Bestemmingsplan 'Meppel - Noord III' toelichting
Tekst van het document
3.3.5 Duurzaam Energie Plan De gemeente Meppel heeft op 12 oktober 2011 het Duurzaam Energie Plan 'Van klimaatgevoelig naar klimaatrobuust' vastgesteld. De gemeente Meppel heeft de ambitie om op enig moment CO2-neutraal te zijn. Het Duurzaam Energie Plan beschrijft hoe de gemeente dit wil gaan realiseren, beginnend met de periode 2011-2020. Klimaatbeleid vanuit de gemeente met betrekking tot nieuwbouw moet een regisserende functie inhouden. Dit geldt ook bij energiebesparingsbeleid voor bedrijven en bestaande
vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Meppel - Noord III
- 34 -
bouw. De gemeente staat dicht bij marktpartijen en kan daardoor innoverende projecten stimuleren met behulp van andere partijen. Deze projecten geven een stimulans aan de markt en maken de weg vrij voor andere innoverende en duurzame projecten binnen de gemeente. Dit betekent dat de gemeente als initiator aan tafel gaat zitten bij nieuwbouwplannen. De gemeente stimuleert hierbij energiebesparing en duurzame energievoorziening, waarbij duurzaamheid in de brede zin ook aan bod kan komen. De gemeente is stimulator en intermediair; veelal is energie en duurzaamheid bij nieuwbouw een achtergebleven onderwerp omdat er al veel andere onderwerpen op de agenda staan. Door deze onderwerpen vanaf het begin erbij te betrekken, worden ze een logisch en integraal onderwerp bij de bouw. De ambitie is om de nieuwe gebouwen zo energiezuinig mogelijk op te leveren, binnen de financiële mogelijkheden van het project.
3.3.6 Programma Duurzaamheid De gemeente Meppel heeft in december 2020 het programma Duurzaamheid vastgesteld. Het programma omvat de inzet op vier hoofdpijlers: energietransitie, klimaatadaptatie, grondstoffeninzameling, circulaire economie en de twee algemene thema’s biodiversiteit en gezond leefmilieu. Deze onderwerpen hebben veel gemeenschappelijk. Voor de vier hoofdpijlers zijn lange termijn doelen gesteld die een actieve rol vragen van de gemeente.
Figuur 3.5: Doelen en inspanningen Programma duurzaamheid gemeente Meppel Zoals beschreven is de ambitie om de nieuwe gebouwen zo energie/ duurzaam mogelijk op te leveren. Onder de huidige wetgeving (Wro) is het niet mogelijk om dit vast te leggen in het bestemmingsplan. Om bij de ambities aan te sluiten, wordt het bedrijventerrein niet aangesloten op het gas. Tevens worden bedrijven door middel van het ontwikkelplan (Bijlage 1) geïnspireerd en gemotiveerd om 'groen' te doen. Tevens wordt binnen het plangebied nieuw oppervlaktewater gerealiseerd. Regenwater die binnen het plangebied wordt opgevangen, wordt afgevoerd naar dit oppervlaktewater. Hemelwater wordt dus niet versneld afgevoerd waardoor een duurzame klimaat adaptatie ontstaat.
vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Meppel - Noord III
- 35 -
3.3.7 Beleidsvisie externe veiligheid Op 15 januari 2009 heeft de gemeenteraad de Beleidsvisie Externe Veiligheid Gemeente Meppel vastgesteld. Dit beleid is in 2014 geactualiseerd. Het doel van de beleidsvisie is om een duidelijk kader te geven voor het omgaan met risico's en externe veiligheid. De visie geeft aan waar ontwikkelingen mogelijk zijn en onder welke voorwaarden. De visie behandelt externe veiligheid rond inrichtingen, transportroutes en buisleidingen. In paragraaf 4.9 wordt meer concreet ingegaan op het aspect externe veiligheid in het plangebied. Woonwijken Het beleid is gericht op het bieden van een zo veilig mogelijke woonomgeving. Dit betekent dat in woonwijken geen bedrijven toegelaten worden die een extern veiligheidsrisico veroorzaken. In dit bestemmingsplan worden geen bedrijven mogelijk gemaakt die een veiligheidsrisico veroorzaken. Transportzones spoor, weg en water Over Meppeler grondgebied worden gevaarlijke stoffen vervoerd per schip, per spoor en over de weg. De volgende transportroutes hebben een directe doorwerking op het plangebied: transport over de A32; transport over de A28. Voor de A28 en A32 is met het Besluit externe veiligheid transportroutes naast de al vastgelegde veiligheidszones ook het plasbrandaandachtsgebied (PAG) worden vastgelegd. Dit is een zone van 30 meter aan weerszijden van deze wegen.
Deze lopen over het plangebied heen en hebben hierop invloed. Nieuwe transportroutes voor gevaarlijke stoffen mogen niet mogelijk worden gemaakt. Hieraan is in het plangebied geen behoefte, dit is daarom ook niet van toepassing. In het huidige beleid van de gemeente zijn geen specifieke routes voor het vervoer van gevaarlijke stoffen door en langs de gemeente Meppel aangegeven. Het uitgangspunt is de bestaande situatie. Zoals aangegeven is het vervoer van gevaarlijke stoffen over de snelweg A32 en de A28 van belang voor het plangebied. Rond deze routes is sprake van risicocontouren, waarover meer is opgenomen in paragraaf 4.9. Het transport van gevaarlijke stoffen over de genoemde wegen wordt niet expliciet in dit bestemmingsplan geregeld. De wet- en regelgeving regelt hiervoor voldoende.
3.3.8 Beleid archeologie Het archeologisch beleid van de gemeente Meppel is verwoord in de archeologische beleidskaart. Voor Noord III zijn de volgende waarden aanwezig: voor een gedeelte geldt een lage archeologische verwachting (lichtgroen). Het gaat hier om lager gelegen, natte delen. Voor deze locatie geldt een onderzoeksgrens van
vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Meppel - Noord III
- 36 -
10 hectare. Dit houdt in dat voor deze delen geen bezwaren zijn tegen eventuele bodemingrepen; een middelhoge archeologische verwachting (licht oranje). Deze verwachting is gebaseerd op het feit dat het ligt in een gebied met zandgrond. Het vastgestelde beleid voor dit deel is dat bij ingrepen groter dan 1.000 m² en dieper dan 30 cm archeologisch onderzoek verplicht is. Dit bestaat in eerste instantie uit een bureauonderzoek gevolgd door een veldonderzoek. Bij lineaire elementen tot 5 m breed is dit een archeologische begeleiding van de werkzaamheden; een middelhoge archeologische verwachting (lichtpaars) Deze verwachting is gebaseerd op het feit dat het ligt in een gebied met veengrond. Het vastgestelde beleid voor dit deel is dat bij ingrepen groter dan 1.000 m² en dieper dan 30 cm archeologisch onderzoek verplicht is. Dit bestaat in eerste instantie uit een bureauonderzoek, gevolgd door een veldonderzoek. Bij lineaire elementen tot 5 m breed is dit een archeologische begeleiding van de werkzaamheden. Voor het gehele plangebied is een archeologisch onderzoek uitgevoerd, paragraaf 4.4.1 gaat hier nader op in. De dubbelbestemming die in het huidige bestemmingsplan is opgenomen komt op basis van deze onderzoeken te vervallen.
Figuur 3.5: Fragment archeologische beleidskaart
vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Meppel - Noord III
- 37 -
Hoofdstuk 4 4.1
Planologische randvoorwaarden
Vormvrije m.e.r.-beoordeling/M ilieueffectrapportage Beleid en normstelling In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het omgevingsvergunning planmer-plichtig, projectmer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Daarnaast dient het bevoegd gezag bij de betreffende activiteiten die niet aan de bijbehorende drempelwaarden voldoen, na te gaan of sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen: de kenmerken van de projecten; de plaats van de projecten; de kenmerken van de potentiële effecten. Onderzoek en conclusie Op basis van categorie D11.3 van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage is het vaststellen van een bestemmingsplan voor de aanleg van een bedrijventerrein van 75 hectare of meer een m.e.r.-beoordelingsplichtig besluit. Het voornemen betreft de realisatie van bedrijventerrein Noord III met een oppervlak van 19 hectare. Het gebied wordt een regulier bedrijventerrein. Uitgangspunt is dat daar bedrijven tot en met milieucategorie 3.2 mogen worden gevestigd. De ontwikkeling valt ruim onder de drempelwaarde van 75 hectare.
Dit betekent dat geen sprake is van een m.e.r.-beoordeling, maar van een zogenaamde 'vormvrije m.e.r.-beoordeling'. Op basis hiervan neemt het college van burgemeester en wethouders een m.e.r.-beoordelingsbeslissing waarin wordt aangegeven of een volledige m.e.r.-procedure doorlopen dient te worden. De vormvrije m.e.r.-beoordeling is toegevoegd in bijlage 17.
4.2
Bodem In algemene zin geldt dat bij nieuwe ontwikkelingen onderzocht moet worden of de bodem verontreinigd is en wat voor gevolgen een eventuele bodemverontreiniging heeft voor de uitvoerbaarheid van het plan. In het kader van een nieuw bestemmingsplan dient te worden aangetoond dat de bodem geschikt is (of geschikt te maken is) voor de nieuwe of aangepaste bestemming. Dit vloeit voort uit artikel 3.1.6 Besluit ruimtelijke ordening (Bro). De bodemkwaliteit kan namelijk van invloed zijn op de beoogde functie van het plangebied. Een nieuwe bestemming mag pas worden opgenomen als is aangetoond dat de bodem geschikt (of geschikt te maken) is voor de nieuwe of aangepaste bestemming. Wanneer (een deel van) de bodem in het plangebied verontreinigd is, moet worden aangetoond dat het bestemmingsplan, rekening houdend met de kosten van sanering, financieel uitvoerbaar is.
vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Meppel - Noord III
- 38 -
Onderzoek en conclusie Voor de beoogde ontwikkeling is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is opgenomen in bijlage 7. Uit de conclusie van het onderzoekt blijkt dat het aspect bodem geen belemmeringen voor de beoogde bedrijfsmatige bestemming vormt. De grond is op indicatieve wijze aanvullend onderzocht op PFAS. De gehalten PFAS voldoen aan de Achtergrondwaarde uit het Handelingskader. Aanbevolen wordt om grond die vrijkomt bij graafwerkzaamheden te hergebruiken binnen het project. Indien dit niet mogelijk is kan de grond op basis van dit rapport worden afgevoerd naar een grondbank of -depot. Als de grond wordt afgevoerd voor hergebruik elders, is (normaliter) eerst een partijkeuring nodig conform het Besluit Bodemkwaliteit Indien besloten wordt de huidige watergang in het midden van het plangebied te verleggen is in het kader van bodemkwaliteit op die specifieke plek naderonderzoek noodzakelijk.
4.3
Ecologie Bij elk ruimtelijk plan dient, met het oog op de natuurbescherming, rekening te worden gehouden met de Wet natuurbescherming. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in gebiedsbescherming en soortenbescherming.
4.3.1 Gebiedsbescherming Met betrekking tot gebiedsbescherming is de ligging van de aangewezen Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland (NNN-gebieden) van belang. Natura 2000- gebieden Tijdens de bureaustudie, die is opgenomen in de quickscan Wet natuurbescherming, zie hiervoor bijlage 8, zijn geen vormen van gebiedsbescherming naar voren gekomen die direct betrekking hebben op het plangebied. Het plangebied valt niet onder de EHS/NNN of Natura 2000 en is niet aangewezen als ganzenfoerageergebied of weidevogelgebied. Op basis van bekende verstoringsafstanden tot maximaal 1.500 meter (Krijgsveld et al., 2022, Vegte et al., 2014; Broekmeyer et al. 2014) en de afstanden tot de meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden (circa vier kilometer), is geen sprake van (tijdelijke) verstoring op Natura 2000-gebieden. Echter, doordat het onduidelijk is wat er exact aan werkzaamheden in het plangebied plaats gaan vinden, is niet uit te sluiten dat stikstofdepositie een effect kan gaan hebben op het op circa 4 km afstand gelegen Natura 2000-gebied De Wieden. Stikstofdepositie Om te berekenen hoe hoog de stikstofdepositie op Natura 2000-gebied zal zijn als gevolg van de ontwikkeling, is met AERIUS een berekening uitgevoerd. Deze berekening is bijgevoegd als bijlage 9. De gebruiksfase van het bedrijventerrein leidt in de 'duurzame variant' niet tot een toename
vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Meppel - Noord III
- 39 -
in de stikstofdepositie op enig Natura 2000-gebied. De 'standaardvariant' leidt wel tot een toename in de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Om dit te borgen zijn in de planregels regels opgenomen. Bij de aanlegfase van het bedrijventerrein wordt niet een toename in de stikstofdepositie op enige Natura 2000-gebied verwacht. Tijdens de aanlegfase wordt zelfs een afname verwacht ten opzichte van het huidige gebruik. Daarom kan worden gesteld dat het bestemmingsplan inpasbaar is vanuit het aspect stikstofdepositie, mits wordt gekozen voor de duurzame variant. Natuurnetwerk Nederland Het dichtstbijzijnde NNN-gebied ligt aan de overzijde van de Oude Vaart, op circa 30 meter afstand. Het plangebied ligt buiten het NNN en hanteert de provincie Drenthe geen externe werking ten aanzien van het NNN (Provincie Drenthe, 2021). Vervolgstappen ten aanzien van het NNN zijn niet aan de orde. Houtopstanden Binnen het plangebied wordt vooralsnog geen opgaand groen of bomen verwijderd.Gezien de ligging van het plangebied binnen de bebouwde kom geldt de Wet natuurbescherming houtopstanden niet. In geval van kap dient te worden nagegaan of de te kappen bomen staan vermeld op de gemeentelijke lijst met monumentale bomen en/of de Groene Kaart
4.3.2 Soortenbescherming Op grond van de Wet natuurbescherming geldt een algemeen verbod voor het verstoren en vernietigen van beschermde plantensoorten, beschermde diersoorten en hun vaste rust- of verblijfplaatsen. Onder voorwaarden is ontheffing van deze verbodsbepalingen mogelijk. Voor soorten die vermeld staan in Bijlage IV van de Habitatrichtlijn en een aantal Rode Lijst-soorten zijn deze voorwaarden zeer streng. Voor het plangebied is een ecologische quickscan uitgevoerd. De resultaten van dit onderzoek zijn als bijlage 8 bij de toelichting toegevoegd. Uit de quickscan Wet natuurbescherming ten aanzien van soortenbescherming wordt het volgende geconcludeerd: Het plangebied biedt geschikt broedgelegenheid voor (niet jaarrond beschermde) vogels. Tijdens de veldinspectie zijn in het plangebied geen nesten van jaarrond beschermde vogels waargenomen. Indien werkzaamheden na dit broedseizoen (> 1 maart 2023) worden uitgevoerd, is een aanvullende check nodig. Binnen en in de directe omgeving van het plangebied kunnen ook algemene vogelsoorten tot broeden komen. Aantasting en verstoring dient voorkomen te worden. Verblijfplaatsen van vleermuizen zijn vanwege het ontbreken van geschikte openingen/holtes en de gladde buitenzijde van het transformatorhuisje uitgesloten. Ook de bomen rond het plangebied bevatten geen holtes of scheuren.
De eikenlaan (Jaagpad), groenzone langs het spoor en de vaarten (Oude Vaart en Drentsche Hoofdvaart) langs het plangebied vormen geschikte vliegroutes voor
vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Meppel - Noord III
- 40 -
vleermuizen. De functionaliteit ervan dient behouden te blijven. Mogelijk vormt het plangebied onderdeel van het foerageergebied van vleermuizen. Dit betreft echter geen essentieel leefgebied en de ontwikkeling heeft geen negatief effect op de functionaliteit ervan. Mogelijk zijn in groenzone langs het spoor verblijfplaatsen van steenmarter, das, otter, waterspitsmuis en ringslang aanwezig. Deze spoorzone ligt buiten het plangebied. Indien werkzaamheden in de spoorzone plaatsvinden, is nader onderzoek naar aanwezigheid van deze soorten nodig Een deel van de aanwezige watergangen/greppels vormt geschikt biotoop voor grote modderkruiper en waterspitsmuis. Afhankelijk van de locaties en de werkzaamheden is aantasting mogelijk aan de orde en is nader onderzoek naar het voorkomen van grote modderkuiper en waterspitsmuis nodig. Groei- en verblijfplaatsen van beschermde overige grondgebonden zoogdieren, flora, amfibieën, vissen, reptielen en ongewervelden zijn gezien de terreinkenmerken, habitateisen en bekende verspreidingsgegevens uitgesloten. In het plangebied zijn enkele algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren en amfibieën te verwachten. Voor deze soorten geldt een vrijstelling van de verbodsartikelen. Conclusie Met de beoogde ontwikkeling blijft het bestaande groen en water rondom het plangebied behouden. Wel worden deze groenstructuren versterkt.
Rondom het plangebied wordt een groene zone van minimaal 25 meter of groter gerealiseerd. Het huidige groen, de bomenlaan, blijft hier behouden. Langs het spoor is een ruige vegetatie geconstateerd. Ook dit groen en water blijft in het kader van biodiversiteit behouden. Dit geldt eveneens voor de kwelsloten aan de noord- en zuidzijde van het plangebied. De nieuwe ontsluiting ten behoeve van het bedrijventerrein wordt aan de noordzijde aangesloten op het Jaagpad. De definitieve ontsluiting op het Jaagpad is nog niet bekend, hierdoor is het ook nog niet duidelijk of en welke bomen er eventueel gekapt moeten worden. Het aanvullende onderzoek moet op basis van de definitieve ontsluiting worden uitgevoerd en voordat bomen worden gekapt. Met inachtneming van voldoende en adequate mitigerende en compenserende maatregelen mag in alle redelijkheid worden verwacht dat een eventueel benodigde ontheffing voor beschermde soorten zal worden verleend. De uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan is daarom niet in het geding.
vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Meppel - Noord III
- 41 -
4.4
Archeologie en cultuurhistorie Per 1 juli 2016 is de Monumentenwet 1988 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze op 1 juli 2022 in werking treedt. Dit geldt ook voor de verordeningen, de bestemmingsplannen, de vergunningen en de ontheffingen op het gebied van archeologie. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. In de wet zijn archeologische resten beschermd. Wanneer de bodem wordt verstoord, moeten archeologische resten intact blijven. Als dit niet mogelijk is, is opgraving een optie. Om inzicht te krijgen in de kans op het aantreffen van archeologische resten in bepaalde gebieden zijn op basis van historisch onderzoek archeologische verwachtingskaarten op
4.4.1 Archeologie De gemeente Meppel heeft een archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart beschikbaar. Daarmee heeft de gemeente Meppel een instrument in handen op basis waarvan zij op een verantwoorde manier met haar bodemarchief kan omgaan. Het beleid geeft een indicatie van de trefkans voor archeologische waarden. Op hoofdlijnen worden drie verwachtingszones onderscheiden: lage verwachting, middelhoge verwachting en hoge verwachting. Voor een heel klein deel van het plangebied, de noordhoek, geldt een dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3'. Volgens de beleidskaart archeologie is sprake van een middelhoge archeologische verwachting. Het overige gedeelte van het plangebied heeft geen archeologische verwachting. Voor het plangebied geldt dat bij ingrepen groter dan 1.000 m² onderzoek nodig is. Daarom is voor de beoogde ontwikkeling een bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is opgenomen in bijlage 11 bij de toelichting. Uit het booronderzoek blijkt dat in het plangebied een oude meander aanwezig is. Indien hier bodemverstorende werkzaamheden plaatsvinden, is vervolgonderzoek aan de orde. Dit vervolgonderzoek is reeds uitgevoerd. Dit onderzoek is opgenomen 13 bij de toelichting. Tijdens het karterend booronderzoek zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen.
Daarom kan worden aangenomen dat in het plangebied geen archeologische resten aanwezig zijn. Op basis van de resultaten van het veldonderzoek wordt geadviseerd geen archeologisch vervolgonderzoek in het plangebied uit te voeren en het plangebied vrij te geven voor het aspect archeologie. Het is op basis hiervan dan ook niet nodig om de dubbelbestemming voor archeologie, zoals die was opgenomen in het hiervoor geldende bestemmingsplan, op te nemen. Mochten tijdens de werkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, of resten waarvan redelijkerwijze kan worden vermoed dat het om archeologische resten gaat, dan geldt op grond van de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. Dit kan bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE, www.cultureelerfgoed).
vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Meppel - Noord III
- 42 -
4.4.2 Cultuurhistorie In het plangebied zijn geen Rijks- en gemeentelijke monumenten aanwezig. Ook zijn er geen karakteristieke panden. De Drentsche Hoofdvaart is aangewezen als een gebied waar de cultuurhistorische samenhang groot is. De Drentsche Hoofdvaart vormt een zelfstandige beelddrager met de inrichting van kanaal en verwante bebouwing, en is als lijn in het noorden de drager van de veenkoloniale lintdorpstructuur, en in het zuiden ondergeschikt aan het omringende esdorpenlandschap. Ten aanzien van de Drentsche Hoofdvaart wordt gestuurd op het versterken van het karakter als beelddrager van een ensemble van kanaal, sluis- en brugcomplexen en gerelateerde bebouwing. Met de beoogde ontwikkeling worden werkzaamheden voorgesteld in de directe nabijheid van het kanaal. Ter hoogte van het kanaal komt een zone van 40 meter waar geen bebouwing wordt voorgesteld. Ook blijft de beeldbepalende bomenlaan behouden. Het aspect cultuurhistorie vormt geen belemmering voor de ontwikkeling.
4.5
Geluid Het toetsingskader voor geluid is opgenomen in de Wet geluidhinder. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in geluid afkomstig van gezoneerde wegen (niet 30 km/uur-wegen), spoorwegen en industrie. Er is een systematiek van voorkeursgrenswaarden en maximale grenswaarden. De geluidsnormen gelden voor woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen gelegen binnen de geluidszone van een (spoor)weg of gezoneerd industrieterrein. Wegverkeerslawaai Rond het plangebied zijn wegen aanwezig waarvoor een wettelijk geluidszone geldt. Het gaat daarbij in ieder geval om de wegen waarop een snelheid van meer dan 30 km/uur is toegestaan. Langs het plangebied loopt de rijkssnelweg A32. Hiervoor geldt een geluidszone van 200 meter. Industrielawaai Een geluidszone wordt vastgesteld rond industrieterreinen waar inrichtingen zijn gevestigd die 'in belangrijke mate geluidshinder kunnen veroorzaken' zoals bedoeld in de Wet geluidhinder (Wgh). Dergelijke bedrijven worden in de volksmond ook wel 'grote lawaaimakers' genoemd. In dat kader is in het verleden voor het bedrijventerrein Noord II een geluidszone vastgesteld Op grond van de wet behoort het gebied tussen het industrieterrein zelf en de buitengrens van de zone tot de geluidszone. Het industrieterrein zelf maakt dus geen deel uit van de geluidszone.
Buiten een geluidszone mag de geluidsbelasting als gevolg van het betreffende industrieterrein niet meer dan 50 dB(A) bedragen. Voor woningen op het gezoneerde industrieterrein zelf gelden geen geluidsnormen. Het transformatorstation heeft een elektrisch vermogen van meer dan 200 MVA. Conform
vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Meppel - Noord III
- 43 -
het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer in het kader van de Wet geluidhinder geldt er een geluidzoneringsplicht. De locatie waarop het transformatorstation wordt gerealiseerd dient daarom in het ruimtelijk plan te worden aangemerkt als een gezoneerd industrieterrein. Rondom dit gebied dient vervolgens, conform artikel 40 van de Wet geluidhinder (Wgh) een zone te worden vastgesteld waarbuiten de geluidbelasting vanwege dat terrein de waarde van 50 dB(A) niet mag overschrijden. In dit kader is voor het beoogde transformatorstation een inrichtingslawaai onderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is opgenomen in bijlage 10. Op basis van dit onderzoek is de geluidszone bepaald. In figuur 4.1 is de 50dB(A) contour inclusief 5dB toeslag weergeven. Binnen deze nieuwe geluidscontour zijn geen geluidsgevoelige objecten gelegen. Een ontheffing van de Wet geluidhinder vis daarom niet noodzakelijk. Voor dit gebied is in het bestemmingsplan de gebiedsaanduiding 'geluidzone - industrie' opgenomen.
vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Meppel - Noord III
- 44 -
Figuur 4.1 Nieuwe geluidszone (rode lijn) Toetsing In het plangebied worden, met uitzondering van het transformatiestation, geen geluidsgevoelige objecten gerealiseerd. In de omgeving van het plangebied zijn ook geen geluidsgevoelige objecten of functies aanwezig. Het aspect geluid vormt geen belemmering voor de ontwikkeling.
vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Meppel - Noord III
- 45 -
4.6
Waterhuishouding Sinds 1 november 2003 is de toepassing van de watertoets wettelijk verplicht door de verankering in het Besluit op de ruimtelijke ordening 1985. De watertoets heeft betrekking op alle grond- en oppervlaktewateren en behandelt alle van belang zijnde waterhuishoudkundige aspecten (naast veiligheid en wateroverlast ook bijvoorbeeld waterkwaliteit en verdroging). De watertoets is een belangrijk procesinstrument om het belang van water een evenwichtige plaats te geven in de ruimtelijke ordening. Uit de waterparagraaf blijkt de betrokkenheid van de waterbeheerder in het planproces en de wijze waarop het wateradvies van de waterbeheerder is meegenomen in de uitwerking van het plan. Beleid duurzaam stedelijk waterbeheer Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding, allen met als doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief en kwantitatief). Deze paragraaf geeft een overzicht van de voor het plangebied relevante nota's, waarbij het beleid van het waterschap nader wordt behandeld. Europa: Kaderrichtlijn Water (KRW). Nationaal: Nationaal Waterplan (NW); Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW); Bestuursakkoord Klimaatadaptatie en Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie; Waterwet. Provinciaal: Regionaal waterplan Drenthe als onderdeel van Provinciale Omgevingsvisie Drenthe; Provinciale Omgevingsverordening Drenthe.
Waterschapsbeleid In het waterbeheerplan 2016-2021 is de koers beschreven hoe het waterschap Drents-Overijsselse Delta de komende periode gaat zorgen voor een goede bescherming tegen hoog water, een goed functionerend regionaal watersysteem en het zuiveren van afvalwater. Het waterschap heeft het plan vormgegeven in dialoog en samenwerking met de waterschappen Rijn en IJssel en Vechtstromen, die naast Drents Overijsselse Delta deel uitmaken van het stroomgebied Rijn-Oost. Ook provincies en gemeenten zijn hierbij betrokken geweest. Het werk van het waterschap draagt eraan bij dat iedereen op een veilige, gezonde, prettige en duurzame manier met water kan leven. Met de aanwezige middelen en mogelijkheden werkt het waterschap aan een duurzame ontwikkeling van het stedelijk en landelijk gebied.
vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Meppel - Noord III
- 46 -
Watertoets Het bestemmingsplan is voorgelegd aan het waterschap voor de watertoets. Uit de standaard gegenereerde toetsresultaten blijkt dat voor het plangebied een normale procedure nodig is (bijlage 14) Het waterschap heeft geadviseerd om de uitgangspunten van het waterschap op te nemen in de toelichting. Op basis van deze uitgangspunten is hieronder beschreven hoe in het plan wordt omgegaan met deze uitgangspunten. Het plangebied heeft een oppervlakte van 27 hectare. In dit gebied wordt circa 19 hectare aan bedrijventerrein toegestaan. Naast de bedrijfspercelen wordt binnen het plangebied een hoofdontsluiting gerealiseerd. Voor de toename aan verharding geldt dat minimaal 10% van verharding gecompenseerd moet worden. Uitgaande dat de volle 19 hectare wordt verhard en er 1 ha, aan ontsluitingsweg wordt gerealiseerd, komt dit neer op 2 hectare watercompensatie. Zoals weergeven in figuur 2.2 (paragraaf 2.2.2) wordt het gebied grenzend aan de Rijkssnelweg gereserveerd voor (oppervlakte)water. Dit gebied heeft een oppervlak van 2 tot 3 hectare . Daarmee wordt voldaan aan de voorwaarde van 10% watercompensatie. Waterhuishouding Hemelwater moet zo dicht mogelijk bij het afvoerend oppervlak worden vastgehouden en geïnfiltreerd.
De oriëntatie en stromingsrichting door de infiltratievoorzieningen moet van noord naar zuid georiënteerd zijn, om het zuidelijk gelegen beekdal zoveel mogelijk via het grondwater van water te voorzien. Indien een centrale waterbergingsvoorziening wordt gerealiseerd, moet deze zo dicht mogelijk tegen het beekdal aan gepositioneerd worden. Hemelwater afkomstig van de nieuwe bedrijfspercelen wordt afgevoerd naar het oppervlaktewater, dat binnen het plangebied wordt gerealiseerd. Hiervoor moet binnen het plangebied een goed af watersysteem worden aangelegd. Afvalwaterketen en riolering Conform de Leidraad Riolering en vigerend waterschapsbeleid is het voor nieuwbouw gewenst een gescheiden rioleringsstelsel aan te leggen zodat schoon hemelwater niet bij een rioolzuiveringsinstallatie terecht komt. Afvalwater wordt aangesloten op de bestaande gemeentelijke riolering. Voor hemelwater wordt de volgende voorkeursvolgorde aangehouden: hemelwater vasthouden voor benutting; (in)filtratie van afstromend hemelwater; afstromend hemelwater afvoeren naar oppervlaktewater; afstromend hemelwater afvoeren naar RWZI. De capaciteit van het huidige rioolstelsel en de rioolwaterzuiveringsinstallatie vormt een punt van aandacht. In het gebied is nog geen afvalwatersysteem. Met de realisatie van het gebied wordt een nieuw riool aangelegd.
vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Meppel - Noord III
- 47 -
Watersysteemkwaliteit en ecologie Ter voorkoming van diffuse verontreinigingen van water en bodem is het van belang om duurzame, niet uitloogbare materialen te gebruiken, zowel gedurende de bouw- als de gebruiksfase. Met de inrichting van het terrein zal geen gebruik worden gemaakt van exoten die de waterkwaliteit en -kwantiteit negatief kunnen beïnvloeden. Veiligheid en waterkeringen De ontwikkeling heeft geen invloed op de waterveiligheid in de omgeving. De Drentsche Hoofdvaart en de Oude Vaart vormen de noordelijke en zuidelijke grens van het plangebied. Deze wateren zijn nog niet aangewezen als overige of regionale waterkering. De kans is groot dat dit in de nabije toekomst wel het geval is. Daarom wordt aan de noordelijke en zuidelijke grens van het plangebied een zone van minimaal 25 m vrij gehouden, zodat hier in de toekomst een waterkering kan worden gerealiseerd. Waterbeheer Voor aanpassingen aan het bestaande watersysteem dient bij het waterschap vergunning te worden aangevraagd op grond van de 'Keur'. Dit geldt dus bijvoorbeeld voor het graven van nieuwe watergangen, het aanbrengen van een stuw of het afvoeren van hemelwater naar het oppervlaktewater. In de Keur is ook geregeld dat een beschermingszone voor watergangen en waterkeringen in acht dient te worden genomen.
Dit betekent dat binnen de beschermingszone niet zonder ontheffing van het waterschap gebouwd, geplant of opgeslagen mag worden. De genoemde bepaling beoogt te voorkomen dat de stabiliteit, het profiel en/of de veiligheid wordt aangetast, de aan- of afvoer en/of de berging van water wordt gehinderd dan wel het onderhoud wordt gehinderd. Ook voor het onderhoud gelden bepalingen uit de 'Keur'. Het onderhoud en de toestand van de (hoofd)watergangen worden tijdens de jaarlijkse schouw gecontroleerd en gehandhaafd. Conclusie De ontwikkeling heeft geen negatieve gevolgen voor het waterhuishoudkundige systeem ter plaatse.
4.7
Luchtkwaliteit Toetsingskader In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van een ruimtelijk plan uit het oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens rekening gehouden met de luchtkwaliteit. Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer. Dit onderdeel van de Wet milieubeheer (Wm) bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk langs wegen vooral de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar- en daggemiddelde) van belang. De grenswaarden van
vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Meppel - Noord III
- 48 -
de laatstgenoemde stoffen zijn in tabel 4.1 weergegeven. Tabel 4.1 Grenswaarden maatgevende stoffen Wm Stof Toetsing van stikstofdioxide (NO2) jaargemiddelde concentratie fijn stof (PM10) jaargemiddelde concentratie 24-uurgemiddelde concentratie fijn stof (PM2,5)
jaargemiddelde concentratie
Grenswaarde 40 µg/m³ 40 µg/m³ max. 35 keer p.j. meer dan 50 µg / m³ 25 µg /m³
Op grond van artikel 5.16 van de Wm kunnen bestuursorganen bevoegdheden die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit onder andere uitoefenen indien de bevoegdheden/ontwikkelingen niet leiden tot een overschrijding van de grenswaarden of de bevoegdheden/ontwikkelingen niet in betekenende mate bijdragen aan de concentratie in de buitenlucht. Van bedrijven die onder het Actiteitenbesluit vallen is beoordeeld dat hun effect op luchtkwaliteit klein is (NIBM). Een beoordeling luchtkwaliteit is dan niet nodig, tenzij het Activiteitenbesluit dat voorschrijft. Een toets luchtkwaliteit is aan de orde als het bedrijf zelf forse emissies heeft, veel extra verkeer veroorzaakt. In onderhavig plan wordt een gasloosbedrijventerrein mogelijk gemaakt. Uitstoot van (fossiele) emissies op het bedrijventerrein zal niet aan de orde zijn. Besluit niet in betekenende mate In dit Besluit niet in betekenende mate is bepaald in welke gevallen een plan vanwege de gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst.
Hierbij worden 2 situaties onderscheiden: een plan heeft een effect van minder dan 3% van de jaargemiddelde grenswaarde NO2 en PM10 (= 1,2 µg/m³); een plan valt in een categorie die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden; deze categorieën betreffen onder andere woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg en 3.000 woningen bij twee ontsluitingswegen, kantoorlocaties met een bruto vloeroppervlak van niet meer dan 100.000 m2 bij één ontsluitingsweg en 200.000 m2 bij twee ontsluitingswegen. Onderzoek De beoogde ontwikkeling betreft het realiseren van een bedrijventerrein en leidt tot een toename van verkeer van 1.300 mvt/etmaal (weekdaggemiddelde zoals opgenomen in paragraaf 2.2.4). Het aandeel vrachtwagens bedraagt 15,5 % (200 mvt/etmaal). Middels de NIBM-tool is berekend of de toename niet in betekenende mate is. Tabel 4.2 NIBM-tool
vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Meppel - Noord III
- 49 -
Uit de NIBM-tool blijkt dat deze verkeerstoename zorgt voor een toename van het gehalte stikstof in de lucht van 2,02 µg/m³ en van fijn stof van 0,34 µg/m³ (zie tabel 4,2). De fijn stof toename blijft onder de 1,2 µg/m³, de grens van 1,2 voor N02 wordt overschreden. Uit de NIBM-tool blijkt dat niet zonder meer gesteld kan worden dat de realisatie van het bedrijventerrien niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit. Om de effecten van het bedrijventerrein op de luchtkwaliteit te bepalen is onderzocht wat de concentraties luchtverontreinigende stoffen langs de dichtstbijzijnde weg bedroegen. De dichtstbijzijnde maatgevende weg betreft de Rijkssnelweg A32, ten noorden van het plangebied. Uit de NSL-monitoringstool 2020 blijkt dat in 2020 de jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide en fijn stof langs deze weg ruimschoots onder de grenswaarden lagen. De concentraties luchtverontreinigende stoffen bedroegen in 2020; 15,5 µg/m³ voor NO2, 15.4 µg/m³ voor PM10 en 8.8 µg/m³ voor PM2,5. De jaargemiddelde waarden voor stikstof zijn dermate laag dat een zeer lichte toename van 2,02 µg/m³ stikstof acceptabel is. Het aantal overschrijdingsdagen van de 24-uur gemiddelde concentratie PM10 lag op 6 dagen.
De concentratie N02 zal toenemen tot 17,52 µg/m³ (15,5 + 2,02), de bijdrage van het plan leidt derhalve niet tot overschrijding van de grenswaarden zoals opgenomen in tabel 4.2. Hierdoor is er ter plaatste van het projectgebied sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Het aspect luchtkwaliteit staat de beoogde ontwikkeling niet in de weg. Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling in het plangebied. Ter plaatse van het plangebied is er sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Meppel - Noord III
- 50 -
4.8
Kabels en leidingen Toetsingskader Bij de uitvoering van ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de aanwezigheid van elektriciteit- en communicatiekabels en nutsleidingen in de grond. Hier gelden beperkingen voor ingrepen in de bodem. Daarnaast zijn zones, bijvoorbeeld rondom hoogspanningsverbindingen, straalpaden en radarsystemen van belang. Deze vragen vaak om het beperken van gevoelige functies of van de hoogte van bouwwerken. Voor ruimtelijke plannen zijn alleen de hoofdleidingen van belang. De kleinere, lokale leidingen worden bij de uitvoering door middel van een Klic-melding in kaart gebracht. Toetsing In het plangebied zijn drie planologisch relevante leidingen gelegen. Het betreft twee ondergrondse aardgasleidingen en een bovengrondse hoogspanningsverbinding. Deze kabels en leidingen zijn in het vigerende bestemmingsplan beschermd door middel van dubbelbestemmingen. In dit plan worden deze dubbelbestemmingen en bescherming overgenomen. Ter plaatse van deze dubbelbestemmingen worden geen gebouwen toegestaan, de ligging van de bouwvlakken binnen de bestemming 'Bedrijventerrein' is hierop afgestemd.
4.9
Externe veiligheid Toetsingskader Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's die ontstaan voor de omgeving bij het gebruik, de opslag en het vervoer van gevaarlijke stoffen, zoals vuurwerk, lpg en munitie. Het externe veiligheidsbeleid richt zich op het beperken van de risico's voor de burger door bovengenoemde activiteiten. Hiertoe zijn risico's gekwantificeerd, namelijk door middel van het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Het plaatsgebonden risico (PR) is de berekende kans per jaar, dat een persoon overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval bij een risicobron, aangenomen dat hij op die plaats permanent en onbeschermd verblijft. Het groepsrisico (GR) is de kans dat een groep mensen overlijdt door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het GR moet worden gezien als een maat voor maatschappelijke ontwrichting. De normen voor externe veiligheid zijn vastgelegd in onder andere het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), het Besluit externe veiligheid transportroutes (BEVT) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Toetsing Volgens de risicokaart zijn er in de directe omgeving van het plangebied geen risicovolle inrichtingen aanwezig. Wel vindt vervoer van gevaarlijke stoffen plaats over de weg en door buisleidingen. In het noordelijke deel van het plangebied lopen twee aardgasleidingen van de NAM.
Daarnaast vindt over de Rijkssnelweg transport van gevaarlijke stoffen plaats.
vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Meppel - Noord III
- 51 -
Er is door RUD contact gezocht met de NAM vanwege de twee gasleidingen NM-000773 en de NM-000775. Op de plankaart (ruimtelijke plannen) hebben beide gasleidingen de Dubbelbestemming ‘Leiding-Gas’. De meest noordelijk gasleiding (NM-000773) is sinds enige tijd buiten gebruik, vandaar dat er voor externe veiligheid ook niet aan gerekend hoeft te worden. Echter het zakelijk recht (belemmerende strook van 2x 5 meter) van de NM-000773 blijft gelden. De mogelijkheid bestaat dat deze buiten gebruik zijnde gasleiding weer in gebruik kan worden genomen. Bij invulling van dat stuk bedrijventerrein waarover deze gasleiding loopt dient men rekening te houden met dat zakelijk recht. Het plangebied vindt zich niet in de PR10-6-contour. Wel bevindt het plangebied zich binnen het invloedsgebied van het GR van de twee gasleidingen en de A32. Om de hoogte van het GR te bepalen, is het uitvoeren van een kwantitatieve risicoanalyse (QRA) noodzakelijk. In het kader van externe veiligheid is een onderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is opgenomen in bijlage 15 bij de toelichting. Plaatsgebonden en groepsrisico. Uit dit onderzoekt blijkt dat het plaatsgebonden risico van de A32 en de N371 geen belemmering vormen voor de ontwikkeling van het plangebied. Het groepsrisico in zowel de huidige als toekomstige situatie is kleiner dan 10% van de oriëntatiewaarde.
Het groepsrisico hoeft niet verder te worden verantwoord. Wel dient het bestuur van de veiligheidsregio in de gelegenheid te worden gesteld om advies uit te brengen. In de toelichting bij het besluit dient in elk geval in te worden gegaan op de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp en de mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen indien een ramp zich voordoet. Voor de twee hogedruk gasleidingen die door plangebied lopen, is een beperkte verantwoording van het groepsrisico opgesteld. In een beperkte verantwoording van het groepsrisico hoeven slechts vier zaken aan de orde te komen, namelijk: a. De personendichtheid in het invloedsgebied van de buisleidingen. b. De hoogte van het groepsrisico. c. De bestrijdbaarheid. d. De zelfredzaamheid. In overleg met de veiligheidsregio worden bovenstaande onderdelen verantwoord. Multi-fuel tankstation Zoals beschreven in paragraaf 2.2.2 is de wens om in het noordelijke deel van het plangebied een tankstation te maken. In het onderzoek naar externe veiligheid bijlage 15, zijn de mogelijkheden voor dit tankstation in combinatie met LPG en waterstof onderzocht. Zoals beschreven in paragraaf 2.2.2 is besloten de brandstoffen LPG en waterstof niet mogelijk te maken. Met als gevolg dat externe veiligheid voor deze onderdelen is komen te vervallen. Verantwoording groepsrisico
vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Meppel - Noord III
- 52 -
De veiligheidsregio Drenthe heeft voor onderhavige ontwikkeling het groepsrisico verantwoord, deze verantwoording is opgenomen in bijlage 16. Met inachtneming van voogestelde maatregelen of advies, zoals beschreven in bijlage 16, staat de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan niet in het geding.
4.10 Bedrijven en milieuhinder In het kader van een goede ruimtelijke ordening is ruimtelijke afstemming tussen bedrijfsactiviteiten, voorzieningen en gevoelige functies (woningen) noodzakelijk. Bij deze afstemming kan gebruik worden gemaakt van de richtafstanden uit de basiszoneringslijst van de VNG-brochure Bedrijven en milieuzonering (2009). Een richtafstand kan worden beschouwd als de afstand waarbij onaanvaardbare milieuhinder als gevolg van bedrijfsactiviteiten redelijkerwijs kan worden uitgesloten. Voor agrarische bedrijven gelden specifieke regels op basis van de Wet geurhinder en veehouderij of Activiteitenbesluit. Toetsing Ter plaatse van het plangebied is nagegaan welke milieucategorieën mogelijk zijn (1 tot 6) op basis van inwaartse zonering. Bij inwaartse zonering wordt vanuit de gevoelige functie een beschermende bufferzone gecreëerd. Dit kan tot gevolg hebben dat bij de invulling van een bedrijventerrein minder belastende activiteiten op kleine afstand en meer belastende activiteiten op grotere afstand worden toegelaten. In figuur 4.1 is een kaart met de milieuzonering opgenomen. Op het grootste deel van het plangebied kunnen bedrijven tot en met milieucategorie 5.2 worden toegestaan, maar er zijn ook delen waar de maximale milieucategorie 5.1 en 4.2 bedraagt.
In het plangebied worden bedrijven tot en met milieucategorie 3.2 toegestaan, een stuk lager dan zou kunnen. Hiermee wordt ruim voldaan aan de door de VNG gestelde richtafstanden ten opzichte van gevoelige objecten.
vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Meppel - Noord III
- 53 -
Figuur 4.2: Inwaartse zonering Ten aanzien van het aspect geluid is een bedrijventerrein geen geluidsgevoelige functie in het kader van de Wet geluidhinder. Op het zuidelijke deel van het plangebied rust de gebiedsaanduiding 'geluidszone-industrie'. Op deze gronden mogen geen nieuwe woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen worden gebouwd. Het bedrijventerrein zal geen geluidsgevoelige functies omvatten, bedrijfswoningen worden ook niet toegestaan.
vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Meppel - Noord III
- 54 -
Hoofdstuk 5
Juridische aspecten
In dit hoofdstuk staat een toelichting op de juridische regeling van dit bestemmingsplan. In paragraaf 5.1 staat een algemene toelichting op de betekenis en opbouw van het bestemmingsplan en de achtergronden daarvan. In paragraaf 5.2 wordt de bestemmingsregeling van dit bestemmingsplan toegelicht.
5.1
Algemeen Het bestemmingsplan voldoet aan alle vereisten die zijn opgenomen in de Wet ruimtelijke ordening (Wro), het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Het voldoet aan de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012. Door de gemeente Meppel is een handboek opgesteld. Dit handboek vormt de basis voor de inhoudelijke opzet van de regels en de verbeelding van dit bestemmingsplan, met dien verstande dat de uitgangspunten van de (voorheen) geldende bestemmingsplannen zo veel mogelijk gehandhaafd zijn. Dit komt de vergelijkbaarheid ten goede met de regelgeving in de omgeving van het voorliggende plangebied. Het bestemmingsplan regelt de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden van de gronden in het plangebied. De juridische regeling is vervat in een verbeelding en bijbehorende regels. Op de verbeelding zijn de bestemmingen vastgelegd, in de regels zijn (per bestemming) de bouw- en gebruiksmogelijkheden opgenomen.
5.2
Regels Door de gemeente Meppel is een handboek opgesteld. Dit handboek vormt de basis voor de inhoudelijke opzet van de regels en de verbeelding van onderhavig bestemmingsplan. Regels De opbouw van de regels van de verschillende bestemmingen is overal hetzelfde, deze is als volgt. Bestemmingsomschrijving: In dit onderdeel worden de toegestane doeleinden en het toegestane gebruik omschreven. Bouwregels: Hierin worden de regels voor wat betreft het bouwen uitgewerkt. Nadere eisen: In deze bepaling is opgenomen dat burgemeester en wethouders nadere eisen kunnen stellen inzake de plaats en afmeting van gebouwen, bijvoorbeeld in het kader van een goede woonsituatie, de sociale veiligheid of de gebruiksmogelijkheden van de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden. Deze bepaling maakt het mogelijk voor het gemeentebestuur om waar nodig sturing te geven aan de ruimtelijke ontwikkeling. Afwijking bouwregels: In dit onderdeel kan bij omgevingsvergunning worden afgeweken van de bouwregels, waarmee ruimere bouwmogelijkheden kunnen worden gegeven. Specifieke gebruiksregels: In dit onderdeel worden enkele specifieke ongewenste gebruiksmogelijkheden uitgesloten, zoals zelfstandige bewoning van bijgebouwen,
vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Meppel - Noord III
- 55 -
stortplaatsen en detailhandel. Afwijking van de gebruiksregels: In dit onderdeel zijn mogelijkheden voor het bij omgevingsvergunning afwijken van de gebruiksregels opgenomen, bijvoorbeeld voor het toestaan van aan-huis-gebonden bedrijven. Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden: Dit onderdeel (de voormalige aanlegvergunning) is alleen van toepassing voor de dubbelbestemmingen voor archeologie. Enkelbestemming Artikel 3 Bedrijventerrein De gronden met de globale bestemming Bedrijventerrein zijn bestemd voor bedrijven in de milieucategorieën 1, 2, 3.1 en 3.2, zoals opgenomen in de Staat van Bedrijfsactiviteiten. Deze bedrijvenlijst is als bijlage 1 opgenomen in de planregels. In de planregels is de vestiging van m.e.r.-(beoordelings)plichtige bedrijven op het bedrijventerrein specifiek niet toegestaan. De gebouwen die voor de bedrijven gebouwd mogen worden, moeten binnen de aangeduide bouwvlakken worden gebouwd. De regeling voor de exacte plaatsing van de bedrijfsgebouwen is daarbij flexibel. Op de bedrijfspercelen zijn, naast nutsvoorzieningen, ook vormen van kleinschalige duurzame energiewinning en opslag van energie toegestaan.
Het gaat bij het laatste om kleinschalige perceelsgebonden bronnen, waarbij weinig tot geen schadelijke milieueffecten optreden bij winning en omzetting en waarvan de bronnen in onuitputtelijke hoeveelheden beschikbaar zijn, zoals zon, wind, water, biomassa, aard- en omgevingswarmte. De gronden zijn ook bestemd voor wegen, straten en paden en nutsvoorzieningen. Onder nutsvoorzieningen valt ook de aansluiting op de warmteleidingen. Daarnaast zijn ook groenvoorzieningen en water toegestaan. Tot slot zijn parkeervoorzieningen mogelijk, zowel op eigen terrein als in het openbare gebied. Ondergeschikte kantoren zijn in de planregels toegestaan, mits deze ten dienste staan van de aanwezige bedrijven. Detailhandel is niet toegestaan; productiegebonden detailhandel is onder voorwaarden enkel met afwijking mogelijk. M.e.r.(beoordelings)-plichtige bedrijven, geluidzoneringsplichtige en risicovolle inrichtingen en/of vuurwerkbedrijven zijn niet toegestaan. Hetzelfde geldt ook voor bedrijfsverzamelgebouwen, horeca, sport- en maatschappelijke voorzieningen. Ter plaatste van de functie aanduiding 'verkooppunt motorbrandstoffen zonder lpg' is tevens een tankstation met elektrisch laden toegestaan. De gronden ten behoeve van het transformatorstation zijn voorzien van de functieaanduiding ‘nutsbedrijf’.
Binnen deze functieaanduiding is tevens een hoogspannings(koppel)station voor het transporteren, verdelen en transformeren van elektrische energie met bijbehorende voorzieningen toegestaan.
vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Meppel - Noord III
- 56 -
Bouwregels Bedrijfsgebouwen en overkappingen zijn binnen de globale bestemming overal binnen het ingetekende bouwvlak toegestaan. In de planregels is de oppervlakte gemaximeerd tot 70% per bouwperceel. De bouwhoogte wordt gemaximeerd op 20 meter. De afstand van de bedrijfsgebouwen tot de wederzijdse perceelsgrenzen dient groter te zijn dan 5 meter. Voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt dat erf- en terreinafscheidingen (hekwerken en schuttingen) niet hoger mogen zijn dan 2,5 meter. De bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, (zoals vlaggenmasten, kranen liften, silo's e.d.) wordt eveneens gemaximeerd. Artikel 4 Groen De bestemming 'Groen' is gelegd op de belangrijkste groenvoorzieningen binnen het plangebied. Binnen de bestemming 'Groen' zijn groenvoorzieningen, parken en plantsoenen toegestaan. Ook is de functie bedoeld voor speelvoorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, voet- en fietspaden alsmede nutsvoorzieningen. Artikel 5 Verkeer Voor de paden en wegen in het plangebied gelden diverse verkeersbestemmingen. De bestemming 'Verkeer' is in beginsel gebruikt voor wegen met een hoofdontsluitingsfunctie. Vanzelfsprekend zijn de bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals (al dan niet ondergrondse) parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen, geluidswerende voorzieningen, nutsvoorzieningen en water toegestaan.
Daarnaast zijn deze gronden bestemd voor (kleinschalige) dagrecreatieve voorzieningen en kleinschalige duurzame energiewinning, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, alsmede voor kunstwerken. Op deze gronden zijn uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toegestaan. De bouwhoogte van lichtmasten mag ten hoogste 15 meter bedragen. Voor alle overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt een maximale bouwhoogte van 6 meter. Artikel 6 Water Deze bestemming is specifiek gelegd op het belangrijkste oppervlaktewater binnen het plangebied. De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor water, waterberging, waterhuishouding en waterlopen, met de daarbij behorende groen-, speel- en kleinschalige dagrecreatieve voorzieningen, alsmede voor kunstwerken. Op de gronden met de bestemming 'Water' mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd. Daarvoor geldt een maximale bouwhoogte van 6 meter. Dubbelbestemmingen Artikel 7 Leiding - Gas De gasleidingen die door het plangebied lopen, zijn voorzien van de dubbelbestemming
vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Meppel - Noord III
- 57 -
'Leiding - Gas'. Deze bestemming voorziet in de aanwezigheid van deze functie en in de bescherming ervan door middel van een veiligheidszone op de kaart. Binnen de op de verbeelding aangegeven strook mogen geen gebouwen en bouwwerken worden gebouwd, anders dan ten behoeve van de leidingen. Voor werkzaamheden die schadelijk kunnen zijn voor de leidingen, is een omgevingsvergunningenstelsel opgenomen. Dit voorkomt dat er werkzaamheden plaatsvinden, die schade kunnen veroorzaken aan de gasleiding. Artikel 8 Leiding - Hoogspanningsverbinding De hoogspanningsverbinding die door het gebied loopt is voorzien van de dubbelbestemming Leiding - Hoogspanningsverbinding. Deze bestemming voorziet in de aanwezigheid van deze functie en in de bescherming ervan door middel van een veiligheidszone op de kaart. Binnen deze bestemming geldt dat binnen de op de verbeelding aangegeven strook geen gebouwen en bouwwerken mogen worden gebouwd, anders dan ten behoeve van de hoogspanningsverbinding. De verbinding tussen het nieuwe schakelstation en de bestaande hoogspanningsverbinding is ook voorzien van deze dubbelbestemming.
5.3
Verbeelding Voor de vormgeving van de verbeelding geldt een aantal uitgangspunten. Zo worden de kaarten in kleur opgezet, waarbij de kleuren worden ondersteund met een letteraanduiding. De kleuren en letters zijn afgestemd op de kleur en de letteraanduiding in de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen 2012 (SVBP2012). De schaal van de analoge kaarten is 1:1.000. Ten behoeve van de gebruiksvriendelijkheid en de digitale raadpleegbaarheid wordt waar mogelijk informatie op de verbeelding gezet (bouwvlakken, goot-/bouwhoogtes en eventueel bebouwingspercentages).
vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Meppel - Noord III
- 58 -
Hoofdstuk 6
Uitvoerbaarheid
Wettelijk bestaat de verplichting om inzicht te geven in de uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt in de maatschappelijke en de economische uitvoerbaarheid.
6.1
Economische uitvoerbaarheid
6.1.1 Kostenverhaal Artikel 6.12 lid 2 Wet ruimtelijke ordening (hierna: 'Wro') bepaalt dat de gemeenteraad, als er sprake is van één of meerdere aangewezen bouwplannen, verplicht is een exploitatieplan vast te stellen indien: het verhaal van kosten van grondexploitatie niet anderszins is verzekerd; het bepalen van een tijdvak of fasering als bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, onder c 4°, respectievelijk 5° Wro noodzakelijk is; het stellen van eisen, regels, of een uitwerking van regels als bedoeld in artikel 6.13, tweede lid, respectievelijk b, c of d Wro noodzakelijk is. De gronden in het plangebied zijn door de gemeente Meppel aangekocht. Het kostenverhaal vindt plaats via de gronduitgifte.
6.1.2 Financiële uitvoerbaarheid In aanloop van dit bestemmingsplan is door de gemeenteraad een grondexploitatie vastgesteld. De kosten die gemaakt moeten worden voor de aankoop van de gronden en plankosten worden hierdoor gedekt.
6.2
M aatschappelijke uitvoerbaarheid Om te achterhalen of dit bestemmingsplan maatschappelijk uitvoerbaar is, wordt de bestemmingsplanprocedure doorlopen. Tijdens deze procedure zijn verschillende momenten waarop burgers en instanties kunnen reageren op het plan, namelijk inspraak, overleg, zienswijzen en tot slot beroep. De uitkomsten hiervan kunnen ook nog nieuwe niet voorziene uitgangspunten voor het bestemmingsplan geven. De bestemmingsplanprocedure ziet er al als volgt uit.
6.2.1 Voorontwerpbestemmingsplan Op grond van artikel 3.1.1 Bro is vooroverleg vereist met het waterschap en met de diensten van de provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. In het kader van vooroverleg wordt het bestemmingsplan aan de overlegpartners voorgelegd en is het voorontwerp bestemmingsplan gedurende zes weken voor insprak ter inzage gelegd. Van zes instanties is binnen de gestelde termijn van 6 weken een reactie ontvangen. In de reactienota (zie hiervoor bijlage 18) is een inhoudelijke gemeentelijke reactie op de ingekomen overleg- en inspraakreacties opgenomen. Tevens is een overzicht opgenomen
vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Meppel - Noord III
- 59 -
van de inhoudelijke wijzigingen in het ontwerp van het bestemmingsplan Bedrijventerrein Meppel – Noord III’.
6.2.2 Ontwerpbestemmingsplan Het ontwerpbestemmingsplan heeft gedurende zes weken ter inzage gelegd. Tijdens de terinzagelegging is eenieder in de gelegenheid gesteld om een zienswijze in te dienen (artikel 3.8 Wro). In de reactienota (zie hiervoor bijlage 19) is een inhoudelijke gemeentelijke reactie op de ingekomen zienswijzen opgenomen. De zienswijzen hebben geleid tot aanpassingen van het plan. In bijlage 19 is een overzicht opgenomen van de inhoudelijke wijzigingen van het bestemmingsplan’
6.2.3 Vaststelling Het bestemmingsplan wordt gewijzigd vastgesteld. Het besluit tot vaststelling wordt gepubliceerd en het bestemmingsplan ligt zes weken ter inzage. Tijdens die periode bestaat de mogelijkheid beroep in te stellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Meppel - Noord III