CConstaterende datMiddelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

21-006 Bijlage 1. Ingekomen stukken MZ

Gemeenteraad 28 januari 2021, gemeente MiddelburgBij agendapunt: Ingekomen stukken periode 1-2021 (21-006 MZ/RM/AB)18.129 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

ingekomen stukken Commissie

Commissie Maatschappelijke Zaken

raadsvergadering

28 januari 2021

onderwerp

908. Ledenbrief - Uitbreiding rijksvaccinatieprogramma

ingekomen stuk

908. Ledenbrief - Uitbreiding rijksvaccinatieprogramma

datum brief

18-12-2020

datum invoer

18-12-2020

afdeling

Samenleving

afzender

VNG

besluit

Voor kennisgeving aannemen

Commissie

Commissie Maatschappelijke Zaken

raadsvergadering

28 januari 2021

onderwerp

906. subsidieaanvraag Stichting Hoogerzael

ingekomen stuk

906. subsidieaanvraag Stichting Hoogerzael

datum brief

17-12-2020

datum invoer

17-12-2020

afdeling

Samenleving

afzender

Stichting Hoogerzael

besluit

Via de gemeentesecretaris in handen stellen van het college ter afdoening

Commissie

Commissie Maatschappelijke Zaken

raadsvergadering

28 januari 2021

onderwerp

904. Brieven Intervence

ingekomen stuk

904. Brieven Intervence

datum brief

14-12-2020

datum invoer

14-12-2020

afdeling

Samenleving

afzender

Diversen

besluit

Voor kennisgeving aannemen

Commissie

Commissie Maatschappelijke Zaken

raadsvergadering

28 januari 2021

onderwerp

902. Brief aan gemeentebesturen inz 150 miljoen lokale culturele infrastructuur_V4

ingekomen stuk

902. Brief aan gemeentebesturen inz 150 miljoen lokale culturele infrastructuur V4

datum brief

09-12-2020

datum invoer

09-12-2020

afdeling

Samenleving

afzender

Museumvereniging

besluit

Voor kennisgeving aannemen

Commissie

Commissie Maatschappelijke Zaken

raadsvergadering

28 januari 2021

onderwerp

901. Brief Sociale Clientenraad Walcheren n.a.v. Begroting Orionis 2021 Meerjarenraming 2022-2024

ingekomen stuk

901. Brief Sociale Clientenraad Walcheren n.a.v. Begroting Orionis 2021 Meerjarenraming 2022-2024

datum brief

08-12-2020

datum invoer

08-12-2020

afdeling

Samenleving

afzender

SCW

besluit

Voor kennisgeving aannemen

Commissie

Commissie Maatschappelijke Zaken

raadsvergadering

28 januari 2021

onderwerp

900. Gevraagd advies Sociale Clientenraad Walcheren - Verordening Beslistermijn Schuldhulpverlening

ingekomen stuk

900. Gevraagd advies Sociale Clientenraad Walcheren - Verordening Beslistermijn Schuldhulpverlening

datum brief

08-12-2020

datum invoer

08-12-2020

afdeling

Samenleving

afzender

SCW

besluit

Via de gemeentesecretaris in handen stellen van het college voor het opstellen van een voorstel aan de raad

Commissie

Commissie Maatschappelijke Zaken

raadsvergadering

28 januari 2021

onderwerp

898. Verzoek zorgen dat de corona noodsteun voor musea op de juiste plek terecht komt

ingekomen stuk

898. Verzoek zorgen dat de corona noodsteun voor musea op de juiste plek terecht komt

datum brief

07-12-2020

datum invoer

07-12-2020

afdeling

Samenleving

afzender

Museumvereniging

besluit

Via de gemeentesecretaris in handen stellen van het college ter afdoening

Commissie

Commissie Maatschappelijke Zaken

raadsvergadering

28 januari 2021

onderwerp

897. Feiten Intervence m.b.t. bedrijfsvoering bedrijfscultuur en ziekteverzuim

ingekomen stuk

897. Feiten Intervence m.b.t. bedrijfsvoering bedrijfscultuur en ziekteverzuim

datum brief

07-12-2020

datum invoer

07-12-2020

afdeling

Samenleving

afzender

Stichting Intervence

besluit

Voor kennisgeving aannemen

Commissie

Commissie Maatschappelijke Zaken

raadsvergadering

28 januari 2021

onderwerp

895. Nieuwsbrief VNG Coronacrisis nr. 20

ingekomen stuk

895. Nieuwsbrief VNG Coronacrisis nr. 20

datum brief

04-12-2020

datum invoer

04-12-2020

afdeling

Samenleving

afzender

VNG

Commissie

Commissie Maatschappelijke Zaken

raadsvergadering

28 januari 2021

onderwerp

891. Ledenbrief 20-085 - VNG model verordening bekostiging leerlingenvervoer (nieuw)

ingekomen stuk

891. Ledenbrief 20-085 - VNG model verordening bekostiging leerlingenvervoer (nieuw)

datum brief

03-12-2020

datum invoer

03-12-2020

afdeling

Samenleving

afzender

VNG

besluit

Voor kennisgeving aannemen

Commissie

Commissie Maatschappelijke Zaken

raadsvergadering

28 januari 2021

onderwerp

886. Programmabegroting 2021 vastgesteld AB

ingekomen stuk

21004 Programmabegroting 2021 vastgesteld AB

datum brief

20-11-2020

datum invoer

20-11-2020

afzender

Orionis Walcheren

besluit

Voor kennisgeving aannemen

Brief aan de leden T.a.v. het college en de raad

Datum

17 december 2020 Kenmerk

TISB/U202001051 Lbr. 20/094 Telefoon

070 373 8393 Bijlage(n)

-

Onderwerp

Uitbreiding Rijksvaccinatieprogramma

Samenvatting Sinds 2019 zijn gemeenten verantwoordelijk voor de uitvoering voor het Rijksvaccinatieprogramma voor de jeugd tot 18 jaar. Voor 2021 wordt het pakket uitgebreid met het MenACWY v(meningokokken) voor 14-jarigen. In deze ledenbrief informeren wij de gemeenten daarover.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 Den Haag | Postbus 30435 | 2500 GK Den Haag 070 - 373 83 93 | info@vng.nl

U202001051

PROD

Aan de leden

Datum

17 december 2020 Kenmerk

TISB/U202001051 Lbr. 20/094 Telefoonnummer

070 373 8393 Bijlage(n)

-

Onderwerp

Uitbreiding Rijksvaccinatieprogramma

Geacht college en gemeenteraad, Inleiding Op 1 januari 2019 is de wijziging van de Wet publieke gezondheid in werking getreden waarmee gemeenten verantwoordelijk zijn geworden voor de uitvoering van het Rijksvaccinatieprogramma (RVP) voor de jeugd tot 18 jaar. Het macrobudget wat hiertoe is toegevoegd aan het gemeentefonds bedraagt 31,7 miljoen euro (inclusief de loon- en prijsontwikkeling 2019). Vanaf 2021 wordt daar de verantwoordelijkheid aan toegevoegd voor uitvoeren van het MenACWY (meningokokken) vaccin voor 14-jarigen. De daarmee gemoeide middelen worden toegevoegd aan de reeds eerder overgehevelde middelen voor de uitvoering van het RVP in het gemeentefonds. Uitbreiding RVP Het terrein van de vaccinatiezorg is in beweging en het programma wordt telkens vernieuwd. De overdracht van Rijksoverheid naar gemeenten is daardoor niet een eenmalige gebeurtenis, maar een voortdurend proces. De komende jaren zijn er relatief veel aanpassingen te voorzien, die elkaar snel opvolgen. De Gezondheidsraad publiceert gemiddeld twee adviezen per jaar over vaccinaties en verbetering van de vaccinatiestrategie. De verwachting is dat er de komende jaren verschillende aanpassingen zullen plaatsvinden aan het Rijksvaccinatieprogramma.

Om geen gezondheidswinst te laten liggen in de beoogde doelgroep, is het in de meeste gevallen gewenst om zo snel mogelijk te starten met vaccineren of de aanpassing aan het programma door te voeren. Het Rijk heeft daarom met ons afgesproken dat nieuwe vaccinaties in de startfase eerst landelijk uit te rollen onder verantwoordelijkheid van het ministerie van VWS. Zodra het Besluit publieke gezondheid is aangepast en de benodigde financiën zijn overgeheveld naar het gemeentefonds, worden gemeenten wettelijk verantwoordelijk. Vanaf 2021 geldt dit dus voor het MenACWY vaccin. De wijziging in het gemeentefonds wordt aangekondigd in de BZK- decembercirculaire van het gemeentefonds. De daadwerkelijke storting in het gemeentefonds zal achteraf plaatsvinden en

Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 Den Haag | Postbus 30435 | 2500 GK Den Haag 070 - 373 83 93 | info@vng.nl

U202001051

PROD

worden bekend gemaakt in de voorjaarscirculaire van het gemeentefonds. Vooralsnog gaat het ministerie uit van een tarief voor 2021 van 20,66 per vaccinatie. Gemeenten worden gevraagd met de organisaties voor jeugdgezondheidszorg zo snel mogelijk afspraken te maken over uitvoering van de nieuwe vaccinatie en de financiering van de kosten. Verdere ontwikkelingen in het Rijksvaccinatieprogramma In de loop van 2021 verwachten wij een verdere uitbreiding van het RVP met: • het HPV vaccin voor jongens tot 18 jaar • uitbreiding van het RVP voor personen van 18 tot en met 26 jaar. Aan deze groep personen zullen alle vaccinaties beschikbaar worden gesteld die eerder voorbehouden waren voor personen tot 18 jaar. Bij deze groep is geen (juridische) relatie met de jeugdgezondheidszorg en zal om die reden niet worden toegevoegd aan het gemeentelijke RVP pakket. • een toekomstig SARS-CoV-2 vaccin. Het vaccin zal worden opgenomen in het RVP voor de gehele bevolking. Gemeenten krijgen hiervoor geen medeverantwoordelijkheid.

Met vriendelijke groet, Vereniging van Nederlandse Gemeenten

L.K. Geluk Algemeen directeur

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

3/3

Aan het college van burgemeester en wethouders van Middelburg Postbus 6001 4330 LA Middelburg Betreft: subsidieaanvraag Stichting Hoogerzael Middelburg, 15 december 2020 Geacht college, Op 29 april 2020 diende het bestuur van Stichting Hoogerzael een subsidieverzoek in voor ondersteuning van onze stichting met een bedrag van € 10.000,-- voor het jaar 2021. De aanleiding en de motivatie voor onze aanvraag zijn u bekend. Naast de toelichting op papier, heeft een afvaardiging van ons bestuur in augustus jl. met uw leden Simons en Doorn een gesprek gevoerd. Bij die gelegenheid is het probleem rondom de exploitatie van het speelhof Hoogerzael goed en constructief besproken. U heeft begrip gevraagd voor de moeilijke afwegingen waarvoor u zich gesteld ziet vanwege de grote tekorten in het sociaal domein, en voor de afspraken met Orionis waaraan u gebonden bent vanuit de gemeenschappelijke regeling met de beide andere Walcherse gemeenten. Niettemin heeft u in het gesprek de intentie uitgesproken om toch mogelijkheden te onderzoeken om het exploitatieprobleem van onze stichting aan te pakken. Ons bestuur waardeert uw inzet. Maar tot onze spijt moeten wij vaststellen dat ons van uw zijde sinds de indiening van onze subsidieaanvraag geen enkel concreet antwoord heeft bereikt.

Inmiddels is het jaar 2020 zo goed als verstreken en onze conceptbegroting 2021 vertoont bij ongewijzigd beleid een tekort van € 11.000,--. De bijdrage van de gemeente Middelburg is ontoereikend om de begroting sluitend te krijgen, zoals wij al in april aangaven en in het gesprek met u hebben herhaald. Oorzaak hiervoor is grotendeels gelegen in de detacheringskosten van de terreinbeheerder. Zonder een substantieel hogere bijdrage van de gemeente, ofwel een substantiële verlaging van de lasten (c.q. de detacheringskosten), kan de stichting haar exploitatie niet in evenwicht brengen. De mogelijkheden om onze eigen inkomsten wezenlijk te vergroten zijn gering, zeker op de korte termijn. Aan de uitgavenkant zijn we al zo spaarzaam als maar mogelijk is. Deze omstandigheden hebben we uitvoerig aan u toegelicht. Het uitblijven van een besluit frustreert ons en onze vrijwilligers. Belangrijker nog: op afzienbare termijn (omstreeks 2023) zal de stichting het punt bereiken dat we de exploitatie van het terrein moeten beëindigen of tot een uiterst minimum moeten beperken. Dat zou alle investeringen in de afgelopen tien jaar, die niet in de laatste plaats door de gemeente zelf zijn ingezet, te niet doen.

En de gemeente Middelburg zou zichzelf beroven van een alom gewaardeerd bewonersinitiatief dat alle dagen van het jaar in een grote behoefte voorziet en grote potentie heeft bij het realiseren van sociale cohesie en burgerkracht in Middelburg. Er staat veel op het spel. Het bestuur verzoekt u om voor het einde van dit jaar tot besluitvorming komen. Wij menen dat onze vrijwilligers en de vele gebruikers van Speelhof Hoogerzael hier recht op hebben. Vanzelfsprekend hopen wij op een positief besluit. Over de manier waarop we hier samen kunnen komen, gaan we desgewenst graag nog in overleg. Met vriendelijke groet, Hubert Leeman, secretaris

Memo aan wethouders Zeeland Afzender: Datum: Onderwerp:

Jan Menting, Jeannet Coens - Ondersteuningsteam Zorg voor de Jeugd 11-12-2020 terugkoppeling bestuurlijk overleg i.r.t. brieven JA en Inspecties

Aanleiding Op verzoek van wethouders Jack Werkman, namens de kopgroep van wethouders Zeeland, informeren wij u over het gesprek met de Jeugdautoriteit en de Inspecties (IGJ en IJenV) tijdens het bestuurlijk overleg Intervence dat heeft plaats gevonden op 7 december jongstleden. Bij het overleg waren aanwezig: kopgroep wethouders Zeeuwse gemeenten, Inkooporganisatie, bestuur en RvT Intervence, bestuurders drie GI’s, Jeugdautoriteit, Inspecties JenV en GJ, directie Jeugd J&V en het OZJ. Deze memo geven wij op verzoek af omdat er nog geen verslag ligt van het bestuurlijk overleg en er overduidelijk behoefte bestaat aan toelichting op de brieven van zowel Inspecties als de Jeugdautoriteit. Toelichting afspraken Jeugdautoriteit en Inspecties Tijdens het bestuurlijk overleg hebben de Jeugdautoriteit en de Inspecties hun brieven toegelicht. Vervolgens hebben de drie GI’s alle deelnemers van het overleg een toelichting gegeven op het gelopen traject tot dan toe en op het te doorlopen proces en hoe de Jeugdautoriteit en Inspecties hierbij te betrekken. De Inspecties gaven aan dat zij op verzoek van J&V zijn gevraagd om een oordeel te geven over het voorgenomen scenario en hebben aangegeven daarvoor een plan nodig te hebben. Vervolgens heeft J&V gevraagd om input te geven op waar het plan van aanpak aan moet voldoen.

De gemeenten en de drie GI’s hebben hierop gereageerd en er is samen gekeken hoe men zo optimaal mogelijk samen op kan trekken met in achtneming van de onafhankelijke rol van de Jeugdautoriteit en Inspecties. In dit bestuurlijk overleg is tevens aan de orde gesteld dat het besluitvormingsproces volgens de volgende stappen zal verlopen; op 15 december aanstaande wordt het voorgenomen besluit van de bestuurscommissie ter besluitvorming aan de colleges voorgelegd. De wethouders krijgen daarmee de opdracht om het transitieplan volledig uit te werken. Uitgangspunt hierbij is, dat het plan van aanpak dat na de formele besluitvorming uitgewerkt dient te worden waarbij aandacht wordt besteed aan de aspecten die door de Jeugdautoriteit en inspecties in hun brieven hebben benoemd. Hierbij wil de Jeugdautoriteit een procesmatige rol vervullen. De inspecties houden gedurende het proces toezicht op de kwaliteit en zorgcontinuiteit.

Bestuurlijk overleg Intervence| 7 december 2020 www.voordejeugd.nl

1

Wanneer dit plan gereed is gaan gemeenten een bijeenkomst plannen met Inspecties en Jeugdautoriteit om het proces , de monitoring en het toezicht nog eens zorgvuldig door te nemen. Het zogenoemde transitieplan wordt formeel beoordeeld door de Inspecties en van advies voorzien door de Jeugdautoriteit, waarna het daadwerkelijke proces van overdracht van cliënten gestart zal worden. Belangrijk om te benoemen is dat de Inspecties en de Jeugdautoriteit hierbij een onafhankelijke rol hebben en dus niet betrokken zijn in de totstandkoming van het transitieplan. De gemeenten zullen op verzoek van de Inspecties en Jeugdautoriteit een monitoringsgroep oprichten van waaruit de Inspecties en de Jeugdautoriteit vanaf het moment van besluitvorming al op afstand worden meegenomen in de voortgang van het proces en zo nodig kunnen bijsturen. De inspecties zullen daarnaast de kwaliteit en zorgcontinuïteit volgen middels toezicht. Zowel de inspecties als de Jeugdautoriteit hebben benadrukt dat het transitieplan er zo spoedig mogelijk moet komen, dat dat een plan van de vier aanbieders moet zijn, mede gedragen door de gemeenten. De gemeenten hebben aangegeven hieraan te willen voldoen.

Bestuurlijk overleg Intervence www.voordejeugd.nl

2

Amsterdam, 3 december 2020

Betreft: corona noodsteun voor musea in uw gemeente

Beste raad, geacht college, burgemeester, Tijdens deze coronapandemie lijkt de wereld nóg sneller te veranderen. Juist daarom zijn musea misschien wel belangrijker dan ooit. Het zijn plekken van bezinning en herkenning. Van verwondering, verbazing en ontroering, ook in deze uitzonderlijke periode. Musea verbinden ons allen met het verleden, met het nu en bieden perspectief op de toekomst. Ze verbinden ons met het grote verhaal over wie we werkelijk zijn. Zo bouwen ruim 400 musea dag-in-dag-uit aan een blijvende binding met álle inwoners van ons land – ook in uw gemeente. We zijn de Tweede Kamer, het kabinet, uw gemeenteraad en -bestuur en publieke en private fondsen zeer dankbaar voor de corona-noodsteun die beschikbaar is gekomen. Dat voelt als een omarming van musea. Toch doen we een extra beroep op u: zorg dat die steun op de juiste plek terecht komt, bij culturele organisaties (zoals musea) zelf. Voor cultuur heeft het kabinet in verband met de coronapandemie extra steunpakketten uitgetrokken. Binnenkort volgt nog eens 150 miljoen euro ten behoeve van de lokale culturele infrastructuur bovenop 120 miljoen euro die gemeenten al aan compensatie hebben ontvangen. Om ervoor te zorgen dat het geld snel beschikbaar komt, heeft het kabinet in samenspraak met de Vereniging Nederlandse Gemeenten gekozen voor een ‘decentralisatie-uitkering’.

Het is dus aan u als raadslid, aan uw gemeentebestuur om ervoor te zorgen dat de middelen die uw gemeente ontvangt daadwerkelijk aan cultuur ten goede komen. Ook minister Van Engelshoven roept u daartoe op. Met noodsteun via het Gemeentefonds is uw raad, is uw college in staat musea te ondersteunen in deze moeilijke tijden. Bijvoorbeeld door huur te verlagen of gemeentebelastingen kwijt te schelden, door een tegemoetkoming in de kosten van de perioden van verplichte tijdelijke sluiting óf support om te kunnen heropenen door te voldoen aan een strikt protocol dat veilig en verantwoord museumbezoek mogelijk maakt. Of een financiële stimulans om educatieve activiteiten en schoolbezoeken uit het primair en voortgezet onderwijs te intensiveren. Kortom, juist nu kunt u mét het steunpakket voor cultuur, vele culturele organisaties zoals musea in uw gemeente omarmen! Nederland telt vele prachtige museumcollecties over geschiedenis, beeldende kunst, natuurhistorie, economie, wetenschap, techniek en volkenkunde. Ze zijn het geheugen van uw gemeente, een streek, van ons land en daarmee van onszelf. Musea vertellen verhalen die we niet mogen vergeten want in die verhalen weerklinkt onze steeds veranderende samenleving. Natuurlijk zijn we altijd bereikbaar om met u mee te denken over hoe u musea het beste kunt betrekken. De musea, de vele vrijwilligers, het publiek – omarm hen juist nú!

Met hartelijke dank, mede namens ruim 400 musea door heel het land,

Mirjam Moll, directeur Museumvereniging

Aan: Gemeenteraad van Vlissingen CC: Gemeenteraden van Middelburg, Veere

Vlissingen, 6 december 2020

Betreft: Brief Sociale Cliëntenraad Walcheren n.a.v. Begroting Orionis 2021 Meerjarenraming 20222024 - AIV bijdrage.

Geachte lezer,

In de raadsinformatiebrief Vlissingen 12 november 2020 over deze begroting staat het volgende: "Voor specifiek de gemeente Vlissingen is de gevraagde bijdrage voor AIV (armoede en bijzondere bijstand) in de aangepaste begroting 2021 daarbij nog verlaagd met € 15.239, zodat dit in omvang conform de primaire begroting 2020 is. Deze actuele begroting 2021 Orionis Walcheren past financieel binnen de kaders van de begroting van de gemeente Vlissingen."

Pagina 1 van 3

We vragen ons af wat de verlaging met € 15.239 in de praktijk betekent voor de aanspraken van de Vlissingse inwoners op bijzondere bijstand en andere minimaregelingen. In dit verband willen we u wijzen op onderstaande tabel. Dit is sinds 2015 de trend op Walcheren:

Dit is in onze ervaring niet het gevolg van flankerend beleid; maatwerk, de (extra uitgebreide) CZG(*), samenwerking met andere organisaties. Wij ervaren dat bijzondere bijstand spaarzamer (terughoudender) wordt toegekend en dat mensen afgenomen verwachtingen hebben van bijzondere bijstand. De actuele beleidsregel bijzondere bijstand ging medio 2015 in (in de tussentijd zijn er enkele praktische wijzigingen geweest). In 2015 is besloten de meeste kostensoorten niet meer in de beleidsregel te vermelden. De toelichting bij de beleidsregel stelde: Dit betekent niet dat kosten, die eerder wel in beleidsregels bijzondere bijstand waren opgenomen, niet meer vergoed worden. Integendeel, voorkomen moet worden dat mensen onwetend zijn over bijzondere bijstand voor extra kosten. Bij de uitvoeringsorganisatie en in de voorlichting zal gecommuniceerd worden dat het om zeer uiteenlopende kosten kan gaan. In de praktijk is het tegendeel gebleken. We geven al langer aan dat het vooral met de medische kosten niet goed gaat. Mensen raken vanwege de CZG als voorliggende voorziening met name bij hoge tandartskosten in de schulden. We horen over leningen bij familie, doorlopende betalingsregelingen, en het komt ook voor dat mensen niet naar de tandarts kunnen omdat een eerdere rekening nog niet is voldaan.

Witgoed (na drie jaar op het minimum) is gelukkig nog steeds een kostensoort, maar bijzondere bijstand betreft verder veelal de kosten van bewindvoering, juridische bijstand, verhuis- en inrichtingskosten (statushouders, daklozen, voor zover het dan geen lening betreft). Die categorieën zijn onvermijdbaar. Met name bij bewindvoering gaat het om lange termijnkosten die drukken op het budget. Wij denken dat goed is om helderheid te verkrijgen over de verdeling van het bijzondere bijstandsbudget over de diverse categorieën.

Gelukkig heeft Middelburg ons advies om weer meer kostensoorten in te voeren gehonoreerd. Pagina 2 van 3

Vergoedingen zouden moeten worden toegekend op basis van de regels. De regels worden niet gewijzigd maar de bijdrage wordt wel verlaagd. Wat betekent dit in de praktijk ?

De SCW vraagt om het bovenstaande bij de behandeling van de begroting Orionis 2021 te betrekken. En opheldering te verkrijgen over het volgende; wat zijn de consequenties van de verlaagde AIV bijdrage (armoede en bijzondere bijstand) met € 15.239 voor de aanspraken van de Vlissingse inwoners.

Namens de Sociale Cliëntenraad Walcheren, met vriendelijke groet, Marischka Duinkerken

s.c.walcheren@zeelandnet.nl 0118614299 https://www.socialeclientenraadwalcheren.nl/

(*) CZG: Collectieve Zorgverzekering Gemeenten

Pagina 3 van 3

Aan: Gemeenteraden Middelburg, Veere, Vlissingen, Algemeen Bestuur Orionis Walcheren, Colleges B&W Middelburg, Veere, Vlissingen, Dagelijks Bestuur Orionis Walcheren Cc: Directie Orionis Walcheren

Gevraagd advies Sociale Cliëntenraad Walcheren - Verordening beslistermijn Schuldhulpverlening

Vlissingen, 7 december 2020

Geachte lezer,

Inleiding Inwoners met schulden moeten zo snel mogelijk geholpen worden. Mensen die zich voor schuldhulp melden staat het water over het algemeen al aan de lippen. De SCW wijst erop dat als in alle gevallen de wettelijke termijn in zijn geheel gebruikt wordt de wachttijd onaanvaardbaar lang wordt. Tussen melding en eerste gesprek mag vier weken zitten, tussen gesprek en beschikking acht weken. Een schuldhulp regeling wordt bij voorkeur binnen de NVVK termijn van honderdtwintig dagen tot stand

gebracht, maar kan langer duren. In zo’n geval wacht iemand dus ruim tweehonderd dagen op het begin van de oplossing. Lange termijnen doen ook af aan het effect van vroegsignalering.

Na melding moet binnen vier weken een gesprek plaatsvinden (bij crisis geldt een termijn van drie werkdagen). Nieuw is dat de inwoner na dit gesprek een beschikking moet ontvangen met een toekenning of afwijzing, dit mag maximaal acht weken duren. Over deze laatste termijn gaat de nieuwe verordening.(*)

Huidige praktijk: Orionis heeft het in het eigen Dashboard eerst over een melding, dan over een dienstverleningsgesprek, dan over een gesprek met een schuldhulpverlener.

(Dashboard per 1 september 2020.)

Op de website van Orionis staat dat het dienstverleningsgesprek (bij geldzorgen) plaatsvindt binnen twee werkdagen na aanmelding. In 91% van de gevallen is de termijn tussen het dienstverleningsgesprek en het gesprek met een schuldhulpverlener zeven werkdagen. (bron: Dashboard Orionis per 1 september 2020) We mogen ervan uitgaan dat het momenteel mogelijk is om in 91 % van de gevallen binnen twee weken na melding een gesprek te hebben met een schuldhulpverlener. Niet duidelijk is welke status het gesprek met de schuldhulpverlener heeft. Houdt dat in de huidige praktijk een toekenning in van schuldhulpverlening?

In ieder geval is duidelijk dat de eerste termijn van vier weken (tussen melding en eerste gesprek) nu al ruimschoots door Orionis gehaald wordt. De SCW denkt ook dat dit de fase is waarin door snel handelen veel tijdwinst behaald kan worden. De wetswijziging betekent nu dat een beschikking moet worden afgeven, met bij toekenning een plan van aanpak, rekeninghoudend met de beslagvrijevoet. Dat vraagt tijd en zorgvuldigheid. De Algemene wet bestuursrecht (Awb) stelt dat bij het ontbreken van een wettelijke termijn acht weken als redelijk wordt beschouwd: Artikel 4:13 1. Een beschikking dient te worden gegeven binnen de bij wettelijk voorschrift bepaalde termijn of, bij het ontbreken van zulk een termijn, binnen een redelijke termijn na ontvangst van de aanvraag. 2. De in het eerste lid bedoelde redelijke termijn is in ieder geval verstreken wanneer het bestuursorgaan binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag geen beschikking heeft gegeven, noch een mededeling als bedoeld in artikel 4:14, derde lid, heeft gedaan.

In de nu voorliggende verordening wil men bij de acht weken van de Awb en de maximaal mogelijke termijn van de Wet Gemeentelijke Schuldhulpverlening (artikel 4a.3) aansluiten. De SCW is van mening dat dit een enorme vertraging zou betekenen ten opzichte van de huidige praktijk. Wij denken dat de totale termijn tussen melding en beschikking acht weken kan zijn. Hiervan zijn zes weken bestemd voor de termijn tussen het eerste gesprek en het afgeven van de beschikking. (melding>gesprek>beschikking) Het dienstverleningsgesprek geldt dan als het gesprek zoals bedoeld in artikel 4 eerste lid van de WGS. In uitzonderingsgevallen kan het bestuur een beroep doen op artikel 4:14 lid 1 van de AWB dat het volgende bepaalt: “Indien een beschikking niet binnen de bij wettelijk voorschrift bepaalde termijn kan worden gegeven, deelt het bestuursorgaan dit aan de aanvrager mede en noemt het daarbij een zo kort mogelijke termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien”.

Adviezen: De SCW adviseert dat in de verordening het volgende wordt opgenomen: “De beschikking tot schuldhulpverlening of de afwijzing ervan, bedoeld in artikel 4a, eerste lid, van de gemeentelijke schuldhulpverlening wordt zo snel mogelijk afgeven, doch uiterlijk binnen een termijn

van zes weken na de dag waarop het eerste gesprek, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de wet, heeft plaatsgevonden” De SCW adviseert een artikel toe te voegen aan de verordening: “Artikel (..). Evaluatie Het bestuur van Orionis zendt binnen vier jaar na de inwerkingtreding van deze verordening aan de Walcherse gemeentebesturen een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze verordening in de praktijk.”

De SCW wijst er verder op dat de huidige beleidsregels Schuldhulpverlening zullen moeten worden aangepast aan de nieuwe wetgeving.

De SCW zal ook in staat moeten worden gesteld te adviseren over het voorstel (verordening beslistermijn) zoals het uiteindelijk aan het Algemeen Bestuur van Orionis wordt voorgelegd. Wij verzoeken u om ons van de voortgang op de hoogte te houden.

Ten slotte De bedoeling is dat de gemeenteraden hun zienswijze over deze verordening geven. Wij zien deze keuze als een reactie om aan een gevoel van te weinig beleidsregie bij de gemeenten tegemoet te komen. De SCW blijft van mening dat dit gevoel grotendeels op een misvatting berust. Voor zover de beleidsregie is overgedragen aan de Gemeenschappelijke Regeling (GR) Orionis berust die nog steeds bij de wethouders van de Walcherse gemeenten die gezamenlijk het bestuur vormen. Er is een hardnekkige blinde vlek bij de gemeenteraden voor de inhoud (tekst) van de GR Orionis, met name hoofdstuk 7. Uit dat hoofdstuk blijkt dat de verhoudingen tussen gemeenteraden en de wethouders door de GR niet essentieel zijn veranderd. Men kan ervoor kiezen de gemeenteraden vaker om een zienswijze te vragen. Maar dat betekent dan dat meer tijd nodig is voor een zorgvuldige totstandkoming waarbij ook de adviestermijnen worden gerespecteerd. We hopen in dat geval wel dat de gemeenteraden op een doelmatige manier om hun zienswijze gevraagd zullen worden. In feite gaat het in dit geval om een vaststelling van een door de wetgever opdragen bepaling over een termijn die nooit langer kan zijn dan acht weken.

Namens de Sociale Cliëntenraad Walcheren, met vriendelijke groet, Marischka Duinkerken

s.c.walcheren@zeelandnet.nl 0118614299 https://www.socialeclientenraadwalcheren.nl/

* Bij de wetswijziging Wet Gemeentelijke Schuldhulpverlening is in navolging van het advies van de Nationale Ombudsman besloten een wettelijke termijn op te nemen waarbinnen de gemeente (hier Orionis) na het eerste gesprek over de hulpvraag moet besluiten of iemand voor een schuldenregeling in aanmerking komt. Niet alleen burgers dienen zich aan wettelijke termijnen te houden. Ook van een dienende overheid mag verwacht worden dat zij op een verzoek van een burger binnen een redelijke termijn reageert. Deze termijn mag volgens artikel 4a, derde lid, van de wet niet langer zijn dan acht weken. De beslistermijn moet worden vastgelegd in een verordening.

/ v museum / \/ \vereniging Amsterdam, 3 december 2020

Betreft: corona noodsteun voor musea in uw gemeente

Beste raad, geacht college, geachte burgemeester, Tijdens deze coronapandemie lijkt de wereld nóg sneller te veranderen. Juist daarom zijn musea misschien wel belangrijker dan ooit. Het zijn plekken van bezinning en herkenning. Van verwonde­ ring, verbazing en ontroering, ook in deze uitzonderlijke periode. Musea verbinden ons allen met het verleden, met het nu en bieden perspectief op de toekomst. Ze verbinden ons met het grote verhaal over wie we werkelijk zijn. Zo bouwen ruim 400 musea dag-in-dag-uit aan een blijvende binding met alle inwoners van ons land - ook in uw gemeente. We zijn de Tweede Kamer, het kabinet, uw ge­ meenteraad en -bestuur en publieke en private fondsen zeer dankbaar voor de corona-noodsteun die beschikbaar is gekomen. Dat voelt als een omarming van musea. Toch doen we een extra be­ roep op u: zorg dat die steun op de juiste plek terecht komt, bij culturele organisaties (zoals musea) zelf. Voor cultuur heeft het kabinet in verband met de coronapandemie extra steunpakketten uitgetrokken. Binnenkort volgt nog eens 150 miljoen euro ten behoeve van de lokale culturele infrastructuur bo­ venop 120 miljoen euro die gemeenten al aan compensatie hebben ontvangen. Om ervoor te zorgen dat het geld snel beschikbaar komt, heeft het kabinet in samenspraak met de Vereniging Neder­ landse Gemeenten gekozen voor een ‘decentralisatie-uitkering’.

Het is dus aan u als raadslid, aan uw gemeentebestuur om ervoor te zorgen dat de middelen die uw gemeente ontvangt daadwerkelijk aan cultuur ten goede komen. Ook minister Van Engelshoven roept u daartoe op. Met noodsteun via het Gemeentefonds is uw raad, is uw college in staat musea te ondersteunen in deze moeilijke tij­ den. Bijvoorbeeld door huur te verlagen of gemeentebelastingen kwijt te schelden, door een tege­ moetkoming in de kosten van de perioden van verplichte tijdelijke sluiting óf support om te kunnen heropenen door te voldoen aan een strikt protocol dat veilig en verantwoord museumbezoek moge­ lijk maakt. Of een financiële stimulans om educatieve activiteiten en schoolbezoeken uit het primair en voortgezet onderwijs te intensiveren. Kortom, juist nu kunt u mét het steunpakket voor cultuur, vele culturele organisaties zoals musea in uw gemeente omarmen! Nederland telt vele prachtige museumcollecties over geschiedenis, beeldende kunst, natuurhistorie, economie, wetenschap, techniek en volkenkunde. Ze zijn het geheugen van uw gemeente, een streek, van ons land en daarmee van onszelf. Musea vertellen verhalen die we niet mogen vergeten want in die verhalen weerklinkt onze steeds veranderende samenleving. Natuurlijk zijn we altijd be­ reikbaar om met u mee te denken over hoe u musea het beste kunt betrekken.

De musea, de vele vrijwilligers, het publiek - omarm hen juist nü!

Met hartelijke dank, mede namens ruim 400 musea door heel het land,

Mirjam Moll, directeur Museumvereniging

/

Rapenburgerstraat 123 Postbus 2975 1000 CZ Amsterdam Nederland

+31(0)20 551 2900 info@museumvereniging.nl www.museumvereniging.nl KvK 40410127

*

Brief aan de leden T.a.v. het college en de raad

Datum

2 december 2020 Kenmerk

COS/U202001002 Lbr. 20/086 Telefoon

070 373 8393 Bijlage(n)

-

Onderwerp

Nieuwsledenbrief coronacrisis nr. 20

Samenvatting In deze ledenbrief informeren wij u over de volgende actuele ontwikkelingen rond de coronacrisis: de oproep van de werkgroep Depla over jongeren in coronatijd, de Wintereditie van Jeugd aan Zet, ondersteuning van noodlijdende speeltuinen en jeugdorganisaties, tips om drukte te verspreiden in de maand december, carbidschieten en de komende VNG Dialogen.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 Den Haag | Postbus 30435 | 2500 GK Den Haag 070 - 373 83 93 | info@vng.nl

U202001002

PROD

Aan de leden

Datum

2 december 2020 Kenmerk

COS/U202001002 Lbr. 20/086 Telefoonnummer

070 373 8393 Bijlage(n)

-

Onderwerp

Nieuwsledenbrief coronacrisis nr. 20

Geacht college en gemeenteraad, In deze ledenbrief informeren wij u over de volgende actuele ontwikkelingen rond de coronacrisis: de oproep van de werkgroep Depla over jongeren in coronatijd, de Wintereditie van Jeugd aan Zet, ondersteuning van noodlijdende speeltuinen en jeugdorganisaties, tips om drukte te verspreiden in de maand december, carbidschieten en de komende VNG Dialogen. Oproep werkgroep Depla: Hoe helpt uw gemeente jongeren in coronatijd? Oproep aan alle gemeenten De coronacrisis duurt al sinds maart en voor een aantal groepen en sectoren is de situatie steeds lastiger vol te houden. Eén van die groepen is de jongeren. De werkgroep ‘Sociale impact van corona’ onder leiding van de Bredase burgemeester Paul Depla brengt op dit moment de sociale gevolgen van COVID-19 in beeld voor jongeren. Drie thema’s centraal De werkgroep Depla stelt drie thema’s centraal: 1. Hoe houdt iedere jongere de mogelijkheid om zijn schooltijd op een goede manier af te ronden? Dat wil zeggen: met fysiek onderwijs, een volwaardig diploma en met een relevante stage. 2. Hoe helpen we jongeren veilig in contact met elkaar te blijven? Voor jongeren van alle leeftijden is het belangrijk om contact met elkaar te onderhouden, online en offline. Coronaproof contact buitenshuis hoort daar ook bij. 3.

Hoe zorgen we voor het mentaal welzijn van jongeren? COVID-19 grijpt ook in op het mentaal welzijn, vooral van kwetsbare jongeren. Om te voorkomen dat deze tijd blijvende

Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 Den Haag | Postbus 30435 | 2500 GK Den Haag 070 - 373 83 93 | info@vng.nl

U202001002

PROD

sporen trekt in het vertrouwen van jongeren in zichzelf, in hun omgeving en in de overheid, is op korte termijn actie nodig om deze jongeren te ondersteunen. Praktijkvoorbeelden Een aantal gemeenten ontplooit al initiatieven om jongeren te ondersteunen of met hen in gesprek te gaan. We zijn op zoek naar voorbeelden rond bovengenoemde drie thema’s. Wat doet uw gemeente aan een zinvolle schooltijd, veilig contact en mentaal welzijn voor jongeren? En ook: hoe pakt u het aan, hoe krijgt het vorm in de praktijk? Mogelijk baseert u zich op eerdere ervaringen of aanpakken? Inzenden liefst vóór 18 december Bij voorkeur ontvangen we op korte termijn uw voorbeelden voor de decembermaand, zodat we deze snel kunnen delen via vng.nl en hiermee andere gemeenten kunnen inspireren. We blijven ook daarna geïnteresseerd, dus stuur ons ook na die datum uw voorbeelden voor de middellange of langere termijn. Alle input is welkom. • •

Mail uw voorbeeld naar praktijkvoorbeelden@vng.nl. Lees meer over de werkgroep Depla.

Wintereditie Jeugd aan Zet Oproep aan alle gemeenten Gemeenten kunnen eenmalig € 10.000 rijksgeld ontvangen in het kader van de wintereditie van Jeugd aan Zet. Het Veiligheidsberaad roept per brief alle burgemeesters op om mee te doen. Het betreft activiteiten binnen de RIVM-richtlijnen door jongeren die voor de samenleving en henzelf van nut zijn. Organisatorische ondersteuning Gemeenten kunnen organisatorische ondersteuning krijgen van instellingen die al ervaring hebben met de beoogde activiteiten in het kader van de zomereditie en de maatschappelijke diensttijd. Wintereditie tot en met voorjaarsvakantie 2021 De activiteiten van de wintereditie Jeugd aan Zet kunnen plaatsvinden vanaf de landelijke bevestiging van de gemeentelijke aanmelding tot en met de voorjaarsvakantie die in de diverse regio’s loopt tot en met uiterlijk 28 februari 2021. Het kan gaan om jongeren van alle leeftijden. Het rijksgeld komt uit het budget voor maatschappelijke diensttijd, waarbij de focus ligt bij de categorie 14 tot 27 jaar. Maar nu kan iedere jongere eraan meedoen, er is geen restrictie in de doelgroepen. Aanvragen tot 1 februari 2021 Gemeenten kunnen hun aanvraag voor € 10.000 tot 1 februari 2021 indienen. Na een administratieve controle van de gegevens ontvangt de gemeente een bevestigingsmail dat de aanvraag is geregistreerd.

Het Rijk is van plan het geld als decentralisatie-uitkering aan de aanvragende gemeenten beschikbaar te stellen via de meicirculaire Gemeentefonds. Meer informatie • Veiligheidsberaad brief aan burgemeesters 'Jeugd aan zet - Wintereditie' (pdf, 24/11/2021) • Gemeentelijke aanvraag om rijksgeld (Formdesk) • Organisatorische ondersteuning door MDT-netwerkpartners (website ZonMw)

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

3/5

Inzet extra middelen voor ondersteuning noodlijdende speeltuinen en jeugdorganisaties Op basis van een Tweede Kamer motie eind augustus is een bedrag van € 7,3 miljoen beschikbaar gesteld aan gemeenten voor de ondersteuning van noodlijdende speeltuinen en jeugdorganisaties. Naar aanleiding van enkele signalen van betrokken organisaties wijzen wij alle gemeenten nogmaals op het belang dat deze middelen ook op korte termijn ter beschikking worden gesteld. De betrokken organisaties lopen sinds de start van de lockdown veel inkomsten mis en kunnen de financiële ondersteuning goed gebruiken. December feestmaand, tips om drukte te spreiden Informatie en voorbeelden VNG, Rijk en gemeenten Om de drukte door de inkoop van levensmiddelen in december te reguleren hebben gemeenten diverse mogelijkheden. De VNG geeft een aantal tips en deelt het model-gedoogbeslissingen die nodig zijn om te kunnen komen tot een formeel besluit van de gemeente (zie: VNG). Daarnaast heeft het Rijk een toolkit opgezet die aandacht schenkt aan hoe we het beste en meest voorbereid kunnen gaan winkelen om ervoor te zorgen dat we niet allemaal tegelijk de binnenstad of het winkelcentrum in gaan. Winkelen of boodschappen doen? Lees de tips op Rijksoverheid.nl. Wij vragen u om deze informatie ook te delen op uw eigen kanalen. De gemeente Utrecht heeft de site Kies je winkelmoment ingericht.

De gemeente wil er alles aan doen om het voor bezoekers zo veilig, verantwoord en gastvrij mogelijk te maken. Eén van de genomen maatregelen is dus het spreiden van bezoekers. Met een videoboodschap op Facebook roepen de ondernemers in de gemeente Assen het winkelend publiek op om eerder de december inkopen te doen om zo de drukte te spreiden en de veiligheid te verhogen. Bezoekt u ook de site maaksamenruimte.nl voor praktijkvoorbeelden van andere gemeenten over de 1,5-metersamenleving in de publieke ruimte. Afwegingen bij carbidschieten en mogelijkheden APV Geen landelijk verbod Vanwege het veronderstelde gebruik tijdens Oud en Nieuw in plaats van vuurwerk is het ook besproken tijdens het Veiligheidsberaad op 23 november. Daarin is besloten dat er vanuit het beraad geen landelijk verbod op carbidschieten wordt afgekondigd. Gemeenten kunnen carbidschieten zelf reguleren via hun Algemene plaatselijke verordening (APV). Voorbeeldbepalingen voor APV Van de 355 gemeenten hebben er circa 230 een bepaling over carbidschieten in hun APV opgenomen. Een deel van de andere gemeenten overweegt een bepaling hierover in hun APV. Deze gemeenten kunnen gebruikmaken van een aantal bestaande voorbeelden.

Hierbij is onderscheid gemaakt tussen gemeenten die een traditie van carbidschieten kennen, gemeenten die het verbranden van carbid willen verbieden (met ontheffingsmogelijkheid) en gemeenten die ook het voorhanden hebben van carbid in de openbare ruimte willen verbieden. Kijk hier voor de voorbeeldbepalingen

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

4/5

Coronamaatregelen Gemeenten moeten rekening houden met zowel de risico’s van het afschieten als de geldende coronamaatregelen. In regio’s met een carbidtraditie zijn het vaak evenementen waar enkele tientallen tot honderden mensen op af komen, waarbij alcohol wordt geschonken en een tent staat opgesteld. Gemeenten kunnen hierover in gesprek gaan met organisatoren en eventuele beperkingen (zoals een verbod op alcohol en het plaatsen van tent) meenemen in de regulering. VNG Dialogen rond coronacrisis De VNG organiseert regulier online VNG Dialogen op verschillende thema’s gerelateerd aan de coronacrisis. Zo zijn de afgelopen weken Webinars geweest over de inwerkingtreding van de Tijdelijke wet maatregelen COVID-19 en vindt volgende week een Webinar plaats over economisch herstel. Daarin bespreken we onder meer de uitkomsten van de enquête naar de ondernemersdienstverlening van gemeenten. Via de volgende link kunt u zien welke online dialogen georganiseerd worden: https://vng.nl/artikelen/vng-dialoog-in-coronatijd Met vriendelijke groet, Vereniging van Nederlandse Gemeenten

L.K. Geluk Algemeen directeur

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

5/5

Brief aan de leden T.a.v. het college en de raad

Datum

2 december 2020 Kenmerk

TRE/U202000963 Lbr. 20/085 Telefoon

070-373 8393 Bijlage(n)

2

Onderwerp

VNG Model Verordening bekostiging leerlingenvervoer (nieuw)

Samenvatting De gemeenteraad heeft de wettelijke plicht een regeling vast te stellen voor de bekostiging van het leerlingenvervoer. In 2015 heeft de VNG de huidige Model Verordening leerlingenvervoer gepubliceerd. Vanuit de wetgeving was er geen aanleiding om de Model Verordening leerlingenvervoer aan te passen. Er zijn echter sinds 2015 wel veel ontwikkelingen in het sociaal domein en specifiek in het passend onderwijs geweest, waardoor er behoefte bleek aan een herziening van de Model Verordening leerlingenvervoer. Vandaar dat de VNG nu een nieuwe Model Verordening bekostiging leerlingenvervoer heeft opgesteld. De huidige modelverordening uit 2015 wordt gearchiveerd. Om te komen tot een nieuwe modelverordening is niet alleen overleg geweest met de klankbordgroep, maar is er ook een raadpleging gehouden onder alle gemeenten en samenwerkingsverbanden Passend Onderwijs in Nederland.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 Den Haag | Postbus 30435 | 2500 GK Den Haag 070 - 373 83 93 | info@vng.nl

U202000849

PROD

Aan de leden

Datum

2 december 2020 Kenmerk

TRE/U202000963 Lbr. 20/085 Telefoonnummer

070-373 8393 Bijlage(n)

2

Onderwerp

VNG Model Verordening bekostiging leerlingenvervoer (nieuw)

Geacht college en gemeenteraad, 1. Aanleiding De gemeenteraad heeft de wettelijke plicht een regeling vast te stellen voor de bekostiging van het leerlingenvervoer. In 2015 heeft de VNG de huidige Model Verordening leerlingenvervoer gepubliceerd. Vanuit de wetgeving was er geen aanleiding om de Model Verordening leerlingenvervoer aan te passen. Er zijn echter sinds 2015 wel veel ontwikkelingen in het sociaal domein en specifiek in het passend onderwijs geweest, waardoor er behoefte bleek aan een herziening van de Model Verordening leerlingenvervoer. Vandaar dat de VNG nu nieuwe Model Verordening bekostiging leerlingenvervoer heeft opgesteld. De huidige modelverordening uit 2015 wordt gearchiveerd. Om te komen tot een nieuwe modelverordening is niet alleen overleg geweest met de klankbordgroep, maar is er ook een raadpleging gehouden onder alle gemeenten en samenwerkingsverbanden Passend Onderwijs in Nederland. 2. Wettelijke plicht In artikel 4, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs (hierna: WPO), artikel 4, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs (hierna: WVO) en artikel 4, eerste lid, van de Wet op de expertisecentra (hierna: WEC) is de wettelijke plicht van de gemeente met betrekking tot de bekostiging van het vervoerskosten geregeld.

Het gaat hierbij zowel om scholen voor basisonderwijs, speciaal basisonderwijs, (voortgezet) speciaal onderwijs en regulier voortgezet

Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 Den Haag | Postbus 30435 | 2500 GK Den Haag 070 - 373 83 93 | info@vng.nl

U202000963

PROD

onderwijs die zijn aangesloten bij samenwerkingsverbanden primair of voortgezet onderwijs, als om instellingen voor cluster 1 en cluster 21. 3. Ontwikkelingen met consequenties voor het leerlingenvervoer Passend onderwijs Op 1 augustus 2014 werd de Wet passend onderwijs van kracht. Doel van deze wet is dat alle leerlingen, dus ook leerlingen die extra ondersteuning in de klas nodig hebben, een passende onderwijsplek zo dicht mogelijk bij huis krijgen. Sindsdien hebben schoolbesturen een zorgplicht. Dit betekent dat zij vanaf 1 augustus 2014 iedere leerling, die extra ondersteuning nodig heeft, een passende onderwijsplek moeten bieden. Samenwerkende besturen en scholen (samenwerkingsverband) organiseren deze ondersteuning binnen het regulier of speciaal onderwijs. Bij het opstellen van de nieuwe Model Verordening bekostiging leerlingenvervoer zijn de aanbevelingen voor het leerlingenvervoer uit een tweetal rapporten over de werking van het passend onderwijs meegenomen: het rapport ‘Met andere ogen’ van Rene Peeters (2018) en het rapport ‘Als de weg naar passend onderwijs niet passend is’ van de Kinderombudsman (2019). Samenwerkingsverband en het Op Overeenstemming Gericht Overleg De verwijzing van een leerling door het samenwerkingsverband naar de best passende school sluit niet altijd aan bij de vergoeding voor de vervoerskosten, die door gemeenten wordt verstrekt.

In het leerlingenvervoer wordt uitgegaan van een vervoerskostenvergoeding naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school. Om te voorkomen dat ouders en leerlingen de dupe worden van een mogelijke tegenstrijdigheid tussen de verwijzing van het samenwerkingsverband en de gemeentelijke Verordening bekostiging leerlingenvervoer, is er overleg nodig tussen het samenwerkingsverband en de gemeente. Dit overleg vindt plaats in het kader van het Op Overeenstemming Gericht Overleg (hierna: OOGO). Het OOGO heeft een wettelijke basis in de bepalingen in de WPO, WVO en WEC. Het is de bedoeling dat het leerlingenvervoer een vast agendapunt is in het OOGO met het samenwerkingsverband. Het hogere doel van de Wet passend onderwijs is, dat iedere leerling het voor hem benodigde onderwijs zo dicht mogelijk bij huis kan vinden. In het OOGO worden daartoe afspraken gemaakt over onder andere hoe het onderwijsaanbod zo kan worden georganiseerd dat een leerling een minimale reisafstand hoeft te overbruggen, hoe symbiose-onderwijs in de eigen gemeente kan worden ontwikkeld en hoe de kosten van het leerlingenvervoer kunnen worden beperkt. In het voorjaar van 2020 is er een evaluatie uitgevoerd naar het functioneren van de OOGO’s. De aanbevelingen die uit de evaluatie zijn gekomen zijn eveneens mee genomen bij het opstellen van de nieuwe Model Verordening bekostiging leerlingenvervoer.

Jeugdwet en zorg voor jeugd In de tekst van de Jeugdwet is, spiegelbeeldig aan de betreffende tekst in de onderwijswetten, opgenomen dat gemeenten op thema jeugdhulp en aansluiting en samenwerking met het onderwijs verplicht zijn om het OOGO te voeren met het samenwerkingsverband. Ook bij dit overleg is het vervoer van leerlingen een thema dat ter sprake kan komen.

1 Cluster 1 is voor leerlingen met een visuele beperking. Cluster 2 is voor dove, slechthorende leerlingen en leerlingen met

een taalontwikkelingsstoornis. Cluster 1 en cluster 2 is er in basisonderwijs en voortgezet onderwijs.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

3/7

De twee OOGO’s kunnen worden gecombineerd. Dit bevordert de onderlinge afstemming en samenwerking in de driehoek zorg - onderwijs - vervoer. Gemeenten staan voor een grote uitdaging om de kosten voor jeugdhulp beheersbaar te houden. Het is voor gemeenten financieel niet haalbaar en daardoor onuitvoerbaar om bij het vergoeden van de vervoerskosten, zonder afspraken met het samenwerkingsverband, mee te gaan met de verwijzing van de leerling naar de best passende school. Er ligt een gemeenschappelijke verantwoording bij alle deelnemers van het OOGO om bij de verwijzing van leerlingen oog te hebben voor de daarmee samenhangende vervoerskosten en de beheersing daarvan. 4. Aanpassingen in hoofdlijnen De Verordening bekostiging leerlingenvervoer geeft uitvoering aan de taakstelling van de gemeentebesturen. Naast voorschriften voor de wijze waarop ouders de aanvraag om een vervoerskostenvergoeding kunnen indienen, bevat deze verordening criteria aan de hand waarvan ouders aanspraak kunnen maken op een vervoersvoorziening. Uitgangspunt daarbij is dat de verantwoordelijkheid voor het schoolbezoek van de leerling bij de ouders blijft.

Ondanks het feit dat er veel veranderingen zijn ten opzichte van de Model Verordening leerlingenvervoer uit 2015, is de basisgedachte gebleven dat de Model Verordening bekostiging leerlingenvervoer een modelregeling is, die de bedoeling heeft ouders en verzorgers financieel te ondersteunen in de kosten die zij moeten maken wanneer hun kind gebruik moet maken van een vorm van leerlingenvervoer. De nieuwe citeertitel van de modelverordening is ‘Model Verordening bekostiging leerlingenvervoer’. Dit past bij de basisgedachte, dat het bij het leerlingenvervoer in beginsel om een bekostiging gaat. De huidige citeertitel ‘Model Verordening leerlingenvervoer’ zou ten onrechte kunnen doen vermoeden, dat de modelverordening het vervoer van leerlingen regelt. De Model Verordening bekostiging leerlingenvervoer heeft een nieuwe opzet. Daarmee wordt duidelijker dat eerst het recht op een vergoeding moet worden vastgesteld (beoordelingsfase), waarna onderzocht wordt welke vergoeding wordt verstrekt (onderzoeksfase). Verder zijn de volgende bepalingen nieuw in de Model Verordening bekostiging leerlingenvervoer: • Artikel 2.

Doelstelling: Het doel van het leerlingenvervoer is om een financiële ondersteuning te verstrekken ten behoeve van passend vervoer van de woning dan wel de opstapplaats naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school aan de ouders van kinderen wie of van wie de school verder dan de, door de gemeente bepaalde, afstandsgrens gelegen is, of voor wie het medisch niet mogelijk is om de school zelfstandig te bereiken. • Artikel 4. Gesprek over zelfstandigheid en zelfredzaamheid bij de aanvraag: Gemeenten stimuleren op alle mogelijke wijzen de zelfstandigheid en zelfredzaamheid van de leerling. Een vervoersontwikkelingsplan helpt om samen met de ouders en de leerling naar de toekomst te kijken (zie hieronder). • Artikel 5. OOGO met het samenwerkingsverband: Door aan het OOGO expliciet aandacht te besteden in de verordening wordt bevorderd dat het samenwerkingsverband en de gemeente elkaar meer spreken en afspraken maken over het leerlingenvervoer. • Artikel 7. Herziening, opschorting, intrekking of terugvordering van de vervoersvoorziening: Als gevolg van bijvoorbeeld wijzigingen of ernstig wangedrag door de leerling kan een besluit als bedoeld in de verordening worden herzien, opgeschort of ingetrokken.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

4/7

•

• •

• •

• •

Artikel 8. Vervoersvoorziening naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school: De uitspraak van 21 oktober 2020 van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State ((hierna: Afdeling) ECLI:NL:RVS:2020:2467) over de eerbiediging van de op godsdienst of levensbeschouwing berustende schoolkeuze (de schriftelijke verklaring van overwegende bezwaren) heeft geleid tot een nieuw tweede lid (zie hieronder). Artikel 9. Afstandsgrens: De verschillende afstandsgrenzen zijn samengebracht in één artikel. Gemeenten mogen per schoolsoort een andere afstandsgrens hanteren. Artikel 10. Aanwijzing opstapplaats: Het college kan een opstapplaats aanwijzen. In dit artikel wordt beschreven hoe wordt omgegaan met een opstapplaats en wanneer deze wordt gebruikt. Artikel 13. Schooltijden en wachttijden: De gemeente kan leerlingen die op dezelfde school verschillende tijden hebben tegemoet komen. Artikel 14. Tijdelijk verblijf buiten de gemeente: Het college kan een tijdelijke vervoersvoorziening toekennen aan de ouders van een leerling, die als gevolg van een crisissituatie tijdelijk buiten de gemeente verblijft, mits is voldaan aan een aantal voorwaarden. Artikel 15. Vervoersvoorziening naar stageadres: In dit artikel wordt beschreven hoe wordt omgegaan met een aanvraag om een vervoersvoorziening naar het stageadres. Artikel 21.

Bekostiging andere passende vervoersvoorziening: De gemeente wordt meer mogelijkheid geboden om bij de verstrekking van vervoersvergoeding individueel maatwerk te leveren.

5. Te maken keuzes De Model Verordening bekostiging leerlingenvervoer kent diverse artikelen die facultatieve of nader door de gemeente in te vullen onderdelen of keuzemogelijkheden bevatten. De te maken keuzes worden hieronder toegelicht. Daarnaast is de toelichting bij de Model Verordening bekostiging leerlingenvervoer grotendeels zo opgesteld dat gemeenten deze kunnen overnemen als ze ook de bepaling waar de toelichting bij hoort (ongewijzigd) overnemen. Hieronder wordt in aanvulling daarop ingegaan op de keuzemogelijkheden die gemeenten hebben. Afhankelijk van de gemaakte keuzes zullen dus bepaalde onderdelen van de toelichting wel of juist niet geschikt zijn voor overname. Uiteraard kan onafhankelijk van de keuzes die specifiek worden aangegeven in de modelverordening ook op andere punten worden gekozen voor lokaal maatwerk en kunnen bepalingen worden aangepast of toegevoegd. Artikel 4. Gesprek over zelfstandigheid en zelfredzaamheid bij de aanvraag Dit naar keuze op te nemen artikel gaat over het bevorderen van de zelfstandigheid en zelfredzaamheid van de leerling. Het zelf laten reizen van de leerling al dan niet met ondersteuning van de ouder(s) is altijd al het uitgangspunt geweest van de Model Verordening leerlingenvervoer. De laatste jaren echter krijgt dit meer aandacht dan ooit. Om die reden is daar nu ook een facultatieve bepaling over opgenomen.

Een belangrijk element daarin is het gesprek met ouders over wat de leerling in het vervoer kan of kan leren en welke hulp de gemeente hierin kan bieden. Artikel 5. OOGO met het samenwerkingsverband Tweede lid, onder b, en derde lid, onder c: De facultatieve onderdelen worden opgenomen, indien de bepaling omtrent de zelfstandigheid en zelfredzaamheid van de leerling (artikel 4) is geregeld in de verordening.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

5/7

Tweede lid, onder g: Het college spant zich in om in het OOGO met het samenwerkingsverband afspraken te maken over de in de verordening geregelde onderwerpen. Het tweede lid kan nader worden ingevuld. Derde lid, onder d: Het college organiseert periodiek een uitvoerend overleg met het samenwerkingsverband. In dit overleg worden de in de verordening geregelde onderwerpen besproken. Het derde lid kan nader worden ingevuld. Artikel 8. Vervoersvoorziening naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school Tweede lid: Voordat de Afdeling op 21 oktober 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:2467) de bewuste uitspraak deed, luidde artikel 3, tweede lid, van de Model Verordening leerlingenvervoer: “2. Indien ouders een vervoersvoorziening aanvragen voor het bezoeken van een school, die op grotere afstand van de woning is gelegen dan een andere school van dezelfde onderwijssoort, ontstaat slechts aanspraak op een vervoersvoorziening naar eerstgenoemde school als door de ouders schriftelijk wordt verklaard dat zij overwegende bezwaren hebben tegen het openbaar onderwijs dan wel tegen de richting van het onderwijs van alle bijzondere scholen, van de soort waarop de leerling is aangewezen, die dichterbij de woning zijn gelegen.”.

Gemeenten gebruikten dit lid om ouders en meerderjarige en handelingsbekwame leerlingen hun keuze voor een toegankelijke school, dat wil zeggen de school van de verlangde godsdienstige of levensbeschouwelijke richting dan wel de openbare school expliciet te laten motiveren. De bedoeling daarvan was om daarmee een oneigenlijk beroep op leerlingenvervoer tegen te gaan. Met een oneigenlijk beroep wordt hier bedoeld dat de ouders om andere redenen dan godsdienstige of levensbeschouwelijke redenen voor een bepaalde school kiezen. In dat laatste geval ontstaat geen recht op bekostiging van leerlingenvervoer. In haar uitspraak van 21 oktober 2020 heeft de Afdeling geoordeeld dat het college de op godsdienst of levensbeschouwing berustende keuze van ouders voor een school moet eerbiedigen en niet mag afdwingen, dat ouders zich tegen dichterbij gelegen richtingen uitspreken. De tekst van artikel 3, tweede lid, van de Model Verordening leerlingenvervoer is in strijd met de eerbiediging van die keuze en dus in strijd met artikel 4, derde lid, van de WVO. In de Model Verordening bekostiging leerlingenvervoer is artikel 3 vernummerd tot artikel 8. Als gevolg van de uitspraak is een nieuw artikel 8, tweede lid, (facultatief) geformuleerd. Artikel 8, eerste lid, omschrijft voldoende op welke grond recht op (een bepaalde omvang van de) bekostiging van leerlingenvervoer ontstaat.

Gemeenten geven echter aan dat zij in de uitvoeringspraktijk behoefte hebben aan een bepaling in de verordening op basis waarvan zij een oneigenlijk beroep op leerlingenvervoer kunnen herkennen. Om deze reden is het nieuwe tweede lid (facultatief) opgenomen dat komt te luiden: “[2. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid, ontstaat niet eerder een aanspraak op een vervoersvoorziening dan dat de ouders of de meerderjarige en handelingsbekwame leerling de keuze voor de toegankelijke school schriftelijk hebben gemeld.]”. Er is gekozen voor het woord “gemeld” en niet voor “gemotiveerd” om zoveel mogelijk in lijn te blijven met de uitspraak van de Afdeling. Het begrip “melding” ziet meer op administratieve verwerking van bepaalde voor het nemen van een besluit noodzakelijke gegevens. Het facultatieve tweede lid is nieuw en zal dus in de (rechts)praktijk moeten worden beproefd. Bij de toepassing

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

6/7

ervan is in ieder geval het uitgangspunt dat de op godsdienst of levensbeschouwing van de ouders berustende keuze van de school wordt geëerbiedigd. Artikel 10. Aanwijzing opstapplaats Vierde lid: Er kan worden geregeld dat het college tijdelijk geen opstapplaats aanwijst indien het gebruik van een opstapplaats leidt tot hogere kosten dan aangepast vervoer vanaf de woning van de leerling. Artikel 17. Bekostiging van de kosten van openbaar vervoer en vervoer per fiets Derde lid: Hier dient een keuze gemaakt te worden. De kilometervergoeding voor de fiets is gelijk aan de laatst bekende fietskilometervergoeding genoemd in de Reisregeling Binnenland gemeten langs de kortste afstand of wordt door de gemeente bepaald. Dit geldt ook voor de artikelen 18, tweede lid (Bekostiging van de kosten van openbaar vervoer of vervoer per fiets ten behoeve van een begeleider), en 20, tweede lid, onder a (Bekostiging op basis van de kosten van eigen vervoer). 6. Bijlagen Deze ledenbrief bevat 2 bijlagen: Bijlage 1 - Model Verordening bekostiging leerlingenvervoer (nieuw model, december 2020) met artikelsgewijze toelichting: Deze kan desgewenst gebruikt worden voor de raadsvoordracht voor de wijziging van de verordening. Bijlage 2 - Tekst van de Model Verordening bekostiging leerlingenvervoer (nieuw model, december 2020): Opgemaakt in Word 2.0 format (DROP) voor publicatie, zonder toelichting. 7.

Informatie De geconsolideerde teksten van de VNG modellen (met de bijbehorende toelichtingen) zijn te raadplegen via Kennisbank Decentrale Regelgeving. De VNG modelverordeningen (zonder de toelichtingen) en model raadsbesluiten staan ook in Modellen Decentrale Regelgeving. Voor vragen over deze ledenbrief kunt u terecht bij het Informatiecentrum van de VNG (070-373 8393 of e-mail: info@vng.nl). Met vriendelijke groet, Vereniging van Nederlandse Gemeenten

mr L.K. Geluk Algemeen directeur

Deze ledenbrief staat ook op www.vng.nl onder ‘Producten’ - ‘Brieven’.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

7/7

BEGROTING 2021 Meerjarenraming 2022-2024

Versie DB 3 juni 2020 Aangepast DB 6 november 2020 Vastgesteld AB 13 november 2020

Inhoudsopgave Managementsamenvatting

3

Uitgangspunten

5

PROGRAMMA’S Programma Arbeidsmarkt Programma Werkleerbedrijf Programma Inkomen Programma Schuldhulpverlening Programma Bedrijfsvoering

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9576164/1