Meppel - Buitengebied, herziening Schiphorsterweg 5-7_Toelichting
Tekst van het document
Meppel - Buitengebied, herziening Schiphorsterweg 5-7
-2-
Inhoudsopgave Toelichting
3
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Plangebied 1.3 Geldend bestemmingsplan 1.4 Juridische vorm 1.5 Leeswijzer
3 3 3 4 5 5
Hoofdstuk 2 Beschrijving plangebied 2.1 Huidige situatie en ruimtelijk-functionele structuur 2.2 Toekomstige situatie
6 6 8
Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid
10 10 12 17
Hoofdstuk 4 Planologische randvoorwaarden 4.1 Bodem 4.2 Geluid 4.3 Archeologie en cultuurhistorie 4.4 Water 4.5 Ecologie 4.6 Luchtkwaliteit 4.7 Externe veiligheid 4.8 Bedrijven en milieuzonering 4.9 Verkeer en parkeren 4.10 Vormvrije m.e.r.-beoordeling
21 21 22 23 26 27 30 31 34 35 36
Hoofdstuk 5 Juridische aspecten 5.1 Algemeen 5.2 Dit bestemmingsplan 5.3 Regels 5.4 Verbeelding
37 37 39 40 41
Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
42 42 42
Hoofdstuk 7 Procedure 7.1 Vooroverleg en inspraak 7.2 Zienswijzen
44 44 45
vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Meppel - Buitengebied, herziening Schiphorsterw eg 5-7
-3-
Toelichting Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding Op de locatie Schiphorsterweg 5 - 7 in De Schiphorst staat de rijksmonumentale boerderij 'De Reesthorst'. De initiatiefnemer heeft de wens om het terrein in te richten met meer ruimte voor natuurwaarden en aandacht voor het historische landschap. Het planvoornemen betreft het gebruik maken van een Ruimte voor Ruimte-regeling voor de Schiphorsterweg 5 - 7 in De Schiphorst. In het planvoornemen wordt 1.375 m2 agrarische bebouwing gesloopt en daarvoor in de plaats wordt één compensatiewoning gebouwd. Ook zullen de twee bestaande woningen in het plangebied planologisch mogelijk worden gemaakt. Het voornemen past niet binnen het geldende bestemmingsplan Meppel -Buitengebied uit 2009. Het perceel heeft de bestemming Agrarisch met waarden Landschappelijke waarden. Daarom is het noodzakelijk hiervoor een bestemmingsplan op te stellen.
1.2
Plangebied Het plangebied is gelegen aan het adres Schiphorsterweg 5 - 7 te De Schiphorst, in de gemeente Meppel. Het plangebied betreft het erf van de rijksmonumentale boerderij 'De Reesthof'. Dit erf is onderdeel van een groter gebied van 30 ha. Voorliggend bestemmingsplan heeft echter alleen betrekking op het erf van de boerderij. Het plangebied ligt in het buitengebied en wordt in de huidige situatie aan alle kanten begrenst door agrarisch gebied. Ten zuiden van het plangebied ligt de Schiphorsterweg, ten noorden van het plangebied ligt de A28. Op onderstaande afbeelding is het plangebied globaal aangegeven met een rode omlijning.
vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Meppel - Buitengebied, herziening Schiphorsterw eg 5-7
-4-
Figuur 1. Luchtfoto plangebied (bron: Google Maps, d.d. 08-08-2022)
1.3
Geldend bestemmingsplan Het plangebied is gelegen in het vigerende bestemmingsplan 'Meppel -Buitengebied', vastgesteld op 3 september 2009. Voor het plangebied geldt de enkelbestemming 'Agrarisch met waarden -Landschappelijke waarden'. Tevens geldt er in het gehele plangebied een dubbelbestemming 'Waarde -Archeologie' en is het plangebied voorzien van de gebiedsaanduiding '48 dB contour wegverkeerslawaai', welke afkomstig is van de ten noorden gelegen A28. Ook geldt in het plangebied de gebiedsaanduiding 'goedkeuring onthouden 4'. In het uiterste zuiden van het plangebied geldt de dubbelbestemming 'Waterstaat -Waterhuishoudkundige en of Waterstaatkundige functie'. Het planvoornemen past niet binnen het geldende bestemmingsplan 'Meppel - Buitengebied'. Het is noodzakelijk voor de ontwikkeling een bestemmingsplan op te stellen.
vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Meppel - Buitengebied, herziening Schiphorsterw eg 5-7
-5-
Figuur 2. Kaartfragment geldend bestemmingsplan 'Meppel -Buitengebied' (bron: ruimtelijkeplannen.nl, d.d 08-08-2022)
1.4
Juridische vorm Het gemeentelijke Handboek Bestemmingsplannen is leidend voor de systematiek van dit bestemmingsplan. Dit handboek geeft aanwijzingen voor de systematiek van het juridisch bindende deel van dit bestemmingsplan; de ruimtelijke verbeelding en de planregels. Een geringe aanpassing daarvan is mogelijk, wanneer hiervoor een gegronde reden is. Daarnaast voldoet het bestemmingsplan aan de wettelijke vereisten zoals die gesteld zijn in de Regeling standaarden ruimtelijke ordening, waar onder meer de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) onder valt. Dit bestemmingsplan is volgens versie 2012 opgesteld.
1.5
Leeswijzer Na de inleiding in dit hoofdstuk is in hoofdstuk 2 op de planbeschrijving ingegaan. Het relevante beleid van onder ander het Rijk, de Provincie en de gemeente komt in hoofdstuk 3 aan de orde. Een omschrijving van de planologische randvoorwaarden, uit oogpunt van milieu en planologie gezien, is in het daaropvolgende hoofdstuk 4 opgenomen. In hoofdstuk 5 is de toelichting op de juridische vormgeving van dit bestemmingsplan gegeven en de hiervoor te volgen procedure. Tot slot is in hoofdstuk 6 de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid uiteengezet. Bij dit bestemmingsplan zijn verder verschillende bijlagen opgenomen.
vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Meppel - Buitengebied, herziening Schiphorsterw eg 5-7
-6-
Hoofdstuk 2 2.1
Beschrijving plangebied
Huidige situatie en ruimtelijk-functionele structuur Het plangebied bestaat uit het erf van rijksmonumentale boerderij 'De Reesthorst'. In de huidige situatie heeft de boerderij nog een agrarische functie. Aan de zuidkant van het erf, ligt de monumentale boerderij uit 1914. Deze boerderij bestaat uit een woonboerderij (in de huidige situatie een dubbel woonhuis) opgetrokken uit bakstenen met een afgeplat schilddak. Aan de oostzijde van de woning is een bakstenen gedeelte met rieten dak aangebouwd. Aan de oostzijde van deze aanbouw is een oude houten stal met rieten dak aanwezig. Achter de monumentale boerderij, in het noordelijke deel van het plangebied, liggen een drietal agrarische bedrijfsgebouwen. Ten noorden van het rijksmonumentale pand staat een voormalige koeienstal opgetrokken uit baksteen met houten rabatdelen langs de kopse kanten. De koeienstal heeft een golfplaten zadeldak. Ten noorden en noordwesten van de oude koeienstal staan twee kapschuren. Beide zijn opgetrokken uit baksteen en golfplaten, met golfplaten daken. Rondom de bebouwing is verharding aanwezig. In het plangebied is geen permanent oppervlaktewater aanwezig. Tevens bevindt zich aan de noordkant van het plangebied een mestsilo. Aan de oostzijde loopt een houtsingel parallel langs het plangebied.
In figuur 4 is de exacte ligging van de aanwezige bebouwing in het plangebieden weergegeven in een luchtfoto.
Figuur 3. Vooraanzicht van de monumentale boerderij gezien vanaf de Schiphorsterweg (bron: Google Streetview, d.d 08-08-2022)
vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Meppel - Buitengebied, herziening Schiphorsterw eg 5-7
-7-
Figuur 4. Luchtfoto van het plangebied (bron: Google Streetview, d.d 08-08-2022)
vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Meppel - Buitengebied, herziening Schiphorsterw eg 5-7
-8-
2.2
T oekomstige situatie Met het planvoornemen zal gebruik worden gemaakt van een Ruimte voor Ruimte-regeling. Hierbij wordt 1.375 m2 agrarische bebouwing gesloopt en daarvoor in de plaats wordt één compensatiewoning op het erf gebouwd. In de toekomstige situatie bevinden zich dus drie woningen in het plangebied. In de toekomstige situatie worden de koeienstal en de kapschuren gesloopt. Ook de mestsilo zal worden gesloopt. Op de plek van de mestsilo wordt een boomgaard gerealiseerd. De compensatiewoning wordt in het noordoosten van het plangebied gerealiseerd. De huidige monumentale boerderij blijft onveranderd. Deze zal ook in de toekomstige situatie bestaan uit een tweetal woningen. Wel wordt de aanbouw ten oosten van het woonhuis in de toekomstige situatie een collectieve berging voor de drie woningen op het erf. Ook de voortuin en de aanblik op het monumentale pand blijven in de toekomstige situatie onveranderd. Zoals te zien is op onderstaande figuur, wordt het plangebied verdeeld in drie afzonderlijke tuinen voor de drie woningen. Ook bevatten deze tuinen van de drie woningen elk twee eigen parkeerplaatsen. Parkeren wordt dus op eigen terrein opgelost. Verder wordt in het uiterste noorden van het plangebied een houtsingel gereconstrueerd, deze houtsingel sluit aan op de al bestaande houtsingel in het oosten van het plangebied.
Het planvoornemen is om het landschappelijke karakter van de periode 1900 - 1925 te reconstrueren. Dit staat ook beschreven in het voor het planvoornemen opgestelde inrichtingsplan (Bijlage 1). In het planvoornemen zal het landschappelijke karakter van de periode 1900 - 1925 op de volgende manieren worden teruggebracht: De tuinen van de woningen worden zoveel mogelijk open gehouden, om het historische open karakter van het erf te benadrukken. Waar dat nodig is worden afscheidingen aangelegd door middel van hagen bestaande uit een sortering van meidoorn, veldesdoorn (Spaanse Aak), hulst, beuk en/of haagbeuk, eventueel afgewisseld met houten hekwerken van inheemse materialen in een informele en sobere uitvoering. De historisch waardevolle tuinaanleg aan de zuidzijde van de boerderij blijft behouden conform bestaand. Indien gewenst worden kleinschalige herstelmaatregelen getroffen, met als doel herstel en versterking van de historische waarden. Direct ten westen van de boerderij wordt een deel van het bestaande grasland omgezet in tuin. Daarmee wordt de situatie uit het begin van de 20e eeuw hersteld, toen het erf aan de westzijde ruimer was. Hierdoor krijgt de woning die in dit gedeelte van de boerderij wordt gerealiseerd ook meer ruimte ten opzichte van het naastgelegen agrarisch land. De fruitboomgaard wordt hersteld/gereconstrueerd op de oude locatie.
De singel of struweelzone aan de noordzijde van het erf, tussen de schuur en de boomgaard, wordt hersteld. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van bomen en heesters als meidoorn, sleedoorn, hazelaar, roos en krentenboom. Het grasland en de twee essen worden hersteld. Deze kunnen weer in gebruik genomen worden als weiland/hooiland resp. graanakker. Tot het midden van de jaren zeventig van de vorige eeuw waren de essen ook als akker in gebruik. Tussen de akkers en graslanden worden struweelzones aangelegd. Het gaat hier om landschapshagen met bijvoorbeeld meidoorn, sleedoorn en roos.
vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Meppel - Buitengebied, herziening Schiphorsterw eg 5-7
-9-
Langs de noordkant van het gebied wordt een brede bosstrook aangelegd, bestaande uit diverse loofboomsoorten en hulst. Deze bosstrook was vroeger niet aanwezig, maar wordt nu toegevoegd om verschillende redenen. Het onttrekt de snelweg aan het zicht, draagt bij aan de opvang van CO2, zorgt voor vergroting van de biodiversiteit en verlaagt de geluidsdruk op de woningen.
Figuur 5. Globale inrichting erf in toekomstige situatie Bij de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het initiatief zal er een uitgewerkt en nader gespecificeerd erfinrichtingsplan (zie Bijlage 2 van de toelichting) worden ingediend. Deze tekening is eveneens als Bijlage 2 aan de regels toegevoegd.
vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Meppel - Buitengebied, herziening Schiphorsterw eg 5-7
- 10 -
Hoofdstuk 3 3.1
Beleidskader
Rijksbeleid
3.1.1 Nationale Omgevingsvisie Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) van kracht geworden. De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. Vanwege het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt de NOVI als structuurvisie uit onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als de Nationale Omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld. De NOVI bevat de hoofdzaken van het beleid voor de fysieke leefomgeving. Uit de Omgevingswet volgt dat al het strategische beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, én het nieuwe strategische beleid op het beleidsterrein van de fysieke leefomgeving worden opgenomen in de NOVI. Het Nationaal Milieubeleidsplan (NMP4, 2001) en de Rijksnatuurvisie 2014 gaan op in en worden vervangen door de NOVI en het bijbehorende Nationaal Milieubeleidskader. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vervalt geheel, behalve paragraaf 4.9 Caribisch Nederland en Caribische Exclusieve Economische Zone. De NOVI geldt verder als wijziging van enkele onderdelen van het Nationaal Waterplan 2016-2021 (NWP) op grond van de Waterwet. In zijn totaliteit kent de NOVI 21 nationale belangen en opgaven die het verder uitwerkt.
Die opgaven zijn niet meer op zichzelf staand op te lossen, maar grijpen in elkaar. Met de NOVI zoekt het Rijk een perspectief om de grote opgaven aan te pakken, om Nederland mooier en sterker te maken en daarbij voort te bouwen op het bestaande landschap en de (historische) steden. Om die reden worden binnen de NOVI prioriteiten gesteld. De NOVI stelt daarbij een integrale aanpak voor: integraal, samen met andere overheden en maatschappelijke organisaties, en met meer regie vanuit het Rijk. Met steeds een zorgvuldige afweging van belangen werkt het Rijk aan de vier prioriteiten: 1. 2. 3. 4.
ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio's; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
Centraal bij de afweging van belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving, zowel van de boven- als van de ondergrond. De NOVI onderscheidt daarbij drie afwegingsprincipes: 1. combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; en. 3. Afwentelen wordt voorkomen.
vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Meppel - Buitengebied, herziening Schiphorsterw eg 5-7
- 11 -
Het Rijk zal bij de uitvoering van de NOVI zichtbaar maken hoe de omgeving-inclusieve benadering vorm krijgt en de afwegingsprincipes benut worden. Met de NOVI presenteert het Rijk een integrale, op samenwerking gerichte aanpak. De NOVI geeft een gebiedsgericht afwegingskader en sturende visie in een, gericht op het realiseren van een gezond, leefbaar, herkenbaar en economische sterk Nederland. Het blijkt dat het plangebied behoort tot het Natuurnetwerk Nederland. Voor gebieden die vallen onder het Natuurnetwerk Nederland kent de NOVI gerichte belangen en opgaven. In paragraaf 3.2.2 en paragraaf 4.5 wordt beschreven hoe het voornemen past binnen deze gerichte belangen en opgaven.
3.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking Om zorgvuldig ruimtegebruik te stimuleren, hanteert het Rijk de ladder voor duurzame verstedelijking. De ladder bestaat uit de volgende aspecten: 1. 2. 3. 4. 5.
Is er sprake van een stedelijke ontwikkeling? Is de stedelijke ontwikkeling nieuw? Wat is het ruimtelijk verzorgingsgebied? Is er behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling? Ligt de ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied?
In het navolgende worden de hierboven genoemde aspecten beschreven en afgewogen. Ad 1. De Ladder is van toepassing op woningbouwplannen die worden aangemerkt als nieuwe stedelijke ontwikkeling. De eerste afweging in de toetsing aan de Ladder is het beantwoorden van de vraag of er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Hiervoor kan worden gekeken naar jurisprudentie. Hieruit blijkt dat niet iedere ontwikkeling als een nieuwe stedelijke ontwikkeling valt te kwalificeren. De aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving bepaalt of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling. In het geval van wonen geldt dat voor woningbouwlocaties vanaf twaalf woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling die 'Ladderplichtig' is, waarbij tevens geldt dat het een nieuwe ontwikkeling betreft. Gezien het feit dat het planvoornemen betrekking heeft op de bouw van slechts één woning mag er redelijkerwijs van worden uitgegaan dat het hier geen nieuwe stedelijke ontwikkeling betreft en dat een ladderonderbouwing niet van toepassing is. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het plan voldoet aan de Ladder van duurzame verstedelijking. Er is geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Wanneer er geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, zijn de overige vragen van de Ladder niet meer van toepassing. Ondanks dat er geen sprake is van een nieuwe
vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Meppel - Buitengebied, herziening Schiphorsterw eg 5-7
- 12 -
stedelijke ontwikkeling moet de behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling wel worden aangetoond. In paragraaf 3.3 wordt hier nader op ingegaan
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1 Omgevingsvisie Drenthe Provinciale Staten van Drenthe hebben op 3 oktober 2018 de Omgevingsvisie Drenthe vastgesteld. De missie uit de Omgevingsvisie is het waarderen van de Drentse kernkwaliteiten en het ontwikkelen van een bruisend Drenthe passend bij deze kernkwaliteiten. Deze ambitie vormt het hart van het beleid. De provincie wil ‘ontwikkelen met ruimtelijke kwaliteit’, mede vanuit de wetenschap dat landschapskwaliteit een belangrijke vestigingsfactor is. In het beleid zijn zes verschillende kernkwaliteiten benoemd die de Drentse ruimtelijke identiteit inhoud geven. Het gaat om landschap, cultuurhistorie, aardkundige waarden, archeologie, rust en natuur. De provincie streeft naar een robuuste ontwikkeling van de ruimtelijke dragers: de sociaaleconomische structuur, het landbouwsysteem, het watersysteem en het natuursysteem. Een systeem is robuust als het weinig gevoelig is voor verstoringen als gevolg van nieuwe ontwikkelingen. Waar geen dominant systeem aanwijsbaar is, wordt gesproken over ‘multifunctionele gebieden’. Combinatiemodel Het doel is om functies, kwaliteiten en strategische opgaven met elkaar te combineren. In het combinatiemodel is er sprake van een gelaagde aanpak. De basis wordt gevormd door de kernkwaliteiten. Daarop liggen de robuuste systemen, waarin de strategische opgaven voor 2030 landen.
De combinatie van opgaven en robuuste systemen binnen de context van de Drentse identiteit geeft invulling aan de visie van een bruisend Drenthe.
vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Meppel - Buitengebied, herziening Schiphorsterw eg 5-7
- 13 -
Figuur 6. Combinatiemodel Omgevingsvisie Drenthe 2018
3.2.2 Omgevingsverordening Drenthe De Omgevingsvisie is verder vertaald naar een verordening, voor zover het planologisch relevante aspecten betreft. De Omgevingsverordening is op 3 oktober 2018 vastgesteld. In de Provinciale Omgevingsverordening Drenthe is opgenomen dat in een ruimtelijk plan uiteengezet wordt hoe het desbetreffende plan zich verhoudt tot het behoud en de ontwikkeling van de bij het plan betrokken kernkwaliteiten conform het provinciaal beleid, en de strategische opgaven en de sturingsniveaus zoals die zijn verwoord in de omgevingsvisie. Verder maakt het desbetreffende ruimtelijk plan geen nieuwe activiteiten dan wel wijziging van bestaande activiteiten mogelijk die de kernkwaliteiten significant aantasten.
vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Meppel - Buitengebied, herziening Schiphorsterw eg 5-7
- 14 -
Daarnaast dient in het kader van zorgvuldig ruimtegebruik de Ladder voor duurzame verstedelijking te worden gevolgd. In paragraaf 3.1.2 is onderbouwd dat het plan in overeenstemming is met de Ladder voor duurzame verstedelijking. Kernkwaliteiten Voor het plangebied zijn de kernkwaliteiten Landschap, Cultuurhistorie, Archeologie, Natuur en Aardkundige waarde van toepassing: Landschap De kwaliteit en de diversiteit van het Drentse landschap dragen sterk bij aan een aantrekkelijk milieu om in te wonen, te werken en te recreëren. De identiteit van het Drents landschap wordt bepaald door de ontstaansgeschiedenis van de diversiteit aan landschapstypen. De provincie richt zich op het in stand houden en versterken van het landschap als economisch, ecologisch en cultureel kapitaal. De provinciale ambitie is een Drents landschap waarin de verscheidenheid in landschapstypen zich blijvend manifesteert. Landschapstypen met de bijbehorende landschapskenmerken moeten in samenhang behouden en versterkt worden. Daarmee wordt gestreefd naar een Drents landschap waarin het grondgebruik, het type natuur en het landschapsbeeld passen bij de ontwikkelingsgeschiedenis van het landschap. Het plangebied maakt deel uit van het esgehuchtennlandschap.
Van provinciaal belang zijn: de eenmansessen: kleine, kenmerkende open ruimten, omgeven met esrandbeplanting; de beekdalen: onbebouwd gebied met haaks liggende, kleinschalige beplantingstructuren en/of beekdal(rand)beplanting. Het provinciaal beleid is gericht op: behoud van de open ruimte en het versterken van esrandbeplanting; behoud van het onbebouwde karakter en het versterken van karakteristieke beekdal(rand)beplanting. Het planvoornemen betreft een Ruimte voor Ruimte-regeling. Er wordt 1375 m2 aan landschapsontsierende agrarische bebouwing gesloopt, ter compensatie hiervoor wordt er één nieuwe woning toegevoegd. Deze woning zal op het bestaande erf worden gerealiseerd. Tevens is het het planvoornemen om het landschappelijke karakter van de periode 1900 - 1925 te reconstrueren. Dit staat verder beschreven in het bij de toelichting gevoegde inrichtingsplan (Bijlage 1) en paragraaf 2.2. Op basis van het inrichtingsplan kan worden geconcludeerd dat het landschappelijk karakter met het planvoornemen juist wordt versterkt. Cultuurhistorie Het provinciale
beleid
ten aanzien
van cultuurhistorie is
beschreven in het
vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Meppel - Buitengebied, herziening Schiphorsterw eg 5-7
- 15 -
Cultuurhistorisch Kompas. Hierin staan twee doelstellingen centraal: het herkenbaar houden van de cultuurhistorie en het versterken van de ruimtelijke identiteit. Wat de provincie tot de cultuurhistorie rekent, is vastgelegd in de Cultuurhistorische Hoofdstructuur, zoals deze is weergegeven op de Kernkwaliteitenkaart van de Omgevingsvisie. Om de cultuurhistorische waarden veilig te stellen en tegelijkertijd ruimte voor ontwikkelingen te bieden, is gekozen voor drie sturingsniveaus. Deze zijn gebiedsgericht toegepast. 1. Respecteren: het waarborgen van de cultuurhistorische samenhang voor de toekomst. Plannen en initiatieven worden beoordeeld op het benutten van de Cultuurhistorische Hoofdstructuur als inspiratiebron. 2. Voorwaarden verbinden: de cultuurhistorische samenhang geldt als randvoorwaarde. Vroegtijdig in het planproces moet inzichtelijk worden gemaakt op welke wijze de cultuurhistorische samenhang als een van de (ruimtelijke) onderleggers voor nieuwe plannen wordt benut. 3. Eisen stellen: de provincie bedingt vanaf het begin een plek in het plan-vormingsproces en stuurt de ontwikkelingen in de gewenste richting. Voor het plangebied geldt het niveau 'voorwaarden verbinden'. Het Cultuurhistorisch Kompas geeft aan dat het plangebied deel uit maakt van het deelgebied 'De Reest en Meppel – alle(s) voer(t) naar Meppel'.
Bepalend voor de hoofdstructuur van dit gebied is de waaier van waterlopen waartussen de randveenontginningen liggen met hun bebouwingslinten. Waar de waterlopen samenkomen heeft Meppel zich vanaf de middeleeuwen ontwikkeld als handelsstad en doorvoerhaven. De randveenontginningen kenmerken zich door bewonings- en ontginningsassen op smalle zandruggen, met van daaruit smalle, zeer lange verkavelingsstroken, en veelal een jongere 2de bewoningsas, zoals bij Ruinerwold. Bij Kolderveen en Nijeveen zijn enkele middeleeuwse griften (turfkanalen) nog aanwezig. De grillige loop van de Reest is authentiek gebleven als grensrivier met Overijssel, met aan weerszijden zandkoppen waarop losse erven en esgehuchten zich aftekenen als eilanden in een open uitgestrekt beekdal. Voor het plangebied is de volgende ambitie opgenomen: Het veilig stellen van het esgehuchtenlandschap van het Reestdal door het benadrukken van de samenhang tussen de erven, essen en groenlanden en de karakteristieke erf- en esbeplanting die de erven en essen markeert in het verder open beekdal van de Reest; In het inrichtingsplan, als Bijlage 1 toegevoegd bij deze toelichting, staat beschreven hoe er in het planvoornemen rekening wordt gehouden met cultuurhistorische elementen en structuren in het plangebied. Uit het inrichtingsplan blijkt dat het planvoornemen de cultuurhistorische samenhang in het gebied niet schaadt.
Het planvoornemen van het voorliggend bestemmingsplan is onderdeel van een groter plan om de landschappelijke en
vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Meppel - Buitengebied, herziening Schiphorsterw eg 5-7
- 16 -
cultuurhistorische waarde van het gebied juist te versterken en te reconstrueren. Ook worden de waarden van de rijksmonumentale boerderij zelf niet geschaad in het planvoornemen. De kernkwaliteit cultuurhistorie wordt met het planvoornemen dus niet aangetast. In paragraaf 4.3 wordt dit verder toegelicht. Archeologie Ten aanzien van de kernkwaliteit Archeologie ligt het plangebied in een zone die is aangeduid als 'verwachting toetsen door onderzoek (laaggelegen waterrijke gebieden)'. In paragraaf 4.3 wordt onderbouwd dat archeologisch onderzoek op grond van het gemeentelijke beleid en de geringe omvang van de bouwwerkzaamheden niet noodzakelijk is. Natuur De provinciale ambitie is gericht op het behoud van de bestaande waarden. De regelgeving is gekoppeld aan het Natuur Netwerk Nederland, NNN (voorheen Ecologische Hoofdstructuur, EHS). Gemeenten en waterschappen zijn in de eerste plaats verantwoordelijk voor natuur buiten de NNN. Zorg voor natuurwaarden en biodiversiteit staat voorop. Het plangebied is in het NNN gelegen. Er is een beknopte natuurtoets verricht, deze is als Bijlage 8 bij deze toelichting gevoegd. Uit deze beknopte natuurtoets kan worden geconcludeerd dat het plan geen negatieve gevolgen heeft voor de instandhoudingsdoelstellingen van natuurlijke habitats en soorten. Het plan is niet in strijd met het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid.
Verlies van oppervlakte en samenhang van het NNN is niet aan de orde en er vindt als gevolg van de werkzaamheden geen negatief effect plaats op de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN in het plangebied. Ten aanzien van kwaliteit van het NNN treedt dus eveneens geen negatief effect op. Het planvoornemen is daarom niet in strijd met de Provinciale Omgevingsverordening Drenthe. In paragraaf 4.5 wordt het thema natuur en ecologie verder toegelicht. Aardkundige waarden Aardkundige waarden zijn natuurlijke variaties in het aardoppervlak van geomorfologische, geologische, bodemkundige verschijnselen en/of processen die onder andere onder invloed van wind en water gebeuren. Onder aardkundige waarden vallen bijvoorbeeld veentjes, pingoruïnes, stuwwallen, zandkoppen en (micro en macro)reliëf. Aardkundige waarden die bijdragen aan het specifieke Drentse karakter wil de provincie behouden en waar mogelijk herstellen zonder daarbij het normale landbouwkundig gebruik te belemmeren. Voor de aardkundige waarden worden drie beschermingsniveaus onderscheiden die verschillen in de mate van inzet van de provincie. Het hoge en gemiddelde beschermingsniveau zijn van provinciaal belang. Voor het plangebied geldt de 'hoogste bescherming'.
In gebieden met een hoog beschermingsniveau hebben heeft de provincie de ambitie om de context en het referentiebeeld van de aardkundige eenheid te behouden of te herstellen. In deze gebieden staat de provincie ontwikkelingen alleen toe als aardkundige kwaliteiten en kenmerken worden behouden. De meest gave en zeldzame gebieden, de zogenaamde stergebieden, wil de provincie veiligstellen. Verandering van inrichting of beheer zijn niet toegestaan, tenzij ze nodig zijn om de aardkundige waarde te behouden of te versterken
vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Meppel - Buitengebied, herziening Schiphorsterw eg 5-7
- 17 -
of om aardkundige processen te herstellen, zoals het afplaggen in stuifzandgebieden. De overige gebieden wil de provincie beschermen. In beginsel kunnen ontwikkelingen in deze gebieden alleen worden toegestaan, als de kenmerken en gaafheid worden behouden. Het zorgvuldig en verantwoord omgaan met de aardkundige waarden vormt ons vertrekpunt bij planvorming. Het plangebied ligt in het deelgebied 'Aardkundige hoofdlandschappen - Smeltwater landvormen Vechtdal'. Het plangebied ligt niet in een aardkundig stergebied. In het planvoornemen wordt zorgvuldig omgegaan met de aardkundige waarden van het plangebied. De aardkundige kwaliteiten van het plangebied worden met het planvoornemen niet aangepast. Conclusie Het plan houdt rekening met de voor de locatie relevante kernkwaliteiten. Aan de opgaven en ambities wordt op passende wijze invulling gegeven. Het plan is dan ook in overeenstemming met het provinciaal beleid uit de Omgevingsvisie en Omgevingsverordening.
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1 Structuurvisie 2030 De Structuurvisie Meppel 2030 “Duurzaam verbinden” (vastgesteld 7 november 2013) geeft een kader voor de sociaal-maatschappelijke, economische en ruimtelijke ontwikkelingen voor de periode tot 2030 in Meppel. Ten aanzien van het buitengebied van de gemeente Meppel wordt in de structuurvisie genoemd dat de landbouw een ruggengraat vormt van het buitengebied als eigenaar en beheerder van de graslanden, akkers en landschapselementen. De landbouw heeft ruimte om zich te kunnen ontwikkelen en aan te passen aan gewijzigde omstandigheden, rekening houdend met de natuur- en landschapswaarden. Het aantal landbouwbedrijven neemt echter af, waardoor steeds vaker agrarische bebouwing vrijkomt. Uitgangspunten voor nieuwe functies zijn de instandhouding van cultuurhistorische waarden van de bebouwing, concentratie van bebouwing en primair de functies agrarische bedrijvigheid, wonen, wonen met een zorgcomponent of bedrijvigheid aan huis. Met het planvoornemen krijgt vrijkomende agrarische bebouwing een woonfunctie, en wordt er ter compensatie van de sloop van 1375 m2 agrarische bebouwing een compensatiewoning gebouwd. Hierbij wordt rekening gehouden met de natuur- en landschapswaarden en de cultuurhistorische waarden van het gebied. Het planvoornemen is passend binnen het beleid van de structuurvisie
vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Meppel - Buitengebied, herziening Schiphorsterw eg 5-7
- 18 -
3.3.2 Cultuurhistorische inventarisatie en waardenstelling Meppel uitbreidingswijken en buitengebied De gemeente Meppel heeft op 28 januari 2016 de 'Cultuurhistorische inventarisatie en waardenstelling Meppel uitbreidingswijken en buitengebied' (CHIW) vastgesteld. De hoofddoelstelling van de CHIW is om de cultuurhistorische én de historisch-ruimtelijke karakteristieken van de uitbreidingswijken en het landelijk gebied naar boven te halen. Dit om hiermee ruimtelijke ontwikkelingen zó te kunnen sturen dat er rekening gehouden wordt met de historisch-ruimtelijke en cultuurhistorische waarden van de verschillende gebieden. Dit om deze waarden ook een inspiratie te laten vormen voor nieuwe ontwikkelingen, ontwerpen en ingrepen. Het plangebied ligt in het deelgebied De Schiphorst / Havixhorst. Dit gebied wordt algemeen erkend als landschappelijk en cultuurhistorisch van topkwaliteit, en is daarmee maatschappelijk hoog gewaardeerd gebied, met een lange en sterk afleesbare geschiedenis. Het gebied wordt gekenmerkt door een kleinschalige structuur van akkers en weilanden in een onregelmatig kavelpatroon, veel houtwallen, bospercelen en boomgroepen, verspreid liggende en opvallend veel monumentale historische boerderijen en landhuizen, en lommerrijke, door dubbele bomenrijen geflankeerde landwegen.
De Reest, die de zuidelijke grens vormt van het gebied, is zelfs op nationale schaal een zeldzaamheid, met zijn ongerepte meanderende loop en gave beekdallandschappen. Kleine reliëfverschillen vertellen een boeiend verhaal over de geschiedenis van het natuurlijke én het door mensen gevormde landschap. Hoewel het gebied doorsneden wordt door twee snelwegen en een modern kanaal, en er een modern bedrijventerrein in is aangelegd, kan toch worden gesteld dat het landelijk gebied relatief gaaf gebleven is. Voor het deelgebied De Schiphorst / Havixhorst gelden de volgende aanbevelingen: Behoud van (de samenhang van) het historische landgoed van de Havixhorst, inclusief de bijbehorende historische houtvesterijen en open akkers en weilanden. De mogelijkheid onderzoeken de historische laanstructuur van de Havixhorst naar de Hoogeveense Vaart te herstellen ter plaatse van de doorbreking door de A28. Zo kan een vanzelfsprekender koppeling van het gebied ten noorden en ten zuiden van de A28 ontstaan en wordt deze historische laanstructuur, die van groot belang is geweest voor de houtvesterij van de Havixhorst, in ere hersteld. Behoud van historische bospercelen. Met het planvoornemen worden de cultuurhistorische en landschappelijke waarden van het deelgebied De Schiphorst / Havixhorst niet geschaad.
Uit het inpassingsplan (Bijlage 1) blijkt dat deze juist worden versterkt door het planvoornemen. Het planvoornemen sluit dus aan bij de Cultuurhistorische inventarisatie en waardenstelling Meppel uitbreidingswijken en buitengebied.
vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Meppel - Buitengebied, herziening Schiphorsterw eg 5-7
- 19 -
3.3.3 Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan Het gemeentelijk beleid op het gebied van verkeer en vervoer is beschreven in het Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan (GVVP) uit 2017. De hoofdlijnen voor het beleid bestaan uit het verbeteren van de interne en externe bereikbaarheid, het verbeteren van de leefbaarheid en verkeersveiligheid, een goed fietsnetwerk en voldoende fietsparkeervoorzieningen, het faciliteren van goederenvervoer over weg en water en tenslotte een goede kwaliteit van openbaar vervoer. Het bestemmingsplan wordt ingepast in de bestaande infrastructuur. Aan de zuidkant sluit het plangebied direct aan op de Schiphorsterweg, een gebiedsontsluitingsweg.
3.3.4 Watertakenplan Fluvius Zes gemeenten (De Wolden, Hoogeveen, Meppel, Midden-Drenthe, Steenwijkerland en Westerveld) in het beheergebied van waterschap Drents Overijsselse Delta hebben samen met het waterschap het Watertakenplan opgesteld. Het watertakenplan kent een hoofdrapport en specificaties per gemeente. In het hoofdrapport is een visie beschreven op de samenwerking binnen Fluvius en hoe deze kan bijdragen aan een betaalbare, duurzame en toekomstbestendige afvalwaterketen. Het hoofdrapport is een gezamenlijk document, dat de zes gemeenten en het waterschap verbindt. In de specificatie worden de gemeentelijke watertaken van Meppel verder uitgewerkt. Het is tevens de invulling van de wettelijke zorgplicht en voldoet daarmee aan de eisen die aan een verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) worden gesteld. In de gemeentelijke specificatie wordt op de volgende doelen gestuurd: bescherm volksgezondheid, beperk wateroverlast en hinder, spaar het milieu en tenslotte een zorgvuldige dienstverlening.
3.3.5 Nota parkeernormen Gemeente Meppel In de 'Nota parkeernormen Gemeente Meppel' wordt het parkeerbeleid van de gemeente Meppel beschreven ten aanzien van het parkeren in Meppel in het algemeen en als beleidsinstrumentarium. De gemeente Meppel wil de kwaliteit van de binnenstad vergroten en de bereikbaarheid voor auto, fiets en openbaar vervoer te garanderen of verder te verbeteren. Onderdeel hiervan is het creëren van een prettige parkeersituatie. De nota richt zich vooral op het parkeren in de binnenstad en een zone daar direct om heen. Daarnaast geeft het beleid ook aanwijzingen voor het parkeren buiten dat gebied. Het is in alle gevallen van belang bij een nieuwe ontwikkeling voldoende parkeergelegenheid te realiseren. In paragraaf 4.9 is het aspect parkeren in het plangebied verder toegelicht.
3.3.6 Beleidsvisie externe veiligheid De Beleidsvisie Externe Veiligheid geeft de visie van de gemeente Meppel op externe veiligheid. De gemeente wil door middel van het optimaal combineren van bedrijvigheid en ruimtelijke ontwikkeling een verantwoord niveau van fysieke veiligheid voor de samenleving binnen de gemeentegrenzen creëren. Het doel van de beleidsvisie externe veiligheid is om beleid te formuleren dat deze ambitie mogelijk maakt. Binnen de gemeente Meppel worden zes gebieden onderscheiden. Voor elk van deze gebiedstypen is een eigen veiligheidsambitie vastgesteld. Het plangebied ligt in het gebied 'Buitengebied'. In het buitengebied is het aantal
vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Meppel - Buitengebied, herziening Schiphorsterw eg 5-7
- 20 -
aanwezige personen per oppervlak kleiner dan in de woonwijken. Het is echter een karakteristiek gebied voor Meppel en het streven is dan ook om het buitengebied zoveel mogelijk te beschermen tegen risico’s door bedrijven met gevaarlijke stoffen. Ondanks de aanwezigheid van een enkel bedrijf in het buitengebied (het gaat voornamelijk om een aantal LPG-tankstations, hogedruk aardgastransportleidingen en NAM-gasbehandelingsinstallaties die voldoen aan de normen voor het plaatsgebonden risico en het groepsrisico), is er daarom voor gekozen om voor het buitengebied die ambitie te hanteren met behoud van karakteristieke eigenschappen van het gebied. In paragraaf 4.7 wordt nader ingegaan op het aspect externe veiligheid.
vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Meppel - Buitengebied, herziening Schiphorsterw eg 5-7
- 21 -
Hoofdstuk 4 4.1
Planologische randvoorwaarden
Bodem Inleiding Met het oog op een goede ruimtelijke ordening moet in geval van ruimtelijke ontwikkelingen worden aangetoond dat de bodem geschikt is voor het beoogde functiegebruik. Ter plaatse van locaties die verdacht worden van bodemverontreiniging, moet in ieder geval een verkennend bodemonderzoek worden uitgevoerd. In geval van verontreinigingen is de Wet bodembescherming (Wbb) van toepassing. Hierin is geregeld dat als ter plaatse van een plangebied ernstige verontreinigingen worden aangetroffen er sprake is van een saneringsgeval. Voor te ontgraven en eventueel buiten een plangebied af te voeren gronden kan op basis van het Besluit Bodemkwaliteit (Bbk) een milieuhygiënische verklaring van de gronden noodzakelijk zijn (en deze is met bodemonderzoek te verkrijgen). Dit is echter sterk afhankelijk van de toepassingslocatie. Onderzoek Het initiatief heeft betrekking op het realiseren van een gebouw of bouwwerk, waarin voortdurend of nagenoeg voortdurend mensen (langer dan twee uur per dag) zullen verblijven. Door onderzoeksbureau Sigma Geo- en Milieutechniek BV is d.d. 19 oktober 2022 een milieukundig bodemonderzoek uitgevoerd. De volledige onderzoeksrapportage is als Bijlage 3 aan dit plan toegevoegd. De onderzoekslocatie betreft een deel van de locatie gelegen aan de Schiphorsterweg 5 7 in De Schiphorst.
Op de onderzoekslocatie bevindt zich een bestaande boerderij en diverse agrarische bijgebouwen. De onderzoekslocatie is momenteel nog bebouwd met de af te breken stal. De stal is deels voorzien van mestkelders. Rondom de stal bevindt deels bestrating en deels beton (mestkelders). De onderzoekslocatie, het beoogde plangebied, is in eerste aanleg als milieuhygiënisch "onverdacht" aangemerkt. Op basis van de resultaten van het verkennend bodemonderzoek blijkt dat de locatie niet vrij is van bodemverontreiniging. Het grondwater bevat enkele componenten verhoogd ten opzichte van de streefwaarde, deze lichte verhogingen geven geen aanleiding tot het instellen van een nader onderzoek. Conclusie Op grond van het bodemonderzoek kan het plan uitvoerbaar worden geacht. Indien grond van het eigen terrein moet worden afgevoerd, zal deze verwerkt dienen te worden conform de eisen van het Besluit Bodemkwaliteit. Indien het noodzakelijk is dat er grond afgevoerd moet worden van de locatie zal er een melding grondverzet gedaan moeten worden via het landelijk meldpunt: www.meldpuntbodemkwaliteit.nl.
vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Meppel - Buitengebied, herziening Schiphorsterw eg 5-7
- 22 -
4.2
Geluid Wet- en regelgeving Regels ten aanzien van geluidhinder zijn vastgelegd in de Wet geluidhinder (Wgh). Het doel van de Wet geluidhinder is tweeledig. Enerzijds de bescherming van het milieu en anderzijds de bescherming van de volksgezondheid. Bepalend is steeds de situering van geluidsbronnen ten opzichte van geluidsgevoelige bestemmingen, zoals woningen en scholen. De Wgh gaat uit van zones langs wegen, spoorwegen en industrieterreinen. Binnen dergelijke zones zijn nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen alleen toegestaan indien de geluidsbelasting op de buitengevel onder of hoogstens gelijk is aan de voorkeursgrenswaarde. De Wet geluidhinder is alleen van toepassing binnen de van rechtswege aanwezige zone van een weg. Volgens de Wet geluidhinder heeft elke weg een zone. Conform art. 74 lid 2 Wgh zijn wegen waarvoor een maximum snelheid van 30 km per uur geldt hiervan uitgezonderd, evenals wegen die deel uitmaken van een woonerf. Behoudens situaties waarbij door Gedeputeerde Staten of Burgemeester en Wethouders een hogere waarde is vastgesteld, geldt voor geluidsgevoelige objecten binnen een zone een ten hoogste toelaatbare waarde van 48 dB als geluidsbelasting op de gevel.
Indien nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen worden blootgesteld aan een geluidsbelasting hoger dan 48 dB, is het noodzakelijk dat een verzoek tot het mogen toestaan van een hogere waarde wordt ingediend. Onderzoek Binnen het plangebied worden woningen mogelijk gemaakt. Volgens de Wet geluidhinder (Wgh) betreft het een ontwikkeling van geluidgevoelige functies. Het plangebied is gesitueerd tussen de Rijksweg A28 en De Schiphorsterweg. Direct ten noorden van de A28 loopt de provinciale weg N851. De geplande woningen, binnen het plan De Schiphorst, zijn gelegen binnen de wettelijke zone van Rijksweg A28 en De Schiphorsterweg. Op grond van de Wet geluidhinder moet in een dergelijke situatie onderzoek plaatsvinden naar de geluidbelasting op de geplande woningen vanwege de genoemde wegen. Het plan ligt niet binnen de wettelijke zone van de provinciale weg N851, een industrieterrein of een spoorweg. Vanwege mogelijke geluidsbelasting op de geplande woningen vanwege de genoemde wegen is akoestisch onderzoek door het Noordelijk akoestisch adviesburo verricht. Hiervan is de rapportage als Bijlage 4 bij de toelichting opgenomen. Uit dit onderzoek blijkt dat ten gevolge van wegverkeer op De Schiphorsterweg de geplande woningen een geluidbelasting ondervinden van ten hoogste 42 dB waarmee wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB.
Ten gevolge van wegverkeer op de Rijksweg A28 ontstaat op de woningen een geluidbelasting van ten hoogste 56 dB waarmee niet voldaan kan worden aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB en ook niet aan de maximale ontheffingsgrenswaarde van 53 dB. Alleen de noordgevel van woning 3 ondervindt op verdiepingsniveau een geluidbelasting hoger dan de maximale ontheffingswaarde. De overige gevels/woningen kunnen wel voldoen aan de maximale ontheffingswaarde.
vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Meppel - Buitengebied, herziening Schiphorsterw eg 5-7
- 23 -
Voorgesteld wordt om voor de woningen een hogere waarde van 53 dB aan te vragen. De noordgevel op verdiepingsniveau van woning 3, aan de zijde van de Rijksweg A28, ondervindt een te hoge geluidbelasting en zal daarom als dove gevel moeten worden uitgevoerd. Gevels die geen 'te openen delen' bevatten, zijn niet geluidsgevoelig en worden dove gevels genoemd. Voor dergelijke gevels hoeft geen hogere waarde te worden vastgesteld. Aangezien bron- en overdrachtsmaatregelen als niet wenselijk en effectief worden gezien, dient een hogere waarde van 53 dB te worden aangevraagd in combinatie met een aanvullend onderzoek naar de gevelwering van de betreffende woning. Aangezien er slechts sprake is van een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde van één geluidsbron, is hierbij geen sprake van cumulatie. Conclusie Er dient een hogere waarde van 53 dB te worden aangevraagd voor woning 3, dit in combinatie met een aanvullend onderzoek naar de gevelwering van de betreffende woning. Het aanvullend onderzoek naar de gevelwering zal voorafgaand aan verlening van de omgevingsvergunning voor het bouwen verricht zijn. De aanvraag hogere waarde is als Bijlage 6 toegevoegd.
4.3
Archeologie en cultuurhistorie
4.3.1 Archeologie Toetsingskader De Monumentenwet 1988 is per 1 juli 2016 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze in werking treedt. Vooruitlopend hierop zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. De Erfgoedwet bundelt en wijzigt een aantal wetten op het terrein van cultureel erfgoed. De kern van deze wet is dat wanneer de bodem wordt verstoord, de archeologische resten intact moeten blijven (in situ). Wanneer dit niet mogelijk is, worden archeologische resten opgegraven en elders bewaard (ex situ). Daarnaast moet ieder ruimtelijk plan een analyse van de overige cultuurhistorische waarden van het plangebied bevatten. Voor zover in een plangebied sprake is van erfgoed, moet op grond van voorgaande dan ook worden aangegeven op welke wijze met deze cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten archeologische waarden rekening wordt gehouden Onderzoek In het plangebied geldt de dubbelbestemming 'Waarde-Archeologie'. Behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en), zijn de gronden mede bestemd voor de bescherming en de veiligstelling van archeologische waarden.
Uit de regels van het vigerende bestemmingsplan blijkt dat archeologisch onderzoek noodzakelijk is bij ingrepen met een bouwoppervlak groter dan 500 m². Voor sloop zijn geen specifieke
vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Meppel - Buitengebied, herziening Schiphorsterw eg 5-7
- 24 -
regels in het bestemmingsplan opgenomen. In het planvoornemen wordt 1375 m² agrarische bebouwing gesloopt. Het betreft hier enkel de sloop van de agrarische bebouwing en het uitnemen van ondergrondse funderingen, zonder dat hierbij grootschalig de grond wordt verstoord, anders dan nodig voor boven genoemde werkzaamheden. Dit betekent dat er geen archeologisch onderzoek uitgevoerd hoeft te worden voor enkel de sloop. De nieuwbouw van de compensatiewoning bedraagt 126 m². De nieuwe woning wordt op de plek gebouwd van de ligboxstal. De kans dat hieronder nog archeologische waarden aanwezig zijn is zeer klein. Ter plaatse van de woning zullen zeer waarschijnlijk geen archeologische resten aanwezig zijn, aldus de gemeentelijk archeoloog. Voor wat betreft de groenplannen, de diepte van deze ingrepen zijn relatief beperkt en brengen geen grootschalige bodemverstoring met zich mee. Het archeologisch niveau zal hierbij niet verstoord worden. De bomen kunnen eventueel dieper wortelen maar op basis van bureaustudie van de omgeving lijkt het erop dat het gebied voor een lange tijd in de geschiedenis als het ware als een eiland in het veen gelegen heeft. De kans dat in deze tijd menselijke bewoningsactiviteiten hier hebben plaatsgevonden lijkt klein. Vanaf circa 800 - 1000 na Christus wordt het gebied beter toegankelijk.
Ter plaatse van de huidige rijksmonumentale boerderij heeft in 1832 een voorganger gestaan. Het lijkt echter niet zo te zijn dat er buiten de huidige boerderij andere bebouwing aanwezig is geweest. Er is dan ook een lage kans dat er in het gebied archeologische waarden aanwezig zijn. Archeologisch onderzoek is dan ook niet noodzakelijk, aldus de gemeentelijk archeoloog. Conclusie Een archeologisch onderzoek is niet noodzakelijk. Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor dit plan.
4.3.2 Cultuurhistorie Normstelling en beleid Als gevolg van het rijksbeleid ten aanzien van de monumentenzorg, is per 1 januari 2012 een wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening van kracht. De wijziging betreft artikel 3.1.6, tweede lid, onderdeel a, als gevolg waarvan alle cultuurhistorische waarden uitdrukkelijk dienen te worden mee gewogen bij het vaststellen van ruimtelijke plannen. Dit betekent dat in aanvulling op de archeologische aspecten ook de overige cultuurhistorische waarden moeten worden betrokken in het onderzoek. Onderzoek Voor het planvoornemen is een inrichtingsplan opgesteld (zie Bijlage 1). Hierin staat beschreven hoe er in het planvoornemen rekening wordt gehouden met cultuurhistorische elementen en structuren in en nabij het plangebied. Uit het inrichtingsplan blijkt dat de omgeving van het plangebied een bewoningsgeschiedenis kent die ver teruggaat in de tijd.
vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Meppel - Buitengebied, herziening Schiphorsterw eg 5-7
- 25 -
Al in de 14e eeuw wordt in een geschrift melding gemaakt van een versterkt huis of steenhuis met toen nog de naam Havehorst. Rond 1850 is het gehele gebied al verdeeld in veelal kleine percelen grasland en akkers met daartussen bossen. Rond 1900 is het beeld niet veel veranderd, hoewel de oppervlakten van de percelen zijn vergroot doordat de hele kleine perceeltjes zijn samengevoegd tot iets grotere, maar naar huidige maatstaven nog steeds kleine percelen. Er is een duidelijke afwisseling van akkers op de hogere en drogere delen, en grasland op de lagere en natte delen. Dit past bij het toen gebruikelijke gemengde boerenbedrijf. Tussen 1900 en 2000 is in de kern van het gebied nog steeds niet veel veranderd aan de percelering. Wel is het grondgebruik veranderd, veel akkers zijn omgezet in grasland. Aan de randen van het gebied hebben meer veranderingen plaatsgevonden. Akkers zijn omgezet in grasland en percelen zijn samengevoegd tot grotere, makkelijker te bewerken percelen. Ook is de snelweg A28 aangelegd die het gebied aan de noordzijde doorsnijdt van west naar oost.
Figuur 7. Historische kaarten van het gebied van respectievelijk 1850, 1900, 1950, 2000,
vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Meppel - Buitengebied, herziening Schiphorsterw eg 5-7
- 26 -
plangebied met rood omcirkelt (bron: www.Topotijdreis.nl d.d 09-08-2022) Ook de rijksmonumentale boerderij 'De Reesthorst' zelf heeft een cultuurhistorische waarde. De boerderij, gebouwd in Art Nouveau stijl, wordt cultuurhistorisch, architectuurhistorisch en stedebouwkundig belang genoemd, vanwege de sociaal-economische betekenis van de streek, het ontwerp, het materiaalgebruik en de ornamentiek alsmede vanwege de beeldbepalende ligging in een waardevol gebied. Het gebouw is in 1914 gebouwd en werd in 1997 aangewezen als rijksmonument. Uit het inrichtingsplan en uit paragraaf 2.2 blijkt dat het planvoornemen de cultuurhistorische samenhang in het gebied niet schaadt. Het planvoornemen van het voorliggend bestemmingsplan is onderdeel van een groter plan om de landschappelijke en cultuurhistorische waarde van het gebied juist te versterken en te reconstrueren. Ook worden de waarden van de rijksmonumentale boerderij zelf niet geschaad in het planvoornemen. Het bestaande rijksmonumentale pand zal met dit planvoornemen onveranderd blijven. De cultuurhistorie wordt met het planvoornemen dus niet aangetast. Conclusie Gelet op bovenstaande kan worden vastgesteld dat het plan vanuit landschap en cultuurhistorie passend is. Het aspect cultuurhistorie vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan.
4.4
Water Wet- en regelgeving In de ruimtelijke ordeningspraktijk is het doorlopen van de wettelijk verplichte 'watertoets' bij de betrokken waterbeheerder (in dit geval Waterschap Drents Overijsselse Delta) van belang. De watertoets wordt gezien als procesinstrument dat moet waarborgen dat de gevolgen van ruimtelijke ontwikkelingen voor de waterhuishouding meer expliciet worden afgewogen. De watertoets is een belangrijk instrument bij het klimaatbestendig en waterrobuust inrichten van de ruimte. De watertoets zorgt ervoor dat in alle ruimtelijke plannen in een vroegtijdig stadium aandacht wordt besteed aan veiligheid, kwaliteit en kwantiteit van het water. Toetsing Op 9 augustus 2022 is de (digitale) watertoets doorlopen. Het volledige advies is als Bijlage 7 aan de toelichting toegevoegd. Op basis van deze toets kan de korte procedure worden gevolgd. Concreet betekent dit dat direct door kan worden gegaan met de planvorming onder de voorwaarde dat de standaard waterparagraaf wordt toegepast. Deze tekst is hieronder weergegeven. Invloed op waterhuishouding Het plan heeft geen schadelijke gevolgen voor de waterkwaliteit en ecologie. Binnen het bestemmingsplan worden niet meer dan tien wooneenheden gerealiseerd en de toename
vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Meppel - Buitengebied, herziening Schiphorsterw eg 5-7
- 27 -
van het verharde oppervlak bedraagt niet meer dan 1500 m2. Binnen het plangebied is geen sprake van (grond)wateroverlast. Voor de aanleghoogte wordt een ontwateringsdiepte geadviseerd van minimaal 80 centimeter. Dit is de afstand tussen de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) en onderzijde bouwvloer. Bij het bouwen zonder kruipruimte kan worden volstaan met een kleinere ontwateringsdiepte. Om wateroverlast binnen woningen en bedrijven te voorkomen adviseren wij om een drempelhoogte van 30 centimeter boven het straatpeil te hanteren (as van de weg). Voor lager gelegen ruimtes, zoals kelders en parkeergarages, wordt aandacht besteed aan het voorkomen van wateroverlast door bijvoorbeeld instromend hemelwater. Voorkeursbeleid hemelwater Bij de afvoer van overtollig hemelwater moet het afstromend hemelwater ter plaatse in de bodem dan wel op het oppervlaktewater worden teruggebracht. Het waterschap heeft de voorkeur om het hemelwater, daar waar mogelijk, te infiltreren in de bodem. Oppervlakkige afvoer naar de infiltratievoorziening en infiltratie via wadi’s heeft daarbij de voorkeur. Als oppervlakkige infiltratie niet mogelijk is, is ondergrondse infiltratie door middel van bijvoorbeeld een infiltratieriool (IT-riool) of infiltratiekratten een mogelijkheid. Als infiltratie niet mogelijk is dan kan hemelwater via een bodempassage worden geloosd op oppervlaktewater.
De afvoer van overtollig hemelwater uit het plangebied mag, ongeacht de toegepaste methode, niet tot wateroverlast leiden op aangrenzende percelen of het omliggende watersysteem. Schoon hemelwater (bijvoorbeeld vanaf dakoppervlakken) kan direct worden afgevoerd naar oppervlaktewater. De adviezen van het waterschap worden meegenomen in de uitvoering. In het planvoornemen wordt 1.375 m2 agrarische bebouwing gesloopt, daarvoor in de plaats wordt één compensatiewoning gebouwd van 135 m2. Met het planvoornemen zal de verharding in het plangebied dus juist afnemen. Voor het planvoornemen geldt dus geen compensatieverplichting. Conclusie Voorwaarden met betrekking tot relevante waterhuishoudkundige aspecten worden met dit bestemmingsplan in acht genomen. Met het oog daarop wordt er dan ook van uitgegaan dat het planvoornemen van dit bestemmingsplan uitvoerbaar is.
4.5
Ecologie Normstelling en beleid Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de natuurwaarden ter plaatse. De Wet natuurbescherming (Wnb) is op 1 januari 2017 in werking getreden en betreft zowel soortenbescherming als bescherming van (Europese) natuurgebieden. Gebiedsbescherming kan volgen uit de aanwijzing van een gebied in het kader van bijvoorbeeld de Natura 2000-gebieden. Gebiedsgericht beleid vindt onder meer plaats op basis van het Natuurnetwerk Nederland. Wat betreft soortenbescherming wordt onder andere de bescherming van dier- en plantensoorten geregeld. De wet gaat uit van het "nee-tenzij"-principe, waarbij de mogelijkheid wordt geboden bepaalde ingrepen toe te staan door middel van ontheffing of vrijstelling. Daarnaast kent de wet een
vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Meppel - Buitengebied, herziening Schiphorsterw eg 5-7
- 28 -
zorgplichtbepaling voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving. In die bepaling staat: "Een ieder neemt voldoende zorg in acht voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving". Handelingen die nadelige gevolgen voor flora en fauna kunnen veroorzaken, moeten achterwege gelaten worden of zoveel mogelijk worden beperkt of ongedaan gemaakt. Ecologisch onderzoek Soortenbescherming Om de uitvoerbaarheid van het planvoornemen te toetsen is een beknopte natuurtoets uitgevoerd naar de effecten op eventuele beschermde waarden in het plangebied en in de omgeving daarvan. De rapportage van de ecologische beoordeling voor Schiphorsterweg 5 - 7 is als Bijlage 8 bij deze toelichting gevoegd. Naast het raadplegen van bronnen is het plangebied ten behoeve van de inventarisatie op 4 juli 2022 bezocht door een ecoloog. Hieronder volgen kort de conclusies. Uit de toetsing komt naar voren dat bij sloop of werkzaamheden de bebouwing mogelijk jaarrond beschermde nesten van huismus verloren gaan. Nader onderzoek is nodig om vast te stellen of huismus gebruik maken van de bebouwing in het plangebied. Op basis van de resultaten van de bovengenoemde onderzoeken wordt bepaald of een ontheffing voor de Wnb nodig is voordat sloop of renovatiewerkzaamheden mogen starten.
Verder moet bij de werkzaamheden rekening worden gehouden met het broedseizoen van vogels. Dit betekent dat er bij voorkeur buiten het broedseizoen wordt gewerkt, dus buiten de periode half maart tot half juli. Het is ook mogelijk om voor het broedseizoen te starten met de werkzaamheden en continu door te werken. Dan is het waarschijnlijk dat vogels niet in het plangebied gaan broeden vanwege de continue verstoring. Is de wens om de werkzaamheden in het broedseizoen te starten, dan is het nodig om het plangebied voorafgaand aan de start te (laten) inventariseren op broedgevallen. Zijn er op dat moment vogels aan het broeden, dan kunnen de werkzaamheden pas starten als de jongen zijn uitgevlogen. Gebiedsbescherming Een nadere analyse in het kader van de gebiedenbescherming van de Wnb of het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid is niet noodzakelijk. Het plan heeft geen negatieve gevolgen voor de instandhoudingsdoelstellingen van natuurlijke habitats en soorten. Voor deze activiteit is daarom geen vergunning op grond van de Wnb nodig. Het plan is ook niet in strijd met het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid. Verlies van oppervlakte en samenhang van het NNN is niet aan de orde en er vindt als gevolg van de werkzaamheden geen negatief effect plaats op de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN in het plangebied.
Ten aanzien van kwaliteit van het NNN treedt eveneens geen negatief effect op. Het plan is niet in strijd met de Provinciale Omgevingsverordening Drenthe. Nader onderzoek huismus Zoals hierboven weergegeven, is onderzoek naar huismus nodig. Dit is in april en mei 2023 uitgevoerd (Bijlage 9 Nader onderzoek huismus).
vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Meppel - Buitengebied, herziening Schiphorsterw eg 5-7
- 29 -
Er zijn tijdens de bezoeken geen huismussen aangetroffen op en in de directe omgeving van het erf. In de aanwezige gebouwen zijn ook geen oude nesten of andere sporen van huismussen aangetroffen. Omdat er op de onderzochte locatie geen verblijfplaatsen van huismussen zijn aangetroffen, is dus geen ontheffing vereist om de geplande werkzaamheden uit te voeren. Stikstof In Nederland zijn 162 Natura 2000-gebieden gelegen. In 130 van deze gebieden komen stikstofgevoelige habitats of leefgebieden van soorten voor. Een verdere toename van stikstofdepositie kan tot een negatief effect kan leiden. Daarom dient bij een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling onderzocht te worden of er stikstofdepositie in stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden plaatsvindt. Een te hoge stikstofdepositie kan tot een negatief effect leiden, waardoor een bestemmingsplan onder dezelfde omstandigheden niet kan worden vastgesteld. Het projectgebied ligt circa 6,5 kilometer ten oosten van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied 'De Wieden'. Het gehele plangebied ligt in een groot akker- en weidegebied aangewezen als NNN. Ten behoeve van het planvoornemen is een AERIUS-berekening uitgevoerd. Hierbij is zowel de stikstofdepositie ten gevolge van bouwwerkzaamheden in de aanlegfase als in de gebruiksfase meegenomen. De berekening en bijbehorende rapportage is als Bijlage 10 opgenomen in deze toelichting.