2d. TAM Omgevingsplan Danninge Erve Zuid - Motivering
Tekst van het document
TAM-omgevingsplan Danninge Erve Zuid 3e deelgebied
Motivering
TAM-omgevingsplan Danninge Erve Zuid 3e deelgebied 26-11-2025
TAM-omgevingsplan Danninge Erve Zuid 3e deelgebied
Inhoudsopgave
Motivering
5
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Beschrijving van wijziging 1.3 Regeling in (tijdelijk) omgevingsplan 1.4 Leeswijzer
5 5 5 6 9
Hoofdstuk 2 Planvoornemen 2.1 Ontstaansgeschiedenis 2.2 Bestaande activiteiten (huidige situatie) 2.3 Beoogde situatie
10 10 10 10
Hoofdstuk 3 Gemeentelijk beleid 3.1 Omgevingsvisie Meppel 3.2 Omgevingsprogramma's 3.3 Specifiek beleid gemeente Meppel
11 11 12 14
Hoofdstuk 4 Regelanalyse en beleid 4.1 Rijksbeleid en (instructie)regels 4.2 Provinciaal beleid en (instructie)regels 4.3 Verordening fysieke leefomgeving 4.4 Bruidsschat
24 24 26 29 30
Hoofdstuk 5 Hoe gaan we het regelen 5.1 Uitwerking in de regels 5.2 Welke activiteiten worden toegestaan en waar
30 30 31
Hoofdstuk 6 Gevolgen voor de fysieke leefomgeving 6.1 Milieueffectrapportage 6.2 Laddertoets 6.3 Dienstenrichtlijn 6.4 Verkeer en vervoer 6.5 Geluid 6.6 Luchtkwaliteit 6.7 Geur 6.8 Trilling 6.9 Bodem 6.10 Veiligheid 6.11 Water 6.12 Stedelijke en landschappelijke inpassing 6.13 Cultureel erfgoed 6.14 Natuur 6.15 Duurzaamheid 6.16 Gezondheid 6.17 Spuitzones
35 35 36 38 39 40 41 42 43 43 44 46 48 54 55 57 58 58
Hoofdstuk 7 Kostenverhaal 7.1 Regels kostenverhaal 7.2 Anterieure overeenkomst
59 59 60
Hoofdstuk 8
60
Participatie en keten
3
TAM-omgevingsplan Danninge Erve Zuid 3e deelgebied
8.1 8.2 8.3
Inleiding Participatie voorafgaand aan het tot stand komen van het ontwerp-wijzigingsbesluit Ontwerp-wijzigingsbesluit
4
60 60 62
TAM-omgevingsplan Danninge Erve Zuid 3e deelgebied
Motivering Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Aan de zuidoostelijke dorpsrand van Nijeveen is een woongebied gerealiseerd. Het 3e deelgebied is echter nog niet ontwikkeld. De verkaveling van dit deelgebied stamt uit 2012 en sluit niet meer aan op de huidige vraag naar nieuwbouwwoningen in Nijeveen. Door een andere verkaveling toe te passen in dit derde deelgebied, kunnen woningen worden gebouwd die aansluiten bij de vraag uit het dorp. Door het deelgebied te herverkavelen worden maximaal 80 woningen mogelijk gemaakt. Volgens het geldende planologische regime zijn er 42 woningen mogelijk. Om voldoende waterberging voor Danninge Erve Zuid te kunnen realiseren krijgen in dit plan de meest zuidelijke gronden de functie 'Natuur'. Binnen deze functie is het mogelijk om groen en waterberging aan te leggen. Om deze verkaveling mogelijk te maken moet het (tijdelijke) omgevingsplan worden gewijzigd. Binnen het huidige tijdelijke deel van het omgevingsplan (voorheen: bestemmingsplan) is de realisatie van het voornemen namelijk niet mogelijk. De voorliggende wijziging van het omgevingsplan biedt het juridisch-planologische kader voor de realisatie van het voornemen. Deze motivering behandelt alle nodige aspecten hiervoor.
1.2
Beschrijving van wijziging
Op de onderstaande afbeeldingen is de ligging van het werkingsgebied globaal weergeven. Het werkingsgebied ligt aan de zuidoostelijke dorpsrand van Nijeveen. Het werkingsgebied betreft delen van de percelen met perceelnummers Nijeveen H 1280, 1431, 1506, 1507, 1509. Aan de westkant van het werkingsgebied zijn woningen gesitueerd die in een eerder stadium zijn ontwikkeld. Aan de oost- en zuidkant wordt het werkingsgebied ingeklemd door agrarische gronden.
Figuur 1: Situering werkingsgebied uitgezoomd (rood omkaderd) (bron: pdok.nl, d.d. 14-06-2024).
5
TAM-omgevingsplan Danninge Erve Zuid 3e deelgebied
Figuur 2: Situering werkingsgebied ingezoomd (rood omkaderd) (bron: pdok.nl, d.d. 14-06-2024).
1.3
Regeling in (tijdelijk) omgevingsplan
Voor het werkingsgebied geldt het gemeentelijke omgevingsplan van gemeente Meppel (vastgesteld 01-01-2024). Uit het tijdelijke deel van het omgevingsplan zijn voor het grootste gedeelte van het werkingsgebied de regels van het bestemmingsplan 'Nijeveen - Danninge Erve Zuid, fase 2' (vastgesteld 28 januari 2014) van toepassing. Op basis van dit vigerende bestemmingsplan heeft het werkingsgebied de bestemmingen 'Wonen', 'Verkeer-verblijfsgebied', 'Tuin', 'Groen' en 'Water'. Zie hiervoor figuur 3.
6
TAM-omgevingsplan Danninge Erve Zuid 3e deelgebied
Figuur 3: uitsnede bestemmingsplan 'Danninge Erve Zuid, fase 2' met het werkingsgebied rood omkaderd (bron: Regels op de kaart, d.d. 14-06-2024). Daarnaast is uit het tijdelijke deel van het omgevingsplan van de gemeente Meppel het bestemmingsplan 'Buitengebied' (vastgesteld 3 september 2009) van toepassing op het zuidelijke deel van het werkingsgebied. Op basis van dit bestemmingsplan heeft het werkingsgebied de bestemmingen 'Agrarisch met waarden - cultuurhistorische waarden' en 'Natuur'. Zie hiervoor figuur 4.
7
TAM-omgevingsplan Danninge Erve Zuid 3e deelgebied
Figuur 4: Uitsnede bestemmingsplan 'Buitengebied' met rood omkaderd het werkingsgebied (bron: Regels op de kaart, d.d. 14-06-2024). In het meest westelijke punt van het werkingsgebied geldt op grond van het tijdelijke deel van het omgevingsplan het bestemmingsplan 'Nijeveen' (vastgesteld 3 september 2009). Op basis van dit bestemmingsplan heeft het werkingsgebied de bestemmingen 'Verkeer' en 'Groen'. Het bestemmingsplan 'Nijeveen - Danninge Erve zuid, fase 2' heeft een groot deel van dit bestemmingsplan vervangen. Enkel op het blauw omkaderde deel van het werkingsgebied is dit bestemmingsplan nog van toepassing. Zie hiervoor figuur 5.
8
TAM-omgevingsplan Danninge Erve Zuid 3e deelgebied
Figuur 5: Uitsnede bestemmingsplan 'Nijeveen' met rood omkaderd het werkingsgebied en blauw omkaderd het deel van het bestemmingsplan dat nog van toepassing is op het werkingsgebied (bron: Regels op de kaart, d.d. 14-06-2024).
1.4
Leeswijzer
In Hoofdstuk 2 van deze motivering wordt het voornemen beschreven. Hoofdstuk 3 gaat in op het relevante beleid van de gemeente Meppel. In Hoofdstuk 4 wordt de ontwikkeling getoetst aan het rijksbeleid en regels en de omgevingsverordening van de provincie. Hoofdstuk 5 behandelt de juridische vormgeving van de wijziging van het omgevingsplan. In Hoofdstuk 6 worden de gevolgen voor de fysieke leefomgeving besproken. Hoofdstuk 7 gaat in op het kostenverhaal. In Hoofdstuk 8 wordt beschreven hoe het participatietraject eruit heeft gezien.
9
TAM-omgevingsplan Danninge Erve Zuid 3e deelgebied
Hoofdstuk 2 2.1
Planvoornemen
Ontstaansgeschiedenis
De dorpen Nijeveen en Kolderveen zijn rond 1250 gesticht bij de ontginning van het veengebied. De bebouwing werd opgericht langs de hoger gelegen ontginningsas. Zo ontstond de typische lintbebouwing van deze veenontginningsdorpen. Omstreeks 1850 waren deze veenontginningen voltooid en was een groot strokenverkavelingscomplex ontstaan, met percelen van enkele kilometers lengte en een breedte van 8 à 10 meter. Door de ruilverkavelingen in de periode 1960-1970 werden zij vervangen door kortere, bredere percelen. Na 1950 zijn de 'achtererven' van het lint van de Dorpsstraat met hoofdzakelijk woonbuurten en recreatieve terreinen ingevuld. Zowel aan de noord- als aan de zuidzijde is Nijeveen uitgebreid met een gelijke schaal en maat. Met Danninge Erve Zuid, fase 2 wordt het 'carré' van Nijeveen gecomplementeerd. In dit plan voor het derde deelgebied wordt een herverkaveling voorgesteld die beter aansluit bij de hedendaagse (woon)behoeften vanuit het dorp.
2.2
Bestaande activiteiten (huidige situatie)
Ruimtelijke en functionele structuur De identiteit van Nijeveen wordt bepaald door de historische ontwikkeling. Gelegen op een omgeving van zowel laagveen- als zandgebied wordt het gebied gekenmerkt door openheid van veengronden versus lange groene lanen en bospartijen. Deze afwisseling maakt dat met name het silhouet van de zuidkant van Nijeveen een divers beeld kent. Hierin zijn de waterstructuur van De Grift en andere watergangen zeer karakteristiek. De oriëntatie van de verkavelingsstructuur is noord-zuid gericht, haaks op het lint. Het werkingsgebied ligt achter de agrarische erven van de Dorpsstraat, het karakteristieke en historische lint van het oorspronkelijke lintdorp. Langs de Dorpsstraat staat nog een groot aantal van de oorspronkelijke boerderijen. Deze boerderijen worden afgewisseld met modernere vrijstaande woningen. Het werkingsgebied ligt op de grens van dorp naar het open landschap; één van de dorpsranden van Nijeveen. Een deel van het werkingsgebied ligt momenteel nog braak en een deel is in gebruik als weiland of natuur. In het werkingsgebied zijn een aantal sloten aanwezig.
2.3
Beoogde situatie
In het nieuwe stedenbouwkundig plan is de beoogde situatie na de herverkaveling geschetst. Zie hiervoor figuur 6. Dit stedenbouwkundig plan is opgenomen als Bijlage 5 bij deze motivering. Waar eerst voornamelijk vrijstaande en twee-onder-een-kap woningen mogelijk waren, worden bij deze herverkaveling ook rijwoningen mogelijk gemaakt. Deze herverkaveling sluit beter aan bij de vraag naar goedkopere en een hoger aantal woningen. Waar in het werkingsgebied eerst 42 woningen gerealiseerd konden worden, worden in de nieuwe situatie maximaal 80 woningen mogelijk gemaakt. De ruimtelijke kwaliteit en identiteit zoals beschreven in het stedenbouwkundig plan zijn het uitgangspunt bij deze ontwikkeling.
10
TAM-omgevingsplan Danninge Erve Zuid 3e deelgebied
Figuur 6: Stedenbouwkundig plan Danninge Erve Zuid II deelgebied 3, (bron: BügelHajema Adviseurs).
Hoofdstuk 3 3.1
Gemeentelijk beleid
Omgevingsvisie Meppel
Op 24 april 2025 heeft de gemeenteraad van Meppel haar omgevingsvisie vastgesteld. In deze omgevingsvisie is vastgelegd wat de gemeente Meppel wil met de leefomgeving. Hierbij wordt gekeken naar 2040. Het is van belang om met een blik op de lange termijn naar de buitenruimte, de maatschappij en de economie te kijken. Dat helpt bij de grote en kleine keuzes die we maken over de leefomgeving. De omgevingsvisie heeft twee belangrijke functies, en ze valt daarom ook uiteen in twee delen. Deel A bevat de koers voor de leefomgeving. Deze valt uiteen in vier ambities. Samen bieden ze een antwoord op de uitdagingen van deze tijd. Het gaat om: duurzaam in alle opzichten, schoon, natuurlijk en gezond, levendig en leefbaar en kwalitatieve en inclusieve groei. Deel B laat zien hoe de omgevingsvisie in de praktijk wordt toegepast. Als wordt gewerkt aan de leefomgeving is de omgevingsvisie het kader. Het biedt handvatten voor specifieker beleid over bepaalde gebieden of bepaalde onderwerpen. Denk dan aan een gebiedsprogramma voor de binnenstad of een programma over energie of mobiliteit. Om deze reden bevat de visie een set ontwikkelprincipes en een korte uitwerking per gebied en tekst en uitleg over de opvolging van de visie in omgevingsprogramma’s en wijkagenda’s .
11
TAM-omgevingsplan Danninge Erve Zuid 3e deelgebied
Over het dorp Nijeveen staat in de visie het volgende: Nijeveen is een dorp met veel gemeenschapszin, een bloeiend verenigingsleven en grote sociale binding. Er is een ruim aanbod aan voorzieningen, inwoners waarderen dat. Nijeveen is gebouwd rondom de Dorpsstraat, een oud lint van woningen dat ontstond tijdens de veenontginning. Bewoners zijn trots op hun dorp. In 2015 stelden ze al samen een dorpsvisie op met als doel dat Nijeveen ook in 2025 een fijn dorp is voor alle Nijeveners en komende generaties. De dorpsgemeenschap wil werken aan duurzame ontwikkeling en leefbaarheid in brede zin. Duurzaam in alle opzichten Het dorp heeft duurzame ambities en wil in 2025 energieneutraal zijn. Energieopwek in lokaal eigendom heeft daarbij de voorkeur. Dit wordt zo goed mogelijk gefaciliteerd. Het dorp is onlosmakelijk verbonden met het buitengebied waar kansen zijn om grootschalige en kleinschalige energieprojecten te faciliteren. Om Nijeveen aardgasvrij te krijgen, wordt samen met lokale partners een warmteplan op gesteld. Schoon, natuurlijk en gezond De gemeenschap van Nijeveen zoekt zelf naar combinaties tussen gezondheid en groen. Er wordt gezocht naar oplossingen die bijdragen aan het gezond ouder worden in eigen dorp. De nabijheid van en verbondenheid met het buitengebied is heel belangrijk. In de dorpsagenda kan deze ambitie een plek krijgen en verder uitgewerkt worden.
Levendig en leefbaar Om Nijeveen leefbaar te houden zijn voorzieningen van belang. Ze hebben een functie voor de gemeenschap. Dorpelingen werken samen aan een initiatief om een multifunctionele accommodatie van de grond te krijgen, waarin verschillende voorzieningen een plaats krijgen. Goede toegang tot de (bovenlokale) voorzieningen van Meppel is voor het dorp ook van belang. Een goede (fiets)verbinding helpt daarbij. Inclusieve en kwalitatieve groei Groei van het dorp is nodig om plaats te bieden aan dorpelingen die in Nijeveen willen blijven wonen en om draagvlak voor de voorzieningen te houden. Maar dit moet passen bij de kwaliteiten van het dorp. Nijeveen mag zijn eigenheid niet verliezen. We kijken naar vrijkomende locaties of naar verdichting van de lintbebouwing aan de Dorpsstraat. Woonruimte voor senioren zien we vooral in de nabijheid van de voorzieningen. Conclusie Deze ontwikkeling waarbij met behoud van de kwaliteiten van het dorp meer woningen worden mogelijk gemaakt, past binnen de omgevingsvisie van Meppel.
3.2
Omgevingsprogramma's
Programma duurzaam 2024 -2028 Duurzaamheid vraagt om grote veranderingen en aanpassingen waar we in de gemeente Meppel mee aan de slag moeten. Vanwege deze grote opgaven en de urgentie ervan is duurzaamheid een prioritair thema in het collegeprogramma. Om op een goede manier aan duurzaamheid te werken is dit programma Duurzaam 2024-2028 opgesteld. Het bouwt voort op het programma Duurzaamheid 2021-2023, maar maakt het concreter en biedt een helder overzicht wat er gebeurt op het gebied van duurzaamheid in de gemeente Meppel. Het programma geeft onze overkoepelende ambitie weer. Daarnaast licht het onze strategische doelen op de lange termijn toe en het biedt een overzicht van alle inspanningen/maatregelen die we leveren op dit thema. Het is concreet en geeft duidelijk aan wat we willen bereiken waarom we dit willen bereiken en wat we daarvoor doen Het programma Duurzaam is niet bedoeld om allesomvattend te zijn en antwoord te kunnen geven op de vele vragen die het onderwerp duurzaam met zich meebrengt, maar het helpt ons weer een stap dichterbij een duurzaam Meppel te komen en met het programma in de
12
TAM-omgevingsplan Danninge Erve Zuid 3e deelgebied
hand zulke stappen te blijven zetten. De overkoepelde ambitie is: In 2050 is Meppel een duurzame en toekomstbestendige gemeente. Deze ambitie is uitgewerkt in vijf pijlers. Energietransitie We minimaliseren ons energieverbruik en gebruiken energie uit reststromen en hernieuwbare bronnen zoals wind en zon. Strategisch doel: De gemeente Meppel is CO2-neutraal in 2040. Operationele doelen om het strategische doel te bereiken zijn onder andere: In 2030 hebben we 55% CO2-reductie bereikt ten opzichte van 1990 (dat is hetzelfde niveau als in 2017). We streven naar een reductie van 60%. In 2030 hebben we een opwek gerealiseerd van 0,167 TWh van lokale hernieuwbare energie, waarvan 0,102 TWh windenergie en 0,065 TWh zonne-energie. Financiële redelijkheid en lokaal eigendom. In 2040 zijn alle gebouwen in de gemeente Meppel aardgasvrij. In 2030 hebben alle wijken een warmteplan. In 2028 zijn er geen sociale huurwoningen met energielabel E, F en G. Met het stimuleren van duurzame mobiliteit verlagen we de CO2-uitstoot. Klimaatadaptatie We zijn zo ingericht dat we voorbereid zijn op extremer weer: droogte, hitte, wateroverlast en regionale overstromingen. Strategisch doel: De gemeente Meppel is klimaatadaptief in 2050. Operationele doelen om het strategische doel te bereiken zijn onder andere: In 2030 is 25% van de openbare ruimte onverhard.
In 2030 wordt 50% van het vuil- en hemelwater gescheiden ingezameld. In 2040 is 25% van de openbare ruimte beschaduwd. Vanaf 2024 worden alle ruimtelijke ontwikkelingen in de gemeente Meppel klimaatadaptief gerealiseerd. Natuur, landschap en biodiversiteit We versterken onze natuur en landschap zodat er een robuust ecosysteem ontstaat waarin streekeigen planten en dieren kunnen floreren. Strategisch doel: De gemeente Meppel heeft in 2050 een robuust en veerkrachtig ecosysteem, passend bij de kenmerken van Meppel en met behoud en herstel van bestaande landschaps- en natuurkwaliteiten. Operationele doelen om het strategische doel te bereiken te bereiken zijn onder andere: In 2024 passen we bij elke ruimtelijke ontwikkeling het natuurinclusief ontwikkelen toe. We houden inzicht in de Meppeler basiskwaliteit natuur. In 2030 hebben we voor elk landschapstype in beeld of de kenmerkende landschapselementen in voldoende mate aanwezig zijn. We verbinden de groene hoofd- en nevenstructuren met elkaar. Gezond leefmilieu We willen een leefomgeving met een gezonde bodem en schone lucht en zo minmogelijk geur- en geluidsoverlast. Strategisch doel: De gemeente Meppel voldoet aan de wettelijke milieunormen voor bodem, lucht, geur en geluid om zo veel mogelijk schade en/of hinder voor mens, dier en milieu te voorkomen.
Operationele doelen om het strategische doel te bereiken zijn onder andere: We zorgen dat er in de gemeente Meppel aan de milieunormen wordt voldaan. Een gezond leefmilieu is een voorwaarde bij ruimtelijke ontwikkelingen We creëren een gezond leefmilieu door slim te combineren met de andere pijlers. Circulariteit We stappen af van de lineaire economie en richten ons op een economie waarin grondstoffen hun waarde
13
TAM-omgevingsplan Danninge Erve Zuid 3e deelgebied
houden en afval niet meer bestaat. Strategisch doel: De gemeente Meppel is in 2050 100% circulair. Operationele doelen om het strategische doel te bereiken zijn onder andere: In 2030 wordt er 50% minder gebruik gemaakt van primaire grondstoffen. We zetten in op circulair bouwen. We stimuleren een circulair bedrijfsleven. In 2030 wordt minimaal 60% van al ons huishoudelijke afval gerecycled. De hoeveelheid huishoudelijk restafval blijft jaarlijks afnemen tot minder dan 100 kg per inwoner. We zetten in op een afvalscheidingspercentage van minimaal 75%. Toetsing Het voornemen om het derde deelgebied te herverkavelen zorgt ervoor dat de reeds voor woningen bestemde gronden beter en daarmee duurzamer worden gebruikt. De bouw van nieuwe energiezuinige woningen sluit aan bij de doelen onder het thema energietransitie. Het gebied zal klimaatadaptief worden ingericht met oog voor natuur, landschap en biodiversiteit. Deze ontwikkeling draagt bij aan het creëren van een gezond leefmilieu door het creëren van groene omgeving met voldoende verblijfsruimte in de openbare ruimte. Het voornemen is in overeenstemming met het programma duurzaam 2024-2028.
3.3
Specifiek beleid gemeente Meppel
3.3.1
Bouwstenennotitie wonen
Op 15 november 2022 is de bouwstenennotitie vastgesteld. De woonvisie van gemeente Meppel is in 2021 verlopen en daarmee was er de noodzaak om een actuele woonvisie te hebben. Deze bouwstenennotitie heeft twee doelen, actuele ambities vastleggen voor de korte termijn en beleidskeuzes vastleggen voor de langere termijn. Thema’s in deze notitie zijn onder andere bouwopgave/verstedelijking, betaalbaarheid en doelgroepen. In deze notitie wordt de woningbehoefte gebaseerd op een woningmarktonderzoek aangegeven. De autonome groei bedraagt 175 woningen per jaar en het potentieel aanvullende woningbehoefte 160 tot 190 woningen per jaar voor de gemeente Meppel waarbij nieuwbouw op een juiste wijze ingepast moet worden, passend bij de omgeving. In deze notitie wordt met betrekking tot Danninge Erve zuid het volgende aangegeven: 'Voor Nijeveen is Danninge Erve Zuid de grootste ontwikkellocatie. Hier kunnen nog circa 80 woningen worden gebouwd.' Toetsing Gezien de woningbouwopgave waar de gemeente Meppel voor staat en het benoemen van de potentie voor 80 woningen in dit gebied, is deze ontwikkeling volledig in lijn met de Bouwstenennotitie wonen.
3.3.2
Beleidsvisie externe veiligheid 2014
De gemeente Meppel heeft in oktober 2014 haar beleidsvisie Externe Veiligheid gemeente Meppel vastgesteld. In dit beleid worden binnen het ambtsgebied van de gemeente Meppel de volgende risicobronnen onderscheiden: het vervoer van gevaarlijke stoffen over de A28 en de A32; het vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor; het vervoer van gevaarlijke stoffen over het Meppeler Diep; de binnen het ambtsgebied gelegen hoge druk aardgasleidingen; de binnen het ambtsgebied aanwezige 110 kV hoogspanningsleiding; verschillende LPG-tankstations die binnen het ambtsgebied worden uitgebaat; verschillende Seveso-activiteiten binnen het ambtsgebied; de in het buitengebied aanwezige aardgaswininstallaties; de binnen het ambtsgebied aanwezige gasontvangststations.
14
TAM-omgevingsplan Danninge Erve Zuid 3e deelgebied
In het beleid dat over het met deze activiteiten samenhangende risico is vastgesteld is uitgegaan van een gebiedsgerichte opzet, waarbij het ambtsgebied is opgedeeld in zes gebiedstypen: Binnenstad en Centrumschil Woonwijken Buitengebied Bedrijventerreinen Transportzones spoor, weg en water Risicozone hoge druk aardgastransportleidingen Voor deze verschillende gebiedstypen heeft de gemeente het in het volgende overzicht weergegeven beleid vastgesteld:
Figuur 7: Overzicht beleidsvisie externe veiligheid 2014 Meppel (bron: Gemeente Meppel). Toetsing Zoals nader onderzocht in paragraaf 6.10, biedt het aspect externe veiligheid geen belemmering voor het voornemen. 3.3.3
Meppeler Erfgoed NU behouden-benutten-beleven (2021)
De erfgoedvisie is van groot belang voor de gemeente, omdat de aandacht voor het Meppeler erfgoed in de afgelopen jaren is toegenomen. In de karakteristiek van onze leefomgeving zien we ons rijke verleden dagelijks terug. De vele waterlopen, de oude cultuurlandschappen, de lintdorpen en de prachtige historische binnenstad vertellen het cultuurhistorische verhaal van Meppel. Waar we vandaan komen, wie we zijn en hoe we ons nu ontwikkelen. In de omgang met het gemeentelijke erfgoed worden drie lijnen gevolgd: behouden, benutten en beleven. Behouden: Het erfgoed van stad en land heeft allereerst waarde in zichzelf. Daarom wil Meppel belangrijk erfgoed behouden. Het erfgoed speelt een vitale rol bij ruimtelijke ontwikkelingen en actuele opgaven in de
15
TAM-omgevingsplan Danninge Erve Zuid 3e deelgebied
leefomgeving. Daarom zorgen wij dat de cultuurhistorische kwaliteiten bij ieder plan een helder uitgangspunt zijn en richting geven aan nieuw gebruik (benutten). Benutten: We willen het erfgoed niet alleen behouden, maar het ook gebruiken en ervan genieten. We vinden het belangrijk dat voor vrijkomende of leegstaande monumentale panden een ander gebruik gezocht wordt. We zetten dus in op duurzame herbestemming van ons erfgoed, niet op sloop. Bij herbestemming blijft onze geschiedenis ook zichtbaar en herkenbaar. Dat draagt bij aan de kwaliteit van onze leefomgeving. We geven speciale aandacht aan het religieus erfgoed. Beleven: Ons erfgoed zorgt voor een inspirerende en aantrekkelijke leefomgeving. Tijdens de coronapandemie, die de kop opstak in 2020, zagen we een oplevende waardering en belangstelling voor het gebouwde erfgoed en het landschap. Dit samen met het gezin ‘beleven’ - gezond in de buitenlucht stond voorop. De historische binnenstad en het groene buitengebied bieden diverse mogelijkheden voor recreatie en toerisme. Het is de omgeving waarin evenementen plaatsvinden, zoals Open Monumentendag, het Poppenfestival of het Grachtenfestival. Het is de omgeving waarin mensen wandelen, fietsen of spelevaren. Daar genieten bewoners en bezoekers van. In de Erfgoedvisie is een uitvoeringsagenda opgenomen met daarin acties om invulling te geven aan de visie: a.
We houden eerdere inventarisaties tegen het licht aan de hand van het vastgestelde Beleids- en afwegingskader monumenten. b. We inventariseren het erfgoed van de wederopbouw en de periode erna, Post 65. c. We wijzen gemeentelijke monumenten en beschermde gezichten aan. d. We onderzoeken of het aanduiden van beeldbepalende panden aan de orde is. e. We evalueren en actualiseren de archeologische verwachting- en beleidskaarten. f. We borgen een zorgvuldige omgang met het erfgoed van stad en land en de cultuurhistorische kwaliteiten in de Omgevingsvisie en het Omgevingsplan. g. We benoemen een wettelijk verplichte adviescommissie omgevingskwaliteit in het kader van de Omgevingswet. h. We informeren monumenteneigenaren over de instandhouding van het erfgoed. i. We laten bouwhistorische verkenningen verrichten bij een selectie van panden in de historische binnenstad van Meppel (panden vóór 1850 binnenstad Meppel). j. We zorgen dat cultuurhistorische waardestellingen gemaakt worden om bruikbare kaders en handvatten te bieden bij herbestemming van waardevolle en monumentale panden. k. We zorgen dat gebiedsanalyses gemaakt worden bij ruimtelijke ontwikkelingen om cultuurhistorische kwaliteit te verbinden met nieuwe ontwerpkwaliteit. l. We stellen een kerkenvisie op. m. We verbinden erfgoed aan actuele opgaven. n.
We organiseren een integrale werkwijze met een vanzelfsprekende plaats voor cultuurhistorie. o. We willen samen met de inwoners het verhaal van Meppel uitdragen.. Toetsing Het voornemen is in overeenstemming met de erfgoedvisie.
16
TAM-omgevingsplan Danninge Erve Zuid 3e deelgebied
3.3.4
Cultuurhistorische Inventarisatie en Waardenstelling Meppel (2013)
De Cultuurhistorische Inventarisatie en Waardenstelling Meppel (CHIW) bestaat uit twee delen: het eerste deel voor het deelgebied Binnenstad-Centrum en het tweede deel voor de rest van het grondgebied van Meppel. Cultuurhistorische waarden zijn de zichtbare en onzichtbare (bovengrondse én ondergrondse) historische objecten en structuren, die bepalend zijn voor de afleesbaarheid van de geschiedenis en/of een waardevolle bijdrage leveren aan het karakter en de identiteit van een gebied. Monumenten als kerken en historische boerderijen vertegenwoordigen evidente cultuurhistorische waarden, maar ook de historische ‘morfologie’, dat wil zeggen de historische vorm van een nederzetting of een landelijk gebied en díe historische elementen die de vorm bepalen, zijn van groot belang voor het in kaart brengen van het totaal aan cultuurhistorische waarden van een gebied. Historische ontginnings- en verkavelingsstructuren, waterlopen, dijken, kades, stratenpatronen, historische perceelsindelingen en straatprofielen, de verhouding tussen onbebouwd en bebouwd erf, de karakteristieke plaatsing van gebouwen op het erf, het historische kappenlandschap, de architectuur van de individuele bebouwing en bijvoorbeeld historische ontsluitingen maken onderdeel uit van de cultuurhistorische karakteristieken van een omgeving.
Ook de monumentale groenstructuren, bijvoorbeeld historische parken, tuinen en bomen, alsmede de ondergrondse (archeologische) objecten en structuren vormen onderdeel van de cultuurhistorische waarden van een omgeving. Het werkingsgebied is gelegen in de ‘Buitengebieden’ deelgebied ‘B1 Nijeveen, Kolderveen’. Dit deelgebied krijgt de waardering ‘hoge kwaliteit’. In deze categorie zijn gebieden opgenomen waar de cultuurhistorische en historisch-ruimtelijke karakteristieken, objecten en structuren op zichzelf en in samenhang met elkaar een aanmerkelijke historische waarde vertegenwoordigen voor de geschiedenis van Meppel, Drenthe of Nederland. De linten van Kolderveen en Nijeveen, de Bovenboeren en de kluften, inclusief de kerk worden zelfs gewaardeerd als top. Ook de groen- en waterstructuren van de griften incl. sluizen, de Stouwe, de Waterleiding, de Krakeel en het Veentie, het Kuijersbos worden gewaardeerd als top. Het handhaven van de kenmerkende lineaire wegstructuur in de linten is gewenst. Ook het behoud van de doorzichten in de bebouwingslinten en het bebouwingsbeeld is van belang. Voor de linten Kolderveen en Nijeveen en de Kolderveense en Nijeveense Bovenboer en de kluften is de ambitie om de ruimtelijke en historische verschillen tussen de drie linten te behouden.
Toetsing Bij het stedenbouwkundig ontwerp is rekening gehouden met de cultuurhistorische en historische-ruimtelijke karakteristieken van Nijeveen. De uitgangspunten in het stedenbouwkundig plan zoals opgenomen in Bijlage 5 en de Beleidsregel Uiterlijk en plaatsing bouwwerken Danninge Erve Zuid, fase 2, deelgebied 3 gelden als basis voor het ontwerp. 3.3.5
Kadernotitie – Zo doen we Groen!
Deze kadernotitie geeft de richting aan voor groen, natuur, landschap en water binnen de gemeente Meppel van 2015 tot 2030. Het werkingsgebied is gelegen in het gebied 'Nijeveen' en 'Nijeveense polder' en 'Milleniumbos'. In het dorp Nijeveen gelden algemene ambities voor groen, waarbij het groen moet aansluiten bij de volgende stijlkenmerken: Bebouwingslint met authentieke erven en eikenrijen. De uitbreidingswijken hebben een eigen identiteit, waarbij dit bij in het zuidoosten van Nijeveen bestaat uit gras met bomen en hagen. De Nijeveense Polder is een agrarisch landschap, waar de veenontginning nog herkenbaar is. In dit gebied gelden de algemene ambities die voor het buitengebied zijn omschreven. In het buitengebied is groen in verschillende vormen aanwezig. Openbaar groen ligt met name langs de
17
TAM-omgevingsplan Danninge Erve Zuid 3e deelgebied
wegen. Het groen in het agrarische landschap, op de erven en in natuurgebieden bepaalt voornamelijk het beeld in het buitengebied. In het buitengebied bevindt zich ook de groenblauwe structuur, waarvoor specifieke ambities zijn beschreven. Daarnaast geldt hier natuurlijk ook onze generieke ambitie voor het groen . Men wil dat de Nijeveense Polder het verhaal vertelt van het Slagenlandschap: weids, dynamisch en functioneel. Dit verhaal wordt als volgt gezien: Het landschap laat verschillende tijdsbeelden zien, van de veenontginning, de ruilverkaveling en de moderne tijd. Dit is zichtbaar in historische linten met een hoge mate van samenhang tussen weg, bebouwing, het erf en het landschap. Het landschap geeft een beeld van de vervening door het slotenpatroon, elzensingels, oude paden, veentjes en griften en een groot contrast tussen de dichte linten en het veelal weidse landschap. Voor Nijeveense Polder wordt als wensbeeld de schoolplaat van Boerenlandnatuur veen gezien.
Accenten voor de boerenlandnatuur liggen hier bij: Bos(plantsoen) en mantel-zoom: bosjes en singels, ruige weideranden Kruidenrijk grasland: natuurlijke akker- en weideranden Water en natuurvriendelijke oevers: sloten met overgang natuurlijke weideranden, vennen Oude bomen: wegbeplanting, erven, singels, bosjes Bebouwing: natuurlijke erven Soorten als: pijlkruid, waterviolier, poelkikker, purperreiger, krabbenscheer, wezel, hermelijn, bunzing, kerkuil, boerenzwaluw, wilde narcissen, ringslang, kievit, grutto, haas, blauwe knoop, icarusblauwtje, oranjetipje, pinksterbloem. De algemene ambitie voor de parken leidt voor het Millenniumbos in Nijeveen tot het wensbeeld van Ons bos. Het bos ademt een rustige landelijke sfeer. Een centrale bomenlaan wordt geflankeerd door kruidenrijke graslanden, overgaand in natuurlijke oevers langs het water. Rond het millennium zijn gedenken geschenkbomen geplant. Er is echter zoveel ruimte om dit bos nog verder vorm te geven, dat we het wensbeeld voor het Millenniumbos samen met gebruikers willen invullen, zodat het hun bos wordt. Het park leent zich bijvoorbeeld voor Ertussenuit en Gezellig. Maar er liggen ook kansen om de ecologische basiswaarde in kruidenrijk grasland en oevers te vergroten. Voor het Millenniumbos wordt als opgave gezien de identiteit, de gebruiksmogelijkheden en de natuurwaarde verder vorm te geven, samen met de gebruikers.
Toetsing Bij het opstellen van de stedenbouwkundige visie, de beleidsregel met betrekking tot het uiterlijk en plaatsing van bouwwerken en de beleidsregel over natuurinclusief bouwen, is rekening gehouden met deze uitgangspunten en worden de natuurlijke waarden en het groen zoveel mogelijk versterkt. De voorgenomen ontwikkeling past daarmee binnen deze kadernotitie. 3.3.6
Nota parkeernormen 2021
De uitgangspunten van deze nota zijn: 1. 2.
De parkeercapaciteit dient te voldoen aan de gestelde parkeernorm. De parkeercapaciteit dient op eigen terrein te worden gerealiseerd om te voorkomen dat de parkeervraag wordt afgewenteld op de openbare ruimte.
Bij bouwplannen of bij de wijziging van de functie moet voldaan worden aan de eis parkeren op eigen terrein. Het college kan vrijstelling verlenen van de parkeernormen. Toetsing In paragraaf 6.4 wordt nader ingegaan op het aspect verkeer en vervoer.
18
TAM-omgevingsplan Danninge Erve Zuid 3e deelgebied
3.3.7
Gemeentelijk verkeer en vervoersplan 2017
Het gemeentelijk beleid op het gebied van verkeer en vervoer is beschreven in het Gemeentelijk Verkeersen Vervoersplan (GVVP) uit 2017. De hoofdlijnen voor het beleid bestaan uit het verbeteren van de interne en externe bereikbaarheid, het verbeteren van de leefbaarheid en verkeersveiligheid, een goed fietsnetwerk en voldoende fietsparkeervoorzieningen, het faciliteren van goederenvervoer over weg en water en tenslotte een goede kwaliteit van openbaar vervoer. Toetsing In paragraaf 6.4 wordt nader ingegaan op het aspect verkeer en vervoer. 3.3.8
Lokale Adaptatie Strategie Gemeente Meppel 2023 -2028
In dit document staat beschreven hoe klimaatadaptief denken en handelen onderdeel uit gaan maken van het dagelijks handelen om Meppel klimaatadaptief te maken voor het klimaat in 2050. Hiermee wordt invulling gegeven aan het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie3 (DPRA) van het Rijk, waarin overheden en het bedrijfsleven de ambitie hebben uitgesproken om klimaatadaptatie vanaf 2020 te verankeren in het denken en handelen, met als doel een klimaat robuust Nederland in 2050. Naast de Lokale Adaptatie Strategie werkt het college ook aan een Lokale Uitvoeringsagenda. Deze zal uitvoering geven aan de doelen van de Lokale adaptatie strategie. In aanvulling op de visie en doelen is vanuit vier klimaatthema's (wateroverlast, hitte, droogte en overstromingen) gekeken naar de huidige situatie binnen de gemeente Meppel. Wateroverlast In het document zijn met betrekking tot wateroverlast verschillende aandachtspunten geformuleerd voor Nijeveen (zie figuur 8). De Nieuweweg is bij hevige neerslag moeilijk begaanbaar voor verkeer; Binnen Nijeveen zijn er 65 panden kwetsbaar voor wateroverlast, verspreid over het dorp.
Figuur 8: Aandachtspunten voor Nijeveen, Meppel (bron: Gemeente Meppel).
19
TAM-omgevingsplan Danninge Erve Zuid 3e deelgebied
Hitte Wanneer het warm is, is dat het meest voelbaar in de bebouwde omgeving. Een hoge luchttemperatuur en afwezigheid van wind, schaduw, water en groen zorgen ervoor dat de hitte veel extremer aanvoelt. Groen en water hebben een verkoelend effect, maar zijn in bebouwde omgeving minder aanwezig. De volgende aandachtspunten zijn geformuleerd voor Meppel, die ook van toepassing zijn op Nijeveen: Zoals te zien is in onderstaande figuur is er een flink aantal fiets- en wandelroutes waarop minder dan 30% schaduw aanwezig is om 15:00 uur op 1 juli. In totaal 41 km aan fiets- en wandelroutes binnen gemeente Meppel voldoet nog niet aan dit acceptatieniveau. In een nieuwe inventarisatie moet nog gekeken worden hoeveel km aanvullend niet aan de eis van 40% schaduw voldoet. Van de drinkwaterstroken binnen gemeente Meppel is nog niet bekend of deze aan het gestelde acceptatieniveau van 30% schaduw voldoen. Geen enkele wijk voldoet op dit moment aan het gestelde acceptatieniveau van 30% schaduw op openbaar terrein op wijkniveau om 15:00 uur op 1 juli. In Nijeveen is op het moment sprake van een percentage van 14%.
Figuur 9: Overzicht knelpunten Hitte gemeente Meppel (bron: Gemeente Meppel). Droogte Voor het thema droogte is op wijkniveau gekeken naar het percentage onverhard openbaar oppervlak. Op dit moment voldoet nog geen enkele wijk binnen gemeente Meppel aan het acceptatieniveau van 40% onverhard oppervlak in de openbare ruimte. In Nijeveen is het percentage onverharde openbare ruimte wel het hoogst, namelijk 31%. Overstromingen In figuur 10 zijn de knelpunten met betrekking tot overstromingen opgetekend. Verschillende gemeentelijke
20
TAM-omgevingsplan Danninge Erve Zuid 3e deelgebied
ontsluitingswegen zijn niet meer begaanbaar in het geval van een regionale dijkdoorbraak. Dit vormt een mogelijk knelpunt voor de evacuatie in geval van een regionale dijkdoorbraak. In het dorp Nijeveen wordt minder wateroverlast verwacht dan in Meppel.
Figuur 10: Overzicht knelpunten overstromingen voor gemeente Meppel (bron: gemeente Meppel). Toetsing Bij het ontwerp en de inrichting van de openbare ruimte zal voldoende openbaar groen worden aangelegd, om te zorgen voor voldoende schaduw en verkoeling. Het water wat aan de zuidzijde van het plangebied wordt gerealiseerd gaat een functie vervullen voor de opvang en berging van water. Bij de planvorming is zoveel mogelijk ervoor gezorgd dat negatieve effecten als gevolg van wateroverlast, hitte, droogte en overstromingen worden voorkomen. De voorgenomen ontwikkeling past binnen de Lokale Adaptie Strategie.
21
TAM-omgevingsplan Danninge Erve Zuid 3e deelgebied
3.3.9
Actualisatie Archeologische beleidsadvieskaart
De gemeente Meppel beschikt sinds 2011 over een archeologische verwachtings- en beleidskaart. De gemeente wilde deze kaarten actualiseren, onder meer omdat sinds het verschijnen van de oude beleidskaart ruim 90 archeologische onderzoeken zijn uitgevoerd. Ook hebben amateurarcheologen nieuwe vindplaatsen ontdekt. Bovendien zijn er sindsdien vanuit de provincie Drenthe een paar grote provincie-dekkende inventarisaties uitgevoerd, gericht op Celtic fields, karrensporen en voordenlocaties. Al deze nieuwe bevindingen zijn in de nieuwe archeologische beleidsadvieskaart verwerkt. De actualisatie bouwt zoveel mogelijk voort op de oude archeologische beleidsadvieskaart. Voor Nijeveen geldt het volgende: Sinds 2010 zijn enkele booronderzoeken uitgevoerd in het dorp, evenals een archeologische begeleiding. De booronderzoeken betroffen verkennende boringen waarbij vooral de intactheid en bodemopbouw bestudeerd is en vooral een verstoorde ondergrond lieten zien. De archeologische begeleiding is eind 2010/begin 2011 in het kader van rioolvervanging uitgevoerd in (de omgeving van) de Molenstraat en Wilhelminastraat. Tijdens de ontgravingen zijn geen archeologische sporen waargenomen. Deels komt dit door verstoringen van het bestaande riool en in andere delen van het plangebied door het ontbreken van archeologische sporen in het aangelegde vlak.
De grootste veranderingen aan de waarden- en verwachtingskaart hebben plaatsgevonden in het veengebied ten zuiden en noorden van Kolderveen en Nijeveen. Aan weerszijden van het (voormalige) beekdal van de Hasselter Aa is een bufferzone toegekend met een hoge verwachting. In deze zone zijn namelijk op het AHN diverse verhogingen zichtbaar en ook de oude kerk van Kolderveen bevindt zich op een dergelijke verhoging naast dit voormalige beekdal (figuur 11). Aan het beekdal zelf, evenals aan de andere beekdalen met veenbodems, is een hoge verwachting toegekend (waar ze op de kaart uit 2011 een middelhoge verwachting kenden)
Figuur 11: Vereffend AHN-beeld met het dal van de Hasselter Aa. Direct naast het beekdal is een aantal maaiveldverhogingen zichtbaar (bron: RAAP).
22
TAM-omgevingsplan Danninge Erve Zuid 3e deelgebied
Toetsing De actualisatie van de archeologische beleidsadvieskaart zorgt niet voor een andere archeologische waarde in het werkingsgebied. De ontwikkeling is in overeenstemming met de beleidsadvieskaart.
3.3.10
Riolering en Water Programma 2023-2028
In het Riolering en Water Programma 2023-2028 (RWP) geeft gemeente Meppel aan hoe ze invulling geeft aan de wettelijke gemeentelijke watertaken op het gebied van afvalwater, hemelwater en grondwater. De riolering vormt een omvangrijk collectief systeem. Het hoofddoel is bescherming van de volksgezondheid door contact met afvalwater te voorkomen. Het tweede doel is het bevorderen van de bewoonbaarheid van het stedelijk gebied, door wateroverlast en stank zo veel mogelijk te voorkomen. Tot slot is het milieu gediend met riolering doordat verontreiniging van bodem en oppervlaktewater wordt tegengegaan. Het is een grote verantwoordelijkheid om dit kostbare systeem goed te beheren en door te ontwikkelen. In het RWP wordt het beleid verwoord dat de gemeente voert om invulling te geven aan haar wettelijke taken. Dit gaat zowel over afvalwater, hemelwater en grondwater. Afvalwater Gemeente Meppel voert als beleid om het huishoudelijk afvalwater en het bedrijfsafvalwater voor bijna 100% in te zamelen met riolering. Het belangrijkste motief hiervoor is het beschermen van de volksgezondheid, door afvalwater te verwijderen uit de directe leefomgeving. Daarnaast gaat het om leefbaarheid (voorkomen stankoverlast), bescherming van de waterkwaliteit en milieubescherming.
Het stedelijk afvalwater (dat is de mix van afvalwater en (zo min mogelijk) hemel- en grondwater) wordt getransporteerd naar een overnamepunt en daar overgedragen aan het waterschap, die zorg draagt voor het verdere transport naar en de zuivering op de RWZI. Het is voor eigenaren van gebouwen vrijwel altijd verplicht om een aansluiting te hebben op de riolering. Hemelwater Gemeente Meppel voert als beleid om het hemelwater zoveel mogelijk lokaal te benutten, te infiltreren in de bodem of te lozen op oppervlaktewater. Als lokale oplossingen ontoereikend zijn, zamelt de gemeente het overtollige hemelwater in, liefst gescheiden van het afvalwater, om het op een geschikte plek te lozen op oppervlaktewater. Hemelwater wordt in enkele gebieden gemengd met afvalwater afgevoerd naar de RWZI, met overstorten naar het oppervlaktewater. De klimaatverandering noopt tot klimaatadaptatie, zoals infiltratie en buffering van hemelwater. De openbare ruimte wordt in de loop der jaren zodanig ingericht dat overlast bij extreme buien beperkt blijft. Bewoners en bedrijven worden gevraagd om maatregelen te treffen op eigen terrein. Grondwater In het rapport Stedelijke Wateropgave Meppel is de norm opgenomen voor grondwateroverlast: Hiervan is sprake als de Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand minder dan 50 cm onder het maaiveld ligt gedurende minimaal 30 dagen per jaar.
Aantasting van de gebruikersfunctie mag dan niet optreden (de ruimte moet voldoen aan de landelijke eisen van het Bouwbesluit). In dit programma wordt verder ingegaan op het beheer en de maatregelen die in de planperiode genomen gaan worden. Toetsing De ontwikkeling is in overeenstemming met het Riolering en Water Programma 2023- 2028 van de gemeente Meppel. Bij de verdere ontwikkeling van het plan zal rekening worden gehouden met de uitgangspunten en maatregelen uit dit programma.
23
TAM-omgevingsplan Danninge Erve Zuid 3e deelgebied
Hoofdstuk 4
Regelanalyse en beleid
4.1
Rijksbeleid en (instructie)regels
4.1.1
Nationale omgevingsvisie
Met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Om dit te kunnen bewerkstelligen laat het Rijk de inrichting van de fysieke leefomgeving meer over aan de decentrale overheden en komt de gebruiker centraal te staan. Het Rijk blijft verantwoordelijk voor het systeem van de fysieke leefomgeving. Daarnaast kan een rijksverantwoordelijkheid aan de orde zijn indien: een onderwerp nationale baten en/of lasten heeft en de doorzettingsmacht van provincies en gemeenten overstijgt, bijvoorbeeld het reserveren van ruimte voor militaire activiteiten en het stellen van opgaven in de stedelijke regio's rondom de mainports, brainports, greenports en valleys; over een onderwerp internationale verplichtingen of afspraken zijn aangegaan, bijvoorbeeld het stimuleren van biodiversiteit, duurzame energie, watersysteemherstel of het beschermen van werelderfgoed; een onderwerp provincie- of landsgrensoverschrijdend is een ofwel een hoog afwentelrisico kent ofwel in beheer bij het Rijk is. Bij dit laatste gaat het bijvoorbeeld om de hoofdnetten van weg, spoor, water en energie, maar ook de bescherming van gezondheid van inwoners is op rijksniveau relevant.
Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie duurzaam economisch groeipotentieel sterke en gezonde steden en regio's toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is om combinaties te maken en win-win situaties te creëren, dit is echter niet altijd mogelijk. In die gevallen dienen belangen te worden afgewogen. Hiervoor gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: in het verleden is scheiding van functies te vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI zoeken we naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere.
Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat onze samenleving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties. Toetsing Het initiatief is in overeenstemming met de NOVI.
24
TAM-omgevingsplan Danninge Erve Zuid 3e deelgebied
4.1.2
Instructieregels Rijk (AMvB's)
4.1.2.1 Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) In hoofdstuk 5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) staan instructieregels voor een omgevingsplan. Het grootste deel heeft betrekking op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (afdeling 5.1 Bkl). Deze instructieregels zijn van toepassing op het stellen van regels in het omgevingsplan als bedoeld in artikel 4.2, eerste lid, van de Omgevingswet. Aan deze regels mogen geen economische motieven ten grondslag liggen, die leiden tot strijd met de dienstenrichtlijn (artikel 5.1a Bkl). Het Bkl bevat instructieregels voor de volgende hoofdonderwerpen: Waarborgen van veiligheid (paragraaf 5.1.2) Beschermen van waterbelangen (paragraaf 5.1.3) Beschermen van gezondheid en milieu (paragraaf 5.1.4), waaronder instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid en geur en bodemkwaliteit Beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed (paragraaf 5.1.5), waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking Het behoud van ruimte voor toekomstige functies (paragraaf 5.1.6) voor autowegen, buisleidingen, natuur- en recreatiegebieden Het behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten (paragraaf 5.1.7), waaronder landsverdediging en nationale veiligheid, elektriciteitsvoorziening, rijksvaarwegen en luchtvaart, fiets- en
wandelroutes, aanwijzing van woningbouwcategorieën Het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen (paragraaf 5.1.8) Daarnaast bevat afdeling 5.2 van het Bkl instructieregels voor de uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving. Daarbij gaat het onder meer om het voorkomen van belemmeringen van gebruik en beheer van spoorwegen en rijkswegen. In heel bijzondere gevallen kan het college van burgemeester en wethouders de Minister vragen om een ontheffing van bepaalde instructieregels te verlenen. Dit volgt uit afdeling 5.3 van het Bkl. Instructieregels van afdeling 5.1 Bkl gelden, zoals gezegd, alleen voor de omgevingsplanregels die nodig zijn met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Het grootste deel van de Bkl-instructieregels is dus niet van toepassing op omgevingsplanregels met een ander oogmerk. Over de onderwerpen waarvoor het Bkl geen instructieregels heeft opgenomen (onderwerpen die buiten het toepassingsbereik van de instructieregels vallen) is de gemeente vrij om regels te stellen, mits dat past binnen de andere kaders natuurlijk. Het Rijk hanteert verschillende typen instructieregels, die meer of minder afwegingsruimte bieden: 1. 2. 3.
Betrekken bij: de gemeente moet aandacht schenken aan feiten of verwachtingen over feiten, maar heeft daarbij veel keuzeruimte. Rekening houden met: deze formulering stuurt inhoudelijk de belangenafweging; als de gemeente daar goede redenen voor heeft, is afwijken gemotiveerd toegestaan. In acht nemen of een vergelijkbare dwingende formulering: de gemeente moet zich bij de uitoefening van de bevoegdheid aan de achterliggende norm houden.
Een belangrijke verbeterdoelstelling van de Omgevingswet is dat decentrale overheden meer bestuurlijke afwegingsruimte krijgen. Deze afwegingsruimte is in de instructieregels van het Bkl vormgegeven door voor een aantal thema´s (geluid, geur en trillingen) standaardwaarden en grenswaarden op te nemen. Overname van de standaardwaarde kan in beginsel zonder aanvullende motivering. Gebruikmaking van de ruimte tussen standaard- en grenswaarde vergt wel een aanvullende motivering. Samenvattend is de afwegings- of beslisruimte afhankelijk van: het type instructieregel (zie hierboven) de aard van de norm (open of gesloten) en flexibiliteitsopties die binnen de instructieregel worden geboden
25
TAM-omgevingsplan Danninge Erve Zuid 3e deelgebied
Toetsing In Hoofdstuk 6 worden alle aspecten behandeld die relevant zijn voor het aantonen van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Hierbij wordt er gebruik gemaakt van de relevante instructieregels zoals genoemd in het Bkl. 4.1.2.2 Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) Als het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) of het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) voor een bepaalde activiteit geen regels stellen, heeft de gemeente in principe de beleidsvrijheid om in het omgevingsplan daar zelf regels over te stellen. Daarbij gelden uiteraard grenzen: het moet de fysieke leefomgeving betreffen als het al uitputtend geregeld is in wetgeving die niet opgaat in de Omgevingswet, kan het niet in het omgevingsplan geregeld worden, tenzij het met een ander oogmerk gebeurt de instructieregels van het Bkl kunnen bepalen dat voor een bepaald onderwerp regels moeten worden gesteld in het omgevingsplan en daarbij ook hoe - denk aan het hiervoor genoemde onderwerp geluid Als het Bal of Bbl voor bepaalde activiteiten of bouwwerken wel regels stellen, is het mogelijk dat er maatwerkregels kunnen worden opgenomen in het omgevingsplan, bijvoorbeeld om cumulatie van de gevolgen van effecten van Bal-activiteiten te beperken.
Maatwerkregels zijn gebiedsgerichte algemene regels in het omgevingsplan waarmee wordt afgeweken van Bal- of Bbl-regels of waarmee een nadere invulling of concretisering wordt gegeven van Bal- of Bbl-regels. Bij de regels uit het Bal is generiek maatwerk mogelijk, tenzij er specifieke uitzonderingen worden aangegeven. Bij de regels in het Bbl is dat andersom: maatwerkregels zijn alleen mogelijk als dat specifiek wordt toegestaan, zoals bij de eisen aan Bijna Energie Neutraal Bouwen (BENG). Als maatwerkregels mogelijk zijn, geven Bal en Bbl aan binnen welke grenzen daarmee kan worden afgeweken of nader worden ingevuld ten opzichte van de Bal-/Bbl-regels. De gemeente heeft op grond van het Bal en Bbl vaak ook de bevoegdheid om maatwerkvoorschriften te stellen. Maatwerkvoorschriften landen niet in het omgevingsplan, maar zijn afzonderlijke besluiten die gericht zijn tot één initiatiefnemer. Toch zijn ook verleende maatwerkvoorschriften van belang bij het opstellen van het omgevingsplan. In ieder geval moet de gemeente, bij het beoordelen of maatwerkregels zullen worden gesteld, ook nagaan of over het betreffende onderwerp al eerder maatwerkvoorschriften zijn gesteld. Die maatwerkvoorschriften kunnen mogelijk worden geïntegreerd in de maatwerkregels, en dan (na inwerkingtreding van de wijziging van het omgevingsplan) worden ingetrokken.
Met name als er voor een bepaald onderwerp in het verleden veel maatwerkvoorschriften zijn gesteld, is het aan te raden om te bekijken of maatwerkregels in het omgevingsplan niet tot een evenwichtiger en toekomstbestendiger resultaat kunnen leiden. Toetsing Waar van toepassing worden de Bal-/Bbl-regels behandeld in Hoofdstuk 6. 4.1.3
Conclusie
Het initiatief is in overeenstemming met beleid en regelgeving op rijksniveau.
4.2
Provinciaal beleid en (instructie)regels
4.2.1
Omgevingsvisie Drenthe
De Actualisatie Omgevingsvisie Drenthe 2022 is vastgesteld op 28 september 2022. Dit is de provinciale Omgevingsvisie. De Omgevingsvisie Drenthe is een centraal visiedocument. De visie formuleert de belangen, ambities, rollen, verantwoordelijkheden en sturing van de provincie in het ruimtelijke domein. De Omgevingsvisie is het kader voor de ruimtelijk-economische ontwikkeling van Drenthe. De Omgevingsvisie beschrijft de ruimtelijk-economische ontwikkeling van Drenthe voor de periode tot 2030, met in sommige gevallen een doorkijk naar de periode erna. Als in de tekst wordt gesproken over ‘lange
26
TAM-omgevingsplan Danninge Erve Zuid 3e deelgebied
termijn’, betreft het de periode na 2030. De Omgevingsvisie heeft voor de provincie vooral een interne binding. Dit betekent dat de provincie bij de uitoefening van haar taken aan de Omgevingsvisie gebonden is. Missie De volgende missie is geformuleerd: ‘Het waarderen van de Drentse kernkwaliteiten en het ontwikkelen van een bruisend Drenthe, passend bij deze kernkwaliteiten.’ Onder de Drentse kernkwaliteiten worden landschap, cultuurhistorische waarden, archeologische waarden, aardkundig erfgoed, natuur, stilte en duisternis verstaan. De missie draagt uit dat we bij nieuwe ontwikkelingen bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit van onze provincie. Onder ‘bruisend Drenthe’ verstaan we een provincie waar het goed wonen en werken is en waar voor jong en oud veel te beleven valt. Een provincie waar ondernemerschap, cultuur en sport floreren. Het provinciaal belang ligt in het behouden en, waar mogelijk, ontwikkelen van de kernkwaliteiten. In hoofdstuk 4 van de Omgevingsvisie is voor alle kernkwaliteiten een uitwerking naar meer concrete indicatoren gemaakt, namelijk landschap, cultuurhistorie, aardkundige waarden, archeologie, rust en natuur. Zorgvuldig Ruimtegebruik In Drenthe kunnen mensen nog ruimte beleven. Dat wil de provincie bewaken, ook wanneer er nieuwe ontwikkelingen zijn.
Zorgvuldig ruimtegebruik is van provinciaal belang en hiervoor zijn in de omgevingsverordening regels opgenomen ten aanzien van woningbouw. Milieu- en leefomgevingskwaliteit De provincie streeft naar een gezonde en veilige leefomgeving voor mens, plant en dier. Het beschermen van de kwaliteit van milieu en leefomgeving is veelal op Europees en nationaal niveau geregeld. Daarbij zijn diverse taken en verantwoordelijkheden bij de provincies neergelegd. Deze taken, gericht op het beschermen van de kwaliteit van lucht, water en bodem en het verbeteren van de verkeersveiligheid, waterveiligheid en externe veiligheid, zijn daarmee van provinciaal belang. In deze motivering wordt het plan op deze aspecten getoetst (zie Hoofdstuk 6). Kaarten en doelstellingen Op kaarten behorende bij de Omgevingsvisie Drenthe zijn de kernkwaliteiten nader weergegeven. Op een aantal kaarten (wanneer relevant) is het werkingsgebied als volgt aangeduid: Landschap Landschap is één van de zes kernkwaliteiten van Drenthe. Het werkingsgebied van het initiatief is gelegen binnen het wegdorpenlandschap van de laagveenontginning. Dit wordt ook wel het 'slagenlandschap' genoemd. Het ligt op de laagstgelegen plekken in de provincie Drenthe, waar in de benedenlopen van de beekdalen veen is ontstaan.
Kenmerkend zijn de ontginningsassen, de langgerekte lintdorpen (waarvan het karakter en de sfeer grotendeels bepaald worden door bebouwing en wegbeplanting) en de grote, open weidegebieden (met de smalle, langgerekte verkaveling en het slotenpatroon haaks op de ontginningsas). Sommige delen hebben door de kavelgrensbeplanting een min of meer besloten karakter. Het omringende landelijke gebied dringt door in het wegdorp, dat ook wel streekdorp wordt genoemd. Vanaf de hoofdweg is tussen de bebouwing door het landelijk gebied steeds waarneembaar. Het silhouet van het dorp is een langgerekte strook, waarvan de massa wordt gevormd door een aaneenschakeling van forse boerderijen met erfbeplantingen en de dominerende beplanting langs de weg. De beplanting bestaat uit opgaande bomen in een vrij open landschap. Van provinciaal belang is het open weidegebied en de smalle verkaveling met het fijnmazige slotenpatroon. Naast de landschapstypen hanteert de provincie specifiek beleid over enkele zichtbare overgangen in het landschap. Dit gaat onder andere over wegpanorama's. De provincie hecht waarde aan een zorgvuldige presentatie van Drenthe aan de hoofdinfrastructuur en willen de karakteristieken van de landschapstypen en het contrast tussen stad en land, gezien vanaf de infrastructuur, zichtbaar houden. Het gaat daarbij
27
TAM-omgevingsplan Danninge Erve Zuid 3e deelgebied
nadrukkelijk niet om gefixeerde fotomomenten die luttele seconden een blik op het landschap werpen. De essentie van het begrip wegpanorama’s zit in het beleefbaar houden van de afwisseling tussen bebouwd en onbebouwd gebied én, daar waar langs wegen ontwikkeld wordt, dit met kwaliteit gepaard gaat. De infrastructuur is tenslotte de oprijlaan naar het Drentse recreatief toeristische product. Voor de eenduidigheid wordt geen onderscheid gemaakt tussen snelweg- en wegpanorama’s en hanteren wij enkel het begrip wegpanorama. Deze komen voor langs de doorgaande Rijks- en provinciale wegen. Hieronder vallen de A28, de A32, de A37, de N33, de N34, de N48, de N371, de N381 en de N391. Met dit plan (de herverkaveling van het derde deelgebied) wordt de kernkwaliteit landschap niet belemmerd. Cultuurhistorie Het cultuurlandschap, met daarin het gebouwde erfgoed als ankerpunten, is sterk bepalend voor hoe men de leefomgeving ervaart. Er wordt onderscheidt gemaakt in twee sturingsniveau's: Betrekken bij, en rekening houden met. Betrekken bij geldt in gebieden waar de provincie wil dat de cultuurhistorische samenhang als randvoorwaarde dient voor ontwikkelingen. De provincie vraagt initiatiefnemers om dit vroeg in het planproces inzichtelijk te maken; en zet zelf in op begeleiding van dat proces.
Rekening houden met in deze gebieden verwacht de provincie dat initiatiefnemers de cultuurhistorische samenhang als dé drager voor nieuwe plannen gebruiken en bedingen hiervoor vanaf het begin een plek in het planproces. In het Cultuurhistorisch Kompas worden het beleid, de Cultuurhistorische Hoofdstructuur nader toegelicht, o.a. ook met nadere gebiedsinformatie. Het werkingsgebied is gelegen binnen het deelgebied 8.B: Meppel, en het laagveen rondom. De beschermingscategorie is hiervoor: Betrekken bij. Karakteristieken van dit deelgebied in het werkingsgebied zijn: licht slingerend verloop van linten, met een variatie in bebouwingsdichtheid en doorzichten verschoven linten, zeer lange, smalle opstrekkende verkaveling en tussen de linten openheid in Kolderveen en Nijeveen zijn drie middeleeuwse griften (Kolderveensche Ooster- en Westergrift en de Nijeveense Grift) in noord-zuid richting nog goed herkenbaar De ambitie voor dit deelgebied en daarmee het plangebied is het zichtbaar houden van de middeleeuwse griften bij Kolderveen en Nijeveen. Daarnaast is het plangebied gelegen in gebied 8: De Reest en Meppel - alle(s) voer(t) naar Meppel: Bepalend voor de hoofdstructuur van dit gebied is de waaier van waterlopen waartussen de randveenontginningen liggen met hun bebouwingslinten.
Waar de waterlopen samenkomen heeft Meppel zich vanaf de middeleeuwen ontwikkeld als handelsstad en doorvoerhaven. De randveenontginningen kenmerken zich door bewonings- en ontginningsassen op smalle zandruggen, met van daaruit smalle, zeer lange verkavelingsstroken, en veelal een jongere 2de bewoningsas, zoals bij Ruinerwold. Bij Kolderveen en Nijeveen zijn enkele middeleeuwse griften (turfkanalen) nog aanwezig. De grillige loop van de Reest is authentiek gebleven als grensrivier met Overijssel, met aan weerszijden zandkoppen waarop losse erven en esgehuchten zich aftekenen als eilanden in een open uitgestrekt beekdal. De voorgenomen wijziging van het omgevingsplan belemmert niet bovengenoemde ambities. Aardkundig erfgoed Drenthe heeft een eigen karakter, een eigen (ruimtelijke) identiteit, die door inwoners en bezoekers hoog wordt gewaardeerd. Het aardkundige landschap van Drenthe is hiervoor in belangrijke mate bepalend. Aardkundige waarden die bijdragen aan het specifieke Drentse karakter wil de provincie behouden en, waar mogelijk, herstellen. Het provinciaal belang ligt in het behouden en, waar mogelijk, ontwikkelen van de kernkwaliteit aardkundige waarden. De provincie wil inhoud geven aan ruimtelijke kwaliteit, om de identiteit en aantrekkelijkheid van Drenthe te behouden en te versterken.