2e. TAM Omgevingsplan Danninge Erve Zuid - Bijlagen bij de motivering
Tekst van het document
TAM-omgevingsplan Danninge Erve Zuid 3e deelgebied
Bijlagen bij motivering
TAM-omgevingsplan Danninge Erve Zuid 3e deelgebied 26-11-2025
TAM-omgevingsplan Danninge Erve Zuid 3e deelgebied
Inhoudsopgave
Bijlagen bij motivering
4
Bijlage 1
Project-mer-beoordeling Danninge Erve Zuid 3e deelgebied
4
Bijlage 2
Uitvoeringsregels parkeren
13
Bijlage 3
Verkeerseffecten onderzoek
23
Bijlage 4
Akoestisch onderzoek
31
Bijlage 5 Meppel
Stedenbouwkundig plan Danninge Erve Zuid II deelgebied 3, Nijeveen -
Bijlage 6
Bodemonderzoek
85
Bijlage 7
Waterhuishoudkundig plan
126
Bijlage 8
Actualiserend bodemonderzoek Danninge Erve Zuid
166
Bijlage 9
Archeologisch karterend booronderzoek
206
Bijlage 10
AERIUS-berekening Danninge Erve II Nijeveen
224
Bijlage 11
Beknopte natuurtoets
291
Bijlage 12
Nader ecologisch onderzoek beschermde soorten
316
Bijlage 13
Verslag participatiebijeenkomst 2 april
326
Bijlage 14
Verslag participatiebijeenkomst 15 april
340
Bijlage 15
Nota inspraak en overleg
353
Bijlage 16
Verslag participatiebijeenkomst 23 september 2025
383
65
3
TAM-omgevingsplan Danninge Erve Zuid 3e deelgebied
Bijlagen bij motivering Bijlage 1 Project-mer-beoordeling Danninge Erve Zuid 3e deelgebied
4
Project-mer-beoordeling Danninge Erve Zuid 3e deelgebied Opdrachtgever:
Gemeente Meppel
Onderwerp:
Project-mer-beoordeling Danninge Erve Zuid 3e deelgebied
Datum:
19 november 2025
Projectnummer:
P002789
Auteur:
1.
Inleiding
1.1
VOORNEMEN EN LOCATIE
Aan de zuidoostelijke dorpsrand van Nijeveen (gemeente Meppel) is een woongebied gerealiseerd. Het 3e deelgebied is echter nog niet ontwikkeld. De verkaveling van dit deelgebied stamt uit 2012 en sluit niet meer aan op de huidige vraag naar nieuwbouwwoningen in Nijeveen. Door een andere verkaveling toe te passen in dit derde deelgebied, kunnen woningen worden gebouwd die aansluiten bij de vraag uit het dorp. Door het deelgebied te herverkavelen worden 80 woningen mogelijk gemaakt. Volgens het geldende planologsiche regime zijn er in de huidige situatie 42 woningen mogelijk. Waar eerst voornamelijk vrijstaande en twee-onder-een-kap woningen mogelijk waren, worden bij deze herverkaveling ook rijwoningen mogelijk gemaakt. Deze herverkaveling sluit beter aan bij de vraag naar goedkopere en een hoger aantal woningen. Op de onderstaande afbeelding is een kaart met de globale begrenzing van het plangebied weergegeven.
Ligging plangebied
1.2
AANLEIDING MER-BEOORDELING
Zoals in de vorige paragraaf is vermeld omvat het voornemen een herverkaveling van het 3 e deelgebied van het woongebied Danninge Erve in Nijeveen. Omdat het voornemen in het tijdelijke omgevingsplan (waar de ruimtelijke regels uit verschillende vervallen instrumenten, zoals bestemmingsplannen onderdeel van uitmaken) niet is toegestaan, wordt een wijziging van het omgevingsplan opgesteld. Via een wijzigingsbesluit wordt het tijdelijk deel van het omgevingsplan van de gemeente Meppel gewijzigd. Het opstellen van een project-mer-beoordeling is noodzakelijk voor deze ontwikkeling. De activiteit die hierbij mogelijk zal worden gemaakt, valt onder onderdeel J11 van bijlage V van het Omgevingsbesluit. Onderdeel J11 betreft een ‘Stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra en de aanleg van parkeerterreinen’. Voor dit onderdeel zijn geen drempelwaarden opgenomen maar wordt in kolom 2 vermeld ‘Niet van toepassing’. Dat betekent dat voor die projecten geen directe project-merplicht geldt. Of er sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject, hangt af van de concrete omstandigheden van het geval, waarbij onder meer aspecten als de aard en de omvang van de voorziene wijziging van de stedelijke ontwikkeling een rol spelen.
Omdat het project leidt tot het mogelijk maken van 38 extra woningen ten opzichte van de huidige woningen kan er worden gesteld dat er sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject. Hiervoor is het opstellen van een project-mer beoordeling noodzakelijk. 1.3
INITIATIEFNEMER EN BEVOEGD GEZAG
De gemeente Meppel is de initiatiefnemer in het op gang brengen van deze ontwikkeling en heeft opdracht gegeven voor het opstellen van de wijziging van het Omgevingsplan waar deze project-mer beoordeling onderdeel van uit maakt en is daarnaast ook het bevoegd gezag. 1.4
PLANOLOGISCHE INPASSING
In het plangebied geldt tot op het moment van inwerkingtreding van de wijziging op het omgevingsplan het bestemmingsplan 'Nijeveen - Danninge Erve Zuid, fase 2' (vastgesteld 28 januari 2014) van toepassing. Op basis van dit vigerende bestemmingsplan heeft het plangebied de bestemmingen 'Wonen', 'Verkeer-verblijfsgebied', 'Tuin', 'Groen' en 'Water'. Daarnaast is uit het tijdelijke deel van het omgevingsplan van de gemeente Meppel het bestemmingsplan 'Buitengebied' (vastgesteld 3 september 2009) van toepassing op het zuidelijke deel van het plangebied. Op basis van dit bestemmingsplan heeft het werkingsgebied de bestemmingen 'Agrarisch met waarden - cultuurhistorische waarden' en 'Natuur'. Dit juridisch-planologisch regime is niet passend voor de beoogde ontwikkeling. Daarom zal een wijziging op het omgevingsplan worden vastgesteld waarmee een nieuw en passend juridisch-planologisch kader voor het toekomstig gewenst gebruik en het bouwen wordt geboden.
datum 19-11-2025
projectnummer P002789
2
1.5
PROCEDURELE ASPECTEN1
Het bevoegd gezag beslist over de project-mer-beoordeling (wel/niet een MER maken). Dat is de merbeoordelingsbeslissing. Deze moet binnen 6 weken na ontvangst van de mededeling worden genomen. Zie hiervoor artikel 11.11, lid 2, van het Omgevingsbesluit. Uitkomst mer-beoordeling: er moet een mer gemaakt worden Als het project mogelijk aanzienlijke milieueffecten kan hebben, dan beslist het bevoegd gezag dat er een mer nodig is. De initiatiefnemer heeft een aanmeldnotitie ingediend voorafgaand aan de aanvraag Het bevoegd gezag beslist over de mer-beoordeling en stuurt het besluit met de motivering schriftelijk naar de aanvrager. De aanvrager wordt gewezen op bezwaar en beroepsmogelijkheden. Er moet eerst een mer worden uitgevoerd voordat het bevoegd gezag kan beslissen over de aanvraag. Totdat het MER is opgesteld en ingediend, laat het bevoegd gezag een eventuele aanvraag buiten behandeling. Het bevoegd gezag neemt de beslissing op de mer-beoordeling en de motivering ook op in het (ontwerp)besluit. De initiatiefnemer heeft de aanmeldnotitie en aanvraag samen ingediend Het bevoegd gezag beslist over de mer-beoordeling en wijst de aanvraag af, omdat er geen MER bij de aanvraag zit (artikel 16.49, lid 4 Omgevingswet). Het bevoegd gezag stuurt het besluit met de motivering schriftelijk naar de aanvrager. De motivering van de beslissing wordt opgenomen in het besluit.
Uitkomst mer-beoordeling: er hoeft geen mer gemaakt te worden Als aanzienlijke milieueffecten zijn uitgesloten, beslist het bevoegd gezag dat er geen mer nodig is. De initiatiefnemer heeft een aanmeldnotitie ingediend voorafgaand aan de aanvraag Het bevoegd gezag beslist over de mer-beoordeling en stuurt het besluit met de motivering schriftelijk naar de aanvrager. Het bevoegd gezag neemt de bijbehorende motivering later op in het (ontwerp)besluit. De initiatiefnemer heeft de aanmeldnotitie en aanvraag samen ingediend Het bevoegd gezag neemt het resultaat van de project-mer-beoordeling met de motivering op in het (ontwerp)besluit op de aanvraag. Dit staat in artikel 11.11, lid 2, van het Omgevingsbesluit.
1
https://iplo.nl/regelgeving/instrumenten/milieueffectrapportage/project-mer-beoordeling/
datum 19-11-2025
projectnummer P002789
3
1.6
INHOUDELIJKE EISEN AAN DE MER-BEOORDELING
In de beoordeling worden de milieueffecten van het voornemen beschreven. In de praktijk wordt de beoordeling vaak in de vorm van een aparte notitie geschreven (aanmeldingsnotitie). Deze beoordeling is vormvrij, maar er zijn wel eisen aan de inhoud. Deze eisen in bijlage III bij de mer-richtlijn zijn omgezet naar artikel 11.10 van het Omgevingsbesluit. Een mededeling moet een beschrijving bevatten van: •
het project: de fysieke kenmerken en de locatie;
•
de mogelijk aanzienlijke milieueffecten van het project;
•
wanneer die informatie beschikbaar is: de mogelijk aanzienlijke effecten door verwachte residuen, emissies en productie van afvalstoffen en het gebruik van natuurlijke hulpbronnen.
In de beoordeling kan ook een beschrijving opgenomen worden van de kenmerken van het voorgenomen project. En van de voorgenomen maatregelen, om mogelijk aanzienlijke effecten te beperken of te voorkomen. Een mer is dan niet nodig, zie artikel 11.10, lid 3, van het Omgevingsbesluit. Het bevoegd gezag beoordeelt de informatie uit de mededeling en houdt bij de mer-beoordeling rekening met de criteria uit Bijlage III van de Europese mer-richtlijn (2011/92/EU2). De initiatiefnemer levert deze informatie vaak aan bij het bevoegd gezag. De 3 hoofdcriteria zijn: 1.
de kenmerken van het project;
2.
de plaats van het project;
3.
de kenmerken van de potentiële effecten.
2. Beoordeling Criteria
Beschrijving van mogelijke effecten
Noodzaak mer-procedure
Hoofdthema 1: Kenmerken van het project A.
De omvang en het ont-
J.11 ‘stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw
werp van het gehele pro-
van winkelcentra en de aanleg van parkeerterreinen’. Voor dit
ject.
onderdeel zijn geen drempelwaarden opgenomen maar wordt
Nee
in kolom 2 vermeld ‘Niet van toepassing’. B.
Gebruik van natuurlijke
Het gebruik van natuurlijke hulpbronnen ten behoeve van reali-
hulpbronnen.
satie van de gebouwde omgeving zal in principe plaatsvinden op
Nee
een conventionele manier en geeft geen aanleiding aanzienlijke
2
https://eur-lex.europa.eu/eli/dir/2011/92
datum 19-11-2025
projectnummer P002789
4
Criteria
Beschrijving van mogelijke effecten
Noodzaak mer-procedure
gevolgen voor het milieu te veronderstellen, zodanig dat daarvoor een MER zou moeten worden uitgevoerd. Reguliere woonbebouwing wordt doorgaans gerealiseerd met onder meer steenachtige materialen, beton, staal, glas en hout. Het gaat hierbij om grondstoffen die niet bijzonder schaars zijn. C.
De productie van afval-
Afvalstoffen komen vrij en/of ontstaan als gevolg van normaal
stoffen.
gebruik van bebouwing. Bouwafval kan bij de aanleg - evenals
Nee
afval in de gebruiksfase - op de gebruikelijke wijze worden ingezameld en verwerkt. Het gaat hierbij om afvalsoorten die geschikt zijn voor hergebruik. Over het algemeen kan ruim 90% van het bouwafval worden ingezet als grondstof voor nieuwe producten. Het is daarom essentieel om bouwafval goed te scheiden. Dit begint op de bouwplaats. D.
Verontreiniging en hinder.
Aanlegfase: enkel tijdens de bouw.
Nee
Gebruiksfase: er vindt toename van verkeer als gevolg van het planvoornemen met consequenties voor geluid en luchtkwaliteit in de directe omgeving van de planlocatie plaats maar dit leidt, gelet op de afstand tot omliggende functies, niet tot relevante milieueffecten. Gelet op de omvang van het plan draagt het planvoornemen namelijk slechts in ‘niet in betekenende mate’ bij aan de luchtkwaliteit. Een eventuele toename van stikstofdepositie op Natura 2000gebied als gevolg van het planvoornemen is middels een Aeriusberekening in beeld gebracht. Hieruit komt naar voren dat significant negatieve effecten kan worden uitgesloten. De milieueffecten die vanuit de omgeving op het plangebied optreden (zoals geluidhinder vanwege wegverkeerslawaai en functies in de directe omgeving) zijn bestudeerd. Hierbij is geen sprake van schadelijke effecten. Bij de woningen kan worden voldaan aan het binnenniveau. E.
Het risico van zware onge-
Binnen en nabij het plangebied zijn geen risicovolle inrichtingen
vallen
gelegen
en/of
rampen,
waarvan
een
plaatsgebonden
risicocontour
Nee
of
waaronder rampen door
invloedsgebied van het groepsrisico over het plangebied gesitu-
klimaatverandering.
eerd is. Met het planvoornemen worden geen risicovolle inrichtingen mogelijk gemaakt.
datum 19-11-2025
projectnummer P002789
5
Criteria
Beschrijving van mogelijke effecten
Noodzaak mer-procedure
F.
Risico’s voor de menselijke
Het planvoornemen maakt geen ruimtelijke ontwikkeling moge-
gezondheid.
lijk met effecten op de volksgezondheid (zoals hinderveroorza-
Nee
kende objecten/activiteiten). Hoofdthema 2: Plaats van het project A.
Het bestaande (en goed-
Het plangebied ligt op de grens van dorp naar het open land-
gekeurde) grondgebruik.
schap; één van de dorpsranden van Nijeveen. Het plangebied is
Nee
in de huidige situatie al bestemd voor woningbouw, maar is nu nog onbebouwd; het ligt braak of is in gebruik als weiland of natuur. In het plangebied zijn een aantal sloten aanwezig. B.
Relatieve rijkdom aan en
Het plangebied heeft beperkte ecologische waarde. Gebieden
de kwaliteit en het regene-
met hogere natuurwaarden, zoals het Natura 2000-gebied ‘De
ratievermogen van de na-
Wieden’ en het ‘Holtingerveld’ liggen minimaal op respectievelijk
tuurlijke hulpbronnen van
3 en 6 kilometer afstand en worden niet negatief beïnvloed. Er
het gebied.
bestaat namelijk geen directe ecologische relatie tussen het
Nee
plangebied, de aard van het project en de soorten waarvoor het Natura 2000-gebied als beschermd natuurgebied is aangewezen. C.
Het
opnamevermogen
Ten behoeve van het project is een ecologische onderzoek uit-
van het natuurlijke milieu,
gevoerd. Uit de ecologische toetsing komt naar voren dat nega-
met in het bijzonder aan-
tieve effecten op beschermde soorten als gevolg van de plannen
dacht voor gevoelige ge-
niet kunnen worden uitgesloten.
bieden.
De poelkikker kan voorkomen in de sloten in het werkingsge-
Nee
bied. Bij het vergraven en dempen van watergangen kunnen poelkikkers worden gedood. Nader onderzoek is nodig om vast te stellen of uit te sluiten of poelkikker zich in het werkingsgebied bevindt. Dit onderzoek vindt plaats in de periode tussen half april en september. Uit het onderzoek blijkt of een omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit moet worden aangevraagd. De grote modderkruiper kan voorkomen in de sloten in het werkingsgebied. Nader onderzoek is nodig om vast te stellen of uit te sluiten of grote modderkruiper zich in het werkingsgebied bevindt. Dit onderzoek vindt plaats in de periode tussen maart en september. Uit het nader onderzoek blijkt of een omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit moet worden aangevraagd. Verstoring van vleermuizen wordt voorkomen door in de realisatie- en gebruiksfase gebruik te maken van naar beneden gerichte lichtarmaturen die geen lichtuitstraling veroorzaken op de omringende bomen en watergangen.
datum 19-11-2025
projectnummer P002789
6
Criteria
Beschrijving van mogelijke effecten
Noodzaak mer-procedure
Uit het nader onderzoek blijkt dat binnen het plangebied geen grote modderkruiper aanwezig is. Er is geen sprake van een verbodsovertreding ten aanzien van de grote modderkruiper. De sloten in het plangebied zijn wel voortplantingsbiotoop van poelkikker. Het grasland rondom en tussen de sloten dient tevens als landbiotoop. Door werkzaamheden aan de watergangen, oevers en het omringende grasland kunnen poelkikkers worden gedood en/of verstoord. Ook tijdens de overwinteringsperiode (half oktober tot en met half april) kunnen dieren worden verstoord of gedood. Poelkikker overwinterd vaak in de oevers van het voortplantingswater. Voor de ontwikkeling is een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit ten aanzien van poelkikker noodzakelijk. Onderdeel van de aanvraag is het opstellen van een activiteitenplan waarin maatregelen worden beschreven om negatieve effecten op poelkikker te minimaliseren. De aanvraag voor de omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit loopt bij de Provincie Drenthe. Hoofdthema 3: Kenmerken van het potentiële effect A.
De aard, de orde van
De effecten als gevolg van het bouwproject zullen beperkt blij-
grootte en het ruimtelijk
ven. De locatie is gelegen direct aan de rand van het dorp Nije-
bereik van de effecten (bij-
veen, waar op basis van het huidige planologische regime al be-
voorbeeld geografisch ge-
bouwing en stedelijke functies mogelijk zijn. In de directe nabij-
bied en omvang van de
heid zijn diverse functies aanwezig. De afstand tussen de wonin-
bevolking die getroffen
gen die zicht kunnen hebben op de woningbouw is acceptabel
kan worden).
en de woningen worden door middel van een stedenbouwkun-
Nee
dig plan en beeldkwaliteitsplan op een goede manier ingepast in het straatbeeld. Het plangebied ligt verder op grote afstand van gebieden met beschermde natuurwaarden (zie 2B). Het bereik van het planvoornemen reikt niet tot Natura 2000-gebied. B.
Het grensoverschrijdende
Van grensoverschrijdende milieueffecten is geen sprake.
Nee
De intensiteit en de com-
De potentieel aanzienlijke effecten op de directe woon- en leef-
Nee
plexiteit van het effect.
omgeving wijzigen niet significant als gevolg van de ontwikkeling
karakter van het effect. C.
van het plangebied. Het effect is beperkt tot het plangebied en de nabije omgeving. Relevante milieuaspecten voor onderzoek zijn erfgoed, bodem, natuurwaarden, externe veiligheid,
datum 19-11-2025
projectnummer P002789
7
Criteria
Beschrijving van mogelijke effecten
Noodzaak mer-procedure
geluidhinder, water, bedrijvenhinder en luchtkwaliteit. In de motivering van het wijzigingsbesluit is nader op deze aspecten ingegaan waaruit geen redenen blijken om aan te nemen dat sprake is van onoverkomelijke belemmeringen voor planontwikkeling op deze planlocatie. D
De waarschijnlijkheid van
De effecten duren zo lang de planlocatie voor de toekomstige
het effect, de verwachte
functie in gebruik zal zijn. De effecten zijn uitsluitend omkeer-
aanvang, de duur, de fre-
baar door het gebruik te beëindigen en de hiertoe gerealiseerde
quentie en de omkeer-
bebouwing op te ruimen. Omdat mag worden uitgegaan van een
baarheid van het effect.
duurzaam gebouwde omgeving gaat het hierbij dan ook in ze-
Nee
kere zin om een onomkeerbare ontwikkeling. E.
F.
De cumulatie van effecten
In de directe omgeving zijn geen andere ontwikkelingen voor-
met de effecten van an-
zien. Er is in die zin dan ook geen sprake van cumulatie van ef-
dere projecten.
fecten met andere projecten.
De mogelijkheid om de ef-
Er zijn als gevolg van het planvoornemen geen effecten op de
fecten doeltreffend te ver-
omgeving te verwachten waarvoor op voorhand mitigerende
minderen.
maatregelen aan de orde zijn.
Nee
Nee
3. Conclusie In deze mer-beoordeling zijn de gevolgen van de herverkaveling van het 3e deelgebied van woongebied Danninge Erve in Nijeveen beoordeeld. De studie is vormgegeven aan de hand van de relevante criteria die staan opgenomen in het Omgevingsbesluit en bijlage III bij Richtlijn 2014/52/EU (waarmee Richtlijn 2011/92/EU is gewijzigd). Dit betekent dat gekeken is naar de kenmerken van de activiteit, de locatie van de activiteit en de gevolgen van de activiteit voor het milieu. Het project is in zekere zin onomkeerbaar, maar heeft een relatief geringe omvang. Wanneer er geen ‘belangrijke nadelige gevolgen’ zijn voor het milieu is het conform de wetgeving en de vigerende praktijk niet nodig om een volledige mer-procedure te doorlopen. Uit voorliggende motivering kan worden opgemaakt dat het gezien de aard van de activiteit en de zorgvuldigheid waarmee het plan kan worden ingepast en gerealiseerd kan worden, is uitgesloten dat de activiteit belangrijke nadelige gevolgen met zich mee zal brengen voor het milieu. Omdat er geen sprake is van relevante effecten, zijn er geen redenen gezien die het doorlopen van een mer-procedure zinvol maken. Een mer- procedure wordt niet noodzakelijk geacht.
datum 19-11-2025
projectnummer P002789
8
TAM-omgevingsplan Danninge Erve Zuid 3e deelgebied
Bijlage 2 Uitvoeringsregels parkeren
13
1. Uitvoeringsregels 1.1. Algemeen Een ontwikkeling, een bouwactiviteit en/of een wijziging van gebruik, kan tot gevolg hebben dat er (meer) ruimte nodig is voor het parkeren van auto’s. De aanvrager moet er voor zorgen dat er in voldoende mate voorzien wordt in ruimte voor het parkeren van auto’s. Op basis van de parkeernormen wordt bepaald hoeveel parkeerplaatsen benodigd zijn voor een bepaalde bouwactiviteit en/of wijziging van gebruik, de parkeereis. Daarbij is rekening gehouden met de verstedelijkingsgraad van de Gemeente Meppel (matig stedelijk). De parkeernormen zijn gebaseerd op de landelijke gehanteerde richtlijn van de CROW publicatie 182, ‘De parkeerkencijfers- Basis voor parkeernormering’. Parkeerplaatsen moeten altijd op eigen terrein aangelegd worden. Naast het aantal parkeerplaatsen wordt de inrichting van parkeervoorzieningen door de gemeente beoordeeld op bruikbaarheid en veiligheid. De benodigde ruimte voor het parkeren van auto’s dient afgestemd te zijn op gangbare personenauto’s. Bestaande parkeerplaatsen die door de ontwikkeling verloren gaan dienen gecompenseerd te worden. Afmeting parkeervak. 1 langs een straat haaksparkeren 5 x 2,5 meter 2 langs een straat langsparkeren 2 x 5,5 meter 3 op een parkeerterrein 5 x 2,5 meter dan wel 6 x 2,5 meter, afhankelijk van de breedte van de rijweg. Bij een rijwegbreedte van 6 meter een parkeervakdiepte van 5 meter.
Bij een rijwegbreedte van 5 meter een parkeervakdiepte van 6 meter.
Woonstraat
Woonstraat
Parkeerweg
Parkeerweg
2 meter
2,5 meter
5 meter
5 meter
5 meter
6 meter
6 meter 5 meter
6 meter 5,5 meter
1
2
3
1.2. Berekenwijze bij wijziging van gebruik en sloop Bij een wijziging van gebruik wordt op basis van parkeernormen een parkeereis berekend. Hierbij geldt dat het berekende aantal aan te leggen parkeervakken op basis van de nieuwe functie, wordt verminderd met de parkeereis van de functie die in de laatst verleende omgevingsvergunning met de activiteit bouw is vastgelegd, of voor het huidig gebruik nodig zijn. De huidige situatie is de nulsituatie. Ook bij de sloop van bestaande panden wordt de parkeereis voor deze panden berekend en verrekend met de nieuwe parkeereis. Het gevolg van deze werkwijze is dat historisch gegroeide en bestaande parkeerproblemen
niet op het conto komen van de ontwikkelaar van de betreffende ontwikkeling. Hiermee wordt wel voorkomen dat de parkeerdruk door de nieuwe ontwikkeling groter wordt.
1.3. Dubbelgebruik Indien in een bouwplan verschillende functies worden ondergebracht dient voor het bepalen van de gemeentelijke parkeereis een parkeerbalans te worden opgesteld. Hiermee kan het totaal aantal benodigde parkeerplaatsen lager uitvallen dan wanneer deze voor de afzonderlijke functies worden berekend en opgeteld. De aanwezigheidspercentages die gebruikt worden voor het opstellen van de parkeerbalans zijn opgenomen in tabel 1 (bron CROW). Tabel 1: Aanwezigheidspercentages Werkdag Werkdag Functie Woningen Detailhandel Kantoor Bedrijven Sociaal Cultureel Sociaal medisch Ziekenhuis Dagonderwijs Avondonderwijs Bibliotheek Museum Restaurant Café Bioscoop, theater Sport
overdag
middag
Werkdag avond
Koopavond
Zaterdagmiddag
Zaterdagavond
Zondagmiddag
50 30 100 100 10 100 85 100 0 30 20 30 30 15
60 70 100 100 40 100 100 100 0 70 45 40 40 30
100 20 5 5 100 30 40 0 100 100 0 90 90 90
90 100 10 10 100 15 50 0 100 70 0 95 85 90
60 100 5 5 60 15 25 0 0 75 100 70 75 60
60 0 0 0 90 5 40 0 0 0 0 100 100 100
70 0 0 0 25 5 40 0 0 0 90 40 45 60
30
50
100
90
100
90
85
De mogelijkheden voor dubbelgebruik hangen in de praktijk af van de mate van openbaarheid, de mate waarin de maximale parkeerbehoefte van de verschillende functies in de tijd samenvallen, de locatie van de parkeervoorzieningen en van de loopafstanden naar de diverse bestemmingen. De aanwezigheidspercentages die gebruikt worden voor het opstellen van de parkeerbalans kunnen alleen worden toegepast wanneer verschillende doelgroepen gebruik kunnen maken van dezelfde parkeergelegenheid. Hierbij dient tevens rekening gehouden te worden met de vindbaarheid van de locatie door de verschillende doelgroepen.
1.4. Bezoekersaandeel In hoofdstuk 2 is de tabel opgenomen waarbij per functie de parkeernorm vermeld staat. In deze tabel is een kolom opgenomen dat het bezoekersaandeel per functie aangeeft. Dit bezoekersaandeel geeft het percentage bezoekers aan ten opzichte van het totaal aantal aanwezige personen. Het aandeel bezoekers parkeren heeft een openbaar karakter en deze parkeerplaatsen dienen dan ook vrij toegankelijk te zijn.
1.5. Afwijken van de norm Op twee wijzen kunnen afwijkingen voorkomen. Enerzijds kunnen er te weinig parkeerplaatsen in een ontwikkeling meegenomen zijn. Anderzijds kunnen er te veel parkeerplaatsen gecreëerd worden.
Indien in een ontwikkeling te veel parkeerplaatsen opgenomen zijn, moet hier een toets op plaatsvinden in hoeverre dit overschot gewenst is. Hierbij moet bekeken worden of het een mogelijk parkeerprobleem in de omgeving oplost, of het de ruimtelijke kwaliteit van het plan of de omgeving aantast en dit niet een te grote toename van het verkeer met zich meebrengt. Onder bepaalde voorwaarden is het dus mogelijk, bij een ontwikkeling meer parkeerplaatsen toe te staan dan de norm voorschrijft. Als er onvoldoende parkeerplaatsen in het plan zijn opgenomen, dient te worden bekeken of in het plan realisatie van meer parkeerplaatsen mogelijk is. Als dit niet mogelijk is moet bekeken worden of het bouwvolume naar beneden bijgesteld moet worden, dan wel de haalbaarheid van het plan bepalen. Wanneer niet alle parkeerplaatsen op eigen terrein kunnen worden gerealiseerd, maar wanneer de initiatiefnemer wel over de benodigde parkeercapaciteit op acceptabele afstand beschikt, kan het College besluiten het aantal beschikbare parkeerplaatsen op acceptabele afstand (200 meter) in mindering te brengen op het aantal op eigen terrein te realiseren parkeerplaatsen. Onder parkeerplaatsen op acceptabele afstand wordt verstaan: 1
Parkeerplaatsen die de initiatiefnemer zelf in de nabijheid (200 meter) heeft.
Indien die niet aanwezig zijn, 2 Parkeerplaatsen die behoren tot het openbaar aanbod, waarbij via een parkeerdrukmeting aangetoond dient te worden of er binnen een straal van 200 meter voldoende parkeerplaatsen beschikbaar zijn (de parkeerdruk mag inclusief het tekort van de initiatiefnemer niet boven de 85% bezettingsgraad komen). Indien na bovenstaande nog steeds een tekort aan parkeerplaatsen in het plan opgenomen is, kan de omgevingsvergunning niet verleend worden. De beslisbevoegde instantie kan overwegen om gemotiveerd een ontheffing te verlenen van de vastgestelde norm. Het evenwicht in het algemene belang is daarbij uitgangspunt.
1.6. Uitzondering beroep aan huis Voor een beroep aan huis (zoals tekstschrijver, schoonheidsspecialist, hondentrimmer etc.) is het veelal niet mogelijk om de benodigde parkeerplaatsen op eigen terrein te realiseren, waardoor een ontheffing aangevraagd kan worden. Voorwaarde hierbij is dat er sprake is van een kleinschalige ontwikkeling, waarbij de parkeerbehoefte op basis van de parkeereis niet meer dan drie extra parkeerplaatsen bedraagt. Ook moet aangetoond worden dat de parkeereis redelijkerwijs (geheel of gedeeltelijk) niet op eigen terrein gerealiseerd kan worden. En dat het gaat om een beroep of praktijk waar een van de hoofdbewoners een eenpersoonszaak runt als zelfstandige zonder personeel (zzp).
1.7. Grote getallen reductie Een (uitbreiding van) een ontwikkeling van grote omvang zal niet leiden tot een rechtevenredige verhoging van de parkeervraag. Bij grotere ontwikkelingen met een groot aandeel bezoekers (> 80%), mag indien uit de parkeereisberekening volgt dat er 80 parkeerplaatsen of meer gerealiseerd moeten worden, een reductie van 15% op de parkeereis worden toegepast. En bij een berekening van 68 tot 80 parkeerplaatsen moeten er minimaal 68 parkeerplaatsen gerealiseerd worden.
1.8. Functionele toetsing
Een ontwikkeling, en dan met name een bedrijfsmatige ontwikkeling, heeft vaak meerdere functies binnen één ontwikkeling. Voor de toetsing op de parkeernormen voor werkgelegenheid zal dan ook functioneel getoetst worden. Aan de hand van de bouwtekeningen worden de verschillende functies bepaald. Per functie zal vervolgens een parkeereis bepaald worden, die zal resulteren in een totale parkeereis.
1.9. Realisatie van de normen Bij het toetsen van de parkeernorm bij werkgelegenheid wordt getoetst op welke functie de ontwikkeling heeft en niet op de daadwerkelijke invulling van het gebouw. De reden hiervoor is dat als een gebouw van eigenaar wisselt de functie gelijk kan blijven maar de invulling kan veranderen. Hierdoor moeten soms meer parkeerplaatsen gerealiseerd worden dan het huidig gebruik vereist. Om een ontwikkeling niet onnodig tot hoge aanleg kosten te dwingen, wordt de ontwikkelaar de ruimte geboden slechts het aantal parkeerplaatsen aan te leggen dat bij de invulling past. Daarbij wordt wel de eis gesteld dat er voldoende ruimte op het perceel moet zijn (en blijven) om het aantal benodigde parkeerplaatsen uit de parkeereis alsnog aan te leggen, wanneer de invulling van de ontwikkeling wijzigt. Om te voorkomen dat met deze uitvoeringsregel het parkeren op het openbaar gebied wordt afgewend, wordt op de bedrijfsterreinen in de gemeente Meppel een algeheel parkeerverbod ingesteld.
1.10.
Parkeervoorzieningen bij woningen
In een woonwijk met veel garages en (dubbele) opritten zijn in theorie mogelijk voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein aanwezig. In de praktijk zal blijken dat een groot gedeelte van het theoretisch aanbod niet wordt gebruikt en dat auto's toch regelmatig op de openbare weg worden geparkeerd. De manier waarop het aanbod aan parkeerplaatsen op eigen terrein bij de functie Wonen wordt bepaald, kan behoorlijk verschillend zijn. Dit is namelijk afhankelijk van de vraag of een garage, oprit of carport als volwaardige of als gedeeltelijke parkeerplaats meetelt. Voor de bepaling van de mate waarin parkeren op eigen terrein door middel van een oprit of een garage voor de functie Wonen meetelt aan de aanbodzijde wordt onderstaande tabel gehanteerd. Deze berekeningsaantallen voor parkeervoorzieningen bij woningen sluiten aan bij de berekeningsaantallen zoals deze zijn opgenomen in het CROW. Parkeervoorzieningen
Theoretisch aantal
Berekenings aantal
Enkele oprit zonder garage Lange oprit zonder garage of carport
1 2
0,8 1,0
Dubbele oprit zonder garage
2
1,7
Garage zonder oprit (bij woning)
1
0,4
Garagebox (niet bij woning)
1
0,5
Garage met enkele oprit Garage met lange oprit
2 3
1,0 1,3
Garage met dubbele oprit
3
1,8
Opmerkingen 6,0 meter diep en 2,5 meter breed 11,0 meter diep en 2,5 meter breed 11,0 meter diep en 5,0 meter breed 6,0 meter diep en 2,80 meter breed 6,0 meter diep en 2,80 meter breed 6,0 meter diep en 2,5 meter breed 11,0 meter diep en 5,0 meter breed 6,0 meter diep en 5,0 meter breed
2. Parkeernormen per functie
Binnen de zwarte lijn is het centrum Binnen de rode lijn is Schil Buiten de rode lijn is rest bebouwde kom Parkeernormen woningen functie [eenheid] woning duur [per woning] woning midden [per woning] woning goedkoop [per woning] serviceflat/aanleunwoning [per woning] kamerverhuur/eenpersoonswoning [per woning]
centrum
Norm schil
1,6 1,4 1,25 0,5 0,4
1,7 1,6 1,4 0,5 0,4
rest bebouwde kom 2,0 1,8 1,6 0,5 0,4
bezoekers aandeel 0,3 0,3 0,3 0,3 0,2
Parkeernormen winkels functie [eenheid] Stadscentrum [100 m2 bvo] Supermarkt [100 m2 bvo] wijk-, buurt- en dorpscentra (excl. supermarkt) [100 m2 bvo] grootschalige detailhandel [100 m2 bvo] showroom (auto's, boten en dergelijke) [100 m2 bvo] (week)markt [1 m' marktkraam]
centrum
Norm schil
3,0 3,5 -
4,0 2,5
rest bebouwde kom 4,0 2,5
bezoekers aandeel 85% 85% 85%
1,1
3,0 1,3
3,0 1,7
85% 85%
0,2
0,2
0,2
85%
Parkeernormen werkgelegenheid functie [eenheid]
(commerciële) dienstverlening (kantoren met baliefunctie) [100 m2 bvo] kantoren zonder baliefunctie [100 m2 bvo] arbeidsextensieve/bezoekersextensieve bedrijven (loods, opslag, groothandel, transportbedrijf, en dergelijke) [100 m2 bvo] arbeidsintensieve/bezoekersextensieve bedrijven (industrie, garagebedrijf, laboratorium, werkplaats, en dergelijke) [100 m2 bvo] bedrijfsverzamelgebouw [100 m2 bvo] intensieve veehouderij/kwekerij [arbeidsplaats]
centrum
Norm schil
2,4
bezoekers aandeel
3,0
rest bebouwde kom 3,25
2,0 0,5
2,5 0,6
2,5 0,8
5% 5%
1,4
1,8
2,6
5%
1,25 -
1,25 -
1,25 0,5
10% 5%
centrum
Norm schil
5,0 9,0 0,6
5,0 9,0 0,6
rest bebouwde kom 6,0 11,0 1,0
bezoekers aandeel 90% 80% 80%
rest bebouwde kom 1,1 1,1 0,35 2,0
bezoekers aandeel 95% 95% 95% 90%
Parkeernormen horecagelegenheden functie [eenheid] café/bar/discotheek/cafetaria [100 m2 bvo] restaurant [100 m2 bvo] hotel [kamer]
Parkeernormen sociaal- culturele voorzieningen functie [eenheid] centrum museum [100 m2 bvo] bibliotheek [100 m2 bvo] bioscoop/theater/schouwburg [zitplaats] sociaal-cultureel centrum/wijkgebouw [100 m2 bvo]
0,6 0,6 0,25 2,0
Norm schil 0,8 0,8 0,25 2,0
15%
Parkeernormen sportvoorzieningen functie [eenheid] sporthal (binnen) [100 m2 bvo] sportveld (buiten) [ha netto terrein] dansstudio/sportschool [100 m2 bvo] squashbanen [baan] tennisbanen [baan] golfbaan [hole] midgetgolf [eenheid] bowlingbaan/biljartzaal [baan/tafel] stadion [zitplaats] zwembad [100 m² oppervlakte bassin] manege [box]
centrum
Norm schil
2,0 20,0 3,5 1,25 2,5 10 2,0 0,2 9,0 -
2,25 20,0 3,5 1,25 2,5 15 2,0 0,2 10,0 -
Parkeernormen zorgvoorzieningen functie [eenheid]
ziekenhuis [bed] verpleeg-/verzorgingstehuis [wooneenheid] arts/maatschap/therapeut/consultatiebureau behandelkamer]
bezoekers aandeel 95% 95% 95% 90% 90% 95% 95% 90% 95% 90% 90%
rest bebouwde kom 1,6 0,6 1,75
bezoekers aandeel
bezoekers aandeel
centrum
Norm schil
1,6 0,6 1,75
1,6 0,6 1,75
centrum
Norm schil
20,0
20,0
rest bebouwde kom 20,0
6,0
6,0
6,0
75%
0,75
0,75
0,75
5%
0,75 0,75
0,75 0,75
0,75 0,75
95% 5%
0,75
0,75
0,75
5%
7
7
7
100%
Parkeernormen onderwijsvoorzieningen functie [eenheid]
beroepsonderwijs dag (MBO, ROC, WO, HBO) [collegezaal] beroepsonderwijs dag (MBO, ROC, WO, HBO) [leslokaal] voorbereidend dagonderwijs (Vwo, Havo, Vmbo) [leslokaal] avondonderwijs [student] basisonderwijs [leslokaal] (exclusief Kiss & Ride) crèche/peuterspeelzaal/kinderdagverblijf [arbeidsplaats] (exclusief Kiss & Ride) Kiss & Ride [per 100 ll.]
rest bebouwde kom 2,75 20,0 3,5 1,25 2,5 7,0 20 2,0 0,2 11,0 0,5
65% 65% 65%
75%
Parkeernormen overige voorzieningen functie [eenheid] centrum
Norm schil
evenementenhal/beursgebouw/congresgebouw [100 m2 bvo]
5,0
themapark/pretpark [ha netto terrein] overdekte speeltuin/hal [100 m2 bvo] volkstuin [perceel] religiegebouw (kerk, moskee, en dergelijke) [per zitplaats] camping [campingplaats]
bezoekers aandeel
6,0
rest bebouwde kom 7,0
8,0 7,5 0,15
8,0 7,5 0,15
8,0 7,5 0,3 0,15
99% 90% 100% 99%
-
-
1,2
90%
90%
TAM-omgevingsplan Danninge Erve Zuid 3e deelgebied
Bijlage 3 Verkeerseffecten onderzoek
23
Opdrachtgever
Gemeente Meppel
Datum
28 mei 2025
Kenmerk
018782.20240924.N1.03
Pagina
1/6
Verkeersonderzoek Danninge Erve Zuid, deelgebied 3 1.
Inleiding
In januari 2014 is het bestemmingsplan Nijeveen - Danninge Erve Zuid, fase 2 Dorpsstraat
Weidelint
maakt de bouw van 117 woningen mogelijk.
de Vorrel
onherroepelijk geworden. Dit bestemmingsplan Tot op heden zijn er 77 woningen gerealiseerd. Voor de resterende woningen krijgt het gebied een andere invulling (zie impressie in de figuur hiernaast) waardoor in totaal 157 woningen een plek krijgen in het gebied. Per saldo worden er 40 woningen extra gerealiseerd. In dit onderzoek zijn de verkeerseffecten van dit groter aantal woningen beschreven. Danninge Erve is gelegen aan de zuidzijde van Nijeveen. De ontsluiting vindt plaats vanaf de Dorpsstraat via het Weidelint en de Vorrel. De extra te realiseren woningen zullen voornamelijk via de Vorrel worden afgewikkeld.
Figuur 1.1: Impressie plangebied Danninge Erve Zuid, deelgebied 3
Goudappel BV werkt vanuit Amsterdam, Den Haag, Deventer, Eindhoven en Leeuwarden en via onze partners in het buitenland
Snipperlingsdijk 4
Postbus 161
+31(0) 570 666 222
BTW NL 0072 11 879 B01
7417 BJ Deventer
7400 AD Deventer
info@goudappel.nl
KVK
Nederland
Nederland
www.goudappel.nl
IBAN NL09 INGB 0001 2746 32
3801 7479
2.
Verkeersstromen op de Dorpsstraat en de Vorrel
De gemeente Meppel beschikt over een actueel verkeersmodel dat de verkeersstromen op het grondgebied van de gemeente Meppel beschrijft. Het verkeersmodel beschrijft de verkeersstromen op een gemiddelde werkdag voor het jaar 2019 en prognosticeert toekomstige verkeersstromen voor 2040. In onderstaande figuren 2.1 en 2.2 zijn de verkeerstromen op de Dorpsstraat en aansluitende wegen weergegeven (o.a. de Vorrel) voor de situatie in 2019 en de situatie bij autonome ontwikkelingen in 2040. De autonome ontwikkelingen betreffen de vaststaande en onherroepelijke ruimtelijke en infrastructurele ontwikkelingen. Voor de directe omgeving van Danninge Erve is dat onder andere het oorspronkelijke bestemmingsplan Nijeveen - Danninge Erve Zuid, fase 2. Overige relevante plannen zijn de realisatie van Nieuwveense Landen en de nieuwe Stadsentree van Meppel.
Figuur 2.1: Etmaalintensiteiten 2019 (afgerond op 10-tallen motorvoertuigen per rijrichting)
2
Figuur 2.2: Etmaalintensiteiten autonome situatie 2040 (afgerond op 10-tallen motorvoertuigen per rijrichting) Op de Dorpsstraat worden ter hoogte van het plangebied de hoogste verkeersaantallen waargenomen. In 2019 was er sprake van afgerond 2.800 motorvoertuigen per etmaal. In 2040 worden er afgerond 4.700 motorvoertuigen etmaal verwacht. De toename wordt mede veroorzaakt door de veranderende routekeuze in Nijeveen. De huidige route via de Meppelerweg en Nieuwe Nijeveenseweg wordt in de toekomst minder gebruikt doordat de Nieuwe Nijeveenseweg ter hoogte van Nieuwveense Landen de functie voor het autoverkeer verliest. In de autonome situatie wordt voor Danninge Erve uitgegaan van de oorspronkelijke 117 woningen (bestemmingsplan Nijeveen - Danninge Erve Zuid, fase 2) plus de 66 woningen die al waren gerealiseerd aan het Weidelint. De in totaal 183 woningen maken voor de externe ontsluiting gebruik van Weidelint en de Vorrel. Op de uitgangen van de woongebieden is de verkeersbelasting het hoogst. Van het drukste deel van Weidelint
3
maken rijden circa 680 motorvoertuigen per etmaal gebruik. Op de Vorrel rijden circa 500 motorvoertuigen per etmaal op het drukste deel. Het plangebied ligt in een landelijke omgeving. Het autobezit en autogebruik in Nijeveen e.o. is relatief hoog. Verwacht wordt dat de nieuwe woningen gemiddeld 7 tot 8 ritten per woning genereren (bron: Verkeersmodel Meppel). De 40 woningen die door de planontwikkeling mogelijk worden, zorgen op een gemiddelde werkdag voor ruim 300 motorvoertuigen extra per etmaal. De totale hoeveelheid motorvoertuigen op het drukste deel van de Vorrel bedraagt daardoor circa 810 motorvoertuigen per etmaal. Uit de modelberekeningen blijkt dat minder dan 50 mvt van het westelijk deel van de Dorpsstraat gebruik gaat maken en ongeveer 250 mvt van het oostelijk deel van de Dorpsstraat. Het gros van het verkeer is dus georiënteerd op het oostelijke deel van de Dorpsstraat. Dit is vooral verkeer dat via de Nijeveen een rechtstreekse verbinding heeft met aansluiting Havelte (A32) en verkeer dat via de 1e Nijeveense Kerkweg richting Meppel rijdt.
Figuur 2.3: Etmaalintensiteiten plansituatie 2040 (afgerond op 10-tallen motorvoertuigen per rijrichting)
4
Na realisatie van de planontwikkeling worden ter hoogte van het plangebied op de Dorpstraat afgerond 5.000 motorvoertuigen per etmaal geprognosticeerd.
3.
Toets planeffecten op de Dorpsstraat en de Vorrel
De Dorpsstraat in Nijeveen is gelegen binnen de kom en is uitgevoerd in klinkers. De wettelijke maximumsnelheid ter hoogte van het plangebied bedraagt 30 km/uur. Ter hoogte van het plangebied is de Dorpsstraat voorzien van een trottoir, maar ten oosten van de 1e Nijeveens Kerkweg (in het 50 km/uur gebied) ontbreekt deze voorziening. De verkeersstromen van de huidige, autonome en plansituatie passen bij de functie en inrichting van een 30 km/uur weg. Het kruisingsvlak van de Vorrel met de Dorpsstraat heeft een afwijkend bestratingspatroon wat enigszins het attentieniveau van de automobilist verhoogd. Het kruisingsvlak is vanuit oostelijke richting niet herkenbaar als zijstraat, maar vergelijkbaar met de uitritten van de woningen aan de Dorpsstraat. Beter is het kruisingsvlak verhoogd uit te voeren, zodra het bouwverkeer niet meer in Danninge Erve hoeft te zijn. De snelheid van het gemotoriseerd verkeer wordt daarmee ingeperkt, waardoor de ernst van potentiële conflicten met weggebruikers vanuit de Vorrel afneemt. Immer 100 meter voor het kruisingsvlak is de maximumsnelheid nog 50 km/uur. Dit geldt overigens voor alle beschouwde situaties en is niet het gevolg van de planontwikkeling. Het kruispunt Vorrel – Dorpsstraat is een gelijkwaardig kruispunt. Dit betekent dat rechts voorrang heeft.
De verkeersaantallen op de Vorrel blijven beperkt (afgerond 800 mvt/etmaal) en zijn vergelijkbaar met de andere zijstraten ten zuiden van de Dorpsstraat. Gelijkwaardige kruispunten volstaan qua verkeersafwikkeling, als de snelheid van het gemotoriseerd verkeer op maximaal 30 km/uur ligt. Bij hogere snelheden onstaan er onvoldoende hiaten in de verkeersstroom om veilig over te steken. De Vorrel is nu nog vormgegeven als bouwweg. De uiteindelijke vormgeving van de toegangsweg, wordt vergelijkbaar met de aansluiting van Weidelint op de Dorpsstraat. Dit is een wegprofiel met een rijbaanbreedte van 5,00 meter. De foto van Weidelint in figuur 3.1 op de volgende pagina, geeft een impressie van het nieuwe wegprofiel op het gedeelte tussen de Dorpsstraat en het woongebied. Dit is een gemengd profiel, waarbij voetgangers ook van de rijbaan gebruik maken. Tot circa 1.000 auto’s per etmaal voldoet dit profiel. Bij hogere verkeersintensiteiten is een afgebakende loopruimte gewenst.
5
Figuur 3.1: Vergelijkbaar wegprofiel op Weidelint (bron: Streetsmart)
4.
Conclusies
De plantontwikkeling van Danninge Erve Zuid maakt het mogelijk dat er 40 woningen extra worden gerealiseerd ten opzichte van het al vergunde aantal woningen. Uit het onderzoek blijkt dat het planeffect van de ontwikkeling (verschil tussen autonome en plansituatie) minimaal is. Uit de analyse naar de kwaliteit van de verkeersveiligheid en de verkeersafwikkeling blijkt dat dit zowel op wegvak- als op kruispuntniveau het geval is. Het plan genereert ruim 300 mvt/etmaal op een gemiddelde werkdag. Als de Vorrel na afronding van de bouwwerkzaamheden een vormgeving krijgt die vergelijkbaar is met Weidelint (30 km/uur, gemengde afwikkeling), kan het verkeer naar het woongebied veilig worden afgewikkeld. Ook op de Dorpsstraat kan het extra verkeer veilig worden afgewikkeld met de huidige vormgeving van de weg. Als de werkelijk gereden snelheid van het gemotoriseerd op de Dorpsstraat hoger ligt dan de maximumsnelheid van 30 km/uur, bevelen we aan op het kruisingsvlak met de Vorrel verhoogd uit te voeren. Dit verhoogt het attentieniveau (positief verkeersveiligheidseffect), verlaagd de snelheid (positief verkeersveiligheidseffect) en vergroot het aantal oversteekmogelijkheden (positief voor de verkeersafwikkeling). Overigens past deze aanpassing in de vormgevng ook in het beeld van de Dorpsstraat, waarbij verschillende zijwegen uitgevoerd zijn met een kruispuntplateau.
6
TAM-omgevingsplan Danninge Erve Zuid 3e deelgebied
Bijlage 4 Akoestisch onderzoek
31
Akoestisch onderzoek woningbouw Danninge Erve Zuid II
Akoestisch onderzoek woningbouw Danninge Erve Zuid II
Inhoud Rapport en bijlagen
19 juli 2024 Projectnummer P002789
Inhoudsopgave 1
Inleiding
3
2
Situatie
4
3
Wettelijk kader
6
3.1
Wegverkeerslawaai
6
3.1.1
Geluidaandachtsgebieden
6
3.1.2
Normstelling
7
3.1.3
Overschrijding grenswaarden
8
3.1.4
Geluidsluwe en niet geluidgevoelige gevels
9
3.1.5
Binnenwaarde
9
3.2
Cumulatie
9
4
Rekenmethode
10
5
Uitgangspunten
11
5.1
Fysieke gegevens
11
5.2
Verkeersgegevens
11
6
7
Berekening en toetsing
13
6.1
Berekening geluidsbelastingcontouren
13
6.2
Berekening geluidsbelasting woningen binnen de 53 dB geluidsbelastingcontour
13
6.3
Toetsing
14
6.4
Cumulatie
15
Conclusie en samenvatting
16
Bijlagen
Akoestisch onderzoek woningbouw Danninge Erve Zuid II - 19 juli 2024
1
Inleiding BügelHajema Adviseurs b.v. heeft de opdracht gekregen een akoestisch onderzoek uit te voeren naar de geluidsbelasting op nieuw te realiseren woningen in het derde deelgebied van Danninge Erve zuid in gemeente Meppel. De instructieregels uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) beschouwen woningen als geluidgevoelig gebouwen. Daarom dient er een toetsing plaats te vinden aan de eisen uit het Bkl. Een akoestisch onderzoek is op grond van de instructieregels uit het Bkl noodzakelijk wanneer een geluidgevoelig gebouw gelegen is binnen een door het Bkl aangewezen geluidaandachtsgebied. De nieuw te realiseren woningen bevinden zich binnen het geluidaandachtsgebied van de Dorpsstraat ten noorden van het plangebied. Doel van het onderzoek is het bepalen van de geluidsbelasting op de gevels van de woningen en deze te toetsen aan de instructieregels voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties uit het Bkl. Toetsing van de karakteristieke geluidwering voor het vaststellen van de binnenwaarde van de woningen valt buiten het kader van dit onderzoek. Het akoestisch onderzoek heeft plaatsgevonden overeenkomstig de Standaardrekenmethode, die is omschreven in bijlage Ive van de Omgevingsregeling. De resultaten van het akoestisch onderzoek zijn opgenomen in deze rapportage.
Akoestisch onderzoek woningbouw Danninge Erve Zuid II - 18 juli 2024
3
2
Situatie Het initiatief heeft betrekking op de verdere uitbreiding van de woonwijk Danninge Erve Zuid II. Voor deze locatie worden plannen voorbereid waarbij de realisatie van nieuwe woningen mogelijk wordt gemaakt. Het gaat om verschillende soorten woningen (rijtjeshuizen, twee-onder-een-kap en vrijstaand). De onderstaande afbeelding geeft het plan weer.
Figuur 1. Locatie woningbouw (bron: Royal Hasking DHV)
Akoestisch onderzoek woningbouw Danninge Erve Zuid II - 18 juli 2024
4
Figuur 2. Omliggende wegen plangebied (in het blauw, bron: Regels op de kaart).
Om het plangebied heen zijn de volgende wegen geïdentificeerd: -
Dorpsstraat
-
1e Nijeveense Kerkweg
-
Weidelint
-
De Diek
-
De Ryge
-
De Veenties
Akoestisch onderzoek woningbouw Danninge Erve Zuid II - 18 juli 2024
5
3
Wettelijk kader Per 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Voor wat betreft regelgeving over wegverkeerslawaai betekent dit dat nu de regels uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) van toepassing zijn. Onder de Omgevingswet dient met betrekking tot de geluidbelasting van een (spoor)weg de L Aeq over alle perioden van 07.00-19.00 uur, van 19.00-23.00 uur en van 23.00-07.00 uur te worden bepaald. De Lden is de logaritmisch gemiddelde waarde van de berekende geluidbelasting in genoemde dag -, avonden nachtperiode, waarbij gebruik wordt gemaakt van een ‘energetische’ middeling. Een en ander volgens de formule:
Het Bkl geeft uitsluitend grenswaarden ten aanzien van de geluidbelasting op de gevels van woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen. De definitie van een gevel luidt: ‘De bouwkundige constructie die een ruimte in een woning of onderwijsgebouw scheidt van de buitenlucht, daaronder begrepen het dak, met uitzondering van een constructie zonder te openen delen en met een in NEN 5077 bedoelde karakteristieke geluidwering die ten minste gelijk is aan het verschil tussen de geluidbelasting van die constructie en 33 dB’. De berekende geluidsniveaus worden afgerond naar het dichtstbijzijnde gehele getal, waarbij een halve eenheid wordt afgerond naar het dichtstbijzijnde even getal, zoals aangegeven in artikel 3.4 van de Omgevingsregeling.
3.1
Wegverkeerslawaai
3.1.1 Geluidaandachtsgebieden Onder de Omgevingswet is geen sprake meer van de vaste zonebreedtes die golden onder de Wgh. Onder
de
Omgevingswet
wordt
er
gesproken
over
geluidaandachtsgebieden.
Een
geluidaandachtsgebied is een locatie langs een weg of spoorweg of rond e en industrieterrein waarbinnen het geluid hoger kan zijn dan de standaardwaarde in L den (zie artikel 3.34 Bkl voor standaardwaarden). De breedte van de zone wordt dus afhankelijk van de geluidemissie van de bron. Het geluidaandachtsgebied wordt bepaald per geluidbronsoort op basis van berekeningen. Voor het bepalen van de omvang van het geluidaandachtsgebied gelden de regels uit bijlage IVc van de Omgevingsregeling.
Akoestisch onderzoek woningbouw Danninge Erve Zuid II - 18 juli 2024
6
Onder de Omgevingswet hebben rijkswegen, provinciale wegen, hoofdspoorwegen, aangewezen lokale spoorwegen en industrieterreinen met aangewezen activiteiten een geluidproductieplafond (gpp). Op basis hiervan wordt voor deze wegen en industrieterreinen het geluidaandachtsgebied bepaald. Voor gemeentelijke wegen, waterschapswegen en lokale spoorwegen gelden geen gpp’s. Voor deze bronnen kan een basisgeluidemissie (bge) worden vastgelegd om het geluidaandachtsgebied te bepalen. Wanneer voor lokale wegen waarvan een geluidaandachtsgebied moet worden bepaald geen verkeersgegevens bekend zijn en van die wegen de verkeersintensiteit hoger kan zijn dan 1.000 motorvoertuigen per etmaal, worden de contouren bepaald met de volgende afstanden van de rand van de contour tot de weg: -
Voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken en een maximumsnelheid van 30 km/u of minder: ten minste 100 m;
-
Voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken en een onbekende maximumsnelheid of een maximumsnelheid van meer dan 30 km/u: ten minste 200 m; en
-
Voor een weg, bestaande uit drie of meer rijstroken: ten minste 350 m.
Onder de Omgevingswet kunnen daarmee ook 30 km/uur wegen onder het geluidaandachtsgebied vallen. Alleen wegen met een verkeersintensiteit kleiner dan 1.000 motorvoertuigenbewegingen per etmaal vallen niet onder
de
regels van het Bkl,
deze
we gen hebben
daarom geen
geluidaandachtsgebied. 3.1.2 Normstelling Bij het voorbereiden van een plan dat geheel of gedeeltelijk binnen
een vastgesteld
geluidaandachtsgebied gelegen is dient een akoestisch onderzoek te worden uitgevoerd om de geluidsbelasting als gevolg van wegverkeer op de gevel te bepalen. Voor wegen, spoorwegen en industrie geldt binnen een geluidaandachtsgebied een standaardwaarde (voorheen voorkeurswaarde) en een grenswaarde (voorheen maximale ontheffingswaarde). Er moet altijd worden gestreefd naar een geluidbelasting die voldoet aan de standaardwaarde (ondergrens). De standaardwaarden gelden als algemeen geaccepteerd geluidniveau. Er wordt
onder de
omgevingswet geen onderscheid meer gemaakt tussen binnen- of buitenstedelijk gebied. Wel wordt er onderscheid gemaakt tussen wegen van verschillende wegbeheerders. Ook is onder de Omgevingswet de aftrek conform artikel 110g Wet geluidhinder niet meer van toe passing. De standaardwaarde en grenswaarde per geluidsbronsoort zijn aangegeven in tabel 1.
Akoestisch onderzoek woningbouw Danninge Erve Zuid II - 18 juli 2024
7
Tabel 1. Standaardwaarden en grenswaarden Geluidbronsoort
Standaardwaarde
Grenswaarde
Provinciale wegen
50 L den
60 L den
53 L den
70 L den
55 L den
65 L den
50 L den
55 L den
40 L night
45 L night
Rijkswegen Gemeentewegen Waterschapswegen Lokale spoorwegen Hoofdspoorwegen Industrieterreinen
In de Omgevingswet is bepaald dat het bevoegd gezag geluid tot en met de grenswaarde op de gevel van een geluidgevoelig gebouw kan toestaan als: a.
Geen geluidbeperkende maatregelen kunnen worden getroffen om aan de standaardwaarde te voldoen;
b.
De overschrijding van de standaardwaarde door het treffen van geluidbeperkende maatregelen zoveel mogelijk wordt beperkt; en
c.
Het geluid op geluidgevoelige gebouwen niet hoger is dan de grenswaarde .
Bij het overschrijden van de standaardwaarde moeten de mogelijkheden tot het treffen van maatregelen worden onderzocht en afgewogen. Bij de afweging van de te tre ffen maatregelen moet rekening worden gehouden met de noodzaak van een veilige verkeersafwikkeling. Ook moet rekening worden gehouden met de inpasbaarheid van de maatregelen in het landschap en de kosten van de maatregelen. Bovendien moeten te plaatsen geluidsbeperkende voorzieningen voldoende doelmatig zijn. 3.1.3 Overschrijding grenswaarden De grenswaarden uit het Bkl zijn harde grenzen. Hier mag alleen in specifieke gevallen van worden afgeweken. Dit geldt bij de volgende situaties: -
Bij vervangende nieuwbouw waarbij een bestaand geluidgevoelig gebouw wordt vervangen mag de grenswaarde met niet meer dan 5 dB worden overschreden. Het aantal geluidgevoelige gebouwen met meer geluid dan de grenswaarde mag niet wezenlijk toenemen.
-
Bij een functiewijziging waarbij een nieuw geluidgevoelig gebouw wordt toegelaten door wijziging van de gebruiksfunctie van een bestaand bouwwerk dat geen geluidgevoelig gebouw is, mag de grenswaarde met niet meer dan 5 dB worden overschreden.
-
De grenswaarde aan de gevel van een geluidgevoelige gebouw mag worden overschreden als er bouwkundige maatregelen kunnen worden die: -
bestaan uit een uitwendige scheidingsconstructie die geen te openen delen bevat anders dan als onderdeel van een gemeenschappelijke doorgang; of
-
borgen dat het geluid op de te openen delen in de uitwendige scheidingsconstructie die direct grenzen aan een verblijfsgebied niet hoger is dan de grenswaarde.
-
Zwaarwegende economische belangen of zwaarwegende andere maatschappelijke belangen dit rechtvaardigen.
Akoestisch onderzoek woningbouw Danninge Erve Zuid II - 18 juli 2024
8
3.1.4 Geluidsluwe en niet geluidgevoelige gevels Bij het overschrijden van de standaardwaarde dient het belang van een geluidluwe gevel te worden betrokken. Een geluidluwe gevel is een gevel die ten opzichte van de andere gevels van een geluidgevoelig gebouw relatief weinig wordt belast door geluid. Onder de Omgevingswet is de term ‘dove gevel’ vervangen door de term ‘niet-geluidgevoelige gevel’. Een niet-geluidgevoelige gevel is een gevel waaraan bouwkundige maatregelen kunnen worden getroffen die: a.
bestaan uit een uitwendige scheidingsconstructie die geen te openen delen bevat anders dan als onderdeel van een gemeenschappelijke doorgang; of
b.
borgen dat het geluid op de te openen delen in de uitwendige scheidingsconstructie die direct grenzen aan een verblijfsgebied niet hoger is dan de grenswaarde.
3.1.5 Binnenwaarde Indien geen of onvoldoende maatregelen ter beperking van de gevelbelasting (kunnen) worden getroffen, dient het binnenklimaat te worden beschermd. De geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie dient hierop te zijn afgestemd. Voor geluidgevoelige bebouwing is dit geregeld in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). De karakteristieke geluidwering van een uitwendige scheidingsconstructie die de scheiding vormt tussen een verblijfsgebied e n de buitenlucht moet, ter beperking van geluidshinder in het verblijfsgebied, ten minste gelijk zijn aan het verschil tussen de geluidsbelasting van die uitwendige scheidingsconstructie en 33 dB.
3.2
Cumulatie
Indien de standaardwaarde voor een geluidbronsoort wordt overschreden, dient de gecumuleerde geluidbelasting en de gezamenlijke geluidbelasting op een geluidgevoelig gebouw te worden bepaald. Gecumuleerd geluid wordt gebruikt voor de afweging van de aanvaardbaarheid. Het gezamenlijk geluid (niet-gewogen) wordt gebruikt voor de beoordeling van het binnenniveau, dan wel het bepalen van de eisen aan de geluidwering van een geluidgevoelig gebouw.
Akoestisch onderzoek woningbouw Danninge Erve Zuid II - 18 juli 2024
9
4
Rekenmethode Akoestisch onderzoek in het kader van de Omgevingswet dient plaats te vinden overeenkomstig de Standaardrekenmethode die is omschreven in bijlage IVe van de Omgevingsregeling. Er zijn twee rekenmethoden: -
Standaard Rekenmethode I, gebaseerd op een vereenvoudiging van de situatie waarbij de weg bij benadering recht is en de invoergegevens zoals de verkeersintensiteiten en de hoogteverschillen in de weg geen belangrijke variaties vertonen.
-
Standaard Rekenmethode II, bedoeld voor de meer complexe situaties die niet voldoen aan de randvoorwaarden voor de Standaard Rekenmethode I.
De onderhavige situatie is te complex om met rekenmethode I te kunnen berekenen. Dit maakt het gebruik van Standaard Rekenmethode II noodzakelijk. Voor het uitvoeren van de methode II berekeningen van het wegverkeer is gebruik gemaakt van het computerprogramma Winhavik versie 9.0.4. Hiertoe is de situatie gedigitaliseerd. In het invoermodel worden rijlijnen ingebracht, reflecterende bodemgebieden, hoogtelijnen, gebouwen en eventueel schermen. De rijstroken zelf, de zijwegen, waterpartijen en andere verharde oppervlakken zijn beschouwd als reflecterende bodemgebieden, de overige gebieden als absorberend. Bij de berekeningen zijn verder de volgende uitgangspunten en rekenparameters gehanteerd: −
aantal reflecties:
maximaal 1 stuks;
−
openingshoek:
2 graden;
−
bodemfactor:
0 (harde bodem), vervolgens zijn alle bodemoppervlakten in het rekenmodel geïmporteerd en voorzien van een bodemfactor.
Het Europees bronbeleid op de berekende geluidsbelasting is in het rekenmodel verdisconteerd in de groepsreductie. Op
de
gevel van de
betreffende
geluidgevoelige bebouwing
liggen de
waarneempunten op verschillende hoogten afhankelijk van de hoog te van het betreffende gebouw en of het een geluidgevoelige functie betreft. De invoergegevens van het opgestelde Standaard Rekenmethode II-rekenmodel en de grafische weergaven daarvan zijn als bijlagen bij dit onderzoek toegevoegd. De rekenresultaten wor den besproken in hoofdstuk 6.
Akoestisch onderzoek woningbouw Danninge Erve Zuid II - 18 juli 2024
10
5
Uitgangspunten 5.1
Fysieke gegevens
Ten behoeve van dit onderzoek is gebruik gemaakt van door de opdrachtgever verstrekte ondergronden en ontwerp (zie figuur 1). De overige ten behoeve van de modellering benodigde gegevens met betrekking tot terreingesteldheid en gebouwen zijn met behulp van Google Streetview geïnventariseerd of door opdrachtgever aangeleverd. Wat betreft de bodemfactor wordt opgemerkt dat in het model rekening is gehouden met verharding wat betreft de wegen, parkeerplaatsen, trottoirs en met watergangen. Deze hebben een bodemfactor van 0%. De overige verharding betreft in- en uitritten en verharding in de tuin. In deze locaties waar het om gaat is een bodemfactor van 50%-80% aangehouden.
5.2
Verkeersgegevens
Het plangebied ligt binnen het geluidaandachtsgebied van de Dorpsstraat. Het betreft een weg met een maximale snelheid van 50 km/u met meer dan 1.000 motorvoertuigenbewegingen per etmaal. Deze weg moet daarom meegenomen worden in het akoestisch onderzoek. Deze weg kan worden gerekend tot de categorie ‘Gemeentewegen’. Voor de weg geldt daarom een standaardwaarde van 53 dB en een grenswaarde van 70 dB (zie tabel 1). Ook is het plangebied gelegen in het geluidaandachtsgebied van de 1e Nijeveense Kerkweg. Dit betreft een weg met een maximale snelheid van 60 km/u. Uit de verkregen gemeentelijke verkeersgegevens blijkt dat er maximaal 390 motorvoertuigenbewegingen per etmaal worden verwacht op de 1e Nijeveense Kerkweg in 2040. Dit is ruim onder de grens van 1.000 motorvoertuigenbewegingen per etmaal. Op grond van zowel de instructieregels uit het Bkl en uit oogpunt van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties is het daarom niet nodig deze weg mee te nemen in het onderzoek. Verder zijn de wegen Weidelint, De Diek, De Veenties en De Ryge liggen tevens in de buurt van het plangebied. Dit betreffen erftoegangswegen met een maximumsnelheid 30 km/u. Deze wegen kennen door
de
aard
en
omvang
een
beperkte
verkeersintensiteit,
kleiner
dan
1.000
motorvoertuigenbewegingen per etmaal. Tevens worden deze wegen veelal afgeschermd door bebouwing. Op grond van zowel de instructieregels uit het Bkl en uit oogpunt van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties is het daarom niet nodig deze wegen mee te nemen in het onderzoek. De verwerkte verkeersgegevens zijn weergegeven in onderstaande tabel 2 en zijn gebaseerd op de verkregen verkeersgegevens. Daarbij is rekening gehouden met de etmaal weekdagintensiteit en een groei van het verkeer met 1 % per jaar.
Akoestisch onderzoek woningbouw Danninge Erve Zuid II - 18 juli 2024
11
Per wegvak is behalve de etmaalintensiteit van belang hoe het verkeer verdeeld is tussen dag -, avonden nachturen. Bovendien is de verdeling van de aantallen en snelheden per voertuigcategorie uitgesplitst. De voertuigcategorieën worden hierbij als volgt ingedeeld: -
lichte motorvoertuigen (personenauto’s en bestelauto’s);
-
middelzware
motorvoertuigen
(autobussen,
vrachtwagens met twee
assen en vier
achterwielen); -
zware motorvoertuigen (vrachtwagens met drie of meer assen, vrachtwagens met aanhanger, trekkers met oplegger).
Tabel 2. (Verwachte) verkeersintensiteit, samenstelling en verdeling verkeer per wegvak Weg
Wegdek
Etmaal intensiteit
Periode
%
2034 Dorpsstraat
Keperverband elementenverharding
3944
Samenstelling verkeer % lmv
% mzw