CConstaterende datMeppel
Koppel je AI →
Document · PDF

2e. TAM Omgevingsplan Danninge Erve Zuid - Bijlagen bij de motivering

1 - RAADSVERGADERING 29 januari 2026, gemeente MeppelBij agendapunt: Vaststellen TAM-omgevingsplan Danninge Erve Zuid, 3e deelgebied12.663 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

% zw

dag

6,86

97,3

2,3

0,4

avond

3,09

98,8

1,1

0,1

nacht

0,67

95,8

3,5

0,7

In de berekeningen is rekening gehouden met keperverband elementenverharding, klinkers in diagonaalverband, als wegverharding en met de wettelijke maximumsnelheid van 50 km/uur op de Dorpsstraat.

Akoestisch onderzoek woningbouw Danninge Erve Zuid II - 18 juli 2024

12

6

Berekening en toetsing 6.1

Berekening geluidsbelastingcontouren

De berekende 53 dB- en 70 dB-geluidsbelastingcontouren van de Dorpsstraat op 4,5 m boven het maaiveld ter hoogte van het plangebied zijn weergegeven in en op onderstaande afbeelding. Het plangebied is hierin blauw omkaderd.

Figuur 3. 53 dB-geluidsbelastingcontour

Uit deze berekening blijkt dat het plangebied zich geheel buiten de berekende 53 dB geluidsbelastingcontour bevindt.

6.2

Berekening geluidsbelasting woningen binnen de 53 dB geluidsbelastingcontour

Zoals in figuur 2 is weergegeven, bevinden de te realiseren woningen zich in de toekomstige situatie ver van de geluidbelastingcontour van de Dorpsstraat. Voor de volledigheid is gekwantificeerd wat de geluidsbelasting op de gevels van de beoogde woningen in het noorden van het plangebied is.

Akoestisch onderzoek woningbouw Danninge Erve Zuid II - 18 juli 2024

13

De berekende geluidsbelastingen op de gevels van deze woningen zijn weergegeven in bijlage 1 en in onderstaande tabel. Tabel 3 geeft de geluidsbelasting op de gevels van de woningen als gevolg van de Dorpsstraat weer. De onderstaande afbeelding geeft de ligging van de waarneempunten weer.

Figuur 4. Waarneempunten Tabel 3. Geluidsbelasting vanwege Dorpsstraat per waarneempunt in dB(A) (Lden) Adres Waarneempunt 1e bouwlaag 2e bouwlaag Woning 1 1.1 41 41

Woning 2 Woning 3 Woning 4

Woning 5

Woning 6 Woning 7 Woning 8

6.3

3e bouwlaag 41

1.2

37

37

37

1.3

19

21

19

2.1

41

41

41

2.2

20

22

23

3.1

41

41

41

3.2

20

22

24

4.1

41

41

41

4.2

37

37

37

4.3

24

26

26

5.1

41

40

41

5.2

37

37

37

5.3

31

32

32

6.1

41

41

41

6.2

26

28

28

7.1

41

41

41

7.2

21

24

24

8.1

41

41

41

8.2

32

32

32

8.3

21

23

24

Toetsing

Uit de akoestische berekening blijkt dat de geplande woningen voldoen aan de standaardwaarde van 53 dB(A). Er is geen sprake van een te hoge geluidsbelasting op de gevels van de te realiseren woningen.

Akoestisch onderzoek woningbouw Danninge Erve Zuid II - 18 juli 2024

14

6.4

Cumulatie

Er is alleen sprake van cumulatie indien de ten hoogste toelaatbare waarde van meerdere bronnen wordt overschreden. In het plangebied is er geen sprake van bronnen waarvan de standaardwaarde wordt overschreden. Cumulatie is daarom niet aan de orde is.

Akoestisch onderzoek woningbouw Danninge Erve Zuid II - 18 juli 2024

15

7

Conclusie en samenvatting In dit rapport is een akoestisch onderzoek gerapporteerd met betrekking tot de geluidsbelasting vanwege wegverkeerslawaai afkomstig van de Dorpsstraat op de gevels van de te realiseren woningen in het kader van de woningbouwplannen Danninge Erve Zuid II te Nijeveen. Het akoestisch onderzoek is uitgevoerd onder de wetgeving van de Omgevingswet. Er wordt voldaan aan de standaardwaarden van 53 dB(A). Uit het onderzoek blijkt dat de te realiseren woningen voldoen aan de eisen die de instructieregels van het Bkl stellen aan geluidgevoelige bebouwing.

Akoestisch onderzoek woningbouw Danninge Erve Zuid II - 18 juli 2024

16

Bijlagen

Bijlage 1 – Rekenbladen wegverkeerslawaai

GELUIDBELASTINGCONTOUREN

WAARNEEMPUNTEN

OPBOUW MODEL

INVOERGEGEVENS EN REKENRESULTATEN

BIJLAGE 2 – STEDENBOUWKUNDIG PLAN

Colofon Projectnummer P002789

BügelHajema Adviseurs bv Bureau voor Ruimtelijke Ordening en Milieu BNSP Vaart NZ 48-50 9401 GN Assen T 0592-31 62 06 E info@bugelhajema.nl W www.bugelhajema.nl Vestigingen te Assen, Leeuwarden en Amersfoort

TAM-omgevingsplan Danninge Erve Zuid 3e deelgebied

Bijlage 5 Stedenbouwkundig plan Danninge Erve Zuid II deelgebied 3, Nijeveen - Meppel

65

Stedenbouwkundig plan Danninge Erve Zuid II deelgebied 3, Nijeveen - Meppel Uitgevoerd door Bügelhajema Adviseurs, november 2025

1

Colofon Titel: Stedenbouwkundig plan Danninge Erve Zuid II deelgebied 3, Nijeveen - Meppel Datum: november 2025 BügelHajema Adviseurs Adviseurs voor de leefomgeving en omgevingsrecht BNSP Vaart NZ 50 9401 GN Assen

E info@bugelhajema.nl I www.bugelhajema.nl

2

Inhoudsopgave 1.0 Inleiding 05 2.0 Stedenbouwkundige plankaart 3.0 Straatprofielen

07 09

4.0 Groen en Blauw 13 5.0 Erfafscheiding 17

3

4

1.0 Inleiding Danninge Erve II - deelgebied 3, de voortzetting van de woonontwikkeling aan de zuidoostelijke rand van Nijeveen, is bedoeld om de buurt compleet te maken. Als opvolger van Danninge Erve is deze nieuwe fase cruciaal voor de integratie van moderne woningbouw met het bestaande landelijke karakter van het dorp. Gelegen in deelgebied 3, tussen het dorp en het open platteland, vormt Danninge Erve II een natuurlijke schakel met zowel het agrarische landschap als de traditionele lintbebouwing langs de Dorpsstraat. Deze karakteristieke dorpsrand, diep geworteld in het historische agrarische verleden, speelt een cruciale rol in het behoud van de identiteit van Nijeveen. Binnen de kaders van de Omgevingsvisie Meppel streeft deze ontwikkeling naar gecontroleerde en duurzame groei. Hierbij wordt het evenwicht gezocht tussen moderne woonbehoeften en het landelijke karakter van Nijeveen. Het plan heeft ook tot doel de hoge levenskwaliteit voor de bewoners te behouden door nieuwe woongebieden zorgvuldig te combineren met groene ruimtes en het bevorderen van gemeenschapsvorming.

5

Legenda: Bebouwing (indicatief) Berging (indicatief) Uitgeefbaar kavel Weg Voetpad (incl. inritten) Rabatstroken (incl. incidenteel parkeren)

Fietspad Parkeerplaats Achterpad Groen Water Waterberging indicatief Water talud Hagen Bomen

Schaal - 1:2500

6

2.0 Stedenbouwkundige plankaart

Voorgestelde locatie voor waterberging met een fietsrouteverbinding langs het watertalud

Woonstraten in parkeerkoffer stijl 7

B’

B

C’

C

A A’

D D’

Schaal - 1:2500 E E’

8

3.0 Straatprofielen

Straatprofiel A - A’ Schaal - 1:100

9

Straatprofiel B - B’ Schaal - 1:100

10

Straatprofiel D - D’ Schaal - 1:100

Straatprofiel C - C’ Schaal - 1:100

Straatprofiel E - E’ Schaal - 1:100

11

Legenda: Groen Bomen Water talud Water

Schaal - 1:2500

12

Principes:

•

De groene pockets in de woonstraten zijn bedekt met begroeiing en 3e orde bomen.

•

Bermen worden ingezaaid met bloemrijk grasmengsel.

4.0 Groen en Blauw Speelplekken

Struiken

Kleurrijke beplanting

Referentie afbeeldingen groene inrichting

Groene hagen in de parkeerkoffer

13

Principes:

2. Moeraszone: Soorten die groeien in het overgangsgebied tussen water en land, met wortels in natte bodem: Schoenoplectus lacustris (Mattenbies) – Robuust, met sterk wortelstelsel,

• • •

De beplanting aan de randen van de speeltuinen en langs het fietspad heeft

Typha latifolia (Grote lisdodde) – Goed bestand tegen verontreiniging, Iris pseudacorus (Gele

kleurrijke beplanting.

lis) – Opvallende bloem, trekt insecten aan, Phragmites australis (Riet) – Toepassen waar

De bermen worden ingezaaid met bloemrijk grasmengsel.

voldoende ruimte is, Alisma plantago-aquatica (Waterweegbree) – Sierlijke schermbloemen

De oevers zijn opgedeeld in vier zones, elk beplant met soorten die bijdragen aan de ecologische waarde en biodiversiteit van het gebied.

3. Vochtige oeverzone: Soorten voor oevers met wisselende vochtigheid, vaak in het voor- en

1. Onderwaterzone: Soorten die volledig onder water groeien of drijvend zijn: Potamogeton

natans

(Drijvend

fonteinkruid),

Myriophyllum

spicatum

(Aarvederkruid), Ranunculus aquatilis (Waterranonkel), Ceratophyllum demersum (Hoornblad – vrij drijvend)

najaar nat: Filipendula ulmaria (Moerasspirea) – Geurige bloemen, insectenrijk, Lythrum salicaria (Grote kattenstaart) – Paarsroze bloei, aantrekkelijke bijenplant, Caltha palustris (Dotterbloem) – Vroege bloei, kenmerkend voor vochtige voorjaarssituaties, Lychnis floscuculi (Koekoeksbloem), Valeriana officinalis (Echte valeriaan) 4. Droge oeverzone: soorten voor de hogere, drogere delen van de oever: Deschampsia cespitosa (ruwe smele) – gras voor overgangszone; Achillea millefolium (duizendblad) – droogtetolerant, insectvriendelijk; Silene dioica (roze koekoeksbloem) – opvallende bloei; Knautia arvensis (beemdkroon) – waardevol voor vlinders.

Oeverbeplanting Zone 1

Zone 2

Zone 3

Zone 4

Ranuculus aquatilis

Alisma plantago-aquatica

Valerian

Knautia arvensis

Potamogeton natans

Typha latifolia

Lythrum salicaria

Silene dioica

14

Principes:

•

Zonnepanelen op het dak.

•

Voorziening voor het opladen van elektrische auto’s.

•

Regenton in elke tuin wordt aanbevolen.

•

Natuurinclusieve elementen integreren zoals vogelhuisjes, zwaluwkasten huismusvoorzieningen en vleermuiskasten.

•

Bloemveldjes in het openbare groen.

•

Minimale oppervlakte verharding of waterdoorlatende verharding in privé tuinen

•

Bloeiende planten en besdragende struiken in privé tuinen.

Duurzaamheid en Natuurinclusiviteit

Vogelhuisje

Vleermuiskasten

Gierzwaluw

Huismus

Regenton in de tuin als bloempot

Bloemveldjes

Waterdoorlatende verharding

15

Legenda: Lage groene erfafscheiding (max. 1m)

Schaal - 1:2500

16

Principes: Erfafscheiding privé - openbaar

•

Hagen rond parkeerkoffers door gemeente, alle overige hagen op privégrond.

•

De hoogte van de haag is maximaal 1m.

•

In bepaalde situaties kan gekozen worden voor een tuinmuur, die onder architectuur wordt ontworpen. Deze muur moet in deze vorm gehandhaafd

5.0 Erfafscheiding

blijven om eenheid aan het gebied te geven.

•

Aan de voorzijde van de kavels moeten de voortuinen groen zijn en beplant met gebiedseigen beplanting.

•

De tuinen richting het water aan de zijkant van de percelen moeten een open karakter behouden: geen hekken. Alleen gebiedsgerichte beplanting.

•

De parkeerkoffers zijn ook omgeven door hagen, die fungeren als barrières en verhogen tegelijkertijd de visuele kwaliteit van de ruimte door de auto’s aan het zicht te ontrekken.

Hagen

Erfafscheiding uitgeefbare kavel

Erfafscheiding parkeerkoffer

Voortuin

Parkeerkoffer tussen hagen en 3e orde bomen

Lage groene erfafscheiding

Lage groene erfafscheiding

(max. 1m)

(max. 1m)

17

18

TAM-omgevingsplan Danninge Erve Zuid 3e deelgebied

Bijlage 6 Bodemonderzoek

85

Actualiserend bodemonderzoek Danninge Erve Zuid (2e fase) te Nijeveen

2

ONDERZOEKSRESULTATEN Inleiding In december 2011 is door gemeente Meppel aan Outline Consultancy B.V. een opdracht verstrekt voor het uitvoeren van een actualiserend bodemonderzoek ter plaatse van het plangebied Danninge Erve Zuid te Nijeveen (2e fase).

Kwaliteit Outline Consultancy B.V. is gecertificeerd volgens NEN-EN-ISO 9001:2008 en VCA** 2008/05. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd conform het VKB-protocol 2001 “Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen” (versie 3.1) en het VKB-protocol 2002 “Het nemen van grondwatermonsters” (versie 3.2). Outline Consultancy B.V. is hiervoor gecertificeerd volgens de BRL SIKB 2000 “veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek” (versie 3.2a) en door VROM erkend. De analyses zijn uitgevoerd door ALcontrol B.V. Dit laboratorium is geaccrediteerd conform de NEN-EN-ISO 17025:2005 en de AS3000 “Laboratoriumanalyses voor milieuhygiënisch bodemonderzoek”. De analyses zijn verricht conform de AS3000. Hierbij verklaart Outline Consultancy B.V. dat zij, haar zusterbedrijven en/of het moederbedrijf geen eigenaar is van het onderzochte terrein en het veldwerk is uitgevoerd onafhankelijk van de opdrachtgever conform de eisen van de BRL SIKB 2000 en de daarbij behorende protocollen, waarbij gebruik is gemaakt van interne functiescheiding onder de voorwaarden die het Besluit uitvoeringskwaliteit bodembeheer hier aan stelt.

Betrouwbaarheid Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de huidige richtlijnen en methoden op het gebied van bodemonderzoek. Aan de hand van de uit de bronnen verzamelde informatie is een onderzoeksstrategie afgeleid en wordt aannemelijk geacht dat deze representatief is voor de locatie. Er wordt op gewezen dat de geraadpleegde bronnen mogelijk onvolledig zijn of dat niet alle bronnen zijn geraadpleegd, doordat ze niet voorhanden waren. Hierdoor kan informatie ontbreken. Voor bodemonderzoek geldt dat het is gebaseerd op een beperkt aantal monsterpunten en analyses. De hiervoor voorgeschreven onderzoeksstrategie geeft een beeld van de algemene bodemkwaliteit. Tevens wordt opgemerkt dat een bodemonderzoek een momentopname is. De resultaten van het onderzoek kunnen minder representatief worden naarmate de tijd verstrijkt. Indien na het onderzoek op of nabij de locatie (bodembedreigende) activiteiten of calamiteiten plaatsvinden en/of in de omgeving (mobiele) verontreinigingen aanwezig zijn, kan de bodemkwaliteit hierdoor worden beïnvloed.

Opgesteld door Outline Consultancy B.V. 7 februari 2012, Eindrapport

Projectnummer: B11K0351

Actualiserend bodemonderzoek Danninge Erve Zuid (2e fase) te Nijeveen

3

Vooronderzoek Het onderzoeksterrein ligt ten zuiden van de Dorpsstraat in het zuidoosten van Nijeveen. In totaal heeft de onderzoekslocatie een oppervlakte van ongeveer 9,5 hectare, waarvan ongeveer 5.000 m2 als aanvulling op het Weidelint (perceel A door de gemeente genoemd en als zodanig op bijlage 1 vermeld) en ongeveer 9 hectare voor het nieuwe uitbreidingsplan (inclusief ontsluiting; perceel B genoemd). Uit de door de gemeente verstrekte informatie, aangevuld met de gegevens van de bodeminformatiekaart van de provincie Drenthe, komt het volgende naar voren: In 2004 is ter hoogte van het westelijke gedeelte van de onderzoekslocatie en wijde omgeving (totaal 6,8 hectare onderzocht) een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (Syncera De Straat B.V., projectnummer B04K0384, d.d. 31 januari 2005). Tijdens het veldwerk zijn zintuiglijk geen waarnemingen gedaan die kunnen duiden op het voorkomen van bodemverontreiniging. In drie van de vijf samengestelde mengmonsters van de bovengrond zijn, getoetst aan de toenmalige toetsingswaarden, licht verhoogde gehalten aan koper, minerale olie en/of EOX gemeten. In de overige twee mengmonsters van de bovengrond en in de vier mengmonsters van de ondergrond zijn voor de onderzochte parameters geen gehalten boven de toenmalige streefwaarde gemeten. In het grondwater zijn verspreid over het terrein licht verhoogde concentraties metalen gemeten.

De gemeten waarden vormden geen enkele aanleiding tot verder onderzoek. In 2001 is ter hoogte van het oostelijke gedeelte van de onderzoekslocatie en wijde omgeving (totaal 24 hectare onderzocht) een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (Oranjewoud, projectnummer 16546-108468, d.d. 1 juli 2001). In de boven- en ondergrond zijn, getoetst aan de toenmalige toetsingswaarden, geen verhoogde gehalten voor de onderzochte parameters aangetroffen. In het grondwater komen verspreid over het terrein licht verhoogde concentraties metalen voor en is één maal een licht verhoogde concentratie minerale olie gemeten. De gemeten waarden vormden geen aanleiding tot verder onderzoek. Het terrein is onverhard en als weiland en akkerland in gebruik. Gezien de resultaten omtrent de kwaliteit van grond en grondwater tezamen met het agrarisch grondgebruik van de locatie, bestaat er geen aanleiding te veronderstellen dat de bodem verontreinigd is. Aan het oppervlak van de onderzoekslocaties zijn ten tijde van de terreininspectie d.d. 5 en 6 januari 2012, uit milieukundig oogpunt, de volgende bijzonderheden waargenomen: • ter plaatse van de boringen 20, 22, 25, 27 en 29 is wat puin op het maaiveld waargenomen. In het veld is geconstateerd dat het oostelijke perceel van deelgebied B circa 10 à 20 cm lager ligt dan het westelijke perceel van deelgebied B.

Aanleiding, doel en opzet van het onderzoek De aanleiding tot het instellen van het actualisatieonderzoek zijn nieuwbouwplannen en de ouderdom van de uitgevoerde verkennende onderzoeken. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de Nederlandse norm (NEN) 5740, hypothese ‘grootschalig onverdachte situatie’. In verband met de reeds in het verleden uitgevoerde bodemonderzoeken waarbij geen verontreinigingen van betekenis zijn gevonden en het ongewijzigde agrarische gebruik van de locatie (geen calamiteiten plaats gevonden), is het onderzoek op verzoek van de opdrachtgever beperkt tot onderzoek naar de kwaliteit van de bovengrond.

Opgesteld door Outline Consultancy B.V. 7 februari 2012, Eindrapport

Projectnummer: B11K0351

Actualiserend bodemonderzoek Danninge Erve Zuid (2e fase) te Nijeveen

4

Om meer inzicht te krijgen in de bodemopbouw en de actuele grondwaterstand zijn, op verzoek van de opdrachtgever, 31 boringen van de in totaal 53 boringen tot minimaal 2,0 meter beneden maaiveld (m -mv) uitgevoerd en beschreven (gekozen is voor circa drie diepe boringen per hectare) waarbij de grondwaterstand ten tijde van de uitvoering van de boringen is geschat. Van deze 31 boringen zijn er elf afgewerkt met een peilbuis waarin een week na plaatsing de actuele grondwaterstand is gemeten (aantal peilbuizen conform de NEN 5740; circa 1 peilbuis per hectare). De onderzoekslocatie is omgeven door watervoerende sloten en op de onderzoekslocatie is van noord naar zuid een watervoerende sloot gelegen. Onderzoek naar de kwaliteit van de waterbodem van deze sloten maakt geen onderdeel uit van dit onderzoek. Bij de opzet van het onderzoek is geen rekening gehouden met de eventuele aanwezigheid van asbest of asbesthoudend materiaal in de grond. Het onderzoek is hierop dan ook niet gericht. Wanneer asbest echter visueel wordt waargenomen, is dit vermeld in de rapportage.

Veldwerk en chemische analyses Het veldwerk is uitgevoerd op 5 en 6 januari 2012 door . Tijdens het veldwerk zijn verspreid over de onderzoekslocatie in totaal 53 boringen verricht (boringen 1 t/m 53). In totaal zijn elf boringen afgewerkt met een peilbuis (peilbuizen 5, 12, 13, 21, 24, 30, 31, 38, 43, 44 en 45). Ter hoogte van perceel A (aanvulling op het Weidelint) zijn de boringen 1 t/m 5 verricht en op perceel B (nieuwe uitbreidingsplan) zijn de boringen 6 t/m 53 uitgevoerd. De boringen zijn ingemeten ten opzichte van markante terreinpunten. De boorlocaties staan weergegeven in bijlage 1. In bijlage 2 zijn de gedetailleerde boorbeschrijvingen weergegeven met de bodemopbouw, de diepten waarop grondmonsters zijn genomen, de diepten waarop eventuele peilfilters geplaatst zijn en de geschatte grondwaterstanden. Tijdens de veldwerkzaamheden is vastgesteld dat de bovengrond tot 0,4 à 0,7 m -mv bij de boringen 2, 4, 26 en 45 (zeer) licht puinhoudend is. Verder zijn geen waarnemingen gedaan die kunnen duiden op de mogelijke aanwezigheid van bodemverontreiniging. Ten tijde van de uitvoering van het veldwerk is een grondwaterstand geschat tussen 0,2 en 0,9 m -mv. Hierbij wordt opgemerkt dat het veldwerk is uitgevoerd na en ten tijde van hevige regenval waarbij in Noord Nederland vele weilanden onder water stonden.

De grondwaterstanden in de geplaatste peilbuizen zijn op 12 januari 2012 gemeten en zijn opgenomen in de onderstaande tabel. Deze metingen zijn uitgevoerd nadat veel overtollig water middels spuien geloosd was. Op basis van de hydromorfe kenmerken ten tijde van het veldwerk (roest- en reductievlekken) is bij een aantal peilbuizen en boringen tevens de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) en/of de gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG) geschat.

Opgesteld door Outline Consultancy B.V. 7 februari 2012, Eindrapport

Projectnummer: B11K0351

Actualiserend bodemonderzoek Danninge Erve Zuid (2e fase) te Nijeveen

5

Tabel 1: peilbuisgegevens peilbuis

filter m -mv

grondwaterstand m -mv

gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG)

gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG)

5

1,2 - 2,2

1,13

12

1,0 - 2,0

0,77

13

1,0 - 2,0

0,67

21

1,0 - 2,0

0,70

0,2

1,5

24

1,0 - 2,0

0,78

0,2

1,5

30

1,0 - 2,0

0,84

0,2

1,5

31

1,0 - 2,0

0,96

0,5

1,5

38

1,0 - 2,0

0,78

0,5

1,5

43

1,2 - 2,2

1,02

44

1,2 - 2,2

0,90

1,6

45

1,0 - 2,0

0,83

1,4

Verder is bij boring 47 een GLG van 1,6 m -mv, bij boring 49 een GLG van 1,7 m -mv en bij de boringen 51 en 53 een GLG van 1,4 m -mv geschat. Van de genomen monsters van de bovengrond zijn op het laboratorium in totaal zes mengmonsters samengesteld en geanalyseerd op het standaard grondpakket (M1 t/m M6). Ter bepaling van de toetsingswaarden zijn van drie grondmengmonsters de percentages lutum en organische stof bepaald. De samenstelling van de grondmengmonsters en de samenstelling van de analysepakketten zijn opgenomen in de analysecertificaten, waarvan een kopie is opgenomen in bijlage 3.

Toetsing van de analyseresultaten De analyseresultaten zijn beoordeeld aan de hand van de interventiewaarden zoals gepubliceerd in de Circulaire bodemsanering 2009 (Staatscourant van 7 april 2009 (nr. 67)) en de achtergrondwaarden zoals gepubliceerd in de Regeling bodemkwaliteit (Staatscouranten van 20 dec. 2007 (nr. 247), 27 juni 2008 (nr. 122) en 7 april 2009 (nr. 67)). Overschrijdingen van de toetsingswaarden worden als volgt geclassificeerd: Niet verhoogd : concentratie lager dan of gelijk aan de achtergrondwaarde of streefwaarde Licht verhoogd : concentratie boven de achtergrond- of streefwaarde en lager dan de tussenwaarde Matig verhoogd : concentratie gelijk aan of boven de tussenwaarde en lager dan de interventiewaarde Sterk verhoogd : concentratie gelijk aan of boven de interventiewaarde De achtergrond- en interventiewaarden (en dus ook de tussenwaarden) voor grond zijn afhankelijk gesteld van de percentages lutum en/of organische stof. De voor het onderhavige geval berekende toetsingswaarden zijn gegeven in de toetsingstabel (bijlage 4).

Opgesteld door Outline Consultancy B.V. 7 februari 2012, Eindrapport

Projectnummer: B11K0351

Actualiserend bodemonderzoek Danninge Erve Zuid (2e fase) te Nijeveen

6

Interpretatie In de zes mengmonsters van de bovengrond (M1 t/m M6) is voor geen enkele van de onderzochte parameters een gehalte boven de achtergrondwaarde gemeten.

Conclusies Uit het onderzoek blijkt het volgende: • de bovengrond tot 0,4 à 0,7 m -mv bij de boringen 2, 4, 26 en 45 is (zeer) licht puinhoudend; • in de zes mengmonsters van de bovengrond is voor geen enkele van de onderzochte parameters een gehalte boven de achtergrondwaarde gemeten. Uit het voorgaande blijkt dat de hypothese "niet verdacht" voor zowel deellocatie A als voor deellocatie B kan worden aanvaard. De actuele kwaliteit van de bovengrond is middels onderhavig onderzoek vastgelegd.

Indien bij eventuele graafwerkzaamheden op deze locatie grond vrijkomt, die elders zal worden hergebruikt, is het Besluit bodemkwaliteit van toepassing. Ten aanzien van het Besluit bodemkwaliteit is de gemeente of het waterschap het bevoegd gezag.

Opgesteld door Outline Consultancy B.V. 7 februari 2012, Eindrapport

Projectnummer: B11K0351

Bijlagen: 1 2 3 4

situatieschets met boorpunten boorbeschrijvingen kopie analysecertificaten toetsingswaarden

Bijlage 1:

situatieschets met boorpunten

Bijlage 2:

boorbeschrijvingen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meppel&id=9095a9e1-2f99-4319-aca1-9da0365aca86