CConstaterende datMeppel
Koppel je AI →
Document · PDF

BOPA onderbouwing Zuideinde 51 - geanonimiseerd

1 - RAADSVERGADERING 24 april 2025, gemeente MeppelBij agendapunt: Adviesrecht BOPA - Zuideinde 51 te Meppel14.305 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

regionale

onderwijsvoorzieningen uit omstreeks 1910 in Drenthe. De beeldbepalende ligging van het schoolgebouw als onderdeel van de bebouwing aan het Zuideinde in het

cultuurhistorische

zeer

waardevolle

gebied

Oud-Zuid,

omvat

door

het

Zuideinde/Stationsweg/Wilhelminapark, dragen bij aan de stedenbouwkundige waarde. Tezamen met de naastgelegen villa aan het Zuideinde 53, welke in procedure is om te worden gewaarmerkt als provinciaal monument, vormen de panden een geheel dat een ensemblewaarde uitdraagt. Tenslotte dragen ook de redelijke mate van gaafheid en zeldzaamheid van het schoolgebouw met hekwerk bij aan haar algehele monumentale waarde. De uiterlijke verschijningsvorm van het schoolgebouw, waaronder de als cultuurhistorisch waardevolle kenmerken van de bebouwing wordt verstaan, mag slechts beperkt gewijzigd worden. Vijf kenmerken van het pand mogen expliciet niet gewijzigd worden, namelijk de ligging voor- en zijgevelrooilijn, perceelbreedte, bebouwingstype, aantal bouwlagen en kaprichting en -vorm. In het ontwerp is er geen sprake van aanpassingen die deze voorgenoemde aspecten overtreedt. Na overleg is er door de welstand- en monumentencommissie ‘Het Oversticht’, op 8 februari 2023 een akkoord geadviseerd voor de beoogde ontwikkeling, welke is bijgevoegd in bijlage 2. Door de commissie is er positief gereageerd en een akkoord gegeven, tezamen met een aantal voorwaarden en opmerkingen, welke verwerkt zijn door de architect in het ontwerp. Op gemeentelijk niveau is het plangebied de dubbelbestemming “Waarde – Beschermd Stadsgezicht” toegekend in het vigerende bestemmingsplan.

Onder artikel 25 van de bestemmingsplanregels wordt toegelicht dat de voor Waarde – Beschermd Stadsgezicht” aangewezen gronden, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd zijn voor de bescherming van het behoud, herstel en de uitbouw van de cultuurhistorische en ruimtelijke waarden van het gebied en zijn gebouwen. Binnen de herontwikkelingsplannen die voornemens zijn krijgt de cultuurhistorische waarde van het schoolgebouw vorm door het behoud en beschermen van het gebouw: het exterieur van het voorgebouw

27 maart 2025 – Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit / BOPA – Zuideinde 51, Meppel

25

wordt intact gelaten en gerestaureerd, en de aanbouw met klaslokalen haaks geplaatst op het voorgebouw blijft grotendeels intact.

4.3.3 CONCLUSIE De beoogde plannen en het plangebied maken deel uit van de Drentse Cultuurhistorische Hoofdstructuur, waarmee de transformatie van schoolgebouw naar appartementen raakt aan provinciale belangen. Het is derhalve van belang om aan te tonen dat de cultuurhistorische waarden van het provinciale monument behouden blijven bij de plannen die voornemens zijn. Hiertoe is door het Bureau voor Archeologie en Bouwhistorie (BAAC) een bouwhistorisch onderzoek verricht. Er is op basis van de resultaten en adviezen uit het onderzoek een aantal wijzigingen aangebracht aan het definitieve ontwerp. Het definitieve ontwerp is bijgevoegd in bijlage 3, aangevuld met de ontwerpuitgangspunten die in acht zijn genomen in bijlage 5. Hiermee kan geconcludeerd worden dat het aspect cultuurhistorie geen belemmering vormt voor de beoogde plannen.

4.4

ECOLOGIE Ten aanzien van ecologie wordt in het Bkl onderscheidt gemaakt tussen regels voor de gebiedsbescherming van Natura2000-gebieden, regels voor de soortenbescherming van te beschermen planten en diersoorten en regels ter bescherming van houtopstanden. In de hieronder volgende paragraaf wordt ingegeven op welke wijze bij het voorgenomen ruimtelijke initiatief aan Zuideinde te Meppel, rekening wordt gehouden met het aspect ecologie.

4.4.1 WETTELIJK KADER Ten aanzien van het vigerend beleidskader omtrent ecologie wordt eerst ingegaan op het aspect gebiedsbescherming, waarna vervolgens een overzicht volgt van de geldende regels met betrekking tot soortenbescherming. G EBIEDSBESCHERMING Uitgangspunt van gebiedsbescherming is dat ruimtelijke projecten niet zonder meer mogen worden gerealiseerd in beschermde natuurgebieden. Projecten die in de nabijheid van of binnen de beschermde natuurgebieden, inclusief de Habitatrichtlijngebieden (Natura 2000-gebieden) worden geprojecteerd, dienen te worden getoetst op de mogelijke negatieve effecten die zij op deze gebieden kunnen hebben en of zij verstoring zullen veroorzaken (externe werking). Indien dit het geval is, kan doorgang van het project mogelijk belemmeringen ondervinden. De provincie is hiervoor het bevoegde gezag. Artikel 8.74b van het Bkl wijst uit dat als een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een Natura2000-activiteit, deze enkel wordt verleend als met zekerheid is verkregen dat het project de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten. In afwijking van deze regel kan een omgevingsvergunning worden verleend als is voldaan aan de volgende voorwaarden: •

er zijn geen alternatieve oplossingen;

•

het project is nodig om dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard; en

•

de nodige compenserende maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat de algehele samenhang van Natura2000 bewaard blijft.

27 maart 2025 – Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit / BOPA – Zuideinde 51, Meppel

26

Naast de bescherming van Natura2000-gebieden, worden ook natuurgebieden behorende tot het Natuurnetwerk Nederland (NNN) beschermd. Het Natuurnetwerk Nederland (hierna: NNN) is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. In het NNN liggen onder andere bestaande natuurgebieden en alle Natura 2000- gebieden. Het NNN is op provinciaal niveau uitgewerkt en middels ruimtelijke nota's en verordeningen voorzien van juridische doorwerking. In sommige provincies bestaan er naast het NNN ook nog andere groene zones die een zekere mate van bescherming genieten. In of in de directe nabijheid van het NNN geldt het ‘nee, tenzij’-principe. In principe zijn er geen ontwikkelingen toegestaan als zij de wezenlijke kenmerken van waarden van gebieden behorende tot het NNN aantasten. S OORTENBESCHERM ING Voorts voorziet de natuurwetgeving binnen de Omgevingswet in de bescherming van planten- en diersoorten binnen en buiten de beschermde natuurgebieden. Onder de Omgevingswet zijn veel dieren plantsoorten beschermd. Soortenbescherming vindt plaats binnen en buiten het NNN; zowel doormiddel van wet- en regelgeving, of door fysieke maatregelen die de bescherming, vestiging en/of uitbreiding van een soortenpopulatie mogelijk maken.

Het uitgangspunt is dat beschermde planten- en diersoorten geen schade mogen ondervinden door diverse planactiviteiten. Door strike formulering van een flora- en fauna-activiteit moet bij vrijwel alle activiteiten in de fysieke leefomgeving nagegaan worden of (a) er plant- en/of diersoorten aanwezig zijn, en (b) welke soorten dat zijn. Voor het uitvoeren van werkzaamheden in de openbare ruimte is het niet altijd nodig een vrijstelling of een ontheffing aan te vragen. Voor onder andere reguliere werkzaamheden of ruimtelijke ontwikkelingen geldt een vrijstelling voor beschermde soorten op voorwaarde dat gehandeld wordt volgens een goedgekeurde gedragscode. Verder worden vrijstellingsregelingen op de nationaal beschermde soorten per provincie vastgesteld. Wanneer het onmogelijk is schade aan streng beschermde planten en dieren tijdens ruimtelijke ontwikkelingen en inrichting te voorkomen, moet altijd een ontheffing worden aangevraagd. De voorwaarden verbonden aan een vrijstelling of een ontheffing zijn afhankelijk van de status van de plant- en diersoorten die in het plangebied voorkomen.

4.4.2 S ITUATIE Om na te gaan wat de hierboven genoemde regelgeving betekent voor het in deze BOPA centraal liggende plan, wordt allereerst ingegaan op de gebiedsbescherming (inclusief AERIUS-berekening), waarna vervolgens de soortenbescherming met betrekking tot het voorgenomen plan wordt benoemd. S TIKSTOFDEPOSITIE E N GEB IEDSBESCHERM ING Voor de transformatie van het voormalige schoolgebouw aan het Zuideinde 51 is er onderzoek uitgevoerd naar de verwachte stikstofdepositie. Hierbij is in het kader van wet- en regelgeving voor natuurbescherming nagegaan of er sprake is van mogelijke belemmeringen voor de planontwikkeling. In het onderzoek zijn de uitgangspunten en resultaten vastgelegd van de berekeningen van de stikstofdepositie als gevolg van de voorgenomen plantontwikkeling, waarbij rekening wordt gehouden met de gebruik- en aanlegfase. Ten behoeve van de toetsing van de effecten is er in juli 2024 een

27 maart 2025 – Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit / BOPA – Zuideinde 51, Meppel

27

berekening uitgevoerd met behulp van de AERIUS-calculator, welke bijgevoegd is in bijlage 6 en 7, tezamen met de toelichting van de resultaten. Voor de toetsing van de effecten is het van belang om vast te stellen of de kritische depositiewaarden (KDW) van de desbetreffende habitattypen wordt overschreden. De KDW is de grens waarboven het risico bestaat dat de kwaliteit van het habitat significant wordt aangetast door de verzurende en/of vermestende invloed van atmosferische stikstofdepositie. In het kader van gebiedsbescherming is het noodzakelijk om aan te tonen dat met het in deze BOPA centraal liggende plan geen verhoogde stikstofdepositie in stikstofgevoelige natuurgebieden (Natura 2000-gebieden) zal optreden. Voor elk project in de omgeving van kwetsbare Natura 2000-gebieden zal per heden een verantwoording onderbouwd inclusief berekening moeten worden gemaakt van de stikstofproductie voortkomend uit de ontwikkeling. Daarbij moet, indien meetbare depositie boven de 0,00 mol/ha/jaar in kwetsbare gebieden plaatsvindt, compensatie expliciet worden opgenomen binnen de planontwikkeling. Voor activiteiten die eerder zijn toegestaan op grond van de grens-, drempel- of afstandsgrenswaarde zal een toestemmingsbesluit op grond van de Habitatrichtlijn nodig zijn.

Er kan geen gebruik meer worden gemaakt van de drempelwaarde van stikstofdepositie, zoals was vastgesteld in het PAS (van 0,05 mol/ha/jaar). Voor de huidige situatie dient uitgegaan te worden van de situatie zoals deze van toepassing was voor 1 juli 2015. Daarmee dient iedere toename van stikstofdepositie op daarvoor gevoelige natuurwaarden, waarvoor binnen Natura 2000-gebieden instandhoudingsdoelstellingen zijn geformuleerd, te worden uitgelegd als een significant negatief effect, tenzij uit een gebied specifieke, ecologische beoordeling blijkt, dat dit niet het geval is. Het plangebied bevindt zich in de centrumschil van Meppel, bestaand bebouwd gebied. Het dichtstbijzijnde natuurgebied behorende tot het Natuurnetwerk Nederland bevindt zich op ca. 760 meter van het plangebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is gelegen op ca. 2.500 meter en betreft De Wieden. Om verdere inzichten te verkrijgen in de verwachte stikstofemissie als gevolg van de aanlegen

gebruiksfase

is

er

een

stikstofdepositietoets

uitgevoerd

met

behulp

van

de

AERIUS-

calculatorsoftwareversie 2023.2.1_20240702_c9370194cb. Uit de berekening voor de aanlegfase en de gebruiksfase van de voorgenomen ontwikkeling blijkt dat er als gevolg van deze aanlegfase geen sprake is van een stikdepositie die boven de 0,00 mol/ha/j uitkomt. Daaruit wordt geconcludeerd dat de stikstofdepositie voortkomend uit de aanlegfase en gebruiksfase geen significante negatieve impact op de Natura 2000-gebieden heeft. S OORTENBESCHERM ING Om in kaart te brengen in hoeverre als gevolg van het onderhavige plan beschermde dier- en plantensoorten worden bedreigd, is er door ecologisch adviesbureau Econsultancy een verkennend ecologisch onderzoek uitgevoerd in mei 2023, bijgevoegd in bijlage 4. Dit onderzoek is uitgevoerd middels twee onderdelen, een bureau- en een veldonderzoek. Middels een bureauonderzoek is er aan de hand van beschikbare bronnen, zoals verspreidingsatlassen en expert judgements, onderzocht wat er bekend is over de aanwezigheid van de beschermde soorten.

27 maart 2025 – Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit / BOPA – Zuideinde 51, Meppel

28

Aanvullend is er bij een veldonderzoek op 12 mei 2023 een bezoek gebracht aan het plangebied, waarbij het doel was om een beeld te krijgen van het plangebied, zodat bepaald kon worden voor welke beschermde diersoorten het gebied mogelijk geschikt leefgebied vormt. Bij de bezoeken is het plangebied inclusief de directe omgeving onderzocht, waarbij goed is gelet op de aanwezigheid van beschermde soorten of sporen die daarop wijzen. Door het combineren van de resultaten van zowel het bureau- als veldonderzoek is ingeschat of de voorgenomen werkzaamheden zouden kunnen leiden tot overtreding van de verbodsbepaling uit de Wet natuurbescherming. Daarbij is zowel rekening gehouden met de gevolgen van een veranderende leefomgeving als met verstoringseffecten die worden veroorzaakt tijdens de uitvoering van werkzaamheden.

29

FIGUUR 4: RESULTATEN VAN VERKENNEND ONDERZOEK NAAR BESCHERMDE SOORTEN OP EN NABIJ PLANGEBIED

Uit het verkennende onderzoek is gebleken dat er aanvullend onderzoek is vereist om de mogelijke aanwezigheid vast te stellen van nestlocaties van huismussen en gierzwaluwen, en verblijfplaatsen van vleermuizen. In april en mei 2024 hebben de twee veldbezoeken plaatsgevonden om vast te stellen of er mussennestlocaties aanwezig zijn in de bebouwing in het plangebied; hiervan bleek geen sprake te zijn. De dichtstbijzijnde nesten bevinden zich bij de Stationsweg, welke geen hinder zullen ondervinden van de werkzaamheden. Het aanvullende onderzoek naar de nestlocaties van gierzwaluwen en verblijfplaatsen van vleermuizen bestaat uit zowel een voorjaarsronde als een najaarsronde. Uit het onderzoek naar de zomer- en kraamverblijfplaatsen van vleermuizen zijn er geen verblijfplaatsen aangetroffen in het plangebied; echter is er in de noordoostelijke uitbouw van het naastgelegen notarieel kantoor aan het Zuideinde 53

27 maart 2025 – Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit / BOPA – Zuideinde 51, Meppel

een enkele zomerverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis geconstateerd. Er dient derhalve tijdens de werkzaamheden rekening te worden gehouden met het toegankelijk houden van respectievelijke verblijfplaats, en dat deze geen niet verstoord wordt. Om met voldoende zekerheid te kunnen uitsluiten dat er geen paarverblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig zijn in het plangebied, is er in de najaarsronde een vervolgonderzoek uitgevoerd. Binnen deze periode vindt namelijk het paar- en baltsseizoen van de vleermuizen plaats, waarin onderzocht wordt of er

paar-/baltsverblijfplaatsen

aanwezig

zijn,

welke

apart

beschermd

zijn

van

zomer-

en

kraamverblijfplaatsen. Econsultancy heeft veldwerk ten behoeve hiervan uitgevoerd op 23 augustus en 11 september; hieruit is gebleken dat er geen paarverblijfplaats aanwezig is op het plangebied (bijlage 15). De voorgenomen ontwikkeling en bijbehorende werkzaamheden zullen derhalve niet resulteren in mogelijk schadelijke (lees: vergunningsplichtige) handelingen ten aanzien van vleermuizen. Echter, er dient wel rekening gehouden te worden met de zomerverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis, welke geconstateerd is ten zuiden van de te renoveren bebouwing. Dit betekent dat tijdens de constructiefase de invliegopening van de verblijfplaats vrij toegankelijk dient te blijven voor het in- en uitvliegen van vleermuizen. Tevens moet worden voorkomen dat er kunstmatige verlichting, bijvoorbeeld in de vorm van bouwlampen, direct op de invliegopening schijnt.

4.4.3 CONCLUSIE Naar aanleiding van de uitkomsten van het verkennende onderzoek naar beschermde flora en fauna, uitgevoerd door Econsultancy, heeft er nader onderzoek plaatsgevonden naar de huismus, gierzwaluw, en vleermuis. Om de aanwezigheid van beschermde soorten volledig uit te sluiten heeft er een aanvullend onderzoek naar paarverblijfplaatsen van vleermuizen plaatsgevonden. In beide onderzoeken zijn er geen beschermde soorten aangetroffen in het plangebied. Echter, er dient tijdens de constructiefase wel rekening gehouden te worden met de zomerverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis. Deze bevindt zich ten zuiden, buiten het plangebied. Er kan hiermee geconcludeerd kan worden dat er geen natuurvergunning (flora en fauna-activiteit) benodigd is. Met het uitvoeren van een AERIUS-berekening is er geen toename berekend van de stikstofdepositie in de omliggende Natura 2000-gebieden. Voor zowel de aanleg- als gebruiksfase zijn significante negatieve effecten op voorhand uit te sluiten, daarmee is aangetoond dat het plan uitvoerbaar is in relatie tot stikstofdepositie.

4.5

EXTERNE VEILIGHEID 4.5.1 WETTELIJK KADER In paragraaf 5.1.2 van het Bkl wordt gesproken over de omgevingsveiligheid van een ruimtelijke ontwikkeling, wat neerkomt op de wijze waarop de activiteit de veiligheid van de omgeving waarborgt. Het gaat hierbij om het waarborgen van de veiligheid ter voorkoming van branden, rampen of crises (artikel 5.2). In het Bkl worden specifieke activiteiten aangewezen als risicobronnen; bronnen die van belang zijn voor de regels over het plaatsgebonden risico en aandachtsgebied. Het betreft de productie van gevaarlijke stoffen bij bedrijven, transportroutes uit het Basisnet, buisleidingen met gevaarlijke stoffen en windturbines (die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit).

27 maart 2025 – Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit / BOPA – Zuideinde 51, Meppel

30

Ook kent het Bkl instructieregels voor vastgesteld risicobronnen die als milieubelastende activiteit zijn aangewezen: •

Opslaan en bewerken van vuurwerk;

•

Opslaan en bewerken van ontplofbare stoffen voor civiel gebruik;

•

Exploiteren van een IPPC-installatie voor het maken van explosieven;

•

Opslaan en bewerken van ontplofbare stoffen voor militaire gebruik.

Voor groepsrisico’s wordt er gewerkt met zogeheten aandachtsgebieden (artikel 5.12 t/m 5.15 van het Bkl). Voor het centraal liggende plan moet binnen deze aandachtsgebieden rekening worden gehouden met het groepsrisico. Hier wordt aan voldaan door in het aandachtsgebied geen beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locatie toe te laten. Deze locaties en gebouwen zijn enkel toelaatbaar als er extra maatregelen worden genomen om het groepsrisico’s te doen verminderen.

4.5.2 S ITUATIE Basisnet: •

Het dichtstbijzijnde basisnet is de spoorlijn Zwolle-Meppel-Groningen, welke onderdeel is van het basisnet Spoor. Het plangebied is circa 440 meter verwijderd van dit basisnet.

•

Het dichtstbijzijnde basisnet Weg is de rijksweg A32, welke gelegen is op circa 1,05 km van het plangebied.

•

De dichtstbijzijnde buisleiding is gelegen op circa 1,46 km van het plangebied. 31

Overig: •

Verder zijn er geen milieubelastende activiteiten met een extern veiligheidsrisico nabij het plangebied.

•

Het plangebied valt niet onder gebieden met een plaatsgebonden risico.

•

Het plangebied valt niet onder overige aandachtsgebieden, zoals brandaandachtsgebieden, explosieaandachtsgebieden of gifwolkaandachtsgebieden. Ook wordt het pand in kwestie niet aangeduid als een ‘kwetsbaar gebouw’.

4.5.3 CONCLUSIE Ten aanzien van de externe veiligheid is het niet noodzakelijk nadere veiligheidsmaatregelen te nemen. Het plangebied ligt op voldoende afstand van de transportroutes die behoren tot het Basisnet en ligt op voldoende afstand van de dichtstbijzijnde risicocontour. Er kan geconcludeerd worden dat er geen belemmeringen worden opgelegd door het aspect externe veiligheid en dat het plangebied niet binnen een beperkingengebied valt.

27 maart 2025 – Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit / BOPA – Zuideinde 51, Meppel

4.6

GELUID 4.6.1 WETTELIJK KADER In afdeling 3.5 van het Bkl zijn, in het kader van het beschermen van de gezondheid en het milieu, regels opgesteld voor het beheersen van geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen. Ook zijn er regels ten behoeve van de bescherming van geluidgevoelige gebouwen en plekken. Met betrekking tot geluidsgevoelige gebouwen en stiltegebieden (artikel 7.11 van het Bkl) gelden specifieke regels. Het betreft gebouwen, waaronder een gebouw of een gedeelte van een gebouw, met een woonfunctie. Volgens artikel 3.20 is de functie van deze geluidsgevoelige gebouwen bepalend; zo ook in het geval van de functie wonen, onderwijs en zorg. Geluidsnormen hebben betrekking op het geluid op de gevel van een geluidsgevoelig gebouw en hebben als doel het beschermen van de gezondheid door het stellen van eisen aan het geluid op en rond gebouwen, waar mensen doorgaans voor lange tijd verblijven. Ter bescherming van de gezondheid van mensen die aanwezig zijn in geluidsgevoelige gebouwen zijn instructieregels opgenomen met waarden voor geluid; deze moeten leiden tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (paragraaf 5.1.4.2 van het Bkl). Het Bkl schrijft een standaardwaarde voor, welke opgenomen is in art. 5.78.

Indien het geluid dat geproduceerd wordt als gevolg van een (spoor)weg of industrieterrein op geluidsgevoelige gebouwen in een geluidsaandachtgebied een decibelwaarde heeft dat lager ligt dan deze zgn. standaardwaarde, wordt dit aanvaardbaar geacht. Er is eveneens een grenswaarde opgenomen, welke fungeert als bovengrens voor het maximaal aanvaardbare geluid op geluidsgevoelige gebouwen in aandachtsgebieden. Een omgevingsplan dat een nieuw geluidgevoelig gebouw toelaat kan erin voorzien dat het geluid op het respectievelijke gebouw hoger ligt dan de standaardwaarde, mits het lager ligt dan de grenswaarde. Er dient in dat geval geluidbeperkende maatregelen afgewogen te worden om aan de standaardwaarde te voldoen, of de overschrijding zoveel mogelijk te beperken.

4.6.2 S ITUATIE Onderhavig initiatief omvat de transformatie van een voormalig schoolgebouw naar appartementen, wat betekent dat er een nieuwe, geluidsgevoelige bestemming gerealiseerd wordt. Het plangebied bevindt zich binnen een geluidaandachtsgebied, dat bestaat uit het Zuideinde, de Stationsweg, de Catharinastraat, de Prinses Marijkestraat en de Weerdstraat. Allen hebben een maximale toegestane snelheid van 30km/u. Als onderdeel van het akoestische onderzoek naar verkeerslawaai zijn er metingen uitgevoerd door Geluid Plus Adviseurs per geveloriëntatie en per verdieping (bijlage 13). De maatgevende geluidsbelasting als gevolg van de gemeentewegen ligt ter plaatse van de achter- en zijgevels lager dan 53 dB, en kunnen daarom als geluidluw beschouwd worden. De geluidsbelasting bedraagt ten hoogste 57 dB ter plaatse van de voorgevel (westgevel) van het gebouw, waarmee de relevante standaardwaarde van 53 dB, zoals voorschreven in art. 5.78 Bkl, wordt overschreden. De realisatie van bronmaatregelen of overdrachtsmaatregelen, zoals geluidreducerend wegdek, het verlagen van de snelheid, of een geluidswal, stuiten op verkeerskundige en stedenbouwkundige bezwaren en zijn derhalve niet realistisch. Er dienen daarom andere mitigerende maatregelen genomen te worden, welke in de volgende paragraaf toegelicht worden.

27 maart 2025 – Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit / BOPA – Zuideinde 51, Meppel

32

4.6.3 CONCLUSIE Omdat er sprake is van een overschrijding van de relevante standaardwaarde van 53 dB uit art. 3.34 van het Bkl ter hoogte van de voorgevel, heeft er een aanvullend akoestisch onderzoek plaatsgevonden (bijlage 14) naar het binnenniveau van de verblijfsruimten grenzende aan de voorgevel, en of met de huidige bouwkundige detaillering wordt voldaan aan de wettelijke eisen. Vanuit de rapportage wordt geconcludeerd dat het maximaal toelaatbare binnenniveau in dB in alle relevante verblijfsgebieden lager bedraagt dan de maximumwaarde van 33 dB, met uitzondering van twee slaapkamers in appartement 5 op de tweede verdieping. Dit wordt gemitigeerd door het treffen van maatregelen ter plaatse van het hellend dak van appartement 5, waarmee vervolgens wordt voldaan aan het maximaal toelaatbare binnenniveau van 33 dB, zoals voorgeschreven in het Bbl. Met het treffen van de maatregelen wordt er voldaan aan de geldende geluidseisen, waarmee het aspect geluid geen belemmeringen oplevert voor de gewenste ontwikkeling en er voldaan wordt aan ETFAL.

4.7

MILIEUZONERING EN BEDRIJVIGHEID 4.7.1 WETTELIJK KADER Om een gezonde leefomgeving te waarborgen is het van belang dat milieubelastende functies zoals bedrijvigheid op een verantwoorde afstand gesitueerd blijven van milieugevoelige functies als wonen. De geldende richtlijn die tot recent gehanteerd werd als hulpmiddel voor milieuzonering in de ruimtelijke planvorming werd voorgeschreven door “Bedrijven en Milieuzonering” (2009), dat opgesteld is door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Er wordt in deze publicatie per bedrijfsactiviteit specifieke richtafstanden beschreven met betrekking tot onder andere geluid, geur, en fijnstof, waarmee beoogd wordt om de eventuele hinder veroorzaakt door bedrijven zoveel mogelijk binnen aanvaardbare normen te houden. Er is echter in oktober 2024 door VNG een nieuwe handreiking gepubliceerd, nl. “Activiteiten en milieuzonering”, die de oude publicaties vervangt. Er is hiermee een nieuwe methodiek geïntroduceerd: in plaats van zones gekoppeld aan milieucategorieën en een Lijst van activiteiten met richtafstanden per activiteit, wordt er nu gewerkt met zones met milieuwaarden die de gebruiksruimte per activiteit begrenzen, zonder een Lijst van activiteiten.

De vaste richtafstanden uit de systematiek uit 2009 zijn derhalve komen te vervallen ten behoeve van de nieuwe milieuwaarden, waarmee er geen harde richtlijnen met afstanden meer zijn, en elke situatie individueel beoordeeld dient te worden. Er worden drie mogelijkheden beschreven om te beoordelen of een bedrijfsactiviteit past binnen de toepasselijke zones voor geluid en geur, of geschikt is voor functiemenging: 1.

Een inschatting van de feitelijke situatie aan de hand van concrete criteria voor geluid en geur;

2.

Een indicatie aan de hand van de getransponeerde tabel van Bedrijven en milieuzonering, afkomstig uit de VNG-publicatie 2009

3.

Het uitvoeren van gericht onderzoek.

Omdat voorliggend initiatief de functiewijziging naar een milieugevoelige functie, namelijk wonen betreft, dient onderbouwt te worden dat de woonfuncties geen hinder ondervinden van omliggende bedrijven. Anderzijds biedt het aanbrengen van voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven en milieugevoelige functies, een mate van zekerheid aan bestaande bedrijven dat zij door de toevoeging van milieugevoelige functies niet worden gehinderd in hun bedrijfsvoering.

27 maart 2025 – Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit / BOPA – Zuideinde 51, Meppel

33

4.7.2 S ITUATIE Voor gronden met de bestemming Bedrijf geldt binnen het vigerende bestemmingsplan MeppelCentrumschil dat bedrijven binnen de categorieën 1 en 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten dienen te vallen, met daarbij de kanttekening dat er per bouwperceel maximaal één bedrijf is toegestaan. Bedrijven behorende tot de categorie 3 zijn aangeduid met een specifieke aanduiding om dit gebruik toe te staan. Het plangebied is gevestigd in de centrumschil en nabij de binnenstad. In de omgeving van het plangebied is er sprake van een menging van verschillende functies; de westelijke zijde van het Zuideinde, direct tegenover het plangebied, huisvest gronden met de bestemming Gemengd. De oostelijke zijde van het Zuideinde, waaraan het schoolgebouw tevens aan gelegen is, kenmerkt zich door voornamelijk gronden met de bestemming Wonen. Direct ten noordwesten, grenzende aan het plangebied bevindt zich een grond met de bestemming Bedrijf met een categorie van twee of lager; dit betrof een voormalige zagerij welke niet meer als dusdanig in gebruik is. Opdrachtgever van voorliggend initiatief heeft op dit respectievelijke perceel eveneens transformatieplannen naar woningen. Er kan dus geconcludeerd worden dat er sprake is van functiemenging ter hoogte van het plangebied. Op ca. 15 meter van het plangebied bevindt zich een kunst- en cultuurcentrum.

VNG-2024 biedt de mogelijkheid om de richtafstandentabel uit VNG-2009 als indicatie te gebruiken om te beoordelen of een activiteit past binnen de zone voor geluid. In de VNG-2009 tabel van richtafstanden is een dergelijke functie

opgenomen

onder

de

categorie

“Theaters,

schouwburgen,

concertgebouwen,

evenementenhallen”. Voor bedrijven behorende tot deze categorie gelden richtwaarden voor geur van 0 meter, stof van 0 meter, geluid van 30 meter, en gevaar van 0 meter. Hoewel de afstand tussen het plangebied en het bedrijf in kwestie lager ligt dan de voorgeschreven richtafstand, moet hierbij de kanttekening gemaakt worden dat in een gemengd gebied waarin sprake is van functiemenging, bedrijvigheid in- of aanpandig aanwezig kan zijn aan gevoelige objecten. In het vigerende bestemmingsplan geldt bovendien dat in de voor Gemengd aangewezen gronden, op de begane grond de functies wonen, detailhandel, dienstverlening en ateliers uitgeoefend mogen worden, en op de verdieping(en) wonen en opslag. Bovendien geldt er volgens de VNG-handreiking uit 2024 voor een gemengd gebied waarin wonen voorkomt, geen functiescheiding met inwaartse zonering. Dit betekent dat milieugevoelige en milieubelastende functies in principe naast elkaar kunnen bestaan, mits er voldoende rekening wordt gehouden met de milieugebruiksruimte. Op basis van deze beoordeling en de methodiek van VNG-2024 kan worden geconcludeerd dat de functiewijziging naar woningen past binnen de milieuzonering van het plangebied en geen onaanvaardbare hinder zal ondervinden, danwel veroorzaken. Er zijn geen andere milieuaspecten met een relevant effect op de nabijgelegen gevoelige bestemmingen.

4.7.3 CONCLUSIE Het initiatief dat voornemens is bevindt zich binnen een afstand van een cultuurvoorziening die kleiner is dan de voorgeschreven richtafstand voor geluid van 30 meter. Dir vormt echter geen belemmering aangezien de cultuurvoorziening de functie Gemengd heeft; op gronden met een dergelijke bestemming is functiemenging toegestaan, waardoor gebouwen zowel een woonfunctie als andere functies in

27 maart 2025 – Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit / BOPA – Zuideinde 51, Meppel

34

hetzelfde pand mogen herbergen. Er zijn wat betreft milieuzonering geen nadere belemmeringen voor de aspecten met een ruimtelijke dimensie geur, gevaar en stof.

4.8

VERKEER & PARKEREN In het kader van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving is het noodzakelijk om de verkeerseffecten van het in deze BOPA centraal liggende initiatief te onderbouwen, waarmee beoogd wordt om bijvoorbeeld voldoende parkeercapaciteit te waarborgen, of onveilige verkeerssituaties te vermijden. Zo stelt paragraaf 5.1.7 en 5.1.8 van het Bkl dat er rekening dient te worden gehouden met het behoeden van de staat en werking van infrastructuur en het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen, met als een doel een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Verkeerseffecten, zoals verkeersgeneratie, parkeren, en ontsluiting worden in dit hoofdstuk verder beschreven en gecontextualiseerd aan de hand van Meppels gemeentelijk verkeersbeleid en CROWpublicaties met vuistregels en kengetallen.

4.8.1 WETTELIJK KADER Sinds juni 2017 is het Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan (GVVP) van kracht, welke als leidraad fungeert voor het gemeentelijk beleid op het gebied van verkeer en vervoer. De afhandeling van parkeren, verkeer en ontsluiting ten gevolge van het initiatief dient aan te sluiten op dit beleid. In het GVVP worden een aantal onderwerpen behandeld die relevant zijn voor onderhavige ontwikkeling: •

Verkeersregulatie Zuideinde: het noordelijke deel van Zuideinde, waaraan de ontwikkeling is gesitueerd, is ingericht als een autoluwe straat. Dit is gedaan door de straat éénrichtingsverkeer te maken en veel ruimte voor langzaam verkeer te creëren (brede stoepen, fietsstroken in twee richtingen).

•

Autoparkeerbeleid: op het Zuideinde geldt betaald bezoekersparkeren. Voor bewoners en vaste gebruikers van adressen aan het Zuideinde kan een parkeervergunning worden aangevraagd. Dit wordt gedaan omdat het Zuideinde, het noordelijke deel, een aanloopgebied is naar het historische centrum van Meppel.

In het beleidsdocument Nota parkeernormen Gemeente Meppel worden de parkeernormeringen per functies beschreven. Hierin wordt een onderscheid gemaakt in 3 zones: centrum, schil inclusief bebouwde kom Nijenveen (hierna: schil), en tenslotte rest bebouwde kom. Het plangebied is gesitueerd in de zone Schil.

4.8.2 S ITUATIE Ten aanzien van het voorgenomen ruimtelijk initiatief op het adres Zuideind 51 te Meppel, wordt allereerst

ingegaan

op

de

huidige

en

toekomstige

parkeersituatie,

waarna

vervolgens

de

verkeersgeneratie wordt besproken.

P ARKEREN De beoogde ontwikkeling omvat de verandering van het voormalige middelbare schoolgebouw, welke een maatschappelijke functie bediende, naar een woonfunctie in de vorm van 9 appartementen. De Nota parkeernormen schrijft voor deze functies de volgende normeringen voor:

27 maart 2025 – Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit / BOPA – Zuideinde 51, Meppel

35

Functie [eenheid] woning duur [per

Norm Schil

Bezoekersaandeel

1,7

0,3

1,6

0,3

1,4

0,3

woning] woning midden [per woning] woning goedkoop [per woning] FIGUUR 5: CROW-KENCIJFERS PARKEREN

Aan de hand van het planvoornemen om 9 woningen te realiseren en de normeringen uit de Nota parkeren kan berekend worden dat het aantal parkeerplaatsen minimaal 13 tot maximaal 16 moet bedragen, afhankelijk van het marktsegment. Deze berekening is echter facultatief; in het ontwerp worden er 16 parkeerplaatsen gerealiseerd op eigen terrein. Door parkeren op te lossen op eigen terrein wordt er geen aanspraak gedaan op publieke parkeerplaatsen en zal er eveneens geen sprake zijn van een toename op de parkeerdruk in de directe omgeving van het plangebied. Er is in het ontwerp een overdekte fietsenberging (35m2) opgenomen waar bewoners van het appartementencomplex hun fietsen kunnen stallen.

V ERKEERSGENERATIE Het Zuideinde ter hoogte van het plangebied kent een autoluw karakter, waarin relatief weinig ruimte aan gemotoriseerd verkeer is toebedeeld. Er is een brede stoep aanwezig, parkeervakken, en een smalle rijbaan dat enkel éénrichtingsverkeer toelaat in de richting van de Stationsweg naar de Hoofdstraat. Gemotoriseerd verkeer bereikt het plangebied via de kruising Stationsweg/Zuideinde, en verlaat het via het Galamanspad (doodlopende weg) of de Heerengracht. Functie

Schil centrum, sterk stedelijk Minimaal

Maximaal

Middelbare school (per 100 leerlingen)

10,0

16,7

Huur, appartement,

2,8

3,6

midden/goedkoop (incl. sociale huur) FIGUUR 6 CROW-KENCIJFERS VERKEERSGENERATIE

Voor het berekenen van de verkeersgeneratie is uitgegaan van de kencijfers uit CROW-publicatie 381, behorende tot de categorieën “huur, appartement, midden/goedkoop” en “middelbare school”. Gezien de ligging van het plangebied in de centrumschil van de kern Meppel, is er voor de berekening gekozen voor de categorieën Schil centrum en Sterk stedelijk. Een berekening op basis van 9 appartementen en de beschikbare kengetallen levert een minimaal aantal ritten van 25,2 per etmaal bedraagt, tot een maximum van 32,4. Om de verkeersgeneratie van de nieuwe situatie te vergelijken met de huidige situatie volgens geldend bestemmingsplan, dient de verkeersgeneratie van de voormalige middelbare school berekend te worden. Het CROW hanteert voor de categorie in kwestie de rekeneenheid per 100 leerlingen; deze informatie is echter niet beschikbaar. Desondanks, als er uitgegaan wordt van het lage aantal 100 leerlingen, bedraagt

27 maart 2025 – Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit / BOPA – Zuideinde 51, Meppel

36

de verkeersgeneratie minimaal 10 tot maximaal 16,7 ritten per etmaal. Er kan aangenomen worden dat het aantal leerlingen dat onderwijs volgde in het plangebied hoger lag dan 100. Derhalve kan geconcludeerd worden dat de verkeersbewegingen in de nieuwe situatie naar verwachting lager liggen ten opzichte van de huidige situatie volgens geldend bestemmingsplan, uitgaande van het voormalige gebruik als middelbaar schoolgebouw.

4.8.3 CONCLUSIE Er wordt in het planvoornemen ruim voldoende parkeervoorziening gerealiseerd. Omdat er bij deze ontwikkeling voldoende ruimte is voor autoparkeerplaatsen op eigen terrein is het wenselijk autoparkeren zo min mogelijk af te wentelen op de omliggende openbare ruimte. Zo kan tegelijk kleinschalig verdicht worden op korte afstand van het historisch centrum en tegelijkertijd de impact daarvan op de directe omgeving beperkt worden. Eveneens worden de effecten van de ontwikkeling op de verkeersgeneratie als verwaarloosbaar geacht, en kan derhalve geconcludeerd worden dat het voornemen uitvoerbaar is op het aspect van verkeer.

4.9

ONTWERP In het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) zijn regels opgenomen over de veiligheid, gezondheid, duurzaamheid en bruikbaarheid van bouwwerken. Het Bbl heeft als doel ervoor te zorgen dat de Nederlandse bouwvoorraad aan een bepaalde minimumkwaliteit voldoet. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 vervangt het Bbl het voormalige Bouwbesluit 2012. Hoewel het Bouwbesluit 2012 is komen te vervallen met het in kracht komen van het Bbl, blijft de oudere regelgeving fungeren als een referentiekader ten behoeve van de beoordeling van bouwwerken en of deze voldoen aan de vergunningsvereisten die golden in hun respectievelijke bouwjaar. Voorliggend plan voorziet in een wijziging in de gebruiksfunctie van een gebouw met een onderwijsfunctie naar appartementen met een woonfunctie. Bij een functiewijziging van een bouwwerk zijn in de basis de regels van het Bbl voor bestaande bouw van toepassing op de nieuwe gebruiksfunctie (Bbl artikel 5.7). Indien het actuele kwaliteitsniveau hoger ligt dan het niveau dat bestaande bouw voorschrijft dient deze na de verbouwing gehanteerd te worden; dit wordt het rechtens verkregen niveau genoemd. Deze regels gelden alleen voor de gedeelten van een bouwwerk waarop de wijziging betrekking heeft.

Indien het bouwwerk, of gedeelten daarvan, niet voldoen aan het minimale kwaliteitsniveau, namelijk de eisen voor bestaande bouw, dient deze verbouwt te worden om te voldoen aan de regels van het Bbl. Om verdere inzichten te verkrijgen in de vraag of het ontwerp van de gewenste ontwikkeling voldoet aan de eisen die gesteld worden door het Bbl, hebben er in juni 2024 meerdere onderzoeken plaatsgevonden, uitgevoerd door Huls Adviseurs en bijgevoegd als bijlage 11 en 12. Het rapport Berekeningen daglicht, ventilatie, spuien (bijlage 11) toetst de oppervlaktes, daglicht, luchtverversing, en spuiventilatie doormiddel van berekeningen aan de voorgeschreven eisen uit het Bbl, waaruit de conclusie volgt dat er op deze onderwerpen voldaan wordt. In aanvulling van de toetsing van genoemde onderwerpen aan het Bbl, is er door Huls Adviseurs eveneens een onderzoek naar de brandveiligheid van het ontwerp uitgevoerd, zie bijlage 12. Om een

27 maart 2025 – Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit / BOPA – Zuideinde 51, Meppel

37

ongecontroleerde uitbreiding van een brand te voorkomen, is brandcompartimentering essentieel. Hiermee wordt voorkomen dat in het geval van brand, deze niet een te grote omvang aanneemt, en beheersbaar blijft. Verder bestaan er wettelijke eisen voor bouwmaterialen, voorzieningen die benodigd zijn voor vluchten, en brandbeveiligingsinstallaties. Uit de rapportage volgen de volgende conclusies: •

De WBDBO tussen de appartementen, en tussen de appartementen en extra beschermde vluchtroute in het ontwerp bedraagt 30 minuten, waarmee voldoen wordt aan de eisen van het Bbl;

•

Er is door de afstanden naar belendende bebouwing geen risico op brandoverslag naar gebouwen op andere percelen, of tussen de verschillende appartementen;

•

De loftwoningen komen direct uit op maaiveld. De appartementen en studio komen direct uit in de gemeenschappelijke verkeersruimte, en voldoen aan de eisen voor een portiekontsluiting;

•

De loopafstanden voldoen aan de eisen voor nieuwbouw.

38

27 maart 2025 – Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit / BOPA – Zuideinde 51, Meppel

5. UITVOERBAARHEID 5.1

MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID De beoogde ontwikkeling betreft het herontwikkelen van een langdurig leegstaand schoolgebouw naar woningen. Door woningen toe te voegen in een binnenstedelijke locatie wordt er bijgedragen aan de verdichting van de Meppelse binnenstad, en eveneens aan de ruimtelijke kwaliteit van de directe omgeving. Tegelijkertijd wordt met de herontwikkeling ook het monumentale en cultuurhistorisch waardevolle pand weer in ere hersteld, waarmee er geconcludeerd kan worden dat er sprake is van een positieve maatschappelijke impact.

5.2

PARTICIPATIE Participatie in onder de Omgevingswet een belangrijk thema. Een ruimtelijke ontwikkeling zoals de voorgenomen ontwikkeling aan Zuideinde te Meppel heeft niet alleen invloed op de fysieke leefomgeving, maar ook op de mensen die daar wonen, werken en recreëren. Ten aanzien van dit aspect is het van belang om in een vroeg stadium mensen te betrekken bij het voorgenomen plan. Er heeft ten behoeve van participatie en inspraak een informatieavond plaatsgevonden op 27 februari 2024 in Wijkcentrum De Poele te Meppel om directe omwonenden en andere relevante actoren in te lichten, en hen mogelijkheid te bieden om vragen en opmerkingen te stellen over de voorgestelde plannen. Naast de directe omwonenden, was ook de initiatiefnemer van de ontwikkeling aanwezig. Een volledig verslag van de participatieavond is bijgevoegd als bijlage 8.

5.3

ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is de noodzaak om de economische haalbaarheid van een ruimtelijke ontwikkeling aan te tonen komen te vervallen. Tevens wordt het planproces en de realisatie uit de eigen middelen van de initiatiefnemer gefinancierd, gemaakte en eventuele verdere (planschade)kosten ten aanzien van het planproces en de realisatie worden gedekt.

27 maart 2025 – Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit / BOPA – Zuideinde 51, Meppel

39

6. CONCLUSIE De voorliggende buitenplanse omgevingsplanactiviteit is opgesteld om middels verlening van een omgevingsvergunning

een

herbestemming

van

een

voormalig

schoolgebouw

naar

een

appartementencomplex aan het Zuideinde 51 te Meppel te realiseren. In de toekomstige voorgenomen situatie worden de niet monumentale aanbouw en laagbouw gesloopt, en het monumentale hoofdgebouw gerestaureerd en getransformeerd naar 9 appartementen. In deze ruimtelijke onderbouwing voor deze buitenplanse omgevingsplanactiviteit is het voorgenomen plan getoetst aan de momenteel geldende beleidskaders van het Rijk, provincie, en gemeente. Daarnaast is eveneens geanalyseerd en beoordeeld aan de relevante ruimtelijke randvoorwaarden. Tot slot bevat de onderbouwing een verantwoording op het participatieproces en is het voorgenomen plan verantwoord op het aspect van maatschappelijke- en economische uitvoerbaarheid. Alles samengenomen kan geconcludeerd worden dat het voorgenomen initiatief betreffende de transformatie van het voormalige schoolgebouw van voldoende ruimtelijke kwaliteit is; er is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

40

27 maart 2025 – Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit / BOPA – Zuideinde 51, Meppel

BIJLAGEN Bijlage 1

Onderzoeks en Adviesbureau BAAC, Bouwhistorisch verkenning

Bijlage 2

Het Oversticht, Positieve uitspraak adviesaanvraag welstandscommissie

Bijlage 3

BP+Architectuur, Definitief ontwerp

Bijlage 4

Econsultancy, ecologische Quickscan Wet Natuurbescherming

Bijlage 5

BP+Architectuur, Ontwerpuitgangspunten herbestemming Zuideinde 51

Bijlage 6

Weltevreden B.V., Resultaten AERIUS projectberekening

Bijlage 7

Weltevreden B.V., Toelichting AERIUS projectberekening

Bijlage 8

Weltevreden B.V., Verslag informatieavond omwonenden

Bijlage 9

Econsultancy, Verkennend bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in bodem

Bijlage 10

Amos Milieutechniek B.V., Aanvullend bodemonderzoek

Bijlage 11

Huls Adviseurs, Berekeningen daglicht, ventilatie, spuien

Bijlage 12

Huls Adviseurs, Brandveiligheidsconcept

Bijlage 13

Geluid

Plus

Adviseurs,

Akoestisch

onderzoek

wegverkeerslawaai

41

transformatie

Zuideinde 51 te Meppel Bijlage 14

Geluid Plus Adviseurs, Akoestisch onderzoek bepaling geluidswering Zuideinde 51 te

Meppel Bijlage 15

Econsultancy, Aanvullend ecologisch onderzoek

27 maart 2025 – Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit / BOPA – Zuideinde 51, Meppel

42

27 maart 2025 Projectnummer: 21019 Weltevreden B.V. P.C. Staalweg 110 B 3721 TJ Bilthoven +31 30 2003 211 info@weltevredenbv.nl www.weltevredenbv.nl i.o.v. RdB Zuideinde 51 B.V. 27 maart 2025 – Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit / BOPA – Zuideinde 51, Meppel

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meppel&id=bca94fc2-d3bc-40a5-8b7a-3b1dc996b805