Regels bestemmingsplan Meppel - Com. De Vos van Steenwijklaan 10
Tekst van het document
Regels Bestemmingsplan Meppel - Com De Vos van Steenwijklaan 10
Bestemmingsplan Meppel - Com. De Vos van Steenwijklaan 10 NL.IMRO.0119VosvanSteenwijk-BPC1
september 2023
Regels
Inhoud 1. Inleidende regels.........................................................................................................................2 Artikel 1 Begrippen.......................................................................................................................... 2 Artikel 2 Wijze van meten.............................................................................................................. 6 2. Bestemmingsregels....................................................................................................................7
Artikel 3 Groen.................................................................................................................................. 7 Artikel 4 Tuin.....................................................................................................................................8 Artikel 5 Wonen ............................................................................................................................. 10 3. Algemene regels........................................................................................................................13
Artikel 6 Anti-dubbeltelregel....................................................................................................... 13 Artikel 7 Algemene bouwregels.................................................................................................. 14 Artikel 8 Algemene gebruiksregels.............................................................................................15 Artikel 9 Algemene afwijkingsregels.......................................................................................... 16 Artikel 10 Overige regels..............................................................................................................17
4. Overgangs- en slotregels.......................................................................................................18 Artikel 11 Overgangsrecht........................................................................................................... 18 Artikel 12 Slotregel........................................................................................................................ 19
Bijlagen bij de regels
Bijlage 1: Akoestisch onderzoek Bijlage 2: Staat van Bedrijfsactiviteiten
1. Inleidende regels Artikel 1 Begrippen 1.1 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten 'NL.IMRO.0119.VosvanSteenwijk-BPC1', met bijlagen.
als vervat in het de bijbehorende regels
GML-bestand: en eventuele
1.2 plan het bestemmingsplan ‘Meppel - Com. De Vos van Steenwijklaan 10’ van de gemeente Meppel. 1.3 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de planregels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.
1.4 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.5 aan-huis-verbonden bedrijf het beroepsmatig verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid door middel van handwerk, waarvan de omvang in een woning met bijbehorende gebouwen past en waarbij de woonfunctie blijft behouden.
1.6 aan-huis-verbonden beroep een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen gebied, dat door zijn beperkte omvang in een woning en de daarbij behorende gebouwen, met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend. 1.7 achtererfgebied erf aan de achterkant en de niet naar openbaar toegankelijk gebied gekeerde zijkant, op meer dan 1 meter van de voorkant, van het hoofdgebouw. 1.8 bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde.
1.9 bebouwingspercentage een op de planverbeelding of in de planregels aangegeven percentage dat de grootte aangeeft van het deel van het bouwperceel, voor zover dat gelegen is binnen het bouwvlak, dat maximaal mag worden bebouwd met gebouwen.
1.10 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak. 1.11 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming.
1.12 bijbehorend bouwwerk uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw of ander bouwwerk, met een dak.
1.13 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats. 1.14 bouwgrens de grens van een bouwvlak die niet door bebouwing mag worden overschreden, met uitzondering van overschrijdingen die op grond van deze planregels zijn toegestaan.
1.15 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.16 bouwperceelgrens de grens van een bouwperceel. 1.17 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten. 1.18 bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond.
1.19 dak iedere bovenbeëindiging van een gebouw of overkapping. 1.20 dove gevel een bouwkundige constructie die een ruimte in een woning of gebouw scheidt van de buitenlucht, daaronder begrepen het dak en waarin geen te openen delen aanwezig zijn en met een in NEN 5077 bedoelde karakteristieke geluidwering die ten minste gelijk is aan het verschil tussen de geluidsbelasting van die constructie en 33 dB onderscheidenlijk 35 dB(A), alsmede een bouwkundige constructie waarbij alleen bij uitzondering te openen delen aanwezig zijn, mits de delen niet direct grenzen aan een geluidsgevoelige ruimte. 1.21 erf- en terreinafscheiding een bouwwerk, dat geen gebouw is en dat dient als scheiding tussen 2 of meer erven of terreinen, zoals muren, schuttingen, hekwerken of bouwwerken van vergelijkbare aard en omvang.
1.22 erotisch getinte vermaaksfunctie een vermaaksfunctie, welke is gericht op het doen plaatsvinden van voorstellingen en/of vertoningen van porno-erotische aard, waaronder begrepen een seksbioscoop, een seksclub en een seksautomatenhal. 1.23 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.24 hoofdgebouw gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkste is.
1.25 kampeermiddel a. een tent, een tentwagen, een kampeerauto of een caravan; b. enig ander onderkomen of enig ander voertuig of gewezen voertuig of gedeelte daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde, en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen of gewezen voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf.
1.26 meetverschil een door de feitelijke terreininrichting aanwezig verschil tussen het beloop van lijnen in het veld en een aangegeven bestemmings- of bouwgrens. 1.27 nutsvoorzieningen een voorziening ten behoeve van de telecommunicatie en de gas-, water-, en elektriciteitsdistributie, alsmede soortgelijke voorzieningen van openbaar nut, waaronder in ieder geval worden begrepen transformatorhuisjes, pompstations, gemalen, telefooncellen en zendmasten. 1.28 opslag het bewaren van goederen, materialen en stoffen, al dan niet in combinatie met de productie, bewerking, verwerking, handel en/of activiteiten van administratieve aard.
1.29 peil a. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de kruin van de weg ter plaatse van de hoofdtoegang; b. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld; c. indien in, op, of over het water wordt gebouwd: het gemiddelde waterpeil; d. indien de onder a tot en met c genoemde peilen in het veld aanleiding geven tot onduidelijkheden, een door of namens het college van burgemeester en wethouders aan te wijzen peil.
1.30 prostitutie het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen voor of met een ander tegen vergoeding. 1.31 seksinrichting de voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch/pornografische aard plaatsvinden. Onder
seksinrichtingen wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, een erotische massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar. 1.32 straat- en bebouwingsbeeld de waarde van het gebied in stedenbouwkundige zin door de mate van samenhang in aanwezige bebouwing, daarbij in het bijzonder gelet op een goede verhouding tussen bouwmassa en open ruimte, een goede hoogte- en breedteverhouding tussen de bebouwing onderling en de samenhang in bouwvorm en ligging tussen bebouwing die ruimtelijk op elkaar georiënteerd is. 1.33 wonen het gehuisvest zijn in een woning/wooneenheid.
1.34 woning een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.
1.35 woongebouw een gebouw, dat meerdere naast elkaar en/of geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen omvat en dat qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid beschouwd kan worden.
Artikel 2 Wijze van meten Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:
2.1 de dakhelling langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.2 de goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.3 de inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.
2.4 de bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.
2.5 de oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.6 de lengte, breedte en diepte van een gebouw tussen (de lijnen, getrokken door) de buitenkant van de gevels en/of het hart van de scheidingsmuren.
2. Bestemmingsregels Artikel 3 Groen 3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a. b. c. d.
groenvoorzieningen, bermen en beplanting; parken en plantsoenen; parkeervoorzieningen;
met daaraan ondergeschikt:
e. f. g. h. i.
speelvoorzieningen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; voet- en fietspaden; nutsvoorzieningen; tuinen;
met de daarbij behorende: j.
bebouwing.
3.2 Bouwregels 3.2.1 Algemeen Op of in de tot 'Groen' bestemde gronden mogen uitsluitend worden gebouwd:
a.
bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals erf- en terreinafscheidingen.
3.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen bepalingen:
zijnde gelden
de volgende
a. de bouwhoogte van lichtmasten mag ten hoogste 10 meter bedragen; b. in overige gevallen mag de bouwhoogte ten hoogste 6 meter bedragen.
Artikel 4 Tuin 4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a. tuinen behorende bij de op de aangrenzende gronden behorende hoofdgebouwen; b. parkeervoorzieningen; met daaraan ondergeschikt:
c. d. e. f. g. h.
groenvoorzieningen; speelvoorzieningen; paden; perceelontsluitingen; nutsvoorzieningen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen;
met de daarbij behorende:
i. j.
verhardingen; bebouwing.
4.2 Bouwregels 4.2.1 Algemeen Op de tot 'Tuin' bestemde gronden mogen uitsluitend worden gebouwd: a. bijbehorende bouwwerken in de vorm van erkers en ingangspartijen; b. luifels en balkons ten dienste van de bestemming wonen; c. bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
4.2.2 Gebouwen Met betrekking tot het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen: a. erkers en ingangspartijen van aangrenzende bestemmingen mogen tot een breedte van ten hoogste 50% van de breedte van de gevel van het hoofdgebouw en tot een diepte van ten hoogste 1,5 meter en een bouwhoogte van ten hoogste 3 meter worden gebouwd.
4.2.3 Luifels en balkons ten dienste van de bestemming ‘Wonen’ Voor het bouwen van luifels en balkons ten dienste van de bestemming wonen gelden de volgende bepalingen: a. voor luifels en balkons (van een woonhuis deeluitmakende) bebouwing mag de (verlengde) bouwgrens over ten hoogste de halve gevelbreedte met ten hoogste 1,5 meter worden overschreden; b. de afstand tussen de bebouwing en openbaar toegankelijk gebied mag niet minder bedragen dan 3 meter. 4.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Met betrekking tot het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende bepalingen:
a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag ten hoogste 1 meter bedragen;
b. in overige gevallen mag de bouwhoogte ten hoogste 6 meter bedragen.
4.3 Specifieke gebruiksregels Het totale oppervlak van ongebouwde parkeervoorzieningen mag: a.
indien de aangrenzende gronden binnen het bouwperceel bestemd zijn tot 'Wonen', niet meer dan 50% van de tot 'Tuin' bestemde gronden bedragen.
Artikel 5 Wonen 5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a. wonen; met daaraan ondergeschikt:
b. aan huis verbonden beroepen, tot ten hoogste 30% van het vloeroppervlak tot een maximum van 45 m2; c. groenvoorzieningen; d. parkeervoorzieningen; e. speelvoorzieningen; f. wegen en paden; g. nutsvoorzieningen; h. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; met de daarbij behorende:
i. j.
tuinen en verhardingen; bebouwing.
5.2 Bouwregels 5.2.1 Algemeen Op of in de tot 'Wonen' bestemde gronden mogen uitsluitend worden gebouwd:
hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken ten behoeve van de in artikel 5.1 genoemde functies; b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals erf- en terreinafscheidingen, palen en masten.
a.
5.2.2 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende bepalingen:
a. een hoofdgebouw mag uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; b. ter plaatse van de aanduiding 'gestapeld', mogen uitsluitend woongebouwen worden gebouwd; c. per bouwvlak mag maximaal het ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' aangegeven aantal wooneenheden worden gebouwd; d. ter plaatse van de aanduiding 'maximale goot- en bouwhoogte (m)' mag de gooten bouwhoogte ten hoogste de aangegeven hoogte bedragen; e. ter plaatse van de aanduiding 'gestapeld' mogen de bouwvlakken worden overschreden ten behoeve balkons en overbouwingen, mits deze overschrijding niet meer dan 2 meter bedraagt; f. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - dove gevel' dient een dove gevel te worden gerealiseerd en in stand gehouden te worden, conform het in bijlage 1 van de bijlagen bij de regels opgenomen akoestisch onderzoek. 5.2.3 Bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende bepalingen:
a.
bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend op het achtererfgebied worden gebouwd, met dien verstande dat de afstand tot de voorgevel minimaal 3 meter bedraagt;
b. in afwijking van het bepaalde onder a geldt dat overkappingen op het gehele achtererfgebied mogen worden gebouwd; c. de afstand tot de zijdelingse perceelgrens mag niet minder bedragen dan 1 meter, tenzij op de perceelgrens wordt gebouwd; d. de gezamenlijke oppervlakte mag ten hoogste 70 m2 bedragen, met dien verstande dat ten hoogste 50% van het achtererfgebied mag worden bebouwd; e. de goothoogte mag ten hoogste 3,3 meter bedragen, met dien verstande dat de goothoogte mag worden verhoogd tot ten hoogste de bovenkant van de vloer van de eerste verdieping van het hoofdgebouw; f. de dakhelling mag ten hoogste 60° bedragen; g. de bouwhoogte van een vrijstaand bijbehorend bouwwerk, met uitzondering van overkappingen, mag ten hoogste 5 meter bedragen; h. de bouwhoogte van een (aangebouwde) overkapping mag ten hoogste 3 meter bedragen.
5.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen bepalingen:
zijnde gelden
de volgende
indien zij vóór de voorgevel of voor een naar de weg gekeerde zijgevel van het hoofdgebouw of in het verlengde daarvan worden opgericht mag de bouwhoogte ten hoogste 1 meter bedragen; b. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen achter de voorgevel of achter een naar de weg toe gekeerde zijgevel of het verlengde daarvan mag ten hoogste 2 meter bedragen, met dien verstande dat: 1. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding erfafscheiding' de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen ten hoogste 3 m mag bedragen; c. de bouwhoogte van (vrijstaande) overkappingen mag ten hoogste 3 meter bedragen; d. in overige gevallen mag de bouwhoogte ten hoogste 6 meter bedragen.
a.
5.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing ten behoeve van:
a. b. c. d.
een goede woonsituatie; de verkeersveiligheid; de sociale veiligheid; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
5.4 Specifieke gebruiksregels Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend:
a.
het gebruik of het laten gebruiken van vrijstaande bijbehorende bouwwerken voor doeleinden van bewoning;
5.5 Afwijken van de gebruiksregels
5.5.1 Afwijkingsmogelijkheden Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 5.1 voor het kunnen toestaan van een aan-huis-verbonden bedrijf, onder de voorwaarden dat: a. de bedrijfsmatige activiteit alleen door de bewoner wordt uitgevoerd; b. de oppervlakte maximaal 30% van de vloeroppervlakte van de gebouwen bedraagt tot een maximum van 45 m2;
al het parkeren ten behoeve van het wonen in combinatie met de bedrijfsmatige activiteit op eigen terrein plaatsvindt; d. er geen detailhandel plaatsvindt uitsluitend als ondergeschikte nevenactiviteit bij de uitoefening van een aan-huis-verbonden bedrijf; e. de activiteit behoort tot categorie 1 van de van deze regels deel uitmakende Staat van Bedrijfsactiviteiten, die als bijlage 2 van bijlagen bij de regels is bijgevoegd; f. geen bedrijfsmatige opslag in de openlucht plaatsvindt. c.
5.5.2 Afwegingskader De in artikel 5.5.1 genoemde afwijking kan slechts worden toegepast, indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:
a. b. c. d. e. f.
het straat- en bebouwingsbeeld; de woonsituatie; de milieusituatie; de verkeersveiligheid; de sociale veiligheid; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
3. Algemene regels Artikel 6 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Artikel 7 Algemene bouwregels 7.1 Ondergronds bouwen
a. Op plaatsen waar hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken zijn of gelijktijdig worden gebouwd, mag eveneens ondergronds worden gebouwd, met dien verstande dat direct aansluitend ook in- dan wel uitritten ten behoeve van de ondergrondse bouwwerken mogen worden gebouwd. b. Bij een omgevingsvergunning kan het bouwen van ondergrondse bouwwerken worden toegestaan op andere locaties dan genoemd onder a, mits hierdoor de in het gebied aanwezige waarden niet onevenredig worden aangetast. 7.2 Bouwen buiten het bouwvlak In afwijking van het bepaalde in de bouwregels van de afzonderlijke bestemmingen geldt dat de (verlengde) grenzen van het bouwvlak naar de buitenzijde mogen worden overschreden door:
a. plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen en schoorstenen; b. gevel- en kroonlijsten, overstekende daken, (hoek-)erkers, ingangspartijen, luifels, balkons en galerijen, mits over niet meer dan de halve gevelbreedte en mits de (verlengde) grenzen van het bouwvlak met niet meer dan 1,5 meter worden overschreden; mits de bedoelde overschrijdingen niet in de weg staan aan:
c. d. e. f. g. h.
de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; een goede woonsituatie; het straat- en/of bebouwingsbeeld; de verkeersveiligheid; de milieusituatie; de sociale veiligheid.
Artikel 8 Algemene gebruiksregels Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend:
het gebruik of het laten gebruiken van gronden en gebouwen als stort- of opslagplaats van al dan niet aan het gebruik onttrokken voorwerpen, stoffen en materialen; b. het gebruik of het laten gebruiken van gronden of bouwwerken voor het oprichten van een verkooppunt van motorbrandstoffen. c. het gebruik of het laten gebruiken van gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting; d. het gebruik of het laten gebruiken van gronden als standplaats voor kampeermiddelen.
a.
Artikel 9 Algemene afwijkingsregels 9.1 Afwijkingsmogelijkheden Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van:
a. de regels en de verbeelding kan worden toegestaan dat bouwgrenzen worden overschreden, waarbij een overschrijding is toegestaan tot maximaal 2,5 meter, en deze noodzakelijk is in verband met de uitmeting van het terrein of uit een oogpunt van doelmatig gebruik van de gronden en/of de bebouwing; b. de regels en kan worden toegestaan dat de bouwhoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde wordt vergroot tot maximaal 5 meter. c. de regels en de verbeelding en kan een vermeerdering van maximaal 10% worden toegestaan ten aanzien van de maten en percentages, alsmede de inhoud en de oppervlakte van de bouwwerken.
9.2 Toepasbaarheid Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 9.1 kan slechts worden verleend, mits: a. de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad; b. het straat- en bebouwingsbeeld en de verkeersveiligheidsbelangen niet onevenredig worden geschaad.
Artikel 10 Overige regels 10.1 Voldoende parkeergelegenheid De gronden zoals aangewezen in de verschillende bestemmingen mogen slechts worden bebouwd onder de voorwaarde dat op eigen terrein voldoende parkeergelegenheid wordt gerealiseerd en in stand wordt gehouden; b. Bij omgevingsvergunning wordt aan de hand van de parkeernormen in de Nota Parkeernormen Gemeente Meppel bepaald of sprake is van voldoende parkeergelegenheid met dien verstande dat indien voornoemde beleidsregels gedurende de planperiode worden gewijzigd, rekening wordt gehouden met die wijziging; c. Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van de eis dat parkeren op eigen terrein dient plaats te vinden (sub a) en de parkeernormen zoals opgenomen in de Nota Parkeernormen Gemeente Meppel (sub b) mits dit geen onevenredige gevolgen heeft voor de omgeving en wordt voldaan aan de in de Nota Parkeernormen Gemeente Meppel opgenomen regels en voorwaarden.
a.
10.2 Verwijzing naar wettelijke regelingen De wettelijke regelen (en begrippen) waarnaar in deze regels wordt verwezen, gelden zoals deze luiden op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan.
4. Overgangs- en slotregels Artikel 11 Overgangsrecht 11.1 Overgangsrecht bouwwerken Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van de beheersverordening aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van de beheersverordening, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. c. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van de beheerverordening, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
a.
11.2 Overgangsrecht gebruik Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van de beheersverordening en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. Het is verboden het met de beheersverordening strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met de beheersverordening strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van de beheersverordening voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
a.
Artikel 12 Slotregel Deze regels worden aangehaald als 'Regels van het bestemmingsplan Meppel - Com. De Vos van Steenwijklaan 10'.
AKOESTISCH ONDERZOEK WEG- EN RAILVERKEERSLAWAAI
Commissaris de Vos van Steenwijklaan Meppel
RAPPORT
25166
ancoor
Akoestisch onderzoek Weg- en railverkeerslawaai
Projectlocatie
Commissaris de Vos van Steenwijklaan M eppel Opdrachtgever
Waag Exploitatie II V enestraat 17 8011 GJ Zwolle
an ANCOOR Lijsterbeslaan 117 7004 GN DOETINCHEM Telefoon 03 14 - 36 81 06 Email info@ancoor.nl
Projectnummer en versie:
Status:
25166, ver sie 1.0 Projectleider:
Definitief Paraaf:
Rapportdatum:
18— 4-2022
© ANCOOR Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of op enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever
Inhoudsopgave 1. Aanleiding en doelstelling onderzoek.............................................. 1-1 1.1 Aanleiding onderzoek.......................................................................... 1-1 1.2 Doelstelling onderzoek........................................................................ 1-1 1.3 Plangebied............................................................................................ 1-1 1.4 Input 3D-rekenmodel.......................................................................... 1-2 1.5 Opzet van het onderzoek....................................................................1-2 2. Wettelijk kader....................................................................................2-1 2.1 Wegverkeerslawaai............................................................................. 2-1 2.1.1 Zonebreedte gezoneerde wegen.................................................2-1 2.1.2 Aftrek conform artikel 110g Wet geluidhinder.......................... 2-1 2.1.3 Maximaal toelaatbare geluidbelasting ‘nieuwe situaties’........ 2-2 2.1.4 Ruimtelijke inpassing niet-gezoneerde wegen........................... 2-2 2.2 Spoorweglawaai.................................................................................. 2-3 2.2.1 Omvang geluidzones langs spoorwegen.....................................
2-3 2.2.2 Maximaal toelaatbare geluidbelasting ‘nieuwe situaties’........ 2-3 2.3 Van toepassing zijnde uitgangspunten plangebied........................... 2-3 2.3.1 Gezoneerde wegen........................................................................ 2-3 2.3.2 Niet-gezoneerde wegen................................................................ 2-4 2.3.3 Spoortracé...................................................................................... 2-4 3. Weg- en spoorweggegevens.............................................................. 3-1 3.1 Wegverkeer.......................................................................................... 3-1 3.1.1 Gezoneerde wegen........................................................................ 3-1 3.1.2 Gemeentelijke niet-gezoneerde wegen ..................................... 3-1 3.2 Railverkeer........................................................................................... 3-2 3.2.1 Treinintensiteiten .......................................................................... 3-2 4. Resultaten en toetsing....................................................................... 4-1 4.1 Algemeen ............................................................................................ 4-1 4.2 Resultaten gezoneerde wegen ..........................................................
4-1 4.3 Resultaten niet-gezoneerde wegen ...................................................4-2 4.4 Cumulatie alle wegen.......................................................................... 4-3 4.5 Resultaten railverkeer ........................................................................ 4-4 5. Te treffen maatregelen...................................................................... 5-1 5.1 Maatregelen wegverkeerslawaai....................................................... 5-1 5.1.1 Bronmaatregelen............................................................................ 5-1 5.1.2 Overdrachtsmaatregelen.............................................................. 5-2 5.1.3 Maatregelen bij de ontvanger ..................................................... 5-2 5.1.4 Verzoek hogere waarde ............................................................... 5-3 5.1 Maatregelen railverkeerlawaai ......................................................... 5-3 5.1.1 Algemeen........................................................................................ 5-3 5.1.2 Bronmaatregelen........................................................................... 5-3 5.1.3 Overdrachtsmaatregelen langs het spoor .................................. 5-3 5.1.4 Maatregelen bij ontvanger............................................................
5-4 5.2 Gemeentelijk geluidbeleid ................................................................. 5-4 5.3 Waardering omgevingskwaliteit........................................................ 5-4 5.3.1 Ontheffingsmogelijkheden ........................................................... 5-5 5.4 Verzoek hogere waarde ..................................................................... 5-5 5.5 Aanbevelingen...................................................................................... 5-7 6. Conclusie en aanbevelingen.............................................................. 6-1 6.1 Algemeen............................................................................................. 6-1 6.2 Wegverkeerlawaai............................................................................... 6-1 6.2.1 Maximaal optredende geluidbelastingen.................................... 6-1 6.1 Railverkeerlawaai ................................................................................ 6-1 6.2 Maatregelen ........................................................................................ 6-2 6.2.1 Bronmaatregelen........................................................................... 6-2
6.2.2 Maatregelen in de overdracht......................................................6-2 6.2.3 Voorzieningen bij de ontvanger................................................. 6-2 6.3 Aanbeveling..........................................................................................6-3
Bijlagen 01 02 03 04 05 06 07 08 09 10 11
Regionale en lokale situering Plangebied/Bouwplan Uitewrking prognose verkeersintensiteiten Invoergegevens rekenmodel Resultaten gezoneerde wegen [50 km-wegen] Resultaten niet-gezoneerde wegen [30 km wegen] Resultaten totaal optredende geluidbelasting wegverkeer Invoergegevens rekenmodel railverkeer Resultaten railverkeer Cumulatieve geluidsbelastingen Ontheffing hogere grenswaarden Commissaris de Vos van Steenwijklaan
AANLEIDING
EN
DOELSTELLING
ONDERZOEK
1. Aanleiding en doelstelling onderzoek 1.1 Aanleiding onderzoek
In opdracht van Waag Exploitatie II te Zwolle is door ANCOOR een akoestisch onderzoek ingesteld naar de optredende geluidbelastingen ten gevolge van het weg- en railverkeersverkeer op de gevels van de nieuw te bouwen woonbestemmingen gelegen aan de Commissaris de Vos van Steenwijklaan te Meppel. Dit ter voorbereiding op de wijziging van het bestemmingsplan voor het genoemde plangebied. Alvorens de procedure voor de bestemmingsplanherziening verder ter hand kan worden genomen, dient er inzicht te bestaan in de optredende geluidsbelasting ten gevolge van het weg- en raiverkeer vanuit de directe omgeving op het plangebied. Een akoestisch onderzoek is op grond van de Wet geluidhinder noodzakelijk wanneer woningen c.q. geluidsgevoelig objecten geprojecteerd worden binnen een door deze wet aangewezen geluidzone van een weg en van een spoorlijn. Het onderzoek is noodzakelijk omdat de geprojecteerde bouwlocatie is gelegen binnen de geluidzone van een aantal wegen en van de spoorlijn Zwolle-Leeuwarden. De geluidsbelasting afkomstig van 30-kilometer wegen en woonerven zijn bij de toetsing aan de gestelde grenswaarden in het kader van de Wet geluidhinder uitgesloten van beoordeling.
Uit vaste jurisprudentie blijkt echter dat ten behoeve van een goede ruimtelijke inpassing bij een aanpassing van het bestemmingsplan, ook de geluidsbelasting afkomstig van de niet-zoneplichtige wegen en woonerven dient te worden mee beschouwd. Dit omdat hiervan in nieuwe situaties eveneens hinder zou kunnen worden ervaren. Omdat de in de directe omgeving gelegen wegen ook zijn aan te merken als 30kilometer wegen, zijn deze in de uit te werken berekeningen en in de uit te werken cumulatieve geluidbelastingen eveneens meegenomen. 1.2 Doelstelling onderzoek
Doelstelling van het uit te voeren akoestische onderzoek is het bepalen van de optredenden geluidsbelastingen afkomstig van het wegverkeerslawaai en het railverkeerlawaai op de ter plaatse van het plangebied geprojecteerde woningen voor de toekomstige situatie (over 10 jaar, 2032). 1.3 Plangebied
In bijlage 01 is de regionale en lokale situering van het plangebied en de ontsluiting op de bestaande wegenstructuur hiervan weergegeven en ook de ligging van het spoortraject. Hierin is ook een 3D-uitdraai van de ligging van het plangebied in haar directe omgeving weergegeven. In bijlage 02 is een situering van het bouwplan op hoofdlijnen weergegeven. De geprojecteerde nieuwbouwlocatie is gelegen binnen de bebouwde kom van de gemeente Meppel . De resultaten van het uitgevoerde akoestisch onderzoek weg- en railverkeerlawaai zijn samengevat in deze rapportage.
ancoor
Projectnummer: 25166, versie 1.0 Datum: 18--4-2022
1-1
AANLEIDING
EN
DOELSTELLING
ONDERZOEK
1.4 Input 3D-rekenmodel Voor het uitwerken van het 3D-rekenmodel in GEOMILIEU is gebruik gemaakt van het door het Kadaster ter beschikking gestelde 3D Geluid data, versie 0.3.1.
Met versie 0.3.1 bieden zij drie input-lagen aan voor geluid studies. Namelijk: 1. Gebouwen LoD 1.3; 2. TIN/Hoogtelijnen; 3. Bodemvlakken met geluidreflectie- en absorptie waarden voor een groot deel van de modeloppervlakte; voor de hierin niet als bodemvlak opgenomen ondergrond, is een standaard bodemfactor ingevoerd van 0,7, zijnde ‘compacte ondergrond’. De drie lagen zijn door het Kadaster volledig automatisch gegenereerd op basis van BAG, BGT en AHN. Voor deze data zijn keuzes gemaakt ten aanzien van vereenvoudiging van geometrieën, hoogte-differentiatie tussen aansluitende dakdelen, minimale afmetingen, etc. Deze gegevens zijn gegenereerd om gebruikt te worden binnen Standaard Rekenmethode II van het RMG2012 (SRM2) en zijn door ANCOOR één op één overgenomen in het rekenmodel ten behoeve van deze rapportage. 1.5 Opzet van het onderzoek
Bij het onderzoek is gebruik gemaakt van de door de opdrachtgever verstrekte tekeningen van het bouwplan welke in bijlage 02 is bijgevoegd. In het voorliggende rapport wordt in hoofdstuk 2 het wettelijke kader waar binnen het onderzoek moet worden uitgevoerd beschreven en is een omschrijving van de onderzoekslocatie opgenomen. In hoofdstuk 3 worden de intensiteiten van de voor het plangebied relevante wegen en spoorwegen omschreven. In hoofdstuk 4 worden de resultaten van de berekeningen en ook de toetsing in het kader van de Wet geluidhinder als gevolg van de gezoneerde wegen en spoorwegen gepresenteerd. Om na te kunnen gaan in hoeverre er sprake is van een goed woon- en leefklimaat in de directe omgeving van het geprojecteerde plangebied, zijn ook de optredende geluidbelastingen als gevolg van de niet-zoneplichtige wegen in de directe omgeving van het plangebied in kaart gebracht. In hoofdstuk 5 worden de te treffen voorzieningen besproken. Tenslotte worden in hoofdstuk 6 de conclusies en aanbevelingen weergegeven.
ancoor
Projectnummer: 25166, versie 1.0 Datum: 18--4-2022
1-2
WETTELIJK
KADER
2. Wettelijk kader 2.1 Wegverkeerslawaai
In de Wet geluidhinder dient met betrekking tot de geluidbelasting van een weg of spoortraject over alle perioden (dag-, avond- en nachtperiode) van respectievelijk 07.00 19.00 uur, van 19.00-23.00 uur en van 23.00-07.00 uur te worden bepaald. De Lden is de logaritmisch gemiddelde waarde van de berekende geluidbelasting in genoemde dag-, avond- (verhoogd met 5 dB) en nachtperiode (verhoogd met 10 dB), waarbij gebruik wordt gemaakt van een 'energetische' middeling. De Wet geluidhinder is een grenswaarde opgenomen ten aanzien van de geluidbelasting op de gevels van woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen voor zowel wegverkeerlawaai als railverkeerlawaai. 2.1.1 Zonebreedte gezoneerde wegen
Op grond van het gestelde in de Wet geluidhinder, worden aan weerszijden van een weg zones aangegeven (artikel 74 Wgh). Binnen deze zones worden eisen gesteld aan de geluidbelasting. Een weg is niet zone plichtig als er sprake is van: • wegen die gelegen zijn binnen een als woonerf aangeduid gebied (artikel 74 lid 2a Wgh); • wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt (artikel 74 lid 2b. Wgh). De breedte van de geluidzones als functie van het aantal rijstroken van de weg en het soort gebied is weergegeven in onderstaande tabel. Tabel 2-1: Overzicht van toepassing zijnde zonebreedte conform gestelde in de Wet geluidhinder.
|
Aantal rijstroken
Zonebreedte stedelijk gebied
| Zonebreedte buitenstedelijk gebied
Een of twee rijstroken
200 meter
250 meter
Drie of vier rijstroken
350 meter
400 meter
Vijf of meer rijstroken
350 meter
600 meter
|
Gebieden binnen de bebouwde kom, met uitzondering van de gebieden binnen de bebouwde kom welke zijn gelegen binnen de zone langs een autoweg of autosnelweg als bedoeld in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens, worden als stedelijk aangemerkt. Als buiten stedelijke gebieden worden gebieden buiten de bebouwde kom, evenals het bovengenoemde uitgezonderd gebied binnen de bebouwde kom aangemerkt.
2.1.2 Aftrek conform artikel 110g Wet geluidhinder Op grond van doorontwikkeling van de technische mogelijkheden en het treffen van geluid reducerende maatregelen aan de motorvoertuigen, is te verwachten dat het wegverkeer in de toekomst minder geluid zal produceren dan momenteel het geval is. Binnen de Wet geluidhinder is in artikel 110g de mogelijkheid opgenomen om deze vermindering van de geluidsproductie in de geluidbelasting door te voeren. Voor zover er geen sprake is van specifieke omstandigheden, wordt de berekende geluidsbelasting verminderd met de aftrek ex. artikel 110g van de Wet geluidhinder, voordat de toetsing aan de grenswaarden plaatsvindt.
ancoor
Projectnummer: 25166, versie 1.0 Datum: 18--4-2022
2-1
WETTELIJK
KADER
De hoogte van de aftrek is geregeld in artikel 3.4 van het Reken- en Meetvoorschrift geluid 2012 en bedraagt ook na 1 juli 2018: • 2 dB voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt; • 4 dB als de geluidsbelasting zonder aftrek 57 dB is • 3 dB als de geluidsbelasting zonder aftrek 56 dB is • 5 dB voor de overige wegen; • 0 dB bij de bepaling van de geluidwering van de gevel ten behoeve van de borging van de binnenwaarden.
2.1.3 Maximaal toelaatbare geluidbelasting 'nieuwe situaties’
Volgens de Wet geluidhinder is er sprake van een ‘nieuwe situatie' als een nieuwe weg wordt aangelegd en/of er sprake is van nog niet geprojecteerde geluidsgevoelige bebouwing. Dit houdt in dat de woonbestemming nog niet conform de geplande bestemming in het vigerende bestemmingsplan aanwezig is. Er is daarom sprake van een noodzakelijke herziening van het bestemmingsplan. Grenswaarden voor ‘nieuwe situaties' zijn in artikel 82 tot en met 87 van de Wet geluidhinder opgenomen. In eerste instantie wordt ervan uitgegaan dat een voorkeursgrenswaarde zoals gesteld in artikel 82, eerste lid, niet mag worden overschreden. Als uit de rekenuitkomsten blijkt dat dit in het onderhavige geval wel zo zou zijn, maar de maximale ontheffingswaarde niet wordt overschreden, dan kan de gemeente onder bepaalde voorwaarden een ontheffing verlenen voor een hogere toelaatbare geluidbelasting. Dan dienen maatregelen welke zijn gericht op het terugbrengen van de geluidbelasting tot de voorkeursgrenswaarde van 48 dB, op overwegende bezwaren te stuiten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, landschappelijke of financiële aard.
Als de optredende geluidbelasting meer bedraagt dan de gestelde maximale ontheffingswaarde, dan kunnen er aanvullende eisen gesteld worden aan de indeling van een geluidgevoelige bestemming. In de onderstaande tabel is de normstelling uit de Wet geluidhinder opgenomen. Tabel 2-2: Overzicht voorkeurs- en maximale ontheffingswaarde wegverkeer. Situatie wegverkeer
|
te bouwen woningen / geluidsgevoelige bebouwing
| Voorkëürsörënswaardë
Max, ontheffingswaarde
48 dB 48 dB
53 dB 63 dB
buitenstedelijk binnenstedelijk
2.1.4 Ruimtelijke inpassing niet-gezoneerde wegen
Naast de in de directe omgeving van het plangebied gelegen zoneplichtige wegen, zijn er ook een aantal niet-zoneplichtige wegen in de directe omgeving van het plangebied gelegen. Deze wegen zijn conform het gestelde in de Wet geluidhinder niet voorzien van een geluidzone en vallen buiten de toetsing in het kader van de Wet geluidhinder. In de regel zijn 30 kilometer wegen voorzien van een elementenverharding. De ervaring leert dat hiervan, met name bij lagere snelheden, hinder kan worden ondervonden.
Uit jurisprudentie blijkt dat ten behoeve van een goede ruimtelijke inpassing van voor geluidgevoelige bebouwing, de optredende geluidbelastingen afkomstig van het wegverkeer over 30-kilometer wegen daarom eveneens moet worden beschouwd. Wij hebben in dit onderzoek naast de gezoneerde wegen, daarom ook de optredende geluidbelastingen afkomstig van de niet gezoneerde wegen [30-kilometer wegen] onderzocht. De gemeente Meppel heeft voor de uitwerking van het akoestische onderzoek ook de hiervoor benodigde totale verkeersintensiteiten aangeleverd. Daarom hebben wij in het
ancoor
Projectnummer: 25166, versie 1.0 Datum: 18--4-2022
2-2
WETTELIJK
KADER
uitgewerkte rekenmodel ook alle 30-kilometer wegen in de directe omgeving van het plangebied opgenomen en akoestisch beschouwd. 2.2 Spoorweglawaai
2.2.1 Omvang geluidzones langs spoorwegen
Gebaseerd op een bij het Besluit geluidhinder spoorwegen (BGS) behorende kaart, worden aan weerszijden van een spoorweg zones aangegeven (artikel 106 Wgh). Binnen deze zones worden eisen gesteld aan de geluidbelasting.
2.2.2 Maximaal toelaatbare geluidbelasting ‘nieuwe situaties’ Op grond van de Wet geluidhinder is sprake van een ‘nieuwe situatie’, als een nieuw baanvak wordt aangelegd en/of sprake is van nog niet geprojecteerde geluidsgevoelige bebouwing. Dit houdt in dat de bestemming nog niet conform de geplande bestemming in het vigerende bestemmingsplan aanwezig is. Er is daarom sprake van een noodzakelijke herziening van het bestemmingsplan. Normen met betrekking tot de geluidbelasting door railverkeer in ‘nieuwe situaties’ zijn gebaseerd op artikelen uit afdeling 4.2 van het Besluit geluidhinder.
Uitgangspunt is dat de voorkeursgrenswaarde niet mag worden overschreden. Als dit wel het geval is, maar de maximale ontheffingswaarde niet wordt overschreden, dan kan de gemeente onder bepaalde voorwaarden een ontheffing verlenen voor een hogere toelaatbare geluidbelasting. Hierbij dienen dan wel maatregelen te zijn opgenomen welke in eerste instantie zijn gericht op het terugbrengen van de geluidbelasting tot de voorkeursgrenswaarde van 55 dB. Mocht dit stuiten op overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, landschappelijke of financiële aard, dan kan het College van burgemeester en wethouders overwegen een hogere geluidbelasting toe te staan. In dat geval kunnen er aanvullende eisen gesteld worden aan de indeling van de geprojecteerde woningen of aanvullende voorzieningen worden opgelegd om het maximale binnenniveau in de betreffende voor geluidgevoelige ruimten te kunnen borgen. In de onderstaande tabel is de normstelling uit het Besluit geluidhinder opgenomen. Tabel 2-3: Overzicht voorkeurs- en maximale ontheffingswaarde railverkeer. | Situatie railverkeer
|
|
tebouwen woningen / geluidsgevoelige bebouwingII
Voörkëürsörënswaarde
55 dB
|
Max. ontheffingswaarde
68 dB
.
2.3 Van toepassing zijnde uitgangspunten plangebied
Binnen het plangebied worden nieuw te bouwen geluidsgevoelige bestemmingen [woningen] gerealiseerd binnen de geluidzone van bestaande gemeentelijke wegen en het spoortracé Zwolle-Leeuwarden . 2.3.1 Gezoneerde wegen
Voor het wegverkeer over de gezoneerde wegen (50 kilometer per uur of harder), zijn de volgende uitgangspunten van toepassing: • de bouwlocatie is gelegen instedelijk gebied; • de breedte van de geluidzone bedraagt 200 meter; • de voorkeursgrenswaarde bedraagt 48 dB op de gevels van de geprojecteerde voor geluidsgevoelige bebouwing; • de maximale ontheffingswaarde bedraagt 63 dB; • de aftrek conform artikel 110g uit de Wet geluidhinder bedraagt 5 dB; • de aftrek conform artikel 3.5 uit het Reken- en Meetvoorschrift 2012 wordt niet toegepast (snelheid < 70 km/uur)*.
ancoor
Projectnummer: 25166, versie 1.0 Datum: 18--4-2022
2-3
WETTELIJK
KADER
2.3.2 Niet-gezoneerde wegen Voor de niet-gezoneerde wegen, in dit geval 30-kilometer wegen, wordt de optredende geluidbelasting op de geluidgevoelige bebouwing eveneens berekend. Deze optredende geluidbelastingen worden opgeteld bij de optredende geluidbelasting afkomstig van de gezoneerde wegen en als uitgangspunt aangehouden voor het mogelijk uitwerken van geluidwerende voorzieningen aan de te zwaarbelaste gevels.
2.3.3 Spoortracé Ten aanzien van het railverkeer op traject Zwolle-Leeuwarden is de volgende situatie van toepassing: • De geprojecteerde nieuwbouw is gelegen binnen de geluidzone voor het genoemde traject; • de voorkeursgrenswaarde bedraagt 55 dB op de gevels van de nieuw te bouwen geluidsgevoelige bebouwing; • de maximale ontheffingswaarde bedraagt 68 dB op de gevels van de nieuw te bouwen geluidsgevoelige bebouwing
ancoor
Projectnummer: 25166, versie 1.0 Datum: 18--4-2022
2-4
WEG-
EN
SPOORWEGGEGEVENS
3. Weg- en spoorweggegevens 3.1 Wegverkeer
3.1.1 Gezoneerde wegen De gemeente Meppel heeft de verkeersintensiteiten .van de aan het plangebied grenzende wegen d.d.07-04-2022 aangeleverd, via de toezending van een aantal uitdraaien van het van kracht zijnde verkeersmodel. Deze intensiteiten zijn aangeleverd voor het prognosejaar 2030. De direct aan het plangebied grenzende weg betreft de Commissaris de Vos van Steenwijklaan. Dit betreft ons inziens een zoneplichtige weg [50-kilometer per uur weg] waarvoor een geadviseerde snelheid van 30 kilometer per uur geldt. Verdere gezoneerde wegen in de directe omgeving van het plangebied zijn de Knopperstraat, en de Ceintuurweg. Dit betreffen eveneens 50 kilometer per uur wegen. De via de mail aangeleverde gegevens, zijn omdat er niet meer gegevens bekend waren bij de gemeente, door Ancoor op basis van de landelijk gemiddelde verkeersverdeling per type weg, vertaald naar een verdeling van de verkeersitensiteiten over de perioden (dag, avond en nacht) en de voertuigcategorien (licht [LV], middel [MV] en zwaar [ZV]). Ook zijn de relevante maximumsnelheden en wegdektypen per afzonderlijk wegvak door Ancoor uitgewerkt. Voor een overzicht van de verkeers- en weggegevens voor zowel de gezoneerde als de niet-gezoneerde wegen in de directe omgeving van het plangebied, wordt verwezen naar de in dit hoofdstuk opgenomen tabellen.
De door de gemeente Meppel aangeleverde input alsmede de door Ancoor nader uitgewerkte gegevens zijn gebruikt als uitgangspunt voor de op te stellen berekeningen.
Omdat de gegevens zijn aangeleverd voor het prognosejaar 2030, en deze overeenkomstig het gestelde in de Wet geluidhinder, dienen te worden ingevoerd voor het jaar 10 jaar na realisatie van het bouwplan [2032], hebben wij de aangeleverde etmaalintensiteiten voor 2030 met gemiddeld 1,5 % per jaar verhoogd. Dit is een gebruikelijk groeipercentage.
Voor de onderbouwing van de gebruikte invoergegevens en berekeningen, wordt kortheidshalve verwezen naar de bij dit onderzoek uitgewerkte bijlagen. Tabel 3-1: Uur intensiteiten in omgeving van plangebied aanwezige zoneplichtige wegen Naam
Omschr.
LV(D)
LV(A)
LV(N)
MV(D)
MV(A)
MV(N)
ZV(D)
ZV(A)
Knopp 4
Burgemeester Knopperslaan - blad 4 50km/u
W0
50
11919
753,0
3 37,1
86,8
30,7
9,0
4,3
3 0,0
4,6
2,9
Knopp 4.1
Burgemeester Knopperslaan - blad 4.1 50km/i
W0
50
1353 1
854,2
3 82,4
98,5
35,1
10,3
5,0
34,4
5,3
3,3
Steenw 8.0
Comm de Vos van Steenwijklaan - blad 8 50ki
W9a
50
3 804
2 37,5
121,9
25,9
9,7
3,0
1,0
9,4
1,7
0,4
Ceintuur 7
Ceintuurbaan - blad 7 50km/u
W0
50
10915
6 89,7
3 0 8,7
79,5
2 8,0
8,2
4,0
27,4
4,2
2,7
Wegdek Snelheid Aantal
ZV(N)
3.1.2 Gemeentelijke niet-gezoneerde wegen Naast de wegen met een geluidzone zijn er in de directe omgeving van het plangebied eveneens een aantal niet-gezoneerde wegen aanwezig. In dit geval 30-kilometer wegen. In het navolgende overzicht zijn de in het rekenmodel ingevoerde verkeersintensiteiten zoals deze door de gemeente zijn aangeleverd -door Ancoor nader uitgewerkt en eveneens vermeerderd met een gemiddelde groei van 1,5 % per jaar opgenomen. De in het
ancoor
Projectnummer: 25166, versie 1.0 Datum: 18--4-2022
3-1
WEG-
EN
SPOORWEGGEGEVENS
onderzoek opgenomen niet-zoneplichtige wegen betreffen het Jufferenpad, Blankensteinweg, de Burgemeester Mackaystraat, de Marktstraat en de Javastraat.
de
Tabel 3-2 : Uur intensiteiten in omgeving van plangebied aanwezige niet-zoneplichtige wegen. Naam
1 Omschr.
Juffer 1.0
Jufferenpad - blad 1 30km/u
W9a
30
947
64,1
25,4
7,4
0,6
0,1
0,1
0,6
0,1
0,1
Blank 2.0
Blankensteinweg - blad 2 30km/u
W9a
30
963
64,1
25,4
7,4
1,3
0,2
0,1
1,2
0,2
0,1
M ackay 3 . Burgemeester Mackaystraat - blad 3 M arkt 5.0 || M arktstraat - blad 5 30km/u
W9a
30
558
38,5
15,3
4,4
-
-
-
-
-
-
W9a
30
5547
359,2
142,5
41,4
12,8
2,4
1,4
11,9
1,9
1,3
Markt 5.1 || Marktstraat blad 5.1 30km/u
W9a
30
5133
333,5
132,3
38,4
113
2,1
1,2
10,5
16
1,1
Javastraat - blad 6 30km/u Java 6.1 HJavastraat - blad 6.1 30km/u
W9a
30
1672
109,0
43,3
12,6
3,4
0,7
0,4
3,2
0,5
0,3
W9a
30
1174
77,0
30,5
8,9
2,2
0,4
0,2
2,0
0,3
0,2
Java 6.0
| Wegdek Snelheid Aantal
1 LV(D) 1 LV(A) 1 LV(N) | MV(D) MV(A) MV(N) 1 ZV(D) 1 ZV(A) 1 ZV(N)
3.2 Railverkeer
3.2.1 Treinintensiteiten De toekomstige treingegevens zijn gebaseerd op gegevens afkomstig uit het geluidregister spoorwegen dat per 1 juli 2012 in werking is getreden. Voor een overzicht van de ingevoerde trajecten zie de op de in bijlage 08 opgenomen uitdraaien van de situatietekeningen. De registergegevens, zoals wij die als input hebben gebruikt in het rekenmodel, zijn dd. 14-04-2022 gedownload vanuit het register railverkeer. Een uitdraai van de treinintensiteiten per spoordeel in tabelvorm, vergt een lijst met een te groot aantal trajectdelen om deze als beknopt overzicht op te nemen in dit rapport. Een overzicht van de in deze berekeningen opgenomen intensiteiten en overige invoergegevens per spoordeel, is overigens wel in zijn geheel opgenomen in bijlage 08. Hier wordt daarom kortheidshalve naar verwezen.
ancoor
Projectnummer: 25166, versie 1.0 Datum: 18--4-2022
3-2
RESULTATEN
EN
TOETSING
4. Resultaten en toetsing 4.1 Algemeen De invloed van het wegverkeer- en spoorweglawaai op de in de directe omgeving van het plangebied gelegen wegen en spoorlijn, is in dit akoestische onderzoek nader onderzocht. De berekeningen van de geluidsbelasting afkomstig van zowel het wegverkeer als het railverkeer zijn verricht met een door DGMR ontwikkeld computerprogramma Geomilieu (V2022-11). Deze is gebaseerd op het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012, standaardrekenmethode II.
In het rekenmodel is voor de bodemfactor voor het gehele rekengebied de factor overgenomen vanuit het door het Kadaster ter beschikking gestelde 3D Geluid data, versie 0.3.1. Voor de overige niet door deze data gedekte bodemgebieden is een standaardfactor van 1,0 [zacht] ingevoerd.
4.2 Resultaten gezoneerde wegen In de onderstaande tabel zijn de berekende hoogste geluidsbelastingen op de diverse ontvangerpunten weergegeven als gevolg van het wegverkeer over de Commissaris de Vos van Steenwijklaan. Tabel 4-1: Optredende geluidbelastingen wegverkeer Commissaris de Vos van Steenwijklaan (<70 km/u).
ancoor
Naam
1 Omschrijving Hoogte [m] Dag [dB] Avond [dB] Nacht [dB] Lden [dB] Toets [dB] Art. 110 g Overschrijding
TP043 A TP043 B
Toetspunt 043
1,5
66,5
62,6
56,2
66,6
48
Toetspunt 043
4,5
66,5
62,6
56,2
66,6
48
TP044 A
Toetspunt 044
66,4
62,5
56,1
66,5
48
TP044 B
Toetspunt 044
1,5 4,5
66,3
62,4
56,0
66,4
TP056 B
Toetspunt 056
4,5
64,3
60,4
54,0
TP055 B
Toetspunt 055
4,5
64,3
60,4
TP056 A
Toetspunt 056
1,5
64,2
TP055 A
Toetspunt 055
TP056 C
Toetspunt 056
1,5 7,5
TP055 C
Toetspunt 055
TP045 B
5 5
14 13
48
5 5
64,4
48
5
11
53,9
64,4
48
5
11
60,3
53,9
64,3
48
11
64,1
60,2
53,8
64,2
48
5 5
64,0
60,1
53,7
64,1
48
5
11
7,5
64,0
53,7
64,1
48
5
11
Toetspunt 045
4,5
61,3
60,1 57,4
5
8
Toetspunt 045
1,5
60,9
57,0
61,4 61,0
48
TP045 A
51,0 50,6
48
5
8
TP057 B
Toetspunt 057
4,5
59,7
55,8
49,4
59,8
48
5
7
TP054 B
Toetspunt 054
4,5
59,7
55,7
49,3
59,8
48
5
7
TP057 C
Toetspunt 057
7,5
55,3
48,9
59,3
48
TP057 A
1,5
55,3
48,9
48
6 6
1,5
59,0
55,1
48,7
59,3 59,1
5 5
TP054 A
Toetspunt 057 Toetspunt 054
59,2 59,2
48
5
6
TP054 C TP042 B
Toetspunt 054 Toetspunt 042
7,5
58,9
48,6
59,0
48
5
6
4,5
58,4
55,0 54 5
48,0
58,5
48
5
5
TP042 A TP053 C
Toetspunt 042 Toetspunt 053
1,5
58,3
54,4
47,9
58,4
48
5
5
7,5
57,3
53,4
46,9
48
TP058 B TP058 C
Toetspunt 058
4,5
57,1
53,2
46,8
57,4 57,2
5 5
4 4
Toetspunt 058
7,5
57,1
53,2
46,7
57,2
48
TP053 B TP058 A
Toetspunt 053
4,5
56,9
53,0
46,6
57,0
48
5 5
4 4
Toetspunt 058
1,5
56,2
52,2
45,8
56,3
48
5
TP053 A TP059 C
Toetspunt 053 Toetspunt 059
1,5
55,7
45,4
55,8
48
5
3 3
7,5
45,3
55,7
48
TP059 B TP052 C
Toetspunt 059
4,5
55,6 55,5
51,8 51 7 51,6
45,1
55,6
48
5 5
3 3
Toetspunt 052
7,5
54,7
50,7
44,3
54,7
48
5
TP052 B TP059 A
Toetspunt 052
4,5
54,3
43,9
54,4
48
5
2 1
Toetspunt 059
1,5
54,2
50,4 50,3
43/9
54,3
48
5
1
Projectnummer: 25166, versie 1.0 Datum: 18--4-2022
48
14 13
11
4-1
RESULTATEN
EN
TOETSING
In de onderstaande tabel zijn de berekende hoogste geluidsbelastingen op de diverse ontvangerpunten weergegeven als gevolg van het wegverkeer over de Ceintuurbaan. Tabel 4-2 : Optredende geluidbelastingen wegverkeer Ceintuurbaan (<70 km/u). Naam TP057 C
1 Omschrijving Hoogte [m] Dag fdB] Avond [dB] Nacht [dB] Lden [dB] Toets [dB] Art. 110 g 1 Overschrijding ■1Toetspunt 057 7,5 49,5 45,3 40,1 49,9 48 5 --
TP056 C ||Toetspunt 056 TP058 C ||Toetspunt 058
7,5
49,4
45,2
40,0
49,8
48
5
—
7,5
48,4
44,2
39,0
48,7
48
TP059_C ||Toetspunt 059 TP056 B ||Toetspunt 056
7,5
48,3
44,1
38,9
48,6
48
5 5
-—
4,5
48,1
43,8
38,7
48,4
48
5
TP055 C ||Toetspunt 055
7,5
47,3
43,0
37,9
47,6
48
5
-—
Toetspunt 057
4,5
47,1
42,9
37,7
47,5
48
5
--
TP057 B
In de onderstaande tabel zijn de berekende hoogste geluidsbelastingen op de diverse ontvangerpunten weergegeven als gevolg van het wegverkeer over de Kopperstraat. Tabel 4-3 : Optredende geluidbelastingen wegverkeer Kopperstraat (<70 km/u). Naam
1 Omschrijving Hoogte [m] Dag [dB] Avond [dB] Nacht [dB] Lden [dB] Toets [dB] Art. 110 <g
TP056 C
Toetspunt 056
7,5
50,1
45,9
40,7
50,4
48
5
--
TP057 C
Toetspunt 057
7,5
49,6
45,4
40,2
50,0
48
5
--
TP055 C
Toetspunt 055
7,5
49,4
45,1
40,0
49,7
48
5
--
TP011_ C
Toetspunt 011
7,5
48,8
44,5
39,3
49,1
48
5
--
TP012 C
Toetspunt 012
7,5
48,7
44,4
39,3
49,0
48
5
--
TP056_ B
Toetspunt 056
4,5
48,6
44,4
39,2
49,0
48
5
--
TP010 C
Toetspunt 010
7,5
48,6
44,3
39,2
48,9
48
5
--
TP009 C
Toetspunt 009
7,5
48,6
44,3
39,2
48,9
48
5
--
TP055 B
Toetspunt 055
4,5
48,5
44,2
39,1
48,8
48
5
--
TP013_ C
Toetspunt 013
7,5
48,2
43,9
38,7
48,5
48
5
--
TP056 A
Toetspunt 056
1,5
47,4
43,1
38,0
47,7
48
5
--
TP055 A
Toetspunt 055
47,3
43,0
37,9
47,6
48
5
--
TP045 B
Toetspunt 045
1,5 4,5
47,2
43,0
37,8
47,6
48
5
--
TP044_ B
Toetspunt 044
4,5
47,2
42,9
37,8
47,5
48
5
--
TP014 C
Toetspunt 014
7,5
47,2
42,9
37,8
47,5
48
5
--
TP058 C
Toetspunt 058
7,5
47,1
42,8
37,7
47,5
48
5
--
Overschrijding
In de vorenstaande overzichten zijn voor de betreffende wegen, conform het gestelde in artikel 110-g van de Wet geluidhinder, Lden met 5 dB gecorrigeerd voor wegen met een maximumsnelheid van minder dan 70 km/uur. Voor een overzicht van alle rekenuitkomsten voor de gezoneerde wegen wordt kortheidshalve verwezen naar het gestelde in bijlage 05. In deze rekenbijlage is de correctie overeenkomstig artikel 110g van de Wet geluidhinder niet opgenomen. Voor met name de Commissaris de Vos van Steenwijklaan die, hoewel hiervoor een snelheid van 30 kilometer per uur wordt geadviseerd, formeel dient te worden aangemerkt als gezoneerde weg, geldt een maximaal optredende geluidbelasting, inclusief aftrek artikel 110-g van de Wet geluidhinder, van 62 dB. Een overschrijding van maximaal 14 dB. Indien de gemeente Meppel hieraan medewerking zou willen verlenen, dan kan hiervoor een ontheffing hogere grenswaarden worden aangevraagd tot maximaal 63 dB.
4.3 Resultaten niet-gezoneerde wegen Voor een goede ruimtelijke inpassing [beoordeling van een goed woon- en leefklimaat] van de geprojecteerde woningen in haar directe omgeving, zijn naast de zoneplichtige wegen ook de niet-zoneplichtige wegen [30 km/uur wegen] in het akoestisch onderzoek mee beschouwd. De gecumuleerde geluidbelasting afkomstig van de niet-gezoneerde wegen samen bedraagt, zonder aftrek ex. Artikel 110g van de Wet geluidhinder, maximaal 46 dB. Uitgaande van een (fictieve) toetsingswaarde van 48 dB, is er als gevolg van de optredende gecumuleerde geluidbelasting afkomstig van het wegverkeer over de niet-gezoneerde 30kilometer wegen, daarom geen sprake van een overschrijding van deze voorkeurswaarde.
ancoor
Projectnummer: 25166, versie 1.0 Datum: 18--4-2022
4-2
RESULTATEN
EN
TOETSING
4.4 Cumulatie alle wegen De optredende geluidsbelastingen op het maatgevende ontvangerpunt bedraagt als gevolg van gecumuleerde geluidbelasting van alle wegen gezamenlijk, exclusief aftrek ex. artikel 110g van de Wet geluidhinder, maximaal 67 dB. Tabel 4-4: Optredende geluidsbelastingen wegverkeer op alle wegen gezamenlijk. 1 Omschrijving Hoogte [m] Dag [dB] Avond [dB] Nacht [dB] Lden [dB] Art. 110 g
1 Naam
TP043 A TP043_ B TP044 A TP044_ B TP056 B TP055 B TP056 A TP056_ C TP055 A TP055 C TP045 B TP045 A TP057 C TP057 B TP054 B TP057 A TP054 A TP054 C TP042 B TP042 A TP058 C TP053 C TP058 B TP053 B TP059 C TP058 A TP059 B TP053 A TP052 C TP009 C TP059 A TP052 B TP010 C TP011 C TP012 C TP009 B TP052 A TP010 B TP013 C TP027 B TP011 B TP009 A TP014 C TP012 B TP010 A TP027 A TP011 A TP028 B TP015 C TP013 B TP029 B TP012 A TP014 B TP030 B TP028 A
Toetspunt 043 Toetspunt 043 Toetspunt 044 Toetspunt 044 Toetspunt 056 Toetspunt 055 Toetspunt 056 Toetspunt 056 Toetspunt 055 Toetspunt 055 Toetspunt 045 Toetspunt 045 Toetspunt 057 Toetspunt 057 Toetspunt 054 Toetspunt 057 Toetspunt 054 Toetspunt 054 Toetspunt 042 Toetspunt 042 Toetspunt 058 Toetspunt 053 Toetspunt 058 Toetspunt 053 Toetspunt 059 Toetspunt 058 Toetspunt 059 Toetspunt 053 Toetspunt 052 Toetspunt 009 Toetspunt 059 Toetspunt 052 Toetspunt 010 Toetspunt 011 Toetspunt 012 Toetspunt 009 Toetspunt 052 Toetspunt 010 Toetspunt 013 Toetspunt 027 Toetspunt 011 Toetspunt 009 Toetspunt 014 Toetspunt 012 Toetspunt 010 Toetspunt 027 Toetspunt 011 Toetspunt 028 Toetspunt 015 Toetspunt 013 Toetspunt 029 Toetspunt 012 Toetspunt 014 Toetspunt 030 Toetspunt 028