CConstaterende datMeppel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 Bestemmingsplan (toelichting, regels & verbeelding)

1 - RAADSVERGADERING 22 juni 2023, gemeente MeppelBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan 'Meppel - Binnenstad, herziening Kruisstraat 6 e.o.'25.409 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

4.4.8 Beleidsvisie externe veiligheid (2014) Op 15 januari 2009 heeft de gemeenteraad de ‘Beleidsvisie Externe Veiligheid Gemeente Meppel’ vastgesteld. Dit beleid is in 2014 geactualiseerd. Het doel van de beleidsvisie is om een duidelijk kader te geven voor het omgaan met risico's en externe veiligheid. De visie geeft aan waar ontwikkelingen mogelijk zijn en onder welke voorwaarden. De visie behandelt externe veiligheid rond inrichtingen, transportroutes en buisleidingen. In paragraaf 5.8 wordt meer concreet ingegaan op het aspect externe veiligheid in het plangebied.

28

Bestemmingsplan URZO-locatie

Gemeente Meppel

De visie richt zich op verschillende gebiedstypes. Het plangebied valt onder het gebiedstype ‘Binnenstad en centrum’. Het betreft een menging van functies: winkelcentrum, kantoren, horeca en wonen. De binnenstad wordt globaal begrensd door de Reest, het Meppelerdiep, de Buitenhaven, Mallegat, Ceintuurbaan en de spoorlijn. Het centrum omvat het winkelgebied in de binnenring. Hier zullen overdag een groot aantal mensen werken en winkelen. ’s Avonds zullen er mensen de horeca bezoeken en wonen. De gemeente Meppel wil haar burgers een zo veilig mogelijke woonomgeving bieden en in de binnenstad en centrum worden daarom geen bedrijven toegelaten die een extern veiligheidsrisico veroorzaken. In de binnenstad en het centrum zijn dergelijke bedrijven ook nu niet aanwezig. Omdat er in de binnenstad geen sprake is van bedrijven die de veiligheid in het geding stellen en het plan dat ook niet mogelijk maakt, is het externe veiligheidsbeleid niet relevant voor onderliggende ontwikkeling.

4.4.9 Welstandsnota Binnenstad & Centrumschil en Cultuurhistorische Inventarisatie en Waardenstelling Het plangebied valt binnen 'Gebied 1 Binnenstad' van de welstandsnota, welke is vastgesteld op 24 april 2014. Op de volgende afbeelding is een uitsnede uit de kaart met gebiedsindelingen gegeven.

Uitsnede indeling welstandsgebieden Meppel.

In het geval van de historische binnenstad zijn de ruimtelijke samenhang en de ruimtelijke kwaliteit sterk aangetast, maar is de betekenis van het gebied voor de geschiedenis van Meppel zó groot, en zijn de waarden van meerdere objecten en deelgebieden zo hoog, dat dit gebied toch ingedeeld is in de categorie topkwaliteit. Onderliggend plangebied maakt hier onderdeel van uit. Het ruimtelijk beleid van de historisch-ruimtelijke en cultuurhistorische karakteristieken, op het niveau van de gebieden als geheel, de waardevolle ensembles, objecten en structuren in deze gebieden is primair gericht op bescherming, behoud en herstel. Bij een verstoring van de als waardevol aangegeven gebieden, ensembles, objecten en structuren wordt gestreefd naar herstel van deze historische karakteristieken. De vormgeving van nieuwe architectuur dient in sterke samenhang met de omgeving plaats te vinden. Vertaling in het plan Gezien de ligging van het plangebied dienen de cultuurhistorische waarden binnen het plangebied en in de omgeving gerespecteerd te worden. Binnen het plangebied bevinden zich monumenten. Deze blijven behouden. De nieuwbouw is hier op afgestemd door de historische rooilijnen van de bebouwing te respecteren en de bouwhoogten en vormgeving af te stemmen op de omgeving. Om voorgaande te 29

Bestemmingsplan URZO-locatie

Gemeente Meppel

borgen is een beeldkwaliteitplan opgesteld voor het plangebied. Dit beeldkwaliteitplan vormt het toetsingskader voor de verdere uitwerking van de plannen.

4.5 Conclusie Voorliggend initiatief is in lijn met relevant ruimtelijk beleid. Met de realisatie van woningen en een commerciële plint wordt op een duurzame wijze invulling gegeven aan een kwalitatieve en kwantitatieve (woning)behoefte. Belangrijk daarbij is de afstemming op de geldende cultuurhistorische waarden van de binnenstad van Meppel. In het volgende hoofdstuk wordt het plan getoetst aan relevante ruimtelijke en milieukundige aspecten.

30

Bestemmingsplan URZO-locatie

Gemeente Meppel

5. Planologische randvoorwaarden 5.1 Algemeen Artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening bepaalt dat moet worden ingegaan op de uitvoerbaarheid van het plan. In dat kader dient te kunnen worden aangetoond dat de wijziging van het bestemmingsplan niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden de voor dit bestemmingsplan relevante omgevingsaspecten beschreven.

5.2 Archeologie en cultuurhistorie 5.2.1 Archeologie Kader In de Erfgoedwet stellen Rijk en provincie dat in het ruimtelijk beleid zorgvuldig met het archeologische erfgoed moet worden omgegaan. Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar reële verwachtingen bestaan dat ter plaatse archeologische waarden aanwezig zijn, dient voorafgaand aan bodemingrepen archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. De uitkomsten van het archeologisch onderzoek dienen vervolgens volwaardig in de belangenafweging te worden betrokken. Daarnaast dient aangetoond te worden dat het voorziene plan geen afbreuk doet aan bestaande cultuurhistorische waarden in of rondom het plangebied. Analyse De gemeente Meppel beschikt over een archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart. Daarmee heeft de gemeente Meppel een instrument in handen op basis waarvan zij op een verantwoorde manier met haar bodemarchief kan omgaan. Het beleid geeft een indicatie van de trefkans voor archeologische waarden. Op hoofdlijnen worden drie verwachtingszones onderscheiden: lage verwachting, middelhoge verwachting en hoge verwachting. Deze verwachtingszones zijn in bestemmingsplannen door vertaald naar archeologische dubbelbestemmingen. In het centrum van Meppel is de archeologische verwachting hoog, zie onderstaande afbeelding.

Archeologische beleids - en verwachtingenkaart.

31

Bestemmingsplan URZO-locatie

Gemeente Meppel

Voor onderliggend plangebied is daarom een archeologische dubbelbestemming opgenomen in het geldende bestemmingsplan (Waarde - Archeologie 1). De voor 'Waarde - Archeologie 1' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van de archeologische waarden en verwachting. Dit vloeit voort uit het feit dat de locatie in het centrum van Meppel ligt en daardoor een hoge archeologische verwachting heeft. Op of in deze gronden mogen geen bouwwerken worden gebouwd, tenzij het betreft bouwwerken ten behoeve van archeologisch onderzoek en bouwwerken met een oppervlakte kleiner dan 50 m² ten behoeve van andere daar voorkomende bestemming(en). Onderliggend plan voorziet in een groter bouwoppervlak. Dat betekent dat er, door een daartoe bevoegde instantie, moet worden aangetoond dat geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn of dat op basis van archeologisch onderzoek door een daartoe bevoegde instantie is aangetoond dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden geschaad. In het kader van onderliggend plan heeft archeologisch bureau onderzoek plaatsgevonden. De uitkomsten van dit onderzoek zijn als bijlage 4 aan deze toelichting gevoegd.

Het bureauonderzoek heeft aangetoond dat voor het hele plangebied nog een algemene hoge verwachting geldt op het aantreffen van sporen en resten van bewoning uit de periode Late Middeleeuwen-Midden-Nieuwe Tijd, een specifieke verwachting voor bebouwing bekend van historisch kaartmateriaal die teruggaat tot minstens het begin van de 19de eeuw, en daarnaast nog een onbekende verwachting op het aantreffen van sporen en resten van bewoning uit de periode SteentijdMiddeleeuwen op het onderliggende dekzand. Op basis van deze bevindingen wordt archeologisch vervolgonderzoek noodzakelijk geacht. Geadviseerd is om vervolgonderzoek uit te voeren in de vorm van een verkennend booronderzoek. Het doel van dit verkennend booronderzoek is om de bodemopbouw en mate van intactheid vast te stellen, en deze archeologische verwachting te toetsen. Dit vervolgonderzoek heeft plaatsgevonden en is als bijlage 4a opgenomen. Uit dit verkennend booronderzoek is gebleken dat in het onderzoeksgebied nog een hoge archeologische verwachting geldt op het aantreffen van sporen en resten uit de periode Late Middeleeuwen-Nieuwe Tijd vanaf 25-80 cm onder maaiveld (1.65-0.49 m NAP), en uit de periode Steentijd-Middeleeuwen vanaf 150-210 cm onder maaiveld (0.15 m NAP-0.20 m –NAP).

Het bovenste archeologische niveau wordt bedreigd door alle voorgenomen werkzaamheden, en het tweede archeologische niveau kan eveneens worden bedreigd door een deel van de werkzaamheden (te weten de ontgraving ten behoeve van de liftschachten). Bovendien geldt voor het tweede archeologische niveau in een deel van het onderzoeksgebied nog een onbekende verwachting, omdat dit niveau niet kon worden onderzocht in het booronderzoek. Omdat eventueel aanwezige archeologische sporen en resten worden bedreigd door de voorgenomen werkzaamheden, wordt archeologisch vervolgonderzoek zinvol en noodzakelijk geacht. Omdat de (ondergrondse) sloopwerkzaamheden van de huidige bebouwing reeds een bedreiging vormen, wordt geadviseerd dit vervolgonderzoek in eerste instantie te laten bestaan uit een archeologische begeleiding van de sloopwerkzaamheden onder maaiveld. De sloopwerkzaamheden boven maaiveld vormen geen bedreiging voor archeologische sporen en resten. Na de ondergrondse sloop dient een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd te worden, tenzij uit de archeologische sloopbegeleiding blijkt dat de ondergrond tot grote diepte verstoord is. Voor zowel een archeologische sloopbegeleiding als een 32

Bestemmingsplan URZO-locatie

Gemeente Meppel

proefsleuvenonderzoek is een Programma van Eisen noodzakelijk dat vooraf is goedgekeurd door de bevoegde overheid.

5.2.2 Monumentenzorg In de toelichting van ruimtelijke plannen moet naast een toets aan archeologie ook een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en/of monumenten rekening is gehouden. Analyse In opdracht van de gemeente Meppel heeft Het Oversticht het document ‘Waardestelling en transformatiestudie URZO, Kruisstraat 6 Meppel’ opgesteld. Aanleiding zijn voorliggende plannen om op het terrein nieuwbouw te realiseren. In de studie zijn zowel de architectonische als cultuurhistorische context van de waardevolle bebouwing geduid en is benoemd op welke wijze daar rekening mee gehouden moet worden tijdens de transformatie van het plangebied. Het pand heeft door de eeuwen heen de nodige verbouwing ondergaan; de kapvorm is aangepast, raaminvullingen en de entreepartij op begane grond zijn veranderd, intern zijn vloeren en de indeling aangepast. Verder zijn de schuiframen op de verdiepingen vervangen, vensterbanken veranderd en veel van het kozijnhout vervangen. Desondanks bleef de buitenschil van het voormalige, forse en chique woonhuis als zodanig herkenbaar. Ook de eerste opzet van de fabriek is in de bestaande volumes nog herkenbaar.

De interessante en cultuurhistorisch waardevolle ontwikkeling van het pand van woonhuis naar twee aparte delen is afleesbaar aan de voorgevel, waar de twee hogere vensters op de tweede verdieping tonen waar de toneelzaal ooit gevestigd was. De ontwikkeling van de fabriek manifesteert zich vooral in het aangebouwde lagere linker deel met het opschrift ‘Schoenenfabriek‘. Het gebruik door URZO kenmerkt zich vooral door de opzet met etalageramen op de begane grond en weinig waardevolle aanbouwen aan de achterzijde. Deze onderdelen hebben bieden veel ruimte voor transformatie. Het pand heeft sinds de bouwtijd veel wijzigingen ondergaan. Door alle veranderingen zijn er in het interieur zijn met name op de begane grond nauwelijks waardevolle onderdelen aanwezig. Dat is anders op de eerste en tweede verdieping. Op de eerste verdieping is een groot deel van de oorspronkelijke middengang nog herkenbaar. Ook de oorspronkelijke kapconstructie is waardevol. Het document ‘Waardestelling en transformatiestudie URZO, Kruisstraat 6 Meppel’ dat als bijlage 2 van deze toelichting opgenomen. In hoofdstuk 2 en 3 is beschreven op welke wijze met de cultuurhistorische waarden wordt omgegaan in voorliggend plan. Hieruit valt de conclusie te trekken dat het plan is afgestemd op en in lijn is met de aanwezige cultuurhistorische waarden van het plangebied en omgeving.

Conclusie Voorliggend plangebied ligt in het centrum van Meppel. Ter plaatse geldt een archeologische verwachting. Daarom heeft in het kader van voorliggend plan archeologisch bureauonderzoek plaatsgevonden om vast te stellen of er mogelijk sprake is van archeologische waarden. Aangetoond is dat deze waarden mogelijkerwijs aanwezig zijn. Daarom dient verkennend booronderzoek plaats te vinden nadat de bebouwing is gesloopt om eventuele archeologische waarden in beeld te brengen. Dit onderzoek wordt ten behoeve van de omgevingsvergunning uitgevoerd. 33

Bestemmingsplan URZO-locatie

Gemeente Meppel

Ten aanzien van het aspect cultuurhistorie geldt dat er sprake is van (gebouwde) monumentale waarden in het plangebied. De aanwezige waarden blijven behouden door de bebouwing in te passen in het plan. De nieuwe bebouwing is hier stedenbouwkundig en architectonisch op afgestemd. Op basis van voorgaande wordt geconcludeerd dat de plannen de bestaande archeologische en cultuurhistorische waarden niet aantasten.

5.3 Flora en fauna Kader In ruimtelijke plannen moet worden aangetoond hoe de ontwikkelingen die hierin mogelijk worden gemaakt zich verhouden met de wet- en regelgeving op het gebied van gebieds- en soortenbescherming. Sinds 1 januari 2017 is de bescherming van gebieden, soorten en houtopstanden geregeld in de Wet natuurbescherming. Op het gebied van gebiedsbescherming regelt de wet de bescherming van zes verschillende soorten natuurgebieden: het natuurnetwerk Nederland, bijzondere provinciale natuurgebieden, bijzondere provinciale landschappen, nationale parken, bijzondere nationale natuurgebieden en Natura 2000-gebieden. Bij activiteiten of ontwikkelingen die kunnen leiden tot negatieve effecten op instandhoudingsdoelen voor een van deze gebieden moet een vergunning worden aangevraagd. Analyse Voorafgaand aan de uitvoering van de plannen dient te worden onderzocht of binnen en in de nabijheid van het plangebied streng beschermde plant- en diersoorten en/of natuurgebieden aanwezig zijn en of deze worden aangetast. Deze eerste stap om de aanwezigheid van beschermde soorten en/of gebieden te bepalen, is het uitvoeren van een quickscan flora en fauna. De quickscan is als bijlage 5a opgenomen.

De quickscan flora en fauna beschrijft in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) en het Natuurnetwerk Nederland (NNN) de effecten van de ingreep op soortenbescherming en gebiedsbescherming (Natura 2000 en Natuurnetwerk Nederland) en op houtopstanden. Uit deze quickscan moet blijken of de plannen (mogelijk) leiden tot aantasting van beschermde soorten en/of gebieden en of vervolgstappen noodzakelijk zijn, zoals nader onderzoek, een ontheffing en/of een vergunning. De quickscan bestaat uit een onderzoek naar soortenbescherming en gebiedsbescherming. Gebiedsbescherming Vanwege de relatief grote afstand tot de dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden, de omvang van de geplande werkzaamheden en de afscherming van de gebieden door bebouwing, is het redelijkerwijs uit te sluiten dat de voorgenomen plannen negatieve effecten tot gevolg hebben op Natura 2000gebieden. De voorgenomen plannen hebben geen aantasting van het NNN tot gevolg. Soortenbescherming Uit de quickscan komt naar voren dat er in het plangebied mogelijk verschillende soorten voorkomen die beschermd zijn op basis van de Wet natuurbescherming. Er zijn mogelijk huismus- en of gierzwaluwnesten aanwezig onder het pannendak, er dient een onderzoek naar de aanwezigheid van deze jaarrond beschermde nesten uitgevoerd te worden. Er zijn mogelijk ook verblijfplaatsen van 34

Bestemmingsplan URZO-locatie

Gemeente Meppel

vleermuizen in de gebouwen. De geplande werkzaamheden kunnen effect hebben op deze vleermuizen, er dient derhalve een vleermuisonderzoek uitgevoerd te worden naar paar-, zomer- en winterverblijven. Het vervolgonderzoek naar deze soorten is uitgevoerd en is opgenomen als bijlag 5b. Uit het aanvullende onderzoek komt het volgende naar voren. Binnen het plangebied zijn foeragerende of doortrekkende vleermuizen waargenomen. Gezien de lage aantallen gaat het hier niet om een essentieel foerageergebied of essentiële vliegroutes. Bovendien zijn in de directe omgeving voldoende alternatieven aanwezig. Bij de voorgenomen werkzaamheden kan verstoring plaatsvinden op nestlocaties van de gierzwaluw, indien de werkzaamheden worden uitgevoerd tijdens het seizoen dat de gierzwaluw in ons land is. De gierzwaluwkasten moeten beschikbaar blijven en toegankelijk zijn voor de gierzwaluwen. Daarnaast moeten de gierzwaluwkasten ook functioneel zijn. Indien dit niet het geval is en de kasten moeten worden verplaatst, zal het deel uitmaken van de ontheffing, er is dan formeel sprake van een overtreding op de verbodsbepalingen van de wet natuurbescherming. Ontheffing Bij de voorgenomen werkzaamheden wordt een overtreding verwacht op de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming.

Voor het wegnemen of verstoren van een functionele verblijfplaats van de gewone dwergvleermuis, laatvlieger en nestplaatsen van gierzwaluw en overige broedvogels tijdens het broedseizoen, is wettelijk gezien een ontheffing van de Wet natuurbescherming noodzakelijk. Gedeputeerde Staten kan onder Artikel 3.3 lid 4 en Artikel 3.8 lid 5 een ontheffing verlenen ‘in het belang van de volksgezondheid, openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten’, in het geval er geen andere bevredigende oplossing is én de maatregelen niet leiden tot verslechtering van de staat van instandhouding van de desbetreffende soort (art. 3.3) of er geen afbreuk wordt gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan (art. 3.8). In het kader van voorliggend plan is een ontheffing aangevraagd en afgegeven, zie bijlage 5c. Hiermee is het plan uitvoerbaar vanuit ecologisch oogpunt. Mitigerende maatregelen Voor verblijfplaatsen van vleermuizen geldt dat er alternatieve verblijfplaatsen moeten worden aangeboden als de huidige verblijfplaatsen worden aangetast.

Ook voor nestplaatsen van gierzwaluwen geldt dat er alternatieve nestplaatsen moeten worden aangeboden als de huidige nestplaatsen worden aangetast. Deze alternatieve nest- of verblijfplaatsen moeten tijdig voor de werkzaamheden worden aangeboden, omdat er rekening gehouden moet worden met een gewenningsperiode. Ten behoeve van voorliggend plan wordt een mitigatieplan opgesteld. Stikstofdepositie Uit onderzoek blijkt dat de ontwikkelingen voortvloeiend uit de voorgenomen ontwikkelingen niet leiden tot effecten op doelstellingen of kernkwaliteiten van beschermde natuurgebieden (Natura2000 en Natuurnetwerk Nederland). Een mogelijke uitzondering daarop is stikstofgevoeligheid. Om dat te bepalen is aan de hand van de AERIUS-calculator berekend of het plan een toename van 35

Bestemmingsplan URZO-locatie

Gemeente Meppel

stikstofdepositie op Nature 2000-gebieden tot gevolg heeft. Uit de berekeningen, die als bijlage 6 zijn opgenomen, blijkt dat van een toename van stikstofdepositie op natuurgebieden tijdens de aanlegfase en de gebruiksfase geen sprake is. Het plan is op dit punt uitvoerbaar. Conclusie Het bestemmingsplan is op basis van het aspect ecologie uitvoerbaar.

5.4 Bodem Kader Bij de ontwikkeling van een ruimtelijk plan en/of bestemmingsplan dient rekening te worden gehouden met de bodemkwaliteit ter plaatse. De reden hiervoor is dat eventueel aanwezige bodemverontreiniging van groot belang kan zijn voor de keuze van bepaalde bestemmingen en/of voor de uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan. Voor een bestemming zoals wonen, gelden andere normen dan voor bijvoorbeeld de bestemming bedrijven. Uitgangspunt is dat de bodemkwaliteit als gevolg van aanwezige bodemverontreiniging geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem. Bovendien mag de bodemkwaliteit niet verslechteren door grondverzet (bijvoorbeeld graafwerkzaamheden). Dit is het zogenaamde stand still-beginsel. Analyse In het kader van onderliggend bestemmingsplan heeft gezien de milieugevoelige woonfunctie en de ligging van het plangebied een verkennend bodem- en asbestonderzoek plaatsgevonden, met name op het buitengebied van het terrein. Ter plaatse van de bestaande bebouwing heeft nog geen onderzoek plaatsgevonden. Doel van het verkennend bodemonderzoek is het bepalen van de algemene milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (grond en grondwater). Doel van het verkennend onderzoek asbest in grond is bepalen of de grond asbesthoudend is of niet. De resultaten zijn als bijlage 7 opgenomen.

In de onderzochte mengmonsters van de boven- en ondergrond zijn maximaal achtergrondwaarde overschrijdingen aan onderzochte componenten aangetoond. Het gehalte van de som van PFOA ketens (lineair en vertakt) in de bovengrond bedraagt 0,5 μg/kg ds. Het gehalte van de som van PFOS (lineair en vertakt) bedraagt 1,0 μg/kg ds in de bovengrond. Het gehalte PFOA blijft binnen de toepassingsnorm voor de bodemfunctieklasse ‘landbouw/natuur’. Het gehalte PFOS blijft binnen de toepassingsnorm voor de bodemfunctieklasse ‘wonen of industrie’. In het grondwater van peilbuis 01 (filter: 3,0 – 4,0 m –mv.) zijn geen verhoogde concentraties aan onderzochte componenten aangetoond. Voor wat betreft de overschrijdingen van de achtergrondwaarde in de grond zijn er, ten aanzien van de kwaliteit van de bodem, op basis van de Wet Bodembescherming geen aanvullende maatregelen noodzakelijk. Ter plaatse van onderhavige onderzoekslocatie is zowel visueel als analytisch geen asbest in de grond aangetoond. Conclusie In het kader van de aanvraag omgevingsvergunning voor de nieuw te bouwen appartementen is nog aanvullend bodemonderzoek noodzakelijk. Het bodemonderzoek heeft voornamelijk uitpandig

36

Bestemmingsplan URZO-locatie

Gemeente Meppel

plaatsgevonden. De kwaliteit van de uitpandige bodem vormt geen belemmering voor de voorgenomen bouw. De kwaliteit van de bodem onder de bestaande bebouwing is nog onbekend. Om deze reden moet in de omgevingsvergunning een voorschrift worden opgenomen voor het uitvoeren van een aanvullend bodemonderzoek na de sloop van de bestaande bebouwing. De kwaliteit van de bodem onder het pand dient minimaal 3 weken voor de start van de bouwwerkzaamheden bekend te zijn en aan de gemeente te worden gemeld. Dit is geregeld in artikel 2.7, lid 3 van de MOR. Het onderzoek dient te worden verricht ter plaatse van de verblijfsruimten van de nieuwe bebouwing.

5.5 Geluid Kader Geluidsoverlast kan worden veroorzaakt door industrielawaai, railverkeerslawaai, wegverkeerslawaai en luchtverkeerslawaai. De Wet geluidhinder en de Luchtvaartwet kennen grenswaarden voor geluid. Bepaalde geluidgevoelige objecten mogen alleen worden toegelaten als zij geen ontoelaatbare geluidsbelasting ondervinden. Daartoe moeten op grond van artikel 3.3.1 Besluit ruimtelijke ordening zones in het bestemmingsplan worden opgenomen rond geluidbronnen. Het bestemmingsplan moet de ligging en de afmetingen van woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen en van geluidsgevoelige terreinen gelegen binnen de zone van een weg, spoorweg of industrieterrein als bedoeld in de Wet geluidhinder aangeven. Als een bepaalde bestemming en/of een bepaalde geluidsbron niet in de Wet geluidhinder of Luchtvaartwet is geregeld, moet in het kader van de goede ruimtelijke ordening toch een akoestische afweging gemaakt worden. Analyse Onderliggend plan maakt de bouw van woningen mogelijk. Dit gebruik dient als geluidsgevoelig te worden aangemerkt en daarom dient het plan getoetst te worden aan de voor dit plangebied geldende normen ten aanzien van industrielawaai en wegverkeerslawaai. Industrielawaai Het plangebied ligt binnen de aanduiding 'geluidzone - industrie' zoals opgenomen in het geldende bestemmingsplan.

De gronden ter plaatse van de aanduiding 'geluidzone - industrie' zijn mede bestemd voor de bescherming van het woon- en leefklimaat in verband met de geluidsbelasting van industrieterrein Oevers. In afwijking van het bepaalde bij de geldende bestemmingen, mogen geen nieuwe woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen worden gebouwd. Bij een omgevingsvergunning kan hier van worden afgeweken mits de geluidsbelasting vanwege de industrie op de gevels van deze woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen niet hoger is dan de daarvoor geldende voorkeursgrenswaarde of een verkregen hogere grenswaarde. Om dit te bepalen heeft akoestisch onderzoek plaatsgevonden naar effecten van industrieterrein Oevers. Het onderzoek is als bijlage 8a opgenomen. In hetzelfde onderzoek is ook de impact van de bakkerij en die van de parkeergarage onderzocht. Beide aspecten vallen onder industrielawaai. De resultaten van dit onderzoek zijn als volgt. Industrieterrein ‘De Oevers’ Voor gezoneerde industrieterreinen is er in de regel, met name bij de nieuwere bestemmingsplannen, een verkavelingsmodel opgenomen met hierin de maximale categorie-indeling per gebiedsdeel (of oppervlaktebron) waarop de vast te stellen geluidzone is gebaseerd. Deze wordt vervolgens juridisch vastgelegd binnen een bestemmingsplan. Omdat het industrieterrein ‘De Oevers’ een reeds langer 37

Bestemmingsplan URZO-locatie

Gemeente Meppel

bestaand industrieterrein betreft, is er bij de vaststelling hiervan geen kavelplan of een maximale geluidbelasting per vierkante meter vastgelegd. Derhalve is er voor gekozen om een worst-case een oppervlaktebron in te voeren ter plaatse van het gehele industrieterrein welke overeenkomt met een optredende geluidbelasting van 50 dB(A) op de zonegrens. Hiermee kan worden voldaan aan de eis dat bij het bepalen van de optredende geluidbelastingen op het geprojecteerde bouwplan dient te worden uitgegaan van de maximaal planologische ruimte van de gezamenlijke inrichtingen op het industrieterrein ‘Oevers’. Deze wijze van aanpak is vooraf teruggekoppeld met de Omgevingsdienst en akkoord bevonden. De invoer van een oppervlaktebron van 67,0 dB(A) per m2 voor het gehele industrieterrein blijkt overeen te komen met een optredende geluidbelasting van 50 dB(A) op de vastgestelde zonegrens. Naar aanleiding van de uitkomsten van het ingestelde akoestische onderzoek naar de optredende geluidbelastingen op het geprojecteerde plangebied afkomstig van het industrieterrein ‘De Oevers’, kan worden geconcludeerd dat er sprake is van een maximale overschrijding van de gestelde grenswaarde met 3 dB(A). Zie ook het onderstaande overzicht. Naam TP021_C TP022_C TP022_C TP018_D TP023_C TP022_D TP021_D TP021_C TP024_C TP025_C TP020_D TP026_C TP027_C

Omschrijving Toetspunt 021 Toetspunt 022 Toetspunt 022 Toetspunt 018 Toetspunt 023 Toetspunt 022 Toetspunt 021 Toetspunt 021 Toetspunt 024 Toetspunt 025 Toetspunt 020 Toetspunt 026 Toetspunt 027

hoogte [m] Etmaal dB(A ) Toe tsing dB(A ) Ove rschrijding dB(A ) 8,0 8,0 8,0 11,0 8,0 11,0 11,0 8,0 8,0 8,0 11,0 8,0 8,0

52,7 52,6 52,3 52,1 51,9 51,7 51,6 51,3 51,2 51,0 51,0 50,9 50,5

50 50 50 50 50 50 50 50 50 50 50 50 50

3 3 2 2 2 2 2 1 1 1 1 1 1

Op een 12-tal geprojecteerde appartementen vindt er, uitgaande van het feit dat alle inrichtingen op industrieterrein ‘De Oevers’ in werking zouden zijn overeenkomstig de maximale planologische mogelijkheden, een overschrijding plaats van de voorkeurswaarde van 50 dB(A) etmaalwaarde. Deze overschrijdingen liggen tussen de 1 dB(A) en maximaal 3 dB(A). Hierbij kan nog wel de kanttekening worden geplaatst dat hierbij is uitgegaan van een optredende geluidbelasting van 50 dB(A) op de in het bestemmingsplan aangegeven zonecontour. Als we uitgaan van de optredende geluidbelasting van 55 dB(A) op de in het zonebesluit opgenomen 55-dB(A)contour, dan is er ter plaatse van controlepunt 03 op deze contourlijn, sprake van een maximale overschrijding van 67 - 55 dB(A) = 12 dB(A).Voor de controlepunten 01 en 02 is deze overschrijding respectievelijk 6 en 7 dB(A). Geconcludeerd kan worden dat er inmiddels een dermate grote afscherming aanwezig is tussen het gezoneerde industrieterrein en de in het bestemmingsplan vastgestelde 50 dB(A) contour, dat als de 55 dB(A)-contour uit het zonebesluit als uitgangspunt zou worden aangehouden, er geen sprake is van enige overschrijding op de geprojecteerde woningen. In dat geval is er ook geen hogere grenswaarde procedure noodzakelijk. 38

Bestemmingsplan URZO-locatie

Gemeente Meppel

Parkeergarage Er is zonder het aanbrengen van aanvullende voorzieningen ter plaatse van parkeergarage Keijserstroom, sprake van een overschrijding van de gestelde grenswaarden. Omdat aan het bronvermogen en het aantal bewegingen van voertuigen van bezoekers geen aanvullende voorzieningen zijn te treffen, is het opnemen van bronmaatregelen geen oplossing om de optredende geluidbelastingen op de geprojecteerde woningen te verlagen. Als bronmaatregelen niet mogelijk zijn, dient vervolgens te worden gekeken naar het aanbrengen van voorzieningen in de overdracht. De wijze waarop dat kan gebeuren is nog niet bepaald. Die afweging volgt in het kader van de aanvraag omgevingsvergunning. Om dat te borgen is in de regels van het bestemmingsplan een voorwaardelijke verplichting opgenomen. Die verplichting luidt dat een omgevingsvergunning voor het bouwen van hoofdgebouwen uitsluitend kan worden verleend indien wordt aangetoond dat de maximaal toegelaten geluidbelasting op de gevels van het nieuwe hoofdgebouw niet wordt overschreden. In het kader van voorliggend bestemmingsplan is een memo opgesteld waaruit blijkt om welke akoestische waarden het gaat als geen geluidscherm wordt geplaatst. De memo is als bijlage 8c van deze toelichting opgenomen. In het kader van het plan is een onderzoek geluidwering gevels uitgevoerd. Het onderzoek is als bijlage 9 van deze toelichting opgenomen.

Uit het onderzoek blijkt op basis van welke maatregelen het plan akoestisch uitvoerbaar is. Bakkerij Omdat er sprake is van een overschrijding van de voorkeurswaarde van 50 dB(A) met maximaal 15 dB(A), als gevolg van met name de op het platte dak van de bakkerij aanwezige koelcondensators, dienen er geluid beperkende maatregelen te worden onderzocht. Allereerst kan hierbij gedacht worden aan bronmaatregelen middels het verlagen van de bronniveaus. Omdat er (deels) sprake is van zeer oude koelinstallaties, is middels het vervangen van een aantal van deze installaties een reductie tot de gestelde voorkeursgrenswaarde mogelijk. Door het verlagen van het geluidniveau van de koelcompressor PB01, PB02 en PB06 met elk 15 dB(A), kan worden voldaan aan de gestelde voorkeursgrenswaarde. Dit houdt in dat ter plaatse van PB 01 een koelcompressor met een bronvermogen van 67 dB(A) kan worden geplaatst, ter plaatse van PB 02 met een bronvermogen van 63 dB(A) en ter plaatse van PB 06 met een bronvermogen van 66 dB(A). In de regels van voorliggend bestemmingsplan is opgenomen dat aan deze niveaus moet worden voldaan door een voorwaardelijke verplichting op te nemen.

Wanneer de gemiddelde geluidsniveaus op de geprojecteerde nieuwbouw na het aanbrengen van de voorgestelde bronmaatregelen opnieuw worden getoetst aan het toetsingskader van 50 dB(A) etmaalwaarde, dan kan worden gesteld dat hieraan op alle beoordelingspunten kan worden voldaan. Wanneer de maximale geluidsniveaus worden getoetst aan het richtwaarden van respectievelijk 70, 65 en 60 dB(A) voor de dag-, avond- en nachtperiode, dan kan worden gesteld dat hieraan op alle beoordelingspunten kan worden voldaan. Cumulatie Voor de nadere uitwerking van het bouwplan dient de optredende gecumuleerde geluidbelastingen afkomstig van de industriële vestigingen en het wegverkeerlawaai te worden berekend. Hiervoor zijn 39

Bestemmingsplan URZO-locatie

Gemeente Meppel

cumulatieberekeningen uitgewerkt van zowel optredende geluidbelastingen afkomstig van het industrielawaai als van het wegverkeerslawaai. Voor de cumulatieberekeningen van het wegverkeerlawaai wordt kortheidshalve verwezen naar het gestelde in het hiervoor eveneens uitgevoerde onderzoek wegverkeerslawaai (bijlage 8b). Aanvullende toets ruimtelijke inpassing Naast de bovengenoemde toetsing aan de Wet geluidhinder dient er, bij het creëren van nieuwe geluidgevoelige bestemmingen, eveneens te worden gekeken naar de ruimtelijke inpassing van het geprojecteerde plangebied. Hierbij speelt met name de situering van het nieuwbouwplan een belangrijke rol. Wanneer deze is gelegen in een ‘rustige woonwijk’, dan dient dit anders te worden beoordeeld dan wanneer deze zich bevindt in een ‘gemengd gebied’ zoals in een druk stadscentrum. Een en ander is geregeld in de VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’. Uit deze publicatie blijkt dat er in het onderhavige geval sprake is van een ‘gemengd gebied’ waarbinnen het geprojecteerde plangebied is gelegen. Hiervoor geldt eveneens van de voorkeurswaarde van 50 dB(A). Dit sluit aan bij de grenswaarde conform het gestelde in de Wet geluidhinder en is derhalve niet nader uitgewerkt. Conclusie industrielawaai De geprojecteerde ontwikkelingslocatie ‘De Möppelt’ te Meppel ligt binnen de zone van het geluidgezoneerd industrieterrein ‘De Oevers’.

Uit het uitgevoerde akoestische onderzoek is gebleken dat er ter plaatse van het geprojecteerde plangebied, uitgaande van het planologisch maximaal optredende langtijdgemiddelde geluidniveau ter plaatse van de 50 dB(A)-contour, sprake is van een optredende geluidbelasting van maximaal 53 dB(A). Uitgaande van de toetsing aan de 55 dB(A)-contour, een conform het bijbehorende Zonebesluit eveneens te toetsen zonebelasting, is er ter plaatse van het geprojecteerde plangebied geen sprake van een overschrijding van de gestelde grenswaarde. Wij concluderen derhalve dat de voorgenomen plannen passen binnen de geluidszone zonder een hogere grenswaardenprocedure uit te hoeven voeren. Uitgaande van de toetsing aan de 55 dB(A)-contour, een conform het bijbehorende Zonebesluit eveneens te toetsen zonebelasting, is er ter plaatse van het geprojecteerde plangebied geen sprake van een overschrijding van de gestelde grenswaarde. Wij concluderen derhalve dat de voorgenomen plannen passen binnen de geluidszone zonder een hogere grenswaardenprocedure uit te hoeven voeren. Voor de geprojecteerde nieuwbouw is naast de optredende geluidbelasting afkomstig van de gezamenlijke industriele inrichtingen op het gezoneerde industrieterrein ‘De Oevers’, eveneens sprake van een tweetal voor het plangebied relevante inrichtingen in de directe omgeving hiervan.

Dit betreft bakkerij Nijstad en parkeergarage Keijserstroom. Door het treffen van maatregelen ter plaatse van beide inrichtingen, kan worden voldaan aan de gestelde voorkeursgrenswaarde, waardoor realisatie van de voorgenomen plannen hierdoor niet wordt belemmerd. Zie voor de afschermende voorziening die noodzakelijk is ter plaatse van de oprit naar de parkeergarage de hierna opgenomen afbeelding. Daarnaast dienen de huidige verouderde koelmotoren op het dak van de bakkerij te worden vernieuwd/vervangen door traag draaiende condensoren, waardoor per bron een 15 dB(A) lager bronvermogen haalbaar moet worden geacht.

40

Bestemmingsplan URZO-locatie

Gemeente Meppel

Wegverkeer Een akoestisch onderzoek is op grond van de Wet geluidhinder noodzakelijk wanneer woningen c.q. geluidsgevoelig objecten geprojecteerd worden binnen een door deze wet aangewezen geluidzone van een weg. Het geprojecteerde bouwplan is, gezien de liggen hiervan in het centrum van Meppel, niet binnen een zone van een weg gelegen. De afstand van de Ceintuurbaan tot het plangebied bedraagt ten minste 210 meter. Dit betekent dat er formeel geen onderzoekverplichting in het kader van de Wet geluidhinder aanwezig is. De geluidsbelasting afkomstig van 30-kilometer wegen en woonerven zijn bij de toetsing aan de gestelde grenswaarden in het kader van de Wet geluidhinder uitgesloten van beoordeling. Uit vaste jurisprudentie blijkt echter dat ten behoeve van een goede ruimtelijke inpassing bij een aanpassing van het bestemmingsplan ook de geluidsbelasting afkomstig van niet-zoneplichtige wegen en woonerven wel dient te worden beschouwd. Dit omdat hiervan eveneens hinder zou kunnen worden ervaren. Het bijgaande akoestische onderzoek is derhalve enkel uitgevoerd als onderbouwing van een goede ruimtelijke inpassing van het geprojecteerde plangebied in haar omgeving. Het onderzoek is opgenomen als bijlage 8b van deze toelichting. De resultaten zijn als volgt.

Zoneplichtige wegen De te verwachten geluidsbelastingen [Lden] vanwege het wegverkeer op de gevels van de in de directe omgeving van het plangebied geprojecteerde appartementen en woningen als gevolg van de zoneplichtige wegen, bedraagt in ieder geval minder dan 48 dB. Het geprojecteerde bouwplan bevindt zich namelijk niet binnen een zone van een zoneplichtinge weg. De Ceintuurbaan ligt als dichtst bij het plangebied gelegen zoneplichtige weg op ten minste minimaal 210 meter afstand. Wegverkeerslawaai vormt derhalve volgens het gestelde in de Wet geluidhinder, geen belemmering voor de realisatie van het geprojecteerde bouwplan.

41

Bestemmingsplan URZO-locatie

Gemeente Meppel

Niet-zoneplichtige wegen Voor een goede ruimtelijke inpassing [beoordeling van een goed woon- en leefklimaat] van de geprojecteerde appartementen en woningen in haar directe omgeving, zijn tevens de niet-zone plichtige wegen [30 km/uur wegen] in het akoestisch onderzoek mee beschouwd. De optredende geluidsbelastingen als gevolg van deze secundaire wegen behoeven volgens de Wet geluidhinder niet te worden getoetst aan de gestelde voorkeursgrenswaarde, maar zouden wel kunnen leiden tot geluidoverlast. Met name als gevolg van het verkeer over klinkerverharde wegen. Om na te kunnen gaan of er als gevolg van het wegverkeer over alle in de directe omgeving van het plangebied aanwezige wegen, sprake is van een goed woon- en leefklimaat, zijn de optredende geluidbelastingen afkomstig van de niet-gezoneerde wegen in kaart gebracht. De gecumuleerde geluidbelasting afkomstig van alle niet-gezoneerde wegen gezamenlijk bedraagt, gebruik makend van de aftrek van 5 dB als gevolg van de stiller worden de voertuigen, maximaal 55 dB. Het wegverkeer over de Noteboomstraat verzorgt hierbij het leeuwendeel van deze optredende geluidbelasting.

Aanbevelingen wegverkeer Indien de optredende geluidbelastingen op de gevels van de geprojecteerde appartementen en woningen niet tot de (indicatieve) voorkeursgrenswaarde van 48 dB kunnen worden verlaagd, zoals in het onderhavige geval, dan dient bij de aanvraag Omgevingsvergunning een aanvullend akoestisch onderzoek naar de geluidwerende kwaliteit van de gevels toe te worden gevoegd. Hierbij dient te worden aangetoond dat de karakteristieke geluidswering Ga,k van de uitwendige scheidingsconstructies ter plaatse van geluidsgevoelige ruimten voldoet aan de hiervoor gestelde grenswaarden uit het Bouwbesluit. Omdat het toepassen van bronmaatregelen en van effectieve overdrachtsmaatregelen op praktische, verkeerskundige en/of financiële bezwaren stuit, wordt voorgesteld om middels het aanbrengen van geluidwerende voorzieningen aan de schilconstructie van de geprojecteerde appartementen en woningen, een goed binnenniveau te realiseren. Dit houdt in dat de buitengevels van het appartementen- en wooncomplex als gevolg van het maximale gecumuleerde geluidniveau afkomstig van het wegverkeer, zonder de toepassing van de aftrek als gevolg van de in de toekomst stiller wordende voertuigen, een geluidwering dient te bezitten van maximaal 60 dB (dat de gevelbelasting maximaal 60 dB bedraagt).

Conclusie Voorliggend plan is op basis van het aspect akoestiek uitvoerbaar indien wordt voldaan aan de (bouwkundige) aanbevelingen uit het uitgevoerde onderzoek. Op basis van de berekende waarden (geluidbelasting voor wegverkeer exclusief aftrek bedraagt 60 dB) kan niet met zekerheid worden gesteld dat het vereiste binnenniveau van 33 dB in de geluidgevoelige ruimten is gewaarborgd. Derhalve dient een bouwakoestisch onderzoek naar de geluidwering van de gevel te worden uitgevoerd ten behoeve van de aanvraag omgevingsvergunning.

42

Bestemmingsplan URZO-locatie

Gemeente Meppel

5.6 Water Kader Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet bij ruimtelijke plannen een waterparagraaf worden opgenomen. Bij ruimtelijke ontwikkelingen, waaronder verbouw- en nieuwbouwplannen, wordt getoetst welke consequenties deze plannen hebben voor de waterhuishouding en hoe in de plannen wordt omgegaan met aspecten van water. Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding, allen met als doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief en kwantitatief). Deze paragraaf geeft een overzicht van de voor het plangebied relevante nota's, waarbij het beleid van het waterschap nader wordt behandeld. Europa -

Kaderrichtlijn Water (KRW)

Nationaal -

Nationaal Waterplan (NW) Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) Waterwet

Provinciaal -

Provinciaal Waterplan Omgevingsvisie Omgevingsverordening

Waterschapsbeleid

In het waterbeheerplan 2016 - 2021 is de koers beschreven hoe het waterschap de komende periode gaat zorgen voor een goede bescherming tegen hoog water, een goed functionerend regionaal watersysteem en het zuiveren van afvalwater. Het waterschap heeft het plan vormgegeven in dialoog en samenwerking met de waterschappen Rijn en IJssel en Vechtstromen, die naast Drents Overijsselse Delta deel uitmaken van het stroomgebied Rijn-Oost. Ook provincies en gemeenten zijn hierbij betrokken geweest. De opdracht van de waterschappen in Rijn-Oost is te zorgen voor voldoende water, schoon water en voor veilig wonen en werken (taakvelden: watersysteem, waterketen en veiligheid). De taken worden uitgevoerd voor en samen met de maatschappij. Dit gebeurt vanuit een brede kijk en tegen aanvaardbare kosten. Hierbij wordt rekening gehouden met agrarische, economische, ecologische en recreatieve belangen. Het werk van het waterschap draagt ertoe bij dat iedereen op een veilige, gezonde, prettige en duurzame manier met water kan leven. Het waterschap wil daarbij professioneel, betrouwbaar en deskundig werken en zo de positie als lokale en regionale waterautoriteit waarmaken. Met de aanwezige middelen en mogelijkheden werkt het waterschap aan een duurzame ontwikkeling van het stedelijk en landelijk gebied.

43

Bestemmingsplan URZO-locatie

Gemeente Meppel

Analyse Sinds 1 november 2003 is voor alle ruimtelijke plannen de watertoets verplicht. Het doel van de watertoets is waterbelangen evenwichtig mee te nemen in het planvormingsproces van Rijk, Provincies en gemeenten. Hiermee wordt een veilig, gezond en duurzaam watersysteem nagestreefd. De toets omvat het gehele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van de in ruimtelijke plannen voorkomende waterhuishoudkundige aspecten. In het kader van onderliggend initiatief heeft een digitale watertoets plaatsgevonden (zie bijlage 10). Het plan is, vanuit de waterhuishouding bezien, voor het waterschap van belang. Daarom dient de normale procedure te worden doorlopen. In dat kader heeft afstemming plaatsgevonden met het waterschap, wat heeft geleid tot het opstellen van een uitgangspuntennotitie. Deze uitgangspuntennotitie is opgenomen als bijlage 11. Het doel van de uitgangspuntennotitie is om in de initiatieffase van een plan bruikbare informatie aan te leveren voor de waterhuishouding in en rond het plangebied. Het waterschap adviseert de uitgangspunten zoals opgenomen in de uitgangspuntennotitie te verwerken in het plan. De initiatiefnemer is vrij te bepalen op welke wijze wordt voldaan aan de uitgangspunten. Hieronder is op hoofdlijnen aangegeven welke uitgangspunten worden gehanteerd.

Bij de verdere (technische) planuitwerking wordt aansluiting gezocht bij de adviezen. Situatie Het plan ligt in het stroomgebied Meppelerdiep. Rond het plangebied liggen geen watergangen die in het beheer van het waterschap zijn.

Bestaande waterhuishouding rondom plangebied.

De hoogte van het maaiveld ligt gemiddeld op ongeveer NAP +/- 1,5m. Bij extreme neerslag wordt wel wateroverlast in of nabij het plangebied verwacht (zie Klimaatatlas WDODelta). Watersysteem Voor het dempen, verleggen of graven van wateren (ook die niet in beheer zijn bij het waterschap) dient altijd een Watervergunning te worden aangevraagd bij het Waterschap Drents Overijsselse Delta. In onderliggend plangebied is geen sprake van een watergang dus is het aspect ‘watersysteem’ en het aanvragen van vergunningen in dit kader niet van belang. 44

Bestemmingsplan URZO-locatie

Gemeente Meppel

Wateroverlast Het plan wordt zo ontworpen dat kortstondige hevige buien zonder problemen kunnen worden opgevangen in de openbare ruimte of op particulier terrein. Er wordt groen toegevoegd binnen het plangebied. Er treedt zodoende geen wateroverlast op bij de woningen en commerciële functies. Dit wordt bij de verdere technische uitwerking nader onderbouwd waarbij de adviezen uit de uitgangspuntennotitie ter harte worden genomen. In deze fase van het planproces is dat nog niet uitgewerkt. Datzelfde geldt voor grondwateroverlast bij het bouwen. Nadere technische toetsing is nodig om te bepalen of hier sprake van is en of hier in het voorziene bouwplan rekening mee moet worden gehouden. Waterkwaliteit Het watersysteem wordt zo ontworpen dat het geen risico’s voor de volksgezondheid creëert en voldoende schoon is voor mensen, planten en dieren. Het plan kent geen oppervlaktewater. Daarom is dit aspect net relevant. Wel wordt in dit plan geen gebruik gemaakt van uitlogende materialen om de waterkwaliteit op peil te houden. Riolering Uitgangspunt van het waterschap is het optimaliseren van het aanvoeren afvalwater naar de rioolwaterzuivering, het verminderen van hydraulische belasting van de rioolwaterzuivering en het beperken van riooloverstorten op het oppervlaktewater.

Onderliggend plan voorziet niet in de afvoer van water op oppervlaktewater maar er wordt aangesloten op het bestaande stelsel. Externe werking ruimtelijk plan Uitgangspunt is het beschermen en handhaven van het grond- en oppervlaktewatersysteem om nadelige gevolgen op de omgeving te voorkomen. Onderliggend plan voorziet niet in oppervlaktewater, ligt niet in veengebied en onttrekt geen grondwater. Er is zodoende geen sprake van externe werking. Beheer en onderhoud Het beheer en onderhoud is erop gericht om de waterhuishouding op orde te houden. Het betreft zowel waterkwantiteit, waterkwaliteit en waterbeleving. De inrichting van het gebied dient zodanig te zijn, dat het beheer en onderhoud van het watersysteem op efficiënte en effectieve wijze mogelijk is. Beheer en onderhoud heeft met name betrekking op oppervlaktewater. Daar is in dit plan geen sprake van. Conclusie Onderliggend plan is in lijn met het Waterschapsbeleid. Er wordt bij de verdere technische planuitwerking rekening gehouden met de uitgangspuntennotitie van het waterschap.

5.7 Bedrijven en milieuzonering Kader Het is gebruikelijk om voor ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving van bedrijvigheid gebruik te maken van de afstanden uit de publicatie Bedrijven en milieuzonering (VNG-uitgeverij, 2009). 45

Bestemmingsplan URZO-locatie

Gemeente Meppel

Andersom is deze publicatie te gebruiken voor het verantwoord inpassen van bedrijvigheid in een woon- of werkomgeving. De publicatie geeft informatie over de milieukenmerken van vrijwel alle voorkomende bedrijfstypen. Het biedt daarmee een hulpmiddel om ruimtelijke ordening en milieu op elkaar af te stemmen. Uitgangspunt is dat de in de bedrijvenlijst genoemde afstanden gelden tussen enerzijds de perceelsgrens van het bedrijf en anderzijds de gevel van de woning. De richtafstanden gelden ten opzichte van rustige woongebieden. Dit kan zowel een rustige woonwijk als een rustig buitengebied zijn. Indien een activiteit plaatsvindt in een gebied waar meerdere functies naast elkaar voorkomen is er sprake van een gemengd gebied. Voor deze gebieden kunnen kleinere richtafstanden worden gehanteerd, de richtafstand voor een rustig woongebied kan met één stap kan worden verlaagd. De VNG-publicatie omschrijft een gemengd gebied als: ‘Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels horeca en kleine bedrijven.’ De genoemde richtafstanden zijn indicatief. Afwijken van deze indicatieve richtafstanden is mogelijk indien de afwijking wordt gemotiveerd. Het kan zo zijn dat specifieke wet- en regelgeving andere afstanden voorschrijft. Deze gaan dan voor de afstanden uit de VNG-publicatie.

Te denken valt aan de Wet geurhinder en veehouderij, het Activiteitenbesluit of het Besluit externe veiligheid inrichtingen. Analyse Bepaling omgevingstype De directe omgeving van het plangebied bestaat uit een menging van centrum-, verkeers- en woonbestemmingen. Op basis van voorgaande wordt geconcludeerd dat het plangebied in het omgevingstype gemengd gebied ligt. Als gevolg hiervan kunnen de richtafstanden van omliggende functies met één afstandsstap worden verlaagd. Aanwezige bedrijven Het plan voorziet in het realiseren van woningen, commerciële functies en behoud van een bakkerij. De woonfunctie is een bestemming die geen milieugevoelige activiteiten mogelijk maakt, maar wel gevoelig is voor omliggende gevoelige activiteiten en bestemmingen. De voorziene commerciële functies voorzien (net zoals dat nu het geval is) eveneens niet in belastende activiteiten en zijn zoals dat nu ook het geval is vertaald in de bestemming ‘Centrum’. Binnen de bestemming ‘Centrum’ is de woonfunctie toegestaan. Ten aanzien van de bakkerij geldt dat voor de verplaatsing een nieuwe melding op grond van het activiteitenbesluit nodig is. Op basis daarvan kan worden bepaald of technische maatregelen ondernomen moeten worden om eventuele geuroverlast van de bakkerij te voorkomen.

Indien hier aan wordt voldaan is er geen sprake van negatieve effecten van de bakkerij ten opzichte van de woningen en wordt het bedrijf niet belemmerd in de bedrijfsvoering ten gevolge van de woningen. Rondom het plangebied bevindt zich overwegend de bestemming ‘Centrum’. Omdat binnen deze bestemming ‘wonen’ is toegestaan, kan er redelijkerwijs van uit worden gegaan dat alle andere functies die zich binnen de bestemming Centrum vallen, zich milieukundig verhouden tot de woonfunctie. Dat betekent dat vanuit het oogpunt van bedrijven en milieuzonering geen belemmeringen zijn voor voorliggend plan.

46

Bestemmingsplan URZO-locatie

Gemeente Meppel

Evenementen Het plangebied ligt naast het Slotplantsoen. Dit Slotplantsoen heeft de aanduiding ‘evenemententerrein’. Op basis van het bestemmingsplan is het toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'evenemententerrein' de gronden tevens te gebruiken voor evenementen in de categorieën B en C als bedoeld in het gemeentelijke evenementenbeleid, met dien verstande dat: a) per kalenderjaar maximaal 25 evenementen uit categorie B mogen worden gehouden; b) per kalenderjaar maximaal 20 evenementen uit categorie C mogen worden gehouden. De categorieën verwijzen naar de mate van belangrijkheid en risicofactoren zoals openbare orde, bereikbaarheid, aantal bezoekers en overlast. De categorieën zijn A, B en C (van laag naar hoog risico). Voor deze activiteiten is een vergunning nodig. Volgens art. 1.8 van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) kan een vergunning worden geweigerd in het belang van: a) de openbare orde; b) de openbare veiligheid; c) de volksgezondheid; d) de bescherming van het milieu. Bij iedere aanvraag voor een vergunning moet zodoende een afweging worden gemaakt op basis van onder andere voorgaande punten. Daarbij wordt de nieuwe situatie op de Urzo locatie (het plangebied waar voorliggend bestemmingsplan betrekking op heeft) meegenomen. Conclusie Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor het plan.

5.8 Externe veiligheid Kader Uitgangspunt bij het externe veiligheidsbeleid is een risicobenadering op basis van risicoberekeningen, met daarbij een wettelijke norm voor het plaatsgebonden risico (een basisbeschermingsniveau voor elk individu) en een afwegingsruimte voor het bevoegd gezag om te bepalen welke risico’s voor grotere groepen mensen aanvaard worden (de verantwoordingsplicht van het groepsrisico). De doelstelling van het externe veiligheidsbeleid luidt: ‘Het uitvoeren van een veiligheids- en risicobeleid om mens en milieu te beschermen tegen maatschappelijk onaanvaardbaar geachte gezondheids- en milieurisico’s. De overheid garandeert een zogenaamd ‘basisbeschermingsniveau’ voor externe veiligheid.’ Om voldoende ruimte te scheppen tussen de risicobron en de personen of objecten die risico lopen (kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten), moeten vaak afstanden in acht worden genomen. Ook ontwikkelingsmogelijkheden die ingrijpen in de personendichtheid kunnen om onderzoek vragen. Bij externe veiligheid wordt onderscheid gemaakt in het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans dat een persoon die (onafgebroken aanwezig en onbeschermd) op een bepaalde plaats overlijdt als gevolg van een calamiteit met een inrichting of een transportmodaliteit.

Het GR bestaat uit de cumulatieve kans per jaar dat een groep van een bepaalde omvang overlijdt als gevolg van een calamiteit met een inrichting of een transportmodaliteit.

47

Bestemmingsplan URZO-locatie

Gemeente Meppel

Het gemeentelijke externe veiligheidsbeleid is reeds in paragraaf 4.4.8 aangehaald. Dit beleid is gebaseerd op het rijks- en provinciaal veiligheidsbeleid. Analyse In het kader van onderliggend ontwikkeling is de risicokaart geraadpleegd. Hieruit blijkt dat zich in de directe omgeving van het plangebied geen risicobronnen bevinden die van enige invloed zijn op het plan. Op de volgende afbeelding is de uitsnede uit de risicokaart opgenomen.

Uitsnede risico kaart. Bron: www.risicokaart.nl.

Conclusie Het bestemmingsplan is op basis van het aspect externe veiligheid uitvoerbaar.

5.9 Luchtkwaliteit Kader Met betrekking tot de luchtkwaliteit moet rekening worden gehouden met het gestelde in de Wet milieubeheer (Wm), hoofdstuk 5, titel 5.2 Luchtkwaliteitseisen en de bijbehorende bijlagen. In deze wet en de daarop gebaseerde regelingen - Besluit NIBM (luchtkwaliteitseisen) en Regeling NIBM (luchtkwaliteitseisen) - is getalsmatig vastgelegd dat bepaalde projecten 'niet in betekenende mate' (NIBM) bijdragen aan de luchtverontreiniging. Het begrip 'niet in betekenende mate' is gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor stikstof (NO2), fijnstof (PM10) en zeer fijn stof (PM2,5) In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze gevallen kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Luchtkwaliteitseisen vormen onder de Wet milieubeheer geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkeling als:

48

Bestemmingsplan URZO-locatie

-

Gemeente Meppel

er geen sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; een project, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit leidt; een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het NSL; een project ‘niet in betekenende mate’ bijdraagt aan de luchtverontreiniging.

Analyse Het plan betreft de ontwikkeling van circa 40 woningen en ruim 600 m² commerciële plint. Het betreft hier een plan categorie 3A.2 overeenkomstig bijlage 3a van de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (milieukwaliteitseisen). Per ontsluitingsweg worden minder dan 1.500 woningen en/of minder dan 100.000 m² bvo kantoor gerealiseerd. Volgens bijlage 3B van de Regeling draagt het plan hierdoor ‘niet in betekenende mate’ bij. Er hoeft daarom niet getoetst te worden aan de grenswaarden voor stikstofdioxide en fijn stof PM10/PM2,5. Conclusie Het plan draagt niet in betekenende mate bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Het project is op basis van het aspect luchtkwaliteit uitvoerbaar.

5.10 Verkeer en parkeren Kader In het kader van ruimtelijke plannen dient te worden aangetoond dat het plan niet leidt tot ongewenste situaties ten aanzien van verkeer en parkeren. De gemeente Meppel heeft het parapluplan Parkeren vastgesteld waarin is bepaald hoe per functie de parkeeropgave moet worden ingevuld. In het gemeentelijk Verkeer- en vervoersplan zijn zaken ten aanzien van bereikbaarheid vastgelegd. Analyse Autoverkeer Het plangebied ligt tussen bestaande wegen, namelijk de Kruisstraat/Touwstraat, de Noteboomstraat en het Slotplantsoen. Van deze wegen zijn allen de Noteboomstraat, de Touwstraat en het Slotplantsoen voor autoverkeer bereikbaar. De ontsluiting van het plangebied voor de auto vindt dan ook plaats via deze wegen, waarbij geldt dat parkeervoorzieningen zijn voorzien op het binnenterrein van het plangebied. Dit binnenterrein is via de Noteboomstraat bereikbaar voor autoverkeer en fietsverkeer. Door de toevoeging van circa 45 woningen zal het aantal verkeersbewegingen in de straten rondom het plangebied toenemen. De straten kunnen de toename echter goed opvangen. Er is sprake van reguliere woonstraten met een bijpassende inrichting. Ook op het gebied van verkeersveiligheid worden geen problemen verwacht. Fietsverkeer Fietsverkeer kan gebruik maken van dezelfde ontsluiting als het autoverkeer aan de Noteboomstraat om achter de woningen te komen.

Via omliggende wegen als het Slotplantsoen en de Noteboomstraat is de rest van Meppel goed te bereiken. Parkeren Voor het plangebied is het parapluplan Parkeren van toepassing. In dit plan wordt verwezen naar de gemeentelijke Nota Parkeernormen gemeente Meppel waarin de parkeernormen zijn vertaald. 49

Bestemmingsplan URZO-locatie

Gemeente Meppel

Uitgangspunt is dat de te realiseren parkeergelegenheid voldoende moet zijn voor het bouwwerk waarvan een behoefte aan parkeergelegenheid wordt verwacht. Bij het realiseren van voldoende parkeergelegenheid hoeven geen bestaande tekorten te worden opgelost.

In de huidige situatie is er sprake van 2.975 m² BVO aan commerciële ruimten. Op basis van de norm van 3 parkeerplaatsen per 100 m² BVO is er behoefte aan 89,25 parkeerplaatsen. Op eigen terrein zijn op dit moment 20 parkeerplaatsen aanwezig. Dat betekent dat in openbaar gebied 69,25 (70) parkeerplaatsen zijn die bestemd zijn voor onderliggend plangebied. In de parkeernormennota is het grondgebied van Meppel ingedeeld in verschillende type gebieden met allen een eigen parkeernorm. In onderstaande tabel is dat weergegeven.

Het plangebied ligt binnen het centrum van Meppel. Dat leidt op basis van de parkeernormen tot de volgende parkeeropgave.

Totaal: 81 parkeerplaatsen, onderverdeeld in: -

21,3 voor bezoekers in openbaar gebied/parkeergarage 18,3 voor commerciële functies in openbaar gebied 42 voor bewoners op binnenterrein

Het plan voorziet in 42 parkeerplaatsen op het eigen binnenterrein. De bezoekers kunnen gebruik maken van de openbare parkeergelegenheden, zoals de naastgelegen parkeergarage. Datzelfde geldt voor de bezoekers die te relateren zijn aan de commerciële ruimten. Omdat er op basis van de huidige situatie 70 parkeerplaatsen in de openbare ruimte zijn toe te wijzen, is deze ruimte aanwezig. Conclusie Het plan voorziet in een goede ontsluiting. Daarnaast is voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein aanwezig en kan een klein deel van het (bezoekers)parkeren in openbaar gebied/in openbare parkeergelegenheden plaatsvinden. 50

Bestemmingsplan URZO-locatie

Gemeente Meppel

5.11 Geur In de bestaande situatie bevindt zich binnen het plangebied een bakker. Ook in de nieuwe situatie bestaat de mogelijkheid om een bakker te vestigen binnen de geldende bestemming. In het kader van de omgevingsvergunning dient de bakker aan te tonen dat wordt voldaan aan het activiteitenbesluit. Daarbij geldt dat rekening moet worden gehouden met de hoogte van het emissiepunt i.r.t. de hoogte van de appartementen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meppel&id=dc24ffa8-8d11-46d5-9419-dfdf3bee6742