CConstaterende datMeppel
Koppel je AI →
Document · PDF

Rapportage Burgerparticipatie in de gemeente Meppel

3 - RAADSCOMMISSIE ALGEMEEN 16 maart 2023, gemeente MeppelBij agendapunt: Rekenkameronderzoek ‘Burgerparticipatie in de gemeente Meppel’17.270 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

19

REKENKAMERONDERZOEK

BURGERPARTICIPATIE IN DE GEMEENTE MEPPEL

geweest. De participant heeft wel de indruk dat dankzij zijn inbreng in dit proces de gemeente meer alert is geworden op de specifieke belangen die door hem zijn aangekaart. Een participant die als lid van de expertgroep bij het proces betrokken was, vond de ‘opdracht’ van de expertgroep niet erg helder. Met welk doel is deze door de gemeente in het leven geroepen en waarom zo divers samengesteld? Daar had de groep zelf ook over mee willen denken. In het hele omgevingsvisietraject is daarover nog te veel onduidelijk. Volgens het expertgroepslid is de functie die de gemeente de groep heeft toebedacht nog te ‘reactief’: de gemeente legt iets voor en vraagt om een reactie. Ook had hij graag meegepraat over de vijf thema's uit het ‘gebieds-eigenverhaal’: die werden nu als grondslag voor de visie, met bijhorende participatie, gepresenteerd, terwijl daarover nog wel discussie mogelijk was, volgens de participant. Ook ervoer de participant dat de gemeente het onderwerp te veel met het oog op ‘beleid’ benaderde, terwijl wat hem betreft een echte visie op de verdere toekomst het uitgangspunt was. Het participatieverslag is nadien toegezonden. Ook is de expertgroep geïnformeerd over de behandeling in de raad. Volgens de participant is de visie onder druk uit een bepaalde hoek ‘te snel’ geagendeerd.

In het algemeen denkt de participant dat een meer structurele aanpak van participatie, niet alleen bij het onderwerp omgevingsvisie, maar ook bij sociale onderwerpen, nuttig zou zijn. Denk aan ‘permanente’ participatiestructuren als burgerfora. Die vereisen wel een discussie over de rol van de raad in dezen. Al met al is hij wel te spreken over het participatieproces. Op basis van deze reactie kunnen de volgende observaties worden gedaan: — — — — —

3.1.6

De participanten zijn per saldo tevreden over het de opzet van het participatietraject. Toch bestond er niet op alle punten duidelijkheid over dit traject: hoe wordt de inbreng gewogen; wat is de status van de expertgroep? Er worden kanttekeningen gemaakt bij enerzijds het gebrek aan concreetheid van de onderwerpen en anderzijds juist bij het te veel gericht zijn op (concreet) beleid door de gemeente. Het beeld over het resultaat van de participatie dat de participanten hebben, is wisselend: sommige elementen zijn terug te vinden, andere niet. Per saldo is de inbreng nuttig geweest. Het eindproduct lijkt onder een zekere tijddruk tot stand gekomen te zijn; zowel van gemeentelijke zijde als door een van de participanten werd het resultaat daarom als nuttig, maar suboptimaal beoordeeld. Als er iets meer tijd was genomen had het document iets meer uitgekristalliseerd kunnen zijn.

Toetsing normen De onderstaande scores hebben betrekking op de beleving van de participanten.

20

REKENKAMERONDERZOEK

BURGERPARTICIPATIE IN DE GEMEENTE MEPPEL

Norm Participanten vinden dat ze tijdig bij het proces betrokken zijn. Participanten vinden wat er van hen verwacht werd duidelijk, zowel voorafgaand als tijdens het proces. Participanten worden op de hoogte gehouden over wat er met hun inbreng is gedaan: er is sprake van een goede terugkoppeling achteraf. Participanten vinden dat hun bijdrage iets heeft opgeleverd voor het eindresultaat (het door de gemeente vastgestelde beleid, besluit of gerealiseerde project). Participanten vinden dat alle belangen voldoende zijn afgewogen. Participanten hebben een positief eindoordeel over het participatietraject en de gemeentelijke aanpak.

Bevinding Ja Deels Ja Ja Ja Ja

Daarnaast zijn er enkele normen die betrekking hebben op de uitkomsten (effecten) van het participatietraject in de ogen van de betrokkenen. De participatie heeft geleid tot een groter draagvlak voor het beleid of project.

Onbekend

Toelichting: het betreft visievorming. Onbekend is welke mate van draagvlak vooraf bestond: er waren weinig vooropgezette ideeën. Er is gediscussieerd aan de hand van thema's, wat tot een uitkomst heeft geleid. De participatie heeft geleid tot kwaliteitsverbetering of grotere acceptatie van beleid.

Ja

Toelichting: de inbreng heeft geleid tot aanscherping en accentverschuivingen die door de betrokkenen als wenselijk worden beoordeeld. De resultaten van participatie worden op een transparante manier gepresenteerd aan de raad, zodat deze ook een oordeel kan vellen over het proces, de resultaten en de representativiteit van participatie.

Deels

Toelichting: de resultaten zijn weergegeven in een overzichtelijk en uitgebreid participatieverslag. Niet duidelijk is evenwel welke effecten de inbreng heeft gehad op de uiteindelijke vormgeving.

3.2 3.2.1

Erfgoedbeleid Doel en proces Erfgoedbeleid heeft betrekking op het materiële cultuurhistorische erfgoed in de gemeente, het onroerend goed. Het beleid wil richting geven aan de omgang met dit erfgoed, tegen de achtergrond van ontwikkelingen als leegstand, herbestemming, energietransitie en woningbouw. Het beleidsmotto voor het erfgoed is ‘behouden, benutten en beleven’. De wens om tot nader beleid te komen dateert uit 2017 toen een Erfgoedverordening werd vastgesteld. Bij die gelegenheid riep de raad het college op met beleid te komen voor de aanwijzing van gemeentelijke monumenten. Het Coalitieakkoord 2018-2022 onderstreepte het belang van dit erfgoedbeleid. Het begin van het beleidsproces vormde de Startnotitie die door de raad werd vastgesteld op 21 mei 2019. Die formuleert het voornemen om tot een breder beleid te komen dan

21

REKENKAMERONDERZOEK

BURGERPARTICIPATIE IN DE GEMEENTE MEPPEL

oorspronkelijk de bedoeling was, door een relatie te leggen met toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen. De raad noemt in de startnotitie een aantal procesmatige uitgangspunten: — — —

Brede insteek van de verkenning naar erfgoedbeleid. Verkenning met de relevante partijen: organisaties en inwoners. Als de contouren van het beleid zich aftekenen, is er een bespreekmoment met de raad.

Het participatie-uitgangspunt wordt nader omschreven als: ‘We gaan een open proces in met erfgoed-(vrijwilligers)organisaties, andere partners en inwoners/eigenaren. Gezamenlijk stellen we vast wat van belang is voor Meppel en waar we de komende jaren energie in gaan steken.’ Ook noemt de startnotitie een aantal van die lokale en bovenlokale betrokken partijen met name.9 In een Memo van 18 februari 2020 informeerde het college de raad over het procesverloop voor het maken van het nieuwe beleid. Daarin werd ook stilgestaan bij de beleidsvorming voor een Kwaliteitsmanifest, een document dat mede in relatie staat met erfgoedbeleid. In grote lijnen zou het erfgoedproces bestaan uit twee sessies met participanten, formulering van conceptbeleid, bespreking daarvan in de ‘ronde’ voor de raad, een ‘definitieve’ beleidsversie, inclusief conceptafwegingskader voor monumenten, terugleggen bij participanten en ten slotte besluitvorming (vaststelling nieuw erfgoedbeleid). De memo geeft dus onder meer nadere invulling aan het participatieproces. Het beleid werd, na het doorlopen van het participatieproces, op 20 april 2021 vastgesteld in de vorm van de nota Erfgoedbeleid Meppel NU. Volgens het raadsvoorstel is het de bedoeling de ambities uit het beleid, alsmede ‘de input van de participatie’ tevens mee te nemen in de Omgevingsvisie.

Participatie heeft plaatsgevonden in de vorm van een ‘brede verkenning’ met ‘inwoners en (erfgoed)organisaties’. Door coronamaatregelen werd gekozen voor ‘digitale sessies’, met de mogelijkheid schriftelijk te reageren op stukken. Elders in het voorstel worden de externe betrokkenen meer in detail genoemd: behalve erfgoedorganisaties zijn dit provincie, waterschap, monumenteigenaren en ‘geïnteresseerde inwoners’. Met de participanten is ‘een erfgoedbeleid opgesteld’. Het raadsvoorstel zegt niet op welke wijze de participatie invloed heeft gehad op het eindresultaat, het uiteindelijke beleid. De uitkomst van de participatie is vastgelegd in een document dat ook aan de raad is gezonden. 3.2.2

Het verloop van de participatie Volgens het voorwoord van de Beleidsnota Meppeler erfgoed NU zijn de ‘bouwstenen’ voor deze nota in het voorjaar van 2020 ‘verkend’ met de raad. Vervolgens hebben in het najaar ‘verschillende betrokken partijen uit de samenleving’ geparticipeerd en ‘aangegeven wat ze belangrijk vonden’. Bijlage 1 vermeldt de deelnemers aan de participatie (vertegenwoordigers van zo'n 23 organisaties en negentien ‘losse’ deelnemers). De nota zelf zegt niet wat de participatie-inbreng heeft opgeleverd en op welke wijze de participatie heeft bijgedragen aan het beleid. De participatie is in opdracht van de gemeente uitgevoerd door CMO STAMM (die weer heeft samengewerkt met Het Oversticht). Deze organisatie heeft verslag gedaan van het verloop en 9 Startnotitie erfgoedbeleid Meppel (april 2019), p. 11 en 12.

22

REKENKAMERONDERZOEK

BURGERPARTICIPATIE IN DE GEMEENTE MEPPEL

de uitkomst van participatieproces in het rapport Erfgoedbeleid in de gemeente Meppel, rapport CMO STAMM (november 2020). De participanten gingen met elkaar in gesprek in vier digitale sessies waarbij ‘toeschouwers’ aanwezig waren van de gemeente. De sessies werden gehouden volgens de ‘versnellingsmethodiek’, waarin volgens een vaste aanpak met vragen en stellingen wordt gewerkt. De uitkomsten geven een beeld van de attitude van de deelnemers ten aanzien van het erfgoed van Meppel. Daarbij gaat het om zaken als de toegekende waarde, het gebruik en ideeën voor het beleid voor erfgoed. Centrale vraag bij de ‘versnellingssessies’ was: hoe zien de deelnemers het algemene beeld van de gemeente Meppel? Ze konden reageren op vier stellingen en er was een brainstorm over kenmerken van Meppels erfgoed. Bij de vraag naar de toekomst van het erfgoedbeleid konden deelnemers het belang aangeven van een aantal thema's. Volgens het verslag gold voor de deelnemers:10 — Dat ze vooral waarde hechten aan het historische karakter. — Hechten aan het behoud van het cultuurlandschap. — In mindere mate hechten aan archeologisch en immaterieel erfgoed. — Hergebruik van historische gebouwen belangrijk vinden. — Betrokkenheid van inwoners bij erfgoed belangrijk vinden. — Een rol zien voor de gemeente bij behoud van erfgoed (in beleid en bekendheid geven). 3.2.3

De beleving van de deelnemers Volgens de gemeente hechtte de raad sterk aan een actueel erfgoedbeleid en participatie als onderdeel van het proces daarnaartoe. Omdat erfgoedbeleid veel raakvlakken heeft met andere beleidsterreinen, is er eerst een soort ‘interne participatie’ uitgevoerd, in de vorm van gesprekken met college en ambtenaren. Voor de externe participatie is een bureau ingeschakeld, met als opdracht in een beperkt aantal bijeenkomsten en volgens een bepaalde gesprekstechniek gericht informatie verzamelen. Door coronamaatregelen werden dat digitale bijeenkomsten. De gemeente heeft de aanpak afgestemd met het bureau en was nauw betrokken bij het verloop. Na twee sessies zijn de bevindingen door de gemeente geordend. Bij de derde sessie lag vervolgens een behoorlijk gevorderd conceptbeleidsstuk voor en bij de vierde sessie een concepteindversie. De deelnemers hebben dus in elke fase commentaar kunnen geven en daar waren ze zeer tevreden over. Daarnaast konden enkele meelezers, nietzijnde deelnemers aan de bijeenkomsten, schriftelijk commentaar leveren. Bij de uiteindelijke bespreking in de gemeenteraad waren geen insprekers, volgens de gemeente een bewijs dat het resultaat breed werd gedragen. De inbreng van de participanten was in het proces (uiteindelijk) ook tamelijk homogeen, er was geen sprake van tegenstellende belangen of kampen onder de participanten.

Ook de raad was tevreden over het resultaat. Een participant die namens een landelijke monumentenorganisatie betrokken was vond het deelnemersveld representatief: grotendeels de landelijke en lokale organisaties en betrokken burgers (monumenteigenaren bijvoorbeeld) die je mag verwachten bij dit soort exercities. Monumentenbeleid was in zijn ogen voor Meppel belangrijk, omdat een aantal panden in de gevarenzone dreigden te raken. Participatie voor erfgoedbeleid is voor een gemeente extra belangrijk, omdat die zelf vaak een deel van de expertise mist. De participant was vooraf goed geïnformeerd over de vorm en het doel van de participatie. Er zijn veel goede ideeën naar voren gebracht en punten geopperd. In de participatie was geen sprake van grote 10 Erfgoedbeleid in de gemeente Meppel, rapport CMO STAMM (november 2020), p. 17.

23

REKENKAMERONDERZOEK

BURGERPARTICIPATIE IN DE GEMEENTE MEPPEL

belangentegenstellingen. Alle betrokkenen hebben hart voor monumenten; doorgaans ontstaat er meer discussie bij de concrete toepassing van het beleid (het aanwijzen van monumenten bijvoorbeeld). De participatie had overwegend het karakter van ‘ophalen van informatie’ door de gemeente. Er was geen sprake van co-creatie. De participant heeft het eindresultaat ontvangen, zodat hij kon nagaan wat er met de inbreng was gedaan. Die inbreng was voor wat de belangrijkste punten betreft goed terug te zien in het eindresultaat. In die zin is wel bijgedragen aan de vormgeving van het beleid. De participant is op de hoogte gesteld van de behandeldatum van het beleid in de raad en gewezen op de mogelijkheid tot inspreken. Gezien zijn tevredenheid over het resultaat had hij daar geen behoefte aan. Het traject voldeed in zijn ogen, mede in vergelijking met zijn ervaringen bij andere gemeenten, ruimschoots aan de eisen die eraan gesteld mogen worden. Een suggestie is wel om in dit soort trajecten de communicatie nadien te verbeteren. Sommige participanten willen niet alleen graag weten wat het resultaat van het traject zelf is, maar ook hoe het beleid concreet wordt uitgewerkt en toegepast. Desgevraagd heeft de participant daarover de gewenste informatie ontvangen, maar de gemeente zou die ook proactief kunnen verstrekken.

Op basis van bovenstaande kunnen de volgende observaties worden gedaan: — — — 3.2.4

De raad heeft vooraf gevraagd om participatie met een bepaald deelnemersveld. Daaraan is uitvoering gegeven. De raad was tevreden met het eindresultaat (hamerstuk). Het proces naar tevredenheid van de participant is verlopen. Omdat hij betrokken is bij beleidsvorming bij meerdere gemeenten kon hij vergelijken, waarbij aanpak en resultaat in Meppel er in positieve zin uitspringen. De communicatie rond het proces was in zijn ogen suboptimaal.

Toetsing normen De onderstaande scores hebben betrekking op de beleving van de participanten. Norm Participanten vinden dat ze tijdig bij het proces betrokken zijn. Participanten vinden wat er van hen verwacht werd duidelijk, zowel voorafgaand als tijdens het proces. Participanten worden op de hoogte gehouden over wat er met hun inbreng is gedaan: er is sprake van een goede terugkoppeling achteraf. Participanten vinden dat hun bijdrage iets heeft opgeleverd voor het eindresultaat (het door de gemeente vastgestelde beleid, besluit of gerealiseerde project). Participanten vinden dat alle belangen voldoende zijn afgewogen. Participanten hebben een positief eindoordeel over het participatietraject en de gemeentelijke aanpak.

Bevinding Ja Deels Deels Ja Ja Ja

Daarnaast zijn er de normen die betrekking hebben op de uitkomsten (effecten) van het participatietraject in de ogen van de betrokkenen. De participatie heeft geleid tot een groter draagvlak voor het beleid of project.

Ja

Toelichting: gezien de breedte van het deelnemersveld en het verloop van participatie en besluitvorming mag geconcludeerd worden dat het beleid breed wordt gedragen. De participatie heeft geleid tot kwaliteitsverbetering of grotere acceptatie van beleid.

Toelichting: zie vorige norm.

24

Ja

REKENKAMERONDERZOEK

BURGERPARTICIPATIE IN DE GEMEENTE MEPPEL

De resultaten van participatie worden op een transparante manier gepresenteerd aan de raad, zodat deze ook een oordeel kan vellen over het proces, de resultaten en de representativiteit van participatie.

Deels

Toelichting: de resultaten zijn weergegeven in een overzichtelijk en uitgebreid participatieverslag. Niet duidelijk is evenwel welke effecten de inbreng heeft gehad op de uiteindelijke vormgeving.

3.3 3.3.1

Gebiedsvisie Stationsgebied Doel en proces In mei 2017 is op verzoek van de gemeenteraad11 een herijking van de in 2013 opgesteld Structuurvisie besproken in de gemeenteraad. In deze herijking is met een blik op de toekomst gekeken naar de vraag wat de belangrijkste (clusters) van opgaven waren voor de gemeente. In totaal ging het hierbij om acht punten, waarvan drie gebiedsopgaven die een (her)inrichting van een gedeelte van de stad betroffen. Een ervan was het Stationsgebied, waarbinnen drie opgaven werden onderkend: de stationsomgeving, de fietsverbinding Ezinge – Meppel-Zuid en het gebied Bekinkbaan/Kraton. Op 26 september 2017 stelt de gemeenteraad per besluit een budget beschikbaar voor onderzoek en visievorming met betrekking tot het Stationsgebied. Voor dit geld moet een start worden gemaakt met een integrale visie voor het gebied. In het raadsvoorstel worden al direct een aantal kaders voor de te ondernemen stappen met betrekking tot burgerparticipatie genoemd. Er moet in 2017/2018 een proces worden gestart, waarbij samen met de NS een ‘schouw’ (een bezichtiging ter plaatse met stakeholders) wordt georganiseerd, verkennende gesprekken moeten worden gevoerd met ‘partijen in het gebied’, onderzoek moet worden opgestart en een visiedocument moet worden opgesteld. Daarbij is besluitvorming gepland in 2019.

In juli 2018 wordt een startnotitie aan de raad gestuurd ter informatie, waarin verdere duiding aan de opdracht wordt gegeven. In deze notitie wordt het beoogde resultaat van de gebiedsvisie beschreven: de gebiedsvisie moet een samenhangend toetsingskader voor ontwikkelingen bieden, richting geven aan diverse ruimtelijke vraagstukken in de omgeving, ontwikkelingen en investeringen van derden stimuleren en een basis leggen voor verdere verkenningen en subsidieaanvragen. Dit moet in een bondig document worden gevat, met onder meer een nadere uitwerking van de directe stationsomgeving. In deze notitie worden de ‘partijen in het gebied’ aangeduid als ‘belanghebbenden bij het Stationsgebied’ en nader gespecificeerd. Dit is door de verantwoordelijk beleidsadviseur gedaan na overleg met een aantal collega’s die verleden hadden met kwesties die in en om het stationsgebied speelden, en met de portefeuillehouder. In de startnotitie wordt een stappenplan voor het opstellen van de visie beschreven. Er is sprake van vier fasen: 7. Een verkennende fase, waarin de wensen, voorkeuren en inzichten van betrokken partijen worden geïnventariseerd. Dit wordt gedaan aan de hand van de stationsschouw, 11 Motie bij behandeling Begroting 2017

25

REKENKAMERONDERZOEK

BURGERPARTICIPATIE IN DE GEMEENTE MEPPEL

individuele gesprekken met belanghebbenden en een ambtelijke verkenning van diverse gerelateerde kwesties zoals water, economie en klimaat. 8. Een integrerende fase, waarin de opgedane inzichten worden gecombineerd in een totaalbeeld inclusief scenario’s voor specifieke gebieden (fietstunnel, Bekinkbaan) en duiding van opgaven voor verdere uitwerking. 9. Een uitwerkingsfase, waarbij op verdiepend en technisch vlak de inzichten verder worden ontwikkeld. 10. Een eindfase waarin alle werkzaamheden worden afgerond om tot een gebiedsvisie te komen. Bij de derde en vierde fase wordt nog expliciet genoemd dat er ‘gezamenlijk’ gewerkt moet worden om de tussen- en eindproducten ‘fijn te slijpen’. In de startnotitie wordt ook het voornemen geuit om, voor het begeleiden van het proces en het opstellen van de gebiedsvisie op basis van de opgehaalde input, een extern adviesbureau in te schakelen. De afdeling communicatie van de gemeente is niet ingericht op het zelf organiseren van burgerparticipatie, maar heeft wel meegedacht over de benadering van inwoners. Het externe bureau is niet betrokken geweest bij het uitzetten van de lijnen van het participatietraject, maar enkel met de uitvoering en uitwerking ervan.

Een aantal fracties in de gemeenteraad bekruipt bij het bestuderen van de startnotitie het idee dat de gemeenteraad bij het voorgenomen participatietraject niet voldoende mogelijkheid krijgt om te sturen. Men mist de rol van de raad in de procesbeschrijving, betwijfelt of inbreng kan worden gegeven op enkele specifieke punten (Bekinkbaan, groen, cultureel erfgoed) en is er huiverig voor dat de verwachting wordt gewekt dat de gemeenteraad hoe dan ook het op te leveren product ongewijzigd vast zal stellen, zonder dat ze hierin zou kunnen bijsturen. De motie roept het college dan ook op een extra beslismoment in te plannen op het moment dat de scenario’s en consequenties (in grote lijnen) bekend zijn. In de raadsvergadering van 18 juni 2020 is dit beslismoment aan de orde. In de voorliggende documenten wordt een variantenstudie gepresenteerd met drie integrale varianten: (i) doorgaan met bestaande middelen, (ii) organische ontwikkeling en (iii) ambitieus vergezicht. Voor vijfdeelgebieden is een voorkeursscenario, mede op basis van de inbreng vanuit een participatietraject, voorgesteld (zie voor de bespreking van dat traject paragraaf 3.3.2). De voorkeursscenario’s zijn gezamenlijk opgenomen in een integrale voorkeursvariant die elementen van organische ontwikkeling en een ambitieus vergezicht combineert.

Hierbij is aangegeven dat de voorkeursvarianten aansluiten bij de wensen van betrokkenen, en er is een participatieverslag bijgevoegd waarin uitgebreid wordt beschreven hoe deze wensen in kaart zijn gebracht en hoe deze zijn vertaald naar de aangewezen voorkeursvarianten. De gemeenteraad amendeert het voorstel door voor de verbinding Ezinge – Meppel-Zuid de optie van een fietstunnel open te houden, naast de voorkeursvariant van een gelijkvloerse verbinding, en deze mee te laten nemen in onderzoeken in het vervolgtraject. Ook wordt het college per motie opgeroepen om kwaliteit en erfgoed bij uitwerking van het ruimtelijk kader in de visie nadrukkelijk te benoemen en hieraan ook richting te geven. In de raadsvergadering van 30 september 2021 wordt de Gebiedsvisie Stationsgebied in de gemeenteraad besproken. De voorkeursvariant zoals gekozen door de raad in 2020 is uitgewerkt in een volledige visie, en er is invulling gegeven aan hierboven beschreven motie en amendement. De motie is meegenomen door in de visie op de deelgebieden “nog meer van de Meppeler karakteristiek en ruimtelijke identiteit terug te brengen”. Als gevolg van het amendement over de fietsverbinding zijn hercalculaties uitgevoerd en wordt voorgesteld de

26

REKENKAMERONDERZOEK

BURGERPARTICIPATIE IN DE GEMEENTE MEPPEL

uitkomsten mee te nemen in een verder traject gezamenlijk met ProRail. In de gebiedsvisie is te lezen dat deze is afgestemd met medewerkers van verschillende afdelingen van de gemeente, en wordt gerefereerd aan het feit dat gebruikers, eigenaren en belanghebbende partijen hebben geparticipeerd in het eerdere proces rondom de gebiedsvisie. Er wordt dus geen melding gemaakt van aanvullende participatie sinds het voorkeursscenario is vastgesteld. In het raadsvoorstel wordt in de argumentatie verwezen naar het feit dat de in 2020 voorgestelde voorkeursvariant deels was ingegeven door (zicht op) de financiële realiteit van destijds. Deze omstandigheden lijken in zoverre gewijzigd dat diverse ontwikkelingen mogelijkheden hebben geopend op ruimere financiële kaders, aldus het raadsvoorstel dat in 2021 voorligt. Opvallend is dat de sturing vanuit de eerdere, schijnbaar krappere, financiële kaders niet expliciet is benoemd in het raadsvoorstel of bijlagen die in juni 2020 zijn beschreven. Ook is niet duidelijk gemaakt in hoeverre er een afweging tussen inbreng vanuit participanten enerzijds en financiële argumenten anderzijds heeft plaatsgevonden bij het opstellen van een voorkeursscenario. De in 2020 verantwoordelijk projectleider herkent zich ook niet in dit effect van financiële kaders, maar bevestigt dat de haalbaarheid van scenario’s is meegenomen.

Overigens heeft deze in 2021 gesuggereerde opening naar een ambitieuzere uitwerking van de visie in de toekomst geen directe financiële consequenties. Dat zou pas het geval zijn als de visie ook echt zou worden uitgewerkt naar concretere planvorming. De gebiedsvisie wordt door de gemeenteraad zonder wijzigingen vastgesteld. 3.3.2

Het verloop van de participatie Zoals in paragraaf 3.3.1 al besproken, is het participatieproces in dit dossier al vroeg in het beleidstraject op hoofdlijnen beschreven en besproken door de raad, bij behandeling van het uitvoeringsplan van de gewijzigde structuurvisie. In de startnotitie is dit verder uitgewerkt, en worden de participatie-activiteiten beschreven. In het stappenplan, als onderdeel van de verkennend fase worden twee activiteiten genoemd: — Het uitvoeren van een stationsschouw met NS, mogelijk gecombineerd met een wijkschouw voor de buurt. — Het voeren van individuele gesprekken met partijen en gebruikers over hun wensen en belangen. In de notitie worden de volgende te betrekken partijen onderscheiden: — Partijen met eigendom of belang in het gebied, zoals NS, Prorail, betrokkenen fietsenstalling en busstation, ondernemers, bewoners, woningcorporaties, onderwijsinstellingen, sportclubs, Het Drentse Landschap. — Gebruikers van het gebied: reizigers, scholieren, bewoners, passanten. — Betrokkenen bij het gebied: Wijkplatform centrum en Oosterboer-Ezinge, Buurtplatform Meppel Oud Zuid, M20, provincie Drenthe. — Interne organisatie: collega’s, college en raad.

Die laatst categorie is een opvallende: doorgaans is het niet gebruikelijk om het politieke bestuur en de ambtelijke organisatie ook in het participatieproces een expliciete rol te geven, naast de rol die zij hebben in respectievelijk het democratische besluitvormingsproces en de uitvoering of uitwerking van beleid en besluiten. Voor het uitvoeren en ondersteunen van het participatietraject is het bureau Royal Haskoning DHV (RHDHV) ingeschakeld. De eerste activiteit die het bureau heeft begeleid, is de stationsschouw. De stationsschouw is een door de NS ontwikkeld instrument, waarbij een aantal

27

REKENKAMERONDERZOEK

BURGERPARTICIPATIE IN DE GEMEENTE MEPPEL

partijen wordt uitgenodigd (NS, ProRail, gemeente, reizigersorganisaties, etc.) om samen een rondgang te maken, waarbij het station en directe omgeving wordt beoordeeld. In een gezamenlijke nabespreking worden daarbij doorgaans vervolgacties geformuleerd. In dit geval, waarbij dit ter ondersteuning van het opstellen van een visiedocument wordt ingezet, zijn concrete vervolgacties nog niet aan de orde, maar wordt de input verzameld voor verwerking in het verdere traject. Voor de stationsschouw in januari 2019 zijn medewerkers van gemeente, provincie, NS, ProRail, RHDHV en een stedenbouwkundig adviseur uitgenodigd. Daarnaast zijn bewoners namens het Buurtplatform Oud-Zuid, het wijkplatform Oosterboer-Ezinge, wijkplatform Centrum en een vertegenwoordiger van een kunstproject aanwezig. Bij de gezamenlijke schouw zijn al deze partijen aanwezig, en wordt een tocht lang verschillende belangrijke punten in de stationsomgeving gelopen. Bij elke locatie worden vijf aspecten beoordeeld: functionaliteit, ruimtelijke kwaliteit, toegankelijkheid, sociale veiligheid en beheer/onderhoud. De beoordelingen worden later in een document gebundeld om een totaalbeeld van de waardering van de locaties te geven. Na deze stationsschouw vindt een overleg tussen overheidsmedewerkers en de zogeheten spoorse partijen (NS, ProRail) plaats.

Daarbij worden de indrukken uit de stationsschouw besproken, mogelijk relevante plannen en ontwikkelingen besproken en gekeken op welke vlakken samenwerking nuttig kan zijn. In september 2019 wordt een brede informatiebijeenkomst gehouden voor alle geïnteresseerden. Hiervoor wordt onder meer een advertentie in een huis-aan-huisblad geplaatst. Ook zijn inwoners en partijen die al in beeld waren gebracht (zoals wijkplatforms en buurtverenigingen) rechtstreeks uitgenodigd. In zowel de uitnodiging als de advertentie wordt toegelicht dat het erom gaat om input op te halen voor de gebiedsvisie met plannen voor de lange termijn, en dat de opbrengsten in een verslag worden verwerkt dat samen met de variantenstudie aan de gemeenteraad wordt gestuurd. Op de avond zelf worden geen voorkeursscenario’s of varianten als zodanig aangeduid: alles ligt in principe open. Er zijn ongeveer 25 mensen aanwezig, inclusief pers (exclusief medewerkers van gemeente of RHDHV). De indruk is dat de meeste aanwezige inwoners namens een platform of vereniging aanwezig zijn. In dezelfde periode worden gesprekken gevoerd met enkele bijzondere belanghebbenden. Daarbij valt te denken aan bedrijven die rechtstreeks geraakt zouden worden in bepaalde scenario’s of die een ander groot belang in het gebied hebben. Van deze gesprekken zijn ook verslagen opgesteld.

Bij deze gesprekken was het net als bij de informatiebijeenkomst de bedoeling om over verschillende locaties in het stationsgebied een breed gesprek te voeren en allerhande input op te halen die voor de visie relevant kon zijn. In het participatieverslag (bijlage bij de variantenstudie die in juni 2020 is besproken in de raad) zijn de opbrengsten van de informatieavond en de individuele gesprekken samengepakt gepresenteerd. Per deelgebied zijn de meningen over de verschillende varianten gepresenteerd. Hierbij is niet expliciet naar bepaalde partijen verwezen; de tekst beschrijft het totaalbeeld dat bij de gesprekken naar voren is gekomen. Bij de informatiebijeenkomst is ook niet gebleken dat er sprake was van tegenstrijdige belangen of ‘kampen’, waarmee de noodzaak om uiteenlopende geluiden te markeren niet bestond. De deelnemers aan de participatie-activiteiten zijn na de bijeenkomsten en gesprekken niet meer geïnformeerd over het vervolgtraject, zowel voor wat betref het proces binnen de organisatie als het politieke traject in de raadszaal.

28

REKENKAMERONDERZOEK

3.3.3

BURGERPARTICIPATIE IN DE GEMEENTE MEPPEL

De beleving van deelnemers Er is met twee deelnemers aan het participatie-traject gesproken: een heeft op persoonlijke titel deelgenomen omdat hij zowel woonde als pandeigenaar was in het stationsgebied. De participant is voor het participatieproces benaderd door de gemeente, evenals andere buurtbewoners, en heeft deelgenomen aan een ‘één-op-één-gesprek’ en de informatieavond. De participant vond dat de bijeenkomsten goed verliepen. De informatieavond had een geheel open karakter waarbij ideeën werden opgehaald. Na afloop van de gesprekken was er een terugkoppeling naar de deelnemers. Het was echter niet helemaal duidelijk of en hoe het verder zou gaan, of er voorkeursscenario’s zouden komen, etc. Dat er verder besluitvorming heeft plaatsgevonden in de raad over voorkeursvarianten, was niet bekend. Ook vond deze participant het opmerkelijk dat het participatietraject verder nog geen concrete vervolgstappen heeft opgeleverd. Dat terwijl de opgehaalde ideeën in de optiek van de participant grotendeels wel realistisch leken. De tweede participant heeft namens een wijkplatform deelgenomen aan twee activiteiten in het participatieproces: de stationsschouw en de participatieavond. De oorspronkelijke indruk was daarbij dat de gemeente de mensen wilde informeren over wat de plannen waren. Deze participant vond beide bijeenkomsten zeer zinvol.

Er werd duidelijk aangegeven wat men wilde gaan doen en welke alternatieve keuzes er werden overwogen. Dat was eerder ook al uitgelegd in de brief waarmee het wijkplatform is uitgenodigd. Deze participant vind het wel een verbeterpunt dat na afloop van de activiteiten er geen communicatie meer geweest is over dit dossier. Men was tot nu toe in de veronderstelling dat het proces stil was komen te liggen en wist niet dat er al voorkeursvarianten zijn voorgelegd aan de gemeenteraad, en dat deze voorkeuren door de raad zijn bevestigd. Hiervan was men graag op de hoogte gehouden. Het is ook niet aan de orde gekomen in de wijkplatformvergaderingen, waarbij wel steeds de wijkregisseur de wijk aanwezig is geweest. Beide participanten zijn over het algeheel tevreden over het verloop van het participatietraject. Allereerst waren de uitnodigingen voor de gesprekken, de stationsschouw en de informatieavond helder over de doelstellingen waarmee de participatie-activiteiten werden georganiseerd. Ook bij de activiteiten zelf werd duidelijk uitgelegd wat de gemeente verwachtte, over welke onderwerpen en vragen input werd opgehaald, en wat er met de inbreng van de participanten zou worden gedaan. De participanten hadden daarnaast de indruk dat er genoeg vragen open lagen waarover hun mening werd gevraagd en dat ze dus op tijd in het traject werden bevraagd.

Dit heeft uiteraard ook met de aard van het beleidstraject te maken: bij een visie is er al sprake van een vroeg stadium, en van een eindproduct dat als basis geldt voor latere en meer concrete besluitvorming. De opzet en organisatie van alle participatie-activiteiten was goed; er was ruimte voor alle inbreng, er werd niet gestuurd maar er was wel voldoende structuur aangebracht in het onderwerp door onder meer deelgebieden te onderscheiden en scenario’s te schetsen. Ook het verslag dat opgesteld werd naar aanleiding van de gesprekken en de informatieavond werden gewaardeerd. De participanten herkenden er de inbreng die tijdens de participatie was gegeven in. De verbeterpunten zitten voornamelijk in het verloop van het beleidsproces na het participatietraject. In hun herinnering zijn de gesprekspartners niet voldoende ingelicht over welke stappen nog moesten worden genomen. Hierbij doelt men voornamelijk op de fase waarin de variantenstudie is voorgelegd, met een integrale voorkeursvariant, dat deze door de raad is vastgesteld, en vervolgens is uitgewerkt naar een visie. De participanten die wij spraken hebben weinig meegekregen van deze eindfase. Dat valt te verklaren omdat op dat moment geen

29

REKENKAMERONDERZOEK

BURGERPARTICIPATIE IN DE GEMEENTE MEPPEL

inbreng meer van de participanten nodig was, maar desalniettemin hadden ze het gewaardeerd om meer geïnformeerd te worden over dit politiek-bestuurlijke proces. Doordat ze hier niet van op de hoogte waren, ontstonden ook vraagtekens wat nu precies gedaan zou worden met de visie. In de gemeenteraad is duidelijk gecommuniceerd dat het om een visie gaat, waarin kaders voor latere besluitvorming zijn neergelegd zonder dat er al direct concrete stappen in de uitwerking of uitvoering volgen, maar voor de participanten was dit niet helemaal helder. Hierdoor is er ook enige teleurstelling merkbaar; men had verwacht dat twee jaar na het participatietraject ook wel iets van tastbaar resultaat te zien zou zijn. De verklaring voor deze gang van zaken die bij de gemeente en het bestuur dus wel helder is, komt niet door bij participanten. Op basis van het bovenstaande kunnen de volgende observaties worden gedaan: — — — — — 3.3.4

De deelnemers zijn over het algeheel tevreden over het participatieproces. Er is helder gecommuniceerd over de kaders waarbinnen de participatie plaatsvond. Doordat de participatie vroeg in het proces plaatsvond, had men het gevoel dat alle inbreng welkom was en verwerkt kon worden. Men was graag beter geïnformeerd geweest over het vervolgtraject, inclusief behandeling in de gemeenteraad. Mede door de onduidelijkheid daarover bestaat er ook wat verwondering over het feit dat er concreet nog niks gebeurd is in het gebied.

Toetsing normen De onderstaande scores hebben betrekking op de beleving van de participanten. Norm Participanten vinden dat ze tijdig bij het proces betrokken zijn. Participanten vinden wat er van hen verwacht werd duidelijk, zowel voorafgaand als tijdens het proces. Participanten worden op de hoogte gehouden over wat er met hun inbreng is gedaan: er is sprake van een goede terugkoppeling achteraf. Participanten vinden dat hun bijdrage iets heeft opgeleverd voor het eindresultaat (het door de gemeente vastgestelde beleid, besluit of gerealiseerde project). Participanten vinden dat alle belangen voldoende zijn afgewogen. Participanten hebben een positief eindoordeel over het participatietraject en de gemeentelijke aanpak.

Bevinding Ja Ja Deels Ja Nvt Ja

De derde norm is als ‘deels’ beoordeeld, omdat vanuit het perspectief van de participanten niet geheel duidelijk was wat er – na vaststelling van de variantenstudie – met de opgehaalde inbreng is gedaan. Omdat er geen sprake was van verschillende belangen is de afweging daarvan niet beoordeeld door de participanten. Daarnaast zijn er de normen die betrekking hebben op de uitkomsten (effecten) van het participatietraject in de ogen van de betrokkenen. De participatie heeft geleid tot een groter draagvlak voor het beleid of project.

Ja

Toelichting: net als bij de eerste casus gaat het om visievorming. Toch heeft het feit dat alle relevante belanghebbenden, en zelfs alle inwoners van de gemeente, zijn uitgenodigd waarschijnlijk een draagvlakvergrotend effect gehad. Het aantal participanten was wellicht niet

30

REKENKAMERONDERZOEK

BURGERPARTICIPATIE IN DE GEMEENTE MEPPEL

heel hoog (25 op de informatieavond, plus individuele gesprekken), maar een groot deel kwam ook als vertegenwoordiger namens wijk of buurt en daarmee was het bereik goed te noemen. De participatie heeft geleid tot kwaliteitsverbetering of grotere acceptatie van beleid.

Ja

Toelichting: zie vorige norm. Daarnaast is ook door de beleidsambtenaar aangegeven dat in het participatietraject signalen zijn opgehaald die nog niet waren bedacht. Daaruit is de meerwaarde gebleken van het betrekken van mensen die de omgeving heel goed kenden en zicht hadden op praktische consequenties van bepaalde varianten. De resultaten van participatie worden op een transparante manier gepresenteerd aan de raad, zodat deze ook een oordeel kan vellen over het proces, de resultaten en de representativiteit van participatie.

Deels

Toelichting: de resultaten zijn weergegeven in een overzichtelijk en uitgebreid participatieverslag. Niet duidelijk is evenwel welke effecten de inbreng heeft gehad op het uiteindelijke document dat is opgesteld en in hoeverre welke inbreng is meegenomen bij het bepalen van de voorkeursvariant. Ook de eventuele financiële afwegingen, en hoe die zich verhouden tot de wensen vanuit de participanten, zijn niet transparant weergegeven (terwijl deze later wel van belang bleken).

31

REKENKAMERONDERZOEK

BURGERPARTICIPATIE IN DE GEMEENTE MEPPEL

4 Analyse, conclusies en aanbevelingen

4.1

Analyse In de voorgaande hoofdstukken hebben we het beleidskader en de beleidspraktijk in volle breedte van de organisatie beschreven en dit beeld verder uitgediept met drie casestudy’s. In dit hoofdstuk zetten we de bevindingen op een rij om tot een totaalbeeld te komen. Hierbij borduren we voort op de normentoetsing die aan het eind van hoofdstuk 2 en aan het eind van de paragraven van hoofdstuk 3 is uitgevoerd. Ten aanzien van het beleid hebben we geconstateerd dat in de onderzoeksperiode 2016-2021 geen sprake was van een overkoepelend participatiebeleid. Dit wil niet zeggen dat er niks gebeurde op het vlak van burgerparticipatie, integendeel, vooral in het fysieke domein werd geregeld burgerparticipatie ingezet. Hierbij ging het zowel om beleidsvorming als beleidsuitvoering en -uitwerking. Bij de dossierstudie is ook gebleken dat enkel dossiers vanuit dit domein geschikt waren voor verdere bestudering en/of een casestudy. In het sociaal domein wordt veel gebruik gemaakt van ‘continue participatie’, in de vorm van raadpleging van onder meer wijkplatforms, de Adviesraad Sociaal Domein en andere overlegvormen met een maatschappelijke functie.

Uit de gesprekken met inwoners die aan deze vorm van participatie deelnemen blijkt dat het dan vaak gaat om overleg, het ophalen van signalen, maar niet om afgekaderde participatietrajecten die worden ingezet bij het opstellen van beleidsstukken. De normen ten aanzien van beleidskaders zijn als volgt beoordeeld:

32

REKENKAMERONDERZOEK

BURGERPARTICIPATIE IN DE GEMEENTE MEPPEL

TABEL 4.1: NORMEN TEN AANZIEN VAN BELEIDSKADERS BURGERPARTICIPATIE

Norm

Bevinding

De gemeente heeft beleid of kaders vastgesteld voor burgerparticipatie en handelt in overeenstemming daarmee.

Deels

Burgerparticipatie is een integraal onderdeel van de manier van werken in de gemeente.

Deels

Er zijn afspraken over de evaluatie van het instrument burgerparticipatie en deze worden nagekomen.

Nee

Het vastgestelde beleid is omgezet in praktische afspraken en richtlijnen voor de ambtelijke organisatie.

Nee

In hoofdstuk 3 hebben we per casus normen over de beleving van participanten beoordeeld. Deze zetten we hier nog eens op een rij. TABEL 4.2 NORMEN TEN AANZIEN VAN BELEVING VAN PARTICIPANTEN

Norm Participanten vinden dat ze tijdig bij het proces betrokken zijn. Participanten vinden wat er van hen verwacht werd duidelijk, zowel voorafgaand als tijdens het proces. Participanten worden op de hoogte gehouden over wat er met hun inbreng is gedaan: er is sprake van een goede terugkoppeling achteraf. Participanten vinden dat hun bijdrage iets heeft opgeleverd voor het eindresultaat (het door de gemeente vastgestelde beleid, besluit of gerealiseerde project). Participanten vinden dat alle belangen voldoende zijn afgewogen. Participanten hebben een positief eindoordeel over het participatietraject en de gemeentelijke aanpak.

Bevinding (per casus) 1 2 3 Ja Ja Ja Deels Deels Ja Ja

Deels

Deels

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

N.v.t.

Ja

Ja

Ja

Over het algemeen zien we dat de participanten een positief beeld hebben over het proces waaraan ze hebben deelgenomen. Er zijn enkele verbeterpunten ingebracht over het duidelijk maken wat er van hen verwacht werd, en over de informatievoorziening na het participatieproces. TABEL 4.3 NORMEN TEN AANZIEN VAN EFFECTEN EN RESULTATEN VAN PARTICIPATIE

Norm De participatie heeft geleid tot een groter draagvlak voor het beleid of project. De participatie heeft geleid tot kwaliteitsverbetering of grotere acceptatie van beleid. De resultaten van participatie worden op een transparante manier gepresenteerd aan de raad, zodat deze ook een oordeel kan

33

Bevinding (per casus) 1 2 3 OnbeJa Ja kend Ja Ja Ja Deels

Deels

Deels

REKENKAMERONDERZOEK

BURGERPARTICIPATIE IN DE GEMEENTE MEPPEL

vellen over het proces, de resultaten en de representativiteit van participatie.

Voor alle drie de onderzochte casussen heeft de participatie tot kwaliteitsverbetering geleid, en voor minimaal twee van de drie kan ook worden gesteld dat het draagvlak is vergroot. Qua presentatie van de resultaten aan de raad zien we dat er steeds uitgebreide verslaglegging van het participatieproces en de resultaten is opgesteld, maar dat de link tussen participatieopbrengsten en het eindresultaat in de vorm van een beleidsnota of visiestuk vaak ontbreekt. Daardoor is het moeilijk om de belangenafweging (ook tussen participatie en eigen gemeentelijke kaders en voorkeuren) te beoordelen. De volgende vier normen betreffen een beoordeling van de algehele beleidspraktijk: De inzet van (een bepaalde vorm van) burgerparticipatie wordt afgewogen waar participatie aan de orde zou kunnen zijn.

Deels

Afgaande op de casussen lijkt er wel steeds een afweging plaats te vinden van de inzet van burgerparticipatie en de vorm ervan, maar het ontbreekt aan een integraal afwegingskader. Beleidsambtenaren opereren door het ontbreken van richtlijnen zelfstandig en maken ook grotendeels zelfstandig de afweging over welke vormen van participatie geschikt zijn. De gemeenteraad wordt betrokken bij en doet kaderstellende uitspraken over burgerparticipatie, hetzij over het beleid in het algemeen, hetzij in voorkomende gevallen van participatietrajecten.

Deels

De gemeenteraad heeft in de onderzoeksperiode (voor vaststelling van het Participatiebeleid Omgevingswet) geen uitspraak gedaan over burgerparticipatie. Bij de casussen is wel in een aantal gevallen aan de raad voorgelegd welke plannen er met betrekking tot participatie waren, waarbij de raad steeds akkoord is gegaan met de voorgestelde aanpak. Er is daardoor maar in beperkte mate te spreken van kaderstelling. Er worden middelen (geld, scholing, instrumenten) beschikbaar gesteld in de organisatie om participatie(trajecten) te faciliteren.

Deels

Er zijn in beperkte mate middelen beschikbaar voor de organisatie van participatie. Bij een aantal dossiers (waaronder de casussen) zien we wel dat er capaciteit is om het participatietraject te ontwerpen en kaders op te stellen. Voor specifieke kennis bij begeleiding van het traject wordt veelal gebruik gemaakt van de capaciteit en expertise van externe adviesbureaus. Er zijn voorafgaand aan participatietrajecten procedureregels opgesteld en gecommuniceerd met betrokkenen, ten aanzien van doel, verloop en resultaat van het traject.

Ja

Bij de onderzochte casussen is steeds sprake geweest van heldere communicatie vooraf over doel, verloop, resultaat en afhandeling van het traject. Enige kritiek klonk soms over het doorwerken van het beleid in verdere concrete stappen, maar dat valt buiten deze norm.

34

REKENKAMERONDERZOEK

4.2

BURGERPARTICIPATIE IN DE GEMEENTE MEPPEL

Conclusies en aanbevelingen In hoofdstuk 1 is uitgelegd dat dit rekenkameronderzoek is uitgevoerd aan de hand van zes deelvragen. De laatste onderzoeksvragen behandelen we niet apart, omdat deze vraagt naar te leren lessen en daaruit voortvloeiende aanbevelingen. De beantwoording van deze vraag is geïntegreerd in die van de andere vijf. We beantwoorden deze deelvragen hier om een samenvattend beeld te presenteren van de conclusies die we kunnen trekken, en doen waar mogelijk direct bijpassende aanbevelingen. Wat is het beleid of wat zijn de kaders voor burgerparticipatie? Participatiebeleid was niet voorhanden in de onderzoeksperiode. Dat participatie in een aantal grotere ruimtelijke (beleids)processen is toegepast, berust op voornemens in het coalitieakkoord en op een algemeen bewustzijn van het nut van participatie. De inzet van het middel is ietwat onduidelijk: door het ontbreken van beleid is niet goed na te gaan waarom participatie in bepaalde gevallen is toegepast en in andere gevallen niet. Opvallend is dat participatie bij beleidsvorming alleen plaatsvindt bij ruimtelijke onderwerpen. Vanouds is men in het ruimtelijk domein vertrouwder met ‘participatie’, in de vorm van inspraak en informatieverstrekking bij ingrepen in de ruimte met veel impact voor bewoners. Participatie bij onderwerpen op het gebied van sociaal en leefbaarheidsbeleid verdient meer aandacht.

Er wordt doorgaans een beroep gedaan op externe deskundigen om participatietrajecten in te richten en uit te voeren. Dat duidt erop dat er intern niet voldoende capaciteit (fte en/of kunde) aanwezig is. De gemeente voert wel regie op deze trajecten. Aanbeveling 1: stel een breed participatiebeleid op dat voor alle beleidsdomeinen van toepassing wordt verklaard.

Aanbeveling 2: zorg ervoor dat dit beleid ook een overzicht van in te zetten instrumenten bevat, en concrete richtlijnen voor onder welke voorwaarden of omstandigheden bepaalde instrumenten de voorkeur hebben. Zo kan een gecoördineerde en consistente aanpak worden gekozen voor de gehele organisatie.

Aanbeveling 3: leg in het beleid vast op welk moment de gemeenteraad betrokken is bij het maken van keuzes over de inzet van participatie, en op welk abstractieniveau de gemeenteraad hierin een rol speelt.

Aanbeveling 4: creëer bewustzijn bij de gemeenteraad over de capaciteit dit de inzet van bepaalde participatie-instrumenten vraagt, en borg dat de gevraagde inzet wordt ondersteund met de benodigde financiële ruimte.

35

REKENKAMERONDERZOEK

BURGERPARTICIPATIE IN DE GEMEENTE MEPPEL

Aanbeveling 5: onderzoek of het wenselijk is om structureel capaciteit en expertise in de organisatie aan te trekken voor het organiseren en begeleiden van burgerparticipatie.

Op welke manier werden de inwoners van Meppel betrokken bij de voorbereiding, ontwikkeling en uitvoering van het beleid van de gemeente? De beleidspraktijk laat zien dat participatie ook in veel gevallen als een continu proces wordt gezien. Door de inzet van wijkregisseurs en een adviesraad, en het betrekken van wijkplatforms, buurtverengingen en andere maatschappelijke partners, wordt ervoor gezorgd dat signalen vanuit de Meppeler samenleving binnen kunnen komen in de gemeentelijke organisatie. Voor beleidsprocessen (buiten het fysieke domein) wordt deze vorm van participatie niet vaak, en inhoudelijk in beperkte mate ingezet. Aanbeveling 6: Schenk in het participatiebeleid expliciet aandacht aan de zogeheten ‘continue participatie’ en de positie van de betrokken maatschappelijke partners binnen het participatie-instrumentarium. Hoe kijkt de gemeente aan tegen (het verloop van) burgerparticipatie? De onderzochte casussen laten vooral zien dat de gemeente participatie ziet als middel om bepaalde ideeën te horen van derden binnen vooraf vastgestelde kaders. Dat past ook bij onderwerpen met een wat hoger abstractiegehalte (visies; beleidsuitgangspunten). Bij die casussen is de gemeente tevreden over de opbrengst: er worden nieuwe geluiden gehoord die het beeld van het beleidsonderwerp verbreden en de kwaliteit van de beleidsstukken ten goede komen.

Er is daarmee nog weinig ervaring met participatie in beleidsprocessen die de burger concreet 'raken’, die zichtbare gevolgen hebben voor zijn of haar leefomgeving of welzijn. Hoe kijken de inwoners(organisaties) terug op de participatie? De personen en organisaties die wij spraken zijn over het algeheel tevreden over het verloop van de participatie. Ze hebben doorgaans het idee goed geïnformeerd te zijn over het doel en het verloop van het participatieproces, en zijn tevreden over de directe terugkoppeling. Enige kritiek is wel gehoord over de concrete acties die naar aanleiding van het beleidsproces uit zijn gebleven. Dat heeft vooral met de aard van de casussen te maken (twee visies en een vrij abstracte beleidsnota), maar daarover zou allicht beter gecommuniceerd kunnen worden. Aanbeveling 7: Hou participanten na afloop van het participatietraject indien zij dat wensen ook op de hoogte van het daarop volgende politieke-bestuurlijke traject. Blijf mensen periodiek informeren, eventueel het kanaal van wijkregisseurs en -platformen.

Wat hebben de participatietrajecten opgeleverd? De bestudeerde trajecten hebben in elk geval een stuk betrokkenheid van en verbinding met de Meppeler samenleving opgeleverd. Mensen hebben meegedacht over visies en beleidsnota’s en zijn daardoor op de hoogte van het werk wat de gemeente doet en de kaders die voor de langere termijn zijn gesteld. Door het meenemen van inbreng is de kwaliteit van de beleidsstukken ook vergroot.

36

REKENKAMERONDERZOEK

BURGERPARTICIPATIE IN DE GEMEENTE MEPPEL

Bijlage 1 Overzicht van normen Beleid en uitvoering

De gemeente heeft beleid of kaders vastgesteld voor inwonerparticipatie en handelt in overeenstemming daarmee. Inwonerparticipatie is een integraal onderdeel van de manier van werken in de gemeente. De inzet van (een bepaalde vorm van) inwonerparticipatie wordt afgewogen waar participatie aan de orde zou kunnen zijn. Er zijn afspraken over de evaluatie van het instrument inwonerparticipatie en deze worden nagekomen. De gemeenteraad wordt betrokken bij en doet kaderstellende uitspraken over inwonerparticipatie, hetzij over het beleid in het algemeen, hetzij in voorkomende gevallen van participatietrajecten. Er worden middelen (geld, scholing, instrumenten) beschikbaar gesteld in de organisatie om participatie(trajecten) te faciliteren. Er zijn voorafgaand aan participatietrajecten procedureregels opgesteld en gecommuniceerd met betrokkenen, ten aanzien van doel, verloop en resultaat van het traject. Beleid voor inwonerparticipatie onder de Omgevingswet is in voorbereiding.

Beleving participanten

Participanten vinden dat ze tijdig bij het proces betrokken zijn. Participanten vinden wat er van hen verwacht werd duidelijk, zowel voorafgaand als tijdens het proces. Participanten vinden dat hun bijdrage iets heeft opgeleverd voor het eindresultaat (het door de gemeente vastgestelde beleid, besluit of gerealiseerde project). Participanten vinden dat alle belangen voldoende zijn afgewogen.

Effecten

Participanten hebben een positief eindoordeel over het participatietraject en de gemeentelijke aanpak. De participatie heeft geleid tot een groter draagvlak voor het beleid of project. De participatie heeft geleid tot aanpassing van de oorspronkelijke opzet, waardoor kwaliteitsverbetering of grotere acceptatie is ontstaan.

37

REKENKAMERONDERZOEK

BURGERPARTICIPATIE IN DE GEMEENTE MEPPEL

38

REKENKAMERONDERZOEK

BURGERPARTICIPATIE IN DE GEMEENTE MEPPEL

Bijlage 2 Overzicht gesprekspartners Organisatie Gemeente Meppel Gemeente Meppel Gemeente Meppel Gemeente Meppel Gemeente Meppel

Functie/rol Portefeuillehouder Participatie Concernadviseur Strategisch beleidsadviseur ruimtelijk en fysiek domein Stedenbouwkundige Voormalig beleidsambtenaar

Adviesraad Sociaal Domein Rendo NV Stichting Cuypersgenootschap Stichting Kindsupport Stichting Oud Meppel Waterschap WDO-Delta Wijkplatform Koedijkslanden/Berggierslanden Wijkplatform Oosterboer-Ezinge Woonconcept Particulier Particulier Particulier

Voorzitter Adviseur energietransitie Bestuurslid Coördinator/poortwachter Bestuurslid Adviseur Erfgoed en Ruimtelijke kwaliteit Bestuurslid Bestuurslid Medewerker bewonersparticipatie Eigenaar kantoorpand en buurtbewoner Stationsgebied Lid van de expertgroep Inwoner, participant

39

REKENKAMERONDERZOEK

BURGERPARTICIPATIE IN DE GEMEENTE MEPPEL

40

meppel.nl

Behandeld door Telefoon Onderwerp

Uw brief van

10-01-2023

Uw kenmerk

Reactie rapport bu rgerpa rticipatie

Ons kenmerk

L7L03B6/L717847

Bestuur en Organisatie

L4 0522

Bijlage(n)

Datum 10 januari 2023

Reactie rapport rekenkamercommissie burgerparticipatie in Meppel

Geachte heer van Maurik,

Hartelijk dank voor het doen van het rekenkameronderzoek naar burgerparticipatie in de gemeente Meppel. Participatie heeft onze volle aandacht. De wereld om ons heen veranderd en de rol van ons als gemeente verandert mee. Het is niet langer zo dat ondernemers, instellingen en inwoners besluiten van de gemeente zonder meer aannemen; ze willen inspraak over de besluiten die gaan over de kwaliteit van de plaats waar we wonen, werken en onze vrije tijd doorbrengen. Voor uw onderzoek heeft u gekeken naar burgerparticipatie in de periode van 2018 tot 2022. U constateert dat de meeste praktijkvoorbeelden voor participatie bij beleidsvorming zich afspelen in het fysieke domein en op het gebied van continue participatie in het sociaal domein. Ook brengt u naar voren dat de ervaring is dat participatie een belangrijke rol heeft bij de beleidsuitvoering, maar bij beleidsvorming in mindere mate' In het coalitieakkoord voor de periode 2022-2026 zijn ambities opgenomen over participatie, en dat vraagt een open houding van college, inwoners én raad. We zijn content met de aanbevelingen die u in uw onderzoek doet, en kunnen ons hierin vinden. Aanbeveling 1, het opstellen van een breed participatiebeleid, is op dit moment ook al in uitvoering, Aanbevelingen 2 en 3 worden hier vanzelfsprekend in meegenomen.

Voor de overige aanbevelingen geldt dat we met elkaar moeten bekijken hoe we deze willen meenemen in het nieuw te vormen participatiebeleid, in de organisatie, in het college en bij de gemeenteraad,

Het onderzoek door u uitgevoerd geeft ons een helder inzicht in de stand van zaken rondom participatie in de gemeente Meppel en is ook een bevestiging van wat we al weten: we hebben op dit gebied met elkaar stappen te zetten. In het

Stadhuis crote Oever 26 | Postbus 501 t 7940 AM Meppel I postbus@meppel.nl I www.meppel'nl I tel. 14 0522 Stadhuis Grote Oever 26-l postbus SOf ; ZS+O nU l4eppel I postbus@meppel.nl I www.meppel.nl I tel. 14 0522

coalitieakkoord 2022-2026 wordt dit als volgt verwoord: Als overheid, politiek en college van B&W is het belangrijk om midden in de samenleving te staan. Dit is makkelijker gezegd dan gedaan, want verwachtingen kunnen uiteenlopen. Daarom vinden wij het belangrijk om werk te maken van participatie. Door een nieuw participatiebeleid voor de hele gemeentelijke organisatie willen wij enerzijds duidelijkheid creëren in hoe wij participatie de ruimte geven. Anderzijds is het een kans om aan te geven welke kaders er zijn voor participatie. Denk hierbij aan de participatieladder. Kaders zijn daarbij niet bedoeld om uit te sluiten, maar om duidelijkheid te creëren en daarmee teleurstellingen te voorkomen.

we danken u nogmaals hartelijk voor uw onderzoek, en nemen dit mee in ons nieuw te ontwikkelen participatiebeleid Hoogachtend,

Burgemeester en wetho A.J.

nd

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meppel&id=e897632e-1e2a-46ef-91d9-f8afba771dcf