CConstaterende datMeppel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage - Informatieboek Vernieuwbouw Ogterop - 17 mei 2023

1 - RAADSVERGADERING 28 september 2023, gemeente MeppelBij agendapunt: Perspectiefnota 2024-202739.310 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

Een goede bouwkundige en functionele zonering is belangrijk voor het geval niet in het gehele gebouw activiteiten zijn. De niet in gebruik zijnde delen moeten dan onder alarm kunnen zijn, behalve het gebouwdeel dat in gebruik is en de route naar buiten. e v r ee d h erva s ee “c rr d r” om aan het eind van de avond het horeca afval weg te ruimen.

2101019 – Vernieuwbouw Schouwburg Ogterop Meppel OGTEROP van Eisen 2101019 Ogterop – versie 04b Programma

Pagina 29 van 55 87

7.5.4.

Brandveiligheid

De brandveiligheid voldoet in de basis aan de wettelijke veiligheidsnormen. De belangrijkste brandveiligheidseisen komen kort samengevat op het volgende neer: • brandcompartimentering en brandwerendheidsscheiding tussen compartimenten; • brandveiligheidsklasse van toe te passen materialen en bekleding van de (hoofd)draagconstructie; • noodverlichting; • vluchtwegaanduiding; • ter plaatse van de nooduitgangen buiten het gebouw ruimte vrijhouden voor vluchten; • brandmeld- en ontruimingsinstallatie; • brandblusinstallatie (of indien nodig, maar bij voorkeur niet: sprinklerinstallatie); • rookluiken indien nodig; • brandscherm indien nodig; • bij oplevering van het gebouw vluchtwegplannen aanleveren; • brandweer toegang (d.m.v. sleutelkluis). Elektrische apparatuur waaronder bedrading, verlichting, elektrische panelen en huishoudelijke apparaten, HVAC-systemen (verwarming, ventilatie, airconditioning), is zodanig ontworpen dat het risico op brand wordt geminimaliseerd.

• • • • • 7.8.

wand- en vloerafwerking bestand tegen bevriezing en wegkrabben van kauwgom; toepassen van schoonloopmatten, voldoende stroompunten voor de stofzuiger, indien nodig schrobputten, voorzieningen voor glasbewassing etc. Maatregelen onderhoud en beheer

Het ontwerp van het gebouw dient zodanig te worden gemaakt dat dit aantoonbaar gunstig is voor het gebouwbeheer en de beheerkosten; daarbij te denken aan het onderhoud van het gebouw, de levensduur van materialen, de schoonmaak, het energiegebruik, e.d. De keuze voor de te gebruiken materialen en installaties wordt mede bepaald door de kosten die met het onderhoud gemoeid zijn. Detaillering en positionering van de gebouwonderdelen zijn zodanig dat dagelijks en periodiek onderhoud en vervanging tegen minimale kosten zijn uit te voeren. In het algemeen geldt dat voor materialen en constructie zowel interieur als exterieur 'krasvast', en 'vandalismebestendig' materiaal wordt toegepast. Technische installaties dienen op meerdere plekken eenvoudig toegankelijk te zijn voor onderhoud of indien noodzakelijk voor vervanging van onderdelen. Bij het ontwerpen van schachten, plafonds en/of vloerafwerkingen moet hiermee dus rekening worden gehouden.

Op de technische aspecten van brandveiligheid wordt nader ingegaan in de hoofdstukken met technische eisen. 7.6.

Flexibiliteit, multifunctionaliteit

Flexibiliteit en multifunctionaliteit, mits weloverwogen ingezet, vergroten de gebruiksmogelijkheden en de levensduur van het gebouw. In het ontwerp dient o.a. te worden opgenomen: • Opdeelbaarheid van de foyerruimtes, zodat delen van de foyer apart kunnen worden gebruikt zonder het gebruik van de rest van het gebouw te blokkeren; • Aanpasbaarheid van de sfeer en uitstraling van foyerruimtes aan programmering en publiek, o.a. door wijze van verlichting en (eenvoudige wisseling van) meubilair en decoratie; • Aanpasbaarheid van het aantal toiletten dat kan worden gebruikt, om schoonmaak te beperken; • Een zodanig ontwerp van de kleedkamers dat deze ook als werkplek of vergaderruimte kunnen worden ingezet; • Een verbinding tussen de kleedkamers van de Grote - en de Kleine Zaal, zodat deze bij piekbezetting als elkaars "overloopruimte" kunnen worden gebruikt; • Op plekken waar dit kan worden verwacht een vaste voorziening (aansluitpunten voor licht en geluid) voor randprogrammering (artiest, spreker, expositie). 7.7.

Schoonmaakonderhoud

De ruimtes moeten eenvoudig schoon te maken zijn, hiermee rekening houden bij de materiaalkeuze en detaillering: • geen vuilvasthoudende materialen, • geen hoekjes of nissen, • wanden en vloeren goed afneembaar;

2101019 – Vernieuwbouw Schouwburg Ogterop Meppel 88 Programma van Eisen 2101019 Ogterop – versie 04b

Pagina 30 van 55

2101019 – Vernieuwbouw Schouwburg Ogterop Meppel OGTEROP van Eisen 2101019 Ogterop – versie 04b Programma

Pagina 31 van 55 89

8.

Functionele eisen per ruimtetype

De ruimtebeschrijvingen in dit hoofdstuk zijn bedoeld om een voorstelling te kunnen maken van het gebruik per ruimte. Kwalitatieve en technische eisen voor de ruimtes komen verderop in dit PvE aan de orde. Aantallen personen, stoelen, jassen, toiletten etc. zijn opgenomen in de ruimtestaat. De ruimtestaat wordt opgenomen als bijlage. 8.1.

Voorruimte buiten de entree

De beleving van theater en feestelijk uitgaan begint al buiten de hoofdingang. Hier ligt als het ware de rode loper al uit. 8.2.

Publieksgebied

8.2.1.

Hoofdentree

Kassa

Er is een frontoffice, waarbij de kassa, receptie en informatiefunctie zijn gebundeld. Het centrale ontvangstpunt is uitnodigend en zal in alle opzichten theater uitstralen. De balie is voorzien van werkplekken waarbij klant en medewerker elkaar op gelijke ooghoogte te woord kunnen staan. De balie heeft een werkblad op meerdere hoogtes of is in hoogte verstelbaar. De kassa moet visueel een onderdeel zijn van de entreeruimte, maar fysiek hiervan gescheiden ter voorkoming van geluidsoverlast uit entreehal en/of foyer bij de (telefonische) verkoop van de kaartjes. Achter de balieruimte ligt een visueel afgescheiden, aparte kantoorruimte. Deze ruimte is voor de medewerkers bereikbaar via een aparte ingang die niet in verbinding mag staan met de publieksingang. Nabij de hoofdingang/kassaruimte moet een centraal te bedienen paneel zijn voor de verlichting in toiletten, entree, foyers en garderobe. Ook de diverse (geïntegreerde) bedieningspanelen voor brandweer, gebouwbeheersysteem, toegangsregeling, inbraakbeveiliging en dergelijke moeten centraal worden gesitueerd op de daartoe meest geëigende plek. 8.2.3.

Garderobe en toiletten

De publieksgarderobe en een toileteenheid dienen direct bij de publieksingang – of direct bereikbaar vanaf de publieksingang - te liggen, visueel gescheiden van de foyers. De uitgiftepunten van de garderobe moeten zo ruim zijn dat het mogelijk is na afloop van de voorstellingen in betrekkelijk korte tijd de jassen aan het publiek terug te geven, zodat lange rijen worden voorkomen. Bij de garderobe is een opstelruimte voor rollators en andere objecten (o.a. kinderwagens).

2101019 – Vernieuwbouw Schouwburg Ogterop Meppel 90 Programma van Eisen 2101019 Ogterop – versie 04b

Er moeten twee of meer (centraal gelegen) toiletgroepen beschikbaar zijn. Deze dienen te zijn gelegen aan de foyerruimtes op de begane grond en verder dient er op ieder niveau een toiletgroep te zijn. Direct bij zowel de Grote Zaal als de Kleine Zaal moet een toiletgroep liggen, zodat de zalen onafhankelijk van elkaar kunnen worden gebruikt. Deze toiletgroepen in totaal moeten zijn berekend op piekbelastingen. Er is uitgegaan van een toiletcapaciteit bij maximale publieksbezetting van circa 1 per 30 bezoekers. De verdeling damestoiletten/herentoiletten (inclusief eventuele urinoirs) is 3:2. Dames- en herentoiletgroepen liggen steeds in een combinatie bij elkaar. Op een centrale plek is een miva-toilet. In het miva toilet is voorzien in een verschoningsplek. 8.2.4.

Er is een duidelijke herkenbare publieksentree die toegang geeft tot een centrale entreeruimte, waar de bezoeker direct wordt ontvangen aan de balie van de frontoffice (kassa, receptie, informatie). De entreeruimte dient een zodanige vorm te hebben dat een rij mensen voor de kassabalie (kaartverkoop) de doorstroming van ander binnenkomend publiek niet belemmert. 8.2.2.

De garder e m et teve s “ ewaakt” ku e w rde ge ru kt Op de garderobe dient daarom altijd toezicht mogelijk te zijn vanaf de ontvangstbalie en/of een andere (tijdens voorstellingen bemenste) werkplek (bijvoorbeeld door horecapersoneel).

Pagina 32 van 55

Foyerruimtes

Vanuit de entreeruimte bereikt men de foyerruimtes. Hier is ook het punt van de kaartcontrole. De totale foyerruimte moet zodanig worden ingedeeld dat een ruimtelijk geheel ontstaat, maar dat ook bij een kleine bezetting een intieme sfeer aanwezig is. Dit kan worden bereikt door middel van het verdelen van de foyer over meerdere ruimtes en verdiepingen. Wanneer alleen in één van beide zalen een voorstelling is, moet een deel van de foyerruimtes p ee “ atuur jke w jze” kunnen worden afgesloten voor gebruik. De ruimtes zijn zo vormgegeven, dat er een knusse ruimte ontstaat die uitnodigt om er te gaan zitten. Bij het betreden van de foyerruimtes moet meteen een bar (front) in het zicht zijn. Hier kan het publiek in zo kort mogelijke tijd van koffie en dergelijke worden voorzien De bar is zodanig opgesteld, dat een rij wachtende bezoekers de doorstroming van ander publiek niet belemmert. Ter voorkoming van hinderlijk achtergrondgeluid moeten de koelunits van bars en buffetten zodanig kunnen worden geplaatst dat deze geen geluidhinder en geen warmte afgifte veroorzaken. De uitgiftepunten (bars/buffetten) moeten gelegen zijn tegen een achterwand en niet midden in de ruimte. Achter iedere bar in de foyerruimtes is een afgesloten kleine foyerkeuken aanwezig.

In deze ruimte is een (gekoelde) opslag voor handvoorraad, emballage en glaswerk, ze zijn geschikt voor kleinere bereidingen (zoals een bittergarnituur) en er is een vaatwasser. In de foyerruimtes moeten voorzieningen zijn voor randprogrammering, kleine optredens. De gewenste activiteiten en evenementen stellen enige eisen aan de foyerruimtes. De foyers moeten daarom zijn voorzien van krachtstroomaansluitingen voor licht- en geluidsapparatuur, motortakels, evenementen- en horecavoorzieningen en er moet de mogelijkheid zijn licht- en geluid- trussen op te hangen. Ook moet worden gelet op de geluidisolatie naar buiten. De positie van de podiumpunten in de foyerruimtes moet zodanig zijn, dat er vanuit een groot deel van de foyerruimte goede zichtlijnen zijn. De vloerniveaus van de nieuwe foyerruimtes moeten zonder niveauverschillen aansluiten op de zaaltoegangen van de bestaande zaal.

2101019 – Vernieuwbouw Schouwburg Ogterop Meppel OGTEROP van Eisen 2101019 Ogterop – versie 04b Programma

Pagina 33 van 55 91

8.2.5.

Vergaderruimte (congresruimte)

8.4.1.

De vergaderruimte is een verhuurbare ruimte voor bijeenkomsten, workshops, vergaderingen e.d. De ruimte is voorzien van AV apparatuur en geschikt voor hybride vergaderen (deels fysiek, deels digitaal). De vergaderruimte heeft een niet al te langwerpige lengte- en breedteverhouding, zodat deze geschikt is voor meerdere opstellingen. De ligging is zodanig, dat de ruimte kan worden gebruikt als extra foyerruimte. 8.3.

Theatercafé/restaurant

De horecavoorzieningen van Ogterop kennen een kwalitatief uitstekende dienstverlening en een hoge kwaliteit producten, wat past bij de beleving van een avond uit. 8.3.1.

Zitgedeelte

Het theatercafé/restaurant bestaat uit een theatercafégedeelte (o.a. voor de nazit) en een restaurantgedeelte. Het maakt deel uit van de eigen exploitatie van Ogterop. Het theatercafé en restaurant moeten zowel kunnen worden gebruikt buiten voorstellingsuren, voor koffie, lunch of een drankje, als voor theaterarrangementen met diner vooraf en borrel na. Het theatercafé en -restaurant en de bijbehorende ruimtes (keuken- en magazijnruimte, toiletten e.d.) moeten zodanig in het gebouw liggen, dat deze ruimtegroep ook zelfstandig kan worden geëxploiteerd. Het café en het restaurant hoeven niet op dezelfde verdieping te ligging, maar wel direct bij elkaar (eventueel via een verticale verbinding). 8.3.2.

Keuken- en magazijnruimtes

De keuken is voorzien van werkbladen met spoelbak, warm- en koud water, vetvangput, aansluitpunt voor afzuiginstallatie en de benodigde aansluit- en afvoerpunten voor keukenapparatuur. Tevens moet op een strategische positie zijn voorzien in een punt waar de vetvangput kan worden leeggezogen. De keukencluster moet op hetzelfde vloerniveau te liggen als het restaurant. De magazijnruimtes mogen eventueel op een andere verdieping liggen, indien er een korte verbinding is via een lift. De magazijnruimtes moeten een goede, korte verbinding hebben met de goedereningang. Grote Zaal

De theaterzaal en de bijbehorende toneeltoren moeten geschikt zijn voor een breed aanbod van alle podiumgenres. Zie voor de beoogde programmering paragraaf 3.5.

2101019 – Vernieuwbouw Schouwburg Ogterop Meppel 92 Programma van Eisen 2101019 Ogterop – versie 04b

Het zaalgedeelte van de Grote Zaal heeft monumentale waarde en dient behouden te blijven. In de huidige opstelling voldoen de zichtlijnen en het zitcomfort niet aan de eisen. De vaste tribune en de stoelopstelling dienen dan ook te worden aangepast, in samenhang met hoogte van de nieuwe toneelvloer en de te vergroten toneelopening. Dit geldt ook voor het zaalbalkon. Voor voorstellingen met orkest wordt gebruik gemaakt van een verdiepte "orkestkuil" in plaats van een volledige orkestbak. In zo'n geval worden de voorstel stoelenrijen weggehaald zodat hier opstelruimte voor een orkest ontstaat. De orkestkuil is geheel onderdeel van het zaaloppervlak. Het bestaande balkon zal moeten worden aangepast voor een beter functioneren van de zaal. Het aangepaste balkon mag om akoestische redenen niet te diep en te laag zijn. Onder het balkon mogen niet al te veel zitplaatsen zijn. Eventuele uitlopen van het balkon naar opzij zijn bij voorkeur ondiep. Bij de stoelopstelling op het balkon dient rekening te worden gehouden met een comfortabele zithouding (passend bij de kijkrichting), met name op de zijbalkons. Er moet rekening worden gehouden met een opstelplaats voor circa 20 rolstoelen met begeleiding (4% van 480 stoelen), waarvan een deel kan worden uitgevoerd als uitneembare zaalstoelen. Deze bezoekers moeten zonder hulp van theatermedewerkers hun plek kunnen bereiken.

Eventueel moet ook het balkonniveau met een lift bereikbaar zijn voor rolstoelen. De opstelplaats voor rolstoelen moet dusdanig worden gekozen dat er bij situaties met langdurig opgestaan publiek (bijvoorbeeld bij concerten) toch zicht blijft op het toneel. Anderzijds moet rekening worden gehouden met het gegeven dat rolstoelen in de regel hoger zijn dan gewone zaalstoelen en daarmee ook niet zelf het zicht mogen belemmeren. Er moet worden voorzien in een slechthorendenvoorziening (bij voorkeur een FM systeem).

De keukencluster voor het restaurant bestaat in principe uit een voorbereidingskeuken, een warm en een koud keukengedeelte, een uitgiftedeel, een koel- en vriesruimte en een spoelkeuken. De spoelkeuken dient een aparte ruimte te zijn met een in- en een uitgang. Bij de keuken moet magazijnruimte zijn voor glazen, kopjes, borden, bestek, voorraadopslag van dranken en levensmiddelen, emballage en dergelijke.

8.4.

Publieksgedeelte zaal

Pagina 34 van 55

De bestaande zaal heeft een licht interieur. De nooduitgang-bordjes moeten zodanig worden gekozen en aangebracht dat deze tijdens een voorstelling niet afleiden of storen. 8.4.2.

Regiepositie, geluideiland, zaalbruggen

Voor de bediening van de lichttechniek is in de theaterzaal een regiepositie (regiecabine/ inspiciëntenruimte) nodig, mogelijk gecombineerd met de positie voor een geluideiland. Hierbij moet aandacht worden besteed aan de hoek tussen regiepositie en toneel. De regiepositie moet goed zicht hebben op toneel én zaal. De regiepositie mag daarom vooral niet te hoog liggen. De regiepositie moet plaats bieden aan 2 à 3 personen (o.a. lichttechnicus, zendertechnicus). Vanuit de regiepositie moeten deursluitingen van zaal en balkons centraal te regelen zijn. Ook moeten hier het zaallicht en de zaaldeuren bediend kunnen worden. Voor de geluidstechniek is in de theaterzaal een geluideiland nodig. Deze plaats voor de geluidtafel moet worden geïntegreerd in het zaalontwerp en mag niet onder het balkon liggen. De opstelplaats voor het geluideiland moet bij een breedte-middenpad liggen en zodanig verzonken zijn, dat de rijen direct er achter er geen hinder van ondervinden. Daarbij moet rekening worden gehouden met mogelijkheden voor transport van de apparatuur. Er moet de mogelijkheid zijn om geluidstafels gelijkvloers, op wagentjes, of anders mechanisch te kunnen (ver)plaatsen. Een mogelijkheid hiervoor is dat het dwarspad links en rechts

2101019 – Vernieuwbouw Schouwburg Ogterop Meppel OGTEROP van Eisen 2101019 Ogterop – versie 04b Programma

Pagina 35 van 55 93

zonder hoogteverschil met het toneel verbonden is v a ee “passere e”. Aandachtspunt hierbij is de breedte van de gangpaden. Voor de bekabeling moeten links en rechts kabelgoten aanwezig zijn. In de theaterzaal en de toneeltoren zijn loopbruggen nodig voor de ophanging van licht, geluid, eventuele decormaterialen en afstoppingen. Deze loopbruggen moeten via een vaste trap (of lift) vanaf het toneel en/of vanuit de regiecabine bereikbaar zijn. Vanaf de toneelvloer dient de route naar de toneel- en zaalbruggen zo kort mogelijk te zijn. 8.4.3.

Zichtlijnen en stoelenplan

De zichtlijnen in de Grote Zaal dienen te worden verbeterd ten opzichte van de huidige situatie. Hiervoor is eerder een zichtlijnenstudie gedaan. De zaal wordt voorzien van c m rta e e theater auteu s met ee ‘act eve z t’. De vormgeving van de stoelen dient bij te dragen aan de warme, uitnodigende sfeer die Ogterop nastreeft, het gevoel van intimiteit en het dicht bij elkaar zijn van artiesten en publiek. De tribune- en stoelbekledingen zijn van invloed op de zaalakoestiek, waarbij het geen verschil mag maken of er wel of niet bezoekers op de stoelen zitten. Voor het opstellingsplan van de stoelen gelden de volgende eisen: ▪ stoelbreedte 550 mm, gemeten aan de achterzijde (rugleuning) over een rechte lijn van de stoel ▪ rijdiepte parterre Grote zaal minimaal 950 mm, en minimaal 1000 mm op het balkon ▪ aaneengesloten stoelenrijen met alleen aan weerszijden een gangpad (‘c t e ta seat g’, z der middenpad) ▪ gebogen stoelenrijen. De stoelopstelling moet, indien nodig voor de zichtlijnen, versprongen zijn, dus geen stoelen recht achter elkaar. De stoelen worden bevestigd op een eigen poot, om “gew e e ” z vee m ge jk te v rk me Halverwege de zaal is een dwarspad /een extra diepe rij (passerelle) gewenst (opstelplaats voor het geluideiland en mogelijk een aantal rolstoelplaatsen). 8.4.4.

Zaalsluizen

8.4.5.

Toneeltoren

Omdat in Nederland voorstellingen reizen en in een hoge frequentie moeten kunnen worden verplaatst, is het nodig dat theaters zoveel mogelijk beschikken over vergelijkbare en gelijkwaardige ruimtelijke en technische faciliteiten. Een voorstelling die in het ene theater kan staan, kan dan ook op vergelijkbare wijze in het andere theater worden opgebouwd. Om die reden wordt de nieuwe toneeltoren opgebouwd met de nu gangbare afmetingen. Bouwkundig betekent dit: • toneeltoren met een hoogte van circa 22,5 m (netto inwendige hoogte inclusief de rollenzolder, gemeten vanaf de toneelvloer tot onderkant dakvloer, hoogte bovenzijde roostervloer minimaal 19,5 m).

Dit is ten opzichte van maaiveld circa 23 m, uitgaande van een toneelvloer op hoogte van ongeveer maaiveld; • hijshoogte 18,5 m (bij decorhoogte circa 8,5 m en bestaande hoogte opening 6 m), vloerpakket rollenzolder circa 1,5 m; • treklengte 17 m (opening 12 m + afstopping (poten) links en rechts 2,5 m); • breedte toneeltoren over volle hoogte inwendig netto 19 m (treklengte plus 2 x 1 m voor zijtrekken); • breedte toneeltoren inclusief zijbruggen en zijtonelen 29 m (19 m + zijtonelen 5,5 en 4,5 m); • netto breedte x diepte speelvloer 12 x 11 m; • diepte speelvloer 14 m ten opzichte van bouwkundige toneelopening (dat wil zeggen circa 12,5 m vanaf ‘K pere Kees’ + circa 1,5 m proscenium vóór Koperen Kees (manteaux, sluiertrek en voordoek); • diepte toneeltoren over de volle hoogte circa 14 m inwendig; • zone achteromloop ca.

1,5 m • hoogte zijtonelen 9 m (inclusief hoogte zijbrug boven zijtoneel; onderkant brug op 6 à 7 m); • bouwkundige opening toneeltoren 12 m breed, circa 6 m hoog (het maximaal mogelijke gegeven de bestaande zaal); • toneelopening in breedte afstopbaar van 8 tot 12 m breed; • portaalhoogte variabel van 5 tot 6 m; • voortoneel (aan zaalzijde toneeltoren) circa 12 m breed, 1,5 à 2 m diep (afstand voorrand tot koperen kees op diepste punt circa 3,5 m; hier de huidige, halfronde situatie behouden) • achter het achterdoek ruimte voor ee weg eem are “w dva g” (d t s ee sch t dat aa ee trek hangt), ter voorkoming van beweging van het achterdoek bij achterlangs lopen.

Er mag geen hinderlijk licht of geluid van buiten (foyer, installaties et cetera) kunnen doordringen in de zaal. Ook moet er een goede geluidisolatie zijn van binnen naar buiten. De zaaldeuren moeten daarom zijn voorzien van licht-werende en geluidsisolerende sluizen; de toegangen tot deze sluizen mogen niet in elkaars verlengde liggen. De s u s s k de “tra s t eru mte” tusse de werke jkhe d va de yer e de aa ge de werke jkhe d van de voorstelling. Het geluid van bijvoorbeeld koffiemalen en melk opschuimen mag niet doordringen in de zaal.

2101019 – Vernieuwbouw Schouwburg Ogterop Meppel 94 Programma van Eisen 2101019 Ogterop – versie 04b

Pagina 36 van 55

2101019 – Vernieuwbouw Schouwburg Ogterop Meppel OGTEROP van Eisen 2101019 Ogterop – versie 04b Programma

Pagina 37 van 55 95

achterbrug achteromloop

zijtoneel zij b r u g

afstopping + zijtrek

lierenruimte

zijtoneel

netto speelvloer

afstopping + zijtrek

zij b r u g

zij br ug koperen kees manteau

≈≈≈≈≈≈≈≈≈ ≈≈

afstopping + zijtrek

lierenruimte

afstopping + zijtrek

zij br ug

maximale opening zijtoneel

manteau voordoek

rollenzolder

minimale opening

zijtoneel

≈≈≈≈≈≈≈≈≈ speelvloer

voortoneel

dwarsdoorsnede

minimale opening

Schematische indeling toneeltoren en zijtonelen (niet op schaal)

maximale opening (bouwkundige opening)

treklengte + zijtrekken

Tussen toneel en zijtonelen mag/mogen geen wand of kolommen staan. Inwendig moet rekening worden gehouden met een ruimtereservering voor de dikte van (akoestische) wandafwerking.

plattegrond

Schematische indeling toneeltoren en zijtonelen (niet op schaal)

Er dient een goede routing te zijn van het toneel naar lichtbruggen, zijbruggen, rollenzolder, volgspotposities, regiecabine en geluideiland, die voldoet aan Arbo-eisen. Indien passend binnen budget is een lift naar de rollenzolder wenselijk. De toneelvloer dient voorzien te zijn van verzonken en afgedekte kabelgoten. Belangrijk is een optimale plaatsing van de vloeraansluitingen voor de lichtinstallatie. In toenemende mate wordt gewerkt met audiovisuele middelen. Met de infrastructuur hiervoor moet rekening worden gehouden. Op of nabij het proscenium (voortoneel) moet voldoende opstelruimte zijn voor zaalluidsprekers of voor het gereedstaan van een vleugel. In de theaterzaal moet rekening worden gehouden met de infrastructuur voor een elektronisch akoestisch systeem. Het al dan niet toepassen van een dergelijk systeem dient nader te worden bepaald aan de hand van het zaal- en het theatertechnisch ontwerp en de gewenste spreiding in de nagalmtijden. In de toneeltoren moet een daglichtvoorziening zijn, die kan worden verduisterd en geluidsisolerend kan worden afgesloten bij voorstellingen. Afhankelijk van het ontwerp en de lokale brandweereisen moet mogelijk rekening worden gehouden met een droge blusleiding en/of rookluiken.

2101019 – Vernieuwbouw Schouwburg Ogterop Meppel 96 Programma van Eisen 2101019 Ogterop – versie 04b

Pagina 38 van 55

2101019 – Vernieuwbouw Schouwburg Ogterop Meppel OGTEROP van Eisen 2101019 Ogterop – versie 04b Programma

Pagina 39 van 55 97

Met het oog op het zorgvuldig omgaan met de massa van het gebouw ten opzichte van de omliggende bebouwing dient de toneeltoren niet hoger te worden dan met behoud van de vereiste functionaliteit noodzakelijk is, bijvoorbeeld door een uitgekiende constructie-oplossing voor de dakconstructie (rollenzolder opnemen tussen - in plaats van onder de dakspanten). 8.5.

Kleine Zaal

De regieplek en de bruggen moeten binnen de ruimte van de zaal met het toneel in verbinding staan. Technici moeten er via de tribune kunnen komen. Voor het leggen van kabels is een infrastructuur nodig in de vorm van kabelgoten tussen het toneel en de zaalregieplaats. 8.5.3.

Speelvloer

De huidige Kleine Zaal is relatief breed en ondiep. De zaal functioneert zeer goed. De nieuwe Kleine Zaal lijkt dan ook bij voorkeur zoveel mogelijk op de huidige Kleine Zaal.

De speelvloer is breed x diep 13 x 16 m. De netto afmetingen van het speelvlak zijn breed x diep 10 x 10 m. Links en rechts is ca 1,5 m loopruimte. Voor en achter het speelvlak is ca. 3 m ruimte. Aan drie zijden rondom hangen theatergordijnen.

8.5.1.

De speelvloer van de Kleine Zaal is voorzien van een verende houten vloer.

Publieksgedeelte

De Kleine Zaal is een vlakke vloer zaal die zal worden gebruikt voor theatervoorstellingen, muziekvoorstellingen, filmhuisfilms en als popzaal. De zaal is intiem en uitnodigend. De inwendige vrije hoogte van de zaal is circa 10 m (dit is tot onderkant grid ca. 8 m). De zaal wordt voorzien van een telescopisch inschuifbare tribune met comfortabele stoelen. De stoelen moeten zowel geschikt zijn voor ee “act eve z t” als voor een comf rta e e “ mz t”. Voor het opstellingsplan van de stoelen gelden de volgende eisen: ▪ stoelbreedte minimaal 550 mm, gemeten aan de achterzijde (rugleuning) over een rechte lijn van de stoel ▪ rijdiepte minimaal 950 à 1000 mm ▪ aaneengesloten stoelenrijen met alleen aan weerszijden een gangpad, geen middenpad ▪ (indien mogelijk) gebogen stoelenrijen. De zaal heeft minimaal 120 stoelen en opstelruimte voor rolstoelen met begeleider. De stoelen hebben een e ge p t (tege “gew e e ”). Er moet worden voorzien in een slechthorendenvoorziening (bij voorkeur een FM systeem). In de popzaalopstelling is er plaats voor circa 200 à 250 staande bezoekers. Bij popconcerten moet in de zaal een podium kunnen worden gemaakt en een mobiele bar kunnen worden opgesteld. Daarvoor zijn aansluit- en afvoerpunten aanwezig. Ten behoeve van het gebruik als popzaal moet de Kleine Zaal mogelijk w rde u tgev erd a s ee “d s-in-d s” De zaal is voorzien van een bruggenstelsel.

Wens van de schouwburg is om de bestaande (verplaatsbare) brug te hergebruiken in de nieuwe situatie. Daglicht is voor de Kleine Zaal geen prioriteit in relatie tot de eisen m.b.t. geluidisolatie. 8.5.2.

Regieplek

De zaalregieplaats bevindt zich op een vaste galerij achterin de zaal of in het midden van de twee achterste rijen op de tribune, bij voorkeur op een verzonken positie om hinder voor omzittend publiek tijdens een voorstelling te beperken. Dit betreft een ruimte ter grootte van 2 x 4 stoelen ofwel: (breedte x diepte = ) 2,0 x 2,2 meter.

2101019 – Vernieuwbouw Schouwburg Ogterop Meppel 98 Programma van Eisen 2101019 Ogterop – versie 04b

Pagina 40 van 55

Voor het inhangen van toneelverlichting en decors is er voorzien in een hijsinstallatie met trekken, dan wel in een vast grid in combinatie met hergebruik van de huidige beweegbare brug, dan wel een combinatie van de genoemde mogelijkheden. De speelvloer dient voorzien te zijn van verzonken en afgedekte kabelgoten. Belangrijk is een optimale plaatsing van de vloeraansluitingen voor de lichtinstallatie. In toenemende mate wordt gewerkt met audiovisuele middelen. Met de infrastructuur hiervoor moet rekening worden gehouden. Ten behoeve van de filmhuisfunctie is er een (oprolbaar/ophijsbaar) projectiescherm aanwezig. Bij muziekoptredens (concert met staand publiek) moet eenvoudig en snel met losse podiumdelen een podium kunnen worden opgesteld. Afhankelijk van het ontwerp en de brandweereisen moet mogelijk rekening worden gehouden met een droge blusleiding en/of rookluiken. 8.5.4.

Projectiecabine

Vanuit de projectiecabine vinden de filmprojecties plaats, opdat het geluid van de projector of beamer niet stoort tijdens de voorstelling. Voor de projector is een ruimte nodig van b x d x h tenminste 2 x 2,5 x 2,5 m. De projectiecabine dient zoveel mogelijk stofvrij te blijven en is voorzien van ventilatie of zo nodig koeling. In de projectiecabine moet ook apparatuur als een diaprojector, versterker, gelijkrichter, geluidapparatuur, controleluidspreker en eventueel een montage/demontagetafel kunnen worden ondergebracht. De cabine ligt achter de achterwand van de Kleine Zaal. Tussen de zaal en de cabine is behalve een projectie-opening een kijkopening, die op gelijke hoogte moeten liggen. De grootte van het projectievenster is niet alleen afhankelijk van de afstand van de projector tot dit venster, maar ook van de brandpuntsafstand van het gebruikte objectief. Dit onderdeel dient in het ontwerp dus in nauw overleg met Ogterop te worden uitgewerkt. Het projectievenster staat onder een kleine hoek (circa 7 graden) en is voorzien van ontspiegeld glas, om spiegeling van de projectiebundel te voorkomen. De plaats van de cabine moet zodanig zijn dat bij gebruik van de projector de optische as (= lijn van projectieobjectief naar het midden van het beeld) loodrecht staat op de horizontale hartlijn van het beeld.

2101019 – Vernieuwbouw Schouwburg Ogterop Meppel OGTEROP van Eisen 2101019 Ogterop – versie 04b Programma

Pagina 41 van 55 99

Tevens moet de plaats zodanig zijn dat de optische as van de projectiebundel zo horizontaal mogelijk loopt. Een hellingshoek tussen maximaal 10 graden voorover of 5 graden achterover is toegestaan. Grotere hoeken geven ernstige beeldvertekening. Tenslotte moet de plaats zodanig zijn dat de onderkant van de lichtbundel zich op elk punt van de zaal waar zich toeschouwers kunnen bevinden, tenminste 2 meter boven de zaalvloer bevindt en de bovenkant van de lichtbundel overal tenminste 0,30 meter vrij blijft van het plafond en aan het plafond bevestigde obstakels.

De gangruimtes in het kleedhuis moeten extra breedte hebben i.v.m. transport van kleedkisten e.d. De gangen moeten worden voorzien van stootranden en behalve de gevraagde extra breedte ook nissen hebben, zodat tijdelijk neergezette kleedkisten en dergelijke de doorgang niet kunnen belemmeren.

8.5.5.

8.6.2.

Zaalsluizen

Er mag geen hinderlijk licht of geluid van buiten (foyer, installaties et cetera) kunnen doordringen in de zaal. Ook moet er een goede geluidisolatie zijn van binnen naar buiten. De zaaldeuren moeten daarom zijn voorzien van lichtwerende en geluidsisolerende sluizen; de toegangen tot deze sluizen mogen niet in elkaars verlengde liggen. 8.6.

Backstagegebied (artiesten en theatertechniek)

8.6.1.

Kleedruimtes

Artiestenfoyer

Nabij de kleedkamers moet een gecombineerde artiestenfoyer/personeelsruimte liggen. In de artiestenfoyer/personeelsruimte moeten de artiesten en medewerkers zich kunnen ontspannen of concentreren. Er moet daglichttoetreding zijn of een zodanig ontwerp dat de suggestie daartoe wordt gewekt. De artiestenfoyer staat via een eigen meeluister- en oproepsysteem (audio/videonetwerk) in verbinding met het toneel en de inspiciëntenruimte van beide zalen. De artiestenfoyer moet beschikken over een pantry. De pantry moet zijn voorzien van aansluitpunten voor de cateraars van gezelschappen.

De kleedkamers dienen te liggen in de directe nabijheid van de toneeltoren van de Grote Zaal en het speelvlak van de Kleine Zaal, waarvan tenminste 1 of 2 kleedruimtes met eigen sanitair direct bij - en op gelijk niveau met de respectievelijke speelvloeren liggen. De kleedkamers mogen zijn verdeeld over kleinere clusters. De sfeer en uitstraling van de kleedruimtes moet van goed niveau zijn, zie ook hoofdstuk 5. Zoveel mogelijk kleedruimtes hebben (idealiter) daglicht. De kleedruimtes staan via een eigen meeluister- en oproepsysteem (audio/videonetwerk) in verbinding met het toneel en de inspiciëntenruimte van beide zalen. De kleedruimtes moeten goed bereikbaar zijn vanaf het laad- en losplatform in verband met kleedkisten, grote instrumenten en dergelijke. De kleedkamers moeten zijn uitgerust met vaste schminktafels met spiegels, lockers en dergelijke. Behalve kledingrekken moeten er ook schappen voor pruiken, hoeden et cetera kunnen worden geplaatst. Er moet opstelruimte zijn voor kluisjes voor waardevolle artikelen van technici en artiesten. De kleedkamers zijn voorzien van wifi. Een aantal kleedkamers moeten beschikken over eigen sanitaire voorzieningen (toilet, douche). Vanuit de overige kleedkamers mogen douches en toiletten mogen ook bereikbaar zijn via een gang. Zie voor de verdeling de ruimtestaat. In het kleedhuis is ook een miva-toilet en een miva-douche aanwezig.

Van de toiletten ligt er minimaal 1 direct bij het toneel van de Grote Zaal, 1 direct bij de speelvloer van de Kleine Zaal en 1 direct bij de artiestenfoyer. In één kleedruimte moet verhoogde afzuiging zijn, opdat daar kan worden gewerkt met haarspray e.d. Eén van de kleedruimtes is geschikt voor gebruik als productiekantoor van bezoekende gezelschappen en moet zijn voorzien van de daarvoor benodigde faciliteiten (o.a. internetaansluiting). In deze ruimte is tevens een was/droog/strijkgelegenheid aanwezig voor de bezoekende gezelschappen.

2101019 – Vernieuwbouw Schouwburg Ogterop Meppel 100 Programma van Eisen 2101019 Ogterop – versie 04b

Er wordt geen rekening gehouden met een aparte stemkamer. Het stemmen van instrumenten zal veelal gebeuren na transport, dus op de speelvloer of in de orkestkuil.

Pagina 42 van 55

8.6.3.

Werkplaatsen

Ten behoeve van het onderhoud aan het gebouw en de inrichting, kleine reparaties (aan bijvoorbeeld audiovisuele apparatuur) en de voorbereiding en opbouw van verschillende producties, dienen er twee technische werkruimtes te zijn, één voor elektra/audio-video (gecombineerd met de regiecabine bij de Grote Zaal) en één voor hout/metaal. De kantoorruimtes voor de technici liggen bij de andere kantoorruimtes (zie verderop in dit hoofdstuk). 8.6.4.

Expeditieruimte

De Grote Zaal en de Kleine Zaal dienen ieder een eigen, onafhankelijk te gebruiken laad- en losstation te hebben. In het laad- en losstation moet tochtvrij kunnen worden gewerkt. Ter voorkoming van geluidhinder naar omwonenden dient de expeditieruimte te zijn afgeschermd en ligt deze inpandig. In totaal dient er minimaal opstelruimte te zijn voor 2 trucks met oplegger of voor 1 truck en een kleinere wagen. Zie voor de afmetingen de ruimtestaat. Het laad- en losperron dient op gelijk niveau te zijn met de toneelvloer van de Grote Zaal. Om de zichtlijnen in de bestaande Grote Zaal te verbeteren zal de nieuwe toneelvloer lager moeten liggen dan nu, op ongeveer het niveau van het maaiveld. Dit betekent dat er een heffer nodig is om de vrachtwagen te laten zakken tot ca 1 m onder maaiveld, zodat de laadvloer van de decorwagen gelijk ligt met het nieuwe vloerniveau van de het toneel. Het laad- en losperron is uitgerust met een leveler voor elke laad- en losplaats. Voor kleinere wagens moet eventueel rekening worden gehouden met een hefplateau. Wanneer één van de levelers wordt uitgevoerd met ee “ p”, s deze k gesch kt v r usjes pers e aut ’s e kan het hefplateau bij de derde plek vervallen. De laad- en losruimte moet van de toneeltoren c.q. de toegang tot de speelvloer van de Kleine Zaal zijn gescheiden door voldoende grote, goed geluidsisolerende deuren.

2101019 – Vernieuwbouw Schouwburg Ogterop Meppel OGTEROP van Eisen 2101019 Ogterop – versie 04b Programma

Pagina 43 van 55 101

Er dient een voorziening te zijn voor de afvoer van uitlaatgassen en het brandmeld systeem moet hierop zijn afgestemd (thermisch in plaats van alleen optisch).

De overige benodigde kantoorwerkplekken bevinden zich bij de kassa/receptie (frontoffice, secretariaat, administratie).

Het laad- en losstation moet direct aansluiten op het zij- of het achtertoneel van de toneeltoren c.q. op de toegang tot de speelvloer van de Kleine Zaal. Vanuit de laad- en losruimte moet er voldoende manoeuvreerruimte zijn voor grote stukken. De looplijnen van het laad- en losstation naar het toneel van de grote theaterzaal zijn bij voorkeur zo kort mogelijk, ter bevordering van een korte op- en afbouwtijd. Dit is met name van belang bij reizende voorstellingen.

Bij de kantoorcluster hoort een reproruimte, een opslagruimte voor kantoormiddelen, en dergelijke. Ook is er bij de kantoorcluster een eigen toiletgroep. Er moet een goede – en i.v.m. geldhandelingen van de administratie veilige - routing zijn tussen de kantoren en de kassa, de foyerruimtes en het theatercafé/restaurant.

De laad- en lospositie voor de Kleine Zaal moet met een korte looplijn aansluiten op de Kleine Zaal. Indien de Kleine Zaal op de verdieping ligt dient er een korte looplijn te zijn tussen de laad- en lospositie een en een decorlift (grote goederenlift).

8.8.

Facilitaire ruimtes

8.8.1.

EHBO ruimte/BHV-ruimte

Verder moet bij de breedte en hoogte van doorgangen rekening worden gehouden met het transport van grote elementen (decorstukken, vleugel), het transport van kostuumkisten en dergelijke naar de kleedkamers (indien nodig bereikbaar met een goederenlift). Dit transport moet zonder drempels kunnen plaatsvinden. De gangen moeten worden voorzien van stootranden en nissen hebben, zodat tijdelijk neergezette kleedkisten en dergelijke de doorgang niet hoeven te belemmeren.

Op een centrale plaats, zo mogelijk nabij de publieksgarderobe, moet er een ruimte zijn opgenomen voor EHBO. • De ruimte ligt nabij een buitendeur, zodat hulpdiensten eenvoudig de ruimte kunnen bereiken. De aanen afvoerwegen en de deuren in dit traject zijn zodanig uitgevoerd dat brancardvervoer door ambulancepersoneel niet wordt gehinderd. • De ruimte ligt bij voorkeur buiten het directe zicht van het aanwezige publiek. • Deze ruimte biedt privacy en is afsluitbaar. • Deze ruimte is minimaal voorzien van: - een wastafel met warm en koud water; - een AED/automatische externe defibrillator - opstelruimte voor een kast voor het opbergen van EHBO-materiaal; - opstelruimte voor een brancard/ behandeltafel; - opstelruimte voor een rolstoel.

8.6.5.

Theateropslag

Er moet rekening worden gehouden met een opslagruimte voor zaalstoelen (van de orkestkuil), voor orkeststoelen en -lessenaars en instrumenten (piano/vleugel en dergelijke). In de huidige toneelvloer van de Grote Zaal ligt een hefbare berging (deze is hefbaar van kelderniveau tot toneelvloer). De wens is om deze in de nieuwe situatie te handhaven. Aandachtspunt daarbij is het nieuwe (lagere) vloerniveau van de toneelvloer. Bij de Kleine Zaal ligt een vleugelberging. De vleugel kan via een korte route ook worden getransporteerd naar het toneel van de Grote zaal en naar de orkestkuil; de route naar andere ruimtes mag langer zijn. De vleugelberging is geklimatiseerd. De vleugelberging moet ook geschikt zijn als stemkamer. Verder moeten er bij beide speelvloeren opslagruimtes zijn voor geluid- en lichtapparatuur, ladders, praktikabels, decormaterialen, balletvloer, doeken en toneelgordijnen, hoogwerker en dergelijke, zodat de speelvloer van beide zalen vrij blijft van opslag. 8.7.

Kantoorruimtes

In het gebouw moet een kantoorcluster worden opgenomen met kantoorruimtes ten behoeve van de directie, de theaterprogrammering, de publiciteit/marketing, de verhuur/sales, de theatertechniek, de horeca en facilitaire dienst. Bij de kantoorruimtes ligt een kleine vergaderruimte/spreekruimte. Belangrijk is dat zoveel mogelijk werkplekken centraal bij elkaar liggen t.b.v. snelle communicatie of ee v ud gweg “e kaar z e ” De p ek va de ka t rc uster s ij voorkeur centraal in het gebouw voor korte zicht- en looplijnen naar de podia en de publieksruimtes. In de kantoorcluster is een kleine reservecapaciteit aan werkplekken voor toekomstige ontwikkelingen in de organisatie en voor tijdelijke werkplekken v r “exter e ” z a s acc u ta t, Ar arts.

2101019 – Vernieuwbouw Schouwburg Ogterop Meppel 102 Programma van Eisen 2101019 Ogterop – versie 04b

Pagina 44 van 55

8.8.2.

Kolfruimte

Een van de kantoorruimtes is tevens geschikt om te gebruiken als kolfruimte. De ruimte is afsluitbaar en voorzien van privacy, een wastafel met warm en koud water, opstelruimte voor een comfortabele stoel en een afsluitbare koelkast. 8.8.3.

Horecaruimtes foyers

Behalve de foyerkeukens bij de bars/buffetten in de foyers is er een centraal gelegen magazijnruimte voor gekoelde en ongekoelde dranken en emballage. Deze magazijnruimte ligt nabij de goedereningang. 8.8.4.

Personeelsvoorzieningen

Bij de centrale magazijnruimtes moet een kleedvoorziening met wastafel zijn voor de medewerkers van de foyer, keuken, bediening en schoonmaak. Bij deze kleedruimte liggen douches en personeelstoiletten. 8.8.5.

Opslagruimtes

Er zijn één of meerdere opslagruimtes in het gebouw voor opslag van: meubilair, AV apparatuur, mobiele bars, seizoensaankleding, PR-materialen e.d.

2101019 – Vernieuwbouw Schouwburg Ogterop Meppel OGTEROP van Eisen 2101019 Ogterop – versie 04b Programma

Pagina 45 van 55 103

8.8.6.

Schoonmaakberging, werkkasten

Centraal in het gebouw is een ruimte nodig voor de opslag van schoonmaakmaterialen, schoonmaakapparaten en schoonmaakmiddelen. In de centrale schoonmaakberging is opstelruimte voor: • schoonmaakmiddelen, toiletpapier, handdoekrollen, zeep etc. • minimaal 1 grote stofzuiger of boen/dweilmachine • minimaal 2 stofzuigers • minimaal 2 werkkarren De ruimte is voorzien van: • Schappen of rekken om voorraad overzichtelijk te kunnen opbergen • Een aantal WCD (230V-16A) voor oplaadbare machines • Wasmachine & drogeraansluiting (Water, Elektra & Riool) • Uitstortgootsteen met zandvanger en warm & koud stromend water • Luchtafzuiging i.v.m. vochtproductie (drogen doekjes en dweilen e.d.)

Ieder toilet is voorzien van een kapstokhaakje. In de voorruimte is een extra spiegel met volledige hoogte aanwezig. De toiletruimtes zijn voorzien van standaard toiletbenodigdheden, die verkrijgbaar zijn bij gangbare toeleveranciers.

In het gebouw zijn voldoende mindervaliden toiletten (miva-toiletten) aanwezig, conform het gevraagde ITs niveau en passend bij de functie van het gebouw. De miva-toiletten voldoen aan de hiervoor geldende normen. De miva-toiletten zijn voor alle gebruikers en op alle gebruikstijden toegankelijk. In de mivatoiletten is een voorziening aanwezig v r het versch e va a y’s 8.10.

Technische ruimtes

In het gebouw moet een aparte ruimte zijn voor de klimaatinstallaties (cv en luchtbehandeling) en voor de trafo-, laagspannings- en overige installaties. 8.11.

Per toiletgroep is er een werk-/voorraadkast voor toiletpapier, zeep en handdoekrollen. In deze werkkast is een uitstortgootsteen met warm & koud water en een wcd 230V, en opstelruimte voor stofzuiger, emmer, werkwagentje en dergelijke. 8.8.7.

• • •

Buitenruimte

De terreininrichting, voor zover vallend binnen de plangrenzen, behoort tot de ontwerpopgave. Voorzien moet worden in onder andere buitenverlichting.

Afvalberging en afvalafvoer

Afval wordt met name geproduceerd in de keukenruimtes. Ook vanuit de zalen en werkplaatsen komt afval. Dit laatste afval is meestal droog en bestaat voornamelijk uit papier/karton, chemisch afval (verf, oplosmiddelen, batterijen), grof afval (hout, plaatmateriaal en aanverwant), plastics (PVC-tape, piep- en verpakkingsschuim) en restafval. Vanuit alle ruimtes waar afval wordt geproduceerd is het eenvoudig mogelijk om het afval gescheiden in containers te plaatsen in een afvalberging. De ruimte voor de afvalcontainers moet in ieder geval goed bereikbaar zijn vanuit de keukenruimtes en gelijkvloers in verbinding staan met de buitenruimte waar de container kan worden klaargezet voor de ophaaldienst. De afvalberging mag op geen enkele manier in verbinding staan met de laad- en losruimte voor de beide theaterzalen, ter voorkoming van stankoverlast, verspreiding van ongedierte (fruitvliegjes) e.d. 8.9. • • • • • • •

Toiletten Iedere toiletgroep heeft een apart gedeelte met dames-, heren- en gender neutrale toiletten. Ieder gedeelte heeft een eigen royale voorruimte. De toiletruimtes zijn voorzien van zwevende toiletpotten. In de dames t etru mtes s pste ru mte v r ee “hyg ë e x” De p s t e va deze x mag het gebruik van het toilet niet belemmeren. De voorruimte heeft per 2 toiletten een wastafel (minimaal één) met daarboven een spiegel. Direct naast de wastafel is ruimte voor een handendroger. De deur van de voorruimte is voorzien van een kijkopening.

2101019 – Vernieuwbouw Schouwburg Ogterop Meppel 104 Programma van Eisen 2101019 Ogterop – versie 04b

Pagina 46 van 55

2101019 – Vernieuwbouw Schouwburg Ogterop Meppel OGTEROP van Eisen 2101019 Ogterop – versie 04b Programma

Pagina 47 van 55 105

9.

Duurzaamheid

9.2.

De nieuwbouw en de ingrepen aan de bestaande zaal moeten passen binnen het ‘Pr gramma duurzaamheid Meppel 2021 – 3 Same werke aa Duurzaamhe d’ Duurzaam uwe s deze t jd de norm. Een nadere uitwerking van de duurzaamheidseisen voor Ogterop is opgesteld door de gemeente Meppel in samenwerking met NICE (Noordelijk Innovatielab Circulaire Economie). In dit hoofdstuk zijn de uitgangspunten en aandachtspunten met betrekking tot duurzaamheid opgenomen. Deze gelden niet alleen voor het gebouw, maar ook voor het gebruik van het gebouw. Het ontwerp van het gebouw moet faciliteren dat ook het gebruik ervan duurzaam is. 9.1.

Inleiding

De opdrachtgever heeft belang bij een optimaal duurzaam gebouw, gebied en gebruik waarin de volgende onderdelen aandacht krijgen: • energiebesparing; • energieopwekking; • klimaatadaptatie; • biodivers vergroenen; • gezondheid; • circulair bouwen. In het ontwerp wordt onderzocht in hoeverre deze onderwerpen kunnen worden ingepast en welke impact dit heeft. Het begrip duurzaamheid, waarvan in dit hoofdstuk een concrete invulling wordt gegeven van wensen en eisen, heeft betrekking op diverse aspecten, zoals: • beperking van de vraag tot de werkelijke behoefte; • gebruik van hernieuwbare en duurzame materialen en energiebronnen; • het materiaalgebruik; • beperking van het energiegebruik; • verstandig en efficiënt gebruik van eindige bronnen; • de leefbaarheid van de omgeving; • het ecologisch evenwicht; • toekomstbestendigheid. Met LCC-berekeningen (Life Cycle Costing) moet worden aangetoond en aan de opdrachtgever worden voorgelegd wat over de totale levensduur van het nieuw te ontwerpen gebouw de beste oplossingen zijn voor het energieconcept. Als uit de LCC-berekeningen blijkt dat het gebouw en het gebruik zelfvoorzienend kan worden uitgevoerd, dient dit als eis te worden aangehouden.

2101019 – Vernieuwbouw Schouwburg Ogterop Meppel 106 Programma van Eisen 2101019 Ogterop – versie 04b

Pagina 48 van 55

Duurzaamheidseisen

Het gebouw dient zo energiezuinig mogelijk te zijn en het milieu zo min mogelijk te belasten. Het gebouw is daarom zodanig gedefinieerd dat het gedurende de gebruiksperiode een minimaal beslag legt op grondstoffen. Hiervoor is in het ontwerp in ieder geval het volgende meegenomen: • Compact gebouw met optimale bruto/netto verhouding; gericht op voorkomen of beperken uitbreiding van het huidige gebouw • Duurzame onderhoudsarme materialen • Toekomstbestendig installatieconcept • Minimale milieubelasting tijdens gebruiksfase (is dus ook lage / betaalbare exploitatielasten) U tga gspu t s ee z “ wtech” m ge jk ge uw, waar j een goed binnenklimaat, een goede lichtinval e.d. in eerste instantie bouwkundig wordt opgelost. De focus ligt dan op de bouwfysica. Pas daar waar bouwkundige maatregelen niet afdoende zijn, mogen technische installaties worden toegepast om de gewenste situatie te bereiken. Verdere duurzaamheids denkrichtingen, voor zover deze niet al onderdeel zijn van dit PvE, hierbij zijn: • een toekomstbestendig en duurzaam gebouw, zowel qua functionaliteit als architectuur; • het gebouw moet zodanig worden ontworpen en gerealiseerd dat er optimaal gebruikt wordt gemaakt van de natuurlijke omgeving waarin het staat voor de exploitatie van het gebouw.

Denk hierbij aan buitenlicht, regenwater, toegankelijkheid, et cetera; • het toekomstgerichte gebruik van het gebouw vraagt een hoge mate van flexibiliteit. De open vloervelden die worden gevraagd kunnen op eenvoudige wijze en snel heringedeeld worden, mogelijk zelfs door scheidingswanden in te delen in kleinere afgeschermde ruimten; • een 'gezond' gebouw met veel daglicht, ruimtelijkheid, veel contact met buiten en tegelijk een goed thermisch comfort en hoge mate van individuele beïnvloeding van het comfort (te openen ramen, individuele regelbaarheid temperatuur et cetera); • de gebruiker dient door zijn omgeving constant te worden uitgedaagd om zuinig om te gaan met energie, grondstoffen, materialen, et cetera. Voorbeeld: een zichtbare toegankelijke trap waardoor mensen eerder lopen dan de lift nemen; • beperking van het glaspercentage versus maximaal gebruik van daglichttoetreding en de gewenste transparante uitstraling (een en ander te optimaliseren); • op de ontwerpopgave is de 'solid gedachte' van toepassing.

Dit komt tot uiting in grote mate van aanpasbaarheid van verandering in gebruik; • flexibele indeling (scheiding draagconstructie van inbouw); • eenduidige en uniforme detaillering, echter met behoud van de gewenste uitstraling; • duurzame en onderhoudsarme materialen; • een bouwfysisch geoptimaliseerd thermisch isolatiepakket; • gebruik van de gebouwmassa voor passieve koeling; • synergie tussen verschillende installatieonderdelen; • energiezuinige/regeneratieve liften; (via een LCC-analyse getoetst voordeel aan te tonen); • bevorderen van het trapgebruik; • een aardgasloos gebouw (uitwerking nader te overleggen met gemeente en energieleveranciers); • toepassen van duurzame energieopwekking (warmtepomp, zonneboilers, PV-panelen, wko-installatie); • het onderzoeken van de mogelijkheden voor opslag van opgewekte elektriciteit en/of warmte op gebied en/of gebouwniveau; 2101019 – Vernieuwbouw Schouwburg Ogterop Meppel OGTEROP van Eisen 2101019 Ogterop – versie 04b Programma

Pagina 49 van 55 107

• • • • •

daglichtafhankelijke regeling op verlichting en schakelen via aanwezigheidsdetectie; toepassing van zonwerende voorzieningen (zon- en warmtewerende beglazing, overstek en dergelijke); optimale warmteterugwinning; tijd-gestuurde Infrarood bediening voor douches en kranen; toegepaste installatieconcepten en componenten moeten toekomstbestendig zijn en voldoen aan de laatste beschikbare techniek; - de toegepaste componenten en fabricaten moeten zodanig worden gekozen dat nalevering beschikbaar is tijdens de levensduur van het gebouw/technische levensduur van de technische installaties; - e erg e va exter e pr ma re e erg e r e d e t de categ r e ‘re ewa e e ergy’ te va e ; - het gebouw moet tijdens haar totale levenscyclus een minimale belasting zijn op haar omgeving, zowel tijdens de realisatie, exploitatie en gebouw einde. - waterbesparing en hergebruik water; - een verbruiksmeter (energiespiegel) in de hal; - optimale warmteterugwinning; - grijswater circuit en hemelwater gebruik.

In het gebouwontwerp moet, ongeacht welke ontwerpkeuzes, zowel bouwkundig als installatietechnisch op voorhand rekening worden gehouden met mogelijkheid tot optimale zonbenutting van PV-panelen en moet de draagkracht van de dak- en gevelconstructie en de installatietechnische voorzieningen hierop voorbereid zijn. 9.3.

Energiegebruik

De optimale duurzame kwaliteit voor het gebouw is gewaarborgd door een geïntegreerd duurzaam energieconcept en ontwerpgerichte benaderingswijze in samenhang met kwantitatieve en kwalitatieve t ets are cr ter a O der ‘ twerpger chte e ader g’ w rdt verstaa dat a e twerp es ss ge weloverwogen worden genomen en aangetoond met als basis uitgangspunt duurzaamheid. Voor het gebouw dient zoveel mogelijk te worden gekozen voor oplossingen die, zonder een verhoging van de investeringskosten voor het betreffende gebouwonderdeel, een beperking van het energieverbruik tot gevolg hebben. Naast de voorgeschreven energiebesparende maatregelen uit deze vraagspecificatie, dienen (alle) mogelijk van toepassing zijnde energiebesparende maatregelen met een terugverdientijd van 20 jaar of minder (binnen de technische levensduur van het product), om financiële redenen kenbaar te worden gemaakt aan de opdrachtgever met een LCC-berekening en zullen door het ontwerpteam zodanig uitgewerkt moeten worden dat een onderbouwde keuze kan worden gemaakt over het al dan niet toepassen van deze duurzaamheidsmaatregel. Bij een keuze tussen verschillende maatregelen zoveel mogelijk kiezen voor maatregelen waarvan het resultaat niet of slechts beperkt afhankelijk is van de medewerking van gebouwgebruikers.

Naast de genoemde financiële aspecten zullen ook andere aspecten meewegen bij het maken van de keuzes, zoals levensduur, CO2 uitstootreductie, robuustheid, zowel in de productiefase als de gebruiksfase. Voor dit project geldt een hogere ambitie dan de minimale eisen vanuit het bouwbesluit, hiervoor hanteren wij de volgende uitgangspunten.

2101019 – Vernieuwbouw Schouwburg Ogterop Meppel 108 Programma van Eisen 2101019 Ogterop – versie 04b

Pagina 50 van 55

Eisen Nieuwbouw: Energieneutraal middels de WEii De ambitie is CO2 neutraal vastgoed. Hierbinnen valt de CO2 emissie van de gebouwgebonden energie, de energie als gevolg van het gebruik, maar ook de uitstoot als gevolg van het bouwproces. Dit vertaalt zich naar de wens van een emissievrij bouwproces en door het hanteren van het doel “Par spr ”, gemeten middels de WEii (werkelijke energie intensiteits index van de DGBC), hetgeen leidt tot een energieverbruik dat past bij het klimaatakkoord van Parijs. De toegepaste duurzaamheidsmaatregelen worden bij de afronding van iedere ontwerpfase getoetst en toegelicht in een fasedocument. 9.4.

Klimaatadaptie en biodivers vergroenen

Het klimaat verandert, waardoor we vaker te maken krijgen met extremen in het weer. Om de stad leefbaar te houden streeft de gemeente Meppel naar een klimaatbestendige leefomgeving. De gemeente Meppel wil de problematiek zover mogelijk terugdringen met diverse maatregelen op en aan de gebouwen en in de openbare ruimte. Het projectgebied moet daarom om kunnen gaan met heftige regenbuien, maar ook met perioden van droogte. Het regenwater dat valt wordt zoveel mogelijk vastgehouden en geborgen en pas als dat niet meer mogelijk is, wordt het afgevoerd (ontwerpen en realiseren volgens het principe vasthouden-bergen-afvoeren-infiltreren-gebruiken). De oplossingsrichtingen hiervoor zijn te vinden in een natuurlijke waterbalans, het stimuleren van biodiversiteit en het voorkomen van hittestress. 9.4.1.

Waterbalans

Het regenwater dient te worden gebruikt voor de bewatering van het aanwezige groen rondom, in of op/aan het gebouw. Dit principe sluit aan op de wens om het waterverbruik zoveel mogelijk te minimaliseren. Ook het minimaliseren van het gebruik van water voor kranen, toiletspoeling en douchekoppen door het toepassen van waterbesparende voorzieningen is hier onderdeel van. 9.4.2.

Hittestress

Naast wateroverlast dient hittestress zoveel mogelijk te worden voorkomen. Dit kan bijvoorbeeld door te zorgen voor schaduw en door te ventileren. Maatregelen en oplossingen in de vorm van het toevoegen van diverse verschijningsvormen van groen kunnen hierbij helpen, ook op en aan het gebouw. Tegelijkertijd kan dit soort maatregelen bijdragen aan het voorkomen van en anticiperen op droogte, het versterken van de stedelijke (hoofd)groenstructuur en de verrijking van de biodiversiteit. Er dient te worden onderzocht wat de PET-waarde (gevoelstemperatuur hitte) rond het gebouw is. Indien deze de kritische grens van >29 °C overschrijd, dienen additionele maatregelen op en rondom het gebouw te worden gerealiseerd, zoals: • vergroening van de gevels, daken en buitenruimte; • het gebruik van materiaal met een hoge albedo-factor (weerkaatsing) en een lage absorptiewaarde; • slimme zonweringen; • ventilatie; • duurzame koelsystemen (geen airc ’s d e warmte aar u te aze a rc ’s p h gte); • isolatie; • groen-blauwe daken en gevels; • (grote) gevelopeningen positioneren op het noorden.

2101019 – Vernieuwbouw Schouwburg Ogterop Meppel OGTEROP van Eisen 2101019 Ogterop – versie 04b Programma

Pagina 51 van 55 109

9.4.3.

9.6.

Biodiversiteit

Circulair bouwen

Voor biodiversiteit is het uitgangspunt om het leefgebied van reeds aanwezige soorten flora en fauna te behouden en te versterken. Huidig inheems groen met een goede toekomstverwachting wordt zo goed mogelijk ingepast in het ontwerp (zowel binnen als buiten). Nieuw groen is gevarieerd, inheems en lokaal en sluit bij voorkeur aan op wat diersoorten nodig hebben om te overleven. Groen op maaiveld (binnen de perceelgrenzen) kan bijdragen aan grondgebonden soorten en de groenbeleving. Beplanting in het gebouw is afgestemd op het binnenklimaat en draagt bij aan een gezonde leefomgeving.

Door de gemeente Meppel is specifiek de ambitie uitgesproken om circulair bouwen na te streven bij de vernieuwbouw van schouwburg Ogterop. Deze ambitie is onderstreept met het opnemen van een relevante stelpost binnen het taakstellende investeringsbedrag. Op deze wijze kan dit project worden ingezet als een pilot voor circulair opdrachtgeverschap en inkoopbeleid, waarbij de mogelijkheden worden onderzocht en uitgevoerd. De circulaire ambitie beperkt zich overigens niet tot de bouw alleen, maar bevat ook het circulair en duurzaam gebruik ná de vernieuwbouw.

Het gebouw draagt bij aan het behoud en het versterken van de biodiversiteit met locatiespecifieke, natuurinclusieve maatregelen die op basis van een ecologisch rapport zijn onderbouwd op basis van weten regelgeving en natuurwaarden. Dit betekent onder andere dat een erkend ecoloog een habitatscan maakt waarin aanbevelingen worden gedaan aan het ontwerpteam om te komen tot (minimaal) label B van NL Terrein Label. Hierin worden zowel de reeds aanwezige soorten flora en fauna als het potentieel voor plant- en diersoorten van de locatie en omgeving in beeld brengt. Voor ten minste een aantal soorten (en typen levensvormen) worden op of aan het gebouw integrale maatregelen uitgevoerd die van betekenis kunnen zijn voor natuurwaarden in de omgeving van Ogterop.

Het gaat bij circulair ontwerpen en bouwen onder andere om zo min mogelijk (of slim) gebruik te maken van fossiele grondstoffen en alternatieven geproduceerd met gerecycled- of secundair materiaal. Er zijn meerdere zichtbare (innovatieve) voorbeelden die de bezoekers bewust maken hoe het gebouw bijdraagt aan circulariteit.

9.4.4.

Dit raamwerk kijkt naar het optimale gebruik van materialen, water en energie terwijl het een positieve impact tracht te hebben op biodiversiteit, menselijke cultuur en maatschappij, gezondheid en welbevinden in het creëren van veelvuldige vormen van waarde. In toevoeging wordt ook gekeken naar een systeem dat veerkrachtig, transparant en eerlijk is. Het is binnen dit systeem van essentieel belang dat de beslissing voor één van de zeven karakteristieken geen negatieve effecten heeft op één van de anderen.

Beperken licht- en geluidoverlast

Tijdens de ontwerpfase wordt rekening gehouden met het voorkomen of beperken van licht- en geluidoverlast zowel tijdens de bouw als in de eindsituatie. Denk bij lichtoverlast aan de toepassing van kunstlicht (terreinverlichting tijdens de bouw en in de eindsituatie, aanlichten gebouw, reclame-uitingen et cetera) en het effect van zonlicht (lichtinval en weerkaatsing). De toegepaste verlichting dient faunavriendelijk te zijn. 9.5.

Gezondheid

Het gebouw is gezond voor zowel de bezoeker als de werknemers, bijvoorbeeld doordat: • het gebouw over (1 of) meerdere ruimten beschikt waar men kan ontspannen. Deze plaatsen kunnen zich zowel binnen als buiten het gebouw bevinden; • het gebouw/de buitenruimte zo is ontworpen dat fietsgebruik wordt gestimuleerd, door het realiseren van voldoende, goed verlichte en afsluitbare stallingsvoorzieningen dichtbij de entree. Ook kan worden gedacht aan (gescheiden) kleedruimten, inclusief kluisjes, (gescheiden) douches en verwarmde en geventileerde locatie waar natte kleding kan worden opgehangen om te drogen; • het gebruik van trappen wordt gestimuleerd door deze prominent (in het zicht) en centraal te positioneren; • de verdiepingen via vides en atria zichtbaar aan elkaar worden gekoppeld, waardoor het gebouw uitnodigt tot bewegen; • de buitenruimten overal zichtbaar zijn; • het klimaatconcept is gebaseerd op natuurlijke luchtstromen en bevochtiging; • er een hoge mate van daglichttoetreding in het gebouw is.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meppel&id=6cfc7737-c927-4249-8f8b-84821116a7a8