CConstaterende datMeppel
Koppel je AI →
Document · PDF

Contourennota Onderzoek Drukkerijmuseum

1 - RAADSVERGADERING 30 mei 2024, gemeente MeppelBij agendapunt: Cultuurnota Gemeente Meppel 2024 en verder14.981 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Samengevat kan vastgesteld worden dat de financiële basis van het museum uiterst wankel is. Hoewel de gemeente bijdrage op het landelijk gemiddelde ligt, is deze nominaal te laag voor een goed functioneren van het museum. De tweede belangrijke inkomstenbron, entreegelden, noch de andere inkomsten compenseren onvoldoende om tot een minimale professionele exploitatie te komen. Vooral voor het betalen van voldoende vast personeel zijn onvoldoende middelen beschikbaar, zeker als men van Fair Pay uitgaat. In 2020 werd € 12.488 uitgegeven aan brutosalarissen. Ook voor het uitvoeren van museale taken is er te weinig budget, zeker als dit vergeleken wordt met landelijke gemiddelden. Bedreigend voor het voortbestaan is het feit dat het museum door de jaarlijkse tekorten inteert op zijn reserves. Huisvesting De monumentale pakhuizen waarin het Drukkerijmuseum is gehuisvest, zijn eigendom van de Stichting. De gebouwen verkeren in een goede staat, maar vergen jaarlijks onderhoud. Dit vindt plaats in nauwe samenwerking met de Monumentenwacht Drenthe. Regelmatig wordt de bouwkundige staat van het pand gecontroleerd. Waar nodig wordt door een lokale aannemer onderhoud gepleegd. Van deze kosten wordt 40% vergoed, omdat het gebouw een rijksmonument is. Verduurzaming van het gebouw heeft sinds november 2022 de aandacht van het bestuur.

De coöperatie VerduurSaam Écht Meppel heeft een rapport met aanbevelingen opgesteld, waarvan de totale kosten ± € 200.000 bedroegen. Na advies door de gemeente heeft het museum met steun van 20 Nederlandse Museumvereniging, Museumcijfers 2021, trends in de museumsector, pag. 47 21 Nederlandse Museumvereniging, Museumcijfers 2021, trends in de museumsector, pag. 46

22

Projectburo Meeter, 18 maart 2024

een gespecialiseerd bureau in Zwolle een aanvraag van € 110.00 ingediend bij een regeling die recent van kracht was geworden om bedrijven en stichtingen te helpen om te verduurzamen. Helaas werd het DMM uitgeloot. In juni 2023 is het museum in contact gekomen met een installateur die een nieuw, eenvoudiger plan heeft opgesteld. Momenteel wacht men op een offerte van dit bedrijf. Voor wat betreft de ruimte die beschikbaar is om goed als museum te kunnen functioneren, zijn de volgende knelpunten vastgesteld: • Doordat de lift te weinig capaciteit heeft - er kan één rolstoel in - kunnen geen grotere groepen ouderen ontvangen worden, zoals ouderen uit bejaardenhuizen die een dagje uit willen. • Het museum beschikt over een externe opslagruimte op een industrieterrein. Deze is naar museale maatstaven niet geschikt als depot. Kortom een echt depot ontbreekt. • Er ontbreken kantoor- en vergaderruimten, alsmede een ontvangstruimte voor groepen. Samengevat kan ten aanzien van de huisvesting het volgende worden vastgesteld. Het gebouw, eigendom van de stichting, verkeert in een goede staat, mede door de samenwerking met de Monumentenwacht Drenthe. De pogingen om het gebouw te verduurzamen verlopen moeizaam en het is de vraag of het eenvoudigere plan van de recent betrokken installateur voldoende rekening houdt met de museale eisen die gesteld moeten worden.

Ook kent het onderkomen een aantal knelpunten die een volwaardig en professioneel museaal functioneren in de weg staan. Collectie Omvang, aard, eigendom en verzamelbeleid De collectie is in omvang niet bijzonder groot (33 stuks) en bestaat uit duidelijk omschreven kerncollecties die betrekking hebben op de vervaardiging van papier, de zetterij, de verschillende vormen van drukken (het merendeel, 13 stuks) en het boekbinden. Ook heeft het museum een kunstcollectie (ca. 100 items) van zeefdrukken, steendrukken, etsen e.d. Deze heeft geen bijzondere kunsthistorische waarde. Tenslotte is er een bibliotheek met een collectie boeken, artikelen en publicaties (ca.1.000 items) over de geschiedenis van de drukkunst en handleidingen van druk- en zetmachines. Deze bibliotheekcollectie is voornamelijk voor eigen gebruik, in het bijzonder de handleidingen van de machines. Het museum is zo goed als geheel eigenaar van de gehele collectie. Twee stukken zijn, naar opgave van het museum, in langdurige bruikleen van andere eigenaren, te weten een steendrukpers van een particulier en een houten pers uit ca. 1770 van ‘Huis van het Boek’ te Den Haag. Voor wat betreft het verzamelbeleid is dit gericht op continuering en verbetering. Door ruimtegebrek en gebrek aan een goed depot kan de collectie niet verder uitgebreid worden, zeker niet met grote stukken, zoals druk- en zetmachines.

Het beleid is er dan ook op gericht de kwaliteit van de collectie te verbeteren door mindere goede stukken te vervangen door betere. Deze worden bij voorkeur geworven middels schenkingen. Aankopen worden alleen gedaan indien het een kleiner artikel 23

Projectburo Meeter, 18 maart 2024

betreft dat bijzonder is voor de samenstelling van één van de deelcollecties. Bij de werving is er oog voor de herkomst van het object (provenance) en de geschiedenis daarvan (due diligence). Samengevat wordt geconcludeerd dat het DMM beperkte mogelijkheden heeft om een gericht verzamelbeleid te voeren. Ruimtegebrek beperkt de mogelijkheden om nieuwe stukken te werven. Uitruil om tot verbetering te komen staat centraal. Een helder, in beleidsstukken vastgelegd, beleid voor wat betreft de werving van objecten (provenance en due diligence) en de afstoting daarvan (LAMO) ontbreekt. Wel worden deze uitgangspunten in de praktijk toegepast. De bibliotheek heeft een zeer beperkte publieksfunctie en is niet echt een studie- of informatiecentrum over de drukkerijgeschiedenis in het algemeen en die van Meppel in het bijzonder. Registratie Van de museale collectie is 50% geregistreerd in het museale registratiesysteem Adlib, hierbij zijn alleen de basisvelden ingevuld. Een ander onderscheid dan de opdeling in de hierboven beschreven kerncollecties, bijvoorbeeld in A, B, C, en D- collecties, wordt niet toegepast. De boekencollectie is geheel geregistreerd in een apart databaseprogramma. De collectie is niet online te raadplegen. Naast de basisregistratie van de collectie worden er geen velden ingevuld die met documentatie van de objecten te maken hebben.

Voor het hiervoor noodzakelijke onderzoek naar achtergrondgegevens van de objecten is te weinig tijd. Gezien het tijdsintensieve karakter van dit werk, komt dit overigens bij meerdere musea voor. Men is vaak al blij als men de collectie op basisniveau heeft geregistreerd. Door gebrek aan menskracht en knowhow is de collectie niet cultuurhistorisch gewaardeerd en wordt er nauwelijks algemeen onderzoek gedaan naar de achtergrond van de collectie, bijvoorbeeld naar de geschiedenis van de drukkerij in Meppel. Samengevat is de collectie op basisniveau grotendeels geregistreerd. Door gebrek aan menskracht en knowhow vordert het registreren van de gehele collectie langzaam en is diepgaander onderzoek op documentair en historisch gebied niet mogelijk. Het museum ervaart dat ook als een knelpunt. Conservering • Passieve conservering Aangaande de passieve conservering - de klimatologische omstandigheden in het museum - kan vastgesteld worden dat deze niet systematisch wordt gemeten. Voor wat betreft de temperatuur en relatieve vochtigheid geeft het museum aan dat deze lang geleden is gemeten met behulp van een thermohygrometer, maar dat met de uitkomsten hiervan niets is gedaan. Wel wordt tijdens sluitingsperioden de temperatuur van elke ruimte op niveau gehouden.

24

Projectburo Meeter, 18 maart 2024

Voor wat betreft Uv-straling zijn de ruiten voorzien van UV-werende folie. Metingen worden op dit gebied niet gedaan. Hierdoor is het onduidelijk of deze bescherming afdoende is en of er in het aanwezige kunstlicht bronnen van Uv-straling zijn. Er wordt geen onderzoek gedaan naar de aanwezigheid van ongedierte, de stoffigheid in het museum, eventuele luchtverontreiniging of de aanwezigheid van schadelijke stoffen in bouwkundige elementen. Voor wat betreft de stoffigheid is er een probleem om vrijwilligers te vinden die het museum regelmatig schoon willen maken. • Actieve conservering Aan conservering en onderhoud van de collectie wordt veel aandacht besteed. Daartoe is een Technische Commissie ingesteld die zich bezighoudt met onderhoud en reparaties van machines, gereedschappen en materialen. De gebruikte machines moeten, vooral omdat deze regelmatig in gebruik zijn, gesmeerd en nagezien worden. Zo nodig worden er reparaties uitgevoerd. Voor iedere machine is een onderhoudsschema aanwezig. Voor onderhoud aan machines is extern een werkplaats beschikbaar. Omdat veel vrijwilligers uit de grafische sector afkomstig zijn, is er voldoende knowhow om de collectie te onderhouden. Machines worden alleen onderhouden. Voor restauratie ontbreken de financiële middelen. • Beveiliging Deze is goed op orde, mede doordat deze met advies van een professioneel bedrijf tot stand is gekomen.

Het gaat hier zowel om de brandbeveiliging, als om de inbraak- en diefstalbeveiliging. Ook is er een uitvoerig Calamiteitenplan waarin naast de brand-, inbraak- en diefstalbeveiliging aandacht is voor vluchtroutes, bommeldingen, stroomstoringen, gaslekken, overvallen, medische noodsituaties en schadelijke stoffen. Samengevat kan betreffende de collectie worden vastgesteld dat er alleen op het gebied van de passieve conservering problemen zijn. Door het ontbreken van metingen en onderzoek is er feitelijk geen zicht op de klimatologische geschiktheid van het gebouw als museum. Hierbij dient opgemerkt dat de collectie machines minder gevoelig is voor klimaatinvloeden. Dat neemt niet weg dat er vanuit de museale verantwoordelijkheid voor de collectie nader onderzoek moet worden gedaan hoe deze optimaal te behouden. Meer in het bijzonder geldt dit voor de kunstcollectie. Publiekstaken Openstelling Het museum heeft een beperkte openstelling. Van dinsdag tot en met vrijdag is het museum in de middag geopend van 13.00 tot 17.00 uur. Voor wat betreft de zaterdagen geldt een openstelling van twee zaterdagen per maand van 13.00 tot 16.00 uur. Zondag en maandag is het museum gesloten.

25

Projectburo Meeter, 18 maart 2024

Het museum heeft niet alleen vanwege gebrek aan vrijwilligers een beperkte openstelling. Vooral wat de weekenden betreft is in het verleden gebleken dat buiten de vakantieperioden er weinig bezoekers komen. Bezoekers Tussen 2009 en 2018 steeg het aantal bezoekers geleidelijk van een kleine 3.300 naar 9.500 bezoekers. Na dit topjaar nam het aantal bezoekers af. In 2019 kreeg het museum nog ruim 7.500 bezoekers. Na de coronajaren 2020 en 2021 zet een langzaam herstel in. In 2022 kwamen een kleine 5.500 mensen het museum bezoeken. Dit hertel lijkt zich in 2023 voort te zetten. Ongeveer 80% van de bezoekers zijn betalende bezoekers. Dat niet iedereen betaald komt onder meer door het kindvriendelijke beleid van het museum. Zeker op Open Dagen is het museum voor kinderen gratis. Ook zijn de inkomsten uit schoolbezoek laag; € 3/kind. Voor wat betreft het profiel van de bezoekers komt ca. 30% in gezinsverband, ca. 30% in schoolverband en ca. 30% is 55-plus. Van de overige 10% komt 7% in verenigingsverband. Hierbij dient opgemerkt dat het bezoek vooral gedurende de vakanties en in de zomermaanden komt. Het gaat dan vooral om gezinnen/opa’s en oma’s met kinderen die op campings of bungalowparken in de regio verblijven. In de perioden daaromheen komen er vooral 55-plussers. April /mei is de periode van het schoolbezoek. Meppelaren vormen 30% van het bezoek.

Het gaat hier vooral om kinderen die in schoolverband of soms in gezinsverband komen. De rest zijn toeristen. Buitenlanders komen nauwelijks naar het museum. Publieksactiviteiten • De vaste presentatie In algemene zin wil het DMM het verhaal vertellen van de informatiedragers van de steentijd tot de overgang naar fotografisch zetten en offset druktechnieken in 1980er jaren. Hiertoe zijn twee inleidende presentaties ingericht en zijn er zaalbladen die achtergrondinformatie geven. De kracht van het museum ligt echter in het feit dat veel van de machines, door vrijwilligers bediend, werkend getoond worden. Het ambachtelijk karakter van het museum wordt versterkt door demonstraties van onder meer papierscheppen, letterzetten, steendruk en zeefdruk. De bezoeker kan hier onder toezicht vaak aan mee doen. Een audio-toer en beeldenschermen waarop een vrijwilliger de werking van een machine toelicht completeren de vaste presentatie. Door de nadruk die ligt op de machines en de ambachtelijke activiteiten komt het verhaal over de informatiedragers voor veel bezoekers in de schaduw te staan. Het museum is daardoor eerder een technisch museum dan een cultuurhistorisch. Overigens is de vaste presentatie, nu 37 jaar oud, tentoonstellingstechnisch verouderd en qua uitstraling ietwat worn-out.

Kleinere aanpassingen binnen het bestaande museumconcept zoals het maken van meer, kwalitatief betere, tijdelijke tentoonstellingen (niet een heel goedkope oplossing), meer interactieve activiteiten en het introduceren van de jongste technologieën in de 26

Projectburo Meeter, 18 maart 2024

grafische wereld zullen niet volstaan om het museum de gewenst update te geven zodat deze toekomstbestendig is. Hiervoor moet het gehele museale en tentoonstellingstechnische concept gemoderniseerd worden. • Tijdelijke tentoonstellingen Het museum organiseert ieder kwartaal een tentoonstelling. Het beleid achter de keuze van de onderwerpen heeft een wat algemeen karakter. Het betreft alles dat met drukken en grafische activiteiten te maken heeft, bij voorkeur passend bij de actualiteit, zoals ‘Meppel drukkersstad in oorlogstijd naar aanleiding van 75 jaar + 1 bevrijding’ en Vincent van Gogh tijdens het Van Goghjaar in Drenthe. Naast grafisch werk afkomstig uit de eigen collectie, worden ook grafische kunstenaars benaderd om in het Drukkerijmuseum te exposeren. Echter, ook wat er toevallig voorbij komt kan geplaatst worden. De tentoonstellingen hebben over het algemeen een kunst(historisch) karakter. Historische tentoonstellingen worden incidenteel georganiseerd. Het aantal en type bezoekers dat een tijdelijke tentoonstellingen trekt, wisselt per onderwerp. Het gaat echter nooit om grote aantallen. De tentoonstellingen worden door de vrijwilligers samengesteld. Voor grotere tentoonstellingen worden apart fondsen geworven. • Educatieve activiteiten Het Drukkerijmuseum organiseert regelmatig educatieve activiteiten voor scholen uit de regio.

Steeds vormen de wensen van de scholen het uitgangspunt. Het bezoek betreft vooral klassen uit de bovenbouw van de basisschool; 90%. De resterend 10% zijn klassen uit de onderbouw van het voortgezet onderwijs. Het merendeel deel van de verzoeken komt via de Cultuurklik binnen. Hier maakt het Drukkerijmuseum deel uit van het Plusprogramma. Een werkgroep, waarin ook vertegenwoordigers van de scholen zitting hebben, bepalen jaarlijks dit programma. Het Drukkerijmuseum zit daar niet altijd in. Naast via de Cultuurklik, verzorgt het museum op verzoek educatieve programma’s voor scholen van buiten de gemeente Meppel. Dit zijn in grote lijnen dezelfde programma’s als voor de Cultuurklik. Het gaat om ca. 15% van het totale schoolbezoek en betreft scholen uit Staphorst, Harderwijk, Zwartsluis en ook wel kleine groepen kinderen die thuisonderwijs krijgen. Voor het Grafisch Lyceum in Zwolle organiseert het museum rondleidingen en oefeningen met oude machines door vrijwilligers met een kunstacademie achtergrond. Deze hebben tot doel om kennis te maken met de geschiedenis van het grafische vak. Docenten en studenten zijn hier enthousiast over. Het museum maakt de educatieve programma’s voornamelijk zelf. Vaak zijn deze gekoppeld aan tijdelijke tentoonstellingen.

Net als bij veel andere vrijwilligersmusea, zijn de vrijwilligers van het DMM niet voldoende geschoold om professionele educatieve programma’s maken.

27

Projectburo Meeter, 18 maart 2024

• Overige publieksgerichte activiteiten ~ Demonstraties Deze vormen de kern van het publieksgerichte werk in het museum. Op elke afdeling staan machines die door technisch onderlegde vrijwilligers, vaak oud-medewerkers uit de grafische industrie, maar ook vrijwilligers die de kunstacademie hebben gedaan, werkend worden getoond en toegelicht. ~ Kindgerichte activiteiten Het betreft: - Kinderfeestjes. Ca. 20 keer per jaar, op woensdagmiddagen, voorziet het museum in een kinderfeestje. Deze worden door de ouders aangevraagd op basis van het aanbod op de website. Totaal gaat het om ca. 150 kinderen per jaar. - Het museum heeft een kinderdrukkerij met tafels waar op werkjes liggen om zelf te maken - Het onder begeleiding van een vrijwilliger zelf papierscheppen, je eigen naam zetten en afdrukken of een zeefdruk maken. - Er zijn twee speurtochten; één voor kinderen tussen de 4 tot 7 jaar en één voor kinderen vanaf 7 jaar. ~ Cursussen en workshops Het museum organiseert cursussen op het gebied van zeefdruk, letterpress en overige druktechnieken. Hierbij wordt samengewerkt met ‘Scholing in de Kunst Meppel ‘(SCH!K), voor de inschrijving. De inkomsten uit deze cursussen en workshops dekken ongeveer de kosten en leveren dus geen wezenlijke bijdrage aan de inkomsten van het museum. Ook dragen zij weinig bij aan het aantal bezoekers. Gemiddeld genomen gaat het om 6 deelnemers per cursus.

~ Arrangementen Jaarlijks worden er 3 arrangementen georganiseerd in samenwerking met restaurant Herberg ’t Plein. Het betreft koffie- en luncharrangementen. Ook hier verdient het museum weinig aan. ~ Jaarlijks neemt het museum deel aan de Lichtjeswandeling. Samengevat kan ten aanzien van de publiekstaken gesteld worden dat: • De openstelling beperkt is door het gebrek aan vrijwilligers, maar ook door het feit dat Meppel als stad relatief weinig toeristen trekt. Zoals hierboven al is aangegeven ontbreken cijfers over het toerisme naar Meppel overigens, omdat deze niet bijgehouden worden. • Voor wat betreft het aantal bezoekers krabbelt het DMM, net als veel andere musea, op uit de coronacrisis, maar of het museum evenveel bezoekers gaat trekken als in het topjaar 2018 (ca. 9.500) is de vraag. De belangrijkste publieksgroepen die worden bereikt zijn gezinnen, vooral verblijfstoeristen tijdens de vakantieperioden, 55-plussers buiten de vakantieperiodes, en scholen. Deze laatsten vormen ook de belangrijkste groep Meppelaars die bereikt wordt. • De vaste presentatie is sinds de oprichting niet meer wezenlijk veranderd. Zowel tentoonstellingstechnisch als qua uitstraling is deze verouderd. Oplappen van het huidige museale concept zal niet tot wezenlijke verbeteringen lijden, hiervoor moet het gehele museale en 28

Projectburo Meeter, 18 maart 2024

tentoonstellingstechnische concept gemoderniseerd worden. Daarbij komt dat door de nadruk die ligt op de machines en de ambachtelijke activiteiten het verhaal over de informatiedragers door veel bezoekers niet opgepakt wordt. Het museum is daardoor eerder een technisch museum dan een cultuurhistorisch, dat de bezoeker effectief informeert over de informatiedragers van de steentijd tot de overgang naar hedendaagse zet- en druktechnieken. • Het museum biedt een breed scala aan publieksactiviteiten aan, maar blijkt daar in de praktijk uiteindelijk weinig aan te verdienen. Met andere woorden, maatschappelijk en cultureel steekt het museum zijn nek uit, in het bijzonder door de inzet van vrijwilligers, commercieel levert het onvoldoende op. • Vooral op het gebied van maken van tijdelijke tentoonstellingen en educatieve programma’s is er een gebrek aan knowhow bij de veelal technisch georiënteerde vrijwilligers. Public Relations Uitgaande van het feit dat het hier om een vrijwilligersmuseum gaat is de promotie van het museum op orde. Het museum is opgenomen in een wandel- of fietsroutes, heeft een website, een Facebookpagina en staat op Instagram. Regelmatig zijn er contacten met de lokale en regionale pers, zowel de schrijvende als radio en TV.

Bij de opening van tijdelijke tentoonstellingen en bijzondere activiteiten, zoals de jaarlijkse uitreiking van de kopperprent stuurt het museum een persbericht uit. Marketingonderzoek wordt niet gedaan.

29

Projectburo Meeter, 18 maart 2024

BIJLAGE 2 GEMEENTELIJK, PROVINCIAAL EN REGIONAAL BELEID Gemeentelijk beleid Oorspronkelijk wilde de gemeente de cultuurnota ‘Panta Rhei, cultuur is van de samenleving’ uit 2016 actualiseren. Echter het faillissement van Scala en de tijdelijke sluiting van het Drukkerijmuseum vroegen naar de mening van het college om een nieuwe cultuurnota. Deze nieuwe nota ‘Cultuur is overal en van iedereen’ is op 19 oktober jl. besproken in de raad en geamendeerd. Hierbij kreeg de nota de status van een visiedocument. De raad vond dat de voorliggende conceptnota onvoldoende inzicht geeft in hoe de visie en ambities uitgewerkt worden en dat er een visie ontbreekt op het bredere culturele veld waaronder musea, theater Ogterop, media en de bibliotheek en de samenhang daartussen. In onderstaande samenvatting is van de geamendeerde versie uit gegaan.

In de cultuurnota stelt het college vast dat: • Meppel een rijke geschiedenis en een gevarieerd cultureel aanbod heeft, zowel gesubsidieerd als niet gesubsidieerd; • de inwoners van Meppel cultuur belangrijk vinden, maar ook dat een goede culturele infrastructuur het vestigingsklimaat en de toeristische sector versterkt; • cultuur onder druk staat door bezuinigingen in voorgaande jaren in combinatie met inflatie en stijgende energieprijzen, waardoor enkele instellingen failliet gingen of tijdelijke sloten met verschraling van het culturele aanbod als gevolg. De richting van het cultuurbeleid wordt bepaald door: • op lokaal niveau het Coalitieakkoord 2022-2026 ‘Werk in Uitvoering’ waarin Cultuur, net als onderwijs en sport, benoemd wordt als een wezenlijk onderdeel voor de verrijking van het leven en als mogelijkheid om jezelf te ontwikkelen, maar ook voor een aantrekkelijke binnenstad en de economische waarde van cultuur. Derhalve moet Meppel voorzieningen op dit vlak hebben die bereikbaar zijn voor de inwoners en die uit de directe omgeving van Meppel; • op provinciale niveau het cultuurbeleid dat gericht is op het in stand houden van een culturele basisinfrastructuur met een brede betrokkenheid en toegankelijkheid voor zo veel mogelijk doelgroepen.

Daarnaast is er aandacht voor samenwerking in bestaande en nieuwe coalities; • op landelijk niveau de Bibliotheekwet, Mediawet en de Rijkscultuurnota; • samenwerking tussen de domeinen en voorzieningen van cultuur, welzijn, onderwijs, participatie en gezondheid met elkaar te verbinden waardoor betere resultaten zijn te bereiken. Een en ander leidt tot de volgende visie (geamendeerde versie); “Onze visie is dat deelname aan kunst en cultuur essentieel is voor de gezondheid, het geluk en het welzijn van de inwoners van Meppel en dat die hen stimuleert om actief aan de samenleving deel te nemen.” 22 22 Raadsbesluit d.d. 19 oktober 2023

30

Projectburo Meeter, 18 maart 2024

Vervolgens zijn een viertal uitgangspunten voor het cultuurbeleid vastgesteld, te weten: • Cultuur is onmisbaar voor opgroeiende kinderen en jongeren. Meer concreet gaat het om kansengelijkheid van jonge inwoners van Meppel door hen vanuit school rijke kunst- en cultuurervaringen mee te geven middels een doorgaande leerlijn van primair naar voortgezet onderwijs. Ook wil het college kinderen en jongeren stimuleren om na school bezig te zijn met kunst en cultuur. • Het cultuuraanbod moet laagdrempelig en voor iedereen beschikbaar zijn. Hiermee wil het college bereiken dat de inwoners zich een leven lang blijven ontwikkelen, een hoog welbevinden hebben en rijke ervaringen opdoen door het beoefenen van kunst en cultuur. • Cultuur is een middel om het sociaal domein te ondersteunen. Het gaat hierbij niet alleen om het vergroten van de gezondheid van de inwoners, maar ook meer kansengelijkheid, het verminderen van eenzaamheid en om inclusie en integratie. • (Geamendeerd) Cultuur is onderdeel van de ambitie van Meppel om in 2040 CO2-neutraal te zijn. Hierbij wil de gemeente in gesprek blijven met de culturele sector over hoe zij kunnen verduurzamen, hen daarbij ondersteunen en stimuleren en producties, programmering en werken die aandacht besteden aan de klimaatcrisis verwelkomen. Bij de uitvoering van het beleid wil de gemeente inzetten op het versterken van de samenwerking.

Zij ziet haar rol als faciliterend en stimulerend waarbij deze kan wisselen van verbinden, aanjagen, kennis delen, prestatieafspraken maken, subsidie verlenen tot opdrachtgeverschap. Van de culturele instellingen die meerjarig worden ondersteund door de gemeente wordt verwacht dat zij samenwerken en elkaar aanvullen. Hierbij moeten zij vanuit hun eigen kerntaak werken. Het hebben van een gezonde bedrijfsvoering en ruimte om te investeren in zaken als samenwerking en innovatie vindt de gemeente daarbij van groot belang. Vastgesteld wordt dat de huidige financiële middelen onvoldoende zijn voor het behouden van een duurzame culturele basis. Er is derhalve behoefte aan een lange-termijn perspectief. Tijdens de raadsvergadering werd besloten dat, op basis van de geamendeerde cultuurnota als visiedocument, deze in samenwerking met het culturele veld en de raad beleidsmatig moet worden uitgewerkt tot een vernieuwde cultuurnota. Deze moet uiterlijk medio mei 2024 aan de raad worden aangeboden. Voorts is de nota Meppeler erfgoed NU, behouden-benutten-beleven uit 2021 van belang. Deze nota richt zich op het Meppelse monumentenbeleid. Opgemerkt moet worden dat er in de cultuurnota geen verband met deze nota gelegd wordt. Het lijkt daarmee of cultuur en erfgoed twee verschillende zaken zijn. In moderne erfgoedopvattingen wordt dit onderscheid minder gemaakt.

Immers veel musea in Nederland zijn erfgoedmusea. Van de 471 leden van de Nederlandse Museumvereniging (NMV) is ruim 60% een historisch museum waar Nederlands erfgoed wordt verzameld en getoond. Voor wat betreft kunstmusea gaat het om 23%. Deze musea hebben overigens vaak ook erfgoedcollecties in de vorm van oude kunst. Een kleine 9% van de leden van de NMV is een bedrijfs, wetenschappelijk of technisch museum. Het Drukkerijmuseum valt hieronder. 31

Projectburo Meeter, 18 maart 2024

Dit kan overigens ook als een erfgoedmuseum gezien worden; immers het beheerd grafisch erfgoed. De overige musea zijn natuurhistorische of volkenkundige musea. Van de leden van de NMV trekken de historische musea de meeste bezoekers, 47%, de kunstmusea, ondanks hun geringer aantal, 35% en de bedrijfs, wetenschappelijk en technisch musea 9%.23 Het lijkt dan ook goed de nota Meppeler erfgoed NU bij de analyse van het gemeentelijk cultuurbeleid te betrekken. In de nota wordt benadrukt dat het monumentale erfgoed, waaronder landschappen en stadsgezichten, inspireert en verbindt24, termen die we in de cultuurnota overigens ook tegen komen. Vastgesteld wordt dat het historisch stadsbeeld van Meppel een belangrijke waarde heeft, ook toeristisch gezien, en dat men dit cultuurhistorische erfgoed wil koesteren25. Met de nota wil de gemeente komen tot een ‘actueel en bij de schaal van Meppel passend integraal erfgoedbeleid dat recht doet aan onze cultuurhistorische kwaliteiten, dat leidt tot een beter besef van ons erfgoed, en dat kan rekenen op breed draagvlak bij de diverse doelgroepen.” 26 Hierbij wil men onder meer ook dat de geschiedenis van Meppel zichtbaar en beleefbaar blijft, immers “het erfgoed van stad en land vertelt het verhaal van Meppel.

Waar we vandaan komen, wie we zijn en hoe we ons nu ontwikkelen” zo stelt de nota.27 Vanuit deze visie richt het beleid zich naast op ‘behouden’ (inclusief verduurzamen) en ‘benutten’ (duurzaam herbestemmen, waarbij de geschiedenis zichtbaar en herkenbaar blijft) op ‘beleven’. Niet alleen wordt het erfgoed in dit licht gezien als een inspirerende en aantrekkelijke leefomgeving dat diverse mogelijkheden biedt voor recreatie en toerisme, maar ook als het ontwikkelingsverhaal van Meppel; “de zichtbare en onzichtbare verbinding tussen verleden, heden en toekomst”. Men wil, zoals de nota stelt: “de verschillende verhalen van Meppel, in daad en in woord, blijven vertellen. Aan jong en oud, aan inwoners en bezoekers”. Samenwerking met de erfgoedorganisaties in Meppel maakt hier deel vanuit. Provinciaal beleid Uitgangspunten In september 2020 kwam de Provinciale Cultuurnota 2021-2024 onder de titel “Cultuur om te delen” uit. In het voorwoord geven Gedeputeerde Staten de ambities van de nota aan. Deze gaan uit van het in stand houden van de provinciale culturele basisinfrastructuur. Ingezet wordt op voortzetting van het beleid met accentuering van brede toegankelijkheid en samenwerking.28 De provincie richt zich daarbij op drie invalshoeken:

23 Nederlandse Museumvereniging, Museumcijfers 2021, trends in de museumsector, pag. 9 24 Beleidsnota Meppeler erfgoed NU, behouden-benutten-beleven, pag. 14 25 Beleidsnota Meppeler erfgoed NU, behouden-benutten-beleven, pag. 15 26 Beleidsnota Meppeler erfgoed NU, behouden-benutten-beleven, pag. 17 27 Beleidsnota Meppeler erfgoed NU, behouden-benutten-beleven, pag. 14 28 Provinciale Cultuurnota 2021-2024, Cultuur om te delen, pag. 7

32

Projectburo Meeter, 18 maart 2024

1 Maatschappelijke toegankelijkheid. De provincie wil dat zoveel mogelijk mensen, ondanks verschillen in achtergrond en interesses kunnen delen wat Drenthe aan kunst en cultuur te bieden heeft, zodat zij op hun beurt via cultuur in contact kunnen komen met elkaar. Het gaat ons hier om inclusie, diversiteit en toegankelijkheid. Daartoe wil de provincie een cultuurklimaat realiseren dat zich nestelt in de samenleving en interessant is voor zowel aankomend talent als voor ervaren cultuurmakers, voor jong en oud, voor professionals en amateurs. Waar drempels zijn wil de provincie die helpen wegnemen. 2 Erfgoed. De provincie wil de vele verhalen van Drenthe over het leven van gisteren, vandaag en morgen vertellen en zichtbaar maken, zodat zij professionals en amateurs uit allerlei disciplines kunnen inspireren tot boeiende nieuwe verhalen en plannen. 3 Economie en ruimte. Het gaat hier om het benutten van cultuur als gids en inspiratiebron om de grote maatschappelijke opgaven mede vorm te geven. Gedacht wordt aan de energietransitie, de klimaatadaptatie en krimp die allemaal gevolgen zullen hebben voor de inrichting van de ruimte. Vanuit de overzichtspositie die de provincie heeft, ziet de provincie haar rol hierbij als signalerend, initiërend regisserend, normerend, faciliterend en/of adviserend. Samenwerking en verbinding Samenwerking is essentieel.

Niet alleen wil de provincie meer aandacht voor bestaande vormen van samenwerking, maar ook voor nieuwe. Het gaat hierbij om zowel het versterken van samenwerking binnen het provinciaal bestuur, als die met andere overheden, in het bijzonder met de gemeenten. Ook wordt gedacht aan ministeries en partners in Noord Nederland en met instellingen over de grens. Ook culturele en erfgoedinstellingen moeten hierbij betrokken worden om zoals de nota het uitdrukt: “in onderlinge afstemming kleur aan het culturele veld te geven en het evenwichtig en compleet te maken”.29 De afstemming en samenwerking met de gemeente wil het college verder versterken. Van de verschillende regelingen en activiteiten die er zijn in verband met deze samenwerking, zijn de volgende van belang: • De regeling Culturele Impuls. Via deze regeling krijgen alle gemeenten in Drenthe een vast bedrag voor een zelf gekozen inzet op cultuur, onder de voorwaarde dat zij daar eenzelfde bedrag bij leggen. • Maatwerk De provincie gaat met alle gemeenten in gesprek een bijzondere culturele projecten mogelijk te maken. Het kan hier ook om museale projecten gaan.

29 Zie ook Provinciale Cultuurnota 2021-2024, Cultuur om te delen, pag. 16

33

Projectburo Meeter, 18 maart 2024

• Culturele allianties. Het betreft hier allianties met gemeenten op thema’s waar de provincie een gezamenlijk doel ziet. • Ondersteuning stedelijk gemeenten. Meppel is een van de vier stedelijke gemeenten in Drenthe. Omdat het culturele aanbod van deze gemeenten ook een regiofunctie heeft, wil de provincie deze gemeenten op maat ondersteunen in de komende beleidsperiode.30 Ook het Platform Drentse Musea wil graag de samenwerking tussen musea bevorderen en meer de nadruk leggen op het vertellen van het verhaal van Drenthe.31 Verbinding ziet het college op de twee volgende provinciale beleidsterreinen: • Het sociale beleid Cultuurmakers kunnen inspiratie geven bij de aanpak van maatschappelijke problemen. Als voorbeelden worden in de nota eenzaamheid, achterstandssituaties en dementie genoemd. Kunst en creatieve activiteiten, zoals het zelf uitoefenen van amateurkunst, kunnen goede bijdragen geven aan positieve veranderingen. • Het beleid voor de vrijetijdsecononomie Tussen cultuur en de vrijetijdseconomie zijn veel raakvlakken. Culturele voorzieningen en de ontsluiting van de geschiedenis van Drenthe kunnen het toeristische aanbod van de provincie aanzienlijk versterken. Ze geven niet alleen een impuls aan de zichtbaarheid van Drenthe, maar geven de provincie ook een positief imago en, niet onbelangrijk, zorgen voor extra bestedingen.

Toeristisch-recreatief beleid Voor wat betreft het toeristisch-recreatief beleid stelt de visie “Perspectief op bestemming Drenthe” als doel dat iedere Drent profiteert van toerisme en recreatie en dat deze sector een meerwaarde creëert voor bewoners, bedrijven en bezoekers. Daarbij heeft men onder meer de ambitie om trots en respect voor de eigen cultuur en identiteit te versterken en uit te dragen en om een aantrekkelijke bestemming te zijn voor Drenten, Young Professionals en pionierende gezinnen.32 Financiën Om de rijke culturele infrastructuur in stand te houden en verder te ontwikkelen, wil de provincie zich inspannen om de culturele voorzieningen in Drenthe substantieel te ondersteunen. De financiële omvang van het cultuurbeleid blijft daarbij dezelfde als in de vorige beleidsperiode. Naast de wettelijke taken op het gebied van kunst en cultuurindicatie, bibliotheken, archivering en monumentenzorg, wil de provincie extra taken op zich nemen. Het gaat hier vooral om het ondersteunen voor activiteiten op bovenlokaal niveau via subsidieverstrekking en het nemen van initiatieven. De rol van de provincie is daarbij aanvullend op die van de gemeenten.

30 Provinciale Cultuurnota 2021-2024, Cultuur om te delen, pag. 20

31 Gesprek met Ingeborg Bennink van het Platform Drents Musea d.d. 18-10-23

32 Nota Drenthe Beleef je samen nu en in de toekomst, input voor toerisme-, recreatie- en sportbeleid 2023-2026, pag. 13

34

Projectburo Meeter, 18 maart 2024

In het Coalitieakkoord 2019-2023: Drenthe, mooi voor elkaar! is een nieuwe Investeringsagenda aangekondigd. Het college wil daarmee, in het verlengde van de beleidsambities in deze Cultuurnota, een impuls geven om een breed cultureel aanbod te stimuleren en investeren in cultuur en erfgoed. Hiermee wil het college bijdragen aan het behouden en toekomstbestendig maken van onder meer het museale aanbod. Mogelijk kan vanuit toerisme en recreatie hier ook een beroep op gedaan worden.33 Naast de financiering van de Drentse culturele basisinfrastructuur (zie bijlage 1 van de nota) worden er subsidies op projectbasis gegeven aan initiatieven uit het culturele veld. Hiervoor is op jaarbasis € 580.000 beschikbaar. Subsidieaanvragen boven de € 20.000 worden voorgelegd aan de Provinciale Adviescommissie Cultuur. Overigens merkt Berenschot in de Notitie Verkenning Cultuurbeleid Provincie Drenthe richting 20252028 op dat het bedrag van een kleine € 19 miljoen dat de provincie aan kunst, cultuur en bibliotheken uitgeeft in absolute zin relatief gering is. Met 10% extra zou, aldus Berenschot, al veel meer gedaan kunnen worden om het culturele leven in de provincie te verrijken. Tevens zou naar de mening van het adviesbureau het beleid effectiever kunnen, onder meer door meer budget toe te kennen aan minder initiatieven.

Musea zouden, zo stelt Berenschot, niet alleen een speerpunt moeten zijn in het cultuurbeleid, maar ook in het toeristisch-recreatieve. Niet alleen hiermee zou de zichtbaarheid van de musea kunnen worden vergroot, maar ook door historische verhaallijnen als kapstok te gebruiken.34 Uitvoering Voor wat betreft de uitvoering van het beleid zijn er de volgende voornemens: •

De provincie zal de musea in Drenthe blijven ondersteunen. Het Drents Museum behoudt daarbij zijn unieke positie in het bestel. De subsidie aan de vijf musea van provinciaal belang wordt verhoogd. De facilitering van het Platform Drentse musea om de kleine musea in de provincie te ondersteunen zal worden voortgezet.

• Voor het cultuurhistorisch erfgoed blijft het ‘Cultuurhistorisch Kompas’ het kader. Vanuit dit kader wil de provincie gebiedsvisies op basis van cultuurhistorie stimuleren. Voor de uitwerking van de Omgevingswet zal samenwerking gezocht worden met gemeente en erfgoedpartners. Tevens zullen initiatieven op het snijvlak van maatschappelijke opgaven en participatie gestimuleerd worden.35 De cultuurhistorische kennisverwerking wil de provincie thematisch aanpakken. Hierbij ligt de focus op de geschiedenis van de Heideontginningen in de 19e eeuw tot de ontwikkelingen in de jaren 70 van de 20e eeuw. Ook kunnen gemeenten met voorstellen voor thema’s komen.36

33 Nota Drenthe Beleef je samen nu en in de toekomst, input voor toerisme-, recreatie- en sportbeleid 2023-2026, pag. 8 34 Berenschot, Notitie Verkenning Cultuurbeleid Provincie Drenthe richting 2025-2028, pag. 20 + 22 35 Provinciale Cultuurnota 2021-2024, Cultuur om te delen, pag. 10 36 Provinciale Cultuurnota 2021-2024, Cultuur om te delen, pag. 42

35

Projectburo Meeter, 18 maart 2024

Regionaal beleid Drenthe maakt deel uit van de regionale samenwerking ‘We the North’. In dit verbond bundelen de drie Noordelijk provincies Groningen, Fryslân en Drenthe en de gemeenten Assen, Emmen, Leeuwarden en Groningen hun krachten met de ambitie om een kwalitatief sterke noordelijke culturele infrastructuur op te bouwen. Een infrastructuur die doordringt tot in de haarvaten van de regio, bijdraagt aan artistieke innovatie, een breed en divers publiek bereikt en een bijdrage levert aan maatschappelijke uitdagingen.37 In de nota “Toekomst document We the North’ 2021 – 2024” zet het samenwerkingsverband het beleid voor de periode 2021-2014 uiteen. In de basis wordt het beleid van de vorige periode voortgezet met een focus op talentontwikkeling, verbreding, vernieuwing en lobby. Voor dit onderzoek zijn de volgende beleidslijnen van belang: • Het in het kader van het verdiepen en professionaliseren van de cultuur in Noord-Nederland het naar behoefte bieden van ondersteuning aan begeleidingstrajecten in en tussen culturele disciplines, waaronder erfgoed. • Het samen met het Rijk versterken van het culturele basisvoorzieningenniveau in de regio met oog voor verbreding, vernieuwing en regionaal publieksbereik. Het beschikbare budget bedraagt € 550.000 waarvan een deel beschikbaar is voor nieuwe initiatieven.

Cofinanciering voor dit projecten wordt gezocht bij (landelijke) fondsen.

37 Nota Toekomst document We the North’ 2021 – 2024, Introductie

36

Projectburo Meeter, 18 maart 2024

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meppel&id=2f51accd-618d-4b75-a56f-6e115ad9db7f