21-006 Bijlage 1. Ingekomen stukken MZ
Tekst van het document
6 9 12 16 18
PARAGRAFEN Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen Paragraaf financiering Paragraaf verbonden partijen Paragraaf bedrijfsvoering
20 21 22 23 23
FINANCIËN Overzicht van baten en lasten Toelichting op het overzicht van baten en lasten Programma Arbeidsmarkt Programma Werkleerbedrijf Programma Inkomen Programma Schuldhulpverlening Programma Bedrijfsvoering
26 27 28 29 31 32
BIJLAGEN 1: Kerncijfers 2: Overzicht van geraamde incidentele baten en lasten 3: EMU-saldo 4: Financiële bijdragen van gemeenten 5: Lijst van afkortingen
-2-
33 33 33 34 36
Managementsamenvatting Voor u ligt de begroting 2021. Hierin is opgenomen welke doelstellingen we willen bereiken, wat we daarvoor gaan doen en wat het mag kosten. In vijf programma’s: Arbeidsmarkt, Werkleerbedrijf, Inkomen, Schuldhulpverlening en Bedrijfsvoering komt heel Orionis aan bod. Deze primaire begroting is opgesteld in de periode februari-april 2020 en is gebaseerd op de meerjarenschijf 2021 van de eerste begrotingswijziging 2020. Dit betekent dat de begroting beleidsarm is: immers de vastgestelde kadernota moet hierin nog uitgewerkt worden naar aangepast beleid en doelstellingen. De eerste begrotingswijziging 2020 is opgesteld in februari 2020. Dit betekent daarmee ook dat financiële effecten als gevolg van Covid-19 hierin nog niet zijn verwerkt. De begroting 2021 geeft daarmee een ‘nul-situatie’ weer: ongewijzigd beleid en pre-corona. Omdat de kadernota nog niet in beleid is uitgewerkt voor de komende jaren betreft het een doortrekking van bestaand beleid. Kern daarvan is uitvoering geven aan de Participatiewet (inclusief de Wsw-wetgeving), het uitvoeren van bijzondere bijstand en minimabeleid en gemeentelijke schuldhulpverlening. Het uitvoering geven aan de Participatiewet betreft meer dan alleen het verstrekken van de bijstandsuitkering. Deelnemen aan de samenleving staat centraal. Zoveel mogelijk door een reguliere baan bij een werkgever.
En als dit niet mogelijk is door maatschappelijke participatie. Aanpassing 6 november 2020 Nadat de zienswijzen van de gemeenten is gevraagd is het Algemeen Bestuur niet tot besluitvorming kunnen komen m.b.t. deze begroting. Begin november is een taakstelling toegevoegd van € 244.000 voor het jaar 2021 (structureel). Deze is nu opgenomen in de begroting. De daadwerkelijke invulling van deze taakstelling wordt in de eerste begrotingswijziging 2021 vastgesteld. Alle andere uitgangspunten zijn ongewijzigd. Deze taakstelling leidt tot een verlaging van de extra gemeentelijke bijdrage met € 244.000. Plan van aanpak Het in 2017 gestarte Plan van Aanpak loopt door in deze (meerjaren)begroting. Hierbij ligt de focus op een verdere vermindering van het verschil tussen de bijstandslasten en de Rijksvergoeding hiervoor. Een tweede focus ligt op rendementsverbetering in ons Werkleerbedrijf. De (incidentele) middelen van het Plan van Aanpak worden afgebouwd in 3 jaar. Rapportages Tussentijdse verantwoording over de voortgang 2021 zal geschieden middels het 2-maandelijkse dashboard, waarin de in deze begroting afgesproken (en nog te wijzigen) doelstellingen zijn opgenomen. Financiën en risico’s Gedurende het resterende deel van het jaar 2020 zullen zich ontwikkelingen voordoen die hun invloed hebben op 2021. Middels een begrotingswijziging zullen deze worden verwerkt. Dat geldt ook
-3-
voor de uitwerking van de kadernota naar beleid en voor de gevolgen van de huidige economische situatie. Daarmee zijn de onzekerheden groot. De economische omstandigheden, de duur en mate van de lockdown, de arbeidsmarktontwikkelingen, de ontwikkeling van Rijksvergoedingen en bijstellingen achteraf daarin maken dat ook deze begroting in de loop van het begrotingsjaar bijstelling zal behoeven. In de paragraaf Weerstandsvermogen zijn de belangrijkste risico’s genoemd, evenals de impact die ze kunnen hebben. Hieruit blijken forse risico’s: structureel € 427.000 en incidenteel € 4,9 miljoen. Uiteraard is de kans dat alle risico’s zich tegelijkertijd voordoen klein, maar het geeft de bandbreedte aan waarin resultaten kunnen fluctueren. Gemeentelijke bijdragen De reguliere exploitatiebijdrage is de bijdrage 2020 geïndexeerd naar 2021 en verhoogd met extra ICTlasten. De bijdrage stijgt hierdoor met € 474.000. De extra gemeentelijke bijdrage is opgenomen conform het resterende saldo van de begroting. Deze bijdrage daalt met € 1.101.000 ten opzichte van het jaar 2020. De totale exploitatiebijdrage van de gemeenten en de besteding daarvan is als volgt: Vergoeding en besteding (* € 1.000)
2020-1
begr 2021
Gemeentelijke exploitatiebijdrage
€ 14.187
€ 14.661
Extra gemeentelijke bijdrage
€ 3.391
€ 2.290
Totaal bijdrage gemeenten
€ 17.578
€ 16.951
Re-integratie
-€ 631
-€ 634
Werkleerbedrijf excl. Wsw
€ 193
€ 132
WSW-lonen/rijksvergoeding
-€ 2.621
-€ 2.376
Inkomen
-€ 5.995
-€ 5.434
€ 240
€ 160
-€ 8.764
-€ 8.799
€0
€0
-€ 17.578
-€ 16.951
€0
€0
Schuldhulpverlening Indirecte kosten Bedrijfsvoering reserveringen Totaal besteding Saldo
Vlissingen, 3 juni 2020 / 13 november 2020 S. Stroosnijder, voorzitter
-4-
Uitgangspunten Kadernota, beleid en Plan van Aanpak (PvA) Orionis Walcheren beschikt momenteel niet over een meerjarig beleidsplan Participatiewet. In 2019 is een nieuwe, meerjarige Kadernota opgesteld. De uitwerking in concreet beleid volgt nog in 2020. In deze begroting wordt het huidige beleid gecontinueerd inclusief het huidige Plan van Aanpak. Dit richt zich op het in lijn brengen van het klantenbestand met de beschikbare Rijksvergoeding en op rendementsverbetering van het Werkleerbedrijf. Beide verbeteringen zijn mogelijk door de inzet van extra middelen. De inzet van deze extra middelen wordt wel deels afgebouwd in de meerjarenraming, In 2016 is voor Schuldhulpverlening een integraal meerjarig beleidsplan opgesteld wat loopt tot 2020. Ook hiervoor zijn kaders opgenomen in de Kadernota. Algemeen Het meerjarenperspectief is gebaseerd op het prijspeil van het betreffende jaar, zowel voor de lasten als voor de baten. Voor de jaren 2021 t/m 2024 is een inflatiecorrectie van 2,2%, conform VZG-norm, toegepast, tenzij anders is vermeld. Orionis valt net als gemeenten onder de Vennootschapsbelastingplicht. In deze begroting wordt er vanuit gegaan dat de fiscale winst nihil is en dat deze plicht niet tot extra lasten leidt. Alle overheadkosten (volgens de definitie van het BBV) zijn opgenomen onder het programma bedrijfsvoering.
Alle kosten die direct toerekenbaar zijn aan een programma zijn opgenomen in het desbetreffende programma. Programma Inkomen De ontwikkeling van het klantenaantal wordt afgeleid van de meest recente landelijke prognose, gebaseerd op de septembercirculaire 2019. Verondersteld wordt dat de ontwikkeling op Walcheren in de basis gelijk is aan de landelijke ontwikkeling. De effecten van de maatregelen uit het Plan van Aanpak zorgen vervolgens voor een verlaging van de klantaantallen ten opzichte van de landelijke ontwikkeling. Omdat bijzondere bijstand en minimabeleid zogenaamde ‘open-einde-regelingen’ zijn is het werkelijke gebruik vooraf lastig in te schatten. De meest recente realisatie, in dit geval 2019, is basis voor de schatting 2021. We gaan daarbij uit van ongewijzigd gemeentelijk beleid. Programma Bedrijfsvoering Basis voor de gemeentelijke exploitatiebijdrage is de werkelijke bijdrage 2020 na de eerste begrotingswijziging. Deze wordt gecorrigeerd voor de afgesproken inflatiecorrectie van 2,2% die is vastgesteld door de VZG en verhoogd met extra ICT-lasten.
-5-
Programma Arbeidsmarkt Het programma Arbeidsmarkt bevat alle re-integratie activiteiten voor bijstandsgerechtigden en gerelateerde groepen. Gericht op uitstroom naar werk en als dat (nog) niet mogelijk is participatie. Wat willen we bereiken Product re-integratie
Realisatie 2019
Begroot 2020-1
Begroot 2021
Volledige uitstroom naar werk
401
340
340
Opbrengsten uit deeltijdwerk
€ 2,39 mln
€ 2,50 mln
€ 2,50 mln
---
75%
75%
17
Nader in te vullen na meting 2019
30
Duurzaamheid uitstroom werk (% na 6 maanden nog uit de uitkering) Plaatsingen op werk voordat uitkeringsaanvraag is toegekend (voorkomen van instroom)
Wat gaan we daarvoor doen De arbeidsmarkt van Walcheren wordt als krap gezien en het tekort aan personeel loopt steeds verder op. Er is nog ruimte in onbenut potentieel, zoals binnen de doelgroep van Orionis. Wel is er sprake van een steeds groter wordende mismatch tussen vraag naar personeel en aanbod van vacatures. Om dit te kunnen overbruggen is samenwerking op drie gebieden noodzakelijk; 1. Met arbeidsmarkt(vraag) als uitgangspunt 2. De klantgroep van Orionis als aanbod op de vraag 3. Met partijen die van waarde zijn bij de toeleiding naar participatie Deze samenwerking tussen bedrijven, kennisinstellingen, opleiders en (maatschappelijke) organisaties met Orionis en UWV is van groot belang om de klantgroep van Orionis te zien als waardevol voor de
-6-
arbeidsmarkt. Meer krachtenbundeling binnen arbeidssectoren zal leiden tot meer innovatie waarin sterk ingezet zal worden op sectoren met groeiperspectief en ruimte voor het “carven” en “jobcreatie” binnen de gezondheidszorg, bouwnijverheid en horeca/toerisme. De focus van de werkgeversdienstverlening van Orionis zal daarom verschuiven. Van individuele vacature-bemiddeling m.b.t. relatief goed bemiddelbare klanten naar het op strategisch niveau meedenken met sectoren over innovatieve arrangementen. Hierdoor kan de kloof tussen de grote vraag naar personeel en het steeds zwakker wordende aanbod van kandidaten verkleind worden. De doelgroep van Orionis zal globaal gaan bestaan uit 3 klantstromen: 1. Klanten die niet (volledig) kunnen werken en waar voorheen allerlei regelingen voor waren zoals WSW, Wajong, etc. De aanpak voor deze doelgroep is in de basis gereed waarbinnen de interventies verder verfijnd worden om ieder individu met arbeidsmogelijkheden een stap verder te brengen richting betaald werk. In toenemende mate zal deze groep met ondersteuning van maatwerk uit gaan stromen in deeltijdwerk, omdat volledige belasting vaak niet mogelijk is. 2. Daarnaast is er een klantgroep die gedrag vertoont wat de inpassing op werk ernstig belemmert, en daardoor bestempeld zouden kunnen worden als klanten die niet willen werken.
De bestaande aanpak die hiervoor is ontwikkeld zal verder worden uitgebreid. 3. En als derde groep zijn er de klanten die zelfredzaam en gemotiveerd zijn en toch een aanvraag doen voor een bijstandsuitkering. Deze zullen zo snel mogelijk bemiddeld worden richting werk volgens de bestaande aanpak die daar reeds succesvol in is. Over de gehele klantgroep zal breed ingezet worden op gebieden waar de klant ondersteuning nodig heeft om weer aan het werk te komen, bijvoorbeeld schuldhulpverlening (zie programma Schuldhulpverlening). De huidige samenstelling van het klantenbestand is als volgt: Afstand tot arbeidsmarkt laag
hoog Totaal
Aantal personen 425 150 450 875 800 525 3.225
Toelichting klaar voor werk; 40% hiervan werkt al parttime werkt parttime en niet in staat om meer uur te werken in traject tijdelijk niet in staat tot arbeid. Wordt opnieuw opgeroepen langdurig niet in staat tot arbeid niet in staat tot arbeid. Nog verder in beeld brengen personen ( = 2900 uitkeringen)
Wat mag het kosten Re-integratie
realisatie 2019
begroting 2020-1
begroting 2021
(bedragen * € 1.000)
lasten
lasten
lasten
baten
4.756
161
Doorbelast pers. en werkinfra
4.358
loonkosten doelgroep
268
overige re-integratie
575
Rijksvergoedingen
baten 50
4.671
baten 161
285 168 5.371
-7-
1.003
341 0 5.612
891 5.648
Subtotaal Doorrekening overhead Totaal product
5.201
5.589
5.958
5.773
5.987
5.809
435
0
446
0
456
0
5.635
5.589
6.404
5.773
6.443
5.809
Saldo
-46
Re-integratie (bedragen * € 1.000) Doorbelast pers. en werkinfra
raming 2022 lasten 4.783
loonkosten doelgroep
368
overige re-integratie
911
Rijksvergoedingen Subtotaal Doorrekening overhead Totaal product Saldo
(saldo 2021 = - 634 )
-631
raming 2023
baten
lasten
75
4.881
raming 2024
baten 75
426
lasten
baten
4.984
75
484
929 5.816
-634
929 5.996
6.172
6.062
5.891
6.236
6.071
6.397
6.247
466
0
476
0
486
0
6.528
5.891
6.712
6.071
6.883
6.247
-637
-8-
-641
-636
Programma Werkleerbedrijf Het programma Werkleerbedrijf bevat de werkinfrastructuur. Het werkleerbedrijf is het middel om de doelgroepen bijstandsgerechtigden en Wsw-ers te laten participeren en zich te ontwikkelen. Dit programma bevat ook de inkomensvoorziening Wsw. Wat willen we bereiken Product Werkleerbedrijf (WLB)
Realisatie 2019
Begroot 2020-1
Begroot 2021
27 %
50 %
50 %
Saldo WSW-lonen en Rijksvergoedingen
€ 2,72 mln negatief
€ 3,03 mln negatief
€ 2,79 mln negatief
Rendementsverbetering (productie en detacheringen)
Daling € 19.000
€ 150.000
€ volgt
Bedrijfseconomische Verantwoording: afstand tot de Cedris benchmark (in € per persoon)
n.n.b.
€ 2.371 negatief
€ volgt
Uitstroom naar werk (fulltime of parttime) op ingezette werkleerplekken in het Werkleerbedrijf
Vanaf 2020 gaan we onder de noemer “Bedrijfseconomische Verantwoording” ook de afstand tot de Cedris benchmark weergeven. In de Cedris Benchmark worden de SW werkbedrijven onderling met elkaar vergeleken. “Bedrijfseconomisch verantwoord” betekent dat we als doelstelling hebben om uiteindelijk op de Cedris benchmark uit te komen. Aangezien dit cijfer één keer per jaar wordt bepaald is dit geen instrument waar maandelijks op gestuurd kan worden. Maandelijks gaan we sturen op rendementsverbetering.
-9-
Wat gaan we daarvoor doen Het werkleerbedrijf biedt voor WSW en Beschut Werk een passende werkinfrastructuur. Daarnaast wordt het werkleerbedrijf ingezet voor praktijk leren. Dit doen we door het aanbieden van korte interventies gericht op vakvaardigheden aan inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt en bijzondere doelgroepen, denk daarbij aan statushouders en aan stage-trajecten voor VSO-scholieren. Het Werkleerbedrijf ontwikkelt zich. Dit doen we in samenwerking met externe partijen, zoals DAM Walcheren, ZeeuwsWerk, Scalda, VSO/Pro, Juvent, Arduin en het Gors. We doen dit voor de doelgroep jongeren en inwoners met een grote afstand tot de arbeidsmarkt, een afstand die voortkomt uit multiproblematiek en/of arbeidsbeperking. Om aan deze doelgroepen – met een verschillende mate van arbeidsvermogen – de ‘juiste’ dienst te kunnen bieden blijft variëteit in werksoorten noodzakelijk. En moet flexibel ingespeeld kunnen worden op een veranderende arbeidsmarkt. Eén van de actiepunten uit het Plan van Aanpak is de werksoorten arbeidsmarktgericht en bedrijfseconomisch verantwoord te maken. Met het bedrijfseconomisch verantwoord maken van de werksoorten zorgen we er voor dat er een goede balans is tussen kosten en opbrengsten en worden re-integratiemiddelen efficiënt ingezet. Daarbij moeten we ook rekening houden met krimp.
Aan het begin van 2021 zijn naar schatting 513 fte’s werkzaam in een Beschut Werk en/of Wswdienstverband. Als gevolg van natuurlijke uitstroom met 2,9% daalt dit met 15 fte tot 498 fte aan het einde van het jaar. Wat mag het kosten Werkleerbedrijf
realisatie 2019
begroting 2020-1
begroting 2021
(bedragen * € 1.000)
lasten
lasten
lasten
baten
baten
baten
Werkinfrastructuur
5.693
5.243
5.816
5.244
5.883
5.230
Wsw-doelgroep
17.156
14.443
16.430
13.402
16.004
13.211
Doorbelasting re-integratie
-1.443
Subtotaal
21.406
19.687
20.754
18.646
20.357
18.441
313
0
321
0
328
0
21.718
19.687
21.074
18.646
20.685
18.441
Doorrekening overhead Totaal product Saldo
Werkleerbedrijf (bedragen * € 1.000)
-1.493
-2.032
raming 2022 lasten
-1.530
-2.429
raming 2023
baten
lasten
baten
-2.244
raming 2024 lasten
baten
Werkinfrastructuur
5.886
5.216
5.876
5.203
5.952
5.189
Wsw-doelgroep
15.544
12.865
15.063
12.599
14.389
12.110
Doorbelasting re-integratie
-1.568
Subtotaal
19.862
-1.607 18.081
- 10 -
19.332
-1.648 17.802
18.694
17.300
Doorrekening overhead Totaal product Saldo
(saldo 2021 = - 2.244)
336
0
344
0
353
0
20.198
18.081
19.676
17.802
19.047
17.300
-2.117
-1.874
-1.747
In 2020 is het meerjarenplan Werkleerbedrijf afgerond. Hierin is beschreven hoe de krimp van het Werkleerbedrijf in de komende jaren vorm wordt gegeven, en tot welke besparingen dit leidt per jaar. De opstelling van dit meerjarenplan heeft geljktijdig gelopen met de opstelling van deze begrroting, de effecten hiervan zijn daarom nog niet in deze begroting verwerkt en worden ook meegenomen in de eerste begrotingswijziging.
- 11 -
Programma Inkomen Het programma inkomen bevat de inkomensvoorziening voor bijstandsgerechtigden en de activiteiten in het kader van handhaving. Daarnaast de verstrekking van bijzondere bijstand en minimaregelingen. Wat willen we bereiken Product Inkomen
Realisatie 2019
Begroot 2020-1
Begroot 2021
Door het PvA is de ontwikkeling van het klantenaantal positiever dan landelijke cijfers
53
60
33
Het klantenbestand Participatiewet per ultimo jaar
2902
2872
2902
€ 2,80 mln negatief
€ 1,51 mln negatief
€ 0,98 mln negatief
65 %
90 %
90 %
---
99,5 %
99,5 %
---
50 %
70%
Saldo uitkeringslasten en Rijksvergoedingen Van aanvraag tot afhandeling: alle aanvragen zijn binnen 4 wkn afgehandeld en – bij toekenning – betaalbaar gesteld. Uitkeringen worden tijdig betaald conform planning Bijdragen conform de minimaregelingen Fonds CSO, Chronisch zieken en Ind. Ink.toeslag (IIT) worden pro-actief toegekend op basis van de informatie die we al hebben
De krapte op de arbeidsmarkt leidt naar verwachting tot een hogere uitstroom dan instroom. Dit is echter een landelijke trend en zal van invloed zijn op het uiteindelijke macrobudget. Aan de andere kant is er een autonome stijging van het klantenaantal als gevolg van andere wetgeving. Dit zal ook komend jaar zo zijn. Ook dit is een landelijke ontwikkeling. Om geen oplopende tekorten te hebben op het budget op bijstand, moeten we beter presteren dan de landelijke trend. Dit wordt wel een steeds grotere uitdaging: uitkeringsgerechtigden met redelijke kansen op de arbeidsmarkt zitten niet meer in de uitkering.
- 12 -
In directe zin is door Orionis Walcheren extra beïnvloeding mogelijk door handhaving, inzet op reintegratie naar werk en een integrale toegang waarbij binnen vijf dagen afspraken worden gemaakt over het verkrijgen van werk. Hoe sneller de interventie na binnenkomst, hoe hoger de kansen op uitstroom. Voor 2021 actualiseren we het plan van aanpak, maar de beschikbare inzet is wel kleiner als gevolg van afnemende middelen. De ontwikkeling van het klantenbestand wordt dan als volgt: In de uitkering Uit de uitkering Stand 1-1-2021 2872 * Instroom 960 Uitstroom – door werk 340 Uitstroom – door handhaving 150 Uitstroom – niet beïnvloedbaar 500 * Stand 31-12-2021 2902 *
Dit zijn de uitkeringen die we op grond van de Participatiewet verstrekken. Andere uitkeringen, zoals op grond van de Ioaw,
Ioaz en Bbz 2004, zijn niet in de cijfers meegenomen.
De mutatie van 2872 naar 2902 bestaat uit een stijging van 63 door macro ontwikkeling en een daling van 33 door extra inspanningen. Wat gaan we daarvoor doen Naast de uitvoering van een wettelijke taak (uitvoering van de Participatiewet) is het van belang aansluiting te hebben op de nieuwe toegangen van het sociaal domein op Walcheren. Op basis van kaders die de gemeenten stellen, gaan we in een uitvoeringsplan regelen hoe we hieraan uitvoering geven. - We benutten wettelijke mogelijkheden om deeltijdwerk aantrekkelijker te maken (zoals inkomstenvrijlating), vooral voor klanten die nog stappen hebben te zetten voordat zij geheel uit kunnen stromen. - We volgen naast lokaal beleid ook landelijke ontwikkelingen en innovaties op de voet zodat we hier adequaat op kunnen anticiperen. - Rechtmatigheidsplan. Daarin wordt beschreven hoe en wanneer we de klantgroep toetsen op de vraag of een uitkering rechtmatig verstrekt wordt. - We bundelen intern de krachten om onrechtmatige of niet doelmatige verstrekkingen te verminderen. Bij vermoedens van misbruik zetten intakers en klantmanagers handhavers in. - In de uitvoering van het minimabeleid houden we rekening met schadelastbeperking in brede zin, ook op andere terreinen van het sociale domein. Ook met de decentralisaties kunnen we onze krachten bundelen.
- We weten van veel klanten al heel veel, zelfs of ze aanspraak zouden kunnen maken op bepaalde voorzieningen. We willen hierin onze dienstverlening verbeteren om klanten actief en individueel hierop te wijzen en te ontzorgen. - Het beleid bijzondere bijstand en het minimabeleid wordt bepaald door de deelnemende gemeenten. De bijzondere bijstand en het minimabeleid zijn zogenaamde ‘open-einde’regelingen. Dit betekent dat het werkelijk aantal goedgekeurde aanvragen de uiteindelijke uitgaven bepaalt. Voor de benodigde capaciteit zijn we uitgegaan van handhaving van het huidige beleid en een jaarlijks aantal van ruim 10.000 verstrekkingen.
- 13 -
-
Wij beschikken over veel informatie van uitkeringsgerechtigden. Wij willen kansen benutten om processen die samenhangen met de verstrekkingen te automatiseren zodat de klant sneller antwoord krijgt op haar aanvraag. Dit willen we vooral doen op het beleid van verstrekkingen aan chronisch zieken en de individuele inkomenstoeslag. Dit zal vooral leiden tot een grotere tevredenheid op de dienstverlening en het niet-gebruik verder verminderen. Wij gaan dit monitoren.
Wat mag het kosten Inkomen
realisatie 2019
begroting 2020-1
begroting 2021
(bedragen * € 1.000)
lasten
baten
lasten
baten
lasten
baten
Inkomensvoorziening Buig
46.379
43.769
46.424
44.914
47.361
46.385
Vangnetuitkering Buig
36
0
0
Inkomensvoorziening BBZ
428
407
350
354
100
0
Bijz.bijstand/minimareg.
5.453
5.453
5.551
5.552
5.619
5.620
37
0
27
8
28
9
overig Taakstelling
-244
Extra bijdrage gemeenten
4.507
3.391
2.290
Subtotaal
52.296
54.172
52.351
54.219
52.863
54.303
Doorrekening overhead
4.362
0
4.471
0
4.583
0
Totaal product
56.659
54.172
56.822
54.219
57.446
54.303
Saldo
-2.487
-2.604
-3.144
Inkomensvoorziening Buig en Vangnetuitkering De tekorten zijn zodanig dat er geen beroep meer op een Vangnetuitkering gedaan kan worden. De BBZ-regeling is nu volledig ondergebracht onder de BUIG-regeling. Onder BBZ zijn alleen nog onderzoekskosten opgenomen. De bekostiging daarvan loopt via het gemeentefonds en is daarom opgenomen in de gemeentelijke exploitatiebijdrage. Extra gemeentelijke bijdrage De extra bijdrage is nodig om de tekorten op de Buig en de overige tekorten op verschillende onderdelen te dekken. Een grote post daarin is het saldo op de uitkeringslasten. Om deze gemeentelijke bijdrage te verminderen, zijn middelen ter beschikking gesteld om jaarlijks een plan uit te voeren dat leidt tot structurele vermindering van de tekorten. Deze middelen worden afgebouwd in 2021, de extra resultaten die daarmee gehaald worden dalen ook van 60 naar 33. Lasten en baten minimaregelingen De feitelijke uitgaven worden in rekening gebracht bij de deelnemende gemeenten op grond van de werkelijke betalingen. Het bedrag is gebaseerd op de uitgaven van 2019.
- 14 -
Aanpassing 6 november 2020 Begin november is een taakstelling toegevoegd van € 244.000 voor het jaar 2021 (structureel). Deze is opgenomen in dit programma. De daadwerkelijke invulling van deze taakstelling wordt in de eerste begrotingswijziging 2021 vastgesteld. Meerjarenperspectief Inkomen
raming 2022
raming 2023
raming 2024
(bedragen * € 1.000)
lasten
baten
lasten
baten
lasten
baten
Inkomensvoorziening Buig
48.105
47.357
48.898
48.065
49.878
49.131
Vangnetuitkering Buig
0
0
0
Inkomensvoorziening BBZ
100
0
100
0
100
0
Bijz.bijstand/minimareg.
5.703
5.704
5.789
5.790
5.917
5.917
29
9
29
9
29
9
overig Taakstelling
-244
-244
Extra bijdrage gemeenten
1.780
-244 1.464
1.214
Subtotaal
53.693
54.850
54.572
55.328
55.680
56.270
Doorrekening overhead
4.698
0
4.815
0
4.921
0
Totaal product
58.390
54.850
59.387
55.328
60.601
56.270
Saldo
(saldo 2021 = - 3.144)
-3.540
-4.059
-4.330
Voor het meerjarenperspectief gaan we uit van een afbouw in 3 jaar van de incidentele middelen in het plan van aanpak. Daarin houden we rekening met een verdere daling van ons klantenbestand met 33 extra in jaar 2021 en 17 in jaar 2022 (boven de landelijke trend). Daardoor zal de extra gemeentelijke bijdrage naar verwachting verder dalen, maar het tekort op de BUIG is daarmee nog niet volledig weggewerkt. Inkomensvoorziening Buig In onderstaande tabel zijn de Rijksvergoedingen en uitkeringslasten per jaar met elkaar vergeleken. Bedragen in € miljoen
2019
2020
2021
2022
2023
2024
Netto lasten BUIG
46,80
46,42
47,36
48,11
48,90
49,88
Rijksvergoeding
44,21
44,91
46,38
47,36
48,07
49.13
Netto saldo (tekort)
2,59
1,51
0,98
0,75
0,83
0,75
De extra gemeentelijke bijdrage ontwikkelt zich als volgt: Extra bijdrage gemeenten
(bedragen * € 1.000)
realisatie
begroting
begroting
raming
raming
raming
2019
2020-1
2021
2022
2023
2024
4.507
3.391
2.290
1.780
1.464
1.214
- 15 -
Programma Schuldhulpverlening Het programma Schuldhulpverlening bevat alle (preventieve) interventies voor inwoners van Walcheren met problematisch schulden, gericht op een duurzame schuldenvrije toekomst en financiële zelfredzaamheid. Wat willen we bereiken Product Schuldhulpverlening
Realisatie 2019
Begroot 2020-1
Begroot 2021
90 %
90 %
600
600
Aantal extra interventies SHV vanuit de Participatiewet
125
125
Aantal geslaagde schuldregelingstrajecten
200
200
Max. 7 werkdagen tussen het dienstverleningsgesprek en een gesprek met de schuldhulpverlener Aantal ontvangen schuldhulpvragen
De extra interventies SHV betreffen aanmeldingen voor een schuldregelingstraject vanuit een reintegratietraject naar werk. Een geslaagd schuldregelingstraject houdt in dat de minnelijke schuldsanering na 3 jaar wordt afgerond en de klant met een schuldenvrije toekomst begint. De arbeidsmarkt van Walcheren wordt als krap gezien en het tekort aan personeel loopt steeds verder op. De problematiek van de doelgroep die nog geen werk heeft wordt steeds zwaarder waardoor interventies nodig zijn om de doelgroep in staat te stellen om de arbeidsmarkt duurzaam te betreden. Vaak is er onder de doelgroep sprake van een opeenstapeling van problemen waarbij schulden een grote rol spelen. Wat gaan we daarvoor doen Landelijk blijkt dat een op de vijf huishoudens te kampen heeft met problematische schulden. Voor Walcheren zou dit kunnen gaan om zo’n 10.000 huishoudens. Uit onderzoek blijkt dat men door de stress die schulden met zich meebrengt niet goed in staat is om de juiste keuzes te maken om de
- 16 -
problemen zelfstandig op te lossen. Landelijk is hier ook meer aandacht voor en wordt het belang van vroegsignalering en hulp in een vroeg stadium steeds meer erkend. Schuldhulpverlening is daarmee een belangrijk re-integratie instrument om duurzame uitstroom te bewerkstelligen. Wij willen door integrale samenwerking met maatschappelijke partners onder regie van de gemeenten een krachtige impuls geven aan schuldhulpverlening. Natuurlijk binnen de kaders die de gemeenten hebben gesteld. Hierdoor zal de inzet van een duur curatief product zoals een schuldregeling in de toekomst minder vaak nodig zal zijn. Wij willen de samenwerking met verhuurders, zorgverzekeringen en energieleveranciers continueren (aspect van vroegsignalering). Maar ook willen we intern de krachten bundelen door te acteren op ontvangen signalen vanuit de Participatiewet. Door bij meervoudige problematiek er een concreet actieplan op te zetten, zullen de participatiekansen van klanten (op termijn) stijgen. Wij willen dat de klant vertrouwen heeft in onze dienstverlening door een snelle en duidelijke opvolging te geven aan de hulpvraag. Een goede monitoring op doorlooptijden en werkprocessen is hiervoor noodzakelijk. We willen we daar waar mogelijk taken neerleggen bij het voorliggende veld.
Daar waar een minder curatieve interventie niet voldoende is, willen we goede zakelijke schuldregelingstrajecten leveren met een hoog slagingspercentage. Wat mag het kosten Schuldhulpverlening
realisatie 2019
begroting 2020-1
begroting 2021
(bedragen * € 1.000)
lasten
lasten
lasten
baten
baten
baten
Bijdragen klanten/derden
116
129
94
Bijdrage gemeenten
67
111
66
Subtotaal
0
183
0
240
0
160
Doorrekening overhead
0
0
0
0
0
0
Totaal product
0
183
0
240
0
160
Saldo
183
Schuldhulpverlening (bedragen * € 1.000)
raming 2022 lasten
240
raming 2023
baten
lasten
160
raming 2024
baten
lasten
baten
Bijdragen klanten/derden
94
94
94
Bijdrage gemeenten
66
66
66
Subtotaal
0
160
0
160
0
160
Doorrekening overhead
0
0
0
0
0
0
Totaal product
0
160
0
160
0
160
Saldo
(saldo 2021 = 160
160
160
Met ingang van 2020 zijn er geen baten meer van derden voor bewindvoering omdat deze taak in de loop van 2019 beëindigd is.
- 17 -
160
Programma Bedrijfsvoering Het programma Bedrijfsvoering betreft de uitvoering van de hiervoor genoemde programma’s. Alle overheadkosten zijn opgenomen in dit programma. Alle kosten die direct toerekenbaar zijn aan een programma worden vervolgens naar dat programma doorbelast. Wat mag het kosten Bedrijfsvoering
realisatie 2019
begroting 2020-1
begroting 2021
(bedragen * € 1.000)
lasten
lasten
lasten
Personeelskosten
12.213
75
12.602
Overig
4.065
377
4.541
Doorbelasting re-integratie
-2.536
baten
Expl.bijdrage gemeenten
baten
495
-2.646 13.269
baten
12.547
0
4.698
384
-2.694 14.187
14.661
Subtotaal
13.743
13.721
14.496
14.682
14.551
15.045
Doorrekening overhead
-5.110
0
-5.237
0
-5.368
0
Totaal product
8.633
13.721
9.259
14.682
9.183
15.045
Saldo
5.088
Reserveringen
0
Saldo na reserveringen
Bedrijfsvoering
5.423
0
0
5.088
raming 2022
(bedragen * € 1.000)
lasten
Personeelskosten
12.681
0
lasten 12.824
- 18 -
0
5.423
raming 2023
baten
5.862
baten
0 5.862
raming 2024 lasten 13.108
baten
Overig
4.782
Doorbelasting re-integratie
-2.744
Expl.bijdrage gemeenten
394
4.988
404
-2.803 14.957
5.094
413
-2.865 15.381
15.714
Subtotaal
14.719
15.352
15.010
15.785
15.337
16.127
Doorrekening overhead
-5.502
0
-5.640
0
-5.764
0
Totaal product
9.216
15.352
9.370
15.785
9.573
16.127
Saldo
(saldo 2021 = 5.862
6.135
6.415
6.554
De gemeentelijke exploitatievergoeding stijgt met de afgesproken index van 2,2% en extra ICT-lasten. De afgesproken vergoeding voor vroegsignalering schulden vervalt, omdat bestaande afspraken lopen t/m 2020. Dit bedrag is ook verminderd op de salariskosten. De (incidentele) middelen van het Plan van Aanpak worden afgebouwd naar nul in 2023. Daarmee daalt ook de personele inzet.
- 19 -
Paragrafen Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing Algemene reserve De algemene reserve wordt aangehouden als bufferfunctie voor de directe en indirecte kosten. De algemene reserve mag maximaal 5% van de jaarlijkse directe en indirecte kosten bedragen. De stand per ultimo 2021 is – vooralsnog – nihil. Gezien het feit dat de reserve nihil is komen afwijkingen in de realisatie direct tot uiting in aanpassing van de gemeentelijke bijdrage. Reorganisatievoorziening Voor de totale kosten die samenhangen met de reorganisatie die in 2013 is doorgevoerd is een voorziening gevormd. Periodiek wordt de hoogte van deze voorziening getoetst en wordt een eventuele herziening meegenomen. De meest recente stand van de voorziening is per ultimo 2019 en bedraagt € 385.000. Dit is van voldoende niveau om de uitgaven 2019 en verder te dekken. Verplichtingen lopen door t/m 2025. Voorziening dubieuze debiteuren Ten behoeve van de vorderingen die niet inbaar zijn is een voorziening dubieuze debiteuren gevormd. Afboekingen van vorderingen worden ten laste van deze voorziening gebracht. Risicobeheersing Risico’s worden periodiek gemonitord, o.a. tijdens het opstellen van de jaarstukken en bij het opstellen van de begroting en van afdelingsplannen. Er vindt binnen Orionis geen centrale registratie van risico’s plaats. De top-10 van risico’s is in de risicoscan opgenomen.
Dit betreft risico’s die Orionis loopt en die zich op korte termijn (binnen 4 jaar) voor zouden kunnen doen. Na beheersmaatregelen en eventuele aanvullende maatregelen resteert een restrisico waarvan de mogelijke financiële gevolgen zijn ingeschat in de kolom “exposure”, zie de tabel hieronder.
1
2
3
Risico
Inc of Str
Beheersmaatregelen (vermijden, verminderen, overdragen, zelf dragen)
Aanvullende maatregelen
Exposure
Bestandsontwikkeling bijstand op Walcheren ongunstiger dan landelijk gemiddelde Calamiteiten informatiebeveiliging: door o.a. hacking, phishing of ongeautoriseerd gebruik van onze systemen Achterblijvende nettoopbrengsten bij de begroting (productie en detachering)
Inc
---
Max € 2.607.000 (5% afwijking +50% extra uitstroom)
Inc
Technische en softwarematige maatregelen. Aansluiting Informatie Beveiligings Dienst
Met meer inspanning zou het landelijk gemiddelde gehaald moeten worden. Bewustwording bij personeel
Inc
Voldoende verschillende werksoorten in stand houden
Groei in minder conjunctuur- en concurrentiegevoelige werksoorten
Max € 522.000 (10% afwijking)
- 20 -
€ 900.000 (6% personeelskosten: meerdere weken volledige uitval)
4
Mismatch tussen ontwik- Str keling Wsw-loonkosten en rijkssubsidie
---
---
Max € 320.000 (2% afwijking op de loonkosten)
5
Frictiekosten Werkleerbedrijf wegens krimp
Inc
---
Meerjaren scenario’s flexcontracten
€ 150.000
6
WW-risico: eigen risicodrager m.b.t. (nawettelijke) WW
Inc
Intentie overeenkomst met externe partijen over indienstneming
---
Max € 261.000 (de niet begrote lasten reorganisatie)
7
Niet voldoen aan AVG, datalek Wijzigingen in (voorwaarden in) regelgeving
Inc
Aanstellen functionaris Gegevensbescherming ---
Voorlichting personeel € 100.000 fysieke maatregelen (inschatting) --Max € 585.000 (1% van subsidie-omvang bijstand/Wsw)
---
---
Bewustwording bij personeel, agressieprotocol, veiligheidsmaatregelen, training
Bewaking in frontoffice
8
9 10
Inc
Inzet van WSW-werkplek- Str ken voor kritische functies Agressie richting Inc personeel
€ 107.000 gemiddeld per jaar Max € 71.000 (1 fte ziekteverzuim)
Risico’s en weerstandsvermogen De totale exposure van incidenteel bedraagt € 4.896.000, en structureel € 427.000. Het bedrag aan incidentele risico’s dient afgezet te worden tegen het eigen vermogen wat dient als buffer, het bedrag aan structurele risico’s dient afgezet te worden tegen de financiële ruimte in de begroting. Het weerstandsvermogen is nihil in 2021. De financiële ruimte in de begroting 2021 is eveneens nihil, er is geen post “onvoorzien” opgenomen. Geconstateerd kan worden dat zowel de structurele weerstandscapaciteit als de incidentele weerstandscapaciteit van Orionis niet toereikend is. Dit betekent dat, gezien het karakter van de gemeenschappelijke regeling, dit risico op het conto van de deelnemende gemeenten komt. Zij zullen dit in hun risicoparagraaf moeten meenemen. Kengetallen BBV JR 2019 Begr 2020 Begr 2021 1- Netto Schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen 21 % 23 % 24 %
2022
2023
2024
24 %
23 %
22 %
2- Solvabiliteitsratio
2,4%
0,0%
0,0%
0,0%
0,0%
0,0%
3- Structurele exploitatieruimte
0,6%
0,0%
0,0%
0,0%
0,0%
0,0%
Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen Orionis Walcheren is gehuisvest op verschillende locaties. De hoofdvestiging aan de Oostsouburgseweg in Vlissingen. Dit gebouw is in eigendom. Hier is de frontoffice en de backoffice gevestigd alsook het werkleerbedrijf waar diverse werksoorten zijn gehuisvest. Een vestiging aan de Poortersweg in Vlissingen. Hier zijn een aantal werksoorten gevestigd. Dit gebouw wordt gehuurd.
- 21 -
Daarnaast zijn er diverse kleine nevenlocaties die gehuurd worden ten behoeve van de afdeling Groen.
Alle installaties, kantoormeubilair en de meeste vervoermiddelen en ICT-apparatuur zijn in eigendom van Orionis Walcheren. Deze zijn geactiveerd tegen de aanschaffingsprijs en worden lineair afgeschreven conform de resterende levensduur. Ten behoeve van het groot onderhoud van het gebouw Oostsouburgseweg in Vlissingen is een meerjarige onderhoudsplanning opgesteld. Voor het groot onderhoud is een voorziening gevormd. Er is geen sprake van achterstallig onderhoud. Investeringen zijn in deze begroting betreffen uitsluitend vervangingsinvesteringen gebaseerd op de huidige afschrijvingslast. Voor 2021 is dit begroot op € 724.300. Dit betreft machines en inventaris werkleerbedrijf, inventaris kantoor en ICT-voorzieningen. Paragraaf financiering Wettelijk kader De Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido) heeft als belangrijkste uitgangspunten het bevorderen van een solide financieringswijze met als doel het voorkomen van grote fluctuaties in de rentelasten, het bevorderen van transparantie, het bevorderen van de kredietwaardigheid en het beheersen van renterisico's. Het beheersen van risico's uit zich concreet in de kasgeldlimiet, de renterisiconorm en het met een prudent karakter uitzetten van gelden en afsluiten van leningen. Daarnaast zijn gemeenschappelijke regelingen verplicht tot het hebben van een treasurystatuut. Het statuut heeft o.a.
als oogmerk de kwaliteit van de uitvoering van de treasuryfunctie te verhogen alsmede de transparantie van het besluitvormingsproces te verbeteren. Rentevisie De rentevisie is gebaseerd op de verwachting dat de huidige lage korte rente vooralsnog laag zal blijven in 2019 maar ingaande 2020 geleidelijk zal oplopen. Momenteel is de korte rente nog negatief. Daarom wordt voor de financiering maximaal gebruik gemaakt van kortlopende middelen. Zolang de korte rente lager ligt dan de debetrente op de rekening courant worden negatieve saldi op de rekeningcourant aangevuld met kortlopende kasgeldleningen. Kasstromen De bevoorschotting vanuit de gemeenten voor programmalasten en exploitatie vindt halverwege de maand plaats. Om eventuele tijdelijke liquiditeitstekorten te overbruggen is een rekening-courant krediet afgesloten bij de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) tot een maximum van € 6,5 miljoen. Kasgeldlimiet Als norm voor de kasgeldlimiet geldt het begrotingstotaal bij het begin van het jaar en een bij ministeriële regeling vastgesteld percentage voor gemeenschappelijke regelingen van 8,2%. Hiermee wordt een bovengrens bepaald waaronder het mogelijk is om cash management vorm te geven. De gemiddelde korte financiering wordt per drie maanden getoetst aan deze kasgeldlimiet, die voor 2021 € 7,7 miljoen bedraagt.
- 22 -
Uitzettingen / schatkistbankieren Schatkistbankieren houdt in dat alle overtollige geldmiddelen boven een bepaalde drempel verplicht bij het Rijk moeten worden uitgezet. Dit wordt dagelijks getoetst. Het drempelbedrag is gelijk aan 0,75% van het begrotingstotaal. De drempel is voor Orionis € 705.000. Deze drempel wordt dagelijks getoetst. Financiering van de investeringsuitgaven Ten behoeve van de huisvesting zijn leningen aangetrokken voor een totale waarde van € 20,1 miljoen. De uitstaande positie ultimo 2021 is € 15,99 miljoen. De looptijd is deels 20 en deels 30 jaar. De rentepercentages liggen tussen 1,9% en 4,9%. Ten behoeve van de overige investeringen zijn langlopende leningen aangetrokken. Deze hebben een looptijd van 20 of 30 jaar. De totale uitstaande positie bedraagt € 0,7 miljoen per ultimo 2020, dit betreft 2 leningen met verschillende afloopdata. De rente op deze leningen is 0,5% resp. 3,5%. Renterisiconorm Het doel van de renterisiconorm is het beheersen van de renterisico’s op de vaste schuld (schuld met een rentetypische looptijd vanaf één jaar). Het renterisico op de vaste schuld mag de zogenaamde renterisiconorm niet overschrijden. De renterisiconorm bedraagt 20% van het begrotingstotaal, € 18,8 miljoen. Uit de onderstaande gegevens blijkt dat het renterisico op de vaste schuld ruim onder deze grens ligt.
Renteherzieningen (A) € 0 Nieuw uitgezette leningen (B) € 0 Aflossingen (C) € 787.000 Renterisico op vaste schuld(A + laagste B, C) € 787.000 Toerekening van rente De totale rentelasten bedragen in deze begroting € 603.000. Deze zijn als volgt toegerekend: Bedrag 2021 reden € 320.300 Betreft rente op leningen voor nieuwbouw werkleerbedrijf € 269.600 Betreft rente op leningen voor nieuwbouw kantoor € 13.100 Overige rente, ter financiering van het benodigde werkkapitaal
Toegerekend aan Programma Werk, onderdeel werkinfrastructuur Programma Bedrijfsvoering (overhead) Programma Bedrijfsvoering (overhead)
Aan Eigen Vermogen en Voorzieningen wordt geen rente toegerekend. Paragraaf verbonden partijen Orionis heeft geen verbonden partijen.
- 23 -
Paragraaf bedrijfsvoering Beleidsplan PW / Plan van Aanpak PW / Beleidsplan schuldhulpverlening Orionis Walcheren beschikt momenteel niet over een meerjarig beleidsplan Participatiewet. In 2019 is een nieuwe, meerjarige Kadernota opgesteld. De uitwerking in concreet beleid volgt nog in 2020. In deze begroting wordt het huidige beleid gecontinueerd inclusief het huidige Plan van Aanpak. Dit richt zich op het in lijn brengen van het klantenbestand met de beschikbare Rijksvergoeding en op rendementsverbetering van het Werkleerbedrijf. Beide verbeteringen zijn mogelijk door de inzet van extra middelen. De inzet van deze extra middelen wordt wel deels afgebouwd in de meerjarenraming, In 2016 is voor Schuldhulpverlening een integraal meerjarig beleidsplan opgesteld wat loopt tot 2020. Ook hiervoor zijn kaders opgenomen in de Kadernota. Informatievoorziening De planning&control cyclus voorziet in periodieke rapportages met betrekking tot de financiële en beleidsmatige voortgang. Twee-maandelijks wordt een dashboard verstrekt aan de Raden van de deelnemende gemeenten waarin de voortgang zichtbaar is en wordt toegelicht. Hieruit kunnen eventueel begrotingswijzigingen voortkomen. Begrotingswijzigingen worden ter zienswijze voorgelegd aan de Raden. Externe informatieverstrekking vindt plaats via de website, alsook de begroting en het jaarverslag.
Personeel Een deel van de formatie betreft flexibele formatie. Informatiebeveiliging We beschikken over een informatiebeveiligingsbeleid en een informatiebeveiligingsplan, waarbij de Baseline Informatiebeveiliging Nederlandse Gemeenten (BIG) als richtlijn is gehanteerd. Het vastgestelde interne controleplan Suwinet zal uitgevoerd worden in 2021. Ook zullen externe audits worden gehouden m.b.t. DigiD en Suwinet. Binnen de organisatie blijven we aandacht besteden aan bewustwording rondom het belang van informatiebeveiliging. Inhuur diensten De automatiseringsdiensten zijn uitbesteed aan de gemeente Vlissingen. Dienstverlening Klantenparticipatie vindt plaats middels de Sociale Cliëntenraad Walcheren. Met de cliëntenraad wordt periodiek overleg gevoerd. Voor klachtenafhandeling is een klachtencoördinator aangesteld. Orionis heeft een eigen bezwarencommissie ten behoeve van de Participatiewet, die conform de vastgestelde “Verordening behandeling bezwaarschriften Orionis Walcheren WWB/Participatiewet” opereert. Orionis is aangesloten bij de nationale Ombudsman.
- 24 -
FINANCIËN
TOTAALOVERZICHT VAN LASTEN EN BATEN
Totaal
realisatie 2019
begroting 2020-1
begroting 2021
(bedragen * € 1.000)
lasten
lasten
lasten
baten
baten
baten
Re-integratie
5.635
5.589
6.404
5.773
6.443
5.809
Werkleerbedrijf
21.718
19.687
21.074
18.646
20.685
18.441
Inkomen
56.659
54.172
56.822
54.219
57.446
54.303
0
183
0
240
0
160
Bedrijfsvoering
8.633
13.721
9.259
14.682
9.183
15.045
Totaal producten
92.645
93.352
93.560
93.561
93.757
93.757
Schuldhulpverlening
Saldo
707
Reserveringen
0
0
Saldo na reservering
Totaal
0 0
0
707
lasten
0
0
0
raming 2022
(bedragen * € 1.000)
0
raming 2023
baten
lasten
0
raming 2024
baten
lasten
baten
Re-integratie
6.528
5.891
6.712
6.071
6.883
6.247
Werkleerbedrijf
20.198
18.081
19.676
17.802
19.047
17.300
Inkomen
58.390
54.850
59.387
55.328
60.601
56.270
0
160
0
160
0
160
Bedrijfsvoering
9.217
15.352
9.371
15.785
9.574
16.127
Totaal producten
94.333
94.334
95.146
95.146
96.105
96.105
Schuldhulpverlening
Reserveringen Saldo na reservering
0
0
De meerjarenbegroting is sluitend, na verwerking van de extra gemeentelijke bijdrage. Deze extra bijdrage is als volgt: Extra bijdrage gemeenten
(bedragen * € 1.000)
realisatie
begroting
begroting
raming
raming
raming
2019
2020-1
2021
2022
2023
2024
4.507
3.391
2.290
1.780
1.464
1.214
- 26 -
0
Programma Arbeidsmarkt
Re-integratie
realisatie 2019
begroting 2020-1
begroting 2021
(bedragen * € 1.000)
lasten
lasten
lasten
Doorbelast pers. en werkinfra
3.978
Doorbelast flex inzet
380
Loonkst doelgroep WiW/BW
268
Plaatsingsvergoedingen
248
Overige instrumenten
327
Rijksvergoedingen Subtotaal Doorrekening overhead Totaal product
baten
baten
4.139 50
168
4.224
532
161
341
446
457
558
434 5.612
Doorbelast pers. en werkinfra
5.648
5.589
5.958
5.773
5.987
5.809
435
0
446
0
456
0
5.635
5.589
6.404
5.773
6.443
5.809
-46
(bedragen * € 1.000)
raming 2022 lasten
-631
raming 2023
baten
lasten
4.312
raming 2024
baten
lasten
4.410
471 368
426
484
Plaatsingsvergoedingen
468
480
480
Overige instrumenten
443
449
449
Doorrekening overhead Totaal product Saldo
(saldo 2021 = - 634 )
471
5.816
baten
4.513
Loonkst doelgroep WiW/BW
Rijksvergoedingen
75
-634
Doorbelast flex inzet
Subtotaal
161
5.201
Saldo
Re-integratie
532
285
5.371
baten
75
471
5.996
75
6.172
6.062
5.891
6.236
6.071
6.397
6.247
466
0
476
0
486
0
6.528
5.891
6.712
6.071
6.883
6.247
-637
- 27 -
-641
-636
Programma Werkleerbedrijf
Werkleerbedrijf
realisatie 2019
begroting 2020-1
begroting 2021
(bedragen * € 1.000)
lasten
lasten
lasten
baten
baten
Personeelslasten
2.957
3.123
3.162
Huisvesting
1.395
1.160
1.169,1
Productiemiddelen
862
1.070
1.082
Overig
479
Netto omzet
7
464
5.236
470
5.233
17.156
Doorbelasting re-integratie WI
-1.050
-1.086
-1.113
Doorbelasting re-integr. Wsw
-393
-407
-417
Doorrekening overhead Totaal product
16.430
Personeelslasten Huisvesting Productiemiddelen Overig
20.754
18.646
20.357
18.441
313
0
321
0
328
0
21.718
19.687
21.074
18.646
20.685
18.441
raming 2022 lasten
-2.429
raming 2023
baten
lasten
-2.244
raming 2024
baten
lasten
3.180
3.236
3.290
1.132,0
1.042,3
1.050,6
1.098
1.115
1.130
476
11
Wsw-doelgroep
15.544
12.865
Doorbelasting re-integratie WI
-1.141
-1.169
-1.198
Doorbelasting re-integr. Wsw
-428
-438
-449
Netto omzet
Subtotaal Totaal product Saldo
(saldo 2021 = - 2.244)
482
11
15.063
12.599
5.205
19.862
Doorrekening overhead
13.211
19.687
-2.032
(bedragen * € 1.000)
16.004
21.406
Saldo
Werkleerbedrijf
13.402
11 5.219
Wsw-doelgroep
Subtotaal
14.443
11
baten
18.081
482
12
14.389
12.110
5.191
19.332
17.802
baten
5.178
18.694
17.300
336
0
344
0
353
0
20.198
18.081
19.676
17.802
19.047
17.300
-2.117
- 28 -
-1.874
-1.747
Programma Inkomen Bijstandsverstrekking
realisatie 2019
begroting 2020-1
begroting 2021
(bedragen * € 1.000)
lasten
lasten
lasten
Inkomensvoorziening Buig
46.379
baten 954
baten
46.424
931
baten
47.361
1.075
Rijksvergoeding Buig
42.815
43.983
45.310
Vangnetuitkering Buig
36
0
0
Inkomensvoorziening BBZ
428
Rijksvergoeding BBZ
201
350
207
214
100
0
141
0
Taakstelling
-244
Bijzondere bijstand
3.312
105
3.405
127
3.441
129
Minimabeleid
2.141
118
2.146
77
2.178
78
Bijdrage gemeenten bb/min Overig
5.229 37
Extra bijdrage gemeenten
0
5.347 27
4.507
5.412
8
28
3.391
9 2.290
Subtotaal
52.296
54.172
52.351
54.219
52.863
54.303
Doorrekening overhead
4.362
0
4.471
0
4.583
0
Totaal product
56.659
54.172
56.822
54.219
57.446
54.303
Saldo
-2.487
Bijstandsverstrekking
raming 2022
(bedragen * € 1.000)
lasten
Inkomensvoorziening Buig
48.105
-2.604
-3.144
raming 2023
baten
lasten
1.075
48.898
raming 2024
baten
lasten
1.075
49.878
baten 1.075
Rijksvergoeding Buig
46.282
46.990
48.056
Vangnetuitkering Buig
0
0
0
Inkomensvoorziening BBZ
100
Rijksvergoeding BBZ
0
100
0
0
100
0
0 0
Bijzondere bijstand
3.492
131
3.545
133
3.623
136
Minimabeleid
2.211
79
2.244
81
2.293
83
Bijdrage gemeenten bb/min Overig
5.493 29
Taakstelling
9
-244
Extra bijdrage gemeenten
5.576 29
9
-244 1.780
5.699 29
9
-244 1.464
1.214
Subtotaal
53.693
54.850
54.572
55.328
55.680
56.270
Doorrekening overhead
4.698
0
4.815
0
4.921
0
Totaal product
58.390
54.850
59.387
55.328
60.601
56.270
Saldo
(saldo 2021 = - 3.144)
-3.540
- 29 -
-4.059
-4.330
Extra gemeentelijke bijdrage De extra bijdrage is nodig om de tekorten op de Buig en de overige tekorten op verschillende onderdelen te dekken. In onderstaande tabel is zichtbaar uit welke posten deze extra bijdrage is opgebouwd. Grootste post daarin is het saldo op de uitkeringslasten. Om deze gemeentelijke bijdrage te verminderen, zijn middelen ter beschikking gesteld om jaarlijks een plan uit te voeren dat leidt tot structurele vermindering van de tekorten. Vergoeding en besteding (* € 1.000)
2020-1
begr 2021
Gemeentelijke exploitatiebijdrage
€ 14.187
€ 14.661
Extra gemeentelijke bijdrage
€ 3.391
€ 2.290
Totaal bijdrage gemeenten
€ 17.578
€ 16.951
Re-integratie
-€ 631
-€ 634
Werkleerbedrijf excl. Wsw
€ 193
€ 132
WSW-lonen/rijksvergoeding
-€ 2.621
-€ 2.376
Inkomen
-€ 5.995
-€ 5.434
€ 240
€ 160
-€ 8.764
-€ 8.799
€0
€0
-€ 17.578
-€ 16.951
€0
€0
Schuldhulpverlening Indirecte kosten Bedrijfsvoering reserveringen Totaal besteding Saldo
- 30 -
Programma Schuldhulpverlening
Schuldhulpverlening
realisatie 2019
begroting 2020-1
begroting 2021
(bedragen * € 1.000)
lasten
lasten
lasten
baten
baten
baten
Bijdragen klanten
44
61
41
Bijdragen derden
73
68
53
Bijdrage gemeenten
67
111
66
Subtotaal
0
183
0
240
0
160
Doorrekening overhead
0
0
0
0
0
0
Totaal product
0
183
0
240
0
160
Saldo
183
Schuldhulpverlening (bedragen * € 1.000)
raming 2022 lasten
240
raming 2023
baten
lasten
160
raming 2024
baten
lasten
baten
Bijdragen klanten
41
41
41
Bijdragen derden
53
53
53
Bijdrage gemeenten
66
66
66
Subtotaal
0
160
0
160
0
160
Doorrekening overhead
0
0
0
0
0
0
Totaal product
0
160
0
160
0
160
Saldo
(saldo 2021 = 160
160
- 31 -
160
160
Programma Bedrijfsvoering
Bedrijfsvoering
realisatie 2019
begroting 2020-1
begroting 2021
(bedragen * € 1.000)
lasten
lasten
lasten
Personeelskosten
12.213
Huisvesting
baten
baten
12.602
12.547
1.692
1.742
1.694
ICT
1.761
2.097
2.339,4
Overig
612
Onvoorzien Doorbelasting re-integratie
75
baten
377
702
495
664
0
0
0
-2.536
-2.646
-2.694
Expl.bijdrage gemeenten
13.269
14.187
384
14.661
Subtotaal
13.743
13.721
14.496
14.682
14.551
15.045
Doorrekening overhead
-5.110
0
-5.237
0
-5.368
0
Totaal product
8.633
13.721
9.259
14.682
9.183
15.045
Saldo
5.088
5.423
Reserveringen
0
Saldo na reserveringen
Bedrijfsvoering
5.088
raming 2022
(bedragen * € 1.000)
lasten
Personeelskosten
12.680,7
Huisvesting ICT Overig Doorbelasting re-integratie
5.423
raming 2023
baten
lasten
5.862
raming 2024
baten
lasten
12.824,0
baten
13.108
1.710
1.726
1.766
2.390,6
2.561,7
2.611,3
682
Onvoorzien
5.862
394
700
404
717
0
0
0
-2.744
-2.803
-2.865
Expl.bijdrage gemeenten
14.957
15.381
413
15.714
Subtotaal
14.719
15.352
15.010
15.785
15.337
16.127
Doorrekening overhead
-5.502
0
-5.640
0
-5.764
0
Totaal product
9.216
15.352
9.370
15.785
9.573
16.127
Saldo
(saldo 2021 = 5.862
6.135
6.415
6.554
De gemeentelijke exploitatievergoeding stijgt met de afgesproken index van 2,2% en extra ICT-lasten. De afgesproken vergoeding voor vroegsignalering schulden vervalt, omdat bestaande afspraken lopen t/m 2020. Dit bedrag is ook verminderd op de salariskosten.
- 32 -
Bijlage 1: Kerncijfers Hieronder enkele kerncijfers die gehanteerd zijn in deze begroting. Klantenaantal P-wet
Per begin jaar
2872 klanten
Per einde jaar
2902 klanten
Gewogen gemiddelde
2882 klanten
Prijs Uitkering
P-wet (excl terugv+verhaal) en excl. Loonkostensubsidie
Klantenaantal overig
Per begin jaar
182 klanten
Per einde jaar
186 klanten
Gewogen gemiddelde
184 klanten
Per begin jaar
609 Wsw-ers
Aantal Wsw-medewerkers
€ 15.170
Procentuele daling in het jaar
2,9 %
Bijlage 2: Overzicht van geraamde incidentele baten en lasten Er zijn geen incidentele baten of lasten geraamd.
Bijlage 3: EMU-saldo EMU saldo (Bedragen * € 1000,-)
2020
2021
2022
1 exploitatiesaldo excl. reserveringen 2 Mutatie (im)materiële vaste activa 3 Mutatie voorzieningen 4 Mutatie voorraden (incl. bouwgronden in exploitatie) Verwachte boekwinst bij verkoop effecten en 5 (im)materiële vaste activa
0 -523 -77 0
0 -565 -35 0
0 -565 -49 0
0
0
0
446
530
515
Berekend EMU saldo (1-2+3-4+5)
Het exploitatiesaldo onder 1 is na mutatie van de extra gemeentelijke bijdrage met het saldo van de begroting.
- 33 -
Bijlage 4: Financiële bijdragen van gemeenten Verdeelsleutels Verdeelsleutel exploitatiebijdrage
2019
2020-1
2021
2022
2023
2024
Vlissingen
53,22%
53,22%
53,28%
53,38%
53,33%
53,44%
Middelburg
40,19%
40,78%
40,81%
40,81%
40,89%
40,88%
Veere
6,59%
6,00%
5,91%
5,80%
5,77%
5,68%
Verdeelsleutel extra bijdrage
2019
2020-1
2021
2022
2023
2024
Vlissingen
53,08%
53,07%
53,16%
53,21%
53,24%
53,24%
Middelburg
40,21%
40,99%
41,03%
41,06%
41,08%
41,19%
Veere
6,71%
5,94%
5,81%
5,72%
5,68%
5,57%
De extra gemeentelijke bijdrage bestaat uit het tekort op BUIG en overige tekorten in het bedrijfsvoering. Op Buig tekorten wordt de volgende verdeelsleutel toegepast. De verdeelsleutel per gemeente is gelijk aan de verhouding [Rijksvergoeding Buig en statushouders + evt. Vangnetuitkering] tussen de gemeenten. Op de overige tekorten wordt dezelfde verdeelsleutel toegepast als op de exploitatiebijdrage. De verdeelsleutel per gemeente is gelijk aan de verhouding [Rijksvergoedingen van diverse regelingen + evt. Vangnetuitkering] tussen de gemeenten. Verwachte gemeentelijke bijdragen in 2021 en verder Extra bijdrage (Inkomen)
2019
2020-1
2021
2022
2023
2024
Vlissingen
2.394.592
1.978.900
1.218.500
948.500
780.200
647.800
Middelburg
1.811.946
1.521.700
937.500
729.100
599.800
497.700
300.462
222.300
134.000
102.500
83.900
68.400
4.507.000
3.722.900
2.290.000
1.780.100
1.463.900
1.213.900
2019
2020-1
2021
2022
2023
2024
Vlissingen
7.062.350
7.300.300
7.811.500
7.984.500
8.203.000
8.397.600
Middelburg
5.336.719
5.628.500
5.983.000
6.104.800
6.289.600
6.424.700
869.933
822.700
866.400
868.100
887.900
892.100
Veere Walcheren Exploitatie (Bedrijfsvoering)
Veere Walcheren AIV incl. kinderopvang
13.269.002 13.751.500 14.660.900 14.957.400 15.380.500 15.714.400 2019
2020-1
2021
2022
2023
2024
Vlissingen
2.740.250
2.798.785
2.825.547
2.868.140
2.911.390
2.975.776
Middelburg
2.167.417
2.213.247
2.246.460
2.280.142
2.314.344
2.365.260
321.430
335.026
340.054
345.152
350.329
358.037
5.229.097
5.347.058
5.412.061
5.493.434
5.576.063
5.699.073
2019
2020-1
2021
2022
2023
2024
Vlissingen
41.507
66.100
39.338
39.338
39.338
39.338
Middelburg
20.807
41.700
24.817
24.817
24.817
24.817
Veere Walcheren AIV onderdeel schuldhulpverlening
- 34 -
Veere
4.142
3.100
1.845
1.845
1.845
1.845
Walcheren
66.456
110.900
66.000
66.000
66.000
66.000
2019
2020-1
2021
2022
2023
2024
118.219
77.273
78.200
79.406
80.597
82.800
2020-1
2021
2022
2023
2024
AIV kinderopvang Middelburg
Verwachte rijksvergoedingen in 2021 en verder: Buig ex. VU incl. SH
2019
Vlissingen
22.710.502 23.341.686 24.083.991 24.627.620 25.018.410 25.587.241
Middelburg
17.230.494 18.027.607 18.591.723 19.004.854 19.301.896 19.792.126
Veere
2.874.323
Walcheren
42.815.319 43.981.623 45.308.843 46.281.190 46.988.755 48.056.002
Bbz vaste-deel
2.612.330
2.633.129
2.648.716
2.668.449
2.676.635
2019
2020-1
2021
2022
2023
2024
Vlissingen
10.745
10.154
0
0
0
0
Middelburg
8.578
7.570
0
0
0
0
Veere
1.059
579
0
0
0
0
Walcheren
20.382
18.303
0
0
0
0
2019
2020-1
2021
2022
2023
2024
Vlissingen
3.036.503
3.174.294
3.204.819
3.296.090
3.394.300
3.490.031
Middelburg
2.217.841
2.316.017
2.328.249
2.399.015
2.474.595
2.548.096
116.695
122.167
114.475
120.984
127.420
133.892
5.371.039
5.612.478
5.647.543
5.816.089
5.996.315
6.172.019
2019
2020-1
2021
2022
2023
2024
Vlissingen
7.372.013
6.971.488
6.859.031
6.711.413
6.522.293
6.328.428
Middelburg
5.586.676
5.315.022
5.234.530
5.077.255
5.009.612
4.747.570
Veere
1.114.104
1.039.777
1.039.721
996.048
985.705
950.804
Walcheren
14.072.793 13.326.287 13.133.282 12.784.715 12.517.611 12.026.802
P-budget RI / bonus BW
Veere Walcheren P-budget Wsw
VU
2019
2020-1
2021
2022
2023
2024
Vlissingen
35.395
0
0
0
0
0
Middelburg
0
0
0
0
0
0
Veere
0
0
0
0
0
0
35.395
0
0
0
0
0
Walcheren
- 35 -
Bijlage 5: Lijst van afkortingen ANW
Algemene Nabestaanden wet
aok
Arbeidsovereenkomst
AVG
Algemene Verordening Gegevensbescherming
BBR
Budgetbeheer
BBZ
Besluit bijstandsverlening Zelfstandigen
BUIG
wet Bundeling van Uitkeringen Inkomensvoorziening aan Gemeenten
BW
Begeleid Werken
CPB
Centraal Planbureau
Divosa
Belangenvereniging van Sociale Diensten
IOAW
Inkomensregeling voor Oudere en gedeeltelijk Arbeidsongeschikte Werknemers
IOAZ
Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen
MVO
Maatschappelijk verantwoord ondernemen
NUG / NUGger
Niet Uitkeringsgerechtigde
NVVK
Vereniging voor schuldhulpverlening en sociaal bankieren
OW
Orionis Walcheren
P-budget
Participatiebudget
PW
Participatiewet
PL
Persoonlijke Lening
RI
Re-integratie
SE
Subsidie eenheid (Wsw)
SROI
Social Return on Investment
Tozo
Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers
WIW
Wet Inschakeling Werkzoekenden
Wsw
Wet Sociale Werkvoorziening
- 36 -
Powered by TCPDF (www.tcpdf.org)