het afleggen van verantwoording over de uitvoering van de aan hem/haar gemandateerde activiteiten.   

Cluster financiële administratie

Treasurystatuut van de gemeente Middelburg November 2020

Het afhandelen van het contante en girale betalingsverkeer; Het aanleveren van tijdige, volledige en betrouwbare gegevens aan de gemeentelijke administratie; Het rapporteren over de uitvoering van de aan hem/haar gemandateerde activiteiten. Het juist en volledig administreren van de bezittingen, schulden, rechten, inkomsten, uitgaven, ontvangsten en betalingen in de financiële administratie.

Controller, afdeling Bedrijfsvoering

 

Externe accountant

XV

Het voeren van de interne controle op de uitgevoerde treasurytransacties en hierover rapporteren. Het bewaken van de kwaliteit van de treasuryprocessen; Het controleren van de volledigheid en betrouwbaarheid van de informatievoorziening van de treasuryfunctie en hierover rapporteren aan het college van burgemeester en wethouders Het in het kader van haar reguliere controletaak adviseren en controleren omtrent de feitelijke naleving van het Treasurystatuut delegatie-en machtigingsbesluit, mandateringsbesluit en art 212 financiële verordening.

Informatievoorziening

Artikel 15. Met betrekking tot de treasuryactiviteiten dient ten minste de in de onderstaande tabel opgenomen informatie te worden verstrekt door de betreffende functionarissen: Informatie

Frequentie

1.

Gegevens m.b.t. toekomstige uitgaven en ontvangsten voor de liquiditeitenplanning;

Jaarlijks

2.

Liquiditeitenplanning;

Jaarlijks

3.

Beleidsplannen voor de paragraaf financiering bij de begroting; Evaluatie treasuryactiviteiten in paragraaf financiering van de jaarrekening;

Jaarlijks

Informatie aan derden (toezichthouder en CBS) zoals genoemd in art. 8 Wet Fido;

Kwartaal

4.

5.

Informatieverstrekker afdelingshoofd en/deelbudget houders /projectleiders Financieel adviseur / Financieel consulent (*) Financieel adviseur (*)

Jaarlijks

Informatieontvanger Financieel adviseur (*)

Afdelingshoofd Bedrijfsvoering

Gemeenteraad Gemeenteraad

Financieel adviseur (*) Derden Financieel consulent (*)

(*) Medewerkers afdeling bedrijfsvoering cluster financiën.

7

Intrekking en inwerkingtreding treasurystatuut

XVI

Inwerkingtreding en intrekking oude treasurystatuut

Artikel 16. Dit Treasurystatuut treedt in werking met ingang van 1 januari 2020. Op de datum van inwerkingtreding van dit treasurystatuut, vervalt het treasurystatuut, vastgesteld door het college van B&W in november 2011.

Treasurystatuut van de gemeente Middelburg November 2020

3 Memorie van toelichting

In dit Treasurystatuut is het treasurybeleid van de gemeente op hoofdlijnen vastgelegd. Dat gebeurt in de eerste plaats door het aangeven van de doelstellingen van de treasuryfunctie (in artikel 2). Vervolgens geeft het bestuur in het statuut aan binnen welke richtlijnen en limieten de doelstellingen dienen te worden gerealiseerd. Een richtlijn is een bindend voorschrift voor een handelswijze die gevolgd moet worden en een limiet is een type richtlijn die een uiterste grens aangeeft. Een belangrijk deel van de limieten en richtlijnen is bepaald door de Wet Fido. Middels de limieten en richtlijnen wordt het “risicoprofiel” van de gemeente bepaald waarbinnen de treasuryactiviteiten dienen te worden uitgevoerd. De paragraaf financiering bij de begroting geeft de beleidsplannen voor de treasuryfunctie voor de komende jaren en in het bijzonder voor het eerstkomende jaar weer. Het bevat onder meer gegevens over de algemene ontwikkelingen en de concrete beleidsplannen binnen de kaders van het Treasurystatuut. Het gaat hierbij vooral om de plannen voor het risicobeheer, de gemeentefinanciering (analyse financieringspositie, leningen- en garantieportefeuille en uitzettingsportefeuille) en het kasbeheer. Uit de toelichting zal moeten blijken dat de plannen binnen de kaders van de Wet Fido en het Treasurystatuut blijven.

De paragraaf financiering in het jaarverslag geeft in het bijzonder een verschillenanalyse tussen de beleidsplannen zoals deze zijn opgenomen in de begroting en de realisatie hiervan. Artikel 2

In artikel 2 worden de doelstellingen van de treasuryfunctie van de gemeente weergegeven hieronder worden deze afzonderlijk toegelicht.

Artikel 2 lid 1

De gemeente loopt de volgende financiële risico’s: renterisico’s, , valutarisico’s, kredietrisico’s, liquiditeitsrisico’s. Het is de taak van de treasury dergelijke risico’s tegen acceptabele condities te beperken. In de artikelen 4 tot en met 7 wordt aangegeven op welke wijze dit wordt gewaarborgd.

Artikel 2 lid 2

De gemeente regeling streeft ernaar de renteresultaten te optimaliseren. Dit betekent dat de gemeente geen middelen onbenut laat en streeft naar zo hoog mogelijke renteopbrengsten (c.q. zo laag mogelijk rentekosten) zonder dat daarbij overmatige risico’s worden gelopen. De prioriteiten van de treasuryfunctie liggen in eerste instantie bij het beheersen en beperken van financiële risico’s de treasuryfunctie is immers géén winstgerichte afdeling (“profit center”). Binnen het risicoprofiel zoals vastgesteld in de Wet Fido en dit Treasurystatuut dient te worden gestreefd naar optimalisatie van de renteresultaten.

Artikel 3 lid 1

De Wet Fido stelt geen eisen aan het verstrekken van leningen en garanties uit hoofde van de publieke taak. Wel wordt in de toelichting op de Wet Fido het volgende aangegeven: “Het gemeentebestuur bepaalt de publieke taak. De begroting en de begrotingswijzigingen bepalen het budgettaire kader voor de uitoefening van de publieke taak”. In dit licht is het dus niet de afdeling Bedrijfsvoering die het politieke besluit voor dergelijke garanties en leningen voorbereidt. Wel wordt geadviseerd dat het gemeentebestuur het advies van de Treasury (in het licht van haar expertise) inwint alvorens beslissing te nemen t.a.v. het verstrekken van leningen of garanties uit hoofde van de publieke taak. De afdeling Bedrijfsvoering adviseert over bijv. financieringsvoorwaarden en de implicaties van de betreffende aanvraag voor de totale financiële positie van de gemeente. Daarnaast is het van belang dat de afdeling

Treasurystatuut van de gemeente Middelburg November 2020

Bedrijfsvoering de betreffende aanvraag opneemt in de liquiditeitenplanning. Artikel 3 lid 2

In de Wet Fido, art 1 lid c, is het volgende opgenomen: “Financiële derivaten: financiële instrumenten belichaamd in contracten waarin de voorwaarden zijn vastgelegd waartegen een transactie op een bepaald moment zal of kan plaatsvinden en waarvan de waarde afhankelijk is van één of meer onderliggende activa, referentieprijzen of indices.”

Artikel 4 lid 1

Renterisicobeheer omvat het beperken van de invloed van (externe-) rentewijzigingen op de financiële resultaten van de gemeente; Een belangrijk uitgangspunt van de Wet Fido is het vermijden van grote fluctuaties in de rentelasten van openbare lichamen. Teneinde een grens te stellen aan korte financiering (met een rentetypische looptijd tot één jaar) is in de Wet Fido (evenals in de Wet filo) de kasgeldlimiet opgenomen. Juist voor korte financiering geldt dat het renterisico aanzienlijk kan zijn, aangezien fluctuaties in de rente bij korte financiering direct een relatief grote invloed hebben op de rentelasten. De kasgeldlimiet wordt berekend als een percentage (wettelijk vastgesteld) van het totaal van de jaarbegroting van de gemeente bij aanvang van het jaar.

Artikel 4 lid 2

Het doel van de renterisiconorm is het beheersen van de renterisico’s op de vaste schuld (schuld met een rentetypische looptijd van één jaar of langer) door het aanbrengen van spreiding in de looptijden in de leningenportefeuille. De renterisiconorm kan worden berekend door een vastgesteld percentage (wettelijk vastgesteld) te vermenigvuldigen met de totale vaste schuld.

Artikel 5 lid 1

De Wet Fido stelt geen eisen aan de kwaliteit van de debiteuren bij het verstrekken van leningen of garanties aan derden in het kader van de publieke taak. Omdat de Gemeenteraad de publieke taak bepaalt, worden leningen of garanties uitsluitend verstrekt aan door de Gemeentereaad goedgekeurde partijen. Teneinde de kredietrisico’s te beheersen kunnen zekerheden of garanties worden verlangd van de debiteuren.

Artikel 6

Interne liquiditeitsrisico’s doen zich bijvoorbeeld voor wanneer de gemeente middelen voor een bepaalde periode heeft uitgezet en gedurende de looptijd van de uitzetting blijkt dat de middelen (onverwacht) nodig zijn voor het doen van een investering. Dit kan tot gevolg hebben dat de gemeente tijdelijk een lening moet aantrekken (wanneer de uitzettingen vast staan in bijvoorbeeld een deposito) of moet schatkistbankieren. In beide gevallen kan dit negatieve gevolgen hebben voor de financiële resultaten. Ter beperking van dit risico baseert de gemeente haar financiële transacties op een liquiditeitenplanning waarin de toekomstige inkomsten en uitgaven van de gehele organisatie zijn gepland. In de praktijk is het opstellen van een betrouwbare en nauwkeurige liquiditeitenplanning niet eenvoudig. Dit heeft te maken met de inherente onzekerheden die verbonden zijn aan de activiteiten van de gemeente en de hieraan verbonden mogelijke financiële gevolgen. Het is daarom van groot belang dat de afdeling Bedrijfsvoering juist, tijdig en volledig wordt geïnformeerd door de overige afdelingen over de financiële vertaling van hun activiteiten.

Artikel 7

Dit betreft een ongewijzigde voortzetting van het beleid binnen de gemeente.

Artikel 8 lid 1

Het aantrekken van gelden met als doel deze met winstoogmerk te beleggen is door artikel 2 lid 2 van de Wet Fido (zie ook memorie van toelichting op de

Treasurystatuut van de gemeente Middelburg November 2020

Wet Fido) nadrukkelijk niet toegestaan. Artikel 8 lid 2

Teneinde de renteresultaten te optimaliseren wordt zoveel mogelijk intern gefinancierd.

Artikel 8 lid 3

Onderhandse geldleningen zijn leningen waarbij de voorwaarden van de lening in onderling overleg met de geldgevende partij kunnen worden vastgesteld.

Artikel 8 lid 4

Deze richtlijn beoogt de marktconformiteit van financieringen te waarborgen, voor bijv. te betalen rentepercentages, provisies, (boete-) clausules bij vervroegde aflossing etc. Middels het opvragen van meerdere offertes wordt bereikt dat de gemeente een objectief beeld heeft van de op dat moment gebruikelijke tarieven en voorwaarden op de financiële markten. Op basis daarvan kan een afgewogen keuze worden gemaakt.

Artikel 9

Eind 2013 is de Wet Fido gewijzigd vanwege de invoering van het verplicht schatkistbankieren voor decentrale overheden (zonder leenfaciliteit). Reden voor de invoering van het verplicht schatkistbankieren is het beheersen van de overheidsschuld en het reduceren van het financiële risico voor decentrale overheden. Schatkistbankieren betekent dat deelnemers de middelen die zij (tijdelijk) niet nodig hebben voor de uitoefening van hun publieke taken en verantwoordelijkheden – met andere woorden hun overtollige middelen – aanhouden in de schatkist.

Artikel 10 lid 3

Tussenpersonen hebben een intermediairfunctie bij het afsluiten van financiële transacties en vallen niet onder de “tegenpartijen”. Teneinde dit te ondervangen stelt de gemeente als eis dat tussenpersonen onder toezicht van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) staan en daarvan een vergunning als effectenremisier hebben ontvangen.

Artikel 11 lid 1

Geldstromenbeheer omvat met name het zorgdragen voor een efficiënt betalingsverkeer. Geldstromen kunnen bijvoorbeeld op elkaar worden afgestemd door een betalingsdatum af te stemmen op verwachte ontvangsten. Hiermee wordt voorkomen dat de gemeente tijdelijk middelen aan moet trekken (c.q. middelen aan haar uitzettingenportefeuille moet onttrekken) teneinde de betreffende betaling (tijdelijk) te financieren.

Artikel 11 lid 3

Het saldo en liquiditeitenbeheer betreft het beheer van de dagelijkse saldi op de rekeningen (-courant) van de gemeente. Teneinde de noodzaak tot het doen van interne overboekingen te beperken, worden verschillende rekeningen die de gemeente bij één bank aanhoudt opgenomen in een rentecompensatiecircuit. Dit is een systeem waarbij de (valutaire) debet en creditsaldi van alle rekeningen van een organisatie worden samengevoegd tot één gecombineerd saldo, waarover de rente wordt berekend.

Artikel 12 lid 1

In dit lid worden limitatief de mogelijke korte termijn financieringsinstrumenten benoemd. De term daggeld (ook wel callgeld genoemd) staat voor opgenomen of uitgezette middelen voor onbepaalde tijd die dagelijks gewijzigd kan worden. Kasgeldleningen zijn niet verhandelbare leningen voor een vast bedrag en een vaste periode (maximaal 2 jaar) en tegen een vooraf overeengekomen rentepercentage. Kredietlimiet op de rekening-courant betreft de mogelijkheid debet (“rood”) te staan op de rekening-courant tegen vooraf overeengekomen condities.

Artikel 13

Bij de treasuryfunctie zijn meerdere personen en organen betrokken. In het Treasurystatuut, het delegatie-machtigingsbesluit alsmede het mandateringsbesluit worden taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden

Treasurystatuut van de gemeente Middelburg November 2020

van de betrokken partijen vastgelegd. Met het oog op de omvang en de aard van de transacties en de hiermee samenhangende risico’s zijn in deze besluiten een aantal specifieke uitgangspunten opgenomen teneinde een eenduidige functiescheiding aan te brengen tussen beleidsbepaling en de uitvoering en tussen de administratie en controle op financiële transacties. Artikel 14

De verantwoordelijkheden van de functionarissen die binnen de gemeente betrokken zijn bij de treasury-activiteiten zijn in artikel 14 beschreven. De toekenning van de genoemde functies en bijbehorende verantwoordelijkheden aan functies en/of functionarissen vindt plaats via de hiertoe dienende documenten (mandaten, besluiten e.d.). Deze verantwoordelijkheden dienen te worden gecommuniceerd naar de betrokkenen.

Artikel 15

De tabel in dit artikel geeft weer op welke wijze de informatievoorziening wordt gewaarborgd voor: operationele informatie (punt 1 en 2), beleidsmatige informatie (punt 3) en verantwoordingsinformatie (punt 4, 5 en 6). Het verstrekken van juiste, tijdige, volledige en relevante verantwoordingsinformatie moet gerekend worden tot de belangrijkste voorwaarden voor het kunnen beheersen van de financiële en interne risico’s van de gemeente.

Artikel 15 pt. 1

Afdelingen dienen informatie te verschaffen op de momenten waarop zich significante wijzigingen voordoen in hun verwachtingen omtrent tijdstip of omvang van toekomstige betalingen of ontvangsten (bijv. bij uitstel van een grote investering).

Treasurystatuut van de gemeente Middelburg November 2020

Brief aan de leden T.a.v. het college en de raad

Datum

24 november 2020 Kenmerk

COS/U202000957 Lbr. 20/084 Telefoon

070 3738393 Bijlage(n)

-

Onderwerp

Actuele ontwikkelingen coronacrisis

Samenvatting In deze ledenbrief informeren wij u over de volgende actuele ontwikkelingen rond de coronacrisis: het overzicht van coronacompensatie per gemeente, de problematiek bij combinatie NOW en huurkortingen, heroriëntatie van ondernemers binnen de Tozo-regeling, venstertijden voor bevoorrading supermarkten en openstelling zelfbedieningsgroothandels en lancering van de webpagina met informatie over de Tijdelijke wet maatregelen COVID-19.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 Den Haag | Postbus 30435 | 2500 GK Den Haag 070 - 373 83 93 | info@vng.nl

U202000957

PROD

Aan de leden

Datum

24 november 2020 Kenmerk

COS/U202000957 Lbr. 20/084 Telefoonnummer

070 3738393 Bijlage(n)

-

Onderwerp

Actuele ontwikkelingen coronacrisis

Geacht college en gemeenteraad, In deze ledenbrief informeren wij u over de volgende actuele ontwikkelingen rond de coronacrisis: het overzicht van coronacompensatie per gemeente, de problematiek bij combinatie NOW en huurkortingen, heroriëntatie van ondernemers binnen de Tozo-regeling, venstertijden voor bevoorrading supermarkten en openstelling zelfbedieningsgroothandels en lancering van de webpagina met informatie over de Tijdelijke wet maatregelen COVID-19. Overzicht coronacompensatie per gemeente beschikbaar Op verzoek van de VNG heeft het ministerie van BZK een overzicht samengesteld van de compensatie die gemeenten ontvangen voor het eerste en het tweede pakket coronacompensatie. Het overzicht geeft niet alleen aan hoeveel de compensatie bedraagt per individuele gemeente, maar ook de onderwerpen waarvoor de compensatie is bedoeld. Kijk hier voor het overzicht: https://vng.nl/nieuws/overzicht-coronacompensatie-per-gemeente-beschikbaar Afspraken over compensatie meerkosten Jeugd en Wmo verlengd De afspraken tussen het Rijk en de VNG over de meerkosten van zorginstellingen door coronamaatregelen, zijn verlengd tot 1 januari 2022. Ook voor deze verlengde periode geldt de oproep aan gemeenten om zorginstellingen passend te compenseren. Het Rijk vergoedt deze meerkosten vervolgens aan gemeenten.

Naast compensatie voor meerkosten is gemeenten eerder verzocht om de omzet onverminderd (100%) door te betalen aan zorginstellingen, ook als er sprake was van vraaguitval. De generieke bestuurlijke afspraak over deze continuïteit van financiering gold tot 1 juli 2020. Sindsdien geldt de oproep om maatwerk te bieden als zorginstellingen in de knel dreigen te komen.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 Den Haag | Postbus 30435 | 2500 GK Den Haag 070 - 373 83 93 | info@vng.nl

U202000957

PROD

Meer informatie: https://vng.nl/artikelen/continuiteit-financiering-meerkosten-en-compensatiesociaal-domein. Problematiek bij combinatie NOW en huurkortingen De VNG en culturele instellingen hebben bij de ministers van SZW en OCW aangekaart dat bij de vaststelling van de NOW1 een probleem ontstaat omdat subsidies en huurkortingen die door overheden zijn verleend, tot de omzet moeten worden gerekend. Inmiddels heeft de minister van OCW de Tweede Kamer in haar brief aan de Kamer van 16 november jl. aangegeven dat ontvangen huurkortingen of huurkwijtscheldingen niet tot het omzetbegrip gerekend worden in het kader van de NOW-regeling. Wij hebben er bij het ministerie van SZW op aangedrongen dat deze verduidelijking er ook komt voor sportinstellingen. Extra middelen gemeenten voor heroriëntatie ondernemers binnen Tozo-regeling Per 1 januari 2021 kunnen gemeenten, als onderdeel van de Tozo-regeling, zelfstandig ondernemers ondersteunen bij heroriëntatie op de arbeidsmarkt. Gemeenten krijgen extra middelen waarmee ze samen met de zelfstandig ondernemers inventariseren of en welke ondersteuning nodig is. De Participatiewet biedt gemeenten de mogelijkheden om dit maatwerk te bieden.

Gemeenten hebben de nodige beleidsvrijheid bij de wijze waarop de heroriëntatie wordt ingevuld en kunnen dit onder andere ook in samenhang met de regionale crisisdienstdienstverlening van werk naar werk oppakken. Deze crisisdienstverlening wordt de komende maanden in alle arbeidsmarktregio’s opgestart. Om gemeenten te ondersteunen bij de voorbereiding op deze taak zijn de inhoudelijke en financiële kaders en informatie over wat gemeenten kunnen doen ter voorbereiding op een rij gezet. Medio december wordt er per arbeidsmarktregio een overzicht aangeboden met (potentieel) in te zetten regionale en landelijke instrumenten voor heroriëntatie.

Meer informatie: https://vng.nl/nieuws/herorientatie-ondernemers-als-onderdeel-van-tozo-regeling

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

3/5

Venstertijden bevoorrading supermarkten en openstelling zelfbedieningsgroothandels Om de drukte door de inkoop van levensmiddelen in december te reguleren hebben gemeenten diverse mogelijkheden. Het is aan de gemeente om te bepalen of het al dan niet noodzakelijk is. In de huidige uitzonderlijke situatie kunnen gemeenten overwegen om: venstertijden voor supermarkten te verruimen om zo de levering van voldoende voedsel mogelijk te maken de openstelling van zelfbedieningsgroothandels met vers voedsel voor consumenten mogelijk te maken. Om dit formeel mogelijk te maken heeft de VNG twee model-gedoogbeslissingen geactualiseerd die gemeenten kunnen gebruiken om dit te regelen. Meer informatie: vindt u op onze website: https://vng.nl/artikelen/vragen-en-antwoorden-corona-inwoners-enondernemers#Ondernemers en/ of https://vng.nl/artikelen/vragen-en-antwoorden-coronagemeentelijke-organisatie#Besluitvorming%20en%20bevoegdheden Juridische vraagbaak Tijdelijke wet maatregelen COVID-19 Op 1 december a.s. treedt de Tijdelijke wet maatregelen COVID-19 (Twm) in werking. De huidige noodverordeningen worden dan vervangen door deze tijdelijke wet met een daaraan gekoppelde ministeriële regeling. In samenspraak met BZK heeft de VNG een webpagina geopend waar u de volgende informatie vindt over de betekenis en implementatie van de tijdelijke wet: • • • • •

Juridische helpdesk Handreiking Voorbeeld-beleidskaders Vragen en antwoorden VNG Dialoog in coronatijd

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9578914/1