Rekenkamerrapport - Armoedebeleid Meppel en Staphorst
Tekst van het document
Rekenkameronderzoek armoedebeleid
In Meppel en Staphorst
www.ipsos-publiek.nl
Colofon Uitgave Ipsos I&O Piet Heinkade 55 1019 GM Amsterdam
Rapportnummer 2024/286
Datum november 2024
Opdrachtgever Rekenkamer Meppel, Staphorst, Steenwijkerland en Westerveld
Auteurs
Rachel Beerepoot Teije ten Den Leon Heuzels
Copyright
Het overnemen uit deze publicatie is toegestaan, mits de bron duidelijk wordt vermeld.
Rekenkameronderzoek armoedebeleid
2 van 41
Inhoudsopgave Conclusies en aanbevelingen _________________________________________________________________ 4 1
Inleiding _____________________________________________________________________________ 9 1.1 1.2 1.3 1.4
2
Beleid ______________________________________________________________________________ 11 2.1 2.2 2.3
3
Armoede in cijfers _________________________________ Gebruik van armoede- en minimaregelingen _________________ Zicht op armoede _________________________________ Ervaring inwoners in armoede __________________________
22 25 26 29
Bijlagen ____________________________________________________________________________ 31 A.1 A.2 A.3 A.4 A.5 A.6 A.7
B
Uitvoeringsplannen _________________________________ 16 Samenwerking met maatschappelijke organisaties _______________ 17
Monitoring en resultaten____________________________________________________________ 22 4.1 4.2 4.3 4.4
A
Landelijke opdracht aan gemeenten _______________________ 11 Inrichting beleid in Meppel en Staphorst _____________________ 12 Doelen, ambities en doelgroepen _________________________ 13
Praktijk en uitvoering _______________________________________________________________ 16 3.1 3.2
4
Aanleiding ______________________________________ 9 Hoofdvragen _____________________________________ 9 Methoden _______________________________________ 9 Leeswijzer ______________________________________ 10
Normenkader ____________________________________ 31 Onderzoeksvragen en beleidstheorie _______________________32 Context armoede _________________________________ 34 Documentenlijst __________________________________ 36 Overzicht interviews _______________________________ 36 Overzicht regelingen en organisaties in Meppel _________________37 Overzicht regelingen en organisaties in Staphorst ______________ 38
Bestuurlijke reacties ________________________________________________________________ 39 B.1 B.2
Bestuurlijke reactie Meppel ___________________________ 39 Bestuurlijke reactie Staphorst __________________________ 40
Rekenkameronderzoek armoedebeleid
3 van 41
Conclusies en aanbevelingen Ipsos I&O deed in opdracht van de rekenkamer Meppel, Staphorst, Steenwijkerland en Westerveld onderzoek naar het armoede- en minimabeleid in de gemeenten Meppel en Staphorst. In dit onderzoek stonden de volgende onderzoeksvragen centraal: 1 Hoe effectief en doelmatig is het armoedebeleid in beide gemeenten en zijn er nog verbeteringsmogelijkheden te realiseren en zo ja, welke? 2 Wat kunnen beide gemeenten van elkaar leren op het gebied van armoede- en minimabeleid? Gedurende het onderzoek is gekeken naar het beleid, de vertaling van beleid naar de praktijk, de uitvoering en monitoring en tot slot de bereikte resultaten. Hieronder volgen de belangrijkste conclusies met daarna de aanbevelingen aan het college en de raad van beide gemeenten.
Beleid en inrichting Gemeenten spelen een grote rol in de armoedebestrijding en schuldhulpverlening. Naast het uitvoeren van taken die in landelijke wetgeving zijn vastgelegd, zoals de Participatiewet, de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening en tijdelijke maatregelen zoals het Noodfonds Energie, krijgen gemeenten veel beleidsvrijheid om de aanpak van armoede en schulden vorm te geven. • Meppel werkt sinds 2016 met een (tot 2021 niet op papier vastgelegde) armoedeaanpak. Ook is er sinds dat jaar een Armoedepact actief waarin de gemeente en maatschappelijke organisaties afspraken hebben gemaakt om armoede te bestrijden en minima te helpen. In 2023 is het beleidsplan Armoede en Schulden vastgesteld, nadat eerder in 2021 de evaluatie van de armoedeaanpak en het werkplan ‘Vroeg eropaf’ (gericht op vroegsignalering) verschenen. In Q4 2024 verschijnt een uitvoeringsplan. • De gemeente Staphorst kende tussen 2019 en 2022 een beleidsplan Armoede en Schulden, waarin de visie en alle activiteiten beschreven stonden. Sinds 2022 vallen armoederegelingen onder het Integraal Beleidsplan Sociaal Domein ‘Iedereen Doet Mee’ onder het thema ‘Participatie’. De gemeente kent nog geen uitvoeringsplan. Beide beleidsplannen bevatten een probleemanalyse en de gemeenten weten goed aan te geven waar aandachtspunten liggen.
De doelen zijn in beide beleidsplannen vooral ‘hoog-over’, maar sluiten aan bij de landelijke opdracht die gemeenten hebben. Zo is er aandacht voor kinderarmoede, het vergroten van het bereik van regelingen en in het geval van Staphorst ook voor specifieke doelgroepen (statushouders) en vraagverlegenheid van inwoners. Deze doelen moeten echter vooral als een ambitie voor de lange termijn worden gezien. Een concreter uitvoeringsplan ontbreekt op dit moment (november 2024) in beide gemeenten. Dit maakt het – op papier - niet goed inzichtelijk wat beide gemeenten voornemens zijn om op kortere termijn te realiseren, aansluitend op de lange termijn doelen. Dit beperkt de mogelijkheid om te sturen. De gemeente Meppel maakt wel onderscheid naar activiteiten per te bereiken doel, maar geeft daarbij ook aan dat zij nog aan het onderzoeken zijn hoe deze activiteiten in de nabije toekomst worden vormgegeven. Dit maakt de doorwerking van beleid naar praktijk tot op zekere hoogte inzichtelijk, maar niet volledig. De gemeente Staphorst wacht de resultaten van dit onderzoek af tot zij overgaan tot ontwikkeling van een uitvoeringsplan. De kleinere omvang van de gemeente maakt de situatie in Staphorst wel overzichtelijker.
Rekenkameronderzoek armoedebeleid
4 van 41
Als we kijken naar de schuldhulpverlening dan hebben beide gemeenten dit belegd bij de Gemeentelijke Kredietbank. Het verschil tussen beide gemeenten is dat de gemeente Meppel een gemeente is binnen de gemeenschappelijk regeling (GR) en Staphorst een zogenaamde dienstverleningsovereenkomst (DVO) heeft met de GKB. Beide gemeenten hebben bovendien een werkwijze rond vroegsignalering ingesteld. Hiermee voldoen beiden aan de wettelijke taak.
Uitvoering en sturing Bij de uitvoering van het armoede- en minimabeleid zien we een verschil in aanpak van beide gemeenten, hoewel op termijn de gemeente Staphorst elementen van de werkwijze die de gemeente Meppel hanteert ook wil implementeren. • Meppel zet sterk in op partnerschap en samenwerking met maatschappelijke organisaties. Dit doen zij onder andere in het Armoedepact waarin grote en kleinere maatschappelijke organisaties afspraken maakten om armoede te bestrijden en minima te helpen. Ook treedt de gemeente vaak in overleg met organisaties als Kindsupport en de Arme Kant van Meppel. Daarnaast kent de gemeente een Geldloket waarbij inwoners laagdrempelig vragen over financiën en geldzaken kunnen stellen en is er een ervaringsdeskundige in dienst die vanuit het perspectief van de inwoner bijdraagt aan beleid en uitvoering (voorzitter Armoedepact). • Zowel het aantal inwoners als de schil aan maatschappelijke organisaties is kleiner in Staphorst. De gemeente Staphorst voert een groter deel van het armoedebeleid zelf uit. Zo nemen medewerkers van de gemeente zelf aanvragen voor het Fonds Deelname Maatschappelijke Activiteiten (FDMA) in behandeling. De gemeente werkt samen met verschillende maatschappelijke partners, maar heeft de ambitie om de onderlinge samenwerking te intensiveren.
De samenwerking met de maatschappelijke organisaties heeft in Meppel op verschillende wijzen meerwaarde. Er is een gids gepubliceerd waarin alle armoederegelingen staan opgenomen, samen met de contactgegevens. Dit lijkt ook aan te sluiten bij de behoefte van inwoners. Het uitgevoerde inwoneronderzoek laat zien dat mensen die moeilijk kunnen rondkomen het vaak ingewikkeld vinden om hulp te vragen bij de gemeente, ook denken zij dat ze niet in aanmerking komen voor (meer) hulp van de gemeente. Zij benoemen dat ze niet weten waar ze naartoe moeten of vinden het moeilijk om te begrijpen waar ze recht op hebben. Verschillende inkomensnormen die gelden bij verschillende regelingen spelen hier een rol. Hierdoor wordt het voor een deel van de inwoners (te) ingewikkeld en laat men mogelijk een aanvraag liggen. Deze inwoners kunnen ook laagdrempelig en informeel een aanvraag indienen bij een intermediair, die contact op kan nemen met de gemeente. Inwoners die er moeite mee hebben om naar de gemeente te stappen voor hulp, kunnen zo ook via andere routes ondersteuning krijgen. De ervaringen met deze genoemde initiatieven zijn dan ook goed. Er ligt een goede basis voor samenwerking met het Armoedepact, maar er zijn tijdens het onderzoek ook geluiden gehoord dat partijen in het pact meer sturing wensen van de gemeente.
Er zijn veel partijen vertegenwoordigd in het pact, wat de kans op versplintering of onduidelijk onderscheid vergroot bij onvoldoende sturing. Het beleid en haar doelen bieden, zoals hierboven al geconstateerd, voor enkele van deze partijen te weinig houvast. Een ander concreet verbeterpunt dat in dit onderzoek naar voren is gekomen is de toegankelijkheid van de website van de gemeente Meppel voor inwoners. Deze is niet duidelijk genoeg en/of het is voor inwoners lastig te navigeren.
Rekenkameronderzoek armoedebeleid
5 van 41
De gemeente Staphorst kent nog niet een dergelijke gestructureerde samenwerking als in de gemeente Meppel, hoewel de lijnen tussen beleid en uitvoering en met de verschillende maatschappelijke organisaties kort zijn. Een informeel loket en meer gestructureerde samenwerking tussen organisaties kan de toegang naar de regelingen verbeteren en ook bijdragen aan het doel om vraagverlegenheid aan te pakken. Gemeentelijke medewerkers voeren veel van de armoederegelingen zelf uit. Op basis van de gesprekken met de medewerkers concluderen wij dat de huidige regelingen, zoals de FDMA, herzien moeten worden. De huidige opzet werkt oneigenlijk gebruik in de hand: er zijn twijfels of alle verstrekte middelen uit het FDMA ook bijdragen aan meer maatschappelijke participatie van de ontvangers.
Monitoring •
•
De gemeente Meppel onderzoekt of de activiteiten die opgenomen zijn in het beleidsplan bijdragen aan de gestelde doelen. De wijze van monitoring wordt globaal omschreven, waarbij het niet duidelijk wordt hoe de bijdrage van de activiteiten wordt bepaald. Resultaten van deze monitoring zijn gedurende dit onderzoek niet gezien, de verwachting is dat dit opgenomen wordt in het te verschijnen uitvoeringsplan. De gemeente Staphorst kent een monitor sociaal domein waar armoede en financiële zelfredzaamheid onderdeel van is. Daarin worden onder meer de resultaten van de vroegsignalering rond schuldhulpverlening opgenomen. Daartegenover staat dat in Staphorst beperkt zicht is op activiteiten die kerkelijke organisaties op zich nemen op het gebied van armoede. Hierdoor worden mogelijk inwoners gemist die gebruik kunnen maken van regelingen, maar dat niet doen.
Bereik en resultaten Als we kijken naar het bereik van de regelingen, zien we dat het bereik van de verschillende regelingen gemiddeld genomen hoger is in Meppel. Dat heeft drie logische verklaringen: 1) Meppel kent een groter netwerk aan maatschappelijke organisaties, waarbij inwoners laagdrempeliger aanvragen kunnen doen. Denk daarbij aan organisaties zoals Kindsupport met een bereik van acht op de tien kinderen; 2) Staphorster inwoners een grotere vraagverlegenheid kennen en; 3) kerkelijke organisaties in Staphorst ook activiteiten op het gebied van armoede uitvoeren, waarvan deelnemers bij die activiteiten niet snel bij de gemeente aanvragen doen. Of het bereik ‘voldoende’ is, valt niet eenduidig vast te stellen. Een bereik van honderd procent is niet realistisch, omdat er ook inwoners zijn die niet gevonden willen worden of eerst zonder hulp van de gemeente hun zaken willen regelen. Wel kan geconcludeerd worden dat initiatieven en activiteiten van de gemeenten op het gebied van armoede en minima voldoen aan de wettelijke eisen. Een goed voorbeeld is de succesvolle inzet van vroegsignalering om (ergere) schuldenproblematiek bij inwoners te voorkomen, zodat inwoners die eerst zelf problemen willen oplossen snel op het netvlies van de gemeente staan. Het armoedebeleid is daarmee doeltreffend.
Ook is het aannemelijk dat de activiteiten waar op ingezet wordt aansluiten bij het (beter) behalen van de doelen uit het beleid, waarmee het ook aannemelijk is dat beleid en uitvoering doelmatig zijn. Denk daarbij aan initiatieven om laagdrempeliger en informeel hulp te vragen. Hierbij moet wel opgemerkt worden dat een deel van deze vraag beantwoordt moet worden met de resultaten van de onderzoeken die de gemeente Meppel uitvoert naar de activiteiten en dat de gemeente Staphorst nog stappen moet zetten om de toegang naar
Rekenkameronderzoek armoedebeleid
6 van 41
armoede- en minimaregelingen informeler moet opzetten. Er zijn dus wel verbeterpunten om de doelmatigheid van het gevoerde beleid te verbeteren en beter aantoonbaar te maken.
Wat kunnen de gemeenten van elkaar leren? Als wij het bovenstaande samenvatten dan concluderen wij dat beide gemeenten een doordacht beleid voeren op het gebied van armoede en minima. Wel verschillen de sterke punten in beide gemeenten van elkaar: • De gemeente Meppel kenmerkt zich door een zeer betrokken veld met maatschappelijke organisaties. Er is veel ingezet op samenwerking en informele toegang. Dit werpt, onder andere met stichting Kindsupport, zijn vruchten af. Tegelijk is het niet goed inzichtelijk hoe beleid wordt gemonitord en is het de vraag in welke mate (bij)gestuurd kan worden om doeltreffendheid en doelmatigheid te bevorderen. Met andere woorden: de praktijk is een sterk punt en ‘hoe het op papier staat’ een verbeterpunt. Het risico bestaat dat de gemeente Meppel de juiste activiteiten uitvoert, maar verschillende partijen toch een gebrek aan grip en informatie ervaren in de uitvoering, waardoor de kans groter is dat gestuurd wordt op incidenten, vermoedens of landelijke beelden die niet representatief zijn voor Meppel. • In Staphorst zien we in zekere zin het tegenovergestelde. In het beleid is een goede probleemanalyse opgenomen, zijn doelgroepen met specifieke kenmerken geïdentificeerd en is er een duidelijke wijze van monitoren vastgesteld. Daarmee zijn de sturingsmogelijkheden op papier goed belegd.
Staphorst kan daarentegen nog stappen zetten in de samenwerking met maatschappelijke organisaties om zo ook de stap naar de gemeente informeler en kleiner te maken. Ook zijn sommige van de beschikbare regelingen verouderd, waarbij gekeken kan worden naar herziening van deze regelingen. Het risico is hier dat het initiatief op papier goed is, maar dat activiteiten onvoldoende aansluiten en kansen voor inwoners gemist worden.
Aanbevelingen Meppel •
•
•
Aanbeveling aan het college (1/2): Zorg er voor dat het uitvoeringsplan een vertaling van beleid naar praktijk wordt. Zorg voor kortetermijndoelstellingen waar op gestuurd kan worden. Waak er daarmee voor dat een initiatief als het Armoedepact geen overlegorgaan wordt, maar een samenwerkingsverband blijft die werkt aan een gemeenschappelijk doel. Aanbeveling aan het college (2/2): Verbeter, in lijn met initiatieven als het Geldloket en de gids met armoederegelingen, de toegankelijkheid van de gemeentelijke website zodat inwoners makkelijker informatie kunnen vinden over armoede- en minimaregelingen. Aanbeveling aan de raad (1/1): Ga na of met de huidige stukken en informatievoorziening de controlerende rol als raad goed ingevuld kan worden. Zo niet, vraag het college om resultaten van monitoring van het beleid.
Aanbevelingen Staphorst •
•
•
Aanbeveling aan het college (1/2): Kijk, indien mogelijk, met kerkelijke organisaties waar initiatieven elkaar kunnen versterken en/of controleer of er geen inwoners zijn die tussen wal en schip vallen. Aanbeveling aan het college (2/2): Zoek de samenwerking met maatschappelijke organisaties op en zorg voor meer informele toegangspunten naar regelingen. Kijk naar vergelijkbare samenwerkingsverbanden of overleggen voor de inrichting van de eigen samenwerking. Aanbeveling aan het college en de gemeenteraad (1/1): Bekijk welke van de huidige armoedeen minimaregelingen (zoals de FDMA) aan vernieuwing toe zijn en herzien kunnen worden zodat zij beter aansluiten bij de doelen van het beleid.
Rekenkameronderzoek armoedebeleid
7 van 41
Nota van bevindingen
Rekenkameronderzoek armoedebeleid
8 van 41
1
Inleiding
1.1
Aanleiding
De rekenkamer Meppel, Staphorst, Steenwijkerland en Westerveld heeft besloten tot een onderzoek naar het armoedebeleid van de gemeenten Meppel en Staphorst. Ipsos I&O onderzocht samen met, en in opdracht van, de rekenkamer de doelmatigheid en doeltreffendheid van het armoede- en minimabeleid van de genoemde gemeenten. Daarnaast is gekeken wat beide gemeenten van elkaar kunnen leren op het gebied van armoede en minimabeleid.
1.2
Hoofdvragen
De twee hoofdvragen van het onderzoek zijn: 1. Hoe effectief en doelmatig is het armoedebeleid in beide gemeenten en zijn er nog verbetermogelijkheden te realiseren en zo ja, welke? 2. Wat kunnen beide gemeenten van elkaar leren op het gebied van armoede- en minimabeleid? Er zijn deelvragen opgesteld ten aanzien van beleid, uitvoering, monitoring, effecten en doelbereiking. Dit is vervolgens vertaald naar een beleidstheorie die de rode draad vormde voor de uitvoering van het onderzoek, zoals bij het opstellen van de gespreksleidraden. Een volledig overzicht van alle deelvragen en de beleidstheorie vindt u in bijlage A2.
1.3
Methoden
Voorbereiding Het onderzoek is gestart met een kick-off en het vaststellen van het normenkader. Het normenkader staat in bijlage A. Tijdens de voorbereiding is contact gelegd met de ambtelijke organisatie van de gemeenten Meppel en Staphorst en zijn afspraken gemaakt over aan te leveren documenten, de te interviewen personen en het afnemen van de enquête.
Gegevensverzameling De resultaten in dit rapport zijn verkregen uit 1) deskresearch, 2) interviews en groepsgesprekken met ambtelijk betrokkenen, raadsleden en maatschappelijke stakeholders en 3) een enquête. • Deskresearch Het onderzoek startte met het analyseren van aangeleverde beleidsdocumenten, P&C-stukken, onderzoeken, evaluaties en andere monitoringsinformatie. Hiermee is een eerste beeld verkregen van het beleid, gestelde doelen, ambities, betrokken maatschappelijke organisaties. Met de deskresearch zijn onder andere de gespreksleidraden opgesteld. Een volledig overzicht van de bestudeerde documenten vindt in bijlage A4. • Interviews met ambtelijke betrokkenen en maatschappelijke stakeholders In totaal is met 19 ambtelijke betrokkenen en maatschappelijke organisaties gesproken. Vooraf ontvingen de deelnemers een lijst met (mogelijke) gespreksonderwerpen. Van ieder interview is een gespreksverslag gemaakt. Deze zijn na afloop aan de betrokkenen voorgelegd, ter controle op volledigheid en juistheid. De lijst met geïnterviewde personen staat opgenomen in bijlage A5.
Rekenkameronderzoek armoedebeleid
9 van 41
• Enquêteonderzoek onder minima Twee straatenquêteurs van Ipsos I&O waren aanwezig op verschillende locaties in Meppel en Staphorst om een korte vragenlijst af te nemen of deze uit te delen zodat inwoners deze later (kosteloos) terug konden sturen. De vragenlijst had vragen over kunnen rondkomen, de bekendheid met minimaregelingen, ervaringen met het aanvraagproces en stellingen over hulp durven vragen bij de gemeente. In overleg met de ambtelijk contactpersonen zijn locaties bepaald waar de kans groter is dat personen met een kleinere portemonnee komen. Enquêteren vond plaats van woensdag 26 juni tot en met maandag 31 juni 2024. In Meppel zijn enquêtes uitgedeeld bij de bibliotheek, waar het Geldloket gevestigd is, de Voedselbank, de MenSa en op straat bij de markt en het winkelcentrum Koedijkslanden. In Staphorst is geënquêteerd op de markt in het centrum, bij de Poiesz supermarkt, de Lidl en de Boni. In totaal vulden 74 inwoners de vragenlijst in (53 uit Meppel en 18 uit Staphorst). Daarmee kunnen alleen indicatieve uitspraken worden gedaan. Tijdens de analyse is gekeken in hoeverre de antwoorden op de vragenlijst overeenkwamen met bevindingen uit de deskresearch en de interviews. Enkele opvallende resultaten uit de analyse zijn meegenomen. De relatief lage respons heeft mede te maken met de weersomstandigheden.
Het was erg warm deze dagen en op de markt en bij de winkelcentra was weinig schaduw. Hierdoor was er weinig winkelend publiek. Ter plekke werden weinig enquêtes ingevuld, er zijn wel veel vragenlijsten meegegeven zodat inwoners die konden opsturen. Bij de Voedselbank was het alleen mogelijk om vragenlijsten uit te delen en niet af te nemen. In totaal zijn ongeveer 200 vragenlijsten uitgedeeld met een antwoordenvelop van Ipsos I&O. In veel gevallen is de vragenlijst dus uiteindelijk niet ingevuld en/of opgestuurd. • Gesprekken met de raad en de portefeuillehouders Tot slot zijn twee groepssessies met raadsleden en twee interviews met de portefeuillehouders in Meppel en Staphorst gehouden. Aan raadsleden is hun visie op het armoede- en minimabeleid gevraagd en bij de portefeuillehouders zijn eerste bevindingen voorgelegd en is ook hun visie op het onderwerp aan bod gekomen.
1.4
Leeswijzer
In deze nota van bevindingen beschrijven wij in hoofdstuk 2 het beleid van beide gemeenten. Daarin wordt ingegaan op de landelijke wet- en regelgeving, ambities, doelen en doelgroepen. Vervolgens behandelt hoofdstuk 3 de uitvoering van het beleid in de praktijk. Tot slot gaat hoofdstuk 4 in op de monitoring en de behaalde resultaten van het armoede- en minimabeleid in Meppel en Staphorst.
Rekenkameronderzoek armoedebeleid
10 van 41
2
Beleid
In dit eerste hoofdstuk kijken we naar de lokale inrichting van het beleid met daar bij aandacht voor de ambities, doelstellingen, doelgroepen en de aanwezigheid van een probleemanalyse. Ook kijken we hoe overkoepelend beleid vertaald is naar een uitvoeringsplan.
2.1
Landelijke opdracht aan gemeenten
Taken gemeenten vervat in wetgeving, (landelijke) programma’s en samenwerking Gemeenten spelen een grote rol in de armoedebestrijding en schuldhulpverlening. Naast het uitvoeren van taken die in landelijke wetgeving is vastgelegd zoals de Participatiewet, de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening en tijdelijke maatregelen zoals het Noodfonds Energie krijgen gemeenten veel beleidsvrijheid om de aanpak van armoede en schulden vorm te geven. Enkele beleidskeuzes die gemeenten hebben: 1 Voeren van een ruimhartig beleid: hoogte van inkomen dat bepalend is om aanspraak te kunnen maken op regelingen; 2 Rol van de gemeente: meer zelf organiseren of aan maatschappelijke organisaties overlaten; 3 Specifieke doelgroepen: aandacht voor specifieke doelgroepen of beleid voor alle inwoners. Hieronder volgt een beknopt overzicht van de geldende wettelijke kaders, landelijke regelingen en voorbeelden van voorzieningen die er zijn voor minima. Dit is overigens een niet-uitputtende lijst. Bestrijding van armoede vraagt veelal om een integrale aanpak, waarbij andere (lokale) wet- en regelgeving binnen het sociaal domein ook van toepassing is. In dit onderzoek richten wij ons met name op de regelingen specifiek gericht op minima. Bijlage A6 en A7 bevat een overzicht van alle regelingen die er voorhanden zijn in Meppel en Staphorst.
Landelijke wettelijke kaders 1 Participatiewet, inclusief inkomensregelingen a Bijstandsuitkering, Individuele Inkomenstoeslag, Bijzondere Bijstand, Studietoeslag; b Kwijtschelding gemeentelijke belastingen; c Collectieve ziektekostenverzekering; d Tegemoetkoming kosten kinderopvang op basis van medische indicatie. 2 Wet gemeentelijke schuldhulpverlening Recente ontwikkelingen, programma’s en samenwerking met maatschappelijke organisaties 3 (Tijdelijke) koopkrachtmaatregelen en coronamaatregelen Rijksoverheid a (Tijdelijk) Noodfonds Energie (koopkracht), TOZO/TONK (coronamaatregelen). 4 Kortingen op sport en cultuur, voorzieningen voor kinderen of volwassenen a Landelijke organisaties (eventueel met lokale afdelingen) zoals Jeugdfonds Sport en Cultuur, Leergeld, Jarige Job, Fonds Deelname Maatschappelijke Activiteiten (FDMA). 5 Uitgifte van voedsel en spullen a O.a. Voedselbank, Kledingbank. 6 Vrijwilligersorganisaties, kerken en maatschappelijke ondersteuning a O.a. Humanitas, Schuldhulpmaatje, welzijnsorganisaties, kerken. 7 Programma’s gericht op integrale aanpak armoede, schulden, participatie en/of meedoen a O.a. Schouders eronder, Kansrijke Start, Alliantie Kinderarmoede.
Rekenkameronderzoek armoedebeleid
11 van 41
Vanuit Rijksoverheid veel aandacht voor bestrijding kinderarmoede Specifieke aandacht binnen de armoedebestrijding is er vaak voor het bestrijden van kinderarmoede. Naast dat er veel voorzieningen gericht zijn op ‘meedoen’ van kinderen aan de samenleving, onder andere verzorgd door landelijke organisaties als Stichting Leergeld, Jeugdfonds Sport & Cultuur en Jarige Job, is bestrijding van kinderarmoede ook een belangrijk speerpunt van de Rijksoverheid en het kabinet. Het kabinet stelt elk jaar € 100 miljoen beschikbaar om kinderarmoede tegen te gaan. Hiervan gaat € 85 miljoen naar de gemeenten. Het geld kan gebruikt worden voor bijvoorbeeld schoolspullen, sporten, muziekles en schoolreisjes.
2.2
Inrichting beleid in Meppel en Staphorst
Meppel zet veel in op partnerschap, Staphorst kent integrale benadering Zoals hierboven genoemd hebben gemeenten vrijheid om het armoede- en schuldenbeleid in te richten. Uit de deskresearch en bestudering van de beleidsdocumenten van beide gemeenten komt deze vrijheid goed naar voren in de benadering van beide gemeenten. • Meppel zet sterk in op partnerschap en samenwerking met maatschappelijke organisaties. Sinds 2016 wordt gewerkt met een (tot 2021 niet op papier vastgelegde) armoedeaanpak. Ook is er sinds dat jaar een Armoedepact waarin grote en kleinere maatschappelijke organisaties afspraken maakten om armoede te bestrijden en minima te helpen. Ook treedt de gemeente vaak in overleg met grotere maatschappelijke organisaties als Kindsupport en de Arme Kant van Meppel. De gemeente neemt, anders dan Staphorst, meer de rol van regisseur aan als het gaat om armoedebestrijding. Zo is Kindsupport uitvoerder van een deel van de voorzieningen gericht op kinderarmoede. De FDMA voert de gemeente zelf uit. Armoedebeleid is verder tot op heden vooral op hoofdlijnen beschreven, waarbij kaders van de raad worden gevolgd (‘de Koers’) en het college deze taken uitvoert. In 2023 is het beleidsplan Armoede en Schulden vastgesteld, nadat eerder in 2021 de evaluatie van de armoedeaanpak en het werkplan ‘Vroeg eropaf’ (gericht op vroegsignalering) verschenen.
In Q4 2024 verschijnt een eerste uitvoeringsplan. Dit zal een uitwerking zijn van gedane onderzoeken en concretisering van eerder gestelde beleidsdoelen, in het verlengde van het bestaande beleidsplan. • De gemeente Staphorst voert een groot deel van het armoedebeleid zelf uit. Zowel het aantal inwoners als de schil aan maatschappelijke organisaties is kleiner in Staphorst. Dit heeft vooral te maken met de omvang van de gemeente. Een goed voorbeeld van de uitvoering door de gemeente zelf is het Fonds Deelname Maatschappelijke Activiteiten waarbij medewerkers van de gemeente zelf aanvragen in behandeling nemen. De gemeente werkt samen met verschillende maatschappelijke partners, maar heeft de ambitie om de onderlinge samenwerking te intensiveren. Bijvoorbeeld om meer laagdrempeliger te werken. De gemeente Staphorst kende tussen 2019 en 2022 een beleidsplan Armoede en Schulden, waarin de visie en alle activiteiten beschreven stonden. Sinds 2022 vallen armoederegelingen onder het Integraal Beleidsplan Sociaal Domein ‘Iedereen Doet Mee’ onder het thema ‘Participatie’.
Rekenkameronderzoek armoedebeleid
12 van 41
Tabel 2.1 Overzicht armoedebeleid sinds 2016 ‘16 •
Meppel
‘17
‘18
‘19
‘20
Armoedepact gesloten
‘21 •
(’16) •
(Niet beschreven) Armoedeaanpak
Staphorst
N.B.
•
‘22
‘23
‘24
Evaluatie
Evaluatie
Beleidsplan
Uitvoeringsplan
armoedeaanpak
vroegsignalering
armoede en
(Verwacht in
schulden
Q4)
Werkplan ‘Vroeg er op Af’
Beleidsplan Armoede en
Integraal Beleidsplan Sociaal Domein
Schulden 2019 - 2022
Diverse Beleidsregels en Verordeningen zoals Beleidsregels bijzondere bijstand.
Schuldhulpverlening belegd bij Gemeentelijke Kredietbank (GKB) Zowel de gemeente Meppel als Staphorst hebben de uitvoering van de schuldhulpverlening bij de Gemeentelijk Kredietbank belegd. Het verschil tussen beide gemeenten is dat de gemeente Meppel een gemeente is binnen de gemeenschappelijk regeling en Staphorst een zogenaamde dienstverleningsovereenkomst (DVO) heeft met de GKB. Meppel zit hiermee in het algemeen en dagelijks bestuur van de GKB. Wanneer er verliezen zijn, leggen Meppel en de andere twee GRgemeenten (Hoogeveen, Assen) bij. Een gemeente met een DVO neemt alleen de diensten af waarvoor zij betalen. Vanuit Staphorst kunnen inwoners zich aanmelden (via een doorverwijzing van de gemeente of een maatschappelijke organisatie). Daarna verzorgt de GKB de intake en daarna al dan niet het traject. De gemeente Meppel kent een voorportaal waarbij de gemeente zelf de intake en screening doet en op het moment dat de GKB nodig is, zal een medewerker van de GKB de inwoner aanmelden. De gemeente Meppel wil hiermee bekijken of er ook een oplossing in het voorliggend veld mogelijk is voor de schuldenproblematiek. Uit de interviews komt naar voren dat de aantallen die vanuit de gemeente Staphorst naar de GKB gestuurd worden dermate klein zijn, dat het inrichten van een dergelijk voorportaal niet efficiënt is.
2.3
Doelen, ambities en doelgroepen
Doelen armoedebeleid en ambities coalitieakkoord zijn vergelijkbaar Waar de inrichting van het beleid van armoede en schulden tussen Meppel en Staphorst verschilt, daar zijn de doelen die beide gemeenten stellen ten aanzien van armoede en schulden grotendeels vergelijkbaar. Er is veel aandacht voor ‘kunnen meedoen’, vroegsignalering van schulden en betalingsproblemen en bestrijding van kinderarmoede. Ook is in beide gemeenten aandacht voor vergroten van het bereik van de regelingen. De doelen zijn vooral ‘hoog-over’. Daarbij valt op dat de doelen van de gemeente Staphorst wat meer richting geven. Zij spreken uit dat ze meer inwoners willen bereiken, of benoemen een specifieke doelgroep. De gemeente Meppel benoemt in minder detail waar zij naar streven. Deze doelen kunnen vooral als lange termijn ambitie worden gezien, in het uitvoeringsplan zou hier meer invulling aan moeten worden gegeven. In de gemeente Staphorst is hier specifieke aandacht voor met het thema ‘Durf Te Vragen’, daar in de gemeente vraagverlegenheid een grote rol speelt volgens de gemeente. Vraaggelegenheid betekent hier dat inwoners van Staphorst niet snel naar de gemeente gaan voor ondersteuning. Zij lossen het liever zelf of bijvoorbeeld met hulp van de kerk op. De gemeente wil de
Rekenkameronderzoek armoedebeleid
13 van 41
terughoudendheid terugdringen en ervoor zorgen dat inwoners met problemen ook bij de gemeente durven aan te kloppen. De gemeente Meppel wil de toegankelijkheid van haar regelingen verbeteren door betere informatievoorziening en laagdrempelige(re), duidelijke(re) communicatie. De gemeente stelt hieromtrent: “Als gemeente Meppel staan we voor betrouwbaar partnerschap en een toegankelijke, laagdrempelige en heldere informatievoorziening waarbij de inwoner centraal staat en gewerkt wordt vanuit vertrouwen.” (p. 11 beleidsplan). Daarbij benoemt de gemeente nog wel expliciet dat armoede tot 0 reduceren niet mogelijk is, evenals het volledig voorkomen van problematische schulden. In een interview met de beleidsmedewerker van de gemeente Staphorst is eenzelfde beeld geschetst en dat het moeilijk is om te bepalen wanneer deze doelen behaald zijn, omdat armoedebestrijding een continu proces is. Tabel 2.2 Overzicht doelen ten aanzien van armoede en schulden Nr. 1
Doelen Meppel (Beleidsplan Armoede en
Doelen Staphorst (thema Participatie in Integraal
Schulden)
Beleidsplan Sociaal Domein)
Inwoners maken gebruik van de regelingen en
Meer inwoners die werkzoekend zijn weer passend in het
toeslagen waar zij recht op hebben. Het verbeteren
arbeidsproces meedoen.
van de communicatie en toegankelijkheid helpt hierbij. 2
Kinderen die opgroeien in een gezin waar weinig
Meer inwoners beschikken over basisvaardigheden
geld beschikbaar is, de kans geven om mee te doen
waardoor ze zelfstandig kunnen functioneren en zich
in de samenleving, zodat zij met gelijke(re) kansen
persoonlijk kunnen ontwikkelen.
aan de toekomst beginnen. 3
Inwoners met een laag besteedbaar inkomen
Nieuw binnenkomende statushouders en
kunnen meedoen in de samenleving.
arbeidsmigranten in staat zijn om actief mee te doen in Staphorst.
4
Inwoners met (problematische) schulden krijgen de
Meer inwoners vrijwilligerswerk doen vanuit hun
hulp die zij nodig hebben.
persoonlijke ontwikkeling en/of maatschappelijke betrokkenheid, met specifieke aandacht voor kwetsbare inwoners.
5
Preventie en de aanpak van oorzaken van armoede
Er minder inwoners zijn die te maken krijgen met
en problematische schulden.
terugkerende schuldenproblematiek.
6
Er meer kinderen uit een gezin, met een inkomen tussen de 101% en 110% van het sociaal minimum inkomen, kunnen deelnemen aan sociale, sport, culturele en schoolactiviteiten.
Rekenkameronderzoek armoedebeleid
14 van 41
In beide gemeenten probleemanalyse gemaakt Beide gemeenten hebben een probleemanalyse gemaakt om zodoende zicht te krijgen op armoede in de gemeente. In beide analyses wordt bijgehouden hoe veel inwoners binnen de doelgroepen vallen (afhankelijk van het percentage van het bijstandsniveau) en hoeveel kinderen er binnen de doelgroep vallen (en aanverwante statistieken zoals gezinnen met kinderen of huishoudens met kinderen). • De gemeente Meppel heeft dit opgenomen in het beleidsplan Armoede en Schulden. Uit de interviews komt naar voren dat er geen specifieke doelgroepen zijn in Meppel, anders dan bekende kwetsbare groepen zoals alleenstaande ouders met kinderen en enkele wijken waarvan bekend is dat er meer armoedeproblematiek is. in de interviews is bevestigd dat Meppel in dezen geen bijzondere gemeente is. ‘Deel Nederland door 500 en je hebt Meppel’, zo werd toegelicht in een interview. • De gemeente Staphorst maakte een analyse in het beleidsplan 2019 – 2022. Daarna heeft de gemeente Staphorst een onderdeel over werk en inkomen opgenomen in de gemeentelijke monitor van het sociaal domein. In het integraal beleidsplan schrijft de gemeente Staphorst nog aanvullende aandacht te hebben voor statushouders, daar er in de afgelopen jaren veel statushouders in de gemeente zijn opgenomen. Ook is zoals gezegd specifiek aandacht voor vraagverlegenheid onder inwoners.
Rekenkameronderzoek armoedebeleid
15 van 41
3
Praktijk en uitvoering
In dit tweede hoofdstuk kijken we naar de wijze waarop de praktijk van armoedebestrijding en schuldhulpverlening er uit ziet in de gemeenten. We gaan in op de vertaling van beleid naar uitvoering, samenwerking met maatschappelijke organisaties, wat er goed gaat en waar verbeterpunten worden gezien. Wij benoemen in dit hoofdstuk de opvallendste bevindingen.
3.1
Uitvoeringsplannen
Meppel kent (nog) geen uitvoeringsplan, in Q4 2024 verwacht Een vertaling van het beleidsplan naar een uitvoeringsplan heeft op het moment van dit onderzoek nog niet plaatsgevonden, hoewel activiteiten die altijd al plaatsvonden ook nu gewoon doorgang vinden. De gemeente Meppel beschrijft in het beleidsplan, dat is vastgesteld in 2023, dat zij eerst willen onderzoeken welke van de aanwezige regelingen onderzocht moet worden om te kijken of aanpassing nodig is, of kan worden voortgezet in de huidige vorm. In het beleidsplan is een overzicht opgenomen van alle activiteiten en wat de gemeente hiermee voornemens is te doen. Deze onderzoeken moeten ook bijdragen aan het maken van keuzes over hoe de activiteiten in de toekomst vorm krijgen, want er is in de interviews toegelicht dat op dit moment er geen zicht is op extra financiële middelen en met de huidige activiteiten het budget volledig gebruikt wordt.1 Het uitvoeringsplan zal de uitkomsten van de onderzoeken vertalen naar acties, daarnaast wordt er in opgenomen in hoeverre de activiteiten en ondernomen acties bijdragen aan het behalen van de gestelde doelen. De gemeente schrijft dat het zinvoller is om te monitoren welke delen en activiteiten voortkomend uit het beleid bijdragen aan het grotere doel. Daarmee kan bepaald worden in hoeverre de activiteiten de investering waard zijn (p. 24 beleidsplan).
Uitvoering in Staphorst is overzichtelijk, uitvoeringsplan wordt later verwacht Ook in Staphorst is men momenteel bezig met het ontwikkelen van een uitvoeringsplan. Op dit moment is de uitvoering vervat in beleidsregels, waarbij het integrale beleidsplan fungeert als leidraad, visie en missie. Het contact tussen medewerkers van beleid en uitvoering is, door de relatief kleine omvang van de gemeente, goed en gaat via korte lijnen. In het te ontwikkelen uitvoeringsplan, waarbij de gemeente zegt de uitkomsten van dit onderzoek af te wachten, worden de beleidsregels opgenomen met daarin de invulling van individuele regelingen (inkomenstoeslag, bijzondere bijstand) en de FDMA. In de interviews geven medewerkers aan dat de huidige beleidsregels (en daarmee de uitvoering van het beleid) achterhaald is en op onderdelen van een update moet worden voorzien. In het vervolg van dit hoofdstuk worden enkele voorbeelden genoemd.
1
Na afloop van het veldwerk van dit onderzoek gaf de gemeente Meppel in het ambtelijk wederhoor aan dat “inmiddels de situatie veranderd is door de middelen die beschikbaar zijn gesteld in de meicirculaire 2024. Daardoor zit er momenteel ruimte in het budget voor armoedepreventie.”
Rekenkameronderzoek armoedebeleid
16 van 41
3.2
Samenwerking met maatschappelijke organisaties
3.2.1
Meppel
De gemeente Meppel zet sterk in op partnerschap met maatschappelijke organisaties. Dit komt met name naar voren in drie initiatieven: 1 Kindsupport Meppel. Gezinnen met een laag inkomen kunnen hier een aanvraag doen voor een bijdrage om mee te kunnen doen. Denk daarbij aan sportlidmaatschappen, laptops of een verjaardagsfeestje. Kindsupport Meppel is een stichting. Dit is een samenwerkingsverband tussen Stichting Leergeld, Jeugdfonds Sport en Cultuur, stichting Jarige Job, Kinderhulp en de gemeente Meppel. De gemeente verstrekt subsidie aan de stichting, waarmee de stichting onder andere twee coördinatoren heeft aangesteld . In 2023 bereikte Kindsupport bijna 400 kinderen. 2 Armoedepact Meppel. Dit is een samenwerking van verschillende partijen die zich bezig houden of betrokken zijn bij de (aanpak van) armoede in Meppel. Deze maatschappelijke organisaties komen periodiek bij elkaar samen. Ook de ervaringsdeskundige van de gemeente Meppel speelt hier een rol in. Uit de interviews blijkt dat de verschillende maatschappelijke organisaties dit vooral zien als een overlegorgaan, waarbij het overleg onnodige overlap van werkzaamheden moet voorkomen en gezamenlijke kennis en ervaring kan worden gedeeld. 3 Geldloket. Dit is een initiatief waarbij op één centrale plek inwoners vragen kunnen stellen over geldzaken, zorg, wonen en welzijn.
Zij krijgen hulp van vrijwilligers bij vragen over formulieren, hulp bij invullen en advies bij (geld)zorgen of beginnende schulden. Het Geldloket heeft ook een doorverwijsfunctie naar hulpverlening. Welzijn Mensenwerk was in een eerder stadium ook betrokken met betaalde krachten, maar deze inzet is vanwege het beschikbare budget sterk verminderd. Het Geldloket wordt nu dagelijks bezet door een professional van de gemeente Meppel en een vrijwilliger. Omdat Welzijn Mensenwerk meer op de achtergrond actief is, leunt het Geldloket momenteel op de inzet van vrijwilligers. De gemeente is ervan overtuigd dat de werkwijze met vrijwilligers kan, mits dit voldoende wordt gecoördineerd en gefaciliteerd.
Meppel kent armoedepact met een kerngroep en schil, goed contact met de gemeente Rond deze initiatieven zijn er veel maatschappelijke organisaties betrokken in Meppel. Een overzicht van deze lokale organisaties, of lokale afdelingen van landelijke organisaties, staat in bijlage A. Dit varieert van centrale organisaties zoals Kindsupport, die met coördinatoren op basis van een vaste aanstelling werken tot diverse (grotere en kleinere) organisaties die vooral met vrijwilligers werken. Uit het onderzoek komt naar voren dat er een kerngroep is van organisaties die meerdere taken voor de gemeente uitvoeren en sterk betrokken zijn bij de uitvoering van armoedebestrijding. Daarnaast zijn er, veelal vrijwilligersorganisaties of kleinere initiatieven, die aanhaken bij overleggen en tot de ‘schil’ behoren. In het onderzoek is gesproken met organisaties die veelal tot de kerngroep gerekend worden. Uit de interviews komt naar voren dat het contact met de ambtenaren van de gemeente goed is. Er is sprake van gelijkwaardige communicatie en er wordt goed meegedacht. Hoewel er door sommige organisaties wel verbeterpunten worden genoemd (zie verderop), is het contact tussen de partijen goed. Daarentegen is er weinig contact met de Voedselbank. Dit heeft als reden dat de Voedselbank niet op persoonsniveau gegevens uitwisselt met derden.
Rekenkameronderzoek armoedebeleid
17 van 41
Onnodige overlap van activiteiten wordt niet ervaren. Uit het onderzoek volgt dat veel van de maatschappelijk organisaties een andere insteek of dienst aanbieden. Ook wordt het als voordeel gezien dat er dan voor de inwoners te kiezen is bij welke organisatie zij zich het meest thuis voelen. Wel wordt gekeken of adviesloketten kunnen worden samengevoegd. Overleg in het Armoedepact en inspanningen van de ervaringsdeskundige zorgen ervoor dat organisaties beter weten wat het aanbod in Meppel is. Wel wordt het belang van sturing benadrukt.
Lof voor werken met ervaringsdeskundige in Meppel Een succesfactor in de uitvoering van het armoedebeleid is volgens veel betrokkenen de ervaringsdeskundige van de gemeente Meppel. In 2019 is de ervaringsdeskundige aangesteld. De ervaringsdeskundige is sparringpartner, adviseur, onderzoeker, katalysator van processen en zoekt moeilijk bereikbare doelgroepen op. Zij neemt sinds 2020 het voortouw bij de overleggen van het Armoedepact. Ook brengt de gemeente jaarlijks een informatieboekje voor inwoners met een laag inkomen uit, genaamd ‘Leven Met Weinig Geld?’. Dit boekje wordt bijgehouden en geüpdatet door de ervaringsdeskundige. In dit boekje staat een overzicht van zowel landelijke als lokale regelingen en organisaties waar inwoners gebruik van kunnen maken. In totaal zijn er 59 initiatieven en regelingen in opgenomen. Het boekje wordt verspreid onder inwoners, maar in interviews wordt ook aangegeven dat maatschappelijke organisaties hierdoor elkaar beter weten te vinden.
Voor- en nadelen van uitvoering van taken door maatschappelijke organisaties In de interviews is verder ingegaan op de uitvoering van het armoedebeleid in de gemeente. Het beeld wordt herkend dat de gemeente veel in partnerschap met maatschappelijke organisaties doet. De gemeente ‘outsourcet’ veel taken en dat heeft voordelen, maar brengt in potentie ook risico’s met zich mee. • Het voordeel is dat er met de inzet van maatschappelijke organisaties en vrijwilligers mogelijk een doelgroep bereikt wordt die normaliter niet zelf de gemeente benadert. Een deel van de doelgroep wordt niet bereikt door de gemeente omdat deze een wantrouwen richting de overheid heeft. Een deel van deze inwoners denkt bijvoorbeeld dat ontvangen ondersteuning op enig moment terugbetaald moet worden. Hoewel dit niet het geval is, laten zij het om die reden na een aanvraag te doen of contact te zoeken met de gemeente. Ook schaamte, of het niet willen bespreken van problemen met de ‘formele’ gemeente speelt mee. Maatschappelijke organisaties zijn informeler georganiseerd en werken vaker met vrijwilligers. Deze komen sneller ‘achter de voordeur’ van moeilijk te bereiken personen. Het bereik van de Arme Kant van Meppel en Kindsupport is dan ook relatief groot, wanneer dit vergeleken wordt met CBS cijfers voor wat betreft de doelgroep. Zie hiervoor ook hoofdstuk 4.
Bovendien is de inzet van vrijwilligers budgetvriendelijker. • Risico’s liggen tegelijk ook bij de inzet van vrijwilligers. Het risico is tweeledig. Enerzijds bestaat de kans dat vrijwilligers taken moeten uitvoeren welke beter zouden passen bij professionele hulpverleners. Onder meer over het Geldloket is gemeld dat, hoewel goedbedoeld, vrijwilligers adviezen geven die een professioneel hulpverlener niet zou geven. Problematiek van inwoners die zich melden bij het Geldloket is soms zodanig, dat direct zou moeten worden doorgeschakeld naar professionele hulpverlening. Anderzijds bestaat er een continuïteitsrisico. Vrijwilligers kunnen ook stoppen met de werkzaamheden die zij uitvoeren, bijvoorbeeld door te hoge leeftijd of omdat zij geen interesse meer hebben. Wanneer er geen vervangers beschikbaar zijn, komt de uitvoering in gevaar.
Rekenkameronderzoek armoedebeleid
18 van 41
Uitvoeringsplan moet bijdragen aan sturing en keuzes In kwartaal 4 van 2024 verschijnt het uitvoeringsplan. Het uitvoeringsplan ligt in het verlengde van het beleidsplan. Dit bevat een uitwerking van verschillende onderzoeken die worden of zijn uitgevoerd en een concretisering van bepaalde doelen. Enkele van de gesproken organisaties en de ervaringsdeskundige kijken uit naar dit document. Een verbeterpunt die in meerdere interviews naar voren komt is dat er meer behoefte is aan sturing en taakverdeling. Zij erkennen dat het beleidsplan en de visie van het Armoedepact goede strategische doelen bevatten, maar missen een vertaling naar de uitvoeringspraktijk. De doelen die op dit moment staan beschreven zijn deels te procesmatig en te weinig gericht op uitkomsten, aldus een maatschappelijke organisatie. Ook omdat zij aangeven dat er keuzes moeten worden gemaakt doordat er weinig tot geen budget meer is voor nieuwe initiatieven. Zij zouden hier graag input voor geven of als klankbord willen fungeren. Genoemde argumenten voor meer sturing zijn: • Overlap voorkomen. Organisaties willen weten wat een ander doet en vragen om een taakverdeling. Waar ligt ieders expertise, wat kan gezamenlijk opgepakt worden. • Betere samenwerking. Er zijn veel maatschappelijke organisaties actief, wanneer sturing ontbreekt is het ingewikkeld om alle neuzen dezelfde kant op te krijgen.
• Vergroten van het bereik. Aangegeven wordt dat regelingen worden gebruikt door mensen die de weg al goed kennen. Samen kan gekeken worden welke doelgroepen nog gemist worden. Hier kan vervolgens gezamenlijk op ingezet worden. Een duidelijke taakverdeling kan ook naar inwoners gecommuniceerd worden, zodat zij weten waar zij voor wat terecht kunnen. • Duidelijkheid over budgetten. Van het uitvoeringsplan wordt verwacht dat er keuzes worden gemaakt over (indexatie van) budgetten. Hierop kunnen maatschappelijke organisaties activiteiten afstemmen.
Website gemeente Meppel niet laagdrempelig genoeg om informatie te vinden Een ander concreet verbeterpunt dat uit de interviews naar voren komt is de (als matig bestempelde) gebruiksvriendelijkheid van de website van de gemeente. Deze wordt door veel organisaties als ontoegankelijk en onduidelijk omschreven. Dit komt met name door de grote stukken tekst en het vele doorklikken. Organisaties krijgen vaak verzoeken tot hulp bij het navigeren op de website.
3.2.2
Staphorst
Staphorst wil meer samenwerking met lokale partners Waar Meppel een groot veld aan maatschappelijke organisaties kent, daar is dit veld in Staphorst minder groot. De gemeente voert het armoedebeleid dan ook meer zelf uit. De gemeente Staphorst werkt wel samen met een verschillende maatschappelijke organisaties, te weten: Humanitas, stichting Welzijn Staphorst, Vluchtelingenwerk, sociaal raadslieden, stichting de Kern en de GKB. En hoewel deze samenwerking wordt gewaardeerd, is van een uitgebreid, structureel overleg of samenwerking zoals in het Armoedepact Meppel of Kindsupport Meppel, in Staphorst geen sprake. Ook is er tot op zekere hoogte contact met vindplaatsen/voorzieningen zoals de bibliotheek en de Voedselbank. Daarnaast vindt er samenwerking plaats in het Platform Gezond Meedoen Staphorst. Hoewel dit platform meer op positieve gezondheid dan armoedebestrijding is gericht, wordt hierin ook gewerkt aan ‘omgaan met geld’ en wordt er met dezelfde maatschappelijke partners intensief samengewerkt.
Rekenkameronderzoek armoedebeleid
19 van 41
Zowel maatschappelijke organisaties (Humanitas, de Kern, vluchtelingenwerk, stichting Welzijn) als de gemeente Staphorst geven aan dat zij voornemens zijn meer samenwerking op te zoeken. Zij erkennen dat in de voorbije jaren veel organisaties op ‘een eigen eilandje’ werkten. De gemeente Staphorst erkent dat de drempel voor inwoners om naar de gemeente te stappen te hoog is. Zij zoeken naar een informelere oplossing, ook omdat vraagverlegenheid een speerpunt van de gemeente is. Deze oplossing zoeken de gemeente en de organisaties in het openen van een loket waar inwoners (informeel) voor alle vragen terecht kunnen. Als locatie denken zij aan de bibliotheek, waarmee de opzet voor dit loket vergeleken kan worden met het Geldloket in Meppel. Dit inloopspreekuur moet breed informatief en ondersteunend zijn, waar inwoners echter ook voor andere vragen terecht kunnen. De reikwijdte is breder dan het Geldloket. De gemeente hoopt hiermee hulpvragen integraler en preventiever op te kunnen pakken.
Mogelijk sprake van verborgen armoede die onder de radar blijft Tegelijk zijn er zijn ook signalen dat niet alle gevallen van armoede in de gemeente even goed in beeld zijn. Hoewel er jaarlijks overleg is tussen ambtenaren en kerkelijke organisaties, blijft het voor de gemeente buiten beeld hoeveel gelovige Staphorsters met geldproblemen via de kerken worden geholpen. Dit is een doelgroep waarvan wordt aangegeven dat deze niet in beeld is. Consulenten geven ook aan dat veel personen die bij de gemeente in beeld zijn niet van origine uit Staphorst komen. De kerken zijn benaderd voor een interview, maar gaven te kennen niet mee te willen werken aan dit onderzoek, dus dit is in dit onderzoek niet duidelijk geworden. Dit hoeft niet per definitie problematisch te zijn, wanneer deze inwoners wel goed geholpen worden. Daarnaast speelt mee dat in Staphorst veel mensen met een hoog vermogen wonen en daardoor voor veel regelingen (die uitgaan van een vermogenstoets zoals de bijzondere bijstand en individuele inkomenstoeslag) niet in aanmerking komen voor deze regelingen. Hierdoor blijft mogelijk ook een groep, die ondanks een hoog vermogen moeilijk kan rondkomen of schulden heeft, onder de radar. Het is opvallend dat er wel veel aanvragen (400 tot 450) voor de energietoeslag binnenkwam.
Het hogere aantal aanvragen kwam doordat er geen vermogenstoets gold en de inkomensnorm op 130% van het wettelijk minimum lag. Dit laat zien dat er mogelijk wel meer inwoners met een kleine beurs zijn die gebruik zouden willen maken van regelingen, maar hier op het moment niet voor in aanmerking komen.
Statushouders aandachtspunt Een doelgroep die aandacht behoeft en nadrukkelijk in interviews wordt benoemd zijn statushouders. Van de 20 personen uit Staphorst die bij de Voedselbank in Meppel komen, zijn 17 personen statushouders die woonachtig zijn in Staphorst. De Voedselbank geeft aan dat er daarom goed contact is met Vluchtelingenwerk, met name voor het tolken. Tussen de gemeente Staphorst en de Voedselbank is, net als in Meppel, relatief weinig contact. Met betrekking dat de statushouders wordt aangegeven dat de taalbarrière voor problemen zorgt. Het is moeilijk voor medewerkers van de gemeente om besluiten toe te lichten, ondanks dat er tolken aanwezig zijn. Ook spelen er bij statushouders verwachtingen dat de gemeente diensten kan regelen, terwijl dit niet het geval is. Consultenten geven aan dat statushouders bijvoorbeeld wel eens gebeld hebben dat de band van hun fiets lek is en of de gemeente hier iets aan kan doen.
Rekenkameronderzoek armoedebeleid
20 van 41
Gemeente Staphorst wil vernieuwingsslag maken in uitvoering minimaregelingen Medewerkers van de gemeente Staphorst benadrukken dat een aantal beleidsregels aan vernieuwing toe zijn. Ze merken met name bij de FDMA op dat er sprake is van oneigenlijk gebruik en dat de uitvoering veel capaciteit vergt van consulenten. De uitvoering van de regeling zou ook door maatschappelijke organisaties kunnen worden gedaan. Zij kunnen de uitvoering mogelijk eenvoudiger organiseren. Met name rond het aanvragen van kleding om te sporten worden problemen gesignaleerd door consulenten. Zij zien dat inwoners bonnetjes indienen voor kleding, waarbij het vaak de vraag is of het uitgekeerde bedrag dan ook daadwerkelijk bijdraagt aan maatschappelijke participatie en de mogelijkheid om te sporten. Een consulent geeft als voorbeeld aan dat een gezin zes paar schoenen had gekocht, maar dat geen van de kinderen op zwemles zat. De consulent is het gesprek aangegaan over de besteding van het bedrag uit het FDMA, waarna de inwoner de kinderen op zwemles deed. In voorkomende gevallen, wanneer een inwoner niet ontvankelijk is voor suggesties van de consulent, kunnen de consulenten van de gemeente niets doen en de aanvraag niet afwijzen. Meer grip op waar de uitgekeerde bedragen aan worden besteed, lijkt men prettig te vinden.
Ook zijn consulenten veel tijd kwijt met het verwerken en administreren van ontvangen bonnetjes. Zij geven aan dat dit niet meer van deze tijd is en dat dit (net als in Meppel) ook online mogelijk moet zijn. Hierdoor kunnen zij die tijd aan andere taken besteden.
Rekenkameronderzoek armoedebeleid
21 van 41
4
Monitoring en resultaten
In dit hoofdstuk gaan we in op het bereik, wijze van monitoren en de bereikte resultaten.
4.1
Armoede in cijfers
Aantal huishoudens in armoede in Meppel licht afgenomen, Staphorst stabiel Met behulp van gegevens van CBS Statline kan de omvang van armoede in Meppel en Staphorst cijfermatig in beeld gebracht worden. Tabel 4.1geeft het aantal huishoudens dat in armoede leeft weer. In Meppel is het aantal huishoudens dat op het sociaal minimum leeft de laatste jaren (licht) afgenomen. De huishoudens tot 130% van het sociaal minimum zijn min of meer gelijk gebleven. Armoede in Staphorst is over de jaren heen stabiel. In de interviews geeft de gemeente aan dat er een vaste groep is die in Staphorst gebruik maakt van gemeentelijke regelingen. “Ongeveer 150 mensen is ons vaste uitkeringsbestand. Deze groep is op de hoogte van de regelingen en vragen deze ieder jaar aan.” De groep vlak boven het sociaal minimum is groter, volgens CBS-cijfers tot 800 inwoners. Dit zijn onder andere ouderen met een klein pensioen of alleen AOW en alleenverdieners (met kinderen). Een deel van deze groep klopt minder snel bij de gemeente aan voor ondersteuning en lost dit in eigen omgeving of met hulp van de kerk op. Deze groep heeft de gemeente minder goed in beeld. Wanneer inwoners schulden of betalingsachterstanden hebben komen ze door vroegsignalering in beeld bij de gemeente. Tabel 4.1 Particuliere huishoudens op % sociaal minimum 2 100%
101%
110%
120%
130%
Meppel (2022)
500
800
1300
1700
2100
2021
800
800
1300
1700
2100
2020
900
900
1400
1800
2200
Staphorst (2022)
200
200
300
400
500
2021
200
200
300
400
500
2020
200
200
300
400
500
Armoede vergeleken: Meppel vergelijkbaar met Nederlands gemiddelde, Staphorst lager In onderstaande Tabel 4.2 wordt het aantal huishoudens dat in armoede leeft in perspectief gezet. De 2.100 huishoudens die in Meppel leven op 130% van het sociaal minimum vertegenwoordigen 13,5% van alle huishoudens in Meppel. Ter vergelijking zijn de relatieve aantallen van Nederland, de gemeenten Hoogeveen en de Wolden toegevoegd. Hierdoor valt op dat Staphorst ruim onder het gemiddelde ligt van Nederland, maar ook in vergelijking met omringende gemeenten. In Meppel liggen de percentages van het relatieve aantal huishoudens dat leeft tussen de 101% en 130% van het sociaal minimum dichtbij het landelijke gemiddelde, maar daar net onder. De cijfers van de gemeente Hoogeveen zijn hoger, die van de gemeente de Wolden zijn lager.
2
Zie onder andere: https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/85678NED/table?dl=ABDFE
Rekenkameronderzoek armoedebeleid
22 van 41
Tabel 4.2 Relatief aantal huishoudens op % sociaal minimum in 2022 100%
101%
110%
120%
130%
Meppel
3,5%
5,3%
8,6%
10,9%
13,5%
Staphorst
2,6%
3,4%
4,6%
6,3%
8%
Nederland
4,4%
6,4%
9,6%
12,1%
14,6%
Hoogeveen
3,6%
5,6%
9,2%
12,1%
14,9%
De Wolden
2,6%
4,1%
6,1%
8,1%
8,1%
Armoede in aantal personen ook in Staphorst licht afgenomen Tabel 4.3 geeft het aantal personen weer dat in armoede leeft. In Meppel is het aantal personen ten opzichte van de voorgaande twee jaren licht afgenomen, met name het aantal personen dat op het sociaal minimum leeft. Doordat het aantal personen op 101% echter minder hard gedaald is, lijkt hier een administratieve oorzaak te liggen. In Staphorst is het aantal personen op 120% en 130% van het sociaal minimum licht afgenomen. Tabel 4.3 Aantal personen op % sociaal minimum 100%
101%
110%
120%
130%
Meppel (2022)
1000
1200
1900
2500
3100
2021
1400
1200
2000
2600
3200
2020
1400
1300
2100
2700
3300
Staphorst (2022)
300
300
500
600
800
2021
300
300
500
600
800
2020
300
400
600
800
900
Bijstand Een andere manier om inzicht te krijgen in de omvang van armoede is door het gebruik van armoede- en minimaregelingen te onderzoeken. In onderstaand overzicht wordt het aantal bijstandsuitkeringen in Meppel en Staphorst gepresenteerd. Het aantal bijstandsuitkeringen in Meppel is ten opzichte van 2022 toegenomen, maar op hetzelfde niveau als in 2021 en lager dan 2020. In Staphorst nemen de aantallen licht toe ten opzichte van 2020. Een verklaring hiervoor ligt bij de toename van het aantal statushouders in de gemeente. Tabel 4.4 Aantal bijstandsuitkeringen 3
3
Totaal
Tot AOW-leeftijd
Vanaf AOW-leeftijd
Meppel (2023)
670
620
60
2022
640
590
50
2021
670
610
60
2020
710
650
60
Staphorst (2023)
150
140
10
2022
130
120
10
2021
110
110
10
2020
120
110
10
StatLine - Bijstandsuitkeringen; uitkeringsgrondslag, regio's (cbs.nl)
Rekenkameronderzoek armoedebeleid
23 van 41
Kinderarmoede De volgende tabel geeft het aantal minderjarige kinderen weer dat in armoede leeft. Voor beide gemeenten geldt dat deze aantallen min of meer gelijk zijn gebleven. Het aantal kinderen dat op 120% en 130% van het sociaal minimum leeft in Meppel is licht afgenomen. Tabel 4.5 Aantal minderjarige kinderen op % sociaal minimum 100%
101%
110%
120%
130%
Meppel (2022)
300
200
400
400
500
2021
300
200
400
500
600
2020
300
300
400
500
600
Staphorst (2022)
100
100
100
100
200
2021
100
100
100
100
200
2020
100
100
100
200
200
Achtergrond bij niet bereiken van inwoners De Rijksoverheid4 heeft in 2021 een literatuurstudie gedaan naar redenen waarom de overheid inwoners niet bereikt. Samengevat komt dat omdat er sprake is van een mismatch tussen de middelen en kanalen die de (Rijks)overheid inzet en de middelen en kanalen die de burgers gebruiken. Een andere oorzaak is dat de informatie en dienstverlening ontoegankelijk, onbegrijpelijk of onherkenbaar is. Met de keuze van de communicatiekanalen sluit de (Rijks)overheid sommige mensen uit. Zo zijn er mensen die geen computer, internet of tv hebben of gebruiken (1 miljoen Nederlanders). De (Rijks)overheid slaagt er ook niet altijd in om met de informatie en het beeldgebruik goed aan te sluiten op de behoeften van de mensen die we willen bereiken en om een boodschap empathisch over te brengen. Het gaat hierbij om zowel woordgebruik, beeldgebruik als om bejegening vrij van stereotyperingen. De Rijksoverheid berekende op landelijk niveau dat door het niet bereiken van deze inwoners 5% tot 35% van de mensen die recht hebben op (landelijke) voorzieningen hier geen gebruik van maken.
4
https://www.communicatierijk.nl/documenten/publicaties/2022/11/11/update-literatuurstudie-mensen-de-rijksoverheidniet-bereikt
Rekenkameronderzoek armoedebeleid
24 van 41
4.2
Gebruik van armoede- en minimaregelingen