CConstaterende datMeppel
Koppel je AI →
Document · PDF

Structuurvisie 'Omgevingsprogramma Noord IV & bijlagen'

1 - RAADSVERGADERING 28 september 2023, gemeente MeppelBij agendapunt: Omgevingsprogramma en planMER Meppel - Noord IV27.226 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Hiertoe zal de kade tussen de randzone en de Oude Vaart worden verlaagd. In het Energielandschap zal de groene randzone breder zijn dan in het Werklandschap en Recrea�elandschap. De waterberging binnen het plangebied is een dubbelfunc�e met de opwek van energie middels windturbines en zon op water. De biodiversiteit wordt versterkt door strategische aanplant van enkele singels die de energiefunc�es binnen het gebied zoveel mogelijk aan het zicht ontrekken. De huidige recrea�eve func�es binnen het plangebied blijven behouden en worden uitgebreid met een fietsverbinding langs de Arendsweg. Er worden geen recrea�eve overnach�ngsplaatsen toegevoegd. Nieuwe woningbouw is beperkt tot maximaal twee woningen in nabijheid van bestaande woningen en de ini�a�even dienen in ieder geval energe�sch innova�ef te zijn (passief huis concept). Op de volgende pagina wordt een beeld gegeven van het scenario Energielandschap, dit is geen plan of ontwerp maar een schets om een beeld te geven van het type ontwikkeling dat voor ogen staat.

Eventuele vrijkomende agrarische erven kunnen worden benut als energiehub (opslag en conversie) of krijgen een andere func�e vanuit een gebiedsfonds (te vormen uit de energie opbrengst). Dit wordt door de belanghebbenden in het gebied zelf bepaald. De agrarische func�e wordt gekenmerkt door energieposi�eve precisielandbouw met drones en mestvergis�ng. Door middel van precisielandbouw kunnen gewassen of dieren met behulp van technologieën zoals GPS, sensorentechnologie en robo�sering nauwkeurig bemest of behandeld worden. Hiermee kan de produc�e geop�maliseerd worden en kan er gewerkt worden aan een duurzamere bedrijfsvoering. Het peil in de Oude Vaart wordt niet verlaagd en de Oude Vaart hee� aan beide zijdes natuurvriendelijke oevers. De Oude Vaart wordt verbonden met een groene randzone die als waterbergingsgebied zal fungeren, met name in periodes van neerslagoverschot. 37

Duurzaamheid - meervoudig ruimtegebruik

Geluidswal - meervoudig ruimtegebruik

5. STREEFBEELD

Sfeerbeeld Themapark

38

5. STREEFBEELD Het doel van het omgevingsprogramma is om tot een weloverwogen keuze te komen voor de ontwikkeling van Noord IV. Met behulp van de in hoofdstuk vier beschreven ontwikkelscenario’s zijn verschillende combinaties voor het invullen van de ambities en opgaven binnen het gebied onderzocht. In dit programma kan nog niet volledige duidelijkheid worden gegeven over de toekomst van Noord IV. In dit hoofdstuk wordt een voorkeursstreefbeeld en een terugvaloptie beschreven. Voorkeursstreefbeeld Het themapark biedt voor gemeente Meppel veel kansen. Er wordt veel werkgelegenheid toegevoegd en tegelijkertijd wordt er weinig bebouwing toegevoegd (maximaal 20% van het terrein) en juist veel kwalitatief groen. De inrichting van een Themapark sluit daarmee ook beter aan op de landelijke omgeving van Noord IV.

mogelijkheden voor het verwezenlijken van een aantal nevendoelstellingen, namelijk de winning van duurzame energie, de waterbergingsopgave én het genereren van werkgelegenheid. Om deze redenen wordt het werklandschap als terugvaloptie aangewezen in dit omgevingsprogramma. De streefbeelden voor het themapark (voorkeursalternatief) en de werklocatie (terugvaloptie) zijn in dit hoofdstuk nader uitgewerkt. De beschreven streefbeelden betreffen geen eindplaatje of een uitgewerkt plan. De streefbeelden beschrijven juist een toekomstbeeld op basis waarvan planvorming kan worden gestart. Nader onderzoek en het doorlopen van een participatietraject moeten uiteindelijk uitwijzen hoe het gebied Noord IV er in 2035 daadwerkelijk uitziet.

Voor het themapark is een MKBA uitgevoerd waaruit naar voren is gekomen dat de vestiging van een themapark ook een belangrijke bijdrage levert aan de provinciale doelstellingen voor (dag)recreatie, de bevordering van de verblijfsrecreatie in Meppel en de toevoeging van een aanzienlijke werkgelegenheid. Daarnaast draagt dit initiatief ook bij aan overige ambities binnen het gebied door de meerwaarde voor natuur, water, duurzame landbouw en het creëren van een goede overgang tussen stad en land. Om deze reden wordt de komst van het themapark als voorkeursstreefbeeld voor Noord IV gezien. Hiermee is de keuze in dit omgevingsprogramma om aan de slag te gaan met de uitwerking van het themapark als nieuwe grote functie in het gebied. Terugvaloptie Op het moment van opstellen van dit omgevingsprogramma zijn de onderhandelingen met de beoogde uitbater van het themapark nog niet afgerond. De daadwerkelijke komst van het themapark is daarom nog onzeker. Dit is de reden dat in dit omgevingsprogramma ook een terugvaloptie voor de ontwikkeling van Noord IV is aangewezen. Voor de terugvaloptie wordt de voorkeur gegeven aan het verwezenlijken van het oorspronkelijke doel dat de gemeente met Noord IV voor ogen had: het realiseren van een werklocatie. De terugvaloptie biedt daarnaast

39

Verbeelding streefbeeld 1 5.1 Noord IV 2035 - Themapark (voorkeur) Anno 2035 ligt in Noord IV…. Een aantrekkelijk themapark van 60 hectare groot. Het is een landschappelijk ingericht park met veel ruimte voor groen en water. De groene randen zijn ingevuld met gebiedseigen beplan�ng. Het themapark ligt helemaal ten noordwesten van de Oude Vaart. Het park verwelkomt jaarlijks circa 800.000 bezoekers.

Het themapark hee� ten behoeve van de waterkwaliteit een eigen watersysteem, inclusief waterberging. Hierbij is ingezet op het benuten van de bestaande watergangen (aan de noordzijde) en het naar bovenhalen van een oude beekloop centraal in het park. Daarnaast is er ruimte voor een waterbassin. Uitstraling langs de snelweg In de zone langs de snelweg is geluidswering en een markante uitstraling gecombineerd. Het themapark is aan de snelweg deels zichtbaar en wordt door geluidwerende voorzieningen geluidsluw gemaakt. Doordat de geluidswering uit meerdere delen is opgebouwd en deels transparant, is voorkomen dat een hele dichte wand ontstaat. In combina�e met bijzondere vormgeving en een bijzondere func�e, een hotel, ontstaat een interessant beeld in het snelwegpanorama.

Verkeer Er ligt een goed ontsloten themapark voor alle vervoerswijzen, waarbij de bestaande func�es niet worden gehinderd. Wat betre� parkeren houdt het themapark ‘de eigen broek op’. De ontslui�ng van het themapark gebeurt via de Rijksomweg, de feitelijk entree ligt op ruime afstand van de bestaande rotonde. Op het terrein van het park wordt een lange lus rich�ng parkeerterrein aangelegd om conges�e op de openbare wegen te voorkomen. Ook doorgaand verkeer vanuit het zuiden over de Rijksomweg rich�ng het themapark wordt voorkomen door een knip aan te brengen (behalve voor bestemmingsverkeer).

Duurzaamheid Op het parkeerterrein van het themapark en in combina�e met de geluidswerking wordt met zonnepanelen boven parkeerplaatsen duurzame energie opgewekt. Het themapark is energieneutraal door verschillende vormen van energieopwekking (via zon op dak, op parkeerplaatsen en langs de snelweg).

Landbouw Landbouw is nog een belangrijke func�e in het gebied. De transi�e hee� geleid tot een extensiever gebruik en door ruimte te geven voor de ontwikkeling van water en natuur verhouden deze func�es zich goed tot elkaar. Het economisch perspectief van de agrariërs is geborgd.

Recreatie Langs de Oude Vaart liggen recrea�epaden, zodat fietsen en wandelen over de hele lengte goed mogelijk is. Er is voldoende schaduw te vinden �jdens deze ac�viteiten, waardoor deze ook �jdens warmere zomers aantrekkelijk blijven.

Water Er is meer ruimte voor water. Het peil in de Oude Vaart is verlaagd. De Oude Vaart hee� aan één zijde een natuurvriendelijke oever. De Oude Vaart is verbonden met een groene randzone die als waterbergingsgebied fungeert, met name in periodes van neerslagoverschot. Hiertoe is de kade tussen de randzone en de Oude Vaart verlaagd. Met de andere grondeigenaren zijn goed afspraken gemaakt over het waterbeheer en andere functies.

Verblijfsrecreatie Op de agrarische percelen wordt ruimte geboden om te verbreden en met een B&B, recrea�echalets of kleine camping naar een ander verdienmodel te groeien. Een hotel biedt langs de snelweg een directe voorziening voor het themapark. Er zijn daarmee ongeveer 100 extra overnach�ngsplaatsen bijgekomen. Betrokkenheid inwoners en agrariërs Er is een ac�ef gesprek met en tussen alle belanghebbenden in het gebied: vroeger, nu en in de toekomst.

Sfeerbeelden Themapark en andere functies 40

Themapark

Verkeerslus parkeren

Meer ruimte voor water en recreatie

Extensieve landbouw

Duurzaamheid - meervoudig ruimtegebruik

Geluidswal - meervoudig ruimtegebruik

Sfeerbeeld Themapark 41

5.1 Noord IV 2035 - Themapark (voorkeur) Anno 2035 ligt in Noord IV…. Een aantrekkelijk themapark van 60 hectare groot. Het is een landschappelijk ingericht park met veel ruimte voor groen en water. De groene randen zijn ingevuld met gebiedseigen beplan�ng. Het themapark ligt helemaal ten noordwesten van de Oude Vaart. Het park verwelkomt jaarlijks circa 800.000 bezoekers.

Het themapark hee� ten behoeve van de waterkwaliteit een eigen watersysteem, inclusief waterberging. Hierbij is ingezet op het benuten van de bestaande watergangen (aan de noordzijde) en het naar bovenhalen van een oude beekloop centraal in het park. Daarnaast is er ruimte voor een waterbassin. Uitstraling langs de snelweg In de zone langs de snelweg is geluidswering en een markante uitstraling gecombineerd. Het themapark is aan de snelweg deels zichtbaar en wordt door geluidwerende voorzieningen geluidsluw gemaakt. Doordat de geluidswering uit meerdere delen is opgebouwd en deels transparant, is voorkomen dat een hele dichte wand ontstaat. In combina�e met bijzondere vormgeving en een bijzondere func�e, een hotel, ontstaat een interessant beeld in het snelwegpanorama.

Verkeer Er ligt een goed ontsloten themapark voor alle vervoerswijzen, waarbij de bestaande func�es niet worden gehinderd. Wat betre� parkeren houdt het themapark ‘de eigen broek op’. De ontslui�ng van het themapark gebeurt via de Rijksomweg, de feitelijk entree ligt op ruime afstand van de bestaande rotonde. Op het terrein van het park wordt een lange lus rich�ng parkeerterrein aangelegd om conges�e op de openbare wegen te voorkomen. Ook doorgaand verkeer vanuit het zuiden over de Rijksomweg rich�ng het themapark wordt voorkomen door een knip aan te brengen (behalve voor bestemmingsverkeer).

Duurzaamheid Op het parkeerterrein van het themapark en in combina�e met de geluidswerking wordt met zonnepanelen boven parkeerplaatsen duurzame energie opgewekt. Het themapark is energieneutraal door verschillende vormen van energieopwekking (via zon op dak, op parkeerplaatsen en langs de snelweg).

Landbouw Landbouw is nog een belangrijke func�e in het gebied. De transi�e hee� geleid tot een extensiever gebruik en door ruimte te geven voor de ontwikkeling van water en natuur verhouden deze func�es zich goed tot elkaar. Het economisch perspectief van de agrariërs is geborgd.

Recreatie Langs de Oude Vaart liggen recrea�epaden, zodat fietsen en wandelen over de hele lengte goed mogelijk is. Er is voldoende schaduw te vinden �jdens deze ac�viteiten, waardoor deze ook �jdens warmere zomers aantrekkelijk blijven.

Water Er is meer ruimte voor water. Het peil in de Oude Vaart is verlaagd. De Oude Vaart hee� aan één zijde een natuurvriendelijke oever. De Oude Vaart is verbonden met een groene randzone die als waterbergingsgebied fungeert, met name in periodes van neerslagoverschot. Hiertoe is de kade tussen de randzone en de Oude Vaart verlaagd. Met de andere grondeigenaren zijn goed afspraken gemaakt over het waterbeheer en andere functies.

Verblijfsrecreatie

42

Op de agrarische percelen wordt ruimte geboden om te verbreden en met een B&B, recrea�echalets of kleine camping naar een ander verdienmodel te groeien. Een hotel biedt langs de snelweg een directe voorziening voor het themapark. Er zijn daarmee ongeveer 100 extra overnach�ngsplaatsen bijgekomen. Betrokkenheid inwoners en agrariërs Er is een ac�ef gesprek met en tussen alle belanghebbenden in het gebied: vroeger, nu en in de toekomst.

5.2

Noord IV 2035 - werkloca�e (terugvalop�e)

Anno 2035 ligt in Noord IV… Een aantrekkelijk werkgebied van circa 35 hectare groot. Bodem, water en geomorfologie hebben geleid tot een licht verhoogde aanleg van de werkgebieden die daardoor worden beschermd bij hoge waterstanden. Het bedrijventerrein is een regulier gemengd terrein met bedrijfskavels van maximaal 2 tot 3 hectare waarop milieucategorie 3.1 tot en met 3.2 wordt toegelaten. De vorm van het bedrijventerrein volgt de verschillende verkavelingsrich�ngen uit de ondergrond en hee� daardoor een informeel karakter. Goed ingepast Het bedrijvengebied hee� een groene en landelijke uitstraling afgestemd op natuur- en landschapswaarden, vooral aan de randen ligt een robuuste groene rand. Bedrijfspanden zijn vanuit de omgeving maar ten dele zichtbaar en daarmee is er beperkt sprake van uitstraling van geluid en licht. Er is ruimte voor een werkwandeling in een groene en schaduwrijke omgeving. Energie Aan de randen van het bedrijventerrein zijn twee grote windturbines (+ 210m) geplaatst op een ruime afstand van bestaande woningen. Uit de opbrengsten van de windturbines profiteert het hele gebied mee. Ruimte voor water De loop van de Oude Vaart hee� voldoende ruimte door een verdiepte ligging (lager waterpeil) en natuurvriendelijke oevers. Het beekdallandschap is robuuster ingericht.

Er is voldoende ruimte voor waterberging (peilfluctua�es) en er zijn hierover goede afspraken met de agrariërs in het gebied. De omgang met het peil is afgestemd op de seizoenen vanuit de waterstaatkundige inzichten (ruimte voor piekbelas�ng maar ook water vasthouden voor droogte). Dit hee� een natuurlijke dynamiek van het watersysteem tot gevolg. Ook is er een vispassage gerealiseerd. Landbouw Landbouw is nog een belangrijke func�e in het gebied. De transi�e hee� geleid tot een extensiever gebruik en door ruimte te geven voor de ontwikkeling van ruimte

voor water en natuur verhouden deze func�es zich goed tot elkaar. Er zijn 25 nieuwe kleinschalige wooneenheden toegevoegd, dit zijn bijzondere woonvormen (knarrenhof, woongemeenschap, combina�e met kleinschalige zorg). Dit is mooi ingepast in de typologie van erven op een erf van een voormalig agrarisch bedrijf en op een strategische plek passend in het landschap en rekening houdend met de karakteris�ek van Nijentap. De overgangen tussen de verschillende func�es in het gebied zijn zacht en groen ingericht (erven, bedrijfsclusters, woningbouw). Recrea�ef is het gebied interessant als uitloopgebied voor de func�es in Noord IV (wonen en bedrijven) en de bredere omgeving, vooral vanwege het vriendelijke en groene karakter. Er is ruimte om te wandelen en fietsen langs de Oude Vaart en door het groen.

5.3

Par�cipa�e

De keuze voor het themapark is in verschillende gebiedsbijeenkomsten besproken. Alhoewel er duidelijk zorgen zijn geuit over de uitvoering, worden ook voordelen gezien. Het themapark sluit qua inrich�ng naar het idee van veel belanghebbenden redelijk goed aan door de landschappelijke inrich�ng ervan: parkach�g met groen en water. Ook als het gaat om de inpassing in het landschap zal dit voor een themapark makkelijker zijn dan met een bedrijvengebied en bijbehorende industriële panden. De zorgen die uit het proces zijn gekomen en de vervolgac�es die hierbij horen worden beschreven in het uitvoeringshoofdstuk 7.

43

Verbeelding streefbeeld 2 streefbeeld 2 Verbeelding

Sfeerbeelden Bedrijventerrein en andere functies 44

Bedrijventerrein

Vispassage

Meer ruimte voor water en recreatie

Extensieve landbouw

Landelijk wonen

Recreatie bij de boer

Sfeerbeeld Bedrijventerrein 45

6. ONDERZOEKEN

46

6. ONDERZOEKEN

keuze voor een themapark als nieuwe grote func�e is ook in de planMER studie op effecten beoordeeld.

Dit omgevingsprogramma gaat voor de ontwikkeling van Noord IV uit van een themapark (voorkeursalterna�ef) of een werkloca�e (terugvalop�e). Eerder is al geconstateerd dat voor de te maken keuzen nog veel moet worden onderzocht en de haalbaarheid van de ontwikkelingen (met name het themapark) nog moet worden aangetoond. Het planMER dat voor dit omgevingsprogramma is gemaakt, moet daarom inzicht geven in de mogelijke gevolgen van de keuzes die bij de ontwikkeling van Noord IV voorliggen.

In het planMER zijn de vier scenario’s voor een aantal thema’s en milieuaspecten beoordeeld. Voor de meeste milieuaspecten is de effectanalyse uitgevoerd op basis van een kwalita�eve beoordeling (expert judgement), waar nodig is de analyse kwan�ta�ef uitgevoerd (o.b.v. berekeningen en kengetallen). Voor de inhoudelijke beoordeling van de milieueffecten wordt verwezen naar het planMER en de bijbehorende onderzoeken (zie bijlage 1).

In het planMER zijn de opgaves, wensen en doelstellingen voor het gebied Noord IV onderzocht. Hiermee zijn relevante hoeken van het speelveld voor de beoordeling van effecten op de leefomgeving in beeld gebracht. Vervolgens dient afgewogen te worden hoe met de uitkomsten van de effectbeoordeling uit het planMER om wordt gegaan en hoe daarbij rekening wordt houden met de doelstellingen voor het plangebied. Deze afweging is bepalend voor de uitwerking van het omgevingsprogramma en de uitvoeringsstappen. In dit hoofdstuk zijn de belangrijkste bevindingen en conclusies van de voor dit omgevingsprogramma uitgevoerde planMER beschreven.

6.1

MER-plicht

Ten behoeve van het voorliggende omgevingsprogramma is op grond van ar�kel 16.36 van de Omgevingswet een milieueffectrapport (planMER) opgesteld. De m.e.r.plicht in het kader van het omgevingsprogramma is in lijn met de huidige eisen op grond van hoofdstuk 7 uit de Wet milieubeheer. Het omgevingsprogramma is namelijk kaderstellend voor m.e.r.-plich�ge en m.e.r.beoordelingsplich�ge (vervolg)besluiten. Het gaat daarbij om stedelijke ontwikkelingsprojecten, het oprichten van bedrijventerreinen, mogelijke windturbineparken of een themapark. Daarnaast is een m.e.r. noodzakelijk als significante effecten op Natura 2000-gebieden op voorhand niet kunnen worden uitgesloten en om die reden op grond van de Wet natuurbescherming een passende beoordeling noodzakelijk is.

6.2

PlanMER

Het planMER is als bijlage 1 bij het omgevingsprogramma opgenomen. Het onderzoeksvoorstel voor het planMER gaat als vertrekpunt voor de effectbeoordeling uit van de in hoofdstuk vier beschreven ontwikkelscenario’s. Een

6.2.1

Vergelijking doelbereik doelstellingen voor omgevingsprogramma In het planMER is beoordeeld in hoeverre met de verschillende scenario’s wordt voldaan aan de doelstellingen die voor het plangebied uit de beleidsanalyse en par�cipa�e naar voren zijn gekomen: • bijdragen aan de vraag naar nieuwe bedrijvigheid vanuit de markt en het toevoegen van werkgelegenheid: totale vraag 10 à 34,6 hectare droog bedrijventerrein tot 2040; • bijdragen aan de uitvoering van de Regionale energiestrategie (RES) door bij te dragen aan de totale opgave voor Meppel van 0,1 TWh; • de kansen benuten om met de ontwikkeling meerwaarde te creëren voor: o biodiversiteit; o water (waterkwaliteit en waterberging); o duurzame landbouw; o ruimtelijke kwaliteit; • een goede overgang tussen stad en land en een goede (ruimtelijke en func�onele) verbinding met Meppel; • een nieuwe dagrecrea�eve loca�e realiseren voor Drenthe; • bijdragen aan gemeentelijke doelstellingen: o energieneutraal in 2050; o circulaire economie. In navolgende tabel uit het planMER is per scenario beknopt in beeld gebracht in hoeverre wordt bijgedragen aan deze doelstellingen. Hierbij is het planMER geen weging of prioritering van de verschillende doelen toegepast.

47

Tabel 1: Beoordeling doelbereik per scenario (LET OP: zonder weging of prioritering, bron: planMER): • groen: voldoende bijdrage • lichtgroen: (enige) bijdrage mogelijk • rood: onvoldoende • geel/oranje: aandachtspunt In zijn algemeenheid wordt in het planMER geconcludeerd dat het, vanwege tegenstelde belangen, niet mogelijk is om aan alle doelstellingen tegelijk te voldoen. Een rood vlak voorgaande tabel 1 betekent dat voor de betreffende doelstelling in de gemeentelijke omgevingsvisie een andere loca�e gevonden moet worden binnen Meppel (of regio). Uit de tabel blijkt verder dat géén van de vier scenario’s aan alle doelstellingen bijdraagt. Dit betekent dat aanvullend naar andere loca�es (binnen Meppel) gezocht moet worden om aan alle doelstellingen te kunnen voldoen. Daarbij wordt opgemerkt dat het voor sommige doelstellingen eenvoudiger is om naar alterna�eve loca�es te zoeken dan voor andere. Zo scoren de scenario’s waarin zowel windmolens als bedrijvigheid worden mogelijk gemaakt rela�ef goed op doelbereik (meerdere doelen), maar voor deze doelen zijn wellicht 48

makkelijker alterna�eve loca�es te vinden dan voor een themapark: • Scenario 1 Beekdallandschap draagt met name niet bij aan de energietransi�e: indien er geen grootschalige opwekking in Noord IV plaats vindt, zullen er elders in Meppel loca�es voor (grote) windmolens en/of zon-op-land gevonden moeten worden. Verder draagt dit scenario niet bij aan de doelstelling van de provincie voor een nieuwe dagrecrea�eve loca�e, al zijn er wel voldoende mogelijkheden voor kleinschalige recrea�eve loca�es (overnach�ngen, wandelen en fietsen). • Scenario 2 Werklandschap draagt enigszins bij aan alle doelen, behalve aan de doelstelling van de provincie voor een nieuwe dagrecrea�eve loca�e, maar bij alle doelen geldt daarbij een kantekening (zie tabel 1). De oppervlakte nieuwe en bestaande bedrijvigheid lijkt groter te zijn dan de huidige behoe�eraming. Er wordt voorzien in duurzame opwekking van energie, maar het realiseren van een energieneutraal bedrijventerrein is vanwege de mogelijk grotere extra vraag een opgave. • Door ves�ging van een themapark binnen het plangebied draagt scenario 3 Recrea�elandschap niet bij aan de invulling van de behoe�e aan

•

bedrijventerrein: dit betekent dat er elders in Meppel meer ruimte gezocht moet worden voor nieuwe en bestaande bedrijvigheid. In de nieuwe Omgevingsvisie worden daarvoor zoekgebieden aangewezen. Daarnaast draagt dit scenario ook niet bij aan de energietransi�e: indien er geen grootschalige opwekking in Noord IV plaats vindt, zullen er elders in Meppel loca�es voor (grote) windmolens en/of zon-op-land gevonden moeten worden. Scenario 3 draagt als enige bij aan de provinciale doelstelling voor een nieuwe dagrecrea�eve loca�e. Daarmee draagt dit scenario wel bij aan een versterking van de werkgelegenheid. Tot slot zijn er in dit scenario geen wijzigingen voor de landbouw onderzocht. Hierdoor scoort dit scenario slecht op duurzame landbouw. Echter, duurzame landbouwontwikkelingen kunnen ook gecombineerd worden met de realisa�e van een themapark, waardoor dit niet doorslaggevend is voor het hele scenario. Scenario 4 Energielandschap draagt posi�ef bij aan alle doelen, met uitzondering van de provinciale doelstelling voor een nieuwe dagrecrea�eve loca�e (zie tabel 1). Voorwaarde daarvoor is dat er daadwerkelijk een energieneutraal bedrijventerrein wordt gerealiseerd, waarbij de aanwezige (type) bedrijven zelf ook ac�ef bijdragen aan de beoogde energietransi�e.

In het planMER wordt aangegeven dat de gemeente Westerveld in het kader van de Energietransi�e het gebied noordoostelijk van Noord IV als een van de kansrijke gebieden voor grootschalige zonne- en windenergie is aangemerkt. Hierin wordt ook een koppeling gelegd met mogelijke windprojecten in Noord IV genoemd (Adviesrapport Energietransi�e in het Westerveldse landschap, 04-03-2021). Door de gemeente Westerveld wordt een visie met betrekking tot grootschalige zonne- en windenergie Westerveld 2030 ontwikkeld.

6.2.2 Vergelijking milieueffecten In het planMER zijn de effecten van de vier scenario’s voor alle relevante milieuaspecten beschreven en beoordeeld ten opzichte van de referen�esitua�e. Deze beoordeling is in navolgende tabel 2 samengevat. Ook voor de milieueffecten geldt dat deze in het planMER zonder weging of prioritering zijn beoordeeld. Ook zijn de mogelijke en waarschijnlijke mi�gerende maatregelen nog niet betrokken bij de beoordeling. Zo wordt bijvoorbeeld voor drie van de vier scenario’s geoordeeld dat de bereikbaarheid van het plangebied zich nega�ef ontwikkelt, maar dit is een logisch gevolg van het ontwikkelen van het gebied. In het planMER (hoofdstuk 13 Verkeer & vervoer) is aangegeven dat dit poten�ële probleem in alle gevallen oplosbaar blijkt. A�ankelijk van het uiteindelijk gekozen scenario kan dit verschillen van het ‘alleen’ aanpassen van de rotonde tot het aanleggen van nieuwe aanslui�ngen op de N371 of het aanpassen van toe- en afriten van de A32.

49

Tabel 2: Samenvattende beoordeling milieueffecten (zonder mogelijke maatregelen, bron: planMER): + positief effect 0/+ licht positief effect 0 geen positief en geen negatief effect -/0 licht negatief effect negatief effect

50

Uit het planMER komt, rekening houdend met de leemtes in kennis, het volgende algemene beeld naar voren: • Scenario 1 Beekdallandschap hee� de minst ingrijpende milieugevolgen en scoort zelfs posi�ef op waterberging en -kwaliteit en licht posi�ef op landschappelijke inpassing, cultuurhistorie, geur en biodiversiteit. De peilverlaging van de Oude Vaart en de doorwerking daarvan op het grondwater en de bereikbaarheid met het OV vormen de belangrijkste aandachtpunten (nega�eve score). • Ook Scenario 3 Recreatielandschap hee� rela�ef gezien vanuit milieuaspecten wat meer voordelen dan de scenario’s 2 en 4. Met name waterberging wordt in het planMER posi�ef beoordeeld, maar ook aan gezondheidsbevordering, waterkwaliteit, cultuurhistorie, voorkomen van hitestress en biodiversiteit worden licht posi�ef beoordeeld. Wel moet er naar de verkeersontslui�ng worden gekeken en is aandacht voor voorkomen van geluid- en lichthinder nodig. Ook hier geldt dat de peilverlaging van de Oude Vaart en de doorwerking daarvan op het grondwater een aandachtspunt is. Tot slot wordt in het planMER geadviseerd om ook in geval van een themapark rekening te houden met mogelijkheden voor verduurzaming van de landbouw. • In Scenario 2 Werklandschap en Scenario 4 Energielandschap, waarin bedrijvigheid én windturbines worden toegevoegd, zijn de meeste milieueffecten voorzien.

Deze effecten hangen niet alleen samen met verkeer en ontslui�ng, maar ook met s�kstofemissies, geluid-, geur- en lichthinder, landschappelijke inpassing en mogelijke hitestress. Deze effecten zijn echter met maatregelen gedeeltelijk te mi�geren en te beperken. Beide scenario’s dragen echter goed bij aan doelstellingen bedrijventerrein en energietransi�e. Doordat hier geen sprake is van peilverlaging in de Oude Vaart, hee� dit ook minder nega�eve invloed op grondwatereffecten. Daarbij worden in het planMER enkele aandachtspunten genoemd: o de omvang van het bedrijventerrein is van belang voor de mogelijke effecten; o gezien de poten�ële effecten, wordt een natuurinclusief en energieneutraal bedrijventerrein met voldoende ruimte voor groen en water geadviseerd, waarbij niet

o

o

6.3

meer neto bedrijfsoppervlak wordt gerealiseerd dan de bestaande behoe�e; er is nader onderzoek nodig naar o.a. s�kstofemissie, geur en geluid, hieruit kan volgen dat bepaalde soorten bedrijven niet wenselijk zijn; de inpassing en effecten van de windturbines zijn belangrijk:  een goede landschappelijke inpassing;  vanwege geluid en slagschaduw grotendeels in het zuidelijk deel van het plangebied;  de combina�e bedrijven en leidingen en windmolens moet nader worden onderzocht.

Advies uit het planMER

In het planMER is op basis van de kwalita�eve en kwan�ta�eve onderzoeken, de toetsing van het doelbereik en de gepresenteerde verwachte milieueffecten, geconcludeerd dat geen van de scenario’s als voorkeursalterna�ef uit het planMER volgt. Verder blijkt uit het planMER dat geen van de hoofdelementen onmogelijk is vanuit de milieuaspecten, maar dat er in alle gevallen randvoorwaarden gelden en effecten zijn te verwachten. De keuze voor een themapark of bedrijvigheid, in combina�e met andere func�es staat daarmee vrij. Wel is duidelijk dat het zuidelijk deel van het plangebied de meest logische plek voor de ontwikkelingen van een themapark of bedrijvigheid is, ondanks dat dit het laagst ligt en gedeeltelijk in het aandachtsgebied van de A32 en de buisleidingen ligt. Dit hangt samen met de ruimtelijke aanslui�ng met de rest van Meppel, de reeds aanwezige verstoring (geluid), het behoud van rust en leefomgevingskwaliteit. Bovendien worden de rela�ef goede landbouwgronden in het noordelijk deel hiermee niet aangetast. 6.3.1 Algemeen Ona�ankelijk of wordt gekozen voor een themapark of voor bedrijvigheid, worden de volgende keuzes geadviseerd: • De effecten van de eventuele peilverlaging op het grondwater moeten zo beperkt mogelijk worden gehouden om veenoxida�e, verdroging en effecten op de biodiversiteit te voorkomen of beperken.

51

• •

•

•

•

•

•

Langs de Oude Vaart moeten natuurvriendelijke oevers worden gerealiseerd. De gemeente is volgend in de ontwikkeling van (duurzame) landbouw, maar zal inzeten op s�muleren van en meewerken aan vormen van verduurzaming. Loze (gas)buisleiding in midden van het gebied: indien de leiding opnieuw wordt gebruikt zijn rela�ef weinig grondroerende werkzaamheden noodzakelijk. Mogelijk dat er bij (nieuwe) aanslui�ngen grondroerende werkzaamheden nodig zijn. Indien de leiding moet worden verwijderd, dan is het aannemelijk dat deze moet worden uitgegraven. Met name in het veengebied (noordelijke hel�) kan dit nega�eve consequen�es hebben. Aan de andere kant zijn de ingrepen zeer plaatselijk en als de grond wordt teruggebracht hee� dit geen grootschalig nega�ef effect op het bodem- en watersysteem. De verkeersafwikkeling op de rotonde met de N371 kan niet in alle situa�es al�jd worden gegarandeerd. Op z'n minst moet dit goed worden gemonitord (bij verwachte verkeersgenera�e zoals bij Scenario 1 Beekdallandschap), voor alle andere ontwikkelingen betekent dit het vergroten van de capaciteit van de rotonde, bijvoorbeeld met een turborotonde Er zijn nieuwe fietsroutes/-paden nodig, zowel voor de bereikbaarheid van het plangebied voor nieuwe gebruikers als ook om de verkeersveiligheid voor huidige gebruikers van het gebied te borgen bij drukkere ontslui�ngswegen.

Verbetering bereikbaarheid OV, denk hierbij aan een extra halte of een buurtbus op afroep. Bij realisa�e van een themapark kan een betere OV bereikbaarheid betekenen dat er een shutleverbinding wordt gerealiseerd. In alle gevallen moet worden uitgegaan van: o een energieneutrale ontwikkeling van themapark of bedrijvigheid; o een natuurinclusieve ontwikkeling; o aanleg zoveel mogelijk circulair; o goede landschappelijke inpassing.

6.3.2 Stree�eeld themapark Wanneer wordt gekozen voor de realisa�e van het stree�eeld van een themapark (voorkeursalterna�ef) wordt niet uitgegaan van alle onderdelen van Scenario 3 Recrea�elandschap. Zo wordt naar aanleiding van de uitkomsten van de MER niet perse uitgegaan van een ontwikkeling waarbij peilverlaging op de Oude Vaart plaatsvindt (of de effecten van een peilverlaging zullen 52

worden beperkt). Ook wordt rekening gehouden met ruimte voor verduurzaming van de landbouw. De overige aspecten ten aanzien van het themapark en andere recrea�e-ac�viteiten en de uitslui�ng van windturbines zijn wel overeenkoms�g Scenario 3. Uit het planMER volgen voor de verdere uitwerking van het stree�eeld voor het themapark in de fase na het omgevingsprogramma de volgende aandachtpunten en randvoorwaarden: • realisa�e van een energieneutraal park; • goede landschappelijke inpassing, ook van de parkeerplaatsen; • nader onderzoek uitvoeren naar de mogelijke ontslui�ng van een themapark op het omliggende wegennet. De verkeersafwikkeling op de rotonde met de N371 en de afslag Havelte (A32) kan in 2040 namelijk niet meer worden gegarandeerd. In dit onderzoek dient ook de mogelijke loca�e van het parkeerterrein van het themapark te worden meegenomen, waarbij voldoende bufferruimte wordt gecreëerd om te voorkomen dat er terugslag ontstaat op het omliggend wegennet; • onderzoek uitvoeren naar (voorkomen van) mogelijke geur-, geluids- en lichtoverlast vanwege ac�viteiten op het park; • rekening houden met het aandachtsgebied langs de A32 en de buisleidingen. Als het themapark wordt gerealiseerd meot worden onderzocht of er alterna�eve loca�es nodig zijn voor windenergie en bedrijventerrein. De mogelijkheden hiertoe worden pas inzichtelijk als de Omgevingsvisie is vastgesteld.

Daarbij moet ook rekening worden gehouden met de mogelijke plannen van de gemeente Westerveld voor grootschalige zonne- en windenergie. Daarnaast is het nog van belang rekening te houden met mogelijke geurhinder vanwege de agrarische ac�viteiten op de gronden rondom het themapark. Het themapark is geen geurgevoelig object, maar toch kan het voorkomen dat �jdens bepaalde periodes van het jaar geuroverlast optreedt. 6.3.3 Stree�eeld werkloca�e Wanneer gekozen wordt voor de realisa�e van het stree�eeld van een werkloca�e (terugvalop�e) wordt in het planMER geadviseerd om uit te gaan van Scenario 1 Beekdallandschap in combina�e met Scenario 4 Energielandschap, waarbij 35 hectare neto

bedrijventerrein wordt gerealiseerd. Hierbij kan op�oneel nog worden onderzocht welke mogelijkheden er zijn om het bedrijventerrein te combineren met windturbines. Ook hier geldt een voorkeur voor geen peilverlaging op de Oude Vaart of op zijn minst een beperking van de effecten daarvan. Tevens wordt hier ruimte geboden voor verduurzaming van de landbouw. Uit het planMER volgen voor de verdere uitwerking de volgende aandachtpunten en randvoorwaarden: • de omvang van het bedrijventerrein o.a. afstemmen op de op�male verkeersontslui�ng. De verkeersafwikkeling van de rotonde met de N371 kan in geen enkel van de onderzochte scenario's worden gegarandeerd, waardoor op z'n minst de verkeersafwikkeling moet worden gemonitord (programma Beekdallandschap met 15 hectare) en bij een omvangrijker programma en/of andere type bedrijven, aanpassingen aan de rotonde N371 nodig zijn; • natuurinclusief ontwerpen en bouwen; • onderzoek uitvoeren naar de mogelijkheden voor een energieneutraal bedrijvenpark zonder daarvoor de windturbines in te hoeven zeten; • voldoende ruimte bieden voor groen en water(berging); • aandacht hebben voor landschappelijke inpassing; • er is zorgvuldig onderzoek nodig naar het soort bedrijven dat zich wil ves�gen in rela�e tot geluid, geur, lichthinder, gezondheid en s�kstofemissie en naar de mogelijkheden voor bijdrage aan een circulaire economie.

6.3.4 Wind Wanneer binnen de verdere uitwerking van het stree�eeld voor de werkloca�e windturbines mogelijk worden gemaakt volgen uit het planMER de volgende aandachtspunten en randvoorwaarden: • vanuit met name de aspecten slagschaduw en geluid wordt geadviseerd de nieuwe windmolens zoveel mogelijk in het zuidelijk deel van het plangebied te realiseren; • onderzocht moet worden welke combina�es windmolens-bedrijvigheid mogelijk zijn, met name vanuit veiligheid; • een goede inpassing in het toekoms�g landschap is hierbij van belang.

53

7. UITVOERING

54

7. UITVOERING UITVOERING 7. 7. UITVOERING Op basis van bestaande kernkwaliteiten, geldende

Op basis van bestaande kernkwaliteiten, geldende ambi�esen enopgaven opgavenen enonderzochte onderzochteruimtelijke ruimtelijke ambi�es Op basis van bestaande kernkwaliteiten, geldende ontwikkelscenario’szijn zijntwee twee stree�eelden stree�eelden voor de de ontwikkelscenario’s voor ambi�es en opgaven en onderzochte ruimtelijke ontwikkeling van Noord IV aangeduid. Het gaat om de ontwikkeling van Noord IV aangeduid. Het gaat om de ontwikkelscenario’s zijn twee stree�eelden voor de ontwikkelingvan vaneen eenrecrea�ef recrea�ef themapark themapark ontwikkeling ontwikkeling van Noord IVdeaangeduid. Hetvan gaateen om de (voorkeursalterna�ef) en ontwikkeling (voorkeursalterna�ef) en de ontwikkeling van een ontwikkeling van een recrea�ef themapark werklandschap(terugvalop�e). (terugvalop�e).Uit Uithet hetplanMER planMER blijkt blijktdat dat werklandschap (voorkeursalterna�ef) en de ontwikkeling van zijn, een maar beide stree�eelden milieutechnisch mogelijk beide stree�eelden milieutechnisch mogelijk zijn, maar werklandschap (terugvalop�e). Uit het planMER blijkt dat dater erin inalle allegevallen gevallen randvoorwaarden geldenen en dat randvoorwaarden gelden beide stree�eelden milieutechnisch mogelijk zijn, maar effecten zijnte teverwachten. verwachten.

Optermijn termijn wordtdefinitief definitief effecten zijn Op wordt dat er in alle gevallen randvoorwaarden gelden en bepaaldwelk welk stree�eeld stree�eeld binnen binnen Noord Noord IV IV tot tot bepaald effecten zijn te verwachten. Op termijn wordt definitief ontwikkelingwordt wordtgebracht. gebracht. ontwikkeling bepaald welk stree�eeld binnen Noord IV tot ontwikkeling wordt gebracht. Tussenhet hetbepalen bepalen vanhet hetstree�eeld stree�eeldvoor voorNoord NoordIV IVen en Tussen van de concrete uitvoering zit een proces van voorbereiding de concrete uitvoering zit een proces van voorbereiding Tussen het bepalen vande heteerste stree�eeld voor Noord IV en enprocedures procedures voordat spadede de grond ingaat. en voordat de eerste spade grond ingaat. de concrete uitvoering zit een proces van voorbereiding Indit dit uitvoeringshoofdstuk wordt toegelicht opwelke welke In uitvoeringshoofdstuk wordt toegelicht op en procedures voordat de eerste spade deworden grond ingaat. manier een stree�eeld tot uitvoering kan manier een stree�eeld tot uitvoering kan worden In dit uitvoeringshoofdstuk wordtop toegelicht op welke gebracht. Hierbijwordt wordtingegaan ingegaan de te te maken maken keuze gebracht. Hierbij op de keuze manier een stree�eelddetot uitvoering kan worden voor een stree�eeld, rol die de gemeente hee� bij voor een stree�eeld, de rol die de gemeente hee� bij gebracht.

Hierbij wordt ingegaan op de te maken keuze de ontwikkeling ontwikkelingvan vanhet hetgekozen gekozenstree�eeld stree�eelden ende dewijze wijze de voor eenafspraken stree�eeld, deontwikkelmogelijkheden rol die de gemeente hee� bij waarop over worden waarop afspraken over ontwikkelmogelijkheden worden de ontwikkeling van het gekozen stree�eeld en de wijze vastgelegd. vastgelegd. waarop afspraken over ontwikkelmogelijkheden worden vastgelegd.

7.1 Het Het kiezen kiezen van van een een stree�eeld stree�eeld 7.1 Meteen eenvoorkeursalterna�ef voorkeursalterna�ef en eneen eenterugvalop�e terugvalop�e isisin in Met 7.1 Het kiezen van een stree�eeld het huidige stadium van de ontwikkeling van Noord IV

het huidige stadium van de ontwikkeling van Noord IV Met eeninvoorkeursalterna�ef een terugvalop�e ruimte de plannen plannenaanwezig aanwezigen zodat ingespeeldkan kanis in ruimte in de zodat ingespeeld het huidige stadium van de ontwikkeling van Noord IV wordenop opveranderingen veranderingenen ennieuw nieuw beschikbare beschikbare worden ruimte in deWel plannen zodat ingespeeld informa�e. dientaanwezig openig enigmoment moment vooreen een kan informa�e. Wel dient op voor worden op veranderingen en nieuw beschikbare stree�eeldgekozen gekozente teworden wordenzodat zodatuitgangspunten uitgangspunten stree�eeld informa�e. Wel dient op enig moment voor eenuitvoering kunnenworden wordenvastgelegd vastgelegden enstappen stappenrich�ng rich�ng kunnen uitvoering stree�eeld gekozen te worden zodat uitgangspunten wordtervan ervan kunnenworden wordengenomen. genomen.In Inde de planning planningwordt kunnen kunnen worden vastgelegd en stappen rich�ng uitvoering uitgegaandat datQ4 Q42023 2023 de dekeuze keuzevoor voor stree�eeld stree�eeldisis uitgegaan wordt kunnen worden genomen. In de planning gemaakt. Daarbij zijn afwegingen ten aanzien vanervan milieugemaakt. Daarbij zijn afwegingen ten aanzien van milieuuitgegaan dat Q4 2023 de keuze voor stree�eeld is enomgevingsaspecten, omgevingsaspecten,draagvlak draagvlaken en(financiële) (financiële) en gemaakt.

Daarbij zijn afwegingen ten aanzien van milieuhaalbaarheid van groot belang. haalbaarheid van groot belang. en omgevingsaspecten, draagvlak en (financiële) haalbaarheid van groot belang. Milieuenomgevingsaspecten omgevingsaspecten Milieuen Inhet hetkader kadervan vande deplanMER planMERzijn zijnvoor voor vier vier In Milieuen omgevingsaspecten ontwikkelscenario’smilieumilieu-en enomgevingsaspecten omgevingsaspecten ontwikkelscenario’s In het kader van de planMER zijn voor vier op deze onderzocht. De stree�eelden zijn gebaseerd onderzocht. De stree�eelden zijn gebaseerd op deze ontwikkelscenario’s en omgevingsaspecten ontwikkelscenario’s,milieumaarwijken wijken door combina�es combina�esof of ontwikkelscenario’s, maar door onderzocht. Devan stree�eelden zijn gebaseerd op deze aanpassingen func�es op onderdelen af. Voor de aanpassingen van func�es op onderdelen af. Voor de ontwikkelscenario’s, maar wijken combina�es of stree�eeldenzijn zijndaarmee daarmee welde dedoor milieuen stree�eelden wel milieuen aanpassingen van func�es op onderdelen af.

Voor de de omgevingsaspecten ophoofdlijnen hoofdlijnen onderzocht, maar omgevingsaspecten op onderzocht, maar de stree�eelden zijn daarmee wel de milieuen er isisnog noggeen geeninzicht inzichtin inde de gevolgen gevolgenvan vaneen eenuiteindelijk uiteindelijk er omgevingsaspecten op hoofdlijnen onderzocht, maar de combina�e vanonderdelen onderdelen uitde deverschillende verschillende combina�e van uit er is nog geen inzicht in de gevolgen van een uiteindelijk ontwikkelscenario’s ontwikkelscenario’s combina�e van onderdelen uit de verschillende ontwikkelscenario’s

55

ontwikkelscenario's op de omgeving. Bovendien zijn in het planMER zoals gezegd de gevolgen op basis van de hoofdlijnen van de ontwikkelscenario’s beschouwd. Als voor ofwel het voorkeursalterna�ef ofwel de terugvalop�e is gekozen, zal een hierop gericht voorontwerp meer detailinforma�e over de uitwerking geven. Met het projectMER kunnen dan de gevolgen van de gekozen variant en de verschillende mogelijke uitwerkingen daarvan met grotere nauwkeurigheid worden onderzocht. Gezien de aard van zowel de voorkeursvariant als de terugvalop�e zullen daarbij met name de gevolgen voor de natuur (onder meer s�kstof), de verkeersafwikkeling, de geluidbelas�ng in de omgeving en eventuele slagschaduw maatgevend zijn voor de afweging over de gevolgen voor de fysieke leefomgeving. Er zal dus bij de planuitwerking alsnog nader onderzoek nodig zijn. Par�cipa�e De accepta�e bij de omwonenden, omgeving en belanghebbenden is in het gebiedsproces deels al naar voren gekomen. Hierbij lijkt in het gebied een voorkeur te zijn voor een themapark boven een bedrijventerrein met windturbines. Belangrijk signaal uit het gebied is dat de meeste bestaande agrariërs graag willen blijven en in Noord IV toekomst zien.

Voor elke ontwikkeling is het daarmee belangrijk dat de omvang niet te groot wordt en rekening houdt met bestaande belangen waaronder investeringen die recent zijn gedaan en een effec�ef gebruik van te behouden agrarische gronden. Wel dient voor de uitwerking verkend te worden en ook daarbij moet steeds afgewogen worden in welke mate in de integrale plannen ruimte is voor een bepaald belang of zienswijze. Financieel Op het moment van het opstellen van dit omgevingsprogramma wordt de financiële haalbaarheid van het themapark onderzocht. Daarbij worden de benodigde investeringen in beeld gebracht en de investeringsmogelijkheden van diverse publieke en private par�jen verkend. Mocht blijken dat de ontwikkeling van het themapark financieel niet haalbaar is, wordt teruggevallen op het stree�eeld voor het werklandschap (de terugvalop�e). Het vaststellen van dit omgevingsprogramma heeft geen directe financiële consequenties.

56

7.2

Rolkeuze

Bij de keuze voor een stree�eeld dient ook nagedacht te worden over de rol die de gemeente kiest bij het tot uitvoering brengen van dit stree�eeld. In essen�e hee� de gemeente de keuze tussen een ac�eve rol of een faciliterende rol. Bij een ac�eve rol koopt de gemeente de grond en zorgt ze ervoor dat de ontwikkeling plaatsvindt. De gemeente haalt daarmee zowel de opbrengsten als risico’s naar zich toe. Bij een faciliterende rol creëert de gemeente ‘slechts’ de randvoorwaarden waarbinnen de ontwikkeling plaats kan vinden en laat zij de realisa�e van de ontwikkeling over aan de markt. De gemeente hee� in dit geval minder mogelijkheden om de ontwikkeling te sturen: grondeigenaren en de markt bepalen binnen de gestelde kaders de wijze en het moment van realisa�e. Opbrengsten en risico’s komen voor rekening van deze par�jen. Wel zal de gemeente bij faciliterend grondbeleid nagenoeg al�jd verantwoordelijk blijven voor de grotere samenhangende delen openbare ruimte en de doorgaande infrastructuur. Er zijn ook tussenvarianten in de rolneming mogelijk. De meest bekende tussenvorm is een publiek-private samenwerking. Deze komt inmiddels in vele vormen voor. Een bijzondere vorm van samenwerking is de oprich�ng van een specifieke en�teit voor de voorbereiding en realisa�e van gebiedsontwikkeling.

Deze kan volledig uit overheidspar�jen bestaan, maar een menging van publiek-private par�jen kan ook. De juridische vorm kan variëren van een BV tot een s�ch�ng. De gemeente Meppel hee� op de gronden binnen Noord IV voorkeursrecht geves�gd. Dit leidt ertoe dat bij eventuele verkoop van de gronden de gemeente een eerste mogelijkheid tot koop aangeboden krijgt. Door het ves�gen van het voorkeursrecht wordt door de gemeente een ac�eve rol in de ontwikkeling van Noord IV genomen. Deze ac�eve rol wordt zowel in geval van de ontwikkeling van het voorkeursalterna�ef als de terugvalop�e gehanteerd voor het themapark en bedrijventerreinontwikkeling (niet voor de andere ambi�es/opgaven). Bij deze ac�eve rolname is het ook mogelijk de samenwerking te zoeken met publieke en/of private par�jen. Op deze wijze kunnen investeringsmogelijkheden worden vergroot en risico's worden gedeeld. Ook is het mogelijk dat de gemeente na verwerving van de gronden grond in erfpacht uitgee� om grip te houden op de eigendomsposi�es in Noord IV en daarmee ook op de lange termijn sturing kan geven aan de inrichting, beheer en exploitatie van het gebied.

7.3

Vastleggen van afspraken

Wanneer het stree�eeld defini�ef is en de rol van de gemeente bekend, dienen afspraken over de ontwikkelmogelijkheden te worden vastgelegd in een juridisch/planologisch instrument. Hierbij is de keuze voor de rechtsvorm waarin de afspraken in hoofdzaak worden vastgelegd en het voorkeursrecht wordt bestendigd relevant. De keuze voor de rechtsvorm houdt in dat de gemeente kan afwegen of zo veel mogelijk van de uitwerking van het stree�eeld privaatrechtelijk of zo veel mogelijk publiekrechtelijk moet worden verankerd. Door het vaststellen van het omgevingsprogramma wordt het voorkeursrecht voor een deel van het gebied voor drie jaar bestendigd (zie pagina 60). Om ruimte te houden voor de uitwerking van het stree�eeld zal ten minste deels het publiekrechtelijk spoor moeten worden bewandeld. Daarmee wordt het voorkeursrecht nog eens met vijf jaar bestendigd. De gemeente kan er daarbij voor kiezen om een globaal omgevingsplan vast te stellen, om flexibiliteit in de uitwerking van het stree�eeld te houden. Wel zal daarvoor een integraal inzicht moeten zijn in de effecten op de omgeving en de ontwikkeling om te beoordelen of sprake is van een evenwich�ge toedeling van func�es aan loca�es.

57

Randvoorwaarden

58

Uitgangspunten

59

Koppelkansen

60

7.4

Kaderstelling kwalita�ef

Vanuit de kwaliteiten van Noord IV zijn randvoorwaarden, uitgangspunten en koppelkansen geformuleerd voor de verdere ontwikkeling. Deze zijn bepalend om te zorgen dat het geformuleerde stree�eeld behaald wordt. Randvoorwaarden 1.

2.

3.

4. 5. 6. 7.

8.

Vloeiende overgangen naar het landschap, geen harde randen, een zorgvuldige landschappelijke inpassing die het contrast tussen open landschap en verdichte stad vormgee� aan de rand van het themapark. Ontwikkelzone beekdal (natuurvriendelijke oever, terugbrengen meandering, bypass stuw, kades) tussen Oude Vaart en Zegelhorstweg. Hier op termijn extensivering van de landbouw rich�ng natuurbeherende landbouw. Natuurvriendelijke oevers. Toegankelijk maken door aanleg recrea�epaden langs Oude Vaart. Visitekaartje vanaf de snelweg voor Meppel langs de corridor tussen Noord III en IV. Op deze plek is het themapark zichtbaar door deels transparante geluidwering. Een hoogwaardig vormgegeven gebouw zoals een hotel kan dienen als uithangbord van het themapark en zal bij moeten dragen aan een bijzonder snelwegpanorama Grondwaterwinning moet mogelijk blijven Waterkwaliteit moet versterkt worden Behoud van de agrarische func�e van het gebied in noordelijk deel Geen conges�e op bestaande infrastructuur, Maatregelen zijn: a. voldoende parkeerplaatsen op het eigen terrein van het themapark (eigen 'broek' ophouden) b. voldoende lengte aanrijroute naar parkeerplaats om opstopping op openbare wegen te voorkomen Respecteer de bestaande landschappelijke elementen: bestaande bomenlanen,

9.

monumentale boerderijen, natuurlijke laagtes, zandduinen, zandpad en gebied Staatsbosbeheer). In het gebied rond Nijentap komen zandopduikingen voor en bevindt zich een oude postweg, die ter hoogte van Nijentap haaks staat op de Drentsche Hoofdvaart. Deze weg is van cultuurhistorische betekenis en komt voor op napoleon�sche veldwerkkaarten. Respecteer de oude verkavelingsstructuur uit 1925

Uitgangspunten 1. Verbindende schakel tussen de lintdorpen realiseren 2. Behouden van de openheid waar mogelijk 3. Boerderijen met groene randen in open landschap 4. Ruimte voor waterberging Koppelkansen 1. (Recrea�ef) Gebruik van de Drentse Hoofdvaart (denk aan verbinding binnenstad Meppel - Themapark) 2. Kansen voor duurzame energieopwekking in combina�e met waterberging/verna�ng 3. Koppeling opwek duurzame energie in landbouwlandschap en gebruik door nieuwe func�es: energieproduc�e en consump�e zo dicht mogelijk bij elkaar. Kans voor nieuw sta�on in het energienet. 4. Versterking langzaam verkeersnetwerk: bestaande routes veiliger maken en nieuwe fietspad langs Arendsweg 5. Door zorgvuldige landschappelijke en ecologische inrich�ng kan een aantrekkelijk themalandschap worden opgezet, dat bijdraagt aan de biodiversiteit in het gebied.

61

Kaart zoekgebieden en WVG-begrenzing

62

7.5

Begrenzing WVG

7.6

Tot slot

Gedeeltelijke handhaving van de gebiedsbegrenzing van de WVG zal in ieder geval tot de uitwerking en planologische regeling van het themapark noodzakelijk zijn. De noordelijke hoek wordt eruit gelaten omdat hier geen concrete functiewijzigingen voor ogen staan. Dat de rest van het gebied wordt verlengd komt doordat de zoekgebieden voor de verschillende func�es nog niet nader zijn gedefinieerd.

Dit omgevingsprogramma brengt een aantal opgaven samen in een integrale ontwikkeling van Noord IV. Bij de komst van een nieuw themapark zal dat dus ook integraal tot uitwerking moeten komen. Met de ontwikkeling van een themapark moet op termijn ook meerwaarde worden gecreëerd voor onder andere biodiversiteit, water (waterkwaliteit en waterberging), duurzame landbouw, beleving en ruimtelijke kwaliteit. Juist de samenhang met andere opgaven is daarbij van belang. Voor het themapark geldt bijvoorbeeld de afstand tot de Oude Vaart als belangrijk punt: zover mogelijk bij het beekdal vandaan creëert open landschap en ruimte voor water. In het verlengde daarvan kan de beekdalzone ook bijdragen aan de verbinding met de stad als groenblauwe stadsradiaal. Uiteraard zal de gemeente Meppel ervoor moeten zorgen dat de betrokkenheid van belanghebbenden blij� bestaan. Daarom zal de communicatie en participatie zorgvuldig worden voortgezet om de voortgang van het project te bespreken en de successen en uitdagingen met belanghebbenden te delen.

63

OMGEVINGSPROGRAMMA NOORD IV GEMEENTE MEPPEL

64

Milieueffectrapport Omgevingsprogramma Noord IV

Milieueffectrapport Omgevingsprogramma Noord IV Definitief - Hoofdrapport - versie 1.2 - 22 juni 2023

0

Samenvatting............................................................................ 7

1

Inleiding ................................................................................. 23

2

Doelen, randvoorwaarden, wensen ......................................... 27

3

Referentiesituatie ................................................................... 34

4

Planvoornemen - het Omgevingsprogramma Noord IV ........... 41

5

Aanpak .................................................................................... 52

6

Energietransitie ...................................................................... 54

7

Natuur .................................................................................... 64

0.1 0.2 0.3 0.4 0.5 0.6 0.7 0.8 0.9 0.10 0.11 0.12

Aanleiding.................................................................................................... 7 Plangebied ................................................................................................... 7 Milieueffectrapport: wat, waarom en hoe ......................................................... 8 Doelstellingen............................................................................................... 8 Alternatieven................................................................................................ 8 Aanpak .......................................................................................................15 Wat zijn de uitkomsten van de onderzoeken? ..................................................15 Dragen de scenario’s bij aan de doelstellingen? ...............................................18 Wat zijn de effecten van de scenario’s? ..........................................................19 Leemten in kennis........................................................................................20 Advies ........................................................................................................20 Aanzet monitoringsprogramma ......................................................................22

1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6

Aanleiding...................................................................................................23 Plangebied ..................................................................................................23 Omgevingsprogramma Noord IV ....................................................................24 Opgaven Noord IV .......................................................................................24 Milieueffectrapport .......................................................................................24 Leeswijzer...................................................................................................26

2.1 Beleid.........................................................................................................27 2.1.1 Bedrijvigheid ...............................................................................................27 2.1.2 Energie.......................................................................................................28 2.1.3 Water .........................................................................................................29 2.1.4 Landbouw ...................................................................................................30 2.2 Randvoorwaarden en wensen ........................................................................30 2.3 Doelstellingen Omgevingsprogramma Noord IV ...............................................33 3.1 3.2 3.3 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 5.1 5.2 5.3 6.1 6.2 6.3 6.4 6.5 6.6 6.7 6.8

Inleiding .....................................................................................................34 Huidige situatie ...........................................................................................34 Autonome ontwikkelingen .............................................................................36 Ontwikkeling van Noord IV ............................................................................41 Scenario 1: Beekdallandschap .......................................................................44 Scenario 2: Werklandschap ...........................................................................46 Scenario 3: Recreatielandschap .....................................................................48 Scenario 4: Energielandschap........................................................................50 Plan- en studiegebied ...................................................................................52 Alternatieven...............................................................................................52 Milieuonderzoeken .......................................................................................52 Wettelijk en beoordelingskader ......................................................................54 Uitgangpunten opwekking .............................................................................54

Referentiesituatie.........................................................................................61 Scenario 1 Beekdallandschap ........................................................................61 Scenario 2 Werklandschap ............................................................................61 Scenario 3 Recreatielandschap ......................................................................62 Scenario 4 Energielandschap .........................................................................62 Samenvattende effectbeoordeling en maatregelen ...........................................62

7.1 Wettelijk en beoordelingskader ......................................................................64 7.2 Referentiesituatie.........................................................................................66 7.2.1 Beschermde gebieden ..................................................................................66 7.2.2 Beschermde soorten.....................................................................................66

7.3 7.4 7.5 7.6 7.7 7.8

Stikstofdepositie ..........................................................................................67 Scenario 1 Beekdallandschap ........................................................................69 Scenario 2 Werklandschap ............................................................................70 Scenario 3 Recreatielandschap ......................................................................71 Scenario 4 Energielandschap .........................................................................72 Samenvattende effectbeoordeling en maatregelen ...........................................73

8

Landschap, cultuurhistorie en archeologie .............................. 74

9

Bodem..................................................................................... 84

10

Water ................................................................................... 99

8.1 8.2 8.3 8.4 8.5 8.6 8.7 9.1 9.2 9.3 9.4 9.5 9.6 9.7 9.8

Wettelijk en beoordelingskader ......................................................................74 Referentiesituatie.........................................................................................76 Scenario 1 Beekdallandschap ........................................................................81 Scenario 2 Werklandschap ............................................................................81 Scenario 3 Recreatielandschap ......................................................................82 Scenario 4 Energielandschap .........................................................................82 Samenvattende effectbeoordeling en maatregelen ...........................................82 Wettelijk en beoordelingskader ......................................................................84 Referentiesituatie.........................................................................................88 Effectbeoordeling scenario 1 Beekdallandschap................................................94 Effectbeoordeling scenario 2 Werklandschap ...................................................95 Effectbeoordeling scenario 3 Recreatielandschap..............................................95 Effectbeoordeling scenario 4 Energielandschap ................................................96 Meekoppelkans

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meppel&id=efd441eb-f301-4b61-a799-d009764a6daf