CConstaterende datMeppel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan de Hulsen

1 - RAADSVERGADERING 30 juni 2022, gemeente MeppelBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan 'Nijeveen - de Hulsen'27.295 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Het onderzoek dient geïnterpreteerd worden als een inschatting van de verontreinigingssituatie op een bepaald moment. Het is echter op basis van dit onderzoek nooit uit te sluiten dat er lokaal afwijkingen in de bodem voorkomen. Het kan op basis van dit onderzoek niet uitgesloten worden dat zich op de locatie verontreiniging bevindt welke in dit onderzoek niet is aangetroffen/ontdekt. Het uitgevoerde verkennend bodemonderzoek is dan ook indicatief en een momentopname. De resultaten van het onderzoek kunnen minder representatief worden naarmate de tijd verstrijkt. Eventuele toekomstige activiteiten, calamiteiten, sloopwerkzaamheden, bouwrijp maken en/of aanvoer van grond van elders, kunnen de bodemkwaliteit (sterk) beïnvloeden. Tijdens werkzaamheden in de bodem dient men alert te blijven op waarneembare bijzonderheden, die kunnen duiden op eventuele verontreinigingen Het onderzoek is gebaseerd op informatie van derden en het verrichten van een beperkt aantal boringen en analyses, conform de geldende richtlijnen. Hierdoor is het mogelijk dat niet alle informatie is verkregen, dan wel dat niet alle afwijkingen in de bodem zijn geconstateerd.

Sigma Bouw & Milieu aanvaardt derhalve op generlei wijze aansprakelijkheid voor de gevolgen/schade dan wel enige andere indirecte incidentele of gevolgschade welke voortvloeien uit beslissingen welke worden genomen op basis van de onderzoeksresultaten van het onderhavige onderzoek als in de praktijk blijkt dat de verontreinigingssituatie anders is dan in dit onderzoek vermeld.

juni ’21

25

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 De Hulsen naast nr. 7 (perceel H, 1425) te Nijeveen

LITERTUURLIJST 1. Bodemonderzoeksstrategie bij verkennend bodemonderzoek volgens de Nederlandse norm, NEN 5740+A1 (NNI, april 2016). 2. Boringen zijn geplaatst volgens de eisen uit het SIKB-protocol 2001 (vigerende versie). 3. Grondmonsters zijn genomen volgens de eisen uit het SIKB-protocol 2001 (vigerende versie), grondwatermonsters zijn genomen volgens de eisen uit het SIKB-protocol 2002 (vigerende versie). 4. De conservering van monsters in het veld is uitgevoerd volgens de eisen uit de SIKBprotocollen 2001 en 2002 (vigerende versie). 5. Regeling Bodemkwaliteit” (zie vigerende versies op www.wetten.overheid.nl of www.rwsleefomgeving.nl) 6. Circulaire Bodemsanering (zie vigerende versies op www.wetten.overheid.nl of www.rwsleefomgeving.nl) 7. Classificatie van onverharde grondmonsters, NEN 5104, september 1989. 8. Geologische overzichtskaarten van Nederland, Rijks Geologische Dienst, 1995. 9. Grondwaterstromingsstelsels in Nederland, Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, 1989. 10. Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader bodemonderzoek, NEN 5725, (oktober 2017). 11. Bodem-Monsterneming van grondwater, NEN 5744, (NNI maart 2011). 12. NEN 5707+C2; Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond; uitgifte december 2017.

juni ’21

26

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 De Hulsen naast nr. 7 (perceel H, 1425) te Nijeveen

COLOFON opdrachtgever project omvang rapport datum projectleider

: : : : :

Auteur Ing. A.D.M. van Wuykhuyse

juni ’21

Omgevingsrecht Zuidema De Hulsen naast nr. 7 (perceel H, 1425) te Nijeveen 27 blz. 25 juni 2021 ing. A.D.M. van Wuykhuyse

Paraaf

Gecontroleerd door ing. M.J.A. van Wuykhuyse

Paraaf

Datum

Status

25 juni 2021

definitief

27

BIJLAGE 1 TOPOGRAFISCH OVERZICHT jB axIJi F

Adviesgroepen:  Bouw  Milieu

Sigma Bouw & Milieu Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen Tel. (0591) 65 91 28 Fax (0591) 65 93 25 http://www.sigma-bm.nl email: info@sigma-bm.nl

Situatie rond 1900

Situatie rond 1950

Situatie rond 1970

Situatie rond 1980

Situatie rond 1995

Asbestdakenkaart gemeente Meppel

BIJLAGE 3

Foto 1. De Hulsen 7, Nijeveen

Foto 2. De Hulsen 7, Nijeveen

01

Pb 1

gazon / cm -m aaiveld

0 1 50

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, grijs, edelm an

2

-60

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal geel, beige, edelm an 3

100

-120 150

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht grijs, edelm an

150 4 200

250

250

-250

t ype p e ilb u is m e t 1 f ilt e r dat um 2 0 -0 5 -2 0 2 1 boorm eest er H . va n Ku ik

02

gras / cm -m aaiveld

0 1

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, grijs, edelm an

50 2 -80

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal beige, grijs, edelm an

100 3 150

-150 4

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht grijs, edelm an

200

-200

t ype g r on d b or in g dat um 2 0 -0 5 -2 0 2 1 boorm eest er H . va n Ku ik

03

gras / cm -m aaiveld

0 1 50

-50

t ype g r on d b or in g dat um 2 0 -0 5 -2 0 2 1 boorm eest er H . va n Ku ik

bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, grijs, edelm an

H u lse n 7 , N ije ve e n 2 1 -M 9 8 9 2 N EN 5 1 0 4

04

gras / cm -m aaiveld

0 1

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, grijs, edelm an

50

-50

t ype g r on d b or in g dat um 2 0 -0 5 -2 0 2 1 boorm eest er H . va n Ku ik

05

gras / cm -m aaiveld

0 1

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, grijs, edelm an

50

-50

t ype g r on d b or in g dat um 2 0 -0 5 -2 0 2 1 boorm eest er H . va n Ku ik

06

klinker / cm -m aaiveld

0

0

edelm an -5 1 50

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht geel, edelm an -20

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, grijs, edelm an

t ype g r on d b or in g dat um 2 0 -0 5 -2 0 2 1 boorm eest er H . va n Ku ik

-50

07

gras / cm -m aaiveld

0 1

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, grijs, edelm an

50

-50

t ype g r on d b or in g dat um 2 0 -0 5 -2 0 2 1 boorm eest er H . va n Ku ik

08

gras / cm -m aaiveld

0 1 50

-50

t ype g r on d b or in g dat um 2 0 -0 5 -2 0 2 1 boorm eest er H . va n Ku ik

bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, grijs, edelm an

H u lse n 7 , N ije ve e n 2 1 -M 9 8 9 2 N EN 5 1 0 4

PEILBUIS

BORIN G

OLIE OP W ATER REACTIE

num m er

bodem m onst er, geroerd

Geen casing

Zwak

Mat ig

St erk

Uit erst

bodem laag

GEUR IN TEN ISTEIT

bent oniet

grondwat erst and t ijdens boren

bodem m onst er, ongeroerd

filt ergrind

Geen Zeer zwak

Zwak

Mat ig

St erk

bodem laag filt ert raject grondwat erst and

links= cm -m aaiveld recht s= cm + NAP

GRON D SOORTEN

M ATE V AN BIJM EN GIN G

GRIND, grindig (G,g)

zwak - (0-5%)

ZAND, zandig (Z,z)

m at ig - (5-15%)

LEEM, silt ig (L,s)

st erk - (15-50%)

KLEI, kleiig (K,k)

uit erst - (> 50%)

VEEN, hum eus (V,h)

slib

V ERH ARD IN GEN

GRAD ATIE Z AN D

asfalt , bet on, klinkers, t egels st elconplaat , ondoordringbare laag

uf = uit erst fijn (63-105 um ) zf = zeer fijn (105-150 um ) m f = m at ig fijn (150-210 um ) m g = m at ig grof (210-300 um ) zg = zeer grof (300-420 um ) ug = uit erst grof (420-2000 um )

OV ERIG

GRAD ATIE GRIN D

bodem vreem de best andsdelen aanwezig

f = fijn (2-5.6 m m ) m g = m at ig grof (5.6-16 m m ) zg = zeer grof (16-63 m m )

wat er

BESCH RIJV IN G BOD EM LAAG pid = fot o ionisat ie det ect or bv = bodem vocht ow = olie op wat er

Zeer st erk

BIJLAGE 4 ANALYSECERTIFICATEN

Sigma Bouw en Milieu T.a.v. Bodem-Sigma Phileas Foggstraat 153 7825 AW EMMEN

Uw kenmerk : 21-M9892-Hulsen 7 Nijeveen Ons kenmerk : Project 1193731 Validatieref. : 1193731_certificaat_v1 Opdrachtverificatiecode : MBTD-STAO-WZXF-PIWE Bijlage(n) : 2 tabel(len) + 2 oliechromatogram(men) + 2 bijlage(n)

Amsterdam, 31 mei 2021 Hierbij zend ik u de resultaten van het laboratoriumonderzoek dat op uw verzoek is uitgevoerd in de door u aangeboden monsters. De resultaten hebben uitsluitend betrekking op de monsters, zoals die door u voor analyse ter beschikking werden gesteld. Het onderzoek is, met uitzondering van eventueel uitbesteed onderzoek, uitgevoerd door Eurofins Omegam volgens de methoden zoals ze zijn vastgelegd in het geldende accreditatie-certificaat L086 en/of in de bundel "Analysevoorschriften Eurofins Omegam". De in dit onderzoek uitgevoerde onderzoeksmethoden van de geaccrediteerde analyses zijn in een aparte bijlage als onderdeel van dit analyse-certificaat opgenomen. De methoden zijn, voor zover mogelijk, ontleend aan de accreditatieprogramma's/schema's en NEN- EN- en/of ISO-voorschriften. Ik wijs u erop dat het analyse-certificaat alleen in zijn geheel mag worden gereproduceerd. Ik vertrouw erop uw opdracht volledig en naar tevredenheid te hebben uitgevoerd. Heeft u naar aanleiding van deze rapportage nog vragen, dan verzoek ik u contact op te nemen met onze klantenservice. Hoogachtend, namens Eurofins Omegam,

Ing. J. Tukker Manager productie

Op dit certificaat zijn onze algemene voorwaarden van toepassing. Dit analyse-certificaat mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd.

Eurofins Omegam B.V. H.J.E. Wenckebachweg 120 NL-1114 AD Amsterdam-Duivendrecht Nederland

T +31-(0)20-597 66 80 CSOmegam@eurofins.com www.eurofins.nl

IBAN NL 16 BNPA 0227667980 BIC BNPANL2A BTW nr. NL8139.67.132.B01 KvK nr. 34215654

Tabel 1 van 2 ANALYSECERTIFICAAT Projectcode Uw project omschrijving Opdrachtgever

: 1193731 : 21-M9892-Hulsen 7 Nijeveen : Sigma Bouw en Milieu

Uw Monsterreferenties 6743309 = MM1, 01: 0-50, 02: 0-50, 03: 0-50, 04: 0-50 6743310 = MM2, 05: 0-50, 06: 20-50, 07: 0-50, 08: 0-50 6743311 = MM3, 01: 70-120, 01: 150-200, 02: 100-150, 02: 150-200 Opgegeven bemonsteringsdatum Ontvangstdatum opdracht Startdatum Monstercode Uw Matrix

: : : : :

Monstervoorbewerking S AS3000 (steekmonster) S gewicht artefact S soort artefact S voorbewerking AS3000

g

20/05/2021 21/05/2021 21/05/2021 6743309 Grond

20/05/2021 21/05/2021 21/05/2021 6743310 Grond

20/05/2021 21/05/2021 21/05/2021 6743311 Grond

uitgevoerd n.v.t. n.v.t. uitgevoerd

uitgevoerd n.v.t. n.v.t. uitgevoerd

uitgevoerd n.v.t. n.v.t. uitgevoerd

Algemeen onderzoek - fysisch S droge stof % S organische stof (gec. voor lutum) % (m/m ds) S lutumgehalte (pipetmethode) % (m/m ds)

73,1 7,9 <1

79,5 6,9 <1

80,7 0,7 <1

Anorganische parameters - metalen S barium (Ba) mg/kg ds S cadmium (Cd) mg/kg ds S kobalt (Co) mg/kg ds S koper (Cu) mg/kg ds S kwik (Hg) (niet vluchtig) mg/kg ds S lood (Pb) mg/kg ds S molybdeen (Mo) mg/kg ds S nikkel (Ni) mg/kg ds S zink (Zn) mg/kg ds

< 20 < 0,20 < 3,0 < 5,0 < 0,05 < 10 < 1,5 <4 < 20

< 20 < 0,20 < 3,0 < 5,0 < 0,05 12 < 1,5 <4 < 20

< 20 < 0,20 < 3,0 < 5,0 < 0,05 < 10 < 1,5 <4 < 20

Organische parameters - niet aromatisch S minerale olie (florisil clean-up) mg/kg ds

53

63

< 35

Organische parameters - aromatisch Polycyclische koolwaterstoffen: S naftaleen mg/kg ds S fenantreen mg/kg ds S anthraceen mg/kg ds S fluoranteen mg/kg ds S benzo(a)antraceen mg/kg ds S chryseen mg/kg ds S benzo(k)fluoranteen mg/kg ds S benzo(a)pyreen mg/kg ds S benzo(ghi)peryleen mg/kg ds S indeno(1,2,3-cd)pyreen mg/kg ds S som PAK (10) mg/kg ds

< 0,05 < 0,05 < 0,05 < 0,05 < 0,05 < 0,05 < 0,05 < 0,05 < 0,05 < 0,05 0,35

< 0,05 < 0,05 < 0,05 < 0,05 < 0,05 < 0,05 < 0,05 < 0,05 < 0,05 < 0,05 0,35

< 0,05 < 0,05 < 0,05 < 0,05 < 0,05 < 0,05 < 0,05 < 0,05 < 0,05 < 0,05 0,35

Organische parameters - gehalogeneerd Polychloorbifenylen: S PCB -28 mg/kg ds S PCB -52 mg/kg ds S PCB -101 mg/kg ds S PCB -118 mg/kg ds S PCB -138 mg/kg ds S PCB -153 mg/kg ds S PCB -180 mg/kg ds S som PCBs (7) mg/kg ds

< 0,001 < 0,001 < 0,001 < 0,001 < 0,001 < 0,001 < 0,001 0,005

< 0,001 < 0,001 < 0,001 < 0,001 < 0,001 < 0,001 < 0,001 0,005

< 0,001 < 0,001 < 0,001 < 0,001 < 0,001 < 0,001 < 0,001 0,005

Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. - De met een 'Q' gemerkte analyses zijn door RvA geaccrediteerd (registratienummer L086). - De met een 'S' gemerkte analyses zijn door RvA geaccrediteerd (L086) en op basis van het schema AS 3000 erkend. Opdrachtverificatiecode: MBTD-STAO-WZXF-PIWE

Ref.: 1193731_certificaat_v1

Tabel 2 van 2 ANALYSECERTIFICAAT Projectcode Uw project omschrijving Opdrachtgever

: 1193731 : 21-M9892-Hulsen 7 Nijeveen : Sigma Bouw en Milieu

Opmerkingen m.b.t. analyses Opmerking(en) algemeen De volgende informatie is indien van toepassing verstrekt door de opdrachtgever: Project omschrijving, Monsterreferentie(s), Opgegeven bemonsteringsdatum, Matrix, Monsterdiepte, Potnr (Barcode), Veldgegevens, Veldwaarnemingen en Bemonsteringsdata. De opgegeven bemonsteringsdatum kan van invloed zijn op de geldigheid van de resultaten. Organische stof gehalte (gecorrigeerd voor lutum en vrij ijzer in de vorm van Fe2O3) Het organische stofgehalte is gecorrigeerd voor het in het analysecertificaat gerapporteerde lutumgehalte. Indien het lutumgehalte niet is gerapporteerd is de correctie uitgevoerd met een lutumgehalte van 5,4% (gemiddeld lutumgehalte Nederlandse bodem, AS3010/AS3210, prestatieblad organische stofgehalte in grond/waterbodem). Indien het vrij ijzergehalte is bepaald en groter is dan 5 % m/m, is bij de berekening van het organische stof gecorrigeerd voor dat gehalte aan vrij ijzer. Sommatie van concentraties voor groepsparameters De sommatie is uitgevoerd volgens AS3000 paragraaf 2.5.2 en bijlage 3.

Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. Opdrachtverificatiecode: MBTD-STAO-WZXF-PIWE

Ref.: 1193731_certificaat_v1

Oliechromatogram 1 van 2

OLIE-ONDERZOEK Monstercode Uw project omschrijving Uw referentie Methode

: 6743309 : OPID 27160706#21-M9892-Hulsen 7 Nijeveen : MM1, 01: 0-50, 02: 0-50, 03: 0-50, 04: 0-50 : minerale olie (florisil clean-up)

OLIECHROMATOGRAM

➝ oliefractieverdeling OLIEFRACTIEVERDELING 1) 2) 3) 4)

fractie > C10 - C19 fractie C19 - C29 fractie C29 - C35 fractie C35 -< C40

<1 % 19 % 74 % 7%

minerale olie gehalte: 53 mg/kg ds

Minerale olie Interpretatie: raadpleeg voor de typering van de oliesoort de OMEGAM oliebibliotheek. De hoogte van de signalen is geen maat voor de concentratie van de olie in het monster. (Het chromatogram heeft een variabele schaalindeling) Bij een minerale olie gehalte kleiner dan de rapportagegrens worden geen oliefracties weergegeven. Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. Opdrachtverificatiecode: MBTD-STAO-WZXF-PIWE

Ref.: 1193731_certificaat_v1

Oliechromatogram 2 van 2

OLIE-ONDERZOEK Monstercode Uw project omschrijving Uw referentie Methode

: 6743310 : OPID 27160706#21-M9892-Hulsen 7 Nijeveen : MM2, 05: 0-50, 06: 20-50, 07: 0-50, 08: 0-50 : minerale olie (florisil clean-up)

OLIECHROMATOGRAM

➝ oliefractieverdeling OLIEFRACTIEVERDELING 1) 2) 3) 4)

fractie > C10 - C19 fractie C19 - C29 fractie C29 - C35 fractie C35 -< C40

4% 28 % 65 % 3%

minerale olie gehalte: 63 mg/kg ds

Minerale olie Interpretatie: raadpleeg voor de typering van de oliesoort de OMEGAM oliebibliotheek. De hoogte van de signalen is geen maat voor de concentratie van de olie in het monster. (Het chromatogram heeft een variabele schaalindeling) Bij een minerale olie gehalte kleiner dan de rapportagegrens worden geen oliefracties weergegeven. Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. Opdrachtverificatiecode: MBTD-STAO-WZXF-PIWE

Ref.: 1193731_certificaat_v1

Bijlage 1 van 2 ANALYSECERTIFICAAT Projectcode Uw project omschrijving Opdrachtgever

: 1193731 : 21-M9892-Hulsen 7 Nijeveen : Sigma Bouw en Milieu

Barcodeschema's Monstercode Uw referentie

uw monsterref.

uw diepte

uw barcode

6743309

MM1, 01: 0-50, 02: 0-50, 03: 0-50, 04: 0-50

01 02 03 04

0.00-0.50 0.00-0.50 0.00-0.50 0.00-0.50

3750966AA 3750935AA 3750955AA 3751166AA

6743310

MM2, 05: 0-50, 06: 20-50, 07: 0-50, 08: 0-50

05 06 07 08

0.00-0.50 0.20-0.50 0.00-0.50 0.00-0.50

3751204AA 3750930AA 3751206AA 3750940AA

6743311

MM3, 01: 70-120, 01: 150-200, 02: 100-150, 02: 150-200

01 01 02 02

0.70-1.20 1.50-2.00 1.00-1.50 1.50-2.00

3750961AA 3750970AA 3751198AA 3750949AA

Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. Opdrachtverificatiecode: MBTD-STAO-WZXF-PIWE

Ref.: 1193731_certificaat_v1

Bijlage 2 van 2 ANALYSECERTIFICAAT Projectcode Uw project omschrijving Opdrachtgever

: 1193731 : 21-M9892-Hulsen 7 Nijeveen : Sigma Bouw en Milieu

Analysemethoden in Grond (AS3000) AS3000 In dit analysecertificaat zijn de met 'S' gemerkte analyses uitgevoerd volgens de analysemethoden beschreven in het "Accreditatieschema Laboratoriumanalyses voor grond-, waterbodem- en grondwateronderzoek (AS SIKB 3000)". Het laboratoriumonderzoek is uitgevoerd volgens de onderstaande analysemethoden. Deze analyses zijn vastgelegd in het geldende accreditatie-certificaat met bijbehorende verrichtingenlijst L086 van Eurofins Omegam BV. voorbewerking AS3000 Droge stof Organische stof (gec. voor lutum) Lutumgehalte (pipetmethode) Barium (Ba) Cadmium (Cd) Kobalt (Co) Koper (Cu) Kwik (Hg) (niet vluchtig) Lood (Pb) Molybdeen (Mo) Nikkel (Ni) Zink (Zn) Minerale olie (florisil clean-up) PAKs PCBs

: Conform AS3000 en NEN-EN 16179 : Conform AS3010 prestatieblad 2 : Conform AS3010 prestatieblad 3 en gelijkwaardig aan NEN 5754 : Conform AS3010 prestatieblad 4; gelijkwaardig aan NEN 5753 : Conform AS3010 prestatieblad 5 en NEN-EN-ISO 17294-2 en destructie conform NEN 6961 : Conform AS3010 prestatieblad 5 en NEN-EN-ISO 17294-2 en destructie conform NEN 6961 : Conform AS3010 prestatieblad 5 en NEN-EN-ISO 17294-2 en destructie conform NEN 6961 : Conform AS3010 prestatieblad 5 en NEN-EN-ISO 17294-2 en destructie conform NEN 6961 : Conform AS3010 prestatieblad 5 en NEN-EN-ISO 17294-2 en destructie conform NEN 6961 : Conform AS3010 prestatieblad 5 en NEN-EN-ISO 17294-2 en destructie conform NEN 6961 : Conform AS3010 prestatieblad 5 en NEN-EN-ISO 17294-2 en destructie conform NEN 6961 : Conform AS3010 prestatieblad 5 en NEN-EN-ISO 17294-2 en destructie conform NEN 6961 : Conform AS3010 prestatieblad 5 en NEN-EN-ISO 17294-2 en destructie conform NEN 6961 : Conform AS3010 prestatieblad 7 : Conform AS3010 prestatieblad 6 : Conform AS3010 prestatieblad 8

Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. Opdrachtverificatiecode: MBTD-STAO-WZXF-PIWE

Ref.: 1193731_certificaat_v1

Sigma Bouw en Milieu T.a.v. de heer M. van Wuijkhuijse Phileas Foggstraat 153 7825 AW EMMEN

Uw kenmerk : 21-M9892-Hulsen 7 Nijeveen Ons kenmerk : Project 1202386 Validatieref. : 1202386_certificaat_v1 Opdrachtverificatiecode : QIXV-PKUG-BZFE-QUQY Bijlage(n) : 2 tabel(len) + 2 bijlage(n)

Amsterdam, 14 juni 2021 Hierbij zend ik u de resultaten van het laboratoriumonderzoek dat op uw verzoek is uitgevoerd in de door u aangeboden monsters. De resultaten hebben uitsluitend betrekking op de monsters, zoals die door u voor analyse ter beschikking werden gesteld. Het onderzoek is, met uitzondering van eventueel uitbesteed onderzoek, uitgevoerd door Eurofins Omegam volgens de methoden zoals ze zijn vastgelegd in het geldende accreditatie-certificaat L086 en/of in de bundel "Analysevoorschriften Eurofins Omegam". De in dit onderzoek uitgevoerde onderzoeksmethoden van de geaccrediteerde analyses zijn in een aparte bijlage als onderdeel van dit analyse-certificaat opgenomen. De methoden zijn, voor zover mogelijk, ontleend aan de accreditatieprogramma's/schema's en NEN- EN- en/of ISO-voorschriften. Ik wijs u erop dat het analyse-certificaat alleen in zijn geheel mag worden gereproduceerd. Ik vertrouw erop uw opdracht volledig en naar tevredenheid te hebben uitgevoerd. Heeft u naar aanleiding van deze rapportage nog vragen, dan verzoek ik u contact op te nemen met onze klantenservice. Hoogachtend, namens Eurofins Omegam,

Ing. J. Tukker Manager productie

Op dit certificaat zijn onze algemene voorwaarden van toepassing. Dit analyse-certificaat mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd.

Eurofins Omegam B.V. H.J.E. Wenckebachweg 120 NL-1114 AD Amsterdam-Duivendrecht Nederland

T +31-(0)20-597 66 80 CSOmegam@eurofins.com www.eurofins.nl

IBAN NL 16 BNPA 0227667980 BIC BNPANL2A BTW nr. NL8139.67.132.B01 KvK nr. 34215654

Tabel 1 van 2 ANALYSECERTIFICAAT Projectcode Uw project omschrijving Opdrachtgever

: 1202386 : 21-M9892-Hulsen 7 Nijeveen : Sigma Bouw en Milieu

Uw Monsterreferenties 6764492 = Pb1, 01-Pb1: 150-250

Opgegeven bemonsteringsdatum Ontvangstdatum opdracht Startdatum Monstercode Uw Matrix

: : : : :

08/06/2021 09/06/2021 09/06/2021 6764492 Grondwater

Anorganische parameters - metalen Metalen ICP-MS (opgelost): S barium (Ba) µg/l S cadmium (Cd) µg/l S kobalt (Co) µg/l S koper (Cu) µg/l S Kwik (Hg) (niet vluchtig) µg/l S lood (Pb) µg/l S molybdeen (Mo) µg/l S nikkel (Ni) µg/l S zink (Zn) µg/l

46 < 0,2 2,3 7,2 < 0,05 <2 <2 6,4 30

Organische parameters - niet aromatisch S minerale olie (florisil clean-up) µg/l

< 50

Organische parameters - aromatisch Vluchtige aromaten: S benzeen µg/l S ethylbenzeen µg/l S naftaleen µg/l S o-xyleen µg/l S styreen µg/l S tolueen µg/l S xyleen (som m+p) µg/l S som xylenen µg/l

< 0,2 < 0,2 < 0,02 < 0,1 < 0,2 < 0,2 < 0,2 0,2

Organische parameters - gehalogeneerd Vluchtige chlooralifaten: S 1,1,1-trichloorethaan µg/l S 1,1,2-trichloorethaan µg/l S 1,1-dichloorethaan µg/l S 1,1-dichlooretheen µg/l S 1,1-dichloorpropaan µg/l S 1,2-dichloorethaan µg/l S 1,2-dichloorpropaan µg/l S 1,3-dichloorpropaan µg/l S cis-1,2-dichlooretheen µg/l S dichloormethaan µg/l S monochlooretheen (vinylchloride) µg/l S tetrachlooretheen µg/l S tetrachloormethaan µg/l S trans-1,2-dichlooretheen µg/l S trichlooretheen µg/l S trichloormethaan µg/l S som C+T dichlooretheen µg/l S som dichloorpropanen µg/l Vluchtige gehalogeneerde alifaten - divers: S tribroommethaan (bromoform) µg/l

< 0,1 < 0,1 < 0,2 < 0,1 < 0,2 < 0,2 < 0,2 < 0,2 < 0,1 < 0,2 < 0,2 < 0,1 < 0,1 < 0,1 < 0,2 < 0,2 0,1 0,4 < 0,2

Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. - De met een 'Q' gemerkte analyses zijn door RvA geaccrediteerd (registratienummer L086). - De met een 'S' gemerkte analyses zijn door RvA geaccrediteerd (L086) en op basis van het schema AS 3000 erkend. Opdrachtverificatiecode: QIXV-PKUG-BZFE-QUQY

Ref.: 1202386_certificaat_v1

Tabel 2 van 2 ANALYSECERTIFICAAT Projectcode Uw project omschrijving Opdrachtgever

: 1202386 : 21-M9892-Hulsen 7 Nijeveen : Sigma Bouw en Milieu

Opmerkingen m.b.t. analyses Opmerking(en) algemeen De volgende informatie is indien van toepassing verstrekt door de opdrachtgever: Project omschrijving, Monsterreferentie(s), Opgegeven bemonsteringsdatum, Matrix, Monsterdiepte, Potnr (Barcode), Veldgegevens, Veldwaarnemingen en Bemonsteringsdata. De opgegeven bemonsteringsdatum kan van invloed zijn op de geldigheid van de resultaten. Sommatie van concentraties voor groepsparameters De sommatie is uitgevoerd volgens AS3000 paragraaf 2.5.2 en bijlage 3.

Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. Opdrachtverificatiecode: QIXV-PKUG-BZFE-QUQY

Ref.: 1202386_certificaat_v1

Bijlage 1 van 2 ANALYSECERTIFICAAT Projectcode Uw project omschrijving Opdrachtgever

: 1202386 : 21-M9892-Hulsen 7 Nijeveen : Sigma Bouw en Milieu

Barcodeschema's Monstercode Uw referentie

uw monsterref.

uw diepte

uw barcode

6764492

Pb1 Pb1

1.50-2.50 1.50-2.50

0392928YA 0800993758

Pb1, 01-Pb1: 150-250

Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. Opdrachtverificatiecode: QIXV-PKUG-BZFE-QUQY

Ref.: 1202386_certificaat_v1

Bijlage 2 van 2 ANALYSECERTIFICAAT Projectcode Uw project omschrijving Opdrachtgever

: 1202386 : 21-M9892-Hulsen 7 Nijeveen : Sigma Bouw en Milieu

Analysemethoden in Grondwater (AS3000) AS3000 In dit analysecertificaat zijn de met 'S' gemerkte analyses uitgevoerd volgens de analysemethoden beschreven in het "Accreditatieschema Laboratoriumanalyses voor grond-, waterbodem- en grondwateronderzoek (AS SIKB 3000)". Het laboratoriumonderzoek is uitgevoerd volgens de onderstaande analysemethoden. Deze analyses zijn vastgelegd in het geldende accreditatie-certificaat met bijbehorende verrichtingenlijst L086 van Eurofins Omegam BV. Barium (Ba) Cadmium (Cd) Kobalt (Co) Koper (Cu) Kwik (Hg) (niet vluchtig) Lood (Pb) Molybdeen (Mo) Nikkel (Ni) Zink (Zn) Minerale olie (florisil clean-up) Aromaten (BTEXXN) Styreen Chlooralifaten monochlooretheen (vinylchloride) 1,1-Dichlooretheen

: Conform AS3110 prestatieblad 3 en gelijkwaardig aan NEN-EN-ISO 17294-2 : Conform AS3110 prestatieblad 3 en gelijkwaardig aan NEN-EN-ISO 17294-2 : Conform AS3110 prestatieblad 3 en gelijkwaardig aan NEN-EN-ISO 17294-2 : Conform AS3110 prestatieblad 3 en gelijkwaardig aan NEN-EN-ISO 17294-2 : Conform AS3110 prestatieblad 3 en gelijkwaardig aan NEN-EN-ISO 17294-2 : Conform AS3110 prestatieblad 3 en gelijkwaardig aan NEN-EN-ISO 17294-2 : Conform AS3110 prestatieblad 3 en gelijkwaardig aan NEN-EN-ISO 17294-2 : Conform AS3110 prestatieblad 3 en gelijkwaardig aan NEN-EN-ISO 17294-2 : Conform AS3110 prestatieblad 3 en gelijkwaardig aan NEN-EN-ISO 17294-2 : Conform AS3110 prestatieblad 5 : Conform AS3130 prestatieblad 1 : Conform AS3130 prestatieblad 1 : Conform AS3130 prestatieblad 1 : Conform AS3130 prestatieblad 1 : Conform AS3130 prestatieblad 1

Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. Opdrachtverificatiecode: QIXV-PKUG-BZFE-QUQY

Ref.: 1202386_certificaat_v1

BIJLAGE 5 Verklaring van onafhankelijkheid voor de kritische functie: “veldwerk t.b.v. milieuhygiënisch bodemonderzoek” “milieukundige begeleiding van bodemsanering (processturing / verificatie)” Hierbij verklaren de navolgend genoemde veldwerkers / milieukundig begeleiders het veldwerk / de processturing en/of de verificatie t.a.v. onderhavig onderzoek conform de eisen van de BRL SIKB 2000 / BRL SIKB 6000 te hebben uitgevoerd, onafhankelijk van de opdrachtgever en/of eigenaar (zijnde degene die een persoonlijk of zakelijk recht heeft op de bodem / locatie).

Naam geregistreerde veldwerker(s)/MKB’ers

Handtekening geregistreerde veldwerker(s)/MKB’ers

M.J.A. van Wuykhuyse

..………………………………………….

……………………………………

…………………………………………….

Datum: 20-05-2021

Bedrijfshandboek SIGMA Bouw & Milieu F-26 Verklaring onafhankelijkheid Pagina 1 van 1

Datum van uitgifte: 01-03-2013 Versie: 3

Bijlage 2 Rapport Natuurwaarden

Quickscan natuurwaardenonderzoek inzake bouw twee woningen, De Hulsen (ongenummerd) te Nijeveen Effectbeoordeling in het kader van de Wet natuurbescherming, Natuurnetwerk Nederland en Natura 2000

Colofon Quickscan natuurwaardenonderzoek inzake bouw twee woningen, De Hulsen (ongenummerd) te Nijeveen

Effectbeoordeling in het kader van de Wet natuurbescherming, Natuurnetwerk Nederland en Natura 2000

Uitgevoerd door: Natuurbank Overijssel Correspondentieadres: Aladnaweg 18 7122 RR Aalten BTW-ID: NL001388212B56 E: info@natuurbankoverijssel.nl Tel: 0543-451142 / 0614-435700

Opdrachtgever:

Omgevingsrecht Zuidema

Projectnummer en versie: 3389 versie 1.0 Locatie plangebied: De Hulsen (ongenummerd, naast nr. 7) te Nijeveen

Status: definitief Rapportdatum: 10-5-2021

1

Inhoudsopgave

Inhoudsopgave ................................................................................................................................................... 2 Samenvatting ..................................................................................................................................................... 3 Hoofdstuk 1

Inleiding .................................................................................................................................... 4

Hoofdstuk 2

Het plangebied ......................................................................................................................... 5

2.1 Situering ................................................................................................................................................... 5 2.2 Beschrijving van het plangebied............................................................................................................... 5 Hoofdstuk 3

Voorgenomen activiteiten........................................................................................................ 6

3.1 Algemeen ................................................................................................................................................. 6 3.2 Mogelijk effect van de voorgenomen activiteiten op beschermde soorten en/of –nesten .................... 6 3.3 Vaststellen van de invloedsfeer ............................................................................................................... 6 3.4 Vaststellen van het onderzoeksgebied .................................................................................................... 7 Hoofdstuk 4

Toetsingskaders......................................................................................................................... 8

4.1 Wet natuurbescherming; Natura 2000 .................................................................................................... 8 4.2 Wet natuurbescherming; Soortenbescherming ....................................................................................... 8 4.3 Beleid ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland ........................................................................... 9 Hoofdstuk 5

Gebiedsbescherming ............................................................................................................... 10

5.1 Algemeen ............................................................................................................................................... 10 5.2 Natuurnetwerk Nederland ..................................................................................................................... 10 5.3 Natura2000 ............................................................................................................................................ 11 5.4 Slotconclusie........................................................................................................................................... 13 Hoofdstuk 6

Soortenbescherming .............................................................................................................. 14

6.1 Verwachting en bureauonderzoek ......................................................................................................... 14 6.2 Methode ................................................................................................................................................. 14 6.3 Resultaten .............................................................................................................................................. 15 6.4 Wettelijke consequenties van de beoogde ingreep .............................................................................. 17 6.5 Historische gegevens en overige bronnen ........................................................................................... 20 6.6 Volledigheid van het onderzoek ............................................................................................................ 20 Hoofdstuk 7 Conclusies ................................................................................................................................... 21

2

Samenvatting Er zijn concrete plannen voor het bouwen van twee woningen op een onbebouwd perceel aan De Hulsen (ongenummerd, naast nr. 7) te Nijeveen. Omdat overtreding van de Wet natuurbescherming, als gevolg van de voorgenomen activiteiten, op voorhand niet uitgesloten kan worden, is Natuurbank Overijssel gevraagd de wettelijke consequenties van de wenselijke ontwikkeling, in het kader van soort- en gebiedsbescherming, in beeld te brengen. In voorliggend rapport worden de bevindingen van het uitgevoerde onderzoek gepresenteerd. Naast een beschrijving van het plangebied, de onderzoeksopzet en de resultaten van het onderzoek, worden de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten weergegeven. Het plangebied is op 27 april 2021 onderzocht op de (potentiële) aanwezigheid van beschermde planten en dieren en beschermde nesten, holen, vaste rust- en voortplantingsplaatsen en andere beschermde functies, zoals foerageergebied en vliegroutes van vleermuizen. Ook is onderzocht of de voorgenomen activiteiten een negatief effect hebben op beschermd (natuur)gebied zoals het Natuurnetwerk Nederland en Natura2000. Wettelijke consequenties m.b.t. gebiedsbescherming: De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde plantensoorten, maar wel tot een geschikt functioneel leefgebied voor beschermde dieren.

Beschermde diersoorten benutten het plangebied hoofdzakelijk als foerageergebied, maar mogelijk bezetten beschermd grondgebonden zoogdieren er een vaste rust- en voortplantingsplaats, bezetten amfibieën er een (winter)rustplaats en nestelen er vogels in het plangebied. Vleermuizen bezetten geen vaste rust- of voortplantingsplaats in het plangebied. Wettelijke consequenties m.b.t. soortbescherming: Van de in het plangebied nestelende vogelsoorten, is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats. Bezette vogelnesten zijn beschermd en mogen niet verstoord, beschadigd of vernield worden. Gelet op de aard van de werkzaamheden kan geen ontheffing verkregen worden voor het beschadigen of vernielen van bezette vogelnesten. Indien de bebouwing gesloopt wordt en de beplanting verwijderd wordt tijdens de voortplantingsperiode, wordt geadviseerd vooraf een broedvogelscan uit te voeren om de aanwezigheid van een bezet vogelnest uit te kunnen sluiten. Als gevolg van de voorgenomen activiteiten wordt mogelijk een beschermd grondgebonden zoogdier en amfibie gedood en wordt mogelijk een (winter)rust- en/of voortplantingsplaats van een beschermd grondgebonden zoogdier of amfibie beschadigd en vernield.

Voor de beschermde grondgebonden zoogdieren amfibieënsoorten, die een vaste (winter)rust- en/of voortplantingsplaats in het plangebied bezetten, en die mogelijk gedood worden, geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen `doden’ en het `beschadigen/vernielen van vaste rust- en voortplantingsplaatsen’. Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten neemt de betekenis van het plangebied als foerageergebied voor sommige beschermde dieren af, maar dat leidt niet tot wettelijke consequenties.

3

Hoofdstuk 1

Inleiding

Er zijn concrete plannen voor het bouwen van twee woningen op een onbebouwd perceel aan De Hulsen (ongenummerd, naast nr. 7) te Nijeveen. Omdat overtreding van de Wet natuurbescherming, als gevolg van de voorgenomen activiteiten, op voorhand niet uitgesloten kan worden, is Natuurbank Overijssel gevraagd de wettelijke consequenties van de wenselijke ontwikkeling, in het kader van soort- en gebiedsbescherming, in beeld te brengen. In voorliggend rapport worden de bevindingen van het uitgevoerde onderzoek gepresenteerd. Naast een beschrijving van het plangebied, de onderzoeksopzet en de resultaten van het onderzoek, worden de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten weergegeven. Er is in het plangebied gekeken naar de (potentiële) aanwezigheid van beschermde planten en dieren en beschermde nesten, holen, vaste rust- en voortplantingsplaatsen en andere beschermde functies. Ook is onderzocht of de voorgenomen activiteiten een negatief effect hebben op beschermd (natuur)gebied. Op basis van de onderzoeksresultaten worden de wettelijke consequenties bepaald van de voorgenomen activiteiten in het kader van de Wet natuurbescherming (soorten en Natura 2000-gebied) en de Omgevingsverordening Drenthe (Natuurnetwerk Nederland).

Doel van deze rapportage: De Quickscan natuurwaardenonderzoek is uitgevoerd als één van de verschillende (milieu)onderzoeken in het kader van besluitvorming binnen de Ruimtelijke Ordening (doorgaans het wijzigen van het bestemmingsplan) of het aanvragen van een Omgevingsvergunning. Het onderzoek is uitgevoerd om antwoord te kunnen geven op de vraag: is er sprake van een goede ruimtelijke ordening (is de voorgenomen activiteit uitvoerbaar?). Het is nadrukkelijk geen ecologisch werkprotocol dat opgesteld wordt om te voorkomen dat de Wet natuurbescherming overtreden wordt als gevolg van de voorgenomen activiteiten. De Wet natuurbescherming is tijdens de uitvoering van voorgenomen activiteiten altijd van toepassing en het is aan de uitvoerende partijen om de noodzakelijke zorgvuldigheid te betrachten tijdens de uitvoering. Om een goed ecologisch werkprotocol op te kunnen stellen is meer detailinformatie vereist, zoals de planning in uitvoering, in te zetten materieel en informatie over type bebouwing, bouwwijze, materiaalgebruik etc.

4

Hoofdstuk 2

Het plangebied

2.1 Situering Het plangebied is gesitueerd aan De Hulsen (ongenummerd, naast nr.7) te Nijeveen. Het ligt in de woonkern Nijeveen en wordt omgeven door stedelijk gebied. Op onderstaande afbeelding wordt de globale ligging van het plangebied weergegeven op een topografische kaart.

Globale ligging van het plangebied. De ligging van het plangebied wordt met de rode cirkel aangeduid (bron: ruimtelijkeplannen.nl).

2.2 Beschrijving van het plangebied Het plangebied bestaat uit siertuin, behorende bij woonerf De Hulsen 7. Het bestaat uit bebouwing, gazon, sierplanten en opgaande houtige beplanting in de vorm van scheerhaag, bomen en heesters. In het plangebied staat een eenvoudige overkapping in de vorm van een vierroedige hooiberg welke als overkapping boven een zitje wordt gebruikt. Het grenst aan de zuidzijde aan openbare weg, aan de westzijde aan een woonerf, aan de noordzijde aan agrarisch cultuurland en aan de oostzijde aan een houtsingel. Voor een verbeelding van het plangebied wordt verwezen naar de fotobijlage. Op onderstaande afbeelding wordt de begrenzing van het plangebied weergegeven.

Begrenzing van het plangebied; deze wordt met de gele lijn aangeduid (bron luchtfoto: ruimtelijkeplannen.nl).

5

Hoofdstuk 3

Voorgenomen activiteiten

3.1 Algemeen Er zijn plannen voor de bouw van twee woningen in het plangebied. De bouw wordt vermoedelijk gefaseerd uitgevoerd waarbij de tweede woning pas wordt gebouwd, nadat de eerste gebouwd is. Om de bouw mogelijk te maken, dient een deel van de aanwezige beplanting en de bebouwing in het plangebied verwijderd te worden. De woningen worden ontsloten via De Hulsen. Op onderstaande afbeelding wordt een plattegrond van het wenselijk eindbeeld weergegeven.

Begrenzing van de te bebouwen oppervlakte in het plangebied (rode lijn) (bron: Studio voor bouwkunst)

De volgende activiteiten worden getoetst op relevantie t.a.v. de Wet natuurbescherming: • Verwijderen beplanting en bebouwing; • Bouwrijp maken plangebied; • Bouwen woningen en aanleggen erfverharding;

3.2 Mogelijk effect van de voorgenomen activiteiten op beschermde soorten en/of –nesten De voorgenomen activiteiten hebben mogelijk een negatieve invloed op beschermde soorten en beschermd (natuur)gebied. We onderscheiden de volgende negatieve invloeden: Mogelijke tijdelijke invloeden: • Verstoren rust- en voortplantingsplaatsen als gevolg van geluid, stof en trillingen tijdens de werkzaamheden • Doden van beschermde dieren; Mogelijke permanente invloeden: • Mogelijk afname/verdwijnen van beschermde vaste rust- of verblijfplaatsen en/of jaar rond beschermde nesten; • Aantasting van de kwaliteit van het leefgebied van beschermde soorten;

3.3 Vaststellen van de invloedsfeer Naast een tijdelijk effect in het plangebied, kan het voorkomen dat een voorgenomen activiteit een negatief effect heeft op beschermde soorten of beschermd natuurgebied buiten het plangebied. Dit noemen we de invloedsfeer. De omvang van de invloedsfeer wordt bepaald door de duur, aard en omvang van de tijdelijke en/of permanente nieuwe situatie. Het effect van de voorgenomen activiteit op een beschermde soort verschilt per soort en/of soortgroep.

6

In deze studie wordt alleen gekeken naar de uitvoering van de fysieke werkzaamheden, zoals bouwwerkzaamheden. Beoordeling van de invloedsfeer van de voorgenomen activiteit: Om de effecten van de voorgenomen activiteiten goed in beeld te kunnen brengen, is het soms van belang ook buiten het plangebied te kijken. In voorliggend geval grenst het plangebied aan een woonerf, aan intensief beheerd agrarisch cultuurland, aan openbare ruimte en aan een houtsingel, omgeven door stedelijk gebied. Het is niet aannemelijk dat beschermde waarden buiten het plangebied negatief beïnvloed worden door uitvoering van de voorgenomen activiteiten.

3.4 Vaststellen van het onderzoeksgebied Het onderzoeksgebied wordt gelijk gesteld aan het plangebied.

7

Hoofdstuk 4

TOETSINGSKADERS

4.1 Wet natuurbescherming; Natura 2000 Het gebiedsbeschermingsdeel van de Wet natuurbescherming heeft als doel het beschermen van Natura 2000-gebieden (Vogelrichtlijn- en/of Habitatrichtlijngebieden) in Nederland. Projecten die significante gevolgen voor deze gebieden kunnen hebben, zijn in beginsel – zonder vergunning – niet toegestaan. Ook het vaststellen van plannen zoals een bestemmingsplan of een inpassingsplan is niet toegestaan, indien het betreffende plan significante gevolgen kan hebben voor Natura 2000-gebieden. Naast directe effecten (bijv. ruimtebeslag), dient ook gekeken te worden naar indirecte effecten als gevolg van externe werking (bijv. door geluid, licht en stikstofdepositie). De eerste stap in de toetsing is vaak een voortoets. Als significante gevolgen in de voortoets niet op voorhand met zekerheid kunnen worden uitgesloten, dan is een passende beoordeling noodzakelijk. In dat geval is voor een project een vergunning noodzakelijk op grond van artikel 2.7 Wet natuurbescherming. 4.2 Wet natuurbescherming; Soortenbescherming In de Wet natuurbescherming is de soortenbescherming in Nederland geregeld. In de wet zijn lijsten opgenomen met beschermde soorten.

In de Wet natuurbescherming worden drie verschillende beschermingsregimes gehanteerd waaraan verschillende verbodsbepalingen zijn gekoppeld: Soorten Vogelrichtlijn (artikel 3.1 e.v.): • lid 1) Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen; • lid 2) Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen; • lid 3) Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben; • lid 4) Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen; • lid 5) Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.

Soorten Habitatrichtlijn (artikel 3.5 e.v.); • lid 1) Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen; • lid 2) Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren; • lid 3) Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen; • lid 4) Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen; • lid 5) Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Andere Soorten (artikel 3.10 e.v.) lid 1) Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: • onderdeel a. in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; • onderdeel b.

de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of • onderdeel c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

8

Ten aanzien van de andere beschermde soorten geldt dat het bevoegd gezag (provincies c.q. ministerie van LNV) de vrijheid hebben om soorten binnen deze categorie vrij te stellen van de verbodsbepalingen uit ontheffingsplicht artikel 3.10 uit de Wet natuurbescherming. Voor beschermde soorten die niet zijn vrijgesteld dient bij overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wn een ontheffing te worden aangevraagd. Voor vogels geldt in afwijking hierop dat voor verstoring geen ontheffing nodig is, indien de gunstige staat van instandhouding niet in het geding is. Het is ook mogelijk om voor beide categorie soorten te werken volgens een goedgekeurde gedragscode die is afgestemd op de Wet natuurbescherming. Er is dan geen ontheffing nodig.

4.3 Beleid ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is het ruimtelijk beleid op rijks-, provinciaal, en gemeentelijk niveau vastgesteld, waarin onder andere de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland (NNN)/Ecologische Hoofdstructuur (EHS) is verankerd. De EHS werd officieel geïntroduceerd in het Natuurbeleidsplan en is daarna opgenomen in de Nota Ruimte, welke inmiddels vervangen is door de Structuurvisie infrastructuur en ruimte (SVIR). Kaderstellende regels ten aanzien van o.a. NNN/EHS zijn opgenomen in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Bij geplande ingrepen die binnen het NNN/EHS vallen moet het belang van de natuurbescherming worden afgewogen tegen andere belangen, indien de voorgenomen ingreep negatief uitwerkt op de aanwezige natuurwaarden. De kern van de afweging vormt het 'nee, tenzij'-principe. Dit wil zeggen dat schadelijke ingrepen niet zijn toegestaan, tenzij er andere belangen zijn die de ingreep rechtvaardigen. In dat geval zijn compenserende maatregelen voorgeschreven. Concrete beleidsregels ten aanzien van de NNN in Friesland zijn opgenomen in de vigerende provinciale ruimtelijke verordening van de provincie Friesland.

9

Hoofdstuk 5

Gebiedsbescherming

5.1 Algemeen In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het mogelijke effect van de voorgenomen activiteiten op Natura 2000gebied en het Natuurnetwerk Nederland. 5.2 Natuurnetwerk Nederland Provincies zijn verantwoordelijk voor de veiligstelling en ontwikkeling van het Natuurnetwerk Nederland (verder NNN genoemd). De beoordeling of de voorgenomen activiteit past in het NNN, dient met name uitgevoerd te worden in de afweging van een ‘goede ruimtelijke ordening’ als onderdeel van de ruimtelijke onderbouwing. De aanwezigheid van beschermde planten en dieren is daarbij niet direct van belang. Vanwege het grote belang voor de biodiversiteit en de betekenis voor de kwaliteit van de leefomgeving en regionale economie geldt een beschermingsregime voor het gehele NNN. Voor het NNN geldt de verplichting tot instandhouding van de wezenlijke kenmerken en waarden van het gebied. In de verordening is het "nee, tenzij"-regime vast gelegd. Dit betekent dat (nieuwe) plannen, projecten of handelingen niet zijn toegestaan indien zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied significant aantasten. Er kan echter aanleiding zijn om toch ontwikkelingen toe te staan. De mogelijkheid om een uitzondering te maken op de algemene lijn van behoud en duurzame ontwikkeling van wezenlijke kenmerken en waarden, is aan strikte voorwaarden gebonden.

Uiteraard geldt ook hier dat de generieke regeling van toepassing blijft (zoals de toepassing van de principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik, ontwikkelingsperspectieven en gebiedskenmerken) Het ruimtelijk beleid voor het NNN is gericht op ‘behoud, herstel en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN’ waarbij tevens zoveel mogelijk rekening wordt gehouden met de andere belangen die in het gebied aanwezig zijn. De kernkwaliteiten binnen het NNN zijn natuurkwaliteit, landschappelijke kwaliteiten en beleving van rust. Voor grootschalige ontwikkelingen die niet passen binnen de doelstelling van het NNN is geen ruimte, tenzij er sprake is van een zwaarwegend maatschappelijk belang waar niet op een andere manier aan kan worden voldaan. Daarbij worden de zogenaamde NNN-spelregels gehanteerd: her-begrenzing van het NNN, saldering van negatieve effecten en toepassing van het compensatiebeginsel. Het ‘nee, tenzij’-principe en de overige spelregels hebben is opgenomen in de provinciale Omgevingsverordening van Drenthe. Er is door toepassing van de spelregels ruimte voor het aanpassen van de begrenzing als daarmee de doelen op een betere manier kunnen worden bereikt. Ligging t.o.v. het Natuurnetwerk Nederland Het plangebied ligt op minimaal 2,82 kilometer afstand van gronden die tot het Natuurnetwerk Nederland behoren.

Op onderstaande afbeelding wordt de ligging van het Natuurnetwerk Nederland in de omgeving van het plangebied weergegeven.

10

Ligging van Natuurnetwerk Nederland in de omgeving van het plangebied. De begrenzing van het plangebied wordt met de rode marker aangeduid. Gronden die tot het Natuurnetwerk Nederland behoren worden met de lichtgroene kleur op de kaart aangeduid (bron: ruimtelijkeplannen.nl).

Effectbeoordeling De invloedsfeer van de voorgenomen activiteiten is lokaal. De voorgenomen activiteiten hebben geen negatief effect op de wezenlijke kenmerken en waarden van het Natuurnetwerk Nederland in de omgeving van het plangebied. Beschermingsregime De bescherming van het Natuurnetwerk Nederland kent geen externe werking in Drenthe. Toetsing aan beleid Vanwege de ligging van het plangebied buiten het Natuurnetwerk Nederland, hoeft voorgenomen initiatief niet getoetst te worden aan provinciaal beleid t.a.v. de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland. Wettelijke consequenties Voorgenomen activiteiten leiden niet tot wettelijke consequenties.

5.3 Natura2000 De biodiversiteit (soortenrijkdom) in Europa gaat al jaren achteruit. Duurzame bescherming van flora en fauna is hard nodig. Planten en dieren trekken zich weinig aan van landsgrenzen en het is daarom belangrijk om natuurbescherming in Europees verband aan te pakken. Zo voorkomen we dat de natuur in Europa en in Nederland steeds eenvormiger wordt. Daartoe is in 1979 de Vogelrichtlijn opgesteld en in 1992 de Habitatrichtlijn. Deze richtlijnen hebben twee componenten: soortenbescherming en gebiedsbescherming. Alle EU-lidstaten wijzen beschermde gebieden aan voor specifieke (leefgebieden van) (vogel-)soorten. De onder beide richtlijnen aangewezen beschermde gebieden vormen het Natura 2000-netwerk. De Nederlandse bijdrage aan dit Europese netwerk van beschermde natuurgebieden bestaat uit ruim 160 gebieden.

11

Beschermingsregime De Wet natuurbescherming regelt in hoofdstuk 2 de bescherming van Natura 2000-gebieden. Dit zijn speciale beschermingszones op grond van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. De minister wijst deze gebieden aan. Voor de Natura 2000-gebieden stelt de minister instandhoudingsdoelstellingen op voor: • de leefgebieden van vogels; • de natuurlijke habitats of habitats van soorten (art. 2.1 Wet natuurbescherming); De provincies stellen voor de Natura 2000-gebieden een beheerplan op (art. 2.3 Wet natuurbescherming). In het beheerplan staan maatregelen die ervoor moeten zorgen dat de instandhoudingsdoelstellingen worden bereikt. Nederland past een vergunningenstelsel toe. Hierdoor is in ons land een zorgvuldige afweging gewaarborgd rond projecten die gevolgen kunnen hebben voor Natura 2000-gebieden. Vergunningen worden verleend door provincies of door de Ministerie van LNV. Natura 2000-gebieden mogen geen significante schade ondervinden. Dit houdt in dat bepaalde plannen en projecten, op zichzelf óf in combinatie met andere plannen en projecten, de natuurwaarden waarvoor de gebieden zijn aangewezen niet significant negatief mogen beïnvloeden. Elke ontwikkeling in of nabij een Natura 2000-gebied dient te worden onderworpen aan een ‘voortoets’.

Uit de voortoets moet blijken of kan worden uitgesloten dat de gewenste werkzaamheden/ontwikkelingen een (significant) negatief effect hebben (op zichzelf of in combinatie met andere plannen of projecten). Voor alle Natura 2000-gebieden dient een beheerplan te zijn opgesteld waaruit duidelijk wordt welke activiteiten wel en niet zonder vergunning mogelijk zijn in en nabij die gebieden. Als gevolg van het stopzetten van de PAS-systematiek, mogen plannen die leiden tot een verhoogde depositie van NOx/NH3 op Natura2000-gebied, niet in uitvoering gebracht worden zonder Wet natuurbeschermingsvergunning. Ligging van het plangebied t.o.v. Natura-2000 Het plangebied behoort niet tot Natura 2000. Gronden die tot Natura 2000-behoren liggen op minimaal 3,08 kilometer afstand van het plangebied. Het meest nabij gelegen Natura2000-gebied is Natura 2000-gebied De Wieden. Op onderstaande afbeelding wordt de ligging van de Natura2000-gebieden in de omgeving van het plangebied weergegeven.

Ligging van de Natura2000-gebieden in de omgeving van het plangebied. De ligging van het plangebied wordt met de marker aangeduid. Gronden die tot Natura2000 behoren wordt met de groene kleur aangeduid (bron: Aerius).

Stikstofgevoelige Habitattypen Niet alle Habitattypen in Natura2000-gebied zijn even gevoelig voor verzuring, als gevolg van stikstofdepositie, maar het Natura2000-gebied De Wieden bestaat voor een aanzienlijk deel uit stikstofgevoelige habitattypen.

12

Effectbeoordeling Beoordeling uitvoering fysieke activiteiten De uitvoering van fysieke activiteiten in een plangebied zou kunnen leiden tot een negatief effect op instandhoudingsdoelen van een Natura2000-gebied in de omgeving van een plangebied. Als gevolg van werkzaamheden kunnen negatieve effecten optreden, zoals een toename van geluid, trillingen, kunstlicht, visuele verstoring, areaalverlies en aantasten hydrologie. Gelet op de aard en omvang van de voorgenomen activiteiten en de afstand tussen het plangebied en Natura2000-gebied, is het niet aannemelijk dat uitvoering van de voorgenomen activiteiten zal leiden tot een negatief effect op kwalificerende soorten en habitattypen in Natura 2000-gebied De Wieden. De afstand tussen plangebied en het Natura 2000-gebied is daarvoor te groot. Beoordeling Stikstof Ten behoeve van de totale ontwikkeling, wordt materieel met een verbrandingsmotor ingezet en vindt er een tijdelijke toename plaats van verkeersbewegingen als gevolg van de aanvoer van bouwmaterialen en vervoer van materieel en personeel. Gelet op de aard en omvang van de voorgenomen activiteiten, de duur van de ontwikkelfase, toename verkeer in gebruiksfase en de afstand tussen het plangebied en Natura 2000gebied, kan een toename van stikstofdepositie in Natura 2000-gebied niet op voorhand uitgesloten worden.

Om vast te kunnen stellen, of sprake is van een toename van stikstofdepositie in Natura 2000-gebied, dient een stikstofberekening uitgevoerd te worden. Geadviseerd wordt een stikstofberekening uit te voeren met behulp van het programma Aerius Calculator, omdat de uitkomsten van deze berekening bruikbaar zijn in een eventuele juridische procedure. Wettelijke consequenties De wettelijke consequenties van voorgenomen activiteiten kunnen niet op voorhand volledig vastgesteld worden. Om de wettelijke consequenties volledig vast te kunnen stellen dient een stikstofberekening uitgevoerd te worden. Een stikstofberekening zal in een aparte rapportage gepubliceerd worden.

5.4 Slotconclusie Het plangebied behoort niet tot het Natuurnetwerk Nederland of Natura2000-gebied. Vanwege de ligging buiten Natuurnetwerk Nederland, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties, omdat de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland geen externe werking kent in Drenthe. Gelet op de aard en omvang van de voorgenomen activiteiten en de afstand tussen plangebied en Natura 2000-gebied, dient een stikstofberekening uitgevoerd te worden om de wettelijke consequenties in beeld te kunnen brengen.

13

Hoofdstuk 6

Soortenbescherming

6.1 Verwachting en bureauonderzoek Uit de bureaustudie (bronnenonderzoek) zijn geen veldbiologische gegevens naar voren gekomen die bruikbaar zijn voor deze studie. Het plangebied bestaat uit siertuin in stedelijk gebied. De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde plantensoorten, maar wel tot een potentieel geschikt functioneel leefgebied voor verschillende beschermde diersoorten. Gelet op de inrichting en het gevoerde beheer, behoort het plangebied mogelijk tot functioneel leefgebied van sommige algemene en weinig kritische diersoorten uit onderstaande soortgroepen: • vogels; • vleermuizen; • grondgebonden zoogdieren; • amfibieën;

6.2 Methode In het kader van het natuurwaardenonderzoek is het plangebied op 27 april 2021 tijdens de daglichtperiode bezocht. Het plangebied is te voet onderzocht op de aanwezigheid en potentiële aanwezigheid van beschermde flora- en faunawaarden. Het gebied is visueel en auditief onderzocht. Tijdens het veldbezoek is gebruik gemaakt van een verrekijker (Swarovski 12x50), zaklamp en zijn de in dit rapport opgenomen afbeeldingen gemaakt. Bij het bepalen van de mogelijke aantasting van beschermde soorten is gebruik gemaakt van de volgende bronnen: • Veldbezoek door ervaren ecoloog; • Aanvullend bronnenonderzoek (o.a. internet); Specifieke relevante literatuurbronnen zijn o.a. • Atlas van de amfibieën en reptielen van Nederland; • Atlas van de zoogdieren van Nederland; • Nieuwe atlas van de Nederlandse flora; • NDFF Verspreidingsatlas; Vogels Het gebied is visueel en auditief onderzocht op het voorkomen van (broed)vogels. De onderzoeksperiode is geschikt voor onderzoek naar (broed)vogels, al zijn sommige zomergasten nog niet terug uit de overwinteringsgebieden. Vogels die een territorium bezetten of een bezet nest hebben, vertonen territorium-indicerend gedrag en hebben in veel gevallen een bezet nest in deze tijd van het jaar of hebben al uitgevlogen jongen.

In het plangebied is gekeken en geluisterd naar vogels, (oude) nesten en sporen die op de aanwezigheid van nesten in het plangebied duiden, zoals prooiresten (roofvogels), schijtsporen, braakballen, ruiveren (roofvogels), eierdoppen en zichtbaar nestmateriaal. Op basis van een beoordeling van de landschappelijke kenmerken kan een goede inschatting gemaakt worden van de functie van het onderzoeksgebied voor vogels en of de uitgevoerde inventarisatie voldoet aan de gestelde eisen voor onderzoek naar vogels. Grondgebonden zoogdieren Het plangebied is visueel onderzocht op het voorkomen van beschermde grondgebonden zoogdieren. De onderzoeksperiode is geschikt voor verspreidingsonderzoek, maar matig geschikt voor onderzoek naar voortplantingslocaties. Nog maar weinig grondgebonden diersoorten hebben zogende jongen in deze tijd van het jaar. Veel grondgebonden zoogdieren benutten de voortplantingsplaats als vaste rustplaats buiten de voortplantingsperiode. 14

Er is in het plangebied gezocht naar grondgebonden zoogdieren, verblijfplaatsen en sporen die op de aanwezigheid van grondgebonden zoogdieren in het plangebied duiden zoals holen, nesten, graaf-, krab- en bijtsporen, haren, prooiresten, pootafdrukken en uitwerpselen. Vleermuizen De onderzoeksperiode is geschikt voor onderzoek naar verblijfplaatsen van vleermuizen. Vleermuizen hebben de winterverblijfplaats verlaten en bezetten de zomerverblijfplaatsen. Er is in het plangebied gezocht naar vleermuizen en naar potentiële rust- verblijfplaatsen van vleermuizen. Het plangebied is bezocht op een moment op de dag dat vleermuizen niet foerageren en geen lijnvormige landschapselementen benutten als vliegroute. De mogelijke betekenis van het plangebied als foerageergebied en vliegroute voor vleermuizen is bepaald op basis van een visuele beoordeling van de landschappelijke karakteristieken van het plangebied. Amfibieën De onderzoeksperiode is geschikt voor verspreidingsonderzoek naar amfibieën en onderzoek naar voortplantingswateren. Sommige volwassen amfibieën hebben de voortplanting voltooid en hebben de voortplantingswateren al weer verlaten (gewone pad, heikikker) en zitten overdag weggekropen in holen en gaten in de grond, of onder strooisel, bladeren, takken, rommel of opgeslagen goederen. Soorten als ‘groene kikker’ en rugstreeppad moeten nog beginnen aan de voortplanting.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meppel&id=2c645e29-0030-44b4-9644-d060e458b532