Bijlage 2 - BOPA onderbouwing Julianastraat 18 - geanonimiseerd
Tekst van het document
MOTIVERING BOPA Julianastraat, Meppel
Dit document is met de grootst mogelijke zorg samengesteld. BiedtRuimte is op geen enkele manier aansprakelijk voor de conclusies en vervolgwerkzaamheden die worden uitgevoerd op basis van dit document.
BiedtRuimte Heinoseweg 6A 7722 JP Dalfsen Auteurs:
Versie: Concept Datum: 29 januari 2025
Inhoudsopgave 1
Inleiding ............................................................................................................................................................ 3 1.1
Aanleiding................................................................................................................................................. 3
1.2
Beschrijving van wijziging ......................................................................................................................... 3
1.3
Regeling in (tijdelijk) Omgevingsplan........................................................................................................ 4
1.4
Leeswijzer................................................................................................................................................. 5
2
Huidige situatie ................................................................................................................................................. 6 2.1.1 Historie van het plangebied 6 2.1.2 Functionele structuur 7 2.1.3 Ruimtelijke structuur 7 2.2 Bestaande activiteiten (Huidige situatie)................................................................................................... 7 2.2.1 Relatie met openbare ruimte 7 2.2.2 Verkeer en parkeren 7 Beoogde ontwikkeling ....................................................................................................................................... 8
3 3.1 4
Beschrijving .............................................................................................................................................. 8 Beleid en regelgeving ..................................................................................................................................... 11
4.1
Rijk ......................................................................................................................................................... 11
4.1.1 Nationale Omgevingsvisie 11 4.1.2 Rijksregels (instructieregels) 12 4.2 Provincie................................................................................................................................................. 13 4.2.1 Omgevingsvisie provincie Drenthe 13 4.2.2 Omgevingsverordening Drenthe 2022 14 4.3 Gemeentelijk beleid ................................................................................................................................ 15 4.3.1 Omgevingsvisie 15 4.3.2 Structuurvisie 17 4.3.3 Woonvisie 19 4.3.4 Cultuurhistorische inventarisatie en waardenstelling 19 4.3.5 Duurzaam Energieplan 20 4.3.6 Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan 21 4.3.7 Beleidsplan Parkeren 21 4.3.8 Beleidsvisie externe veiligheid (2014) 21 4.3.9 Welstand 22 Fysieke leefomgeving ..................................................................................................................................... 23
5 5.1
Landschappelijke, stedenbouwkundige en cultuurhistorische waarden ................................................. 23 5.1.1 5.1.2 5.1.3 5.1.4 5.1.5
Landschappelijke en stedenbouwkundige waarden Ruimtelijke- en omgevingskwaliteit Bezonning en visuele hinder Beeldkwaliteit architectuur en welstand Cultuurhistorie
23 23 24 24 25
1
5.1.6 Archeologie 25 5.2 Gevolgen fysieke leefomgeving .............................................................................................................. 26
6
5.2.1 Milieueffectrapportage of m.e.r. beoordeling 26 5.2.2 Laddertoets 27 5.2.3 Dienstenrichtlijn 28 5.2.4 Mobiliteit 29 5.2.5 Geluid 30 5.2.6 Luchtkwaliteit 31 5.2.7 Geur 32 5.2.8 Trillingen 34 5.2.9 Bodem 35 5.2.10 Veiligheid 37 5.2.11 Water 39 5.2.12 Natuur 42 5.2.13 Duurzaamheid 46 5.2.14 Gezondheid 47 Beperkingengebied ......................................................................................................................................... 48
7
Uitvoerbaarheid .............................................................................................................................................. 49 7.1
Economische uitvoerbaarheid ................................................................................................................ 49
7.1.1 Financieel economische uitvoerbaarheid 49 7.1.2 Kostenverhaal 49 7.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid .......................................................................................................... 50 7.2.1 Participatie en belangenafweging 50 Bijlagen ..................................................................................................................................................................... 52
2
1 Inleiding 1.1 Aanleiding Aan de Julianastraat in Meppel ligt een perceel, kadastraal bekend als sectie C, nummer 2866. Momenteel wordt dit perceel gebruikt als schoolplein van de naastgelegen vrije school ‘de Toermalijn’. Het plan is om het schoolplein te verwijderen en op deze locatie een gebouw te realiseren met tien wooneenheden voor verhuur, verdeeld over drie bouwlagen. Op dit moment heeft het perceel de functie ‘Bedrijf’. Het College heeft geoordeeld dat deze functie niet passend is op deze locatie. De naastgelegen school ‘de Toermalijn’ heeft aangegeven geen interesse te hebben in de aankoop van het perceel. Daarom heeft de gemeente Meppel in een principebesluit aangegeven dat de functie ‘Wonen’ beter aansluit bij de omgeving, met een specifieke focus op kleinere huishoudens. Op basis van deze uitgangspunten is het plan verder uitgewerkt. Deze motivering heeft tot doel inzicht te geven in de effecten op de fysieke leefomgeving als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling. Daarnaast wordt de haalbaarheid van het initiatief beschreven en wordt aangetoond dat er sprake is van een effectieve toedeling van functies aan locaties. Met deze buitenplanse omgevingsplanactiviteit wordt alleen het planologisch afwijken van het vigerende omgevingsplan geregeld. Voor de nadere bouwtechnische uitwerking wordt een aparte omgevingsvergunning aangevraagd.
1.2 Beschrijving van wijziging Het plangebied ligt in het centrum van Meppel tussen de Julianastraat 16 en 22. Het plangebied ligt nabij de Catherinastraat en de Stationsweg. Op 5 minuten afstand is het trein- en busstation van Meppel te vinden. Twee straten ten zuiden van het plangebied ligt het Wilhelminapark. Ten westen van het plangebied is de binnenstad van Meppel te vinden. Op onderstaande figuur is het plangebied globaal aangegeven met een rode omlijning. In figuur 1.2 is de ligging van het plangebied in de omgeving te zien.
Figuur 1.1 Kadastraal perceel aan de Julianastraat (bron: Pdok-Viewer)
3
Figuur 1.2 Ligging plangebied (rode ster is plangebied) (bron: Ruimtelijke Plannen)
1.3 Regeling in (tijdelijk) Omgevingsplan Binnen het plangebied zijn de volgende bestemmingen en plannen relevant: Naam Vaststellingsdatum Omgevingsplan gemeente Meppel 20 augustus 2024 Meppel – Paraplubestemmingsplan Parkeren 15 november 2018 Bestemmingsplan Meppel-Centrumschil 28 juni 2013 Op het plangebied geldt het omgevingsplan ‘Omgevingsplan gemeente Meppel’ 20 augustus 2024’. Hierin wordt integraal verwezen naar de regels van het Bestemmingsplan ‘Meppel-Centrumschil’, vastgesteld door de gemeenteraad op 28 juni 2013. In dit plan zijn de gronden binnen het plangebied bestemd met de functie ‘Bedrijf’, zie figuur 1.3. Ook geldt de maatvoering ‘maximum bouwhoogte 10 m’, ‘maximum goothoogte 6 m’ en de gebiedsaanduiding ‘cultuurhistorisch gebied – topklasse en hoog’. De op de plankaart voor ‘Bedrijf’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. bedrijven in de categorieën 1 en 2 van de als bijlage bij de planregels opgenomen Staat van Bedrijfsactiviteiten¸ met dien verstande dat per bouwperceel maximaal één bedrijf is toegestaan; b. Ter plaatse van de aanduiding ‘bedrijf tot en met categorie 3’ tevens voor bedrijven in de categorieën 1, 2 en 3 van de, als bijlage bij de planregels opgenomen Staat van bedrijfsactiviteiten, met dien verstande dat per bouwperceel maximaal één bedrijf is toegestaan; c. Ter plaatse van de aanduiding ‘Wonen’ tevens voor wonen op de verdiepingen.
De op de plankaart voor ‘Cultuurhistorisch gebied – topklasse en hoog’ dient, in afwijking van, c.q. aanvulling op, het bepaalt in de bouwregels van de afzonderlijke bestemmingen, ter plaatse van de aanduiding ‘cultuurhistorisch gebied – topklasse en hoog’ rekening te worden gehouden met de historische stadsstructuur, zoals deze in uitdrukking komt in: a. Profielen van de openbare ruimten en in zichtlijnen; b. Kleinschaligheid en bebouwingskarakteristieken zoals gevelindeling, detaillering en materiaalgebruik’.
4
Figuur 1.3 Functies plangebied Julianastraat (plangebied rood omlijnd) (bron: Ruimtelijke plannen) Meppel – Paraplubestemmingsplan Parkeren In het gebied geldt de bestemming 'Meppel - Paraplubestemmingsplan Parkeren'. Op 29 november 2014 is de Reparatiewet BZK 2014 ingegaan. Deze wet bepaalt dat stedenbouwkundige regels in de bouwverordening per 1 juli 2018 komen te vervallen. Dit betekent dat we voor zaken zoals parkeernormen niet meer kunnen terugvallen op de oude bouwverordening. Daarom moeten bestemmingsplannen die na 29 november 2014 zijn vastgesteld, een eigen parkeerregeling hebben. Volgens artikel 3.1.2, lid 2, onder a van het Besluit ruimtelijke ordening kan er verwezen worden naar de Nota Parkeernormen van de gemeente Meppel, waarin de parkeernormen staan. Bij het aanleggen van nieuwe parkeerplekken hoeven bestaande parkeerproblemen niet opgelost te worden. De nieuwe plekken moeten alleen voldoen aan de parkeerbehoefte van het bouwwerk waarvoor ze worden aangelegd. Van de verplichting om voldoende parkeergelegenheid te realiseren kan worden afgeweken. In stads- en dorpscentra waar parkeergelegenheid en parkeerbehoefte niet op elkaar aansluiten kan dit zinvol zijn. Door af te wijken kan een functie met een parkeerbehoefte toch worden toegelaten zonder dat er op eigen terrein of in de omgeving voldoende parkeerplaatsen zijn.
Met een BOPA wordt de wijziging van de functie op het plangebied uitgevoerd. Met een omgevingsvergunning wordt de functie ‘Wonen’ toegevoegd aan het plangebied en komt de functie ‘Bedrijf’ te vervallen. Strijdigheden In het huidige omgevingsplan is een bedrijf functie toegestaan binnen het bestaande bouwvlak op het plangebied. De ontwikkeling van 10 wooneenheden met 6 parkeerplaatsen en een stalling voor fietsen binnen de functie ‘Bedrijf’ is strijdig met het bestaande omgevingsplan. Met deze BOPA moet de activiteit ‘Wonen’ mogelijk worden gemaakt voor 10 wooneenheden en bijbehorende voorzieningen, zoals parkeerplaatsen en de fietsenstalling. Dit plan is weergegeven in het inrichtingsplan, zie bijlage 1 en figuur 3.1 tot en met 3.5.
1.4 Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op de huidige situatie en in hoofdstuk 3 de beoogde ontwikkeling. De beoogde ontwikkeling beschrijft de doelen voor het plangebied en het initiatief. In hoofdstuk 4 wordt het plan getoetst aan relevant beleidskaders. Vervolgens wordt het plan in hoofdstuk 5 getoetst aan de relevante aspecten van de fysieke leefomgeving. In hoofdstuk 6 komt naar voren of het plangebied binnen een beperkingengebied valt. Tot slot volgt in hoofdstuk 7 de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid.
5
2 Huidige situatie 2.1.1 Historie van het plangebied Het plangebied bestaat uit terrein waar op dit moment een schoolplein ligt. Dit plein is onderdeel van de naastgelegen school, die is gebouwd in 1989. Op het plangebied zelf was destijds een bedrijfsgebouw gevestigd, deze is hieronder ter illustratie weergegeven.
Figuur 2.1 Oud bedrijfspand (voorheen) gelegen aan de Julianastraat 18 (bron: Bouwtektuur) Dit pand is rond 2008 gesloopt, en hierna heeft het plangebied voor een korte tijd braak gelegen.
Figuur 2.2 Historie van het plangebied 1989 – 2008 – 2023 (bron: TopoTijdReis)
6
In 2009 is het plangebied betegeld. Vanaf 2014 tot heden is het gebied in gebruik als speelplaats voor kinderen van de naastgelegen school. Hieronder is de transformatie van het plangebied terug te zien.
Figuur 2.3 Foto’s van plangebied door de jaren heen (bron: Google Street View)
2.1.2 Functionele structuur In het plangebied staat een schoolplein met speelelementen, die niet meer in gebruik zijn. Het plangebied ligt naast een basisschool en wordt omringd door meerdere woonfuncties. Verder ligt aan de westzijde een sportfunctie.
2.1.3 Ruimtelijke structuur Het plangebied wordt omsingeld door de Stationsweg, Wilhelminastraat en Catharinastraat. Binnen het plangebied ligt op dit moment een schoolplein, staan enkele bomen en enkele speelelementen. Verder liggen aan de overkant van het plangebied enkele tennisbanen, die onderdeel zijn van de sociëteit Tivoli.
2.2 Bestaande activiteiten (Huidige situatie) Het schoolplein dat op dit moment aanwezig is op het plangebied wordt verwijderd. De huidige functie ‘Bedrijf’ wordt gewijzigd naar ‘Wonen’. Op dit moment wordt het gebied gebruikt als functie ‘Maatschappelijk’, ook al ligt er planologisch gezien vanuit het geldende bestemmingsplan de functie ‘Bedrijf’ op het plangebied. Op dit moment past het gebruik van het gebied niet binnen de aangewezen functie.
2.2.1 Relatie met openbare ruimte Binnen het plangebied wordt de openbare ruimte op dit moment gebruikt als schoolplein en speelplaats.
2.2.2 Verkeer en parkeren Het plangebied is ingericht als schoolplein. Aan de zuidwestzijde buiten het plangebied zijn twee parkeerplekken met twee bomen gesitueerd.
7
3 Beoogde ontwikkeling 3.1 Beschrijving Het plan is om de bestaande speelplaats te verwijderen en 10 wooneenheden te realiseren in één bouwvolume, zie figuur 3.1. Het gebouw gaat bestaan uit 3 bouwlagen (maximaal 10 meter hoog). Voor het definitieve technische ontwerp van het gebouw wordt verwezen naar de bouwtechnische tekeningen bij de omgevingsvergunning. Hierin wordt ook het definitieve plan nader beschreven. In het plangebied worden in totaal 6 parkeerplaatsen gerealiseerd, 2 boven de norm van (10 × 0,4) 4. Deze norm is vastgelegd in overleg met de gemeente. Dit aantal is vastgesteld aan de hand van de geldende parkeernormen. De ontsluiting van het gebied vindt plaats via een in- en uitrit aan de westkant van het plangebied, tussen de school en het te realiseren gebouw. Ook wordt er een fietsenstalling geplaatst voor het stallen van fietsen. Deze wordt rechts van de parkeerplekken geplaatst.
Figuur 3.1 Bouwtechnische tekeningen (bron: Bouwtektuur) Het plan houdt rekening met groen en water. Aan de noordzijde van het plangebied staat een monumentale boom. Het gebouw wordt mede daarom verder richting het zuiden gerealiseerd, zodat de monumentale boom meer ruimte krijgt. Daarnaast wordt er zoveel mogelijk halfverharding toegevoegd waardoor het water zo veel mogelijk in de bodem kan infiltreren, zoals te zien is in figuur 3.2. In overleg met welstand is bepaald dat er een pergola wordt toegevoegd over de parkeerplekken. De platte daken worden bedekt met sedum. Daarnaast worden er onder de fietsenstalling infiltratiekratten geplaatst. In figuur 3.4 en 3.5 zijn impressies toegevoegd van het gebouw.
8
Figuur 3.2 Inrichtingsplan Julianastraat
Figuur 3.3 Doorsnede appartementengebouw Julianastraat (bron: Bouwtektuur)
9
Figuur 3.4 Vooraanzicht gebouw met 10 wooneenheden (bron: Bouwtektuur)
Figuur 3.5 Achteraanzicht gebouw met 10 wooneenheden (bron: Bouwtektuur)
10
4 Beleid en regelgeving In dit hoofdstuk wordt het beleidskader dat relevant is voor de activiteit toegelicht en wordt de activiteit hieraan getoetst. De omvang van de toelichting is afhankelijk van de ontwikkeling. Per onderdeel aangeven of de activiteiten waarop de wijziging van het omgevingsplan ziet passen binnen het beleid. Of op welke wijze het wel zou kunnen passen.
4.1 Rijk 4.1.1 Nationale Omgevingsvisie Nationale Omgevingsvisie De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee kunnen we inspelen op de grote uitdagingen die voor ons liggen. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: • Ruimte voor Klimaatadaptatie en energietransitie; • Duurzaam economisch groeipotentieel; • Sterke en gezonde steden en regio's; • Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is combinaties te maken en win-win situaties te creëren. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen.
Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: Wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen: Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Toets initiatief aan de Novi Het voorgestelde plan draagt bij aan een toekomstbestendige ontwikkeling van het gebied binnen de bebouwde kom van Meppel. Door de transformatie wordt de functie ‘Wonen’ toegevoegd aan het plangebied. Deze woonfunctie sluit beter aan bij de omgeving dan de oorspronkelijke bedrijfsfunctie, omdat wonen minder milieubelastend is.
11
Het gebouw wordt architectonisch ontworpen in overeenstemming met de stijl van het vorige gebouw, wat het karakter van de straat behoudt. Bovendien wordt er gebruik gemaakt van halfverharding en groene elementen zoals hagen met hedera een pergola en stukmaken. Het plan is in lijn met de uitgangspunten van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Het voorziet in betaalbare woonruimte, wat aansluit bij de lokale behoefte. De nieuwe woningen worden bijna energieneutraal gebouwd, wat aansluit bij de duurzaamheidsdoelen en een toekomstbestendige leefomgeving stimuleert.
4.1.2 Rijksregels (instructieregels) Een instructieregel is een algemene regel waarmee een bestuursorgaan aan een ander bestuursorgaan aangeeft hoe dat orgaan een taak of bevoegdheid moet uitoefenen. Instructieregels gaan over de inhoud, toelichting of motivering van een instrument dat een bestuursorgaan op grond van de Omgevingswet kan inzetten. Artikel 8.0b, eerste lid, van het Bkl bepaalt dat bij een aanvraag om een buitenplanse omgevingsvergunning de instructieregels in hoofdstuk 5 van het Bkl, de provinciale instructieregels en eventuele instructies het beoordelingskader vormen van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Hieronder wordt kort ingegaan op de vier AMvB’s die onder de omgevingswet gelden. Het omgevingsbesluit (Ob) Het Omgevingsbesluit richt zich tot alle partijen die in de fysieke leefomgeving actief zijn: burgers, bedrijven en de overheid. Het Omgevingsbesluit regelt in aanvulling op de wet onder meer welk bestuursorgaan het bevoegd gezag is om een omgevingsvergunning te verlenen en welke procedures gelden. Ook regelt dit besluit wat de betrokkenheid is van andere bestuursorganen bij de besluitvorming en een aantal op zichzelf staande onderwerpen, zoals de milieueffectrapportage en financiële bepalingen.
Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) Het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) stelt de inhoudelijke normen voor gemeenten, provincies, waterschappen en het Rijk met het oog op het realiseren van de nationale doelstellingen en het voldoen aan internationale verplichtingen. De regels in dit besluit zijn geordend per instrument en per hoofdstuk gegroepeerd: alle regels voor programma’s staan bij elkaar, voor omgevingsplannen, enzovoort. Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) Het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) bevat, samen met het Besluit bouwwerken leefomgeving, de algemene regels waaraan burgers, bedrijven en overheden zich moeten houden als ze bepaalde activiteiten uitvoeren in de fysieke leefomgeving. Ook bepaalt het besluit voor welke van deze activiteiten een omgevingsvergunning nodig is. Dit besluit bevat regels om het milieu, waterstaatwerken, wegen en spoorwegen, zwemmers en cultureel erfgoed te beschermen. De regels ter bescherming van het spoor en de zwemmers worden met het Invoeringsbesluit Omgevingswet ingevoegd. Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) Het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) bevat, samen met het Besluit activiteiten leefomgeving, de algemene regels waaraan burgers en bedrijven zich moeten houden als ze bepaalde activiteiten uitvoeren in de fysieke leefomgeving.
Dit besluit bevat regels over veiligheid, gezondheid, duurzaamheid en bruikbaarheid bij het (ver)bouwen van een bouwwerk, de staat van het bouwwerk, het gebruik van het bouwwerk en het uitvoeren van bouw- en sloopwerkzaamheden.
12
Toetsing plan aan rijksregels via AMvB’s In de uitwerking van het plan is rekening gehouden met bovenstaande AMvB’s, die doorwerken in beleid op provinciaal en gemeentelijkniveau. In hoofdstuk 5, waarin de aspecten fysieke leefomgeving en milieu nader zijn uitgewerkt, worden deze AMvB’s aangehaald voor zover deze van toepassing zijn in dit plan.
4.2 Provincie 4.2.1 Omgevingsvisie provincie Drenthe Voor de provincie geldt de Omgevingsvisie Drenthe 2018, welke voor het laatst in 2022 is geactualiseerd. Hierin zijn de belangen, ambities, rollen, verantwoordelijkheden en sturing van de provincie in het ruimtelijk domein geformuleerd. De omgevingsvisie vormt het strategisch kader voor de ruimtelijk-economische ontwikkeling van Drenthe tot 2030. De provinciale missie is geformuleerd als 'Het waarderen van de Drentse kernkwaliteiten en het ontwikkelen van een bruisend Drenthe, passend bij deze kernkwaliteiten'. De provincie heeft diverse ambities en daarmee ook belangen. De basis hiervoor zijn de wettelijke taken en verantwoordelijkheden. Deze zijn aangevuld met een selectie onderwerpen die volgens de provincie het meest effectief te beïnvloeden zijn op provinciaal niveau. In de Omgevingsvisie zijn de provinciale belangen benoemd, waarmee gemeenten rekening dienen te houden bij het opstellen van ruimtelijke plannen. De provinciale belangen zijn verdeeld in Drentse kwaliteiten en ontwikkelingen. De kernkwaliteiten zijn de kwaliteiten die bijdragen aan de identiteit en aantrekkelijkheid van Drenthe.
Samen met vertegenwoordigers van overheden, belangengroepen, marktpartijen en inwoners zijn de volgende kernkwaliteiten van Drenthe benoemd: o Rust, ruimte, natuur en landschap o oorspronkelijkheid (authenticiteit, Drents eigen); o noaberschap; - kleinschaligheid (Drentse schaal); o menselijke maat; o veiligheid. Het provinciaal belang ligt in het behouden en, waar mogelijk, ontwikkelen van de kernkwaliteiten. Naast de kernkwaliteiten is nog een aantal relevante doelstellingen benoemd. Zorgvuldig ruimtegebruik In Drenthe kunnen mensen nog ruimte beleven. Dat wil de provincie bewaken, ook wanneer er nieuwe ontwikkelingen zijn. Zorgvuldig ruimtegebruik is van provinciaal belang. Een inbreidingslocatie als aan de Julianastraat is zodoende in lijn met de provinciale ambities. Wonen De provincie streeft naar aantrekkelijke, gevarieerde en leefbare woonmilieus die voorzien in de woonvraag. Het maken van bovenlokale afspraken hierover is van provinciaal belang. Gemeenten werken hun aandeel in het woonaanbod en de woonmilieus uit in de gemeentelijke structuurvisies of woonplannen. Zij houden daarbij rekening met de huidige kernenstructuur in de gemeente en de behoefte aan verschillende woonmilieus.
13
Toetsing aan Omgevingsvisie Drenthe 2022 Het plan om het schoolplein met bedrijfsfunctie aan de Julianastraat in Meppel om te zetten naar een woongebouw met 10 wooneenheden, sluit aan bij de Omgevingsvisie Drenthe 2018, geactualiseerd in 2022. De transformatie naar een woonfunctie draagt bij aan zorgvuldig ruimtegebruik, omdat het een inbreidingslocatie betreft. Het plan sluit aan bij de Drentse kernkwaliteiten, zoals rust en ruimte, door het toepassen van groene elementen, zoals een pergola, hagen van hedera, halfverharding en het toevoegen van infiltratiekratten onder de fietsenberging. Het biedt ook een leefbaar woonmilieu, passend binnen de bestaande kernenstructuur van Meppel en draagt zo bij aan de woonbehoefte in de regio.
4.2.2 Omgevingsverordening Drenthe 2022 De Omgevingsvisie is verder vertaald naar een verordening, voor zover het planologisch relevante aspecten betreft. De Omgevingsverordening is op 3 oktober 2018 vastgesteld en daarna diverse keren gewijzigd. In de Provinciale Omgevingsverordening Drenthe is opgenomen dat in een ruimtelijk plan uiteengezet wordt gezet hoe het desbetreffende plan zich verhoudt tot het behoud en de ontwikkeling van de bij het plan betrokken kernkwaliteiten conform het provinciaal beleid en de strategische opgaven en de sturingsniveaus zoals die zijn verwoord in de omgevingsvisie. Verder maakt het desbetreffende ruimtelijk plan geen nieuwe activiteiten dan wel wijziging van bestaande activiteiten mogelijk die de kernkwaliteiten significant aantasten. Daarbij wordt gebruik gemaakt van het ‘combinatiemodel’. Het doel daarvan is om functies, kwaliteiten en strategische opgaven met elkaar te combineren. In het combinatiemodel is er sprake van een gelaagde aanpak. De basis wordt gevormd door de kernkwaliteiten. Daarop liggen de robuuste systemen, waarin de strategische opgaven voor 2030 landen. De combinatie van opgaven en robuuste systemen binnen de context van de Drentse identiteit geeft invulling aan de visie van een bruisend Drenthe. Verder dient in het kader van zorgvuldig ruimtegebruik de Ladder voor duurzame verstedelijking te worden gevolgd.
In paragraaf 5.2.2 is reeds onderbouwd dat het plan in overeenstemming is met de Ladder voor duurzame verstedelijking. Kernkwaliteiten Voor het plangebied zijn de kernkwaliteiten Aardkundige waarde (generieke bescherming), Cultuurhistorie (cultuurhistorische hoofdstructuur) en Landschap (wegdorpenlandschap van de laanveenontginning) van toepassing. Archeologie Op grond van de kernkwaliteit ‘archeologie’ behoort het plangebied tot het beschermingsniveau 1, generiek. Het beschermingsniveau Generiek richt zich op het algemene uitgangspunt dat alle behoudenswaardige archeologische vindplaatsen (waarden) die op de Archeologische Monumentenkaart (AMK) van Drenthe staan en de nieuw ontdekte behoudenswaardige vindplaatsen niet ongezien kunnen verdwijnen. In voorliggend geval is geen sprake van bekende archeologische monumenten die op de AMK staan. Aardkundige waarden Op grond van de kernkwaliteit ‘Aardkundige waarden’ geldt voor het plangebied een generiek beschermingsniveau. Voor deze categorie heeft de provincie Drenthe de ambitie om de lokale, aardkundige kenmerken voor de toekomst te bewaren. Van gemeenten wordt verwacht dat zij in deze gebieden nagaan welke kenmerkende aardkundige waarden aanwezig zijn en dat zij hieraan bescherming geven via het gemeentelijk bestemmingsplan en plannen en initiatieven daarop beoordelen.
Zoals te zien is in hoofdstuk 5 blijkt dat er geen sprake is van archeologische
14
verwachtingen ter plaatse van het plangebied en dat daarom bodemkundige ingrepen ten behoeve van dit plan niet leiden tot een aantasting van de kernkwaliteit Cultuurhistorie Op grond van de kernkwaliteit Cultuurhistorie behoort het plangebied tot de cultuurhistorische hoofdstructuur. De cultuurhistorische hoofdstructuur verbindt alle elementen, structuren en gebieden die in hun onderlinge samenhang van provinciaal belang worden geacht en is beschreven in het Cultuurhistorisch Kompas Drenthe. Daarbinnen behoort het plangebied tot het deelgebied 'De Reest en Meppel'. Bepalend voor de hoofdstructuur van dit gebied is de waaier van waterlopen waartussen de randveenontginningen liggen met hun bebouwingslinten. Waar de waterlopen samenkomen heeft Meppel zich vanaf de middeleeuwen ontwikkeld als handelsstad en doorvoerhaven. De sturing is verschillend voor elk van deze onderdelen. Binnen de hoofdstructuur valt het plangebied in de categorie ‘respecteren’. Deze categorie is vooral van toepassing in gebieden waar de ontwikkelingen meer kleinschalig zijn (zoals in voorliggend geval) en zich in een laag tempo voltrekken. Bij ontwikkelingen ligt de inzet bij het waarborgen van de cultuurhistorische samenhang voor de toekomst. Initiatiefnemers hebben de verantwoordelijkheid om de cultuurhistorische hoofdstructuur als inspiratiebron te benutten voor ontwikkelingen.
De ambitie voor Meppel is het herkenbaar houden van de historische kern van Meppel als markt- en handelsstad, zowel bovengronds als ondergronds, met alle elementen die daaraan refereren, zoals bebouwingsstructuren, waterlopen, pleinen en parken. In het plangebied zijn geen cultuurhistorisch waardevolle elementen meer aanwezig. De kernkwaliteit wordt niet aangetast. De voorziene bebouwing is ontworpen in overleg met Welstand. Het uiterlijk van het gebouw past bij de oorspronkelijke structuren. Op deze wijze wordt rekening gehouden met het cultuurhistorische karakter van de locatie. Landschap Ten aanzien van de kernkwaliteit Landschap ligt het plangebied in het wegdorpenlandschap van de laagveenontginningen. De randveen ontginningen vormen binnen Drenthe een bijzonder landschapstype. De randveenontginningen liggen langs de randen van de Veenkoloniën en zijn ontstaan door ontginning van de randen van het toenmalige immense hoogveenpakket. Het kleinschalige, meer onregelmatige beeld van dit landschapstype wordt bepaald door de dorpen, langgerekte bebouwingslinten met daar dwars op een smalle onregelmatig opstrekkende verkaveling. Het plangebied betreft bestaand stedelijk gebied en tast geen essen of beekdalen aan. De kernkwaliteit is dan ook niet in het geding.
4.3 Gemeentelijk beleid 4.3.1 Omgevingsvisie Omgevingsvisie Meppel ‘Samen bouwen aan duurzaam geluk’ De Structuurvisie Meppel 2030 ‘Duurzaam verbinden’ geeft een kader voor de sociaalmaatschappelijke, economische en ruimtelijke ontwikkelingen voor de komende twintig jaar in Meppel. Het is een langetermijnvisie waarvan de planhorizon ligt op 2030. De Structuurvisie geeft een inspirerend kader voor passende en gewenste activiteiten en investeringen. De visie gaat uit van verregaande samenwerking met inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties en regiopartners. De
15
ambitie voor de komende jaren is verder ontwikkelen naar een leefbare, groene, duurzame woon- en werkstad, kleinschalig en met stadse allure.
Figuur 4.1 Kaart omgevingsvisie Meppel (bron: gemeente Meppel) Wonen De gemeente Meppel zet in op kwalitatieve groei van het woningaanbod om tegemoet te komen aan de veranderende bevolkingssamenstelling en groeiende vraag. De focus ligt op betaalbare en duurzame woningen, met speciale aandacht voor kleine huishoudens, jongeren en ouderen, om een evenwichtige bevolkingssamenstelling te behouden. Inbreiding binnen de bestaande bebouwde kom heeft prioriteit om het landelijk gebied te sparen, maar uitbreidingslocaties zoals Nieuwveense Landen worden benut om de woningbouwopgave te halen. Architectuur moet aansluiten bij de omgeving en circulair, energieneutraal, klimaatadaptief en natuurinclusief zijn. Het streven is om segregatie te voorkomen door een spreiding van sociale huurwoningen en een gedifferentieerd woningaanbod over de wijken. Toetsing Het initiatief voor de Julianastraat sluit goed aan bij de woningbouwambities van de gemeente Meppel. Door 10 wooneenheden te ontwikkelen, wordt ingespeeld op de vraag naar kleinschalige woningen voor kleine huishoudens, een belangrijk aspect van de bevolkingsgroei en gezinsverdunning. De herontwikkeling is op basis van inbreiding en draagt bij aan de leefbaarheid van de wijk en houdt rekening met zowel de behoeften van jongeren als ouderen, passend binnen de bredere ruimtelijke en sociale opgaven van Meppel.
Duurzaamheid De gemeente Meppel streeft naar een duurzame leefomgeving waarin zowel huidige als toekomstige generaties kunnen floreren. Dit omvat efficiënt ruimtegebruik, natuurinclusiviteit en het bevorderen van een circulaire economie. De energietransitie speelt een centrale rol, met doelstellingen zoals een CO2-neutrale gemeente in 2040, 55% CO2reductie in 2030 ten opzichte van 1990 en het aardgasvrij maken van alle gebouwen. Nieuwe ontwikkelingen moeten bijdragen aan Klimaatadaptatie, duurzaam waterbeheer en lokale energieopwekking via zon en wind, zonder afwenteling in plaats en tijd. Daarnaast is uitbreiding van het energienetwerk noodzakelijk om de toenemende vraag naar elektriciteit en duurzame oplossingen mogelijk te maken. Toetsing Het initiatief voor de Julianastraat betreft de herontwikkeling van 10 wooneenheden in overeenstemming met de visie op duurzaamheid. De buitenruimte wordt ingericht met halfverharding voor waterinfiltratie. Daarnaast wordt met
16
halfverhard de hittestress binnen het plangebied beperkt. Ook worden infiltratiekratten geplaats en wordt er gebruik gemaakt van sedumdaken. De parkeerplaats wordt voorzien van een pergola. Daarnaast wordt de ontwikkeling bijna energieneutraal gerealiseerd. Mobiliteit De gemeente Meppel richt zich op een duurzame transitie in mobiliteit, waarin het aantal verplaatsingen wordt verminderd en ritten worden verkort door slimme ruimtelijke keuzes en een goede balans tussen wonen, werken en voorzieningen. Het STOMP-principe (Stappen – Trappen – Openbaar Vervoer – Medegebruik – Particuliere auto) staat centraal. Fietsen en lopen worden gestimuleerd door aantrekkelijke, korte routes en een fijnmazig netwerk. Deelvervoer wordt gefaciliteerd via mobiliteitshubs, met het treinstation als belangrijk knooppunt. Het gebruik van privéauto's wordt ontmoedigd, vooral in de binnenstad, terwijl parkeervoorzieningen worden geconcentreerd aan de stadsranden. Het mobiliteitssysteem en de openbare ruimte worden getransformeerd om ruimte te bieden aan laadmogelijkheden, vergroening en duurzame mobiliteitsoplossingen. Aandacht blijft bestaan voor inwoners die afhankelijk zijn van de auto. Toetsing Het initiatief aan de Julianastraat sluit goed aan bij de mobiliteitsdoelen van de gemeente Meppel.
De locatie is strategisch gelegen met gemakkelijke toegang tot zowel bus- als treinvervoer, wat bewoners de mogelijkheid biedt om het openbaar vervoer te gebruiken. Bovendien is de locatie goed te belopen door de voetgangerspaden in de omgeving, wat bijdraagt aan een duurzame mobiliteitservaring. Wat betreft parkeren wordt voorzien in 6 parkeerplaatsen, 2 boven de norm, zodat bewoners met een auto deze kunnen parkeren zonder dat dit ten koste gaat van de openbare ruimte. Dit ondersteunt het streven naar een goede balans tussen duurzame mobiliteit en de praktische behoeften van bewoners.
4.3.2 Structuurvisie Structuurvisie 2030 ‘Duurzaam verbinden’ De Structuurvisie Meppel 2030 ‘Duurzaam verbinden’ geeft een kader voor de sociaalmaatschappelijke, economische en ruimtelijke ontwikkelingen voor de komende twintig jaar in Meppel. Het is een langetermijnvisie waarvan de planhorizon ligt op 2030. De Structuurvisie geeft een inspirerend kader voor passende en gewenste activiteiten en investeringen. De visie gaat uit van verregaande samenwerking met inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties en regiopartners. De ambitie voor de komende jaren is verder ontwikkelen naar een leefbare, groene, duurzame woon- en werkstad, kleinschalig en met stadse allure. Het plangebied valt binnen het gebied dat is aangemerkt als ‘Centrumschil’.
17
Figuur 4.2 Uitsnede kaart structuurvisie (bron: Ruimtelijke Plannen) Ruimtelijke structuur De Centrumschil is het gebied rondom het oude centrum van Meppel dat wordt begrensd door de Reest, de spoorlijn Zwolle - Leeuwarden/Groningen, de Wold Aa en industrieterrein Oevers. Het gebied bestaat uit verschillende buurten die gebouwd zijn op basis van oude verkeers- water- en groenstructuren die van oorsprong in het landschap of vanuit de historische ontwikkeling van de stad Meppel aanwezig zijn. Sinds 1927 is niets aan die oude hoofdstructuur gewijzigd. Een uitzondering hierop is de "binnenring", een verkeerskundige uitvinding die later aan de verkeersstructuur is toegevoegd. Enkele van de oorspronkelijke verbindingswegen vormen nu de belangrijkste verbindingen vanuit de binnenstad met de aangrenzende woonbuurten. Langs de oorspronkelijke uitlopers van de binnenstad (Woldstraat, Zuideinde, Molenstraat) en langs de binnenring en de Heerengracht/Oosteinde is detailhandel te vinden. De Binnenstad en Centrumschil gaan ruimtelijk heel geleidelijk en zonder grote ruimtelijke breuken in elkaar over. De Centrumschil fungeert als entree van de binnenstad. Sociale structuur De Centrumschil is een gemengd gebied waar voornamelijk wordt gewoond. Er wonen zo'n 5000 mensen in individuele - grote en kleine - panden voor één huishouden. De sociale structuur is evenals de ruimtelijke gemengd.
De sociale samenhang in het gebied vraagt in de toekomst dezelfde aandacht als de binnenstad. Over het algemeen zijn de bewoners van de Centrumschil tevreden met hun woonomgeving. Het gebied herbergt naast woningen een diversiteit aan functies en voorzieningen. Schouwburg Ogterop ligt in de Centrumschil, evenals het cultureel centrum, scholen, verzorgingstehuizen en kinderdagverblijven. Er is een camperplaats en een tennisbaan te vinden. Het gebied heeft daarnaast kleinschalige bedrijvigheid, detailhandel, horecagelegenheden, bedrijfjes in zakelijke dienstverlening, sportvoorzieningen, maatschappelijke instellingen, recreatiemogelijkheden en groen. Een deel van het gebied, rond het Wilhelminapark, heeft de status van beschermd stadsgezicht. Ambitie Meppel hecht grote waarde aan het cultureel erfgoed dat met name in delen van de Centrumschil nog intact is gebleven. Behoud van dit cultureel erfgoed heeft dan ook de voorkeur boven sloop en nieuwbouw. Een sterk punt van de bebouwing in de Centrumschil is het ontbreken van hoogbouw. Op peil houden van de kwaliteit van de sterk verouderde woonvoorraad is een punt van aandacht. Het in alle opzichten gemengde gebied heeft een Meppeler charme die behouden moet blijven.
18
Toetsing Het initiatief, het verwijderen van de speeltuin en het realiseren van een gebouw met tien wooneenheden, voor de Julianastraat sluit goed aan bij het beleid van de Centrumschil. Dit komt doordat er woningen worden toegevoegd aan de woningvoorraad waarbij rekening wordt gehouden met de Meppeler charme. Het ontwerp van het nieuwe gebouw is geïnspireerd op de architectuur van het voormalige bedrijfspand, waardoor het historische karakter gewaarborgd blijft. Daarnaast is het gebouw en de uitstraling overlegd met Welstand. De locatie is geschikt voor wonen, met nabijheid van voorzieningen, en verbetert de leefbaarheid zonder afbreuk te doen aan de historische uitstraling.
4.3.3 Woonvisie De gemeente Meppel streeft in haar woonbeleid naar vitale wijken en passende huisvesting. De rode draad in de Woonvisie 2016-2020 is dat daarbij wordt ingespeeld op een veranderende woningmarkt. De Woonvisie is niet meer een vaststaand programma voor de toekomst, maar vooral een flexibel kader, waarin een ontwikkelingsrichting wordt geschetst. Want een kader is nog wel nodig. Ten eerste om gefundeerd prestatieafspraken met corporaties te kunnen maken en een richtinggevend woningbouwprogramma te kunnen opstellen. Ten tweede als beeld voor aangrenzende beleidsterreinen, zoals de wijkontwikkeling en het grond- en vastgoedbeleid. Toetsing Het initiatief aan de Julianastraat sluit naadloos aan bij de woningbouwambities van Meppel en de Woonvisie 20162020, waarin wordt ingezet op vitale wijken en passende huisvesting. Met de toevoeging van tien wooneenheden voor kleine huishoudens speelt het plan in op de groeiende vraag naar kleinschalige woningen, passend bij de bevolkingsontwikkeling en gezinsverdunning. De gemeente Meppel streeft ernaar om tot 400 woningen per jaar te realiseren, met grote projecten zoals Nieuwveense Landen en Noordpoort, maar ook met binnenstedelijke inbreiding zoals op de Julianastraat. Dit initiatief draagt bij aan een gevarieerd woningaanbod en versterkt de leefbaarheid van de wijk.
Daarnaast sluit het plan goed aan bij het beleid voor de Centrumschil. Het ontwerp behoudt de historische uitstraling door aansluiting op de architectuur van het voormalige bedrijfspand en is afgestemd met de Welstandscommissie. De locatie is gunstig gelegen nabij voorzieningen en draagt bij aan de stedelijke verdichting zonder afbreuk te doen aan de ruimtelijke kwaliteit. Gezien de afwegingen in het woningbouwprogramma heeft de gemeente Meppel geoordeeld dat de functie ‘Bedrijf’ niet langer passend is op deze locatie. In een principebesluit is vastgesteld dat de functie ‘Wonen’ beter aansluit bij de omgeving en de stedelijke woningbehoefte. Dit plan vormt daarmee een logische en doeltreffende invulling binnen de bredere woningbouwstrategie van Meppel. In de Woonvisie is aangegeven dat de rol van de gemeente verandert naar een meer stimulerende en faciliterende en minder regisserende rol. In 4.3.1 en 4.3.2 is verder onderbouwd dat het plan in overeenstemming is met de Woonvisie.
4.3.4 Cultuurhistorische inventarisatie en waardenstelling De gemeente Meppel heeft op 28 januari 2016 de 'Cultuurhistorische inventarisatie en waardenstelling Meppel uitbreidingswijken en buitengebied' (CHIW) vastgesteld. De hoofddoelstelling van de CHIW is om de cultuurhistorische én de historisch-ruimtelijke karakteristieken van de uitbreidingswijken en het landelijk gebied naar
19
boven te halen. Dit om hiermee ruimtelijke ontwikkelingen zo te kunnen sturen dat er rekening gehouden wordt met de historisch-ruimtelijke en cultuurhistorische waarden van de verschillende gebieden. Dit om deze waarden ook een inspiratie te laten vormen voor nieuwe ontwikkelingen, ontwerpen en ingrepen. Het plangebied ligt in deelgebied 5, Koningennebuurt, Brocades, Kraton.
Figuur 4.3 Uitsnede cultuurhistorische inventarisatie en waardenstalling (bron: gemeente Meppel) De voornoemde waarde is eveneens geborgd in het geldende bestemmingsplan Meppel Centrumschil met de aanduiding Cultuurhistorisch gebied -Topklasse en Hoog. Daarbij is voorzien in een vergunningstelsel gericht op het behoud van de historische stadsstructuur, zoals deze tot uitdrukking komt in: o profielen van de openbare ruimten en in zichtlijnen; o kleinschaligheid en bebouwingskarakteristieken zoals gevelindeling, detaillering en materiaalgebruik. Bouwen binnen cultuurhistorisch waardevol gebied kan worden toegestaan. Echter kan het bevoegd gezag binnen het plangebied nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing ten behoeve van een goede inpassing in de cultuurhistorische omgeving en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. Toetsing Met dit plan wordt een gebouw ontworpen waarmee rekening is gehouden met de bestaande zichtlijnen en bebouwingskarakteristieken zoals gevelindeling, detaillering en materiaalgebruik. Het ontwerp van het gebouw is tot stand gekomen in overleg met Welstand.
4.3.5 Duurzaam Energieplan De gemeente Meppel heeft op 12 oktober 2011 het Duurzaam Energie Plan 'Van klimaatgevoelig naar klimaatrobuust' vastgesteld. De gemeente Meppel heeft de ambitie om op enig moment CO2-neutraal te zijn. Het Duurzaam Energie Plan beschrijft hoe de gemeente dit wil gaan realiseren, beginnend met de periode 2011-2020. Klimaatbeleid vanuit de gemeente met betrekking tot nieuwbouw moet een regisserende functie inhouden. Dit geldt ook bij energiebesparingsbeleid voor bedrijven en bestaande bouw. De gemeente staat dicht bij marktpartijen en kan daardoor innoverende projecten stimuleren met behulp van andere partijen. Deze projecten geven een stimulans aan de markt en maken de weg vrij voor andere innoverende en duurzame projecten binnen de gemeente.
20
Dit betekent dat de gemeente als initiator aan tafel gaat zitten bij nieuwbouwplannen. De gemeente stimuleert hierbij energiebesparing en duurzame energievoorziening, waarbij duurzaamheid in de brede zin ook aan bod kan komen. De gemeente is stimulator en intermediair; veelal is energie en duurzaamheid bij nieuwbouw een achtergebleven onderwerp omdat er al veel andere onderwerpen op de agenda staan. Door deze onderwerpen vanaf het begin erbij te betrekken, worden ze een logisch en integraal onderwerp bij de bouw. Toetsing De ambitie voor dit plan is om de nieuwe woningen zo energiezuinig mogelijk te ontwikkelen, binnen wettelijke en financiële kaders.
4.3.6 Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan Het Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan (GVVP) uit 2017 richt zich op het verbeteren van bereikbaarheid, leefbaarheid en verkeersveiligheid. Daarnaast wordt ingezet op een goed fietsnetwerk, voldoende parkeervoorzieningen en een goede kwaliteit van openbaar vervoer. Toetsing De bereikbaarheid, leefbaarheid en verkeersveiligheid worden door dit plan niet negatief aangetast. De realisatie van 10 nieuwe wooneenheden brengt een lichte verkeerstoename met zich mee, maar is niet significant genoeg om deze negatief te beïnvloeden. In paragraaf 5.2.4 wordt verder op dit aspect ingegaan.
4.3.7 Beleidsplan Parkeren In 2017 heeft de gemeente Meppel het parkeerbeleidsplan herijkt. In het beleid is de nieuwe visie op het parkeren in Meppel voor de periode tot circa 2020 uiteengezet. De nota richt zich met name op het parkeren in het centrum en de schil. Daarnaast is een van de speerpunten het verminderen van parkeeroverlast in woongebieden. Naast het beleidsplan parkeren heeft de gemeente Meppel in 2018 het parapluplan Parkeren vastgesteld. Hierin is vastgelegd op welke wijze een ruimtelijke ontwikkeling moet voldoen aan het gemeentelijke parkeerbeleid. In paragraaf 5.2.4 wordt de parkeeropgave ten gevolge van dit plan nader onderbouwd op basis van de geldende regeling en onderzoek. Daarbij wordt aangetoond dat het plan voorziet in voldoende parkeerplaatsen, 3 boven de norm.
4.3.8 Beleidsvisie externe veiligheid (2014) Op 15 januari 2009 heeft de gemeenteraad de ‘Beleidsvisie Externe Veiligheid Gemeente Meppel’ vastgesteld. Dit beleid is in 2014 geactualiseerd. Het doel van de beleidsvisie is om een duidelijk kader te geven voor het omgaan met risico's en externe veiligheid. De visie geeft aan waar ontwikkelingen mogelijk zijn en onder welke voorwaarden. De visie behandelt externe veiligheid rond inrichtingen, transportroutes en buisleidingen. In hoofdstuk 5 wordt meer concreet ingegaan op het aspect externe veiligheid in het plangebied. De visie richt zich op verschillende gebiedstypes. Het plangebied valt onder de gebiedstypen ‘Woonwijken’ en ‘Transportzones spoor, weg en water’. Woonwijken Woonwijken zijn die gebieden in de gemeente waar een groot aantal mensen op een beperkt oppervlak verblijven. De gemeente Meppel wil haar burgers een zo veilig mogelijke woonomgeving bieden en in woonwijken worden daarom geen bedrijven toegelaten die een extern veiligheidsrisico veroorzaken. In de woonwijken zijn dergelijke bedrijven ook nu niet aanwezig. Daarmee wordt in deze BOPA rekening gehouden. Transportzones spoor, weg en water
21
Over Meppeler grondgebied worden gevaarlijke stoffen vervoerd per schip, per spoor en over de weg. Het spoortracé Herfte aansl. - Meppel (basisnetroute 40) ligt in het invloedgebied van dit plan. In hoofdstuk 5 wordt hier nader op in gegaan. Over het spoor wordt met het Besluit externe veiligheid transportroutes naast de al vastgelegde veiligheidszones ook het plasbrandaandachtsgebied (PAG) vastgelegd. Het plasbrandaandachtsgebied (PAG) is het gebied tot 30 meter van het spoor waarin, bij de realisering van (kwetsbare) objecten, rekening dient te worden gehouden met de effecten van een plasbrand. De 30 meter voor het PAG wordt gemeten vanaf de buitenste spoorstaaf van het buitenste doorgaande spoor. Volgens de regeling Basisnet geldt voor de spoorlijn Herfte aansl. - Meppel een PAG. Het plangebied ligt meer dan 200 m van de spoorlijn af. Het PAG vormt hierdoor geen belemmering voor de ontwikkeling van het plangebied.
4.3.9 Welstand De Julianastraat is in de Welstandsnota 2024 opgenomen in deelgebied 5. De woonwijken in de schil van Meppel zijn in verschillende periodes ontstaan. Ze delen vooral het kenmerk dat ze vanaf de jaren ’20 en ’30 als totaalplan zijn ontworpen. Dit is een groot verschil met de eerste 3 deelgebieden, die veel organischer zijn gegroeid. In eerste instantie is de Julianastraat dus opgenomen als deelgebied in de Welstandsnota. Het plan is op 4 december voorgelegd aan de gemeentelijke adviescommissie Welstand, waar het is beoordeeld op basis van de Omgevingswet en de welstandscriteria voor Deelgebied 5 uit de Welstandsnota 2024. De commissie stelde dat het plan diende te voldoen aan een hoogwaardige uitwerking van het terrein, waarbij verharding, parkeerplekken, erfgrenzen en berging in eenheid ontworpen moesten worden met voldoende ruimte voor groen. Daarnaast werd benadrukt dat de detaillering en materiaalkeuze bepalend zijn voor het uiteindelijke kwaliteitsniveau. In reactie hierop is het ontwerp aangepast door toepassing van halfverharding, een sedumdak en een groene pergola bij de parkeerplaats aan de achterzijde. Deze aanpassingen zorgen voor een verbeterde inpassing in de omgeving en dragen bij aan het versterken van de eenheid, waardoor het plan nu voldoet aan de redelijke eisen van welstand. De materiaalkeuze is verder uitgewerkt in de bouwvaanvraag.
22
5 Fysieke leefomgeving 5.1 Landschappelijke, stedenbouwkundige en cultuurhistorische waarden 5.1.1 Landschappelijke en stedenbouwkundige waarden Wettelijk kader Overheden moeten stedenbouwkundige kwaliteit meenemen bij het evenwichtig toedelen van functies aan locaties in het omgevingsplan (artikelen 2.4 en 4.2 Omgevingswet). Het belangrijkste instrument om de ambitie voor stedenbouwkundige kwaliteit vast te leggen, is de omgevingsvisie. Dit speelt op verschillende schaalniveaus, zie hoofdstuk 4. Bij het opstellen van het gemeentelijke omgevingsplan moet de gemeente voldoen aan de instructieregels. Deze staan in paragraaf 5.1.5 van het Besluit kwaliteit Leefomgeving (Bkl): Beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed. Hierin staan instructieregels over: o o
cultureel erfgoed en werelderfgoed (zie paragraaf 5.1.5) Ladder voor duurzame verstedelijking (zie paragraaf 5.2.2)
Hoe is het verwerkt in het plan? Met het plan wordt het bestaande schoolplein verwijderd en wordt een gebouw gerealiseerd waarin 10 wooneenheden komen voor de verhuur. Daarnaast komen er 2 parkeerplekken en een berging voor fietsen. Met het plan worden groene elementen toegevoegd zoals een hedera haag en halverharding, zoals te zien is in bijlage 1. Met het gebouw worden architectonische kenmerken van het vroegere bedrijfspand toegevoegd. Wat betreft het architectonische ontwerp is het plan nader uitgewerkt worden voor de aanvraag omgevingsvergunning bouw. Regels Er zijn geen regels van toepassing.
5.1.2 Ruimtelijke- en omgevingskwaliteit Wettelijk kader Voor het aspect ruimtelijke en omgevingskwaliteit wordt getoetst of de aangevraagde activiteit bijdraagt aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, zoals vereist onder artikel 5.1 van de Omgevingswet en artikel 2.1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Hierbij wordt beoordeeld of de activiteit ruimtelijk inpasbaar is binnen de omgeving en of deze voldoet aan de eisen voor landschappelijke inpassing, stedenbouwkundige kwaliteit en gebruikswaarde. Daarnaast wordt gekeken naar de effecten op de directe leefomgeving, waaronder het behoud van bestaande kwaliteiten zoals natuur, cultuurhistorie en de visuele samenhang van het gebied. Eventuele voorwaarden of mitigerende maatregelen kunnen worden opgelegd om negatieve effecten te beperken en een goede ruimtelijke ordening te waarborgen. Hoe is het verwerkt in het plan? De ruimtelijke- en omgevingskwaliteit is toegelicht in de gewenste situatie. Regels Er zijn geen regels van toepassing.
23
5.1.3 Bezonning en visuele hinder Wettelijk kader Voldoende zonlicht en schaduw zijn aspecten van de fysieke leefomgeving (artikel 2.1 Omgevingswet). Hierdoor is het een onderdeel van de taak van de gemeente voor het evenwichtig toedelen van functies aan locaties (artikel 2.4 en 4.2 Omgevingswet) in het omgevingsplan. De rijksoverheid heeft voor dit aspect van de fysieke leefomgeving geen instructieregels opgesteld. Daarom heeft de gemeente de vrijheid om deze zelf in te vullen. Daarbij kan de gemeente gebruikmaken van alle mogelijkheden van het instrument omgevingsplan. Bij bezonning bij ruimtelijke plannen gaat het om voldoende zon op de gevel en om schaduwwerking. Nieuwbouw kan schaduw veroorzaken op de openbare ruimte of tuinen van omwonenden. Voorkomen moet worden dat de schaduw te veel toeneemt. Sommige functies hebben juist een goede bezonning nodig, zoals tuinen, terrassen of speelplekken. Hoe is het verwerkt in het plan? Het plangebied is beperkt in ruimte. Het gebouw krijgt 3 verdiepingen en wordt maximaal 10 meter hoog. De bovenste verdieping is in omvang kleiner wat de schaduwwerking in de omgeving beperkt. Binnen het plangebied wordt halfverharding toegepast. Dit voorkomt hittestress binnen het plangebied. Er is doormiddel van het inrichtingsplan, zie bijlage 1, gezorgd voor voldoende schaduw en zon op de gewenste plekken. Regels Er zijn geen regels van toepassing.
5.1.4 Beeldkwaliteit architectuur en welstand Wettelijk kader Welstand gaat over hoe de uiterlijke kenmerken van een bouwwerk in de omgeving passen, denk aan vorm, kleur of gebruikte materialen en soms ook plaatsing. De redelijke eisen van welstand zijn te vinden in de welstandsnota van de gemeente. De Julianastraat is in de Welstandsnota uit 2024 opgenomen in deelgebied 5 “Planmatige wijken Noord”. De woonwijken in de schil van Meppel zijn in verschillende periodes ontstaan. Ze delen vooral het kenmerk dat ze vanaf de jaren ’20 en ’30 als totaalplan zijn ontworpen. Dit is een groot verschil met de eerste 3 deelgebieden, die veel organischer zijn gegroeid. De Julianastraat is dus opgenomen als deelgebied in de Welstandsnota. Wat betreft het architectonische ontwerp is het plan nader uitgewerkt worden voor de aanvraag omgevingsvergunning bouw. Het plan is besproken met de gemeentelijke adviescommissie Welstand en beoordeeld aan de hand van de Omgevingswet en de welstandscriteria voor Deelgebied 5 uit de Welstandsnota 2024. De commissie gaf aan dat het terrein zorgvuldig moest worden vormgegeven, waarbij verharding, parkeerplekken, erfgrenzen en berging als één geheel ontworpen moesten worden, met voldoende aandacht voor groen. Ook werd de detaillering en materiaalkeuze als essentieel beschouwd voor de uiteindelijke kwaliteit.
Om hieraan te voldoen, is het ontwerp aangepast: er is gekozen voor halfverharding, een sedumdak en een groene pergola bij de parkeerplaats aan de achterzijde. Deze aanpassingen verbeteren de ruimtelijke inpassing, waardoor het plan nu voldoet aan de redelijke eisen van welstand.
24
Julianastraat
Figuur 5.1 Kaart van Welstandsnota met deelgebied “Planmatige wijken Noord” (bron: Gemeente Meppel) Hoe is het verwerkt in het plan? Het plan is overlegd met welstand. Op basis daarvan is een eindontwerp opgesteld. Regels Er zin geen regels van toepassing
5.1.5 Cultuurhistorie Wettelijk kader Bij het beschermen van cultureel erfgoed in het omgevingsplan moet rekening worden gehouden met bepaalde uitgangspunten. Het Rijk geeft hiervoor instructieregels (artikel 5.130 lid 2 Bkl). Deze gaan over: 1. 2. 3. 4. 5.
Ontsiering, beschadiging of sloop van beschermde monumenten of archeologische monumenten; Verplaatsing van beschermde monumenten; Gebruik van monumenten ter voorkoming van leegstand; Aantasting van de omgeving van een beschermd monument; Conserveren en in stand houden van archeologische monumenten.
Hoe is het verwerkt in het plan? Het plangebied ligt in cultuurhistorisch waardevol gebied. Voor deze gronden moet rekening gehouden worden met profielen van de openbare ruimten, zichtlijnen de kleinschaligheid, bebouwingskarakteristieken zoals gevelindeling, detaillering en materiaalgebruik. Met het plan wordt rekening gehouden met de gebouwen in de omgeving. Zo wordt er gebruik gemaakt van schroefpalen, omdat deze, in tegenstelling tot heipalen, geen trillingen in de grond veroorzaken. In het plangebied zelf zijn geenrijks- of gemeentelijke monumenten te vinden. Bij de aanvraag van omgevingsvergunning met betrekking op de bouwactiviteit wordt het plan verder toegelicht. Regels Er zijn geen regels van toepassing.
5.1.6 Archeologie Wettelijk kader
25
Door het Verdrag van Malta zijn overheden verplicht om in het ruimtelijk beleid zorgvuldig om te gaan met het archeologisch erfgoed. Voordat er bodemingrepen plaatsvinden, is een archeologisch onderzoek nodig. Dit geldt zowel voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen, als waar een reële verwachting bestaat dat er archeologische waarden voorkomen. Sinds 1 juli 2016 is een deel van de omgang met archeologisch erfgoed geregeld in de Erfgoedwet (de Monumentenwet trad uit werking). Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving is overgegaan naar de Omgevingswet toen deze in werking trad op 1 januari 2024. De bescherming van de aanwezige en de te verwachten archeologische waarden door bodemverstorende activiteiten blijft geregeld. Hierbij wordt uitgegaan van het zo vroeg mogelijk betrekken van de archeologische waarden in het ruimtelijke ordeningsproces. Hoe is het verwerkt in het plan? Binnen het plangebied is geen archeologische waarde aanwezig. De gronden zijn al eerder verstoord en er wordt gebruikgemaakt van schroefpalen, die de grond minimaal roeren. Dit maakt dat verder onderzoek niet is en er archeologisch “vriendelijk” wordt gebouwd. Regels Er zijn geen regels van toepassing.
5.2 Gevolgen fysieke leefomgeving Deze paragraaf bevat een beschrijving van de verschillende aspecten van de fysieke leefomgeving en de mogelijke gevolgen daarop door de beoogde ontwikkeling. Thema's als gezondheid, veiligheid, geluid, natuur, bouw en water maken integraal deel uit van het omgevingsplan. Per ontwikkeling zal verschillen wat er nodig is qua onderbouwing.
5.2.1 Milieueffectrapportage of m.e.r. beoordeling Wettelijk kader Een milieueffectrapportage (m.e.r.) brengt het effect van een project op het milieu in beeld. De regelgeving voor de m.e.r. is te vinden in afdeling 16.4 van de Omgevingswet (Ow) en in hoofdstuk 11 en bijlage V bij het Omgevingsbesluit (Ob). Uit bijlage V van het Ob kan worden bepaald of een plan mer-plichtig of merbeoordelingsplichtig is, in samenhang met de artikelen 11.6 en 11.8 van het Omgevingsbesluit. In deze bijlage is een tabel opgenomen met vier kolommen: o o o o
In kolom 1 staan de projecten opgesomd; In kolom 2 zijn de gevallen genoemd waarin een project-mer verplicht is; In kolom 3 staan de gevallen genoemd waarin de project-mer-beoordelingsplicht geldt; Tot slot bevat kolom 4 de besluiten waarvoor dan de mer-verplichtingen gelden. Het gaat dan om besluiten waarmee de toestemming voor het project wordt verleend.