Toelichting - Chw Bestemmingsplan Meppel - Hoogeveenseweg 38 e.o.
Tekst van het document
4.3.2 Visie op de Fysieke leefomgeving De gemeenteraad heeft op 16 december 2021 de visie op de fysieke leefomgeving vastgesteld. Dit is een toekomstbeeld van de gemeente Meppel, gericht op de fysieke leefomgeving. Hierin komen verschillende onderwerpen en thema’s integraal bij elkaar. Deze visie op de fysieke leefomgeving, is het eerste inhoudelijke hoofdstuk voor de Omgevingsvisie Meppel. In deze visie heeft de gemeente Meppel het toekomstbeeld (2040) aan de hand van de vijf centrale kwesties geschetst, namelijk: verstedelijking; verduurzaming; gezonde leefomgeving; bedrijvigheid; toekomstbestendig buitengebied. Voor onderhavig Chw bestemmingsplan zijn voornamelijk de kwesties verduurzaming en bedrijvigheid van belang. Verduurzaming In 2040 is de gemeente Meppel CO2 neutraal, wordt energie doormiddel van wind en zon (op dak) binnen de regio en samen met de buurgemeenten op een duurzame wijze geproduceerd. Gebouwen zijn goed geïsoleerd, zijn comfortabel warm zonder aardgas en gebruiken weinig energie of leveren zelfs. Dankzij betrokken bewoners en ondernemers, verbinding tussen onderwijs,
vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Chw Bestemmingsplan Meppel - Hoogeveensew eg 38 e.o.
- 33 -
kennisinstellingen en ons diverse bedrijfsleven en bereidheid tot samenwerken is de gemeente in 2040 een circulaire samenleving. De landbouw en natuur zijn weerbaar tegen hevige buien of langere perioden van droogte. In de stad is verkoeling door groen, water, bomen en parken, die iedereen dichtbij vindt. Aangevuld met nieuwe combinaties van groen en bebouwing. Bedrijvigheid In 2040 heeft Meppel zich als aantrekkelijke vestigingslocatie in de regio doorontwikkeld. De aanwezigheid van N.I.C.E. (Noordelijk Innovatielab Circulaire Economie) en een circulaire havenontwikkeling binnen Port of Zwolle hebben de start gevormd van de ontwikkeling naar een meer circulaire economie. Op bedrijventerreinen wordt slim samengewerkt. Bedrijvigheid heeft meer ruimte gekregen en tegelijkertijd meerwaarde gebracht in bijvoorbeeld werkgelegenheid, energieopwekking, duurzame mobiliteit, biodiversiteit, klimaatbestendigheid of sociale verbinding. Toetsing Onder de huidige wetgeving is het niet mogelijk om (strengere) duurzaamheid maatregelen te borgen. Voor het aspect verduurzaming zijn in de beleidsregel richtlijnen opgenomen. Hierin worden richtlijnen gesteld voor energie, natuur- en klimaatadatief bouwen.
4.3.3 Kadernotitie 'Zo doen we Groen!' De Kadernotitie "Zo doen we Groen!", die is vastgesteld op 17 november 2015, geeft de richting aan voor groen, natuur, landschap en water binnen de gemeente Meppel. De Kadernotitie heeft een reikwijdte van 2015 tot 2030. De ambitie van deze notitie ten aanzien van het groen in en rond de stad is: 'Drie keer Groener!': Mooier en aantrekkelijker, een toename van esthetische waarde. Nuttiger en bruikbaarder, een toename van de gebruikswaarde. Gezonder en vitaler, een toename van de toekomstwaarde. Om deze ambitie te realiseren zijn vier overkoepelende doelen opgesteld voor de periode 2015-2020: Een betere inrichtings- en beeldkwaliteit van ons groen, bomen en stadswater en de beleving hiervan. Een sterkere identiteit en toegenomen gebruikswaarde van de groenblauwe structuur, parken en het landschap. Toename van de natuurwaarde in de stad en het landschap. Meer bewoners en bedrijven leveren een bijdrage aan de ambitie 'Drie keer Groener!'. De gemeente heeft een generieke ambitie voor groen, die geldt voor al het groen in onze gemeente. Naast deze generieke ambitie worden er specifieke ambities beschreven voor de groenblauwe structuur, parken, groen in de woon- en werkgebieden en het buitengebied.
vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Chw Bestemmingsplan Meppel - Hoogeveensew eg 38 e.o.
- 34 -
In de woon- en werkgebieden is de ambitie voor typische stadsnatuur, gebonden aan bomen, bebouwing, beplanting, slootjes of ruige hoekjes. Natuur die niet zozeer binding heeft met de ondergrond, maar afhankelijk is van de stedelijke omgeving en ongevoelig is voor verstoring en dynamiek. Ook moet bebouwing een bijdrage leveren aan de natuurwaarde in de stad. Natuurbeleving en educatie spelen hier ook een rol, niet de optimalisatie van natuurwaarde. De gemeente zet in op kleinschaligheid en toegankelijke soorten, op aaibare natuur in de stad. Die aaibare natuur hoort bij de stedelijke omgeving. De combinatie van bomen, water, plantsoen, tuinen en bebouwing vormt kleinschalige leefgebieden voor diverse planten en dieren. De gemeente streeft naar een zo compleet mogelijk plaatje van aaibare natuur in de stad, met: Bebouwing: bebouwing, (kade)muren. Kruidenrijk grasland: bloemrijke tuinen en kruidenrijk gras. Water: poelen, vijvers en slootjes. Bomen: in tuinen, plantsoen en langs wegen. Typische soorten: vleermuizen, gierzwaluw, mus, muurplanten, zwarte roodstaart, goudvink, rietorchis, poelkikker, atalanta, dagpauwoog, sperwer. In de kadernotitie is aangegeven dat het ziekenhuis zich de komende jaren zal gaan ontwikkelen. Daarbij zijn er kansen om een bijdrage te leveren aan de algemene ambities die de gemeente voor groen in de woon- en werkgebieden heeft beschreven.
Het gebied Ziekenhuis ligt in het Reestdal, onderdeel van het buitengebied. Hiervoor heeft de gemeente specifieke ambities beschreven. Vanwege de ligging in het Reestdal geldt voor ontwikkeling specifiek aandacht voor de uitstraling van het terrein richting het landschap. In dit Chw bestemmingsplan zijn de groene hoofdstructuren rondom het plangebied vastgelegd. In de beleidsregel zijn randvoorwaarden aan de groene- en blauwestructuren opgenomen voor alle groenstructuren binnen het plangebied.
4.3.4 Parkeerbeleid In de nota wordt het parkeerbeleid van de gemeente Meppel beschreven ten aanzien van het parkeren in Meppel in het algemeen en als beleidsinstrumentarium. De gemeente Meppel wil de kwaliteit van de binnenstad vergroten en de bereikbaarheid voor auto, fiets en openbaar vervoer te garanderen of verder te verbeteren. Onderdeel hiervan is het creëren van een prettige parkeersituatie. De nota richt zich vooral op het parkeren in de binnenstad en een zone daar direct om heen. Daarnaast geeft het beleid ook aanwijzingen voor het parkeren buiten dat gebied. Het is in alle gevallen van belang bij een nieuwe ontwikkeling voldoende parkeergelegenheid te realiseren.
vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Chw Bestemmingsplan Meppel - Hoogeveensew eg 38 e.o.
- 35 -
4.3.5 Welstand De Welstandsnota uit 2004 van de gemeente Meppel bevat het welstandsbeleid voor het gehele grondgebied van de gemeente Meppel. In de Welstandsnota valt het plangebied binnen de omschrijving van de naoorlogse bebouwing. Dit gebied wordt aangemerkt als een regulier welstandsgebied. Daarbij gaat het vooral om het respecteren van de onderlinge samenhang. De concrete invulling van de herontwikkeling is nog onbekend. De nadruk ligt daarom op het borgen van de hoofdstructuur van landschappelijke en stedenbouwkundige inpassing middels de beleidsregel ruimtelijk afwegingskader Hoogeveenseweg 38 e.o. Het opstellen van criteria voor kleur- en materiaalgebruik is nog niet mogelijk. De Welstandsnota is daarom toetsingskader voor bouwplannen in het plangebied. In de Welstandsnota vormen verwantschap, samenhang en afstemming de rode draad voor dit plangebied. Voor beeldkwaliteit zal naar de directe gebouwde omgeving gekeken worden.
4.3.6 Duurzaam Energie Plan De gemeente Meppel heeft op 12 oktober 2011 het Duurzaam Energie Plan 'Van klimaatgevoelig naar klimaatrobuust' vastgesteld. De gemeente Meppel heeft de ambitie om op enig moment CO2-neutraal te zijn. Het Duurzaam Energie Plan beschrijft hoe de gemeente dit wil gaan realiseren, beginnend met de periode 2011-2020. Klimaatbeleid vanuit de gemeente met betrekking tot nieuwbouw moet een regisserende functie inhouden. Dit geldt ook bij energiebesparingsbeleid voor bedrijven en bestaande bouw. De gemeente staat dicht bij marktpartijen en kan daardoor innoverende projecten stimuleren met behulp van andere partijen. Deze projecten geven een stimulans aan de markt en maken de weg vrij voor andere innoverende en duurzame projecten binnen de gemeente. Dit betekent dat de gemeente als initiator aan tafel gaat zitten bij nieuwbouwplannen. De gemeente stimuleert hierbij energiebesparing en duurzame energievoorziening, waarbij duurzaamheid in de brede zin ook aan bod kan komen. De gemeente is stimulator en intermediair; veelal is energie en duurzaamheid bij nieuwbouw een achtergebleven onderwerp omdat er al veel andere onderwerpen op de agenda staan. Door deze onderwerpen vanaf het begin erbij te betrekken, worden ze een logisch en integraal onderwerp bij de bouw.
De ambitie is om de nieuwe gebouwen zo energiezuinig mogelijk op te leveren, binnen de, financiële, mogelijkheden van het project.
vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Chw Bestemmingsplan Meppel - Hoogeveensew eg 38 e.o.
- 36 -
4.3.7 Programma Duurzaamheid De gemeente Meppel heeft in december 2020 het programma Duurzaamheid vastgesteld. Het programma omvat de inzet op vier hoofdpijlers: energietransitie, klimaatadaptatie, grondstoffeninzameling, circulaire economie en de twee algemene thema’s biodiversiteit en gezond leefmilieu. Deze onderwerpen hebben veel gemeenschappelijk. Voor de vier hoofdpijlers zijn lange termijn doelen gesteld die een actieve rol vragen van de gemeente.
Doelen en inspanningen Programma duurzaamheid gemeente Meppel Zoals beschreven is de ambitie om de nieuwe gebouwen zo energie/ duurzaam mogelijk op te leveren. Onder de huidige wetgeving (Wro) is het niet mogelijk om dit vast te leggen in het Chw bestemmingsplan. Om bij de ambities aan te sluiten worden bedrijven door middel van de beleidsregels geïnspireerd en gemotiveerd om 'groen' te doen.
4.3.8 Beleidsvisie externe veiligheid Op 15 januari 2009 heeft de gemeenteraad de Beleidsvisie Externe Veiligheid Gemeente Meppel vastgesteld. Dit beleid is in 2014 geactualiseerd. Het doel van de beleidsvisie is om een duidelijk kader te geven voor het omgaan met risico's en externe veiligheid. De visie geeft aan waar ontwikkelingen mogelijk zijn en onder welke voorwaarden. De visie behandelt externe veiligheid rond inrichtingen, transportroutes en buisleidingen. In paragraaf 5.9 wordt meer concreet ingegaan op het aspect externe veiligheid in het plangebied. Woonwijken Het beleid is gericht op het bieden van een zo veilig mogelijke woonomgeving. Dit betekent dat in woonwijken geen bedrijven toegelaten worden die een extern veiligheidsrisico veroorzaken. In dit Chw bestemmingsplan worden geen bedrijven mogelijk gemaakt die een veiligheidsrisico veroorzaken. Transportzones spoor, weg en water Over Meppeler grondgebied worden gevaarlijke stoffen vervoerd per schip, per spoor en over de weg. De volgende transportroutes hebben een directe doorwerking op het plangebied: transport over de A32; transport over de A28.
vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Chw Bestemmingsplan Meppel - Hoogeveensew eg 38 e.o.
- 37 -
Voor de A28 en A32 gaat met het Besluit externe veiligheid transportroutes naast de al vastgelegde veiligheidszones ook het plasbrandaandachtsgebied (PAG) worden vastgelegd. Dit is een zone van 30 meter aan weerszijden van deze wegen. Deze lopen niet over het plangebied heen en hebben hierop geen invloed. Nieuwe transportroutes voor gevaarlijke stoffen mogen niet mogelijk worden gemaakt. Hieraan is in het plangebied geen behoefte, dit is daarom ook niet van toepassing. In het huidige beleid van de gemeente zijn geen specifieke routes voor het vervoer van gevaarlijke stoffen door en langs de gemeente Meppel aangegeven. Het uitgangspunt is de bestaande situatie. Zoals aangegeven is het vervoer van gevaarlijke stoffen over de snelweg A32 en de A28 van belang voor het plangebied. Rond deze routes is sprake van risicocontouren, waarover meer is opgenomen in paragraaf 5.9. Het transport van gevaarlijke stoffen over de genoemde wegen wordt niet expliciet in dit Chw bestemmingsplan geregeld. De wet- en regelgeving regelt hiervoor voldoende.
4.3.9 Cultuurhistorische inventarisatie en waardestelling De Cultuurhistorische inventarisatie en waardestelling Meppel Uitbreidingswijken & Buitengebied is op 28 januari 2016 vastgesteld. De cultuurhistorische analyse is bedoeld om een beter begrip van de ruimtelijke essenties van verschillende plekken in de gemeente Meppel te kweken bij de bewoners ervan. Het geeft daarom een inventarisatie en waardering van de cultuurhistorische en ruimtelijke kwaliteiten van het landelijk gebied met de dorpen Nijeveen, Kolderveen en Rogat, en de uitbreidingswijken van de gemeente Meppel. Onder cultuurhistorische waarden van een gebied worden verstaan: de zichtbare en onzichtbare (bovengrondse én ondergrondse) historische objecten en structuren, die bepalend zijn voor de afleesbaarheid van de geschiedenis en/of een waardevolle bijdrage leveren aan het karakter en de identiteit van een gebied. Monumenten als kerken en historische boerderijen vertegenwoordigen evidente cultuurhistorische waarden, maar ook de historische ‘morfologie’, dat wil zeggen de historische vorm van een nederzetting of een landelijk gebied en díe historische elementen die de vorm bepalen, zijn van groot belang voor het in kaart brengen van het totaal aan cultuurhistorische waarden van een gebied.
Deze cultuurhistorische analyse heeft zich vooral ten doel gesteld om cultuurhistorie én de ruimtelijke kwaliteiten en potenties van de uitbreidingswijken en van het landelijke gebied van Meppel in samenhang met elkaar te onderzoeken, om zodoende ook gestalte te geven aan de op rijksniveau gewenste ‘planologische monumentenzorg’. Dat wil zeggen dat cultuurhistorie en monumentenzorg niet een geïsoleerd bestaan leiden naast ruimtelijke ordening, stedenbouw en welstand, maar dat ruimtelijke ordening en het sturen op ruimtelijke kwaliteit van de gebouwde omgeving en het landelijke gebied geïntegreerd plaatsvindt met cultuurhistorie en monumentenzorg. Niet het redden van enkele historische plekken en gebouwen te midden van een sterk transformerend en moderniserend landschap is het uitgangspunt, maar de nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen laten inspireren en gebruik laten maken van de geschiedenis van de plek en de karakteristiek van het historische cultuurlandschap.
vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Chw Bestemmingsplan Meppel - Hoogeveensew eg 38 e.o.
- 38 -
Concreet gesteld is het daarom de hoofddoelstelling van deze analyse om de cultuurhistorische én de historisch-ruimtelijke karakteristieken van de uitbreidingswijken en het landelijk gebied naar boven te halen, teneinde hiermee ruimtelijke ontwikkelingen zó te kunnen sturen dat er rekening gehouden wordt met de historisch-ruimtelijke en cultuurhistorische waarden van de verschillende gebieden, en deze waarden ook een inspiratie te laten vormen voor nieuwe ontwikkelingen, ontwerpen en ingrepen. Het plangebied valt binnen deelgebied B2 Reestdal/Eesinge/Broekhuizen/Schiphorst. Voor dit deelgebied/specifieke structuren is sprake van de volgende waardering: Reestdal, het esgehuchten en kampontginningen-landschap (alle deelgebieden exclusief Rogat, het industrieterrein daar, de Omgelegde Hoogeveense Vaart en de A28). De volgende specifieke aanbevelingen van toepassing: Het esgehuchten- en k ampontginningenlandschap, algemeen: Geen verdere intensivering van de landbouw, maar inzetten op de verbreding van kleine boerenbedrijven. Behoud en herstel van de kenmerkende historische wegstructuren; deze waar mogelijk voorzien van klinkerbestrating die goed aansluit bij de historische karakteristiek. Tevens aandacht voor de historische zandpadenstructuur in het gebied. Deze benutten als recreatieve wandelroutes en opnemen in een netwerk van routes naar de omliggende gebieden.
Reestendal: Hoge bescherming van het Reestdal. Hier instrumenten inzetten voor bescherming en herstel van landschappelijke elementen. Onderzoeken van de mogelijkheid om de Reeststouwe weer een vanzelfsprekende koppeling te geven ter plaatse van de doorsnijding van de A28, door middel van een tunnel, waardoor de afleesbaarheid van deze historische structuur hersteld wordt en het gebruik ervan verbetert. Eesinge/de Vaert: Ontwikkelen van beleid voor de vormgeving van stadsrandzones, waarmee visuele inpassing van stedelijke bebouwing met intensieve groenaanplant gerealiseerd wordt. Hiervoor met name aandacht voor de inpassing van het Diaconessenziekenhuis. Beperking van de hoogte van het Diaconessenziekenhuis is eveneens van belang. Het sluipverkeer op de Reggersweg tegengaan, waardoor het historische karakter van de weg meer tot uitdrukking kan komen. Schiphorst/Havixhorst: Behoud van (de samenhang van) het historische landgoed van de Havixhorst, inclusief de bijbehorende historische houtvesterijen en open akkers en weilanden. De mogelijkheid onderzoeken de historische laanstructuur van de Havixhorst naar de Hoogeveense Vaart te herstellen ter plaatse van de doorbreking door de A28. Zo kan een vanzelfsprekender koppeling van het gebied ten noorden en ten zuiden van de A28 ontstaan en wordt deze historische laanstructuur, die van groot belang is
vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Chw Bestemmingsplan Meppel - Hoogeveensew eg 38 e.o.
- 39 -
geweest voor de houtvesterij van de Havixhorst, in ere hersteld. De ambitie van het plangebied is de kenmerkende landschapsrichting, noord-zuid weer terug te brengen in het plangebied. Bestaande historische landschapspatronen blijven gehandhaafd en ingepast. Door nieuwe zichtlijnen vanaf de Hoogeveeenseweg naar het Reestdal in het ontwerp op te nemen, kan de relatie met de omgeving worden versterkt.
vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Chw Bestemmingsplan Meppel - Hoogeveensew eg 38 e.o.
- 40 -
Hoofdstuk 5 5.1
Planologische randvoorwaarden
Vormvrije m.e.r.-beoordeling/M ilieueffectrapportage Beleid en Normstelling In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het omgevingsvergunning planmer-plichtig, projectmer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Daarnaast dient het bevoegd gezag bij de betreffende activiteiten die niet aan de bijbehorende drempelwaarden voldoen, na te gaan of sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen: de kenmerken van de projecten; de plaats van de projecten; de kenmerken van de potentiële effecten. Onderzoek en conclusie In het Besluit milieueffectrapportage is opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject mer-beoordelingsplichtig is indien (Besluit milieueffectrapportage, Bijlage onderdeel D11.2); de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer; een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat; een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. De beoogde ontwikkeling betreft de herontwikkeling in het bestaand stedelijk gebied van Meppel.
In de huidige situatie is het gehele gebied bebouwd met een bedrijfsvloeroppervlak van circa 100.500 m². De nieuwe situatie biedt ruimte voor een bedrijfsvloeroppervlak van circa 95.000 m². Daarmee zal er een afname zijn aan oppervlakte en blijft de ontwikkeling ruimt onder de drempelwaarden. Dit betekent dat een zogenaamde 'vormvrije m.e.r.-beoordeling' noodzakelijk is. Op basis van onderstaande paragrafen neemt het bevoegd gezag een m.e.r.-beoordelingsbeslissing wordt besloten dat geen volledige m.e.r.-procedure doorlopen dient te worden. Bij besluit 19 april 2022 is vastgesteld dat geen MER nodig is. Ook is daar de aanmeldingsnotitie voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling opgenomen. Daaruit blijkt dat, gelet op de kenmerken van het project (zoals het kleinschalige karakter in vergelijking met de drempelwaarden uit het Besluit m.e.r.), de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten, geen belangrijke negatieve milieugevolgen optreden.
vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Chw Bestemmingsplan Meppel - Hoogeveensew eg 38 e.o.
- 41 -
5.2
Bodem Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moetGY in verband met de uitvoerbaarheid van een plan rekening worden gehouden met de bodemgesteldheid in het plangebied. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig moet worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Bodeminformatie voormalige ziekenhuislocatie Hoogeveenseweg Meppel Bij het opstellen van een ruimtelijk plan moet rekening worden gehouden met de bodemkwaliteit ter plaatse van het plangebied (artikel 3.1.6 van Bro). De bodemkwaliteit kan namelijk van invloed zijn op de beoogde functie of de financiële haalbaarheid van het Chw bestemmingsplan. In het Bro is echter geen rechtstreekse verplichting opgenomen voor het uitvoeren van bodemonderzoek of bodemsanering. Op de voormalige ziekenhuislocatie Hoogeveenseweg Meppel is in december 2020 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is opgenomen in bijlage 1 bij de toelichting. Uit de conclusie van het onderzoek blijkt dat de onderzoeksresultaten vooralsnog een belemmering voor de voorgenomen herontwikkelingen. Geadviseerd wordt om een nader onderzoek uit te voeren om de aard en omvang van de aangetoonde verontreinigingen met PAK en PCB vast te stellen.
Tevens wordt geadviseerd om op twee locaties (deellocaties L4 en L6) een nader asbestonderzoek uit te voeren. Ten aanzien van de de realiseerbaarheid van de nieuwe bestemming zijn de volgende onzekerheden/risico's aanwezig: de eventueel te saneren verontreiniging met PAK, PCB en asbest en/of de gebruiksbeperkingen die deze verontreiniging meebrengen; de eventueel te saneren verontreiniging in het kader van de zorgplicht; eventuele verontreiniging onder de bebouwing en buiten de onderzoekscontour. Met inachtneming van deze onzekerheden/risico's kan het onderzoek worden gebruikt voor het Chw bestemmingsplan. Nader onderzoeken en eventuele daar op volgende saneringswerkzaamheden worden tijdens de sloop/realisatiefase verder uitgevoerd. Na eventuele sanering bestaan er vanuit milieuhygiënisch oogpunt geen beperkingen voor de voorgenomen ontwikkelingen. Indien grond van de locatie wordt afgevoerd voor toepassing elders dienen mogelijk aanvullende maatregelen te worden getroffen.
vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Chw Bestemmingsplan Meppel - Hoogeveensew eg 38 e.o.
- 42 -
5.3
Ecologie Bij elk ruimtelijk plan dient, met het oog op de natuurbescherming, rekening te worden gehouden met de Wet natuurbescherming. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in gebiedsbescherming en soortenbescherming. Voor het plangebied is een quickscan natuurtoets uitgevoerd. De resultaten van dit onderzoek zijn als bijlage 2 bij de toelichting toegevoegd.
5.3.1 Gebiedsbescherming Met betrekking tot gebiedsbescherming is de ligging van de aangewezen Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland (NNN-gebieden) van belang. Natura 2000-gebieden Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied, De Wieden ligt op circa 4 kilometer. Doordat het plangebied buiten de begrenzing van Natura 2000-gebieden is gelegen, kunnen directe negatieve effecten zoals oppervlakteverlies op voorhand worden uitgesloten. Indirecte negatieve effecten zoals verstoring door licht of geluid (tijdens de uitvoering van het plan) kunnen gezien de ruime afstand tot habitattypen en leefgebieden eveneens worden uitgesloten. Er zijn eveneens geen negatieve effecten op de hydrologie en waterkwaliteit te verwachten. Natura 2000-gebieden: impact stikstofdepositie In Nederland staan veel Natura 2000-gebieden onder druk door een overbelasting van stikstofdepositie. In het Programma Aanpak Stikstof (PAS) zijn alle Natura 2000-gebieden opgenomen waar ten minste één stikstofgevoelig habitat voorkomt dat te maken heeft met overbelasting door stikstof. Vermesting en verzuring als gevolg van stikstofdepositie zijn echter niet op voorhand uit te sluiten in de sloop- en aanlegfase door het nodige gebruik van mobiele werktuigen en verkeersbewegingen, maar ook in de gebruikfase ontstaat stikstofdepositie door verkeersgeneratie en gebouwemissies.
Om te berekenen hoe hoog de stikstofdepositie op Natura 2000-gebied zal zijn als gevolg van de aanleg- en gebruiksfase van de ontwikkeling, is met AERIUS een berekening uitgevoerd. Deze berekening is bijgevoegd in bijlage 3. In de gebruiksfase is er sprake van gebouwgebonden emissies en van emissie als gevolg van een verkeersaantrekkende werking. Gebouwgebonden emissies ontstaan door gasgebruik. Gebouwemissie De nieuwe gebouwen die worden gebruik worden gasloos gebouwd waardoor er geen gebouwemissies zijn. De gebouwen die blijven staan zijn ten behoeve van bestaande functies in het gebied. Hiervoor geldt dat er geen toename is in gebouwegebonden emissies. Het gasverbruik van het ziekenhuis verdwijnt in de toekomstige situatie,
vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Chw Bestemmingsplan Meppel - Hoogeveensew eg 38 e.o.
- 43 -
hierdoor ontstaat er dus een afname in gebouwegebonden emissies. In de berekening voor de explotatiefase is deze afname niet meegenomen, feitelijk is de situatie dus gunstiger. Verkeeremissie In de gebruikfase moet rekening gehouden worden met het ontstaan van nieuwe verkeersbewegingen van aan naar het plangebied. De toename in verkeersbewegingen is afhankelijk van welke functies in het gebied komen en de omvang daarvan. Zoals beschreven is de invulling van het gebied nog onbekend, wel is het bekent dat het zal gaan om zorg gerelateerde bedrijven, daarnaast is in paragraaf 4.1.2 in het kader van de ladder voor duurzame verstedelijking het brutovloeroppervlak berekend. Op basis van deze twee eisen is een schatting van de verkeersgeneratie bepaald op 3.500 mvt/etmaal. Conclusie Exploitatiefase Uit de resultaten blijkt dat het plan-effect in de exploitatiefase op geen enkel Natura 2000-gebied resultaten geeft die hoger zijn dan 0,00 mol/ha/jaar. Een scenario met 6.000 lichte verkeersbewegingen en 300 zware en middelzware verkeersbewegingen per etmaal leidt tot een stikstofdepositie van 0,01mol/ha/jaar, dus een verdubbeling van de verwachte verkeersbewegingen en niet realisaties. Zoals beschreven bedragen de verkeersbeweging rond de 3.500 lichte verkeersbewegingen en 175 zware en middelzware verkeersbewegingen per etmaal. Daarmee is het plan dus uitvoerbaar.
Hiermee is voor de beoogde 'periode' aangetoond dat het project, gelet op de instandhoudingsdoelstellingen voor de Natura 2000-gebieden, de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in dat gebied niet kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen. Negatieve effecten in de vorm van vermesting en verzuring zijn derhalve niet aan de orde. Voor dit plan geldt geen vergunningplicht op basis van de Wet natuurbescherming (Wnb). Het gasverbruik van het ziekenhuis verdwijnt in de toekomstige situatie, hierdoor ontstaat er dus een afname in gebouwegebonden emissies. In de berekening voor de explotatiefase is deze afname niet meegenomen, feitelijk is de situatie dus gunstiger. Aanlegfase Zoals beschreven is de nieuwe invulling van het gebied nog onbekend. Om te verkennen welke effecten kunnen optreden tijdens de sloop- en aanlegfase is een berekening uitgevoerd. Omdat de sloop- en aanlegfase over een aantal jaren zal plaatsvinden en de stikstofemissie wordt berekend over één kalenderjaar, is er gekozen om de eerste twee jaar met daarin het meeste dieselverbruik inbeeld te brengen. Dit betreft het eerste tweejaar van de aanlegfase waarin een groot deel van de bestaande bebouwing wordt gesloopt en er wordt begonnen met de grondwerkzaamheden.
De nieuwe gebouwen binnen het plangebied worden daarna per project, over een langere periode gerealiseerd.
vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Chw Bestemmingsplan Meppel - Hoogeveensew eg 38 e.o.
- 44 -
De stikstof depositie ligt in deze fase lager dan de sloop en bouwrijp maken van de gronden. In deze tijdelijke fase bedraagt de hoogst berekende (indicatief) depositie 0,00 mol/ha/jaar. Voor dit plan geldt geen vergunningplicht op basis van de Wet natuurbescherming (Wnb). Voor het Chw bestemmingsplan geldt in dit kader geen vergunningplicht op basis van de Wet natuurbescherming (Wnb). Natuurnetwerk Nederland Ten oosten en zuiden van het plangebied ligt NNN-gebied, bestaande uit de beekdalgraslanden langs de Reest. De provinciale regels van Drenthe over het NNN gelden alleen voor ruimtelijke ontwikkelingen waarbij binnen het NNN wordt afgeweken van het Chw bestemmingsplan (hier niet het geval). In het kader van goede ruimtelijke ordening is het wel van belang dat de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN niet worden aantast. Voor het NNN relevante aspecten als rust, donkerte of openheid van het landschap worden niet aangetast door voorgenomen plannen. Vervolgstappen ten aanzien van het NNN zijn hier niet aan de orde
5.3.2 Soortenbescherming Op grond van de Wet natuurbescherming geldt een algemeen verbod voor het verstoren en vernietigen van beschermde plantensoorten, beschermde diersoorten en hun vaste rust- of verblijfplaatsen. Onder voorwaarden is ontheffing van deze verbodsbepalingen mogelijk. Voor soorten die vermeld staan in Bijlage IV van de Habitatrichtlijn en een aantal Rode-Lijst-soorten zijn deze voorwaarden zeer streng. Toetsing en uitgangspunten Chw bestemmingsplan Vanuit het oogpunt van soortbescherming wordt opgemerkt dat het plan voor een groot deel betrekking heeft op het gebied met bestaande stedelijke bebouwing. Voor gedeelte delen van dit bestaand gebied is het Chw bestemmingsplan gericht op behoud van de huidige situatie. Hier heeft de soortbescherming geen directe invloed op de uitvoerbaarheid van de bestemmingen. Bij de transformatie kan de soortbescherming mogelijk wel van invloed zijn op de uitvoerbaarheid van de toegekende functies. Dit omdat hier in beginsel een nieuwe invulling wordt nagestreefd. Gelet hierop is voor deze gebieden een verkennend onderzoek uitgevoerd naar mogelijk voorkomende dier- en plantensoorten. Overigens wordt het onderzoek voor de volledigheid ook uitgevoerd voor de rest van het plangebied. De ecologische quickscan is opgenomen als Bijlage 2.
Uit de quickscan blijkt in het kader van soortbescherming dat: In aanwezige bebouwing in het plangebied zijn (potentiële) verblijfplaatsen van vleermuizen aangetroffen. Bekend is dat de bebouwing in ieder geval een functie heeft als belangrijk winterverblijf voor gewone dwergvleermuis. Binnen het plangebied worden geen onmisbare vliegroutes en/of foerageergebieden verwacht.
vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Chw Bestemmingsplan Meppel - Hoogeveensew eg 38 e.o.
- 45 -
Er zijn waarnemingen van steenmarter bekend binnen het plangebied. Ruimten onder geplaatste containers vormen potentiële verblijfplaatsen voor de soort. Binnen de invloedsfeer van de plannen zijn nesten van huismus en ooievaar aangetroffen, soorten waarvan de nesten jaarrond beschermd zijn. Ook zijn gedurende de broedtijd enkele algemene vogelsoorten broedend te verwachten binnen het plangebied en binnen de invloedsfeer van de plannen. Er zijn geen verblijfplaatsen/ groeiplaatsen van flora, amfibieën, reptielen, ongewervelden en vissen aangetroffen of te verwachten die bescherming genieten, uitgezonderd soorten waarvoor vrijstelling geldt in de provincie Drenthe. Op basis van bovenstaande is een advies opgesteld. Door de sloop van de bebouwing gaan (potentiële) verblijfplaatsen van vleermuizen, huismus en steenmarter verloren. Ook verdwijnen mogelijk nesten van ooievaar in de omliggende openbare ruimte . Geadviseerd wordt om aanvullend onderzoek uit te laten voeren. Onderzoek bestaat uit meerdere bezoeken verspreid in de periode april-september. Wanneer verblijfplaatsen van vleermuizen, steenmarter en huismus door de werkzaamheden verloren gaan, is het aanvragen van een ontheffing noodzakelijk.
Aan het verkrijgen van een ontheffing worden voorwaarden gesteld aan de periode van uitvoering (buiten de kwetsbare perioden), wijze van uitvoering (vooraf soorten verdrijven uit hun nest- of verblijfplaatsen) en daarnaast is het (tijdelijk) aanbrengen van vervangende nest- en verblijfplaatsen nodig. Voor het plan is uitzicht op ontheffing, waardoor de Wet natuurbescherming vaststelling van het Chw bestemmingsplan niet in de weg staat. Werkzaamheden die broedbiotopen van aanwezige vogels beschadigen dienen te allen tijde te worden voorkomen. Dit is voor de meeste soorten mogelijk door gefaseerd te werken en de uitvoering in elk geval op te starten in de periode voor 15 februari en na 15 december. Wanneer werkzaamheden binnen deze periode worden opgestart adviseren we om een broedvogelcontrole uit te voeren door een ter zake deskundige. Bij transformatie naar andere functies zal aan de hand van de omgevingsvergunning voor een bestemmingsplanactiviteit ook moeten gekeken naar de uitvoerbaarheid in het licht van de soortbescherming. Dit wordt per concrete aanvraag beoordeeld, dan is mogelijk vervolgonderzoek nodig, afhankelijk van de aard, omvang en locatie ervan. Beleidsregels Met een Chw bestemmingsplan wat globaal is opgezet is er veel ruimte voor initiatiefnemers, maar zijn er echter te weinig middelen om te sturen op kwaliteit.
Daarom is gekozen voor het opstellen van beleidsregels die ten uitvoer worden gebracht bij de realisatie van het plan. In het kader van soortbescherming worden regels en richtlijnen gesteld ten behoeve van het bevorderen van de biodiversiteit in het gebied. Op het moment dat de plannen zijn gerealiseerd, ontstaat voor aanwezige soorten en toekomstige in de omgeving van het plangebied een nog geschikter leefgebied.
vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Chw Bestemmingsplan Meppel - Hoogeveensew eg 38 e.o.
- 46 -
5.4
Archeologie en cultuurhistorie Per 1 juli 2016 is de Monumentenwet 1988 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze naar verwachting op 1 januari 2023 in werking treedt. Dit geldt ook voor de verordeningen, bestemmingsplannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. In de wet zijn archeologische resten beschermd. Wanneer de bodem wordt verstoord, moeten archeologische resten intact blijven. Als dit niet mogelijk is, is opgraving een optie. Om inzicht te krijgen in de kans op het aantreffen van archeologische resten in bepaalde gebieden zijn op basis van historisch onderzoek archeologische verwachtingskaarten opgesteld.
5.4.1 Archeologie De gemeente Meppel heeft een archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart beschikbaar. Daarmee heeft de gemeente Meppel een instrument in handen op basis waarvan zij op een verantwoorde manier met haar bodemarchief kan omgaan. Het beleid geeft een indicatie van de trefkans voor archeologische waarden. Op hoofdlijnen worden drie verwachtingszones onderscheiden: lage verwachting, middelhoge verwachting en hoge verwachting. Voor een heel klein deel van het plangebied, langs de Reggersweg, geldt een dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie'. Volgens de beleidskaart archeologie is sprake van een middelhoge archeologische verwachting. Het overige gedeelte van het plangebied heeft geen archeologische verwachting. Voor het plangebied geldt dat bij ingrepen groter dan 1.000 m2, onderzoek nodig is. Met onderhavige ontwikkeling worden in dit gebied geen bodemingrepen voorgesteld, archeologisch onderzoek is dus niet noodzakelijk. De dubbelbestemming wordt met dit Chw bestemmingsplan overgenomen. In het kader van het bestemmingsplan 'Meppel - Medisch Centrum 1' en het bestemmingsplan 'Meppel - Ziekenhuis e.o.' zijn archeologisch bureauonderzoeken uitgevoerd voor het gehele ziekenhuisterrein, waaronder ook het plangebied.
ADC ArcheoProjecten heeft in maart 2010 een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd ten aanzien van de locaties De Schiphorst aan de Reggersweg en de ziekenhuislocatie aan de Hoogeveenseweg. Daarnaast is er in juni 2010 een archeologisch veldonderzoek door De Steekproef uitgevoerd. Uit het onderzoek van ADC ArcheoProjecten blijkt dat de kans op bewoningsresten uit de Bronstijd tot en met de vroege middeleeuwen klein is vanwege de vochtige omstandigheden in die tijd. Er kunnen echter wel depositieresten uit deze perioden voorkomen. Ondanks dat het gebied buiten de historische kern van Meppel ligt en het grootste deel van de 19e en 20e eeuw onbebouwd was, kunnen binnen circa 30 cm onder het maaiveld resten uit de late middeleeuwen en de nieuwe tijd worden verwacht. Ter plaatse van de huidige bebouwing worden geen archeologische resten meer verwacht.
vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Chw Bestemmingsplan Meppel - Hoogeveensew eg 38 e.o.
- 47 -
Om vast te kunnen stellen of in het plangebied archeologische waarden kunnen aanwezig zijn, wordt in het onderzoek van ADC ArcheoProjecten het noodzakelijk geacht een verkennend booronderzoek uit te voeren. Door De Steekproef is dit verkennende onderzoek uitgevoerd. Uit dit rapport blijkt dat in het onderzoeksgebied en in de directe omgeving geen meldingen van archeologische vondsten of terreinen bekend zijn. Vondsten uit de omgeving dateren uit het neolithicum, de bronstijd, de middeleeuwen en de nieuwe tijd. Het gaat om enkele losse vondsten. Tijdens het veldwerk van dit onderzoek zijn geen eenduidige archeologische indicatoren aangetroffen voor menselijke activiteiten in de steentijd, de metaaltijden of de middeleeuwen waargenomen. In het onderzoek van De Steekproef wordt het volgende geadviseerd: de aanwezigheid van archeologisch grondsporen en archeologisch materiaal binnen plangebied De Schiphorst is niet uit te sluiten. Tijdens het veldwerk zijn hier echter geen bewijzen voor gevonden. De bodem is grotendeels verstoord. Beperkende of beschermende maatregelen zijn voor beide locaties van plangebied De Schiphorst dan ook niet wetenschappelijk te verdedigen. Archeologisch vervolgonderzoek is niet noodzakelijk.
Indien bij toekomstige graafwerkzaamheden onverhoopt toch archeologische grondsporen worden aangetroffen en/of archeologische vondsten worden gedaan, dient hiervan direct melding te worden gemaakt bij de gemeente Meppel en de provinciaal archeoloog.
5.4.2 Cultuurhistorie In het plangebied zijn geen Rijks- en gemeentelijke monumenten aanwezig. Ook zijn er geen karakteristieke panden. Het natuurgebied het Reestdal is gelegen ten zuiden van het plangebied. Dit natuurgebied maakt deel uit van het Natuurnetwerk Nederland, is een erkend waardevol cultuurhistorisch gebied en heeft een sterke landschappelijke identiteit. De Hoogeveenseweg is aangewezen als cultuurhistorische hoofdstructuur en maakt deel uit van deelgebied 8 'De Reest en Meppel - alle(s) voer(t) naar Meppel' (Cultuurhistorisch kompas Drenthe). Bepalend voor de hoofdstructuur van dit gebied is de waaier van waterlopen waartussen de randveenontginningen liggen met hun bebouwingslinten. Leidend in dit deelgebied is een samenloop van verschillende waterlopen waartussen en waarlangs verschillende ontwikkelingen hebben plaatsgevonden. Met onderhavige ontwikkeling worden geen ontwikkelingen voorgesteld in de voor cultuurhistorisch beschermde gebieden. Met de ruimtelijke inpassing van het gebied wordt rekening gehouden met de landschappelijke identiteit van het Reestdal. Zoals beschreven in paragraaf 3.3.2 wordt de bebouwing oriëntatie in het gebied gewijzigd in de richting van het oorspronkelijke landschap (noord - zuid).
Hierdoor ontstaat er een openheid loodrecht op de Hoogeveenseweg en daarmee een visuele relatie tussen de Hoogeveenseweg en het achterliggende Beekdallandschap van de Reest. Het aspect cultuurhistorie vormt geen belemmering voor de herontwikkeling. Wel dient in de planontwikkeling rekening gehouden te worden met het Reestdal.
vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Chw Bestemmingsplan Meppel - Hoogeveensew eg 38 e.o.
- 48 -
5.5
Geluid Het toetingskader voor geluid is opgenomen in de Wet geluidhinder. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in geluid afkomstig van gezoneerde wegen (niet 30 km-wegen), spoorwegen en industrie. Er is een systematiek van voorkeursgrenswaarden en maximale grenswaarden. De De geluidnormen gelden voor woningen en andere geluiddsgevoelige gebouwen gelegen binnen de geluidzone van een (spoor)weg of gezoneerd industrieterrein. De omvang van de geluidzones zijn wettelijk bepaald (zie ook Bijlage 4 bij deze toelichting). Wegverkeerslawaai Rond het plangebied zijn wegen aanwezig waarvoor een wettelijk geluidzone geldt. Het gaat daarbij in ieder geval om de wegen waarop een snelheid van meer dan 30 km/uur is toegestaan. Relevant zijn in dit geval de Hoogeveenseweg ten noorden van het plangebied, de Reggersweg ten oosten van het plangebied en de A32/A28 ten westen/zuiden van het plangebied. Voor de Hoogeveenseweg/Reggersweg geldt een wettelijke zonebreedte van 200 meter en voor de Rijkswegen A32/A28 400 meter (uiterste afstand van de op-/afritten A32). Zoals beschreven is de precieze invulling van het plangebied nog onbekend, wel is bekend welke functies binnen het plangebied worden toegestaan. Deze vervolgfuncties kunnen worden aangemerkt als geluidgevoelige functies en niet geluidsgevoelige functies.
Mogelijke geluidsgevoelige vervolgfuncties: Ouderenzorg; Gehandicaptenzorg; Onderwijs en kennis (met uitzondering van praktijklokalen); Specialistische klinieken (ligt aan het specialisme); Zorgwoningen. Geen geluidsgevoelige vervolgfuncties: E-Health ICt+T/Data; Specialistische klinieken; Zorglogistiek; Duurzame bedrijven; Gezonde voeding; ICT en Data; Sociale werkplaats; Geavanceerde productie; Shared Services. Bij de geluidsgevoelige vervolgfuncties moet door middel van een akoestisch onderzoek worden aangetoond dat er kan worden voldaan aan de randvoorwaarden van de Wet geluidhinder. Daarom is voor het plangebied een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Dit
vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Chw Bestemmingsplan Meppel - Hoogeveensew eg 38 e.o.
- 49 -
onderzoek is opgenomen in bijlage 4 bij de toelichting. Het doel is na te gaan binnen welk deel van het plangebied geluidgevoelige functies kunnen worden gerealiseerd binnen de randvoorwaarden van de Wet geluidhinder, dit is feitelijk het gebied tussen de berekende Lden = 48 dB-contour (voorkeursgrenswaarde) en de berekende Lden = 63 dB-contour. Ten behoeve van het onderzoek is een akoestisch rekenmodel opgesteld, waarbij rekening is gehouden met alle relevante gebouwde ruimtelijke objecten in de omgeving van de plangebieden. De gebouwen binnen het plangebied die (voor zover nu bekend) gehandhaafd blijven, zijn in het akoestisch rekenmodel opgenomen. De ziekenhuisgebouwen zijn verwijderd. De gebouwen van het nieuwe ziekenhuis zijn wel opgenomen in het model; deze gebouwen zorgen voor enige afscherming van het geluid vanwege de A32. Uit de resultaten van die onderzoek blijkt dat nergens de maximale grenswaarden worden overschreden. Wel dienen, bij voorkeur generieke, hogere waarden te worden vastgesteld. Dit kan op basis van de berekende geluidscontouren. Deze hogere waarden zijn opgenomen in dit Chw bestemmingsplan en worden met de vaststelling van het plan door de gemeenteraad vastgesteld. Er zijn hogere waarden nodig vanwege de snelwegen A32/A28, de Reggersweg/Brandemaat en de Hoogeveenseweg.
Omdat het een flexibel en nader in te vullen plan betreft, kan de exacte gevelbelasting van toekomstige ontwikkelingen niet worden bepaald. Om die reden is er voor gekozen de maximale grenswaarden per weg als hogere waarde vast te stellen om daarmee aan de procedurele vereisten (vaststellen hogere waarden gelijktijdig met vaststellen Chw bestemmingsplan) te voldoen. Dit betekent dat de volgende hogere waarden worden vastgesteld voor het plangebied: hogere waarde A32/A28 hogere waarde Hoogeveenseweg hogere waarde Reggersweg/Brandemaat
Lden = 53 dB; Lden = 63 dB; Lden = 58 dB;
Bij het vaststellen van hogere waarden dienen normaliter maatregelen (bron- of overdrachtsmaatregelen) te worden afgewogen (financieel/stedebouwkundig). Omdat er sprake is van een flexibel/nader in te vullen plangebied is deze afweging niet te maken. De dimensionering van de geluidwering zal bij een concreet initiatief worden getoetst aan het Bouwbesluit. Alvorens het bevoegd gezag overgaat tot het vaststellen van een hogere waarde, moet zij de effecten van de samenloop van verschillende geluidbronnen onderzoeken. Hiervoor wordt de gecumuleerde geluidbelasting berekend conform het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012. Er is geen beoordelingsmethode voorgeschreven. In tabel 4.1 is een algemeen geaccepteerde kwaliteitsindicatie van een bepaalde geluidbelasting opgenomen. Omdat er sprake is van uitsluitend wegverkeerslawaai, kunnen de verschillende bronsoorten energetisch worden opgeteld/gecumuleerd. In het onderhavige geval zou het optellen van de generieke hogere waarden tot een beoordeling "zeer slecht" leiden. Bij het
vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Chw Bestemmingsplan Meppel - Hoogeveensew eg 38 e.o.
- 50 -
daadwerkelijk uitvoeren van toekomstige initiatieven zal dit niet het geval zijn door afscherming van de te realiseren gebouwen (vaak per gevel één maatgevende bron), afstandsreductie etc. Vanwege de systematiek van generieke waarden is een goede berekening/beoordeling van cumulatieve geluidniveaus niet te geven. Tabel 4.1:
kwaliteitsindicatie geluidbelasting (bron: RIVM)
geluidbelasting Lcum [dB] <45 46-50 51-55 56-60 61-65 >65
geluidkwaliteit zeer goed goed redelijk matig slecht zeer slecht
Samenvattend Voor het plangebied is wegverkeerslawaai een relevant thema. Omdat de invulling niet bekend is, worden generiek de maximale grenswaarden uit de Wet geluidhinder als hogere waarde vastgesteld in het Chw bestemmingsplan (Hoofdstuk 3 van de regels). Voor deze situaties worden met het voorliggende Chw bestemmingsplan (voor zover binnen het plangebied gelegen) en met een afzonderlijk hogere grenswaardenbesluit, hogere grenswaarden vastgesteld. Dit hogere waardenbesluit is opgenomen als Bijlage 5. Een nadere toets van een concreet project vindt plaats tijdens het vergunningtraject. Deze werkwijze sluit aan bij de toekomstige werkwijze van de Omgevingswet. Inrichtingslawaai Ten westen van het plangebied wordt het nieuwe ziekenhuis van Meppel gerealiseerd. Voor dit ziekenhuis is onderzocht wat het geluidseffect van het nieuwe ziekenhuis is op deze omliggende omgeving. Daarbij wordt gebruik gemaakt van de VNG - publicatie Bedrijven en milieuzonering (editie 2009). In deze publicatie is een lijst opgenomen met allerlei activiteiten en bijbehorende richtafstanden en milieunormen die gehanteerd worden voor gevoelige functies. Verder moet voor het geluidseffect van het nieuwe ziekenhuis op de omgeving worden voldaan aan het Activiteitenbesluit. Bij de uitwerking van het ontwerp van het ziekenhuis is daar rekening mee gehouden.
Daarnaast is voor het geluidseffect van het nieuwe ziekenhuis beoordeeld of door de beoogde ontwikkeling van het ziekenhuis er een goede ruimtelijke ordening plaatsvindt.
vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Chw Bestemmingsplan Meppel - Hoogeveensew eg 38 e.o.
- 51 -
5.6
Waterhuishouding Sinds 1 november 2003 is de toepassing van de watertoets wettelijk verplicht door de verankering in het Besluit op de ruimtelijke ordening 1985. De watertoets heeft betrekking op alle grond- en oppervlaktewateren en behandelt alle van belang zijnde waterhuishoudkundige aspecten (naast veiligheid en wateroverlast ook bijvoorbeeld waterkwaliteit en verdroging). De watertoets is een belangrijk procesinstrument om het belang van water een evenwichtige plaats te geven in de ruimtelijke ordening. Uit de waterparagraaf blijkt de betrokkenheid van de waterbeheerder in het planproces en de wijze waarop het wateradvies van de waterbeheerder is meegenomen in de uitwerking van het plan. Beleid duurzaam stedelijk waterbeheer Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding, allen met als doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief en kwantitatief). Deze paragraaf geeft een overzicht van de voor het plangebied relevante nota's, waarbij het beleid van het waterschap nader wordt behandeld. Europa: Kaderrichtlijn Water (KRW). Nationaal: Nationaal Waterplan (NW). Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW). Bestuursakkoord Klimaatadaptatie en Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie. Waterwet. Provinciaal: Regionaal waterplan Drenthe als onderdeel van Provinciale Omgevingsvisie Drenthe. Provinciale Omgevingsverordening Drenthe.
Waterschapsbeleid In het waterbeheerplan 2016 - 2021 is de koers beschreven hoe het waterschap Drents-Overijsselse Delta de komende periode gaat zorgen voor een goede bescherming tegen hoog water, een goed functionerend regionaal watersysteem en het zuiveren van afvalwater. Het waterschap heeft het plan vormgegeven in dialoog en samenwerking met de waterschappen Rijn en IJssel en Vechtstromen, die naast Drents Overijsselse Delta deel uitmaken van het stroomgebied Rijn-Oost. Ook provincies en gemeenten zijn hierbij betrokken geweest. Het werk van het waterschap draagt eraan bij dat iedereen op een veilige, gezonde, prettige en duurzame manier met water kan leven. Met de aanwezige middelen en mogelijkheden werkt het waterschap aan een duurzame ontwikkeling van het stedelijk en landelijk gebied. Watertoets Het Chw bestemmingsplan is voorgelegd aan het waterschap voor de watertoets. Uit het standaard gegenereerde toetsresultaten blijkt dat voor het plangebied een normale
vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Chw Bestemmingsplan Meppel - Hoogeveensew eg 38 e.o.
- 52 -
procedure nodig is (bijlage 6 Watertoets) Het waterschap heeft geadviseerd om de uitgangspunten van het waterschap op te nemen in de toelichting. Op basis van deze uitgangspunten is hieronder beschreven hoe in het plan wordt omgegaan met deze uitgangspunten. Huidige situatie Het plangebied ligt in het stroomgebied van de Hoogeveense Vaart. Rond het plangebied liggen primaire en secundaire watergangen (watergangen en schouwsloten) van het waterschap. Het peilgebied heeft een maximumpeil van NAP 0,2 meter. Opgemerkt wordt dat dit peil de instelhoogte van het kunstwerk is en zodoende voor het laagste deel van het peilvak de drooglegging garandeert. Lokaal kunnen dus (grote) verschillen optreden. De hoogte van het maaiveld ligt gemiddeld op ongeveer NAP 1,00 tot 1,60 meter. De bodem (deklaag) van het zuidelijkste deel bestaat uit zand. De rest bestaat voornamelijk uit een moerige ondergrond. Veengronden veranderen langzaam naar moerige gronden en moerige gronden veranderen langzaam naar zandgronden.
Primaire en secundaire watergangen Toekomstige situatie Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 75.800 m2. In dit gebied staat circa 50.000 m2 aan bebouwing overige verharding is hier geen onderdeel van. Met de nieuwe invulling van het gebied en wanneer er nieuwe gebouwen worden gerealiseerd, dient rekening gehouden te worden met watercompensatie wanneer het totaal aan bebouwing meer wordt dan 50.000 m2. Als dit niet het geval is, is geen watercompensatie nodig. Gezien de grote hoeveelheid aan verharding liggen er binnen het gebied kansen om een robuust systeem aan te leggen. Dit komt ten goede aan bijvoorbeeld de klimaatadaptatiebestendigheid van het gebied en de robuustheid van het
vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Chw Bestemmingsplan Meppel - Hoogeveensew eg 38 e.o.
- 53 -
grondwatersysteem direct ten zuiden van het plangebied. Waterkwantiteit Zoals beschreven in 3.3.2.1 wordt voor onderhavige ontwikkeling een beeldkwaliteitsplan opgesteld. In dit beeldkwaliteitsplan worden voorwaarde voor de groene en blauwe structuren opgenomen, waaraan de toekomstige ontwikkeling moet voldoen. Hierin worden onder andere voorwaarden opgenomen voor de waterhuishouding. Waterhuishouding: Hemelwater moet zo dicht mogelijk bij het afvoerend oppervlak worden vastgehouden en geïnfiltreerd. De oriëntatie en stromingsrichting door de infiltratie-voorzieningen moet van noord naar zuid georiënteerd zijn, om het zuidelijke gelegen beekdal zoveel mogelijk via het grondwater van water te voorzien. Indien een centrale waterbergingsvoorziening wordt gerealiseerd, moet deze zo dicht mogelijk tegen het beekdal aan gepositioneerd worden. Voor het plangebied en directe omgeving moet een landschapsplan worden opgesteld. In dit landschapsplan moet onder andere de waterberging worden opgenomen. Op basis van dit plan kan worden bepaald of voldoende ruimte voor waterberging aanwezig is en of wordt voldaan aan de gestelde voorwaarde. De hoofdwatergang met een beschermingszone van 5 meter aan beide zijden van het plangebied zal worden behouden.
Afvalwaterketen en riolering Conform de Leidraad Riolering en vigerend waterschapsbeleid is het voor nieuwbouw gewenst een gescheiden rioleringsstelsel aan te leggen zodat schoon hemelwater niet bij een rioolzuiveringsinstallatie terecht komt. Afvalwater wordt aangesloten op de bestaande gemeentelijke riolering. Voor hemelwater wordt de volgende voorkeursvolgorde aangehouden: hemelwater vasthouden voor benutting; (in-) filtratie van afstromend hemelwater; afstromend hemelwater afvoeren naar oppervlaktewater; afstromend hemelwater afvoeren naar RWZI. De capaciteit van het huidig rioolstelsel en rioolwaterzuiveringsinstallatie vormt een punt van aandacht. Hierdoor zal alleen het afvalwater geloosd worden op het bestaand riool. Watersysteemkwaliteit en ecologie Ter voorkoming van diffuse verontreinigingen van water en bodem is het van belang om duurzame, nietuitloogbare materialen te gebruiken, zowel gedurende de bouw- als de gebruiksfase. Met de inrichting van het terrein zal geen gebruik worden gemaakt van exoten die de waterkwaliteit en kwantiteit negatief kunnen beïnvloeden. Veiligheid en waterkeringen
vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Chw Bestemmingsplan Meppel - Hoogeveensew eg 38 e.o.
- 54 -
De ontwikkeling heeft geen invloed op de waterveiligheid in de omgeving. Waterbeheer Voor aanpassingen aan het bestaande watersysteem dient bij het waterschap vergunning te worden aangevraagd op grond van de 'Keur'. Dit geldt dus bijvoorbeeld voor het graven van nieuwe watergangen, het aanbrengen van een stuw of het afvoeren van hemelwater naar het oppervlaktewater. In de Keur is ook geregeld dat een beschermingszone voor watergangen en waterkeringen in acht dient te worden genomen. Dit betekent dat binnen de beschermingszone niet zonder ontheffing van het waterschap gebouwd, geplant of opgeslagen mag worden. De genoemde bepaling beoogt te voorkomen dat de stabiliteit, het profiel en/of de veiligheid wordt aangetast, de aan- of afvoer en/of berging van water wordt gehinderd dan wel het onderhoud wordt gehinderd. Ook voor het onderhoud gelden bepalingen uit de 'Keur'. Het onderhoud en de toestand van de (hoofd)watergangen worden tijdens de jaarlijkse schouw gecontroleerd en gehandhaafd. Conclusie De ontwikkeling heeft geen negatieve gevolgen voor het waterhuishoudkundige systeem ter plaatse, maar heeft juist potentie om eventuele negatieve gevolgen van klimaatverandering te bufferen.
5.7
Luchtkwaliteit Toetsingskader Een onderdeel van de Wet milieubeheer betreft luchtkwaliteit. De wet is bedoeld om de negatieve effecten op de volksgezondheid, als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreiniging, aan te pakken. Overschrijdingen van de grenswaarden voor luchtkwaliteit zijn veelal het gevolg van het aantal verkeersbewegingen in een gebied. Op grond van de algemene maatregel van bestuur 'niet in betekenende mate' (NIBM) vormen luchtkwaliteitseisen geen belemmeringen voor projecten die niet in betekenende mate bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Besluit niet in betekenende mate In dit Besluit niet in betekenende mate is bepaald in welke gevallen een plan vanwege de gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Hierbij worden twee situaties onderscheiden: een plan heeft een effect van minder dan 3% van de jaargemiddelde grenswaarde NO2 en PM10 (= 1,2 µg/m³); een plan valt in een categorie die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden; deze categorieën betreffen onder andere woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg en 3.000 woningen bij twee ontsluitingswegen, kantoorlocaties met een bruto vloeroppervlak van niet meer dan 100.000 m2 bij één ontsluitingsweg en 200.000 m2 bij twee ontsluitingswegen. Toetsing
vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Chw Bestemmingsplan Meppel - Hoogeveensew eg 38 e.o.
- 55 -
De verkeersgeneratie neemt door het verdwijnen van het ziekenhuis en de komst van de mogelijk vervolgfuncties toe. Het nieuwe ziekenhuis wordt vlakbij de oude locatie gerealiseerd. Met de nieuwe invulling van de huidige ziekenhuislocatie ontstaat er dus een toename in verkeersbewegingen. De toename die ontstaat van het naar het plangebied is afhankelijk van de vervolgfuncties. In het kader van de ladder voor duurzame verstedelijking is het bruto vloeroppervlak bepaald (paragraaf 4.1.2) Hieruit blijkt dat binnen het plangebied circa 95.000 m² bvo mogelijk wordt gemaakt. In het plangebied wordt één hoofdontsluitingsweg, aan de Reggersweg, en één ondergeschikte ontsluitingsweg, aan de Hoogeveenseweg mogelijk gemaakt. Op basis hiervan valt onderhavige ontwikkeling onder de gestelde grenswaarde en draagt dan ook niet in betekenende mate bij aan de toename van de hoeveelheid stikstofdioxide en fijnstof in de lucht. Er wordt dan ook voldaan aan de luchtkwaliteitswetgeving en nader onderzoek is niet noodzakelijk In het kader van een goede ruimtelijke ordening is een indicatie van de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied gegeven. Dit is gedaan aan de hand van de NSL-monitoringstool. Hieruit blijkt dat in 2020 de jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide en fijnstof langs de Hoogeveenseweg ruimschoots onder de grenswaarden lagen.
De concentraties luchtverontreinigende stoffen bedroegen in 2020: 19.7 µg/m³ voor NO2, 16.4 µg/m³ voor PM10 en 9.1 µg/m³ voor PM2,5. Het aantal overschrijdingsdagen van de 24-uur gemiddelde concentratie PM10 bedroeg 6 dagen. Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling in het plangebied. Ter plaatse van het plangebied is er sprake van een aanvaardbaar leefklimaat.
5.8
Kabels en leidingen Toetsingskader Bij de uitvoering van ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de aanwezigheid van elektriciteit- en communicatiekabels en nutsleidingen in de grond. Hier gelden beperkingen voor ingrepen in de bodem. Daarnaast zijn zones, bijvoorbeeld rondom hoogspanningsverbindingen, straalpaden en radarsystemen van belang. Deze vragen vaak om het beperken van gevoelige functies of van de hoogte van bouwwerken. Voor ruimtelijke plannen zijn alleen de hoofdleidingen van belang. De kleinere, lokale leidingen worden bij de uitvoering door middel van een Klic-melding in kaart gebracht. Toetsing Op 200 meter afstand van het plangebied loopt een aardgasleiding in de grond. Op 350 meter afstand loopt een hoogspanningskabel. Deze kabel en leiding liggen echter niet plangebied en vormen dan ook geen belemmering voor verdere uitvoering.
vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Chw Bestemmingsplan Meppel - Hoogeveensew eg 38 e.o.
- 56 -
5.9
Externe veiligheid Toetsingskader Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's die ontstaan voor de omgeving bij het gebruik, de opslag en het vervoer van gevaarlijke stoffen, zoals vuurwerk, LPG en munitie. Het externe veiligheidsbeleid richt zich op het beperken van de risico's voor de burger door bovengenoemde activiteiten. Hiertoe zijn risico's gekwantificeerd, namelijk door middel van het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Het plaatsgebonden risico (PR) is de berekende kans per jaar, dat een persoon overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval bij een risicobron, aangenomen dat hij op die plaats permanent en onbeschermd verblijft. Het groepsrisico (GR) is de kans dat een groep mensen overlijdt door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het GR moet worden gezien als een maat voor maatschappelijke ontwrichting. De normen voor externe veiligheid zijn vastgelegd in onder andere het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), het Besluit externe veiligheid transportroutes (BEVT) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Toetsing Volgens de risicokaart (zie onderstaand figuur) zijn er in de directe omgeving van het plangebied geen risicovolle inrichtingen aanwezig. Wel vindt vervoer van gevaarlijke stoffen plaats over het spoor, de weg en door buisleidingen.