College - 1.13.1 Bijlage 1 - NRD omgevingsprogramma Noord IV
Tekst van het document
maart 2023
Notitie reikwijdte en detailniveau (NRD) milieueffectrapportage Omgevingsprogramma Noord IV
1 Maart 2023
2 Maart 2023
Notitie reikwijdte en detailniveau (NRD) milieueffectrapportage Omgevingsprogramma Noord IV
3 Maart 2023
1.
Inleiding.................................................................................5
1.1 Aanleiding ......................................................................................................5 1.2 Doelstellingen Noord IV ....................................................................................3 1.3 Instrument Milieueffectrapportage......................................................................3 1.4 Leeswijzer ......................................................................................................4
2.
Referentiesituatie ...................................................................5
2.1 Huidige situatie ...............................................................................................5 2.2 Autonome ontwikkelingen ............................................................................16
3.
Planvoornemen - het Omgevingsprogramma Noord IV .........17
3.1 3.2 3.3 3.4 3.5
Ontwikkeling van Noord IV ...........................................................................17 Scenario 1: Beekdallandschap ......................................................................18 Scenario 2: Werklandschap ..........................................................................20 Scenario 3: Recreatielandschap ....................................................................22 Scenario 4: Energielandschap .......................................................................24
4.
Reikwijdte en detailniveau ...................................................26
4.1 4.2 4.3 4.4
Plan- en studiegebied ..................................................................................26 Scenario’s..................................................................................................26 Milieuaspecten en detailniveau......................................................................26 Overige aspecten ........................................................................................30
Bijlage 1 Bijlage 2
Scenario’s (samenvattende tabel) .............................32 Beleidskader ...............................................................33
4 Maart 2023
1. Inleiding 1.1 Aanleiding Voor de economische ontwikkeling van Meppel is zowel op de korte als op de lange termijn behoefte aan ruimte voor nieuwe bedrijvigheid. In deze behoefte is in de structuurvisie Meppel 2030 voorzien door het duiden van het gebied Noord III als reservering voor een toekomstig bedrijventerrein. Ruimtelijk is dit een logische afronding van de bestaande bedrijventerreinen Noord I en II. Voor Noord III is inmiddels een bestemmingsplan in voorbereiding. De vraag naar ruimte voor nieuwe bedrijvigheid is echter groter dan Noord III. Uit recent behoefteonderzoek komt een aanvullende behoefte van 11-45 hectare droog bedrijventerrein naar voren tot 2040. Tevens kent de gemeente meer opgaven en wil ook ruimte creëren voor vormen van energietransitie, duurzaamheid en circulariteit.
Figuur 1.1 Ligging bedrijventerreinen Noord (N) I, II en III t.o.v. plangebied Noord IV
Door de combinatie van economische en duurzame ontwikkeling wil de gemeente het gebied aan de overzijde van rijksweg A32 verkennen om op termijn voldoende ruimte te hebben om de opgaven in te vullen. Dit gebied heeft de naam Noord IV gekregen. In regionaal verband zijn energiedoelstellingen uitgewerkt in de Regionale Energie Strategie (RES), waaruit voor dit deel van het buitengebied van Meppel kansen voor grootschalige duurzame opwekking blijken. Meppel kiest naast zon-op-dak voor windenergie. En wil de mogelijkheden verkennen voor zon op parkeerplaatsen, langs rijkswegen en op grote daken. Het waterschap Drents Overijsselse Delta heeft ook belangrijke doelstellingen voor dit gebied. In de eerste plaats is er de opgave om de biodiversiteit van het stroomgebied van de Oude Vaart te vergroten en de waterkwaliteit van de Oude Vaart te verbeteren. Tevens is het beekdal van de Oude Vaart cruciaal voor het vasthouden van water in natte tijden om te voorkomen dat Meppel natte voeten krijgt. Een belangrijke doelstelling is om deze functie in het kader van klimaatadaptatie te versterken. 5 Maart 2023
In de Omgevingsvisie Drenthe (2022) heeft de provincie Drenthe van provinciaal belang geacht het bestaande aanbod van verblijfs- en dagrecreatie en van de toeristisch recreatieve infrastructuur te verbeteren en te vernieuwen.1 Naar aanleiding hiervan is de provincie Drenthe een haalbaarheidsstudie gestart naar het aantrekken van een nieuw themapark. In dit kader is in een voortraject naar verschillende locaties binnen Drenthe gekeken, waarbij 9 locaties (waaronder het plangebied Noord IV) zijn beoordeeld. Uit deze beoordeling is Noord IV als mogelijke locatie naar voren gekomen voor vestiging van een themapark. De gemeente Meppel wil hiermee in het Omgevingsprogramma rekening houden. Daarnaast wil de gemeente ook de kansen benutten om met de ontwikkeling meerwaarde te creëren voor natuur en water, duurzame landbouw, recreatie, beleving en ruimtelijke kwaliteit. Het gebied Noord IV (375 hectare bruto) is afgebakend als de zone gelegen tussen de Drentse Hoofdvaart en de Oude Vaart tot de oostelijke gemeentegrens van Meppel (zie figuur 1.1).
Figuur 1.2 Ligging Noord IV (rood); zwarte lijn is gemeentegrens (bron: basis viewer Rho)
In Noord IV heeft de gemeente inmiddels een grondpositie van ongeveer 17 hectare (perceel Rijksomweg 1). Voor de rest van Noord IV is op 7 juli 2020 door het college voorkeursrecht op grond van de Wet voorkeursrecht gemeenten gevestigd. Dit is op 1 oktober 2020 door de gemeenteraad bekrachtigd. Dit besluit vervalt van rechtswege drie jaar na dagtekening van dat besluit, tenzij voor dat tijdstip een structuurvisie, 1
Provincie Drenthe, Omgevingsvisie 2022, p. 12.
2 Maart 2023
bestemmingsplan of inpassingsplan is vastgesteld. Om het vervallen van het gevestigde voorkeursrecht te voorkomen moet voor 1 oktober 2023 een structuurvisie of een bestemmingsplan zijn vastgesteld waarin de nieuwe toegedachte ontwikkeling is opgenomen. De gemeente Meppel is bezig om haar ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving voor het hele grondgebied voor de lange termijn vast te leggen in een Omgevingsvisie. Hierin zal op hoofdlijnen worden aangeven hoe de gemeente de beleidsdoelen zal realiseren. Gezien het ‘hoog over’-karakter van de Omgevingsvisie worden de beleidsdoelen voor het plangebied Noord IV verder uitgewerkt in een Omgevingsprogramma (zoals bedoeld in de Omgevingswet)/structuurvisie (zoals bedoeld in de Wro). Het Omgevingsprogramma geeft een visie op de toekomst van het gebied, de stappen daarnaar toe en bevat de kaders voor de ontwikkeling van dit gebied. Voor ontwikkelingen in Noord IV kunnen na vaststelling van het Omgevingsprogramma deelomgevingsplannen worden vastgesteld en/of omgevingsvergunningen worden verleend.
1.2 Doelstellingen Noord IV Met de ontwikkeling van Noord IV wil de gemeente uiteindelijk bijdragen aan de volgende doelstellingen:2 • voldoen aan de vraag naar nieuwe bedrijvigheid vanuit de markt (nieuwe vestigingslocaties en schuifruimte op bestaande) en het toevoegen van werkgelegenheid; • invulling geven aan de kans een toeristische trekker toe te voegen in Drenthe in de vorm van een nieuw themapark; • de uitvoering van de Regionale energiestrategie (RES) door het vastleggen van de doelstellingen die daarin zijn opgenomen en het borgen daarvan in een planologisch kader (plan/vergunning); • de kansen benutten om met de ontwikkeling meerwaarde te creëren voor natuur en water, duurzame landbouw, beleving en ruimtelijke kwaliteit. Daar waar mogelijk worden deze gecombineerd met opgaven van provincie, waterschap of andere actoren in dit gebied; • een goede overgang tussen stad en land en een goede (ruimtelijke en functionele) verbinding met Meppel; • het bestendigen van de Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg). Op grond van de Wvg moet binnen 3 jaar na vestiging van het voorkeursrecht een ruimtelijk instrument, zoals een visie of een bestemmingsplan, zijn vastgesteld waarin de ontwikkeling is opgenomen.
1.3 Instrument Milieueffectrapportage M.e.r.-plicht Op grond van artikel 16.36 van de Omgevingswet geldt voor het opstellen van een omgevingsprogramma de verplichting tot het opstellen van een milieueffectrapport (een planMER). Die planm.e.r.-plicht in het kader van het Omgevingsprogramma is in lijn met de huidige eisen op grond van hoofdstuk 7 uit de Wet milieubeheer. Het Omgevingsprogramma (vergelijkbaar met de huidige structuurvisie) is namelijk kaderstellend voor m.e.r.-plichtige en m.e.r.-beoordelingsplichtige vervolgbesluiten. Daarbij gaat het onder andere om stedelijke ontwikkelingsprojecten, de uitbreiding van bedrijventerreinen en mogelijke windparken of een themapark. Daarnaast is een MER Gemeente Meppel, Plan van Aanpak Noord III en IV, p. 7. Hier staat als doelstelling ook het oplossen van het knelpunt in de energieinfrastructuur genoemd. Daarvan is inmiddels duidelijk dat dit in Noord III wordt gerealiseerd. 2
3 Maart 2023
noodzakelijk als significante effecten op Natura 2000-gebieden op voorhand niet kunnen worden uitgesloten en om die reden op grond van de Wet natuurbescherming een passende beoordeling noodzakelijk is. Waarom deze NRD? Deze Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) markeert de start van de m.e.r.procedure. Deze NRD is bedoeld als aankondigings- en participatiedocument. De betrokken bestuursorganen zal om advies worden gevraagd over het wenselijke detailen reikwijdteniveau van het MER maar ook inwoners, ondernemers, natuur- en milieuorganisaties en andere belanghebbende organisaties worden in dit stadium nadrukkelijk uitgenodigd te reageren om zo het Omgevingsprogramma mee richting en vorm te geven. MER Het Omgevingsprogramma is kaderstellend voor nog te nemen vervolgbesluiten (zoals een wijziging van het omgevingsplan) met de daaraan gekoppelde m.e.r.(beoordelings)plicht. In het Omgevingsprogramma worden mogelijke ruimtelijke ontwikkelingen van het plangebied aan de hand van een viertal scenario’s beschreven, evenals de milieueffecten van deze scenario’s. In het Omgevingsprogramma zal worden afgewogen hoe wordt omgegaan met de uitkomsten van de effectbeoordeling uit het MER waarbij rekening wordt gehouden met de doelstellingen voor het plangebied, maar ook het geldende (nationale, regionale, provinciale, gemeentelijke en waterschaps-) beleid dat in bijlage 2 is beschreven.
Daarbij kunnen elementen uit de verschillende scenario’s worden gecombineerd in een voorkeursalternatief. Hiermee draagt het planMER ook bij aan de onderbouwing en transparantie van de effecten van een besluit en kan het als hulpmiddel worden gebruikt bij de participatie. Het MER zal als bijlage bij het besluit worden opgenomen. Opgemerkt wordt dat parallel aan het proces tot de totstandkoming van het Omgevingsprogramma, een proces loopt dat leidt tot vaststelling van een Omgevingsvisie. In het kader van deze visie zal ook een m.e.r.-procedure worden doorlopen. Alhoewel er geen verplichte juridische koppeling tussen de Omgevingsvisie en een Omgevingsprogramma is, zal het Omgevingsprogramma wel zoveel mogelijk worden afgestemd op de Omgevingsvisie.
1.4 Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt de huidige situatie in en rondom het plangebied beschreven. Dit omvat zowel het huidige gebruik, als de huidige planologische regeling en de huidige situatie ten aanzien van de te onderzoeken omgevingsaspecten. In hoofdstuk 3 wordt het planvoornemen beschreven, waarbij wordt ingegaan op de doelstellingen en opgave voor het plangebied. Ook worden de onderzoeksscenario’s (in MER-termen: de alternatieven) beschreven waarmee de effecten van verschillende keuzes in het Omgevingsprogramma inzichtelijk kunnen worden gemaakt. In hoofdstuk 4 wordt ingezoomd op de onderzoeksaanpak in het MER: met welk detailniveau worden de verschillende omgevingsaspecten onderzocht en hoe worden deze beoordeeld en vergeleken.
4 Maart 2023
2. Referentiesituatie Belangrijk onderdeel van het MER is de beschrijving van de referentiesituatie, die bestaat uit de toekomstige situatie uitgaande van huidige situatie en (effecten) van autonome ontwikkelingen. Deze referentiesituatie vormt het vertrekpunt voor de beoordeling van de gevolgen van de alternatieven of scenario’s. In het MER zal voor alle relevante aspecten een analyse worden opgenomen van de bestaande situatie en autonome ontwikkelingen die daarop van invloed kunnen zijn. Autonome ontwikkelingen zijn ontwikkelingen die zich voordoen als het planvoornemen niet wordt uitgevoerd, bijvoorbeeld gevolgen van vastgesteld beleid, trends en projecten waarover al definitieve besluitvorming heeft plaatsgevonden. In deze paragraaf van de NRD is alvast een eerste aanzet opgenomen. In het MER zal de referentiesituatie verder worden uitgewerkt.
2.1 Huidige situatie Ligging Het plangebied Noord IV heeft een oppervlakte van circa 375 hectare en ligt tussen de Drentse Hoofdvaart aan de westzijde met parallel daaraan de N371 (tussen Meppel en Havelte). De Arendsweg bepaalt de noordzijde; de Oude Leisloot de oostzijde en de rijksweg A32 de zuidzijde. Dwars door het gebied stroomt de beek de Oude Vaart. Het plangebied wordt aan de west- en noordzijde begrensd door het grondgebied van de Drentse gemeente Westerveld (dorpen Veendijk en Havelte) en aan de oostzijde voor een groot deel door de Drentse gemeente De Wolden (dorpen Haakswold en Ruinerwold). Huidige gebruik Het plangebied is hoofdzakelijk agrarisch in gebruik. Er zijn vijf melkveehouderijen aanwezig. In het gebied wordt gewoond (gehucht Nijentap). Ook ligt er een natuurgebiedje van Staatsbosbeheer. In het plangebied komen natuurlijke laagten voor, die belangrijk zijn voor het tijdelijk opvangen en vasthouden van water in natte perioden. Tot slot is sprake van recreatief medegebruik, zoals kanoën, fietsen en wandelen. Huidig bestemmingsplan Voor het plangebied geldt het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ dat op 3 september 2009 is vastgesteld (zie figuur 2.1). Het gebied is in hoofdzaak bestemd voor agrarische doeleinden.
Een klein deel heeft de bestemming ‘Natuur’ en is bestemd voor landschapselementen en voor het behoud en herstel en ontwikkeling van actuele en potentiële landschaps- en natuurwaarden, met daaraan ondergeschikt extensief recreatief medegebruik en extensief agrarisch gebruik voor zover dit voor het beheer van de bestemming noodzakelijk is. Delen van het plangebied hebben de dubbelbestemming ‘Waterhuishoudkundige en of Waterstaatkundige functie’. Deze delen zijn mede bestemd voor waterberging en bescherming tegen wateroverlast ter plaatse van natuurlijke laagten. De woningen in het gebied hebben de bestemming ‘Wonen’. In het zuidelijke gedeelte van het plangebied liggen een bovengrondse hoogspanningsverbinding en een hogedrukgasleiding.
5 Maart 2023
Figuur 2.1 Plangebied en bestemmingen (bron: gemeente Meppel)
6 Maart 2023
Verkeer Het plangebied wordt direct ontsloten door een tweetal erftoegangswegen. In het zuiden van het plangebied takt deze erftoegangsweg aan op de rotonde van de Rijksweg N371. Deze weg wordt beheerd door de Provincie Drenthe. Via deze rotonde is de A32 bereikbaar in zuidelijke richting. Wanneer men vanuit het plangebied de A32 in noordelijke richting op wil rijden, kan de Pijlebrug een obstakel vormen. Aan de westzijde loopt de erftoegangsweg parallel aan de provinciale weg N371. De N371 is een doorgaande provinciale weg langs de Drentse Hoofdvaart tot Assen. Het plangebied kent daarnaast nog enkele verharde en onverharde erftoegangswegen met een lage verkeersintensiteit. Via de Arendsweg loopt een doorgaande fietsroute van en naar Ruinerwold. Nabij de rotonde aan de westzijde van het plangebied is een P+R gesitueerd.
Figuur 2.2 Wegennet in plangebied Noord IV (bron: topokaartnederland.nl)
Natuur Het plangebied maakt geen deel uit van een Natura 2000-gebied. De dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden zijn het Holtingerveld (op een afstand van circa 3 km ten noordnoordoosten van het plangebied), het Dwingelderveld (op een afstand van circa 9 km ten noordoosten van het plangebied) en De Wieden (op een afstand van circa 5 km ten westen van het plangebied). Zie figuur 2.3. Deze gebieden hebben instandhoudingsdoelen voor verschillende habitattypen, habitatsoorten, broedvogels en niet-broedvogels. Het plangebied zelf is leefgebied voor onder meer hazen, reeën, dassen, vossen, kikkers, patrijzen, ooievaars en weidevogels als kievit en wulp.
7 Maart 2023
Figuur 2.3 Ligging plangebied (rood) ten opzichte van stikstofgevoelig Natura 2000-gebied (bron: Aerius calculator).
Het plangebied maakt geen deel uit van het natuurnetwerk Nederland (NNN). Wel liggen in de nabijheid ervan diverse gebieden die deel uitmaken van NNN (zie figuur 2.4).
Figuur 2.4 ligging NNN (groen) ten opzichte van plangebied (rood omkaderd) (bron: Atlas Leefomgeving)
Externe veiligheid In het zuidelijke deel van het plangebied loopt een 110 kV-hoogspanningsverbinding (zwart) en een buisleiding voor het transport van aardgas (inclusief belemmeringenstrook). Ten westen van het plangebied ligt de A32 die deel uitmaakt van het basisnet. In het noordelijke deel van het plangebied loopt een buisleiding voor het transport van aardgas (inclusief belemmeringenstrook).
8 Maart 2023
Figuur 2.5 Plangebied (blauw omkaderd) en risicobronnen in het kader van de externe veiligheid (bron: Atlas Leefomgeving, zwart = hoogspanning, groen = basisnet weg, geel = basisnet spoor en rood = buisleidingen)
Bodem Geomorfologisch gezien bestaat het plangebied uit twee eenheden: een dalvormige laagte in het midden en een vlakte van smeltwaterafzettingen daaromheen. De bodemopbouw hangt nauw samen met deze twee eenheden. In de dalvormige laagte bestaat de bodem uit meerveengronden (veengrond met een zanddek van minimaal 15 cm). Buiten de dalvormige laagte bestaat de bodem voornamelijk uit lemig fijn zand. Met name in het noordelijk deel van het plangebied is daarop een moerige (humusrijke) bovengrond aanwezig (zie gooreerdgronden, moerige podzolgronden en moerige eerdgronden in afbeelding 2.6). De bodemeigenschappen en bodemfuncties hangen nauw samen met de aanwezige bodemsoorten. Waar venige of moerige lagen aanwezig zijn, is een hogere bodemkoolstofvoorraad aanwezig en een hogere koolstofdynamiek in de bovengrond. Daar waar een hogere koolstofdynamiek aanwezig is, zijn ook meer (soorten en aantallen) regenwormen aanwezig en heeft de bodem relatief een beter herstellend vermogen na stress. Ook heeft de bodem op deze locaties een hoger zelfreinigend vermogen. Zie afbeeldingen 2.7 en 2.8. Op basis van de bodemkwaliteitskaart van Drenthe voldoet de bodem in het plangebied aan de achtergrondwaarden. Dit betekent dat alle gemeten stoffen (standaardpakket bodem) voorkomen in gehalten onder de landelijke achtergrondwaarde.
Deze grond is derhalve relatief schoon en is geschikt voor de functieklasse Landbouw/natuur. Er zijn voor zover bekend geen locaties binnen het plangebied aanwezig welke verdacht zijn op het voorkomen van bodemverontreiniging en/of waar in het verleden reeds verontreiniging is aangetoond.
9 Maart 2023
Figuur 2.6 Plangebied (blauw omkaderd) en bodemkaart van Nederland (bron: Atlas Leefomgeving, van noord naar zuid: geel = gooreerdgrond, oranje = veldpodzolgronden, fel roze = moerige podzolgronden, donkerroze = moerige eerdgronden, lichtblauw/lila = meerveengronden, lichtgroen = beekeerdgronden)
Figuur 2.7 Plangebied (blauw omkaderd) en koolstof (bron: Atlas Natuurlijk kapitaal). Links: Koolstofcyclus/dynamiek in bovenste bodemlaag, rechts: bodemkoolstofvoorraad in Nederland.
10 Maart 2023
Figuur 2.8 Plangebied (blauw omkaderd)) met links: regenwormen, aantal soorten, rechts: zelfreinigend vermogen in de toplaag van de bodem (bron: Atlas Natuurlijk kapitaal)
Geluid De geluidbelasting binnen het plangebied wordt met name bepaald door het wegverkeer (A32 en N371). In het westelijke deel wordt de akoestische kwaliteit mede bepaald door het spoor en de bedrijventerreinen. Figuur 2.9 geeft een globaal beeld van de optredende cumulatieve geluidbelastingen.
Figuur 2.9 Plangebied (rood omkaderd) en akoestische kwaliteit (bron: Atlas Leefomgeving)
11 Maart 2023
Luchtkwaliteit De concentraties van de luchtverontreinigende stoffen stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10 en PM2,5) bevinden zich overal in het plangebied ruim beneden de wettelijke grenswaarden (zie figuur 2.10). Wel liggen de concentraties vooral in de zuidwestelijke punt van het plangebied hoger dan de advieswaarden van de Wereldgezondheidsorganisatie (advieswaarden zijn in 2021 geactualiseerd), met name waar het gaat om PM2,5 en NO2. Alhoewel deze advieswaarden niet bindend zijn, spelen deze wel een belangrijke rol bij een toekomstige nieuwe normstelling voor luchtkwaliteit door de Europese Commissie (EC). De EC heeft het Zero Pollution Action Plan (ZPAP) gelanceerd om de verontreiniging van onder meer lucht naar nul te krijgen en de huidige normstelling in de EU-richtlijn Luchtkwaliteit meer in lijn te brengen met de nieuwe WHOadvieswaarden.
Figuur 2.10 Plangebied (blauw omkaderd) en concentraties NO2, PM10 en PM2,5 voor 2020 (bron: RIVM, 2020 via Atlas Leefomgeving).
Archeologie, landschap en cultuurhistorie Het plangebied heeft een lage tot middelhoge archeologische waarde. In het plangebied zijn rivierduinen als aardkundige waardevolle elementen en de gehuchten Nijentap en Oude Leisloot als cultuurhistorische waardevolle elementen aanwezig. Het beekdal van de Oude Vaart fungeerde oorspronkelijk als waterafvoer van de hoogveengebieden in 12 Maart 2023
Drenthe. Een karakteristiek beekdal is echter niet meer te herkennen. De dijkjes langs de beek geven de loop van de Oude Vaart aan. Het gebied rond de Oude Vaart, dat door de provincie Drenthe wordt aangeduid als esdorpenlandschap, is te typeren als een open, agrarisch landschap met weinig bebouwing en beplanting. De verkaveling is een rationele blokverkaveling. De oude bebouwing, zandpaden en enkele historische overblijfselen laten zien dat het gebied er ooit anders uitzag. Geur Binnen het plangebied zijn diverse (melk)rundveehouderijen aanwezig. Voor melkrundvee zijn geen geuremissiefactoren vastgesteld maar gelden vaste afstandseisen vanwege geur. Voor zover bestaande woningen of andere geurgevoelige objecten binnen deze afstanden zijn gelegen, kunnen hindersituaties optreden. Daarnaast kan bedrijvigheid op de bedrijventerreinen ten westen van de A32 aanleiding geven voor verhoogde geurbelastingen in het plangebied. Water/klimaatadaptatie De Drentsche Hoofdvaart en de Oude Vaart stromen af van het hoger gelegen gebied ten oosten en noorden van Meppel. Bij Meppel komen de wateren samen waarna het water uiteindelijk wordt afgevoerd via het Meppelerdiep richting het Zwarte Water/IJsselmeer. Het beekdal van de Oude Vaart maakt van oudsher deel uit van het beeksysteem. Middels stuwen wordt het peil in de Oude Vaart en aangrenzende wateren beheerst.
Figuur 2.11 Oppervlaktewatersysteem (Witteveen+Bos, 2019; Hydrologisch onderzoek grondwaterreserve Darperweiden)
13 Maart 2023
In het zuidelijke deel van het plangebied komen hoge grondwaterstanden voor. Het noordelijk deel is droger (zie figuur 2.12 met de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) en figuur 2.13 met de gemiddelde laagste grondwaterstand (GLG).
Figuur 2.12 GHG (Geoportaal Provincie Drenthe)
Figuur 2.13 GLG (Geoportaal Provincie Drenthe)
14 Maart 2023
In de beekdalen treedt kwel op. De omringende gebieden zijn als ‘intermediair’ geclassificeerd, wat betekent dat er lokale kwel- en infiltratiesystemen optreden. Regionale infiltratiesystemen liggen op grotere afstand ten noorden van het plangebied (zie figuur 2.14).
Figuur 2.14 Kwel en infiltratiegebieden (Geoportaal Provincie Drenthe)
Figuur 2.15 Voorkomen veengronden en bebouwing (Witteveen+Bos, 2019; Hydrologisch onderzoek grondwaterreserve Darperweiden)
Lokaal kunnen ondiepe veengronden voorkomen, met name in het beekdal. Dit kan onder meer van invloed zijn op zetting bij woningen binnen dit gebied bij verlaging van grondwaterstanden. De beekdalen zijn essentieel voor het vasthouden en tijdelijk opvangen van beekwater in natte perioden. Daarnaast draagt de dynamiek bij aan de ecologische, landschappelijke en recreatieve waarden van de beeksystemen. De chemische en biologische kwaliteit van de Oude Vaart is momenteel onvoldoende. Extreme regenbuien, die in hevigheid en aantal toenemen vanwege klimaatverandering, vereisen dat het waterbergend vermogen van het plangebied toeneemt. De Kaderrichtlijn Water en het Nationaal Bestuursakkoord Water hebben een zware doelstelling voor de waterkwaliteit respectievelijk de waterberging in het stroomgebied van de Oude Vaart.
15 Maart 2023
2.2
Autonome ontwikkelingen
Ten zuidwesten van het plangebied zal een nieuw bedrijventerrein (Noord III) worden gerealiseerd met een oppervlakte van circa 20 hectare waar bedrijven tot en met milieucategorie 3.2 mogen worden gevestigd. Op het zuidelijke deel van dit bedrijventerrein wordt een transformatorstation met een elektrisch vermogen van meer dan 200 MVA gesitueerd. Voor dit transformatorstation geldt een geluidzoneringsplicht. De geluidzone overlapt een zeer beperkt deel van de zuidwestelijke punt van het plangebied. Het ontwerpbestemmingsplan heeft tot en met 14 februari 2023 ter inzage gelegen. Vaststelling van dit plan door de raad is gepland vóór de zomer van 2023. In het plangebied zelf is om een herziening van het bestemmingsplan verzocht om een agrarische schuur te vervangen door een woonhuis. Alhoewel de planwijziging nog niet in procedure is gebracht, heeft het college van B&W een positief principebesluit genomen. Het waterschap zal in het gehele stroomgebied van de Oude Vaart maatregelen nemen voor waterberging en waterkwaliteit. De invulling en situering daarvan is nog niet bekend. Wel is duidelijk dat de stuw in de Oude Vaart, gelegen in het plangebied van Noord IV, vispasseer zal worden gemaakt.
Het noorden van het plangebied is een potentieel (maar nog niet aangewezen) AVSgebied (Aanvullende Strategische Voorraden) om ook in de toekomst aan de (toenemende) vraag naar drinkwater te kunnen voldoen. Ten tijde van het schrijven van de NRD was niet duidelijk of er in en rond het plangebied andere autonome ontwikkelingen zijn. Dit zal worden onderzocht en meegenomen in het MER.
16 Maart 2023
3. Planvoornemen - het Omgevingsprogramma Noord IV 3.1
Ontwikkeling van Noord IV
Voor de ontwikkeling van het gebied Noord IV (en Noord III) heeft de raad op 21 april 2021 een Plan van aanpak vastgesteld. De ontwikkeling van Noord IV is bedoeld om ruimte te bieden aan lokale en (boven)regionale bedrijvigheid, aan energietransitie, duurzaamheid en circulariteit en tevens een impuls te geven aan de ontwikkeling van natuur, waterberging, recreatie, wonen en de ontwikkeling van natuur-landbouw. In het Plan van Aanpak zijn de doelstellingen voor het plangebied beschreven (zie paragraaf 1.1). Randvoorwaarden voor een functieverandering van het nu vooral als agrarisch bestemde gebied richting economie en energietransitie zijn:3 • inpassing van de ondergrondse gasleiding; • het creëren van voldoende waterberging; • (landschappelijke) inpassing van de nieuwe functies en een goede overgang van stedelijke functies naar het buitengebied. Ten opzichte van de vaststelling van het Plan van aanpak zal vanuit de wens van de provincie Drenthe een nieuw themapark aan te trekken tevens worden onderzocht of vestiging van een themapark mogelijk is in dit gebied. Ten aanzien van de verkeersontsluiting wordt Noord IV ontsloten via de bestaande open afrit van de Rijksweg A32 en de Rijksomweg, die zal worden aangepast om de ontsluiting van het gebied geschikt te maken voor alle verkeersmodaliteiten.
Het MER dient inzicht te geven in de mogelijke gevolgen van de keuzes die voorliggen in het kader van het Omgevingsprogramma voor Noord IV om de doelen voor het plangebied te bereiken. Het onderzoeksvoorstel voor het MER voor het Omgevingsprogramma gaat uit van vier onderscheidende scenario’s4 (alternatieven in de m.e.r.-systematiek) als vertrekpunt voor de effectbeoordeling, waarin de hiervoor genoemde opgaves, wensen en doelstellingen worden onderzocht. Niet om te komen tot de keuze voor één van de vier scenario’s, maar om de relevante hoeken van het speelveld voor de effecten op de leefomgeving in beeld te brengen. In het Omgevingsprogramma zal worden afgewogen hoe wordt omgegaan met de uitkomsten van de effectbeoordeling uit het MER. Daarbij kunnen elementen uit de verschillende scenario’s worden gecombineerd in een voorkeursalternatief. Dat is echter meer dan het samenvoegen van bouwstenen met positieve gevolgen. De verwachting is dat op onderdelen echte keuzes moeten worden gemaakt en dat, kijkend naar de consequenties van bepaalde keuzes op onderdelen, sprake zal zijn van conflicterende ambities. De scenario’s worden in de volgende paragrafen kort beschreven, in bijlage 1 is een samenvattende tabel van deze scenario’s opgenomen. In het MER zullen de verschillende onderdelen van de scenario’s waar nodig nader worden uitgewerkt.
Gemeente Meppel, Ruimtelijke verkenning grondexploitatie Noord III en Noord IV. Wij hanteren de term scenario’s omdat dat dat ook in het voortraject en participatie zo is gehanteerd. Het betreft hier vanuit de m.e.r.systematiek ‘alternatieven' waarmee de effecten van verschillende keuzes en accenten kunnen worden onderzocht. 3 4
17 Maart 2023
3.2
Scenario 1: Beekdallandschap
In dit scenario staat het versterken van het beekdallandschap centraal. Bodem, water en geomorfologie zijn leidend bij de toekomstige ontwikkeling van het gebied. Een groene en landelijke uitstraling wordt nagestreefd, ook voor nieuwe functies. De bedrijfsontwikkeling die wordt gerealiseerd is netto 15 ha groot en ligt in 'eilanden' ter weerszijden van de Oude Vaart. De oorspronkelijke loop van de Oude Vaart wordt rond de bedrijfsontwikkeling hersteld; daar krijgt de beek natuurvriendelijke oevers en het waterpeil ervan wordt verlaagd. De omgang met het peil wordt in de seizoenen bepaald vanuit de waterstaatkundige inzichten (ruimte voor piekbelasting maar ook water vasthouden voor droogte). De vorm van het bedrijventerrein is organisch met een aantal ovaal gevormde terpachtige erven met bedrijvenclusters, daartussen is ruimte voor groen en water (piekopvang). Tussen en om het bedrijventerrein is zo maximale waterberging mogelijk. De bedrijvigheid in het gebied is afgestemd op natuur en landschapswaarden, de randen van de bedrijvenclusters zijn ingepast, de bedrijven naar binnen georiënteerd en daarmee is er beperkt sprake van uitstraling van geluid en licht. Landbouw in het gebied wordt natuurinclusief en extensiever waarin het beheer van landschap en water een plaats krijgt.
Agrariërs en waterschap maken afspraken over waterpeil en piekberging voor het noordoostelijke deel van de Oude Vaart. In dit scenario is ruimte voor kleinschalig wonen, bijzondere woonvormen (knarrenhof, woongemeenschap, combinatie met kleinschalige zorg). Dit kan op een erf van een voormalig agrarisch bedrijf of op een strategische plek passend in het landschap en rekening houdend met de karakteristiek van Nijentap. De overgangen tussen de verschillende functies in het gebied zijn zacht en groen ingericht (erven, bedrijfsclusters, woningbouw). Recreatief is het gebied interessant als uitloopgebied voor de functies in Noord IV (wonen en bedrijven) en de bredere omgeving vooral vanwege het vriendelijke en groene karakter. Wandelen en fietsen langs de Oude Vaart en door het groen. Energieopwekking vindt uitsluitend plaats via zon op dak, op parkeerplaatsen en langs de snelweg. In figuur 3.1 is het scenario Beekdallandschap verbeeld (is geen plan of ontwerp maar een tekening om een beeld te geven van het type ontwikkeling dat voor ogen staat).
18 Maart 2023
Figuur 3.1: scenario beekdallandschap
19 Maart 2023
3.3
Scenario 2: Werklandschap
In dit scenario ligt de focus op het creëren van werkgelegenheid, zowel in nieuw bedrijventerrein als bij het agrarisch gebruik. Dit scenario voorziet in een bedrijventerrein met een netto oppervlakte van 45 hectare (bedrijfspercelen en ontsluiting) met de oriëntatie op de Rijksweg A32 als poort naar het gebied. Voor een goede ontsluiting en zichtbaarheid van het bedrijventerrein zal de Rijksomweg naar binnen (zuidoosten) worden verlegd. Hiermee komen de bedrijven 'aan' de snelweg te liggen. In dit scenario is ruimte voor drie windturbines, die de randen van het bedrijventerrein markeren. De Oude Vaart wordt verbonden met een groene randzone die als waterbergingsgebied zal fungeren, met name in periodes van neerslagoverschot. De groene randzone dient ook als afscherming tussen de bedrijvigheid en de landbouw en heeft een functie voor de stimulering van biodiversiteit en het medegebruik voor recreatie (struingebied). De landbouw is in dit scenario circulair, dat wil zeggen dat er geen kunstmest wordt gebruikt en restproducten worden hergebruikt op de bedrijven of in de directe omgeving. Restproducten en -warmte dienen als grondstof/energiedrager voor andere bedrijven en andersom. Uitbreiding in wonen is ten dienste van de agrarische bedrijvigheid in de vorm van enkele dienstwoningen.
In figuur 3.2 wordt een beeld gegeven van het scenario Werklandschap (is geen plan of ontwerp maar een tekening om een beeld te geven van het type ontwikkeling dat voor ogen staat).
20 Maart 2023
Figuur 3.2: scenario werklandschap
21 Maart 2023
3.4
Scenario 3: Recreatielandschap
In het scenario recreatielandschap wordt in Noord IV een themapark ontwikkeld van ongeveer 60 hectare (bruto). Voor dit scenario wordt ervanuit gegaan dat het themapark helemaal ten noordwesten van de Oude Vaart komt te liggen. De ontsluiting van het themapark gebeurt via de Rijksomweg, de feitelijk entree ligt op ruime afstand van de rotonde. Op het terrein van het park wordt een lange lus richting parkeerterrein aangelegd om congestie op de openbare wegen te voorkomen. Ook doorgaand verkeer vanuit het zuiden over de Rijksomweg wordt voorkomen door een knip aan te brengen. De representativiteit van Noord IV vanaf de snelweg is een belangrijk onderwerp voor Meppel. Hiermee wordt rekening gehouden bij de inrichting van de zone langs de snelweg. Dit door in de zone langs de snelweg geluidswering en een markante uitstraling te combineren. Het themapark is aan de snelweg deels zichtbaar en wordt door geluidwerende voorzieningen geluidsluw gemaakt. Door de geluidswering uit meerdere delen op te bouwen en wellicht deels transparant te maken, wordt voorkomen dat een hele dichte wand ontstaat. In combinatie met bijzondere vormgeving en een bijzondere functie, zoals een hotel, ontstaat een interessant beeld in het snelwegpanorama. In het themapark wordt ook de kans benut om direct meer ruimte aan de Oude Vaart te geven.
Deze ruimte wordt benut om het deel van de Oude Vaart weer te laten meanderen. De kade wordt daarvoor verplaatst. In het themapark zelf ligt ten behoeve van de waterkwaliteit een eigen watersysteem, waarbij wordt ingezet op het benutten van de bestaande watergangen (aan de noordzijde) en het naar bovenhalen van een oude beekloop centraal in het park. Daarnaast is er ruimte voor een waterbassin. Op het parkeerterrein van het themapark en in combinatie met de geluidswerking wordt met zonnepanelen boven parkeerplaatsen duurzame energie opgewekt. Op de agrarische percelen wordt ruimte geboden om te verbreden en met een B&B, recreatiechalets of kleine camping naar een ander verdienmodel te groeien. Dit betekent een verandering in het agrarische karakter maar kan met het agrarisch gebruik worden gecombineerd. Er is geen sprake van toevoeging van wonen. Langs de Oude Vaart worden recreatiepaden aangelegd, zodat fietsen en wandelen over de hele lengte goed mogelijk is. In figuur 3.3 wordt een beeld gegeven van het scenario Recreatielandschap. Voor het themapark is een fictieve opzet gemaakt ten opzichte van de 3 andere scenario’s om een vergelijkbare situatie te hebben. De figuur is dus geen plan of ontwerp van het themapark maar een tekening om een beeld te geven van het type ontwikkeling dat voor ogen staat.
22 Maart 2023
Figuur 3.3: scenario recreatielandschap 23 Maart 2023
3.5
Scenario 4: Energielandschap
Dit scenario is gericht op het benutten van Noord IV voor de Meppeler energietransitie. Dit betekent inzetten op zoveel mogelijk opwekken van energie met zes windturbines, zon op dak, op parkeerplaatsen en water en langs de snelweg. Ook passen experimentele vormen van energieopwekking zoals windwokkels op gebouwen. Het circulaire bedrijventerrein met een oppervlakte van 30 hectare (bedrijfspercelen en ontsluiting) is energiepositief. De situering van het terrein is zo goed mogelijk afgestemd op het kunnen benutten van de potentie van het plangebied voor windenergie. Eventueel kunnen agrarische erven worden benut als energiehub (opslag en conversie) of krijgen een andere functie vanuit een gebiedsfonds (te vormen uit de energie opbrengst). Dit wordt door de belanghebbenden in het gebied zelf bepaald. De agrarische functie wordt gekenmerkt door energiepositieve precisielandbouw met drones en mestvergisting. De waterberging binnen het plangebied is een dubbelfunctie met de opwek van energie middels windturbines en zon op water. De biodiversiteit wordt versterkt door strategische aanplant van enkele singels die de energiefuncties binnen het gebied zoveel mogelijk aan het zicht onttrekken. De huidige recreatieve functies binnen het plangebied blijven behouden en worden uitgebreid met een fietsverbinding langs de Arendsweg.
Nieuwe woningbouw of verblijfsrecreatie is beperkt mogelijk en in ieder geval energetisch innovatief zijn (passief huis concept). In figuur 3.4 wordt een beeld gegeven van het scenario Energielandschap (is geen plan of ontwerp maar een tekening om een beeld te geven van het type ontwikkeling dat voor ogen staat).
24 Maart 2023
Figuur 3.4: scenario energielandschap
25 Maart 2023
4. Reikwijdte en detailniveau 4.1
Plan- en studiegebied
In het MER wordt onderscheid gemaakt tussen de begrippen plangebied en studiegebied. Het plangebied is het in Figuur 1.1 aangegeven gebied en omvat heel Noord IV waar het vast te stellen Omgevingsprogramma betrekking op heeft. Het studiegebied is het totale gebied waarin milieueffecten als gevolg van de realisering van de voorgenomen activiteiten in het plangebied kunnen optreden. Het studiegebied is dus omvangrijker dan het plangebied en kan per milieuaspect verschillen. Voor milieuaspecten zoals bodem en archeologie treden de effecten alleen binnen het plangebied zelf op, het studiegebied is hier gelijk aan het plangebied. Voor milieuaspecten zoals verkeer, water en geluid kunnen ook buiten het plangebied, op en langs wegen van en naar het plangebied, effecten optreden. In dit geval is het studiegebied dus groter dan het plangebied. In het MER zal per milieuaspect worden toegelicht wat het relevante studiegebied is.
4.2
Scenario’s
De gemeente Meppel heeft op basis van de doelstellingen voor het gebied vier mogelijke ontwikkelingsrichtingen (scenario’s) ontwikkeld die ieder hun eigen gevolgen hebben voor mens, natuur en milieu. In het MER worden de milieueffecten van de in hoofdstuk 4 beschreven scenario’s onderzocht, beschreven en met elkaar vergeleken. De conclusies uit deze scenariovergelijking worden vertaald in het Omgevingsprogramma. In het MER komen de traditionele milieuaspecten, zoals landschappelijke en cultuurhistorische waarden, natuur, geur, geluid, luchtkwaliteit, bodem, water en veiligheid. Maar ook thema’s zoals gezondheid, energietransitie en klimaatadaptatie worden meegenomen. In het Omgevingsprogramma zal worden afgewogen hoe wordt omgegaan met de uitkomsten van de effectbeoordeling uit het MER waarbij rekening wordt gehouden met de doelstellingen voor het plangebied. Daarbij kunnen elementen uit de verschillende scenario’s worden gecombineerd in een voorkeursalternatief.
4.3
Milieuaspecten en detailniveau
In deze paragraaf zijn de te onderzoeken deelaspecten beschreven en de bijbehorende beoordelingscriteria voor het MER. De effectbeoordeling zal in hoofdzaak kwalitatief (op basis van expert judgement) worden uitgevoerd, tenzij anders aangegeven. In het MER zal per toetsingscriterium het milieueffect worden uitgedrukt op basis van de onderstaande schaal: + positief effect 0/+ licht positief effect 0 geen positief en geen negatief effect -/0 licht negatief effect negatief effect In tabel 4.1 zijn de te onderzoeken milieuaspecten beschreven en het bijbehorende detailniveau. Onder de tabel is dit per onderdeel toegelicht. De effectanalyse zal waar nodig kwantitatief worden uitgevoerd. Waar berekeningen niet nodig of mogelijk zijn, zal de effectanalyse kwalitatief (op basis van expert judgement) worden uitgevoerd.
26 Maart 2023
Thema’s en
Te beschrijven effecten (criteria)
Werkwijze onderzoek
Stikstof (Natura 2000)
Kwantitatief (kentallen)
Verlies foerageergebied (Natura 2000)
Kwalitatief
Effecten watersysteem (NNN)
Kwalitatief
Biodiversiteit (Natura 2000 + NNN)
Kwalitatief
Invloed op karakteristieke patronen,
Kwalitatief
aspecten Natuur
Landschap/
cultuurhistorie openheid, belevingswaarde, aantasting cultuurhistorische structuren of gebouwen
Bodem
Gevolgen voor de bodemkwaliteit en
Kwalitatief
bodemfuncties Water
Effecten grond- en oppervlaktewatersysteem
Kwalitatief en kwantitatief
(kwaliteit en kwantiteit) + afgeleide effecten op natuur, landbouw en bebouwing Veiligheids-
Effecten op veiligheidsrisico’s
Kwalitatief
risico’s Klimaat,
Overlast hitte, droogte, piekbuien
duurzaamheid, Gevolgen voor afvalproductie, hergebruik energiegrondstoffen, duurzame landbouw transitie
Kwalitatief
Vraag/aanbod energie, knelpunten energieinfrastructuur
Verkeer &
Verkeersgeneratie, verkeerskundige effecten
vervoer
(veiligheid, afwikkeling, parkeren), ov- en
Kwalitatief en kwantitatief
fietsbereikbaarheid Gezondheid
Geluid
Kwalitatief
Luchtkwaliteit
Kwalitatief
Geur
Kwalitatief
Beweging & groene omgeving
Kwalitatief
Lichtvervuiling
Kwalitatief
Natuur Natura 2000 Vanwege de afstand tot Natura 2000-gebieden (zie paragraaf 2.1) zijn aspecten als verstoring, versnippering etc. bij voorbaat uitgesloten. Ten aanzien van eventuele effecten op Natura 2000 zijn twee thema’s relevant: - Verlies foerageergebied kwalificerende vogels; het gaat daarbij met name om de kwalificerende vogelsoorten uit het Natura 2000-gebied de Wieden die mogelijk deels foerageren binnen het plangebied. Op basis van beschikbare bronnen wordt beoordeeld of dit effect mogelijk optreedt en significant is. - Effecten vanwege stikstofdepositie vanwege het verwijderen en toevoegen van verschillende functies in het gebied. Deze effecten worden op hoofdlijnen voor de verschillende gebruiksfases bepaald met de rekentool AERIUS. Hiervoor zal gebruik worden gemaakt van kentallen voor bedrijvigheid en globale veranderingen in 27 Maart 2023
verkeersstromen. Ook wordt de referentiesituatie globaal in beeld gebracht. Gezien het detailniveau worden er geen berekeningen voor de aanlegfase uitgevoerd; er is namelijk weinig zicht op de fasering en aanpak van de aanlegfase. Dit zal in een latere projectfase, waarin deelomgevingsplannen zullen worden opgesteld, moeten worden berekend. Gezien de afstand van het plangebied tot de Natura 2000-gebieden in de omgeving worden op voorhand geen effecten van de voorgenomen ingrepen op het watersysteem binnen de Natura 2000 verwacht. Dit aspect wordt dan ook niet nader beschouwd binnen het MER. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het plangebied maakt geen deel uit van het Natuurnetwerk en dit netwerk zal ook niet worden beïnvloed in de vorm van verstoring door geluid, licht of recreatiedruk. Wel bevindt zich aan de westkant van het plangebied een NNN-gebied (zie figuur 2.4). Ingrepen in het watersysteem binnen het plangebied kunnen van invloed zijn op het watersysteem buiten het plangebied. Mogelijk effecten van de ingrepen op het NNNgebied wordt bij het onderdeel water beschreven en beoordeeld. Biodiversiteit De ingreep is mogelijk van invloed op leefgebieden van zwaar beschermde soorten, zoals broedvogels en vleermuizen. Hiervan zal een kwalitatieve inschatting worden gemaakt op basis van een quickscan (op basis van beschikbare bronnen).
Tevens zal een voorstel worden geformuleerd voor nader ecologisch veldonderzoek in de vervolgfase (wijziging omgevingsplan). Ook wordt onderzocht welke ecologische potenties het plangebied op termijn kan ontwikkelen. In dat opzicht zijn er belangrijke verschillen tussen de verschillende scenario’s te verwachten. Landschap en cultuurhistorie In het MER zullen de cultuurhistorische elementen en gebieden, archeologische waarden en kwaliteit en belevingswaarde van het landschap van het plangebied kwalitatief worden beschreven, evenals de effecten hierop door de verschillende scenario’s. Ook de landschappelijke inpassing van de scenario’s wordt beoordeeld, waar nodig ondersteund met visualisaties. Bodem Met betrekking tot het thema bodem wordt een quickscan uitgevoerd naar de eigenschappen en het functioneren van het bodem- en watersysteem. Daarbij wordt informatie verzameld over de bodemeigenschappen, bodemfuncties, de bodemopbouw en geomorfologie van het plangebied. Op basis van reeds beschikbare informatie wordt de huidige bodem- en grondwaterkwaliteit in beeld gebracht. De mogelijke gevolgen voor de bodemkwaliteit en bodemfuncties (inclusief grondwater) van de scenario’s worden kwalitatief bepaald. Water Ingrepen in het watersysteem zullen invloed hebben op het huidige grond- en oppervlaktewatersysteem, in het plangebied, maar mogelijk ook daarbuiten.
Dit betreft zowel de kwantiteit als de kwaliteit van het watersysteem. Op basis van veranderingen in het watersysteem kunnen afgeleide effecten optreden, bijvoorbeeld op natuur, landbouw of bebouwing. Als eerste wordt een beschrijving van het grond- en oppervlaktewatersysteem opgesteld. Voor wat betreft het grondwatersysteem wordt gekeken naar bodemopbouw, grondwaterstanden, grondwaterstroming, kwel/infiltratie en (drink-)waterwinningen in de omgeving.
28 Maart 2023
Voor wat betreft het oppervlaktewatersysteem worden peilgebieden en stuwen in beeld gebracht, inclusief streefpeilen in en rondom het plangebied. Voor het in beeld brengen van risico’s voor wateroverlast wordt het gehele stroomgebied van de Oude Vaart beschouwd. Daarnaast worden mogelijke autonome ontwikkelingen die van invloed kunnen zijn op het watersysteem in het plangebied (inclusief klimaatwijzigingen) beschouwd. Klimaatverandering is als autonome ontwikkeling van invloed op het watersysteem van de Oude Vaart, en daarmee op de waterhuishouding in het plangebied en in Meppel. Bij het onderzoek wordt daarom niet alleen het plangebied beschouwd, maar ook de omgeving, waaronder het stroomgebied van de Oude Vaart bovenstrooms van het plangebied. Op basis van deze analyse wordt een referentiesituatie vastgesteld, als uitgangspunt voor de effectbeschrijving van de vier verschillende scenario’s. Vervolgens wordt een beoordelingskader voor het thema ‘Water’ opgesteld. Opgemerkt wordt dat de primaire, geohydrologische effecten (verandering grondwaterstanden, verandering kwel) niet worden beoordeeld, omdat de impact afhangt van de functie van het gebied waar veranderingen optreden. In landbouwgebieden kan bijvoorbeeld een daling van de grondwaterstand anders worden beoordeeld dan in een natuurgebied, of een gebied met bebouwing.
Voor het oppervlaktewater is de kwantiteit (voorkomen wateroverlast, compensatie verhard gebied, klimaatadaptatie) en kwaliteit (verbetering) wel direct van belang en wordt als dusdanig beoordeeld. Mogelijke effecten van ingrepen in het watersysteem (grondwater en oppervlaktewater) bij de vier te beschouwen scenario’s worden kwalitatief, op basis van expert judgement beschreven. Er worden geen effectberekeningen uitgevoerd met grondwater- of oppervlaktewatermodellen. Mogelijke afgeleide effecten op landbouw, natuur en bebouwing worden beschreven op basis van de veranderingen van grondwaterstanden. Op basis van de verwachte hydrologische en afgeleide effecten worden de scenario’s beoordeeld. Ook worden de gevolgen van de scenario’s voor de waterbergingscapaciteit kwalitatief beoordeeld. Veiligheidsrisico’s In het MER zal een globaal inzicht worden gegeven van de invloed van de voorgestelde ontwikkelingen op de risico-aspecten van reeds aanwezige bronnen in de omgeving, met name ten aanzien van vervoer van gevaarlijke stoffen (over de weg en buisleidingen). Ook wordt bepaald welke risicobronnen (met name bedrijven) kunnen worden toegevoegd en hoe deze inpasbaar zijn vanuit de risicobenadering.
Klimaatadaptatie, circulariteit en energietransitie Klimaatadaptatie Voor de verschillende scenario’s worden hinder en overlast door hitte en droogte en door piekbuien kwalitatief beschreven. Circulaire samenleving Per scenario wordt kwalitatief beschreven wat de gevolgen zijn met betrekking tot afvalproductie, het hergebruik van grondstoffen en duurzame landbouw. Energietransitie Voor de verschillende scenario’s wordt beschreven hoeveel duurzame energie wordt opgewekt, hoe zich dit verhoudt tot de vraag naar energie, of en zo ja, welke knelpunten kunnen ontstaan in de energie-infrastructuur en wat nodig is om deze knelpunten op te lossen. Ook zal worden gekeken naar het verminderde gebruik van fossiele brandstoffen, bijvoorbeeld vanwege de inzet van duurzaam vervoer.
29 Maart 2023
Verkeer & vervoer Onderzoek zal plaatsvinden naar de verkeerskundige effecten van een aantal mogelijke invullingen van Noord IV, waaronder het realiseren van een themapark. Voor het bepalen van de verkeerskundige effecten wordt op basis van CROW-kencijfers en een opgave van het aantal vierkante meters voor de verschillende functies of combinatie van functies de verkeersgeneratie bepaald voor verschillende alternatieven. Ook wordt voor deze alternatieven bepaald op welke manier dit verkeer zal worden afgewikkeld op het omliggende wegennet en wordt vervolgens bepaald of er zich eventuele knelpunten zullen voordoen. Indien er zich knelpunten voordoen worden eventueel te nemen mitigerende maatregelen beschreven. De verkeerskundige beoordeling is kwalitatief van aard waarbij ook aandacht is voor de verkeersafwikkeling en verkeersveiligheid voor het autoverkeer en langzaam verkeer. Ook wordende ov- en fietsbereikbaarheid en het aspect parkeren beoordeeld. Gezondheid Geluid Ten behoeve van het MER zal kwalitatief onderzoek worden gedaan naar de akoestische effecten van de vier scenario’s die in het kader van het Omgevingsprogramma worden onderzocht. Hierbij zal tevens worden gekeken naar de beschikbare geluidruimte voor bedrijven, themapark en windturbines.
Luchtkwaliteit In het plangebied liggen de concentraties van stikstofdioxide en fijnstof ruim beneden de Europese grenswaarden en wordt niet verwacht dat luchtkwaliteit een knelpunt voor het Omgevingsprogramma zal vormen. Derhalve zullen de scenario’s kwalitatief en op hoofdlijnen worden afgewogen. Geur Met betrekking tot geur wordt volstaan met een kwalitatieve analyse. Hierin worden als eerste, op grond van geldende regelgeving, de richtafstanden van de in werking blijvende veehouderijen in beeld gebracht en bekeken of deze knelpunten opleveren voor de realisatie van de scenario’s. Vervolgens wordt op basis van de VNG-richtafstanden een effectbeoordeling opgesteld in hoeverre de voorgenomen bedrijvigheid en geurgevoelige objecten in elkaars aanwezigheid gerealiseerd kunnen worden. Beweging en groene omgeving In het MER worden voor de verschillende scenario’s de mogelijkheden om te bewegen en te sporten, recreatiemogelijkheden en de hoeveelheid groen kwalitatief beschreven. Lichtvervuiling In de huidige situatie treedt er binnen het plangebied weinig lichtvervuiling op. In het MER zullen de effecten van lichtvervuiling vanwege verkeer, bedrijventerrein, themapark en veiligheidsmaatregelen (lampen op windturbines) van de verschillende scenario's kwalitatief worden beschreven.
4.4
Overige aspecten
Maatregelen Bij het optreden van significante milieueffecten worden voor de milieueffecten ook mogelijke mitigerende en compenserende maatregelen onderzocht. Deze maatregelen kunnen noodzakelijk, wenselijk of mogelijk zijn. Deze kunnen bijdragen aan het voorkeursalternatief. Leemten in kennis In het MER zal worden aangegeven welke leemten in kennis bestaan. Dit heeft bijvoorbeeld betrekking op het Omgevingsprogramma of de onzekerheden over ontwikkelingen in regelgeving. Deze analyse geeft input voor een monitoringsplan. 30 Maart 2023
Monitoring en evaluatie Tevens zal in het MER worden aangegeven welke aspecten zullen worden gemonitord en/of geëvalueerd en hoe dat wordt uitgevoerd.
31 Maart 2023
Bijlage 1 Scenario’s (samenvattende tabel) Beekdallandschap
Werklandschap
Recreatielandscha p
Energielandscha p
Windmolens Omvang commercieel gebruik Soort commercieel gebruik
Enkel erfmolens Locatiekeuze bodem en water gestuurd, 15 ha
3 turbines Locatie gebruik gestuurd, 45 ha
Geen turbines Locatie gebruik gestuurd, 60 ha
6 Turbines Locatie energie gestuurd, 30 ha
Bedrijventerrein in organische vorm; ‘eilanden’ van bedrijvenclusters, daartussen ruimte voor groen en water
Locatie op functioneel beste plek, oriëntatie op Rijksweg A32 als poort naar het gebied
Themapark, extensief grondgebruik
Agrarisch gebruik
Natuurinclusieve landbouw - met landschap/waterbehee r Zone om Oude Vaart / herstel oude beek loop, waterpeil verlagen, functie volgt peil Maximale waterberging tussen en om bedrijventerrein
Circulaire landbouw –combinatie met bedrijven
Verbreding functies, groeien naar ander (recreatief) verdienmodel Meer ruimte voor Oude Vaart, gedeeltelijk herstel oude beek loop
Circulair, energiepositief en zo goed mogelijk afgestemd op kunnen benutten potentie windenergie Energiepositieve precisielandbouw met drones en mestvergisting In huidige staat behouden
Biodiversiteit
Natuurvriendelijke oevers Oude Vaart
Relatie met de omgeving
Verbinding bodem/water/ geomorfologie versterken Zachte overgang
Biodiverse groene randzone tussen bedrijven & landbouw Verbinding met Meppel versterken
Oude Vaart
Waterberging
Overgang binnen het gebied
Oude vaart verbinden met waterbergingsgebie d groene randzone –open in noodgeval Waterberging in randzone als afscherming werkzone
Harde begrenzing
Themapark heeft eigen watersysteem. Berging door meandering Oude Vaart. Natuurvriendelijke oevers en natuurlijke inrichting themapark Representativiteit Noord IV vanaf de snelweg Noord IV representatief vanaf snelweg. Geluidswering heeft markante uitstraling. Ontsluiting themapark via Rijksomweg. Buiten themapark, recreatiepaden Wandelen en fietsen langs Oude Vaart naast themapark
Bereikbaarhei d
Gericht op recreatieve functie (wandel- en fietspaden)
Rijksomweg verleggen
Recreatie
Wandelen en fietsen langs Oude Vaart en groen
Groene randzone als struingebied
Scenariospecifiek
Beperkt sprake van uitstraling van geluid en licht
Arbeidsintensieve/ ambachtelijke bedrijvigheid
Dynamiek en reuring tijdens hoogseizoen
Woningbouw
Kleinschalig wonen, bijzondere woonvormen
Woningen ten dienste van agrarische bedrijvigheid
Geen toevoeging wonen
Waterberging als dubbelfunctie met opwek energie (zon op water, windturbines) Zicht op energie sturen met strategische aanplant Verbinding met Havelte en Ruinerwold versterken Markant aanzicht
Focus op energienetwerk
Laten zoals het is, toevoegen fietsverbinding Arendsweg + Oude Vaart Experimentele vormen van energie opwekken (windwokkels) Nieuwe woningbouw beperkt mogelijk en energetisch innovatief
32 Maart 2023
Bijlage 2 Beleidskader In het MER wordt beschreven welk beleid relevant is voor het Omgevingsprogramma. Beschreven worden de kaders op rijks-, provinciaal/regionaal en gemeentelijk niveau en de randvoorwaarden die hieruit voortkomen voor het Omgevingsprogramma. In het kader van deze NRD heeft een inventarisatie van relevant beleid plaatsgevonden, die in deze bijlage is opgenomen.
Rijksbeleid Op landelijk niveau is op verschillende onderdelen beleid vastgesteld dat relevant is voor het Omgevingsprogramma. Dit beleid wordt hier kort benoemd. In het MER zal dit beleidskader verder worden uitgewerkt. Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is op 11 september 2020 door de minister vastgesteld. De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende dertig jaar ingrijpend zullen veranderen. Met de NOVI benoemt het Rijk nationale belangen, geeft het richting op de vier prioriteiten: 1. ruimte voor klimaatadaptatie en energiestrategie; 2. duurzaam economisch groeipotentieel; 3. sterke en gezonde steden en regio's; 4. toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. De NOVI maakt bij het maken van keuzes gebruik van drie afwegingsprincipes: • combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; • kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; en • afwentelen wordt voorkomen. Om verschillende urgente opgaven voor gebieden integraal op te pakken, zijn acht NOVIgebieden aangewezen.
Dit zijn gebieden waar verschillende grote, ingewikkelde opgaven spelen. Het gaat daarbij onder andere om de regio Zwolle waar vooral de aanpak van energie- en klimaattransitie in relatie tot de verstedelijking centraal staat. Ten aanzien van de regio Zwolle wordt opgemerkt dat dit een regio betreft die in korte tijd sterk is gegroeid, waardoor de woningmarkt oververhit is geraakt en het mobiliteitssysteem onder druk is komen te staan. Als gevolg van klimaatverandering en de ligging in een Delta loopt het watersysteem van de regio tegen grenzen aan. In de regio Zwolle is klimaatbestendige groei een hoofdopgave. De ambitie van het Rijk is om groeiregio Zwolle verder te ontwikkelen tot een blijvend aantrekkelijke, klimaatbestendige en economisch vitale regio. Nationale Omgevingsvisie Extra (NOVEX) en Mooi Nederland De grote opgaven voor Nederland op het terrein van onder meer de volkshuisvesting, de transitie van het landelijk gebied en de opwek van duurzame energie, worden nu door verschillende ministeries uitgewerkt in nationale programma's. De keuzes die daarin gemaakt worden, zullen in de provincies ruimtelijk gaan landen. De samenhang daarvan wordt door het rijk bewaakt door middel van de programma's NOVEX en Mooi Nederland. NOVEX Het programma NOVEX geeft regie aan het leggen van de ruimtelijke puzzel in 33 Maart 2023
samenwerking met provincies, gemeenten en waterschappen. Het zorgt voor samenhang in het ruimtelijke beleid, verbindt de 22 nationale programma's en versnelt de uitvoering door te sturen op heldere voorwaarden en concrete uitvoeringsafspraken. In het kader van het programma zijn het NOVI-gebied Regio Zwolle en het Verstedelijkingsgebied Regio Zwolle samengevoegd tot een van de NOVEX-gebieden. Mooi Nederland In het programma Mooi Nederland staat ruimtelijke kwaliteit centraal. Het programma werkt aan een gedeeld beeld van de toekomst van ons land en regelt nieuwe concepten voor de inrichting van gebieden. In de regie op de ruimtelijke ordening staan drie perspectieven centraal: • landbouw en natuur; • netwerken voor energie en onze economie; • leefbare steden en regio's. 'Mooi Nederland' schetst voor elk perspectief drie nog uit te werken concepten die op gebiedsniveau toepasbaar zijn. Daarbij wordt gedacht aan het tegengaan van 'verrommeling' door grootschalige bedrijfsvestigingen, samen met andere opgaven, mooi in het landschap op te laten gaan, of de toepassing van 'groen' tegen hittestress en wateroverlast bij binnenstedelijke verdichting. Een ander concept in 'Mooi Nederland' is de teelt van 'biobased' bouwmaterialen, zoals vezelgewassen. Het versterkt het landschap, vermindert de CO2-uitstoot en verduurzaamt de woningbouw.