Bijlage 4 - Ontwerpbestemmingsplan de Wetering 2, Toelichting
Tekst van het document
Meppel - Buitengebied, herziening De Wetering 2 NL.IMRO.0119.DeWetering2-BPB1
Initiatiefnemer:
Familie Rooze
Planopsteller:
Omgevingsrecht Zuidema B.V.
Verbeelding:
Bragis B.V.
Inhoud Hoofdstuk 1 Inleiding ............................................................................................................. 1 1.1 Aanleiding .................................................................................................................... 1 1.2 Plangebied ................................................................................................................... 1 1.3 Huidig planologisch regime .......................................................................................... 1 1.4 Leeswijzer .................................................................................................................... 3 Hoofdstuk 2 Beschrijving van het plangebied ........................................................................ 4 Hoofdstuk 3 Gewenste situatie .............................................................................................. 5 Hoofdstuk 4 Beleid ................................................................................................................ 6 4.1 Rijksbeleid ................................................................................................................... 6 4.2 Provinciaal beleid .........................................................................................................
6 4.3 Gemeentelijk beleid ..................................................................................................... 9 Hoofdstuk 5 Planologische randvoorwaarden.......................................................................11 5.1 Geluid .........................................................................................................................11 5.2 Bodemkwaliteit ............................................................................................................11 5.3 Luchtkwaliteit ..............................................................................................................11 5.4 Externe veiligheid........................................................................................................12 5.5 Bedrijven en milieuzonering ........................................................................................14 5.6 Geurhinder veehouderij...............................................................................................17 5.7 Ecologie ......................................................................................................................18 5.8 Archeologie en Cultuurhistorie ....................................................................................19 5.9 Besluit milieueffectrapportage .....................................................................................21
5.10 Verkeer en parkeren .................................................................................................22 5.11 Water ........................................................................................................................23 Hoofdstuk 6 Juridische toelichting en planverantwoording ....................................................26 6.1 Juridische vormgeving ................................................................................................26 6.2 Opzet van de regels ....................................................................................................26 6.3 Wijze van bestemmen .................................................................................................26 Hoofdstuk 7 Uitvoerbaarheid ................................................................................................28 7.1 Economische uitvoerbaarheid .....................................................................................28 7.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ...............................................................................28 Bijlagen behorende bij de toelichting Bijlage 1 Erfinrichtingsplan Bijlage 2 Onderzoek externe veiligheid Bijlage 3 Aeriusberekening Bijlage 4 Uitgangspuntennotitie water Bijlage 5 Nota inspraak en overleg
Meppel – Buitengebied, herziening De Wetering 2
NL.IMRO.0119.DeWetering2-BPB1
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding Initiatiefnemers zijn voornemens nabij het Tolhuis De Knijpe, De Wetering 2 Meppel, op een agrarisch perceel, een recreatieterrein te realiseren. Er is reeds vooroverleg gevoerd met de gemeente Meppel. Bij brief van 19 februari 2021 is in principe medewerking uitgesproken voor het inrichten van een terrein voor 35-50 camperplaatsen met bijbehorende voorzieningen. Aan deze medewerking zijn voorwaarden verbonden. Deze voorwaarden zijn verwerkt in het plan en zover van toepassing verwoord in dit bestemmingsplan. Dit plan zal mogelijk gemaakt worden met een partiële herziening van het bestemmingsplan waarbij een deel van de agrarische bestemming zal worden herzien naar de bestemming ‘recreatie – verblijfsrecreatie’. Tevens wordt het bestemde woonerf De Wetering 2 meegenomen vanwege de betrokken omgevingsaspecten.
1.2 Plangebied Het plangebied is gelegen ten zuidoosten van Meppel. Het plangebied betreft de Wetering 2 en het weiland wat onderdeel is van het perceel De Wetering 2. In afbeelding 1.1 is het plangebied aangeduid met een rode belijning.
Afbeelding 1.1 Ligging van het plangebied aangeduid met rode belijning Bron: Topotijdreis.nl
1.3 Huidig planologisch regime De gronden van het plangebied vallen binnen het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ (vastgesteld 2009-09-03). In afbeelding 1.2 is een uitsnede van de bestemmingsplankaart gevoegd. Het plangebied is daarop met een rode lijn aangegeven. Hierin heeft het plangebied wat betreft de agrarische gronden de enkelbestemming ‘Agrarisch met waarden - Landschappelijke waarden’. Voor het ingerichte en bebouwde woonperceel Wetering 2 geldt de enkelbestemming ‘Wonen 1’. Het gehele bestemmingsvlak is daarbij aangeduid als bouwvlak.
Ontwerp 28 november 2023
Pagina 1
Meppel – Buitengebied, herziening De Wetering 2
NL.IMRO.0119.DeWetering2-BPB1
Ook geldt de gebiedsaanduiding ‘48 dB contour wegverkeerslawaai’ voor een smalle strook aan de noordzijde en een iets bredere strook aan de westzijde van het plangebied. Het zuidoostelijke puntje (minder dan 10 m²) van het plangebied is aangeduid met de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’. Voor deze gronden gelden regels waarbij bij een bepaalde omvang van te roeren grond sprake is van een onderzoeksplicht. In paragraaf 5.8 is dat nader verwoord.
Afbeelding 1.2 Uitsnede bestemmingsplankaart met aanduiding plangebied (rode belijning) Bron: ruimtelijkeplannen.nl
De bestemming ‘Agrarisch – landschappelijke waarden’ is mede gericht op behoud, herstel en ontwikkeling van de in dit gebied voorkomende; a. landschapswaarden in de vorm van het grillig kavelpatroon, verspreid liggende bebouwing, houtwallen en -singels, verspreid liggende bospercelen, steilranden, essen en rivierduintjes en daarmee samenhangende natuurwaarden in de vorm van flora en fauna die binnen deze landschapswaarden hun habitat hebben; b. cultuurhistorische waarden in de vorm van monumenten en archeologisch waardevolle gebieden. Op gronden bestemd tot ‘Agrarisch met waarden - Landschappelijke waarden’ is naast agrarisch grondgebied tevens o.a. kleinschalige dagrecreatieve voorzieningen toegestaan. Er zijn geen gebouwen toegestaan. Op gronden bestemd tot ‘Wonen’ is wonen in combinatie met aan-huis-verbonden beroepen/kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten tot ten hoogste categorie 1 en 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten toegestaan, alsmede niet-agrarische nevenfuncties in bestaande bebouwing. Het beoogde plan voor een kampeerterrein met bijbehorende voorzieningen, waaronder gebouwen, is daarmee niet bij recht toegestaan. Daarom is een partiële herziening van het bestemmingsplan gewenst. Daarnaast gelden er twee Paraplubestemmingsplan te weten ‘Paraplubestemmingsplan Parkeren’ en ‘Paraplubestemmingsplan woningsplitsing en woningomzetting’.
De regels parkeren zijn van toepassing voor dit plan. In paragraaf 5.9 is verwoord hoe aan deze regels voldaan kan worden.
Ontwerp 28 november 2023
Pagina 2
Meppel – Buitengebied, herziening De Wetering 2
NL.IMRO.0119.DeWetering2-BPB1
1.4 Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt de huidige situatie in het plangebied beschreven. De gewenste situatie in het plangebied wordt in hoofdstuk 3 beschreven. Vervolgens komt in hoofdstuk 4 het Rijks-, provinciale en gemeentelijk beleid aan de orde. In hoofdstuk 5 worden de omgevingsaspecten beschreven. Hoofdstuk 6 behandelt de juridische toelichting en planverantwoording. Hoofdstuk 7 beschrijft de uitvoerbaarheid van het plan.
Ontwerp 28 november 2023
Pagina 3
Meppel – Buitengebied, herziening De Wetering 2
NL.IMRO.0119.DeWetering2-BPB1
Hoofdstuk 2 Beschrijving van het plangebied Het plangebied omvat in hoofdzaak de onbebouwde agrarische gronden en tevens het bestemde woonerf de Wetering 2. Beide deelgebieden worden hieronder beschreven. Te ontwikkelen gebied Momenteel is het plangebied in hoofdzaak in gebruik als akkerbouwgrond. Langs de noordzijde loopt de weg de Wetering met aan de andere zijde de Hoogeveense Vaart. Langs de weg bevindt zich een bomenrij. Aan de zuidzijde wordt het plangebied begrensd door een sloot die parallel loopt aan de daarachter gelegen Omgelegde Hoogeveensche Vaart. Afbeelding 2.1 toont het plangebied gezien vanaf de oostzijde van het plangebied. Op het moment van de foto werden er aardappels verbouwd.
Afbeelding 2.1 aanzicht vanaf oostzijde plangebied Bron: googlemaps.nl
Er is een bestaande uitweg aan de noordzijde van het plangebied naar De Wetering. Woonerf Aan de oostzijde omvat het plangebied Tolhuis De Knijpe, wat een provinciaal monument is. Het Tolhuis is de woning en aan de oostzijde van het tolhuis is schuurruimte gesitueerd. Dit perceel is bestemd tot wonen. Het perceel is in eigendom van initiatiefnemers en wordt momenteel verhuurd voor bewoning. De cultuurhistorische waarde van het tolhuis berust op het feit dat het een representant is van de Drentse infrastructurele ontwikkelingen uit de tweede helft van de negentiende eeuw. Met dit plan zijn geen wijzigingen aan de bebouwing op dit woonerf beoogd.
Ontwerp 28 november 2023
Pagina 4
Meppel – Buitengebied, herziening De Wetering 2
NL.IMRO.0119.DeWetering2-BPB1
Hoofdstuk 3 Gewenste situatie De wens is de agrarische bestemming deels te herzien tot een recreatiebestemming om het recreatieterrein te kunnen realiseren en gebruiken. Met dit bestemmingsplan is tevens het bestemde woonerf de Wetering 2 meegenomen. Beide plandelen worden hieronder behandeld. Te ontwikkelen gebied De wens is een recreatieterrein voor 50 staanplaatsen aan te leggen. Daarbij zijn voorzieningen en een gebouw voor service en sanitair beoogd. Afbeelding 3.1 toont de gewenste situatie.
Afbeelding 3.1 uitsnede plan Bron Reuvers d.d. 28-11-2023
De staanplaatsen worden gecentreerd aan de noordzijde van het plangebied in twee stroken die worden gescheiden door een pad. Met de situering van het recreatieterrein is rekening gehouden met de monumentenbiotoop rond het tolhuis De Knijpe. De bestaande uitweg kan benut worden als toegang tot het recreatieterrein. Deze toegang wordt van een slagboom voorzien die met een inlogcode werkt. Daarnaast wordt er een camerasysteem aangelegd om het terrein te kunnen beheren op afstand. De zuidzijde van het plangebied wordt ingericht als bloemenweide met enkele maaipaden. Ook wordt er een wadi aangelegd ten behoeve van waterberging. De wadi houd de richting aan van de bestaande zware houtstructuur langs het kanaal. Dit deel blijft open vanwege de zichtlijnen die gerespecteerd moeten worden vanuit cultuurhistorische waarden. De bestaande bomenrij langs de noordzijde van het plangebied wordt binnen het plangebied versterkt met onderbeplanting. Het volledige landschappelijke inpassingsplan is bijgevoegd als bijlage bij de toelichting. De daarbij horende tekening is bij de regels gevoegd en de aanleg en instandhouding is voorwaardelijk verplicht gesteld. De doelgroep van het recreatieterrein zijn vooral het type ‘rustzoekers’ de welgestelde recreant op leeftijd die behoefte heeft aan rust en ruimte.
Woonerf Het groene woonerf met fraaie bomen blijven behouden, enkel de aangetaste fijnspar zal worden verwijderd. Met dit plan zijn geen wijzigingen aan de bebouwing beoogd en er worden geen nieuwe bouwmogelijkheden mogelijk gemaakt. Het woonerf wordt vanwege de motivering van de omgevingsaspecten meegenomen in dit bestemmingsplan. Het blijft in dit bestemmingsplan een regulier woonerf.
Ontwerp 28 november 2023
Pagina 5
Meppel – Buitengebied, herziening De Wetering 2
NL.IMRO.0119.DeWetering2-BPB1
Hoofdstuk 4 Beleid 4.1 Rijksbeleid NOVI De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee kan worden ingespeeld op de grote uitdagingen die voor ons liggen. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: • Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; • Duurzaam economisch groeipotentieel; • Sterke en gezonde steden en regio's; • Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is combinaties te maken en win-win situaties te creëren. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd.
Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Overwegingen rijksbeleid De voorgenomen ontwikkeling voorziet in het ontwikkelen van een toekomstbestendig landelijk gebied en leidt tot een sterke en gezonde regio en past daarmee binnen de prioriteiten van de NOVI. Conclusie Het plan past binnen de kaders van het Rijksbeleid.
4.2 Provinciaal beleid Omgevingsvisie Drenthe Op 28 september 2022 is de (geactualiseerde) Omgevingsvisie Drenthe vastgesteld. De omgevingsvisie is het strategische kader voor de ruimtelijk-economische ontwikkelingen van Drenthe tot 2030, met in sommige gevallen een doorkijk naar de periode daarna. De visie formuleert de belangen, ambities, rollen, verantwoordelijkheden en sturing van de provincie in het ruimtelijk domein.
Ontwerp 28 november 2023
Pagina 6
Meppel – Buitengebied, herziening De Wetering 2
NL.IMRO.0119.DeWetering2-BPB1
In de visie zijn vier wettelijk voorgeschreven provinciale planvormen samengenomen te weten de provinciale structuurvisie op grond van de Wet ruimtelijke ordening; het provinciaal milieubeleidsplan op grond van de Wet milieubeheer; het regionaal waterplan op grond van de waterwetgeving en het provinciaal verkeers- en vervoersplan op grond van de Plan verkeer en vervoer. Ruimtelijke kwaliteit en Bruisend Drenthe Ruimtelijke kwaliteit In de omgevingsvisie zijn de provinciale belangen benoemd, waarmee gemeenten rekening dienen te houden bij het beoordelen van bestemmingsplannen. Kernkwaliteiten vormen de basis voor het begrip ‘ruimtelijke kwaliteit’ en dit zijn kwaliteiten die bijdragen aan de identiteit en aantrekkelijkheid van Drenthe. Deze kernkwaliteiten zijn rust, ruimte, natuur en landschap; oorspronkelijkheid; noaberschap; kleinschaligheid; menselijke maat; en veiligheid. Deze worden op de kernkwaliteitenkaart weergegeven d.m.v. een aantal indicatoren te weten landschap; cultuurhistorie; aardkundige waarden; archeologie; rust en natuur. Onder ruimtelijke kwaliteit valt ook zorgvuldig ruimtegebruik en milieu- en leefomgevingskwaliteit. Kernkwaliteit landschap Het plangebied is voor indicator ‘landschap’ aangeduid als ‘Landschapstypen Esgehuchtenlandschap’ en ‘wegpanorama’. Van provinciaal belang zijn (eenmans)essen en beekdalen.
Het beleid is gericht op behoud van de open ruimte en het versterken van esrandbeplanting. De essentie van het begrip wegpanorama zit in het beleefbaar houden van de afwisseling tussen bebouwd en onbebouwd gebied. Kernkwaliteit cultuurhistorie Het plangebied heeft geen cultuurhistorische aanduiding. De Hoogeveense Vaart die ten noorden van het plangebied loopt heeft dat wel. Deze waterweg behoord tot de cultuurhistorische hoofdstructuur. Bepalend voor de hoofdstructuur in het gebied De Reest en Meppel is de waaier van waterlopen waartussen de randveentonginningen liggen met hun bebouwingslinten. Het gebied wordt gekenmerkt door wijds en open beekdal met daarin erven en esgehuchten met opgaande beplantingsranden als eilanden in die openheid. Kernkwaliteit Aardkundig erfgoed Het plangebied is voor de kernkwaliteit Aardkundige waarden aangeduid met het beschermingsniveau ‘generiek (aw)’. In deze gebieden wil de provincie de lokale, aardkundige kenmerken voor de toekomst bewaren. Er wordt verwacht van gemeenten dat ze in deze gebieden nagaan welke kenmerkende aardkundige waarden aanwezig zijn en dat ze hieraan bescherming geven via gemeentelijke bestemmingsplannen en plannen en initiatieven daarop beoordelen. Bij ontwikkelingen kunnen aardkundige kwaliteiten als inspiratiebron worden gebruikt.
Het plangebied bestaat uit beekeerdgronden; lemig fijn zand en maakt onderdeel uit van een vlakte van smeltwaterafzettingen. Kernkwaliteiten natuur, rust en archeologie Het plangebied is betreffende de kernkwaliteiten natuur, rust en archeologie niet voorzien van enige waarde aanduiding. Bruisend Drenthe De provincie heeft als missie het waarderen van de Drentse kernkwaliteiten en het ontwikkelen van een bruisend Drenthe, passend bij deze kwaliteiten. Ontwerp 28 november 2023
Pagina 7
Meppel – Buitengebied, herziening De Wetering 2
NL.IMRO.0119.DeWetering2-BPB1
Daarbij gaat het om economische ontwikkeling en werkgelegenheid door een dynamische, vitale en zichzelf vernieuwende regionale economie te stimuleren. Het gaat over het managen van de structurele bevolkingsdaling. Het gaat om het faciliteren van aantrekkelijke, gevarieerde en leefbare woonmilieus die voorzien in de woonvraag. Het gaat over het creëren van ‘robuuste’ stedelijke netwerken en over de verantwoordelijkheid nemen voor een leefomgeving die klimaatverandering aan kan. Het gaat over het ontwikkelen van duurzame energievoorzieningen, het ontwikkelen van duurzame en innovatieve mobiliteitsnetwerken. Maar ook natuur, biodiversiteit en het waarderen van verschillende landschapstypen zijn een belang van de provincie om Drenthe bruisend te maken en houden. Tot slot is hier de multifunctionaliteit van gebieden van belang, waar verschillende gebruiksfuncties samenkomen is een goede verweving van provinciaal belang. Provinciale omgevingsverordening Drenthe De Provinciale omgevingsverordening Drenthe geeft de randvoorwaarden voor het opstellen van ruimtelijke plannen. De verordening heeft onder meer als doel om de kernkwaliteiten van Drenthe te behouden en te versterken.
Als bij een ruimtelijk plan kernkwaliteiten betrokken zijn, moet in het ruimtelijk plan uiteengezet worden dat met het desbetreffende plan wordt bijgedragen aan behoud en ontwikkeling van de bij het plan betrokken kernkwaliteiten conform de provinciale ontwikkelingsvisie. Een ruimtelijk plan mag geen nieuwe activiteiten dan wel wijziging van bestaande activiteiten mogelijk maken die de kernkwaliteiten significant aantasten. In de provinciale omgevingsvisie is aangegeven dat men vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening zeer terughoudend is als het gaat om de uitbreiding van de bestaande bedrijfslocaties. Vestiging op een bedrijventerrein binnen stedelijk gebied en dan in het bijzonder op bedrijventerreinen, heeft de voorkeur. Daarbij is aangegeven dat indien verplaatsing niet mogelijk of onwenselijk is of als het bedrijf een gunstige invloed op de werkgelegenheid en daarmee op de vitaliteit van het landelijk gebied acht men uitbreiding verantwoord. Het provinciaal beleid betreffende de ontwikkeling van bedrijfslocaties is vastgelegd de ‘Regeling Vestiging solitairbedrijf in buitengebied’. Agrarische bedrijven en bedrijven binnen de sector recreatie en toerisme en overige functioneel aan het buitengebied verbonden bedrijvigheid is uitgesloten van het voornoemde beleid. Overwegingen provinciaal beleid Met dit plan wordt een recreatieterrein mogelijk gemaakt.
De vestiging van een bedrijf binnen de sector recreatie en toerisme is in beginsel toegestaan op grond van de provinciale verordening. In het landschappelijk inpassingsplan is rekening gehouden met de zichtlijnen vanaf de N851 waarmee het bestaande wegpanorama behouden blijft en de cultuurhistorische zichtlijnen open blijven. De opgaande beplantingsranden van het perceel worden versterkt, waarmee de waarden van de waaier van waterlopen met openheid en eilanden van begroeiing versterkt worden. Conclusie: Daarmee is dit plan in overeenstemming met het provinciaal beleid.
Ontwerp 28 november 2023
Pagina 8
Meppel – Buitengebied, herziening De Wetering 2
NL.IMRO.0119.DeWetering2-BPB1
4.3 Gemeentelijk beleid Nota van uitgangspunten Omgevingsvisie In deze nota van mei 2021 wordt aandacht besteed aan hoe de menselijke maat van Meppel en de kwaliteit van het buitengebied bewaard kunnen blijven, terwijl ondernemend wordt bijgedragen aan de woonopgave en bijbehorende verstedelijking. In het buitengebied vragen stedelijke opgaven zoals recreatie en energieopwekking ruimte. Trends en ontwikkelingen zijn samengebracht in vier ‘bewegingen’: 1. duurzaamheid 2. stad en land 3. vloeibare samenleving 4. technologisering. Structuurvisie Meppel 2030 ‘duurzaam verbinden’ Op 7 november 2013 heeft de gemeenteraad van Meppel de Structuurvisie Meppel 2030 ‘Duurzaam verbinden’ vastgesteld. De Structuurvisie geeft een kader voor de sociaalmaatschappelijke, economische en ruimtelijke ontwikkelingen in Meppel voor de komende twintig jaar. Het is een langetermijnvisie waarvan de planhorizon op 2030 ligt. De Structuurvisie dient als kader voor het opstellen van bestemmingsplannen en geeft richting aan ontwikkelingen die nu nog niet in bestemmingsplannen zijn vastgelegd. Voor het buitengebied wordt gesteld dat het huidige toeristisch-recreatieve aanbod in het buitengebied relatief beperkt is. Gestreefd wordt naar behoud van de samenhang en afleesbaarheid van het landschap en het benutten van de recreatieve, economische en ecologische potentie.
Toeristisch Recreatief Ontwikkelingsplan 2013-2018 Hoewel dit plan niet actueel is, werd in dit plan al gesignaleerd dat de vraag naar camperplaatsen stijgt. Het aantal overnachtingen van camperaars in Meppel was tussen 2007 en 2011 verdubbeld. Het verruimen van mogelijkheden om met een camper in Meppel te overnachten zijn zeer gewenst. Kadernotitie – Zo doen we Groen! Deze kadernotitie geeft de richting aan voor groen, natuur, landschap en water binnen de gemeente Meppel van 2015 tot 2030. In deze notitie valt het plangebied onder ‘Broekhuizen’. De ambitie voor dit deel van het buitengebied is dat Broekhuizen het verhaal van het esgehuchtenlandschap vertelt: historisch, kleinschalig en statig. Accenten voor de gewenste boerenlandnatuur liggen bij bosplantsoen en mantelzoom die bestaat uit bosjes, houtwallen en singels met ruige weideranden. Accenten liggen ook bij kruidenrijk grasland, water en natuurvriendelijke oevers, wegbeplanting en lanen en natuurlijke erven. Cultuurhistorische Inventarisatie en Waardenstelling ‘Uitbreidingswijken & Buitengebied’ te Meppel Het plangebied is gelegen in deelgebied B2 met waardering ‘topkwaliteit’.
In gebieden met topkwaliteit zijn gebieden en structuren opgenomen waar de cultuurhistorische en historischruimtelijke karakteristieken, objecten en structuren op zichzelf en in samenhang met elkaar een buitengewone historische waarde vertegenwoordigen voor de geschiedenis van de gemeente Meppel, Drenthe of zelfs Nederland als geheel.
Ontwerp 28 november 2023
Pagina 9
Meppel – Buitengebied, herziening De Wetering 2
NL.IMRO.0119.DeWetering2-BPB1
Echter is per deelgebied specifieker omschreven waarin de waarden gelegen zijn. Het plangebied behoort tot deelgebied ‘Rogat/Hoogeveense Vaart’. Daarvoor is van belang dat de historische Hoogeveense Vaart behouden blijft. Er wordt in de CHIW erkend dat de Omgelegde Hoogeveense Vaart veel historische structuren heeft doorbroken waarmee er niet in het gehele gebied een ‘topwaarde’ geldt. Beleidsvisie Externe Veiligheid gemeente Meppel Gemeente Meppel heeft een specifieke invulling gegeven aan beleidsvrijheid die bestaat in samenhang met geldende regelgeving van diverse overheden. Voor het buitengebied is bepaald dat overschrijding van de grenswaarde PR (10-6) voor kwetsbare objecten niet acceptabel is. Vestiging van BEVI inrichtingen zijn niet wenselijk en overschrijding van de oriënterende waarde Groepsrisico is ook niet wenselijk evenals een toename van het groepsrisico. Ook wordt er concreet gemaakt wat kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten zijn. Wanneer een object is bestemd voor 50 personen minimaal 40 uur per week is het een kwetsbaar object. Overwegingen gemeentelijk beleid Dit plan draagt bij aan het toeristisch-recreatieve aanbod in het buitengebied.
De vraag naar camperplaatsen stijgt en dit plan zorgt voor nieuwe camperplekken waarbij het ‘groen’ in het plangebied versterkt wordt door het versterken van de ondergroei van de bomenrij en het aanleggen van een kruidenrijk grasland op het zuidelijke deel van het plangebied. De bestaande cultuurhistorische waarden worden niet onevenredig aangetast. De bestaande waarden zoals het resterende deel van de oude Hoogeveense Vaart en de locatie en het tolhuis de Knijpe worden met dit plan niet aangetast. Er wordt voldoende afstand gehouden tot de van gemeentewege aangegeven monumentenbiotoop. Voor verdere uitwerking zie paragraaf 5.8. Het recreatieterrein wordt dusdanig ingericht dat de historische waarden en het landschap zichtbaar blijven. Het kampeerterrein is bestemd voor 50 plaatsen, waarmee het theoretisch mogelijk is dat er gedurende 40 uur meer dan 50 mensen aanwezig zijn op het kampeerterrein. Daarmee is het een kwetsbaar object. Uit onderzoek blijkt dat er geen toename van het groepsrisico plaatsvindt, paragraaf 5.4 besteedt hier nader aandacht aan. Conclusie Dit plan voldoet aan het gemeentelijk beleid.
Ontwerp 28 november 2023
Pagina 10
Meppel – Buitengebied, herziening De Wetering 2
NL.IMRO.0119.DeWetering2-BPB1
Hoofdstuk 5 Planologische randvoorwaarden Dit hoofdstuk bevat een inventarisatie van de verschillende omgevingsaspecten. Daarbij komen onder andere de volgende aspecten aan de orde: geluid, archeologie en cultuurhistorie, ecologie, externe veiligheid, bodemkwaliteit, luchtkwaliteit, water, milieuzonering bedrijfsactiviteiten en het Besluit Milieueffectrapportage. Dit hoofdstuk bevat een omschrijving van de uitgevoerde onderzoeken en de resultaten hiervan. Het plan omvat het herzien van de agrarische bestemming naar de bestemming ‘recreatie – verblijfsrecreatie’ waarmee een recreatieterrein mogelijk wordt gemaakt. De omliggende agrarische gronden behouden de agrarische bestemming. En zoals aangegeven is het bestemde woonerf de Wetering 2 in dit bestemmingsplan meegenomen. In dit hoofdstuk wordt met name de realisatie van het beoogde recreatieterrein behandeld. Het woonperceel en agrarische gronden worden enkel benoemd resp. behandeld zover van toepassing.
5.1 Geluid De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan of het nemen van een omgevingsvergunning indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. In het voorliggende plan worden, vanuit planologisch oogpunt, geen nieuwe geluidsgevoelige objecten mogelijk gemaakt. Daarmee is een nadere afweging niet nodig. Conclusie Het aspect ‘geluid’ vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit plan.
5.2 Bodemkwaliteit In het kader van de ruimtelijke kwaliteit dient gemotiveerd te worden dat de functies die worden toegelaten, passend worden geacht in relatie tot de bodemkwaliteit. Het perceel is nooit bebouwd geweest en in gebruik geweest als landbouwgrond. Daarbij zijn kampeermiddelen geen gevoelige functies. Er wordt verondersteld dat de bodemkwaliteit voldoende is voor een recreatieterrein. Conclusie Het aspect ‘bodem’ vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit plan.
5.3 Luchtkwaliteit Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese Unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Luchtkwaliteitsnormen vormen onder de Wet milieubeheer geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkeling als aannemelijk is dat aan één of een combinatie van de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. Er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde. b. Een project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit.
Ontwerp 28 november 2023
Pagina 11
Meppel – Buitengebied, herziening De Wetering 2
NL.IMRO.0119.DeWetering2-BPB1
c. Een project draagt slechts in ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging. d. Een project is opgenomen of past binnen het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of een regionaal programma van maatregelen. Van een verslechtering van de luchtkwaliteit in betekenende mate als bedoeld onder c is sprake indien zich één van de volgende ontwikkelingen voordoet: − woningbouw: minimaal 1.500 woningen netto bij 1 ontsluitende weg of minimaal 3.000 woningen bij 2 ontsluitende wegen; − infrastructuur: 3% concentratiebijdrage (verkeerseffecten gecorrigeerd voor minder congestie); − kantoorlocaties: minimaal 100.000 m² bruto vloeroppervlak bij 1 ontsluitende weg, minimaal 200.000 m² bruto vloeroppervlak bij 2 ontsluitende wegen. Blijkens de kaarten van de GCN en GDN, RIVM was ter hoogte van het plangebied in 2022 de waarde Fijnstof (PM10) ca.15 ug/m³. Op grond van de Wet milieubeheer geldt voor zwevende deeltjes (PM10), betreffende de bescherming van de gezondheid van de mens, een grenswaarde van 40 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie. Dit is ook de advieswaarde van de WHO. De huidige waarde fijnstof in deze omgeving is zodanig laag dat het aannemelijk is dat met dit plan geen sprake zal zijn van een feitelijke of dreigende overschrijding van de voornoemde grenswaarde.
Conclusie Het aspect ‘luchtkwaliteit’ vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit plan.
5.4 Externe veiligheid Externe veiligheid beschrijft de risico’s die ontstaan als gevolg van opslag of handelingen met gevaarlijke stoffen. Dit kan betrekking hebben op bedrijven, buisleidingen of transportroutes. Op deze categorieën is verschillende wet- en regelgeving van toepassing. Het huidige beleid voor inrichtingen (bedrijven) is afkomstig uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Voor buisleidingen geldt het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het externe veiligheidsbeleid voor transport van gevaarlijke stoffen staat in het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). In het kader van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), gelezen in samenhang met de regels omtrent externe veiligheid, moet worden onderzocht of er sprake is van aanwezigheid van risicobronnen in de nabijheid van de locatie waarop het Wro besluit betrekking heeft en dienen plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR) en de eventuele toename hiervan, te worden bepaald. Een beperkt kwetsbaar object in het kader van externe veiligheid is onder andere een kampeer- en recreatieterreinen voor verblijf van minder dan 50 personen. Een kampeer- en recreatieterreinen voor verblijf van meer dan 50 personen is in het kader van externe veiligheid een kwetsbaar object De risicokaart Nederland is nagezien op de aanwezigheid van bronnen in de omgeving van het plangebied.
Daarbij is de kaart nagezien op de aanwezigheid van inrichtingen met gevaarlijke stoffen, transportroutes (basisnet) over weg, spoor of water- en buisleidingen. Binnen een straal van 500 meter vanaf het plangebied is een aardgaswinlocatie gelegen en er loopt onder de Wetering een aardgastransportleiding van de Gasunie. Tevens ligt het plangebied binnen de invloedssfeer van de spoorlijn Meppel – Onnen en de Rijksweg A28.
Ontwerp 28 november 2023
Pagina 12
Meppel – Buitengebied, herziening De Wetering 2
NL.IMRO.0119.DeWetering2-BPB1
Aardgaswinlocatie De in zuidelijke richting gelegen NAM-locatie heeft geen PR-contour buiten het mijnbouwterrein. Daarnaast geldt dat deze locatie is gesloten en of deze weer opnieuw in bedrijf gaat, valt te betwijfelen. De locatie ernaast is waarschijnlijk bestemd geweest voor de affakkelinstallatie. Deze fakkelinstallatie is niet meer aanwezig. De mijnbouwlocatie levert geen belemmeringen op voor een kampeerterrein. Aardgastransportleiding – spoorlijn - Rijksweg Om de effecten van de ontwikkeling ten aanzien de risico’s van de aardgasleidingen, de spoorlijn en de Rijksweg in beeld te brengen is een onderzoek gedaan door AVIV B.V. Dat onderzoek bestaat uit een analyse en weergave van de externe veiligheidsrisico’s, waarop vervolgens de vereiste beoordeling volgens het besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en het besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) is gedaan. In de rapportage met nummer 235380 d.d. 22 juni 2023 is voornoemde verwoord en daarop zijn de groepsrisicoresultaten verantwoord. Het volledige rapport is bij gevoegd als bijlage. In het rapport wordt geconcludeerd dat: “Aardgasbuisleiding Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico vormt geen belemmering voor de ontwikkeling van de planlocatie. Groepsrisico Het groepsrisico is kleiner dan 10% van de oriëntatiewaarde, dat ontstaat door de toekomstige ontwikkeling.
Volstaan kan worden met een beperkte verantwoording van het groepsrisico. De onderdelen a en b van deze verantwoording staan uitgewerkt in hoofdstuk 5. Belemmeringenstrook De belemmeringenstrook legt geen beperkingen op aan de planlocatie. Rijksweg A28 De planlocatie ligt ruimschoots buiten de 200 m ter verantwoording van het groepsrisico. Wel ligt de planlocatie binnen het invloedsgebied van onder andere het transport van toxische gassen (stofcategorie GT4) van meer dan 4 km. Het volstaat om conform artikel 7 van het Bevt in te gaan op zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid. Het bestuur van de veiligheidsregio dient in de gelegenheid te worden gesteld om advies uit te brengen. Spoorlijn Meppel - Onnen De planlocatie ligt ruimschoots buiten de 200 m ter verantwoording van het groepsrisico. Wel ligt de planlocatie binnen het invloedsgebied van het transport van toxische vloeistoffen (stofcategorie D4) van meer dan 4 km. Het volstaat om conform artikel 7 van het Bevt in te gaan op zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid. Het bestuur van de veiligheidsregio dient in de gelegenheid te worden gesteld om advies uit te brengen.” De doelgroep van het recreatieterrein worden geacht zelfredzaam te zijn. Tevens is er de mogelijkheid om van de gasleiding weg te vluchten in geval van nood richting de weg de Wetering die langs het plangebied aan de zuidwestzijde loopt.
Conclusie Het aspect ‘externe veiligheid’ vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit plan. Ontwerp 28 november 2023
Pagina 13
Meppel – Buitengebied, herziening De Wetering 2
NL.IMRO.0119.DeWetering2-BPB1
5.5 Bedrijven en milieuzonering Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stelt zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende activiteiten zoals landbouw en recreatiebedrijven enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en verblijfsrecreatie anderzijds. De beoogde recreatiefunctie is een milieubelastende en milieugevoelige functie. De bestaande woning De Wetering 2 is een milieugevoelige functie. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar.
De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De afstanden worden gemeten van bestemmingsgrens tot bestemmingsgrens. Externe werking Hierbij gaat het met name om de vraag of de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling leidt tot een situatie die, vanuit hinder of gevaar bezien, in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Daarvan is sprake als het woon- en leefklimaat van omwonenden ter hoogte van een woonbestemming of de bedrijfsvoering van nabij gelegen bedrijfsbestemming in ernstige mate wordt aangetast. Richtafstanden kampeerterrein Volgens de handreiking ‘Bedrijven en milieuzonering’ zijn ‘Kampeerterreinen, vakantiecentra, ed. (met keuken) (SBI 2008 553,552) aangeduid als milieucategorie 3.1. Daarbij geldt een maximale hinderrichtafstand van 50 meter gebaseerd op de hinderfactor geluid. Voor de hinderfactoren geur en gevaar geldt een hinderrichtafstand van 30 meter en voor stof 0 meter. Er kan gemotiveerd worden afgeweken van de algemene hinderrichtafstanden. De aangegeven milieucategorie is gebaseerd op kampeerterrein in het algemeen, waarbij sprake is van voorzieningen zoals horeca en zwembad. In dit geval is sprake van een kampeerterrein met weinig voorzieningen. De voorzieningen zijn beperkt tot de basisvoorzieningen.
Er is geen mogelijkheid voor horeca en/of een zwembad. Daarmee kan gesteld worden dat in dezen een lagere milieucategorie 2 van toepassing is. Daarbij is sprake van een hinderafstand van 30 meter. In onderstaande beoordeling is uitgegaan van deze hinderrichtafstand. Nabijgelegen woonbestemmingen Er wordt een bedrijfsactiviteit (recreatie) toegevoegd welke een belemmering kan zijn ten aanzien van nabijgelegen woonbestemmingen. Het dichtstbijzijnde bestemde woonperceel is de Wetering 2. Dit bestemde woonerf is meegenomen in het plangebied om de voornoemde afstand te waarborgen. Hieronder gaan wij nader in op de afstanden tot deze woonpercelen.
Ontwerp 28 november 2023
Pagina 14
Meppel – Buitengebied, herziening De Wetering 2
NL.IMRO.0119.DeWetering2-BPB1
Vervolgens is De Wetering 1 de meest dichtbij gelegen woonbestemming. De afstand van het bestemde woonperceel de Wetering 1 tot het plangebied is 48 meter. De afstand van de Wetering 1 tot de gewenste recreatiebestemming bedraagt zelfs 62 meter. Er wordt voldaan aan de hinderrichtafstand van 30 meter. Andere bestemde woonpercelen zijn op ruime afstand van het plangebied gelegen. Waarmee op voorhand duidelijk is dat aan de algemene hinderrichtafstand wordt voldaan. Daarmee is voor die woonpercelen sprake van een goed woon- en leefklimaat De Wetering 2: Met dit bestemmingsplan is de recreatiebestemming gesitueerd op ca. 7 meter van het bestemmingsvlak wonen. In de huidige planologische situatie kunnen binnen het bestemmingsvlak wonen gebouwen worden gebouwd. Deze gebouwen zouden gevoelige functies kunnen omvatten. Om te voorkomen dat binnen 30 meter van de recreatiebestemming, met vergunning danwel vergunningsvrij, gevoelige functies kunnen worden gerealiseerd, worden de bouwrechten van het oostelijke onbebouwde deel van het bestemmingsvlak wonen belemmerd. Voor deze gronden is met dit bestemmingsplan specifiek bepaald dat deze bij recht niet bebouwd mogen worden. Ook is specifiek aangegeven dat er geen sprake is van erf in de zin van bijlage 2 van het Besluit omgevingsrecht.
Met deze wijze van bestemmen, waarbij de afstand tussen de beoogde recreatiebestemming en de te bouwen gronden met een woonbestemming geborgd wordt, is alsnog sprake van 30 meter afstand en is sprake van een goed woon- en leefklimaat. Nabijgelegen bedrijfsbestemmingen De woning De Wetering 2 kan met dit bestemmingsplan niet dichter op een bestaande bedrijfsbestemming in de omgeving worden gebouwd dan op grond van het geldende bestemmingsplan reeds is toegestaan. Daarmee kunnen omliggende bedrijven met deze herziening van het bestemmingsplan vanwege het woonperceel de Wetering 2 niet (extra) belemmerd worden. Het effect van de nabijgelegen bedrijfsbestemmingen ten opzichte van het recreatieterrein is hieronder overwogen. Betreft de nabijgelegen agrarische bedrijfsbestemmingen (veehouderij) geldt naast milieuzonering tevens de wet geurhinder en veehouderij, deze is nader overwogen in paragraaf 5.6. Interne werking Hierbij gaat het om de vraag of de nieuwe functie hinder ondervindt van bestaande functies in de omgeving. In dit geval moet het recreatieterrein ook als een milieugevoelige functie worden gezien. En kan daarmee sprake zijn van een aantasting van het leefklimaat (lees bedrijfsvoering) van omliggende bedrijfsbestemmingen. In de omgeving van het plangebied (straal 400 meter) zijn een aantal (agrarische) bedrijven gelegen. Deze zijn vermeld in onderstaande tabel.
Adres De Veltkamp 1 De Veltkamp 3 De Wetering 3
Ontwerp 28 november 2023
Bestemming/aanduiding Bedrijfsomschrijving (Sbi-code 2018) Agrarische doeleinden/ Varkenshouderij intensieve veehouderij (0146) Bedrijf/ aardgas-winlocatie Aardoliewinputten (061-1) Agrarisch met waarden Rundveehouderij (grondgebonden) (0141,0142)
Hinderrichtafstand (Milieucategorie) 200 meter (4.1) 200 meter (4.1) 100 meter (3.2)
Pagina 15
Meppel – Buitengebied, herziening De Wetering 2
NL.IMRO.0119.DeWetering2-BPB1
Tabel 2: tabel nabij gelegen bedrijven
De Veltkamp 1 In het bestemmingsplan buitengebied is het perceel bestemd tot agrarische doeleinden. Ter hoogte van en ten westen van de bestaande bebouwing is voorzien in een bouwvlak agrarisch met aanduiding intensieve veehouderij. We zijn uitgegaan van de maximale planologische mogelijkheden. Onder de intensieve veehouderij gelden de grootste hinderfactoren voor het ‘fokken en houden van varkens’ (SBI 2008, 0146) en activiteit ‘fokken en houden van pluimvee’ (SBI 2008, 01476). Deze veehouderijen worden aangemerkt als categorie 3.2 met een hinderrichtafstand van 200 meter. Deze algemene hinderrichtafstand is gebaseerd op de grootste hinderfactor geur. Voor de hinderfactoren geluid is de hinderafstand bepaald op 50 meter. Voor de hinderfactor stof is de hinderafstand bepaald op 30 meter. Voor de hinderfactor gevaar is de hinderafstand bepaald op 0 meter.
Afbeelding 4.1 ligging intensieve veehouderij ten opzichte van plangebied Bron: mapsdirections.info en ruimtelijkeplannen.nl
In afbeelding 4.1 is de afstand van 200 meter gemeten vanaf het uiterste punt van het agrarische bouwvlak verbeeld. De beoogde recreatiebestemming is gesitueerd op de bedoeld 200 meter lijn. Daarmee kan de bedrijfsvoering met dit plan niet worden belemmerd en is sprake van een goed woon- en leefklimaat. Uit gemeentelijke milieugegevens blijkt dat er sprake is van een omgevingsvergunning beperkte milieutoets (OBM) en bijbehorende melding activiteitenbesluit. Het gaat daarbij om rechten voor de volgende dieren: • 918 stuks vleesrundvee (A4 en A6); • 11 stuks paarden 3 jaar of ouder; • 5 stuks volwassen pony’s 3 jaar of ouder.
Ontwerp 28 november 2023
Pagina 16
Meppel – Buitengebied, herziening De Wetering 2
NL.IMRO.0119.DeWetering2-BPB1
Voor een paardenhouderij en rundveehouderij geldt een lagere milieucategorie, en kleinere hinderrichtafstanden dan waarmee in dezen is gerekend. De Veltkamp 3 De gaswinlocatie omvat twee bestemmingsvlakken bedrijf. Uit gemeentelijke milieugegevens blijkt dat het een NAM-locatie betreft welke is gesloten en de fakkelinstallatie is niet meer aanwezig. Daarbij is aangegeven dat het niet aannemelijk is dat deze weer in bedrijf komt. Op basis van voornoemde is er geen sprake meer van een bedrijfsvoering welke belemmerd kan worden en is sprake van een goed woon en leefklimaat. De Wetering 3 In het bestemmingsplan Meppel - Buitengebied, herziening De Wetering 3 is dit bedrijfsperceel bestemd tot agrarisch met waarden - Landschappelijke waarden’. Ter hoogte van de bestaande bebouwing is voorzien in een bouwvlak. Op grond van dat bestemmingsplan is ter plaatse een grondgebonden veehouderij (inclusief paardenfokkerij), akkerbouw en vollegrondstuinbouw alsmede intensieve kwekerij toegestaan. Er is uitgegaan van de maximale planologische mogelijkheden. Binnen de voornoemde gebruiksmogelijkheden geeft het ‘fokken en houden van rundvee’ (SBI 2008, 0141, 0142) met milieucategorie 3.2 de grootste hinderafstand te weten 100 meter. Blijkens gemeentelijke gegevens is hier ook sprake van rundveehouderij in de vorm van een melkveehouderij.
De afstand tussen het agrarische bouwvlak en de recreatiebestemming bedraagt ca.155 meter. Daarmee wordt er voldaan aan de hinderrichtafstand en kan de bedrijfsvoering niet worden belemmerd en is sprake van een goed woon- en leefklimaat. Gezondheid Het plangebied is gelegen in de nabijheid van een bestemd agrarisch bedrijfsperceel welke is aangeduid voor intensieve veehouderij. Intensieve veehouderij kan tot gezondheidsrisico’s leiden. Mogelijke gezondheidsklachten kunnen ontstaan door: • Infectieziekten die van dieren op mensen kunnen overgaan (zoönosen). • Fijnstof en endotoxinen • Stankoverlast Het aanduidingsvlak ‘intensieve veehouderij’ ter hoogte van De Veltkamp 1 is gelegen op 200 meter van de beoogde recreatiebestemming. Blijkens de milieuvergunning zijn de stallen die het dichtst bij het kampeerterrein gesitueerd zijn, voorzien van mechanische ventilatie. De ventilatiebehoefte wordt computergestuurd door een klimaatcomputer. Daarbij is sprake van een open landschap. Daarmee is de kans op voornoemde gezondheidsklachten beperkt te noemen. Conclusie Het aspect ‘milieuzonering’ vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit plan.
5.6 Geurhinder veehouderij De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) beschermt geurgevoelige objecten tegen de geurhinder van dierenverblijven van veehouderijen. De Wgv geeft regels betreffende de aan te houden afstanden tussen gevoelige objecten veehouderijen. Daarbij moet worden opgemerkt dat gemeten wordt vanaf het emissiepunt
Ontwerp 28 november 2023
Pagina 17
Meppel – Buitengebied, herziening De Wetering 2
NL.IMRO.0119.DeWetering2-BPB1
van de betreffende veestalling tot de gevel van het geurgevoelige object. In het buitengebied geldt een vaste richtafstand van 50 meter. Volgens artikel 1 Wgv is een geurgevoelig object een gebouw dat is bestemd voor en geschikt om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf. Het gebouw moet hiervoor permanent of op een daarmee vergelijkbare wijze worden gebruikt. In de jurisprudentie is het begrip geurgevoelig object nader verduidelijkt. Om te beginnen wat onder gebouw verstaan moet worden. De uitspraak ABRvS, 201205798/1/R4, 3 juli 2013, gaat over een passantenhaven. Daarin is uitgesproken dat alleen de gebouwen van de passantenhaven bescherming krijgen. Aangegeven is "Anders dan [appellant] betoogt, is de passantenhaven niet in zijn geheel een geurgevoelig object in de zin van de Wet geurhinder en veehouderij. Ingevolge artikel 1 van die wet zijn geurgevoelige objecten immers gebouwen en ingevolge artikel 3, lid 3.2.1, onder a, van de planregels dienen gebouwen binnen het bouwvlak te worden gebouwd. Uit de aangehaalde planregels volgt dat het plan slechts binnen de bouwvlakken voorziet in de bouw van geurgevoelige objecten.". Op basis daarvan concluderen wij dat het beoogde kampeerterrein niet aangemerkt worden als geurgevoelig object. Met dit plan is een gebouw voor sanitaire voorzieningen voorzien.
In dit object zullen personen slechts een beperkt deel van de dag verblijven en is dit gebouw niet aangemerkt als een geurgevoelig object. Zoals aangegeven is met dit plan tevens het bestaande woonperceel De Wetering 2 meegenomen. Er is daarbij reeds sprake van een bestaande woning van derden. Daarin komt met dit plan geen verandering. Conclusie Het aspect ‘geurhinder veehouderij’ vormt op basis van het voornoemde geen belemmering voor de uitvoering van dit plan.
5.7 Ecologie Bescherming in het kader van de natuur wet- en regelgeving is op te delen in gebieds- en soortenbescherming. Bij gebiedsbescherming heeft men te maken met de Wet natuurbescherming en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Soortenbescherming gaat uit van de bescherming van dier- en plantensoorten. Sinds 1 januari 2017 is het wettelijk kader ten aanzien van gebieds- en soortenbescherming vastgelegd in de Wet natuurbescherming. Gebiedsbescherming Natura 2000 is een samenhangend netwerk van natuurgebieden in Europa. Natura 2000 bestaat uit gebieden die zijn aangewezen in het kader van de Europese Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en gebieden die zijn aangemeld op grond van de Europese Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Deze gebieden worden in Nederland op grond van de Wet Natuurbescherming beschermd. Om de effecten van de ontwikkeling ten aanzien van Natura 2000-gebieden in beeld te brengen, is er een stikstofberekening met behulp van het programma Aerius uitgevoerd door Bureau Biota.
Ontwerp 28 november 2023
Pagina 18
Meppel – Buitengebied, herziening De Wetering 2
NL.IMRO.0119.DeWetering2-BPB1
In het rapport van 21 maart 2023 met nummer 2023-040 wordt geconcludeerd dat: ‘Tijdens de realisatiefase wordt onder de genoemde aannames, en met soms ruime overschattingen van de te verwachten werkelijkheid, geen depositie van stikstof boven de 0,00 mol/ha/jr. verwacht op stikstofgevoelige delen van omliggende Natura 2000 terreinen. Bij de eindsituatie wordt onder de genoemde aannames geen depositie van stikstof boven de 0,00 mol/ha/jr. verwacht op stikstofgevoelige delen van omliggende Natura 2000 terreinen. Omdat op basis van de uitgevoerde calculaties in de doorgerekende situatie geen depositie van stikstof op Natura 2000 gebieden wordt verwacht, zijn geen negatieve effecten van stikstofdepositie door de voorgenomen plannen op Natura 2000 gebied te verwachten. Onder de condities beschreven in deze memo is dan ook geen vergunning van de Wet natuurbescherming voor het onderdeel Gebiedsbescherming nodig voor eventuele effecten van stikstof.’ Soortbescherming Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient te worden getoetst of er sprake is van negatieve effecten op de aanwezige natuurwaarden. Als hiervan sprake is, moet er worden bekeken of hier een vrijstelling voor geldt anders moet er een ontheffing worden gevraagd.
In het kader van de algemene zorgplicht zal voor aanvang van de werkzaamheden een broedvogelcheck gedaan worden, indien er werkzaamheden binnen het broedseizoen worden aangevangen. Conclusie Het aspect ‘ecologie’ vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit plan.
5.8 Archeologie en Cultuurhistorie Archeologie Op grond van de Erfgoedwet dient er in ruimtelijke plannen rekening gehouden te worden met archeologische waarden. In de Erfgoedwet is bepaald dat gemeenten een archeologische zorgplicht hebben en dat initiatiefnemers van projecten waarbij de bodem wordt verstoord, verplicht zijn rekening te houden met de archeologische relicten die in het plangebied aanwezig (kunnen) zijn. Hiervoor is onderzoek noodzakelijk: het archeologisch vooronderzoek. Als blijkt dat in het plangebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan kan de initiatiefnemer verplicht worden hiermee rekening te houden. Dit kan leiden tot een aanpassing van de plannen, waardoor de vindplaatsen behouden blijven, of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten. De gemeente Meppel heeft de archeologische waarde verwerkt in het bestemmingsplan. Op basis van het bestemmingsplan heeft het plangebied voor het zuidwestelijk puntje een dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie'. Het betreft een grondoppervlak van ca 9 m². Het overige deel van het plangebied bevat geen archeologische aanduiding. De (aanleg) regels die gelden voor deze archeologische bestemming zijn niet van toepassing voor ingrepen met een oppervlakte minder dan 500 m².
Zoals aangegeven is de omvang van gronden met deze dubbelbestemming zeer beperkt en daarmee is er geen archeologisch onderzoek vereist.
Ontwerp 28 november 2023
Pagina 19
Meppel – Buitengebied, herziening De Wetering 2
NL.IMRO.0119.DeWetering2-BPB1
Op grond van de Erfgoedwet geldt ten aller tijde een algemene zorgplicht. Dat betekent dat toevalsvondsten dienen te worden gemeld bij het bevoegd gezag. Cultuurhistorie Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden bedoeld die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. Gemeente Meppel heeft uitgangspunten opgesteld voor het behoud van het provinciale monument PM1-0165: “Het plangebied wordt omsloten door De Wetering, de Hoogeveense Vaart en de Omgelegde Hoogeveensche Vaart. In het noordwesten aan De Wetering 2 ligt het Tolhuis ‘De Knijpe’, Het tolhuis is een Provinciaal monument. De cultuurhistorische waarde van het tolhuis rust op het feit dat het een representant is van de Drentse infrastructurele ontwikkelingen uit de tweede helft van de negentiende eeuw. Het tolhuis is o.a. van provinciaal belang door ‘de relatie tot de redelijke mate van gaafheid van de directe omgeving met de voormalige tolweg en de Hoogeveense Vaart’. De locatie is onderdeel van een grote brede landschappelijke zone van de Hoogeveense Vaart. Op de plek waar deze eind 80er jaren een nieuwe richting krijgt.
De driehoekige ‘tip’ tussen de oude landschappelijke lijn van de Hoogeveense Vaart, De Wetering, en de Omgelegde Hoogeveensche Vaart maakt het landschap leesbaar. Vooral ook omdat de grote populieren doorlopen langs de noordzijde en daar een coulisse vormen. Vanuit het westen zijn zichtlijnen het gebied in van belang. De brug met opgangen maakt onderdeel uit van de landschapscompositie. Om de cultuurhistorische waarden, ensemblewaarde en gaafheid/authenticiteit te borgen dient de monumentenbiotoop, een buffer bij ruimtelijke ontwikkelingen, gerespecteerd te worden. Met name de ruimte achter en ten zuiden van het monument dient vrij te blijven. Zo blijft de relatie met de het tolhek, de vaarroute, het kruispunt en De Wetering intact. Deze onderdelen maken deel uit van de provinciale waarde van het monument. Idealiter wordt de noordelijke boomwal (ten oosten van De Knijpe) dikker aangezet zodat de samenhang tussen De Wetering, oude Hoogeveense Vaart en achterliggend tolhuis beleefbaar blijft.” Overweging Het landschappelijk inpassingsplan is ontworpen met inachtneming van bovenstaande uitgangspunten. De boomwal langs de Wetering wordt aangezet met onderbeplanting, zodat de samenhang verbeterd. De monumentenbiotoop wordt daarmee beschermd. Conclusie Het aspect ‘Archeologie en Cultuurhistorie’ vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit plan.
Ontwerp 28 november 2023
Pagina 20
Meppel – Buitengebied, herziening De Wetering 2
NL.IMRO.0119.DeWetering2-BPB1
5.9 Besluit milieueffectrapportage De milieueffectrapportage is een wettelijk instrument met als doel het aspect milieu een volwaardige plaats in de integrale afweging te geven. Een bestemmingsplan kan op drie manieren met milieueffectrapportage in aanraking komen: 1. Op basis van artikel 7.2a, lid 1 Wm (als wettelijk plan); Er ontstaat een m.e.r.-plicht wanneer er een passende beoordeling op basis van art. 2.8, lid 1 Wet natuurbescherming nodig is. 2. Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 3); Er ontstaat een m.e.r.-plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 3 (plannen). 3. Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 4); Er ontstaat een m.e.r.-(beoordelings)plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 4 (besluiten). In het Besluit m.e.r. neemt het bestemmingsplan een bijzondere positie in, want het kan namelijk tegelijkertijd opgenomen zijn in zowel kolom 3 als in kolom 4 van het Besluit m.e.r.. Of het bestemmingsplan in deze gevallen voldoet aan de definitie van het plan uit kolom 3 of aan de definitie van het besluit uit kolom 4 is afhankelijk van de wijze waarop de activiteit in het bestemmingsplan wordt bestemd.
Als voor de activiteit eerst één of meerdere uitwerkings- of wijzigingsplannen moeten worden vastgesteld dan is sprake van ‘kaderstellend voor' en voldoet het bestemmingsplan aan de definitie van het plan. Is de activiteit geheel of gedeeltelijk als eindbestemming opgenomen voldoet het aan de definitie van het besluit. Een belangrijk element in het Besluit m.e.r. is het (in feite) indicatief maken van de gevalsdefinities (de drempelwaarden in kolom 2 in de D-lijst). Dit betekent dat het bevoegd gezag meer moet doen dan onder de oude regelgeving. Kon vroeger worden volstaan met de mededeling in het besluit dat de omvang van de activiteit onder de drempelwaarde lag en dus geen m.e.r. (beoordeling) noodzakelijk was, onder de nu geldende regeling moet een motivering worden gegeven. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. Overweging Het gehele plangebied wordt voorzien van directe eindbestemmingen waardoor het voldoet aan de definitie van een 'besluit' als bedoeld in het Besluit m.e.r. Dit betekent dat dit bestemmingsplan m.e.r.-(beoordelings)plichtig is indien activiteiten mogelijk worden gemaakt die genoemd worden in onderdeel C of D van het Besluit m.e.r. en de daarin opgenomen drempelwaarden overschrijden.
In het voorliggende geval is geen sprake van activiteiten die op grond van onderdeel C van het Besluit milieueffectrapportage m.e.r.-plichtig zijn. Wel is sprake van een activiteit die is opgenomen in onderdeel D van het Besluit m.e.r., namelijk: 'de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen'. Aangezien hier in dit geval sprake van is dient te worden getoetst of sprake is van m.e.rbeoordelingsplicht. Hier is sprake van indien de activiteiten de volgende drempelwaarden uit onderdeel D overschrijden: • een oppervlakte van 100 hectare of meer, • een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of
Ontwerp 28 november 2023
Pagina 21
Meppel – Buitengebied, herziening De Wetering 2
•
NL.IMRO.0119.DeWetering2-BPB1
een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer.