Bestemmingsplan de Hulsen
Tekst van het document
Op basis van een beoordeling van landschappelijke kenmerken kan een goede inschatting gemaakt worden van de functie van het plangebied voor amfibieën en of de uitgevoerde inventarisatie voldoet aan de gestelde eisen voor onderzoek naar deze soorten. Daarbij is tevens rekening gehouden met de ligging van het plangebied ten opzichte van het (normale) verspreidingsgebied van verschillende amfibieënsoorten.
6.3 Resultaten In deze paragraaf worden de resultaten van het veldbezoek gepresenteerd. Alleen soorten die in het plangebied vastgesteld zijn, zeer waarschijnlijk in het plangebied voorkomen of soorten waarvan het plangebied een (essentieel) onderdeel van het functionele leefgebied vormt, worden in deze paragraaf besproken. Vogels Het plangebied behoort tot functioneel leefgebied van verschillende vogelsoorten. Vogels benutten het plangebied als foerageergebied en vermoedelijk nestelen er jaarlijks vogels in het plangebied. Vogels kunnen nestelen in bomen, struiken en dichte vegetatie. Vogelsoorten die mogelijk in het plangebied nestelen zijn merel, zanglijster, winterkoning, heggenmus, roodborst, tjiftjaf, zwartkop en staartmees. Geschikte nestplaatsen voor huismussen en gierzwaluwen ontbreken in het plangebied. In het plangebied en de beplanting direct naast het plangebied zijn geen (potentiële) nesten van roofvogels of uilen waargenomen. Ook vormt het plangebied geen foerageergebied van steenuilen. Door het verwijderen van beplanting tijdens de voortplantingsperiode wordt mogelijk een bezet vogelnest beschadigd en/of vernield. Als gevolg van het vernielen van een bezet vogelnest worden mogelijk eieren beschadigd of vernield of worden (jonge) vogels gedood.
Als gevolg van het bebouwen en verharden van het plangebied neemt de betekenis van het plangebied als foerageergebied voor sommige vogelsoorten af. Te beoordelen activiteit in het kader van de Wnb: - Beplanting verwijderen tijdens de voortplantingsperiode; - Bebouwen en verharden plangebied; Grondgebonden zoogdieren Er zijn in het plangebied geen beschermde grondgebonden zoogdieren waargenomen, maar het plangebied behoort vermoedelijk tot functioneel leefgebied van verschillende algemene- en weinig kritische 15
grondgebonden zoogdiersoorten als egel, haas, konijn, rosse woelmuis, huisspitsmuis, bosmuis en steenmarter. Voorgenoemde soorten benutten het plangebied hoofdzakelijk als foerageergebied, maar mogelijk bezetten huisspitsmuizen en bosmuizen er een vaste rust- en voortplantingsplaats. Deze soorten kunnen een rust- en voortplantingsplaats bezetten in holen en gaten in de grond en onder strooisel en takken en groen(afval). Een geschikte plek voor steenmarters, egels of andere beschermde grondgebonden zoogdieren, ontbreekt in het plangebied. Door het verwijderen van groen(afval) en het uitvoeren van grondverzet wordt mogelijk een grondgebonden zoogdier gedood en wordt mogelijk een vaste rust- en/of voortplantingsplaats beschadigd en vernield. Als gevolg van het bebouwen en verharden van een deel van het plangebied, neemt de geschiktheid van het plangebied als foerageergebied voor grondgebonden zoogdieren af. Te beoordelen activiteit in het kader van de Wnb: - Uitvoeren grondverzet; - Bebouwen en verharden plangebied; Vleermuizen • Verblijfplaatsen Er zijn tijdens het veldbezoek geen vleermuizen waargenomen en er zijn geen aanwijzingen gevonden dat vleermuizen een rust- of voortplantingsplaats in het plangebied bezetten. De bebouwing in het plangebied vormt geen potentiële verblijfplaats voor vleermuizen omdat de bebouwing geen gemetselde buitengevels met luchtspouw heeft.
Ook ontbreken potentiële verblijfplaatsen van vleermuizen zoals een holle ruimte achter een boeiboord, windveer, loodslab, vensterluik, zonnewering of gevelbetimmering. In de bomen in het plangebied ontbreken holen in de stam en een holle ruimte achter schors. Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten wordt geen vleermuis verstoord of gedood en wordt geen vaste rust- of voortplantingsplaats verstoord, beschadigd of vernield. Te beoordelen activiteit in het kader van de Wnb: - Geen; • Foerageergebied Het veldbezoek is uitgevoerd buiten de periode van de dag waarop vleermuizen foerageren, maar op basis van een beoordeling van de inrichting en het gevoerde beheer, wordt het plangebied als een geschikt foerageergebied voor vleermuizen beschouwd. Vermoedelijk foerageren verschillende soorten rond de bebouwing en beplanting in het plangebied. Gelet op de inrichting, het gevoerde beheer en de kleine oppervlakte, wordt het plangebied niet als essentieel foerageergebied voor vleermuizen beschouwd. Als gevolg van het bebouwen en verharden van een deel van het plangebied, neemt de geschiktheid van het plangebied als foerageergebied voor vleermuizen af.
Te beoordelen activiteit in het kader van de Wnb: - Bebouwen en verharden plangebied; • Vliegroute Sommige vleermuissoorten benutten lijnvormige elementen ter geleiding tijdens het foerageren en om van verblijfplaats naar foerageergebied te vliegen (en van foerageergebied naar verblijfplaats). Lijnvormige elementen die benut worden als vliegroute kunnen bestaan uit houtopstanden en wateren, maar ook een rij gevels van woningen. Het plangebied vormt geen verbindende schakel in een lijnvormig landschapselement en maakt daarom geen onderdeel uit van een vliegroute van vleermuizen. Uitvoering van de voorgenomen activiteiten heeft geen negatief effect op vliegroutes van vleermuizen. 16
Te beoordelen activiteit in het kader van de Wnb: - Geen; Amfibieën Tijdens het veldbezoek zijn geen amfibieën waargenomen, maar gelet op de inrichting en het gevoerde beheer, wordt het plangebied als functioneel leefgebied voor verschillende amfibieënsoorten beschouwd. Amfibieën als bruine kikker, kleine watersalamander, bastaardkikker en gewone pad benutten het plangebied als foerageergebied en mogelijk bezetten ze er mogelijk een (winter)rustplaats. Amfibieën kunnen een (winter)rustplaats bezetten in holen en gaten in de grond, onder strooisel en bladeren en onder opgeslagen spullen en/of rommel. Het plangebied wordt niet als functioneel leefgebied van zeldzame amfibieënsoorten als kamsalamander, rugstreeppad of poelkikker beschouwd. Geschikt voortplantingsbiotoop ontbreekt in het plangebied. Door het verwijderen van opgeslagen spullen, rommel en afval en het uitvoeren van grondverzet wordt mogelijk een amfibie gedood en wordt mogelijk een vaste (winter)rustplaats beschadigd en/of vernield. Als gevolg van het bebouwen en verharden van een deel van het plangebied, neemt de geschiktheid van het plangebied als foerageergebied voor amfibieën af. Te beoordelen activiteit in het kader van de Wnb: - Verwijderen opgeslagen spullen, rommel en afval; - Uitvoeren grondverzet; - Bebouwen en verharden plangebied; Overige soorten Er zijn geen andere beschermde soorten aangetroffen.
Het gevoerde beheer en de inrichting maken het onderzoeksgebied tot een ongeschikt functioneel leefgebied voor deze soorten.
6.4 Wettelijke consequenties van de beoogde ingreep Vogels Als gevolg van verwijderen van beplanting tijdens de voortplantingsperiode wordt mogelijk een bezet vogelnest beschadigd en vernield. Van de in het plangebied nestelende soorten is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats. Voor het beschadigen/vernielen van een bezet nest (eieren) of het doden van een vogel kan geen ontheffing van de verbodsbepalingen verkregen worden omdat de voorgenomen activiteit niet als een in de wet genoemd belang wordt beschouwd. Werkzaamheden die kunnen leiden tot het verstoren/vernielen van vogelnesten dienen daarom buiten de voortplantingsperiode van vogels uitgevoerd te worden. De meest geschikte periode om de voorgenomen activiteiten uit te voeren is augustus-februari. Voorgenomen werkzaamheden mogen juridische beschouwd wel plaats vinden tijdens het broedseizoen van vogels, mits geen bezette vogelnesten beschadigd/vernield worden. Indien de voorgenomen activiteiten uitgevoerd worden tijdens de voortplantingsperiode, dient een broedvogelscan uitgevoerd te worden om de aanwezigheid van een bezet vogelnest uit te sluiten. De functie van het plangebied als foerageergebied, is voor de in het plangebied foeragerende vogelsoorten niet beschermd. Wettelijke consequenties in het kader van de Wnb: - Beplanting verwijderen buiten de voortplantingsperiode;
17