Ontwerp BP Raadhuislaan en Het Weeme
Tekst van het document
september 2018
3
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Het Weeme perceel sectie H nr. 939(ged.) te Nijeveen
1
INLEIDING
1.1
Algemeen
In opdracht van BJZ.nu is in augustus 2018 door Sigma Bouw & Milieu een verkennend milieukundig bodemonderzoek uitgevoerd op een deel van de locatie gelegen aan de Langedijk perceel sectie D nr. 3465 (ged.) te Hollandscheveld (gemeente Hoogeveen). De plaats en situering van de onderzoekslocatie is weergegeven in bijlage 1 en 2. In dit onderzoek worden allereerst de locatiegegevens, de historische gegevens ofwel het bodemgebruik in het verleden evenals de resultaten van eventuele voorgaande bodemonderzoeken besproken. Vervolgens wordt de bodemopbouw, geologie en geohydrologie besproken. Op basis van de resultaten van het vooronderzoek is een onderzoekshypothese opgesteld. Het verdere onderzoek is op basis van deze hypothese uitgevoerd. De onderzoeksresultaten worden geïnterpreteerd. Aan de hand van de interpretatie van de onderzoeksresultaten wordt een eindconclusie geformuleerd. kwaliteitsborging: Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens de norm NEN-EN-ISO 9001:2008. Het verkennend milieukundig bodemonderzoek is uitgevoerd volgens de richtlijnen uit het besluit uitvoeringskwaliteit Bodembeheer (KWALIBO). Zo is de gehanteerde onderzoeksstrategie opgesteld volgens de normen NEN-5725 en NEN-5740 en zijn de veld- en laboratoriumwerkzaamheden uitgevoerd volgens geldende beoordelingsrichtlijnen en accreditatieschema’s.
De veldwerkzaamheden van Sigma Bouw & Milieu zijn verricht onder het procescertificaat BRL SIKB 2000 (Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek) waarvoor Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd en erkend door het ministerie van VROM. In het kader van het onderhavige onderzoek zijn de protocollen 2001 (plaatsen van handboringen en peilbuizen t.b.v. het nemen van grond- en grondwatermonsters) en 2002 (het nemen van grondwatermonsters) van toepassing. Sigma Bouw & Milieu verklaart bij deze volledig onafhankelijk te zijn in de uitvoering van het onderzoek en op geen enkele wijze gerelateerd te zijn aan de eigenaar van het te onderzoeken terrein.
1.2
Aanleiding van het verkennend milieukundig bodemonderzoek
Aanleiding tot de uitvoering van dit verkennend milieukundig bodemonderzoek vormt de wens inzicht te verkrijgen in de kwaliteit van de bodem in verband met een geplande nieuwbouw op de onderzoekslocatie.
1.3
Doel van het onderzoek
Dit onderzoek heeft tot doel inzicht te verkrijgen in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en vast te stellen of er sprake is van bodemverontreiniging. Aan de hand van dit onderzoek wordt inzicht verkregen in hoeverre het bodemgebruik van de locatie heeft geleid tot verontreiniging. Op basis van de onderzoeksresultaten kan een milieuhygiënische beoordeling worden gegeven ten aanzien van de beoogde c.q. de toekomstige gebruiksmogelijkheden van de locatie. Indien uit de onderzoeksresultaten blijkt dat er sprake is van bodemverontreiniging zal worden beoordeeld of vervolgonderzoek noodzakelijk geacht wordt.
1.4
Referentiekader van het onderzoek
Teneinde de kwaliteit van de bodem op de onderhavige locatie juist in te schatten is de onderzoeksopzet van het bodemonderzoek gebaseerd op de onderzoeksstrategie voor verkennend bodemonderzoek, onderzoeksnorm NEN 5740+A1 (literatuur 1). september 2018
4
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Het Weeme perceel sectie H nr. 939(ged.) te Nijeveen
1.5
Opbouw van het rapport
In het voorliggende rapport komen de volgende aspecten aan de orde: vooronderzoek, (hoofdstuk 2) veldonderzoek, (hoofdstuk 3) chemisch-analytisch onderzoek, (hoofdstuk 4) conclusies en aanbevelingen, (hoofdstuk 5).
september 2018
5
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Het Weeme perceel sectie H nr. 939(ged.) te Nijeveen
2
VOORONDERZOEK
Het vooronderzoek wordt voorafgaand aan het feitelijke onderzoek (veld- en chemisch-analytisch onderzoek) uitgevoerd. Het vooronderzoek omvat het verzamelen van informatie over het vroegere en huidige gebruik van de onderzoekslocatie en de omgeving, onder meer gericht op het vinden van mogelijke bronnen van bodembelasting. Het vooronderzoek richt zich tevens op informatie betreffende de bodemgesteldheid en geohydrologie van de onderzoekslocatie. De uitwerking van het vooronderzoek is gebaseerd op de leidraad bij het uitvoeren van verkennend, oriënterend en nader bodemonderzoek, onderzoeksnorm NEN 5725 (literatuur 9). Afhankelijk van de aanleiding van het onderzoek en/of de initiële verdenking van een locatie wordt de diepgang van het vooronderzoek bepaald. De norm NEN 5725 onderscheidt hiermee drie verschillende typen vooronderzoek te weten: 1) een beperkt vooronderzoek, 2) een standaard vooronderzoek of 3) een uitgebreid vooronderzoek. Om te kunnen bepalen welk type vooronderzoek van toepassing is moet van de locatie eerst de basisinformatie worden verzameld, vervolgens wordt de aanleiding van het onderzoek vastgesteld en ten slotte wordt de mate van verdachtheid van de locatie bepaald. 2.1
Basisinformatie
In tabel 2.1 is een overzicht van de basisinformatie weergegeven. tabel 2.1 overzicht basisinformatie adres plaats gemeente topografisch overzicht coördinaten kadastrale aanduiding oppervlakte onderzoekslocatie (locatie) toekomstig bodemgebruik huidig bodemgebruik voormalig bodemgebruik ophogingen/dempingen/stortingen opvullingen en verhardingen toepassing van asbesthoudende bouw-, bodem- of verhardingsmaterialen voorgaand ► niet bekend bodemonderzoek op de onderzoekslocatie voorgaand bodemonderzoek in de omgeving
september 2018
Het Weeme perceel H 939 (ged.) Nijeveen Meppel Zie bijlage 1 X = 208,025 Y=527,560 Gemeente Nijeveen sectie H nr. 939 (ged.) 2 ca. 4.950 m woning/tuin weide weidegrond/bouwgrond
niet bekend (niet onderzocht)
►locatie: Danninge erve / Binnenveen, Nijeveen datum onderzoek: 15-02-2005 onderzoeksbureau: kenmerk onderzoek: 05K0105B/B04K0384/AHS/rdi conclusie: Het onderzochte slib is geclassificeerd als klasse 2 en klasse 0. Het destijds gemeten zinkgehalte is waarschijnlijk een uitschieter geweest (klasse 4).
6
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Het Weeme perceel sectie H nr. 939(ged.) te Nijeveen
►locatie: Danninge erve zuid, Nijeveen datum onderzoek: 16-08-2004 onderzoeksbureau: De Straat kenmerk onderzoek: B04K0211.r01 conclusie: Zintuigelijk zijn er geen bijzonderheden waargenomen. De bovengrond bevat licht verhoogde gehalten aan koper, minerale olie en EOX. In de ondergrond zijn geen van de onderzochte parameters boven de achtergrondwaarde aangetroffen. Het freatische grondwater bevat licht verhoogde gehalten aan arseen, chroom, koper, kwik en zink. ►locatie: Danninge erve Binnenveen, Nijeveen datum onderzoek: 02-06-1997 onderzoeksbureau: Grontmij Milieu kenmerk onderzoek: 01/7083-1 RB/rd conclusie: De bovengrond bevat ter plaatse van de onderzoeksvakken II en VIII licht verhoogde gehalten aan PAK. In de ondergrond zijn geen van de onderzochte parameters boven de achtergrondwaarde aangetroffen. Het freatische grondwater bevat licht verhoogde gehalten aan chroom, koper, lood en zink. ►locatie: Dorpsstraat 34, Nijeveen datum onderzoek: 02-06-1997 onderzoeksbureau: Grontmij Milieu kenmerk onderzoek: Onbekend conclusie: De bovengrond bevat een licht verhoogd gehalte aan PAK. In de ondergrond zijn geen van de onderzochte parameters boven de achtergrondwaarde aangetroffen. Het freatische grondwater bevat licht verhoogde gehalten aan chroom, koper, lood en zink.
In de rapportage wordt geconcludeerd dat er geen beperkingen zijn ten aanzien van de voorgenomen bouwactiviteiten.
De onderzoekslocatie is gelegen aan Het Weeme perceel sectie H nr. 939 (ged.), ten westen van de kern van Nijeveen (gemeente Meppel). De topografische ligging van de onderzoekslocatie is weergegeven in bijlage 1. De onderzoekslocatie betreft een deel van het perceel gemeente Nijeveen, sectie H nr. 939 (ged.) gelegen aan Het Weeme te Nijeveen. De onderzoekslocatie betreft een onbebouwd en onverhard perceel weidegrond. De opdrachtgever is voornemens om op de onderzoekslocatie woningbouw te realiseren. Het onderhavige onderzoek, het geografisch besluitvormingsgebied, betreft het plangebied zoals weergegeven in bijlage 2. 2 De onderzoekslocatie, het beoogde plangebied, heeft een oppervlakte van ca. 4.950 m (zie bijlage 2). In de directe omgeving van de locatie bevinden zich woningen binnen de bebouwde kom. Aan de westzijde grenst de onderzoekslocatie aan Het Weeme en aangelegen woningen (Het Weeme 7 en 8 en Raadhuislaan 1). Aan de noordzijde grenst de onderzoekslocatie aan tuin behorende tot Dorpsstraat 28. Aan de oostzijde grenst de onderzoekslocatie aan Het Weidelint en aangelegen woningen. Aan de zuidzijde grenst de onderzoekslocatie aan de tuin van De Hulsen 7.
september 2018
7
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Het Weeme perceel sectie H nr. 939(ged.) te Nijeveen
2.2
Keuze type vooronderzoek
Het onderhavige bodemonderzoek betreft een verkennend bodemonderzoek in het kader van een geplande herontwikkeling van en nieuwbouw op de onderzoekslocatie. Op basis van het stroomschema (figuur 1 blz.14) uit de NEN 5725 wordt in dit geval een standaard vooronderzoek volgens hoofdstuk 6 uit de NEN 5725 uitgevoerd. 2.3
Standaard vooronderzoek
Het standaard vooronderzoek omvat het verzamelen van informatie over vijf onderzoeksaspecten, te weten: 1) het voormalige bodemgebruik, 2) het huidige bodemgebruik, 3) het toekomstige bodemgebruik, 4) bodemopbouw en geohydrologie en 5) (financieel-) juridische situatie. De hieronder vermelde historische gegevens zijn ontleend aan gegevens die door de opdrachtgever zijn verstrekt alsmede gegevens uit het milieuarchief van de gemeente Meppel (verkregen via RUD Drenthe, email 20-07-2018, de bodematlas van de Provincie Drenthe, het Bodemloket met historisch bodembestand, topografische kaarten via Topotijdreis.nl en het bestand van de Kamer van Koophandel. Het uitgevoerde vooronderzoek heeft betrekking tot de onderhavige onderzoekslocatie alsmede het gebied waarop de bestemmingsplanwijziging betrekking heeft. Het vooronderzoek richt zich eveneens op de aangrenzende percelen binnen een straat van 25 meter.
voormalige bodemgebruik bodemgebruik in het verleden tot heden: (bron: opdrachtgever/gemeente/topografische kaarten) De onderzoekslocatie betreft een deel van het perceel gemeente Nijeveen, sectie H nr. 939 (ged.) gelegen aan Het Weeme te Nijeveen. De onderzoekslocatie betreft een onbebouwd en onverhard perceel weidegrond. De opdrachtgever is voornemens om op de onderzoekslocatie woningbouw te realiseren. Het onderhavige onderzoek, het geografisch besluitvormingsgebied, betreft het plangebied zoals weergegeven in bijlage 2. 2 De onderzoekslocatie, het beoogde plangebied, heeft een oppervlakte van ca. 4.950 m (zie bijlage 2). Voor zover bekend is de onderzoekslocatie in het verleden voor zover bekend niet anders dan als weide en akkerbouwland in gebruik geweest. Op basis van oude topografische kaarten van voor 1880 tot heden is op de locatie geen bebouwing te herkennen. Ten behoeve van de locatie zijn voor zover bekend geen bouwvergunningen verleend. Ten behoeve van de locatie zijn voor zover bekend geen milieuvergunningen verleend. De locatie wordt in het handelsbestand van de Kamer van Koophandel niet vermeld. onder- of bovengrondse brandstoftanks: (bron: opdrachtgever/eigenaar/gemeente/provincie) Er is geen informatie omtrent de eventuele aanwezigheid of voormalige aanwezigheid van boven- of ondergrondse brandstoftanks op de onderzoekslocatie.
Er bestaat altijd de mogelijkheid dat boven- of ondergrondse brandstoftanks in het verleden geplaatst zijn zonder melding, de aanwezigheid van dergelijke tanks blijkt dan niet uit registraties in archieven. aanwezigheid van asbest (bron: opdrachtgever/gemeente) Voor zover na te gaan is de onderzoekslocatie in het verleden niet eerder bebouwd geweest. Er is op voorhand geen informatie bekend omtrent de evt. aanwezigheid van asbest in de bodem. Er bestaat altijd de mogelijkheid dat asbest (afval) ed. is begraven. Op voorhand is hiervan geen informatie bekend.
september 2018
8
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Het Weeme perceel sectie H nr. 939(ged.) te Nijeveen
voormalige en huidige potentieel belastende agrarische en bedrijfsactiviteiten (bron: opdrachtgever/ eigenaar/ gemeente/ provincie) De onderzoekslocatie is geruime tijd in gebruik als weidegrond in gebruik. Voor zover bekend is de onderzoekslocatie in het verleden, voor zover bekend niet anders dan als weide en akkerbouwland in gebruik geweest. Voor zover na te gaan is de onderzoekslocatie in het verleden niet eerder bebouwd geweest. Er is geen informatie omtrent evt. (voormalige) (bedrijfs)matige activiteiten op de onderzoekslocatie. Er is geen informatie omtrent evt. (voormalige) potentieel bodembedreigende activiteiten (verbranding afval, opslag van gevaarlijke stoffen etc.) op de onderzoekslocatie, t.p.v. het beoogde bouwvlak. Er is geen informatie omtrent evt. (voormalige) potentieel bodembedreigende calamiteiten op de onderzoekslocatie. In de directe omgeving van de onderzoekslocatie bevinden zich woningen binnen de bebouwde kom. Op de locatie Dorpsstraat 22 wordt melding gemaakt van een ondergrondse brandstoftank Het is op voorhand onbekend of activiteiten in de directe omgeving negatieve invloed hebben (gehad) op de bodemkwaliteit t.p.v. de onderhavige onderzoekslocatie. verrichte handelingen met grond, verhardingsmateriaal en/of afval: (bron: opdrachtgever/gemeente) Er is geen informatie omtrent evt.
met bodemvreemd materiaal gedempte watergangen/ sloten t.p.v. de onderzoekslocatie (binnen het onderzochte terreindeel). Er is op voorhand geen andere informatie omtrent evt. opgebrachte gebiedsvreemde grond (ophogingen), verhardingsmateriaal, puinmateriaal en/of afval op de onderzoekslocatie. ondergrondse infrastructuur in het heden verleden: (bron: opdrachtgever) Geen informatie, bij grondwerk dient een KLIC-melding gedaan te worden archeologische waarden: (bron:gemeente/provincie) De locatie heeft op basis van de archeologische waardenkaart (IKAW) de vermelding “niet gekarteerd”. niet gesprongen explosieven: (bron:gemeente/provincie) In Nederland zijn er niet gesprongen explosieven (NGE) uit de Tweede Wereldoorlog in de grond achtergebleven. De (potentiële) aanwezigheid van niet gesprongen explosieven kan een bedreiging inhouden bij grondroerende werkzaamheden en kan tot vertraging leiden bij planvorming en uitvoering van werkzaamheden. NGE's worden met name aangetroffen ter plaatse van 'strategische doelen' zoals binnensteden, verbindingswegen, spoorwegen, bruggen en havens. De gemeente is op basis van regelgeving verantwoordelijk voor het opsporen en ruimen van niet gesprongen explosieven uit de Tweede Wereldoorlog. Voor aanvullende informatie wordt verwezen naar de gemeente.
huidige bodemgebruik huidige bodemgebruik van de locatie: (bron:opdrachtgever/terreininspectie) De onderzoekslocatie is thans in gebruik als weidegrond. aanwezigheid van asbest (bron: opdrachtgever/gemeente) Voor zover na te gaan is de onderzoekslocatie in het verleden niet eerder bebouwd geweest. Er is op voorhand geen informatie bekend omtrent de evt. aanwezigheid van asbest in de bodem. Er bestaat altijd de mogelijkheid dat asbest (afval) ed. is begraven. Op voorhand is hiervan geen informatie bekend. huidige verdachte/bedrijfsmatige/bodembelastende activiteiten: (bron:opdrachtgever/gemeente) Op de onderzoekslocatie vinden thans geen bodembedreigende activiteiten plaats.
september 2018
9
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Het Weeme perceel sectie H nr. 939(ged.) te Nijeveen
verhardingslagen: De onderzoekslocatie is onverhard.
(bron:opdrachtgever/terreininspectie)
toekomstige bodemgebruik geplande herinrichting/ bouwplannen: de nieuwbouw van woningen
(bron:opdrachtgever)
geplande bedrijfsactiviteiten: niet bekend
(bron:opdrachtgever)
geplande potentieel bodemverontreinigende activiteiten: niet bekend
(bron:opdrachtgever)
geologie, bodemsamenstelling en geohydrologie: De ondiepe geologie in het onderzoeksgebied is afgeleid van de Grondwaterkaart van Nederland (Dienst grondwaterverkenning TNO/DGGV) en ontleend aan het dinoloket (www.dinoloket.nl). De bovenste laag, de deklaag, heeft een hoogte van ca. 0-1 m+NAP. In tabel 2.2 is de geohydrologische opbouw weergegeven. tabel 2.2 geohydrologische opbouw diepte beschrijving formatie m-mv 0-9 matig fijne zanden, veenlagen, leemlagen Boxtel/Nieuwkoop 9-12 grove zanden Kreftenheye De stromingsrichting van het ondiepe grondwater van het eerste watervoerend is in het kader van dit onderzoek niet vastgesteld. Opgemerkt dient te worden dat de stromingsrichting van het grondwater beïnvloed kan worden door drainepatroon, ligging van sloten, riolering, kabels, leidingen en funderingen.
(financieel-) juridische situatie In tabel 2.3 zijn de financieel- juridische aspecten weergegeven. tabel 2.3 financieel/juridische aspecten kadastrale gegevens gemeente Nijeveen, sectie H nr. 939 (ged.) opdrachtgever/ belanghebbende rechtspersonen In het kader van onderhavig bodemonderzoek is behoudens de opgenomen kadastrale gegevens geen nadere financieel juridische informatie verzameld. Het uitvoeren van een daadwerkelijke juridische toets maakt geen deel uit van onderhavig bodemonderzoek.
september 2018
10
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Het Weeme perceel sectie H nr. 939(ged.) te Nijeveen
2.4
Hypothese
Volgens de onderzoeksnorm NEN 5740 dient, m.b.t. de aanwezigheid van eventuele bodemverontreiniging, vooraf een onderzoekshypothese te worden opgesteld. De hypothese kan worden opgesteld op basis van bekende (historische) gegevens, uit de betrokken informatie kan blijken dat de onderzoekslocatie, vooraf, als “verdacht” of “onverdacht” wordt aangemerkt. Op basis van de historische informatie uit het vooronderzoek blijkt dat de onderzoekslocatie (perceel gemeente Nijeveen, sectie H nr. 939 (ged.) gelegen aan Het Weeme, geruime tijd in gebruik is als weidegrond. Voor zover bekend is de onderzoekslocatie in het verleden, voor zover bekend, niet anders dan als weide en akkerbouwland in gebruik geweest. Voor zover na te gaan is de onderzoekslocatie in het verleden niet eerder bebouwd geweest. Er is geen informatie over (voormalige) potentieel verdachte deellocaties (bronnen) of (voormalige) bodembedreigende activiteiten t.p.v. de onderzoekslocatie. Er is geen informatie omtrent evt. (voormalige) (bedrijfs)matige activiteiten op de onderzoekslocatie. Er is geen informatie over (voormalige) potentieel verdachte deellocaties (bronnen), (voormalige) bodembedreigende activiteiten of evt. (voormalige) potentieel bodembedreigende calamiteiten t.p.v. de onderzoekslocatie. De onderzoekslocatie is in eerste aanleg als milieuhygiënisch "onverdacht" aangemerkt.
Op basis van deze hypothese is het bodemonderzoek t.p.v. de onderzoekslocatie uitgevoerd conform de bijbehorende onderzoeksstrategie, volgens NEN 5740+A1, paragraaf 5.1, strategie voor onverdachte locaties (ONVNL) (literatuur 1). In tabel 2.4 is de gehanteerde onderzoeksstrategie weergegeven. tabel 2.4 gehanteerde onderzoeksstrategie mogelijke verontreiniging onderzoeksstrategie (deel)locatie grond grondwater plangebied geen geen ONV-NL (4.950 m2) Het opgeboorde monstermateriaal op de onderzoekslocatie is in dit onderzoek visueel beoordeeld op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal. Opgemerkt dient te worden dat asbestanalyses geen deel uitmaken van uitgevoerde analyses in het kader van de NEN-5740+A1. Onderhavig onderzoek betreft geen asbest onderzoek in bodem volgens NEN-5707+C1 of NEN-5897+C1. Op voorhand is geen concrete informatie bekend waaruit blijkt dat t.p.v. de onderzoekslocatie asbesthoudend materiaal in de bodem te verwachten is. Voor zover na te gaan is de onderzoekslocatie in het verleden niet eerder bebouwd geweest. Er bestaat echter altijd de mogelijkheid dat asbest (afval/puin) ed. is begraven. Alleen een verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707+C1 of onderzoek asbest in puin volgens NEN-5897+C1 kan een uitspraak doen over de evt. aanwezigheid van asbest in de bodem.
september 2018
11
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Het Weeme perceel sectie H nr. 939(ged.) te Nijeveen
3
VELDONDERZOEK
In dit hoofdstuk wordt het uitgevoerde veldwerkonderzoeksprogramma beschreven. Daarnaast worden de resultaten van het veldonderzoek weergegeven.
3.1
Uitvoering van het veldonderzoek
Het veldonderzoek is uitgevoerd onder procescertificaat BRL SIKB 2000 en conform de eisen uit de protocollen 2001 en 2002. Het onderzoeksprogramma is ruimtelijk weergegeven in bijlage 2. In deze bijlage zijn alle geplaatste boringen geprojecteerd. plaatsen van boringen en peilbuis Het uitvoeren van boringen, het plaatsen van de peilbuis en het nemen van grondmonsters heeft plaatsgevonden op 20 augustus 2018. Het bemonsteren van het grondwater is conform NEN-5740 een week na plaatsing van de peilbuis op 27 augustus 2018 uitgevoerd. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd door dhr. A. van Wuykhuyse en erkende en geregistreerde veldwerker van Sigma Bouw & Milieu te Emmen. Bedrijfs- en persoonerkenningen zijn weergegeven op de internetsite van Bodem+ (http//www.senternovem.nl/bodemplus/erkenningen). Een onafhankelijkheidsverklaring is opgenomen in bijlage 5. Voorafgaand aan het plaatsen van boringen is een locatie-inspectie gehouden. Op basis van de locatieinspectie zijn geen bijzonderheden opgemerkt. Hierbij wordt opgemerkt dat de locatie is begroeid met gras wat de inspectie heeft belemmerd. Alle geplaatste boringen zijn zodanig ruimtelijk verspreid over de onderzoekslocatie dat een zo representatief mogelijke indruk van de onderzoekslocatie wordt verkregen. Alle boringen zijn uitgevoerd met behulp van een edelmanboor en geplaatst conform de eisen uit het protocol 2001.
De positionering van alle boringen is weergegeven in bijlage 2. Op de locatie zijn in totaal, gelijkmatig verdeeld, op de onderzoekslocatie vijftien boringen geplaatst. Alle boringen zijn doorgezet tot in de aanwezige deklaag (0.5 m-mv). Vier boringen zijn doorgezet 2.0 m-mv. Eén boring is doorgezet tot in het freatisch grondwater, deze boring is ten behoeve van de bemonstering van het grondwater afgewerkt met een peilbuis, filtertraject van ca. 1.85-2.85 m-mv. De geplaatste peilbuis is opgebouwd uit 1 meter HDPE peilfilter omstort met filtergrind. Het filtergrind zorgt voor een goede instroming van het grondwater in het filter, daarnaast voorkomt het dat het filter dichtslibt. Het peilfilter bevindt zich 0.5 meter beneden het grondwaterniveau. Boven het peilfilter bevindt zich blinde HDPE opzetbuis, omstort met bentoniet (zwelklei). De zwelklei dient ervoor te zorgen dat toestroming vanuit de bovengrond wordt voorkomen. De peilbuis is geplaatst conform de eisen uit het protocol 2001.
september 2018
12
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Het Weeme perceel sectie H nr. 939(ged.) te Nijeveen
monstername grond Het vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op bodemkundige eigenschappen, o.a. de korrelgrootteverdeling (textuur), kleur en eventueel aanwezige verontreinigingskenmerken. Na de zintuiglijke beoordeling is het bodemmateriaal in trajecten van 0.5 meter of per afwijkende bodemlaag bemonsterd. Grondmonsters t.b.v. analyse op vluchtige verbindingen zijn m.b.v. een steekbus bemonsterd. Grondmonsters zijn genomen conform de eisen uit het protocol 2001. monstername grondwater Om een representatief grondwatermonster te verkrijgen is de peilbuis, na plaatsing en voor monstername, grondig (3 maal de inhoud van het peilfilter) afgepompt. Voorafgaand aan de bemonstering is de grondwaterstand t.o.v. het maaiveld ingemeten. Grondwatermonsters zijn genomen conform de eisen uit het protocol 2002 en NEN-5744 (literatuur 11). Tijdens de monstername van het grondwater is in het veld de zuurgraad (pH) en de elektrische geleidbaarheid (EGV) bepaald.
3.2
Resultaten van het veldonderzoek
Bodemopbouw De boorprofielbeschrijvingen van alle verrichte boringen met bijbehorende zintuiglijke waarnemingen zijn grafisch uitgewerkt en opgenomen in bijlage 3. In tabel 3.1 is op basis van de waarnemingen de lokale bodemopbouw beschreven. tabel 3.1 lokale bodemopbouw bodemlaag hoofdbestanddeel m-mv 0.0-0.8 zand 0.8-1.1 zand 1.1-2.85 zand
toevoeging
kleur
zwak siltig zwak siltig, plaatselijk veenlagen zwak siltig
bruin/grijs bruin/ beige/geel/grijs
Veldmetingen grondwater De resultaten van de veldwaarnemingen van het grondwater zijn in tabel 3.2 weergegeven. tabel 3.2 Peilbuis
veldwaarnemingen grondwater filtertraject grondwaterstand voorpompen pH m-mv m-mv liter
EGV troebelheid geleidingsvermogen (NTU) µS/cm 1 1.85-2.85 1.28 5 6.7 410 12 In het genomen grondwatermonster is een hogere troebelheid gemeten dan voor natuurlijke troebelheid verwacht wordt (≥10 NTU). De peilbuis heeft voldoende rusttijd gehad na plaatsing (minimaal een week). Ook is de peilbuis zorgvuldig en met een voldoende laag debiet afgepompt zodat de grondwaterstand in de peilbuis slechts gering is gedaald tijdens afpompen (< 50 cm). Daarom wordt aangenomen dat er geen sprake is geweest van een verstoord bodemevenwicht tijdens monsterneming, en dat de gemeten waarde voor troebelheid een natuurlijke oorzaak hebben (zwevende stoffen als lutum of silt in het grondwater). Zwevende delen kunnen leiden tot verhoogde meetwaarden in het grondwater als gevolg van matrixstoringen bij de analyse en ab- en adsorptie organische verbindingen en zware metalen aan deze zwevende delen
september 2018
13
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Het Weeme perceel sectie H nr. 939(ged.) te Nijeveen
Zintuiglijke waarnemingen grond Het bij de boringen vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op eventuele afwijkingen. De zintuiglijke waarnemingen zijn omschreven en grafisch weergegeven in bijlage 3. In onderstaande tabel 3.2 is een overzicht opgenomen van afwijkende waarnemingen in het opgeboorde materiaal. tabel 3.2 boring
zintuiglijke waarnemingen diepte zintuiglijke waarnemingen m-mv
3 0.0-0.25 matig puinhoudend Ter plaatse van boring 3 is sprake van een dam naar de kavel. grondwater Het bemonsterde grondwater bevatte geen zintuiglijk waarneembare afwijkingen. asbest Tijdens de locatie-inspectie is aandacht geschonken aan de aanwezigheid van asbest op het maaiveld, hierbij is op het maaiveld geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Hierbij wordt opgemerkt dat het maaiveld is begroeid met gras wat de inspectie heeft belemmerd. Het opgeboorde monstermateriaal (grond) is zintuiglijk beoordeeld op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal. I.v.m. het aantreffen van puinresten t.p.v. boring 3 is hier een inspectiegat (0.3x0.3 m) gegraven. Het uitgegraven materiaal is zintuiglijk beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdacht materiaal. Op basis van zintuiglijke waarnemingen van het opgeboorde en uitgegraven monstermateriaal is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen (indicatieve waarneming). Hierbij wordt opgemerkt dat in dit onderzoek handboringen zijn uitgevoerd met een 5 cm edelman boor de trefkans op het aantreffen van asbesthoudend materiaal (t.g.v. verdringing van materiaal) is kleiner dan bij het graven van inspectiegaten volgens NEN-5707+C1. Bij het graven van proefgaten of proefsleuven ontstaat een beter beeld van eventueel aanwezig bodemvreemd materiaal.
Met nadruk wordt vermeld dat onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in de bodem/puin geen onderdeel uitmaakt van het onderhavige onderzoek dat volgens NEN-5740+A1 is uitgevoerd. Het onderhavige onderzoek kan daarom geen uitspraak doen over de aan- of afwezigheid van asbest in de bodem op de onderhavige locatie. Opgemerkt dient te worden dat geen asbestanalyses van grond en/of puin e.d. hebben plaatsgevonden. Asbestanalyses maken geen deel uit van verkennend bodemonderzoek in het kader van de NEN-5740+A1. Tevens wordt opgemerkt dat de zintuiglijke beoordeling op asbest en de locatie-inspectie niet opgevat dient te worden als een onderzoek uitgevoerd op basis van NEN-5707+C1 (asbestonderzoek in grond) en/of NEN-5897+C1 (monsterneming en analyse van asbest in onbewerkt bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat). Alleen een asbestonderzoek volgens NEN-5707+C1 / NEN-5897+C1 geeft meer zekerheid over de aanwezigheid van asbest in de bodem resp. puin. De chemische samenstelling van eventueel aanwezig verhardingsmateriaal is niet in dit onderzoek onderzocht.
september 2018
14
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Het Weeme perceel sectie H nr. 939(ged.) te Nijeveen
4
CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK
In dit hoofdstuk worden de uitvoering, het toetsingskader en de resultaten van de chemische analyses besproken. Vervolgens worden de resultaten van het chemisch-analytisch onderzoek geïnterpreteerd Het chemisch onderzoek van grond is uitgevoerd door het NEN-EN-ISO 17025 geaccrediteerde milieulaboratorium van SGS BV (certificaat L086). Alle analyses zijn geanalyseerd volgens het accreditatieschema AS3000 “laboratoriumanalyses voor milieuhygiënisch bodemonderzoek”, waarvoor SGS is geaccrediteerd en erken door het ministerie van VROM. De conservering van grond- en grondwatermonsters is uitgevoerd conform SIKB protocol 3001 “conserveringsmethoden en conserveringstermijnen voor milieumonsters”.
4.1
Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek
grond Teneinde in het kader van het verkennend bodemonderzoek een indruk te krijgen van de algemene kwaliteit van de grond zijn de grondmonsters, welke tijdens het veldonderzoek zijn genomen, in het laboratorium met elkaar gemengd tot grondmengmonsters. Van het totaal aantal genomen grondmonsters op de locatie zijn vier grond(meng)monsters samengesteld en geanalyseerd. grondwater Uit de geplaatste peilbuis is een grondwatermonster genomen en geanalyseerd. In onderstaande tabel 4.1 wordt de samenstelling van de grondmengmonsters, grondwatermonsters, de monsternamediepte en de uitgevoerde analyses weergegeven. tabel 4.1 Analyse-schema Monstercode
boringnummer(s)
diepte (m-mv)
zintuiglijke waarnemingen
analysepakket
grond 1 (MM1) 2 (MM2) 3 (MM3) 4 (MM4)
1+2+5 t/m 10 4+11 t/m 15 3 1+2+3+4
0.0-0.5 m-mv 0.0-0.5 m-mv 0.0-0.25 m-mv 0.7-2.0 m-mv
puin -
NEN-grond +AS3000+as (*) NEN-grond +AS3000+as (*) NEN-grond +AS3000+as (*) NEN-grond +AS3000+as
grondwater 1 (peilbuis)
1
1.85-2.85 m-mv
-
NEN-grondwater
(*)
(**)
(1)
verklaring van de gebruikte afkortingen en codes: * NEN-grond = Standaard Pakket Grond omvat AS3000 voorbehandeling, 9 zware metalen, PAK (10-VROM), minerale olie (GC), PBC’s, droge stof, organische stof en lutum; **NEN-water = Standaard Pakket Grondwater omvat AS3000 voorbehandeling zware metalen, vluchtige aromaten (incl. naftaleen), chloorhoudende oplosmiddelen, chloorbenzenen, minerale olie, styreen en bromoform; Zware metalen = barium (Ba)/cadmium (Cd)/Cobalt(Co)/koper (Cu)/lood (Pb)/nikkel (Ni)/zink (Zn)/Molybdeen (Mo)/kwik(Hg); Vluchtige aromaten = Benzeen (B), Tolueen (T), Ethylbenzeen (E), Xylenen (X), Naftaleen (N) Styreen (S) (BTEXNS); PCB = Polychloorbifenylen; PAK = Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen; VOH = Vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen. Bromoform = Tribroommethaan
.
september 2018
15
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Het Weeme perceel sectie H nr. 939(ged.) te Nijeveen
4.2
Toetsingscriteria grond en grondwater
Om de kwaliteit van de bodem en de mate van verontreiniging te kunnen beoordelen, zijn de analyseresultaten van grondmonsters getoetst aan de geldende toetsingswaarden; 1) de achtergrondwaarde (AW-2000) zoals opgenomen in bijlage B van “de Regeling Bodemkwaliteit” (Staatscourant 22335, 02 november 2012) (literatuur 5) 2) de interventiewaarde zoals opgenomen in tabel 1 van “de Circulaire Bodemsanering”, (Staatscourant 16675, 27 juni 2013) (literatuur 6) De toetsing van de meetresultaten is uitgevoerd middels BoToVa, de Bodem Toets Validatie Service van de overheid voor grond, grondwater en waterbodem. BoTova gaat uit van het wettelijk kader dat per 1 juli 2013 van kracht is. In de BoToVa toetsing worden de meetwaarden gecorrigeerd/teruggerekend voor de “standaard bodem” (humus=10% en lutum=25%). Generiek toetsingskader Voor de beoordeling van de analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters wordt gebruik gemaakt van de achtergrondwaarden grond zoals opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit, de streefwaarden grondwater en interventiewaarden grond en grondwater zoals opgenomen in de Circulaire bodemsanering. Achtergrondwaarde (AW-2000): De achtergrondwaarde (AW-2000) geeft de kwaliteit weer die 'van nature' voorkomt in de bodem van natuur- en landbouwgronden waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen.
De achtergrondwaarden zijn opgenomen in het Besluit Bodemkwaliteit en zijn gebaseerd op het onderzoek ‘Achtergrondwaarden 2000’. Hierin zijn gehalten vastgesteld van een groot aantal stoffen in bodem van natuur- en landbouwgronden in Nederland. De achtergrondwaarde (AW-2000) geeft het niveau aan waarbij sprake is van duurzame bodemkwaliteit. Bij overschrijding van de achtergrondwaarde is er sprake van bodemverontreiniging. Tussenwaarde/bodemindex-waarde >0.5:; De gemiddelde waarde van de achtergrondwaarde en de interventiewaarde (S+I)/2, hierna te noemen 'tussenwaarde'(T), wordt gehanteerd om aan te geven dat bij overschrijding de kans aanwezig is dat er sprake is van een ernstige verontreiniging, ofwel dat nader onderzoek noodzakelijk is. De tussenwaarde heeft geen wettelijke status maar is een indicatieniveau voor het uitvoeren van aanvullend onderzoek. De tussenwaarde geeft het concentratieniveau aan waarboven onder bepaalde omstandigheden risico’s voor mens en milieu aan de orde kunnen zijn. De tussenwaarde is zodoende een indicatiewaarde voor nader onderzoek. Bij overschrijding van de T-waarde of bodemindex waarde (>0.5) dient aanvullend/nader bodemonderzoek in overweging genomen te worden. Een nader onderzoek wordt uitgevoerd indien er een vermoeden bestaat dat er sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging.
Interventiewaarde: De interventiewaarde (I) geeft aan dat bij overschrijding van deze waarde de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, plant en dier ernstig zijn verminderd of dreigen te worden verminderd. Is er sprake van een ernstige bodemverontreiniging en wordt de interventiewaarde in meer dan 3 3 25 m grond of 100 m grondwater (bodemvolume) overschreden, dan kan er noodzaak zijn tot sanering. De saneringsurgentie wordt bepaald door blootstellingsrisico's van mens, dier en plant en de verspreidingsrisico's van de betreffende stoffen (actuele risico’s). De interventiewaarden zijn gebaseerd op de risico's voor de volksgezondheid en het milieu (onderzoek RIVM). Bij de beoordeling van bodemverontreiniging aan de hand van de genoemde toetsingswaarden spelen nog een aantal aspecten een rol. Rekening dient te worden gehouden met het feit dat de mobiliteit van stoffen in de bodem en daardoor de verspreiding van stoffen afhankelijk is van diverse bodemkenmerken. Daarnaast speelt de bestemming en het gebruik van de locatie in de huidige situatie alsmede de toekomstige situatie, een grote rol bij de beoordeling van de risico's voor het milieu.
september 2018
16
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Het Weeme perceel sectie H nr. 939(ged.) te Nijeveen
4.3
Analyseresultaten en interpretatie
In deze paragraaf zijn de resultaten van de chemische analyses van de grond- en grondwatermonsters, gerelateerd aan toetsingswaarden, weergegeven in tabelvorm. Na elke tabel worden de onderzoeksresultaten besproken. In bijlage 4 zijn van alle uitgevoerde analyses de analysecertificaten van SGS BV opgenomen. 4.3.1 Milieuhygiënische kwaliteit grond boven- en ondergrond (0.0-2.0 m-mv) In tabel 4.2 wordt een volledig overzicht weergegeven van de analyseresultaten getoetst aan de toetsingswaarde. tabel 4.2: gemeten gehaltes (mg/kg d.s.) in grond met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Beoordeling kw aliteit van grond volgens Wbb in het kader van WBB (BoToVa toetsing T.12 versie 3.0.0 is uitgevoerd op 19 september 2018 om 14:25) Monster ID GP18-22258.001 Klant Ref. 18-M8569 Bodemtraject (m-mv) 0.0-0.5 Bodemtype Zs1 Zintuiglijke w aarnemingen BoToVa Monster Conclusie Voldoet aan AW
GP18-22258.002 18-M8569 0.0-0.5 Zs1
GP18-22258.003 18-M8569 0.0-0.25 Zs1 pu Overschrijding AW
Voldoet aan AW MaxBI:0,0
MaxBI:0,0
Parameter Toetsingsw aarden Algemeen Eenheid AW TW IW BW 1 BTV 1 SGS 1 BW 2 BTV 2 SGS 2 BW 3 Korrelgroottefractie % 2,1 2,3 2,6 Droge stof % m/m 85 -87 -89 Organisch stof % 6,6 5,4 5,9 1. Metalen barium (Ba) mg/kg – 54 -78 -357 cadmium (Cd) mg/kg 0,6 6,8 13 0,20 ≤AW 0,21 ≤AW 0,32 kobalt (Co) mg/kg 15 102,5 190 7,3 ≤AW 7,1 ≤AW 17 koper (Cu) mg/kg 40 115 190 11 ≤AW 13 ≤AW 36 kw ik (Hg) mg/kg 0,15 18,08 36 0,048 ≤AW 0,049 ≤AW 0,081 lood (Pb) mg/kg 50 290 530 17 ≤AW 27 ≤AW 60 molybdeen (Mo) mg/kg 1.5* 95,75 190 1,1 ≤AW 1,1 ≤AW 1,1 nikkel (Ni) mg/kg 35 67,5 100 8,1 ≤AW 8,0 ≤AW 39 zink (Zn) mg/kg 140 430 720 49 ≤AW 58 ≤AW 132 4. Polycyclische aromatische koolw aterstoffen (PAK’s) naftaleen mg/kg – 0,035 0,035 0,035 fenantreen mg/kg – 0,035 0,035 0,092 antraceen mg/kg – 0,035 0,035 0,035 fluorantheen mg/kg – 0,035 0,060 0,32 chryseen mg/kg – 0,035 0,035 0,15 benzo(a)antraceen mg/kg – 0,035 0,035 0,15 benzo(a)pyreen mg/kg – 0,035 0,035 0,16 benzo(k)fluorantheen mg/kg – 0,035 0,035 0,092 indeno(1,2,3cd)pyreen mg/kg – 0,035 0,035 0,13 benzo(ghi)peryleen mg/kg – 0,035 0,035 0,12 PAK’s (som 10) mg/kg 1,5 20,75 40 0,35 ≤AW 0,38 ≤AW 1,3 5. Gechloreerde koolw aterstoffen e.
overige gechloreerde koolw aterstoffen PCB 28 ug/kg 1,1 1,3 1,2 PCB 52 ug/kg 1,1 1,3 1,2 PCB 101 ug/kg 1,1 1,3 1,2 PCB 118 ug/kg 1,1 1,3 1,2 PCB 138 ug/kg 1,1 1,3 1,2 PCB 153 ug/kg 1,1 1,3 1,2 PCB 180 ug/kg 1,1 1,3 1,2 PCB’s (som 7) ug/kg 20 510 1000 7,4 ≤AW 9,1 ≤AW 8,3 7. Overige stoffen minerale olie mg/kg 190 2595 5000 21 ≤AW 26 ≤AW 24 MonsterID Monsteromschrijving GP18-22258.001 MM1: MM1, 01: 0-50, 02: 0-50, 05: 0-50, 06: 0-40, 07: 0-50, 08: 0-50, 09: 0-50, 10: 0-50 GP18-22258.002 MM2: MM2, 04: 0-50, 11: 0-50, 12: 0-50, 13: 0-50, 14: 0-50, 15: 0-40 GP18-22258.003 MM3: MM3, 03: 0-25 GP18-22258.004 MM4: MM4, 01: 150-200, 02: 70-100, 02: 100-150, 02: 150-200, 03: 150-200, 03: 100-140, 04: 100-150, 04: 150-200 Legenda's AW: Achtergrondw aarde; TW: Tussenw aarde; IW: Interventiew aarde BW n: Botova Berekende Waarde; BTV n: Botova conclusie; SGS n: SGS toevoeging --: Geen toetsoordeel mogelijk; ≤AW: <= Achtergrondw aarde; Won: Wonen Additionele Info Als de BW w aarde in groen is afgedrukt betreft dit een w aarde kleiner dan de officiele rapportage grens SGS n bevat de BodemIndex, BI = (BW-AW)/(IW-AW). Als AW=IW: #DIV/0
september 2018
GP18-22258.004 18-M8569 0.7-2.0 Zs1 Voldoet aan AW MaxBI:0,1
BTV 3
SGS 3
MaxBI:0,0 BW 4 1,8 89 0,61
BTV 4
54 0,24 7,4 7,2 0,050 11 1,1 8,2 33
-≤AW ≤AW ≤AW ≤AW ≤AW ≤AW ≤AW ≤AW
≤AW
0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,35
≤AW
≤AW
3,5 3,5 3,5 3,5 3,5 3,5 3,5 25
≤AW
≤AW
70
≤AW
--
-≤AW Won ≤AW ≤AW Won ≤AW Won ≤AW
0,0
0,0 0,1
SGS 4
--
17
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Het Weeme perceel sectie H nr. 939(ged.) te Nijeveen
interpretatie onderzoeksresultaten grond bovengrond (0.0-0.5 m-mv) Bovengrondmengmonster MM1 (boring 1+2+5 t/m 10) bevat geen van de onderzochte stoffen verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. Bovengrondmengmonster MM2 (boring 3+11 t/m 15) bevat geen van de onderzochte stoffen verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. Bovengrondmonster MM3 (boring 3) bevat een verhoogd gehalte kobalt, lood en nikkel (zware metalen) t.o.v. de achtergrondwaarde. De verhoogd gemeten gehalten kobalt, lood en nikkel (zware metalen) in het bovengrondmonster MM3 overschrijden de achtergrondwaarde, de tussenwaarde (indicatie voor nader onderzoek) en de bodemindex-waarde (>0.5) wordt in deze gevallen in het onderzochte bovengrondmonster MM3 niet overschreden. De verhoogd gemeten gehalten kobalt, lood en nikkel (zware metalen) in het bovengrondmengmonster MM3 zijn op basis van zintuiglijke waarnemingen te relateren aan de zintuiglijk waargenomen bodemvreemde puinbijmengingen in het monstermateriaal. In gebieden welke reeds langere tijd door de mens in gebruik zijn (o.a. langdurige bewoning of menselijk gebruik) worden vaker verhoogde gehalten aan o.a. zware metalen in de grond gemeten. In algemene zin wordt opgemerkt dat antropogene beïnvloeding van een locatie in de meeste gevallen een negatief effect heeft op de kwaliteit van de bodem.
De overige onderzochte stoffen zijn in het bovengrondmonster MM3 niet verhoogd gemeten t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. ondergrond (0.7-2.0 m-mv) Ondergrondmengmonster MM4 (boring 1+2+3+4) bevat geen van de onderzochte stoffen verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde.
Opmerking: Wanneer het gehalte van een parameter beneden de rapportagegrens van AS3000 ligt mag er, conform de Wijziging Regeling Bodemkwaliteit (Stc. 122, 27 juni 2008), voor de betreffende parameter vanuit worden gegaan dat deze voldoet aan de achtergrondwaarde (AW2000). Op basis van de circulaire bodemsanering 2009 zijn de toetsingswaarden voor barium (zware metalen) tijdelijk ingetrokken. Indien er op een locatie sprake is van een antropogene bron kan het gemeten gehalte barium indicatief worden getoetst aan de voormalige interventiewaarde.
september 2018
18
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Het Weeme perceel sectie H nr. 939(ged.) te Nijeveen
4.3.2 Milieuhygiënische kwaliteit grondwater In de tabel 4.3 wordt een volledig overzicht weergegeven van de analyseresultaten getoetst aan de toetsingswaarde. tabel 4.3 gemeten gehaltes (µg/l) in grondwater met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Beoordeling kw aliteit van grondw ater volgens Wbb in het kader van WBB (BoToVa toetsing T.13 versie 2.0.0 is uitgevoerd op 19 september 2018 om 14:28) Monster ID GP18-22936.001 Klant Ref. 18-M8569 Peilbuis (filterstelling) 1.85-2.85 Ec-veld en pH-veld grondw aterstand BoToVa Monster Conclusie Overschrijding SW MaxBI:0,1 Parameter Toetsingsw aarden 1. Metalen Eenheid SW TW IW BW 1 BTV 1 SGS 1 barium (Ba) ug/l 50 337,5 625 120 >SW 0,1 cadmium (Cd) ug/l 0,4 3,2 6 0,14 ≤SW kobalt (Co) ug/l 20 60 100 1,4 ≤SW koper (Cu) ug/l 15 45 75 1,4 ≤SW kw ik (Hg) ug/l 0,05 0,175 0,3 0,035 ≤SW lood (Pb) ug/l 15 45 75 1,4 ≤SW molybdeen (Mo) ug/l 5 152,5 300 1,4 ≤SW nikkel (Ni) ug/l 15 45 75 3,8 ≤SW zink (Zn) ug/l 65 432,5 800 18 ≤SW 3. Arom atische stoffen benzeen ug/l 0,2 15,1 30 0,14 ≤SW ethylbenzeen ug/l 4 77 150 0,14 ≤SW tolueen ug/l 7 503,5 1000 0,14 ≤SW 1,2-xyleen ug/l 0,070 som 1,3- en 1,4-xyleen ug/l 0,14 xylenen (som) ug/l 0,2 35,1 70 0,21 ≤SW styreen (vinylbenzeen) ug/l 6 153 300 0,14 ≤SW isopropylbenzeen (cumeen) ug/l 0,21 -aromatische oplosmiddelen (som) ug/l [150] 0,98 -4.
Polycyclische arom atische koolw aterstoffen (PAK’s) naftaleen ug/l 0,01 35,005 70 0,014 ≤SW PAK’s (som 10) DIMSLS 1 0,00020 (para!) 5. Gechloreerde koolw aterstoffen a. (vluchtige) chloorkoolw aterstoffen monochlooretheen (vinylchloride) ug/l 0,01 2,505 5 0,14 ≤SW dichloormethaan ug/l 0,01 500,005 1000 0,14 ≤SW 1,1-dichloorethaan ug/l 7 453,5 900 0,14 ≤SW 1,2-dichloorethaan ug/l 7 203,5 400 0,14 ≤SW 1,1-dichlooretheen ug/l 0,01 5,005 10 0,070 ≤SW cis-1,2-dichlooretheen ug/l 0,070 trans-1,2-dichlooretheen ug/l 0,070 1,2-dichlooretheen (som) ug/l 0,01 10,005 20 0,14 ≤SW 1,1-dichloorpropaan ug/l 0,14 1,2-dichloorpropaan ug/l 0,14 1,3-dichloorpropaan ug/l 0,14 dichloorpropanen (som) ug/l 0,8 40,4 80 0,42 ≤SW trichloormethaan (chloroform) ug/l 6 203 400 0,14 ≤SW 1,1,1-trichloorethaan ug/l 0,01 150,005 300 0,070 ≤SW 1,1,2-trichloorethaan ug/l 0,01 65,005 130 0,070 ≤SW trichlooretheen (Tri) ug/l 24 262 500 0,14 ≤SW tetrachloormethaan (Tetra) ug/l 0,01 5,005 10 0,070 ≤SW tetrachlooretheen (Per) ug/l 0,01 20,005 40 0,070 ≤SW 7.
Overige stoffen minerale olie ug/l 50 325 600 35 ≤SW tribroommethaan (bromoform) ug/l – 315 630 0,14 -0,0 MonsterID Monsterom schrijving GP18-22936.001 Pb 1: Pb 1, 01-1: 185-285 Legenda's SW: Streefw aarde; TW: Tussenw aarde; IW: Interventiew aarde BW n: Botova Berekende Waarde; BTV n: Botova conclusie; SGS n: SGS toevoeging --: Geen toetsoordeel mogelijk; >SW: > Streefw aarde; ≤SW: <= Streefw aarde para!: Enkele parameters ontbreken in de berekening van de somfractie Additionele Info Als de BW w aarde in groen is afgedrukt betreft dit een w aarde kleiner dan de officiele rapportage grens SGS n bevat de BodemIndex, BI = (BW-AW)/(IW-AW). Als AW=IW: #DIV/0 Als w aarde in kolom IW is afgedrukt met [] dan betreft dit een indicatief niveau voor ernstige verontreiniging
september 2018
19
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Het Weeme perceel sectie H nr. 939(ged.) te Nijeveen
interpretatie resultaten grondwater peilbuis 1 (1.85-2.85 m-mv) Het grondwater ter plaatse van peilbuis 1 bevat een verhoogd gehalte barium (zware metalen) t.o.v. de achtergrondwaarde. Het verhoogd gemeten gehalte barium (zware metalen) in het grondwater ter plaatse van peilbuis 1 overschrijdt de streefwaarde, de tussenwaarde (indicatie voor nader onderzoek) en de bodemindexwaarde (>0.5) wordt in dit geval niet overschreden. Ten aanzien van het voorkomen van verhoogde gehaltes zware metalen in het freatisch grondwater kan worden opgemerkt dat dergelijke verhoogde gehaltes op tal van onverdachte locaties in Nederland regelmatig voorkomen. De gehaltes worden vaak in verhoogde mate aangetoond zonder dat daarbij sprake is van een verontreinigingsbron. De verhoogde gehaltes zware metalen kunnen o.a. worden veroorzaakt door wisselende milieuomstandigheden in de bodem alsmede door diverse bodemprocessen. Zo kan het onvoldoende herstelde evenwicht tussen grond en grondwater ten tijde van de bemonstering een mogelijke oorzaak zijn van het verhoogd voorkomen van zware metalen. Deels kunnen zware metalen van nature, door uitloging uit sedimenten, afhankelijk van het redoxpotentiaal, in verhoogde mate in het grondwater voorkomen, het betreft in deze gevallen natuurlijk verhoogde achtergrondwaarden. De overige onderzochte stoffen zijn in het grondwater t.p.v.
peilbuis 1 niet verhoogd gemeten t.o.v. de streefwaarde en/of detectiewaarde.
Opmerking: Wanneer het gehalte van een parameter beneden de rapportagegrens van AS3000 ligt mag er, conform de Wijziging Regeling Bodemkwaliteit (Stc. 122, 27 juni 2008), voor de betreffende parameter van uit worden gegaan dat deze voldoet aan de achtergrondwaarde (AW2000), e.e.a. geldt voor de gecorrigeerde som 1,2-dichlooretheen, gecorrigeerde som dichloorpropaan en som xylenen.
september 2018
20
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Het Weeme perceel sectie H nr. 939(ged.) te Nijeveen
5
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
Naar aanleiding van de resultaten van het verkennend milieukundig bodemonderzoek worden de volgende conclusies getrokken en aanbevelingen gedaan. grond Ter plaatse van de kavelingang (boring 3) zijn in de grond puinresten waargenomen. Op basis van zintuiglijke waarnemingen is in het opgeboorde materiaal geen asbestverdacht materiaal waargenomen (indicatieve waarneming). bovengrond (0.0-0.5 m-mv) Bovengrondmengmonster MM1 (boring 1+2+5 t/m 10) bevat geen van de onderzochte stoffen verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. Bovengrondmengmonster MM2 (boring 3+11 t/m 15) bevat geen van de onderzochte stoffen verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. Bovengrondmonster MM3 (boring 3) bevat een verhoogd gehalte kobalt, lood en nikkel (zware metalen) t.o.v. de achtergrondwaarde. De verhoogd gemeten gehalten kobalt, lood en nikkel (zware metalen) in het bovengrondmonster MM3 overschrijden de tussenwaarde (indicatie voor nader onderzoek) en de bodemindex-waarde (>0.5) niet en geven daardoor uit milieuhygiënische overweging, naar onze mening, geen directe aanleiding tot het instellen van aanvullend onderzoek. ondergrond (0.7-2.0 m-mv) Ondergrondmengmonster MM4 (boring 1+2+3+4) bevat geen van de onderzochte stoffen verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde.
grondwater peilbuis 1 (1.85-2.85 m-mv) Het grondwater ter plaatse van peilbuis 1 bevat een verhoogd gehalte barium (zware metalen) t.o.v. de achtergrondwaarde. Het verhoogd gemeten gehalte barium (zware metalen) in het grondwater ter plaatse van peilbuis 1 overschrijdt de tussenwaarde (indicatiewaarde voor nader onderzoek) en de bodemindex-waarde (>0.5) niet, en geeft daardoor uit milieuhygiënische overweging, naar onze mening, geen directe aanleiding tot het instellen van aanvullend onderzoek.
toetsing hypothese Op basis van de vooraf in paragraaf 2.4 gestelde hypothese is de onderzoekslocatie in eerste aanleg als milieuhygiënisch onverdacht aangemerkt. Op basis van de resultaten van het verkennend bodemonderzoek blijkt dat de locatie niet geheel vrij is van bodemverontreiniging. De grond en het grondwater ter plaatse van de onderzoekslocatie bevat plaatselijke enkele stoffen verhoogd t.o.v de achtergrondwaarde resp. de streefwaarde. De plaatselijk verhoogd gemeten gehalten overschrijden de tussenwaarde en de bodemindex waarde (>0.5) niet en geven daardoor geen directe aanleiding tot het instellen van een nader onderzoek. De onderzoeksresultaten stemmen niet geheel overeen met de gestelde hypothese, de vooraf gestelde hypothese “onverdacht” dient formeel verworpen te worden. Uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat er beïnvloeding van de bodemkwaliteit heeft plaatsgevonden. Opgemerkt wordt dat de conclusies betrekking hebben op de chemische gesteldheid van de bodem (excl. asbest). Een asbestonderzoek in grond of puin conform de NEN 5707+C1 resp. NEN 5897+C1 maakt geen onderdeel uit van de scope van onderhavig onderzoek. Op basis van dit onderzoek dat volgens NEN-5740+A1 is uitgevoerd kan geen uitspraak worden gedaan omtrent de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal in de bodem of puin.
Indien een formele uitspraak over het voorkomen van asbest in de bodem gewenst is dient een asbestonderzoek uit gevoerd te worden conform de NEN 5707+C1 of NEN 5897+C1.
september 2018
21
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Het Weeme perceel sectie H nr. 939(ged.) te Nijeveen
Afwijkingen t.o.v. normen en protocollen Er hebben bij de uitvoering van veldwerkzaamheden geen afwijkingen plaatsgevonden t.o.v. de geldende protocollen BRL SIKB 2001 en 2002. Er hebben bij de uitvoering van analysewerkzaamheden geen afwijkingen plaatsgevonden t.o.v. de geldende protocollen AS3000 en/of overige geldende analysemethoden.
Aanbevelingen ●1) Ter plaatse van boring 3 (t.p.v. de kavelingang) zijn in de grond puinresten aangetroffen. Zintuiglijk is in het opgegraven bodemmateriaal geen asbestverdacht materiaal waargenomen. Wanneer het voornemen bestaat om grondwerkzaamheden t.p.v. de kavelingang (dam) uit te voeren wordt geadviseerd om vooraf de grond conform NEN-5707 op asbest te onderzoeken. ●2) Indien de grond ontgraven gaat worden, bijvoorbeeld ten behoeve van bouwwerkzaamheden, is het Besluit Bodemkwaliteit van toepassing. Middels het Besluit is het mogelijk om door het lokaal bevoegd gezag lokale maximale bodemgebruikswaarden vast te stellen, of om deze bodemgebruikswaarden te conformeren aan de maximale waarden uit het (landelijke) generieke model. Bij toetsing van de onderzoeksresultaten aan het generieke model wordt de indicatie verkregen dat de bovengrond (bovengrondmonster MM3) mogelijk geschikt is als toepassing grond met bodemkwaliteitsklasse “wonen”' en als zodanig beperkt toepasbaar is. Opgemerkt wordt dat evt. afvoer van grond met de bodemkwaliteitsklasse “wonen” meer kosten met zich meebrengt dan de afvoer van schone grond. Volledige duidelijkheid omtrent de bodemkwaliteitsklasse van vrijkomende grond wordt pas verkregen op basis van een partijkeuring conform het Besluit Bodemkwaliteit.
Opgemerkt dient te worden dat de vertaalslag van verkennend bodemonderzoek naar hergebruik van grond volgens het Besluit Bodemkwaliteit, veelal, niet mogelijk is. In de meeste gevallen zijn aanvullende gegevens noodzakelijk, het bevoegd gezag (de gemeente waarin de grond wordt toegepast) kan hier uitsluitsel over geven. Indien het noodzakelijk is dat er grond afgevoerd moet worden van de locatie zal er een melding grondverzet gedaan moeten worden via het landelijk meldpunt: www.meldpuntbodemkwaliteit.nl. Mocht grondwater onttrokken worden t.b.v. bemaling, dient bekeken te worden in hoeverre de grondwaterkwaliteit de lozingsnormen overschrijdt.
september 2018
22
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Het Weeme perceel sectie H nr. 939(ged.) te Nijeveen
Algemeen/opmerkingen/betrouwbaarheid/uitsluitingen Het onderhavige onderzoek heeft betrekking gehad op een deel van de locatie gelegen aan Het Weeme (perceel gemeente Nijeveen, sectie H nr. 939 (ged.) te Nijeveen (zie bijlage 2). Op basis van het onderhavige onderzoek kan alleen een uitspraak worden gedaan omtrent de bodemkwaliteit van het onderzochte terreindeel, zie bijlage 2. Op basis van het onderhavige onderzoek kan geen uitspraak worden gedaan: omtrent de bodemkwaliteit van niet onderzochte terreindelen, de bodemkwaliteit van niet bekende verdachte terreindelen, de bodemkwaliteit onder gebouwen en/of gesloten verharding, de bodemkwaliteit van niet verkende bodemlagen, de milieuhygiënische kwaliteit van het diepere grondwater etc. Daarnaast kan op basis van dit onderzoek geen uitspraak worden gedaan omtrent de eventuele aanwezigheid van asbest in de bodem/puin. Indien echter een formele uitspraak over het voorkomen van asbest in de bodem gewenst is dient een asbestonderzoek uit gevoerd te worden conform de NEN 5707+C1 of NEN 5897+C1. Alleen een asbestonderzoek volgens NEN-5707+C1 / NEN-5897+C1 geeft meer zekerheid over de aanwezigheid van asbest in de bodem resp. puin.
In algemene zin wordt opgemerkt dat bij analyse van mengmonsters de gehalten in de individuele deelmonsters van een mengmonster zowel hoger als lager kunnen zijn dan de aangetoonde gehalten in het betreffende mengmonster. Er kan in gevallen waarbij sprake is van ruime overschrijdingen van de achtergrondwaarde, gemeten in een mengmonster, niet worden uitgesloten dat individuele deelmonsters gehalten boven de tussen- of interventiewaarde bevatten. T.a.v. historische (bodem) informatie van de locatie wordt opgemerkt dat de geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Voor het verkrijgen van historische informatie is Sigma Bouw & Milieu afhankelijk van deze bronnen, waardoor Sigma Bouw & Milieu niet kan instaan voor de juistheid en volledigheid van de verzamelde historische informatie. Het kan voorkomen dat niet alle bronnen zijn geraadpleegd, doordat ze niet voorhanden waren. Hierdoor kan informatie ontbreken. Dit bodemonderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving en methoden. Een bodemonderzoek wordt in zijn algemeenheid echter uitgevoerd door het, conform de geldende richtlijnen, steekproefsgewijs bemonsteren van de bodem d.m.v.
een representatief geacht aantal monsters, waardoor het, op basis van de resultaten van een bodemonderzoek, onmogelijk is om garanties af te geven ten aanzien van de milieuhygiënische bodemkwaliteit. Een verkennend bodemonderzoek geeft nooit volledige zekerheid omtrent de toestand van de bodem ter plaatse van een locatie. Het onderzoek dient geïnterpreteerd worden als een inschatting van de verontreinigingssituatie op een bepaald moment. Het is echter op basis van dit onderzoek nooit uit te sluiten dat er lokaal afwijkingen in de bodem voorkomen. Het kan op basis van dit onderzoek niet uitgesloten worden dat zich op de locatie verontreiniging bevindt welke in dit onderzoek niet is aangetroffen/ontdekt. Het uitgevoerde verkennend bodemonderzoek is dan ook indicatief en een momentopname. De resultaten van het onderzoek kunnen minder representatief worden naarmate de tijd verstrijkt. Eventuele toekomstige activiteiten, calamiteiten, sloopwerkzaamheden, bouwrijp maken en/of aanvoer van grond van elders, kunnen de bodemkwaliteit (sterk) beïnvloeden. Tijdens werkzaamheden in de bodem dient men alert te blijven op waarneembare bijzonderheden, die kunnen duiden op eventuele verontreinigingen Het onderzoek is gebaseerd op informatie van derden en het verrichten van een beperkt aantal boringen en analyses, conform de geldende richtlijnen.
Hierdoor is het mogelijk dat niet alle informatie is verkregen, dan wel dat niet alle afwijkingen in de bodem zijn geconstateerd. Sigma Bouw & Milieu aanvaardt derhalve op generlei wijze aansprakelijkheid voor de gevolgen/schade dan wel enige andere indirecte incidentele of gevolgschade welke voortvloeien uit beslissingen welke worden genomen op basis van de onderzoeksresultaten van het onderhavige onderzoek als in de praktijk blijkt dat de verontreinigingssituatie anders is dan in dit onderzoek vermeld.
september 2018
23
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Het Weeme perceel sectie H nr. 939(ged.) te Nijeveen
LITERATUURLIJST
1. 2. 3.
4. 5. .
6. 7. 8. 9. 10. 11. 12.
Bodemonderzoeksstrategie bij verkennend bodemonderzoek volgens de Nederlandse norm, NEN 5740+A1 (NNI, april 2016). Boringen zijn geplaatst volgens de eisen uit het SIKB-protocol 2001 (vigerende versie). Grondmonsters zijn genomen volgens de eisen uit het SIKB-protocol 2001 (vigerende versie), grondwatermonsters zijn genomen volgens de eisen uit het SIKB-protocol 2002 (vigerende versie). De conservering van monsters in het veld is uitgevoerd volgens de eisen uit de SIKBprotocollen 2001 en 2002 (vigerende versie). Regeling Bodemkwaliteit” (zie vigerende versies op www.wetten.overheid.nl of www.rwsleefomgeving.nl) Circulaire Bodemsanering (zie vigerende versies op www.wetten.overheid.nl of www.rwsleefomgeving.nl) Classificatie van onverharde grondmonsters, NEN 5104, september 1989. Geologische overzichtskaarten van Nederland, Rijks Geologische Dienst, 1995. Grondwaterstromingsstelsels in Nederland, Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, 1989. Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader bodemonderzoek, NEN 5725, (NNI januari 2009). Bodem-Monsterneming van grondwater, NEN 5744, (NNI maart 2011). NEN 5707+C1; Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond; uitgifte augustus 2016.
september 2018
24
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Het Weeme perceel sectie H nr. 939(ged.) te Nijeveen
COLOFON opdrachtgever project
: :
omvang rapport datum projectleider
: : :
Auteur Ing. A.D.M. van Wuykhuyse
september 2018
BJZ.nu verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 Langedijk perceel sectie D nr. 3465 (ged.) te Hollandscheveld 25 blz. 21 september 2018 ing. A.D.M. van Wuykhuyse
Paraaf
Gecontroleerd door Ing. M.J.A. van Wuykhuyse
Paraaf
Datum
Status
21 september 2018
definitief
25
BIJLAGE 1 TOPOGRAFISCH OVERZICHT IJij B ax F
Adviesgroepen: Bouw Milieu
Sigma Bouw & Milieu Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen Tel. (0591) 65 91 28 Fax (0591) 65 93 25 http://www.sigma-bm.nl email: info@sigma-bm.nl
BIJLAGE 1 TOPOGRAFISCH OVERZICHT (HISTORISCH) IJij B ax F
1990
1970
1950
Adviesgroepen: Bouw Milieu
Sigma Bouw & Milieu Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen Tel. (0591) 65 91 28 Fax (0591) 65 93 25 http://www.sigma-bm.nl email: info@sigma-bm.nl
1930
1910
1890
Adviesgroepen: Bouw Milieu
Sigma Bouw & Milieu Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen Tel. (0591) 65 91 28 Fax (0591) 65 93 25 http://www.sigma-bm.nl email: info@sigma-bm.nl
N
BIJLAGE 2 ONDERZOEKSLOCATIE
14 13
15
dam/ kavelingang
03
onderzoekslocatie 04 11 12
10
01 08 07
09 06 02
05
25 m
peilbuis boring < 0.5m boring < 1m boring < 1.5m boring < 2m boring # 2m inspect iegat sleuf slib depot overigen
sit uat ie t ekening onderzoek project code dat um paraaf schaal
H e t W e e m e se ct ie H 9 3 9 t e N ije ve e n 1 8 -M 8 5 6 9 2 1 -0 9 -2 0 1 8 1 :1 . 0 0 0
01
1
gras, m aaiveld
0
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, grijs, edelm an