CConstaterende datMeppel
Koppel je AI →
Document · PDF

September 2024 BOPA onderbouwing Nijeveen, Dorpsstraat 57,59

1 - RAADSVERGADERING 26 september 2024, gemeente MeppelBij agendapunt: Adviesrecht omgevingsvergunning Dorpsstraat 57-5914.317 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Ruimtelijke onderbouwing Nijeveen, Dorpsstraat 57, 59

Status: Definitief

September 2024

Nijeveen, Dorpsstraat 57, 59 Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA)

Ruimtelijke onderbouwing “Nijeveen, Dorpsstraat 57, 59”

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

1

Nijeveen, Dorpsstraat 57, 59 Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA)

Inhoudsopgave HOOFDSTUK 1 1.1 1.2 1.3 1.4

INLEIDING .............................................................4

AANLEIDING .............................................................................................................. 4 LIGGING VAN HET PROJECTGEBIED ..................................................................................... 4 HET OMGEVINGSPLAN ................................................................................................... 4 LEESWIJZER .............................................................................................................. 6

HOOFDSTUK 2

BESCHRIJVING HUIDIGE SITUATIE................................7

HOOFDSTUK 3

PLANBESCHRIJVING ..................................................9

3.1 3.2 3.3

HET VOORNEMEN ........................................................................................................ 9 DOORVERTALING IN HET OMGEVINGSPLAN .......................................................................... 11 INFRASTRUCTUUR EN OPENBARE RUIMTE ............................................................................ 11

HOOFDSTUK 4 4.1 4.2 4.3

ALGEMEEN .............................................................................................................. 14 LADDER VOOR DUURZAME VERSTEDELIJKING ....................................................................... 14 LANDSCHAPPELIJKE EN/OF STEDENBOUWKUNDIGE WAARDEN ..................................................... 15

HOOFDSTUK 5 5.1 5.2 5.3

LANDSCHAPPELIJKE EN STEDENBOUWKUNDIGE WAARDEN 14

BELEIDSKADERS.................................................... 16

RIJKSBELEID ........................................................................................................... 16 PROVINCIAAL BELEID .................................................................................................. 18 GEMEENTELIJK BELEID ................................................................................................ 21

HOOFDSTUK 6

OMGEVINGSVEILIGHEID .......................................... 24

HOOFDSTUK 7

BESCHERMEN VAN DE WATERBELANGEN ....................... 26

7.1 7.2 7.3 7.4

VIGEREND BELEID ..................................................................................................... 26 WATERASPECTEN ...................................................................................................... 27 WATERTOETSPROCES EN WATERHUISHOUDING ..................................................................... 27 CONCLUSIE ............................................................................................................. 27

HOOFDSTUK 8 8.1 8.2 8.3 8.4 8.5 8.6

GELUID DOOR ACTIVITEITEN ......................................................................................... 28 BODEMKWALITEIT ..................................................................................................... 29 LUCHTKWALITEIT ...................................................................................................... 30 GEUR ................................................................................................................... 31 TRILLINGHINDER....................................................................................................... 32 GEZONDHEID .......................................................................................................... 32

HOOFDSTUK 9 9.1 9.2 9.3

ARCHEOLOGIE EN CULTUURHISTORIE .......................... 36

WETTELIJK KADER .................................................................................................. 36 ARCHEOLOGIE ...................................................................................................... 36 CULTUURHISTORIE ................................................................................................. 37 CONCLUSIE .......................................................................................................... 37

HOOFDSTUK 11 11.1 11.2

BESCHERMING VAN DE NATUUR .................................34

GEBIEDSBESCHERMING ............................................................................................... 34 SOORTENBESCHERMING .............................................................................................. 35 CONCLUSIE ............................................................................................................. 35

HOOFDSTUK 10 10.1 10.2 10.3 10.4

BESCHERMING GEZONDHEID EN HET MILIEU.................. 28

M.E.R.- BEOORDELING ............................................ 38

ALGEMEEN........................................................................................................... 38 SITUATIE PROJECTGEBIED EN CONCLUSIE ........................................................................ 38

HOOFDSTUK 12

ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID ............................. 40 BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

2

Nijeveen, Dorpsstraat 57, 59 Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) 12.1 12.2 12.3

ALGEMEEN........................................................................................................... 40 KOSTENVERHAAL ................................................................................................... 40 SITUATIE PROJECTGEBIED ......................................................................................... 40

HOOFDSTUK 13 13.1

MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID ...................... 41

PARTICIPATIE ....................................................................................................... 41

BIJLAGEN BIJ DE RUIMTELIJKE ONDERBOUWING ......................................42 BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 4 BIJLAGE 5

WATERTOETS ................................................................................................. 42 AKOESTISCH ONDERZOEK WEGVERKEERSLAWAAI ......................................................... 42 AERIUS-BEREKENING ...................................................................................... 42 QUICKSCAN FLORA EN FAUNA .............................................................................. 42 ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK .............................................................................. 42

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

3

Nijeveen, Dorpsstraat 57, 59 Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA)

HOOFDSTUK 1

1.1

INLEIDING

Aanleiding

Voorliggende onderbouwing ziet toe op de uitbreiding van de bestaande bebouwing aan de Dorpsstraat 57 en 59 te Nijeveen, in de gemeente Meppel. De aanwezige bebouwing wordt gebruikt als zorgvilla. De villa biedt ruimte aan acht kamers waarbij de bewoners 24 uur verzorgd worden door gediplomeerde verzorgenden. Het huis geeft zorg aan mensen met een geestelijke of lichamelijke beperking, of mensen die tijdelijke opvang zoeken. Initiatiefnemer is voornemens de zorgvilla uit te breiden met zeven extra wooneenheden. De uitbreiding is geprojecteerd aan de noordzijde van de bestaande bebouwing. Daarnaast worden ook bijbehorende voorzieningen zoals parkeergelegenheid en bergingen gerealiseerd. De beoogde uitbreiding is geprojecteerd buiten het bestaande bouwvlak. Hierdoor ontbreken de benodigde bouwregels. Om het voornemen mogelijk te maken, kan een omgevingsvergunning worden verleend voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). Hiervoor dient op basis van artikel 8.0 lid 2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) te worden aangetoond dat de BOPA in overeenstemming is met ‘een evenwichtige toedeling van functies aan locaties’. Voorliggende ruimtelijke onderbouwing voorziet hierin.

1.2

Ligging van het projectgebied

Het projectgebied ligt in de kern Nijeveen, in de gemeente Meppel. In afbeelding 1.1 is de ligging van het projectgebied in Nijeveen (rode ster) en ten opzicht van de direct omgeving (rode kader) weergegeven.

Afbeelding 1.1

Ligging projectgebied (Bron: Plattekaart.nl)

1.3

Het omgevingsplan

1.3.1

Geldend omgevingsplan

Het projectgebied ligt binnen de begrenzing van het omgevingsplan van de gemeente Meppel. Ter plaatse van het projectgebied is sprake van het omgevingsplan van rechtswege zoals deze in werking is getreden op 1 januari 2024. Het omgevingsplan van rechtswege bestaat ter plaatse uit de volgende documenten: •

Omgevingsplan gemeente Meppel (in werking vanaf 1 januari 2024);

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

4

Nijeveen, Dorpsstraat 57, 59 Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) • • •

Paraplubestemmingsplan woningsplitsing en woningomzetting (in werking vanaf 22 december 2022); Meppel – Paraplubestemmingsplan Parkeren (in werking vanaf 15 november 2018); Nijeveen (in werking vanaf 3 september 2009).

Voor de duiding van het planologisch regime van het projectgebied is met name het bestemmingsplan ‘Nijeveen’ van belang. Het omgevingsplan bevat in de huidige situatie namelijk uitsluitend de regels van de bruidsschat. Het “Meppel – Paraplubestemmingsplan Parkeren” bevat de planologische verankering van de parkeerregels. Het “Paraplubestemmingsplan woningsplitsing en woningomzetting”, bevat regels met betrekking tot woningsplitsing, in voorliggend geval wordt geen woningsplitsing mogelijk gemaakt, met dit bestemmingsplan wordt daarom geen rekening gehouden. Met de overige documenten wordt wel rekening gehouden. In afbeelding 1.2 is een uitsnede van de verbeelding behorende bij het bestemmingsplan “Nijeveen” opgenomen.

Afbeelding 1.2

Uitsnede geldend planologische regime (Bron: ruimtelijkeplannen.nl)

Wonen De op de plankaart voor ‘wonen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor wonen, met de daarbij behorende voorzieningen. Voor het bouwen van hoofdgebouwen geldt dat hoofdgebouwen altijd binnen een bouwvlak gebouwd worden. Daarnaast gelden er specifieke maatvoeringen voor de dakhelling, bouwhoogte en goothoogte. In voorliggend geval komt dit neer op een dakhelling van maximaal 70 graden, een bouwhoogte van maximaal 11 meter en een goothoogte van maximaal 4 meter. Daarnaast geldt er een bepaald maximum aan bebouwingspercentage van 30%. Verder is het projectgebied buiten het bouwvlak aangeduid met de lettertekenaanduiding ‘bijgebouwen’. Het is daarom toegestaan om bijgebouwen, aanbouwen, uitbouwen en overkappingen buiten het bouwvlak te realiseren. Het bebouwingspercentage van het gebied met de aanduiding is maximaal 50%, de goothoogte is maximaal 3,3 meter en de dakhalling is maximaal 70 graden. Waarde-archeologie De gronden op de kaart aangewezen voor ‘waarde – archeologie’ zijn mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden. Op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken gebouwd worden mits door de aanvrager van de bouwvergunning een rapport heeft overlegd waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

5

Nijeveen, Dorpsstraat 57, 59 Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) 1.3.2

Opheffen strijdigheid

Het realiseren van een uitbreiding aan de bestaande bebouwing is middels het ontbreken van de benodigde gebruiks- en bouwregels in het bestemmingsplan “Nijeveen” niet toegestaan. Aangezien een hoofdgebouw niet gerealiseerd mag worden buiten een bouwvlak en het bewonen van een gebouw voor meer dan één huishouden niet is toegestaan. Om het voornemen mogelijk te maken, kan een omgevingsvergunning worden verleend voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). Hierbij wordt de korte voorbereidingsprocedure (titel 4.1 Awb) gevolgd.

1.4

Leeswijzer

Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 allereerst ingegaan op de huidige situatie. Hoofdstuk 3 en 4 gaan achtereenvolgens in op de gewenste situatie van het projectgebied de bescherming van de landschappelijke en stedenbouwkundige waarden in en rondom het projectgebied. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het relevante beleid beschreven. Hoofdstuk 6 gaat in op de omgevingsveiligheid, waarna in hoofdstuk 7 de bescherming van de waterbelangen wordt behandeld. Hoofdstuk 8 en 9 gaan respectievelijk in op de bescherming van de gezondheid, het milieu en de natuur. Hoofdstuk 10 behandelt de archeologische en cultuurhistorische waarden. In hoofdstuk 11 komt de m.e.r.-beoordeling aan bod. Hoofdstuk 12 en 13 behandelen de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het voornemen.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

6

Nijeveen, Dorpsstraat 57, 59 Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA)

HOOFDSTUK 2

BESCHRIJVING HUIDIGE SITUATIE

Het projectgebied bevindt zich binnen de kern Nijeveen in de gemeente Meppel. Gezien de ligging binnen de kern wordt de omgeving voornamelijk gekenmerkt door woningen. De ruimtelijke structuur wordt vooral gevormd door de Dorpsstraat. Daarnaast bevinden zich in de omgeving enkele detailhandel en gemengde functies. Het projectgebied ligt aan de Dorpsstraat en de Veurdele. In afbeelding 2.1 is de huidige situatie met een luchtfoto weergegeven.

Afbeelding 2.1

Luchtfoto huidige situatie. Het projectgebied is rood omlijnd (Bron: Omgevingsloket, bewerkt)

In het projectgebied is reeds bebouwing aanwezig. De bebouwing bestaat uit een zorgvilla met in totaal 8 woningen. Binnen de villa wordt 24 uur per dag zorg aangeboden voor mensen met een geestelijke of lichamelijke beperking, of mensen die tijdelijke opvang zoeken. Naast de 8 slaapkamers beschikt de villa over twee ruime woonkamers en keukens. Iedere kamer beschikt over een (gedeelde) badkamer. De omgeving van de zorgvilla wordt gekenmerkt door reguliere woningen. Verder kan er binnen het projectgebied geparkeerd worden, de parkeerplekken bevinden zich ten noorden van het gebouw. In afbeelding 2.2 en 2.3 zijn straatbeeldfoto’s van de huidige situatie opgenomen.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

7

Nijeveen, Dorpsstraat 57, 59 Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA)

Afbeelding 2.2

Straatbeeldfoto voorgevel huidige situatie (Bron: Google Maps, augustus 2022)

Afbeelding 2.3

Straatbeeldfoto oostzijde huidige situatie (Bron: Google Maps, november 2010)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

8

Nijeveen, Dorpsstraat 57, 59 Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA)

HOOFDSTUK 3

3.1

PLANBESCHRIJVING

Het voornemen

De voorgenomen ontwikkeling voorziet in een uitbreiding van een zorgvilla. De uitbreiding vindt plaats aan de noordzijde van de aanwezige bebouwing. Met de uitbreiding worden er zeven extra wooneenheden gecreëerd. Daarnaast worden er ook bijbehorende voorzieningen zoals bergingen en parkeerplaatsen gerealiseerd. Verder wordt ook een slaapkamer gebouwd voor de nachtdienst van de verpleging. De uitbreiding zal qua uitstraling perfect aansluiten op de bestaande bebouwing en wordt via een nieuw te bouwen gang aangesloten op de bestaande villa. De bouwhoogte bedraagt, overeenkomstig de huidige bebouwing 8,8 meter. Ten noorden van de te realiseren bebouwing wordt een parkeervoorziening geëgaliseerd. In afbeelding 3.1 en 3.2 is de situatieschets van de gewenste situatie in twee delen weergegeven. Afbeeldingen 3.3 en 3.4 geven de nieuwe zijaanzichten en plattegronden weer.

Afbeelding 3.1

Situatieschets gewenste situatie noordzijde projectgebied (Bron: Initiatiefnemer)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

9

Nijeveen, Dorpsstraat 57, 59 Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA)

Afbeelding 3.2

Situatieschets gewenste situatie zuidzijde projectgebied (Bron: Initiatiefnemer)

Afbeelding 3.3

Gevelaanzichten gewenste situatie (Bron: Initiatiefnemer)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

10

Nijeveen, Dorpsstraat 57, 59 Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA)

Afbeelding 3.4

3.2

Plattegronden gewenste situatie (Bron: Initiatiefnemer)

Doorvertaling in het omgevingsplan

Artikel 4.17 van de Omgevingswet bepaalt dat de gemeente een voortdurende omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) verwerkt in het omgevingsplan. Dit gebeurt binnen 5 jaar na het onherroepelijk worden van de BOPA. Deze verplichting geldt vanaf 1 januari 2032. Voorliggende buitenplanse omgevingsplanactiviteit betreft uitsluitend het toevoegen van de benodigde bouwregels zodat het ter plaatse van de uitbreiding toegestaan is om het hoofdgebouw uit te breiden. De beoogde uitbreiding valt buiten het bestaande bouwvlak, waardoor de gewenste bouwregels ontbreken. Daarnaast is het niet toegestaan om het hoofdgebouw te gebruiken als woonzorgvoorziening, hiervoor ontbreken de benodigde gebruiksregels. Bij het verwerken van de verleende BOPA worden daarom de benodigde bouwregels toegekend aan het perceel. De overige bouw- en gebruiksregels kunnen, voor zover (nog) relevant, blijven behouden.

3.3

Infrastructuur en openbare ruimte

3.3.1

Algemeen

Op basis van de instructieregels zoals opgenomen in paragraaf 5.1.7 en 5.1.8 van het Bkl houdt het bevoegd gezag bij het evenwichtig toedelen van functies aan locaties rekening met het behoeden van de staat en werking van infrastructuur en het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen. In deze paragraaf wordt ingegaan op de verkeerssituatie en parkeerbehoefte van het projectgebied. 3.3.2

Verkeer en parkeren

Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte die daardoor ontstaat. Hiertoe kunnen berekeningen worden uitgevoerd op basis van de publicatie ‘Toekomstbestendig parkeren, publicatie 381 (december 2018)’ van het CROW. Het CROW ontwikkelt en publiceert kennis onder andere op het gebied van verkeer en parkeren. Specifiek voor verkeersgeneratie en parkeren heeft het CROW de publicatie ‘Toekomstbestendig parkeren’ opgesteld. Deze kencijfers zijn landelijk (en juridisch) geaccepteerd en worden gezien als de meest BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

11

Nijeveen, Dorpsstraat 57, 59 Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) betrouwbare gegevens met betrekking tot het bepalen van de verkeersgeneratie en het benodigde aantal parkeerplaatsen. De gemeente Meppel beschikt over ‘Uitvoeringsregels parkeernormen Meppel’. Hierin zijn parkeernormen opgenomen. Hieronder worden de uitgangspunten weergegeven. De bebouwde kom van Nijeveen wordt geplaatst onder de norm: ‘rest bebouwde kom’.

Parkeerbehoefte In voorliggend geval worden er zeven zorgwoningen gerealiseerd. Aangezien het gaat om een uitbreiding van een bestaande zorgvilla waar 24 uur per dag zorg wordt verleend komt deze functie het meest overeen met ‘verpleeg-/verzorgingstehuis’. Deze functie zal daarom worden aangehouden. In de huidige situatie zijn ter plaatse reeds 8 woningen aanwezig. In totaal staan er in de gewenste situatie 15 woningen binnen het projectgebied. Functie/activiteit

Parkeernorm per woning

Verpleeg/verzorgingstehuis (wooneenheid)

0,6

Aantal woningen

Parkeerbehoefte

15

9

De parkeerbehoefte in de gewenste situatie bedraagt 9 parkeerplaatsen. De benodigde parkeerplaatsen worden opgevangen binnen het projectgebied. De parkeerplekken worden weergegeven in afbeelding 3.5.

Afbeelding 3.5

Situatieschets parkeerplaatsen gewenste situatie (Bron: Initiatiefnemer)

Verkeersgeneratie en ontsluiting In de publicatie ‘Toekomstbestendig parkeren’ van het CROW, worden geen kencijfers voor de verkeersgeneratie gegeven. In voorliggend geval worden de woningen gebruikt door mensen met een geestelijke of verstandelijke beperking, of mensen die tijdelijk onderdak zoeken. Deze mensen beschikken vaak niet over een eigen auto. De verkeersgeneratie zal daarom hoofdzakelijk bestaan uit werknemers en bezoekers. Dit is slechts een klein aandeel, er wordt gesteld dat de omliggende

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

12

Nijeveen, Dorpsstraat 57, 59 Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) wegen van voldoende capaciteit zijn om de zeer geringe toename aan verkeersbewegingen op een verkeersveilige manier af te wikkelen. 3.3.3

Landelijke fietsroute

De Dorpsstraat maakt onderdeel uit van een landelijke fietsroute. De voorgenomen ontwikkeling vormt geen belemmering voor de bestaande fietsroute. 3.3.4

Conclusie

Het voornemen houdt in voldoende mate rekening met de staat en werking van de infrastructuur en de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte. Het voornemen voldoet vanuit deze aspecten aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

13

Nijeveen, Dorpsstraat 57, 59 Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA)

HOOFDSTUK 4

4.1

LANDSCHAPPELIJKE EN STEDENBOUWKUNDIGE WAARDEN

Algemeen

In het vorige hoofdstuk is de gewenste ontwikkeling beschreven. Dit hoofdstuk zal ingaan op hoe het plan rekening houdt met de ter plaatse aanwezige landschappelijke en stedenbouwkundige waarden. De waardering van de landschappelijke en stedenbouwkundige kwaliteit is altijd gebiedsspecifiek. Deze kunnen daarom worden benut binnen het ontwerp van een ruimtelijke ontwikkeling. De landschappelijke en stedenbouwkundige kwaliteit maken integraal onderdeel uit van de taak van overheden om te voorzien in een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Voor de landschappelijke en stedenbouwkundige kwaliteit zijn in afdeling 5.1.5 instructieregels opgesteld voor het beschermen van deze kwaliteiten. Deze gaan over de volgende onderwerpen: • • • • •

Kustbescherming; Waddenzee en Waddengebied; Cultureel erfgoed en werelderfgoed; Landelijke fiets- en wandelroutes; Ladder voor duurzame verstedelijking.

De Dorpsstraat maakt onderdeel uit van een landelijke fietsroute. In voorliggend geval wordt geen ontwikkeling toegestaan die deze fietsroute zal belemmeren. De bouwwerkzaamheden worden niet aan de wegzijde uitgevoerd. Het aspect ‘cultureel erfgoed en werelderfgoed’ zal in hoofdstuk 10 worden behandeld. In onderstaande paragraaf wordt ingegaan op de ladder voor duurzame verstedelijking en de gebiedsspecifieke landschappelijke en stedenbouwkundige kwaliteiten. De overige van bovenstaande thema’s zijn niet van toepassing op het projectgebied.

4.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

4.2.1

Algemeen

De Ladder is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand. Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen wordt beoordeeld of er echt behoefte aan is en of de ontwikkeling binnen het stedelijk gebied kan. De instructieregel in artikel 5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) regelt dat bij een wijziging van het omgevingsplan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling toepassing van de Ladder is vereist. Artikel 8.0b Bkl regelt dat deze instructieregel ook geldt voor een omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit. De Ladder wordt toegepast bij een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Bij de toetsing aan de ladder worden beide onderdelen van de Ladder meegenomen: • •

de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling; bij een ontwikkeling buiten stedelijk gebied: de mogelijkheden om binnen het bestaande stedelijk gebied in de behoefte te voorzien zijn verkend.

Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen ‘bestaand stedelijk gebied’ en een ‘stedelijke ontwikkeling’. bestaand stedelijk gebied betreft het bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur. Een stedelijke ontwikkeling is de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelsvoorziening of een andere stedelijke voorziening die voldoende substantieel is. Artikel 5.129g Bkl legt geen grens vast wat voldoende substantieel is. In uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zijn wel lijnen uitgezet. Er is een overzichtsuitspraak (ECLI:NL:RVS:2017:1724) over de Ladder. De Afdeling geeft hierin geen harde ondergrenzen, maar stelt wel 'in beginsel' grenzen.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

14

Nijeveen, Dorpsstraat 57, 59 Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). 4.2.2

Toetsing van het voornemen aan de Ladder voor duurzame verstedelijking

Wanneer een plan voorziet in woningen niet meer dan 11 woningen dan kan dit niet worden gezien als een stedelijke ontwikkeling. Een uitgangspunt hiervoor is de rechtsuitspraak ‘ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921’. In voorliggend geval worden zeven extra wooneenheden toegevoegd. In het kader van de Ladder voor duurzame verstedelijking wordt het voornemen dus niet gezien als nieuwe stedelijke ontwikkeling. Het voornemen voldoet daarmee aan de instructieregels uit artikel 5.129g van het Bkl.

4.3

Landschappelijke en/of stedenbouwkundige waarden

Het voornemen voorziet in de uitbreiding van een bestaande zorgvilla met zeven extra wooneenheden. De uitbouw wordt vormgegeven conform het bestaande gebouw en zal in die zin niet afwijken van de bestaande uitstaling. Ook van de bestaande bouw en goothoogten wordt niet afgeweken. Hiermee blijven de ter plaatse aanwezige stedenbouwkundige waarden behouden en wordt er voorzien in een mooie woonzorgfunctie. Gelet hierop kan worden geconcludeerd dat het plan in voldoende mate rekening houdt met de ter plaatse aanwezige stedenbouwkundige waarden en dat het plan voldoet aan de instructieregels uit afdeling 5.1.5 Bkl.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

15

Nijeveen, Dorpsstraat 57, 59 Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA)

HOOFDSTUK 5

BELEIDSKADERS

Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal-, regionaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifiek voor dit projectgebied geldende uitgangspunten weergegeven.

5.1

Rijksbeleid

5.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

5.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 5.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut.

Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3. Sterke en gezonde steden en regio’s Er zijn vooral in steden en stedelijke regio’s nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio’s behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio’s geborgd. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw.

Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

16

Nijeveen, Dorpsstraat 57, 59 Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) 5.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. 5.1.2

Instructieregels Rijk (Amvb’s)

Artikel 8.0b, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) bepaalt dat bij een aanvraag om een buitenplanse omgevingsvergunning de instructieregels in hoofdstuk 5 van het Bkl, de provinciale instructieregels en eventuele instructies het beoordelingskader vormen van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Uit het tweede lid van artikel 8.0b van het Bkl volgt dat de omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit geweigerd wordt als: a. b. c.

de activiteit zou leiden tot een situatie die niet is toegelaten op grond van instructie(regel)s; de omgevingsplanactiviteit betrekking heeft op een voorbeschermingsregel in het omgevingsplan (opvolger van het voorbereidingsbesluit); de omgevingsplanactiviteit het uitvoeren van een project waarvoor een projectbesluit is vastgesteld door provincie of Rijk, belemmert.

Hieronder zijn de hoofdonderwerpen opgesomd waarvoor het Bkl instructieregels bevat: o o o o o o

o

waarborgen van veiligheid (paragraaf 5.1.2); beschermen van waterbelangen (paragraaf 5.1.3); beschermen van gezondheid en milieu (paragraaf 5.1.4), waaronder instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid en geur en bodemkwaliteit; beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed (paragraaf 5.1.5), waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking; het behoud van ruimte voor toekomstige functies (paragraaf 5.1.6) voor autowegen, buisleidingen, natuur- en recreatiegebieden; het behouden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten (paragraaf 5.1.7), waaronder landsverdediging en nationale veiligheid, elektriciteitsvoorziening, rijksvaarwegen en luchtvaart, fiets- en wandelroutes, aanwijzing van woningbouwcategorieën; het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen (paragraaf 5.1.8).

Daarnaast bevat afdeling 5.2 van het Bkl instructieregels voor de uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving. Daarbij gaat het onder meer om het voorkomen van belemmeringen van gebruik en beheer van spoorwegen en rijkswegen. In heel bijzondere gevallen kunnen B&W de Minister vragen om een ontheffing van bepaalde instructieregels te verlenen. Dit volgt uit afdeling 5.3 van het Bkl. Zie stap 11f van hoofdstuk 3. In de onderbouwing moet worden ingegaan op de bovengenoemde onderwerpen wanneer deze relevant zijn voor de betreffende ontwikkeling. Per onderwerp dient een toetsing plaats te vinden. 5.1.3

Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten in het Rijksbeleid

Met de toevoeging van zeven zorgappartementen is er geen sprake van een ontwikkeling die in strijd is met enige doelstelling uit de NOVI. In de volgende hoofdstukken wordt aangegeven hoe het plan rekening houdt met de hoofdonderwerpen waarvoor het Bkl instructieregels bevat. Hoofdstuk 3 en

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

17

Nijeveen, Dorpsstraat 57, 59 Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) 4 zijn reeds ingegaan op de instructieregels zoals vervat in paragraaf 5.1.5, 5.1.7 en 5.1.8 van het Bkl. Op deze plaats wordt geconcludeerd dat het voornemen in overeenstemming is met het relevante rijksbeleid.

5.2

Provinciaal beleid

Het provinciaal beleid behelst een doorvertaling van rijksbeleid en is verwoord in tal van plannen. De belangrijkste provinciale beleidsdocumenten betreffen de Omgevingsvisie Drenthe 2018 en de bijbehorende Provinciale Omgevingsverordening Drenthe. Opgemerkt wordt dat de Omgevingsvisie in 2022 is geactualiseerd. Daarnaast is de Omgevingsverordening meerdere keren geactualiseerd, waarbij de laatste wijziging in 2024 heeft plaatsgevonden. 5.2.1

Omgevingsvisie

De Omgevingsvisie Overijssel is het integrale provinciale beleidsplan voor de fysieke leefomgeving van Overijssel. De Omgevingsvisie Overijssel is dé provinciale visie voor de fysieke leefomgeving van Overijssel. In 2017 is de Omgevingsvisie en –verordening 2017 vastgesteld, in 2023 is de versie vanaf 2017 geconsolideerd. In november 2024 heeft de laatste actualisatie van de omgevingsvisie plaatsgevonden en is deze vastgesteld. De Omgevingsvisie beschrijft de ruimtelijk-economische ontwikkeling van Drenthe in de periode tot 2030,met in sommige gevallen een doorkijk naar de periode daarna. In de komende jaren zullen er provinciaal eenvijftal belangrijke ontwikkelingen gaan spelen: • • • • •

de demografische ontwikkeling; de klimaatverandering; de afname van de biodiversiteit; de transitie naar een kennis- en netwerkeconomie; de transitie naar een duurzame energievoorziening.

Missie De missie van de provincie is het waarderen van de Drentse kernkwaliteiten en het ontwikkelen van een bruisend Drenthe, passend bij de kernkwaliteiten. Deze missie is ingegeven door wat inwoners, medeoverheden en maatschappelijke partners belangrijk vinden voor de toekomst van Drenthe. De kernkwaliteiten zijn samen met partners en de inwoners van Drenthe benoemd, te weten landschap, cultuurhistorie, aardkundige waarden, archeologie, rust en natuur. Kernkwaliteiten De kernkwaliteiten zijn de kwaliteiten die bijdragen aan de identiteit en aantrekkelijkheid van Drenthe. Samen met vertegenwoordigers van overheden, belangengroepen, marktpartijen en inwoners heeft de provincie de volgende kernkwaliteiten van Drenthe benoemd: • • • • • •

rust, ruimte, natuur en landschap; oorspronkelijkheid (authenticiteit, Drents eigen); noaberschap; kleinschaligheid (Drentse schaal); menselijke maat; veiligheid.

Het provinciaal belang ligt in het behouden en, waar mogelijk, ontwikkelen van de kernkwaliteiten. In hoofdstuk 4 van de Omgevingsvisie is voor alle kernkwaliteiten een uitwerking naar meer concrete indicatoren gemaakt, namelijk landschap, cultuurhistorie, aardkundige waarden, archeologie, rust en natuur. Zorgvuldig Ruimtegebruik In Drenthe kunnen mensen nog ruimte beleven. Dat wil de provincie bewaken, ook wanneer er nieuwe ontwikkelingen zijn. Zorgvuldig ruimtegebruik is van provinciaal belang. In voorliggend plan wordt hier door middel van inbreiding invulling aangegeven. Voorgenomen ontwikkeling betreft de uitbreiding van een bestaande zorgvilla, de bebouwing bevindt zich in bestaand stedelijk gebied.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

18

Nijeveen, Dorpsstraat 57, 59 Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) Milieu- en leefomgevingskwaliteit De provincie streeft naar een gezonde en veilige leefomgeving voor mens, plant en dier. Het beschermen van de kwaliteit van milieu en leefomgeving is veelal op Europees en nationaal niveau geregeld. Daarbij zijn diverse taken en verantwoordelijkheden bij de provincies neergelegd. Deze taken, gericht op het beschermen van de kwaliteit van lucht, water en bodem en het verbeteren van de verkeersveiligheid, waterveiligheid en externe veiligheid, zijn daarmee van provinciaal belang. Kaarten en doelstellingen Op kaarten behorende bij de Omgevingsvisie Drenthe zijn de kernkwaliteiten nader weergegeven. Op een aantal kaarten (wanneer relevant) is het projectgebied als volgt aangeduid: Landschap Ten aanzien van de kernkwaliteit Landschap ligt het projectgebied in het landschap wegdorpenlandschap van de laagveenontginning. Het landschapstype ligt op de laagstgelegen plakken in e provincie Drenthe, waar in de benedenlopen van de beekdalen veen is ontstaan. Kenmerkend zijn ontginningsassen, langgerekte lintdorpen en grote, open weidegebieden. Het omringende landelijke gebied dringt door in een wegdorp. Vanaf de Hoofdweg is tussen de bebouwing door het landelijk gebied steeds waarneembaar.

De ontwikkelingslocatie betreft bestaand stedelijk gebied en tast het landschap dus niet aan. De kernkwaliteit is dan ook niet in het geding. Cultuurhistorie Het provinciale beleid ten aanzien van cultuurhistorie is beschreven in de ‘Cultuurhistorisch Kompas Drenthe’. Twee doelstellingen staan hierin centraal. • •

beleidsnota

Ten eerste wil de provincie de cultuurhistorie herkenbaar houden. Het provinciaal belang Cultuurhistorie is vastgelegd in de Cultuurhistorische Hoofdstructuur. Ten tweede wil de provincie de ruimtelijke identiteit versterken. Dat doet de provincie door ruimtelijke ontwikkelingen te sturen vanuit samenhangende cultuurhistorische kwaliteiten, met respect en durf.

De Cultuurhistorische Hoofdstructuur verbindt alle elementen, structuren en gebieden die in hun onderlinge samenhang van provinciaal belang worden geacht. Voor het bepalen welke onderdelen van provinciaal belang zijn worden de volgende criteria toegepast: • • • •

De onderlinge, samenhangende relatie van elementen, structuren en gebieden; De bovenlokale betekenis van de elementen, structuren en gebieden; De mate waarin de elementen, structuren en gebieden nu ruimtelijk dominant zijn; De mate waarin zij karakteristiek zijn voor de provincie Drenthe en voor het deelgebied.

Het projectgebied valt binnen de cultuurhistorische hoofdstructuur binnen het deelgebied ‘De Reest en Meppel’. Bepalend voor de hoofdstructuur van dit gebied is de waaier van waterlopen waartussen de randveenontginningen liggen met hun bebouwingslinten. Bij Kolderveen en Nijeveen zijn enkele middeleeuwse griften nog aanwezig. Binnen het projectgebied bevinden zich geen cultuurhistorisch waardevolle bebouwing of landschapselementen. De voorgenomen ontwikkeling doet dus geen afbreuk aan cultuurhistorische waarden. Het plan heeft derhalve geen (negatieve) invloed op de historische hoofdstructuur. Voor een uitgebreide beschouwing van de cultuurhistorische waarden wordt verwezen naar paragraaf 10.3 van deze toelichting. Archeologie De kaart Archeologie geeft een overzicht van de archeologische waarden en verwachtingen die de provincie van provinciaal belang achten. In gebieden of terreinen met een archeologische verwachting op de archeologiekaarten, wordt gestuurd op een goede uitvoering van archeologisch onderzoek. Niet voor alle bodemingrepen is archeologisch onderzoek vereist. Dit hangt af van de omvang en aard van de ingreep, de waarde/verwachting van de locatie en het vrijstellingenbeleid zoals dat is uitgewerkt in de gemeentelijke archeologiekaarten. Op basis van de Omgevingsvisie Drenthe ligt het projectgebied in een gebied zonder een archeologische verwachtingswaarde.

Echter, de gemeentelijke grens ten behoeve van archeologie wordt met de voorgenomen ontwikkeling wel overschreden. Hiervoor is ter plaatse van het

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

19

Nijeveen, Dorpsstraat 57, 59 Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) projectgebied een archeologisch onderzoek uitgevoerd. Hier wordt in paragraaf 10.2 nader op ingegaan. Aardkundige waarden Aardkundige waarden die bijdragen aan het specifieke Drentse karakter wil de provincie behouden en, waar mogelijk, herstellen. Het provinciaal belang ligt in het behouden en, waar mogelijk, ontwikkelen van de kernkwaliteit aardkundige waarden. De provincie wil inhoud geven aan ruimtelijke kwaliteit, om de identiteit en aantrekkelijkheid van Drenthe te behouden en te versterken. Het doel is de archiefwaarde van de bodem te behouden en de landvormen, die karakteristiek zijn voor het Drentse landschap, te behouden en te versterken, als onderdeel van de kernkwaliteit oorspronkelijkheid. Het projectgebied ligt binnen een gebied met een generiek beschermingsniveau voor aardkundige waarden. In deze gebieden wil de provincie de lokale, aardkundige kenmerken voor de toekomst bewaren. Voorgenomen ontwikkeling gaat uit van de binnenstedelijke ontwikkeling, gezien de aard en omvang van de ontwikkeling wordt geen verdere aantasting van de bodem verwacht. 5.2.2

Toetsing van het initiatief aan de Omgevingsvisie Drenthe

De voorgenomen ontwikkeling ziet toe op een uitbreiding van een bestaande zorgvilla met zeven zorgappartementen. De voorgenomen ontwikkeling vindt plaats binnen bestaand stedelijk gebied, waardoor wordt aangesloten op de ambitie om eerst te verdichten alvorens uit te breiden (zorgvuldig ruimtegebruik). Verder wordt in voorliggend initiatief voldaan aan de verschillende milieuaspecten. Tot slot wordt middels het voorgenomen initiatief geen afbreuk gedaan aan de verschillende kernkwaliteiten. Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met de 'Omgevingsvisie Drenthe'. 5.2.3

Omgevingsverordening Drenthe 2024

De provinciale omgevingsverordening is een instrument om het omgevingsbeleid uit de provinciale omgevingsvisie uit te kunnen voeren. In de verordening staan de regels die bij deze plannen en ideeën gelden. Gemeenten en waterschappen moeten aan de regels uit deze verordening voldoen bij het opstellen van hun ruimtelijke plannen. De Omgevingsverordening Drenthe 2024 trad op 1 januari 2024 in werking. Voor het vormgeven van de Omgevingsverordening is de voormalige Provinciale Omgevingsverordening Drenthe 2018 (POV 2018) als uitgangspunt genomen. De omzetting van de Omgevingsverordening heeft hoofdzakelijk beleidsneutraal plaatsgevonden waarbij wel ruimte was voor correcties en bijsturingen. In voorliggend geval zijn met name artikel 3.16 Woningbouw van toepassing. 5.2.5

Artikel 3.16 – Woningbouw

Een omgevingsplan dat in Landelijk Gebied aansluitend op Bestaand Stedelijk Gebied voorziet in nieuwe woningbouw, toont de behoefte aan op basis van de gemeentelijke woonvisie. De gemeentelijke woonvisie ten aanzien van de woningvoorraad: a) Draagt bij aan balans russen vraag en aanbod in de gehele Drentse woningvoorraad op de lange termijn en is hiertoe afgestemd binnen de woningmarktregio’s; b) Benoemt ten minste de kwaliteit, kwantiteit, doelgroepen, duurzaamheid en kernenstructuur; c) Schetst de opgaven in de bestaande woningvoorraad; d) Geeft aan op welke wijze balans op lange termijn wordt gerealiseerd, en e) Geeft een lange termijnbeeld. 5.2.4

Toetsing van het initiatief aan de Omgevingsverordening Drenthe 2024

In voorliggend geval wordt een bestaande zorgvilla uitgebreid met zeven extra wooneenheden. Deze uitbreiding is geprojecteerd binnen het bestaand stedelijk gebied van de kern Nijeveen. Aangezien de ontwikkeling niet plaatsvindt in het Landelijk Gebied aansluitend op het bestaand stedelijk gebied, hoeft er niet getoetst te worden aan de gemeentelijke woonvisie. Echter, ter volledigheid wordt de ontwikkeling wel getoetst aan de gemeentelijke bouwstenennotitie in paragraaf 5.3.2. Er wordt

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

20

Nijeveen, Dorpsstraat 57, 59 Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met de gemeentelijke woonvisie. Hiermee wordt tevens voldaan aan artikel 3.16 uit de Omgevingsverordening Drenthe 2024. 5.2.5

Conclusie toetsing aan het provinciale beleid

Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met de uitgangspunten uit het provinciaal beleid zoals genoemd in de Omgevingsvisie Drenthe en is verankerd in de Omgevingsverordening Drenthe 2024.

5.3

Gemeentelijk beleid

Het gemeente beleid is verwoord in tal van beleidsplannen het gebied van wonen, gezondheid, veiligheid, goede omgevingskwaliteit en duurzaamheid als centrale thema’s gekoppeld aan maatschappelijke doelen uit artikel 1.3 van de Omgevingswet. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de structuurvisie en andere voor voorliggend initiatief relevante beleidsstukken. 5.3.1

Structuurvisie 2030

5.3.1.1 Algemeen In november 2013 stelde de gemeenteraad van Meppel de Structuurvisie 2030 vast. De Structuurvisie kreeg de titel ‘Duurzaam verbinden’. Meppel werkt de komende jaren aan duurzame verbindingen. Verbindingen in de brede regio, verbindingen met omliggende gemeenten en verbindingen met de eigen inwoners. De structuurvisie dient de komende jaren voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in de gemeente als leidraad. In afbeelding 5.1 is een uitsnede van de kaart behorende bij de structuurvisie opgenomen.

Afbeelding 5.1

Uitsnede kaart structuurvisie (Bron: gemeente Meppel)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

21

Nijeveen, Dorpsstraat 57, 59 Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) 5.3.1.2 Thema: Dorpen, Nijeveen In Tot Nijeveen (en bijhorende dorpen Kolderveen, Nijeveense Bovenboer en Kolderveense Bovenboer) in 1998 onderdeel werd van de gemeente Meppel was het een zelfstandige gemeente. Nijeveen en Kolderveen vormen een landelijk gebied met een grote mate van openheid en weidsheid. Nog altijd vormen de oudste linten van Kolderveen en Nijeveen de cultuurhistorische dragers en beeldmerken van dit gebied. De 'dorpskom' van Nijeveen is vanaf de jaren '70 ontworpen. Driekwart van de woningvoorraad bestaat uit eengezins koopwoningen. De voorraad sluit aan bij de vele gezinnen met kinderen (44% van de huishoudens). In het dorp wonen meer ouderen dan in het buitengebied. In de dorpskern, dichtbij de voorzieningen, is behoefte aan woonruimte voor senioren. Levensloopbestendig maken, renovatie en vervangende nieuwbouw zal pluksgewijs worden gerealiseerd. Op termijn wordt ook een woonzorgzone ontwikkeld. Het aanwezige groen draagt bij aan de identiteit van Nijeveen en daarmee ook aan de ruimtelijke kwaliteit. Het verbeteren van de kwaliteit, bruikbaarheid en bereikbaarheid van het aanwezige groen is belangrijk. Nadat Danninge Erve Zuid volgebouwd is, is Nijeveen qua woningbouw voorlopig afgerond.

De bouw van de laatste fase van Danninge Erve zal naar verwachting ongeveer 15 jaar duren. Kleinschalig kan in de toekomst nog iets worden uitgebreid. De ruimtelijke integratie van voormalig recreatieterrein de Wiede Landen wordt gezien bovenstaande ambities in deze structuurvisieperiode niet reëel geacht. 5.3.1.3 Wonen / welzijn / zorg De combinatie wonen, welzijn en zorg staat in het teken van preventie, zelfredzaamheid en levensloopbestendigheid. De signalering voor basishulp gebeurt in de toekomst binnen onderlinge netwerken. De oplossingen zoeken inwoners zoveel mogelijk dichtbij, in eigen kring. We maken ruimschoots gebruik van zorgtechnologie, maar alleen indien dit leidt tot efficiency bij de zorgorganisatie en een grotere regie van de cliënt. Vereenzaming dient zoveel mogelijk voorkomen te worden. Het aanbieden van zorg gebeurt op kleinschalig niveau, we spreken van zorg in de wijk, en over zorg-service die we samen met en naar de behoefte van onze inwoners optuigen. Dit kan ertoe leiden dat we het woningbestand zorg-proof maken samen met corporaties en particulieren (aanbouw - uitbouwen maken) ook in regionaal verband. Het toevoegen van levensloopbestendige woningen alleen is niet voldoende, de uitdaging zit hem in de bestaande voorraad.

5.3.1.4 Toetsing aan de Structuurvisie 2030 Het voornemen bestaat om de bestaande zorgvilla aan de Dorpsstraat 57, 59 uit te breiden met zeven extra wooneenheden. De woningen zijn bedoeld voor mensen met een geestelijke of lichamelijke beperking, of mensen die tijdelijke opvang zoeken. De ontwikkeling is in overeenstemming met hetgeen beschreven in de Structuurvisie 2030, aangezien er binnen de kern Nijeveen zorgwoningen gerealiseerd worden, dit draagt bij aan de wens voor een woonzorgzone. Daarnaast wordt met de beoogde ontwikkeling een bijdrage geleverd aan het aanbieden van zorg op een kleinschalig niveau. Zorgvilla Nova valt onder een zorg-service die samen met en naar behoefte van de inwoners is opgezet. Gezien het bovenstaande wordt geconcludeerd dat de ontwikkeling in overeenstemming is met de Structuurvisie 2030. 5.3.2

Bouwstenennotitie wonen ten behoeve van de Omgevingsvisie

5.3.2.1 Algemeen Uitgangspunt bij het opstellen van de Omgevingsvisie is, dat er geen sectorale beleidsplannen, zoals een woonvisie, meer worden opgesteld, maar dat het woonbeleid wordt opgenomen in de integrale Omgevingsvisie. De gemeente Meppel heeft verschillende opties onderzocht voor een oplossing voor het woonbeleid voor de korte termijn. Het bleek niet haalbaar om het Omgevingsprogramma Wonen naar voren te halen. Ook het verlengen van de verlopen woonvisie, was niet wenselijk. Daarom heeft de gemeente Meppel gekozen voor een ‘bouwstenennotitie wonen ten behoeve van de omgevingsvisie’, passend in het proces van de Omgevingsvisie. In de bouwstenennotitie komen de gemeentelijke ambities ten aanzien van de volkshuisvestelijke prioriteiten aan de orde, zodat de corporaties en andere 6 stakeholders, zoals marktpartijen en zorgaanbieders, hun bijdragen aan deze prioriteiten kunnen vormgeven. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

22

Nijeveen, Dorpsstraat 57, 59 Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA)

5.3.2.2 Woningmarktonderzoek gemeente Meppel Wonen en zorg voor ouderen Er is nu geen tekort aan 24-uurszorg voor ouderen. De behoefte groeit richting 2030 door de vergrijzing met 110 plekken. Dit kan ingevuld worden door nieuwe zorginstellingen (verpleeghuizen) of door zorg thuis in een gevarieerd aanbod van geclusterde woonvormen (tussenvormen) en voor een beperkt deel in de reguliere woning. In de trendraming is er rekening mee gehouden dat een deel van deze vraag in de reguliere woningvoorraad wordt opgevangen (circa 1/3 deel). Mocht dat meer worden, gezien het Rijksbeleid om verpleegzorg thuis te gaan organiseren, dan groeit de woningbehoefte verder. Wonen en zorg voor Verstandelijk gehandicapten (VG) De doelgroep VG gaat in toenemende mate lokaal wonen en hierdoor verandert het aandeel mensen met een verstandelijke beperking op de bevolking richting het landelijk gemiddelde. Het aantal VGindicaties in de regio Zuidwest-Drenthe en Meppel ligt boven het landelijk gemiddelde. Er is een actueel tekort aan 90 plekken geclusterde woonvormen voor mensen met een verstandelijke beperking. Deze plekken kunnen binnen reguliere woningen gevonden worden. 5.3.2.2 Kiezen voor inbreiding en uitbreiding Er zijn zowel inbreidingslocaties als uitbreidingslocaties nodig om te voorzien in de totale woningbehoefte. Er wordt zoveel als mogelijk in bestaand bebouwd gebied gebouwd.

Maar daarmee kan niet worden volstaan. In aanvulling daarop wordt gebouwd Nieuwveense Landen. Dit is een lopende ontwikkeling, waarvoor al een onherroepelijk bestemmingsplan is vastgesteld. Deelplan 1 is nagenoeg volgebouwd. En wordt gewerkt aan de ontwikkeling van de volgende deelgebieden, waar totaal nog circa 1600 woningen kunnen worden gebouwd. Ook is de gemeente volop bezig met de ontwikkeling van inbreidingsprojecten in de Binnenstad, aan de rand van de Binnenstad en in bestaande woonwijken. De hiervoor aangebrachte focus leidt tot een goede mix van inbreiding en uitbreiding Uitbreiding met circa 1600 woningen in Nieuwveense Landen en circa 80 woningen in Danninge Erve Zuid. En inbreiding met circa 950 woningen in Noordpoort, aangevuld met een aantal binnenstedelijke locaties (Urzo, en wellicht Swaenenborgh), diverse locaties in de woonwijken (Mulo locatie, oude LTS locatie) en op termijn het Stationsgebied. 5.3.2.3 Toetsing aan de Bouwstenennotitie wonen ten behoeve van de Omgevingsvisie De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de uitbreiding van een zorgvilla aan de Dorpsstraat 57 en 59 in Nijeveen. Ter plaatse wordt zorggeboden aan geestelijk en verstandelijk beperkten of mensen die tijdelijke opvang zoeken. Initiatiefnemer is voornemens de zorgvilla uit te breiden met zeven extra wooneenheden.

Uit de bouwstenennotitie blijkt dat de doelgroep VG in toenemende mate lokaal gaat wonen. Daarnaast is er een tekort aan 90 plekken geclusterde woonvormen voor mensen met een verstandelijke beperking. Voorliggende ontwikkeling voorziet in wooneenheden die dit tekort tegen gaat en die de lokale bevolking een kans biedt om weer dicht bij familie te wonen. Daarnaast legt de gemeente de focus op inbreiding en uitbreiding binnen het bestaand stedelijk gebied. De gewenste ontwikkeling sluit hierbij aan, door de bestaande bebouwing uit te breiden ten behoeve van de zeven nieuwe wooneenheden. Gelet op het bovenstaande is de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming met de Bouwstenennotitie wonen ten behoeve van de Omgevingsvisie. 5.3.3

Conclusie toetsing aan het gemeentelijk beleid

Het voornemen past binnen het relevante beleid van de gemeente Meppel.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

23

Nijeveen, Dorpsstraat 57, 59 Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA)

HOOFDSTUK 6 6.1

OMGEVINGSVEILIGHEID

Algemeen

Op basis van paragraaf 5.1.2 van het Bkl houdt het bevoegd gezag bij het evenwichtig toedelen van functies aan locaties rekening met het waarborgen van de veiligheid. In dit hoofdstuk komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit de veiligheid gewaarborgd wordt. Gedoeld wordt op het waarborgen van de veiligheid ter voorkoming van een branden, rampen of crises. In bijlage VII van het Bkl zijn activiteiten aangewezen als risicobronnen. Deze risicobronnen zijn van belang voor de regels over het plaatsgebonden risico en aandachtsgebieden. Het betreft de volgende activiteiten: • • • •

Activiteiten met gevaarlijke stoffen bij bedrijven. Dit zijn verschillende milieubelastende activiteiten uit het Besluit activiteiten leefomgeving; Het basisnet vervoer gevaarlijke stoffen (weg, water en spoor); Buisleidingen met gevaarlijke stoffen die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteiten leefomgeving; Windturbines die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteit leefomgeving.

Daarnaast staan in het Bkl ook instructieregels voor de volgende risicobronnen die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteiten leefomgeving: • • • •

Opslaan, bewerken en herverpakken van vuurwerk (afdeling 5.1.2.4 Bkl); Opslaan en bewerken van ontplofbare stoffen voor civiel gebruik (afdeling 5.1.2.5 Bkl); Exploiteren van een IPPC-installatie voor het maken van explosieven (afdeling 5.1.2.5 Bkl); Opslaan en bewerken van ontplofbare stoffen voor militair gebruik (afdeling 5.1.2.5 Bkl).

Het werken met aandachtsgebieden voor externe veiligheidsrisico’s is een nieuwe manier van omgaan met het groepsrisico (artikel 5.12 t/m 5.15 Bkl). Een aandachtsgebied geldt van rechtswege. Deze worden vastgelegd in het Register Externe Veiligheid en zijn digitaal raadpleegbaar. Voor het project moet binnen deze aandachtsgebieden rekening worden gehouden met het groepsrisico. Hier wordt aan voldaan door in het aandachtsgebied geen beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen toe te laten en ook geen beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties. Deze gebouwen en locaties zijn wel toelaatbaar als er daarvoor extra maatregelen worden genomen. Dat dient te geschieden met voorschriftengebieden. Voor een project dient in principe een aandachtsgebied als voorschriftengebied te worden aangewezen als er met het project kwetsbare gebouwen worden toegestaan. In een voorschriftengebieden gelden de extra bouweisen van paragraaf 4.2.14 Besluit bouwwerken leefomgeving (hierna: Bbl). 6.2

Situatie in en bij het projectgebied

Middels de signaleringskaart zijn de ter plaatse aanwezige risicobronnen inzichtelijk gemaakt. In afbeelding 6.1 is een uitsnede van de signaleringskaart opgenomen. Het projectgebied is aangegeven met een rode ster.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

24

Nijeveen, Dorpsstraat 57, 59 Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA)

Afbeelding 6.1

Risicobronnen in en rondom het projectgebied (Bron: EV Signaleringskaart)

In de nabijheid van het projectgebied liggen meerdere relevante risicobronnen, te weten een opslagtank voor gas, een buisleiding, een spoorlijn en de Rijksweg A32. Het projectgebied ligt op ruim 830 meter afstand van gifwolkaandachtsgebied behorende bij de spoorlijn en de A32. Het projectgebied ligt op 350 meter van het belemmeringengebied bij de buisleiding en op 620 meter van het explosieaandachtsgebied van de opslagtank voor gas. Gelet op deze ruime afstand tussen het projectgebied en de risicobronnen wordt geconcludeerd dat een verdere toetsing niet noodzakelijk is. 6.3

Conclusie

Met de voorgenomen activiteit wordt de omgevingsveiligheid in voldoende mate gewaarborgd.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

25

Nijeveen, Dorpsstraat 57, 59 Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA)

HOOFDSTUK 7

BESCHERMEN VAN DE WATERBELANGEN

Op basis van paragraaf 5.1.3 van het Bkl houdt het bevoegd gezag bij het evenwichtig toedelen van functies aan locaties rekening met het beschermen van de waterbelangen. In dit hoofdstuk wordt daarom ingegaan op het effect van de ontwikkeling op de waterhuishouding.

7.1

Vigerend beleid

7.1.1

Europees beleid

De Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) is op 22 december 2000 in werking getreden en is bedoeld om in alle Europese wateren de waterkwaliteit chemisch en ecologisch verder te verbeteren. De Kaderrichtlijn Water omvat regelgeving ter bescherming van het binnenlandse oppervlaktewater, overgangswateren (waaronder estuaria worden verstaan), kustwateren en grondwater. Voor het uitwerken van de doelstellingen worden er op (deel)stroomgebied plannen opgesteld. In deze (deel)stroomgebiedbeheersplannen staan de ambities en maatregelen beschreven voor de verschillende (deel)stroomgebieden. Met name de ecologische ambities worden op het niveau van de deelstroomgebieden bepaald. 7.1.2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meppel&id=c0b9e6e1-47ae-444c-98f3-a3bd35265f36