CConstaterende datMeppel
Koppel je AI →
Document · PDF

Ontwerp BP Raadhuislaan en Het Weeme

1 - RAADSVERGADERING 17 juni 2021, gemeente MeppelBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Nijeveen - Raadhuislaan en Het Weeme33.749 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Nijeveen - Raadhuislaan en Het Weeme

Inhoudsopgave

Toelichting

3

Hoofdstuk1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Plangebied 1.3 Huidig planologisch regime 1.4 Juridische planvorm 1.5 Leeswijzer

3 3 3 4 5 5

Hoofdstuk2 De huidige situatie 2.1 Historie Nijeveen 2.2 Ruimtelijk-functionele structuur

6 6 7

Hoofdstuk3 Planbeschrijving 3.1 Ruimtelijke ontwikkeling

9 9

Hoofdstuk4 Beleidskader 4.1 Rijksbeleid 4.2 Provinciaal beleid 4.3 Regionaal beleid 4.4 Gemeentelijk beleid

11 11 13 16 18

Hoofdstuk5 Planologische randvoorwaarden 5.1 Algemeen 5.2 Geluid 5.3 Bodemkwaliteit 5.4 Luchtkwaliteit 5.5 Externe veiligheid 5.6 Bedrijven en milieuzonering 5.7 Ecologie 5.8 Archeologie en cultuurhistorie 5.9 Besluit milieueffectrapportage 5.10 Verkeer en parkeren 5.11 Wateraspecten

25 25 25 26 26 28 29 31 34 35 37 38

Hoofdstuk6 Juridische toelichting en planverantwoording 6.1 Inleiding 6.2 Opzet van de regels 6.3 Verantwoording van de regels

41 41 41 42

Hoofdstuk7 Uitvoerbaarheid 7.1 Economische uitvoerbaarheid 7.2 Procedures

44 44 44

2 ontwerp)

bestemmingsplan "Nijeveen - Raadhuislaan en Het Weeme" (

Toelichting Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

In de kern Nijeveen ligt een onbebouwd perceel, dat momenteel in gebruik is als grasveld. Het perceel is reeds bestemd tot woongebied, echter is er tot op het heden nog geen bouwplan voor ontwikkeld. Stedenbouwkundige randvoorwaarden, zoals bouwvlakken, ontbreken daarom. De laatste jaren is de vraag naar woningen in Nijeveen toegenomen. Deze vraag komt met name voort vanuit starters en doorstarters, die graag in Nijeveen willen blijven wonen, maar geen geschikte woning kunnen vinden. Daarnaast is er tevens een vraag naar levensloopbestendige woningen voor senioren, die langer zelfstandig willen wonen. Initiatiefnemer is voornemens om te voorzien in deze behoefte, en daarom het gebied met woningbouw te ontwikkelen. Het gaat in dit geval om de bouw van 16 woningen. Het gaat om een drietal woningtypen: 10 rijwoningen, 4 twee-onder-één-kap woningen en 2 vrijstaande woningen. De ontwikkeling is in overeenstemming met het beleid van de provincie Drenthe en de gemeente Meppel, die uitgaan van het principe 'inbreiding boven uitbreiding'. Op 22 augustus 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Meppel dan ook besloten in principe medewerking te willen verlenen aan voorliggend initiatief. Zoals aangegeven, ontbreken de stedenbouwkundige randvoorwaarden vooralsnog, waardoor een bestemmingsplanherziening noodzakelijk is.

In voorliggend bestemmingsplan zal worden aangetoond dat de wijziging van de bestemming in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.

1.2

Plangebied

Het plangebied ligt in de kern Nijeveen. Het plangebied ligt ten zuiden van woningen aan de Dorpsstraat. Aan de west- en oostzijde grenst het plangebied aan een bestaande woonwijk. Aan de oostzijde wordt het plan tevens begrensd door een sloot en een houtwal. Aan de zuidzijde wordt het plangebied begrensd door een fietspad met daarachter de tuinen van de zuidelijk gelegen woningen. Kadastraal bestaat het plangebied uit het perceel gemeente Meppel, sectie H, nummer 939. In afbeelding 1.1 is de ligging van het plangebied in de kern Nijeveen en ten opzichte van de directe omgeving indicatief met de rode belijning aangegeven.

Afbeelding

1.1

Ligging van het plangebied in Nijeveen (Bron: ArcGIS)

bestemmingsplan "Nijeveen - Raadhuislaan en Het Weeme" (ontwerp) 3

1.3

Huidig planologisch regime

1.3.1

Bestemmingsplan ''Nijeveen''

1.3.1.1 Algemeen Het plangebied is gelegen binnen de begrenzing van het bestemmingsplan ''Nijeveen''. Dit bestemmingsplan is vastgesteld op 3 september 2009 door de gemeenteraad van Meppel. Op grond van dit bestemmingsplan heeft het plangebied de enkelbestemming 'Wonen' en de dubbelbestemming 'Waarde - archeologie'. Het plangebied is niet voorzien van bouwvlakken. In afbeelding 1.2 is een uitsnede van de verbeelding behorende bij het bestemmingsplan ''Nijeveen'' opgenomen. Het plangebied is indicatief aangegeven met de rode belijning.

Afbeelding 1.2

Uitsnede bestemmingsplan "Nijeveen" (Bron: ruimtelijkeplannen.nl)

1.3.1.2 Beschrijving bestemmingen De gronden gelegen binnen de bestemming 'Wonen' zijn bestemd voor wonen, met de daarbij behorende nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen, tuinen, erven en terreinen. Er zijn enkel overige bouwwerken toegestaan, aangezien het plangebied niet is voorzien van bouwvlak(ken). De dubbelbestemming 'Waarde - archeologie' is opgenomen ter bescherming en veiligstelling van de daar voorkomende archeologische waarden. 1.3.2

Strijdigheid

De ontwikkeling is niet in overeenstemming met het geldende bestemmingsplan '''Nijeveen'', omdat de bouwvlakken ten behoeve van de woningen ontbreken. Daarnaast dienen de bestemmingen 'Tuin', 'Verkeer' en 'Groen' te worden opgenomen teneinde de ontwikkeling op een juiste wijze planologisch in te passen. Een bestemmingsplanherziening is noodzakelijk om de ontwikkeling mogelijk te maken. Voorliggend bestemmingsplan voorziet hierin. Hierbij zal worden aangetoond dat de ontwikkeling in

4 ontwerp)

bestemmingsplan "Nijeveen - Raadhuislaan en Het Weeme" (

overeenstemming is met 'een goede ruimtelijke ordening'.

1.4

Juridische planvorm

Het bestemmingsplan ''Nijeveen - Raadhuislaan en Het Weeme'' bestaat uit de volgende stukken: verbeelding (NL.IMRO.0119.raadhuislaanweeme-BPB1) en een renvooi; regels. Op de verbeelding zijn de bestemmingen van het bewuste plangebied aangegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan.

1.5

Leeswijzer

Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving van het plangebied en de omgeving gegeven. Hoofdstuk 3 bevat de planbeschrijving. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, de provincie Drenthe en de gemeente Meppel beschreven. Hoofdstuk 5 gaat in op de planologische afwegingsaspecten zoals diverse milieuaspecten, ecologie, archeologie & cultuurhistorie en de watertoets. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording Hoofdstuk 7 behandelt de economische uitvoerbaarheid van het project en een beschrijving van de procedure (vooroverleg en inspraak).

bestemmingsplan "Nijeveen - Raadhuislaan en Het Weeme" (ontwerp) 5

Hoofdstuk 2

De huidige situatie

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de historische ontwikkeling van Nijeveen en de huidige situatie binnen het plangebied.

2.1

Historie Nijeveen

Nijeveen en het naastgelegen Kolderveen vinden hun oorsprong bij de ontginning van het oorspronkelijke veengebied. Met name deze oorsprong heeft het gezicht van het huidige dubbeldorp Nijeveen-Kolderveen met zijn karakteristieke lintbebouwing bepaald. Het dorp is omgeven door een groen polderlandschap en heeft een rustig en landelijk karakter. Het dorp is vanouds verweven met het omliggende landschap. Het polderlandschap is tijdens de ruilverkaveling, die duurde van 1960 tot 1972, ingrijpend veranderd en heeft dan ook grote gevolgen gehad voor het agrarisch bedrijfsleven, het landschap, het dorpsbeeld en de dorpsontwikkeling. De structuurdrager van Nijeveen is het oude lint. Vanuit dit lint is Nijeveen gaan groeien. Dit lint wordt gevormd door de Dorpsstraat en Kolderveen. Dit lint bestaat uit losstaande bebouwing met veelal rieten daken en een klinkerstraat. Het historische lint wordt gekenmerkt door solitaire bebouwing in de vorm van (woon)boerderijen, woningen en overige bebouwing haaks op de weg. In het centrum heeft in de loop der tijd verdichting van bebouwing plaatsgevonden. Naar het oosten en westen (Kolderveen) toe wordt de bebouwing steeds opener met meer doorzicht naar achteren. In het centrale deel van de Dorpsstraat is de bebouwing door herinvulling en verdichting vergroeid met de achterliggende bebouwing.

Twee belangrijke elementen zijn de historische kerken die enigszins afzijdig van het dorp staan. Veel van de vrijgekomen agrarische bedrijven zijn omgevormd tot woonboerderijen. Van de oorspronkelijk tientallen boerderijen langs de Dorpsstraat zijn er nog slechts enkele als boerenbedrijf in gebruik. In afbeelding 2.1 en 2.2 zijn historische kaarten van het dorp Nijeveen weergegeven.

Afbeelding 2.1

6 ontwerp)

Historische kaarten van Nijeveen uit 1925 en 1975 (Bron: Topotijdreis.nl)

bestemmingsplan "Nijeveen - Raadhuislaan en Het Weeme" (

2.2

Ruimtelijk-functionele structuur

Het plangebied betreft op dit moment een onbebouwde ruimte binnen de kern, die momenteel in gebruik is voor het weiden van schapen. De aan de westzijde gelegen wijk is in de jaren 80 gerealiseerd. Deze wijk kent een informele structuur en bestaat hoofdzakelijk uit vrijstaande woningen en dubbele woningen. Het betreffen traditionele woningen in hoofdvorm en architectuur. Aan de oostzijde van het plangebied ligt een dichte houtwal, waarachter de nieuwe woonwijk 'Danninge Erve' is gelegen. Deze woonwijk is qua hoofdopzet formeler. Aan de noordzijde van het plangebied grenst het aan de tuinen en boerenerven van de lintbebouwing aan de Dorpsstraat. In afbeelding 2.2 is een luchtfoto van het plangebied opgenomen. In afbeelding 2.3 zijn straatbeelden van het plangebied opgenomen.

Afbeelding 2.2

Luchtfoto huidige situatie van het plangebied (Bron: Provincie Drenthe)

bestemmingsplan "Nijeveen - Raadhuislaan en Het Weeme" (ontwerp) 7

Afbeelding 2.3 architectuur)

8 ontwerp)

Straatbeelden van de huidige situatie van het plangebied (Bron: Kroezen

bestemmingsplan "Nijeveen - Raadhuislaan en Het Weeme" (

Hoofdstuk 3

Planbeschrijving

3.1

Ruimtelijke ontwikkeling

3.1.1

Algemeen

De gronden in het plangebied zijn reeds bestemd voor wonen als onderdeel van de kern Nijeveen, echter is er niet eerder een stedenbouwkundig plan voor het perceel tot stand gekomen. Bouwvlakken en stedenbouwkundige randvoorwaarden ontbreken daarom. De markt voor woningbouw heeft de afgelopen jaren een dalende trend gekend, ook in Nijeveen. Deze trend is de laatste tijd ten positieve gekeerd. Er is weer meer vraag naar woningen, waarbij de markt momenteel achterblijft bij deze vraag. Met voorliggend plan wordt voor een deel voorzien in de behoefte aan woningen. 3.1.2

Hoofdopzet ontwikkeling

Het plan gaat uit van de bouw van 16 woningen van verschillende typen. Het betreffen 10 rijwoningen, 4 twee-onder-één-kap woningen en 2 vrijstaande woningen. Deze verdeling sluit programmatisch aan op de bestaande verdeling van woningtypen in de omliggende omgeving. De woningen worden gemengd over het gebied verspreid, zodat er een evenwichtige sociale verdeling ontstaat. Dit is wenselijk om het dorpse karakter te waarborgen en te versterken. De woningen zullen aansluiten op de bestaande straten: de Raadhuislaan (oost-west) en het Weeme. Deze straten worden vanaf de westzijde doorgetrokken tot aan de houtwal aan de oostzijde. Door het doortrekken van de doodlopende Raadhuislaan en het Weeme wordt bijgedragen aan de gebruikswaarde van de locatie en de directe omgeving. Dit sluit aan bij de dorpse beleving. Naast de bouw van de woningen zal er ook een grasveld en zullen er ook parkeervoorzieningen worden gerealiseerd, deze zijn gepland in het noord- en zuidwesten van het plangebied. Tot slot zal door de aanleg van groen het geheel op een adequate wijze landschappelijk worden ingepast. Voor het realiseren van het bouwplan is advies ingewonnen bij het Oversticht. Het bouwplan is geadviseerd op dit advies. In afbeelding 3.1 is een impressie van de gewenste ontwikkeling weergegeven.

bestemmingsplan "Nijeveen - Raadhuislaan en Het Weeme" (ontwerp) 9

Afbeelding 3.1

10 ontwerp)

Impressie van de gewenste ontwikkeling (Bron: Kroezen architectuur)

bestemmingsplan "Nijeveen - Raadhuislaan en Het Weeme" (

Hoofdstuk 4

Beleidskader

Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven.

4.1

Rijksbeleid

4.1.1

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte

4.1.1.1 Algemeen Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte vastgesteld. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geeft een totaalbeeld van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau en zal na vaststelling de Nota Ruimte, de Structuurvisie Randstad 2040, de Nota Mobiliteit, de MobiliteitsAanpak en de Structuurvisie voor de Snelwegomgeving vervangen. Tevens vervangt het een aantal ruimtelijke doelen en uitspraken in onder andere de Agenda Landschap en de Agenda Vitaal Platteland. Daarmee wordt de SVIR het kader voor thematische of gebiedsgerichte uitwerkingen van rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. 4.1.1.2 Opgaven van nationaal belang In de SVIR heeft het Rijk drie rijksdoelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028): Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; Het verbeteren, instandhouden en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Voor de drie rijksdoelen worden de 13 onderwerpen van nationaal belang benoemd. Hiermee geeft het Rijk aan waarvoor het verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken.

Buiten deze nationale belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. De drie hoofddoelen van het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid kennen nationale opgaven die regionaal neerslaan. Opgaven van nationaal belang in Noord-Nederland ( de provincies Friesland, Groningen en Drenthe) zijn: Het versterken van Energyport door het aanwijzen van locaties voor de vestiging van energiecentrales in de Eemshaven en het robuust en compleet maken van het hoofdenergienetwerk van Eemshaven via Ens naar Diemen (Noordwest 380 kV verbinding); Het aanwijzen van leidingstroken voor buisleidingen voor gas en het ruimtelijk reserveren van locaties voor ondergrondse opslag; Het aanwijzen van voorkeursgebieden voor grootschalige windenergie in Noord Nederland; De ontwikkeling van een robuust kustlandschap en zoetwatersysteem ter vergroting van de waterveiligheid en waterzelfvoorziening en het voorkomen van verdroging (o.a. door versterking afsluitdijk en bijbehorende sluizencomplexen, Hoogwaterbeschermingsprogramma en deelprogramma's Zoetwatervoorziening, IJsselmeer en Waddengebied van het Deltaprogramma); Het tot stand brengen en beschermen van de (herijkte) EHS, inclusief de Natura 2000 gebieden en het Werelderfgoed (de Waddenzee). 4.1.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking In de SVIR wordt tevens de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd.

Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigt en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd bestemmingsplan "Nijeveen - Raadhuislaan en Het Weeme" (ontwerp) 11

gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen ‘bestaand stedelijk gebied’ en ‘stedelijke ontwikkeling’. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’. stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. 4.1.2

Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten van het rijksbeleid

Het initiatief raakt geen rijksbelangen zoals opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Wat betreft de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' wordt opgemerkt dat deze van toepassing is bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Zijn de ontwikkelingen aan te merken als ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’? Er is geen ondergrens bepaald voor wat een 'stedelijke ontwikkeling' is. Op basis van jurisprudentie blijkt dat de vraag of sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van die ontwikkeling, in relatie tot de omgeving. Voor wonen geldt, dat voor woningbouwlocaties vanaf twaalf woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling die Ladderplichtig is. 11 woningen geen nieuwe stedelijke ontwikkeling (ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921); 12 woningen wel een nieuwe stedelijke ontwikkeling (ABRvS 25 maart 2015; ECLI:NL:RVS:2015:953). Het begrip "woningbouwlocatie" (zoals opgenomen in de omschrijving van het begrip "stedelijke ontwikkeling" in artikel 1.1.1. Bro) is niet nader gedefinieerd. In de praktijk speelt daarom regelmatig de vraag, hoe bepaald moet worden wanneer woningen één woningbouwlocatie vormen. Er is sprake van één woningbouwlocatie als er tussen de te realiseren woningen, ruimtelijke en functionele samenhang bestaat.

Uit de jurisprudentie volgt dat daarvoor onder meer betekenis toekomt aan de onderlinge afstand tussen de woningen. De ontwikkeling betreft een woningbouwlocatie die uitgaat van 16 grondgebonden woningen. Hieruit volgt de conclusie dat met dit aantal woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Artikel 3.1.6 lid 2 van de Bro geeft aan dat de toelichting van een ruimtelijk plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, moet voldoen aan een aantal voorwaarden: 1. er wordt beschreven dat de voorgenomen stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte; 2. indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Wat is het ruimtelijk verzorgingsgebied? Voordat de behoefte in beeld kan worden gebracht, moet ten eerste duidelijk zijn wat het ruimtelijk verzorgingsgebied voor de ontwikkeling betreft. De behoefte moet worden bepaald binnen het ruimtelijk verzorgingsgebied van de woningbouwontwikkeling. De aard en de omvang van de ontwikkeling zijn leidend voor het schaalniveau waarop de ruimtebehoefte moet worden afgewogen. Voorliggend plan voorziet in het realiseren van 16 wooneenheden. De woningen zijn met name bedoeld voor de lokale behoefte. Het verzorgingsgebied kan daarom worden beperkt tot de gemeente Meppel.

De behoefte wordt berekend aan de hand van de regionale woonvisie Zuidwest Drenthe, die is opgesteld door de gemeenten Meppel, Westerveld, Hoogeveen en De Wolden. Beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling De provincie Drenthe heeft een voorstel gedaan die de woningbouwruimte aangeeft voor de regio Zuidwest voor de periode van 2010-2020. Dit voorstel gaat uit van 3.710 woningen. 12 ontwerp)

bestemmingsplan "Nijeveen - Raadhuislaan en Het Weeme" (

De gemeenten in Zuidwest-Drenthe hebben in 2012 een gezamenlijke woonvisie opgesteld: de Regionale Woonvisie Zuidwest Drenthe. In deze woonvisie is de woningbouwruimte die de provincie biedt verdeeld over de verschillende gemeenten. Op basis van deze verdeling bedraagt de plancapaciteit voor de gemeente Meppel tot 2020 1.460 woningen. De gemeente Meppel heeft het woonbeleid verder uitgewerkt in een gemeentelijke woonvisie: de Woonvisie 2016-2020. Het doel van dit woonbeleid is te komen tot een passend woningaanbod in wijken met een eigen karakter. Overigens laat de woningmarkt in Meppel zich niet sturen door provinciegrenzen. Het woningbouwprogramma in de gemeentelijke woonvisie is tevens afgestemd op de programma's van de Overijsselse gemeenten Zwolle, Steenwijkerland, Zwartewaterland en Staphorst. Het woningbouwprogramma gaat uit van een bouwvolume van maximaal 190 woningen per jaar tussen 2015 en 2019. Voor de periode 2020-2024 betreft dit 140 woningen per jaar. Het dorp Nijeveen is in de gemeentelijke woonvisie aangewezen als prioritaire locatie voor woningbouwontwikkeling. Geconcludeerd wordt dat er sprake is van een actuele behoefte aan voorgenomen ontwikkeling.

Binnen of buiten bestaand stedelijk gebied In deze stap wordt onderzocht of binnen het bestaand stedelijk gebied van de betreffende regio kan worden voorzien in de regionale behoefte, door benutting van beschikbare gronden door herstructurering, transformatie of anderszins. Bestaand stedelijk gebied wordt in de Bro gedefinieerd als 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'. Het plangebied is gelegen binnen de bebouwde kom van Nijeveen en is in de huidige situatie bestemd ten behoeve van een stedelijke functies (wonen). Hiermee is er sprake van een ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied en voldoet de voorgenomen ontwikkeling aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. Gezien het vorenstaande wordt geconcludeerd dat er geen sprake is van strijd met het rijksbeleid. Voor een nadere toetsing aan het woonbeleid wordt verwezen naar paragrafen 4.3.1 (Regionale woonvisie) en 4.4.2 (Gemeentelijke woonvisie), waarin het regionaal en gemeentelijk woonbeleid is opgenomen. Op deze plaats wordt geconcludeerd dat het plan in overeenstemming is met het rijksbeleid.

4.2

Provinciaal beleid

Het provinciaal beleid behelst een doorvertaling van rijksbeleid en is verwoord in tal van plannen. De belangrijkste betreffen de Omgevingsvisie Drenthe en de bijbehorende Provinciale Omgevingsverordening Drenthe. 4.2.1

Omgevingsvisie Drenthe

4.2.1.1 Algemeen De Omgevingsvisie is hét strategische kader voor de ruimtelijk-economische ontwikkeling van Drenthe. De visie formuleert de belangen, ambities, rollen, verantwoordelijkheden en sturing van de provincie in het ruimtelijke domein. De Omgevingsvisie kent een duidelijke relatie met bestaande programma's en plannen. Dat geldt op landsdelig niveau (zoals de Noordervisie, de Gebiedsagenda Noord-Nederland en het Samenwerkingsverband Noord-Nederland (SNN)-agenda), op regionaal niveau (Regiovisie Groningen-Assen) en op provinciaal niveau (de Regionale Agenda's, het Regionaal Specifiek Pakket (RSP) en uitwerkingen van het collegeprogramma van gedeputeerde staten (GS) (bijvoorbeeld programma Klimaat en Energie). Deze programma's en plannen zijn medebepalend geweest bij het tot stand komen van de Omgevingsvisie en worden benut bij de uitvoering ervan. Bestaande bestuurlijke afspraken zijn gerespecteerd. De Omgevingsvisie Drenthe is voor Drenthe een centraal visiedocument. Provinciale Staten hebben op 2 juli 2014 ingestemd met de Actualisatie Omgevingsvisie Drenthe 2014. De visie is in werking getreden bestemmingsplan "Nijeveen - Raadhuislaan en Het Weeme" (ontwerp) 13

op 20 augustus 2014. In 2018 is een revisie van de omgevingsvisie opgesteld: De Omgevingsvisie Drenthe 2018. Voor de revisie is een nadere verkenning en duiding voor de thema’s energie, stedelijke ontwikkeling en vrijetijdseconomie uitgevoerd. De visie betreft hiermee een moderniseringsslag ten opzichte van de visie uit 2014. In de komende jaren zullen er provinciaal een vijftal belangrijke ontwikkelingen gaan spelen: 1. 2. 3. 4. 5.

de demografische ontwikkeling; de klimaatverandering; de afname van de biodiversiteit; de transitie naar een kennis- en netwerkeconomie; de transitie naar een duurzame energievoorziening.

De belangrijkste opdracht tot 2030 is het vinden van een antwoord op de vraag hoe de provincie met deze ontwikkelingen moeten omgaan. Daarnaast heeft de Provincie Drenthe diverse ambities en daarmee ook belangen. De basis hiervoor zijn de wettelijke taken en verantwoordelijkheden. Deze zijn aangevuld met een selectie onderwerpen die het meest effectief te beïnvloeden zijn op provinciaal niveau. De hierna opgenomen onderwerpen zijn in het kader van provinciaal beleid van belang. Hierna wordt op de betreffende thema's nader ingegaan. 4.2.1.2 Ruimtelijke kwaliteit Ontwikkelingen die een bijdrage leveren aan de ruimtelijke kwaliteit van Drenthe worden gestimuleerd. Deze kwaliteit zit in het zorgvuldig gebruikmaken van de ruimte, het behouden en waar mogelijk versterken van de kernkwaliteiten en het waarborgen van de kwaliteit van het milieu en de leefomgeving. Hierbij wordt niet enkel gekeken naar de bovengrond, maar houdt ook rekening met de eigenschappen en functies van de ondergrond. De ruimtelijke kwaliteit van Drenthe is hoog. Het tot dusver gevoerde ruimtelijk beleid heeft ertoe geleid dat ontwikkelingen nauwelijks los van de ondergrond en los van de cultuurhistorische basis hebben plaatsgevonden. Er is evenwicht tussen stad en platteland, tussen rust en dynamiek, tussen historie en heden.

Het landschap is rijk aan herinneringen aan vroegere bewoning, kent karakteristieke bebouwingspatronen en borgt hoge natuurwaarden. De kernkwaliteiten vormen de belangrijkste basis voor het begrip 'ruimtelijke kwaliteit'. Daarnaast zijn zorgvuldig ruimtegebruik en milieu- en leefomgevingskwaliteit van belang. De kernkwaliteiten die van provinciaal belang zijn, aangegeven op de kaart "Kernkwaliteiten". De kernkwaliteiten die niet op de kaart zijn aangegeven, vallen onder de verantwoordelijkheid van de gemeenten. Voor het plangebied gelden de volgende kernwaarden: Kernkwaliteit Aardkundige waarden: beschermingsniveau generiek; Kernkwaliteit Archeologie: verwachting toetsen; Kernkwaliteit Cultuurhistorie: respecteren; Kernkwaliteit Landschap: wegdorpenlandschap van de laagveenontginning. 4.2.1.3 Zorgvuldig ruimtegebruik Een belangrijk uitgangspunt van het Drentse omgevingsbeleid is om zorgvuldig om te gaan met de beschikbare ruimte in Drenthe. In paragraaf 4.3 van de Omgevingsvisie is dat principe nadrukkelijk verwoord. Het relatief bescheiden percentage bestaand stedelijk gebied in Drenthe is een van de aspecten die Drenthe maakt tot wat het is. Via dit hoofdstuk wordt daarom verankerd dat gemeenten de Ladder voor duurzame verstedelijking toepassen. Hierbij kunnen zij gebruik maken van de speciaal voor deze toepassing opgestelde Handreiking ladder voor duurzame verstedelijking.

Kort gezegd zorgt deze ervoor dat er niet nodeloos gebouwd wordt en inbreiding voor uitbreiding gaat en dat waar uitbreiding plaatsvindt dit in principe niet los van bestaande bebouwingsconcentraties gebeurt. De Ladder voor duurzame verstedelijking moet worden toegepast voor woon-werklocaties, verblijfsrecreatie, detailhandel en infrastructuur.

14 ontwerp)

bestemmingsplan "Nijeveen - Raadhuislaan en Het Weeme" (

4.2.1.4 Thema: Wonen De provincie wil anticiperen op een veranderende bevolkingssamenstelling en de effecten hiervan op de leefomgeving en de woningmarkt. De demografische ontwikkelingen maken het nodig dat de provincie anticipeert op een ouder wordende bevolking, toenemende vraag naar levensloopbestendig wonen en zorgwonen en een daling van het aantal huishoudens, in met name de buitengebieden. Deze ontwikkeling speelt nu al in Oost-Drenthe. Dit brengt met zich mee dat in kleine kernen en oudere stadswijken de leefbaarheid soms meer onder druk komt te staan, waardoor maatwerk noodzakelijk blijft. De provincie vindt het van belang dat, waar mogelijk, de woonopgave wordt benut voor de ruimtelijke opgave van de stads- en dorpsranden. Dit verbetert de ruimtelijke kwaliteit. Uitgangspunt voor het wonen in Drenthe is dat er rekening wordt gehouden met de ruimtelijke kwaliteit in het gebied. 4.2.1.5 Toetsing van het initiatief aan de 'Omgevingsvisie Drenthe' In voorliggend geval gaat het om het ontwikkelen van een inbreidingslocatie tot woongebied. Het gebied is reeds bestemd tot wonen. Met het ontwerp wordt een passende afronding van de naastgelegen woonwijk gerealiseerd. Met de ruimtelijke kwaliteit is nadrukkelijk rekening gehouden.

Ten aanzien van de kernkwaliteiten 'archeologie' en 'aardkundige waarden' zullen de archeologische waarden worden beschermd, voor een nadere toelichting wordt verwezen naar paragraaf 5.8. Ten aanzien van de kernkwaliteiten 'landschap' en 'cultuurhistorie' wordt gesteld dat met het ontwerp rekening is gehouden met de kenmerken van het wegdorpenlandschap. Wat betreft het principe van zorgvuldig ruimtegebruik wordt gesteld dat voldaan wordt aan het streven om inbreiding voor uitbreiding te realiseren. Er wordt tevens voldaan aan de ladder van duurzame verstedelijking. Voor een nadere toetsing hierop wordt verwezen naar de paragrafen 4.1 en 4.4.2. Geconcludeerd wordt dat het initiatief past binnen het provinciaal beleid zoals geformuleerd in de Omgevingsvisie Drenthe. 4.2.2

Provinciale omgevingsverordening Drenthe

4.2.2.1 Algemeen De Provinciale omgevingsverordening Drenthe (POV) bevat het provinciaal beleid voor de fysieke leefomgeving van de provincie. De verordening legt randvoorwaarden vast waaraan gemeenten bij ruimtelijke planontwikkeling gehouden zijn. Provinciale staten hebben de Omgevingsverordening Drenthe 2015 vastgesteld, welke met ingang van 17 oktober 2015 in werking is getreden. Het betreft een actualiserend plan, naar aanleiding van de Omgevingsvisie die in 2014 is geactualiseerd. Het in dit kader relevante artikel betreft artikel 2.17 lid 1 (woningbouw). Op dit artikel wordt hierna nader ingegaan. Inmiddels is de verordening gereviseerd (2018). 4.2.2.2 Van toepassing zijnde artikel Artikel 2.17 lid 1 (Woningbouw) 1. Een ruimtelijk plan kan voorzien in nieuwe woningbouw mits de behoefte op basis van de gemeentelijke woonvisie - strategisch beleid om vraag en aanbod in de woningvoorraad in balans te houden en de demografische behoefte - kan worden aangetoond en aansluit bij bestaand stedelijk gebied. De gemeentelijke woonvisie ten aanzien van de woningvoorraad: a. draagt bij aan balans tussen vraag en aanbod in de gehele Drentse woningvoorraad op de lange termijn en is hiertoe afgestemd binnen de woningmarktregio’s; b. benoemt tenminste de kwaliteit, kwantiteit, doelgroepen, duurzaamheid, kernenstructuur; c. schetst de opgaven in de bestaande woningvoorraad; d.

geeft aan op welk wijze balans op lange termijn wordt gerealiseerd; e. geeft een langetermijn beeld Toetsing van het initiatief aan artikel 2.17, lid 1 Het plan is zowel kwalitatief als kwantitatief in overeenstemming met zowel de regionale als de gemeentelijke woonvisie. In subparagraaf 4.1.2 is de Ladder voor duurzame verstedelijking behandeld.

bestemmingsplan "Nijeveen - Raadhuislaan en Het Weeme" (ontwerp) 15

Daarnaast is in paragrafen 4.3.1 en 4.4.2 het regionaal en gemeentelijk woonbeleid behandeld. Kortheidshalve wordt naar deze paragrafen verwezen. Hier wordt geconcludeerd dat de ontwikkeling voldoet aan Artikel 2.17, lid 1 van de omgevingsverordening. 4.2.3

Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid

De in dit bestemmingsplan besloten ruimtelijke ontwikkeling is in overeenstemming met het in de Omgevingsvisie Drenthe verwoorde en in de omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.

4.3

Regionaal beleid

4.3.1

Regionale Woonvisie Zuidwest Drenthe

4.3.1.1 Algemeen De provincie Drenthe stelt in haar Omgevingsvisie dat gemeenten binnen hun regio tot afstemming moeten komen van de woningbouwopgave. De gemeenten in de regio Zuidwest Drenthe, betreffende de gemeenten De Wolden, Hoogeveen, Meppel en Westerveld, hebben daartoe een gezamenlijke woonvisie opgesteld: de Regionale Woonvisie Zuidwest Drenthe. Er is gekozen voor een groeimodel, om te groeien tot het gewenste resultaat. Dit model is gericht op afstemming. Deze afstemming beoogt het voorkomen van concurrentie en die woningbouw genereert die aansluit bij de regionale vraag. 4.3.1.2 Trends en ontwikkelingen: Meppel De gemeente Meppel telt in 2018 2 ruim 33.500 inwoners. Vijftien jaar eerder telde Meppel nog ruim 30.000 inwoners. De groei in de afgelopen 15 jaar deed zich vooral vanaf 2006 voor. Dit is een groei met gemiddeld circa 250 inwoners per jaar. Meppel bleek in groei-jaren vooral in trek bij gezinnen met kinderen (ouders 25 tot 50 jaar en kinderen tot 15 jaar), en ook 50- en 65-plussers. De oudere groep blijkt echter ongeacht woningbouwplanning wel naar Meppel toe te komen. Meppel verliest in vergelijking met andere plaatsen met weinig / geen hoger onderwijs per saldo nauwelijks inwoners in de leeftijd tussen 15 en 25 jaar. Met iets meer detail: mensen tussen 20 en 25 jaar kwamen per saldo in Meppel wonen.

De komende jaren is er sprake van een vergrijzing van de Meppelse bevolking. De leeftijdsgroepen tot 35 jaar nemen in omvang ook nog toe. De groei van de 55-plussers is vooral groot tot 2026. In de eerste jaren (tot 2021) doet de groei zich voor in de leeftijdsgroep tot 75 jaar (2011-2021: +1.580 inwoners; een groei van 23%). Vanaf 2021 is de groei het grootst bij 75-plussers. Tot 2020 neemt het aantal inwoners in de gehele provincie Drenthe volgens prognoses toe. De verwachting is dat in Zuidwest Drenthe de groei aanhoudt tot 2030. In de gemeente Meppel is naar verwachting tot 2040 sprake van een groei. In de gemeente Meppel waren in 2010 14.146 huishoudens aanwezig. Volgens de prognoses zal dit in 2040 circa 16.860 huishoudens bedragen. In afbeelding 4.1 is dit weergegeven.

16 ontwerp)

bestemmingsplan "Nijeveen - Raadhuislaan en Het Weeme" (

afbeelding 4.1 Ontwikkeling huishoudens in de regio Zuidwest Drenthe (Bron: Regionale Woonvisie Zuidwest Drenthe) 4.3.1.3 Programma De toename van de woningvoorraad komt in de periode van 2010-2020 uit op een streefprogramma van 3.710 woningen voor de regio Zuidwest Drenthe. In de gemeente Meppel is de verwachting dat de opgave circa 1.460 woningen bedraagt. In de gemeentelijke woonvisie is dit verdeling van de woningen over de gemeente verder uitgewerkt. 4.3.1.4 Nijeveen In de regionale woonvisie is voor de kern Nijeveen opgenomen dat er wordt gestreefd naar een dorps woonmilieu. Het uitgangspunt is een compleet woningaanbod voor alle leeftijdsgroepen. Het gaat dan met name om grondgebonden woningen. Voor gestapelde woonvormen zijn herontwikkelingslocaties in het centrum van Nijeveen beter geschikt. In Nijeveen komen vooral (door)starters moeilijk aan een woning. Dit is samen met de groeiende groep senioren de belangrijkste doelgroep. 4.3.1.5 Toetsing van het initiatief aan de Regionale Woonvisie Het plan gaat uit van de realisatie van 16 woningen in de kern Nijeveen. Het voornemen is passend binnen de kwantitatieve behoefte van 3.710 woningen voor de regio en 1.460 woningen voor de gemeente Meppel. Kwalitatief zal worden aangesloten bij de lokale behoefte: woningen in een dorps karakter, waarbij het gaat om een compleet aanbod voor alle leeftijdsgroepen. 4.3.2

Conclusie toetsing aan het regionaal beleid

Het in dit bestemmingsplan besloten voornemen is in overeenstemming met het relevante regionale beleid.

bestemmingsplan "Nijeveen - Raadhuislaan en Het Weeme" (ontwerp) 17

4.4

Gemeentelijk beleid

4.4.1

Structuurvisie 2030

4.4.1.1 Algemeen In november 2013 stelde de gemeenteraad van Meppel de Structuurvisie 2030 vast. De Structuurvisie kreeg de titel ‘Duurzaam verbinden’. Meppel werkt de komende jaren aan duurzame verbindingen. Verbindingen in de brede regio, verbindingen met omliggende gemeenten en verbindingen met de eigen inwoners. De structuurvisie dient de komende jaren voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in de gemeente als leidraad. In afbeelding 4.2 is een uitsnede van de kaart behorende bij de structuurvisie opgenomen. Het plangebied is indicatief aangegeven met de gele belijning.

Afbeelding 4.2

Uitsnede kaart structuurvisie (Bron: Gemeente Meppel)

4.4.1.2 Visie Meppel werkt de komende decennia aan duurzame verbindingen. Als stad in de regio Zwolle - Kampen legt Meppel verbindingen door samen te werken op allerlei gebieden. Als regionaal partner zoekt Meppel naar verbinding met de omliggende gemeenten. Meppel legt verbindingen met de eigen inwoners door samen vorm te geven aan de leefbare samenleving van de toekomst. Het bedrijfsleven en maatschappelijke partners krijgen nadrukkelijk de uitnodiging mee te doen aan de ontwikkeling van de stad, de dorpen en het buitengebied. Meppel geeft vorm aan nieuwe tijden door zich duurzaam te verbinden met zijn omgeving. In de Hoofdlijnennotitie betreft de ambitie: Meppel ontwikkelt zich verder naar een leefbare, groene, duurzame woon- en werkstad, kleinschalig en met stadse allure; Meppel wordt nog meer een bedrijvige spin in het web van regionale weg-, spoor- en waterverbindingen. De komende jaren ligt de nadruk op kwaliteit, op behouden en versterken van de Meppeler identiteit, de positie in de regio en verbindingen. 4.4.1.3 Nijeveen Het plangebied ligt in het dorp Nijeveen. De ambitie voor dit dorp is als volgt opgesteld: In de dorpskern, dichtbij de voorzieningen, is behoefte aan woonruimte voor senioren. Levensloopbestendig maken, renovatie en vervangende nieuwbouw zal pluksgewijs worden gerealiseerd. 18 ontwerp)

bestemmingsplan "Nijeveen - Raadhuislaan en Het Weeme" (

Op termijn wordt ook een woonzorgzone ontwikkeld. Het aanwezige groen draagt bij aan de identiteit van Nijeveen en daarmee ook aan de ruimtelijke kwaliteit. Het verbeteren van de kwaliteit, bruikbaarheid en bereikbaarheid van het aanwezige groen is belangrijk. Nadat Danninge Erve Zuid volgebouwd is, is Nijeveen qua woningbouw voorlopig afgerond. De bouw van de laatste fase van Danninge Erve zal naar verwachting ongeveer 15 jaar duren. Kleinschalig kan in de toekomst nog iets worden uitgebreid. De ruimtelijke integratie van voormalig recreatieterrein de Wiede Landen wordt gezien bovenstaande ambities in deze structuurvisieperiode niet reëel geacht. 4.4.1.4 Toetsing van het initiatief aan de 'Structuurvisie 2030' Het initiatief voorziet in de bouw van 16 woningen op een binnenstedelijke locatie. De ontwikkeling sluit aan bij de ambitie om de identiteit en de ruimtelijke kwaliteit van Nijeveen te vergroten. Het plan betreft de bouw van woningen voor de lokale behoefte, in de woonvisies (4.3.1 en 4.4.2) is aangetoond dat er behoefte is naar deze woningen. Daarnaast zorgt het initiatief ervoor dat het groen beter beleefbaar wordt. Geconcludeerd wordt dat het voornemen past binnen de beleidsuitgangspunten opgenomen in de gemeentelijke structuurvisie. 4.4.2

Woonvisie Meppel 2016-2020

4.4.2.1 Algemeen De gemeente Meppel heeft in 2016 een woonvisie voor de periode tot 2020 opgesteld. Rode draad in de visie is 'willen en kunnen in een veranderende woningmarkt'. De gemeente ziet zichzelf hierbij steeds meer als faciliterende partij. Eén van de belangrijkste doelen in de visie is het bieden van passende huisvesting voor alle doelgroepen. De woonvisie is gebaseerd op een bevolkingsprognose uit 2015, die gericht is op de provincie Drenthe. Naar aanleiding van deze prognoses is een nieuwe prognose uitgevoerd voor de regio Zuidwest Drenthe. De vertaling van de prognoses naar woningbehoefte is regionaal afgestemd, door de provincie geaccordeerd en als bijlage bij de woonvisie gevoegd. 4.4.2.2 Opgaven Het doel van het woonbeleid is te komen tot een passend woningaanbod in wijken met een eigen karakter. De woningmarkt is daarin leidend. Wij hebben een bescheiden rol in het bijsturen van de markt, waar zij onvoldoende functioneert. Dit geldt vooral bij categorieën woningzoekenden, die in de markt onvoldoende tot hun recht komen. En bij het richting geven aan stedelijke ontwikkeling, die bij afzonderlijke initiatieven van marktpartijen onvoldoende in beeld is. Daarom worden drie opgaven onderscheden: A. Wonen en zorg B. Specifieke inkomensgroepen en overige kwetsbare groepen C.

Gebiedsontwikkeling en stedelijke vernieuwing Wonen en zorg Het langer zelfstandig wonen is een belangrijke opgave voor de gemeente. Dit vraagt om een integrale benadering. Wonen met zorg is een belangrijke opgave voor gemeenten, zorgpartijen en corporaties. De grote groep mensen, die thuis extramurale zorg zullen ontvangen, zal een groter beroep op Wmo-voorzieningen doen. Een gezamenlijke strategie van gemeente met corporaties en zorginstellingen is nodig om goed te kunnen inspelen op het veranderende speelveld van wonen en zorg. De visie van de gemeente Meppel bij de opgave wonen en zorg is dat vraag en aanbod met elkaar matchen. Om vraag en aanbod zo goed mogelijk op elkaar af te stemmen, wil de gemeente samen met corporaties en zorgpartijen de huidige en toekomstige behoefte aan zorgwoningen verder in beeld brengen. Specifieke inkomensgroepen en overige kwetsbare groepen Voor de laagste inkomensgroepen is blijvend aandacht nodig, omdat zij de kostprijs van een woning niet kunnen opbrengen. Het realiseren van sociale huurwoningen blijft nodig. De wachttijden voor deze woningen zijn al lang en zijn als gevolg van de economische crisis alleen maar langer worden. Huurders met een inkomen boven € 35.739,- komen als gevolg van het huurbeleid en passend toewijzen niet of nauwelijks in aanmerking voor een sociale huurwoning. Zij dreigen tussen wal en schip te belanden.

bestemmingsplan "Nijeveen - Raadhuislaan en Het Weeme" (ontwerp) 19

Daarom zijn particuliere huurwoningen voor deze categorie een uitkomst. De Verordening doelgroepen sociale woningbouw biedt ruimte om huishoudens met een inkomen tot € 40.000,- in een huurwoning met een huurprijs tot de maximale huurtoeslaggrens te huisvesten. Gebiedsontwikkeling en stedelijke vernieuwing Naast aandacht voor passende huisvesting ziet de gemeente ook een rol in het bewaken van het overzicht over de verschillende ontwikkelingen. Stedelijke ontwikkeling houdt in dat de gemeente de verscheidenheid en de kwaliteit van wijken bewaken. Wijken moeten niet een te eenzijdig karakter krijgen. Een gezonde mix van woningen houdt wijken levendig. Woonbeleid gaat niet alleen over woningen zelf, maar ook over de omgeving –zij het zijdelings. De kern van het beleid voor de omgeving wordt neergelegd in het wijk- en buurtgericht werken en in de plannen voor wijk- en buurtontwikkeling. De ambitie uit deze woonvisie voor wijken met een eigen karakter wordt in de gebiedsontwikkeling vormgegeven door wijkanalyses en buurtplannen. Bij gebiedsontwikkeling richt de gemeente zich op een kleinschaligere (buurt)aanpak, met aandacht voor fysieke en sociale aspecten. Hierbij moet de integrale (wijk)aanpak niet uit het oog worden verloren. Er moet een beeld zijn van waar in totaliteit behoefte aan is in de wijk, waarbij ‘voorkomen is beter dan genezen’ het leidend motto is.

Stedelijke vernieuwing werd lange tijd beheerst door de gedachte van maakbaarheid, waarbij planning en sturing kernbegrippen waren. Nu gaat stedelijk vernieuwing niet meer om de stad maken, maar om de stad zijn. De kunst is om uit de kansen en de verschillen die een omgeving biedt mogelijkheden voor waardeontwikkeling te halen. 4.4.2.3 Programma Kwantitatief De bevolkingsprognose 2015 van de provincie Drenthe is het uitgangspunt voor de bepaling van de woningbehoefte. De provincie Drenthe heeft in 2015 een nieuwe provinciale bevolkingsprognose uitgebracht. De gemeenten in de woonregio Zuidwest Drenthe hebben aan adviesbureau Companen gevraagd om een gedegen analyse uit te voeren van de prognoses en om met een realistische woningbouwraming voor de vier gemeenten in Zuidwest Drenthe te komen. De resultaten van het onderzoek van Companen zijn vastgelegd in het rapport “Verkenning prognoses Zuidwest Drenthe d.d. 23 januari 2016”. Deze verkenning is als bijlage bij de woonvisie gevoegd, regionaal afgestemd en vormt de basis voor het aantal te bouwen woningen door de gemeente Meppel in de komende jaren. Om te komen van prognoses naar woningbehoefte wordt geconstateerd dat de woningbehoefte in belangrijke mate bepaald wordt door de huishoudensontwikkeling. Tegelijkertijd is die analyse gebaseerd op een onderbouwde trendmatige ontwikkeling.

Er kunnen diverse aanleidingen zijn om te veronderstellen dat in de toekomst de trend omgebogen wordt. Dat kan door beleid of dat kan door nieuwe maatschappelijke ontwikkelingen. Een ontwikkeling als extramuralisering is reeds in de prognoses doorgerekend. Onderstaand zijn een tweetal aspecten die in het huidige tijdsgewricht meegewogen moeten worden bij de vertaling van huishoudensontwikkeling naar woningbehoefte opgenomen: Migratiestromen kunnen wijzigen: Dit kan door actief beleid van gemeenten, maar kan ook het gevolg zijn van het gebrek aan mogelijkheden of juist alternatieven elders. Gemeenten hebben een taak bij de opvang van statushouders. Dit kan leiden tot een extra woningbehoefte. Uitgaande van deze uitgangspunten ontstaat voor de gemeente Meppel het volgende programma:

20 ontwerp)

bestemmingsplan "Nijeveen - Raadhuislaan en Het Weeme" (

Tabel 1

Woningbouwprogramma gemeente Meppel (Bron: Gemeente Meppel)

Dit betekent voor de periode 2015 tot en met 2019 een netto bouwvolume van maximaal 190 woningen per jaar en voor de periode 2020-2025 van maximaal 150 woningen per jaar. Omdat het hierbij gaat om de netto woningbehoefte komt daar het aantal te slopen woningen bij. Kwalitatief Met een flexibel woningbouwprogramma met bandbreedten voorkomt de gemeente Meppel dat alleen gebouwd wordt voor de vraag van het moment. De bandbreedten worden gebruik als sturingsmiddel om bij te sturen op passende huisvesting. In onderstaande tabel is het kwalitatieve programma weergegeven.

Tabel 2

Kwalitatief programma gemeente Meppel (Bron: Gemeente Meppel)

In de gemeente Meppel geldt tot en met 2018 dat inbreiding naast uitbreiding kan plaatsvinden. Vanaf 2019 is het beleid erop gericht om uitbreiding boven inbreiding te scharen. Reden hiervoor is dat de meeste inbreidingslocaties gevuld zijn. Prioritaire gebieden voor woningbouw betreffen de Koedijkslanden, de Oosterboer, het centrum Meppel en het dorp Nijeveen. 4.4.2.4 Toetsing van het initiatief aan de Gemeentelijke Woonvisie Het initiatief betreft de realisatie van 16 woningen in de kern Nijeveen. Qua programma gaat het om woningen voor verschillende doelgroepen. Dit past binnen het kwantitatief woningbouwprogramma, die uitgaat van een spreiding van woningen over de verschillende segmenten en doelgroepen. Het betreft een inbreidingslocatie in Nijeveen, die reeds tot woningbouw is bestemd. Gezien het feit dat Nijeveen als prioritair gebied is aangewezen, is de locatie passend. Tot slot kan worden geconcludeerd dat de bouw van 16 woningen passend is binnen het kwantitatieve programma, die uitgaat van 190 woningen per jaar (voor de gemeente Meppel) tot 2019. Gezien vorenstaande kan worden geconcludeerd dat het initiatief in overeenstemming is met de Gemeentelijke Woonvisie.

bestemmingsplan "Nijeveen - Raadhuislaan en Het Weeme" (ontwerp) 21

4.4.3

Gemeentelijk verkeer- en vervoerplan 2017

4.4.3.1 Algemeen Het gemeentelijk verkeer- en vervoerplan (GVVP) bevat de geactualiseerde beleidslijn voor onder meer de wegenstructuur, de verkeersveiligheid en de verschillende vervoerswijzen voor de komende jaren. Bij het opstellen van het nieuwe GVVP is het goed om het vigerende GVVP te evalueren. In de Kaderstellende notitie is dit ook al op hoofdlijnen gebeurd. Deze informatie wordt gebruikt als input voor het nieuwe GVVP. Speciale aandacht was er tijdens de totstandkoming van dit GVVP voor input vanuit de ‘buitenwacht’. Hiertoe zijn verschillende bijeenkomsten met onder meer wijkplatforms, bewoners en ondernemers georganiseerd. Dit heeft waardevolle informatie opgeleverd en vormt input voor dit nieuwe GVVP. 4.4.3.2 Uitgangspunten De uitgangspunten voor het beleid zijn opgenomen in de kaderstellende notitie die ten behoeve van dit GVVP is opgesteld. De uitgangspunten zijn: 1. verbeteren van de externe bereikbaarheid; 2. verbeteren van de interne bereikbaarheid, met accent op fietsen en goede bereikbaarheid van geconcentreerde parkeervoorzieningen; 3. verbeteren van de leefbaarheid en verkeersveiligheid, met voor de korte termijn meer accent op subjectieve (gevoelsmatige) in plaats van objectieve (feitelijke) verkeersveiligheid.

4.4.3.3 Hoofdlijnen beleid De hoofdlijnen van het beleid zijn: verbeteren externe bereikbaarheid; verbeteren interne bereikbaarheid; verbeteren leefbaarheid en verkeersveiligheid goed fietsnetwerk en voldoende fietsparkeervoorzieningen; faciliteren goederenvervoer over weg en water; goede kwaliteit openbaar vervoer. In het GVVP is een uitwerking opgenomen van de geformuleerde ambities in diverse thema's beschreven aan de hand van wensbeelden. Het gaat om thema's als bereikbaarheid, parkeren, langzaam verkeer; fiets en voetgangers, verkeersveiligheid, goederenvervoer, landbouwverkeer, openbaar vervoer, verkeerseducatie en duurzaamheid. 4.4.3.4 Toetsing van het initiatief aan het 'Gemeentelijk verkeer- en vervoerplan' Wat betreft de toetsing van de aspecten verkeer en vervoer wordt kortheidshalve verwezen naar paragraaf 5.10. Hier wordt geconcludeerd wordt dat het plan in overeenstemming is met het gemeentelijk verkeers- en vervoersbeleid. 4.4.4

Beleidsvisie Externe Veiligheid 2014

4.4.4.1 Algemeen Deze Beleidsvisie Externe Veiligheid gemeente Meppel is een actualisering van de Beleidsvisie Externe Veiligheid uit 2008 en geeft de visie van de gemeente Meppel op externe veiligheid. De gemeente Meppel wil door middel van het optimaal combineren van bedrijvigheid en ruimtelijke ontwikkeling een verantwoord niveau van fysieke veiligheid voor de samenleving binnen de gemeentegrenzen creëren. De beleidsvisie biedt voor de gemeente Meppel een duidelijk kader voor het omgaan met risico’s en externe veiligheid. De beleidsvisie geeft aan waar ontwikkelingen mogelijk zijn en onder welke voorwaarden. In de gemeente Meppel vinden veel ruimtelijke ontwikkelingen plaats. Er wordt permanent gewerkt aan de modernisering van de stad en aan het bieden van mogelijkheden voor bedrijvigheid, scholen- en woningbouw. Ook in de omgeving van risicobronnen vinden ontwikkelingen plaats.

22 ontwerp)

bestemmingsplan "Nijeveen - Raadhuislaan en Het Weeme" (

4.4.4.2 Toetsing van het initiatief aan de 'Beleidsvisie Externe Veiligheid 2014' Wat betreft de toetsing van het aspect externe veiligheid wordt kortheidshalve verwezen naar paragraaf 5.5. Hier wordt geconcludeerd wordt dat het plan in overeenstemming is met de gemeentelijke beleidsuitgangspunten ten aanzien van externe veiligheid. 4.4.5

Duurzaam Energieplan Meppel

4.4.5.1 Algemeen De gemeente Meppel heeft de ambitie uitgesproken om de komende jaren CO-neutraal te worden. Hierdoor neemt zij haar verantwoordelijkheid en minimaliseert haar bijdrage aan het versterkte broeikaseffect. In de rapportage Duurzaam Energieplan Meppel worden de stappen beschreven die uiteindelijk kunnen leiden tot een CO2-neutraal Meppel en omstreken in 2040. Van belang is het duurzaamheidsbeleid bij nieuwbouwprojecten. 4.4.5.2 Duurzaamheidsbeleid nieuwbouw Nieuwbouw creëert een kans bij uitstek voor CO-neutraal bouwen en wonen. Doordat de woning of het utiliteitsgebouw nog moet worden gebouwd, kan aandacht besteed aan de bouwfysische- en installatie eisen van de nieuwbouw. Naast landelijke normen zoals de energieprestatie coëfficiënt (EPC), waardoor gebouwen steeds energiezuiniger worden, kan er individueel of collectief ook aandacht worden besteed aan bouwfysische- en installatietechnische aspecten. Daarnaast aan de energievoorziening van de woning, bijvoorbeeld door het aanleggen van een warmteleiding of het aanbieden van groen opgewekt gas of elektriciteit. Klimaatbeleid vanuit de gemeente met betrekking tot nieuwbouw moet een regisserende functie inhouden. Dit geldt ook bij energiebesparingsbeleid voor bedrijven en bestaande bouw. De gemeente staat dicht bij marktpartijen en kan daardoor innoverende projecten stimuleren met behulp van andere partijen.

Deze projecten geven een stimulans aan de markt en maken de weg vrij voor andere innoverende en duurzame projecten binnen de gemeente. Dit betekent dat de gemeente als initiator aan tafel gaat zitten bij nieuwbouwplannen. De gemeente stimuleert hierbij energiebesparing en duurzame energievoorziening, waarbij duurzaamheid in de brede zin ook aan bod kan komen. De gemeente is stimulator en intermediair; veelal is energie en duurzaamheid bij nieuwbouw een achtergebleven onderwerp omdat er al veel andere onderwerpen op de agenda staan. Door deze onderwerpen vanaf het begin erbij te betrekken, worden ze een logisch en integraal onderwerp bij de bouw. 4.4.5.3 Toetsing van het initiatief aan het 'Duurzaam Energieplan Meppel' De nieuwbouw wordt, conform het Bouwbesluit, gerealiseerd met een lage EPC-norm. Daarnaast wordt er zoveel mogelijk gebruik gemaakt van duurzame materialen. Tevens zullen de woningen gasloos worden gebouwd. Geconcludeerd wordt dat met het voorgenomen plan in voldoende mate rekening is gehouden met het aspect duurzaamheid. 4.4.6

Kadernotitie - Zo doen we Groen!

4.4.6.1 Algemeen De 'Kadernotitie Zo doen we Groen!' geeft de richting aan voor groen, natuur, landschap en water binnen de gemeente Meppel. De Kadernotitie heeft een scope van 2015 tot 2030. Dit biedt houvast voor de inrichting en het beheer van de groene openbare ruimte. Ook wordt aangegeven aan hoe om gegaan dient te worden met de maatschappelijke verantwoordelijkheid voor biodiversiteit en het landschap. De kadernotitie vervangt de ambities uit de huidige vier beleidsplannen: het Groenstructuurplan (1998), het Landschapsbeleidsplan (2001), het Waterplan Meppel (2001) en het Bomenstructuurplan (2003). Het plangebied is gelegen in de kern Nijeveen. In het dorp gelden de algemene ambities die voor groen in de woon- en werkgebieden zijn beschreven. Daarbij wil de gemeente dat het groen in het dorp aansluit bij de volgende stijlkenmerken: Bebouwingslint met authentieke erven en eikenrijen Uitbreidingswijken met eigen identiteit: 1. Noordwest: grasbermen en plantsoenvakken in straten

bestemmingsplan "Nijeveen - Raadhuislaan en Het Weeme" (ontwerp) 23

2. Noordoost: heesters, gras en water in parkachtige stroken met paden 3. Zuidwest: grote en kleine plantsoenvakken, heesters, gras en bomen 4. Zuidoost: gras met bomen en hagen Het plangebied is specifiek gelegen in uitbreidingswijk 'Zuidoost'. Voor woon- en werkgebieden gelden de volgende ambities: Buurtgroen ondersteunend aan hoofdstructuur: Onderzoek naar routes naar de hoofdinfrastructuur en de aantrekkelijkheid ervan; Groen rood in balans: onderzoek naar de rol van groen als invulling van de opgaven voor een klimaatbestendig Meppel; Aaibare natuur: De gemeente ziet in de woon- en werkgebieden graag typische stadsnatuur, gebonden aan bomen, bebouwing, beplanting, slootjes of ruige hoekjes. Natuur die niet zozeer binding heeft met de ondergrond, maar afhankelijk is van de stedelijke omgeving en ongevoelig is voor verstoring en dynamiek. 4.4.6.2 Toetsing van het initiatief aan de 'Kadernotitie - Zo doen we Groen!' De in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling voorziet in het aanleggen van woongebied, waarbij groen een prominente rol zal krijgen. Tevens zal er het nodige wijkgroen worden aangelegd. Geconcludeerd wordt dat voorliggende ontwikkeling in overeenstemming is met de uitgangspunten zoals opgenomen in de 'Kadernotitie Zo doen we Groen!'. 4.4.7

Conclusie toetsing van het initiatief aan het gemeentelijk beleid

Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met de uitgangspunten opgenomen in de hiervoor genoemde gemeentelijke beleidsdocumenten.

24 ontwerp)

bestemmingsplan "Nijeveen - Raadhuislaan en Het Weeme" (

Hoofdstuk 5 5.1

Planologische randvoorwaarden

Algemeen

Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. Dit hoofdstuk bevat een inventarisatie van de verschillende omgevingsaspecten. Daarbij komen onder andere de volgende aspecten aan de orde: geluid, archeologie en cultuurhistorie, ecologie, externe veiligheid, bodemkwaliteit, luchtkwaliteit, water, milieuzonering bedrijfsactiviteiten en het Besluit Milieueffectrapportage. Het hoofdstuk bevat een omschrijving van de uitgevoerde onderzoeken en de resultaten hiervan.

5.2

Geluid

5.2.1

Algemeen

De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan of het nemen van een omgevingsvergunning indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeursgrenswaarde bij geluidgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeursgrenswaarde te voldoen. 5.2.2

Beoordeling

Wegverkeerslawaai In het voorliggende geval worden, vanuit planologisch oogpunt, nieuwe geluidsgevoelige objecten toegevoegd. Een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai is noodzakelijk als de geluidsgevoelige bestemmingen binnen de wettelijke geluidszone van een weg gelegen is. Op de Raadhuislaan, Het Weeme en omliggende wegen, waaronder de Dorpsstraat geldt een 30 km/u regime. Dergelijke wegen kennen geen wettelijke geluidszone. Dit betekent dat een akoestisch onderzoek naar de effecten van het wegverkeerslawaai als gevolg van deze wegen in beginsel achterwege kan blijven. Volgens jurisprudentie blijkt een 30 km/uur weg echter in de beoordeling te moeten worden meegenomen, indien vooraf aangenomen had kunnen worden dat deze weg een geluidbelasting veroorzaakt die hoger ligt dan de voorkeursgrenswaarde (48 dB). De verkeersintensiteit op de Raadhuislaan, Het Weeme en omliggende wegen is relatief beperkt, waarbij het voornamelijk gaat om verkeersbewegingen door personenauto's. De Dorpsstraat is een verbindingsweg, en kent daardoor een hogere intensiteit. Deze weg ligt echter op een relatief ruime afstand van circa 50 meter van het plangebied, bovendien liggen er tussen het plangebied en deze weg woningen, die een geluidsafschermende werking hebben.

Gezien het vorenstaande wordt aangenomen dat de voorkeursgrenswaarde van 48 dB op de gevels van de nieuwe woningen niet wordt overschreden. Railverkeerslawaai Railverkeerslawaai is in het voorliggende geval niet van toepassing aangezien spoorwegen zijn gelegen op grote afstand van het plangebied. Industrielawaai In de nabijheid van het plangebied zijn geen geluidsgezoneerde bedrijventerreinen gelegen. Op de invloed van individuele bedrijvigheid wordt in paragraaf 5.6 nader ingegaan. Hier wordt geconcludeerd dat bestemmingsplan "Nijeveen - Raadhuislaan en Het Weeme" (ontwerp) 25

het aspect industrielawaai geen belemmering vormt. 5.2.3

Conclusie

Geconcludeerd wordt dat de Wet geluidhinder geen belemmering vormt voor het plan.

5.3

Bodemkwaliteit

5.3.1

Algemeen

Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient een bodemonderzoek te worden verricht. In voorliggend geval is door Sigma Groep uit Emmen een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Onderstaand wordt nader op de belangrijkste resultaten ingegaan. Het volledige rapport is opgenomen in Bijlage 1 van deze toelichting. 5.3.2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meppel&id=9854e1f1-abd2-4266-ada8-8b7d1ba35d5c