CConstaterende datMeppel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 15 - Toelichting

1 - RAADSVERGADERING 2 juni 2022, gemeente MeppelBij agendapunt: Bestemmingsplan MULO-locatie15.996 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Dit vloeit voort uit het feit dat voor de locatie geldt dat er geen archeologische verwachting is. Op de volgende afbeelding uit de archeologische beleids- en verwachtingenkaart is dat zichtbaar.

Archeologische beleids - en verwachtingenkaart.

27

Bestemmingsplan Mulo-locatie

Gemeente Meppel

5.2.2 Monumentenzorg In de toelichting van ruimtelijke plannen moet naast een toets aan archeologie ook een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en/of monumenten rekening is gehouden. Analyse In het plangebied zijn geen rijksmonumenten en gemeentelijke monumenten aanwezig. Het terrein ligt braak. Op grond van de kernkwaliteit Cultuurhistorie uit de provinciale omgevingsverordening behoort het plangebied wel tot de cultuurhistorische hoofdstructuur. Ook heeft ter plaatse van het voorziene plan karakteristieke bebouwing gestaan in de vorm van schoolgebouwen. Bij de architectonische uitwerking van de plannen en in het materiaalgebruik wordt rekening gehouden met de oorspronkelijke bebouwing en de structuur en opbouw van het plangebied. In paragraaf 3.2.2 is dar reeds aandacht aan besteed. Hierbij is geconcludeerd dat het omgevingsaspect cultuurhistorie vormt geen belemmering voor dit bestemmingsplan. Conclusie Op basis van de archeologische beleids- en verwachtingskaart is er geen verwachting dat in het plangebied archeologische waarden aanwezig zijn. In het plangebied zijn geen rijksmonumenten en gemeentelijke monumenten aanwezig. Er is dan ook geen onderzoek noodzakelijk om eventuele archeologische waarden veilig te stellen of in beeld te brengen.

Tevens wordt geen afbreuk gedaan aan cultuurhistorische waarden.

5.3 Flora en fauna Kader In ruimtelijke plannen moet worden aangetoond hoe de ontwikkelingen die hierin mogelijk worden gemaakt zich verhouden met de wet- en regelgeving op het gebied van gebieds- en soortenbescherming. Sinds 1 januari 2017 is de bescherming van gebieden, soorten en houtopstanden geregeld in de Wet natuurbescherming. Op het gebied van gebiedsbescherming regelt de wet de bescherming van zes verschillende soorten natuurgebieden: het natuurnetwerk Nederland, bijzondere provinciale natuurgebieden, bijzondere provinciale landschappen, nationale parken, bijzondere nationale natuurgebieden en Natura 2000-gebieden. Bij activiteiten of ontwikkelingen die kunnen leiden tot negatieve effecten op instandhoudingsdoelen voor een van deze gebieden moet een vergunning worden aangevraagd. Analyse Voorafgaand aan de uitvoering van de plannen dient te worden onderzocht of binnen en in de nabijheid van het plangebied streng beschermde plant- en diersoorten en/of natuurgebieden aanwezig zijn en of deze worden aangetast. Deze eerste stap om de aanwezigheid van beschermde soorten en/of gebieden te bepalen, is het uitvoeren van een quickscan flora en fauna. De quickscan is als bijlage 2 opgenomen.

De quickscan flora en fauna beschrijft in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) en het Natuurnetwerk Nederland (NNN) de effecten van de ingreep op soortenbescherming en gebiedsbescherming (Natura 2000 en Natuurnetwerk Nederland) en op houtopstanden. Uit deze 28

Bestemmingsplan Mulo-locatie

Gemeente Meppel

quickscan blijkt of de plannen (mogelijk) leiden tot aantasting van beschermde soorten en/of gebieden en of vervolgstappen noodzakelijk zijn, zoals nader onderzoek, een ontheffing en/of een vergunning. De quickscan bestaat uit een onderzoek naar soortenbescherming en gebiedsbescherming. Uit de quickscan blijkt dat binnen en in de directe omgeving van het plangebied geen streng beschermde soorten voorkomen. Nader onderzoek is niet noodzakelijk. Daarnaast blijkt dat de ontwikkelingen voortvloeiend uit de voorgenomen ontwikkelingen niet leiden tot effecten op doelstellingen of kernkwaliteiten van beschermde natuurgebieden (Natura2000 en Natuurnetwerk Nederland). Een mogelijke uitzondering daarop is stukstofgevoeligheid. Om dat te bepalen is aan de hand van de AERIUS-calculator berekend of het plan een toename van stikstofdepositie op Nature 2000-gebieden tot gevolg heeft. Uit de berekeningen, die als bijlage 3 zijn opgenomen, blijkt dat van een toename geen sprake is. Conclusie Het bestemmingsplan is op basis van het aspect ecologie uitvoerbaar.

5.4 Bodem Kader Bij de ontwikkeling van een ruimtelijk plan en/of bestemmingsplan dient rekening te worden gehouden met de bodemkwaliteit ter plaatse. De reden hiervoor is dat eventueel aanwezige bodemverontreiniging van groot belang kan zijn voor de keuze van bepaalde bestemmingen en/of voor de uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan. Voor een bestemming zoals wonen, gelden andere normen dan voor bijvoorbeeld de bestemming bedrijven. Uitgangspunt is dat de bodemkwaliteit als gevolg van aanwezige bodemverontreiniging geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem. Bovendien mag de bodemkwaliteit niet verslechteren door grondverzet (bijvoorbeeld graafwerkzaamheden). Dit is het zogenaamde stand still-beginsel. Analyse In het kader van voorliggend bestemmingsplan heeft gezien de milieugevoelige functie bodemonderzoek plaatsgevonden. De voorlopige resultaten zijn als bijlage 4 opgenomen. En zijn als volgt. Resultaten grond Chemisch-analytisch zijn in de zintuiglijk verontreinigde bovengrond licht verhoogde gehalten aan enkele zware metalen en PAK aangetoond. De verhoogde gehalten zijn vermoedelijk te relateren aan de waargenomen bodemvreemde bijmengingen. In zowel de zintuiglijk verontreinigde ondergrond als de zintuiglijk schone ondergrond zijn, met uitzondering van de verontreiniging ter plaatse van boring 01, geen verhoogde gehalten gemeten.

Tevens is plaatselijk in de bovengrond (met uitzondering van Sl11) in zeer geringe mate asbest aangetoond. De gemeten (gewogen) gehalten overschrijden de achtergrondwaarden in geringe mate en vormen (met uitzondering van de aangetoonde verontreinigingen) geen belemmering voor de geplande planologische procedure en de geplande herinrichting van de locatie. Het uitvoeren van nader onderzoek naar deze licht verhoogde gehalten is niet noodzakelijk.

29

Bestemmingsplan Mulo-locatie

Gemeente Meppel

Op het zuidelijke terreindeel is in de ondergrond een ernstige verontreiniging met PAK aangetoond. De omvang van deze verontreiniging is nog niet volledig bepaald. De aangetoonde verontreiniging vormt een belemmering voor de geplande planologische procedure en de geplande herontwikkeling van het terrein. Daarom wordt de vervuiling verder ingeperkt en vindt op basis van een saneringsplan een sanering van de bodem plaats. Na sanering zal de belemmering opgeheven zijn. Op het noordelijke terreindeel is in de bovengrond een ernstige verontreiniging met asbest aangetoond. De omvang van deze verontreiniging is eveneens nog niet volledig bepaald en wordt op basis van vervolgonderzoek afgeperkt. De aangetoonde verontreiniging vormt een belemmering voor de geplande planologische procedure en de geplande herontwikkeling van het terrein. Daarom wordt op basis van vervolgonderzoek een saneringsplan opgesteld op basis waarvan de vervuiling wordt gesaneerd. Na sanering zal deze belemmering opgeheven zijn. Resultaten grondwater Chemisch analytisch is in het grondwater op het zuidelijke terreindeel een ernstige verontreiniging met PAK en minerale olie aangetoond. De gemeten concentraties vormen een belemmering voor de geplande planologische procedure en de geplande herinrichting van de locatie. De omvang van deze verontreiniging is eveneens nog niet volledig bepaald.

De aangetoonde verontreiniging vormt een belemmering voor de geplande planologische procedure en de geplande herontwikkeling van het terrein. Daarom wordt ook voor dit aspect op basis van vervolgonderzoek een saneringsplan opgesteld op basis waarvan de vervuiling wordt gesaneerd. Na sanering zal deze belemmering opgeheven zijn. Conclusie De opzet van het uitgevoerde onderzoek heeft geleid tot een goed gemiddeld beeld van de bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie, met uitzondering van de aangetoonde ernstige verontreinigingen. Uit de resultaten van het verkennend bodemonderzoek kan worden geconcludeerd dat er buiten de aangetoonde ernstige verontreinigingen milieuhygiënisch gezien geen belemmeringen zijn voor de planologische procedure en de geplande herinrichting van de locatie. De gestelde hypothese dat de locatie als ‘onverdacht’ beschouwd kan worden ten aanzien van chemische parameters is niet juist gebleken. De gevolgde onderzoeksstrategie geeft echter een representatief beeld van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie, buiten de aangetoonde ernstige verontreinigingen. Bovendien vormen de gemeten gehalten (grond) en concentraties (grondwater) buiten de aangetoonde ernstige verontreinigingen, geen belemmering voor het toekomstige gebruik van de onderzoekslocatie.

De gestelde hypothese dat de locatie ten aanzien van de parameter asbest in bodem als ‘onverdacht’ kan worden aangemerkt is, op basis van de criteria als genoemd in de NEN5707, niet juist gebleken. Aanbevolen wordt verder nader onderzoek uit te voeren naar de omvang en verspreiding van de aangetoonde ernstige verontreinigingen. Dit onderzoek zal plaatsvinden. Zodra de omvang bekend is wordt een saneringsplan opgesteld waarna gesaneerd zal worden. De sanering dient uitgevoerd te worden door gecertificeerde en erkende bedrijven. Na sanering van deze verontreinigingen wordt de locatie geschikt geacht voor het geplande gebruik en kan een omgevingsvergunning voor de bouw van de voorziene woningen worden afgegeven.

30

Bestemmingsplan Mulo-locatie

Gemeente Meppel

Bovendien zal tijdens de herontwikkeling van het terrein rekening gehouden moeten worden met de aangetoonde grondwaterverontreiniging. Er kan niet zondermeer bronbemaling toegepast worden aangezien het niet toegestaan is zonder aanvullende maatregelen de grondwaterverontreiniging te verminderen of te verplaatsen.

5.5 Geluid Kader Geluidsoverlast kan worden veroorzaakt door industrielawaai, railverkeerslawaai, wegverkeerslawaai en luchtverkeerslawaai. De Wet geluidhinder en de Luchtvaartwet kennen grenswaarden voor geluid. Bepaalde geluidgevoelige objecten mogen alleen worden toegelaten als zij geen ontoelaatbare geluidsbelasting ondervinden. Daartoe moeten op grond van artikel 3.3.1 Besluit ruimtelijke ordening zones in het bestemmingsplan worden opgenomen rond geluidbronnen. Het bestemmingsplan moet de ligging en de afmetingen van woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen en van geluidsgevoelige terreinen gelegen binnen de zone van een weg, spoorweg of industrieterrein als bedoeld in de Wet geluidhinder aangeven. Als een bepaalde bestemming en/of een bepaalde geluidsbron niet in de Wet geluidhinder of Luchtvaartwet is geregeld, moet in het kader van de goede ruimtelijke ordening toch een akoestische afweging gemaakt worden. Analyse Ten aanzien van het plangebied geldt dat er geen sprake is van invloed van industrie- of luchtvaartlawaai. Wel is er sprake van weg- en spoorweglawaai. In het kader van dit weg- en spoorweglawaai heeft akoestisch onderzoek plaatsgevonden. De rapportages zijn als bijlage 5a en 5b van deze toelichting opgenomen.

De invloed van het weg- en railverkeerslawaai op de in de directe omgeving hiervan gelegen plangebied, is in het akoestische onderzoek nader onderzocht. De berekeningen van de geluidsbelasting afkomstig van zowel het wegverkeer als het railverkeer zijn verricht met een door DGMR ontwikkeld computerprogramma Geomilieu (V5.21). Deze is gebaseerd op het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012, standaardrekenmethode II. In de bijlagen 04 en 08 van de rapportage is de situering van het plangebied weergegeven zoals deze in het computerprogramma Geomilieu van DGMR voor het wegverkeer en het railverkeer zijn ingevoerd. De invoergegevens van de objecten, wegen, spoortracés en ontvangerpunten zoals deze dienen te worden beschouwd in de zin van de Wet geluidhinder, zijn eveneens opgenomen in bijlagen 04 en 08. De beoordelingspunten zijn aan de voor- en zijgevels van het geprojecteerde appartementencomplex gesitueerd, waarbij per beoordelingspunt berekeningen zijn uitgevoerd op een waarneemhoogte van 1,50 meter boven het vloerniveau van de betreffende geluidsgevoelige ruimten. Wegverkeer De resultaten van de berekende invallende geluidsbelastingen Lden als gevolg van het wegverkeer over de gezoneerde wegen in 2030 zijn opgenomen in bijlage 05. Voor de niet gezoneerde wegen zijn deze opgenomen in Bijlage 06.

In bijlage 07 is een overzicht opgenomen van de resultaten bij cumulatie van de totaal optredende geluidbelastingen afkomstig van het wegverkeer.

31

Bestemmingsplan Mulo-locatie

Gemeente Meppel

Voor een goede ruimtelijke inpassing [beoordeling van een goed woon- en leefklimaat] van de geprojecteerde appartementen in haar directe omgeving, zijn naast de zone plichtige wegen ook de niet-zone plichtige wegen [30 km/uur wegen] in het akoestisch onderzoek mee beschouwd. De optredende geluidsbelastingen als gevolg van deze secundaire wegen zouden eveneens kunnen leiden tot geluidoverlast. De gecumuleerde geluidbelasting afkomstig van de niet gezoneerde wegen bedraagt op alle ontvangerpunten, zonder aftrek ex. Artikel 110g van de Wet geluidhinder, maximaal 47 dB. Uitgaande van een (fictieve) toetsingswaarde van 48 dB, is er als gevolg van de optredende gecumuleerde geluidbelasting afkomstig van het wegverkeer over de 30-kilometer wegen, derhalve geen sprake van een overschrijding van deze voorkeurswaarde. De optredende geluidbelastingen afkomstig van de niet gezoneerde wegen wordt opgeteld bij de optredende geluidbelasting afkomstig van de gezoneerde wegen en als uitgangspunt aangehouden voor het mogelijk uitwerken van geluidwerende voorzieningen aan de zwaarst belaste gevels. Hierbij speelt eveneens cumulatie met railverkeerlawaai een rol. Railverkeer Uit de rekenresultaten blijkt dat, als gevolg van het railverkeer op de geprojecteerde appartementen de totale geluidsbelasting als gevolg van het railverkeer maximaal 71 dB bedraagt.

Geconcludeerd kan worden dat de optredende geluidsbelastingen als gevolg van het railverkeer, de toelaatbare grenswaarde van 55 dB [Lden] op een groot aantal beoordelingspunt overschrijdt Voor de gevels langs de Parallelweg (blok 01) is zelfs sprake van een optredende geluidbelasting welke hoger is gelegen dan de maximale ontheffingswaarde van 68 dB. Dat betekent dat ten behoeve van de woningen in dat blok voorzieningen getroffen moeten worden om te voldoen aan de voorkeurswaarde. Conclusie Op basis van uitgevoerd akoestisch onderzoek blijkt dat de geluidsbelasting op een aantal punten in bouwblok 1 de maximale ontheffingswaarde van 68 dB overstijgt. Om het plan op het plan mogelijk te maken dienen voorzieningen zoals een dove gevel getroffen te worden om te voldoen aan de Wet geluidhinder. Dit vraagt om een nadere architectonische en technische uitwerking. In het bestemmingsplan is daarom voor dit blok een voorwaardelijke verplichting opgenomen dat bij de aanvraag omgevingsvergunning aangetoond moet worden dat het plan voldoet aan de Wet geluidhinder. Hiermee is geborgd dat het plan uitvoerbaar is. Voor de andere delen van het plangebied geldt dat (al dan niet middels een procedure hogere grenswaarde die separaat wordt doorlopen) een goed akoestisch niveau gehaald kan worden.

5.6 Water Kader Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet bij ruimtelijke plannen een waterparagraaf worden opgenomen. Bij ruimtelijke ontwikkelingen, waaronder verbouw- en nieuwbouwplannen, wordt getoetst welke consequenties deze plannen hebben voor de waterhuishouding en hoe in de plannen wordt omgegaan met aspecten van water.

32

Bestemmingsplan Mulo-locatie

Gemeente Meppel

Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding, allen met als doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief en kwantitatief). Deze paragraaf geeft een overzicht van de voor het plangebied relevante nota's, waarbij het beleid van het waterschap nader wordt behandeld. Europa -

Kaderrichtlijn Water (KRW)

Nationaal -

Nationaal Waterplan (NW) Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) Waterwet

Provinciaal -

Provinciaal Waterplan Omgevingsvisie Omgevingsverordening

Waterschapsbeleid

In het waterbeheerplan 2016 - 2021 is de koers beschreven hoe het waterschap de komende periode gaat zorgen voor een goede bescherming tegen hoog water, een goed functionerend regionaal watersysteem en het zuiveren van afvalwater. Het waterschap heeft het plan vormgegeven in dialoog en samenwerking met de waterschappen Rijn en IJssel en Vechtstromen, die naast Drents Overijsselse Delta deel uitmaken van het stroomgebied Rijn-Oost. Ook provincies en gemeenten zijn hierbij betrokken geweest. De opdracht van de waterschappen in Rijn-Oost is te zorgen voor voldoende water, schoon water en voor veilig wonen en werken (taakvelden: watersysteem, waterketen en veiligheid). De taken worden uitgevoerd voor en samen met de maatschappij. Dit gebeurt vanuit een brede kijk en tegen aanvaardbare kosten. Hierbij wordt rekening gehouden met agrarische, economische, ecologische en recreatieve belangen. Het werk van het waterschap draagt ertoe bij dat iedereen op een veilige, gezonde, prettige en duurzame manier met water kan leven. Het waterschap wil daarbij professioneel, betrouwbaar en deskundig werken en zo de positie als lokale en regionale waterautoriteit waarmaken. Met de aanwezige middelen en mogelijkheden werkt het waterschap aan een duurzame ontwikkeling van het stedelijk en landelijk gebied. Analyse Sinds 1 november 2003 is voor alle ruimtelijke plannen de watertoets verplicht.

Het doel van de watertoets is waterbelangen evenwichtig mee te nemen in het planvormingsproces van Rijk, Provincies en gemeenten. Hiermee wordt een veilig, gezond en duurzaam watersysteem nagestreefd. De toets omvat het gehele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van de in ruimtelijke plannen voorkomende waterhuishoudkundige aspecten.

33

Bestemmingsplan Mulo-locatie

Gemeente Meppel

In het kader van onderliggend initiatief heeft een digitale watertoets plaatsgevonden (zie bijlage 6). Het plan is, vanuit de waterhuishouding bezien, voor het waterschap van belang. Daarom dient de normale procedure te worden doorlopen. In dat kader heeft afstemming plaatsgevonden met het waterschap, wat leidt tot het opstellen van een uitgangspuntennotitie. Deze uitgangspuntennotitie is opgenomen als bijlage 7. Het doel van de uitgangspuntennotitie is om in de initiatieffase van een plan bruikbare informatie aan te leveren voor de waterhuishouding in en rond het plangebied. Het waterschap adviseert de uitgangspunten zoals opgenomen in de uitgangspuntennotitie te verwerken in het plan. De initiatiefnemer is vrij te bepalen op welke wijze wordt voldaan aan de uitgangspunten. Hieronder is op hoofdlijnen aangegeven welke uitgangspunten worden gehanteerd. Bij de verdere (technische) planuitwerking wordt aansluiting gezocht bij de adviezen. Watersysteem Aanvoer van voldoende water, waarborg van de waterkwaliteit en ruimte voor water. Watergangen: nabij het plangebied ligt een beschermingszone van een A-watergang van het Waterschap Drents Overijsselse Delta. Op de kaart op de volgende afbeelding is dat weergegeven. De functie van deze watergang moet te allen tijde worden gegarandeerd.

Hierbij wordt rekening gehouden met de beschermingszone van deze watergangen zoals in de Keur beschreven. Met betrekking tot deze watergangen gelden de binnen de Keur opgenomen gebods- en verbodsbepalingen. Voor werkzaamheden binnen de beschermingszone moet een Watervergunning worden aangevraagd bij het Waterschap Drents Overijsselse Delta. Aangezien onderliggend plan niet voorziet in bebouwing of aanleg van zaken binnen het invloedsgebied van de A-watergang, is er sprake van een gegarandeerde functie van de watergang.

Bestaande waterhuishouding rondom plangebied.

34

Bestemmingsplan Mulo-locatie

Gemeente Meppel

Overige wateren: Voor het dempen van overige wateren (ook die niet in beheer zijn bij het waterschap) dient altijd een Watervergunning te worden aangevraagd bij het Waterschap Drents Overijsselse Delta. Daar is echter in onderliggend plangebied geen sprake van. Wateroverlast Het plan wordt zo ontworpen dat kortstondige hevige buien zonder problemen kunnen worden opgevangen in de openbare ruimte of op particulier terrein. Er treedt geen wateroverlast op bij woningen of andere kwetsbare functies. Dit wordt bij de verdere technische uitwerking nader onderbouwd op basis van de afgegeven adviezen van het waterschap. Waterkwaliteit Het watersysteem wordt zo ontworpen dat het geen risico’s voor de volksgezondheid creëert en voldoende schoon is voor mensen, planten en dieren. Het plan kent geen oppervlaktewater. Daarom is dit aspect net relevant. Wel wordt in dit plan geen gebruik gemaakt van uitlogende materialen om de waterkwaliteit op peil te houden. Riolering Uitgangspunt van het waterschap is het optimaliseren van het aanvoeren afvalwater naar de rioolwaterzuivering, het verminderen van hydraulische belasting van de rioolwaterzuivering en het beperken van riooloverstorten op het oppervlaktewater. Onderliggend plan voorziet niet in stort op oppervlaktewater. Wel is een principe-uitwerking van de riolering gemaakt, waarbij wordt aangesloten op het gemeentelijk stelsel.

Deze principe-uitwerking is opgenomen als bijlage 8. Externe werking ruimtelijk plan Uitgangspunt is het beschermen en handhaven van het grond- en oppervlaktewatersysteem om nadelige gevolgen op de omgeving te voorkomen. Onderliggend plan voorziet niet in oppervlaktewater, ligt niet in veengebied en onttrekt geen grondwater. Er is zodoende geen sprake van externe werking. Beheer en onderhoud Het beheer en onderhoud is erop gericht om de waterhuishouding op orde te houden. Het betreft zowel waterkwantiteit, waterkwaliteit en waterbeleving. De inrichting van het gebied dient zodanig te zijn, dat het beheer en onderhoud van het watersysteem op efficiënte en effectieve wijze mogelijk is. Beheer en onderhoud heeft met name betrekking op oppervlaktewater. Daar is in dit plan geen sprake van. Conclusie Onderliggend plan is in lijn met het waterschapsbeleid. Er wordt bij de verdere technische planuitwerking rekening gehouden met de uitgangspuntennotitie van het waterschap.

5.7 Bedrijven en milieuzonering Kader In het kader van een goede ruimtelijke ordening moet worden beoordeeld of bedrijven in de omgeving van een beoogde ontwikkeling worden belemmerd door de ontwikkeling en of ter plaatse van gevoelige functies, zoals woningen, sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Het gaat 35

Bestemmingsplan Mulo-locatie

Gemeente Meppel

hierbij om interne en externe werking. Voor de beoordeling is gebruik gemaakt van de Handreiking Bedrijven en milieuzonering (VNG, editie 2009). Per milieucategorie geldt een minimaal gewenste afstand, de richtafstand. Deze richtafstand geldt tussen enerzijds de grens van de bestemming die bedrijven (of andere milieubelastende functies) toelaat en anderzijds als uiterste situering van de gevel van een woning die volgens het bestemmingsplan of via vergunning vrij bouwen mogelijk is. De in de handreiking opgenomen afstanden zijn indicatief en kunnen per gebiedstype, waarin de ontwikkeling zal plaatsvinden, verschillen. Hierbij is het uitgangspunt dat deze afstanden gemotiveerd worden toegepast. Wanneer het plangebied en omgeving getypeerd kunnen worden als 'gemengd gebied' bedragen de hindercontouren minder. De VNG-publicatie omschrijft een gemengd gebied als: ‘Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels horeca en kleine bedrijven.’ Analyse Het plan voorziet in het realiseren van een woonbestemming. Dit is een bestemming die geen milieugevoelige activiteiten mogelijk maakt, maar wel gevoelig is voor omliggende gevoelige activiteiten en bestemmingen. Rondom het plangebied bevinden zich diverse bestemmingen, zoals wonen, detailhandel, bedrijven en horeca.

Er is zodoende sprake van een gemengd gebied. Waar het om woonbestemmingen gaat bestaat er geen potentiële milieuhinder voor het voorziene plan. Waar het om horeca-, bedrijfs en detailhandelsbestemmingen gaat kan hier wel sprake van zijn. Daarom wordt het plan hieraan getoetst. Oosteinde 17-19 Op circa 70 meter van het plangebied bevindt zich, aan het Oosteinde, een pand met een bedrijfsbestemming. Ter plaatse mogen zich bedrijven vestigen in de categorieën 1 en 2 van de staat van bedrijfsactiviteiten die zijn opgenomen in het ter plaatse geldende bestemmingsplan. Dat betekent dat op basis van deze lijst bedrijven met een maximale afstand van 30 meter gevestigd mogen worden. Ter plaatse is een fietsenwinkel gevestigd. Deze functie en de bedrijfsmatige bestemming hebben geen invloed op het voorziene bouwplan. De fietsenwinkel is tevens gevestigd aan het aangrenzende pand Oosteinde 17. Ter plaatse geldt een detailhandelsbestemming. De richtafstand op basis van de bedrijfsmatige activiteiten heeft met 10 meter ook geen effect op onderliggend plan. Dirk Jacobsstraat 6 Op circa 40 meter van het plangebied bevindt zich een pand met een horecabestemming. Ter plaatse is een hotel gevestigd. De richtafstand van deze horecavoorziening is binnen gemengd gebied 10 meter en heeft zodende geen invloed op onderliggend plan.

Conclusie Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor het plan.

5.8 Externe veiligheid Kader Uitgangspunt bij het externe veiligheidsbeleid is een risicobenadering op basis van risicoberekeningen, met daarbij een wettelijke norm voor het plaatsgebonden risico (een basisbeschermingsniveau voor elk individu) en een afwegingsruimte voor het bevoegd gezag om te bepalen welke risico’s voor grotere 36

Bestemmingsplan Mulo-locatie

Gemeente Meppel

groepen mensen aanvaard worden (de verantwoordingsplicht van het groepsrisico). De doelstelling van het externe veiligheidsbeleid luidt: ‘Het uitvoeren van een veiligheids- en risicobeleid om mens en milieu te beschermen tegen maatschappelijk onaanvaardbaar geachte gezondheids- en milieurisico’s. De overheid garandeert een zogenaamd ‘basisbeschermingsniveau’ voor externe veiligheid.’ Om voldoende ruimte te scheppen tussen de risicobron en de personen of objecten die risico lopen (kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten), moeten vaak afstanden in acht worden genomen. Ook ontwikkelingsmogelijkheden die ingrijpen in de personendichtheid kunnen om onderzoek vragen. Bij externe veiligheid wordt onderscheid gemaakt in het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans dat een persoon die (onafgebroken aanwezig en onbeschermd) op een bepaalde plaats overlijdt als gevolg van een calamiteit met een inrichting of een transportmodaliteit. Het GR bestaat uit de cumulatieve kans per jaar dat een groep van een bepaalde omvang overlijdt als gevolg van een calamiteit met een inrichting of een transportmodaliteit. Het gemeentelijke externe veiligheidsbeleid is reeds in paragraaf 4.4.8 aangehaald. Dit beleid is gebaseerd op het rijks- en provinciaal veiligheidsbeleid. Analyse In het kader van onderliggend ontwikkeling is de risicokaart geraadpleegd.

Hieruit blijkt dat zich in de directe omgeving van het plangebied, op circa 40 meter, de Spoorlijn Zwolle – Groningen bevindt. Over deze spoorlijn vindt transport van gevaarlijke stoffen plaats.

Uitsnede risicokaart. Bron: www.risicokaart.nl.

In het kader van onderliggend bestemmingsplan dient, conform het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt), onderzocht te worden of voldaan wordt aan de in deze besluiten opgenomen 37

Bestemmingsplan Mulo-locatie

Gemeente Meppel

veiligheidsnormen. Concreet betekent dit dat, aangezien het plangebied is gelegen binnen 60 meter van een spoortraject waarover gevaarlijke stoffen worden getransporteerd, een berekening van het groepsrisico uitgevoerd dient te worden. Dit onderzoek is uitgevoerd en als bijlage 9 opgenomen. De resultaten zijn als volgt. Groepsrisico Het groepsrisico is in de huidige situatie 0.08 maal de oriëntatiewaarde. In de toekomstige situatie is het groepsrisico 0.09 maal de oriëntatiewaarde. Het groepsrisico is daarmee lager dan 0.1 maal de oriëntatiewaarde en er is geen sprake van een toename van meer dan 10% van het groepsrisico. Conform art. 8 van het Bevt [1] kan in dat geval de verdere verantwoording van het groepsrisico achterwege blijven. Wel dient conform art. 7 het bestuur van de veiligheidsregio in de gelegenheid worden gesteld om advies uit te brengen. In de toelichting bij het besluit dient in elk geval in te worden gegaan op de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp en de mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen indien een ramp zich voordoet. Plasbrandaandachtsgebied Conform de regeling Basisnet geldt voor de spoorlijn een plasbrandaandachtsgebied (PAG). Het plangebied ligt buiten dit plasbrandaandachtsgebied. Conclusie Het bestemmingsplan is op basis van het aspect externe veiligheid uitvoerbaar.

5.9 Luchtkwaliteit Kader Met betrekking tot de luchtkwaliteit moet rekening worden gehouden met het gestelde in de Wet milieubeheer (Wm), hoofdstuk 5, titel 5.2 Luchtkwaliteitseisen en de bijbehorende bijlagen. In deze wet en de daarop gebaseerde regelingen - Besluit NIBM (luchtkwaliteitseisen) en Regeling NIBM (luchtkwaliteitseisen) - is getalsmatig vastgelegd dat bepaalde projecten 'niet in betekenende mate' (NIBM) bijdragen aan de luchtverontreiniging. Het begrip 'niet in betekenende mate' is gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor stikstof (NO2), fijnstof (PM10) en zeer fijn stof (PM2,5) In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze gevallen kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Luchtkwaliteitseisen vormen onder de Wet milieubeheer geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkeling als: -

er geen sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; een project, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit leidt; een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het NSL; een project ‘niet in betekenende mate’ bijdraagt aan de luchtverontreiniging.

Analyse Het plan betreft de ontwikkeling van 75 appartementen. Het betreft hier een plan categorie 3A.2 overeenkomstig bijlage 3a van de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (milieukwaliteitseisen).

38

Bestemmingsplan Mulo-locatie

Gemeente Meppel

Per ontsluitingsweg worden minder dan 1500 woningen en/of minder dan 100.000 m2 bvo kantoor gerealiseerd. Volgens bijlage 3B van de Regeling draagt het plan hierdoor ‘niet in betekenende mate’ bij. Er hoeft daarom niet getoetst te worden aan de grenswaarden voor stikstofdioxide en fijn stof PM10/PM2,5. Conclusie Het plan draagt niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging. Het project is op basis van het aspect luchtkwaliteit uitvoerbaar.

5.10 Verkeer en parkeren Kader In het kader van ruimtelijke plannen dient te worden aangetoond dat het plan niet leidt tot ongewenste situaties ten aanzien van verkeer en parkeren. De gemeente Meppel heeft het parapluplan Parkeren vastgesteld waarin is bepaald hoe per functie de parkeeropgave moet worden ingevuld. In het gemeentelijk Verkeer- en vervoersplan zijn zaken ten aanzien van bereikbaarheid vastgelegd. Analyse Ontsluiting Het plangebied ligt ingeklemd tussen bestaande wegen, namelijk de Burgemeester Knopperslaan, de Meester W. Doornbosstraat en Het Vledder. De Burgemeester Knopperlaan maakt deel uit van de hoofdwegenstructuur. Op de volgende foto’s een impressie van de wegenstructuur rondom het plangebied.

Mr. W. Doornbosstraat richting Het Vledder (plangebied rechts)

39

Bestemmingsplan Mulo-locatie

Gemeente Meppel

Drempel Mr. W. Doornbosstraat/Doornbosdwarsstraat

Het Vledder richting Burgemeester Knopperslaan

Om het verkeerskundige effect van het plan voor maximaal 75 appartementen te kunnen bepalen, is door BVA Verkeersadviezen een analyse van de huidige en toekomstige ontsluiting van het plangebied gemaakt. Deze analyse is al bijlage 10 van deze toelichting opgenomen. Hoewel er sprake zal zijn van een toename van verkeer op de wegen rondom het plangebied, betreft het in absolute zin een relatief gering aantal voertuigen. Voor zover bekend zijn van de Meester W. Doornbosstraat geen verkeersgegevens over de huidige situatie bekend. Kijken we naar het aantal woningen dat via deze weg wordt ontsloten en uitgaande van het feit dat er geen doorgaand verkeer door de wijk rijdt (dat de route Gas-gracht-Meester W. Doorbosstraat-Het Vledder volgt om de Markstraat te bereiken) dan zal de intensiteit op de het zuidelijke deel van de Meester W. Doornbosstraat (ten zuiden van de aansluiting met de Dirk Jakobsstraat) naar verwachting niet veel meer dan 100 motorvoertuigen per etmaal bedragen.

40

Bestemmingsplan Mulo-locatie

Gemeente Meppel

Het noordelijke deel van de Meester W. Doornbosstraat verwerkt iets meer verkeer aangezien hier ook het City Hotel en nog een aantal extra woningen op wordt ontsloten. Maar ook voor dit deel is het niet de verwachting dat de 200 motorvoertuigen per etmaal in de huidige situatie wordt overschreden. Na de realisatie van de woningen zal het noordelijke deel van de Meester W. Doornbosstraat in totaliteit met maximaal circa 500 motorvoertuigen per etmaal worden belast. Een zeer acceptabele waarde voor een woonstraat. Woonstraten vallen in de categorie ‘erftoegangswegen’, waarvoor door CROW (kennisinstituut voor verkeer en vervoer) een maximaal acceptabele intensiteit van 5.000 – 6.000 motorvoertuigen per etmaal is aangegeven. Uiteraard is een en ander wel afhankelijk van de omgevingskenmerken en aanwezige infrastructuur, maar deze waarde geeft wel een indicatie over hoe een wegvakbelasting van 500 motorvoertuigen per etmaal moet worden beschouwd. Hoewel de totale intensiteit op Het Vledder waarschijnlijk nog weer wat hoger is, geldt hetzelfde voor deze straat. Op basis van het aantal woningen dat via deze weg wordt ontsloten is de verwachting in de toekomstige situatie een intensiteit op deze weg van maximaal circa 800 motorvoertuigen. Ook hiervoor geldt dat dat een alleszins acceptabele waarde is voor een woonstraat.

Om een en ander in perspectief te plaatsen betreft dit op het drukste wegvak in een spitsperiode circa 80 motorvoertuigbewegingen. Dat betekent derhalve iets meer dan 1 voertuig per minuut. Waarbij deze verkeersbewegingen zich over beide richtingen verdelen in spitsperioden globaal in de verhouding 80%/20%, waarbij de ochtendspits overwegend vertrekkend verkeer betreft en de avondspits overwegend aankomend verkeer. Hoewel de kans dat voertuigen elkaar tegenkomen bij dergelijke intensiteiten gering is, is het passeren van twee personenauto’s goed mogelijk. Bij een rijsnelheid van 30 km/uur, die in de Meester W. Doornbosstraat naar verwachting zeker niet hoger zal liggen, is voor een rijdende personenauto 2,05 meter nodig. Dit betekent voor twee elkaar passerende voertuigen een benodigde breedte van 4,1 meter. Hieraan voldoen alle wegen binnen het gebied, voor zover deze in twee richtingen mogen worden bereden. CROW geeft weliswaar als ‘minimale’ maat voor erftoegangswegen 4,8 meter aan, maar deze maat is gebaseerd op een profiel waarin als maatgevend conflict een auto en twee fietsers geldt, waarbij passages veelvuldig voorkomen. Iets dat in onderhavige situatie niet geldt.

De lage intensiteiten maken dat elkaar passeren niet frequent voorkomt en ook hoge fietsintensiteiten zijn op de ontsluitende wegen niet te verwachten, aangezien de hoofdfietsroutes binnen het gebied niet via deze wegen verlopen maar deze juist kruisen. Het breder maken van wegen leidt uiteraard tot eenvoudiger passeerbewegingen, maar leidt ontegenzeggelijk ook tot hogere snelheden, iets wat in woonstraten zeer ongewenst is. Vrachtverkeer komt in deze wijk nagenoeg niet voor, waardoor hiermee in de profilering geen rekening hoeft te worden gehouden voor zover het eenvoudige passeerbewegingen betreft. Fietsverkeer Ten aanzien van de locaties waar aan fietsroutes voorrang moet worden verleend worden ook geen afwikkelingsproblemen verwacht. Zoals aangegeven zal het maximaal een intensiteit van circa 1 voertuig per minuut zijn. Het is niet de verwachting dat zich in de kruisende fietsstromen binnen deze perioden geen voldoende groot hiaat zal voordoen om de route te kunnen kruisen. Het ontstaan van wachtrijen voor de fietsroutes is dan ook zeer onwaarschijnlijk.

41

Bestemmingsplan Mulo-locatie

Gemeente Meppel

Parkeren Voor het plangebied is het parapluplan Parkeren van toepassing. In dit plan wordt verwezen naar de gemeentelijke Nota Parkeernormen gemeente Meppel waarin de parkeernormen zijn vertaald. Uitgangspunt is dat de te realiseren parkeergelegenheid voldoende moet zijn voor het bouwwerk waarvan een behoefte aan parkeergelegenheid wordt verwacht. Bij het realiseren van voldoende parkeergelegenheid hoeven geen bestaande tekorten te worden opgelost.

In de parkeernormennota is het grondgebied van Meppel ingedeeld in verschillende type gebieden met allen een eigen parkeernorm. In onderstaande tabel is dat weergegeven.

Het plangebied, waarbinnen 75 sociale huurwoningen mogelijk worden gemaakt, ligt binnen de schil van het centrum. Dat leidt op basis van de parkeernormen tot de volgende parkeeropgave. Onderliggend plan voorziet in de realisatie van 75 appartementen. De woningen vallen gedeeltelijk in de categorie ‘woning goedkoop’ (60 woningen) en gedeeltelijk in de categorie ‘eenpersoonswoning’ (15 woningen) in de ‘schil’. Op basis hiervan is de parkeeropgave als volgt: -

60 x 1,4 = 84 (aandeel bezoekers 18) 15 x 0,4 = 6 (aandeel bezoekers 3)

Totaal: 90 parkeerplaatsen, waarvan 21 voor bezoekers. Het plan voorziet in dit aantal parkeerplaatsen op het eigen binnenterrein. Hiermee wordt voldaan aan de kaders. Conclusie Het plan voorziet in een goede ontsluiting. Daarnaast is voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein aanwezig. Het plan is zodoende op basis van de aspecten verkeer en parkeren uitvoerbaar.

5.11 Trilling Kader Voor trillinghinder als gevolg van railverkeer bestaan geen wettelijke normen. In het kader van een goede ruimtelijke ordening moet hier wel aandacht aan worden besteed als er een trillingsbron aanwezig is. Analyse De bouwlocatie is gesitueerd op korte afstand van de splitsing van de spoorlijn MeppelLeeuwarden/Groningen en het station. Op basis van ervaring bij vergelijkbare gebouwen langs het

42

Bestemmingsplan Mulo-locatie

Gemeente Meppel

spoor zullen trillingen vanwege passerende treinen zeker voelbaar kunnen zijn in de toekomstige woningen. Trillingen spelen daarmee mogelijk een relevante rol bij de planontwikkeling en kunnen tot nadere randvoorwaarden bij de verdere uitwerking van de bouwplannen leiden. Inzicht in de optredende trillingen als gevolg van de passerende treinen in de woongebouwen is derhalve wenselijk. In het kader van het bestemmingsplan is door middel van een vooronderzoek een inschatting wordt gemaakt in hoeverre mogelijk knelpunten optreden ten gevolge van trillingen. Een dergelijk vooronderzoek geschiedt op basis van de huidige inzichten. Het vooronderzoek biedt daarbij inzicht in de mogelijke risico's waarbij verder reeds vroegtijdig met bepaalde constructieve aspecten rekening kan worden gehouden. Uit het onderzoek blijkt dat de in het kader van trillinghinder in woningen na te streven waarden zoals aangegeven in de Richtlijn deel B ‘Hinder voor personen in gebouwen door trillingen, meet- en beoordelingsrichtlijn’ van de Stichting Bouwresearch (SBR) van augustus 2006 zullen worden overschreden. Op basis van ervaring is de situatie beoordeeld als technisch oplosbaar. De exacte maatregelen kunnen pas in een later stadium worden gedimensioneerd.

Middels deze maatregelen kan een acceptabel woon- en leefklimaat worden gewaarborgd zodat qua trillingen geen belemmeringen bestaan om het bestemmingsplan vast te stellen. Een eerste onderzoek op basis van het VO van het bouwplan biedt technische oplossingen in de vorm van maatregelen met betrekking tot de fundering of de wanden. Het trillingsonderzoek is als bijlage 11 opgenomen. Conclusie Ten behoeve van het ontwerpbestemmingsplan wordt het effect van spoorwegtrillingen op het voorziene bouwplan getoetst.

5.12 Mer-beoordeling Kader Op 7 juli 2017 is het gewijzigde Besluit m.e.r. in werking getreden. De wijziging van het Besluit m.e.r. volgt uit de implementatie van artikel 1, vierde lid, onder a en b, van Richtlijn 2014/52/EU van de Europese Unie. De artikelen 7.16 tot en met 7.20a van de Wet milieubeheer (Wm) zijn in de nieuwe wetgeving voor alle in het Besluit m.e.r. genoemde activiteiten van de D-lijst van toepassing, waarbij het niet uitmaakt of het een activiteit betreft boven of onder de D-drempel. In het gewijzigde Besluit m.e.r. is de procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling beschreven. Voor elke aanvraag, waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde is, dienen de volgende stappen genomen te worden. 1. De initiatiefnemer stelt een aanmeldingsnotitie op. 2. Het bevoegd gezag neemt binnen 6 weken een m.e.r.-beoordelingsbesluit. 3. De initiatiefnemer voegt het (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsbesluit bij de vergunningaanvraag (Artikel 7.28 Wet milieubeheer).

43

Bestemmingsplan Mulo-locatie

Gemeente Meppel

Vormvrije m.e.r-beoordeling Het besluit tot het verlenen van een omgevingsvergunning heeft betrekking op activiteiten die voorkomen op de D-lijst (D11.2: de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen) uit het Besluit m.e.r. Voor deze activiteit zijn drempelwaarden opgenomen voor de omvang het stedelijke ontwikkelingsproject. Deze drempelwaarden betreffen stedelijke ontwikkelingsprojecten met een omvang van: -

een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied dat 2.000 of meer woningen omvat of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer.

De oppervlakte van de voorgenomen activiteit blijft onder de drempelwaarden van 100 hectare en het bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m². De voorgenomen activiteit voorziet niet in het bouwen van 2.000 of meer woningen. Conclusie De voorgenomen activiteit blijft onder de genoemde drempelwaarden voor stedelijke ontwikkelingsprojecten die voorkomen op de D-lijst van het Besluit m.e.r. Er zijn geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu en daarom hoeft geen milieueffectrapport te worden opgesteld. Ten behoeve van deze onderbouwing is in het kader van dit bestemmingsplan een aanmeldnotitie MER opgenomen. In de aanmeldnotitie zijn de voorgenomen activiteiten en de waarschijnlijke gevolgen van de activiteit voor het milieu beschreven. Het college heeft los van voorliggend bestemmingsplan een besluit over de aanmeldnotitie genomen. De aanmeldnotitie is opgenomen als bijlage 12.

5.13 Conclusie Op basis van voorgaande is aangetoond dat het plan al uitvoerbaar is. Er dient nog nader bodem- en grondwateronderzoek uitgevoerd te worden om de bodemkwaliteit te kunnen bepalen. Op basis van dit onderzoek wordt een saneringsplan opgesteld waar uitvoering aan gegeven wordt. Na uitvoering van het saneringsplan is de bodem geschikt voor het voorziene gebruik. Uit akoestisch onderzoek blijkt dat een deel van het plangebied vraagt om bouwkundige maatregelen om te kunnen voldoen aan railweglawaai. Om dat te borgen is een voorwaardelijke verplichting in het bestemmingsplan opgenomen. Ten aanzien van het aspect water dient een verdere technische uitwerking plaats te vinden van de wijze waarop met extreme buien omgegaan wordt. Deze uitwerking volgt in het kader van de technische uitontwikkeling van het plan.

44

Bestemmingsplan Mulo-locatie

Gemeente Meppel

6. Juridische aspecten 6.1 Algemeen 6.1.1 Wat is een bestemmingsplan Het gemeentelijke bestemmingsplan is een middel waarmee functies aan gronden worden toegekend. Het gaat dus om het toekennen van gebruiksmogelijkheden. Vanuit de Wet ruimtelijke ordening volgt een belangrijk principe: het gaat om toelatingsplanologie. De grondgebruiker (eigenaar, huurder et cetera) mag de functie uitoefenen die het bestemmingsplan toestaat. Een afgeleide van de gebruiksregels in het bestemmingsplan zijn regels voor bebouwing (omgevingsvergunning voor het bouwen) en regels voor het verrichten van 'werken' (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden). Een bestemmingsplan regelt daarom: -

het toegestane gebruik van gronden (en de bouwwerken en gebouwen); het bebouwen van de gronden; het verrichten van werken (aanleggen).

6.1.2 Over bestemmen, dubbel bestemmen en aanduiden Op de verbeelding wordt aangegeven welke bestemming gronden hebben. Dit gebeurt via een (enkel)bestemming. De gronden met een bepaalde bestemming zijn begrensd door het bestemmingsvlak. Voor het op de verbeelding aangegeven bestemmingsvlak gelden de gebruiksmogelijkheden zoals die in de bijbehorende regels worden gegeven. Aanvullend daarop kunnen de toegekende gebruiksmogelijkheden op twee manieren verder worden ingevuld: -

-

Via een dubbelbestemming. Een dubbelbestemming is, zoals de naam al zegt, een bestemming die ook aan de gronden wordt toegekend. Voor gronden kunnen dus meerdere bestemmingen gelden. Er geldt altijd één 'enkel' bestemming (dat is dé bestemming) en daarnaast soms een dubbelbestemming (soms zelfs meerdere). In de regels van de dubbelbestemming wordt omschreven wat voor de onderliggende gronden geldt aan extra bepalingen in aanvulling, of ter beperking, van de mogelijkheden van de onderliggende bestemmingen. Via een aanduiding. Een aanduiding is een vlak of een teken op de ruimtelijke verbeelding van het plan. Bij het vlak kan het gaan om een functieaanduiding. Het teken kan bestaan uit een lijn, een figuur, of een lettercode et cetera. Via een aanduiding wordt in de regels 'iets' geregeld. Dat 'iets' kan betrekking hebben op extra mogelijkheden en/of beperkingen voor het gebruik en/of de bebouwing. De (on)mogelijkheden van aangeduide gebieden kunnen zijn geregeld in een bestemmingsregel, in meerdere bestemmingsregels, maar ook in een eigen regel in de Algemene aanduidingsregels.

Een toelichting op de in dit bestemmingsplan opgenomen enkel- en dubbelbestemmingen en opgenomen aanduidingen staat in paragraaf 5.2.

6.1.3 Hoofdstukindeling van de regels De regels zijn verdeeld over vier hoofdstukken: -

Inleidende regels. In dit hoofdstuk worden begrippen verklaard die in de regels worden gebruikt (artikel 1). Dit gebeurt om een eenduidige uitleg en toepassing van de regels te 45

Bestemmingsplan Mulo-locatie

-

-

-

Gemeente Meppel

waarborgen. Ook is de manier waarop gemeten moet worden bij het toepassen van de regels (artikel 2) bepaald. De inhoudelijke opzet van deze regels wordt deels voorgeschreven in de SVBP2012. Bestemmingsregels. In dit tweede hoofdstuk zijn de regels van de bestemmingen opgenomen. Hierbij is een landelijk een hiërarchie afgesproken, waarbij eerst de enkelbestemmingen (alfabetisch) aan de orde komen en vervolgens de dubbelbestemmingen (ook alfabetisch). Per bestemming geven de bestemmingsomschrijving en de (specifieke) gebruiksregels aanwijzingen voor het gebruik. De bouwregels geven per bestemming aanwijzingen voor het bouwen van gebouwen, bijgebouwen, aan- en uitbouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde. Eventueel zijn hierbij flexibiliteitsbepalingen - mogelijkheden voor afwijken met een omgevingsvergunning en/of wijzigingsbevoegdheden - opgenomen. Daarnaast kan het voorkomen dat een bestemming voorzien is van een omgevingsvergunningstelsel. Dit bepaalt bijvoorbeeld welke werken en/of werkzaamheden alleen mogelijk zijn na verlening van een omgevingsvergunning. Vaak zijn de flexibiliteitsbepalingen en het omgevingsvergunningstelsel gekoppeld aan randvoorwaarden en/of eisen waaraan voldaan moet worden. Algemene regels. In dit hoofdstuk zijn regels opgenomen met een algemeen karakter. Deze gelden in principe voor het hele plangebied.

Het zijn achtereenvolgens een antidubbeltelbepaling, algemene bouwregels, algemene gebruiksregels, algemene aanduidingsregels en algemene afwijkingsregels. Overgangs- en slotregels. In het laatste hoofdstuk zijn het overgangsrecht en de slotregel opgenomen. Hoewel het hier in feite algemene regels betreft, zijn deze vanwege hun meer bijzondere karakter in een apart hoofdstuk opgenomen. De inhoudelijke opzet van deze regels wordt deels voorgeschreven in het Besluit ruimtelijke ordening en de geldende SVBP.

6.2 Dit bestemmingsplan Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting (met bijbehorende bijlagen). De verbeelding en de regels vormen tezamen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide plandelen worden in onderlinge samenhang bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar vormt een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting van dit bestemmingsplan geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Tot slot is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan. Inhoudelijke opzet Door de gemeente Meppel is een handboek opgesteld. Dit handboek vormt de basis voor de inhoudelijke opzet van de regels en verbeelding van dit bestemmingsplan. Dit met dien verstande dat de uitgangspunten van de (voorheen) geldende bestemmingsplannen zo veel mogelijk gehandhaafd zijn. Dit komt de vergelijkbaarheid ten goede met de regelgeving in de omgeving van het voorliggende plangebied . Regels -

De opbouw van de regels van de verschillende bestemmingen is overal hetzelfde, deze is als volgt:

46

Bestemmingsplan Mulo-locatie

-

-

-

-

-

Gemeente Meppel

Bestemmingsomschrijving: In dit onderdeel worden de toegestane doeleinden en het toegestane gebruik omschreven. Bouwregels: Hierin worden de regels voor wat betreft het bouwen uitgewerkt. Nadere eisen: In deze bepaling is opgenomen dat Burgemeester en Wethouders nadere eisen kunnen stellen inzake de plaats en afmeting van gebouwen, bijvoorbeeld in het kader van een goede woonsituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid of de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. Deze bepaling maakt het mogelijk voor het gemeentebestuur om waar nodig sturing te geven aan de ruimtelijke ontwikkeling. Afwijking bouwregels: In dit onderdeel kan bij omgevingsvergunning worden afgeweken van de bouwregels, waarmee ruimere bouwmogelijkheden kunnen worden gegeven. Specifieke gebruiksregels: In dit onderdeel kunnen enkele specifieke ongewenste gebruiksmogelijkheden uitgesloten, zoals zelfstandige bewoning van bijgebouwen en stortplaatsen. Afwijking van de gebruiksregels: In dit onderdeel zijn mogelijkheden voor het bij omgevingsvergunning afwijken van de gebruiksregels opgenomen, bijvoorbeeld voor het toestaan van aan huis gebonden bedrijven. Wijzigingsbevoegdheid: In dit onderdeel kunnen mogelijkheden op worden genomen voor het wijzigen van de bestemming. In dit bestemmingsplan is geen wijzigingsbevoegdheid opgenomen.

Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden: Dit onderdeel (de voormalige aanlegvergunning) is alleen van toepassing voor de dubbelbestemmingen voor archeologie.

Verbeelding -

-

Voor de vormgeving van de verbeelding geldt een aantal uitgangspunten. Zo worden de kaarten in kleur opgezet, waarbij de kleuren worden ondersteund met een letteraanduiding. De kleuren en letters zijn afgestemd op de kleur en letteraanduiding in de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen 2012 (SVBP 2012). De schaal van de analoge kaarten is 1:1.000. Ten behoeve van de gebruiksvriendelijkheid en digitale raadpleegbaarheid wordt waar mogelijk informatie op de verbeelding gezet (bouwvlakken, goot-/bouwhoogten, eventueel bebouwingspercentages).

6.3 Regels De regels in dit bestemmingsplan zijn opgezet aan de hand van hetgeen hiervoor is beschreven. De enige bestemming binnen het plangebied is 'Wonen'. Wonen De toekomstige woonpercelen zijn voorzien van een woonbestemming. Binnen de bestemming zijn bouwvlakken opgenomen, waarbinnen is aangeduid hoeveel woningen mogen worden gebouwd. De maximale bouwhoogte van de bebouwing verschilt, evenals het aantal woningen, per bouwvlak. Aan huis verbonden beroepen zijn, onder voorwaarden, mogelijk. Ter plaatse van bouwblok 1 is een voorwaardelijke verplichting opgenomen waarin is opgenomen dat bij de aanvraag omgevingsvergunning voor de bouw aangetoond moet worden dat het plan akoestisch uitvoerbaar is. Deze voorwaardelijke verplichting vloeit voort uit het uitgevoerde akoestisch onderzoek waaruit een hoge geluidbelasting op de gevel naar voren kwam ten gevolge van railverkeerslawaai. 47

Bestemmingsplan Mulo-locatie

Gemeente Meppel

Groen Naast een woonbestemming kent de locatie aan de randen van het plangebied, op de grens met openbaar gebied, een groenbestemming ter bescherming van de groenstructuur.

6.4 Verbeelding Voor de vormgeving van de verbeelding geldt een aantal uitgangspunten die als volgt luiden: -

-

De kaarten worden in kleur opgezet waarbij de kleuren worden ondersteund met een letteraanduiding (bijvoorbeeld B- bedrijventerrein) een en ander afgestemd op de kleur en letteraanduiding in de SVBP2012. De schaal van de kaarten is 1: 1.000. Ten behoeve van de gebruiksvriendelijkheid en digitale raadpleegbaarheid wordt waar mogelijk informatie op de kaart gezet (bouwvlakken, goot-/bouwhoogten, bebouwingspercentages).

In dit bestemmingsplan zijn deze vormgevende uitgangspunten toegepast. Dit bestemmingsplan biedt een nieuwe regeling waarbij aangesloten wordt op bestaande regelingen voor omliggende gebieden. Daarbij worden het handboek en de SVBP2012 als basis voor de regeling aangehouden.

48

Bestemmingsplan Mulo-locatie

Gemeente Meppel

7. Uitvoerbaarheid 7.1 Algemeen Conform artikel 3.1.6 van het Bro dient bij de voorbereiding van een ruimtelijke procedure onderzoek te worden ingesteld naar de uitvoerbaarheid van het plan. Bij de uitvoering van een plan kan in zijn algemeenheid onderscheid worden gemaakt tussen de maatschappelijke uitvoerbaarheid en de economische uitvoerbaarheid. Bij maatschappelijke uitvoerbaarheid gaat het er om hoe de verwezenlijking door de maatschappij (overheid en burgers samen) wordt gedragen. Bij het tweede gaat het om de kosten en andere economische aspecten die met de verwezenlijking van het plan samenhangen. Tevens is in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) geregeld dat in het kader van een ruimtelijk plan voor bepaalde bouwplannen de grondexploitatieregeling van toepassing is.

7.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Om te achterhalen of dit bestemmingsplan maatschappelijk uitvoerbaar is, wordt de bestemmingsplanprocedure doorlopen. Tijdens en voorafgaand aan deze procedure zijn verschillende momenten waarop burgers en instanties hebben gereageerd en kunnen reageren op het plan, namelijk; inspraak, overleg, zienswijzen en tot slot beroep. De uitkomsten hiervan kunnen ook nog nieuwe niet voorziene uitgangspunten voor het bestemmingsplan geven. De bestemmingsplanprocedure ziet er globaal als volgt uit:

7.2.1 Voorontwerpbestemmingsplan In de bestemmingsplanprocedure wordt het verplicht overleg te voeren met verschillende van belang zijnde instanties. Dit is geregeld in artikel 3.1.1 van het Bro. Het houden van inspraak is niet verplicht. De gemeente Meppel hecht er echter waarde aan en heeft in haar Inspraakverordening opgenomen dat een inspraakperiode van zes weken in een bestemmingsplanprocedure wenselijk is.

7.2.2 Ontwerpbestemmingsplan Het ontwerpbestemmingsplan wordt gedurende zes weken ter inzage gelegen. Tijdens deze periode wordt eenieder in de gelegenheid gesteld om een zienswijze in te dienen (artikel 3.8 Wro). Eventueel ingediende zienswijzen worden door de gemeenteraad voorzien van een antwoord. De eventuele zienswijzen kunnen leiden tot wijzigingen in dit bestemmingsplan.

7.2.3 Vastgesteld bestemmingsplan Het bestemmingsplan wordt, al dan niet gewijzigd, vastgesteld. Het besluit tot vaststelling wordt gepubliceerd en het bestemmingsplan ligt zes weken ter inzage. Tijdens die periode bestaat de mogelijkheid beroep in te stellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

7.3 Economische uitvoerbaarheid Onderliggend initiatief wordt uitgevoerd op risico van commerciële partijen en een woningcorporatie. Alle kosten die verbonden zijn aan de uitvoering van het initiatief zijn voor rekening van deze initiatiefnemers. Partijen hebben aan de gemeente inzichtelijk gemaakt dat het plan economisch uitvoerbaar is. In het kader van onderliggend bestemmingsplan is een anterieure overeenkomst gesloten tussen de initiatiefnemers en de gemeente.

49

Bestemmingsplan Mulo-locatie

Gemeente Meppel

8. Procedure 8.1 Vooroverleg en inspraak Van 10 september tot en met 21 oktober 2020 heeft het voorontwerp van het bestemmingsplan voor een periode van zes weken ter inzage gelegen voor inspraak en overleg. Er zijn twee overlegreacties ontvangen. Daarnaast zijn er drie inspraakreacties ingediend. Alle reacties zijn samengevat en van een gemeentelijke beantwoording voorzien in de reactienota inspraak en overleg (bijlage 13). Het bestemmingsplan is op een aantal onderdelen gewijzigd ten opzichte van het voorontwerp: -

Er is een trillingsonderzoek uitgevoerd. De resultaten zijn als bijlage van de toelichting van het bestemmingsplan opgenomen; Er is onderzoek uitgevoerd naar de verkeerskundige effecten van het plan. Dit onderzoek is als bijlage van de toelichting opgenomen; Er is een beeldkwaliteitplan opgesteld en als voorwaardelijke verplichting aan de regels van het bestemmingsplan gekoppeld. Tevens is dit beeldkwaliteitplan als bijlage gekoppeld aan de toelichting van het bestemmingsplan.

8.2 Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan heeft met ingang van 29 december 2021 voor de duur van zes weken voor eenieder ter inzage gelegen. Tegen het ontwerpbestemmingsplan zijn zes zienswijzen ingediend. Alle zienswijzen zijn samengevat en van een gemeentelijke beantwoording voorzien in de Nota van Zienswijzen (bijlage 14). De zienswijzen hebben niet geleid tot aanpassingen van het plan.

50

Bestemmingsplan Mulo-locatie

Gemeente Meppel

Bijlagen Bijlage 1. Beeldkwaliteitplan

51

Bestemmingsplan Mulo-locatie

Gemeente Meppel

Bijlage 2. Quickscan ecologie

52

Bestemmingsplan Mulo-locatie

Gemeente Meppel

Bijlage 3. AERIUS – berekening

53

Bestemmingsplan Mulo-locatie

Gemeente Meppel

Bijlage 4. Verkennend bodemonderzoek

54

Bestemmingsplan Mulo-locatie

Gemeente Meppel

Bijlage 5a. Akoestisch onderzoek weg- en spoorweglawaai

55

Bestemmingsplan Mulo-locatie

Gemeente Meppel

Bijlage 5b. Toets punten spoorweglawaai

56

Bestemmingsplan Mulo-locatie

Gemeente Meppel

Bijlage 6. Digitale watertoets

57

Bestemmingsplan Mulo-locatie

Gemeente Meppel

Bijlage 7. Uitgangspuntennotitie waterschap

58

Bestemmingsplan Mulo-locatie

Gemeente Meppel

Bijlage 8. Principe-uitwerking riolering

59

Bestemmingsplan Mulo-locatie

Gemeente Meppel

Bijlage 9. Onderzoek externe veiligheid

60

Bestemmingsplan Mulo-locatie

Gemeente Meppel

Bijlage 10. Analyse verkeer en parkeren

61

Bestemmingsplan Mulo-locatie

Gemeente Meppel

Bijlage 11. Onderzoek trillingen

62

Bestemmingsplan Mulo-locatie

Gemeente Meppel

Bijlage 12. Vormvrije m.e.r.-beoordeling (aanmeldnotitie)

63

Bestemmingsplan Mulo-locatie

Gemeente Meppel

Bijlage 13 Nota inspraak en overleg

64

Bestemmingsplan Mulo-locatie

Gemeente Meppel

Bijlage 14 Nota van zienswijzen

65

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meppel&id=260f737f-925c-4507-a6f5-ab4444fb6a18