OER Omgevingsvisie Meppel
Tekst van het document
Dit wordt verklaard door het grote aandeel rundvee, waarbij de nadruk ligt op melkveehouderij (3.347 jongvee voor melkveehouderij en 4.510 melk- en kalfkoeien) en een gedeelte vleesindustrie (1.915 vleeskalveren). In totaal zijn er 68 bedrijven gericht op graasdieren. Er zijn binnen de gemeente Meppel geen veehouderijen met pluimvee of varkens. De huidige situatie van economische vitaliteit is beoordeeld aan de hand van het aantal banen, bedrijven en de arbeidsparticipatie. In de gemeente Meppel zijn er 19.850 banen en 3.630 bedrijfsvestigingen (2021). De meeste banen zijn in de gezondheidssector en groot- en detailhandel. Het werkloosheidspercentage bedraagt 3,4 procent in Meppel. Het aantal personen in de bijstand is het hoogst in de centrumgebieden waaronder Haveltermade, Koedijkslanden en de Vertzetsbuurt in Oosterboer. De bruto arbeidsparticipatie bedraagt 76 procent en de netto arbeidsparticipatie 73,4 procent, op een beroepsbevolking van 20.000 personen. De arbeidsparticipatie is het hoogst in de wijken Berggierslanden, Nieuwveense Landen, Oosterboer en Nijeveen oost. Het opleidingsniveau van inwoners tussen de 15-75 bedraagt 26,5 procent laag, 44,9% middelbaar en 28,6 procent hoog. Het gemiddeld besteedbaar inkomen per huishouden bedraagt 46.200 euro/jaar in 2021. Dit is lager dan het landelijk gemiddelde van 48.400 euro/jaar.
Het percentage huishoudens met een inkomen onder de lage-inkomensgrens bedraagt 2,7 procent. In de gebieden Nijeveen oost, Berggierlanden en Oosterboer hebben is het gemiddeld inkomen per huishouden het hoogst. In de wijken Haveltermade en Ezinge is het gemiddeld inkomen per huishouden het laagst. Autonome ontwikkeling Voor de autonome ontwikkeling is gekeken naar de verwachte jaarlijkse groei van bedrijfsvestigingen. In de autonome ontwikkeling vindt een transitie plaats van digitalisering, robotisering en automatisering. Ook is er sprake van een toenemend belang van duurzaamheid en de energietransitie. Een landelijke trend is verder het ‘nieuwe werken’ waarbij thuiswerken een belangrijk onderdeel vormt, dit leidt onder andere tot afname van kantoorgebruik. Op dit moment is er een veel grotere vraag naar bedrijfskavels dan aanbod. Om meer ruimte te bieden aan de economische ontwikkeling staat de ontwikkeling van bedrijventerrein Noord III hoog op de agenda. Ook binnen de bestaande bedrijventerreinen is er door herontwikkeling en transformatie ruimte voor nieuwe ontwikkelingen. 7 8
Grondgebruik 2017 StatLine - Bodemgebruik; uitgebreide gebruiksvorm, per gemeente (cbs.nl) StatLine - Landbouw; gewassen, dieren en grondgebruik naar gemeente (cbs.nl)
58
Beoordeling referentiesituatie De referentiesituatie wordt beoordeeld als neutraal ten opzichte van de huidige situatie. Er zijn voldoende arbeidsplaatsen in verhouding tot het aantal inwoners. Daarnaast is er in de autonome ontwikkeling voldoende ruimte voor economische ontwikkeling en bijbehorende transities. Huidige situatie (2024)
Referentiesituatie (2040)
4.2.2 Ruimtelijke economische structuur (kaart 50) Mobiliteit Huidige situatie Door de ligging aan de A32 en de A28 is de gemeente Meppel goed bereikbaar voor autoverkeer. Via de verschillende op- en afritten van de autosnelwegen, de N375, N371 en N851 worden de woongebieden en bedrijventerrein over het algemeen via korte, directe routes ontsloten. Volgens CBS-gegevens ligt het autobezit in Meppel ruim boven het landelijke gemiddelde. In de huidige situatie zijn er binnen de gemeente geen grote congestieknelpunten voor de auto. Lokaal vormt de verkeersafwikkeling tijdens de spitsperiodes en bij evenementen een aandachtspunt. Ook parkeren vormt geen knelpunt. Met het treinstation op de lijn Zwolle - Groningen/Leeuwarden is Meppel goed ontsloten via het spoor. Het spoortracé tussen Meppel en Zwolle vormt echter wel een kwetsbare schakel in de verbinding met de noordelijk gelegen provincies. Het gaat om twee sporen in combinatie met relatief veel gelijkvloerse kruisingen. Verstoring op dit traject heeft tot gevolg dat het treinverkeer tussen het noorden en de rest van het land ernstig wordt gehinderd, omdat er geen alternatieve spoortracés zijn. Binnen de gemeente voorzien verschillende busverbindingen in de bereikbaarheid per openbaar vervoer (zie figuur 52). Het waternetwerk is uitgebreid en toereikend. De Sethehaven is een zeehaven met vrachtverwerking tot 3.000 ton en o.a.
de Buitenhaven vormt een recreatieve haven. De externe bereikbaarheid van Meppel voor de fiets is goed. Vanuit de gehele regio van Meppel lopen goede fietsverbindingen naar Meppel, veelal in de vorm van fietspaden dan wel parallelwegen. Tussen Zwolle, Staphorst en Meppel is een snelfietsroute gerealiseerd. Ook binnen de stad Meppel zijn veel fietsverbindingen aanwezig, die in veel gevallen onderdeel uitmaken van de rijbaan. De fietsinfrastructuur biedt nog mogelijkheden voor verbetering. Dat geldt in het bijzonder voor de verbinding tussen Nieuwveense Landen en de binnenstad van Meppel. Vanuit zuidelijke richting is het onderwijspark Ezinge slecht bereikbaar. Autonome ontwikkeling De verschillende ruimtelijke ontwikkelingen binnen de gemeente Meppel die onderdeel zijn van de referentiesituatie zullen leiden tot extra verkeer. Uit de verkeersstudies die zijn uitgevoerd in het kader van de ontwikkeling van Nieuwveense Landen, het transformatiegebied Noordpoort en het bedrijventerrein Noord III blijkt dat (rekening houdend met de infrastructurele maatregelen die in samenhang met de ontwikkeling van deze gebieden zullen worden genomen) ook in de toekomst het autoverkeer op een acceptabele wijze kan worden afgewikkeld. Deze infrastructurele maatregelen hebben met name betrekking op de directe ontsluiting van de verschillend ontwikkelingslocaties en de aantakking op de N375.
In samenhang met de ontwikkeling van Noordpoort en Nieuwveense Landen wordt een nieuwe Stadsentree gerealiseerd die zorgt voor een logische verbin-
59
ding tussen de stad en de N375. Het doorgaande verkeer op de N375 wordt beter afgewikkeld omdat één aansluiting komt te vervallen. Door middel van een nieuwe rotonde bij de watertoren wordt ruimte gemaakt voor een fiets- en voetgangerstunnel. Op deze wijze ontstaat een veilige en rechtstreekse langzaamverkeersroute van en naar de binnenstad van Meppel. Fietsers richting Nieuwveense Landen en Nijeveen gaan over een nieuw fietspad op de plek van de huidige Nieuwe Nijeveenseweg. Ook de ontsluiting via het spoor wordt verbeterd door het intensiveren van het aantal treinen dat het station van Meppel aan doet. Om de extra treinen te faciliteren wordt een extra perron aangelegd. Ondanks de verbeterde langzaam verkeersverbindingen en bereikbaarheid per spoor is het niet aannemelijk dat autonome ontwikkelingen zullen leiden tot grote verschuivingen in de modelsplit. Beoordeling referentiesituatie De bereikbaarheid wordt zowel in de huidige situatie als in de referentiesituatie (2040) als voldoende beoordeeld. Huidige situatie (2024)
Referentiesituatie (2040)
Duurzame energie (kaart 15 tot 23) Onder dit thema wordt de voortgang van energie uit hernieuwbare bronnen besproken. Beoordeling wordt gedaan aan de hand van de indicatoren capaciteit/aanbod van hernieuwbare energie in relatie tot de behoefte. Huidige situatie Het primaire doel van meer hernieuwbare opwek van energie is om de CO2-uitstoot te reduceren. De CO2-uitstoot in Meppel (inclusief autowegen) is in de afgelopen tien jaar gedaald van 267 kiloton in 2012 naar 205 kiloton in 2022. Qua uitstoot zijn de sectoren industrie, verkeer en gebouwde omgeving ongeveer gelijk, de CO2-uitstoot in de landbouw is erg klein. DASHBOARD - CO2-uitstoot - Meppel (databank.nl). Wat betreft energiegebruik (totaal 3.171 TJ in 2022) zijn deze 3 sectoren ook ongeveer gelijk. Als het gaat om energieverbruik wordt er onderscheid gemaakt in drie grootheden: elektriciteit, warmte en voertuigbrandstoffen. Het energiegebruik voor warmte besloeg daarvan de helft in Meppel, namelijk 1.656 TJ in 2021. Warmte wordt voornamelijk geleverd in de vorm van de verbranding van aardgas in woningen en bedrijven. Het aardgasgebruik bij zowel bedrijven als woningen nam de afgelopen jaren licht af. Installatie van warmtepompen, isolatie van gebouwen en hoge energieprijzen hebben hierop invloed gehad. Voor woningen geldt dat 92% nog primair afhankelijk is van aardgas voor warmte in 2022.
De helft van de woningen in de gemeente heeft een energielabel A of B, dit is ongeveer vergelijkbaar met landelijke cijfers. Het elektriciteitsgebruik in de gemeente steeg juist licht, mede door elektrificatie van bedrijven en het gebruik van zonne-energie door bedrijven en woningen. Het gemiddeld elektriciteitsverbruik van woningen in Meppel bedraagt 2.580 kWh, dit is lager dan het landelijk gemiddelde van 2.760 kWh. Het aandeel hernieuwbare energie in de totale energiemix nam de laatste jaren significant toe (84 TJ in 2012 tot 200 TJ in 2021), maar vormt desondanks pas 6% van het totaal. De toename wordt verklaard door hernieuwbare elektriciteit uit zonne-energie (82TJ), maar ook door hernieuwbare warmte en hernieuwbare energie voor vervoer. Het
60
opgesteld vermogen aan zonnepanelen is in 2022 ongeveer 27 MW. Op 30% van de woningen in de gemeente zijn zonnepanelen aanwezig. Met name in de wijken Nijeveen, Berggierslanden, Koedijkslanden en Oosterboer zijn veel panelen gelegd. Ook op het gebied van vervoer is er een positieve trend waarneembaar. Het energieverbruik neemt gestaag af, mede door zuinigere voertuigen (het aantal voertuigen neem juist toe). Het aantal (volledig) elektrische personenauto’s is nog erg bepekt, maar neemt toe, van 10 in 2017 tot 509 in 2022. De groei in aantal elektrische auto’s gaat gepaard met de groei van (semi)publieke laadpunten van 31 in 2018 tot 193 in 2022. Qua energiegebruik in het vervoer scoren inwoners van de gemeente Meppel wat hoger dan het landelijk gemiddelde. Autonome ontwikkeling De verwachting is dat CO2-uitstoot blijft afnemen en het aandeel hernieuwbare energie de komende jaren deels autonoom blijft toenemen, onder meer door de toepassing van warmtepompen en zonnepanelen in de gebouwde omgeving en de toename van elektrische voertuigen. De snelheid waarop dit gebeurt is deels te beïnvloeden vanuit gemeentelijk beleid. Op het gebied van energietransitie heeft gemeente Meppel in de Regionale Energietransitie (RES) afgesproken dat in Meppel geen grootschalige zonneparken op land komen. De focus ligt nu op windenergie en zonne-energie binnen bebouwd gebied.
Ook is beleid over kleine windmolens in het buitengebied vastgesteld. Voor windenergie zijn nog geen concrete plannen. In de autonome ontwikkeling ligt er vooral een grote opgave voor de transitie naar aardgasvrij waarbij een groot aantal wijken nog op de planning staan (zie Figuur 3.1 Fasering aardgasvrije wijken (Tauw, 2021). In de Transitievisie Warmte is per wijk aangegeven op welke manier de transitie naar aardgasvrij wordt uitgevoerd. Welk alternatief voor aardgas per wijk beschikbaar is zal in veel gevallen later pas onderzocht worden. Voor de ene wijk kan een warmtepomp een geschikte oplossing zijn en voor een andere wijk een warmtenet. Zo is er binnen Haveltermate Noord I en II potentie voor warme uit oppervlaktewater ( Meppelerdiep/Oude Vaart/Wold Aa, Drentse Hoofdvaart) en daarnaast is de RWZI is een potentiële bron van warmte (uit afvalwater). Ook voor het westelijke deel van Oosterboer en Koedijkslanden is er potentie voor warmte uit oppervlaktewater. Voor Koedijkslanden/Oevers liggen er kansen voor restwarmte en ook een warmtenet kan een optie zijn. Het transformatiegebied Noordpoort heeft ook warmtenet potentie. De gemeente werkt per wijk aan warmteplannen waarin het vereiste maatwerk kan worden geleverd. Het gasverbruik zal door de transitie naar alternatieven de komende jaren verder afnemen, terwijl het elektriciteitsgebruik juist zal toenemen.
Mede door nationaal en Europees beleid zullen vanaf 2035 geen voertuigen met een verbrandingsmotor meer verkocht mogen worden, waardoor de transitie naar alternatieven zich verder zal ontwikkelen.
61
Figuur 4.10 Fasering aardgasvrije wijken (Tauw, 2021) Beoordeling referentiesituatie De referentiesituatie wordt beoordeeld als neutraal. Hoewel het aandeel energie uit fossiele brandstoffen zoals aardgas zal afnemen de komende jaren, wordt dit positieve effect tenietgedaan door de autonome groei aan inwoners en bedrijvigheid. In hoeverre het doel van CO2-neutraal in 2040 en 55% reductie in 2030 wordt behaald kan niet goed ingeschat worden. Duidelijk is wel dat nog een flinke toename van energie-opwek en besparing op energiegebruik nodig is om het doel te naderen, zeker wanneer groei van bedrijvigheid en aantal huishoudens plaatsvindt. Huidige situatie (2024)
Referentiesituatie (2040)
Energie-infrastructuur Energie-infrastructuur is onlosmakelijk verbonden aan de doelen voor hernieuwbare energie. Beoordeling op dit onderwerp vindt plaats aan de hand van de indicator van beschikbare netcapaciteit en netinvesteringen. Huidige situatie Om energie te vervoeren van productielocatie naar afnemers is infrastructuur nodig. In de huidige situatie ligt de nadruk op aardgasleidingen, elektriciteitskabels en tankstations. De capaciteit van aardgasleidingen is over het algemeen genomen in orde. Doordat voor nieuwe woningen geen nieuwe aardgasleidingen meer aangelegd worden zijn hier ook geen grote nieuwe investeringen voor nodig. Voor vervoer zijn er ook geen belemmeringen als het gaat om de distributie van fossiele brandstoffen. Voor elektriciteitskabels is dit anders. Door toename van de vraag naar elektriciteit én de invoeding van hernieuwbare energie op het elektriciteitsnetwerk is het netwerk overbelast. Dit wordt netcongestie genoemd. De omgeving van de gemeente Meppel zit op slot voor afname van elektriciteit voor grotere verbruikers (bedrijven). Dit geldt ook voor invoeding van elektriciteit, bijvoorbeeld grotere projecten voor zon-op-dak of windturbines. Aanpassingen en verzwaring van het elektriciteitsnet is nodig om weer nieuwe aanvragen te kunnen behandelen.
Zie Capaciteitskaart elektriciteitsnet (netbeheernederland.nl) Autonome ontwikkeling Investeringen in de energie-infrastructuur volgen op de gewenste of verwachte vraag. Op basis van de RES-doelen kunnen netbeheerders een globale inschatting maken waar 62
grootschalige opwek van energie wordt verwacht. Om de toenemende vraag naar elektriciteit op niveau van wijken en bedrijventerreinen voor de toekomst mogelijk te maken zijn in Meppel veel investeringen nodig. Vooral op dit schaalniveau zijn nog veel onduidelijkheden welke alternatieven voor aardgas te verwachten zijn. Mede door personeelsgebrek, materiaaltekorten en investeringsbereidheid kan ook niet overal tegelijk gewerkt worden. Dit heeft invloed op de mogelijkheid om te werken aan verduurzaming van warmte, elektriciteit en vervoer in de gemeente. Vormen van energieopslag kunnen een bijdrage leveren om het net te ontlasten, maar initiatieven hiervoor zijn niet bekend. Beoordeling referentiesituatie De referentiesituatie wordt beoordeeld als neutraal. De uitbreiding van de energie-infrastructuur is randvoorwaardelijk om de gestelde ambities voor verduurzaming te behalen. Op dit moment vormt netcongestie een belangrijke belemmering. Door netbeheerders wordt hier hard aan gewerkt, maar niet overal tegelijk. Onduidelijk is of voor zowel opwek als verduurzaming voldoende fysieke ruimte beschikbaar is voor de benodigde infra. Huidige situatie (2024)
Referentiesituatie (2040)
Circulariteit en Grondstoffenkringloop Huidige situatie In deze paragraaf wordt de huidige situatie van gemeente Meppel met betrekking tot het aspect grondstoffenkringloop in beeld gebracht. Dit wordt gedaan aan de hand van de indicatoren afvalproductie en hergebruik grondstoffen bij inwoners. Afvalproductie De indicator afvalproductie betreft de afvalproductie per inwoner per jaar. In Meppel wordt afval gescheiden bij de bron (thuis), er zijn grondstofcontainers voor GFT, papier en PMD. De gemeente zet in op verbetering van afvalscheiding en preventie van afval om daarmee een reductie van de hoeveelheid restafval te bereiken. Om deze ambitie te bereiken zijn doelstellingen geformuleerd, gericht op maximale scheiding en zo min mogelijk huishoudelijk afval. Het gaat om de volgende doelstellingen: 2022 maximaal 120 kg restafval/inwoner per jaar en in 2025 maximaal 60 kg per inwoner/jaar. In 2021 betrof het niet gescheiden huishoudelijk restafval 155 kg/inwoner/jaar (CBD, huishoudelijk afval per gemeente per inwoner StatLine - Huishoudelijk afval per gemeente per inwoner (cbs.nl)). Het totaal huishoudelijk afval bedroeg 481 kg/inwoner/jaar. Het niet gescheiden huishoudelijk restafval is lager dan het landelijk gemiddelde van 180 kg restafval per inwoner/jaar, ook het totaal huishoudelijk afval is iets lager dan het landelijk gemiddelde van 490 kg afval/inwoner per jaar.
Om de beleidsdoelstellingen te halen is het verder terugdringen van de hoeveelheid restafval noodzakelijk. De gemeente heeft een besluit genomen ten aanzien van regels omtrent afval 9. Hergebruik grondstoffen De indicator grondstoffen heeft betrekking op hergebruik van grondstoffen uit restafval. De hoeveelheid grondstoffen in het restafval geeft een indicatie van het afvalscheidingspotentieel. Het geeft aan hoeveel kilogram aan GFT, oud papier en karton, PMD, glas en textiel er nog in het restafval zit. Het landelijke beleid heeft als doel om hergebruik en recycling van grondstoffen zoveel mogelijk te bevorderen, dit draagt bij aan een circulaire economie. Het grondstoffenbeleidsplan van de gemeente beschrijft de maatregelen op dit gebied. Door hergebruik van afvalstromen wordt tevens de uitstoot van broeikasgassen voorkomen. Meppel streeft ernaar om zoveel mogelijk afval geschikt te maken 9
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR658456 63
voor hergebruik. In de huidige situatie is er sprake van een groot afvalscheidingspotentieel. Er zitten nog veel grondstoffen in het restafval waaronder GFT, papier, PMD, glas, textiel en luiers.
Figuur 4-11 Grondstoffen in restafval (afvalscheidingspotentieel) en doelstellingen tot 2030 Autonome ontwikkeling Afvalproductie In de autonome ontwikkeling wordt het huidige beleid ten aanzien van het Grondstoffenbeleidsplan doorgezet. Verwacht wordt dat de hoeveelheid restafval per inwoner de komende periode verder zal afnemen. Jaarlijks wordt het beleid op afvalhoeveelheden gemonitord. Hergebruik grondstoffen Er is nog een enorme winst te halen als het gaat om het hergebruik van grondstoffen. In de gemeente Meppel is nog een groot afvalscheidingspotentieel aanwezig. Verwacht wordt dat het afvalscheidingspotentieel de komende jaren zal afnemen door betere scheiding en afname van restafval. Strengere landelijke en Europese normen dragen hier ook aan bij. Beoordeling referentiesituatie De referentiesituatie wordt beoordeeld als licht positief ten opzichte van de huidige situatie voor zowel afvalproductie als hergebruik van grondstoffen. Huidige situatie (2024)
Referentiesituatie (2040)
64
4.3
Sociale en gezonde woonomgeving – people
4.3.1 Milieukwaliteit en gezondheid Luchtkwaliteit (kaarten 51 - 53) Huidige situatie Uit de gegevens die beschikbaar zijn via de Atlas Leefomgeving en het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK) blijkt dat in de huidige situatie binnen de hele gemeente Meppel (ruimschoots) wordt voldaan aan de wettelijke grenswaarden. De optredende concentraties worden bepaald door een combinatie van de achtergrondconcentratie en de bijdrage van de lokale bronnen. Uit de beschikbare kaarten blijkt dat waar het gaat om de lokale bronnen in Meppel met name het verkeer op de snelwegen en de drukken binnenstedelijke wegen leidt tot verhoogde concentraties luchtverontreinigende stoffen. Ook bij concentraties onder de wettelijke grenswaarden kunnen negatieve gezondheidseffecten optreden. De concentraties stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10 en PM2.5) waren in 2020 nog hoger dan de advieswaarden van de Wereldgezondheidsorganisatie. Dat geldt voor wat betreft de concentraties NO2 voor vrijwel de hele stad Meppel. Binnen de kern Nijeveen zijn de concentraties NO2 wel lager dan de advieswaarden van de Wereldgezondheidsorganisatie. Voor PM2.5 geldt dat binnen het hele gemeentelijke grondgebied (en de rest van Nederland) de concentraties hoger zijn dan de advieswaarden van de Wereldgezondheidsorganisatie.
Voor PM10 is nauwelijks sprake van locaties waar de concentraties boven de gezondheidskundige advieswaarden zijn gelegen. Autonome ontwikkeling Naar verwachting zullen de concentraties luchtverontreinigende stoffen dalen als gevolg van schonere technieken en een toename van elektrisch rijden. Volgens het CIMLK liggen de concentraties luchtverontreinigende stoffen in 2030 lager dan in 2022. De concentraties dalen echter niet zo snel dat in 2030 wel overal wordt voldaan aan de gezondheidskundige advieswaarden. Voor het prognosejaar 2040 zijn geen betrouwbare gegevens beschikbaar. Gezien het verbod op de verkoop van benzine- en dieselauto’s per 2035 en de verduurzaming binnen andere sectoren is de verwachting da in 2040 vrijwel overal zal worden voldaan aan de gezondheidskundige advieswaarden.
65
Beoordeling referentiesituatie Huidige situatie (2024)
Referentiesituatie (2040)
Geluid (kaarten 54-60) Huidige situatie De geluidbelasting binnen de gemeente wordt met name bepaald door het wegverkeer en meer lokaal ook door het spoor en de bedrijventerreinen. In de zones op korte afstand van de aanwezige hoofdinfrastructuur is de geluidbelasting in sommige gevallen hoger dan de maximale ontheffingswaarde. Voor verschillende industrie/-bedrijventerreinen (of delen daarvan) binnen de gemeente Meppel is een geluidzone vastgesteld. Daarbij gaat het enerzijds om bedrijventerrein waar zogenaamde ‘grote lawaaimakers’ aanwezig zijn (zoals bijvoorbeeld industrieterrein Noord 1), waardoor wettelijk gezien een formele geluidzone industrielawaai vereist is. Anderzijds gaat het ook om bedrijventerreinen met minder zware geluidbelastende activiteiten waarvoor de gemeente een geluidzone heeft vastgesteld om geluidhinder door cumulatie van geluid te voorkomen (zoals bijvoorbeeld het bedrijventerrein Spijkerserve in Nijeveen). In 2020 gaf 7-9% van de mensen in Meppel aan ernstige geluidhinder door buren te ervaren, 1-2% door treinen, <2,5% door vliegtuigen en 2-4% door wegverkeer (bron: Atlas Leefomgeving). Logischerwijs wordt met name in de wijken met hogere woningdichtheden relatief veel hinder door geluid van de buren ervaren.
Ook in de zones langs de snelwegen en het spoor wordt relatief veel geluidhinder ervaren, maar dat gaat deels om gebieden met weinig inwoners (waardoor het absolute aantal gehinderde beperkt is). Maar ook in dichter bewoonde gebieden zoals in het centrum, Ezinge en Koedijkslanden is het aandeel ernstig geluidhinderden door wegverkeer en/of het spoor relatief hoog. De nadelige gevolgen van geluid voor de gezondheid komt ook tot uitdrukking in de milieugezondheidsrisico,s (MGR, kaart 67). Daarmee wordt in procenten aangegeven hoeveel van de totale ziektelast door omgevingsgeluid en luchtvervuiling komt. Autonome ontwikkeling Een toename van verkeers- en vervoersbewegingen kan leiden tot een toename van geluid langs wegen en spoorlijn. Daar staat tegenover dat technologische ontwikkelingen zoals meer elektrisch rijden een positieve invloed hebben op de optredende geluidbelastingen. Dat positieve effect is beperkt omdat een aanzienlijk deel van de geluidbelasting door het wegverkeer wordt bepaald door het geluid van de banden. Autonome ontwikkelingen die leiden tot een verdere toename van het aantal woningen in het bijzonder de ontwikkeling van Nieuwveense Landen en Noordpoort zullen leiden tot een toename van het aantal potentieel gehinderden.
Per saldo zullen de autonome ontwikkelingen naar verwachting op het niveau van de hele gemeente niet leiden tot een wezenlijke toe of afname van het aantal ernstig gehinderden, maar lokaal kunnen wel effecten optreden (zowel positief als negatief). Beoordeling referentiesituatie Huidige situatie (2024)
Referentiesituatie (2040)
66
Geur Huidige situatie Plaatselijk vormt de geurbelasting door agrarische en industriële activiteiten een aandachtspunt. De veehouderijsector binnen de gemeente bestaat vooral uit melkrundveebedrijven. Voor melkrundvee zijn geen geuremissiefactoren vastgesteld maar gelden vaste afstandseisen vanwege geur. In sommige gevallen zijn bestaande woningen of andere geurgevoelige objecten binnen deze afstanden gelegen waardoor hindersituaties kunnen optreden. Daarnaast leiden ook andere activiteiten (zoals biomassacentrale en industriële bedrijvigheid) lokaal tot verhoogde geurbelastingen. De geurzone (1,4 ouE/m3 als 98 onderschrijdingspercentiel) lag in het verleden over vrijwel de hele stad Meppel. Agrifirm heeft een aanvraag voor een omgevingsvergunning aangevraagd in verband met een aantal voorgenomen wijzigingen binnen de inrichting. De provincie is bevoegd gezag voor de omgevingsvergunning milieu van Agrifirm en heeft bij besluit van 22 februari 2019 de aangevraagde omgevingsvergunning verleend. Deze omgevingsvergunning leidt er onder meer toe dat de geuremissie door Agrifirm ten opzichte van de bestaande situatie met 80 procent afneemt. Dit leidt ertoe dat binnen het plangebied sprake zal zijn van een acceptabel hinderniveau door het in werking zijn van Agrifirm.
Er kunnen op dit vlak dan ook geen belangrijke negatieve milieugevolgen optreden die het doorlopen van een volledige mer-procedure noodzakelijk maken. Autonome ontwikkeling Het is onzeker hoe de veehouderijsector zich in de autonome situatie precies zal ontwikkelen. Aangenomen wordt dat een deel van de kleinere veehouderijen de activiteiten zal beëindigen en dat mogelijk een klein aantal bedrijven verder door zal groeien. Gezien de nabijgelegen Natura 2000-gebieden en de strikte eisen waar het gaat om de gevolgen voor de stikstofdepositie kan een grote uitbreiding van de veestapel binnen de gemeente Meppel worden uitgesloten. De voorgenoemde schaalvergroting kan plaatselijk leiden tot een kleine verbetering van de geursituatie en op andere plekken tot een kleine verslechtering. Per saldo zal dit op het niveau van de hele gemeente niet leiden tot een relevante verbetering of verslechtering. De ontwikkeling van de geurhindersituatie door de industriele bedrijven is sterk afhankelijk van de bedrijfsontwikkeling van een aantal individuele bedrijven. Ook die gevolgen voor de geurhindersituatie zijn op voorhand lastig te voorspeleln. Beoordeling referentiesituatie Huidige situatie (2024)
Referentiesituatie (2040)
Gezondheidsbevordering: groene omgeving en ruimte om te bewegen (kaart 29, 88) Huidige situatie Ruimte om te bewegen Op het gebied van beweegvriendelijkheid10 scoort de gemeente gemiddeld gezien gelijk aan het landelijk gemiddelde. Op buurtniveau zijn er grote verschillen te zien waarbij met name de centrumwijken inclusief Berggierslanden en Halvertermade positief scoren op beweegvriendelijkheid. Wat opvalt is dat de wijk Oosterboer, de Drukkersbuurt en de Schildersbuurt lager scoren op het gebied van beweegvriendelijkheid. Ook de nieuwbouwwijk Nieuwveense Landen scoort lager. Het percentage overgewicht is op gemeenteniveau (53,4%) iets hoger dan landelijk (50,8%). Op buurtniveau zijn de percentages 10
Beweegvriendelijkheid wordt bepaald door het aantal sportaccommodaties, sport‐ en speelplekken, voorzieningen en recreatief groen en blauw. Ook fiets‐ en wandelpaden tellen mee. Kaarten | Atlas Leefomgeving
67
het hoogst in de centrumgebieden en Hesselingen/Koeberg. Circa 49 procent van de inwoners voldoet aan de beweegrichtlijnen, dit is in lijn met het landelijk gemiddelde. In het Beheerplan sportaccommodaties gemeente Meppel (2021) wordt inzicht gegeven in de huidige stand van zaken binnen de gemeentelijke sportaccommodaties en de te verwachten ontwikkelingen. In de gemeente zijn zes binnensportaccommodaties in gemeentelijk eigendom. Topsporthal Ezinge (topsporthal, trainingshal en gymzaal) wordt gehuurd. Daarnaast zijn er drie buitenportaccommodaties: de sportparken Ezinge, Koedijkslanden en Tussenboerslanden. De bezetting van de sportaccommodaties is redelijk tot goed. Dat geldt ook voor het zwembad (Bad & Klimpark Hesselingen) dat jaarlijks ca 260.000 bezoekers uit Meppel en omgeving trekt. In 2017 is het complex uitgebreid met een klimpark. Waar het gaat om het aantal sportaccommodaties per 10.000 inwoners scoort de gemeente Meppel gemiddeld ten opzichte van vergelijkbare gemeenten. Naast de gemeentelijke sportaccommodaties zijn er ook andere sportvoorzieningen en de openbare ruimte die gelegenheid geven tot sporten en bewegen. De buitenruimte wordt steeds vaker benut voor sport en beweging, zowel op individuele basis of in anders georganiseerd verband. Ook de hoeveelheid groen verschilt sterk per wijk.
De meeste wijken beschikken (binnen de wijk of direct grenzend aan de wijk) over een park of groenzone met ruimte om te wandelen of te verblijven. Waar het gaat om de vergroening in de wijken zelf is in veel gevallen nog een forse kwaliteitsverbetering mogelijk. Dat geldt ook waar het gaat om de groenstructuren buiten de stad en het recreatief medegebruik daarvan. Autonome ontwikkeling De extra woningen die onderdeel zijn van de autonome ontwikkelingen (Nieuwveense Landen en Noordpoort) leiden tot een toenemende vraag naar sport- en bewegingsmogelijkheden. Binnen het bestaand beleid is er veel aandacht voor het op peil houden van het voorzieningenniveau en ook voor vergroening van de openbare ruimte. Beoordeling referentiesituatie Huidige situatie (2024)
Referentiesituatie (2040)
4.3.2 Veiligheid (kaarten 65-70) Externe veiligheid Huidige situatie Binnen de gemeente Meppel zijn verschillende risicobronnen aanwezig (externe veiligheid). In buitengebied liggen enkele buisleidingen (voornamelijk aardgastransportleidingen). Daarnaast vindt transport van gevaarlijke stoffen plaats over het spoor, het water (Meppelerdiep) en de weg (de A32, de A28 en een aantal provinciale en gebiedsontsluitende wegen).Daarnaast is binnen de gemeente sprake van een aantal risicovolle inrichtingen. Over het algemeen zijn de risicocontouren waarbinnen sprake is van harde ruimtelijke beperkingen van beperkte omvang. Wel is voor een aantal bronnen sprake van een omvangrijk aandachtsgebied voor het groepsrisico. In deze paragraaf wordt op hoofdlijnen ingegaan op de aanwezige risicobronnen en de daarmee samenhangende risicosituatie.
68
Transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen De risicorelevante leidingen op het grondgebied van de gemeente Meppel bevinden zich vooral ten oosten van de stad Meppel. Direct boven de leidingen dient rekening te worden gehouden met ruimtelijke beperkingen, maar er is geen sprake van omvangrijke plaatsgebonden risicocontouren. Verder is binnen de invloedsgebieden van de leidingen slechts op heel beperkte schaal sprake van bebouwing waardoor het groepsrisico laag zal zijn. Ook direct ten zijden en ten westen van de gemeente zijn verschillende risicorelevante leidingen aanwezig. Voor deze leidingen geldt dat geen sprake is van zodanige risicocontouren dat binnen de gemeente sprake is van ruimtelijke beperkingen. Daarnaast zal ook voor deze leidingen het groepsrisico laag zijn door het ontbreken van functies met grote personendichtheden binnen het invloedsgebied. Transport van gevaarlijke stoffen over het spoor Over het spoortraject Zwolle-Groningen vindt transport van gevaarlijke stoffen plaats. Over dit traject worden giftige vloeistoffen en gassen (D3, D4 en B2) en brandbare vloeistoffen en gassen (A en C3) getransporteerd. De PR10-6-contour ligt niet buiten het spoor. Wel dient conform het Basisnet spoor rekening te worden gehouden met een plasbrandaandachtsgebied (30 meter vanaf het spoor).
Het groepsrisico is in de huidige situatie lager dan de oriëntatiewaarde, ook binnen de kern Meppel. Transport van gevaarlijke stoffen over de weg Over de A28 en A32 vindt transport van gevaarlijke stoffen plaats. De beide snelwegen vallen onder het Basisnet. Voor geen van beide wegen is sprake van een PR10-6-contour buiten de weg. Voor de A28 dient rekening te worden gehouden met een plasbrandaandachtsgebied (30 meter vanaf de weg). Dat geldt niet voor de A32. Het groepsrisico voor beide wegen is in de huidige situatie laag (meer dan een factor 10 kleiner dan de oriëntatiewaarde). Ook over verschillende andere routes binnen de gemeente vindt transport van gevaarlijke stoffen plaats, onder andere van en naar de hierna genoemde risicovolle inrichtingen. De vervoersstromen en de personendichtheden langs de routes zijn niet zodanig groot dat sprake is van PR10-6-contouren en/of een overschrijding van de oriëntatiewaarde voor het groepsrisico. Risicovolle inrichtingen Binnen de gemeente zijn verschillende inrichtingen aanwezig waar risicorelevante activiteiten plaatsvinden. Het betreft onder andere een aantal tankstations waar verkoop van LPG plaatsvindt en bedrijven waar tanks aanwezig zijn voor de opslag van propaan. Ook op de diverse bedrijventerreinen binnen de gemeente zijn risicobronnen aanwezig.
Over het algemeen hebben deze inrichtingen een PR10-6-contour van beperkte omvang en zijn er geen knelpunten ten aanzien van het groepsrisico. Autonome ontwikkeling In de autonome ontwikkeling is sprake van een toename van het aantal woningen. Het groepsrisico kan door toenemende bevolkingsdichtheid en verdichting hierdoor toenemen. Daarnaast is het aannemelijk dat de energietransitie leidt tot een toename van het transport van gevaarlijke stoffen (over het spoor, het water, de weg en/of door leidingen). Met name het transport van ammoniak (als grondstof voor de productie van waterstof) brengt risico’s met zich mee. Ook een toename van de lokale opslag van gevaarlijke stoffen binnen de gemeente kan leiden tot een toename van risico’s. Beoordeling referentiesituatie De huidige externe veiligheidssituatie is goed te noemen. Door toename aantal inwoners en verdichting kan het groepsrisico toenemen. Ook de energietransitie kan leiden tot toename van risico’s. Er is hierdoor sprake van een verslechtering van de veiligheidssituatie ten opzichte van de huidige situatie. De referentiesituatie scoort neutraal.
69
Huidige situatie (2024)
Referentiesituatie (2040)
Verkeersveiligheid Huidige situatie Het aantal geregistreerde verkeersongevallen per 100.000 inwoners bedraagt 500 in Meppel, dit is fors lager dan het landelijk gemiddelde van circa 650. Uit meldingen over te hard rijden (Veilig Verkeer Nederland: VVN11) blijkt dat met name in de 30km/h wegen overlast wordt ervaren van hardrijders. Via het participatiepunt VVN zijn meldingen gedaan over onveilige onduidelijke/onoverzichtelijke verkeerssituaties. Gemeente Meppel heeft in 2017 het uitvoeringsprogramma Gemeentelijke Verkeers- en Vervoersplan 2019-2022 (GGVV) vastgesteld. Uitgangspunten zijn o.a. het verbeteren van de leefbaarheid en de verkeersveiligheid. Er zijn meerdere maatregelen getroffen om de verkeersveiligheid te verbeteren waaronder herinrichtingen van wegen en verlagen van snelheden.
Figuur 4-12 Dasboard mobiliteit Meppel Autonome ontwikkeling De bevolkingsgroei leidt tot een toename van het aantal auto’s op de wegen wat een negatief effect kan hebben op de verkeersveiligheid. Beoordeling referentiesituatie De referentiesituatie is beoordeeld als neutraal. Hoewel de autonome groei van de stad kan leiden tot negatieve effecten op de verkeersveiligheid, is dit effect naar verwachting verwaarloosbaar. 11
Meldingen | VVN Participatiepunt
70
Huidige situatie (2024)
Referentiesituatie (2040)
4.3.3 Wonen, voorzieningen en welzijn (kaarten 71-75, 77-87) Wonen Huidige situatie In de huidige situatie zijn er in Meppel circa 16.000 woningen. Hiervan is 58 procent koop en 42 procent huur. 74% procent van de woningen is een eengezinswoning. Het percentage huurwoningen is het grootst in de wijken Haveltermade, centrum en Koedijkslanden. Het hoogste percentage koopwoningen ligt in de randwijken en het buitengebied, in deze gebieden is ook de gemiddelde woningwaarde het hoogst. In de huidige situatie ligt het bouwtempo op circa 200 woningen per jaar. Uit recent woningmarktonderzoek blijkt twee keer zo grote woningbehoefte tot circa 400 woningen per jaar. Autonome ontwikkeling In de autonome ontwikkeling stijgt het aantal woningen en daarbij het aantal inwoners in de gemeente Meppel. De woningbouwopgave voor Meppel bedraagt 2.880 tot 2030 op basis van de regionale woondeal. Met grootschalige woningbouwlocaties als Nieuwveense Landen (1.600 te ontwikkelen woningen) en het transformatiegebied Noordpoort (950 woningen) is een groot gedeelte van deze woningbouwopgave ingevuld. In aanvulling daarop zijn er diverse inbreidingslocaties. Aangezien de woningbouw gedeeltelijk buitenstedelijk (uitbreiding) plaats vindt zal het voorzieningenniveau stijgen. Beoordeling referentiesituatie De referentiesituatie wordt beoordeeld als licht negatief als gevolg van de grote woningbehoefte.
Naar verwachting wordt in de autonome ontwikkeling niet voldaan aan de woningbehoefte. Huidige situatie (2024)
Referentiesituatie (2040)
Voorzieningen en recreatieve mogelijkheden Huidige situatie Binnen de kern Meppel zijn diverse regionale voorzieningen, zoals een bioscoop, een theater en een ziekenhuis en jaarlijks worden er verschillende evenementen georganiseerd. Daarnaast zijn er verschillende middelbare scholen. Over het algemeen is op wijkniveau is het voorzieningenaanbod voldoende. Ook binnen de kern Nijeveen is een ruim aanbod aan voorzieningen. Op vijf locaties zijn (wijk)voorzieningen geconcentreerd, namelijk Koeberg Noord/Zuid, in de Oosterboer, de Haveltermade, in Nijeveen en in het centrum. Het niveau en de bereikbaarheid van voorzieningen is voor vrijwel alle voorzieningen gelijk aan het landelijk gemiddelde. Op het gebied van gezondheid en welzijn scoort de gemeente Meppel qua bereikbaarheid beter, zo is de afstand tot het ziekenhuis gemiddeld 3,6 km in vergelijking met 4,8 km landelijk gemiddeld. Binnen de gemeente is de bereikbaarheid van voorzieningen in het centrum het grootst. Zo is de afstand tot basisvoorzieningen (supermarkt) het kleinst in de centrumgebieden (<1km). De afstand wordt groter richting de randwijken en is het grootst in de buitengebieden (3-3,4 km). De afstand medische zorg 71
waaronder een huisartsenpost en ziekenhuis is in de centrumgebieden circa 2- 4 km. In de wijk Oosterboer en omgeving is de afstand het laagst (0-2 km). De afstand tot voorzieningen als een basisschool zijn het kleinst in de centrumgebieden van Meppel en Oosterboer en de kern Nijeveen. Voor de buitengebieden Rogat en Meppel noord is de afstand het grootst (3-4km). Ook wat betreft recreatieve voorzieningen scoort de gemeente voldoende. De ligging in nabijheid van grote natuurgebieden, de aanwezigheid van grote cultuurhistorische waarden en het kleinschalige gevarieerde winkelaanbod maken Meppel aantrekkelijk voor zowel dagjesmensen als toerisme. Binnen de gemeente zijn weinig kwalitatief goede overnachtingsmogelijkheden, er is behoefte aan een groei van verblijfsmogelijkheden in de binnenstad. Het water in Meppel nodigt uit tot recreatief gebruik, zoals zwemmen, varen, vissen en schaatsen. De inrichting van het water heeft echter een beperkte gebruiks- en belevingswaarde, dit is met name in de binnenstad het geval. In het landelijk gebied is er veel (vaar)recreatie langs de Drentse hoofdvaart, het Meppelerdiep, de Wold Aa en de Reest. De waterrecreatie kan versterkt worden door aanleg van extra ligplaatsen voor boten, uitbreiding van passantenhavens en water gerelateerde bedrijvigheid zoals werven.
Autonome ontwikkeling Er zijn geen autonome ontwikkelingen die direct van invloed zijn op het voorzieningenniveau binnen de gemeente Meppel. Beoordeling referentiesituatie De referentiesituatie voor voorzieningen scoort neutraal ten opzichte van de huidige situatie, het aanbod en de bereikbaarheid van de voorzieningen is gelijk of beter dan het landelijk gemiddelde. Over het algemeen zijn er voldoende recreatieve mogelijkheden en is Meppel een aantrekkelijke trekpleister. Er zijn kansen om de bereikbaarheid te versterken en faciliteiten en het aantal overnachtingsplekken voor zowel vaartoeristen als overige toeristen verder uit te breiden. Huidige situatie (2024)
Referentiesituatie (2040)
Welzijn (inclusiviteit/sociale samenhang en sociale veiligheid) Huidige situatie Uit het burgerbelevingsonderzoek (2018) blijkt dat Meppel in algemene zin goed scoort waar het gaat om sociale samenhang. Inwoners zijn positief over hun buurt en hun buren. Het burgerbelevingsonderzoek laat zien dat ongeveer een derde van de inwoners zich inzet voor de leefbaarheid en/of veiligheid in de buurt. Wat opvalt is dat de inzet voor het behoud van de sfeer en het onderlinge contact is gedaald ten opzichte van dezelfde meting in 2016. De bereidheid om een bijdrage te leveren aan de buurt verschilt sterk per onderwerp. Zo is een groot deel wel bereid om rommel op straat op te ruimen (of doet dit nu al), maar zijn mensen minder geneigd om anderen aan te spreken op ongewenst gedrag of om bij te dragen aan het onderhoud van openbaar groen. De sociale samenhangscore (SES) is een stabiele 6,3. Dit ligt in lijn met het Nederlands gemiddelde (6,2). Nijeveen en de wijken Berggierslanden en Nieuwveense Landen/Nijeveenseweg hebben relatief hoge scores. Centrum en Oosterboer/Rogat liggen in lijn met het gemiddelde. Wijken als Watertoren/Haveltermade, Koedijkslanden en Ezinge hebben benedengemiddelde sociale samenhangscores.
72
Verder blijkt uit het burgerbelevingsonderzoek dat 43% van de inwoners van Meppel aangeeft zich matig, sterk of zeer sterk eenzaam te voelen. In verhouding tot het gemiddelde in Meppel is er in de wijken Centrum, Berggierslanden en het dorp Nijeveen relatief weinig eenzaamheid. In Ezinge, Nieuwveense Landen/Nijeveensewegen Koedijkslanden is relatief meer eenzaamheid. Een aanzienlijk aandeel van de inwoners - 45% - geeft aan dat zij regelmatig actief is in het verenigingsleven. Dit aandeel was in 2016 42%. De respondenten uit Nijeveen zijn in relatief grote mate actief in verenigingsverband. Autonome ontwikkeling De samenleving is aan grote veranderingen onderhevig door o.a. digitalisering/robotisering, economische ontwikkelingen en flexibilisering van de arbeidsmarkt. De ontwikkelingen raken voornamelijk de kwetsbare groepen. Digitalisering is een van de belangrijke veroorzakers van verandering in de samenleving. Zo is de dienstverlening steeds meer digitaal wat een probleem is voor burgers die het moeilijk vinden om te werken met digitale apparaten. Daarnaast leidt digitalisering tot verdwijnen van banen, verandering van inhoud van banen en ontstaan van nieuwe banen. Digitalisering biedt ook kansen voor inclusie. Door sociale media kunnen mensen elkaar sneller vinden en is informatie over activiteiten in de wijk beschikbaar.
In de autonome situatie is in algemene zin sprake van vergrijzing waardoor een kwetsbare groep toeneemt en een grotere vraag ontstaat naar (ouderen)zorg. Beoordeling referentiesituatie De referentiesituatie is beoordeeld als neutraal, op het gebied van sociale samenhang, inclusiviteit en sociale veiligheid scoort de gemeente gemiddeld. Dit is in lijn met het landelijk gemiddelde. Huidige situatie (2024)
Referentiesituatie (2040)
73
5 Effectbeoordeling alternatieven 5.1 Wijze van beoordeling De effecten van de drie alternatieven worden beoordeeld ten opzichte van de referentiesituatie zoals die is beschreven in het hoofdstuk met de foto van de leefomgeving. De referentiesituatie is de situatie van Meppel in 2040 zonder dat beleidsveranderingen, keuzes, maatregelen en maximaal beoogd programma uit de Omgevingsvisie gerealiseerd zijn. Alleen vastgesteld beleid en vastgestelde plannen maken onderdeel uit van de referentiesituatie. De beoordeling vindt plaats aan de hand van een vijf-sterrenschaal, in onderstaande tabel wordt een toelichting op de score gegeven. Als voorbeeld; wanneer de referentiesituatie 1-ster scoort en het alternatief een positief effect heeft op de referentie, kan dit indien het effect groot genoeg is leiden tot een toevoeging van 1 ster ofwel een scorebeoordeling van 2-sterren. Na de beoordeling van de alternatieven wordt op hoofdlijnen inzicht gegeven in de mitigerende maatregelen en/of optimalisaties die denkbaar zijn. De beoordeling van het alternatief met maatregelen en/of optimalisaties zijn aan de beoordeling toegevoegd door de ster een lichtere vormopvulling te geven. Tabel 5.1 Toelichting score Score
Toelichting De staat is slecht, normen en/of streefwaarden worden nergens behaald. De staat is matig, normen en/of streefwaarden worden niet behaald op gemeentelijk niveau maar lokaal wel. De staat is redelijk, er wordt gemiddeld (op gemeentelijk niveau) voldaan aan de normen en/of streefwaarden. De staat is overwegend goed, normen en/of streefwaarden worden bijna overal gehaald. De staat is overal goed, er wordt voldaan aan de normen en/of de streefwaarden.
Score
Voorbeeld toetsing De staat blijft ten opzichte van de referentie ‘matig’ maar door het treffen van mitigerende maatregelen (lichtere vormopvulling) wordt de beoordeling ‘redelijk’
5.2 Toekomstbestendige fysieke leefomgeving - planet 5.2.1 Natuur Natuurnetwerk Nederland Het NNN binnen gemeente Meppel is voornamelijk aan de oostzijde van de gemeente gelegen. Namelijk rondom Wold Aa en het Reestdal. Voor de beoordeling is gekeken naar de effecten van de alternatieven op de deelaspecten oppervlakte, samenhang, en wezenlijke kenmerken en waarden. De alternatieven worden negatief gescoord wanneer er ontwikkelingen in het NNN plaatsvinden (zoals plaatsing van windturbines) of wanneer er externe effecten worden verwacht van o.a. stikstofdepositie. De effecten worden positief gescoord wanneer de beoogde ontwikkelingen een positief effect kunnen hebben op het 74
NNN, bijvoorbeeld door afname van stikstofemissies door afname van bemesting van landbouwgronden of kansen voor inrichting van groenblauwe structuren. Alternatief 1 In alternatief 1 ligt de nadruk voor de woningbouwopgave op inbreiding. De inbreidingen hebben vanwege binnenstedelijke karakter geen effect op NNN (0). In de kleinschalige uitbreidingen is sprake van lage dichtheden in de vorm van landelijk wonen. Door het opheffen van agrarisch gebruik kan een positief effect ontstaan op het NNN door stopzetting van bemesting en grondwateronttrekking voor beregening. Daarnaast vindt er minder uitspoeling plaats van verontreinigende stoffen. De uitbreiding biedt ook kansen in de vorm van aanleg van nieuwe groenblauwe structuren waardoor de nu geïsoleerde NNNgebieden worden verbonden met het Reestdal en Wold Aa (+). Verstoring van het NNN wordt niet verwacht gezien de lage dichtheden en ruimtelijke opzet ofwel de typering ‘landelijk wonen’. De toevoeging van woningen kan leiden tot een toename van verkeersgeneratie met de bijbehorende stikstofemissies, dit effect zal echter naar verwachting lager zijn dan het effect van de vermesting van de landbouwgronden (+). Ten aanzien van bedrijvigheid ligt de nadruk op inbreiding en extensief uitbreiden. Er wordt ingezet op een nieuw kleinschalig extensief bedrijventerrein ter plaatse van Noord IV.
In de directe nabijheid van Noord IV is geen NNN aanwezig, het dichtstbijzijnde NNN ligt aan de overkant van de A32. De realisatie een nieuw bedrijventerrein kan leiden tot een toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelig NNN (-). De energieopgave wordt behaald door zonne-energie op daken. Er worden geen windmolens of zonneparken voorzien (0). Ten aanzien van groen en water wordt ingezet op uitbreiding en verbetering van de kwaliteit van bestaande groenblauwe structuren. In het buitengebied wordt ruimte geboden voor nieuwe natuur. In het gebied rondom Nijeveen is ruimte voor verhoging van het grondwaterpeil. De toevoeging van extra natuur zorgt voor een extra bufferzone rondom NNN. Het verhogen van het grondwaterpeil zorgt daarnaast voor een verbetering van de gebieden voor o.a. weidevogels. Het effect is positief (+). Het effect is in algemene zin positief (+). Aandachtspunt is uitbreiding bedrijventerrein met bijbehorende stikstofemissie. Alternatief 2 In alternatief 2 wordt zowel ingezet op in- als uitbreiding t.a.v. woningbouw. De uitbreiding beperkt zich met name rondom Nijeveen met verdere uitbreiding van de nieuwbouwwijk Nieuwveense Landen. Daarnaast wordt het gebied bij Rogat als mogelijk uitbreidingsgebied waar wonen en werken wordt gecombineerd.
Dit gebied ligt op korte afstand van het Reestdal, echter gezien de huidige barrière van de A28 wordt verwacht dat de woningbouwopgave in dit gebied geen directe negatieve gevolgen heeft voor het NNN. In vergelijking met de referentiesituatie waarin het gebied wordt gebruikt als landelijk gebied is de transformatie naar woningbouw positief door afname van bemesting, grondwateronttrekkingen voor beregening en afname van verontreiniging (+). Binnen dit alternatief wordt ingezet op gemengde woon-werkmilieus zowel in bestaande gebieden als in de uitbreidingsgebieden. Er wordt ruimte geboden aan lichte bedrijvigheid in combinatie met wonen. Ook in het agrarisch gebied is sprake van functiemenging waarbij agrarische activiteiten worden gecombineerd met nevenactiteiten (maatschappelijke voorzieningen of kleinschalige recreatieve functies). In relatie tot de referentiesituatie met meer intensieve landbouw kan de transformatie naar meer kleinschalige bedrijvigheid een positief effect hebben op het NNN door bijvoorbeeld afname van stikstofemissies (+). In het NNN-gebied wordt gezocht naar mogelijkheden om energie op te wekken (zonnepark/windpark). Ook worden er langs de snelwegen zonnepanelen aangelegd. De realisatie van een zonne- en/of windpark in NNN kan leiden tot een afname van areaal en kwaliteit van het NNN (--).
In het agrarisch gebied is sprake van functiemenging waarbij agrarische activiteiten worden gecombineerd met nevenactiteiten (maatschappelijke voorzieningen of kleinschalige recreatieve functies). In relatie tot de referentiesituatie met meer intensieve landbouw kan de transformatie naar meer extensieve landbouw een positief effect hebben op het NNN door bijvoorbeeld afname van stikstofemissies (+). 75
Alternatief 2 scoort in algemene zin positief met als aandachtspunt dat de plaatsing van windmolens/zonneparken in NNN kan leiden tot negatieve effecten op het NNN. Alternatief 3 In alternatief 3 wordt zowel ingezet op uitbreiding t.a.v. woningbouw, zowel rondom Nieuwveense Landen als bij Nijeveen en ten oosten van Oosterboer. Er wordt uitgegaan van 10.000 extra woningen. De zoekgebieden voor woningbouw concentreren zich op de randen van de stad waardoor effecten op het NNN niet worden verwacht. Ten aanzien van stikstof wordt aangenomen dat de emissie van het stopzetten van het agrarisch gebruik in deze zoekgebieden ongeveer overeenkomt met de emissie van de gebruiksfase van de woningbouw (0). Ook voor thema bedrijvigheid wordt vol ingezet op uitbreiding, zowel aan de noordzijde (Noord IV en de zone langs de A32 als de oostzijde bij Rogat en zuidzijde bij de Oevers S. Er is hier geen sprake van kleinschalige bedrijvigheid zoals in alternatief 2 maar van hoogwaardige werkfuncties met o.a. uitbreiding van de havenactiviteiten. De uitbreiding van de bedrijvigheid met grotere milieubelasting zoals de havenactiviteiten leidt tot een toename van stikstofemissies. Overige effecten worden niet verwacht gezien de grote afstand tot NNN. Aangezien het NNN in de omgeving gevoelig is voor stikstof is het effect negatief (-).
De opgave voor energie wordt gehaald door realisatie van wind- en/of zonneparken en wind op dak in het stedelijk gebied. De voor windparken beoogde locaties liggen langs de A32 (tussen spoor- en snelweg) en Noord IV. Voor zonneparken worden de gebieden Rogat en Haakswold aangeduid. Er zijn geen wind- of zonneparken beoogd in het NNN. Externe effecten als gevolg van de windparken worden gezien de afstand niet verwacht. De zoekgebieden voor zonneparken liggen naast NNN maar gezien de barrière van snelwegen A32 en A28 hebben de gebieden naar verwachting geen grote betekenis als uitloopgebied van NNN. In de agrarische sector wordt ingezet op duurzame nieuwe teeltvormen (agrarische bedrijven als grondstoffenleveranciers), de omvorming van grasland naar overige teelten nemen de stikstofgebruiksnormen naar verwachting af (+). De effecten worden beoordeeld als neutraal (0). In algemene zin is het effect neutraal, veroorzaakt door de grote opgave met de daaraan gekoppelde externe effecten waaronder stikstofdepositie. Mogelijke maatregelen en optimalisaties Hoewel de opgave voor de uitwerking van het Natuurnetwerk voornamelijk ligt bij de provincie zijn er wel maatregelen mogelijk die gericht zijn op het beperken van stikstofemissies door lokale bronnen en de verstoring van het NNN.
o Met betrekking tot stikstofdepositie gaat het daarbij bijvoorbeeld om stikstofreductie door middel van de transitie van het landelijk gebied naar een meer natuur inclusieve vorm waarbij de bemesting van de gronden afneemt, het stimuleren van openbaar vervoer om autogebruik en emissies te reduceren en in te zetten op duurzame bedrijvigheid. o Door de groei van de stad neemt de druk op de natuur toe, realisatie van extra natuur buiten het NNN, aansluitend op de kern Meppel of als bufferzone, kan de druk op het NNN verminderen. Ook de aanleg van groenblauwe verbindingen dragen bij aan het robuuster worden van het NNN. o Om effecten van windturbines te kunnen minimaliseren is een goede locatiekeuze van belang waarbij afstand wordt gehouden van natuurgebieden waaronder NNN en te voorkomen dat windturbines in foerageergebieden of vlieg/trekroutes worden geplaatst. Geschikte locaties zijn o.a. nabij snelwegen aangezien de zone rondom snelwegen al enige mate verstoring kent waardoor dit gebied weinig gebruikt wordt door broedvogels. Mogelijke optimalisaties voor windturbines kunnen onderzocht worden zoals een stilstandsregeling en/of hogere windturbines zodat aanvaringsslachtoffers worden beperkt.
76
Beoordeling alternatieven De navolgende tabel geeft een samenvattend overzicht van de beoordeling op basis van de voorgaande effectbeoordeling. Bij het treffen van de voorgestelde maatregelen en optimalisaties pakt de beoordeling positiever uit, dit effect is aangeduid met een lichtere vormopvulling. Tabel 5.2 Effectbeoordelingstabel Natuurnetwerk
Natura 2000‐gebieden De huidige staat van de Natura 2000-gebieden is beoordeeld aan de hand van de instandhoudingsdoelen. In de beoordeling van de effecten van de alternatieven op de referentiesituatie is gekeken naar mogelijke effecten die de instandhoudingsdoelen in gevaar brengen. Hier gaat het om externe effecten als 1) versnippering als gevolg van windmolens, 2) toe/afname van foerageergebied/slaapplaatsen als gevolg van ontwikkelingen in het landelijk gebied zoals plaatsing van windmolens, transitie van landelijk gebied, 3) verstoring door toename van recreatie, 4) toe- afnames van emissies, 5) toe- of afname van verontreinigingen en 6) hydrologische aanpassingen zoals aanpassing van grondwaterpeil. Alternatief 1 Dit alternatief gaat grotendeels uit van intensief inbreiden (2/3) en een klein gedeelte (1/3) uitbreiding. Er wordt geen woningbouw voorzien in de landelijke gebieden zoals Nijeveen waardoor effecten als verstoring e.d. op voorhand kunnen worden uitgesloten. Ook is er geen sprake van afname van foerageer- of rustgebied. In vergelijking met de referentie en het ontbreken van salderingsmogelijkheden binnenstedelijk, leidt de woningbouw tot een toename van verkeersintensiteiten met daarmee samenhangende emissies.
Gezien de korte afstand tot N2000 zijn effecten ten aanzien van stikstof niet uit te sluiten, de effecten zullen echter gering zijn aangezien het hier alleen om verkeersgeneratie gaat. Het effect ten opzichte van de referentiesituatie scoort hierdoor neutraal (0). De groei van bedrijvigheid concentreert zich op bestaande bedrijventerreinen en bij Noord IV. De uitbreidingen vinden niet plaats op korte afstand van het Natura 2000-gebied, ook zijn deze gebieden niet van belang voor kwalificerende soorten. De uitbreiding van bedrijventerreinen en dan met name bedrijven in de hogere milieucategorieën leiden wel tot een toename van stikstofemissie en depositie op Natura 2000. De groei van bedrijvigheid scoort vindt plaats in landelijkgebied dat in gebruik is als grasland. In vergelijking met de referentie (bemest blijvend grasland) is het effect van de uitbreiding van het bedrijventerrein naar verwachting neutraal (0). De benodigde energieopgave wordt gerealiseerd door zon op dak in de stedelijke omgeving en waterkracht. De realisatie van waterkrachtcentrales kunnen een barrière vormen voor en leiden tot sterfte van kwalificerende (trek)vissoorten (--). Sterfte door waterkrachtcentrales van migrerende vis is groot en kan leiden tot significante effecten. Aandacht voor mitigerende maatregelen is noodzakelijk om deze effecten te beperken/voorkomen.
In dit alternatief wordt ingezet op agrarisch natuur- en landschapsbeheer. Het gebied rondom Nijeveen is van belang als slaap/rustplaats en foerageergebied voor kwalificerende soorten. Hier wordt het grondwaterpeil verhoogd. De verhoging van het grondwaterpeil maakt het gebied aantrekkelijker als foerageergebied voor veel kwalificerende soorten als de purperreiger maar minder aantrekkelijk voor kwalificerende graseters zoals de kolgans (0). Alternatief 1 scoort in algemene zin neutraal. Aandachtspunt is de waterkrachtcentrale die leidt tot sterk negatieve effecten of kwalificerende vissoorten. 77
Alternatief 2 Dit alternatief gaat uit een gelijke verdeling inbreiden en uitbreiding. De woningbouwopgave bedraagt 5.000 woningen. In het landelijke gebied Nijeveen wordt woningbouw voorzien rondom Nieuwveense Landen en in nieuwe linten nabij Nieuweveen. Aangezien dit gebied wordt gebruikt als foerageergebied en slaap/rustgebied voor kwalificerende soorten kan de realisatie van woningbouw in dit gebied leiden tot externe negatieve effecten op de Natura 2000-instandhoudingsdoelstellingen voor deze soorten. Ten aanzien van stikstof wordt verwacht dat de huidige emissies ten behoeve van de bemesting van de agrarische gronden hoger (of minstens gelijkwaardig) is aan de emissies van de woningbouw. Het effect is ten opzichte van de referentiesituatie licht negatief vanwege mogelijk areaalverlies aan foerageer/rustgebied van kwalificerende soorten (-). Binnen dit alternatief wordt ingezet op gemengde woon-werkmilieus zowel in bestaande gebieden als in de uitbreidingsgebieden. In Noord IV is een themapark voorzien. De realisatie van een themapark kan leiden tot een forse toename van verkeersgeneratie. Ook is het gebied bij Rogat aangeduid als een woon-werkgebied met kleinschalige bedrijvigheid. De toename van bedrijvigheid en realisatie van het themapark kan leiden tot een toename van stikstofemissies en -depositie.
In de zoekgebieden zijn in de referentiesituatie agrarische gronden aanwezig die mogelijk gebruikt kunnen worden om te salderen. In vergelijking met de referentiesituatie is sprake van een negatief effect (-). De energieopgave wordt in dit alternatief behaald door in te zetten op wind- en zonneparken. De zoekgebieden zijn verspreid gelegen in het buitengebied (o.a. bij Nijeveen en Broekhuizen) en in Natuurnetwerk. Zowel windparken als zonnevelden kunnen een negatief effect hebben op kwalificerende soorten van het Natura 2000-gebied. De windmolens nabij Natura 2000gebied kunnen zorgen voor een barrière tussen slaap/broedplaatsen en foerageergebieden, daarnaast kunnen ze slachtoffers veroorzaken onder vogelsoorten en vleermuizen. Zonneparken zorgen voor een afname van geschikt foerageergebied en of slaap/rustplaatsen in het landelijk gebied. Het effect is negatief (-). In het agrarisch gebied is sprake van functiemenging. In relatie tot de referentiesituatie met meer intensieve landbouw kan de transformatie naar meer extensieve landbouw een positief effect hebben op de Natura 2000-gebieden door bijvoorbeeld afname van bemesting (+). Het effect is daarom als licht negatief beoordeeld (-). Alternatief 2 heeft in algemene zin een negatief effect op Natura 2000.