Bijlage 2 - Meppel - Centrumschil, herziening Prins Hendrikkade-BPC1
Tekst van het document
Meppel - Centrumschil, herziening Prins Hendrikkade
Meppel
bestemmingsplan
identificatie
planstatus
identif icatiecode:
datum:
status:
NL.IMRO.0119.PrinsHendrikkade-BPC1
30-11-2017 14-02-2019 13-11-2020
concept voorontwerp ontwerp vastgesteld
projectnummer:
20170466 opdrachtleider:
J. Posthumus
-2-
Inhoudsopgave Toelichting
5
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Plangebied 1.3 Geldende bestemmingsplan 1.4 Juridische vorm 1.5 Leeswijzer
5 5 5 6 7 7
Hoofdstuk 2 Beschrijving plangebied 2.1 Huidige situatie 2.2 Toekomstige situatie 2.3 Verkeer 2.4 Parkeren
8 8 10 13 14
Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid
15 15 16 17
Hoofdstuk 4 Planologische randvoorwaarden 4.1 Bodem 4.2 Geluid 4.3 Archeologie 4.4 Cultuurhistorie 4.5 Water 4.6 Ecologie 4.7 Luchtkwaliteit 4.8 Externe veiligheid 4.9 Bedrijven en milieuhinder 4.10 Laagvliegroute 4.11 Kabels en leidingen 4.12 Bezonningsstudie 4.13 Mer-beoordeling
20 20 20 23 23 26 28 30 30 31 39 39 40 40
Hoofdstuk 5 Juridische aspecten 5.1 Algemeen 5.2 Dit bestemmingsplan 5.3 Regels 5.4 Verbeelding
41 41 43 44 45
Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
46 46 46
Bijlagen Toelichting
49
vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Meppel - Centrumschil, herziening Prins Hendrikkade
-3-
Bijlage 1
Bodemonderzoek
50
Bijlage 2
Akoestische onderbouwing bestemmingsplan
228
Bijlage 3
Akoestisch onderzoek geluidwering gevels
243
Bijlage 4
Stikstofonderzoek_versie 10 maart 2021
277
Bijlage 5
Ecologisch onderzoek
287
Bijlage 6
Watertoets
306
Bijlage 7
Aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling
308
Bijlage 8
Bezonningsstudie_versie 1 april 2021
315
Bijlage 9
Verslaginformatieavond 2017
337
Bijlage 10
Verslaginformatieavond 2020
345
Bijlage 11
Nota inspraak -en overlegreactie
355
Regels
377
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
378 378 384
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8
Bestemmingsregels Tuin Verkeer - Verblijfsgebied Water Wonen Waarde - Archeologie 1 Waarde - Archeologie 3
385 385 387 389 390 393 396
Hoofdstuk 3 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Overige regels
399 399 400 401 402 403 404
Hoofdstuk 4 Artikel 15 Artikel 16
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
405 405 406
Bijlagen bij de regels
407
Bijlage 1
Uitvoering dove gevels
408
Bijlage 2
Aan-huis-verbonden bedrijfs-/beroepsactiviteiten
410
Verbeelding
413
vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Meppel - Centrumschil, herziening Prins Hendrikkade
-4-
vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Meppel - Centrumschil, herziening Prins Hendrikkade
-5-
Toelichting Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding Het voornemen bestaat om op een herstructureringslocatie aan de Prins Hendrikkade te Meppel woningbouw realiseren. Het plan is om de huidige bedrijfslocatie te transformeren naar een woonlocatie. De bestaande bebouwing is reeds gesloopt. Het plan is om 12 waterwoningen in het gebied te realiseren. Daarnaast wordt de aanlegsteiger ten zuiden van het plangebied verplaatst naar de bestaande aanlegsteiger ten noorden van het plangebied. Deze ontwikkeling past niet binnen het geldende bestemmingsplan 'Meppel Centrumschil'. Om de ontwikkeling juridisch-planologisch te kunnen regelen is het opstellen van een nieuw bestemmingsplan voor deze locatie noodzakelijk.
1.2
Plangebied Het plangebied ligt ten westen van de historische binnenstad van Meppel aan de Prins Hendrikkade. De globale ligging van het plangebied is opgenomen in figuur 1.1.
Figuur 1.1
Ligging van het plangebied (Bron: Geo Web)
vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Meppel - Centrumschil, herziening Prins Hendrikkade
-6-
1.3
Geldende bestemmingsplan Voor het plangebied geldt het bestemmingsplan Meppel - Centrumschil, dat is vastgesteld op 25 september 2014. In figuur 1.2 is een uitsnede van de verbeelding van het geldende bestemmingsplan weergegeven. In dit bestemmingsplan is het plangebied voorzien van de bestemmingen 'Bedrijf', 'Verkeer - Verblijfsgebied', 'Water' en 'Waarde - Archeologie 3'. Binnen de bestemming 'Bedrijf' zijn bedrijven uit categorie 1 en 2 toegestaan. Bebouwing dient binnen het bouwvlak gebouwd te worden. Het bouwen van 12 woningen is binnen de bestemming 'Bedrijf' niet toegestaan. Het initiatief is daarom in strijd met het geldende bestemmingsplan. Daarnaast dienen aanlegsteigers binnen de aanduiding 'aanlegsteiger' gerealiseerd te worden. De beoogde nieuwe aanlegsteigers aan de noordkant van het plangebied is niet voorzien van deze aanduiding en zijn zodoende in strijd met het geldende bestemmingsplan. Verder geldt in het plangebied de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3'. Binnen deze dubbelbestemming geldt dat bij ingrepen met een oppervlakte van 1.000 m3 archeologisch onderzoek uitgevoerd dient te worden. Tot slot zijn de specifieke gebiedsaanduidingen 'geluidszone - industrie' en 'vrijwaringszone - molenbiotoop' op het plangebied van toepassing.
Voor de aanduiding geluidszone - industrie geldt dat bij nieuwe woningen -en/of geluidsgevoelige ontwikkelingen de geluidsbelasting vanwege de industrie van de gevels van de nieuwe woningen niet hoger is dan de daarvoor geldende voorkeursgrenswaarde of een verkregen hogere grenswaarde. De aanduiding 'vrijwaringszone - molenbiotoop' is mede bestemd voor de bescherming van de belevingswaarde en het functioneren van de aanwezige molen ten oosten van het plangebied. Deze ligt op meer dan 100 meter afstand tot het plangebied. Buiten een afstand van 100 meter is een bouwhoogte toegestaan die gelijk is aan de hoogte van de onderste punt van de verticaal staande wiek van de molen vermeerderd met 1/30 van de afstand tussen het bouwwerk en de molen.
vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Meppel - Centrumschil, herziening Prins Hendrikkade
-7-
Figuur 1.2
1.4
Uitsnede geldende bestemmingsplan 'Meppel - Centrumschil '
Juridische vorm Het gemeentelijke handboek is leidend voor de plansystematiek van dit bestemmingsplan. Dit handboek geeft aanwijzingen voor de systematiek van het juridisch bindende deel van dit bestemmingsplan; de ruimtelijke verbeelding en de planregels. Een geringe aanpassing daarvan is mogelijk, wanneer hiervoor een gegronde reden is. Tot slot voldoet het bestemmingsplan aan de wettelijke vereisten zoals die gesteld zijn in de Regeling standaarden ruimtelijke ordening (Rsro), waar onder meer de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) onder valt. Dit bestemmingsplan is volgens versie 2012 opgesteld.
1.5
Leeswijzer Het bestemmingsplan bestaat uit een toelichting, regels, verbeelding en eventuele bijlagen. Deze toelichting is opgebouwd uit zes hoofdstukken. Na dit inleidende hoofdstuk is in hoofdstuk 2 de bestaande ruimtelijke en toekomstige situatie in het plangebied beschreven. In hoofdstuk 3 is het beleidskader geschetst op rijks, provinciaal en gemeentelijk niveau. Hoofdstuk 4 gaat in op de planologische- en milieutechnische aspecten die betrekking hebben op dit bestemmingsplan. In hoofdstuk 5 is de planologisch juridische opzet van het plan behandeld. De economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van dit plan komen aan bod in hoofdstuk 6.
vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Meppel - Centrumschil, herziening Prins Hendrikkade
-8-
Hoofdstuk 2 2.1
Beschrijving plangebied
Huidige situatie Het plangebied ligt ten westen van de historische binnenstad van Meppel aan noordzijde van de Schuttevaerhaven. Rondom de Schuttevaerhaven bevinden zich voornamelijk woningen. Ten noorden van het plangebied, aan de overkant van het water, ligt het bedrijventerrein 'Oevers'. Hier zijn bedrijven toegestaan tot milieucategorie 3. Het bebouwingsbeeld in de omgeving is zeer gevarieerd. De bebouwing aan het water, aan de Prins hendrikkade, ten noordoosten van het plangebied, bestaat uit hoogbouw. Hier is, op basis van het geldende bestemmingsplan Meppel - Centrumschil, bebouwing toegestaan variërend van 13 meter tot 18 meter. Een aanzicht op de bebouwing is weergeven in figuur 2.1. De bebouwing rondom de Schuttevaerhaven varieert, op basis van het geldende bestemmingsplan Meppel - Centrumschil, in hoogte tussen de 10 en de 11 meter. De woningen aan de Prins Hendrikstraat bestaat afwisselend uit vrijstaande woningen en twee-onder-een kap woningen. Het betreffen woningen met een lage gootlijn en een maximale hoogte van 10 meter. Een aanzicht op deze bebouwing is weergeven in figuur 2.2. Tot slot staan aan de zuidkant van de Schuttevaerhaven 18 ruime vrijstaande woningen. Op basis van het geldende bestemmingsplan Meppel - Centrumschil zijn hier woningen toegestaan met een gootlijn van 9 meter en een bouwhoogte van 11 meter.
Een aanzicht op deze bebouwing is weergeven in figuur 2.3. In het plangebied was voorheen een bedrijf gevestigd. Het betreft de percelen van de Prins Hendrikkade 1 en 2. Aan de Prins Hendrikkade 1 stond een voormalige bedrijfswoning met aangebouwd magazijn. Vanaf 2001 hebben hier al geen bedrijfsactiviteiten meer plaats. Het voormalige pand aan de Prins Hendrikkade 2 betreft een voormalige werkplaats met magazijn (garage). In de periode daarna (vanaf 1993) was op het terrein een automaterialenhandel gevestigd. De bebouwing op beide percelen is ondertussen gesloopt. Het betreft dan ook een braakliggend terrein.
vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Meppel - Centrumschil, herziening Prins Hendrikkade
-9-
Figuur 2.1 streetview)
Aanzicht op de bebouwing aan de Prins Hendrikkade (bron: Google
Figuur 2.2 streetview)
Aanzicht op de bebouwing aan de Prins Hendrikstraat (bron: Google
Figuur 2.3 streetview)
Aanzicht op de bebouwing aan zuidkant van de haven (bron: Google
vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Meppel - Centrumschil, herziening Prins Hendrikkade
- 10 -
2.2
T oekomstige situatie Het doel van het plan is om een herstructurering mogelijk te maken door de bestaande bedrijfsfunctie te vervangen door een nieuwe woonfunctie. De herstructurering draagt bij aan een zorgvuldig ruimtegebruik doordat er geen sprake is van onnodige uitgifte van nieuwe uitbreidingslocaties. Het programma bestaat uit het realiseren van in totaal 12 wooneenheden. Deze worden gerealiseerd door 3 blokken van rijenwoningen te bouwen. Tussen de woningen wordt daarnaast een insteekhaven aangelegd. Deze dienen daarnaast als doorzicht, waardoor er geen sprake is van een aaneengesloten gebouw. Dit komt de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving ten goede. Figuur 2.4 toont een overzicht van de toekomstige situatie. De woningen hebben nog geen definitieve vormgeving. Afhankelijk van de toekomstige eigenaar van de woning, worden drie verschillende varianten voorgesteld variërend met een bouwhoogte van circa 11 meter tot een hoogte van circa 13 meter. Voor de eerste twee woningen is in afwijking van de overige woningen bepaald dat deze een maximale hoogte van 11 meter krijgen. Hierdoor wordt eventuele zonneschade op de woningen aan de Prins Hendriksstraat tot een minimum beperkt ten opzichte van de huidige planologische mogelijkheden. Figuur 2.5 geeft een doorsnede van de mogelijke varianten weer. Alle woningen worden daarnaast uitgevoerd met kap.
Een impressie van de mogelijke uitvoering van de woningen is weergeven figuur 2.6. Tot slot is in figuur 2.7 een tekening opgenomen met daarop de toekomstige situatie en daaronder de huidige kadastrale en bestemmingsgrenzen. Hierop is te zien dat de woningen worden gebouwd binnen de grenzen van de huidige bedrijfsbestemming.
vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Meppel - Centrumschil, herziening Prins Hendrikkade
- 11 -
Figuur 2.4
Toekomstige situatie
Figuur 2.5
Doorsnede varianten woningen
vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Meppel - Centrumschil, herziening Prins Hendrikkade
- 12 -
Figuur 2.6
Impressie mogelijke uitvoering woningen
Figuur 2.7 Situatietekening bebouwingsgrens in relatie tot de huidige kadastrale en bestemmingsgrenzen.
vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Meppel - Centrumschil, herziening Prins Hendrikkade
- 13 -
2.3
Verkeer Het plangebied wordt ontsloten door de Prins Hendrikkade en de Prins Hendrikstraat. Deze weg loopt respectievelijk ten noorden en oost van het plangebied en betreffen beide 30 km/uur wegen. Via de Prins Hendrikstraat is de Schuttevaerhavenstraat en de Kastanjelaan te bereiken. Dit betreft de belangrijkste ontsluitingsroute richting het centrum en de omliggende woonwijken. Ten opzichte van de huidige planologische mogelijke is ten gevolge van de nieuwe functie geen sprake van een aanzienlijke grotere verkeersgeneratie. Deze verkeersgeneratie kan als gevolg van de nieuwe functie op de bestaande wegen worden opgevangen. Uitgangspunten Voor de beoogde ontwikkeling wordt de verkeersgeneratie en verkeersafwikkeling berekend op basis van kencijfers uit CROW publicatie 381 (2018). Bij het werken met de CROW kencijfers worden gebiedstypen en de mate van stedelijkheid onderscheiden. Op basis van een omgevingsadressendichtheid van 1.275 per vierkante kilometer (CBS, 2020) ligt Meppel in 'matig stedelijk' gebied. De beoogde ontwikkeling ligt daarnaast in de 'schil centrum'. Op basis van het gemiddelde autobezit in de gemeente van 1,1 auto per huishouden (CBS, 2020) wordt uitgegaan van het gemiddelde kencijfer binnen de door het CROW gegeven bandbreedte. Verkeersgeneratie De verkeersgeneratie is berekend met kencijfers van het CROW (publicatie 381).
In de bestaande situatie bestaat de locatie van de planontwikkeling uit een braakliggend terrein dat geen verkeer aantrekt. Voorheen waren in het plangebied bedrijfsactiviteiten mogelijk en een bedrijf gevestigd. Vanaf 2001 vinden hier geen bedrijfsactiviteiten plaats. De bedrijfsactiviteiten blijven planologische wel mogelijk. Het gaat om een bouwvlak van circa 500 m2 en om een bouwvlak van circa 450 m2. De bedrijfsactiviteit betreft altijd een garage. Tabel 1 toont de berekening van de verkeersgeneratie voor 950m2 garage. Daarbij is gebruik gemaakt van het CROW kencijfer 'bedrijf arbeidsintensief/bezoekersextensief '. Tabel verkeersgeneratie bedrijfsactiviteit garage
Functie
Aantal
Kencijfer
Verkeersgeneratie Weekdag Werkdag* 8,6 per 82 mvt/etmaal 109 mvt/etmaal 100m2 bvo
bedrijf 950m2 bvo arbeidsintensief/bezoekersexten sief * omrekening werkdag naar werkdag met standaardfactor 1,33 werkgebied, zonder detailhandel (CROW-publicatie 256) De bedrijfsactiviteit garage van 950m2 bvo zorgt voor een verkeersgeneratie van circa 82 mvt/etmaal op een gemiddelde weekdag. Omrekening naar een gemiddelde werkdag vindt plaats met de standaard factor 1,33 voor werkfuncties zonder detailhandel. Op een gemiddelde werkdag genereert een bedrijfsactiviteit van deze omvang circa 109
vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Meppel - Centrumschil, herziening Prins Hendrikkade
- 14 -
mvt/etmaal. Om de verkeersafwikkeling te beoordelen is de afwikkeling in een spitsuur maatgevend, waarin doorgaans maximaal 10% van de etmaalintensiteit wordt afgewikkeld in het drukste spitsuur. In een gemiddeld spitsuur betekent dit een verkeersgeneratie van 11 mvt. Dit betekent dat er in het drukste uur van de dag elke 12 minuten circa 2 auto's toegevoegd worden aan het omliggende wegennet. Tabel 2 toont de berekening van de verkeersgeneratie voor 12 woningen. Daarbij is gebruik gemaakt van het CROW kencijfer voor koop, huis, tussen/hoek. Tabel verkeersgeneratie bouwplan met 12 woningen Functie
Aantal
Kencijfer
Verkeersgeneratie Weekdag Werkdag* 83 mvt/etmaal 92 mvt/etmaal
12 woningen 6,9 per Koop, huis, tussen/hoek woning * omrekening werkdag naar werkdag met standaardfactor 1,11 voor woongebieden (CROW-publicatie 381)
Het bouwplan van 12 woningen zorgt voor een verkeersgeneratie van circa 83 mvt/etmaal op een gemiddelde weekdag. Omrekening naar een gemiddelde werkdag vindt plaats met de standaard factor 1,11 voor woonfuncties. Op een gemiddelde werkdag genereert de ontwikkeling circa 92 mvt/etmaal. Om de verkeersafwikkeling te beoordelen is de afwikkeling in een spitsuur maatgevend, waarin doorgaans maximaal 10% van de etmaalintensiteit wordt afgewikkeld in het drukste spitsuur. In een gemiddeld spitsuur betekent dit een verkeersgeneratie van 10 mvt. Dit betekent dat er in het drukste uur van de dag elke 12 minuten circa 2 auto's toegevoegd worden aan het omliggende wegennet. Conclusie Gelet op de huidige planologische mogelijkheid van bedrijfsbestemming garage vindt geen toename aan verkeer plaats door de beoogde woonbestemming. De verkeersgeneratie van de huidige bestemming zorgt ervoor dat de daarbij behorende verkeersbewegingen van de beoogde 12 woningen vervalt en gering zal afnemen met circa 92-109=-17mvt/etmaal.
2.4
Parkeren De gemeente Meppel heeft zijn eigen parkeerbeleid. Het gebied ligt in de schil van het centrum. Voor de 12 nieuwe wooneenheden moeten volgens de daarvoor geldende parkeernormen in het plangebied 23 parkeerplaatsen gerealiseerd worden. Hierbij is rekening gehouden met een parkeernorm van 1,9 parkeerplaatsen per woning. Het uitgangspunt is parkeren op eigen terrein. In dit geval kan de parkeerbehoefte per woning niet op het eigen perceel opgevangen worden. Per woning is ruimte voor 1 parkeerplek per woning. Dit houdt in dat de overige 11 parkeerplekken in de openbare ruimte opgelost moet worden. Hiervoor wordt een parkeerstrook aan de noordkant van het plangebied gereserveerd. Op deze manier wordt aan de parkeernorm voldaan en is sprake van voldoende parkeergelegenheid voor de woningen.
vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Meppel - Centrumschil, herziening Prins Hendrikkade
- 15 -
Hoofdstuk 3
Beleidskader
Dit hoofdstuk beschrijft het van belang zijnde rijks-, provinciale en gemeentelijke beleid. Daarbij worden, waar nodig uitgangspunten voor dit bestemmingsplan geformuleerd.
3.1
Rijksbeleid
3.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is op 13 maart 2012 door de minister vastgesteld. Met de Structuurvisie zet het kabinet het roer om in het nationale ruimtelijke beleid. Om de verantwoordelijkheden te leggen waar deze het beste passen brengt het Rijk de ruimtelijke ordening meer over aan gemeenten en provincies. Het Rijk kiest voor een selectievere inzet van rijksbeleid op slechts 14 nationale belangen. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze 14 belangen hebben decentrale overheden beleidsruimte voor het faciliteren van ontwikkelingen. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is op 30 december 2011 in werking getreden. Het Barro stelt regels omtrent de 14 aangewezen nationale belangen zoals genoemd in de SVIR. Dit bestemmingsplan raakt geen rijksbelangen zoals deze genoemd zijn in het Barro.
3.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking In het Bro (artikel 3.1.6) is geregeld dat een toelichting bij een ruimtelijk plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, moet voorzien in duurzame verstedelijking. Het artikel is op 12 mei 2017 gewijzigd en op 1 juli 2017 in werking getreden. Voor dit plan wordt getoetst aan deze nieuwe regeling, die inhoudt dat de toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling bevat. Indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, moet er tevens gemotiveerd worden waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Dit bestemmingsplan stelt een herontwikkeling van een bestaand stedelijk gebied voor, zoals bedoeld in de begripsbepaling van het Bro en waarbij een voormalige bedrijfsfunctie wordt vervangen door een woonfunctie. Daarom hoeft alleen een beschrijving van de behoefte worden gegeven. Uit het beleid van de gemeente dat is beschreven in paragraaf 3.3.2, blijkt dat er in Meppel een behoefte is aan woningen. Daarnaast blijkt uit een inventarisatie (in de vorm van een informatiebijeenkomst) dat er vanuit de directe omgeving veel behoefte is aan de woningen op deze unieke locatie aan het water, gelegen op zeer korte afstand van het centrum van Meppel.
In Meppel en omgeving zijn geen vergelijkbare locaties beschikbaar. Bij de initiatiefnemer hebben zich al potentieel geïnteresseerden gemeld. Daarmee mag worden aangenomen dat er sprake is van een actuele regionale behoefte.
vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Meppel - Centrumschil, herziening Prins Hendrikkade
- 16 -
3.2
Provinciaal beleid Het provinciale beleid schept in veel gevallen een beleidskader, dat door de gemeenten verder uitgewerkt wordt. Daarnaast blijft algemeen provinciaal beleid een toetsingskader, in dit geval de Omgevingsvisie Drenthe en de Provinciale omgevingsverordening
3.2.1 Omgevingsvisie Drenthe en verordening In de Provinciale omgevingsverordening vertaalt de provincie Drenthe de Omgevingsvisie Drenthe (deels) door naar een verordening, voor zover het planologisch relevante aspecten betreft. De laatste versie van de Provinciale Omgevingsverordening is vastgesteld in oktober 2016. De Omgevingsvisie als structuurvisie bindt alleen de provincie zelf. Het doel van de omgevingsvisie is het koesteren van kwaliteiten en het ontwikkelen van een bruisend Drenthe, passend bij die kwaliteiten. Het is een streven naar ruimtelijke kwaliteit door nieuwe ontwikkelingen en behoud van bestaande kwaliteiten. Het hele plangebied ligt binnen het stedelijk gebied van Meppel. Op de visiekaart zijn de ambities van de provincie voor Meppel opgenomen. Meppel maakt deel uit van de "stedelijke netwerken". De stedelijke centra maken Drenthe voor haar inwoners en voor bezoekers extra aantrekkelijk. De provincie streeft naar steden met een onderscheidende identiteit, gebaseerd op historische kenmerken of gebiedskenmerken. Dat geldt ook voor ontwikkelingen die bijdragen aan het bruisende karakter van de steden. De ontwikkelingen moeten passen bij de kernkwaliteiten die de provincie rijk is. Voor het plangebied zijn de volgende kernkwaliteiten van toepassing.
De kernkwaliteiten zijn verder inhoudelijk uitgewerkt in de visie, waarbij per kernkwaliteit algemeen en specifiek beleid is opgenomen. 'landschap'; wegdorpen van de laagveenontginningen Het beleid en de regels richten zich op het behoud en de versterking van het open karakter en de smalle verkavelingsstructuur. 'aardkundige waarden'; generiek beschermingsniveau: respecteren Het beleid richt zich hierbij op het bewaren van de lokale aardkundige kenmerken voor de toekomst. De gemeente bekijkt per plangebied of er sprake is van kenmerkende waarden en beschermen deze waar nodig via het bestemmingsplan. 'archeologie'; generiek: Het beleid schrijft voor dat alle behoudenswaardige vindplaatsen die op de Archeologische Monumentenkaart van Drenthe (AMK) en nieuw ontdekte (behoudenswaardige) vindplaatsen niet ongezien verdwijnen. Bij nieuwe ontwikkelingen is onderzoek naar waarden vaak nodig. Eventueel moet het bestemmingsplan een beschermende regeling
vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Meppel - Centrumschil, herziening Prins Hendrikkade
- 17 -
bieden. 'cultuurhistorie'; respecteren en lijnvormige objecten Cultuurhistorisch Kompas (OGV, 2010): Het beleid van de provincie Drenthe ten aanzien van cultuurhistorie is beschreven in de beleidsnota Cultuurhistorisch Kompas Drenthe. Het plangebied is gelegen binnen het gebied De Reest en Meppel – alle(s) voer(t) naar Meppel. Het generieke beleid 'respecteren' is van toepassing. Bepalend voor de hoofdstructuur van dit gebied is de waaier van waterlopen waartussen de randveenontginningen liggen met hun bebouwingslinten. Waar de waterlopen samenkomen heeft Meppel zich vanaf de middeleeuwen ontwikkeld als handelsstad en doorvoerhaven. De ambititie is dan ook 'Het herkenbaar houden van de historische kern van Meppel als markt- en handelsstad, zowel bovengronds als ondergronds, met alle elementen die daaraan refereren, zoals bebouwingsstructuren, waterlopen, pleinen en parken'. Onderhavig plan voegt zich in de bestaande structuur van de omgeving en legt een relatie met de Schuttevaerhaven. Met de genoemde beleidsuitgangspunten is in dit bestemmingsplan waar nodig en mogelijk rekening gehouden. Dit staat onder meer beschreven in hoofdstuk 2, hoofdstuk 4 en meer specifiek paragraaf 4.4. Binnen de contouren van de Verordening en de Omgevingsvisie kan de gemeente haar eigen afwegingen maken. De kenmerkende situatie en kernkwaliteiten in en rondom het plangebied wijzigen niet.
3.3
Gemeentelijk beleid In deze paragraaf wordt nader ingegaan op het gemeentelijk beleid dat voor de ontwikkeling in het plangebied van belang is. Daarbij gaat het onder meer om algemeen beleid, bijvoorbeeld de Structuurvisie 2030 en de woonvisie van de gemeente Meppel.
3.3.1 Structuurvisie 2030 De op 7 november 2013 vastgesteld Structuurvisie 2030 is een lange termijnplan (tot 2030) dat aangeeft welke ruimtelijke, sociaal-maatschappelijke en economische ontwikkelingen de komende jaren gewenst zijn. Meppel werkt de komende jaren aan duurzame verbindingen. Verbindingen in de brede regio, verbindingen met omliggende gemeenten en verbindingen met de eigen inwoners. Meppel wil de leefbaarheid in de wijken blijven garanderen door bereikbare zorg en voorzieningen in de wijken goed te organiseren. Meppel werkt aan het behouden en versterken van de leefbaarheid in de binnenstad, wijken en dorpen. Dit acht de gemeente essentieel voor het welzijn en de welvaart van de inwoners van Meppel. Deze ambitie maakt dat de gemeente inzet op voldoende woningen en woningen die voldoen aan de gewenste kwaliteit. De gemeente kiest hierbij voor een 50/50 verhouding tussen het bouwen van inbreidingslocaties en uitbreidingslocaties en kiest hiervoor voor een aanpak van faciliteren in plaats van programmeren.
vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Meppel - Centrumschil, herziening Prins Hendrikkade
- 18 -
Tevens is het streven om de omgeving ten noorden van het plangebied te transformeren tot een woon-werk gebied. De realisatiestrategie is hierbij gericht op de aanpak van opgaven in de periode 2015-2020. Conclusie Met dit bestemmingsplan worden woningen, ontstaan vanuit een marktinitiatief, voor de doelgroep 'duurdere segment' mogelijk gemaakt. De inbreidingslocatie betreft een unieke locatie in de schil van het centrum van Meppel, waarbij vrijkomend vastgoed binnen de kern, herbestemd wordt. Van eventuele milieuoverlast afkomstig van het bedrijventerrein ten noordwesten van het plangebied zal tevens geen sprake zijn, gezien het feit dat deze locatie op korte termijn getransformeerd gaat worden tot ee woon-werk gebied. Paragraaf 4.9 gaat hier verder op in.
3.3.2 Woonvisie 2016-2020 Gemeente Meppel Het geldende woonbeleid van de gemeente Meppel is vastgelegd in de op 31 maart 2016 vastgestelde Woonvisie 2016-2020. Het doel van het woonbeleid is te komen tot een passend woningaanbod in wijken met een eigen karakter. De woningmarkt is daarin leidend. De rode draad in de woonvisie is “willen en kunnen in een veranderende woningmarkt”. Goed voorbeeld daarvan is de woningbouwprogrammering die voor de gemeente maar beperkt maakbaar is. Uitgangspunt daarbij is een flexibel woningbouwprogramma waarbij flexibel kan worden ingespeeld op demografische en economische veranderingen met de daarbij behorende hoeveelheden en typen te bouwen woningen. Dit vraagt om een flexibele opstelling om mee te kunnen bewegen met de markt. Door gebruik te maken van scenarioplanning en programmering in bandbreedten worden woningbouwprojecten zowel kwantitatief als kwalitatief op elkaar gestemd. Hiernaast streeft de gemeente naar een integrale afstemming van het woningbouwprogramma, zowel qua aantallen woningen, woningtypen als locaties. Deze percentages zijn richtinggevend en worden niet als regel in het bestemmingsplan opgenomen. De bandbreedtes zijn bedoeld als middel om bij te sturen op passende huisvesting. De strategie is om partijen te verleiden om overeenkomstig de ambities van de gemeente te bouwen.
Woningaantallen Het aantal te bouwen woningen wordt gebaseerd op de meest recente provinciale bevolkingsprognose van de provincie Drenthe en de Verkenning prognoses Zuidwest Drenthe d.d. 23 januari 2016 uitgevoerd door Companen. In deze verkenning is de jaarlijkse woningbehoefte op korte en lange termijn per gemeente opgenomen. Voor de periode 2015-2019 is voor de gemeente Meppel een woningbehoefte berekend van 190 woningen.
vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Meppel - Centrumschil, herziening Prins Hendrikkade
- 19 -
Inbreiding versus uitbreiding 2013 tot en met 2018: inbreiding naast uitbreiding Op grond van ervaringen hanteert de gemeente voor de jaren van crisis een richtpercentage voor inbreiding van 50%. Bij dit scenario passen inbreidingslocaties. De gemeente vindt het belangrijk dat naast nieuwbouw op uitleglocaties de lege vlekken in de stad in deze periode worden ingevuld. En hechten daarom grote waarde aan de bestaande stad. Vanaf 2019: uitbreiding boven inbreiding De gemeente neemt de kwaliteit van wonen als uitgangspunt. Om meer flexibel en kwalitatief de woningbouw te faciliteren, laat de gemeente het sturen op aantallen, programma en middelen los. Dat betekent dat de gemeente de voorgestelde verdeling (vanaf 2019) van 25% in de bestaande stad en 75% in Nieuwveense Landen wil loslaten en flexibiliteit voor woningbouw creëren. Conclusie De nieuwe woningen passen binnen de woningbehoefte die voor de periode 2015-2019 is gesteld. De gemeente zet tot en met 2018 in op inbreiding. In dit plan is sprake van een inbreidingslocatie. De ontwikkeling is hiermee passend binnen de woonvisie van de gemeente.
3.3.3 Nota parkeerbeleid Meppel In deze nota wordt het parkeerbeleid van de gemeente Meppel beschreven ten aanzien van het parkeren in Meppel in het algemeen en als beleidsinstrumentarium. De gemeente Meppel wil de kwaliteit van de binnenstad vergroten en de bereikbaarheid voor auto, fiets en openbaar vervoer te garanderen of verder te verbeteren. Onderdeel hiervan is het creëren van een prettige parkeersituatie. De nota richt zich vooral op het parkeren in de binnenstad en een zone daar direct om heen. Daarnaast geeft het beleid ook aanwijzingen voor het parkeren buiten dat gebied. Het is in alle gevallen van belang bij een nieuwe ontwikkeling voldoende parkeergelegenheid te realiseren. Conclusie Binnen het plangebied is voldoende ruimte om te parkeren en te voldoen aan de parkeerbehoefte. Dit is eerder omschreven in paragraaf 2.3. Daarmee past het plan binnen de nota parkeerbeleid.
vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Meppel - Centrumschil, herziening Prins Hendrikkade
- 20 -
Hoofdstuk 4 4.1
Planologische randvoorwaarden
Bodem Met het oog op een goede ruimtelijke ordening, dient in geval van ruimtelijke ontwikkelingen te worden aangetoond dat de bodem geschikt is voor het beoogde gebruik. Om de bodemkwaliteit aan te tonen is een bodemonderzoek uitgevoerd. Het onderzoek is als bijlage 1 bij de toelichting toegevoegd. Bij dit onderzoek zijn verontreinigingen aangetroffen. De locatie is in 2017 gesaneerd. De resultaten zijn verwerkt in het rapport “Evaluatierapport; Grondsanering Prins Hendrikkade 1 en 2 te Meppel' met projectnummer 172181/PK en datum 10 november 2017” van Mateboer Milieutechniek uit Kampen. Uit het rapport blijkt dat nagenoeg alle verontreinigingen voldoende zijn verwijderd. Op een 3-tal plaatsen (twee ontgravingswanden en één putbodem) is sprake van een geringe overschrijding van de terugsaneerwaarde. Aan de zuidzijde van de ontgraving van de zink, arseen- , koper-, en asbestverontreiniging heeft geen uitkeuring plaatsgevonden, vanwege de overgang naar het water. Het is daarom niet uit te sluiten dat de verontreiniging ook aanwezig is in de waterbodem. De provincie Drenthe heeft op 6 december 2017 ingestemd met het behaalde saneringsresultaat. Er is geen sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Voor de bouwwerkzaamheden zijn er dus (op voorhand met de aanwezige informatie) geen belemmeringen aanwezig waarmee in het bestemmingsplan rekening moet worden gehouden.
De bodemkwaliteit vormt dan ook geen belemmering voor dit bestemmingsplan. De definitieve toetsing van het aspect bodemkwaliteit vindt bij de aanvraag omgevingsvergunning bouwen plaats.
4.2
Geluid De Wet geluidhinder (Wgh) stelt eisen met betrekking tot de geluidbelasting van geluidsgevoelige gebouwen en terreinen door drie verschillende geluidbronnen: wegverkeer, spoorwegverkeer en industrie. Indien er binnen een geluidzone een geluidgevoelige functie gerealiseerd wordt, dient getoetst te worden aan de voorkeurgrenswaarde uit de Wgh. Wegverkeer en railverk eer Langs alle (spoor)wegen – met uitzondering van 30 km/h-wegen en woonerven – bevinden zich op grond van de Wet geluidhinder (Wgh) geluidszones waarbinnen de geluidshinder vanwege de (spoor)weg getoetst moet worden. De breedte van de geluidszone is afhankelijk van het aantal rijstroken/spoorstaven en van binnen- of buiten stedelijke ligging. Op basis van jurisprudentie dient in het kader van een goede ruimtelijke ordening ook bij 30 km /h-wegen de aanvaardbaarheid van de geluidsbelasting te worden onderbouwd.
vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Meppel - Centrumschil, herziening Prins Hendrikkade
- 21 -
Industrielawaai Gezoneerde industrieterreinen hebben een vaste geluidzone die wordt vastgelegd door middel van een bestemmingsplan. Buiten de geluidszone mag de voorkeurswaarde van 50 dB(A) niet worden overschreden. De maximale ontheffingswaarde voor nieuwe woningen binnen de geluidszone bedraagt 55 dB(A) etmaalwaarde. In tegenstelling tot weg- en railverkeer wordt voor industrielawaai niet getoetst aan de Lden waarde maar aan de etmaalwaarde. De dosismaat Lden is voor wegverkeerslawaai en spoorweglawaai met ingang van 1 januari 2007 in de gewijzigde Wgh vastgelegd. Voor industrielawaai wordt Lden in het kader van de Wgh voorlopig niet ingevoerd. Onderzoek (spoor)wegen Binnen het plangebied worden woningen mogelijk gemaakt. Volgens de Wgh betreft deze ontwikkeling het realiseren van geluidgevoelige functie(s) en dient akoestisch onderzoek te worden uitgevoerd als het plangebied ligt binnen de onderzoekzone van een (spoor)weg (met uitzondering van woonerven en 30 km/h-gebieden). Het plangebied ligt niet binnen een onderzoekzone van een (spoor)weg. De wegen in de directe omgeving van het plangebied zijn aangewezen als 30-km/uur zone. Voor ontwikkelingen binnen dergelijke zones is geen toetsing aan de Wet Geluidhinder noodzakelijk. Daarnaast zijn de Prins Hendrikkade en de Prins Hendrikstraat relatief rustige wegen met een te verwachten lage verkeersintensiteit.
Door de beperkte breedte van de weg en diverse snelheid beperkende maatregelen (middels kruispunten en diverse knikken in de weg) zijn de snelheden relatief laag. Onderzoek industrie Het aan de westzijde van het plangebied grenzende industrieterrein (Oevers A, B en C, Oude Vaart en Steenwijkerstraatweg) is gezoneerd op grond van de Wet geluidhinder. Het plangebied is gelegen binnen de geluidzone van dit industrieterrein. Derhalve is akoestisch onderzoek (zie bijlage 2) uitgevoerd. Uit het onderzoek blijkt het volgende: Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat voor alle woningen de geluidbelasting als gevolg van het gezoneerde industrieterrein hoger is dan 50 dB(A). Zie hiervoor tabel 1. De gemeente Meppel stelt dan ook een hogere waarde voor deze woningen vast, gelijktijdig met het vaststellen van het bestemmingsplan. Voor enkele woningen bedraagt de geluidbelasting zelfs meer dan 55 dB(A), namelijk maximaal 57 dB(A). Voor deze woningen is het niet mogelijk een hogere waarde vast te stellen. Door de betreffende gevels als 'doof' uit te voeren, is verdere toetsing aan de grenswaarden uit de Wet geluidhinder niet nodig. In de planregels en op de verbeelding wordt geregeld welke gevels van de appartementen (locatie en verdieping) als doof moeten worden uitgevoerd.
vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Meppel - Centrumschil, herziening Prins Hendrikkade
- 22 -
Maximale geluidsniveaus (LAmax) Ruimtelijke ordening Van de bedrijven op het industrieterrein is Constar Betonwaren B.V. maatgevend voor de maximale geluidsniveaus op de nieuw te realiseren woningen aan de Prins Hendrikkade. Op basis van het akoestisch onderzoek en het rekenmodel behorende bij de revisievergunning van 17 maart 2009 met kenmerk 6.3/2008013470 zijn de maximale geluidsniveaus veroorzaakt door Constar Betonwaren B.V. bepaald op de gevels van de nieuwe woningen. Door de inrichtinghouder is aangegeven dat er in de nachtperiode geen activiteiten plaats vinden. De vergunning zal hierop worden aangepast. In de bijlage worden de berekeningsresultaten op alle beoordelingspunten weergegeven. Uit de berekeningsresultaten blijkt dat het maximale geluidsniveau op de gevels van de nieuwe woningen in de dagperiode maximaal 70 dB(A). In de avond- en nachtperiode worden geen maximale geluidsniveaus veroorzaakt. In de dagperiode wordt voldaan aan de richtwaarden uit de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering (2009). Er is sprake van een goede ruimtelijke ordening. Vergunning Constar Betonwaren B.V. In de voorschriften behorende bij de vergunning zijn voor de woningen aan de Prins Hendrikstraat 37, Concordiastraat 52 en Westeind 42 maximale geluidsniveaus opgenomen van 70 dB(A) en 60 dB(A) voor respectievelijk de dag- en nachtperiode.
Door de komst van de nieuwe woningen wordt het bedrijf niet beperkt in de geluidsruimte van de maximale geluidsniveaus. Er wordt voldaan aan de richtwaarden uit de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering (2009). Er is sprake van een goede ruimtelijke ordening. Onderzoek geluidwering gevels In een tweede akoestisch onderzoek (zie bijlage 3) is de geluidwerendheid van de toekomstige gevels onderzocht. Hieruit blijkt dat bij de beoogde uitvoering van de gevel voldaan wordt aan de gestelde eisen in het Bouwbesluit over het binnenklimaat in de woningen.
vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Meppel - Centrumschil, herziening Prins Hendrikkade
- 23 -
4.3
Archeologie Per 1 juli 2016 is de Monumentenwet 1988 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysiek leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze in 2019 in werking treedt. Dit geldt ook voor de verordeningen, bestemmingsplannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. De gemeente Meppel heeft een archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart beschikbaar. Daarmee heeft de gemeente Meppel een instrument in handen op basis waarvan zij op een verantwoorde manier met haar bodemarchief kan omgaan. Het beleid geeft een indicatie van de trefkans voor archeologische waarden. Op hoofdlijnen worden drie verwachtingszones onderscheiden: lage verwachting, middelhoge verwachting en hoge verwachting. Deze verwachtingszones zijn in bestemmingsplannen doorvertaald naar archeologische dubbelbestemmingen. In het plangebied is sprake van een middelhoge verwachtingswaarde voor archeologie. Voor dit gebied is in de bestemmingsplannen de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie 3' opgenomen.
Hiervoor is beleid geformuleerd, waarbij sprake is van een bepaalde mate van bescherming van mogelijke waarden en daaraan gekoppelde onderzoeksplicht. Wanneer bodemingrepen niet voorkomen kunnen worden, moet bij ingrepen groter dan 1.000 m2 en/of het graven of dempen van watergangen een onderzoek plaatsvinden. In het plangebied wordt geen ontwikkeling groter dan 1.000 m2 mogelijk gemaakt. Wel is sprake van het graven van een tweetal insteekhavens tussen de woningen. In het kader van een goede bodemkwaliteit voor de toekomstige functie zijn de gronden in het plangebied reeds gesaneerd tot een diepte van 70 centimeter. De gronden ter plaatse zijn derhalve al zodanig geroerd dat eventueel aanwezige archeologische resten verstoord zijn. Het uitvoeren van een archeologisch onderzoek kan dan ook achterwege blijven. De bestaande archeologische dubbelbestemmingen blijven echter ook in dit bestemmingsplan van toepassing.
4.4
Cultuurhistorie De rol van cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening is de laatste jaren sterk toegenomen. Bij het opstellen van plannen moeten cultuurhistorische waarden tijdig in beeld worden gebracht. Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) stelt in dat verband specifieke eisen aan het opstellen van ruimtelijke plannen. Waar mogelijk moeten cultuurhistorische waarden worden behouden of versterkt. Cultuurhistorie is daarmee een sturend onderdeel geworden in de ruimtelijke ordening.
vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Meppel - Centrumschil, herziening Prins Hendrikkade
- 24 -
Voor de binnenstad en de centrumschil heeft de gemeente een cultuurhistorische studie laten opstellen. Dit betreft het document 'Cultuurhistorische inventarisatie & waardenstelling binnenstad & centrumschil'. Deze studie dient als onderlegger voor het opstellen van bestemmingsplannen en voor de aanscherping van het monumentenbeleid. Op deze wijze wordt uitdrukking gegeven aan de door de rijksoverheid gewenste “planologische monumentenzorg” waarbij ruimtelijke ordening en het sturen op ruimtelijke kwaliteit van de gebouwde omgeving geïntegreerd plaatsvindt met cultuurhistorie en archeologie. De deelgebieden zijn elk als geheel gewaardeerd, als somma van de verschillende aspecten waar cultuurhistorische kwaliteiten uit bestaan. Er worden vier waarderingsniveaus onderscheiden: top-, hoog-, midden- en basiskwaliteit. Deze waarderingsniveaus onderscheiden zich van elkaar op grond van de dichtheid van historische objecten en structuren, het historische en maatschappelijk belang ervan, de gaafheid en zeldzaamheid van de historische objecten en structuren, alsmede de gaafheid van het bebouwingsbeeld en de ruimtelijke kwaliteit ervan. Het plangebied ligt in het gebied “Schuttevaerstraat, Concordiastraat”. Een uitsnede van de gebiedenkaart is weergeven in figuur 4.1.
De cultuurhistorische waarden van deze buurt zijn gemiddeld, met als aantekening dat: binnen deze buurt de nieuwbouwen aan de Concordiastraat tussen Schuttevaerhaven en Westeinde een cultuur-historische basiswaardering heeft; deze zijn van recente datum het gebouw van het Wellnesscentre Meppel niet bij het gebied ingedeeld is vanwege zijn afwijkende volume en architectuur; deze sluit niettemin direct aan op het gebied en doet afbreuk aan de kwaliteit van de buurt. Het gebied heeft een hoge historisch-maatschappelijke waarde. Het gebied is een goed voorbeeld van een interbellum-uitleg voor de gegoede middenstand, maar hiervan zijn er meerdere. Het gebied heeft niettemin een bijzondere betekenis in de ontwikkelingsgeschiedenis van Meppel. De Schuttevaerhaven heeft een rol gespeeld in de industriële geschiedenis van Meppel, en het Westeinde was al lange tijd een informeel recreatief gebied voor de Meppeler bevolking. De historisch-stedenbouwkundige waarde van deze buurt is basis. De stedenbouwkundige oplossingen zijn verantwoord en kenmerkend voor de ontstaanstijd, maar er is niet gestreefd naar een bijzonder stedenbouwkundig patroon,met monumentale accenten of bijzondere straatprofielen. Ook de ligging aan de Schuttevaerhaven is stedenbouwkundig niet uitgebuit. De architectonische samenhang tussen de interbellum-bebouwing is wel van een hoge historisch-stedenbouwkundige waarde.
De historisch-architectonische waarden in deze buurt zijn gemiddeld, omdat de architectuur verzorgd is en karakteristiek voor interbellum-architectuur in Meppel, maar er hoofdzakelijk sprake is van de sobere, zakelijke variant van het expressionisme van de jaren '30. De resterende industriële gebouwen langs de Prins Hendrikkade zijn van gemiddelde cultuurhistorische waarde. Deze zijn op zichzelf typologisch noch architectonisch van bijzondere waarde, maar vormen niettemin nog de laatste gebouwde verwijzingen van het industriële verleden van deze hoek van de stad.
vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Meppel - Centrumschil, herziening Prins Hendrikkade
- 25 -
Gaafheid: Het vooroorlogse deel van deze buurt is zeer gaaf bewaard gebleven, zowel in hoofdopzet als in architectonische detaillering. Zeldzaamheid: een dergelijke Interbellumbuurt rondom een haven is een zeldzaamheid in Drenthe. Het plangebied valt in een gebied met een middenkwaliteit. Hiervoor zijn in het bestemmingsplan geen specifieke cultuurhistorische regels opgenomen. Voor het plangebied geldt dan ook geen specifieke cultuurhistorische waarde die een bescherming nodig heeft. Naast het gemeentelijk beleid ten aanzien van cultuurhistorie heeft de provincie hier ook beleid in. Voor een beschrijving hiervan wordt verwezen naar 3.2.1. Het aspect cultuurhistorie vormt geen belemmering voor dit bestemmingsplan.
vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Meppel - Centrumschil, herziening Prins Hendrikkade
- 26 -
Figuur 4.1
4.5
Gebiedenkaart
Water Vanwege het grote belang van het water in de ruimtelijke ordening, wordt van waterschappen een vroege en intensieve betrokkenheid bij het opstellen van ruimtelijk plannen verwacht. Bovendien is de watertoets een verplicht onderdeel in de ruimtelijke procedure geworden. Het plangebied ligt in het beheersgebied van waterschap Drents Overijsselse Delta. Toetsing Het plan is digitaal kenbaar gemaakt bij waterschap Drents Overijsselse Delta via de digitale watertoets. Het doel van de watertoets is waarborgen dat waterhuishoudkundige
vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Meppel - Centrumschil, herziening Prins Hendrikkade
- 27 -
doelstellingen expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen bij alle waterhuishoudkundig relevante ruimtelijke plannen en besluiten. De watertoets is primair een procesinstrument. In dit proces ligt de nadruk op de wisselwerking tussen de initiatiefnemer en de waterbeheerder waterschap Drents Overijsselse Delta. Het resultaat van de watertoets is opgenomen als bijlage 6. Op basis van deze digitale toetsing valt de ontwikkeling onder de normale procedure. Als onderdeel van de normale procedure beoordeelt het waterschap de informatie die is ingestuurd bij de digitale toetsing. Na bestudering van de informatie bij het voorgenomen plan en het maken van een afweging heeft het waterschap aangegeven dat het plan in aanmerking komt voor de korte procedure. Volstaan kan worden met een standaard water paragraaf. Deze dient één op één in de toelichting van het bestemmingsplan overgenomen te worden. Waterhuishouding Het plan loopt geen verhoogd risico op wateroverlast als gevolg van overstromingen. Het plan heeft geen schadelijke gevolgen voor de waterkwaliteit en ecologie. In het verleden is er in of rondom het plangebied geen wateroverlast of grondwateroverlast geconstateerd. De toename van het verharde oppervlak is minder dan 1.500 m2. Voorkeursbeleid hemelwaterafvoer In het plan wordt er naar gestreefd het voorkeursbeleid van het waterschap op te volgen.
Als de hemelwaterafvoer: 1. niet wordt aangesloten op een gescheiden rioolstelsel; of 2. niet wordt afgekoppeld van het bestaande rioolstelsel: is oppervlakkige afvoer en infiltratie in de bodem uitgangspunt. Als infiltratie in de bodem niet mogelijk is, is lozing op het oppervlaktewater via een bodempassage gewenst. Speciale aandacht wordt besteed aan duurzaam bouwen en een duurzaam gebruik van de openbare ruimte om een goede kwaliteit van het afgekoppelde hemelwater te garanderen. Oppervlaktewater Er wordt rekening gehouden met de wijze van onderhoud (varend of vanaf de kant) en de daarbij geldende voorwaarden. Voor werkzaamheden binnen de aangegeven zones van het waterschap is een vergunning op grond van de Waterwet noodzakelijk. Het gebruik van materialen Het waterschap is verantwoordelijk voor een goede waterkwaliteit van het regionale watersysteem. Om verontreiniging van het watersysteem te voorkomen worden materialen zoals lood, koper en zink niet gebruikt. Aanleghoogte van de bebouwing Voor de aanleghoogte van de gebouwen (onderkant vloer begane grond) wordt een ontwateringsdiepte geadviseerd van minimaal 80 centimeter ten opzichte van de Gemiddelde Hoogste Grondwaterstand (GHG). Bij een afwijkende maatvoering is de kans op structurele grondwateroverlast groot. Bij het bouwen zonder kruipruimte kan worden volstaan met een geringere ontwateringsdiepte.
Om wateroverlast en schade in woningen
vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Meppel - Centrumschil, herziening Prins Hendrikkade
- 28 -
en bedrijven te voorkomen wordt geadviseerd om een drempelhoogte van 30 centimeter boven het straatpeil te hanteren. Ook voor lager, beneden het maaiveld, gelegen ruimtes (kelders, parkeergarages) moet aandacht worden besteed aan het voorkomen van wateroverlast. Bij de uitvoering van de toekomstige woningen wordt rekening gehouden met het voorkomen van wateroverlast. Wetgeving lozen in oppervlaktewater In het plan vindt een lozing plaats van water in oppervlaktewater. Hemelwater van schone oppervlakken (zoals daken en tuinen) mag rechtstreeks geloosd worden. Hemelwater dat van een parkeerterrein afstroomt (of anderszins) vervuild raakt, dient via een bodempassage af te wateren. Voor het onttrekken van grondwater tijdens de aanleg en het lozen hiervan in oppervlaktewater gelden specifieke regels. Indien hier sprake van is wordt voortijdig contact opgenomen met het waterschap. Wetgeving grondwateronttrekking Er vindt in het plan een grondwateronttrekking plaats. Gezien de verschillende belangen is het grondwaterbeheer wettelijk geregeld in de Waterwet. In het kort komt het er op neer dat grote grondwateronttrekkingen vergunningplichtig zijn. Voor kleinere onttrekkingen geldt een meldingsplicht. Indien hier sprake van is wordt voortijdig contact opgenomen met het waterschap.
Watertoetsproces De initiatiefnemer heeft waterschap Drents Overijsselse Delta geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets. De beantwoording van de vragen heeft er toe geleid dat de korte procedure van de watertoets is toegepast. De bestemming en de grootte van het plan hebben een geringe invloed op de waterhuishouding. "De procedure in het kader van de watertoets is goed doorlopen conform de Handreiking Watertoets III. Het Waterschap Drents Overijsselse Delta geeft een positief wateradvies". Bij de verdere uitwerking van het project wordt rekening gehouden met het wateradvies
4.6
Ecologie Bij elk ruimtelijk plan dient met het oog op de natuurbescherming rekening te worden gehouden met de gebiedsbescherming en soortenbescherming. Sinds 1 januari 2017 zijn beide aspecten geregeld in de Wet natuurbescherming (Wnb). Hierbij dient te worden aangetoond dat als gevolg van de geplande activiteiten de gunstige staat van instandhouding van waardevolle dier- en plantensoorten niet in het geding komt.
4.6.1 Gebiedsbescherming De bescherming van Natura 2000-gebieden en Beschermde Natuurmonumenten is geregeld in de Wnb. Indien ontwikkelingen (mogelijk) leiden tot aantasting van de natuurwaarden binnen deze gebieden, moet een vergunning worden aangevraagd. Daarnaast moet rekening worden gehouden met het beleid ten aanzien van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS), thans genoemd Natuurnetwerk Nederland.
vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Meppel - Centrumschil, herziening Prins Hendrikkade
- 29 -
Met betrekking tot gebiedsbescherming is de ligging van de aangewezen Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen Ecologische Hoofdstructuur) van belang. Het plangebied ligt in een binnenstedelijk gebied op ruime afstand van beschermde natuurgebieden. De ontwikkeling heeft, mede gelet op de aard en omvang van de ontwikkeling, geen negatieve effecten op natuurwaarden die op grotere afstand liggen. stikstof Voor deze ontwikkeling is beoordeeld of deze significante effecten heeft voor de stikstofdepositie binnen daarvoor gevoelige Natura 2000-gebieden. Met het programma AERIUS Calculator is een berekening uitgevoerd om de gevolgen voor de stikstofdepositie binnen Natura 2000 in beeld te brengen en te toetsen of de eventuele toename past binnen de eisen die gelden op grond van de Wet natuurbescherming. De berekening is als bijlage 4 bij dit bestemmingsplan toegevoegd. Uit de berekeningen blijkt dat de stikstofdepositie op de dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden niet boven 0,00 mol N/ha/jaar uit komt. Hiermee is aangetoond dat het project, gelet op de instandhoudingsdoelstellingen voor de Natura 2000-gebieden, de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in dat gebied niet kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen.
De Wet natuurbescherming en het beleid van de provincie staan de uitvoering van het project niet in de weg.
4.6.2 Soortenbescherming Ook de regeling ten aanzien van soortbescherming is opgenomen in de Wet natuurbescherming. Voor soorten die vermeld staan in bijlage IV van de Habitatrichtlijn en een aantal Rode-Lijst-soorten zijn deze voorwaarden zeer streng. Een groot aantal van nature in Nederland thuis horende beschermde planten en dieren wordt met de wet beschermd. Datzelfde geldt voor een groot aantal uitheemse plantensoorten. De wet wil schadelijke handelingen ten aanzien van de beschermde dieren en planten verbieden. De beoogde ontwikkeling voorziet in woningbouw. Hiervoor worden de volgende werkzaamheden, die mogelijk soorten kunnen verstoren, uitgevoerd. verwijderen van begroeiing; aanleg en wijziging van watergangen; bouwrijp maken; sloopwerkzaamheden. Bij de voorbereiding van de beoogde ontwikkeling moet worden onderzocht of de Wnb de ontwikkeling niet in de weg staat. Dit is het geval wanneer de uitvoering tot ingrepen noodzaakt waarvan moet worden aangenomen dat daarvoor geen vergunning ingevolge de Wnb zal kunnen worden verkregen. Om te achterhalen welke beschermde soorten binnen het plangebied aanwezig zijn is een ecologische onderzoek uitgevoerd. Het ecologisch onderzoek is opgenomen in bijlage 5. Het voorkomen van en effecten op vleermuizen en vogels met vaste rust- en
vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Meppel - Centrumschil, herziening Prins Hendrikkade
- 30 -
verblijfplaatsen worden uitgesloten. Mogelijk vliegen en foerageren er vleermuizen. Gedurende en na realisatie van de plannen kunnen deze soorten er blijven vliegen en foerageren. Voor overige soort(groep)en, inclusief broedvogels, is het gebied verder volledig ongeschikt. Op grond van de bovenstaande analyse worden effecten op beschermde planten- en diersoorten uitgesloten; de plannen zijn niet in strijd met het gestelde binnen de Wet Natuurbescherming.
4.7
Luchtkwaliteit Een onderdeel van de Wet milieubeheer betreft luchtkwaliteit. De wet is bedoeld om de negatieve effecten op de volksgezondheid, als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreiniging, aan te pakken. Maatgevende stoffen in Nederland zijn hiervoor stikstofdioxide en fijn stof. Overschrijdingen van de grenswaarden voor luchtkwaliteit in Nederland zijn veelal het gevolg van het aantal verkeersbewegingen in een gebied. Op grond van de algemene maatregel van bestuur 'niet in betekenende mate' (NIBM) vormen luchtkwaliteitseisen geen belemmeringen voor projecten die niet in betekenende mate bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Op grond van de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) zijn (onder andere) woningbouwprojecten met minder dan 1.500 woningen vrijgesteld van toetsing. Er worden slechts 12 wooneenheden mogelijk gemaakt. Het plan draagt dan ook niet in betekenende mate bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Bovendien blijkt uit de NSL-tool dat langs de maatgevende wegen in Meppel nu en in de toekomst (ruimschoots) voldaan wordt aan de milieukwaliteitseisen voor luchtkwaliteit. Dit is van belang in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Aanvullend onderzoek naar het aspect luchtkwaliteit is niet noodzakelijk. Het aspect luchtkwaliteit vormt dan ook geen belemmering voor dit bestemmingsplan.
4.8
Externe veiligheid Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's die ontstaan voor de omgeving bij het gebruik, de opslag en het vervoer van gevaarlijke stoffen, zoals vuurwerk, LPG en munitie. Sinds een aantal jaren is er wetgeving over “externe veiligheid” om de burger niet onnodig aan te hoge risico's bloot te stellen. De normen voor externe veiligheid zijn vastgelegd in onder andere het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), Besluit externe veiligheid transportroutes (BEVT) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het externe veiligheidsbeleid heeft vorm gekregen in de risicobenadering. Er wordt getoetst aan twee verschillende normen: het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Ten aanzien van het plaatsgebonden risico geldt een kans van 10-6 als grenswaarde. Dit betekent dat binnen de zogenaamde PR 10-6-contour geen nieuwe
vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Meppel - Centrumschil, herziening Prins Hendrikkade
- 31 -
kwetsbare objecten mogen worden toegestaan. Voor ontwikkeling van nieuwe beperkt kwetsbare objecten, geldt deze norm als streefwaarde. Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep mensen van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het onderscheid tussen kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten is vastgelegd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen. In het kader van het aspect externe veiligheid is de risicokaart geraadpleegd. Hieruit blijkt het volgende: Risicorelevante inrichtingen Uit de risicokaart blijkt dat rondom het plangebied een aantal risicovolle inrichtingen gevestigd zijn. De risicocontouren van deze inrichtingen liggen niet over het plangebied en vormen dan ook geen belemmering voor de uitvoering van dit bestemmingsplan. Transportzones spoor, weg en water Voor dit bestemmingsplan is alleen transport van gevaarlijke stoffen over water (Meppelerdiep) van belang, omdat in de directe nabijheid van het plangebied geen aangewezen wegen liggen. In het Basisnet Water is het Meppelerdiep aangewezen als 'groene vaarweg'. Voor deze vaarwegen bestaan vanuit het PR geen beperkingen en is geen verantwoording van het GR nodig, omdat het project nauwelijks gevolgen heeft voor de hoogte van het GR; de personendichtheid neemt immers niet toe.
Ook is er langs deze route geen sprake van een plasbrandaandachtsgebied. Toetsing Beleidsvisie Externe Veiligheid De Beleidsvisie Externe Veiligheid van de gemeente Meppel geeft richtlijnen voor ontwikkelingen langs het Meppelerdiep. Veel gevaarlijke stoffen worden over water vervoerd omdat er nog veel ruimte is. Het water is een belangrijke uitwijkmogelijkheid voor andere modaliteiten. Die ruimte moet behouden worden voor de toekomst. De gedachte is dat langs belangrijke binnenvaartverbindingen zoals het Meppelerdiep een veiligheidszone van 25 meter wordt aangehouden voor nieuwe situaties. Die 25 meter is gebaseerd op heen plasbrandscenario. Het plangebied ligt buiten de zone van 25 meter vanaf het Meppelerdiep. Er ontstaan als gevolg van dit bestemmingsplan dus geen onaanvaardbare risico's. Conclusie Het is niet noodzakelijk om in het kader van dit bestemmingsplan het groepsrisico te verantwoorden. Vanuit het aspect externe veiligheid bestaan geen belemmeringen voor de beoogde ontwikkeling.
4.9
Bedrijven en milieuhinder In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies zoals woningen: ter plaatse van de woningen een aanvaardbaar woon- en leefmilieu kan worden
vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Meppel - Centrumschil, herziening Prins Hendrikkade
- 32 -
gegarandeerd; rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de betreffende bedrijven. Om de milieuruimte van bedrijven voor het bestemmingsplan in beeld te brengen, wordt gebruik gemaakt van de VNG-uitgave Bedrijven en milieuzonering (2009). In deze publicatie zijn richtafstanden opgenomen voor bedrijfsactiviteiten ten opzichte van een rustige woonwijk (voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geluid, geur, stof en gevaar). Ten opzichte van een gemengd gebied gelden kleinere richtafstanden. Wanneer niet voldaan wordt aan de richtafstanden, moet nader onderbouwd worden dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening (aanvaardbaar woon- en leefklimaat, waarbij de bedrijfsvoering van de aanwezige bedrijven gerespecteerd wordt). Vanwege de ligging binnen de geluidzone van een gezoneerd industrieterrein (zie paragraaf 4.2) kan het plangebied worden gezien als gemengd gebied. Voor een goede onderbouwing dat rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering van de bestaande bedrijven wordt voor dit bestemmingsplan echter uitgegaan van de grotere richtafstanden, die gelden voor een rustige woonwijk. Voor de meeste bedrijven in de VNG-uitgave is geluid het maatgevende milieuaspect. Er zijn enkele bedrijven waar dat niet voor geldt, bijvoorbeeld veevoederbedrijven (daar is het aspect geur maatgevend).