College - 1.13.1 Bijlage 1 - NRD omgevingsprogramma Noord IV
Tekst van het document
Zoals uit de motivering blijkt, wordt met de herontwikkeling van 't Veen nadrukkelijk aandacht gegeven aan de ruimtelijke kwaliteit. De programma's Mooi Nederland en NOVEX regelen de aanscherping en versnelling van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Het streven is om de aangescherpte NOVI in 2024 vast te stellen als nationaal ruimtelijk beleid. Nationaal Waterprogramma 2022-2027 Het Nationaal Water Programma 2022–2027 geeft een overzicht van de ontwikkelingen binnen het waterdomein en legt nieuw ontwikkeld beleid vast. Het NWP beschrijft de nationale beleids- en beheerdoelen op het gebied van klimaatadaptatie, waterveiligheid, zoetwater en waterverdeling, waterkwaliteit en natuur scheepvaart en de functies van de rijkswateren. Deltaprogramma 2023 Het nationaal Deltaprogramma beschermt Nederland tegen hoogwater en overstromingen, zorgt voor voldoende zoetwater en draagt bij aan een klimaatbestendige en water robuuste inrichting van ons land. Met betrekking tot Drenthe voert de provincie aan dat Drenthe regelmatig te maken met een watertekort. Via de Drentse kanalen voeren de waterschappen en de provincie dan water aan vanuit het IJsselmeer. Zo zorgt Drenthe ervoor dat een deel van de Drentse landbouw voldoende water heeft. Het is overigens de vraag of we met het veranderend klimaat nog steeds voldoende water uit het IJsselmeer kunnen pompen.
Deze vraag en de vraag of we meer water binnen de provincie Drenthe moeten vasthouden onderzoeken de waterbeheerders in het nationale Deltaprogramma. De belangrijkste maatregelen zijn: • water besparen door betere benutting van het beschikbare bodemvocht en efficiënte toediening van aanvoerwater; • grondwatervoorraad vergroten door water vast te houden in landbouw- en natuurgebieden; • water vertraagt afvoeren door de beekdalen.
34 Maart 2023
Uitvoeringsprogramma Circulaire Economie De vraag naar grondstoffen neemt wereldwijd toe. Daarom werkt de overheid samen met het bedrijfsleven, kennisinstituten, natuur- en milieuorganisaties, overheden, vakbonden, financiële instellingen en andere maatschappelijke organisaties om zuiniger en slimmer met grondstoffen om te gaan. Het doel: een volledig circulaire economie in Nederland in 2050. Het kabinet heeft 3 doelstellingen geformuleerd om de Nederlandse economie zo snel mogelijk circulair te maken: 1. Bestaande productieprocessen maken efficiënter gebruik van grondstoffen, zodat er minder grondstoffen nodig zijn. Grondstoffen worden gebruikt voor bijvoorbeeld eten, elektrische apparaten en kleding; 2. Wanneer nieuwe grondstoffen nodig zijn, wordt zoveel mogelijk gebruikgemaakt van duurzaam geproduceerde, hernieuwbare (onuitputtelijke) en algemeen beschikbare grondstoffen. Zoals biomassa, dat is grondstof uit planten, bomen en voedselresten. Dit maakt Nederland minder afhankelijk van fossiele bronnen en het is beter voor het milieu. 3. Nieuwe productiemethodes ontwikkelen en nieuwe producten circulair ontwerpen. Integraal Nationaal Energie- en Klimaatplan 2021-2030 (INEK) Het INEK bevat de hoofdlijnen van het klimaat- en energiebeleid voor de komende 10 jaar.
De inhoud wordt voor een belangrijk deel bepaald door het Klimaatakkoord, dat in juni 2019 tot stand is gekomen met betrokkenheid van meer dan honderd maatschappelijke (publieke en private) partijen. Dit akkoord bevat een pakket aan maatregelen, dat de actieve steun heeft van zoveel mogelijk bijdragende partijen en waarmee het politieke CO2-reductiedoel van 49% in 2030 wordt gerealiseerd. Conclusie De doelstellingen voor het plangebied sluiten goed aan bij het nationale beleid. De doelstellingen om de nationale economie zo snel mogelijk circulair te maken vormen een extra randvoorwaarde voor het vestigen van nieuwe bedrijvigheid.
Provinciaal en regionaal beleid Binnen de regio (provincie Drenthe en waterschap Drents Overijsselse Delta) is op verschillende onderdelen beleid vastgesteld dat relevant is voor het Omgevingsprogramma. Dit beleid wordt hier kort benoemd. In het MER zal dit beleidskader verder worden uitgewerkt. Omgevingsvisie Drenthe 2022 Met de Omgevingsvisie Drenthe 2022 wordt invulling gegeven aan de verplichte strategische visie voor de lange termijn voor de gehele fysieke leefomgeving op grond van de Omgevingswet. Hierin wordt de ruimte van de provincie ingedeeld in vier functies: natuur, landbouw, water en sociaal-economisch. Voor deze functies streeft de provincie naar robuustheid, hetgeen betekent dat een functie zo stevig is, dat het weinig gevoelig is voor verstoringen. Nieuwe ontwikkelingen mogen geen significant effect hebben op het functioneren van deze functies. De provincie richt zich op zes kernkwaliteiten die bepalend zijn voor de ruimtelijke kwaliteit in Drenthe: landschap, natuur, cultuurhistorie, archeologie, aardkundig erfgoed en rust. Bij opgaven en ontwikkelingen wordt uitgegaan van de bestaande ruimtelijke kwaliteit en wordt gestreefd naar het vergroten ervan. Vrijetijdseconomie is een belangrijke economische pijler voor Drenthe. Drenthe moet aantrekkelijk blijven voor recreanten en toeristen.
De provincie biedt daarom voldoende ontwikkelingsmogelijkheden voor recreatie en toerisme. Van provinciaal belang is het 35 Maart 2023
verbeteren en vernieuwen van het bestaande aanbod van verblijfs- en dagrecreatie en van de toeristisch recreatieve infrastructuur. Qua landschap wordt het plangebied gekenmerkt door een wegdorpenlandschap van de laagveenontginning. Het beleid is gericht op het behouden en versterken van het open karakter en de smalle verkavelingsstructuur. Voor de overgangen tussen landschapstypen geldt het beleid voor wegpanorama, dat is gericht op het beleefbaar houden van de afwisseling tussen bebouwd en onbebouwd gebied én, daar waar langs wegen ontwikkeld wordt, dit met kwaliteit gepaard gaat. Wat de kernkwaliteit cultuurhistorie betreft stuurt de provincie ten aanzien van de Drentse Hoofdvaart op het versterken van het karakter als beelddrager en het beleefbaar houden van de typerende lintbebouwing langs de Drentse Hoofdvaart met doorzichten naar het achterliggende gebied. Binnen het plangebied is het aardkundig hoofdlandschap beekdal aanwezig. Het merendeel van het plangebied kent voor het aardkundig erfgoed een generiek beschermingsniveau. In deze gebieden kunnen aardkundige kwaliteiten als inspiratiebron bij ontwikkelingen worden gebruikt. Een klein deel heeft een hoog beschermingsniveau. In deze gebieden streeft de provincie naar behoud of herstel van de context en het referentiebeeld van de aardkundige eenheid.
Het zorgvuldig en verantwoord omgaan met aardkundig erfgoed vormt het vertrekpunt bij planvorming. Ontwikkelingen worden alleen toegestaan als aardkundige kwaliteiten en kenmerken worden behouden. Met betrekking tot het wegverkeerslawaai van de N371 streeft de provincie ernaar dat nergens de wettelijk vastgestelde grenswaarden worden overschreden. Het streven is om zo weinig mogelijk woningen boven de grenswaarden (plandrempel) over te houden. Het plangebied is aangewezen als robuust landbouwsysteem. De provincie stelt de Drentse agribusiness in staat om haar positie op de Europese en wereldmarkt te versterken en streeft tegelijkertijd naar duurzaam gebruik en beheer met als resultaat vitale landbouwbodems die voldoende en gezond voedsel en/of voer voortbrengen en bijdragen aan de productie van veilig drinkwater. De landbouwbodems spelen een essentiële rol in de afbraak van broeikasgassen, de vastlegging van koolstof en het herstel van biodiversiteit. In het robuust landbouwgebied heeft de landbouw het primaat. Ontwikkelingen maar ook de waterhuishouding worden hier afgestemd op de landbouw. Hierbij wordt de grondwatervoorraad zoveel mogelijk vergroot door ondiep af te wateren. Het plangebied is aangewezen als beekdal. De waterhuishouding in de beekdalen draagt bij aan de grondwatervoorraad en het voorkomen van wateroverlast.
In de beekdalen worden kapitaalintensieve functies zo veel mogelijk geweerd (‘Nee, tenzij’ beleid) aangezien bij wateroverlast sprake van een grote schade. Kapitaalintensieve functies zijn onder andere woon- en werkgebieden, glastuinbouw, kwekerijen en intensieve veehouderijen. Nieuwe kapitaalintensieve functies in beekdalen zijn alleen toegestaan als sprake is van een zwaarwegend maatschappelijk belang, er geen alternatieven zijn, de functie op de locatie geen feitelijke belemmering vormt om in de toekomst de afvoer- en bergingscapaciteit van het regionale watersysteem te vergroten en het negatieve effect op het watersysteem in het plan wordt gecompenseerd. Provinciale omgevingsverordening In de Provinciale omgevingsverordening vertaalt de provincie Drenthe de Omgevingsvisie Drenthe (deels) door naar een verordening, voor zover het planologisch relevante aspecten betreft. De Omgevingsvisie als structuurvisie bindt alleen de provincie zelf. Binnen de verordening komt aan gemeenten een belangrijke rol toe. Inhoudelijke bepalingen zijn veelal als verantwoordingsplicht ingericht en niet normstellend. Aan gemeenten komt ruimte toe om inhoudelijk - tot op zekere hoogte - een eigen invulling te geven, mits deugdelijk onderbouwd. 36 Maart 2023
Gedeputeerde Staten hebben een nieuwe ontwerp-provinciale omgevingsverordening (POV) vastgesteld. De grootste wijziging is dat gemeenten straks voor een vergunning voor zon op land een ontheffing van de provincie nodig hebben. Regionaal Waterprogramma Drenthe 2022-2027 Het Regionaal Waterprogramma Drenthe 2022-2027 is vastgesteld door Provinciale Staten en is bedoeld als een concrete uitwerking van het provinciaal waterbeleid binnen de provincie Drenthe. Met dit programma worden de doelen en ambities voor een duurzaam en veerkrachtig watersysteem met een goede waterkwaliteit weergegeven. Het Regionaal Waterprogramma is grotendeels een voortzetting van het huidige Regionaal Waterplan. Het provinciale waterbeleid in het Regionaal Waterprogramma en de Omgevingsvisie vormen tezamen het beleidsmatig kader voor het regionaal waterbeheer. De sturende rol van water komt het huidige beleid in de Omgevingsvisie als volgt naar voren: • Ruimte voor water in de beekdalen; • Ruimtelijke bescherming waterbergingsgebieden aan de rand van het plateau; • Robuuste begrenzing natuurgebieden op basis van de hydrologie. In de natuurgebieden houden we, met het oog op hydrologisch herstel van de natuur, water vast en dragen hiermee bij aan het voorkomen van wateroverlast benedenstrooms.
Watervisie Meer dan water (Watervisie 2030) De Watervisie 2030 is ontstaan vanuit een wens om meer duiding te geven aan de bestuurlijke taakopvatting in relatie tot de maatschappelijke en ruimtelijke opgaven. In de Watervisie zijn relevante trends en ontwikkelingen voor de periode tot 2050 in beeld gebracht. Enkele relevante ontwikkelingen in relatie tot het plangebied zijn klimaatverandering, transitie naar een circulaire economie, multifunctioneel ruimtegebruik en veranderingen landelijk gebied, samenwerken in de regio. Waterschap Drents Overijsselse Delta zet in op een verdere reductie van broeikasgassen in de taakuitvoering van alle programma’s. Het streven is tenminste 49% reductie in 2030 ten opzichte van 1990. Het streven van het waterschap is om in 2025 klimaatneutraal te zijn: dan wordt evenveel energie opgewekt als wordt verbruikt.’ Tot 2030 bedient het Waterschap Drents Overijsselse Delta (WDODelta) de functies in gebieden waar bodemdaling plaats vindt. Richting 2050 verwacht WDODelta dat het voortbestaan van de huidige functies, mede vanuit de klimaatverandering, in gebieden als de hoge zandgronden en de veenweidegebieden steeds meer onder druk komt te staan. Dit betekent dat er keuzes gemaakt moeten worden over de toekomst van deze gebieden.
Door de toenemende extremen van nat en droog wordt het steeds meer een uitdaging om het huidige serviceniveau, van voldoende en schoon water passend bij de functie en het gebruik van de omgeving, te kunnen bieden. De klimaatverandering betekent dat WDODelta en anderen voor nieuwe uitdagingen worden gesteld, zoals wateroverlast, hittestress en gevolgen voor natuur en landbouw. Uitdagingen die wij niet alleen kunnen oplossen. De vraag die voorligt is hoe wij in gezamenlijkheid ons watersysteem en assets kunnen aanpassen en laten meebewegen met de veranderende klimaatomstandigheden of dat functiewijziging in gebieden in de toekomst noodzakelijk is. Het stedelijk gebied gaat meer aandacht vragen omdat de effecten van klimaatverandering zich daar heviger manifesteren. Bij extreme hoosbuien tekenen de grenzen van het stedelijk watersysteem zich steeds vaker af. Droogterecords leiden steeds vaker tot droogvallende vijvers met waterkwaliteitsproblemen tot gevolg. Regionale energiestrategie (RES) Drenthe 1.0 37 Maart 2023
De RES-regio Drenthe valt samen met de provinciegrenzen van Drenthe. Uitgangspunt is dat de Drentse samenleving een duurzame bijdrage wil leveren aan goed wonen, werken en recreëren in de regio. In de Regionale Energiestrategie (RES) 1.0 regio Drenthe is het streven vastgelegd om in 2030 een kwart van het energiegebruik in Drenthe op te wekken door windenergie en grootschalige zonne-energie. In 2050 wil Drenthe energieneutraal zijn en geen aardgas meer gebruiken. Ten behoeve van de RES hebben alle gemeenten onderzocht wat hun potentie is voor de opwek van elektriciteit door grootschalige zonne- en windenergie. Dit heeft geleid tot de gezamenlijke Drentse ambitie van 3,45 TWh. In de RES is aangegeven dat overheden zorgvuldig omgaan met het Drentse landschap en de ruimte. Zon-op-dak heeft daarom de voorkeur. Binnen de RES-regio zijn windenergie en zon-op-land ook nodig om de doelstelling te realiseren. De gemeente Meppel zoekt ruimte voor windturbines met een productiecapaciteit van circa 0,1 TWh. Voor aanvullende zon-op-landprojecten zal Meppel voorlopig geen ruimte bieden. Omdat het elektriciteitsnetwerk in Drenthe wordt uitgebreid en meer dan de helft van de energieprojecten al is gerealiseerd, is deze ambitie haalbaar en realistisch op weg naar 2030.
Gemeenten en provincie vertalen de ambities en gemaakte afspraken in de RES in hun beleid, zoals omgevingsvisies, verordeningen en omgevingsplannen. Beleid waterschapserfgoed en ruimtelijke kwaliteit In een periode met opgaven zoals klimaatadaptatie, nieuwe duurzame energiebronnen, transities in de landbouw en voortgaande verstedelijking spelen de waterschappen een rol. Bij de taakuitvoering en het aangaan van de maatschappelijke opgaven benut het waterschap de kennis, kansen en verbindende kracht van het eigen erfgoed. De in het beleid gestelde doelen zijn het in stand houden van waterschapserfgoed, het versterken van de relatie tussen waterschapserfgoed en leefomgeving en het benutten van de verbindende kracht van waterschapserfgoed en ruimtelijke kwaliteit. Conclusie De doelstellingen voor het plangebied sluiten weliswaar goed aan bij het provinciale en regionale beleid maar dit beleid leidt wel tot randvoorwaarden waarmee rekening gehouden moet worden. Zo stelt dit beleid eisen aan het behoud van de aardkundige kwaliteiten en kenmerken van het plangebied. Tevens zullen ontwikkelingen in het plangebied moeten worden afgestemd met de landbouw.
Nieuwe kapitaalintensieve functies in het plangebied (is een beekdal) zijn alleen toegestaan als sprake is van een zwaarwegend maatschappelijk belang, er geen alternatieven zijn, de functie op de locatie geen feitelijke belemmering vormt om in de toekomst de afvoer- en bergingscapaciteit van het regionale watersysteem te vergroten en het negatieve effect op het watersysteem in het plan wordt gecompenseerd.
Gemeentelijk beleid Binnen de gemeente Meppel is op verschillende onderdelen beleid vastgesteld dat relevant is voor het Omgevingsprogramma. Dit beleid wordt hier kort benoemd. In het MER zal dit beleidskader verder worden uitgewerkt. Structuurvisie 2030 De op 7 november 2013 vastgestelde Structuurvisie 2030 is een langer termijnplan (tot 2030) dat aangeeft welke ruimtelijke, sociaal-maatschappelijke en economische ontwikkelingen de komende jaren gewenst zijn. Het plangebied maakt deel uit van het buitengebied-noordoost en bestaat uit het beekdal van de (rechtgetrokken beek) Oude Vaart en slagenlandschap rondom het lint van Haakswold. Van een beekdallandschap is geen sprake meer: het is een rationeel verkaveld agrarisch gebied met slechts nog enkele cultuurhistorische relicten aanwezig, zoals oude erven en rivierduintjes, die als begroeide eilandjes in de grote open ruimte liggen. De openheid in het gebied is waardevol en wil de gemeente Meppel in stand houden. 38 Maart 2023
Visie op de fysieke leefomgeving De gemeenteraad heeft op 16 december 2021 de visie op de fysieke leefomgeving vastgesteld. Dit is een toekomstbeeld van de gemeente Meppel, gericht op de fysieke leefomgeving. Hierin komen verschillende onderwerpen en thema’s integraal bij elkaar. Deze visie op de fysieke leefomgeving, is het eerste inhoudelijke hoofdstuk voor de Omgevingsvisie Meppel. In deze visie heeft de gemeente Meppel het toekomstbeeld (2040) aan de hand van de vijf centrale kwesties geschetst, namelijk: • verstedelijking; • verduurzaming; • gezonde leefomgeving; • bedrijvigheid; • toekomstbestendig buitengebied. Voor het Omgevingsprogramma zijn met name de kwesties verstedelijking, verduurzaming en bedrijvigheid van belang. Verstedelijking Oude en nieuwe woon- en werklocaties zijn evenwichtig gelegen langs een structuur van historische wegen, waterlopen en groenstructuren. Bodem en water hebben met ons nieuwe klimaat bepaald wat op welke plek wel of niet kan. De gezondheid en veiligheid van mens en natuur varen daar wel bij. De structuur van grachten, beken en vaarten en de parken zijn aangename plekken om te verblijven of te recreëren. Zij zijn voor iedereen nabij en hebben relatie met de buurt. De belangrijkste wandel- en fietsroutes zijn gelegen langs of door deze plekken.
Er is duidelijk gekozen op welke plekken de rust en natuur prevaleert en andere waar het vertier of evenementen belangrijk zijn. Groen en water zijn overal, van grote lijnen tot kleine plekken, een lust voor het oog. Nieuwe woningen en bedrijvigheid hebben de bestaande omgeving via slimme combinaties geholpen met klimaatadaptatie, verduurzaming, de energietransitie en mobiliteitstransitie. Zij hebben de vitaliteit van de stad en het dorp vergroot. Verduurzaming In 2040 is de gemeente Meppel CO2 neutraal, wordt energie door middel van wind en zon (op dak) binnen de regio en samen met de buurgemeenten op een duurzame wijze geproduceerd. Gebouwen zijn goed geïsoleerd, zijn comfortabel warm zonder aardgas en gebruiken weinig energie of leveren zelfs. Dankzij betrokken bewoners en ondernemers, verbinding tussen onderwijs, kennisinstellingen en ons diverse bedrijfsleven en bereidheid tot samenwerken is de gemeente in 2040 een circulaire samenleving. De landbouw en natuur zijn weerbaar tegen hevige buien of langere perioden van droogte. In de stad is verkoeling door groen, water, bomen en parken, die iedereen dichtbij vindt. Aangevuld met nieuwe combinaties van groen en bebouwing. Bedrijvigheid In 2040 heeft Meppel zich als aantrekkelijke vestigingslocatie in de regio doorontwikkeld. De aanwezigheid van N.I.C.E.
(Noordelijk Innovatielab Circulaire Economie) en een circulaire havenontwikkeling binnen Port of Zwolle hebben de start gevormd van de ontwikkeling naar een meer circulaire economie. Op bedrijventerreinen wordt slim samengewerkt. Bedrijvigheid heeft meer ruimte gekregen en tegelijkertijd meerwaarde
39 Maart 2023
gebracht in bijvoorbeeld werkgelegenheid, energieopwekking, duurzame mobiliteit, biodiversiteit, klimaatbestendigheid of sociale verbinding. Momenteel wordt gewerkt aan een omgevingsvisie, die de visie op de fysieke leefomgeving uiteindelijk zal vervangen. Omgevingsvisie De Omgevingsvisie van de gemeente Meppel is momenteel in ontwikkeling. Het toekomstbeeld is de afgelopen jaren al voor een deel bepaald. Voor een aantal nieuwe thema’s moet het toekomstbeeld nog worden bepaald. De thema’s waar samen met inwoners, ondernemers en professionals een toekomstbeeld voor wordt bepaald, zijn verstedelijking, verduurzaming, toekomstbestendig buitengebied en bedrijvigheid. Samengevat zijn de doelen en ambities voor Meppel die ook voor Noord IV relevant zijn: • duurzaam zijn in alle opzichten: o ontwikkelingen bieden meerwaarde op gebied van energie, klimaatadaptatie, grondstoffenstroom of biodiversiteit; o gemeente Meppel wordt CO2-neutraal; o gemeente Meppel wordt circulair; o weerbaar worden tegen extreem weer. • een levendige en leefbare gemeente zijn voor inwoners en de regio: o de gemeente vult het recreatieve aanbod van de regio aan met een dagje uit; o kwaliteiten van landschappen, historische structuren en elementen zijn leidend bij ontwikkeling.
Ze geven herkenning en verrijken de beleving in stad, dorp en buitengebied; o stad, dorp en buitengebied lopen geleidelijk in elkaar over en zijn verbonden met veel mogelijkheden voor vrijetijdsbesteding dicht bij huis. • gemeente Meppel is een schone, natuurlijke en gezonde gemeente: o een schone bodem, water en lucht is een basisvoorwaarde; o voldoende groen zorgt voor een gezonde leefomgeving, met bomen, parken en groenblauwe structuren wordt hiervoor een goede basis gelegd; o uitbouwen van de robuuste natuurlijke structuur vanuit de ligging tussen natuurgebieden. o het verbeteren van de biodiversiteit in de gehele gemeente, zowel stad, dorp als buitengebied, met overal een goede basiskwaliteit natuur; o de inrichting van de openbare ruimte moet uitnodigen tot wandelen, fietsen, hardlopen, watersport, skeeleren; o voorzichtig zijn met cultuurhistorische en aardkundige elementen; o de inrichting van de omgeving is veilig om op te groeien en oud te worden. Van jong tot oud is de omgeving goed te ‘lezen’ en zijn routes logisch en veilig. Kadernotitie 'Zo doen we Groen!' De Kadernotitie 'Zo doen we Groen!' geeft de richting aan voor groen, natuur, landschap en water binnen de gemeente Meppel. De Kadernotitie heeft een scope van 2015 tot 2030. Dit biedt houvast voor de inrichting en het beheer van de eigen groene openbare ruimte.
Het plangebied is aangewezen als buitengebied Oude Vaart waarvoor de algemene ambities voor het buitengebied gelden. De opgaven zijn het versterken van het verhaal van het landschap, het behoud van kenmerkende landschapselementen, het versterken van de compleetheid van de schoolplaat natuur (en de beleving ervan) en het versterken van de benutting van landschap en natuur. De Oude Vaart maakt deel uit van de groenblauwe structuur. Een belangrijke opgave is langs de Oude Vaart de hoogwaardige natuurwaarde binnen de kades te versterken.
40 Maart 2023
Programma Duurzaamheid De gemeente Meppel heeft in december 2020 het programma Duurzaamheid vastgesteld. Het programma omvat de inzet op vier hoofdpijlers: energietransitie, klimaatadaptatie, grondstoffeninzameling, circulaire economie en de twee algemene thema’s biodiversiteit en gezond leefmilieu. Deze onderwerpen hebben veel gemeenschappelijk. Voor de vier hoofdpijlers zijn lange termijn doelen gesteld die een actieve rol vragen van de gemeente. De ambitie om de nieuwe gebouwen zo energie/ duurzaam mogelijk op te leveren. Nieuw te ontwikkelen bedrijventerreinen worden niet aangesloten op het gas. Tevens worden bedrijven geïnspireerd en gemotiveerd om 'groen' te doen. Beleidsvisie externe veiligheid Op 15 januari 2009 heeft de gemeenteraad de Beleidsvisie Externe Veiligheid Gemeente Meppel vastgesteld. Dit beleid is in 2014 geactualiseerd. Het doel van de beleidsvisie is om een duidelijk kader te geven voor het omgaan met risico's en externe veiligheid. De visie geeft aan waar ontwikkelingen mogelijk zijn en onder welke voorwaarden. De visie beschrijft een gebiedsgerichte ambitie met betrekking tot externe veiligheid en ontwikkelingsmogelijkheden en is relevant voor met name het transport van gevaarlijke stoffen over de A32 en de binnen het plangebied aanwezige buisleiding voor het transport van aardgas.
Beleid archeologie Het archeologisch beleid van de gemeente Meppel is verwoord in de archeologische beleidskaart. Met de archeologische beleidsadvieskaart heeft de gemeente Meppel een instrument in handen op basis waarvan zij op een verantwoorde manier met haar bodemarchief kan omgaan. Op basis van de landschappelijke ondergrond en de bekende archeologische waarden in en in de omgeving van Meppel is een vlakdekkende verwachtingskaart opgesteld. De verwachtingskaart is doorvertaald in de Archeologische beleidskaart waarin voor de gebieden met archeologische verwachtingswaarde adviezen zijn geformuleerd met betrekking tot de instandhouding van de (mogelijk) aanwezige archeologische waarden. De archeologische verwachtingswaarde binnen het plangebied voor Noord IV varieert van laag tot middelhoog. In geval van eventuele bodemingrepen zijn, afhankelijk van de verwachtingswaarde, richtlijnen voor de onderzoek geformuleerd. Cultuurhistorische inventarisatie en waardestelling De Cultuurhistorische inventarisatie en waardestelling Meppel Uitbreidingswijken & Buitengebied (CHIW) is op 28 januari 2016 vastgesteld. De cultuurhistorische analyse is bedoeld om een beter begrip van de ruimtelijke essenties van verschillende plekken in de gemeente Meppel te kweken bij de bewoners ervan.
Het geeft daarom een inventarisatie en waardering van de cultuurhistorische en ruimtelijke kwaliteiten van het landelijk gebied met de dorpen Nijeveen, Kolderveen en Rogat, en de uitbreidingswijken van de gemeente Meppel. De hoofddoelstelling van deze analyse is om de cultuurhistorische én de historischruimtelijke karakteristieken van de uitbreidingswijken en het landelijk gebied naar boven te halen, teneinde hiermee ruimtelijke ontwikkelingen zó te kunnen sturen dat er rekening gehouden wordt met de historisch-ruimtelijke en cultuurhistorische waarden van de verschillende gebieden, en deze waarden ook een inspiratie te laten vormen voor nieuwe ontwikkelingen, ontwerpen en ingrepen. Het plangebied voor Noord IV is in de GHIW beschreven in gebied B3: Nijentap en Oude Vaart. Conclusie Veel doelstellingen van het gemeentelijk beleid komen samen in de opgave voor het plangebied, met name op het gebied van energietransitie, klimaatadaptatie, grondstoffeninzameling en circulaire economie. De doelstellingen om de nationale 41 Maart 2023
economie zo snel mogelijk circulair te maken vormen een extra randvoorwaarde voor het voldoen aan de vraag naar nieuwe bedrijvigheid. Ook zal rekening moeten worden gehouden met de aanwezigheid van de buisleiding voor het transport van gas.
42 Maart 2023