CConstaterende datMeppel
Koppel je AI →
Document · PDF

Verordening fysieke leefomgeving Meppel 2022 - geconsolideerde versie

1 - RAADSVERGADERING 18 juni 2026, gemeente MeppelBij agendapunt: Wijziging Verordening fysieke leefomgeving (Vfl)14.439 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

3. Het verbod als bedoeld in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het provinciaal wegenreglement of de provinciale omgevingsverordening. Artikel 3.4.5.2 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen

1. Het is niet toegestaan om kampeermiddelen ten behoeve van recreatief nachtverblijf te plaatsen of geplaatst te houden buiten een kampeerterrein dat daarvoor in het Omgevingsplan gemeente Meppel is bestemd of mede bestemd. 2. Het verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen voor eigen gebruik door de rechthebbende op een terrein. 3. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 4. Naast de weigeringsgronden in artikel 3.1.2.4 kan de ontheffing worden geweigerd in het belang van de bescherming van: a. landschap; of b. een stadsgezicht. Artikel 3.4.5.3 Aanwijzing kampeerplaatsen

1. Artikel 3.4.5.2, eerste lid, is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen. 2. Het college kan nadere regels stellen ter bescherming van de belangen als genoemd in artikel 3.4.5.2, vierde lid. Paragraaf 3.4.6 Stand- en marktplaatsen Artikel 3.4.6.1 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden

1. Het is niet toegestaan om een standplaats in te nemen zonder een vergunning van het college. 2. Een standplaatsvergunning wordt verleend voor een periode van vijf jaar. 3. Naast de weigeringsgronden in artikel 3.1.2.4 kan een vergunning worden geweigerd als: a. De standplaats op zichzelf of in verband met de omgeving niet voldoet aan de redelijke eisen van welstand; b. In strijd is met het Omgevingsplan gemeente Meppel. 4. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of het provinciaal wegenreglement. 5. De weigeringsgrond als bedoeld in het derde lid, onder a, is niet van toepassing op bouwwerken. Artikel 3.4.6.2 marktplaatsvergunning

1. Het is verboden een marktplaats op een markt in te nemen zonder vergunning van het college.

2. Een vergunning voor een vaste marktplaats wordt verleend voor een periode van tien jaar. Artikel 3.4.6.3 Vereisten

Voor de toewijzing van een marktplaats komt uitsluitend in aanmerking een handelingsbekwaam natuurlijk persoon die een aanvraag voor een vergunning heeft ingediend bij het college en die daarbij tevens aantoont dat hij persoonlijk voldoet aan alle publiekrechtelijke verplichtingen op het gebied van bedrijfsuitoefening en bedrijfsorganisatie. Artikel 3.4.6.4 Inhoud vaste marktplaatsvergunning

1. Een vaste marktplaatsvergunning vermeldt in ieder geval: a. de naam en voornamen, de geboortedatum en –plaats, het adres en de woonplaats van de vergunninghouder; b. tijdstip en locatie van de standplaats; c. afmetingen van de kraam en de oppervlakte van de ruimte voor het gebruik handelswaar; d. het soort artikelen dat de vergunninghouder mag verhandelen; e. dat de vergunninghouder zelf zorgdraagt voor de inzameling en afvoer van zijn afval en dat hij zijn marktplaats schoon oplevert; f. de wijze waarop de vergunninghouder zijn elektriciteit betrekt; De marktplaatsvergunning kan tevens vermelden: g. welke geluidsapparatuur op de marktplaats is toegestaan; h. welke kook-, bak- en verwarmingsapparatuur zijn toegestaan. 2. Aan de vergunning wordt een middel ter identificatie gehecht. Artikel 3.4.6.5 Inschrijving op de anciënniteitslijst

Vergunninghouders van vaste marktplaatsen worden ingeschreven op een doorlopend genummerde lijst met vermelding van en in volgorde van de datum waarop aan hen voor het eerst een vaste marktplaats is toegewezen. Bij deze inschrijving wordt tevens vermeld de soort artikelen die de vergunninghouder mag verhandelen of de branche waartoe hij behoort. Artikel 3.4.6.6 Overschrijving vaste marktplaatsvergunning

1. In geval van overlijden of blijvende arbeidsongeschiktheid van de vergunninghouder kan de vaste marktplaatsvergunning worden overgeschreven op de achterblijvende echtgenoot, de geregistreerde partner of een andere achterblijvende persoon met wie hij duurzaam samenwoonde; 2. Indien de vergunning niet kan worden overgeschreven op grond van het eerste lid, kan een kind van de vergunninghouder de vergunning voor een vaste marktplaats krijgen indien hij ten minste twee jaar in loondienst van het marktbedrijf van de vergunninghouder heeft gewerkt of gedurende eenzelfde periode als mede-eigenaar in dit bedrijf heeft gefunctioneerd en zich heeft laten inschrijven op de wachtlijst.

3. Een aanvraag tot overschrijving wordt ingediend binnen twee maanden na het overlijden van de vergunninghouder of nadat de blijvende arbeidsongeschiktheid is vastgesteld. 4. Het college is bevoegd in bijzondere omstandigheden af te wijken van het bepaalde in dit artikel. Artikel 3.4.6.7 Intrekking vaste marktplaatsvergunning

1. Het college trekt een vaste marktplaatsvergunning in: a. op schriftelijk verzoek van de vergunninghouder; b. bij overlijden van de vergunninghouder, tenzij op grond van artikel 3.4.6.6 de vergunning wordt overgeschreven. 2. Het college kan een vaste marktplaatsvergunning intrekken: a. indien ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige gegevens zijn verstrekt; b. indien de vergunninghouder niet meer voldoet aan de in artikel 3.4.6.3 genoemde vereisten. 3. Indien degene op wie een vergunning ingevolge artikel 3.4.6.6 is overgeschreven, reeds vergunning heeft voor een andere vaste marktplaats op dezelfde markt, wordt laatstgenoemde vergunning ingetrokken. Artikel 3.4.6.8 Toewijzing dagplaats op de weekmarkt

1. Toewijzing van een dagplaats geschiedt na overleg met de marktmeester. 2. Indien zich bij de opening van de markt meer gegadigden voor een dagplaats melden dan er plaatsen beschikbaar zijn, worden de dagplaatsen overeenkomstig nader door het college te stellen regels door middel van loting toegewezen. Artikel 3.4.6.11 Persoonlijk innemen marktplaats; bijstand

1. De vergunninghouder neemt de marktplaats die hem is toegewezen persoonlijk in. Hij mag de marktplaats niet aan een ander afstaan of in gebruik geven. 2. De vergunninghouder mag zich op de marktplaats laten ondersteunen . 3. De vergunninghouder en degene die hem bijstaat mogen zich niet schuldig maken aan wangedrag of bedrog. Artikel 3.4.6.12 Aantal keren innemen vaste marktplaats

De vergunninghouder van een vaste marktplaats neemt ten minste eenmaal per twee weken en tienmaal per dertien weken zijn marktplaats op de markt in, dit met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 3.4.6.13 en 3.4.6.14. Artikel 3.4.6.13 Afwezigheid wegens ziekte, vakantie of bijzondere omstandigheden

1. De vergunninghouder van een vaste marktplaats die wegens ziekte, vakantie of bijzondere omstandigheden verhinderd is zijn vaste marktplaats in te

nemen, deelt dit schriftelijk mee aan het college. Bij vakantie geeft de vergunninghouder aan hoelang zijn afwezigheid duurt. 2. De schriftelijke mededeling wordt tijdig voor de desbetreffende dag, zoals opgenomen in de vergunning gedaan. Plotselinge verhindering wordt mondeling en telefonisch aan de marktmeester gemeld, gevolgd door een schriftelijke bevestiging daarvan aan het college. Artikel 3.4.6.14 Ontheffing en vervanging

1. In geval van ziekte, vakantie of bijzondere omstandigheden kan het college op aanvraag van de vergunninghouder van een vaste marktplaats hem tijdelijk ontheffing verlenen van de verplichting om ten minste eenmaal per twee weken en tienmaal per dertien weken de marktplaatsin te nemen. 2. Het college kan op aanvraag van de vergunninghouder hem toestemming verlenen zich op zijn standplaats te laten vervangen door een met name genoemde persoon. Artikel 3.4.6.15 Tijdstip innemen marktplaats/aan- en afvoer goederen

1. Het is verboden voor vergunninghouders op het marktterrein meer dan 2 uur voor aanvang en meer dan 2 uur na afloop van de markt met een voertuig, goederen of anderszins ruimte in te nemen of goederen aan of af te voeren. 2. De vergunninghouder is verplicht zijn marktplaats tot de sluitingstijd van de markt te blijven innemen. Het college kan hiervan ontheffing verlenen. 3. Indien de vergunninghouder zijn vaste marktplaats niet uiterlijk om 8.30 uur heeft ingenomen, wordt de desbetreffende marktplaats voor die dag als dagplaats aangemerkt, tenzij de marktmeester de marktplaats op tijdig verzoek van de vergunninghouder voor hem beschikbaar houdt. Artikel 3.4.6.17 Verplichtingen vergunninghouder

1. Degene die in het bezit is van een vergunning als bedoeld in artikel 3.4.6.16 is verplicht erop toe te zien dat alle personen die een marktplaats innemen op de door hem georganiseerde bijzondere markt de voorschriften als bedoeld in de artikelen 7.1.1.3 en 3.4.6.15 in acht te nemen. 2. Degene die in het bezit is van een vergunning als bedoeld in artikel 3.4.6.16 is tevens verplicht erop toe te zien dat de marktplaatshouders op de door hem georganiseerde bijzondere markt de voorschriften die het college verbonden heeft aan de vergunning, nageleefd worden. Paragraaf 3.4.7 Ligplaatsen Artikel 3.4.7.1 Verbod innemen ligplaats

Het is verboden met een historisch schip een ligplaats in te nemen of zich met een historisch schip te bevinden op een plaats waarvoor geen vergunning, als bedoeld in artikel 3.4.7.2, eerste lid, voor een vaste ligplaats ten behoeve van een historisch schip is verleend.

Artikel 3.4.7.2 Vaste ligplaatsvergunning historisch schip en wachtlijst

1. Het college verleent voor maximaal negen historische schepen een vergunning voor een vaste ligplaats. Dit betreft negen vaste ligplaatsen voor een historisch schip gedurende het gehele jaar. 2. Bij de beoordeling van een aanvraag voor een vaste ligplaatsvergunning ten behoeve van een historisch schip wordt advies gevraagd. De advisering vindt plaats aan de hand van de volgende toetsingscriteria: Leeftijd a. Het historisch schip dient tenminste 50 jaar oud te zijn. Scheepstype b. Het historisch schip dient een voormalig bedrijfsvaartuig te zijn, waarmee op de Nederlandse wateren enig beroep of bedrijf is uitgevoerd c.q. typerend is geweest binnen de ontwikkeling van de Nederlandse scheepsbouw en waarvan het karakter overwegend bewaard is gebleven. Met andere woorden, het vaartuig dient een cultuurhistorische en monumentale waarde te hebben. Silhouet c. Het silhouet van het historisch schip dient qua uiterlijk gaaf te zijn. d. Ingrepen zijn aanvaardbaar, indien deze op respectvolle wijze ten aanzien van het historische karakter van het schip hebben plaatsgevonden. Staat van het historisch schip e. Het historisch schip dient in een varende, goede en verzorgde staat te verkeren. Voortbewegen van het historisch schip f. Het historisch schip dient zich, behoudens in geval van reparatiewerkzaamheden, op eigen motorkracht te kunnen voortbewegen.

Mate waarin met het historisch schip wordt gevaren g. Er dient regelmatig te worden gevaren met het historisch schip. Onder regelmatig wordt verstaan: tenminste eenmaal per jaar. Restauratieplan h. Indien het historisch schip niet geheel voldoet aan de toetsingscriteria onder c, d en e, kan op basis van een door de Stichting Historische Schepen Meppel goedgekeurd restauratieplan, inclusief een tijdsplanning, een vergunning voor een vaste ligplaats voor een historisch schip worden verleend. Omvang en welstand i. Het historisch schip moet qua uiterlijk en omvang passen in de omgeving, bij de eventueel reeds aanwezige schepen en de beschikbaar gekomen plaats. j. Het historisch schip mag niet feitelijk een jacht zijn dat, gezien zijn afmetingen in redelijkheid een plaats moet kunnen vinden in een jachthaven.

3. Het college maakt op een daarvoor geschikte manier bekend dat er een of meer vergunningen beschikbaar zijn en op welke wijze een belangstellende daarvoor in aanmerking kan komen. 4. Een aanvraag kan worden ingediend middels een door het college beschikbaar gesteld aanvraagformulier. 5. Een vergunning voor een vaste ligplaats is persoons- en vaartuiggebonden. 6. Bij verkoop en levering van het historisch schip waarvoor een vaste ligplaatsvergunning is afgegeven kan deze vergunning op naam gesteld worden van de nieuwe eigenaar-bewoner. De nieuwe eigenaar kan een daartoe strekkend verzoek indienen bij het college. 7. De toewijzing van een beschikbaar gekomen vaste ligplaats geschiedt aan degene die zich op de wachtlijst heeft laten inschrijven, in volgorde van inschrijving op deze lijst. Artikel 3.4.7.32 Schepencarrousel

1. Een schip dat is ingeschreven bij de stichting Schepencarroussel en dat voldoet aan de afspraken van het schepencarrousel kan ligplaats innemen aan de Jan van den Boschkade of aan de Prins Hendrikkade of binnen de sluis. 2. De maximale ligduur voor een schip uit de schepencarroussel is 3 maanden aan de Jan van Boschkade of aan de Prins Hendrikkade. Binnen de sluis is dit minimaal 2 nachten en maximaal 3 weken. 3. In de periode van 1 oktober tot en met 31 maart kan op verzoek de maximale ligduur voor een schip als bedoeld in het eerste lid worden verlengd tot zes maanden tot maximaal 31 maart. Hiervoor dient de procedure van artikel 2.4. lid 3 van de Havenverordening te worden gevolgd. 4. Voor een schip dat voor het eerst ligplaats inneemt na minimaal drie maanden geen gebruik te hebben gemaakt van op een van de volgens het eerste lid aangewezen plaatsen en dat voldoet aan de overige criteria van het eerste lid wordt een ontheffing krachtens artikel 2.4. lid 3 van de Havenverordening geacht te zijn verleend voor de duur overeenkomstig het tweede lid. 5. De Havengeldverordening regelt de liggelden voor historische schepen. Artikel 3.4.7.4 Gebruik vaste ligplaats

1. Een toegewezen vaste ligplaats is uitsluitend bestemd voor eigen gebruik; onderverhuring, ingebruikgeving aan derden of medegebruik is niet toegestaan. Ruiling van plaats is niet toegestaan. 2. De vergunninghouder c.q. gebruiker van een vaste ligplaats dient deze net, ordelijk en overeenkomstig de bestemming in te richten en te gebruiken. 3. Gebruik van de kade of wal is niet toegestaan. Op verzoek van een bewoner van een historisch schip plaatst de gemeente Meppel een voorziening voor het parkeren van enkele fietsen die verankerd is in de kade. 4. De vergunninghouder is verplicht het vaartuig aan te sluiten op de van gemeentewege aangelegde voorzieningen, zoals elektriciteit en riolering zodra deze aanwezig zijn op de vaste ligplaats.

5. Voertuigen van de vergunninghouder c.q. gebruiker en bezoekers mogen alleen worden geparkeerd of gestald op de als zodanig aangegeven (openbare) parkeerplaatsen. 6. De vergunninghouder van een vaste ligplaats voor een historisch schip dient daarvan minimaal gedurende zes maanden per kalenderjaar gebruik te maken. Indien de vergunninghouder hieraan niet voldoet, heeft het college de bevoegdheid de vergunning in te trekken of niet te verlengen. 7. De termijn van het zesde lid geldt naar evenredigheid in het jaar van eerste aanvraag van de vergunning. De datum op de beschikking van vergunningverlening is hierbij doorslaggevend. 8. Indien vergunninghouder zijn vaste ligplaats gedurende een periode van een week of langer, om welke reden dan ook, niet zal gebruiken, moet dat vooraf gemeld worden aan de havenmeester. De havenmeester is gerechtigd om de betreffende vaste ligplaats gedurende de betreffende periode toe te wijzen aan een ander, zonder dat vergunninghouder rechten kan doen gelden op verrekening van het havengeld. De vergunninghouder behoudt het recht gebruik te maken van de vaste ligplaats gedurende de vergunningsperiode. 9. Het is niet toegestaan: a. wijzigingen aan steigers, kaden e.d. aan te brengen; b. toebehoren als masten, rondhout, meertouwen e.d. op de kaden te laten liggen; c. open vuur te ontsteken. Artikel 3.4.7.5 Tijdelijk andere ligplaats

De havenmeester kan de vergunninghouder tijdelijk een andere ligplaats aanwijzen in verband met activiteiten, onderhoudswerkzaamheden of iets dergelijks. Artikel 3.4.7.6 Intrekking van een vaste ligplaatsvergunning

In aanvulling op het bepaalde in artikel 3.1.2.4 kan het college een vergunning voor een vaste ligplaats voor een historisch schip in te trekken als: a. dat in het belang is van het optimaal nautisch gebruik van de haven, de vaarwegen, de kades en de aangrenzende wegen en percelen. b. de vergunninghouder zich niet aan de voorschriften daarvan houdt en hij tweemaal schriftelijk met een tussenpoos van twee maanden is aangemaand om zich daaraan te houden. c. de vergunninghouder het bepaalde in deze paragraaf overtreedt Afdeling 3.5 Activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed en werelderfgoed Paragraaf 3.5.1 Activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed en werelderfgoed Artikel 3.5.1.1 Verbodsbepalingen en omgevingsvergunning

1. Het is niet toegestaan een beschermd gemeentelijk monument te beschadigen of te vernielen, of aan het monument onderhoud te onthouden dat voor de instandhouding ervan noodzakelijk is.

2. Het is niet toegestaan zonder omgevingsvergunning van het college, of in strijd met de voorschriften bij die vergunning een beschermd gemeentelijk monument: a. te slopen, te verstoren, te verplaatsen of te wijzigen, of b. te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een manier dat het monument wordt ontsierd of in gevaar gebracht. 3. Het verbod en de omgevingsvergunningplicht als bedoeld in het tweede lid gelden niet als: a. de activiteit betrekking heeft op normaal onderhoud, voor zover detaillering, profilering, vormgeving, materiaalsoort, kleur, en aanleg (in geval van een tuin, park of andere aanleg) niet wijzigt, of; b. de activiteit alleen leidt tot inpandige veranderingen van een onderdeel van het monument dat uit het oogpunt van monumentenzorg geen waarde heeft. c. het binnen een monument dat als begraafplaats in gebruik is met inachtneming van de monumentale waarden: 1. plaatsen van grafmonumenten, met inbegrip van het tijdelijk verwijderen daarvan en het bijwerken van het opschrift; 2. doen van begravingen of as bijzettingen; of 3. ruimen van graven waarvan het grafmonument niet is beschermd als gemeentelijk monument (of een onderdeel daarvan). 4. Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot de manier waarop de werkzaamheden moeten worden uitgevoerd. Deze regels kunnen ook gaan over de vergunningplicht, zoals bedoeld in het tweede lid.

Artikel 3.5.1.2 Intrekken van de vergunning

De vergunning, zoals bedoeld in artikel 3.5.1.1 kan door het college worden ingetrokken als: a. blijkt dat de vergunning is verleend op basis van een onjuiste of onvolledige gegevens en dat de juiste of volledige gegevens tot een ander besluit zouden hebben geleid; b. de omstandigheden van de vergunninghouder zodanig zijn gewijzigd, dat het belang van monument zwaarder moet wegen. Artikel 3.5.1.3 Weigeringsgronden

1. De omgevingsvergunning, zoals bedoeld in artikel 3.5.1.1, tweede lid, kan slechts worden verleend als het belang van de monumentenzorg zich daartegen niet verzet. 2. Voor een omgevingsvergunning voor kerkelijk monument, als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet, is afstemming met de eigenaar vereist. Afdeling 3.6 Activiteiten met betrekking tot planten en dieren Paragraaf 3.6.1. Vellen van houtopstanden

Artikel 3.6.1.1 Kapverbod Monumentale bomen

1. Het is niet toegestaan om monumentale bomen te vellen of te laten vellen die staan vermeld op de Bomenlijst als bedoeld in bijlage 2. 2. Bij een omgevingsvergunning kan door het college worden afgeweken van het bepaalde in het eerste lid als er geen redelijke maatregelen getroffen kunnen worden om het vellen te voorkomen en als er sprake is van: a. onveilige situaties door instabiliteit en/of onvoldoende vitaliteit; b. schade of dreigende schade aan de omgeving; c. een zwaarwegend geval van algemeen belang. 3. Het college kan een herplantplicht opleggen onder nader te stellen voorschriften. 4. Het college kan nadere regels stellen voor de uitvoering van het tweede en derde lid. Artikel 3.6.1.2 Kapverbod Groene Kaart

1. Het is niet toegestaan houtopstanden te vellen of te laten vellen die staan aangegeven op de vastgestelde Groene Kaart, zoals vermeld in bijlage 1 bij deze verordening. 2. Bij een omgevingsvergunning kan door het college worden afgeweken van het bepaalde in het eerste lid omtrent het vellen of laten vellen van houtopstanden zoals aangegeven op de Groene Kaart. 3. Het college kan een herplantplicht opleggen onder nader te stellen voorschriften. 4. Het college kan nadere regels stellen voor de uitvoering van het tweede en derde lid. 5. Het verbod geldt niet voor: a. houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantenziektewet of krachtens een aanschrijving; b. het periodiek knotten of kandelaberen als cultuurmaatregel bij daarvoor geschikte boomsoorten.

Hoofdstuk 4 Beheer en onderhoud Reserveren

Hoofdstuk 5 Financiële bepalingen Reserveren

Hoofdstuk 6 Procedurele bepalingen Afdeling 6.1 Voorbereiding van besluiten Paragraaf 6.1.1 Groen

Reserveren

Paragraaf 6.1.2 Cultureel erfgoed

Reserveren Afdeling 6.2 Advies Paragraaf 6.2.1 Advies bij aanwijzing beschermd gemeentelijk monument [vervallen] Afdeling 6.3 Marktplaatsen Markt Paragraaf 6.3.1 Wachtlijst marktplaatsen Artikel 6.3.1.1 Inschrijving op de wachtlijst

1. Het college schrijft de aanvrager op zijn verzoek in op de wachtlijst, indien hij voldoet aan de in artikel 3.4.6.3 gestelde vereisten, maar aan hem geen vaste marktplaats kan worden toegewezen. 2. Het college vermeldt bij de inschrijving in ieder geval: a. de naam en voornamen, de geboortedatum en –plaats, het adres en de woonplaats van de aanvrager; b. de datum waarop de aanvraag door hem is ontvangen; c. de soort artikelen die de aanvrager wil verhandelen of de branche waartoe hij behoort; d. de kraam of andere verkoopmaterialen die de aanvrager wil gebruiken. 3. Het college verstrekt de aanvrager een schriftelijk bewijs van inschrijving. 4. De inschrijving op de wachtlijst blijft gehandhaafd, indien deze door de ingeschrevene jaarlijks voor 1 januari schriftelijk wordt verlengd. Artikel 6.3.1.2 Doorhalen van inschrijving op wachtlijst

De inschrijving op de wachtlijst wordt doorgehaald: a. indien de ingeschrevene zijn inschrijving niet jaarlijks voor 1 januari heeft verlengd; b. op schriftelijk verzoek van de ingeschrevene; c. bij overlijden van de ingeschrevene; d. wanneer aan de ingeschrevene een vergunning voor een vaste marktplaats is verleend, tenzij hij deze op grond van bijzondere omstandigheden niet aanvaardt; e. indien niet meer aan de vereisten van artikel 3.4.6.3 wordt voldaan. Artikel 6.3.1.3 Volgorde toewijzing vaste marktplaatsen

Indien voor de toewijzing van een beschikbare vaste marktplaats meer aanvragers in aanmerking komen, wordt de marktplaats achtereenvolgens toegewezen aan: a. de vergunninghouder van een vaste marktplaats die aan het college schriftelijk de wens te kennen heeft gegeven van marktplaats te willen veranderen, in volgorde van plaatsing op de anciënniteitslijst; b. degene die zich op de wachtlijst heeft laten inschrijven, in volgorde van inschrijving op deze lijst.

Paragraaf 6.4.2 Advies bij vergunning ligplaats historisch schip Artikel 6.4.2.1 Advies ligplaats historisch schip

1. Stichting Historische Schepen Meppel adviseert het college over de algemene visie, het beleid en de kwaliteit voor zover het betreft historische schepen in het grachtengebied en de daarin gesitueerde vaste ligplaatsen. 2. Stichting Historische Schepen Meppel adviseert het college over een aanvraag voor een vergunning voor een vaste ligplaats voor een historisch schip, als bedoeld in artikel 3.4.7.2, eerste lid. 3. Stichting Historische Schepen Meppel brengt binnen zes weken na ontvangst van een adviesaanvraag voor een vergunning advies uit aan het college. 4. Wanneer Stichting Historische Schepen Meppel is opgehouden te bestaan of buiten staat is om te adviseren zal het college advies over een aanvraag zoals bedoeld in het tweede lid vragen aan een deskundig persoon met kennis en ervaring op het gebied van historische schepen.

Hoofdstuk 7 Handhaving, overgangs- en slotbepalingen Afdeling 7.1 Handhaving en strafbepalingen Paragraaf 7.1.1 Toezichthouders Artikel 7.1.1.1 Toezichthouders

1. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn de toezichthouders belast die bij besluit van het college zijn aangewezen. 2. Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening belast de marktmeester, voor zover het gaat om bepalingen over markten/marktplaatsen. 3. Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening belast de bij besluit van het college dan wel de burgemeester aan te wijzen personen. 4. Onverminderd het eerste en tweede lid zijn ambtenaren van politie, bedoeld in artikel 141, onder b, van het Wetboek van Strafvordering, eveneens belast met het toezicht op de naleving van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften. Artikel 7.1.1.2 Binnentreden woningen

Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften welke strekken tot handhaving van de openbare orde of veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen, zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner. Artikel 7.1.1.3 Legitimatie en identiteit vergunninghouder

1. Degene die een marktplaats op de markt inneemt of wenst in te nemen, dient op eerste aanvraag van de marktmeester aan te tonen dat hij de vergunninghouder is. 2. De vergunninghouder dient bij zijn marktplaats duidelijk zichtbaar zijn naam en eventuele bedrijfsnaam aan te geven. Artikel 7.1.1.4 Intrekking en schorsing vaste marktplaatsvergunning

Onverminderd artikel 3.4.6.7 kan het college een vergunning voor een vaste marktplaats, al dan niet voorwaardelijk, intrekken dan wel telkens voor ten hoogste vier achtereenvolgende marktdagen schorsen, indien de vergunninghouder of een persoon die hem bijstaat: a. het bepaalde bij of krachtens deze verordening of de voorschriften van de vergunning overtreedt; b. zich schuldig maakt aan wangedrag of bedrog; of c. niet of niet tijdig het verschuldigde marktgeld voldoet, dat wordt geheven op grond van artikel 229 van de Gemeentewet. Artikel 7.1.1.5 Uitsluiting dagplaatshouder

Het college kan een vergunninghouder van een dagplaats van de toewijzing van een dagplaats uitsluiten voor ten hoogste vier marktdagen, indien deze: a. het bepaalde bij of krachtens deze verordening overtreedt; b. zich schuldig maakt aan wangedrag of bedrog; c. niet of niet tijdig het verschuldigde marktgeld voldoet, dat wordt geheven op grond van artikel 229 van de Gemeentewet. Paragraaf 7.1.2 Strafbepalingen Artikel 7.1.2.1 Strafbepaling

1. Overtreding van een bij of krachtens deze verordening vastgestelde verbodsbepaling, niet nakoming van een bij of krachtens deze verordening opgelegde verplichting en niet nakoming van één of meer voorschriften aan een vergunning of ontheffing verbonden, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak. 2. In afwijking van het eerste lid is de Omgevingswet van toepassing op overtreding van een omgevingsvergunningplichtige activiteit. 3. Overtreding van artikel 3.3.2.1, artikel 3.3.2.2 of van artikel 3.3.2.4 tot en met artikel 3.3.2.6 en artikel 3.3.3.1, 3.3.3.2, 3.3.4.1, 3.3.4.2, 3.3.4.3 en 3.3.4.4 tot en met artikel 3.3.4.7 en 3.4.4.4, is een strafbaar feit als bedoeld in artikel 1a, onderdeel 3, van de Wet op de economische delicten. Afdeling 7.2 Overgangsrecht Paragraaf 7.2.1 Overgangsrecht Artikel 7.2.1.1 Overgangsrecht

1. Met het besluit tot vaststelling van deze verordening zijn bepalingen uit de navolgende verordeningen, beleidsregels en nadere regels opgenomen in deze verordening: a. Algemene plaatselijke verordening gemeente Meppel; b. Afvalstoffenverordening gemeente Meppel 2018; c. Bouwverordening Meppel 2005; d. Erfgoedverordening Meppel 2014; e. Marktverordening gemeente Meppel; f. Telecommunicatieverordening gemeente Meppel; g. Havenreglement historische vaartuigen gemeente Meppel. 2. Deze verordening laat de resterende bepalingen in de in lid 1 genoemde verordeningen, voorzover van toepassing, onverlet. 3. Besluiten, beleidsregels en nadere regels, genomen krachtens de in het eerste lid bedoelde bepalingen worden mede geacht besluiten, beleidsregels en nadere regels krachtens het bepaalde in deze verordening te zijn. 4. Aanvragen voor vergunningen waarop op het moment van inwerkingtreding van deze verordening nog geen beslissing is genomen, worden afgehandeld op grond van deze verordening. Artikel 7.2.1.2 Overgangsrecht Marktverordening

1. De krachtens de Marktverordening gemeente Meppel vastgestelde wacht- en anciënniteitslijsten gelden als lijsten krachtens deze verordening. 2. Degenen die op de dag van inwerkingtreding van deze verordening op de wacht- of anciënniteitslijst stonden, behouden de rechten die daaruit voortvloeien volgens de regels die op die dag gelden gedurende één jaar na de inwerkingtreding van deze verordening. Artikel 7.2.1.3 Overgangsrecht Erfgoedverordening

Een krachtens de Erfgoedverordening Meppel 2014 aangewezen en geregistreerd gemeentelijke monument, wordt geacht aangewezen en geregistreerd te zijn overeenkomstig de bepalingen van deze verordening. Artikel 7.2.1.4 Overgangsbepaling Telecommunicatieverordening gemeente Meppel

De aanwezigheid van kabels en kabelwerken in of op openbare gronden, voor zover deze zijn aangelegd met toepassing van hoofdstuk VI van de Wet op de telecommunicatievoorzieningen, dient door de aanbieders binnen een jaar na inwerkingtreding van deze verordening te worden gemeld aan het college via het aanmeldingsformulier als genoemd in artikel 3, eerste lid. Artikel 7.2.1.5 Overgangsrecht Havenreglement historische vaartuigen gemeente Meppel

Een krachtens het Havenreglement historische vaartuigen gemeente Meppel uitgegeven ligplaatsvergunning wordt geacht een ligplaatsvergunning te zijn overeenkomstig de bepalingen van deze verordening.

Artikel 7.2.1.6 Overgangsbepaling kabels en leidingen 1. Voor kabels en leidingen die op de datum van inwerkingtreding van de vastgestelde wijziging van deze verordening in 2026 rechtmatig aanwezig en in gebruik zijn geldt de door het college verleende toestemming dan wel vergunning op grond waarvan zij gelegd zijn als een vergunning respectievelijk instemmingsbesluit krachtens deze verordening. 2. Voor zover er sprake is van privaatrechtelijke overeenkomsten tussen de gemeente en netbeheerders en tot het moment waarop deze zijn beëindigd, zijn de bepalingen in deze verordening, voor zover strijdig met de bepalingen in deze overeenkomsten, niet van toepassing. 3. Indien vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de vastgestelde wijziging van deze verordening een instemmingsbesluit is aangevraagd op grond van de voorheen geldende bepalingen van de Verordening fysieke leefomgeving Meppel 2022, waarop nog niet is beslist, wordt deze aanvraag beoordeeld aan de hand van de voorheen geldende bepalingen uit de Verordening fysieke leefomgeving Meppel 2022. Afdeling 7.3 Slotbepalingen Paragraaf 7.3.1 Slotbepalingen Artikel 7.3.1.1 Nadere regels

Het college is bevoegd ter uitvoering van het bepaalde in deze verordening nadere regels vast te stellen. Artikel 7.3.1.2 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking de dag na bekendmaking. Artikel 7.3.1.3 Citeertitel

Deze verordening kan worden aangehaald als Verordening fysieke leefomgeving gemeente Meppel 2022.

Ondertekening Aldus vastgesteld in de raadsvergadering d.d. 18 juni 2026, de griffier, de voorzitter,

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meppel&id=25bbaaf0-6233-47e0-a5ca-914ddc86e2e1