Contourennota Onderzoek Drukkerijmuseum
Tekst van het document
CONTOUREN NOTA TOEKOMST DRUKKERIJMUSEUM MEPPEL
INLEIDING Voorliggende nota is niet bedoeld als eindrapport voor deze fase, maar als tussentijds discussiestuk om op basis van de onderzoeksresultaten tot nu toe tot conclusies te komen over de richting waarop het Drukkerijmuseum Meppel (DMM) tot een duurzame toekomst kan komen. Allereerst worden de onderzoeksresultaten samengevat, waarna de contouren van mogelijke toekomstrichtingen worden aangegeven. Gezien de doelstelling van deze nota zijn nog niet alle bijlagen opgenomen. Wel is aangegeven welke bijlagen zullen worden toegevoegd. Voor het onderzoek zijn de volgende stappen genomen: • Een bestandsopname van de staat waarin het museum momenteel verkeert. Deze is gebaseerd op: - door het museum toegestuurde beleidsstukken, jaarverslagen en ander relevante notities en cijfermateriaal. - een analyse van de huidige situatie op basis van een door de onderzoeker samengestelde vragenlijst die met het bestuur en de manager doorgenomen is. In bijlage 1 zijn de resultaten van de bestandsopname + de deelconclusies opgenomen. Hieronder staan de algemene conclusies over de staat van het museum. • Lezing van door de gemeente en provincie aangeleverde relevante beleidsstukken, alsmede van de toekomstvisie van de regionale samenwerking ‘We the North’.
Voor wat betreft de gemeente gaat het vooral om de recent verschenen de Cultuurnota/visie en de bespreking daarvan in de raad op 19 oktober jl. In bijlage 2 is een overzicht gegeven van de belangrijkste beleidsvoornemens van de verschillende overheden. In bijlage 3 (volgt nog) is een lijst van de gebruikte beleidsnota’s opgenomen. • Lezing van stukken die op landelijk niveau van belang zijn. Het gaat in het bijzonder om stukken over de museumregistratie en de culturele codes die verbonden zijn aan het hedendaagse museale werk. Bijlage 4 (volgt nog) geeft een overzicht. • Gesprekken met verschillende door het museum en de gemeente relevant geachte personen. Hiertoe werd een lijst aangeleverd; ‘Overzicht Stakeholders Drukkerijmuseum Meppel’. Naast de verantwoordelijke wethouder zijn mensen uit het culturele leven van Meppel op de lijst opgenomen, alsmede medewerkers van de Provincie en het Platform Drentse Musea. Zie bijlage 5 (volgt) voor een overzicht van de informanten. • Tenslotte zijn cijfers opgevraagd over het toerisme naar Meppel. Helaas blijken deze niet bijgehouden te worden. 1 Wel zijn er enkele algemene gegevens van het recreatieschap Drenthe.
1 Mail d.d. 25-10-23 van Daan Doornbos, Adviseur Economie & Regio, Team Economie en Regio,
1
Projectburo Meeter, 18 maart 2024
STAAT VAN HET MUSEUM Algemene conclusies Zetten we de in bijlage 1 weergegeven resultaten van de bestandsopname en de deelconclusies op een rij dan moet vastgesteld worden dat het DMM in zijn huidige vorm geen duurzame toekomst heeft. Daarvoor heeft het museum te veel problemen. Allereerst is de financiële basis onder het museum uiterst wankel en wordt er op de reserves ingeteerd. Het museum kan hierdoor, zelfs op een minimaal niveau, niet professioneel functioneren. De middelen zijn ontoereikend om voldoende vast professioneel personeel aantrekken en het huidige naar behoren te betalen. Elementaire museale taken op haast alle gebieden blijven liggen of worden op een minimaal niveau uitgevoerd; van het behoud en beheer van de collectie tot het doen van onderzoek en de publiekstaken. Een en ander wordt versterkt door de personele situatie. Er is te weinig vast personeel en het aantal vrijwilligers is net voldoende om het museum met een bescheiden openstelling draaiende te houden. Er is echter geen ruimte voor het actief ontwikkelen van extra museale en publiekgericht activiteiten. Een basaal probleem vormt het ontbreken van museale kennis bij de vrijwilligers, die vooral een grafische achtergrond hebben of de kunstacademie hebben gedaan. Daarbij komt dat de prognose is dat steeds minder mensen vrijwilligers werk willen doen. Ook de huisvesting laat te wensen over.
Hoewel het gebouw zelf in een goede staat verkeert, is het doordat er niet gemeten wordt onduidelijk of het gebouw geschikt is voor een museale bestemming. Bovendien zijn er ruimtelijke beperkingen die een volwaardig en professioneel museaal functioneren in de weg staan, in het bijzonder het ontbreken van een depot en het ontbreken van kantoor- en vergaderruimten en een ontvangstruimte voor grotere groepen. De kleine lift bemoeilijkt de ontvangst van groepen ouderen. Aan verduurzaming van het pand wordt gewerkt, maar het proces verloopt nog moeizaam. Een ander probleem is dat het museum na 37 jaar niet wezenlijk is veranderd. Zowel het museale concept is verouderd als de inrichting van het museum. Dit is niet alleen een gevolg van het feit dat het DMM qua opzet en inrichting sinds de oprichting weinig is veranderd, maar ook doordat de opvattingen over de maatschappelijke rol van musea en hun mate van professionaliteit in vooral het laatste decennium behoorlijk zijn gewijzigd. De nieuwe museumdefinitie van ICOM en de opkomst van het museumregister zijn hier voorbeelden van, alsook het door de Raad van Europa opgestelde Verdrag van Faro. In dit recent door Nederland geratificeerde verdrag wordt uitgegaan van een ander perspectief op erfgoed.
De nadruk ligt daarbij minder op het erfgoed zelf en de zorg daarvoor, maar meer op de betekenis van erfgoed voor de mens en de samenleving; op de sociale waarde van erfgoed. In het verdrag wordt een doelgroepgerichte benadering bepleit en meer ruimte voor erfgoedparticipatie voor en door erfgoedgemeenschappen.2
2 Berenschot, Notitie Verkenning Cultuurbeleid Provincie Drenthe richting 2025-2028, pag. 26
2
Projectburo Meeter, 18 maart 2024
Het wordt voor musea die geheel of voornamelijk op vrijwilligers draaien - over het algemeen liefhebbers van de objecten van het museum en geen mensen met een museale training of achtergrond - steeds lastiger om aan al de nieuwe benaderingen en eisen te voldoen. Dit temeer daar de eisen de laatste jaren steeds verder worden aangescherpt, in het bijzonder in de vorm van de normen en codes waaraan men geacht wordt te voldoen. Verdere professionalisering is hiervoor noodzakelijk. Ook het Platform Drentse Musea erkent dit. Veel musea zijn door de corona en energiecrisis in de problemen gekomen, enkele zijn al omgevallen. Het binnen deze omstandigheden ook nog voldoen aan de steeds hogere eisen van de Stichting Museumregistratie wordt voor veel kleine musea heel lastig. Dit temeer daar niet geregistreerd zijn en dus geen gebruik kunnen maken van de Museumjaarkaart veel potentiële bezoekers afschrikt, maar ook het aanvragen van subsidies bemoeilijkt.3 Al met al leiden deze ontwikkelingen en de huidige staat van het museum ertoe dat het gehele museum heringericht zal moeten worden op basis van een nieuwe meer verhaal- en maatschappij/markt/doelgroepgerichte visie en daarmee samenhangende missie en inhoudelijke, museale en tentoonstellingstechnische concepten.
GEMEENTELIJK, PROVINCIAAL EN REGIONAAL BELEID Samengevat kan ten aanzien van het in bijlage 2 beschreven overheidsbeleid worden geconcludeerd dat het cultuurbeleid van de verschillende overheden goed op elkaar is afgestemd en aanvullend aan elkaar is. Kernthema’s zijn: • Samenwerking, zowel in bestaande als nieuwe verbanden en tussen de verschillende domeinen in het bijzonder het sociale, het onderwijs en toerisme. • Toegankelijkheid, laagdrempeligheid met bijzondere aandacht voor inclusie, integratie en diversiteit. • Verrijking van het leven en verbetering van het welzijn van de burgers. • Het grote belang van cultuur voor het onderwijs, maar ook voor educatie op naschoolse leeftijd (een leven lang leren). • De rijke geschiedenis en belangrijke cultuurhistorische waarde van het Drentse en Meppelse erfgoed. • Verhalen vertellen, het gaat hierbij zowel om het verhaal van Drenthe als dat van Meppel (waar we vandaan komen, wie we zijn en hoe we ons nu ontwikkelen). • Erfgoed inspireert, verbindt en versterkt de eigen identiteit. • Het economisch belang van cultuur, in het bijzonder in termen van het versterken van het toerisme. • Professionalisering.
3 Gesprek met Ingeborg Bennink van het Platform Drents Musea d.d. 18-10-23
3
Projectburo Meeter, 18 maart 2024
TOERISME Hierboven is al aangegeven dat de gemeente Meppel geen cijfers van het toerisme bijhoudt. Wel zijn enkele relevante cijfers bekend. Deze worden hieronder genoemd. • Voor Drenthe als geheel geldt dat 85% van het bezoek aan de provincie uit Nederland komt en 15% uit het buitenland. Het gaat dan vooral om Duitsers en in mindere mate om Belgen.4 • In 2019 (voor Corona, Coronajaren zijn in verband met de uitzonderlijke situatie niet meegenomen) kwamen de meeste dagtoeristen, 36%, naar Meppel om te winkelen en te eten en te drinken (tassen en terrassen). Slechts 7% om attracties te bezoeken. Het recreatieschap dat deze informatie heeft uitgezocht, heeft niet gespecificeerd om welke attracties het gaat. Of de musea in Meppel daar een belangrijk deel vanuit maken is de vraag. In 2019 had het DMM na het topjaar 2018 (± 9.500 bezoekers) 7.500 bezoekers. Het Stedelijk Museum gaf aan ca. 4.000 bezoekers te trekken, hierbij dient opgemerkt dat dit een algemeen getal is dat tijdens het interview met het museum werd genoemd en geen specifiek getal voor 2019. Geconcludeerd kan worden dat in 2019 waarschijnlijk ca. 11.000 mensen een museum in Meppel bezochten.5 • Drenthe trekt voor wat betreft de binnenlandse bezoekers relatief veel gezinnen met kinderen in de basisschoolleeftijd (35%) en tweepersoons huishouden 35+ (39%). Dit zijn dan ook belangrijke doelgroepen.
In de periode 2017-2020 bezocht 17 tot 18% van de binnenlandse bezoekers een museum. Het bezoeken van een natuurgebied (in 2017-2019 33%) en vooral zwemmen (in 20172019 46%) waren de belangrijkste activiteiten van de binnenlandse bezoekers. Ook gaan zij graag uit eten (in 2017-2019 64%) of shoppen (in 2017-2019 29%).6 POSITIONERING VAN HET DRUKKERIJMUSEUM MEPPEL TUSSEN DE ANDERE GRAFISCHE MUSEA Nederland kent verschillende grafische of drukkerijmusea. Een aantal daarvan zijn relatief klein en eigenlijk alleen een werkplaats, zoals de Boekdrukkerij De Arend in Doesburg en het Grafisch Museum ‘In den Groenen Zonck’ in Wouw. Anderen maken, vaak ook in de vorm van een werkplaats, deel uit van groter museum. Zo heeft het museum Joure en het openluchtmuseum Ellert en Brammert een drukkerij in de opstelling. Grotere drukkerijmusea zijn er te vinden in Etten Leur; het Nederlands Drukkerijmuseum, en in Grootegast, de Museumdrukkerij IJzer en Lood, dat een plek heeft op het Museumplein aldaar. Het betreft hier musea die geheel of grotendeels door vrijwilligers worden gedreven. Meer professionele musea zijn het Nederlands Steendrukmuseum in Valkenwaard, het Huis van het Boek in Den Haag en het GRID in Groningen.
Van deze musea zijn het Steendrukmuseum en het GRID momenteel in een periode van transitie, waarbij zij zich van een objectgericht naar een meer verhaalgericht museum willen ontwikkelen en willen komen tot een duidelijk eigen identiteit. Zo wil het Steendrukmuseum zich ontwikkelen tot een museum dat een beeld geeft van de ontwikkeling van de lithografie van verleden tot het zeer actuele heden in de vorm van het maken van computerchips door ASML. 4 Nota Drenthe Beleef je samen nu en in de toekomst, input voor toerisme-, recreatie- en sportbeleid 2023-2026, pag. 5 5 Cijfers Recreatieschap, bezoekerscijfers aangeleverd door DMM, gesprek met Mieke Mulders en René Ario van het
Stedelijk Museum
6 Marketing Drenthe, factsheets Binnenlandse gasten in Drenthe
4
Projectburo Meeter, 18 maart 2024
Het DMM is in zijn huidige opzet tussen deze musea niet onderscheidend. Het komt in hoofdlijnen overeen met de andere traditionele drukkerijmusea, zowel qua collectie als presentatiemethoden. De grafische musea zijn georganiseerd in een gemeenschappelijk overleg; het Overleg Grafische Musea. Met vertegenwoordigers daarvan, de directeur van het Steendrukmuseum en de initiatiefnemer van het museum te Grootegast, is een gesprek geweest hoe zij de toekomst van het DMM zien. Ook in dit gesprek werden professionalisering, markt/doelgroepgerichtheid en het hebben van een eigen, helder en onderscheidend verhaal dat duidelijk aangeeft wat het museum aan de samenleving bijdraagt als belangrijke uitgangspunten voor het verder ontwikkelen van het museum genoemd. Benadrukt werd ook dat het museum in zijn presentatiemethoden moet streven naar een hoge attractie-waarde om brede doelgroepen te kunnen bereiken. Met betrekking tot het ‘verhaal’ dat het DMM zou kunnen vertellen, kwam naar voren dat tot meer samenwerking en afstemming tussen de grafische musea zou moeten worden gekomen. De musea zouden idealiter als het ware één museum vormen. Gedacht zou kunnen worden aan een nationaal museum op één locatie, waarin ook collecties van kleinere musea zijn opgenomen.
Een alternatieve opzet, meer aansluitend bij de huidige situatie, zou een opzet kunnen zijn waarbij het museum bestaat uit in deelonderwerpen gespecialiseerde deelmusea verspreidt over Nederland. Als voorbeeld werd hierbij aan het onlangs opgerichte Wereldmuseum gedacht waarin het Rijksmuseum Voor Volkenkunde te Leiden, het Tropenmuseum in Amsterdam, het Wereldmuseum te Rotterdam en het Afrikamuseum in Berg en Dal onder dezelfde naam samen zijn gegaan. Vanuit een gezamenlijke missie stemmen zij hun museale activiteiten onderling af. Niet alleen inhoudelijk heeft een dergelijke aanpak voordelen, ook organisatorisch. Tijdens het gesprek kwamen als eerste gedachten hierover naar voren: het gezamenlijk promoten van de musea, het gezamenlijk maken van tentoonstellingen die rondreizen langs de deelmusea en het borgen van het behoud van kennis over oude druktechnieken. Dit laatste is een probleem waar alle grafische musea zich in toenemende mate voor gesteld zien nu de oude generatie drukkers langzamerhand uitsterft. Afgesproken werd om te onderzoeken hoe met name de grotere en meer professionele grafische musea hierover denken. Hierbij werd vooral gedacht aan het GRID en het Huis van het Boek. Vastgesteld werd dat overleg hierover de nodige tijd zal nemen, zeker omdat verschillende musea momenteel in transitie zitten.
5
Projectburo Meeter, 18 maart 2024
CONTOUREN TOEKOMST DRUKKERIJMUSEUM MEPPEL Hierboven werd vastgesteld dat het DMM in zijn huidige vorm geen duurzame toekomst heeft. Daarvoor heeft het museum te veel problemen op zowel financieel, als personeel en facilitair gebied. Ook is het museum zowel conceptueel als tentoonstellingstechnisch verouderd. Het zal heringericht moeten worden op basis van een nieuwe meer verhaal- en maatschappij/markt/doelgroepgerichte visie. Door ons bureau zijn drie scenario’s voor een duurzame toekomst van het museum opgesteld. De contouren hiervan worden hieronder weergegeven. Hierbij dient opgemerkt dat ook combinaties van de scenario’s mogelijk zijn. 1 Werkplaats Indien er geen structurele oplossingen komen voor de hierboven bij het onderzoek naar de staat van het museum geconstateerde problemen, zal het museum op termijn zijn deuren moeten sluiten. Bij dit contour zou kunnen worden overwogen de activiteiten voort te zetten als een sociale activiteit voor Meppelaars die in de drukkerij zijn geïnteresseerd. Bij dit contour verhuist de collectie naar een ander, voor dit doelgeschikt, onderkomen. De huidige loods waarover het museum beschikt is niet geschikt voor een dergelijk doel.
Het nieuwe onderkomen kan ingericht worden als een historische grafische werkplaats, zonder museale status, waarin de huidige vrijwilligers hun drukwerkzaamheden voortzetten al dan niet met een regelmatige openstelling voor geïnteresseerden. De kosten voor de verhuizing en de exploitatie voor de komende jaren kunnen gedekt worden uit de opbrengsten van de verkoop van het huidige pand. Bij deze optie adviseren wij de werkplaats niet alleen een sociale functie te geven voor in de geschiedenis van de drukkerij geïnteresseerden, maar ook een functie gericht op actieve cultuurparticipatie door het organiseren van workshops. Deze kunnen ook een kunstgericht karakter hebben, waardoor ze interessant worden voor kunstliefhebbers. Ook kunnen de huidige educatieve activiteiten voor in het bijzonder het basisonderwijs bij deze optie worden voortgezet. Hierbij kunnen enkele interessante samenwerkingsmogelijkheden onderzocht worden. Bijvoorbeeld voor wat betreft workshops met lokale kunstverenigingen en/of Flow Magazine dat reeds met voorstellen kwam om rond het thema papier samenwerking te zoeken. Op educatief gebied kan gedacht worden aan het Ontdekpunt van Meester Sander dat zich richt op het laten kennis maken met in het bijzonder kinderen uit het basisonderwijs met wetenschap en techniek.
Overigens kunnen deze vormen van samenwerking ook onderzocht worden bij de uitwerking van de hieronder beschreven scenario’s 2 (Meppel in Druk) en 3 (Poort van Drenthe). Kortom, de werkplaats zou aldus een artistieke en toegankelijke ‘makersplek’ kunnen worden.
6
Projectburo Meeter, 18 maart 2024
In hoeverre dit idee, dat overigens al binnen het bestuur is ontstaan toen het museum tijdelijk gesloten was, financieel haalbaar is, moet nog onderzocht worden. Het gaat hierbij zowel om de haalbaarheid in termen van de investeringskosten, als in termen van de exploitatie. Hierbij kan ook gekeken worden in hoeverre er vanuit de sociale agenda van de gemeente subsidie aan deze opzet kan worden gegeven. 2 Meppel in Druk Bij dit contour wordt het museum door-ontwikkeld tot een modern drukkerijmuseum, ingericht conform hedendaagse tentoonstellingstechnieken. Het gebouw wordt, in zoverre dat uit klimatologisch onderzoek nodig blijkt, aangepast aan de museale bestemming en de huidige meer technisch georiënteerde staf aangevuld met vast, museaal geschoold, personeel. Ambitie In de beleidsvisie Cultuur is overal en van iedereen benadrukt de gemeente dat Meppel een rijk verleden heeft. De Nota Meppeler erfgoed NU, behouden-benutten-beleven uit 2021 geeft aan dat men de geschiedenis van Meppel zichtbaar en beleefbaar wil houden, immers, zo stelt de nota “het erfgoed van stad en land vertelt het verhaal van Meppel. Waar we vandaan komen, wie we zijn en hoe we ons nu ontwikkelen”.
Men wil komen tot een erfgoedbeleid dat recht doet aan de cultuurhistorische kwaliteiten van Meppel, dat leidt tot een beter besef van het erfgoed van de stad en dat kan rekenen op breed draagvlak bij diverse doelgroepen. Niet alleen wil men het erfgoed behouden en benutten, maar ook laten ‘beleven’. Het DMM wil als erfgoedinstelling aan dit beleid bijdragen en een ontmoetingsplaats zijn om dit te beleven. Tevens wil het museum de toeristische aantrekkelijkheid van Meppel vergroten ter versterking van de economie van de stad. Visie De geschiedenis van de drukkerij is van groot belang geweest voor de economische ontwikkeling van Meppel, in het bijzonder in de 20e eeuw. De eerste drukker van Drenthe vestigde zich in 1695 in Meppel. In de 1980er jaren waren er 15 drukkerijen, waaronder bekende namen als Boom, Giethoorn en Ten Brink. Vooral in de 20e eeuw zorgden de drukkerijen voor veel werkgelegenheid en vestigden drukkers uit heel Nederland zich in Meppel. Om het museum toegankelijker, laagdrempeliger, inclusiever, maar ook educatiever te maken, adviseren wij het verhaal van de ontwikkeling van de drukkerij in Meppel in brede zin te vertellen. Dat wil zeggen niet alleen druktechnisch, maar ook sociaaleconomisch.
Hierbij moet er naast aandacht voor de ontwikkeling van de bedrijven en de druktechnieken ook aandacht zijn voor de werkomstandigheden van de arbeiders/werknemers en het leven van hun gezinnen. Net als veel moderne musea en in lijn met de nieuwe museumdefinitie en het op diversiteit gerichte beleid van de gemeente en de provincie, adviseren wij dit verhaal vanuit verschillende perspectieven te 7
Projectburo Meeter, 18 maart 2024
vertellen. Hierbij is er ook aandacht voor de beladen kanten van de drukkerijgeschiedenis. Gedacht kan worden aan uitbuiting, lange werktijden, kinderarbeid, stakingen, arbeidsimmigratie en de stichting van vakbonden. Deze laatsten waren overigens voorbeeldig voor de opkomst van de Nederlandse vakvereniging en vanuit dat perspectief van grote betekenis. Uit onderzoek door het Nederlands Scheepvaartmuseum blijkt dat veel bezoekers het positief en verrijkend vinden als een museum de geschiedenis vanuit verschillende kanten belicht. Naast aandacht voor hóe gedrukt werd, adviseren wij ook aandacht te besteden aan wát gedrukt werd. In de loop van de eeuwen zijn hier belangrijke ontwikkelingen in geweest, ontwikkelingen die ook belangrijke politieke en sociale veranderingen teweeg hebben gebracht. De Meppeler Courant, het met de NSB heulende Agrarisch Nieuwsblad en de verzetskrant Trouw zijn hier voorbeelden van. Op deze manier kan aangesloten worden bij, zoals John Boom, directeur van Uitgeverij Boom, het noemde: “de betekenis van de drukkerij voor het vrije woord en voor de democratie”7. Overigens hoeft het niet alleen om politiek te gaan. Ook fraai uitgegeven romans, school- en wetenschappelijke boeken, alsmede gelegenheidsdrukwerk, zoals geboorte- en rouwkaarten, reclamedrukwerk en grafische kunst kunnen hierbij aan de orde komen.
Zij tonen niet alleen hoe breed en kundig de Meppeler drukkers waren, maar ook hoe zij zich tot de samenleving verhielden. Tezamen met het geven van verschillende perspectieven op het verhaal, draagt het museum hiermee bij tot discussie en contemplatie en een beter begrip hoe onze samenleving tot stand is gekomen. Daarmee vervult het museum een belangrijke educatieve functie. Van belang is dat het museum hierbij geen meningen oplegt. Het laten zien van verschillende kanten van de geschiedenis, moet juist aanzetten tot eigen gedachtenvorming bij de bezoeker. Een goed voorbeeld van een dergelijke opzet is de tentoonstelling “Berlin Global” in het Humbold Forum te Berlijn. Met deze brede insteek wordt het museum interessant voor veel meer doelgroepen, in het bijzonder ook voor mensen die minder geïnteresseerd zijn in een relatief technisch onderwerp als de drukkerij. Geadviseerd wordt om in het licht hiervan de naam van het museum te veranderen en het woord ‘museum’ hierin niet meer te gebruiken. Bij veel doelgroepen roept het begrip museum gevoelens van saai- en stoffigheid op en soms ook het gevoel dat het elitaire instellingen zijn; “dat is niet iets voor mij/ons”. Een brede inhoudelijke opzet, ondersteund door een eventuele naamsverandering draagt er aan bij om het museum toegankelijker, laagdrempeliger en inclusiever te maken.
Echter niet alleen een bredere inhoudelijke opzet zal een dergelijk museum tot stand brengen. De aantrekkelijkheid van een museum voor brede doelgroepen, zit ook in de manier waarop het verhaal tentoonstellingstechnisch vertelt wordt. Interactieve en verassende presentaties, maar ook persoonlijke getuigenissen zijn belangrijk om museale collecties en het daaraan verbonden verhaal te ontsluiten. Het doen van Oral-history-onderzoek is in dit opzicht van belang. Niet alleen om de drukkersgeschiedenis voor Meppel te behouden, maar ook om ze te gebruiken in tentoonstellingen. In dit verband is het belangrijk dat moderne musea hun tentoonstellingen als attractie en op beleving 7 Interview met John Boom, d.d. 23-10-23
8
Projectburo Meeter, 18 maart 2024
gericht inrichten, waarbij de bezoeker als het ware ondergedompeld wordt in het verhaal. Men noemt dit ook wel; ‘de tentoonstelling als narratieve ruimte’. Hierbij kan overigens voor wat betreft de ambachtelijke kanten van het drukkersvak gebruik gemaakt worden van de succesvolle demonstraties die de vrijwilligers nu al geven. Ook kan voortgebouwd worden op andere publieksgerichte activiteiten die het museum nu onderneemt, zoals de kind- en schoolgerichte programma’s en de cursussen en workshops. Missie Samengevat leidt het bovenstaande tot de volgende missie: “Het DMM wil voor brede doelgroepen een attractieve, op beleving en educatie gerichte ontmoetingsplaats zijn waar men kennis kan nemen van het verhaal van de drukkerijgeschiedenis van Meppel en de betekenis die deze heeft gehad voor de stad in zowel zijn positieve als beladen kanten, daarbij aanzettend tot discussie, contemplatie en een beter begrip hoe de Meppelse samenleving tot stand is gekomen”. Doelgroepen Hierbij wordt een onderscheidt gemaakt tussen commerciële en ideële doelgroepen. De commerciële dragen bij tot het inkomen van het museum en dat van Meppel door café en restaurantbezoek.
De ideële doelgroepen dragen bij tot het verwezenlijken van de in de beleidsnotities van de verschillende overheden genoemd ideële doelen zoals inclusie, integratie en diversiteit en de verrijking van het leven en verbetering van het welzijn van de burgers, alsmede de educatie van zowel scholieren als ouderen (education permanente). • Commerciële doelgroepen zijn: (zie ook de gegevens hierboven over toerisme) - Gezinnen met kinderen in de basisschoolleeftijd, het betreft hier vooral verblijfstoeristen die een dagje uitgaan naar Meppel. Het gaat voornamelijk om Nederlanders en in beperkte mate om Duitsers en Belgen. -
Tweepersoons huishoudens 35+, maar vooral ook, op basis van ervaringen van het DMM en andere musea, 55-plusser. Het gaat hier over het algemeen om het traditionele museumpubliek met gemiddeld een hogere opleiding en meestal een hoger inkomen.
-
Geïnteresseerden in de drukkerij en de geschiedenis daarvan.
- Kunstliefhebbers. - Verenigingen zoals service-clubs, families, vrouwenverenigingen en groepen ouderen. Naar de ervaring van het DMM zijn deze gezelschappen vooral afkomstig uit de drie Noordelijke provincies. - Bedrijven. Het betreft hier personeelsuitjes en bedrijfspresentaties. - Touroperators die aantrekkelijke bestemmingen zoeken - Publiek dat naar de verschillende evenementen in Meppel komt.
9
Projectburo Meeter, 18 maart 2024
• Ideële doelgroepen zijn: - Meppelaars die gebruikelijk geen musea bezoeken, maar wel belangstelling hebben voor hun stad en daar trots op zijn. - Scholen, in het bijzonder de bovenbouw van het basisonderwijs en de onderbouw van het voortgezet onderwijs, alsook het hoger grafisch onderwijs. Bijzondere aandacht zou moeten worden geschonken aan het mbo. Dit bezoekt nog weinig culturele instellingen, zoals musea. - Allochtone Meppelaars en Nieuwe Nederlanders (gericht op inburgering en integratie). - Mensen die recent in Meppel zijn komen wonen en zich willen oriënteren op de geschiedenis van hun nieuwe woonplaats. Tenslotte dient opgemerkt te worden dat bij de uitwerking van dit contour onderzocht kan worden in hoeverre kan worden aangesloten bij de ideeën die naar voren zijn gekomen bij het overleg met de grafische musea. Hoewel deze ideeën nog heel pril zijn, zou indien gekozen wordt voor het ‘Wereldmuseum-model’ het Meppeler museum de historische component voor zijn rekening kunnen nemen. Inhoudelijk zou het museum dan de doelstelling krijgen de geschiedenis van de drukkerij in Nederland in als zijn aspecten te vertellen. Om niet tot al te grote inhoudelijke wijzigingen te komen, maar vooral ook om de band met Meppel te houden, zou de nationale drukkerijgeschiedenis verteld kunnen worden aan de hand van het voorbeeld van de drukkerijgeschiedenis van Meppel.
Dit betekent dat in de inhoudelijk opzet zoals hierboven beschreven op sommige plekken iets meer naar landelijke ontwikkelingen zal moeten worden verwezen. Voor een aantal aspecten is dat overigens nu al het geval; bijvoorbeeld de vakbondsgeschiedenis. Kortom, door Meppel als voorbeeld voor de landelijke drukkerijgeschiedenis te nemen, zal dit niet tot grote wijzigingen in bovenstaande opzet leiden. Overigens opent een nationale aanpak mogelijkheden om ook bij landelijke fondsen bijdragen aan te vragen voor de herinrichting van het museum. Dit zou een overweging kunnen zijn om in overleg met de andere grafische musea nu al voor een nationale aanpak te kiezen.
10
Projectburo Meeter, 18 maart 2024
3 Poort van Drenthe8 Visie Dit derde contour gaat uit van de constatering dat er in termen van erfgoed nergens in Meppel op een samenhangende manier het verhaal van de stad wordt vertelt.9 De verschillende collecties en monumenten zijn incidenten die niet door een samenhangend, overkoepelend verhaal over de geschiedenis van de stad met elkaar zijn verbonden. Een aantal collecties zijn niet of nauwelijks zichtbaar voor het publiek. Zo beschikt de Stichting Oud Meppel naast zijn, overigens uitstekende beheerde, archief- en fotocollectie, waaronder het archief van verschillende Meppelse kranten, ook over een historische en een archeologische collectie. De historische collectie bestaat uit enkele honderden voornamelijk kleinere objecten. Hoewel er niet systematisch verzameld wordt, Oud Meppel is immers geen museum, accepteert men over het algemeen wat aangeboden wordt door inwoners van Meppel en wat er verder bij toeval aan interessant historisch materiaal voorbij komt. Uit de collectie worden regelmatig kleine tentoonstellingen gemaakt. Omdat Oud Meppel op de bestudering van de geschiedenis gericht is en geen museale aspiraties heeft, ligt de historische collectie in zekere zin in de weg en neemt meer ruimte in dan gewenst. De stichting vindt het ook jammer dat er niet meer mee gedaan wordt.
Datzelfde geldt voor de archeologische collectie die is ontstaan tijdens opgravingen in Meppel gedurende de laatste decennia en grotendeels opgeslagen ligt in het Noordelijk Archeologisch Depot te Nuis. Hoewel de volgende collecties niet geïnventariseerd zijn tijdens dit onderzoek, vertelde de heer De Vries van Oud Meppel dat er her en der in de stad nog meer historische collecties liggen, vooral in de toren van de Grote of Mariakerk. Naast een collectie oud materiaal van de Meppelse brandweer, gaat het om vaandels van verenigingen die er vroeger in Meppel geweest zijn en een weefgetouw waarop vroeger waarschijnlijk doek voor de zeilen van de Meppelse binnenvaartvloot werd gemaakt. Kortom een groot deel van het waardevolle cultuurhistorische erfgoed is niet ontsloten en ontoegankelijk voor het Meppels publiek en de toeristen die de stad bezoeken. In termen van de nota Meppeler erfgoed NU, behouden-benutten-beleven waarin de gemeente wil komen tot een erfgoedbeleid dat recht doet aan de cultuurhistorische kwaliteit van Meppel en waarmee de gemeente de geschiedenis zichtbaar en beleefbaar wil maken, is dit jammer. Dit is temeer te betreuren omdat de geschiedenis van Meppel bijzonder, interessant en van landelijke betekenis is.
De stad vormde eeuwenlang de schakel tussen het relatief rijke Holland en het relatief arme Drenthe en is exemplarisch voor de manier waarop Nederland georganiseerd was en misschien nog wel is. Meppel was een regionale stapelplaats waar producten vanuit de hele
8 Deze werktitel is ontleend aan de nota Meppeler erfgoed NU, behouden-benutten-beleven, bijlage 2, het cultuurhistorisch
verhaal van Meppel, pag. 59. Het geeft de essentie van de economische achtergrond van Meppel goed weer, zonder de term ‘museum’ te noemen. Ook heeft het een nieuwsgierig makend karakter. 9 Uiteraard gebeurt dit wel in studies. Een goed voorbeeld is de uitgave van Boom onder de titel De Geschiedenis van Meppel die onder redactie van M.A.W. Gerding e.a in 1990 in opdracht van het gemeentebestuur van Meppel is gepubliceerd.
11
Projectburo Meeter, 18 maart 2024
wereld - het gebouw van het Drukkerijmuseum is gebouwd als pakhuis voor koloniale waren verspreid werden over de regio. Het was ook de stad waar regionale landbouwproducten als vlees en boter en vooral ook turf (de ‘olie’ van de 17e tot de 19e eeuw) werden verhandeld en verscheept, evenals industriële producten die met de opkomst van de industrialisering in Nederland in de 19e en 20e eeuw in Meppel werden gemaakt. De schakelfunctie tussen Holland en Drenthe leidde er toe dat Meppel één van de belangrijkste havensteden van Nederland werd, zeker voor de binnenvaart. Niet alleen had Meppel een grote, in eerste instantie zeilende, maar later ook gemotoriseerde binnenvaartvloot. Er woonden ook veel schippers met hun gezinnen langs de grachten van Meppel en er vestigden zich werven en toeleveringsbedrijven, zoals zeilmakerijen. Op foto’s uit de 19e en 20e eeuw is te zien hoe de grachten vol liggen met zeil- en motorschepen waar vanaf een levendige handel plaats vindt. Meppel was dankzij deze schakelfunctie een bruisende stad van handelaren, industriëlen, arbeiders en schippers met een bijzondere relatie met Holland en vooral Amsterdam. Meppeler schippers hadden er hun eigen kroegen en logementen. Meppel noemde drie grachten naar Amsterdamse grachten; de Heren-, Prinsen- en Keizersgracht.
Vanuit deze positie was Meppel ook een stad waar een belangrijke Joodse gemeenschap zich vestigde en politieke en religieuze conflicten zichtbaar en gestreden werden, zoals die tussen de Patriotten en Prinsgezinden en die tussen de Hervormde kerk en de Doleantie. Samengevat kan worden gesteld dat de geschiedenis van Meppel uniek en betekenisvol is. En dat niet alleen voor Meppelers, maar voor alle Nederlanders; een groep overigens die Drenthe veelvuldig bezoekt als verblijfs- en dagtoerist. Het Cultuurhistorisch Kompas van de provincie Drenthe onderschrijft dit ook. Ten aanzien van Meppel wil het sturen op; “Het herkenbaar houden van de historische kern van Meppel als markt- en handelsstad, zowel bovengronds als ondergronds, met alle elementen die daar aan refereren, zoals bebouwingsstructuren, waterlopen, pleinen en parken.”10 Kortom, Meppel heeft vanuit zijn unieke historische positie veel te vertellen. Het culturele erfgoed, zowel in de vorm van monumenten en stadsgezichten, als in de vorm van collecties, getuigt hiervan. Het moet alleen nog tot spreken worden gebracht. Ambitie Bij deze opzet wordt geadviseerd de erfgoedinstellingen in Meppel zowel inhoudelijk, als presentatietechnisch en organisatorisch te verbinden.
• Inhoudelijke verbinding/het verhaal van Meppel Voor wat betreft het verhaal van Meppel is het advies uit te gaan van een benadering van de geschiedschrijving waarin de relatie tussen de mens en de natuur en hun wederzijdse beïnvloeding centraal staat. De geschiedenis van Meppel leent zich hier goed voor. In de meeste artikelen en boeken over de geschiedenis van de stad wordt de strategische ligging van Meppel benadrukt door de ligging op een knooppunt van rivieren, die het water van het Drents Plateau afvoeren en van waaraf het verder doorstroomt naar de vroegere Zuiderzee. Deze ligging was niet 10 Cultuurhistorisch Kompas Hoofdstructuur & beleidsvisie, pag. 141
12
Projectburo Meeter, 18 maart 2024
alleen voorwaardenscheppend voor het ontstaan van de stad. Ook was deze essentieel voor de ontwikkeling naar een regionale stapelplaats met een levendige handel, scheepvaart en nijverheid en een schakelfunctie tussen Drenthe en de rest van Nederland, vooral Holland. Ook sluit deze aanpak goed aan bij actuele problemen, zoals de klimaatverandering en stikstofproblematiek. Om alle culturele-/erfgoedinstellingen te verbinden op een manier die zowel voor deze instellingen, als ook voor de bezoeker aan Meppel helder is, adviseren wij een historisch structuurschema op te stellen. Dit schema is vergelijkbaar met het Cultuurhistorisch Kompas dat de provincie Drenthe heeft opgesteld. In dit historische structuurschema worden de ontwikkelingsperioden van Meppel gedefinieerd. Vervolgens worden per periode, uitgaande van de wederzijdse afhankelijkheid tussen mens en de natuur, de hoofd- en subthema’s in hun onderling verband getoond. Hoofdthema’s kunnen zijn: de economische, sociale, en culturele ontwikkeling, alsook ontwikkelingen in de landschappelijke structuur. Subthema’s zijn bijvoorbeeld binnen de economische ontwikkelingen: handel, scheepvaart en nijverheid en binnen de culturele ontwikkelingen religie, kunst en architectuur. Ons bureau heeft verschillende van dit soort structuurschema’s opgesteld.
Voor een verdere toelichting op dit soort schema’s wordt verwezen naar de manual voor het maken van tentoonstellingen die de auteur samenstelde in de vorm van een website. Op deze website worden dit soort structuurschema’s ‘analyseschema’s’ genoemd; verwijzend naar het feit dat zij gebaseerd zijn op een inhoudelijke analyse van het onderwerp. Zie https://www.platformexhibitions.org/?p=151 (Inlognaam: ICOM-member, wachtwoord: showcase). Naar de bezoeker toe kan het historisch structuurschema in een gepopulariseerde vorm beschikbaar gesteld worden. Van elke Meppeler erfgoedinstelling en monument is aangegeven waar het in de historische structuur zit en daarmee hoe het samenhangt met de totale geschiedenis van Meppel. Voor de culturele instellingen biedt het een uitgangspunt hoe zij kan aanhaken bij deze hoofdstructuur en daarmee kan bijdragen aan de identiteit van Meppel. Net als hierboven bij de inhoudelijke opzet van een gemoderniseerd Drukkerijmuseum zou het verhaal van Meppel vanuit verschillende perspectieven verteld moeten. Bij het samenstellen van het historisch structuurschema zouden beladen en schurende thema’s aan de orde moeten komen.
Gedacht kan worden aan de grote armoede die de stad gekend heeft, de vaak slechte positie van de vrouw, de lange werktijden en vaak ongezonde werkomstandigheden, kinderarbeid, de collaboratie tijdens de tweede wereldoorlog, de milieuvervuiling die de industrialisering meebracht etc. Kortom een geschiedenis in al zijn mooie en minder mooie kleuren die aanzet tot discussie en overpeinzing, maar ook tot inclusie en begrip voor de diversiteit van de samenleving en in die zin verbindt.
13
Projectburo Meeter, 18 maart 2024
In de erfgoednota’s van de provincie en de gemeente ligt de nadruk op materieel erfgoed en in het bijzonder op monumenten. Ook willen beide overheden de eigen Drentse/Meppeler identiteit versterken. Immaterieel erfgoed kan hier in belangrijke mate aan bijdragen. Het “Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland” beschrijft dit soort erfgoed als volgt: "Cultuuruitingen die door erfgoedgemeenschappen worden beleefd als erfgoed en hen een gevoel van identiteit en continuïteit geven.” UNESCO heeft vijf domeinen of categorieën van immaterieel erfgoed benoemd: ~ Festiviteiten, rituelen en sociale praktijken, ~ Spreken, zingen en vertellen, ~ Uitvoerende kunsten, ~ Traditioneel vakmanschap/ambachten (Hier past het Drukkerijmuseum goed in), ~ Kennis en gebruiken rondom de natuur en het universum.11 Mede vanuit het identiteit versterkend karakter, maar ook vanuit museologische overwegingen adviseren wij in het verhaal van Meppel ook immaterieel erfgoed op te nemen. • Presentatietechnische verbinding Hierbij is het de bedoeling het verhaal over Meppel door Meppel zélf te laten vertellen. Meer concreet gaan de gedachten naar de volgende opzet uit, vol met verrassingen en onverwachte ontmoetingen. De inhoud, het verhaal, is daarbij leidend. Het mag duidelijk zijn dat onderstaande opzet illustratief bedoeld is en aangepast moet worden in overleg met alle betrokken partijen.
Het is dan ook als aanzet tot de gedachtenvorming bedoeld, uitgaande van de intenties en aspiraties die verwoord zijn in de cultuurnota’s van de gemeente en de provincie. ~ Centraal in dit scenario staat een relatief klein informatiecentrum. Naast voor bezoekers centrale functies als kaartverkoop, sanitaire voorzieningen en het geven van toeristische informatie over Meppel in het algemeen (VVV-functie) is hier een inleidende tentoonstelling ingericht. Deze geeft een kort overzicht van de geschiedenis van Meppel, uitgaande van het historisch structuurschema en met gebruikmaking van de hierboven genoemde archeologische en historisch collecties. Het vormt het start- en verkenningspunt van het digitaal ondersteunde bezoek aan Meppel als ‘Poort van Drenthe’. Hoewel geen formeel museum, voldoet dit centrum aan museale eisen ten aanzien van behoud en beheer van de collectie. Idealiter is er een, eveneens aan museale eisen voldoend, depot voor de opslag van objecten die niet in de inleidende tentoonstelling of het vernieuwde DMM konden worden opgenomen. Zij worden behouden omdat zij relevant zijn voor de geschiedenis van Meppel en gebruikt kunnen worden voor tijdelijke tentoonstellingen of andere erfgoedproducties.
~ Het Drukkerijmuseum behoudt in dit contour de functie van verteller van het verhaal van de drukkerijgeschiedenis in Meppel/Nederland in de brede zin, zoals hierboven beschreven. Uit kostentechnische overwegingen moet bij dit contour worden onderzocht of dit niet gecombineerd kan worden met de functie van informatiecentrum zoals hierboven beschreven. Waarschijnlijk zal het gebouw van het Drukkerijmuseum hiertoe uitgebreid moeten. Bovendien zijn er eigendomskwesties waar oplossingen voor gezocht moeten worden. 11 https://www.immaterieelerfgoed.nl/nl/watisimmaterieelerfgoed
14
Projectburo Meeter, 18 maart 2024
~ Het Stedelijk Museum houdt in dit contour zijn huidige functie. Geadviseerd wordt om te onderzoeken of het museum vanuit de huidige opzet kan worden doorontwikkeld tot een soort kunsthal, waarin mede door aanpassingen aan de klimatologische kwaliteiten van het gebouw, niet alleen verrassende en hoogwaardige tentoonstellingen vanuit het Meppelse kunnen worden georganiseerd, maar ook reizende tentoonstellingen die elders succesvol waren, bijvoorbeeld in de Kunsthal in Rotterdam. Aldus kunnen ook Meppelers hiervan genieten zonder naar elders te hoeven afreizen. ~ De Meppeler monumenten, molens en stadgezichten krijgen in dit contour een belangrijke rol in het vertellen van het verhaal van Meppel. Met digitale middelen vertelt ieder monument en stadgezicht aansluitend bij het historisch structuurschema zijn deel van het ‘Verhaal van Meppel’. Een eerste gedachte, bedoeld als illustratie, hoe een dergelijke presentatie er uit zou kunnen zien, is de volgende. De bezoeker ‘klopt’ met behulp van de App ‘Meppel, poort van Drenthe’ op de deur van een monument. Zodra de elektronica in de deur heeft herkend dat het hier om een betalende bezoeker gaat, start een audio waarin het monument zijn verhaal in de context van het totale verhaal van Meppel vertelt. Het hoeft hierbij niet alleen te gaan om de bestaande monumenten.
Het kunnen ook toevallige ontmoetingen zijn met objecten die ergens in het stadscentrum staan opgesteld, zoals een handkar of een hondenkar. Zodra de bezoeker met de App ‘aanklopt’ vertellen zij hun verhaal. ~ Door immaterieel erfgoed op te nemen in het verhaal van Meppel, kunnen ook organisaties die niet direct met erfgoed geassocieerd worden bij het vertellen van dit verhaal betrokken worden. Het gaat hierbij om het theater Ogterop en om professionele- en amateurgezelschappen en verenigingen die zich bezig houden met toneel, dans, zang en het organiseren van evenementen. Geënthousiasmeerd door het idee bij te kunnen dragen aan ‘Het verhaal van Meppel’, kunnen zij in hun programmering onderdelen opnemen die hierbij aansluiten. Als illustratie waar in dit verband aan gedacht kan worden, zijn hieronder enkele suggesties opgenomen. .
Een kleine tentoonstelling in theater Ogterop, waarin de geschiedenis van het theater wordt vertelt en belangrijke optredens of theaterstukken worden gememoreerd.
.
Een toneelvoorstelling die een aspect van de geschiedenis van Meppel op dramatisch wijze weergeeft.
.
Een stadsomroeper in 17e-eeuwse kledij die op het plein bij de Mariakerk de laatste besluiten van de gemeenteraad meedeelt.
.
Het zingen van zeemansliederen door zangkoren op de kade van de haven van Meppel of in één van de kroegen.
.
Een in 18e-eeuws kledij gekleed meisje die bij de ingang van de Mariakerk zit te bedelen.
.
Tijdens de marktdagen een 16e-eeuwse marktkraam met personeel in kleding uit die tijd waar hedendaagse regionale producten worden verkocht.
.
Jaarlijks een historische jaarmarkt uit steeds een andere periode, waarin de nadruk ligt op de producten die toen verkocht werden.
15
Projectburo Meeter, 18 maart 2024
.
Een deel van de oude haven en of grachten van Meppel voor bepaalde tijd gratis beschikbaar stellen voor schepen uit de bruine vloot om de sfeer van het scheepvaartverkeer zoals Meppel dat eeuwenlang heeft gekend weer terug te brengen.12
.
In de winterperiode Light-shows op gevels van monumenten waarin met behulp van historisch beeldmateriaal de oorspronkelijke functie van het monument tot leven wordt gebracht.
De hier genoemde voorbeelden zijn, zoals gezegd, illustratief bedoeld. Het Meppeler culturele veld zal hier op eigen wijze een invulling aan kunnen geven, waarmee Meppel een ‘ontmoetingsplaats van de verbeelding’ wordt. • Organisatorische verbinding Geadviseerd wordt om een kleine professionele organisatie in het leven te roepen die ‘het verhaal van Meppel’ managet. Deze wordt in de uitvoering ondersteund door vrijwilligers. Een belangrijke taak van deze organisatie is om de vrijwilligers te ontzorgen van allerlei management- en professionaliseringstaken waar velen van hen noch de achtergrond, noch de ervaring voor hebben en vaak ook niet de belangstelling. Met andere woorden laat de vrijwilligers de dingen doen waar ze goed in zijn en vanuit hun werkzaam leven kennis en ervaring mee hebben. In dit contour zijn het overigens niet alleen vrijwilligers die bij de invulling en uitvoering van het verhaal van Meppel betrokken zijn. Zoals hierboven beschreven, kunnen ook professionele en amateurorganisaties op cultureel gebied hier aan bijdragen. Een goede coördinatie van de verschillende initiatieven en ideeën op basis van het historisch structuurschema is daarbij essentieel.
Naast initiërende, coördinerende en professionaliserende taken en het voeren van de dagelijkse leiding, zou deze organisatie ook zorg moeten dragen voor de zo belangrijke marketing en communicatie van het verhaal van Meppel en het werven van fondsen voor projecten, zoals tijdelijke tentoonstellingen. Onderzocht kan worden in hoeverre het mogelijk is om tot samenwerking te komen met al bestaande culturele instellingen; instellingen die nu ook al geheel of grotendeels door de gemeente worden betaald. Gedacht kan bijvoorbeeld worden aan de Cultuurklik die de organisatie van de onderwijsgerichte activiteiten op zich zou kunnen nemen, evenals het samenstellen van nieuwe educatieve programma’s. De staf van theater Ogterop zou bij kunnen dragen aan de organisatie en coördinatie van theatrale activiteiten. Deze samenwerking zal niet alleen leiden tot verdere professionalisering, maar vooral ook tot een efficiëntere inzet van bestaande middelen. Tijdens het onderzoek is gebleken dat alle instellingen bereid zijn om tot samenwerking te komen. Belangrijk is dat bij doorontwikkelen van de ideeën die in dit contour beschreven worden, rekening gehouden wordt met de eigenheid van deze instellingen. Het Verhaal van Meppel moet niet over hen heen gemaakt worden maar mét hen. 12 Er liggen momenteel al enkele zeer fraaie historische schepen in de grachten van Meppel
16
Projectburo Meeter, 18 maart 2024
Missie Samengevat leidt het bovenstaande tot de volgende missie: “Meppel wil als ‘Poort van Drenthe’ voor brede doelgroepen, maar in het bijzonder voor de Meppelers en toeristen, een attractieve op beleving en educatie gerichte creatieve ontmoetingsplaats zijn waar men kennis kan nemen van het verhaal van Meppel in zowel zijn positieve als beladen kanten, daarbij aanzettend tot discussie, contemplatie en een beter begrip hoe de Meppelse samenleving tot stand is gekomen”. Doelgroepen Voor wat betreft de doelgroepen kunnen bij dit contour dezelfde commerciële en ideële doelgroepen aangehouden worden die hierboven bij Meppel in Druk beschreven zijn. Zie hierboven pag. 9 en 10. Het enige verschil is dat naast ‘geïnteresseerden in de drukkerij’, hier ook historisch geïnteresseerden in meer algemene zin aan toegevoegd kunnen worden.
17
Projectburo Meeter, 18 maart 2024
BIJLAGE 1 STAAT VAN HET MUSEUM Korte geschiedenis Het museum werd op 22 mei 1986 geopend. Het initiatief tot het museum werd in 1984 genomen door werkgevers en werknemers uit de grafische industrie te Meppel. Op dat moment werkten in Meppel zo’n zevenhonderd mensen bij vijftien verschillende grafische bedrijven. Vandaar dat men in die tijd Meppel wel de ‘Drukkersstad’ noemde. Aanleiding tot het museuminitiatief was dat er in deze periode veel veranderde in de grafische wereld. Men ging over van het zetten in lood naar fotografisch zetten en van hoogdruk naar offset. Veel verouderde machines werden vervangen en men wilde graag een aantal bijzondere exemplaren hiervan blijvend bewaren. Door werkgevers en werknemers en met steun van de gemeente Meppel werden de noodzakelijke middelen bijeen gebracht om de monumentale pakhuizen waarin het museum is ondergebracht aan te schaffen, te restaureren en als museum in te richten. Prins Bernhard werd beschermheer. In 1995 is de naam van het museum veranderd van ‘Grafisch Museum Meppel’ in ‘Drukkerijmuseum Meppel’. Deze titel komt meer tegemoet aan de doelstelling van het museum, namelijk het geven van inzicht in de rijke geschiedenis van de drukkunst. Vanaf 28 januari 1998 is het gebouw een rijksmonument en staat het onder toezicht van Monumentenwacht Drenthe.
Opzet, visie en missie Vanaf de oprichting van het museum in 1986 tot heden is het DMM opgezet als een ‘levend’ museum. Vrijwilligers die in de grafische industrie hebben gewerkt, demonstreren het zetten van teksten of het machine-zetten, alsook het drukken ervan. Daarnaast laat men papier scheppen zien en is er een afdeling lithografie en handboekbinderij. Een heldere visie op het museum is tijdens onderzoek niet gevonden. De visie die is genoemd in het analyserapport dat in het kader van de museumregistratie in 2014 werd opgesteld, is meer een opsomming van activiteiten. 13 Onderstaande tekst is ontleend aan het Beleidsplan 2021-2026, paragraaf 3.2.5 Cultuurhistorische waarde. Deze tekst lijkt de visie achter het museum goed te verwoorden, hetgeen werd bevestigd tijdens het gesprek met het bestuur. “Ambachtelijke werkzaamheden, zoals papierscheppen, lithograferen, handmatig zetten, drukken en het handmatig inbinden van boeken zijn uitstervende beroepen. Het museum wil deze activiteiten bewaren voor de toekomst en door middel van opleiding van vrijwilligers deze activiteiten blijvend onder de aandacht van de nieuwe generaties brengen. Het is van groot historisch belang dat de 13 Dossierbeoordeling voor registratie in het Museumregister van het Drukkerijmuseum, d.d 7-7-2014, pag. 10
18
Projectburo Meeter, 18 maart 2024
geschiedenis en de ontwikkeling van het grafische vak in al zijn facetten bewaard blijft. Hiervoor is een apart museum op zijn plaats. Het museum levert een speciale bijdrage aan het culturele klimaat van de omgeving, hetgeen nog wordt versterkt door het organiseren van tentoonstellingen, evenementen en het geven van cursussen “. 14 De missie is in het Beleidsplan 2021-2026 als volgt geformuleerd: “Het voor het nageslacht behouden, beheren en tentoonstellen van de collectie welke betrekking heeft op de ontwikkeling van de boekdrukkunst, zoals deze in de loop der eeuwen heeft plaatsgevonden. Daarnaast wil het museum de bestaande collecties selectief uitbreiden. Collecties en materialen kunnen voor studiedoeleinden gebruikt worden, hetgeen van groot belang is voor de lokale, nationale en internationale geschiedenis.” 15 Inhoudelijk stelt het DMM zich ten doel om de waardevolle traditie van vijf eeuwen boekdrukkunst, als visuele communicatievorm en als kunstuiting te bewaren en gestalte te geven, alsmede om de grafische techniek in de ruimste zin bekendheid te geven.” 16 Beschouwen we de bovenstaande visie en de missie dan kan worden geconstateerd dat deze de neiging hebben meer naar de opvattingen van de initiatiefnemers te verwijzen; naar wat zij belangrijk vinden, dan naar de samenleving.
Ook hebben zij meer een ‘collectiegericht’ karakter dan een ‘verhaalgericht karakter.’ Dit is overigens iets dat veel voorkomt in het museale veld en vooral bij musea die ontstaan zijn uit door enthousiastelingen bijeengebrachte collecties die gerund worden door vrijwilligers uit het betrokken werkveld. Voor wat betreft het collectie/verhaalgerichte karakter dient opgemerkt dat het museum, hoewel dat niet direct in de stukken is terug te vinden, het verhaal van de informatiedragers van de steentijd tot heden wil vertellen. Dit is het duidelijkst te zien aan de twee inleidende presentaties op de tweede verdieping die aandacht besteden aan de verschillende manieren waarin mensen in de prehistorie en oudheid teksten en afbeeldingen vastlegden. In de rest van het museum vertellen de vrijwilligers die de machines demonstreren ook delen van dit verhaal en zijn er zaalbladen. Hierbij dient opgemerkt dat de mate van aandacht voor het verhaal over de informatiedragers per vrijwilliger verschilt. Dit is ook niet zo verwonderlijk want velen van hen zijn van oorsprong technici met een grafische achtergrond. Ondanks deze middelen om het verhaal over de informatiedragers te vertellen gaat in de praktijk de meeste aandacht uit naar de machines en de achterliggende technieken, van het papier scheppen tot de verschillende zet- en druktechnieken en het boekbinden.
De collectie aan machines staat daarbij centraal, hetgeen ook past bij de opzet van ‘levend’ museum die het museum vanaf de oprichting tot heden kenmerkt. 14 Zie ook Beleidsplan DMM 2021-2026, versie 1 oktober 2021, pag. 6
15 Zie ook Beleidsplan DMM 2021-2026, versie 1 oktober 2021, pag. 2, paragraaf 2.2. ICOM-definitie en missie + pag. 4,
3.1 De collectie algemeen
16 Beleidsplan DMM 2021-2026, versie 1 oktober 2021, pag. 2, paragraaf 2.2. ICOM-definitie en missie
19
Projectburo Meeter, 18 maart 2024
Mede doordat het museum in zijn 37-jarig bestaan niet wezenlijk is veranderd, kan vastgesteld worden dat het museum in termen van achterliggende visie en opzet verouderd is. In de hedendaagse opvatting van een museum is een museum een verhaal- en marktgerichte instelling die vraaggestuurd is. Daarnaast wordt ook een grote maatschappijgerichtheid van moderne musea verwacht. Dit blijkt onder meer uit de nieuwe museumdefinitie van de ‘International Council of Museums (ICOM) waarin musea niet alleen openbaar en toegankelijk zijn, maar ook inclusief en gericht op het bevorderen van diversiteit, duurzaamheid en participatie van gemeenschappen.17 De museumnorm zal aan deze herziene definitie worden aangepast. Dit is niet alleen van belang voor musea die voor het eerst een registratie aanvragen, maar ook voor musea zoals het DMM die al gecertificeerd zijn omdat deze na 5 jaar voor herijking in aanmerking komen. Deze nieuwe visie op het functioneren van musea brengt ook met zich mee dat aan steeds meer codes moet worden voldaan. De museumnorm 2020 noemt de volgende: • de (herziene) museumdefinitie • de Ethische Code en LAMO (code betreffende ontzameling) • de Governance Code Cultuur • de Fair Practice Code, waarin ook codes opgenomen zijn voor Fair Pay • de Code Diversiteit & Inclusie.
18 Samengevat zal een geheel nieuwe visie en daarmee samenhangende missie voor het museum moeten worden opgesteld die past binnen de hedendaagse opvattingen over het functioneren van musea. Zakelijke aspecten Leiding van het museum De dagelijkse leiding van het museum is handen van de manager. Deze heeft een grafische achtergrond. Hij wordt hij ondersteund door het bestuur. Naast het aansturen van de vrijwilligers, voert hij alle taken uit die noodzakelijk zijn voor het museaal functioneren. Voorheen was de manager voor 12 uur in dienst van het museum. Door de financiële problemen die het museum de laatste jaren kent, is zijn dienstverband beëindigt en werkt hij op ZZP-basis. Hoewel het aantal uren dat hij werkt wisselt, besteedt hij gemiddeld circa 40 uur per week aan het museum. De financiële problemen hebben ook tot gevolg gehad dat de receptioniste die circa een jaar geleden in het museum werkte niet meer betaald kon worden. De relaties tussen manager en bestuur zijn informeel en direct. Er wordt niet gewerkt conform de ‘Governance Code Cultuur’. 17 De officiële vertaling van de ICOM-definitie luidt: "Een museum is een permanente instelling zonder winstoogmerk, in
dienst van de samenleving, gericht op het onderzoeken, verzamelen, bewaren, interpreteren en tentoonstellen van materieel en immaterieel erfgoed. Musea zijn openbaar, toegankelijk en inclusief en bevorderen diversiteit en duurzaamheid. Ze werken en communiceren ethisch, professioneel en met participatie van gemeenschappen. Musea bieden een verscheidenheid aan ervaringen met het oog op educatie, genoegen, reflectie en kennisuitwisseling." https://icom.nl/nl/over-icom/nieuws/2023-10-11-officiele-nederlandse-vertaling-internationale-museumdefinitie 18 Landelijk Contact Museumconsulenten + Nederlandse Museum Vereniging, Museumnorm 2020, pag. 4
20
Projectburo Meeter, 18 maart 2024
De ondersteuning door het bestuur betreft ook uitvoerende werkzaamheden zoals het opvangen van schoolklassen op momenten dat er geen vrijwilligers zijn. Het wordt hierbij als een probleem ervaren dat de vrijwilligers over het algemeen minder flexibel zijn. Zij beperken zich tot de afgesproken werktijden. Als hier buitenom mensen nodig zijn, moeten bestuursleden invallen. Personeel Er zijn circa 45 vrijwilligers actief in het museum, inclusief de bestuursleden. Dit aantal blijft redelijk constant. Als er enkele vertrekken weet het museum deze plaatsen altijd wel weer op te vullen. Er wordt geworven via de website en het aanspreken van enthousiaste bezoekers. De meeste vrijwilligers hebben een grafische achtergrond, enkelen hebben de kunstacademie gedaan. Op de werving van collectie en de registratie na, voeren de vrijwilligers alle museale taken uit. Het gaat hier om zowel het behoud van de collectie als het ontvangen van bezoekers, het geven van demonstraties en cursussen, het inrichten van tentoonstelling en de opvang van scholen. Met dit aantal vrijwilligers kan het museum de kerntaken verrichten. Echter voor extra activiteiten zijn meer vrijwilligers noodzakelijk. In de toekomst verwacht het museum problemen met het werven van geschikte vrijwilligers.
Om hierop de anticiperen heeft het museum een Audi Tour laten maken en beeldschermen opgehangen waarin een vrijwilliger uitlegt hoe een machine werkt. Het museum heeft een goed vrijwilligersbeleid dat weliswaar uit 2011 stamt, maar door regelmatige updates goed functioneert. Alle vrijwilligers zijn aan het museum verbonden middels een vrijwilligerscontract, waarin ook verzekeringen zijn geregeld. Een probleem is dat vrijwilligers weliswaar kennis hebben van het grafisch bedrijf, maar geen museale kennis. Er is ook geen opleidingsplan om hierin te voorzien. Er worden wel cursussen gevolgd, maar niet op museaal terrein. Het gaat om technische cursussen op grafisch gebied. Samengevat kan gesteld worden dat het museum onvoldoende middelen heeft voor een professionele staf, zelfs niet op minimumniveau. Het aantal vrijwilligers is net voldoende om het museum te laten draaien, maar laat het actief ontwikkelen van extra publiekgericht activiteiten niet toe. Een basaal probleem vormt het ontbreken van museale kennis. Financiën Het museum had in 2018 en 2019 een omzet van gemiddeld ca. € 55.000.19 Het overgrote deel hiervan gaat op gaan aan structurele kosten zoals verwarming, verlichting, verzekeringen en onderhoud van het gebouw. In 2018 werd € 1.600 uitgegeven aan museale taken, dat is een kleine 3% van de totale jaaromzet. In 2019 was dat € 3.950, een kleine 7,5% van de jaaromzet.
De bedragen werden vooral besteed aan tijdelijke tentoonstellingen, in 2019 zelfs € 2.500, en het ophalen van 19 Uitgegaan is van de jaren 2018 en 2019, omdat dit pré-corona jaren zijn en dus een meer zuiver beeld geven van de
financiële situatie van het museum.
21
Projectburo Meeter, 18 maart 2024
nieuw verworven machines. Gemiddeld geven de musea 15% van jaarlijks budget uit aan museale taken, vooral voor het maken van tentoonstellingen.20 Tot nu toe konden de incidentele uitgaven voor bijzondere aanpassingen en vernieuwingen binnen het museum gefinancierd worden door incidentele subsidies van derden. De helft van de inkomsten bestaat uit een gemeentelijke subsidie van € 26.690. Hiervan is bijna de helft, € 13.208, voor huisvesting bestemd. De tweede belangrijke inkomstenbron vormen de entreegelden. In 2018 kwam 33% van de inkomsten hieruit, waarvan 19% hiervan via de Museumjaarkaart. In 2019 28%, waarvan 13% via de Museumjaarkaart. Hiermee ligt het DMM onder het landelijk gemiddelde van ruim 40%.21 De overige inkomstenbronnen liggen onder de 10%. Incidentele subsidies en winkelverkoop dragen in beide jaren ieder ongeveer 8% aan de inkomsten bij. De inkomsten uit schoolbezoek zijn in beide jaren laag; 3% respectievelijk 4%. In 2018 had het museum een tekort van € 2.696. In 2019 was dat een tekort van € 859 en in 2020 was er zelfs een negatief resultaat van € 5.244. Deze tekorten zijn gedekt door de reserveringen te verlagen. Er is nog € 55.000, maar deze is gereserveerd voor onderhoud aan het gebouw dat de status van Rijksmonument heeft, hetgeen tot onderhoudsverplichtingen leidt.