CConstaterende datMeppel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Toelichting - Ontwerpbestemmingsplan Zegelhorstweg 4

1 - RAADSVERGADERING 25 april 2024, gemeente MeppelBij agendapunt: Ongewijzigd vaststellen ontwerpbestemmingsplan 'Meppel - Buitengebied, herziening Zegelhorstweg 4'15.648 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bestemmingsplan ‘Meppel herziening Zegelhorstweg 4’ Toelichting NL.IMRO.0119.Zegelhorstweg 4-BPC1 25 april 2024

–

Buitengebied,

Regels Inhoud 1 Inleiding .......................................................................................................... 5 1.1

Aanleiding en doel ................................................................................... 5

1.2 Ligging en begrenzing plangebied................................................................... 5 1.3 Geldend bestemmingsplan ............................................................................ 7 1.4 Opzet van de toelichting ............................................................................... 7 2

Beschrijving van de bestaande situatie ........................................................ 8 2.1 Inleiding ..................................................................................................... 8 2.2 Landschap .................................................................................................. 8 2.3 Stedenbouwkundige structuur ....................................................................... 8 2.4 Plangebied .................................................................................................. 8

3

Beschrijving van de toekomstige situatie ................................................... 13 3.1 Inleiding ................................................................................................... 13 3.2 Ontwikkelingen .......................................................................................... 13 3.3 Bouwplan ................................................................................................. 14 3.4 Landschappelijk inpassingsplan .................................................................... 14 3.5 Strijdigheid met het geldende bestemmingsplan ............................................. 15

4

Relevant ruimtelijk beleid .......................................................................... 16 4.1 Inleiding ................................................................................................... 16 4.2 Europees beleid ......................................................................................... 16 4.3 Rijksbeleid ................................................................................................ 16 4.4 Provinciaal beleid ....................................................................................... 18 4.5 Gemeentelijk beleid ................................................................................... 22

5

Milieu- en omgevingsaspecten ................................................................... 26 5.1 Inleiding ................................................................................................... 26 5.2 Bodem ..................................................................................................... 26 5.3 Asbest...................................................................................................... 27 5.4 Bedrijven en milieuzonering ........................................................................ 27 5.5 Verkeer en parkeren .................................................................................. 28 5.6 Geluid ...................................................................................................... 29 5.7 Externe veiligheid ...................................................................................... 31 5.8 Luchtkwaliteit ............................................................................................ 33 5.9 Water....................................................................................................... 35 5.10 Ecologie .................................................................................................. 38

5.11 Archeologie en cultuurhistorie .................................................................... 39 5.12 Duurzaamheid ......................................................................................... 40 5.13 Conclusie milieu- en omgevingsaspecten ..................................................... 43 6

Besluit Milieueffectrapportage ................................................................... 44 6.1 Inleiding ................................................................................................... 44 6.2 Beoordelingskader ..................................................................................... 44 6.3 Procedure ................................................................................................. 44 6.4 Toetsing ................................................................................................... 44 6.5 Conclusie .................................................................................................. 45

7

Toelichting op de regels ............................................................................. 46 7.1 Inleiding ................................................................................................... 46 7.2 Opzet van de regels ................................................................................... 46 7.3 Nadere toelichting op de bestemmingen ........................................................ 47

8

Uitvoerbaarheid.......................................................................................... 49 8.1 Inleiding ................................................................................................... 49 8.2 Financiële uitvoerbaarheid en exploitatie ....................................................... 49

9

Maatschappelijke uitvoerbaarheid .............................................................. 50 9.1 Inleiding ................................................................................................... 50 9.2 Overleg en inspraak ................................................................................... 50 9.3 Zienswijzen ............................................................................................... 50

Bijlagen Bijlage 1: Landschappelijk inpassingsplan Bijlage 2: Verkennend bodemonderzoek nieuwbouwlocatie Bijlage 3: Verkennend bodemonderzoek bestaande erf Bijlage 4: Asbestinventarisatie Bijlage 5: Digitale watertoets Bijlage 6: Quickscan flora & fauna Bijlage 7: Stikstofberekeningen

1 Inleiding 1.1

Aanleiding en doel

Initiatiefnemer heeft het voornemen om op de locatie van de bestaande schuur tegenover Zegelhorstweg 4 een nieuwe woning te realiseren. De woning aan Zegelhorstweg 4 en het betreffende perceel aan de overzijde van de weg bij de voormalige stal is eigendom van de zus van initiatiefnemer; zij heeft beide percelen in het verleden gekocht van de agrariër die ter plekke een bedrijf runde. Momenteel woont zij in de bestaande woning aan Zegelhorstweg 4 en heeft hier een bedrijf aan huis (webshop) welke in een deel van het hoofdgebouw is gevestigd (ten behoeve van opslag). Hoewel het bedrijf een brutovloeroppervlak van 220 m2 van het hoofdgebouw beslaat, zijn de bedrijfsactiviteiten niet overheersend ten opzichte van de woonfunctie. Om dichter bij elkaar te kunnen wonen wil initiatiefnemer voor diens vader een levensloopbestendige woning bouwen op de plek van de huidige agrarische stal aan de overzijde van de weg. De stal zal ten behoeve van de bouw van de woning worden gesloopt. De ontwikkeling zal derhalve plaatsvinden op basis van het Ruimte voor Ruimte-beleid van de provincie Drenthe. Tevens is, omwille van de reguliere bewoning van het bestaande erf (met uitsluitend een bedrijf aan huis in de vorm van een webshop) zonder verdere agrarische bedrijfsactiviteiten, sprake van een met het geldend bestemmingsplan strijdige situatie.

De voorgenomen ontwikkeling past niet binnen het geldende bestemmingsplan ‘Buitengebied’, zoals vastgesteld op 3 september 2009. Om de voorgenomen ontwikkelingen mogelijk te maken is het vaststellen van een nieuw bestemmingsplan noodzakelijk. Voorliggend bestemmingsplan vormt het nieuwe planologische kader om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken.

1.2 Ligging en begrenzing plangebied Het plangebied ligt in het buitengebied van Meppel, ten noorden van de kern Meppel en ten westen van Ruinerwold. Ten oosten wordt het plangebied begrensd door de watergang ‘De Oude Vaart’. Het plangebied wordt doorsneden door de Zegelhorstweg en grenst aan twee zijden aan de Zegelhorstweg. Ten noorden van de bestaande woning grenst het plangebied aan het erf van Zegelhorstweg 3 en 3a. Verder is het plangebied omgeven door gronden in gebruik voor agrarische doeleinden. Het plangebied is kadastraal bekend als gemeente Meppel, sectie P, nummers 41 (gedeeltelijk), 409 (gedeeltelijk) en 410 en heeft een oppervlakte van circa 14.216 m2. Onderstaande afbeelding geeft de ligging van het plangebied in de directe omgeving weer.

Ligging van het plangebied (rood omkaderd) ten opzichte van Meppel (onder) en Ruinerwold (rechts) (bron: www.google.nl/maps)

Exacte begrenzing plangebied (rood omlijnd) (bron: PDOK)

1.3 Geldend bestemmingsplan Ter plaatse van het plangebied geldt het bestemmingsplan ‘Buitengebied’. Dit bestemmingsplan is vastgesteld op 3 september 2009. Het plangebied is volledig bestemd als ‘agrarische doeleinden’. Over het volledige plangebied, zowel ter plekke van de bestaande woning als de schuur, is een bouwvlak opgenomen. Ter plaatse van de schuur is de aanduiding ‘zonder woning’ toegevoegd. De beide bouwvlakken zijn voorzien van de figuur ‘bij elkaar horende bouwvlakken’.

Uitsnede verbeelding bestemmingsplan 'Buitengebied' (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)

1.4 Opzet van de toelichting Het tweede en derde hoofdstuk van deze toelichting geven een beschrijving van respectievelijk de bestaande- en toekomstige situatie. In het vierde en vijfde hoofdstuk wordt het bestemmingsplan getoetst aan het relevante ruimtelijke beleid en de milieu- en omgevingsaspecten. In hoofdstuk zes wordt de voorgenomen ontwikkeling getoetst aan het Besluit milieueffectrapportage. Hoofdstuk zeven bevat een toelichting op de regels. In hoofdstuk acht en negen komen achtereenvolgens de financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid aan de orde.

2 Beschrijving van de bestaande situatie 2.1 Inleiding Aan de hand van een beschrijving van het landschap en de stedenbouwkundige structuur wordt in dit hoofdstuk inzicht gegeven in bestaande situatie.

2.2 Landschap Het plangebied aan de Zegelhorstweg maakt onderdeel uit van het esdorpenlandschap. Tot aan de middeleeuwen zijn bewoners in dit gebied niet gebonden geweest aan één plek; bouwlanden met boerderijen werden regelmatig verplaatst. Pas sinds de vroege middeleeuwen vestigden de mensen zich op één plek, met name op de flanken van de beekdalen. Het beekdallandschap van de Oude Vaart, wordt aangemerkt met een lage mate van gaafheid. Het beekdal van de Oude Vaart fungeerde oorspronkelijk als waterafvoer van de hoogveengebieden in Drenthe. Een karakteristiek beekdal is echter niet meer te herkennen. De dijkjes langs de beek geven de loop van de Oude Vaart, dat door de provincie Drenthe wordt aangeduid als esdorpenlandschap, is te typeren als een open, agrarisch landschap met weinig bebouwing en beplanting. Behoud van het halfopen landschap (weren van bebouwing of bebossing) is derhalve één van de doelen voor het gebied.

2.3 Stedenbouwkundige structuur De omgeving van het plangebied wordt gekenmerkt door de strokenverkaveling haaks op de aanwezige watergangen (o.a. De Oude Vaart). De percelen zijn langgerekt en onderling van elkaar gescheiden door sloten. Er is zeer weinig tot geen opgaand groen aanwezig op de agrarische gronden, behoudens houtsingels rond bestaande erven. Het beekdal van de Oude Vaart fungeerde oorspronkelijk als waterafvoer van de hoogveengebieden in Drenthe. Een karakteristiek beekdal is in de huidige situatie echter niet meer te herkennen. Het beekdal aan de zijde van de Zegelhorstweg wordt begrensd door de Oude Vaart aan de oostzijde en de N371 aan de westzijde. De Oude Vaart verbindt Meppel met de hoogveengebieden in Drenthe, nabij Beilen. Later is de Buitenvaart, direct naast de N371, gerealiseerd, waarmee tevens een waterverbinding voor transport werd gerealiseerd tot Groningen. Het belang van de vaarwegen als transportroute is, na het beëindigen van de hoogveenontginningen, afgenomen. De Zegelhorstweg loopt in noordelijke richting langs de Oude Vaart door, waar de weg bij de kruising met de Arendsweg overgaat in de Oude Vaartweg. Verder in noordelijke richting vormt deze weg de verbinding met de kern Havelte.

In zuidelijke richting eindigt de Zegelhorstweg ter hoogte van het plangebied als verharde weg en gaat hier over in een onverharde landweg tot de aansluiting op de Rijksomweg (langs de A32). Het plangebied is in noordelijke richting ontsloten naar de omgeving via de Zegelhorstweg, Nijentapperweg en vervolgens de N371.

2.4 Plangebied Het plangebied bestaat uit twee deelgebieden: ten oosten van de Zegelhorstweg bevindt zich het woonerf van de voormalige agrarische bedrijfslocatie. Hier bevindt zich een karakteristieke Drentse boerderij (hallenhuisboerderij) met een rieten schilddak. Aan de voorzijde bevindt zich het woongedeelte van de boerderij, in het achterste deel wordt momenteel een bedrijf aan huis gerund (webshop). Het betreft een webshop in babyartikelen; deze functie heeft geen verkeer van bezoekers tot gevolg behoudens leveranciers. De huidige oppervlakte van de webshop, inclusief toegangsruimte, keuken en toilet bedraagt 220 m2. De huidige bestemming 'Agrarisch' staat ter plekke van het plangebied aan-huis-verbonden beroepen/kleinschalig bedrijfsmatige activiteiten van ten hoogste categorie 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten toe. Een webshop wordt niet gedefinieerd in de Staat van Bedrijfsactiviteiten.

Kenmerkend voor webshops is het ontbreken van fysiek uitstallen van artikelen ten verkoop. Producten worden digvitaal gepresenteerd en derhalve vindt klantcontact uitsluitend digitaal plaats. Van belang bij de toelaatbaarheid van webshops is in hoeverre aanvullende functies (afhaalmogelijkheden van goederen, showrooms en uitstalling van producten of combinaties daarvan worden toegevoegd aan de bedrijfsvoering. In onderhavige situatie betreft het uitsluitend opslag en distributie van goederen. Hiermee is de impact van de omgeving minimaal en kan worden gesteld dat (ondanks het brutovloeroppervlak ten behoeve van de opslag) de bedrijfsactiviteiten op het erf niet die van vergelijkbare bedrijvigheid uit categorie 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten overstijgen. Niettemin is de webshop in de toetsing aan de richtafstanden tot omliggende gevoelige functies meegenomen. Het deelgebied ten westen van de Zegelhorstweg is in het verleden in gebruik geweest voor de huisvesting van vee. De nog aanwezige schuur op het perceel is hier een bewijs van. De schuur en bijbehorende bouwwerken (silo, mestkuilen, etc.) zijn tegenwoordig niet meer in gebruik. Het perceel is ontsloten via een brede klinkertoegangsweg die aansluit op de Zegelhorstweg. Onderstaande afbeeldingen geven een impressie van de beide deelgebieden.

Noordelijke grens westelijk deelgebied met rechts op achtergrond woning Zegelhorstweg 4

Bestaande stal gezien vanuit noordelijke richting met links op achtergrond bestaande woning

Bestaande stal gezien vanaf de Zegelhorstweg

Achterzijde westelijk deelgebied

Overgang van verharde weg naar onverharde landweg (Zegelhorstweg) ter hoogte van het plangebied (bron: www.google.nl/maps)

Wegprofiel Zegelhorstweg in noordelijke richting (bron: www.google.nl/maps)

3 Beschrijving van de toekomstige situatie 3.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt de voorgenomen ontwikkeling beschreven. Onder meer de beoogde ontwikkelingen en het bouwplan worden besproken. Het hoofdstuk wordt afgesloten met een beschrijving van de strijdigheden met het geldende bestemmingsplan.

3.2 Ontwikkelingen Initiatiefnemer is voornemens om ter plekke van de bestaande schuur (ten westen van de Zegelhorstweg) een nieuwe woning met bijgebouw te realiseren. Ten behoeve van deze ontwikkeling zal de bestaande schuur worden gesloopt. Tevens zal de bestaande boerderijwoning aan de oostzijde van de Zegelhorstweg regulier bewoond gaan worden (zoals in de huidige situatie al het geval is) en wil men de ter plekke reeds aanwezige webshop graag voortzetten. Beide erven worden landschappelijke ingepast, waartoe een landschappelijk inpassingsplan is opgesteld. In paragraaf 3.4 wordt hier verder op in gegaan. Onderstaande afbeelding geeft de locatie van de beoogde nieuwe woning weer.

Beoogde locatie nieuwe woning (donkergrijs) ten opzichte van voormalige stal (gearceerd)

3.3 Bouwplan Het bouwplan ziet toe op de realisatie van één duurzame, levensloopbestendige woning op de locatie van de huidige schuur. Deze zal in dit kader worden gesloopt. De beoogde woning krijgt een grondoppervlak van circa 100 m2 met twee woonlagen (grondoppervlak van 7,5 bij 13 meter, één volledige woonlaag en eerste verdieping in de kap). Het doel is om de fundering van de voormalige agrarische stal te behouden voor duurzame energieopwekking, waterberging en realisatie van een half ondergrondse kas. Ter plekke van de beoogde woning zal de fundering van de stal wel worden verwijderd. Beoogd is om de levensloopbestendige woning middels prefab-methode te realiseren. Onderstaande afbeeldingen geven een indruk van de beoogde woning.

Gevelaanzichten beoogde woning

Op het achtererf is een schuur van 9,5 bij 10 meter beoogd. Tevens wil initiatiefnemer de bestaande fundering en mestkelders onder de voormalige schuur behouden ten behoeve van ondergrondse waterberging, eventueel het opwekken van duurzame energie en het realiseren van een kelderkas. Met name aan de randen en noordzijde van het erf is ruimte gereserveerd voor een groene inpassing van het plan. Het bestaande woonhuis aan de oostzijde van de Zegelhorstweg wordt als reguliere woning in gebruik genomen. Ter plekke vinden geen fysieke veranderingen plaats. Tevens is de woning reeds als reguliere woning in gebruik, waarmee het gebruik eveneens niet wijzigt ten opzichte van de huidige situatie.

3.4 Landschappelijk inpassingsplan Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld, welke als bijlage 1 bij de toelichting is opgenomen. Het landschappelijk inpassingsplan ziet toe op een groene afronding van het erf en het borgen van de landschappelijke kwaliteiten van de omgeving ter plekke van het plangebied. Hierbij zijn drie uitgangspunten gehanteerd: • • •

Handhaven van de openheid van de omgeving het Oude Diep Nijetap; Realiseren van een biodiverse inrichting; Het opzetten van woning en schuur in afstemming met de contouren van de stal.

In het ontwerp is er naar gestreefd het verhard oppervlak beperkt te houden en een grote variatie aan bomen en planten toe te voegen ten behoeve van de biodiversiteit. Aan de noordzijde worden een

voedselbos en moestuin gerealiseerd. De erfafscheiding rond het perceel krijgt een natuurlijke, groene uitstraling, waarbij de sloten gehandhaafd blijven en aan de noordzijde ingepakt worden met een houtsingel. Aan de zuid- en westzijde bestaat de inpassing uit minder dichte beplanting om het doorzicht naar het landschap en de ruimtes tussen bomen te behouden. Aan de Zegelhorstweg wordt eveneens een bomenrij gerealiseerd. Voor de situering van de woning en het bijgebouw is zoveel mogelijk aangesloten op de voormalige contouren van de bestaande stal; de woning is in lijn gezet met de verkaveling in het landschap. De ondergrondse fundering en mestkelders blijven gehandhaafd en geven ruimte voor ondergronds waterberging en het realiseren van een half ondergrondse kas. Onderstaande afbeelding geeft de landschappelijke inpassing van het plangebied weer.

Landschappelijke inpassing westelijk deel plangebied

3.5 Strijdigheid met het geldende bestemmingsplan De geldende bestemming ‘agrarische doeleinden’ (uit het bestemmingsplan ‘Buitengebied’) staat de realisatie van één woning ter plekke van de huidige stal niet toe. De voor deze bestemming aangewezen gronden zijn bedoeld voor agrarisch gebruik. Tevens is het gebruik van de bestaande woning aan Zegelhorstweg 4 als reguliere burgerwoning niet toegestaan; de woning dient als bedrijfswoning bij het agrarisch bedrijf te worden gebruikt. Om de voorgenomen ontwikkelingen te kunnen realiseren is een partiële herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk.

4 Relevant ruimtelijk beleid 4.1 Inleiding Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het relevante ruimtelijke beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven. Het beleid is in dit bestemmingsplan afgewogen en door vertaald op de verbeelding en in de regels.

4.2 Europees beleid 4.2.1 Kaderrichtlijn Luchtkwaliteit In de Europese Kaderrichtlijn Luchtkwaliteit worden de grondbeginselen van het Europese luchtkwaliteitsbeleid gegeven. De doelstellingen van dit beleid zijn het omschrijven en vastleggen van de luchtkwaliteit om de schade voor mens en milieu te voorkomen, verhinderen of te verminderen, de luchtkwaliteit te kunnen beoordelen, de bevolking te kunnen informeren over de kwaliteit van de lucht en het in stand houden van of verbeteren van de kwaliteit. In hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer (Wm) van 15 november 2007 is de Europese kaderrichtlijn opgenomen in Nederlandse wetgeving. In paragraaf 5.7 worden de gevolgen voor de luchtkwaliteit beschreven als gevolg van het realiseren van het plan. 4.2.2 Kaderrichtlijn Water De Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) is op 22 december 2000 in werking getreden en is bedoeld om een gecoördineerd beheer in alle Europese stroomgebieden te realiseren, de waterkwaliteit verder te verbeteren en het publiek sterker bij het waterbeheer te betrekken. De Kaderrichtlijn Water omvat regelgeving ter bescherming van het binnenlandse oppervlaktewater, overgangswateren (waaronder estuaria worden verstaan), kustwateren en grondwater. De gevolgen voor de realisatie van het plan worden beschreven in paragraaf 5.9.

4.2.3 Natura 2000 Om de natuur in Europa te beschermen en te ontwikkelen, werken de lidstaten van de Europese Unie (EU) samen aan Natura 2000: een samenhangend netwerk van beschermde natuurgebieden in alle lidstaten. Dit netwerk vormt de hoeksteen van het EU-beleid voor behoud en herstel van biodiversiteit. De Nederlandse bijdrage hieraan bestaat uit 162 gebieden. Natura-2000 omvat alle gebieden die zijn beschermd op grond van de Vogelrichtlijn (1979) en Habitatrichtlijn (1992), die zijn opgenomen in de Wet natuurbescherming. In beide richtlijnen staan ook maatregelen voor soortenbescherming. In paragraaf 5.10 wordt besproken in hoeverre de bestemmingswijziging de aanwezige natuurwaarden raakt. 4.2.4 Verdrag van Malta Het Europese Verdrag van Malta uit 1992 regelt de bescherming van archeologisch erfgoed, de inpassing ervan in de ruimtelijke ontwikkeling en de financiering van opgravingen. Nederland heeft dit verdrag ondertekend en goedgekeurd. Invoering ervan gebeurt onder meer door de Wet op de archeologische monumentenzorg. In paragraaf 5.11 en 5.12 wordt beschreven op welke manier wordt omgegaan met archeologische en cultuurhistorische waarden.

4.3 Rijksbeleid 4.3.1 Nationale Omgevingsvisie In de Nationale Omgevingsvisie, de NOVI, geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Met de NOVI wordt beoogd een perspectief te bieden om grote opgaven, zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw aan te pakken. Hierbij is omgevingskwaliteit, een combinatie van ruimtelijke kwaliteit en milieukwaliteit, het kernbegrip.

De NOVI stelt een nieuwe aanpak voor: integraal, samen met andere overheden en maatschappelijke organisaties, en met meer regie vanuit het Rijk. Centraal bij de afweging van diverse belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving, zowel van de boven- als de ondergrond, zogenaamd ‘omgevingsinclusief’ beleid. De NOVI onderscheidt daarbij drie afwegingsprincipes: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Het Rijk zal bij de uitvoering van de NOVI zichtbaar maken hoe de omgevingsinclusieve benadering vorm krijgt en de afwegingsprincipes benut worden. De NOVI gaat vergezeld van een Uitvoeringsagenda, waarin staat aangegeven hoe het Rijk invulling geeft aan de eigen rol bij de uitvoering van de NOVI. In de Uitvoeringsagenda is onder andere een overzicht van instrumenten en (gebiedsgerichte) programma’s op verschillende beleidsterreinen opgenomen. De Uitvoeringsagenda wordt, indien nodig, jaarlijks geactualiseerd. Gezien de omvang en impact van onderhavig initiatief kan worden geconcludeerd dat geen nationale belangen zoals verwoord in de NOVI worden geraakt.

4.3.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening De basis van juridische borging van de realisatie van de nationale belangen ligt in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het Barro geeft juridische kaders voor borging van het ruimtelijke rijksbeleid. Het Barro is in werking getreden op 30 december 2011. In het Barro wordt een aantal onderwerpen dat van rijksbelang is concreet benoemd. Gezien de omvang en impact van onderhavig initiatief kan worden geconcludeerd dat geen strijdigheden optreden met de in het Barro opgenomen juridische kaders voor realisatie van nationale belangen. 4.3.3 Realisatieparagraaf Nationaal Ruimtelijk Beleid De nieuwe Wet ruimtelijke ordening (Wro) verlangt niet alleen dat verantwoordelijkheden en belangen worden benoemd, maar ook dat inzichtelijk is hoe deze belangen zullen worden verwezenlijkt. Het Rijk heeft de nationale ruimtelijke belangen opgenomen in de zogenaamde 'Realisatieparagraaf Nationaal Ruimtelijk Beleid'. Nationale ruimtelijke belangen zijn zaken waarvoor de rijksoverheid een specifieke verantwoordelijkheid neemt, hetgeen blijkt uit de inzet van diverse bevoegdheden en instrumenten om deze belangen te behartigen en te realiseren.

Het overzicht van nationale belangen in de Realisatieparagraaf is gebaseerd op een zorgvuldige analyse van de Planologische Kernbeslissingen (PKB's) van het Rijk. De uitspraken in deze PKB's zijn op een beleidsneutrale wijze, dat wil zeggen inhoudelijk ongewijzigd, verwerkt in het overzicht van nationale ruimtelijke belangen, aangevuld en waar aan de orde geactualiseerd. Een beperkt aantal belangen zal worden geborgd met de (toekomstige) AMvB Ruimte. Het Rijk geeft met deze werkwijze een transparante en scherp geselecteerde invulling aan de sturingsfilosofie 'decentraal wat kan, centraal wat moet'. Het resultaat hiervan is een heldere en scherpe markering van datgene wat centraal moet. Hierdoor wordt niet alleen voor medeoverheden duidelijk wanneer afstemming moet worden gezocht met het Rijk, maar wordt ook voor burgers, maatschappelijke en andere private organisaties duidelijk waar het Rijk voor staat. De Realisatieparagraaf heeft de status van structuurvisie. 4.3.4 Ladder voor duurzame verstedelijking Wettelijk kader Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Het Rijk wil met de ladder vraaggerichte

programmering bevorderen. De ladder beoogt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle stedelijke ontwikkelingen. De definitie van een stedelijke ontwikkeling is opgenomen in artikel 1.1.1, eerste lid, onder i, van het Bro en luidt als volgt: •

ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.

Uitwerking Nieuwe stedelijke ontwikkeling Alvorens de twee treden van de Ladder voor duurzame verstedelijking uit te werken, dient allereerst de vraag beantwoord te worden of het voorgenomen bouwplan te beschouwen is als een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’. Het bouwplan voorziet in de toevoeging van één nieuwe woning ter plaatse van de huidige stal. Voor woningen geldt op basis van jurisprudentie dat er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling bij de realisatie van 12 of meer woningen. Er is derhalve geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Verdere toetsing aan de Ladder voor duurzame verstedelijking is in dit kader niet noodzakelijk. Conclusie Er wordt voldaan aan de uitgangspunten van de Ladder voor duurzame verstedelijking. 4.3.5 Conclusie Rijksbeleid De voorgenomen ontwikkelingen passen binnen de uitgangspunten van het rijksbeleid en raken geen nationaal ruimtelijke belangen.

4.4 Provinciaal beleid 4.4.1 Omgevingsvisie Drenthe 2022 De Omgevingsvisie is hét strategische kader voor de ruimtelijk-economische ontwikkeling van Drenthe. De visie formuleert de belangen, ambities, rollen, verantwoordelijkheden en sturing van de provincie in het ruimtelijke domein. De Omgevingsvisie beschrijft de ruimtelijk-economische ontwikkeling van Drenthe in de periode tot 2030, met in sommige gevallen een doorkijk naar de periode daarna. Als in de tekst wordt gesproken over ‘lange termijn’, betreft het de periode na 2030. De Omgevingsvisie heeft voor de provincie vooral een interne binding. Dit betekent dat de provincie bij de uitoefening van haar taken aan de Omgevingsvisie gebonden is. De provinciale Omgevingsvisie gaat uit van een centrale missie, te weten: ‘Het waarderen van de Drentse kernkwaliteiten en het ontwikkelen van een bruisend Drenthe, passend bij de kernkwaliteiten’. De genoemde kernkwaliteiten dragen bij aan de identiteit en aantrekkelijkheid van Drenthe. Samen met vertegenwoordigers van overheden, belangengroepen, marktpartijen en inwoners heeft de provincie de volgende kernkwaliteiten van Drenthe benoemd: • • • • • •

Rust, ruimte, natuur en landschap; Oorspronkelijkheid (authenticiteit, Drents eigen); Noaberschap; Kleinschaligheid; Menselijke maat; Veiligheid.

Het provinciaal belang ligt in het behouden en, waar mogelijk, ontwikkelen van de kernkwaliteiten. In hoofdstuk 4 van de Omgevingsvisie is voor alle kernkwaliteiten een uitwerking naar meer concrete

indicatoren gemaakt, namelijk landschap, cultuurhistorie, aardkundige waarden, archeologie, rust en natuur. Zorgvuldig ruimtegebruik De provincie Drenthe staat bekend om de rust en ruimte en wil dit graag behouden. Derhalve is zorgvuldig ruimtegebruik bij nieuwe ontwikkelingen van provinciaal belang. Onderhavig initiatief ziet toe op de sloop van de bestaande stal en nieuwbouw van één woning ter plekke op basis van de provinciale Ruimte voor Ruimte-regeling. Het initiatief is passend binnen deze provinciale regeling en draagt daarmee bij aan zorgvuldig ruimtegebruik middels het vervangen van leegstaande agrarische bedrijfsbebouwing door een woning. 4.4.2 Provinciale omgevingsverordening Drenthe Provinciale Staten van Drenthe hebben de Provinciale omgevingsverordening Drenthe op 3 oktober 2018 vastgesteld. De meest recente vastgestelde wijziging van de omgevingsverordening dateert van 1 juni 2022. De provinciale omgevingsverordening omvat een reeks kaartbeelden die teruggrijpen op de kernkwaliteiten uit de provinciale Omgevingsvisie. Toets voorgenomen ontwikkeling Kernkwaliteit Cultuurhistorie Het plangebied ligt in een zone aangeduid als ‘Beleid respecteren’. Er gelden ter plekke geen bijzondere eisen ten aanzien van cultuurhistorie. De Oude Vaart ten oosten van het plangebied behoort tot de Cultuurhistorische hoofdstructuur.

In ruimtelijke plannen dient uiteengezet te worden hoe het desbetreffende plan zich verhoudt tot het behoud en de ontwikkeling van de bij het plan betrokken kernkwaliteiten. Het bestaande erf ten oosten van de Zegelhorstweg, dat grenst aan de Oude Vaart, verandert fysiek gezien in onderhavig plan niet; de bestaande boerderij blijft behouden en wordt gebruikt als reguliere burgerwoning. Het plan doet hiermee geen afbreuk aan de kernkwaliteiten van de Oude Vaart. Kernkwaliteit Landschap Het plangebied is gelegen in het esdorpenlandschap, specifiek in het beekdal. Voor beekdalen geldt dat het onbebouwde gebieden zijn met kleinschalige beplantingsstructuren en beekdal(rand) beplanting. Het provinciaal beleid ter plekke is gericht op behoud van het onbebouwde karakter en het versterken van karakteristieke beekdal(rand) beplanting. Het planvoornemen voorziet in de vervanging van de bestaande stal door een woonhuis. Hiermee neemt het bebouwd oppervlak ter plekke af. Met de landschappelijke inpassing van het nieuwe erf wordt daarnaast een impuls gegeven aan de ruimtelijke kwaliteit van het beekdal in de vorm van kleinschalige beplantingsstructuren.

Uitsnede kaartbeeld 'Kernkwaliteit Landschap' met ligging plangebied in zone 'Beekdal' (aangeduid met rode bolletje) (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl) Beekdal en bergingsgebied Uit oogpunt van waterbeheer is het plangebied volgens kaartbeeld ‘Beekdal en bergingsgebied’ gelegen in het beekdal. Hierop is artikel 2.34 uit de omgevingsverordening van toepassing. Artikel 2.34 Water 1. Een ruimtelijk plan dat betrekking heeft op gebieden die op de bij deze verordening behorende kaart D11 (Beekdal en bergingsgebied) zijn aangeduid als ‘Beekdal’, voorziet voor de desbetreffende gebieden niet in nieuwe kapitaalintensieve functies. 2. In afwijking van het eerste lid kan een ruimtelijk plan in nieuwe kapitaalintensieve functies voorzien wanneer is voldaan aan de volgende voorwaarden: a. er is sprake van een zwaarwegende maatschappelijk belang; b. er zijn geen reële alternatieven; c. de functie vormt op die locatie geen feitelijke belemmering om in de toekomst de afvoer- en bergingscapaciteit van het regionale watersysteem te vergroten; en d. het negatieve effect op het watersysteem wordt in het desbetreffende ruimtelijke plan gecompenseerd. 3. Een ruimtelijk plan dat gebied bestrijkt dat op de bij deze verordening behorende kaart D11 (Beekdal en bergingsgebied) is aangeduid als ‘Bergingsgebied’, strekt mede tot behoud van het waterbergend vermogen van dat gebied. 4.

Een ruimtelijk plan dat betrekking heeft op gebied dat een grondwaterwinningfunctie heeft, strekt mede tot bescherming van die functie als grondwaterwingebied. Onderhavig planvoornemen maakt geen vestiging van nieuwe kapitaalintensieve functies mogelijk. De waterhuishoudkundige belangen van het beekdal worden daarmee niet geschaad. Het planvoornemen is niet in strijd met artikel 2.34 van de provinciale omgevingsverordening. Ruimte-voor-ruimte regeling Het planvoornemen wordt gerealiseerd op basis van de provinciale ruimte-voor-ruimte regeling zoals vastgelegd in de provinciale omgevingsverordening van Drenthe. Hiertoe is artikel 2.16 uit de omgevingsverordening van toepassing:

Artikel 2.16 Ruimte-voor-ruimte regeling 1. Een ruimtelijk plan voor een gebied gelegen buiten bestaand stedelijk gebied, kan voorzien in een ruimte-voor-ruimte-regeling als in dat gebied bedrijfsmatige of maatschappelijke bebouwing aanwezig is die de oorspronkelijk functie is verloren, mits: a. de sloopnorm voor 1 compensatiewoning ten minste 750 m² en ten minste 2.000 m² voor maximaal 2 compensatiewoningen aan bedrijfsbebouwing bedraagt; b. onverminderd het bepaalde in sub a bedraagt de sloopnorm voor 3 compensatiewoningen ten minste 3000 m² en ten minste 4000 m² voor 4 compensatiewoningen en ten minste 5000 m² voor 5 compensatiewoningen. c. In afwijking van het bepaalde in sub b bedraagt de sloopnorm 6 compensatiewoningen wanneer meer dan 6000 m² wordt gesloopt. 2. In afwijking van het bepaalde in lid 1 kan een ruimtelijk plan voorzien in ten hoogste 4 woningen bij een sloopnorm van 2000 m², voor zover de totale oppervlakte van alle woningen tezamen niet meer bedraagt dan 500 m². 3. De ruimte-voor-ruimte regeling wordt vormgegeven met inachtneming van het volgende: a. toepassing van de regeling is alleen mogelijk voor bebouwing die op 1 januari 2014 al aanwezig was; b. in het ruimtelijk plan mag de mogelijkheid worden geboden tot het samenvoegen van bebouwing op meerdere percelen (saldering) om te kunnen komen tot de sloopnorm; c.

Bij het realiseren van drie of meer woningen als bedoeld in lid 1 en 2 toont het ruimtelijk plan aan dat de aantallen en doelgroep passen binnen de gemeentelijke woonvisie of omgevingsvisie, uitvoeringsprogramma’s en prestatie afspraken; d. randvoorwaarden voor inpassing, omvang, inhoud en uiterlijk van de compensatiewoning worden vastgelegd; en e. de randvoorwaarde dat bouw van een compensatiewoning niet plaatsvindt in gebieden die op kaart D3 (Natuurnetwerk Nederland) en/of kaart D11 (Beekdal en bergingsgebied) zijn aangeduid, tenzij de oorspronkelijke bebouwing wordt verwijderd in de betreffende gebieden. Het planvoornemen voorziet in de sloop van de bestaande stal ten westen van de Zegelhorstweg. Deze stal was op 1 januari 2014 al aanwezig binnen het plangebied en komt derhalve in aanmerking voor het ruimte-voor-ruimte beleid. Voor de beoogde nieuwbouwwoning ter plaatse van de voormalige stal dient ten minste 750 m2 aan agrarische bedrijfsbebouwing gesloopt te worden. De oppervlakte van de te slopen stal bedraagt circa 850 m2 en daarmee wordt voldaan aan het minimaal te slopen oppervlak aan agrarische bedrijfsbebouwing. Sub 3, onder d schrijft voor dat er randvoorwaarde aan de bouw van de beoogde compensatiewoning gesteld dienen te worden voor wat betreft omvang, inhoud en uiterlijk van de compensatiewoning.

Allereerst is in het kader van de ontwikkeling een landschappelijk inpassingsplan voor de locatie van de compensatiewoning opgesteld; hierin zijn de randvoorwaarden voor de inpassing van van de woning in de omgeving opgenomen. Het inpassingsplan is tevens als bijlage opgenomen bij de regels en middels een voorwaardelijke verplichting hierin wordt gegarandeerd dat er uitvoering gegeven zal worden aan dit inrichtingsplan. Ten aanzien van de omvang en inhoud van de compensatiewoning zijn eveneens regels gesteld binnen de bestemming 'Wonen' die ter plekke zal gelden. Ten aanzien van sub 3, onder e geldt dat het plangebied wél is gelegen binnen het Beekdal. In het kader van dit plan wordt de oorspronkelijke agrarische bedrijfsbebouwing echter verwijderd, waarmee wordt voldaan aan het gestelde onder e. Geconcludeerd wordt dat het planvoornemen daarmee in overeenstemming is met de randvoorwaarden gesteld in artikel 2.16 van de provinciale omgevingsverordening.

4.4.3 Conclusie provinciaal beleid De voorgenomen ontwikkeling past in de uitgangspunten van de provinciale omgevingsvisie en omgevingsverordening.

4.5 Gemeentelijk beleid 4.5.1 Structuurvisie Meppel 2030 De Structuurvisie Meppel 2030 ‘Duurzaam verbinden’ is op 7 november 2013 vastgesteld en geeft een kader voor de sociaal-maatschappelijke, economische en ruimtelijke ontwikkelingen voor de termijn tot 2030 in Meppel. De Structuurvisie geeft een inspirerend kader voor passende en gewenste activiteiten en investeringen. De Structuurvisie positioneert de gemeente Meppel duidelijk in de regio en zorgt voor een consistent ruimtelijk beleid. Toets voorgenomen ontwikkeling De structuurvisie gaat vergezeld van een kaartbeeld waarop diverse deelgebieden binnen de gemeente zijn aangegeven. Het plangebied maakt onderdeel uit van het deelgebied ‘Buitengebiednoordwest’. Het buitengebied aan de noordwestzijde van Meppel is een typisch slagenlandschap. Drie opeenvolgende linten met historische bebouwing, met daartussen grote openheid kenmerken het gebied. Het fijnmazige slotenpatroon haaks op de linten, de griften en oude paden geven een beeld van het vroegere gebruik voor turfwinning. De samenhang van het slagenlandschap is in het Buitengebied-noordwest groot, alle onderdelen van het landschapstype zijn aanwezig. Het geeft daarmee een stuk identiteit aan de gemeente. Dit landschap krijgt daarom een hoge waardering en bescherming.

Het planvoornemen ziet toe op de sloop van de bestaande stal en de vervangende nieuwbouw van één woning met bijgebouw op dezelfde locatie. Het bebouwingsoppervlak neemt hiermee af en derhalve heeft het initiatief geen negatief effect op de openheid van het gebied. Daarnaast biedt de ontwikkeling kansen voor de versterking van landschappelijke kwaliteit door het opstellen van en uitvoering geven aan een landschappelijk inrichtingsplan. Het planvoornemen heeft geen negatief effect op de waarden van de omgeving ter plekke en de beleidsuitgangspunten geformuleerd in de structuurvisie.

Kaartbeeld structuurvisie Meppel 2030 (locatie plangebied rood omkaderd)

4.5.2 Bouwstenennotitie wonen ten behoeve van de Omgevingsvisie In de herijkte Woningwet is opgenomen dat alle gemeenten verplicht een actuele woonvisie dienen te hebben. De huidige woonvisie van de gemeente Meppel is in 2021 verlopen. De gemeente Meppel is bezig met het opstellen van een Omgevingsvisie, waarin het Omgevingsprogramma Wonen wordt opgenomen. Omdat de Omgevingsvisie nog niet is vastgesteld, is het noodzakelijk om tot die tijd het gemeentelijk woonbeleid te actualiseren. De bouwstenennotitie biedt, vooruitlopend op de Omgevingsvisie, een beleidskader voor het woonbeleid van de gemeente Meppel. De bouwstenennotitie heeft twee doelen: ten eerste actuele ambities vastleggen voor de korte termijn, zodat prestatieafspraken gemaakt kunnen worden. Ten tweede beleidskeuzes vastleggen voor de langere termijn. Deze laatste categorie is langer houdbaar en zal uiteindelijk een plek krijgen in de Omgevingsvisie zelf en/of het Omgevingsprogramma Wonen. Toets voorgenomen ontwikkeling In het coalitieakkoord 2022-2026 is in de paragraaf wonen aangegeven, dat de komende jaren veel woonruimte moet worden gerealiseerd in de gemeente Meppel. Dit uitgangspunt is gestoeld op een recent woningmarktonderzoek (Companen, d.d. 7 december 2021) waarin de toekomstige bouwopgave tot 2030 in beeld is gebracht.

Uit dit onderzoek komt voort dat de autonome groei van Meppel 175 woningen per jaar bedraagt en de potentieel aanvullende woningbehoefte (gebaseerd op prognoses voor wat betreft huisvesting arbeidsmigranten en uitstroom vanaf vakantieparken) nog eens 160 tot 190 woningen per jaar omvat. De focus binnen gemeente Meppel ligt op grootschalige woningbouwlocaties, waarbij in eerste instantie gezocht wordt naar inbreidingsmogelijkheden. Echter, om in de woningbouwopgave te kunnen voorzien, zijn ook uitbreidingslocaties benodigd. Onderhavig initiatief betreft de nieuwbouw van een woning op de locatie van een te slopen schuur. Het plan wordt gerealiseerd op basis van de Ruimte voor Ruimte-regeling. Met de toevoeging van één woning op deze locatie aan de Zegelhorstweg treedt er geen strijdigheid met de bouwstenennotitie wonen van de gemeente Meppel op. Verder wordt er wél invulling gegeven aan de woningbouwopgave binnen de gemeente. 4.5.3 Cultuurhistorische inventarisatie en waardenstelling uitbreidingswijken en buitengebied De gemeente Meppel heeft op 28 januari 2016 de ‘Cultuurhistorische inventarisatie en waardenstelling Meppel uitbreidingswijken en buitengebied (CHIW) vastgesteld. De hoofddoelstelling van de CHIW is om de cultuurhistorische én de historisch-ruimtelijke karakteristieken van de uitbreidingswijken en het landelijk gebied naar boven te halen.

Dit om hiermee ruimtelijke ontwikkelingen zó te kunnen sturen dat er rekening gehouden wordt met de historisch-ruimtelijke en cultuurhistorische waarden van de verschillende gebieden. Toets voorgenomen ontwikkeling Het plangebied ligt in het deelgebied ‘Nijentap en Oude Vaart’. Nijentap, ten noorden van Meppel, wordt gekenmerkt door een zeer open weidegebied met grote blok- en strookvormige kavels, die op een enkele plek worden onderbroken door begroeiing op de erven en een rij populieren tussen Nijentap en de Boschweg. Het water van de Oude Vaart en de Drentse Hoofdvaart is zeer bepalend voor het karakter van het gebied. Er bevindt zich in Nijentap opvallend weinig bebouwing. De weinige boerderijen die er staan hebben deels een historisch, deels een modern karakter. Enkele erven, waaronder het bestaande erf aan Zegelhorstweg 4, worden als ‘cultuurhistorisch waardevol’ aangemerkt. De CHIW zegt over de waarden van het gebied het volgende:

‘De cultuurhistorische waarden van het gebied zijn gemiddeld, met als aantekening dat het landelijk gebied rondom Nijentap hierin leidend is.' Ook de historisch-landschappelijke waarde van het gebied rondom Nijentap is gemiddeld. Hoewel de oorspronkelijke verkaveling in dit gebied vrijwel geheel is verdwenen (waarmee de fysieke cultuurhistorie van het landschap hier gering is), is daarentegen de openheid en de geringe bebouwingsdichtheid van dit landschap een verwijzing naar de geschiedenis als agrarisch beekdal en in dat opzicht cultuurhistorisch van waarde. Dat geldt ook voor de locatie van de boerderijen langs de randen van het gebied of aan de vaarten, waarmee deze eigenschappen eveneens als cultuurhistorisch waardevol zijn te beschouwen.’ Met het planvoornemen wordt bestaande agrarische bedrijfsbebouwing verwijderd en vervangen door één woning. Aangezien er gebouwd wordt ter plekke van bestaande bebouwing heeft het initiatief geen effect op de openheid van het landschap. Daarnaast wordt de bestaande woning niet aangetast en in de oorspronkelijke staat behouden. Het planvoornemen heeft geen negatief effect op de cultuurhistorische waarden van het gebied rond Nijentap. 4.5.4 Kadernotitie - Zo doen we groen De kadernotitie ‘Zo doen we groen’ is op 17 november 2015 vastgesteld en geeft richting aan voor groen, natuur, landschap en water binnen de gemeente Meppel.

De kadernotitie heeft een scope tot 2030; dit biedt houvast voor de inrichting en het beheer van de groene openbare ruimte. Ook geeft het aan hoe de gemeente Meppel wil omgaan met de maatschappelijke verantwoordelijkheid voor biodiversiteit en het landschap. Toets voorgenomen ontwikkeling Het plangebied is onderdeel van het gebied ‘Oude Vaart’. Het gebied Oude Vaart is een open rationeel agrarisch gebied, gelegen rond de Oude Vaart. Aan de oude bebouwing, zandpaden en enkele historische overblijfselen is af te lezen dat het landschap er hier ooit anders uitzag. Voor de Oude Vaart gaat de gemeente uit van het wensbeeld ‘open zandlandschap’ (zie onderstaande afbeelding). Accenten voor de boerenlandnatuur liggen hier op het volgende: • • • • • •

Bos(plantsoen): bosjes Kruidenrijk grasland: natuurlijke weideranden, bermen en kades Water en natuurvriendelijke oevers: sloten Oude bomen: erven en wegbeplanting Bebouwing: natuurlijke erven Soorten als: Ooievaar, (overwinterende) ganzen, Wulp, Haas, Grutto, Pinksterbloem, Buizerd, Paapje, Rietorchis, Argusvlinder.

Met het opgestelde landschappelijke inpassingsplan wordt een bijdrage geleverd aan bovenstaande doelen voor dit gebied. Er worden onder meer aan de noordzijde van het plangebied een voedselbosje en moestuin toegevoegd, waarmee aan het eerste bovengenoemde punt een bijdrage wordt geleverd. Door het toevoegen van een diversiteit aan beplanting wordt een bijdrage geleverd aan een biodivers boerenlandschap met ruimte voor diverse plant- en diersoorten. Het beperken van oppervlakteverharding draagt tot slot bij aan een natuurlijke uitstraling van het erf.

Wensbeeld deelgebied 'Oude Vaart' conform Kadernotitie - Zo doen we groen 4.5.5 Beleidsvisie externe veiligheid De Beleidsvisie Externe Veiligheid geeft de visie van de gemeente Meppel op externe veiligheid weer. De gemeente wil door middel van het optimaal combineren van bedrijvigheid en ruimtelijke ontwikkeling een verantwoord niveau van fysieke veiligheid voor de samenleving binnen de gemeentegrenzen creëren. Binnen de gemeente Meppel worden zes gebieden onderscheiden. Voor elk van deze gebiedstypen is een eigen veiligheidsambitie vastgesteld. Het plangebied ligt in het gebied ‘Buitengebied’. In het buitengebied is het aantal aanwezige personen per oppervlak kleiner dan in het bestaand stedelijk gebied. Het streven is echter wel om het buitengebied zoveel mogelijk te beschermen tegen de risico’s door bedrijven met gevaarlijke stoffen. 4.5.6 Conclusie gemeentelijk beleid De voorgenomen ontwikkeling past binnen de uitgangspunten van het gemeentelijke beleid.

5 Milieu- en omgevingsaspecten 5.1 Inleiding In dit hoofdstuk worden de relevante milieu- en omgevingsaspecten beschreven. De aspecten bodem, verkeer, wegverkeerslawaai, water ecologie en archeologie zijn afzonderlijk onderzocht. De resultaten van deze onderzoeken zijn opgenomen in dit hoofdstuk. De rapportages zijn als bijlage aan deze toelichting toegevoegd.

5.2 Bodem 5.2.1 Beoordelingskader Onderzocht moet worden of de bodem verontreinigd is en wat voor gevolgen een eventuele bodemverontreiniging heeft voor de uitvoerbaarheid van het plan. Een nieuwe bestemming mag pas worden opgenomen als is aangetoond dat de bodem geschikt (of geschikt te maken) is voor de nieuwe of aangepaste bestemming. Dit kan worden aangetoond met een actueel bodemonderzoek. De geschiktheid is ook voldoende aangetoond als uit het vooronderzoek op basisniveau conform NEN 5725 blijkt dat de bodem niet verdacht is op bodemverontreiniging en er geen risico’s voor het toekomstige gebruik te verwachten zijn. Wanneer (een deel van) de bodem in het plangebied verontreinigd is, moet worden aangetoond dat het bestemmingsplan, rekening houdend met de kosten van sanering, financieel uitvoerbaar is. Indien er sprake is van bouwactiviteiten, is ook in het kader van de omgevingsvergunning mogelijk ook een actueel onderzoek naar de kwaliteit van de bodem nodig. 5.2.2 Onderzoek Om eventuele verontreiniging van de grond en het grondwater ter plaatse van het plangebied aan de Zegelhorstweg te kunnen vaststellen is door Greenhouse Advies een verkennend bodemonderzoek conform NEN 5740 uitgevoerd ter plaatse van zowel het westelijk- (te slopen stal) als oostelijk deelgebied (bestaande erf).

De rapporten van de verkennend bodemonderzoeken zijn als bijlage 2 en 3 opgenomen in de bijlagen bij deze toelichting. Resultaten bodemonderzoeken Uit het onderzoek volgt dat ter plaatse van de te slopen stal geen van de onderzochte parameters boven de achtergrondwaarde zijn aangetoond. Er wordt op deze deellocatie derhalve geen nader onderzoek nodig geacht. De milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plekke is voldoende voor het beoogde gebruik. Ter plaatse van de bijgebouwen op het bestaande erf is ter plaatse van één boring een sterk verhoogd gehalte van zink, en een licht verhoog gehalte van diverse andere zware metalen en PAK aangetoond. Uit het nader onderzoek blijkt dat de oorzaak van de verontreiniging onbekend is. De verontreiniging is horizontaal afgeperkt op een oppervlakte van 4,5 m2. Verticaal is bekend dat de bovengrond niet verontreinigd is, en de sterke verontreiniging zich bevindt van 0,9 tot 1,5 m-mv. De omvang van de verontreiniging is minimaal 2,5 m3. Aangezien de verontreiniging geen geval van ernstige verontreiniging betreft is er ook geen sprake van saneren met spoed. Opgemerkt wordt dat de verontreiniging zich vanaf 0,9 meter en dieper bevindt, dus dat er ook geen sprake van blootstelling aan de verontreiniging vanaf het maaiveld is.

Aangezien de sterke verontreiniging met zink zich in de ondergrond bevindt, zink een immobiele stof betreft, en het grondwater op die plaats schoon is, zijn er geen acute risico’s en kan het saneren van de verontreiniging op een natuurlijk moment uitgevoerd worden. Tot die tijd mag ter plaatse van de verontreiniging niet gegraven of gebouwd worden. Het terrein is op basis van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem geschikt voor het voorgenomen gebruik.

5.2.3 Conclusie Met inachtneming van het voorgaande wordt geconcludeerd dat het aspect 'bodem' geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

5.3 Asbest 5.3.1 Onderzoek Ten behoeve van de bouw van de beoogde nieuwbouwwoning zal de huidige stal worden gesloopt. Omdat de stal mogelijk verdacht is op asbesthoudende toepassingen is door Greenhouse Advies een asbestinventarisatie uitgevoerd. Het rapport van de asbestinventarisatie is als bijlage 4 opgenomen in de bijlagen bij deze toelichting. De resultaten van het uitgevoerde onderzoek wijzen uit dat binnen het plangebied asbesthoudend materiaal aanwezig is, namelijk de golfplaten op het dak van de schuur (inclusief nokstukken). De aangetroffen asbesthoudende bronnen leveren geen direct risico op voor de omgeving waardoor de toepassingen op termijn door een gecertificeerd asbestverwijderingsbedrijf, conform vigerende wet- en regelgeving, kan worden gesaneerd. Geadviseerd wordt een asbestbeheersplan op te stellen. 5.3.2 Conclusie Met inachtneming van voorgaande wordt geconcludeerd dat het aspect ‘asbest’ geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

5.4 Bedrijven en milieuzonering 5.4.1 Beoordelingskader Het is gebruikelijk om voor ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving van bedrijvigheid gebruik te maken van de afstanden uit de publicatie Bedrijven en milieuzonering (VNG-uitgeverij, 2009). Andersom is deze publicatie te gebruiken voor het verantwoord inpassen van bedrijvigheid in een woon- of werkomgeving. De publicatie geeft informatie over de milieukenmerken van vrijwel alle voorkomende bedrijfstypen. Het biedt daarmee een hulpmiddel om ruimtelijke ordening en milieu op elkaar af te stemmen. Uitgangspunt is dat de in de bedrijvenlijst genoemde afstanden gelden tussen enerzijds de perceelsgrens van het bedrijf en anderzijds de gevel van de woning. De richtafstanden gelden ten opzichte van rustige woongebieden. Dit kan zowel een rustige woonwijk als een rustig buitengebied zijn. Daarnaast worden gemengde gebieden onderscheiden. In de gebieden komen diverse functies naast elkaar voor, zoals 'wonen', 'bedrijven' en/of centrumfuncties als 'detailhandel' en 'horeca'. Vanwege deze menging van functies wordt enige mate van hinder acceptabel geacht. Indien sprake is van een gemengd gebied, dan kunnen de richtafstanden die gelden voor een rustige woonwijk of rustig buitengebied met één stap verkleind worden. Een richtafstand van bijvoorbeeld 30 meter wordt dan verkleind tot 10 meter.

Het kan zo zijn dat specifieke wet- en regelgeving andere afstanden voorschrijft. Deze gaan dan voor de afstanden uit de VNG-publicatie. Te denken valt aan de Wet geurhinder en veehouderij, het Activiteitenbesluit of het Besluit externe veiligheid inrichtingen. 5.4.2 Onderzoek Gebiedstype Het plangebied en omgeving bestaat voornamelijk uit weilanden bedoeld voor agrarisch gebruik. Behoudens de direct aangrenzende voormalige boerderij bij Zegelhorstweg 3 bevindt zich binnen een straal van circa 250 meter geen andere bebouwing. Op circa 845 meter ten westen van het plangebied bevindt zich de N371 en op circa 1,37 kilometer ten zuidwesten van het plangebied de A32.

Gezien de afstanden tot mogelijk hinder veroorzakende functies en de aanwezigheid van voornamelijk weilanden rondom het plangebied leidt tot de conclusie dat het plangebied en de omgeving zijn aan te merken als ‘rustig buitengebied’. Aanwezige bedrijven Ten noorden van het plangebied bevindt zich aan de Nijentapperweg 1 een leverancier van agrarische machines en bouwmachines. Op basis van de VNG-publicatie geldt voor een dergelijk bedrijf een richtafstand van 50 meter (ten aanzien van geluid). De afstand van de grens van het gebied dat het gebruik van dit bedrijf toestaat (het agrarisch bouwvlak) tot de grens van het plangebied bedraagt circa 270 meter. Hiermee wordt voldaan aan de richtafstand van 50 meter uit de VNG-publicatie. Ten westen van het plangebied bevindt zich aan de Meenteweg 17 een veehouderij. Het betreft een veehouderij voor fokken en houden van melkvee. Voor het fokken en houden van dergelijk vee geldt een grootste richtafstand van 100 meter voor geur. De afstand van de grens van het gebied dat het gebruik van de veehouderij toestaat (het agrarisch bouwvlak) tot de grens van het plangebied bedraagt circa 590 meter. Hiermee wordt voldaan aan de richtafstand van 100 meter uit de VNGpublicatie. Effect planvoornemen op omgeving Ter plekke van de bestaande woning aan de Zegelhorstweg 4 runt de bewoonster een kleinschalig bedrijf aan huis (webshop).

Het betreft een detailhandelsfunctie waarvoor een richtafstand van 10 meter geldt tot gevoelige bestemmingen voor wat betreft geluid. De afstand van de bestaande woning aan Zegelhorstweg 4 tot de dichtstbijzijnde gevoelige bestemming (het perceel van de ten noorden gelegen woning) bedraagt circa 20 meter. Hiermee wordt aan de richtafstanden voldaan. Verder maakt het planvoornemen geen mogelijk hinder veroorzakende functies mogelijk. 5.4.3 Conclusie Het aspect 'bedrijven en milieuzonering' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

5.5 Verkeer en parkeren 5.5.1 Verkeer Met de uitvoering van onderhavig initiatief wordt er een stal gesloopt en ter plekke één woning toegevoegd. Hiermee verandert de verkeersaantrekkende werking van het plangebied. Onderstaand is de huidige situatie qua verkeersgeneratie afgezet tegen de toekomstige situatie. Huidige situatie In de huidige situatie bevindt zich alleen de bestaande woning aan Zegelhortsweg 4 binnen het plangebied. De agrarische stal is niet meer in gebruik; de veehouderij is al enige tijd niet meer in bedrijf. Derhalve genereert dit deel van het plangebied geen verkeersbewegingen. Voor het bepalen van de verkeersgeneratie wordt gebruik gemaakt van kengetallen van de CROW-publicatie ‘Toekomstbestendig parkeren – kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’. Voor het omgevingstype van het plangebied (buitengebied – niet stedelijk) geldt voor het woningtype ‘koop, huis, vrijstaand’ een verkeersgeneratie van gemiddeld 8,2 verkeersbewegingen per dag. Op het bestaande erf wordt door de bewoners een internetwinkel aan huis gerund. De internetwinkel genereert geen verkeersbewegingen van klanten. Er zijn uitsluitend enkele verkeersbewegingen per dag voor bezorgen en ophalen van goederen.

Omdat er voor wat betreft de internetwinkel geen veranderingen optreden in de toekomstige situatie is deze functie in het bepalen van de toename aan verkeersbewegingen buiten beschouwing gelaten.

Toekomstige situatie In de toekomstige situatie wordt ter plekke van de huidige stal één nieuwe woning gerealiseerd. Uitgaande van hetzelfde omgevingstype geldt voor deze woning ook een verkeersgeneratie van 8,2 verkeersbewegingen per dag. Tezamen met de bestaande woning, die in de toekomstige situatie behouden blijft, leidt dit tot een verkeersgeneratie van 16,4 verkeersbewegingen per dag. Ten opzichte van de huidige situatie betekent dit een toename van 8,2 verkeersbewegingen per dag. Ontsluiting De Zegelhorstweg is in de richting van het plangebied een doodlopende weg; ter plekke van het plangebied gaat de weg over in een onverharde landweg. Het enige verkeer dat gebruik maakt van de weg is derhalve bestemmingsverkeer voor het plangebied dan wel het erf aan Zegelhorstweg 3/3a. Met de toename van 8,2 verkeersbewegingen per dag wordt de bestaande infrastructuur niet hinderlijk belast. Het planvoornemen heeft geen negatief effect voor de omliggende infrastructuur. Conclusie verkeer Het aspect 'verkeer' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. 5.5.2 Parkeren Beoordelingskader De gemeente Meppel heeft parkeerbeleid vastgesteld dat is vastgelegd in het bestemmingsplan ‘Meppel – Paraplubestemmingsplan Parkeren’ en de Nota parkeernormen Gemeente Meppel, die onderdeel is van het parapluplan.

In het bestemmingsplan wordt verwezen naar de Nota parkeernormen voor het hanteren van de hieruit voortvloeiende normen voor het betreffende gebied. Voor het plangebied moeten op basis van de Nota de parkeernormen voor ‘rest bebouwde kom’ worden gehanteerd. Onderzoek Dit bestemmingsplan maakt de bouw van 1 woning mogelijk ter plaatse van de bestaande te slopen stal. Conform de Nota parkeernormen Gemeente Meppel geldt voor een vrijstaand woonhuis (‘woning duur’) een norm van 2 parkeerplekken per woning. Op het erf rondom de nieuwe woning is ruim voldoende plek om te voorzien in deze parkeerruimte. Ook ter plaatse van de bestaande woning aan Zegelhorstweg 4, welke in gebruik wordt genomen als reguliere burgerwoning, is voldoende ruimte beschikbaar voor het realiseren van 2 parkeerplekken en parkeren voor leveranciers ten behoeve van de internetwinkel. Conclusie parkeren Het aspect 'parkeren' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. 5.5.3 Conclusie Het aspect 'verkeer en parkeren' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meppel&id=27549216-5935-4a61-84a9-6a44c3a89376