CConstaterende datMeppel
Koppel je AI →
Document · PDF

NIEUW Rapport De gemeenteraad als bruggenbouwer, toegankelijk, betrokken en bekend - R.A. Plomp

1 - RAADSVERGADERING 25 januari 2024, gemeente MeppelBij agendapunt: Opening17.934 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Dus om antwoord te geven op de eerste deelvraag: de gemeenteraad als orgaan, kan het actief burgerschap stimuleren door als raad actief te luisteren naar inwoners, om vervolgens hetgeen wat zij hoort samen met inwoners te vertalen naar beleid en hierover terugkoppeling te geven naar de inwoners. Uit de participatieladder van Arnstein (1969) blijkt ook dat er verschillende soorten van actief burgerschap de definiëren zijn. Er is dus geen sprake van een one-size-fits-all oplossing voor het bevorderen van de betrokkenheid van burgers bij het politiek proces. Het is dan ook van belang om als gemeenteraad te kijken naar de verschillende soorten van actief burgerschap zoals deze door Arnstein worden omschreven. Een optimale democratisering, vraagt dat alle typen burgers gaan stemmen. Maar dat is natuurlijk utopie. Het is daarom van belang om als gemeenteraad op de meest relevante groepen in te spelen en in een vervolgonderzoek te analyseren bij welke groep(en) de meeste winst te halen valt. Burgers die bijvoorbeeld al met initiatieven komen, zijn al actief, en die wil je natuurlijk zo houden.

6.2 Toegankelijkheid, betrokkenheid en bekendheid van de gemeenteraad De tweede en derde deelvragen luidde als volgt “hoe kan de toegankelijkheid tot de gemeenteraad worden versimpeld?” en “op welke wijze kan de gemeenteraad haar bekendheid vergroten zodat ze beter herkend en begrepen?”. In het theoretisch kader is te lezen dat organisaties niet communiceren om het communiceren, zoals we in het dagelijks leven wel geregeld doen wanneer er een praatje wordt gemaakt met de buren. Het is van belang om als organisatie theory- en evidence-based te werken. En te begrijpen dat je met communicatie iets wilt bereiken en er zo zeker mogelijk van wilt zijn dat de communicatieinspanningen effectief zijn. Het overdragen van kennis, attitudes bevestigen of bijstellen en gedrag bestendigen of veranderen zijn daarbij de vaste uitgangspunten. Daarnaast stelt de literatuur eveneens dat goede raadscommunicatie als middel kan dienen om burgers te informeren over alles wat de raad doet en wat voor burgers interessant zou kunnen zijn. Het correct inzetten van toegankelijke communicatie heeft dus directe impact op de betrokkenheid van burgers.

21

Het gebruik van de juiste methoden, zoals storytelling, miller’s magic number 7 of het gebruik van sociale media zijn van vitaal belang voor het bereiken van goede kennisoverdracht en transparantie vanuit de raad naar de samenleving. Er kan dus geconcludeerd worden dat duidelijke en transparantie communicatie de bekendheid van een gemeenteraad kan verbeteren en ervoor kan zorgen dat er meer begrip kan ontstaan voor datgene wat een gemeenteraad doet. Het zorgen van een goede toegankelijkheid is dus één van de belangrijkste taken van een bestuursorgaan, zo ook van een gemeenteraad.

6.3 Discussie Hoewel de resultaten voor zich spreken, en in het volgend hoofdstuk aanbevelingen worden gedaan, zijn er wel enkele mankementen aan dit onderzoek. Allereerst is gebleken dat de literatuur rondom dit vraagstuk gebaseerd is op een generalistische aanname dat elke gemeenteraad op een uniforme wijze opereert en een gelijkwaardige relatie heeft met haar inwoners. Meppel heeft daarin een eigen style. Haar raadsleden zijn over het algemeen erg geprikkeld om veel dingen mét inwoners te doen en samen met hen problemen aan te pakken. Echter is ook gebleken dat dit vaak wel op georganiseerde wijze moet plaatsvinden. Er wordt dus niet gevaren in de mist. De literatuur verwacht daarentegen ook een gemeenteraad die volledig open staat voor eventuele veranderingen in de werkwijze. Daarnaast zijn er wat tekortkomingen bij de interviews. De verzamelde resultaten over actief burgerschap en over de betrokkenheid van de gemeenteraad zijn gebaseerd op een klein aantal van maar een tweetal interviews met raadsleden, terwijl er drie gepland waren en de gemeenteraad van Meppel over 23 zetels beschikt. Hoewel is getracht om een brede doorsnede van de gemeenteraad in een zo kort mogelijke tijd te interviewen, was het voor de volledigheid beter geweest om alle raadsleden te horen.

Echter door dat dit onderzoek in een relatief beperkte tijdsbeschikbaarheid en naast de normale voltijds werkzaamheden op een griffie is uitgevoerd, was hier niet genoeg tijd. Afsluitend zijn ook de inwoners van Meppel niet bevraagd. Het is dus niet duidelijk wat het ressentiment van de Meppelers ten opzichte van hun gemeenteraad daadwerkelijk is. De beschreven verhoudingen tussen inwoners en gemeenteraad zijn gebaseerd op de generalisatie van de literatuur over heel Nederland in samensmelting met de dalende opkomstcijfers bij gemeenteraadsverkiezingen in Meppel. In eventueel vervolgonderzoek zou dit nauwkeuriger moeten worden onderzocht.

22

7. Aanbevelingen In dit laatste hoofdstuk wordt er via de deelvragen antwoord gegeven op de hoofdvraag van het onderzoek en per deelvraag een advies vormgegeven.

7.1 Hoe kan betrokkenheid van de gemeenteraad worden gestimuleerd, zodat dit leidt tot actiever burgerschap? Elke gemeenteraad wenst goede betrokkenheid van haar inwoners. Zij is immers het vertegenwoordigend orgaan van de inwoners en ontleend haar legitimiteit hieruit. Het is dan ook zaak dat de gemeenteraad deze betrokkenheid stimuleert omdat dit leidt tot actiever burgerschap. Voor de gemeenteraad van Meppel is het advies dan ook als volgt: 1. Betrek burgers vooraf actief bij het maken van beleid Het betrekken van burgers gebeurt nu vooral alleen wanneer zij zelf met een voorstel komen (c.q. burgerinitiatief), door in te spreken tijdens vergaderingen of door middel van bijeenkomsten in wijken wanneer er een lokale verandering komt. Dit zijn echter allemaal situaties waar de gemeenteraad zich afwachtend opstelt en verwacht dat burgers het initiatief nemen. Draai dit om, ga als raad de boer op en ga vooraf laagdrempelig in gesprek met inwoners en vertaal hun problemen en zorgen naar beleid. 2. Kijk naar betere ondersteuning voor burgerinitiatieven Gelet op het gene wat is gezegd in punt 1, is het zaak om als gemeenteraad ook te kijken naar betere ondersteuning van burgerinitiatieven. Stel bijvoorbeeld samen met de initiatiefnemer een werkgroep op waarin initiatiefnemer, raadsleden en medewerkers van de gemeente hun expertises bundelen om tot een mooi eindresultaat te komen.

3. Zet in op het vormen van een jongerenraad Politieke participatie begint al op jonge leeftijd. Gebleken is dat initiatieven als de jongerengemeenteraad erg goed zijn ontvangen in Meppel. Het is daarom ook zaak dat de gemeenteraad de politieke participatie van jongeren faciliteert door in te zetten op het vormen van een jongerenraad voor jongeren tussen de leeftijd van 15 en 20 jaar. Deze raad voorziet de gemeenteraad en het college van (on)gevraagd advies en bepaalt haar eigen agenda. Voorbeeld kan hier worden genomen van de gemeenten Zwolle en/of Staphorst, waar zo’n jongerenraad al bestaat. Aanvullend kan ook worden gekeken naar het instellen van een kinderburgermeester voor kinderen onder de 12 jaar, ook hier zijn tal van voorbeelden te vinden in andere gemeenten.

23

7.2 Hoe kan de toegankelijkheid tot de gemeenteraad worden versimpeld? Niet alle burgers zitten te wachten op actieve participatie in het politiek proces. Zij zijn wellicht wat meer afwachtend of vinden dat de raadsleden, als hun vertegenwoordigers, dit moeten oppakken. Ook daarin kan de gemeenteraad zich verbeteren. Uit de literatuur is gebleken dat er een brede behoefte is aan ‘gehoord worden’ onder de bevolking. En uit interviews met raadsleden is gebleken dat zij graag de inwoners willen horen. Echter is de drempel om als inwoner ‘van je te laten horen’ vaak te hoog omdat dit via bijvoorbeeld het inspreekrecht moet gebeuren, of te ver weg om dat men niet iemand kent die zitting neemt in de gemeenteraad. En juist voor die mensen, die geen of slechte toegang tot de macht ervaren, moet de gemeenteraad er ook zijn. Het advies luidt ook als volgt: 1. Stel een raadsspreekuur in Vele gemeenten maken gebruik van een raadsspreekuur waar inwoners met vrije inloop, laagdrempelig, in gesprek kunnen gaan met de raadsleden over dingen die hun aan het hart gaan. Door zo’n inloopspreekuur te realiseren, en dit goed te communiceren richting de inwoners, kan de gemeenteraad een luisterend oor bieden aan zij die dit nodig hebben. De ene gemeente geeft dit gestructureerd vorm (bijvoorbeeld Steenwijkerland), terwijl andere de opzet juist totaal vrijlaten (zoals Nijkerk).

Het advies aan de gemeenteraad van Meppel zou zijn om te onderzoeken of ook in Meppel een raadsspreekuur kan plaatsvinden, en zo ja in welke vorm.

7.3 Op welke wijze kan de gemeenteraad haar bekendheid vergroten zodat ze beter herkend en begrepen? Naast het ondersteunen van actief burgerschap en het verbeteren van de toegankelijkheid, is het ook zaak dat mensen weten wát een gemeenteraad doet in haar formele processen. De volgende adviezen rondom dit thema zijn van toepassing voor de gemeenteraad van Meppel: 1. Ontwerp een raadscommunicatieplan Voordat je als gemeenteraad weet wat je wilt communiceren, is het zaak om te weten hoe je wilt communiceren. Ontwerp daarom als gemeenteraad een raadscommunicatieplan en werkt daarin samen met de afdeling communicatie vanuit de ambtelijke organisatie. Maak daarbij gebruik van de juiste methoden, zoals storytelling, miller’s magic number 7 of gebruik sociale media. Verstuur proactief informatie voorafgaand en na een raads-/commissievergadering of ronde en doe dit zonder partijkleur. Zet ook in op het verzenden van informatie via andere bronnen dan alleen de publicatie in de Meppeler Courant. Maak daarin afspraken met lokale TVen radiozenders en zet in op sociale media. Welke keuze hier ook in gemaakt wordt: het is van belang om een goede afweging te maken in welk middel wordt ingezet voor welke doelgroep.

24

Literatuurlijst Arnstein, S.R. (1969). A ladder of citizen participation. Journal of the American Institute of Planners, 35(4), 216–224. https://doi.org/10.1080/01944366908977225

Bovens, M. A. P., Hart, P., Twist, M. J. W., Berg, C. F., Steen, M., & Tummers, L. G. (2017). Openbaar bestuur: beleid, organisatie en politiek. Centraal Bureau voor de Statistiek. (8 mei, 2023). Minste vertrouwen in Tweede Kamer in 10 jaar tijd. Centraal Bureau voor de Statistiek. https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2023/19/minste-vertrouwen-intweede-kamer-in-10-jaar-tijd; Dols, M. (2018). (G)een schot hagel?: Een onderzoek naar doelgerichte en structurele raadscommunicatie in middelgrote gemeenten. Tilburg University. Geraadpleegd op 17 oktober 2023, van https://arno.uvt.nl/show.cgi?fid=146401

Gemeente Zeist. (2023). Gemeente Zeist - Uw inbreng bij de gemeenteraad. www.gemeentezeist.nl. Geraadpleegd op 27 november 2023, van https://www.zeist.nl/gemeente-bestuur-enorganisatie/gemeenteraad/uw-inbreng-bij-de-gemeenteraad Inspreken bij raadsvergadering is mosterd na de maaltijd. (7 juli, 2021). Nederlandse Vereniging voor Raadsleden. https://www.raadsleden.nl/actueel/nieuws/inspreken-bij-raadsvergadering-is-mosterd-na-demaaltijd-0 Kiesraad - verkiezingsuitslagen. (z.d.). https://verkiezingsuitslagen.nl/verkiezingen/detail/GR20220316/731344 Miller, G. A. (1956b). The magical number seven, plus or minus two: some limits on our capacity for processing information. Psychological Review, 63(2), 81–97. https://doi.org/10.1037/h0043158 Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. (28 oktober, 2022). Uitdaging komende politieke jaar: houd kritische burgers aangehaakt. Nieuwsbericht | Sociaal en Cultureel Planbureau. https://www.scp.nl/actueel/nieuws/2022/09/01/uitdaging-komende-politieke-jaar-houd-kritische-burgersaangehaakt;

Nijkerk. (18 augustus, 2023). Luisteren, meepraten & inspreken. Nijkerk. https://www.nijkerk.eu/luisteren-meepraten-inspreken Pariser, E. (2011). The filter bubble: What the internet is hiding from you. https://dl.acm.org/citation.cfm?id=2029079 Pbl. (18 april, 2023). Betrokken burgers. PBL Planbureau voor de Leefomgeving. https://www.pbl.nl/publicaties/betrokken-burgers Pol, L. R., & Swankhuisen, C. (2020). Overheidscommunicatie: een gedragswetenschappelijke aanpak.

Pröpper, I. M. A. M. (2009). De aanpak van interactief beleid: elke situatie is anders. Raad voor het Openbaar Bestuur. (10 november, 2022). Gezag herwinnen. Over de gezagswaardigheid van het openbaar bestuur. Rapport | Raad voor het Openbaar Bestuur. Geraadpleegd op 13 september 2023, van https://www.raadopenbaarbestuur.nl/documenten/publicaties/2022/11/10/gezag-herwinnen.-over-degezagswaardigheid-van-het-openbaar-bestuur

25

Uw invloed. (z.d.). Gemeente Steenwijkerland. https://www.steenwijkerland.nl/Bestuur/Gemeenteraad/Meer_informatie/Volg_de_raad_Uw_invloed Van Den Bos, K. (2011). Vertrouwen in de overheid: wanneer hebben burgers het, wanneer hebben ze het niet, en wanneer weten ze niet of de overheid te vertrouwen is?: een essay over de sociaal-psychologische werking van vertrouwen en de mens als informatievergarend individu. Van Ostaaijen, J. (2016). Hard naar het college, zacht naar de samenleving: op zoek naar een nieuwe verbindende rol van de gemeenteraad. Van Ostaaijen, J., Epskamp, M., & Dols, M. (2016). Verbetering op komst: Een verkenning naar een effectieve gemeentelijke inzet van communicatiemiddelen voor de opkomst bij lokale verkiezingen. Tilburg University. Vis, C. R., Haan, J., Van Vloten, E., & Van Diepen, I. (2010). De raad en burgerparticipatie: ieder in zijn rol en in zijn kracht. Wie is wie Meppel - iBabs RIS. (z.d.). https://meppel.bestuurlijkeinformatie.nl/People; Winninghoff, M. (2018). Afhakers lokale democratie: Een kwalitatief verkennend onderzoek.

26

Bijlagen I. Interviewvragen incl. antwoorden: R1. Communicatieadviseur gemeente Meppel – Specialisatie: Online communicatie & digitale toegankelijkheid: 1. Wat zijn de belangrijkste doelstellingen vanuit de organisatie voor communicatie richting de inwoners? “De belangrijkste doelstellingen zijn voornamelijk gericht op dienstverlening en op informeren. Bijvoorbeeld de gemeentelijke pagina in het huis-aan-huis blad en uiteraard de gemeentelijke website. De laatstgenoemde is echter vooral gericht op dienstverlening, wat minder op informeren. Mensen zullen niet snel naar de gemeentewebsite gaan om het laatste nieuws te lezen.” 2. Hoe vaak en op wat voor manier worden inwoners op de hoogte gebracht van veranderingen in beleid of nieuwe initiatieven? Worden er regelmatig updates verstrekt over lopende projecten of plannen? “Nouja, de wekelijkse pagina is natuurlijk iedere week en verder is het afhankelijk van wat we te zenden hebben, maar we proberen ook meerdere keren per week op de socials aanwezig te zijn met informatie. Denk hierbij aan Facebook, Instagram, X (voormalige twitter) en daarnaast LinkedIn, maar dat wordt vooral gebruikt om nieuw personeel te werven. En naast algemene informatie ook project specifieke informatie. Bij de project specifieke informatie wordt echter wel vooral gecommuniceerd met de direct belanghebbende, dus bijvoorbeeld bewoners in het gebied Noord-IV.

Er wordt dan gekozen om niet alle inwoners te informeren doormiddel van een algemeen bericht op bijvoorbeeld Facebook, maar om direct met de mensen in dat gebied in gesprek te gaan. Bij de afweging of en op welke manier gecommuniceerd wordt er ook rekening gehouden met wat voor reacties er op het bericht zouden kunnen komen. Er zijn gewoon onderwerpen die controversieel zijn of waarvan je weet ‘hier vindt iedereen iets van’ en dan komt er een hoos van mensen die hun mening gaan spuwen. Het gaat er hier dan vooral om de reactie van mensen een beetje te temperen.” 3. Uit de literatuur is gebleken dat de communicatie vanuit de gemeenteraad achterloopt op die van het college. Merkt u dat er een verschil is tussen college en gemeenteraad waar het gaat om de relatie met inwoners? Waar blijkt dit uit? “Ja dat merk ik ook. Omdat het college letterlijk naar voren geschoven wordt bij bijvoorbeeld een opening, het verstrekken van een lintje. Dit zijn dingen die zichtbaar zijn en waar je in de communicatie iets mee kan doen en mee kan laten zien. De raad is denk ik minder zichtbaar omdat je binnen de raad heel snel in partijpolitieke sferen komt. De slag maken tussen gemeenteraadscommunicatie 'in het algemeen’ en ‘partijstandpunten’ is erg lastig denk ik. Het college is dan meer neutraal. Dan zie je niet zo zeer vanuit welke achtergrond een wethouder ergens staat.

Al moet ik wel zeggen dat wanneer het college een persbericht eruit stuurt over bijvoorbeeld de bekendmaking van de bouw van een nieuwe school, terwijl dit nog naar de raad moet, dan moet wel nog goed gecommuniceerd worden dat de raad daar nog een zegje over heeft en dat het college een besluit heeft genomen maar dit wel als collegevoorstel eerst nog langs de raad moet.”

27

4. Hoe wordt er vanuit de organisatie gezorgd voor een goede verhouding tussen organisatie en inwoners? “Dat vind ik een lastige vraag. Ik herken wel is dingen dat mensen enige wantrouwen hebben, dat zit hem vooral in dat de gemeente soms niet haar afspraken nakomt richting de inwoners, of dat dit in ieder geval door de inwoners als zodanig wordt ervaren. Als communicatie focussen we daar ons eigenlijk niet echt op, wij focussen ons meer op zaken als de Wet Open Overheid (Woo) waar wij, wanneer er informatie moet worden vrijgegeven, dit naar buiten toe communiceren. Daarnaast zit het, vooral vanuit het programma dienstverlening bij ons vooral de focus op het op een juiste manier goede informatie leveren aan de inwoners over de koers van het college. Maar als je kijkt naar de plichten die de gemeente heeft rondom bijvoorbeeld de Woo, dan kan je gaan voor een 6 (het minimale wat de wet voorschrijft doen) of een 10 (maximale transparantie en informatievoorziening), wat dat betreft is onze organisatie daar niet heel ambitieus in. Er wordt liever gekozen voor alleen het gene wat moet.” a. Is het een bewuste keuze van de organisatie om niet meer dan noodzakelijk te communiceren? “Je moet het zo zien: de communicatieadviseur maakt met de bestuurder en bijvoorbeeld een projectleider een afweging over wat het doel is van hun communicatie.

Daar wordt dan vervolgens een beslissing over genomen. Als er dan vragen binnen komen van inwoners beantwoorden we die vragen wel, maar het doel is dat mensen wel toegang hebben tot de informatie maar niet om proactief informatie naar buiten te brengen via andere kanalen.” b. Waarom wordt ervoor gekozen om niet informatie proactief naar buiten te brengen? “Wat wij merken is dat sommige kanalen niet geschikt zijn om informatie naar buiten te brengen. Wij zien bijvoorbeeld bij facebook dat zaken rondom dienstverlening heel goed werken, leuke dingen een opening, het planten van bomen etc. maar dat bij minder leuke dingen we vaak een enorme lading bagger over ons heen krijgen. Dan kiezen we ervoor om dat maar te laten. Maar ik denk dat we alsnog wel de groep bereiken die we moeten bereiken.” 5. Hoe reageert de gemeente op klachten of opmerkingen van inwoners over de communicatie van de overheid? “Nou wij hebben een webcare team, zij proberen zo veel mogelijk op klachten of opmerkingen van inwoners te reageren. Ik denk wel dat wij als organisatie een stuk proactiever kunnen reageren, soms worden opmerkingen namelijk ook genegeerd terwijl daar wel iets mee gedaan zou kunnen worden. Ook hoor ik van andere collega’s dat we het als organisatie nog wel is op klachten laten aankomen terwijl dat helemaal niet nodig was geweest.

Als er bijvoorbeeld gewoon even contact met die persoon was opgenomen, met een simpel belletje, dan had een klacht kunnen worden voorkomen.” 6. Merkt u dat de klachten en/of opmerkingen van inwoners vooral voortkomen uit gevoelens en ressentimenten of komen deze vooral voort uit expertise/ervaringen van inwoners? “Het is vaak een combinatie van die twee. Je ziet ook nog wel is dat mensen zich op een bepaalde manier uiten omdat ze elders een vervelend is behandeld, ergens geen antwoord op heeft gehad of dat een probleem in de leefomgeving nog niet is opgelost. Daarom is het denk ik wel goed dat deze opmerkingen gemonitord worden zodat bijvoorbeeld een wijkregisseur erop kan worden gezet om te kijken wat er in dat gebied gefikst kan worden.”

28

7. Hoe worden verschillende communicatiekanalen, zoals sociale media, nieuwsbrieven, en gemeentelijke websites, ingezet om inwoners te bereiken? “We hebben een richtlijn social media. Hierin is omschreven hoe wat op welk kanaal verspreid moet worden. Er worden dan voor bijvoorbeeld voor facebook dingen herschreven en anders geplaatst dan dat ze in bijvoorbeeld de krant of op instagram komen te staan.” 8. Op wat voor manier kan er volgens u worden ingezet op goede communicatie richting specifieke doelgroepen? Zoals bijvoorbeeld jongeren, ouderen, uitkeringsgerechtigden ezf. “Eigenlijk wel een beetje zoals we nu, daarmee doorgaan. Ik denk wel een stuk meer wijkgerichter, waardoor het dichterbij komt voor de inwoners, misschien zelfs wel wat persoonlijker. Wat we op dit moment niet hebben, en wat volgens mij wel een goede aanvulling zou zijn is de mogelijkheid om te kunnen abonneren op een nieuwsbrief van de gemeente. Bij dit abonnement zou dan ook de keuze kunnen worden gemaakt om alleen bepaalde informatie te kunnen krijgen, dat iemand kan kiezen: ik wil bijvoorbeeld alleen informatie over de raad, of over het sociaal domein, of over bekendmakingen etc. Dan kan je gerichter informatie verstrekken aan inwoners i.p.v. één golf met allerlei informatie in bulk eruit sturen.

Andersom kan de inwoner dan ook laten zien waar zij behoefte aan hebben, daar kan de gemeente dan vervolgens weer op inspelen. Een mooie communicatie term luid daarmee dan ook ‘dan schiet je niet met hagel’. Iedere wijk heeft ook een wijkkrantje of een dorpskrantje, als je daar als organisatie, of inderdaad ook als raad gebruik van maakt om in dat krantje specifieke informatie voor dat gebied te plaatsen, dan kom je volgens mij een heel eind met het benaderen van inwoners. Als raad zou je in zo’n wijkkrantje bijvoorbeeld kunnen zeggen op X datum komen we bij u langs of op Y datum wordt er iets over uw gebied behandeld in de raad. Dat maakt het toegankelijker en tastbaarder voor de mensen in dat gebied, want die wijkkrantjes worden over het algemeen erg goed gelezen.”. 9. Wat zijn de uitdagingen waarmee de gemeente wordt geconfronteerd bij het communiceren met inwoners en hoe worden deze aangepakt? “Ik vind wel dat we rekening moeten houden met het feit dat we eenvoudig communiceren. We proberen het wel, maar het lukt nog steeds onvoldoende. We zijn nog steeds wel wollig. We moeten ons inzetten op eenvoudige brieven, gewoon zeggen waar het op staat en ook de informatie op verschillende manieren aanbieden. Dat kan zijn een brief voor wie dat gewoon prettig vindt en dat goed kan lezen, maar ook een infographic voor wie minder goed leest of een kort filmpje voor jongeren.

Er is geen one-size-fits-all benadering, maar de rode draad overal is wél: houdt het eenvoudig.” 10. Wat zijn de plannen om de communicatie met inwoners verder te verbeteren in de toekomst? “Nou we hebben al wel een schrijfwijzer ‘eenvoudig schrijven’, maar die wordt onvoldoende gebruikt. Sociale zaken is daar nog het actiefst mee bezig. Het eenvoudig schrijven komt ook terug in de nieuwe visie op dienstverlening.” 11. Zijn er specifieke plannen hoe om te gaan met digitale (laag)geletterdheid van inwoners, zodat ze beter toegang hebben tot gemeentelijke informatie? “Ja, dat zit daarin. Ondersteuning, het aanbieden van alternatieven, mensen daar mee helpen. De plannen zijn ervoor, waren er ook al voor, maar het verwaterd een beetje, het moet blijvend worden herhaald en actueler worden gemaakt.”

29

R2. Senior communicatieadviseur/woordvoerder burgemeester en een wethouder: 1. Wat zijn de belangrijkste doelstellingen vanuit de organisatie voor communicatie richting de inwoners? “Ja kijk, dat ligt er een beetje aan. We doen aan communicatie om mensen te informeren en om aan bepaalde dienstverlening te voldoen. Je moet die dienstverlening zo goed mogelijk regelen dat mensen daar zo weinig mogelijk hinder van hebben, daar heb je communicatie voornodig. Maar je hebt ook communicatie nodig binnen de gemeente om veranderingen, ontwikkelingen, besluiten van het college (van B&W) en de gemeenteraad zo goed mogelijk voor het voetlicht te brengen. En je hebt ook nog communicatie die politici willen inzetten voor gedragsbeïnvloeding. Dat is iets wat je vooral bij de recente verkiezingen goed zag. Maar ik, als communicatieadviseur heb de opdracht om zo goed mogelijk de communicatie van het college te verzorgen. Als je aan mij vraagt ‘wat is de belangrijkste taak’ dan is dat a) dienstverlening en die wordt erg onderschat door ons in dit huis, maar ook b) zo goed mogelijk uitleggen waarom bepaalde besluiten genomen worden. Het is dus dienstverlening en informeren.” 2.

Hoe vaak en op wat voor manier worden inwoners op de hoogte gebracht van veranderingen in beleid of nieuwe initiatieven? Worden er regelmatig updates verstrekt over lopende projecten of plannen? “Ja, daarom hebben we vier of vijf communicatieadviseurs rondlopen, want dat is in elke casus anders. Als er bijvoorbeeld voor iemand zijn deur een verandering plaatsvindt, er wordt bijvoorbeeld een lantarenpaal bij iemand in de straat vervangen, dan denk ik dat die persoon daar een briefje over wil hebben. Dan doen we ‘heel dichtbij’ mensen informeren, door middel van een brief of flyer in de bus. Maar als wij het gaan hebben over de omgevingsvisie van de gemeente Meppel, het andere uiterste, dan kan iedereen daarover meedenken. Dan zullen we algemenere kanalen inzetten, zoals de gemeentewebsite, Facebook, etc. Dan gaan we, zoals dat in jargon heet ‘met hagel schieten’. Maar als we weten wie de doelgroep is dan gaan we ‘met scherp schieten’. De regelmaat ligt aan een aantal factoren: wat de doelgroep is, wat we van die mensen vragen, etc. Als we dus die lantarenpaal gaan vervangen dan is dat misschien twee keer, maar als het om een groter project gaat dan kan dat ook wel veel vaker zijn. Voorbeeldje omgevingsvisie: daar hebben we mensen naar ons toe getrokken met kennis van de samenleving met de vraag ‘wij willen meer van u weten’.

Er is dus geen bottom-line of rode draad, er wordt meestal een stakeholders-analyse gemaakt waarmee per casus wordt geanalyseerd op wat voor manier en met wie er gecommuniceerd gaat worden.”

30

3. Uit de literatuur is gebleken dat de communicatie vanuit de gemeenteraad achterloopt op die van het college. Merkt u dat er een verschil is tussen college en gemeenteraad waar het gaat om de relatie met inwoners? Waar blijkt dit uit? “Ja zeker, het is soms zelfs ook heel storend. Dat heeft met een aantal dingen te maken. Ik denk dat de raad zichzelf niet belangrijk genoeg vindt en ook denkt dat de fracties heel veel dingen individueel wel kunnen. Maar de gemeenteraad is het hoogste orgaan! Dus ze kunnen elkaar ook ondersteunen. Wat wij in onze rol namelijk doen is alleen maar collegebesluiten uitleggen. Maar soms kan het heel handig zijn dat de raad zelf, actief, de boer op gaat om te zeggen ‘Hé, we gaan binnenkort praten over de begroting’ of ‘Wilt u invloed uitoefenen op onze besluitvorming laat u dan horen, op datum X houden wij een commissie, op datum Y houden wij een informatieavond etc.’. Dat is eerlijker naar het college, want vaak is het zo dat het college de boeman krijgt toegespeeld op het moment dat de raad van mening is dat er geen of niet voldoende participatie heeft plaatsgevonden. Terwijl ik denk: u bent de raad, u heeft zelf griffie om dingen voor u te regelen en als die te weinig capaciteit hebben dan heeft u zelf de instrumenten om die capaciteiten te vergroten.

Je kan als raad zeggen dat als je vindt dat over en bepaald voorstel goed gecommuniceerd moet worden, dan houdt u het voorstel toch aan? Dan doet u het zelf. Een raad die zelf stevig communiceert, op de manier waarmee ze dan ook iets willen bereiken, kan de besluitvorming echt positief beïnvloeden. Wat betreft de relatie met inwoners ligt het eraan wie je het vraagt. Er zijn veel inwoners die in deze gemeente wonen en weinig tot niks merken van collegebeleid tot het moment dat het om iets ‘in hun achtertuin’ gaat. Maar met de gemiddelde inwoner kun je denk ik niet spreken over ‘een relatie’. Dat denken wij in dit huis wel vaak, maar dat is gewoon niet zo.” 4. Hoe wordt er vanuit de organisatie gezorgd voor een goede verhouding tussen organisatie en inwoners? “Nou kijk het is aan ons om zo transparant en duidelijk en zo laagdrempelig mogelijk te communiceren met en voor het college. Dat betekend dat informatie beschikbaar moet zijn, juiste taalgebruik en dat wanneer mensen vragen hebben ze een makkelijke toegang hebben tot iemand die ze de antwoorden kan geven. En vooral zo transparant mogelijk.” a. Hoe zou die transparantie vormgegeven kunnen worden volgens u? “Nouja, alles wat wij doen is ‘openbaar, tenzij...’, zo luidt de wet. Op dit moment geven wij als raad en college dat vorm door te zeggen ‘als mensen ons iets vragen, dan geven wij.’.

Maar waarom draaien we dat niet om? Waarom zeggen we niet: ‘hier is alles wat openbaar is’, dan ben je in een klap klaar. Er zijn gemeenten die dat op die manier doen. Ik denk dat als we nu eerst eens ons best doen als gemeente Meppel om, wanneer we mensen raken in hun directe leefomgeving, hun persoonlijk te benaderen, dat je al een enorm gat gedicht hebt, want dat doen we in Meppel ook niet altijd.” b. Krijg je dan niet, als je zo’n enorme informatiestroom openbaar zet, dat mensen door de bomen het bos niet meer zien? “Nee maar ik zeg ook niet dat het op de homepagina van de website moet. Er zijn nu een aantal fanatici die ons beschuldigen van achterkamertjespolitiek en zeggen dat we dingen achter houden. Dus als je nu zegt ‘hier heb je alles’ dan ben je veel transparanter.”

31

5. Hoe reageert de gemeente op klachten of opmerkingen van inwoners over de communicatie van de overheid? “Tsja, wat is ‘veel’. Ja, ik denk dat mensen daar wel wat te wensen hebben.” 6. Merkt u dat de klachten en/of opmerkingen van inwoners vooral voortkomen uit gevoelens en ressentimenten of komen deze vooral voort uit expertise/ervaringen van inwoners? “Het is soms inderdaad frustratie, er is een weg afgesloten en daar wist iemand niks van. Ja dan zeg je ‘ik weet niet hoe dat kan, daar zit een projectleider op’. En vaak gaat het om een noodreparatie, die binnen een dag is uitgevoerd. Nou dan kan je best een dag van tevoren een briefje in de bus doen met daarin informatie over wat er gaat gebeuren en hoelang dat gaat duren. Ik denk dat als we dat soort kleine dingetjes al consequent zouden doen, dat vertrouwen geeft en minder ophef oplevert wanneer er een keer een groot project aankomt. Dan weten mensen ‘oke als de gemeente iets gaat doen, dan kan ik ervan op aan dat ik een brief of een mailtje met informatie krijg.’. Het gaat om betrouwbaar zijn.”. 7. Hoe worden verschillende communicatiekanalen, zoals sociale media, nieuwsbrieven, en gemeentelijke websites, ingezet om inwoners te bereiken? “Die afweging wordt gemaakt in samenspraak met de inhoudelijke ambtenaren, 99 van de 100 keer wordt datgene wat door hen word geadviseerd ook daadwerkelijk gedaan.

Maar binnen het team communicatie zijn wij allemaal adviseurs, dus er mag natuurlijk worden afgeweken van ons advies.” 8. Op wat voor manier kan er volgens u worden ingezet op goede communicatie richting specifieke doelgroepen? Zoals bijvoorbeeld jongeren, ouderen, uitkeringsgerechtigden ezf. “Ja, in de ideale situatie wel. Maar daar is heel vaak de capaciteit, tijd en geld niet voor. Maar voor de gemiddelde inwoner kun je op elk niveau wel iets regelen dat ze het weten, of hebben kunnen weten. Maar als je écht tijd en moeite doet om inwoners te bereiken, dan willen heel veel mensen het wel horen.” 9. Wat zijn de plannen om de communicatie met inwoners verder te verbeteren in de toekomst? “Elke dag zijn we daar mee bezig.” a. Is er ook een plan met een bepaald informatieniveau waarnaar gestreefd wordt, we hebben bijvoorbeeld nu een zes op een schaal van tien en we willen naar negen? “Nee dat is er op dit moment niet. Er is wel een nieuw dienstverleningsvisie vastgesteld, daar staat wel in ieder geval in waar we naartoe willen en hoe we dat willen bereiken. Maar op dit moment ligt er wel een nieuw document voor participatiebeleid voor in de gemeenteraad. Daar staat wel in waar we naartoe willen, in ieder geval rondom participatie.” b. Waarom wordt er niet voor gekozen voor die negen en om zo transparant mogelijk te zijn? “Dat heeft met cultuur te maken.

Er is een heersende cultuur in gemeenteland die zegt: ‘joh wij nemen dit besluit, dit mogen wij gewoon doen, dat staat in het coalitieakkoord en dat is goed voor X. En als mensen vragen hebben dan bellen ze wel.’.” c. Maar dat bellen gebeurt dus niet, mensen komen over het algemeen pas ergens achter wanneer het te laat is. Dat wakkert toch juist alleen maar negatieve ressentimenten aan? “Ja, dus wat wij als communicatie doen, maar dat begint bij de projectleider, zeggen dat er eigenlijk een norm zou moeten zijn die veel meer naar de sociale kant kijkt. Maar wij willen heel veel in Meppel, met relatief weinig geld, relatief weinig ambtenaren.” 10. Wat zijn de uitdagingen waarmee de gemeente wordt geconfronteerd bij het communiceren met inwoners en hoe worden deze aangepakt? 32

“Wij zetten in formatie heel erg in op projectleiders, op bestuursadviseurs, maar dat zijn niet de mensen die in gesprek gaan met inwoners over het verleggen van de straat. Als je inzet op dat gesprek, het liefst proactief en warm en persoonlijk, dan heb je ook een ander type ambtenarij nodig. Dan zou je een projectleider moeten hebben waar misschien wel één of twee omgevingsmanagers onder zitten die gewoon bij de mensen aanbelt en wanneer ze niet opendoen gewoon een briefje in de bus doen. Ik zou echt op straatniveau, niet eens op wijkniveau, met mensen in gesprek gaan. Anders kom je daar niet.” 11. Zijn er specifieke plannen hoe om te gaan met digitale (laag)geletterdheid van inwoners, zodat ze beter toegang hebben tot gemeentelijke informatie? “Geen plannen maar we bieden wel alternatieven aan. De samenleving digitaliseert in grote mate, dat blijkt ook uit onderzoek, dus de grondhouding rondom het vertrekken van informatie moet zijn: digitaal.” a. In het kader van goede, proactieve, toegang tot informatie, is daar een publicatie bij een huisaan-huis blad dus niet geschikt voor? “Nou een huis-aan-huis blad is niet proactief. Je gaat ervan uit dat iemand een krantje krijgt, maar de raad heeft besloten dat mensen, als ze dat krantje willen, een ‘JA-JA’ sticker op de bus moeten hebben, mensen die dat niet hebben krijgen dat krantje dus niet en ontvangen dus niet die informatie.

Anders dan de besluiten in een krant te plaatsen die mensen niet krijgen, biedt de rijksoverheid een prachtig middel aan voor mensen om zich te abonneren en voor allerlei besluiten in een straal van een X aantal kilometer rond hun adres geïnformeerd te worden door middel van een dagelijkse mail. Maar dat moeten mensen dan wel één keer even zelf aanvragen.” b. Zou dat ook iets voor Meppel zelf zijn, om daar iets mee te doen? Bijvoorbeeld een eigen nieuwsbrief? “Nee, want dan heb je dus twee dingen. Dan heb je iets van de Rijksoverheid wat heel goed werkt, en dan gaan we daarnaast nog zelf wat anders doen. Dat lijkt me onhandig. Wat je wel zou kunnen doen is een tool ontwikkelen die informatie over de gemeenteraad geeft, dat zou een hele mooie tool zijn voor de raad. Bijvoorbeeld elke twee weken, voorafgaand aan de raadscyclus van die maand: de agenda, verwijzing naar de stukken, waar kun je inspreken. Ik denk dat daar wel behoefte aan is. 12. Is er nog iets anders wat u wilt meegeven? “Wat ik in het begin al zei, ik denk dat het belangrijk is dat er informatie komt vanuit de gehele raad, niet iedere fractie voor zich, dat is vaak voor eigen gewin. Maar gewoon duidelijk: we gaan het hier over hebben, vooral bij grote belangrijke onderwerpen. Ik denk dat zoiets de democratie ten goede zou komen, om daar steviger in te zetten als collectief.”

33

R3. Gemeenteraadslid van de ChristenUnie: 1. Wat is volgens u de rol van de gemeenteraad t.o.v. de inwoners? “Voor mijzelf, is mijn rol als gemeenteraadslid hetgeen dat ik in de samenleving hoor, te verwoorden zodat het in beleid vervat wordt. Zodat het uitgevoerd kan worden. Dus de inwoners van Meppel staan centraal in wat ik doe in de gemeenteraad. Het gaat dan echt om de volksvertegenwoordigende rol van de gemeenteraad als orgaan.” a. Wat is volgens u dan de oorzaak dat er toch een dalende opkomst is bij gemeenteraadsverkiezingen in Meppel? “Nou, ik denk dat het te maken heeft met de veranderingen in de maatschappij, deze is veel individualistischer geworden. Iedereen wil precies op zijn of haar wenken bediend worden. Terwijl dat je juist aan inwoners moet meedelen dat iemand er zus over denkt en iemand anders zo en dat wij als gemeenteraad daar het gulle midden in moeten vinden. We kunnen het niet iedereen honderd procent naar de zin maken, maar we kunnen wel luisteren naar wat de mensen willen en daarin een beslissing maken wat het goede voor Meppel is, voor álle inwoners. Daarnaast krijg je natuurlijk in Meppel ook te maken met landelijk beleid wat hier en daar behoorlijke steken heeft laten vallen.” 2.

Wat is de meest gebruikte manier waarop u als volksvertegenwoordiger contact onderhoud met inwoners? “Poe, ja het kan zelfs al zijn dat ik van huis ga om boodschappen te halen en dat ik dan twee uur later thuiskom. Dan word ik gedurende mijn boodschappenrondje zo vaak aangesproken door inwoners, daar haal ik dan informatie uit op. Dat is echt plukken van de straat.” 3. Wat is uw benadering als het gaat om het luisteren naar de zorgen en behoeften van uw kiezers? “Met de kiezers van mijn partij, onze eigen achterban, hebben wij een denktank en werkgroepen waarin we regelmatig onderwerpen bespreken. Dat gaat echt over van alles.” 4. Heeft u ook contact met inwoners buiten uw eigen achterban? “Laatst hadden we in Meppel een vrijwilligersgala, met allerlei vrijwilligers die in de Meppeler samenleving aan de slag zijn. Bij zo’n avond haal je echt heel veel op hoor. Je spreekt dan heel erg veel mensen uit allerlei lagen van de samenleving. En als er ergens een nieuwe ontwikkeling is, dan gaan we gewoon ook ‘op locatie’ met de fractie, dan gaan we kijken wat daar aan de hand is en of we daar iets mee moeten. Maar het moet wel passend zijn, het is niet ‘u vraagt en wij draaien’, het moet wel passend zijn.” 5. Denkt u dat de gemeenteraad bekend is bij de inwoners van Meppel? Waar blijkt dit uit? “Nou, nee ik denk van niet.

Soms vergelijk ik het wel met een sportvereniging: je kan wel is bij een wedstrijd gaan kijken en ziet dat er goed gespeeld wordt, maar dan weet je nog niet hoe hoog ze in de ranglijst staan. Je kunt ook niet overal van op de hoogte zijn. Het is helaas zo dat we erg roepen van ‘we leven in een democratie’ en we mogen overal wat van vinden, maar dat is niet echt doorgedrongen tot in de haarvaten. Dat vind ik erg jammer. Dit blijkt vooral uit dat mensen vooral zeggen van ‘oh doe je dat?’ en ‘levert dat nog wat op?’. Of dat er gedacht wordt ‘joh de gemeente, daar kun je toch helemaal niks tegenin brengen’. Er wordt heel negatief gedacht, terwijl wanneer je juist ergens niet mee eens bent, moet je juist de politiek in gaan of op een andere manier je stem laten horen.” a. Weet u ook waar dat negatieve ressentiment vandaan komt? 34

“Ik denk uit het wij-zij denken. Zij (de gemeenteraad) bepalen voor ons, wij (inwoners) kunnen er niks aan doen. Het gaat over verwachtingen, wat voor verwachtingen stel je bij de mensen als raad. Vorig jaar zijn we op werkbezoek geweest in Noord-IV, daar hebben wij gesproken met inwoners over hetgeen wat daar leeft. Maar dat betekent niet dat wij vervolgens ook echt bijvoorbeeld het voorkeursrecht wat er nu op rust op gaan heffen. Daar worden bepaalde afwegingen in gemaakt. Daar moet je als raadslid eerlijk in zijn. Zo zijn pasgeleden in Nijeveen plannen ontwikkeld voor een reeks van nieuwe faciliteiten in het dorp. De wethouder is daar zelfs al twee keer langs geweest en die ontving de plannen van de inwoners met veel enthousiasme en wekte wellicht een beetje de indruk dat die plannen met een jaar of twee wel allemaal rond zouden zijn. Maar dat gaat zomaar gebeuren, want zo werkt dat niet. De plannen moeten namelijk langs de raad en door een hele molen heen. Dan schets je een verkeerd, te hoog, verwachtingspatroon. Er wordt, door verkeerd te communiceren, een veel te hoge verwachting gelegd waardoor men alleen maar teleurgesteld wordt.” 6. Uit de literatuur is gebleken dat de communicatie vanuit de gemeenteraad achterloopt op die van het college.

Merkt u dat er een verschil is tussen de gemeenteraad en het college waar het gaat om de verhouding met inwoners? Waar blijkt dit uit? “Ja dat merk ik zelf ook, als raadslid ben je natuurlijk parttime in functie, het college is voltijd aan de slag, dat verschil is dan natuurlijk ook logisch. Ik denk zelf dat je als gemeenteraad mee zou moeten aanhaken op het collegeprogramma en al voorwerk moet doen en jezelf proactief moet opstellen voorafgaand aan een werkbezoek, een vergadering of een informatiebijeenkomst. Dan heb je nog geen ballast, dan zijn er nog geen kaders gesteld en kan je je vrij laten informeren door inwoners.” 7. Ziet u iets zitten in een nieuwsbrief van de gemeenteraad waarin zij, los van partijpolitiek, verteld wat zij gedaan heeft, welke besluiten/afwegingen zij heeft genomen en waarom? Waarom wel/niet? “Nee, nieuwsbrieven worden nauwelijks gelezen. Kijk maar naar de nieuwsbrief die al voor de gemeenteraad zelf worden geschreven. Ik denk zelf dat je proactief naar de mensen toe moet gaan, echt de boer op gaan. Meer dingen zoals Raad in de Wijk. De gemeenteraad moet actief ophalen bij mensen en niet wachten tot zij naar ons toe komen.” 8. Denkt u dat de politieke participatie van inwoners voldoende is? Zo nee, wat doet u als raadslid eraan om dit te verbeteren? “Ja, maar alleen als het heel dichtbij komt. Dan hoor je mensen.

Maar als het gemeente breed is dan hoor je ze niet, maar dat snap ik ook wel. Het zou mooi wezen als er bijvoorbeeld meer burgerinitiatieven zouden zijn, dat zou je als raad veel meer moeten inzetten en naar de burgers toe moeten uitstralen: ‘laat van u horen!’. Je moet daar dan wel ook echt actief iets mee doen als raad, ook al kost dat tijd, daar moeten wij als raad ook mee leren omgaan. Wanneer mensen geen reactie krijgen op de brieven die zij sturen naar de raad is dat gewoon triest en dat werkt ook afhaking in de hand.”

35

9. Denkt u dat de inspraakmogelijkheden bij commissievergaderingen een goede manier is om de stem van inwoners te laten horen? Waarom wel of niet? “Ik denk dat die drempel veel te hoog is. Ik had eigenlijk gehoopt dat het bij De Ronde gemakkelijker en laagdrempeliger is om hun verhaal te vertellen. De commissievergadering, waar je voor zo’n hele zaal moet spreken, dat moet je maar net liggen.” a. Het aantal keren dat inwoners inspreken bij raads- en (na april 2022) commissievergaderingen kent een dalende trend. Wat is volgens u de oorzaak hiervan? “Nou dat het inderdaad een te hoge drempel is. Maar er is dan eigenlijk ook al een voorstel waar alleen maar op gereageerd kan worden, het veranderen is dan heel lastig. Mensen moeten veel proactieve benaderd en betrokken worden bij de vorming van beleid, niet pas achteraf of midden in het traject worden gehoord.” 10. Op wat voor manier kan er volgens u worden ingezet op goede communicatie richting specifieke doelgroepen? Zoals bijvoorbeeld jongeren, ouderen, uitkeringsgerechtigden ezf. “Poe, dat is meer een vraag voor een communicatieadviseur, maar ik denk dat het goed is als er specifiek per doelgroep wordt gecommuniceerd.” 11.

Moet het bij de uitingen die de gemeenteraad doet het vooral gaan om het informeren van inwoners (delen van kennis) of om meningsvorming (vormen van attitudes)? Waarom het een of het ander? “Vooral informeren, laten weten wat er gaat gebeuren en wat er is geweest.” 12. Wat zijn is volgens u een goede manier om de communicatie met inwoners verder te verbeteren in de toekomst? “Misschien niet heel communicatie gericht, maar wel over de band met inwoners: ik denk, laat raadsleden is bij een spreekuur in een wijk zitten. Communiceer dat van te voren naar de inwoers en hoor daar wat de problemen zijn waar mensen tegenaan lopen. Kijk vervolgens of je daar wat mee kan als gemeenteraad.”

36

R4. Gemeenteraadslid van de SP: 1. Wat is volgens u de rol van de gemeenteraad t.o.v. de inwoners? “Voor mij persoonlijk is de raad een toegang tot de macht voor inwoners. We zijn natuurlijk vertegenwoordigers en maken in het algemeen belang onze afwegingen.” a. Wat is volgens u dan de oorzaak dat er toch een dalende opkomst is bij gemeenteraadsverkiezingen in Meppel? “Ik denk dat dit door meerdere dingen komt. Allereerst de politiek ansich, die vooral met elkaar bezig zijn en niet met de noden van mensen. Voor de gemeenteraadsverkiezingen in de breedte is dat deze soort verkiezing niet heel belangrijk wordt gezien door inwoners. Maar in Meppel specifiek, zou ik me kunnen voorstellen dat het komt door het aantal partijen dat meedoet, waarop gestemd kan worden. Er zijn landelijke partijen die niet meedoen, vooral als je in de breedte kijkt zie je dat het centrum(-links) erg vol is, maar dat rechts van de VVD er eigenlijk geen partij is die in dat gat springt terwijl er bij landelijke verkiezingen rechts wordt gestemd. Mensen kunnen dus niet stemmen op een partij waar ze eigenlijk op zouden stemmen en dan blijven ze maar thuis.” 2. Wat is de meest gebruikte manier waarop u als volksvertegenwoordiger contact onderhoud met inwoners? “Nouja, vooral natuurlijk de inwoners die jou weten te vinden, dat is vaak per mail.

Of ‘in de kroeg’, ik kan moeilijk op stap in Meppel zonder dat het gaat om dingen die in de raad aan bod komen of zijn geweest. En zelf als partij proberen we contact te onderhouden door gewoon wijken in te gaan en daar te vragen hoe het gaat met mensen, wat gaat er goed, wat kan er beter?” 3. Wat is uw benadering als het gaat om het luisteren naar de zorgen en behoeften van uw kiezers? “Zoals ik hiervoor ook al zei, door inderdaad de wijken in te gaan en actief verhalen op te halen bij inwoners.” 4. Hoe vertaalt u input van inwoners in uw werk als volksvertegenwoordiger? “Soms is het zoiets simpels als ze verwijzen naar het juiste loketje. Maar we hebben bijvoorbeeld iets heel concreets gehad in de wijk Nieuwveense Landen rondom de energie coöperatie. Waar wij als partij de zorgen bij mensen hebben opgehaald en hebben vertolkt naar de gemeenteraad, samen met die mensen. Dit is toen heel goed ontvangen, je merkte dat men het gevoel kreeg van ‘joh er is een club die aan de slag gaat mét ons en ons hoort’. Dat maakte toen ook dat wij bij de eerstvolgende gemeenteraadsverkiezingen de grootste zijn geworden in die wijk, wat opvallend was want qua sociaaleconomische stand zijn wij niet de partij die daar normaliter populair zou zijn. Ik denk dat dat een voorwaarde is, dat je niet voor mensen gaat lopen maar samen mét hen de problemen aanpakt.

Om die betrokkenheid te vergroten moet je niet dingen voor mensen, maar met mensen gaan doen.”

37

5. Denkt u dat de gemeenteraad bekend is bij de inwoners van Meppel? Waar blijkt dit uit? “Het grappige is, ik denk de raad als ‘instituut’ niet zo, maar de individuele raadsleden wel. Als je kijkt naar individuele raadsleden, veel mensen weten hen wel te vinden. Verschillende mensen hebben wel een eigen veld waar ze bezig zijn en waar ze een achterban hebben die hun ergens op aanspreekt, dus zo heb je wel die bekendheid. Maar dat zit hem echt in de persoon, en niet zozeer in het orgaan. Ik denk dat dat komt omdat Meppel niet zo groot is, dan zit het heel snel in het menselijke.” a. Wordt er dan vanuit ideologische overwegingen contact gezocht of puur omdat het onskent-ons is? “Ik denk omdat het echt ons-kent-ons is. Zoals ik zei, Meppel is niet zo groot, dan gaan mensen niet zoeken naar ‘de gemeenteraad’ op internet maar kennen ze vaak direct of viavia wel iemand die in de raad zit en zo krijgen ze dan contact. Maar dat is mijn analyse.” 6. Uit de literatuur is gebleken dat de communicatie vanuit de gemeenteraad achterloopt op die van het college. Merkt u dat er een verschil is tussen de gemeenteraad en het college waar het gaat om de verhouding met inwoners? Waar blijkt dit uit? “Ja natuurlijk, bijvoorbeeld bij de begroting. Er ligt dan eerder een persbericht over de begroting bij de media dan dat wij als raad een conceptbegroting hebben gezien. Daar lopen wij dan op achter.

Waarbij je als gemeenteraad constant aan het reageren bent op iets wat het college al heeft gepresenteerd met een persbericht. Dat is enorm lastig omdat in de krant dan al iets staat over een bepaalde richting terwijl er nog helemaal niks is besloten door de gemeenteraad.” 7. Ziet u iets zitten in een informatietool voor de gemeenteraad waarin, los van partijpolitiek, voorafgaand aan een raadscyclus digitaal informatie wordt verstrekt aan inwoners over wat zij gaat doen? Waarom wel/niet? “Ja, maar wel met de kanttekening dat wij inderdaad één bestuurlijk orgaan zijn, maar we zijn acht verschillende fracties met eigen ideeën en opvattingen over hoe het verder zou moeten met Meppel en andere opvattingen hebben over hoe de rol van gemeenteraadslid zou moeten worden ingevuld. De ene vindt dat de gemeenteraad zich bij de standaard route moet houden: voorstel bespreken, stemmen, klaar. En de ander juist graag meer de wijken in gaat, met mensen spreekt, verhalen ophaalt, etc. En alles daartussenin.” 8. Denkt u dat de politieke participatie van inwoners voldoende is? Zo nee, wat doet u als raadslid eraan om dit te verbeteren? “Ik denk dat het moeilijke aan ‘participatie’ is, dat het een enorm breed begrip is.

Je hebt projectmatige participatie waarbij rondom een project aan mensen wordt gevraagd wat hun vinden van een aanpassing in de fysieke leefomgeving, maar je hebt ook structurele (politieke) participatie waarbij met regelmaat in burgerberaad-achtige setting. Ik denk dat mensen voor een grotendeel het gevoel hebben dat het daar (in het gemeentehuis) wordt besloten, zelf probeer ik ook mensen toegang tot die macht te geven en hun daar zeggenschap in te geven. Dat doe ik door inderdaad die wijken in te gaan, door met mensen te praten over wat er speelt in hun wijk en ook door te toetsen of het gene wat bedacht wordt in de raadzaal ook in de praktijk werkt. Het lastigste van participatietrajecten vind ik vooral dat de mensen die op zo’n traject afkomen, vaak de mensen zijn die zich al gehoord voelen, die zich al vertegenwoordigd voelen en die over het netwerk beschikken om hun zorgen te delen. Ik denk dat we vooral moeten kijken naar de mensen die dat niet hebben. Mensen die niet de tijd, het netwerk of de toegang tot die macht hebben en wij hen actief moeten gaan benaderen.”

38

9. Denkt u dat de inspraakmogelijkheden bij commissievergaderingen een goede manier is om de stem van inwoners te laten horen? Waarom wel of niet? “Het is goed dat het er is, de mogelijkheid om in te spreken, maar het vraagt wel echt wat van een inwoner, het is een enorme hoge drempel om te doen. Ik heb het zelf ook een keer gedaan, nog voor dat ik in de politiek zat, en ik ging helemaal kapot. Je staat daar voor 23 mensen die dit allemaal weet ik veel hoe vaak doen, dan sta je daar midden in de raadzaal met allemaal camera’s op je gericht, publiek en pers erbij en dan moet jij in een microfoon spreken om te vertellen wat je ervan vindt. Dat is echt niet te doen, dat is verrekte lastig.” 10. Wat zijn is volgens u een goede manier om de communicatie met inwoners verder te verbeteren in de toekomst? “Ik denk, je moet zijn waar het gebeurd. Dus op het moment dat er een ontwikkeling is die betrekking heeft op één specifiek gebied, of één wijk of één straat, dat je ook op dat niveau mensen moet benaderen, want daar is het relevant. Kijk als je het bijvoorbeeld in de krant zet, nou mooi dan is het ‘bekend gemaakt’ maar voor 80 procent van de mensen is het niet relevant en voor de 20 procent die je wil bereiken, ja die leest misschien de krant niet. Dus uiteindelijk heb je een heel klein deel van de doelgroep die je wilt bereiken die het ook écht leest.” a.

Zou dat aanbellen en een luisterend oor bieden, raadsbreed, een goede invulling zijn? “Nee, raadsbreed niet. Ik denk dat die drempel voor raadsleden te hoog is. Anders zou men dat toch wel doen? Weetje als fractie heb je er ontzettend veel aan en juist het met mensen spreken is zo’n enorm goede bron, zo ontzettend makkelijk. Maar misschien vergis ik me.” b. Maar als raadsleden daar geen puf voor zouden hebben, hoe verklaar je dan het succes van o.a. ‘Raad in de Wijk’? “Nou dat is veilig he, dat is georganiseerd vanuit de griffie. Dus je hebt een programma, daar word je naar toe meegenomen, je weet ongeveer wat je kunt verwachten, je weet dat je ergens te gast komt, een rondleiding krijgt etc. Kijk als je aanbelt weet je nooit wie de deur opendoet en wat die persoon te zeggen heeft. Misschien heb je van tevoren wel een idee maar blijkt dat er een ander issue is.” c. Nu zijn er periodiek ook spreekuren in wijkcentra met o.a. politie, sociaal werkers en andere instanties waar inwoners hun vragen en zorgen kunnen neerleggen. Zou het een goede optie zijn om daar ook periodiek een raadslid te laten aanschuiven om zo de problemen direct bij de politiek te brengen? “Ja, maar dan zou ik wel een vertegenwoordiger per fractie doen. Want ‘de politiek’ dat bestaat niet.

Er komt daar dan iemand met een probleem en het raadslid wat er dan zit maakt een politieke afweging voor wat de oplossing voor dat probleem zou zijn. Dus als er één iemand zit namens de raad, dat vind ik lastig als er dan bijvoorbeeld iemand zou zitten van een compleet andere politieke familie dan de mijne. Maar ik denk wel dat het heel nuttig is om dat soort gesprekken op wijkniveau met mensen te hebben. De invulling is wel wat lastiger dan.”

39

11. Moet het bij de uitingen die de gemeenteraad doet het vooral gaan om het informeren van inwoners (delen van kennis) of om meningsvorming (vormen van attitudes)? Waarom het een of het ander? “Bij veel besluiten die wij nemen zit een dilemma onder, ik denk dat het goed is om te laten horen wat dat dilemma is wat onder het besluit zit en wat zijn de verschillende dingen die daar mee te maken hebben.” 12. Zijn er ook nog dingen die u zelf zou willen meegeven in het kader van bereikbaarheid en transparantie? “Wat je ziet in Meppel is dat wanneer er een probleem is, dat er heel snel een hele sterke organisatie ontstaat die invloed wil uitoefenen. Deze organisatie weet de weg te vinden en weet partijen te benaderen. Tegelijkertijd is er ook een hele groep inwoners die dat niet heeft, die wel problemen tegenkomt, maar totaal niet weet wat ze er mee moeten en daar zit een scheve verhouding in, dat vind ik lastig. Ik wil naar iedereen luisteren, maar op een gegeven moment ken ik wel een beetje de mensen die altijd met hun neus vooraan staan en altijd wel met clubjes invloed weten uit te oefenen en proberen te regelen wanneer hun belang in gevaar komt.”

40

II. Tabellen: Tabel 1. Participatieladder van Arnstein (1969)

Mate van actief burgerschap

Typen

Degrees of citizen power Beschrijving: Degrees of Citizen power is de meest participatieve vorm in de ladder. Burgers kunnen het gezag delen met de gezagsdragers, krijgen gedelegeerde macht van de gezagsdragers of, in de hoogste trap, hebben zij volledige bevoegdheid en zijn zij als het ware zelf de gezagsdragers. Degrees of tokenism Beschrijving: Onder degrees of tokenism mogen burgers hun stem laten horen en worden zij ook gehoord door de gezagsdragers, maar onder deze categorie ontbreekt hun de macht om te verzekeren dat hun zienswijze ook door de gezagsdragers worden meegenomen in de besluitvorming. Degrees of non-participation Beschrijving: Bij non-participation is het de bedoeling dat burgers zich totaal niet bemoeien met de planning of uitvoering van programma’s. De nonparticipation categorie heeft als doel gezagsdragers burgers te laten ‘onderwijzen’ of te ‘genezen’.

Citizen control

Tabel 2. Verantwoording inzet onderzoeksmethoden Vormen van participatief burgerschap Actief burgerschap

Participatieladder Arnstein Inspreekrecht

Toegankelijkheid gemeenteraad

R2 R3 R4 R5

Partnership Placation Consultation Informing Manipulation Therapy

Literatuuronderzoek naar vormen burgerparticipatie Literatuuronderzoek naar participatieladder Secundaire data-analyse & literatuuronderzoek

Story stelling

Interviewvraag storytelling

Inzet social media

Interviewvraag social media Interviewvraag doorbreken informatiebubbels Interviewvragen over verschillende vormen van communicatie uit de gemeente

Informatiebubbels Communicatie vanuit gemeente

Tabel 3. Respondenten interviews Respondent R1

Delegated power

Functie / partij Communicatieadviseur gemeente Meppel – Specialisatie: Online communicatie & Digitale toegankelijkheid Senior communicatieadviseur/woordvoerder burgermeester en één wethouder Gemeenteraadslid van de ChristenUnie Gemeenteraadslid van de SP Gemeenteraadslid van Sterk Meppel

41

III. Figuren: Figuur 1. Opkomstcijfers Tweede Kamer- en gemeenteraadsverkiezingen in de gemeente Meppel.

95 85 75 65 55 45 1986

1990

1994

1998

2002

2006

2010

2014

2018

2022

Opkomst Tweede Kamerverkiezingen Opkomst Gemeenteraadsverkiezingen

Figuur 2. Aantal keren dat is ingesproken in raads- en commissievergaderingen van de gemeente Meppel (oktober 2021 t/m oktober 2023)

Aantal insprekers 14 12 10 8 6 4 2 0 jul-21

okt-21

feb-22

mei-22

aug-22

dec-22

mrt-23

jun-23

okt-23

jan-24

42

Figuur 3. Conceptueel model

43

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meppel&id=b5207fff-787b-40db-96c7-d84bf818cff8