2. BOPA onderbouwing Zuideinde 70 (Ogterop)
Tekst van het document
omgevingsvergunning
Meppel - Zuideinde 70 - Vernieuwbouw Ogterop Meppel
DATUM IMRO IDN
09/01/2026 NL.IMRO.0119.20251196-0001
PROJECT PROJECTLEIDER
Meppel - Zuideinde 70 - bouw theater Jan-Jacob Posthumus
OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER
Gemeente Meppel 20251196
AUTEUR STATUS
Miriam Brady ontwerp
Inhoudsopgave
Motivering
5
Hoofdstuk 1
Inleiding
6
1.1
Aanleiding
6
1.2
Ligging projectgebied
6
1.3
Procedure
7
1.4
Leeswijzer
8
Hoofdstuk 2
Planvoornemen
9
2.1
Huidige situatie
9
2.2
Omgevingsplan - mogelijkheden en strijdigheden
12
2.3
Toekomstige situatie
14
Participatie en ketenpartners
18
3.1
Participatie omgeving
18
3.2
Bestuurlijk vooroverleg
18
Beleidskader en instructieregels
20
4.1
Rijksbeleid en Rijksregels
20
4.2
Provinciaal beleid en verordening
20
4.3
Gemeentelijk beleid
24
Gevolgen voor de fysieke leefomgeving
28
5.1
Welstand
28
5.2
Verkeer en parkeren
29
5.3
Ecologie: soortenbescherming
30
5.4
Ecologie: gebiedsbescherming
31
5.5
Luchtkwaliteit
33
5.6
Geluid door activiteiten
33
5.7
Geluid door wegen en spoorwegen
34
5.8
Geur
36
5.9
Omgevingsveiligheid
36
5.10
Trilling
37
5.11
Schaduwhinder en windhinder
38
5.12
Cultureel erfgoed
38
5.13
Bodem
41
Hoofdstuk 3
Hoofdstuk 4
Hoofdstuk 5
3/285
5.14
Water
42
5.15
Duurzaamheid
43
5.16
Gezondheid
44
5.17
Molenbiotoop
44
Hoofdstuk 6
Economische uitvoerbaarheid en kostenverhaal
46
Hoofdstuk 7
Evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL)
47
Bijlagen motivering
49
Bijlage 1
Participatie
51
Bijlage 2
Welstand advies voorlopig ontwerp
83
Bijlage 3
Beknopte natuurtoets 2022
85
Bijlage 4
Nader onderzoek beschermde soorten 2023
95
Bijlage 5
Natuurtoets 2025
105
Bijlage 6
Stikstofonderzoek
127
Bijlage 7
Rapportage bouwfysica en akoestiek
167
Bijlage 8
Grondwatermonitoring
213
Bijlage 9
Aanvraag wateradvies
227
Bijlage 10
Bezonningsstudie
233
Bijlage 11
Berekening molenbiotoop
277
Bijlage 12
Contact molenbestuur
279
4/285
Motivering
5/285
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
De gemeente Meppel wil aan het Zuideinde 70 te Meppel de vernieuwbouw van Schouwburg Ogterop realiseren. Het theater is een belangrijke culturele voorziening voor de stad en de regio. De monumentale grote zaal en het naastgelegen herenhuis (nummer 68) blijven behouden en worden geïntegreerd in het nieuwe ontwerp. De overige bebouwing wordt gesloopt en vervangen door nieuwbouw. Om de vernieuwbouw van Schouwburg Ogterop mogelijk te maken, moet er afgeweken worden van het geldende juridisch planologisch kader. Dit is mogelijk middels een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (hierna BOPA). Deze aanvraag moet worden beoordeeld op basis van de beoordelingsregels die voor een BOPA gelden. Naast de evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL), vormen de instructieregels en eventuele instructies, voorbereidingsbesluiten, projectbesluiten en de doorwerking van een maatwerkregel het beoordelingskader. Ook aan geldend beleid en beleidsregels wordt getoetst. In dit document wordt onderbouwd dat aan deze beoordelingsregels en beleid(sregels) wordt voldaan.
1.2
Ligging projectgebied
Het projectgebied is gelegen aan de Zuideinde 70 in het zuiden van het centrum van de stad Meppel. In figuur 1.1 is de globale ligging van het projectgebied weergegeven. Het kadastrale perceel staat bekend als gemeente Meppel, sectie K, perceelnummers 184 en 187. In figuur 1.2 is een uitsnede van het projectgebied weergegeven.
6/285
Figuur 1.1 - Globale ligging van het projectgebied binnen Meppel (aangegeven met rood kader) (bron: Basisviewer Rho 2025)
Figuur 1.2 - Kadastrale perceel van het projectgebied (aangegeven met rood kader) (bron: Basisviewer Rho 2025)
1.3
Procedure
Reguliere procedure Op deze aanvraag voor een BOPA is de reguliere procedure van toepassing en moet binnen 8 weken worden beslist door het college van burgemeester en wethouders. In het geval van advies met instemming van een ander bestuursorgaan wordt deze termijn met 4 weken verlengd (artikel 16.16 Omgevingswet). Een eenmalige verlenging van de termijn met 6 weken is ook mogelijk. Bindend advies gemeenteraad De gemeenteraad kan vooraf gevallen aanwijzen waarin een bindend advies nodig is voordat een omgevingsvergunning voor een BOPA wordt verleend (artikel 16.15a en artikel 16.15b, Omgevingswet). Voor niet-aangewezen gevallen heeft de gemeenteraad geen adviesrecht. Indien er sprake is van bindend adviesrecht van de raad wijzigt de beslistermijn niet. De voorgenomen ontwikkeling valt binnen ''de lijst van categorieën waarop het adviesrecht van toepassing is (16.15a onder b Ow)''. Het gaat hier om de activiteit 'Bouwen' waar adviesrecht voor geldt bij nieuwbouw van gebouwen in het beschermde stadsgezicht. De ontwikkeling valt dus onder het bindend adviesrecht van de gemeenteraad. Adviesrecht Gedeputeerde Staten Met de advies- en instemmingsbevoegdheid kan de provincie voorkomen dat de gemeente een omgevingsvergunning voor een BOPA verleent als die provinciale belangen doorkruist. Deze bevoegdheid is geregeld in artikel 4.25, lid 1, onder g, en lid 3 van het Omgevingsbesluit.
Advies en instemming van de provincie is nodig omdat de beoogde ontwikkeling voorziet in een activiteit waarvoor instructieregels zijn gesteld in hoofdstuk 3 van de Omgevingsverordening. Uitzondering hierop is als
7/285
a. er aantoonbaar vooroverleg over is geweest tussen de diensten van de provincie en de diensten van de gemeente. b. er naar aanleiding van dit vooroverleg een positieve vooroverlegreactie is gegeven door of namens Gedeputeerde Staten, waarbij ook is aangegeven dat het niet nodig is de omgevingsvergunning ter advisering voor te leggen aan Gedeputeerde Staten, en c. de omgevingsvergunning die in procedure wordt gebracht in overeenstemming is met de uitkomsten van het vooroverleg. In paragraaf 3.2 wordt het bestuurlijk vooroverleg nader toegelicht. Met de provincie Drenthe heeft afstemming plaatsgevonden, waaruit geen belemmeringen zijn ontstaan voor de voorgenomen ontwikkeling.
1.4
Leeswijzer
De voorliggende ruimtelijke motivering is onderdeel van de aanvraag voor de omgevingsvergunning voor de ontwikkeling aan Zuideinde 70 te Meppel. De opbouw van deze motivering is als volgt: Hoofdstuk 2: Hier wordt ingegaan op de huidige en toekomstige situatie. De huidige situatie wordt beschreven aan de hand van het bestaande gebruik en de aanwezige bebouwing in het projectgebied. De toekomstige situatie beschrijft het initiatief voor het projectgebied. Ook wordt in dit hoofdstuk ingegaan op de strijdigheden met het omgevingsplan; Hoofdstuk 3: beschrijft hoe participatie heeft plaatsgevonden; Hoofdstuk 4: In dit hoofdstuk wordt het project getoetst aan de relevante beleidskaders; Hoofdstuk 5: In dit hoofdstuk wordt het project getoetst aan relevante aspecten van de fysieke leefomgeving; Hoofdstuk 6: de economische haalbaarheid van het project wordt hier besproken; Hoofdstuk 7: In dit hoofdstuk wordt gemotiveerd dat er sprake is van een ETFAL.
8/285
Hoofdstuk 2 2.1
Planvoornemen
Huidige situatie
2.1.1 Situatie projectgebied In het projectgebied ligt de Schouwburg Ogterop, gelegen op het perceel Zuideinde 70. Het naastgelegen herenhuis aan de Zuideinde 68 maakt onderdeel van het projectgebied. Schouwburg Ogterop heeft de beschikking over twee theaterzalen. De schouwburg bevat de oudste nog bestaande theaterzaal van Drenthe en in 2023 heeft deze Grote Zaal een monumentale status gekregen. De Grote zaal beschikt over een balkon en heeft circa 480 stoelen. De kleine zaal, genaamd de Engelenbak, is een vlakkevloerzaal met 120 stoelen. Deze zaal is gelegen op de eerste verdieping. Verder beschikt de Schouwburg over een horecavoorziening die primair wordt gebruikt voor de voorstellingen. Naast voorstellingen worden er ook vergaderingen en evenementen geaccomodeerd in Ogterop. Een luchtfoto van de huidige situatie, van het projectgebied, is weergeven in figuur 2.1. De plattegrond van het theater wordt getoond in figuur 2.2.
Figuur 2.1
9/285
Luchtfoto huidige situatie projectgebied (Bron: Rho Basisviewer, 2025)
Figuur 2.2
Plattegrond huidige situatie projectgebied (Bron: Paul de Ruiter Architects, 2025)
2.1.2 Omgeving projectgebied Het projectgebied ligt in het zuiden van de historische binnenstad van Meppel. Rondom de Schouwburg bevinden zich voornamelijk woningen. Ten westen van het projectgebied ligt een voormalig sportveld dat soms ook voor evenementen wordt gebruikt. Een lucthfoto van de omgeving van het projectgebied is weergegeven in figuur 2.3. Ten oosten van het projectgebied loop de weg Zuideinde en ligt de kruising met de Stationsweg. Ten zuiden van het projectgebied ligt de Prinses Marijkestraat. Figuren 2.4 en 2.5 geven een weergave van de Schouwburg vanaf deze twee wegen.
10/285
Figuur 2.3
Luchtfoto omgeving projectgebied (bron: Rho Basisviewer, 2025)
Figuur 2.4
Aanzicht projectgebied vanaf de Zuideinde (bron: Google streetview 2025)
11/285
Figuur 2.5
2.2
Aanzicht projectgebied vanaf de Pr. Marijkestraat (bron: Google streetview 2025)
Omgevingsplan - mogelijkheden en strijdigheden
Het projectgebied bevindt zich aan de Zuideinde, binnen de schil van het centrum in de gemeente Meppel. Voor dit gebied is op 24 april 2025 een wijzigingsbesluit vastgesteld waardoor de regels uit het tijdelijke zijn komen te vervallen. De regels uit het omgevingsplan vormen het juridisch-planologisch kader voor de beoordeling van de voorgenomen ontwikkeling. Binnen het projectgebied gelden meerdere aanwijzingen uit hoofdstuk 4 van het omgevingsplan. Het betreft de aandachtsgebieden voor geluid (industrie en gemeentewegen), de beperkingengebieden bodemfunctieklasse wonen, bebouwingscontour geur, jacht en houtkap, de zone industrielawaai en de aanwijzingen voor cultureel erfgoed (molenbiotoop en te verwachten archeologisch monument). Bij nieuwe ontwikkelingen dient rekening te worden gehouden met deze gebiedsaanwijzingen en de bijbehorende toetsingskaders in het omgevingsplan en de instructieregels uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Waar relevant wordt hier in hoofdstuk 5 nader op ingegaan. Ter plaatse van de Grote zaal is de gebiedsaanduiding 'gemeentelijke monument' opgenomen. Strijdigheid hoofdstuk 6 gebruiksactiviteiten In hoofdstuk 6 van het omgevingsplan staan de gebruiksactiviteiten. Binnen het projectgebied zijn culturele activiteiten toegestaan.
Dit betekent dat de gronden uitsluitend mogen worden gebruikt ten behoeve van culturele instellingen en voorzieningen. De beoogde ontwikkeling is in lijn met de desbetreffende gebruiksregels. Naast de culturele activiteiten zijn er in delen van het projectegebied ook de de gebruiksactiviteiten wonen en detailhandel (alleen op de begane grond) toegestaan. Op de gronden waar de uitbouw plaats gaat vinden zijn de gebruiksactiviteiten voor verkeer en sport toegestaan. Eveneens ligt er een aanduiding evenemententerrein op deze locatie. Binnen deze locaties zijn culturele activiteiten niet toegestaan. Tussenconclusie gebruiksactiviteiten
12/285
Zoals hierboven beschreven past de beoogde ontwikkeling niet binnen de gebruiksactiviteiten die het omgevingsplan daar mogelijk maakt. Om de ontwikkeling juridisch mogelijk te maken is daarom een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) vereist, waarbij moet worden aangetoond dat de (gedeeltelijke) gebruikswijziging in overeenstemming is met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Strijdigheid hoofdstuk 7 - Bouwactiviteiten De ontwikkeling ligt gedeeltelijk buiten de locatie ‘hoofdgebouw bouwen – vergunningplicht’ als bedoeld in artikel 7.33 van het omgevingsplan. Op deze gronden zijn geen bouwmogelijkheden voor hoofdgebouwen opgenomen. Daarmee is het bouwplan in strijd met artikel 7.37. Daarnaast bepaalt artikel 7.63 dat de omgevingsvergunning alleen wordt verleend als het beoogde gebruik overeenkomt met de gebruiksregels. Omdat binnen een deel van het projectgebied culturele activiteiten niet zijn toegestaan, is ook sprake van strijd met dit artikel. Daarnaast is de ontwikkeling in strijdt met artikel 7.54 en 7.53, waarin is vastgelegd dat de bouwhoogte en goothoogte maximaal de aangegeven hoogte zijn. De maximale bouwhoogte van het hoofdgebouw is 11 meter en de maximale goothoogte is 8 meter. De ontwikkeling overschrijdt deze hoogtes. Ten slotte bevindt het plangebied zich binnen de aanduiding ‘molenbiotoop’.
Conform artikel 7.32 mag een bouwactiviteit de windvang en het zicht op de molen niet beperken. De ontwikkeling zal hieraan moeten worden getoetst in de verdere planuitwerking. Paragraaf 5.17 gaat hier nader op in. De overige regels uit het omgevingsplan die van toepassing zijn, blijven onverkort van kracht, de ontwikkeling is hiermee niet in strijd. Eindconclusie Omdat de ontwikkeling zowel niet voldoet aan de bouwregels als gedeeltelijk een andere functie betreft dan toegestaan, kan het niet rechtstreeks worden vergund op basis van het omgevingsplan. Een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) is noodzakelijk om de ontwikkeling mogelijk te maken. 2.2.1 Nieuwe activiteiten Voor de voorgenomen ontwikkeling gaat het om de volgende gewenste activiteiten die op dit moment niet mogelijk zijn binnen het Omgevingsplan van de gemeente Meppel: 1. het realiseren van nieuwbouw gedeeltelijk buiten de aanduiding 'hoofdgebouw bouwen - vergunningplicht'; 2. het mogelijk maken van een culturele activiteit ter plaatse van de locaties 'wonen - toegestaan', 'detailhandelactiviteiten op de begane grond toegestaan', 'evenemententerrein', 'verkeersactiviteiten toegestaan' en 'sportactiviteiten - toegestaan' 3. het realiseren van een hoofdgebouw met een bouwhoogte hoger dan 11 meter; 4. het realiseren van een hoofdgebouw met een goothoogte hoger dan 8 meter.
De ontwikkeling beoogt dus de bouwactiviteiten voor de nieuwe schouwburg mogelijk te maken, waarbij de reeds toegestane functies van de bestaande schouwburg eveneens van toepassing zijn ter plaatse van de
13/285
kleinschalige uitbreiding.
2.3
Toekomstige situatie
2.3.1 Gewenste ontwikkeling De beoogde ontwikkeling betreft de vernieuwbouw van de Schouwburg Ogterop. De monumentele grote zaal en het herenhuis aan de Zuideinde 68 blijven behouden en worden geïntegreerd in het nieuwe ontwerp. Een uitsnede van de toekomstige situatie is weergeven in figuur 2.6. De overige bebouwing wordt gesloopt en vervangen door nieuwbouw, waarbij sprake is van een kleinschalige uitbreiding van de bebouwing. Het nieuwe theater wordt rondom de grote zaal (484 zitplaatsen) gerealiseerd en krijgt een eigentijdse uitstraling. De nieuwbouw heeft een footprint van 3.853 m2 BVO en wordt deels in drie lagen uitgevoerd. De toneeltoren bereikt een hoogte van circa 19 meter, waarmee deze aansluit bij de functionele eisen van het theatergebruik. Het overige bouwvolume varieert van circa 10 tot 12 meter. Het vernieuwde theater voorziet in een moderne foyer, een kleine zaal (150 zitplaatsen), horeca, verbeterde logistieke ruimten en vernieuwde voorzieningen voor techniek en artiesten. De totale publiekscapaciteit bedraagt, net als in de huidige situatie, 634 zitplaatsen. Een nieuw theater is nodig omdat het bestaande gebouw technisch en functioneel sterk is verouderd en niet meer voldoet aan de eisen van deze tijd op het gebied van duurzaamheid, energiezuinigheid, veiligheid en publiekscomfort.
Met de vernieuwbouw kan Schouwburg Ogterop ook in de toekomst een volwaardige culturele voorziening voor Meppel en de regio blijven.
14/285
Figuur 2.6
Toekomstige situatie (bron: Paul de Ruiter Architects, 2025)
2.3.2 Ruimtelijke inpassing De ontwikkeling voldoet aan de eisen voor een goede ruimtelijke inpassing. Het ontwerp respecteert de monumentale onderdelen van het theater en voegt daar een toekomstbestendig, modern gebouw aan toe. In de vormgeving van dit gebouw wordt rekening gehouden met de inpassing binnen de omgeving. Paragraaf 5.1 gaat hier nader op in. Bezoekers maken gebruik van de bestaande openbare parkeervoorzieningen in de binnenstad van Meppel, waaronder de nabijgelegen parkeergarages en parkeerterreinen. Voor leveranciers en artiesten wordt de logistieke ontsluiting geregeld via het loadingdock aan de achterzijde, bereikbaar vanaf de Prinses Marijkestraat. Bezoekers betreden het theater via de hoofdentree aan de Zuideinde. Rondom het gebouw wordt de openbare ruimte door de gemeente opnieuw ingericht. Daarbij wordt onder meer een duidelijke aanrijdroute voor goederen gerealiseerd en worden voorzieningen voor brandweer en hulpdiensten ingepast. Verder is de inbreng uit de participatiebijeenkomsten verwerkt in het definitieve ontwerp, onder andere in de positionering van de kleine zaal, de vormgeving van de toneeltoren en het gebruik van duurzame materialen. Figuren 2.7, 2.8 en 2.9 tonen impressies van de nieuwe Schouwburg Ogterop.
15/285
Figuur 2.7
Impressie nieuwe voorzijde Schouwburg Ogterop (bron: Paul de Ruiter Architects, 2025)
Figuur 2.8
Impressie nieuwe Schouwburg Ogterop (bron: Paul de Ruiter Architects, 2025)
16/285
Figuur 2.9
17/285
Impressie binnenkant nieuwe Schouwburg Ogterop (bron: Paul de Ruiter Architects, 2025)
Hoofdstuk 3 3.1
Participatie en ketenpartners
Participatie omgeving
In het kader van de vernieuwbouw van Schouwburg Ogterop is een zorgvuldig participatietraject doorlopen, waarin zowel inwoners als direct omwonenden en betrokken organisaties op verschillende momenten zijn geïnformeerd en geraadpleegd. In bijlage 1 bij deze motivering zijn de participatieverslagen bijgevoegd. De participatie startte in april 2023 met twee openbare informatiebijeenkomsten, bezocht door circa 150 inwoners. Tijdens deze bijeenkomsten werden het schetsontwerp en de noodzaak van de vernieuwbouw toegelicht. De reacties waren overwegend positief en gericht op behoud van het culturele karakter van Ogterop. Aandachtspunten betroffen met name de parkeersituatie en duurzaamheid. In de tweede helft van 2023 en het voorjaar van 2024 vonden meerdere bijeenkomsten plaats met een ambassadeursgroep, bestaande uit vertegenwoordigers uit het culturele en maatschappelijke veld. Tijdens deze bijeenkomsten werden de voortgang van het ontwerp en de inhoud van het Manifest 2021 besproken. De architecten presenteerden het ontwerp en gingen in op thema’s als circulariteit, toegankelijkheid en de rol van Ogterop als cultureel ontmoetingspunt in de stad. Daarnaast zijn er in 2024 en 2025 specifieke omwonendenbijeenkomsten georganiseerd.
Tijdens de eerste bijeenkomst op 17 april 2024 zijn de planning en bouwactiviteiten toegelicht en konden omwonenden hun wensen en zorgen delen, onder meer over geluid, parkeren en bouwlogistiek. De tweede bijeenkomst op 4 maart 2025 stond in het teken van het voorlopig ontwerp. Hier werd onder meer gesproken over de inrichting van de gevels, het gebruik van circulaire materialen en de vormgeving van de toneeltoren. De opgehaalde aandachtspunten zijn meegenomen in de verdere planuitwerking en de communicatie rondom de uitvoering. In oktober 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders het definitieve ontwerp vastgesteld, waarmee de participatiefase is afgerond en de uitvoering van de vernieuwbouw in gang is gezet. Conclusie De inbreng uit de participatiebijeenkomsten is nadrukkelijk meegenomen in de verdere planvorming. Op basis van de reacties zijn aanpassingen gedaan aan de positionering van de kleine zaal en de vormgeving van de toneeltoren, zodat deze beter aansluiten op de omgeving. Daarnaast is extra aandacht besteed aan het gebruik van duurzame en circulaire materialen. De opmerkingen over parkeren en bouwlogistiek zijn meegenomen in de verdere afstemming met de gemeente. Hiermee heeft de participatie concreet bijgedragen aan zowel het ontwerp als het proces van de vernieuwbouw.
3.2
Bestuurlijk vooroverleg
Provincie Gedeputeerde Staten (GS) hebben niet bij alle aanvragen voor een omgevingsvergunning voor een BOPA het recht van advies en instemming. GS moet daartoe gevallen aanwijzen voor welke buitenplanse
18/285
omgevingsplanactiviteiten advies en instemming nodig is. Deze zijn aangewezen bij besluit van 19 december 2023 en inwerking getreden op 1 januari 2024 (https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR706822/1 ). De gevallen die zijn aangewezen voor advies en instemming zijn de buitenplanse omgevingsplanactiviteiten waarover instructieregels zijn gesteld in hoofdstuk 3 van de Omgevingsverordening. Zoals aangeven in paragraaf 4.2.2 raakt de voorgenomen ontwikkeling de instructieregels van de provincie met betrekking tot Kernkwaliteit Landschap (artikel 3.1), Kernkwaliteit Cultuurhistorie (Artikel 3.2) en Kernkwaliteit Aardkundige Waarden (Artikel 3.4). De provincie zal daarom om advies worden gevraagd. De provincie is geïnformeerd over de voorgenomen ontwikkeling. Uit de afstemming met de provincie zijn geen opmerkingen of bezwaren naar voren gekomen. Afstemming overlegpartners Naast dit formele instrumentarium is onder de Omgevingswet ook informeel vooroverleg over projecten mogelijk. Het vooroverleg voor BOPA’s en wijzigingen van het omgevingsplan is niet juridisch geregeld en vormvrij. Door bij ruimtelijke ontwikkelingen in een vroeg stadium met elkaar op te trekken, kunnen eventuele knelpunten tijdig worden onderkend. De gemeente heeft in dit kader, naast de provincie Drenthe, ook de overige relevante ketenpartners geïnformeerd over de beoogde ontwikkeling.
De overlegpartners zijn gevraagd aan te geven of er specifieke aandachtspunten zijn waarmee rekening dient te worden gehouden bij de verdere planuitwerking.
19/285
Hoofdstuk 4
Beleidskader en instructieregels
In dit hoofdstuk wordt de beoogde ontwikkeling getoetst aan het relevante beleid op de diverse overheidsniveaus.
4.1
Rijksbeleid en Rijksregels
4.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Met de Nationale omgevingsvisie (NOVI) geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Om dit te kunnen bewerkstelligen laat het Rijk de inrichting van de fysieke leefomgeving meer over aan de decentrale overheden en komt de gebruiker centraal te staan. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: 1. ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie 2. duurzaam economisch groeipotentieel 3. sterke en gezonde steden en regio's 4. toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. 4.1.2 Conclusie Rijksbeleid De NOVI is van een dusdanig schaal- en abstractieniveau, dat er geen specifieke uitspraken uit volgen die voor deze ontwikkeling relevant zijn. De strekking, de omvang en de aard van de ontwikkeling staan de belangen uit de NOVI niet in de weg.
4.2
Provinciaal beleid en verordening
4.2.1 Omgevingsvisie Drenthe Op 28 september 2022 is door de Provinciale Staten van Drenthe de Omgevingsvisie Drenthe vastgesteld. Een belangrijke opgave uit de Omgevingsvisie Drenthe is het waarderen van de Drentse kernkwaliteiten en het ontwikkelen van een bruisend Drenthe passend bij deze kernkwaliteiten. De kernkwaliteiten zijn de kwaliteiten die bijdragen aan de identiteit en aantrekkelijkheid van Drenthe. Het provinciaal belang is het behouden en, waar mogelijk, ontwikkelen van de kernkwaliteiten. De kernkwaliteiten zijn landschap, natuur, cultuurhistorie, archeologie, aardkundig erfgoed en rust (stilte en duisternis). Naast bovenstaande kernkwaliteiten hecht de provincie Drenthe waarde aan een zorgvuldig ruimtegebruik en de bescherming van de milieu- en leefomgevingskwaliteit. Veel ingrepen in de ruimte hebben gevolgen voor de langere termijn en beperken ontwikkelingsmogelijkheden in de toekomst. Het zorgvuldig gebruiken van de ruimte is van provinciaal belang. Het beschermen van de milieukwaliteit van de leefomgeving is veelal op Europees en nationaal niveau geregeld. Daarbij zijn diverse taken en verantwoordelijkheden bij de provincies
20/285
neergelegd. Deze taken, gericht op het beschermen van de kwaliteit van lucht, water en bodem en het verbeteren van verkeersveiligheid, waterveiligheid en externe veiligheid, zijn van provinciaal belang. In hoofdstuk 5 worden de verschillende milieu- en omgevingsaspecten besproken. Hieronder wordt het voornemen getoetst aan de kernkwaliteiten uit de Omgevingsvisie. Kernkwaliteit Landschap Binnen de provincie Drenthe zijn zes landschapstypen te onderscheiden. Het projectgebied is geen onderdeel van één van deze landschapstypen. Wel ligt het gebied binnen de aanduiding 'Wegpanorama' binnen deze kernkwaliteit op basis van de omgevingsverordening. Hier word in paragraaf 4.2.2 aan getoetst. Er is geen sprake van strijdigheid. Kernkwaliteit Natuur Drenthe heeft nog veel grootschalige, robuuste natuurgebieden. Daarnaast is in de ontginningsperiode veel bos aangeplant waardoor forse groene gebieden zijn ontstaan. Samen met enerzijds de bestaande natuurgebieden en anderzijds de natuurontwikkelingsgebieden vormen ze een belangrijk aandeel in het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het projectgebied bevat geen natuurwaarden en is geen onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). In paragraaf 5.4 wordt hier verder op ingegaan. De ontwikkeling heeft geen invloed op de bestaande natuurkwaliteiten van Drenthe.
Kernkwaliteit Cultuurhistorie Het beleid ten aanzien van cultuurhistorie is beschreven in de beleidsnota ‘Cultuurhistorisch Kompas Drenthe’. Twee doelstellingen staan hierin centraal: Ten eerste wil de provincie de cultuurhistorie herkenbaar houden. Het provinciaal belang Cultuurhistorie is vastgelegd in de Cultuurhistorische Hoofdstructuur. Ten tweede is het versterken van de ruimtelijke identiteit van belang. Dit wordt gedaan door ruimtelijke ontwikkelingen te sturen vanuit samenhangende cultuurhistorische kwaliteiten. Daarin is ruimte voor inspiratie en eigen afwegingen van partners. Het plangebied is gelegen binnen het gebied De Reest en Meppel – alle(s) voer(t) naar Meppel en daarin specifiek het werkingsgebied Meppel, en het laagveen rondom. Het beleid 'Betrekken bij' is van toepassing. Bepalend voor de hoofdstructuur van dit gebied is de waaier van waterlopen waartussen de randveenontginningen liggen met hun bebouwingslinten. Waar de waterlopen samenkomen heeft Meppel zich vanaf de middeleeuwen ontwikkeld als handelsstad en doorvoerhaven. De randveenontginningen kenmerken zich door bewonings- en ontginningsassen op smalle zandruggen, met van daaruit smalle, zeer lange verkavelingsstroken, en veelal een jongere 2de bewoningsas, zoals bij Ruinerwold. Bij Kolderveen en Nijeveen zijn enkele middeleeuwse griften (turfkanalen) nog aanwezig.
De grillige loop van de Reest is authentiek gebleven als grensrivier met Overijssel, met aan weerszijden zandkoppen waarop losse erven en esgehuchten zich aftekenen als eilanden in een open uitgestrekt beekdal. In Meppel zijn de volgende karakteristieken van toepassing. Vormende middeleeuwse water- en wegenlopen in het centrum grotendeels aanwezig of herkenbaar;
21/285
De Drentse Hoofdvaart buiten Meppel als sterke zelfstandige beelddrager met haar sluizencomplexen en aanverwante bebouwing; De bebouwingsstructuren in het centrum veelal functioneel gekoppeld aan de markt- en havenfunctie, waarbij hoge verwachtingen van interne en ondergrondse sporen van de middeleeuwse stad; Villawijken en –park, tuinwijken en havenbebouwing uit de periode 1860-1940 als representanten van de economische bloei en van stedenbouwkundige concepten uit die tijd. De ambitie in dit gebied is als volgt: Leidend in dit deelgebied is een samenloop van verschillende waterlopen waartussen en waarlangs verschillende ontwikkelingen hebben plaatsgevonden. De provincie stuurt op: Het zichtbaar houden van de middeleeuwse griften bij Kolderveen en Nijeveen; Het in stand houden van het oude en het nieuwere lint van Ruinerwold en de ligging ervan in de omgeving. Dit doen wij door het herkenbaar houden van de verschillen in positionering, weginrichting en architectuur, door het vasthouden aan de verkavelingsstructuren en door het openhouden van de ruimte tussen de twee bebouwingslinten. Onderhavig plan voegt zich in de bestaande structuur van de omgeving. Paragraaf 5.12 gaat hier nader op in.
Kernkwaliteit Archeologie Het provinciaal beleid voor de Drentse archeologie richt zich zowel op instandhouding en bescherming van het bodemarchief als op het ontsluiten, beleven en benutten ervan door een zo groot mogelijk publiek. Het archeologisch beleid en hoe er wordt omgegaan met de archeologische waarden in dit gebied wordt verder besproken in paragraaf 5.12. Kernkwaliteit Aardkundig erfgoed De identiteit van Drenthe en het Drentse landschap wordt sterk bepaald door het natuurlijke bodem- en grondwatersysteem. Kenmerkende aardkundige elementen, de opbouw van de ondergrond (bijvoorbeeld de aanwezigheid van keileem en het voorkomen van bijzondere bodems) en actieve geologische processen (bijvoorbeeld meandering en zandverstuiving) worden beschouwd als aardkundig erfgoed. De provincie stelt in deze gebieden voor om mogelijk aardkundige kwaliteiten als inspiratiebron bij ontwikkelingen te gebruiken. In en rondom het projectgebied is sprake van een generiek beschermingsniveau voor aardkundige waarden. Het beleid richt zich hierbij op het bewaren van de lokale aardkundige kenmerken voor de toekomst. De gemeente bekijkt per plangebied of er sprake is van kenmerkende waarden en beschermen deze waar nodig via het bestemmingsplan.
Voorzover dit op deze schaal mogelijk is wordt bij ontwikkeling van het projectgebied rekening gehouden met deze kernkwaliteit, zodat deze niet wordt aangetast. Kernkwaliteit Rust De provincie heeft twaalf gebieden aangewezen als stiltegebied. Deze vallen veelal volledig binnen bestaande natuurgebieden. Duisternis is een belangrijk aspect van deze stiltegebieden. Het projectgebied ligt niet binnen of nabij een stiltegebied. Er is geen nadelige invloed op deze kernkwaliteit door de voorgenomen ontwikkeling.
22/285
4.2.2 Omgevingsverordening provincie Drenthe Met de Omgevingsverordening 2024 vertaalt de provincie Drenthe de Omgevingsvisie Drenthe door naar een Verordening voor de planologisch relevante aspecten in de fysieke leefomgeving. De Verordening schrijft voor dat, wanneer bij een ruimtelijk project kernkwaliteiten betrokken zijn, deze in het project uiteengezet worden. Daarbij wordt aangegeven in welke mate het project bijdraagt aan het behoud en de ontwikkeling van de betrokken kernkwaliteiten. De Omgevingsvisie Drenthe en de uitwerkingen daarvan geven hiervoor aanwijzingen. De volgende artikelen uit de Verordening zijn van belang: Artikel 3.1 Kernkwaliteit Landschap Een omgevingsplan dat betrekking heeft op een locatie gelegen in de Kernkwaliteit landschap: a. Houdt rekening met het behoud van de aanwezige kernkwaliteiten, en b. bevat een beschrijving van de voorkomende kernkwaliteiten en de wijze waarop met de bescherming van de kernkwaliteiten is omgegaan. Het projectgebied is onderdeel van de aanduiding 'Wegpanorama'. Het beleid en de regels richten zich op een zorgvuldige presentatie van Drenthe aan de hoofdinfrastructuur. Hierbij is de wens om de karakteristieken van de landschapstypen en het contrast tussen stad en land, gezien vanaf de infrastructuur, zichtbaar te houden.
De ontwikkeling van Schouwburg Ogterop wordt ruimtelijk zorgvuldig ingepast binnen de stedelijke bebouwing van Meppel. De monumentale grote zaal en het herenhuis blijven behouden, terwijl de nieuwbouw in schaal, hoogte en vorm aansluit bij de bestaande omgeving. Door de situering in het stedelijk gebied en de afgestemde vormgeving blijft de presentatie van Drenthe langs de infrastructuur gewaarborgd. De kernkwaliteit landschap wordt niet aangetast. Artikel 3.2 lid 4 Kernkwaliteit Cultuurhistorie Een omgevingsplan dat betrekking heeft op een locatie gelegen in het esdorpenlandschap a. betrekt de aanwezige kwaliteiten bij de toedeling van functies en activiteiten aan locaties, en; b. bevat een beschrijving van de voorkomende kernkwaliteiten en de wijze waarop met de bescherming van de kernkwaliteiten is omgegaan. In paragraaf 5.12 wordt ingegaan op de cultuurhistorische waarden van het projectgebied. Hieruit blijkt dat er geen sprake is van nadelige gevolgen voor deze kernkwaliteit. Artikel 3.4 lid 2 Kernkwaliteit Aardkundige Waarden Voor het projectgebied gelden vanuit de kernkwaliteit Aardkundige waarden geen specifieke instructieregels anders dan voor het projectgebied een generiek beschermingsniveau geldt. In het projectgebied geldt dat de aardkundige waarden al grotendeels zijn aangetast.
In het verleden hebben verschillende veranderingen plaatsgevonden waardoor de aardkundige waarden eerder zijn verstoord. Daarbij zijn de kenmerken zoals reliëf, bodemsoorten, geologische formaties en erosieverschijnselen reeds aangetast
23/285
door menselijke activiteiten. Het gaat hier om bodemverstoring door bouwactiviteiten, veranderingen in de waterhuishouding, verstoring van natuurlijke processen en aantasting van landschappelijke kenmerken door infrastructurele ingrepen. Er is destijds de keuze gemaakt om dit gebied in te richten als stedelijke locatie, verder onderzoek of maatregelen in het kader van aardkundige waarden is niet nodig. 4.2.3 Conclusie Provinciaal beleid Bij de beoogde ontwikkeling wordt rekening gehouden met de bestaande omgevingskwaliteiten van Meppel. Hierbij wordt aangesloten bij de Omgevingsvisie van de provincie Drenthe. Daarnaast zijn er vanuit de relevante artikelen uit de Omgevingsverordening 2024 geen belemmeringen. Uit het voorgaande blijkt dat de provinciale belangen voldoende zijn geborgd. 4.2.4 Regionale Klimaatadaptatiestrategie (RAS, 2022) Voor de regio Groningen–Noord-Drenthe geldt de Regionale Klimaatadaptatiestrategie (RAS, 2022). Deze strategie richt zich op het beperken van de effecten van klimaatverandering, zoals wateroverlast, hittestress en droogte. De RAS onderscheidt drie hoofdopgaven: een klimaatrobuuste ruimtelijke inrichting, een klimaatrobuust watersysteem en het beschermen van vitale en kwetsbare functies.
De vernieuwbouw van Schouwburg Ogterop sluit aan bij de Regionale Klimaatadaptatiestrategie (RAS) Groningen–Noord-Drenthe (2022), die zich richt op klimaatrobuuste inrichting, watersystemen en bescherming van vitale functies. Door herontwikkeling van een bestaand stedelijk perceel wordt zorgvuldig met ruimte omgegaan, verharding beperkt en groen behouden. De openbare ruimte rondom het theater wordt vergroend, wat bijdraagt verkoeling. Daarnaast waarborgt de toekomstbestendige en duurzame herontwikkeling van het gebouw de continuïteit van deze belangrijke culturele voorziening, ook bij veranderende klimatologische omstandigheden. De ontwikkeling past daarmee binnen de uitgangspunten van de Regionale Klimaatadaptatiestrategie Groningen–Noord-Drenthe (2022).
4.3
Gemeentelijk beleid
4.3.1 Omgevingsvisie 2040 Algemeen De Omgevingsvisie Meppel 2040 vormt het strategische kader voor de ruimtelijke en maatschappelijke ontwikkeling van de gemeente tot 2040. De visie richt zich op een leefomgeving die schoon, natuurlijk, gezond en toekomstbestendig is. Belangrijke thema’s zijn klimaatadaptatie, water en groen, duurzame verstedelijking en leefkwaliteit. Binnen de visie zijn vier ambities opgesteld: 1. Duurzaamheid in alle opzichten 2. Schoon, natuurlijk en gezond 3. Levendig en leefbaar 4. Kwalitatief en inclusief groeien De gemeente heeft binnen de omgevingsvisie vier ontwikkelprincipes vastgesteld. Deze dienen als controle of nieuwe ontwikkelingen passen binnen het toekomstbeeld van de omgevingvisie 2040.
24/285
De ontwikkelprincipes zijn als volgt: 1. Ontwikkelingen dragen bij aan meerdere ambities; 2. Ontwikkelingen gebruiken de ruimte zo zorgvuldig mogelijk; 3. Ontwikkelingen volgen en versterken de bestaande structuren en kwaliteiten; 4. Ontwikkelingen belasten de omgeving en de toekomstige generaties zo min mogelijk. Toetsing De vernieuwbouw van Schouwburg Ogterop sluit aan bij de ambities van de Omgevingsvisie Meppel 2040 door bij te dragen aan een toekomstbestendige stedelijke omgeving en het culturele en maatschappelijke aanbod te versterken. Het behoud van monumentale onderdelen en het gebruik van circulaire en energiezuinige materialen dragen bij aan een duurzaamheid. Groenvoorzieningen en de herinrichting van de openbare ruimte zijn ontworpen met aandacht voor klimaatadaptatie en dragen bij aan een aangenamere en gezonde omgeving. Daarnaast verbeteren de vernieuwde culturele voorzieningen en publieksruimten de mogelijkheden voor sociaal en cultureel gebruik, wat bijdraagt aan de levendigheid en het gebruiksgemak van de centrumschil. De voorgenomen ontwikkeling sluit ook aan bij de ontwikkelprincipes van de omgevingsvisie. 1. Ontwikkelingen dragen bij aan meerdere ambities; De ontwikkeling combineert het behoud van monumentale onderdelen met eigentijdse nieuwbouw.
Hiermee wordt bijgedragen aan duurzaamheid door hergebruik van bestaand vastgoed, verbeterde voorzieningen, en aan culturele ontwikkeling door versterking van Meppel als regionaal podium voor kunst en cultuur. 2. Ontwikkelingen gebruiken de ruimte zo zorgvuldig mogelijk; De nieuwbouw wordt geconcentreerd rond de bestaande grote zaal en beperkt tot een footprint van 3.853 m² BVO, deels in drie lagen. Het plan maakt gebruik van bestaande stedelijke infrastructuur en voorzieningen, waardoor het beslag op de omgeving beperkt blijft. 3. Ontwikkelingen volgen en versterken de bestaande structuren en kwaliteiten; De monumentale grote zaal en het herenhuis blijven behouden en worden geïntegreerd in het nieuwe ontwerp. Het plan behoudt de cultuurhistorische waarden en sluit aan bij de bestaande stedelijke structuur. De nieuwbouw, inclusief de toneeltoren, is afgestemd op functionele eisen en de schaal van de omgeving. 4. Ontwikkelingen belasten de omgeving en de toekomstige generaties zo min mogelijk. Het ontwerp maakt gebruik van duurzame en circulaire materialen en verwerkt de inbreng uit participatiebijeenkomsten. Publiekscapaciteit en logistiek zijn zodanig georganiseerd dat de impact op de omgeving minimaal blijft. Bezoekers maken gebruik van bestaande parkeervoorzieningen en leveranciers en artiesten van een specifiek loadingdock, waardoor verkeersdruk en hinder beperkt blijven.
Conclusie De vernieuwbouw van Schouwburg Ogterop in de centrumschil voldoet aan de Omgevingsvisie 2040 en de bijbehorende ontwikkelprincipes. De ontwikkeling benut bestaande structuren en infrastructuur, draagt bij aan meerdere ambities, en beperkt de impact op de omgeving. Door behoud van monumentale onderdelen en integratie van eigentijdse voorzieningen wordt een toekomstbestendig theater gerealiseerd dat de culturele positie van Meppel versterkt.
25/285
4.3.2 Programma Biodiversiteit Het Programma Biodiversiteit van de gemeente Meppel, vastgesteld in 2025, richt zich op het behouden, herstellen en versterken van de biodiversiteit binnen zowel het stedelijk gebied als het buitengebied. De gemeente streeft naar een gezonde leefomgeving waarin ook veelvoorkomende soorten voldoende ruimte en voedsel vinden, aangeduid als de “basiskwaliteit natuur”. Dit gebeurt onder meer door ecologisch beheer van groen, het versterken van ecologische verbindingen en het stimuleren van natuurinclusief bouwen en ontwikkelen. Het programma benadrukt dat biodiversiteit een integraal onderdeel moet vormen van ruimtelijke ontwikkelingen, waarbij klimaatadaptatie, groen en water samen worden beschouwd. De voorgenomen ontwikkeling sluit aan bij deze ambities. Door het hergebruik van een bestaand gebouw wordt zorgvuldig omgegaan met de beschikbare ruimte en wordt onnodige verharding of aantasting van groen voorkomen. In de inrichting van het terrein wordt aanvullend bijgedragen aan de gemeentelijke doelstellingen, door de implementatie van klimplanten aan de zijde van het gebouw en de toevoeging van groen aan de openbare ruimte voor het projectgebied. De ontwikkeling tast geen bestaande natuurwaarden aan en past binnen het gemeentelijke streven naar een groene, biodiverse en leefbare stad.
4.3.3 Nota parkeernormen Meppel In deze nota wordt het parkeerbeleid van de gemeente Meppel beschreven ten aanzien van het parkeren in Meppel in het algemeen en als beleidsinstrumentarium. De gemeente Meppel wil de kwaliteit van de binnenstad vergroten en de bereikbaarheid voor auto, fiets en openbaar vervoer te garanderen of verder te verbeteren. Onderdeel hiervan is het creëren van een prettige parkeersituatie. De nota richt zich vooral op het parkeren in de binnenstad en een zone daar direct om heen. Daarnaast geeft het beleid ook aanwijzingen voor het parkeren buiten dat gebied. Het is in alle gevallen van belang bij een nieuwe ontwikkeling voldoende parkeergelegenheid te realiseren. Paragraaf 5.2 gaat nader in de parkeerbehoefte. Het bezoekerscapaciteit blijft in de toekomstige situatie gelijk aan de huidige situatie, waardoor de parkeerbehoefte situatie niet toeneemt. De huidige parkeervoorzieningen voorziet in de parkeerbehoefte. Daarmee past het plan binnen de nota parkeerbeleid. 4.3.4 Riolering- en Waterprogramma (RWP) 2023–2028 Voor het projectgebied is het Riolering- en Waterprogramma (RWP) 2023–2028 van de gemeente Meppel van toepassing. Dit programma beschrijft hoe de gemeente invulling geeft aan haar zorgplichten voor afvalwater, hemelwater en grondwater.
De ontwikkeling van de Schouwburg Ogterop sluit aan op het bestaande gemeentelijke rioolstelsel en voldoet daarmee aan de zorgplicht voor inzameling van huishoudelijk afvalwater. Daarnaast is voor de ontwikkeling een grondwatermonitoring gedaan, zie bijlage 8. Hieruit is gebleken dat er geen last is van grondwateroverlast in het projectgebied. Verder leidt de ontwikkeling niet tot een toename van verhard oppervlak, waardoor overtollig hemelwater wordt beperkt. De ontwikkeling past daarmee binnen de uitgangspunten van het RWP 2023–2028, waarin doelmatig waterbeheer, duurzame afvoer en robuuste stedelijke waterhuishouding centraal staan.
26/285
4.3.5 Lokale Adaptatiestrategie Meppel 2023–2028 (LAS) De Lokale Adaptatiestrategie Meppel 2023–2028 (LAS) vormt het gemeentelijk kader voor klimaatbestendig bouwen en inrichten. De strategie richt zich op het voorkomen van wateroverlast, hittestress en droogte, en geeft aan dat bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen vanaf 2024 structureel rekening moet worden gehouden met klimaatadaptieve maatregelen. De ontwikkeling van de Schouwburg Ogterop sluit hierbij aan. Het plan betreft een herontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied, waarmee wordt bijgedragen aan zorgvuldig ruimtegebruik en het beperken van verhard oppervlak in het buitengebied. De implementatie van klimplanten aan de zijde van het gebouw en de toevoeging van groen aan de openbare ruimte voor het projectgebied dragen bij aan de klimaat adaptiviteit van de stedelijke leefomgeving.
27/285
Hoofdstuk 5
Gevolgen voor de fysieke leefomgeving
Voor het beoordelen van de aanvraag voor een omgevingsvergunning voor de bopa gelden beoordelingsregels. De gevolgen voor de fysieke leefomgeving worden hier beoordeeld.
5.1
Welstand
Algemeen Welstand gaat over hoe de uiterlijke kenmerken van een bouwwerk in de omgeving passen. Hierbij kan gedacht worden aan de vorm, kleur of gebruikte materialen. De redelijke eisen van welstand zijn uitgewerkt in de welstandsnota van de gemeente. In het omgevingsplan zijn regels opgenomen met betrekking tot (1) repressief welstand (art. 7.5), oftewel de excessenregeling en (2) beoordeling van een aanvraag om een omgevingsvergunning met betrekking tot een bouwactiviteit en het in stand houden en gebruiken van het te bouwen bouwwerk (art. 7.38). Een hoofdgebouw mag alleen worden gebouwd binnen de locatie ‘hoofdgebouw bouwen – vergunningplicht’. Het gebouw moet passen in zijn omgeving en voldoen aan de Welstandsnota Binnenstad & Centrumschil. Het ontwerp moet het beoogde gebruik weerspiegelen en aansluiten bij de vorm, maat en schaal van omliggende bebouwing. Materialen, kleuren en detaillering moeten zorgvuldig zijn gekozen en bijdragen aan de ruimtelijke en esthetische kwaliteit. Hiervoor zijn regels opgenomen in het omgevingsplan die waarborgen dat een zorgvuldige inpassing van nieuwe bebouwing in het bestaande stadsbeeld van Meppel. Toetsing Welstand is geborgd middels beleidsregels in het omgevingsplan. De omgevingsvergunning wordt slechts verleend als het aangevraagde bouwwerk passend is in de omgeving van dat bouwwerk.
Of hiervan sprake is wordt beoordeeld aan de hand van de beleidsregel Welstandsnota Binnenstad & Centrumschil. Het definitieve ontwerp zal formeel getoetst worden door de ruimtelijke adviescommissie. Het voorlopig ontwerp is destijds beoordeeld door Het Oversticht, die onafhankelijke welstandsadvisering biedt aan gemeenten. In de brief van Het Oversticht, bijgevoegd als bijlage 2 aan deze onderbouwing, wordt geconcludeerd dat de opzet en materialisering van het ontwerp positief worden beoordeeld, mits in de verdere uitwerking aandacht wordt besteed aan de detaillering van de gevels en de terreininrichting, met name aan de voorzijde van het gebouw. Het interieur van de grote zaal is bovendien een gemeentelijk monument; hierover volgt aanvullend overleg met de monumentencommissie. Hoewel de formele welstandsbeoordeling nog loopt, kan de ruimtelijke beoordeling van het initiatief in dit stadium doorgang vinden. De formele welstandsbeoordeling betreft een afzonderlijk adviesproces. Conclusie De bouwaanvraag wordt beoordeeld aan de hand van de beleidsregels voor welstand. Zonder een positieve beoordeling voor welstand zal geen omgevingsvergunning worden verleend. Naar verwachting is het ontwerp in lijn met de geldende welstandseisen.
28/285
5.2
Verkeer en parkeren
Algemeen De Omgevingswet en het Bkl stellen geen specifieke regels op dit gebied. Wel dienen met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties inzicht te worden gegeven in de mobiliteitskeuzes en -strategie die zijn afgestemd op de doelgroepen, de kenmerken van de locatie en de te verwachten effecten. Ook dient te worden aangetoond dat het extra verkeer op een goede manier kan worden afgewikkeld en dat wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen. De CROW-richtlijnen blijven net als in de huidige praktijk belangrijk bij de beoordeling van verkeer en parkeren. Toetsing parkeren In de Nota parkeernormen van de gemeente Meppel zijn parkeernormen opgenomen voor sociaal-culturele voorzieningen, waaronder een theater of schouwburg. Voor het centrum en de schil geldt hierbij een parkeernorm van 0,25 parkeerplaats per zitplaats. Omdat het aantal zitplaatsen door de voorgenomen ontwikkeling niet wijzigt, blijft de parkeerbehoefte eveneens gelijk. De horeca-activiteiten binnen het theater worden als ondergeschikt beschouwd aan de hoofdfunctie en hebben daardoor geen zelfstandige invloed op de parkeerbehoefte. In de huidige situatie beschikt Schouwburg Ogterop over 634 zitplaatsen, wat resulteert in een parkeerbehoefte van 159 parkeerplaatsen. Op het aangrenzende parkeerterrein P-Schouwburg Ogterop zijn circa 108 parkeerplaatsen aanwezig.
Daarnaast kan gebruik worden gemaakt van P+R Leonard Springerlaan, waar zo'n 150 extra parkeerplaatsen beschikbaar zijn. Hiermee wordt ruim voorzien in de benodigde parkeercapaciteit. In de nieuwe situatie blijft het aantal zitplaatsen ongewijzigd en daarmee ook de parkeerbehoefte. De parkeerdruk blijft hiermee dus ook ongewijzigd, gezien de situatie op basis van de parkeernota niet verandert. De bestaande parkeervoorzieningen bij P-Schouwburg Ogterop en P+R Leonard Springerlaan blijven toereikend om in deze behoefte te voorzien. Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling niet leidt tot een toename van de parkeerdruk in de omgeving en dat het aspect parkeren geen belemmering vormt voor de uitvoering van het plan. Toetsing verkeer De vernieuwbouw van Schouwburg Ogterop heeft geen invloed op de verkeersgeneratie. Het aantal zitplaatsen in het theater blijft in de nieuwe situatie gelijk aan de huidige situatie, waardoor het aantal bezoekers en de verkeersbewegingen dat met voorstellingen samenhangt niet toeneemt. Ook het aantal medewerkers en de logistieke bewegingen van leveranciers en artiesten blijft vergelijkbaar met de bestaande situatie. De theaterfunctie blijft ongewijzigd en de toegevoegde horeca-activiteiten zijn ondergeschikt van aard en voornamelijk bedoeld voor bezoekers van voorstellingen, waardoor ook deze geen extra verkeersbewegingen veroorzaken.
De locatie is goed ontsloten voor zowel gemotoriseerd verkeer als langzaam verkeer. Bezoekers maken gebruik van de bestaande infrastructuur in de binnenstad van Meppel, waaronder de nabijgelegen parkeervoorzieningen
29/285
en parkeergarages. De verkeersafwikkeling vindt plaats via bestaande wegenstructuren die berekend zijn op deze verkeersstromen. Omdat de aard en omvang van het gebruik niet veranderen en de bestaande infrastructuur voldoende capaciteit heeft om het verkeer af te wikkelen, wordt geconcludeerd dat de ontwikkeling geen toename van de verkeersgeneratie of verslechtering van de verkeersafwikkeling veroorzaakt. Het aspect verkeer vormt daarmee geen belemmering voor de uitvoering van het plan. Conclusie Het aspect verkeer en parkeren vormt geen belemmering voor het project.
5.3
Ecologie: soortenbescherming
Algemeen De activiteit waarvoor een omgevingsvergunning voor een BOPA wordt aangevraagd en die mogelijke gevolgen heeft voor beschermde dieren of planten, is een flora- en fauna-activiteit. Het is in beginsel verboden om zonder vergunning een flora- en fauna-activiteit te verrichten. Door de brede definitie van een flora- en fauna-activiteit is het bij de BOPA-activiteit in de meeste gevallen nodig om te controleren of er soorten aanwezig zijn en welke soorten dat zijn en of de BOPA-activiteit effect heeft op wettelijk beschermde soorten flora en fauna. Voor de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een BOPA is het nodig om te onderzoeken of er aanwijzingen zijn van de aanwezigheid van beschermde soorten op de locatie waar de BOPA-activiteit zal worden verricht of in de directe nabijheid van die locatie. Ook geldt in elk geval de specifieke zorgplicht voor het verrichten van een flora- en fauna-activiteit die er op neerkomt dat maatregelen moeten worden getroffen om nadelige gevolgen voor beschermde soorten te voorkomen dan wel zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken (artikel 11.27 Bal). Toetsing De ontwikkeling omvat sloop- en bouwactiviteiten. Om de aanwezigheid van beschermde soorten uit te sluiten is er een drietal aan onderzoeken uitgevoerd. Voor dit project is op 22 maart 2022 een veldbezoek uitgevoerd, zie bijlage 3.
Hieruit is gebleken dat onderzoek nodig is naar vleermuisverblijfplaatsen als bepaalde ruimtes aan de noordzijde van het gebouw of een kier tussen de schouwburg en het herenhuis worden aangepast. Ook is onderzoek naar jaarrond beschermde huismusnesten vereist bij vervanging van het dak of sloop van het herenhuis. Op basis van deze resultaten heeft in 2023 een nader ecologisch onderzoek plaatsgevonden, zie bijlage 4. Hieruit is gebleken dat bij de sloop/renovatie van de bebouwing er geen verblijfplaatsen van vleermuizen of jaarrond beschermde nesten van huismus verloren gaan. Negatieve effecten als gevolg van de plannen kunnen worden uitgesloten.
30/285
Door wijzigingen in de geldende wetgeving en de datering van het eerste ecologische onderzoek is er op 4 juli 2025 nog een natuurtoets uitgevoerd, zie bijlage 5. Uit de toetsing komt naar voren dat op basis van het veldbezoek in het plangebied nest- en verblijfplaatsen van vleermuizen en huismus niet uitgesloten kunnen worden. Naar deze soorten is in dit plangebied in 2023 dus al nader onderzoek uitgevoerd. Hieruit is naar voren gekomen dat in het plangebied geen nest- of verblijfplaatsen van vleermuis of huismus aanwezig zijn. Deze onderzoeksgegevens kunnen als actueel beschouwd worden tot en met 2026 óf tot de situatie ter plekke wijzigt. De aanwezigheid van nest- en verblijfplaatsen van vleermuis en huismus kan dan ook worden uitgesloten. Een vergunning voor een flora- en fauna-activiteit voor het uitvoeren van de plannen is niet nodig. In het plangebied worden verder geen broedende algemene vogels verwacht. Als er tijdens werkzaamheden toch broedende vogels worden aangetroffen, moeten de werkzaamheden worden stilgelegd tot het nest niet meer in gebruik is. Werkzaamheden kunnen ook buiten het broedseizoen plaatsvinden (half maart tot eind juli) of continu worden uitgevoerd, waardoor vogels waarschijnlijk niet gaan broeden. Voor andere algemene of rode lijstsoorten is geen vergunning nodig, mits de zorgplichten van de Omgevingswet worden gevolgd.
Conclusie Gelet op het voorgaande kan worden geconcludeerd dat het project geen negatieve effecten voor beschermde soorten met zich meebrengt. Soortenbescherming vormt geen belemmering voor het project.
5.4
Ecologie: gebiedsbescherming
Algemeen Er zijn gebieden in Nederland die voor flora en fauna van groot belang zijn. Dit zijn de Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Nederland-gebieden en andere bijzondere natuurgebieden en landschappen. Hiermee moet bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening worden gehouden. Bij de beoordeling kan blijken dat sprake is van Natura 2000-activiteiten: dit zijn activiteiten die significant nadelige gevolgen kunnen hebben voor een Natura 2000-gebied. Deze zijn meestal vergunningplichtig. Wanneer hiervan sprake is dienen deze direct te worden aangevraagd om vroegtijdig te kunnen beoordelen of er sprake is van een Evenwichtige Toedeling Van Functies Aan Locaties. Natura 2000-gebieden De Europese Vogel- en Habitatrichtlijn beschermt Natura 2000-gebieden. De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) wijst de Natura 2000-gebieden aan. Hiervoor gelden instandhoudingsdoelstellingen die ook door De Minister zijn vastgelegd. De instandhouding moet zijn gericht op behoud. Het gaat ook om herstel dat moet worden nagestreefd om een habitattype of -soort weer in een gunstige staat te brengen. Nederland kent 162 Natura 2000-gebieden. Natuurnetwerk Nederland-gebieden (NNN-gebieden) Het NNN is een samenhangend landelijk ecologisch netwerk.
Het is gericht op de bescherming, de instandhouding en zo nodig het herstel van een gunstige staat van instandhouding van: aanwezige dier- en plantensoorten; typen natuurlijke habitats; leefgebieden van soorten die van nature in Nederland voorkomen.
31/285
Bijna alle aangewezen Natura 2000-gebieden zijn onderdeel van het NNN. De provincie heeft in omgevingsverordening de NNN-gebieden opgenomen.
de
Bijzondere natuurgebieden en landschappen Naast de Natura 2000-gebieden kan de minister van LNV bijzondere nationale natuurgebieden aanwijzen. De provincie kan in de omgevingsverordening bijzondere provinciale natuurgebieden en bijzondere provinciale landschappen aanwijzen. De Europese Vogel- en Habitatrichtlijn beschermt Natura 2000-gebieden. De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit wijst de Natura 2000-gebieden aan. Op grond van artikel 2.43 Omgevingswet legt hij ook de instandhoudingsdoelstellingen vast. Dit gebeurt in een aanwijzingsbesluit. Als er naar aanleiding van projecten, plannen en activiteiten, afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten, mogelijkerwijs significante effecten optreden, dienen deze bij de voorbereiding van een omgevingsplan in kaart te worden gebracht en beoordeeld. Natura 2000-gebieden hebben een externe werking, zodat ook ingrepen die buiten deze gebieden plaatsvinden en verstoring kunnen veroorzaken, moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habitats. In afdeling 8.6 Bkl staat het beoordelingskader voor de omgevingsvergunning voor Natura 2000-activiteiten. Dit is door middel van het aanvullingsspoor Natuur gebeurd. Toetsing Natuurnetwerk Nederland (NNN) en Natura 2000-gebieden Het projectgebied ligt in een binnenstedelijk gebied op ruime afstand van beschermde natuurgebieden.
De ontwikkeling heeft, mede gelet op de aard en omvang van de ontwikkeling, geen negatieve effecten op natuurwaarden die op grotere afstand liggen. Stikstof De afstand tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied met stikstofgevoelige habitats of leefgebieden van soorten betreft De Wieden gelegen op circa 2,4 kilometer. De realisatiefase zou kunnen leiden tot een toename van stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden in de omgeving. Daarom is een stikstofonderzoek uitgevoerd. Zie hiervoor bijlage 6. Uit de berekeningen blijkt dat er geen toename is van stikstofdepositie hoger dan 0,00 mol/ha/jr. Op basis van de berekeningen zijn significante negatieve effecten op Natura 2000-gebied in zowel de realisatiefase als de gebruiksfase uitgesloten. Houtopstanden Buiten de bebouwde kom zijn bomenrijen met meer dan 20 bomen en percelen met bomen en of struiken met een oppervlakte groter dan 10 are, op enkele uitzonderingen na, beschermd. Dit heeft als doel het totale bosoppervlak in Nederland te behouden. In de natuurtoets in bijlage 5 is ook getoetst aan houtopstanden. Hieruit blijkt dat het plan niet leidt tot aantasting van beschermde houtopstanden. Het indienen van een kapmelding bij de provincie Drenthe vanwege beschermde houtopstanden is niet nodig.
Conclusie Gelet op het voorgaande kan worden geconcludeerd dat het project geen (significant) negatieve effecten voor beschermde gebieden met zich meebrengt. Vanuit het aspect gebiedsbescherming is er geen belemmering voor
32/285
de voorgenomen ontwikkeling.
5.5
Luchtkwaliteit
Algemeen Hoofdstuk 5 van het Bkl bevat in paragraaf 5.1.4.1 instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht. In het kader van het beschermen van de gezondheid en het milieu dient rekening te worden gehouden met de kwaliteit van de buitenlucht. Bij het toelaten van een nieuwe ontwikkeling moet in een aantal situaties worden getoetst aan omgevingswaarden voor lucht. De geldt vooral in de zogenoemde aandachtsgebieden. Aandachtsgebieden zijn locaties met hogere concentraties stikstofdioxide (NO2) of fijnstof (PM10). Daarnaast dient voor een milieubelastende activiteit, het aanleggen van een wegtunnel, autoweg of een autosnelweg de luchtkwaliteit beoordeeld worden. Onderzoek is ook niet nodig als de activiteit niet in betekenende mate bijdraagt aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. Dit is het geval als activiteiten leiden tot een verhoging van de kalenderjaargemiddelde concentratie in de buitenlucht van zowel stikstofdioxide als PM10 van 1,2 µg/m³ of minder. Daarnaast zijn in artikel 5.54 Bkl standaardactiviteiten genoemd die niet in betekenende mate bijdragen. Als een activiteit niet in betekenende mate bijdraagt aan een verslechtering van de luchtkwaliteit, dan is het omgevingsaspect luchtkwaliteit geen belemmering.
Toetsing De beoogde ontwikkeling ligt niet binnen het volgende toepassingsbereik: de aanleg of wijziging van een autoweg, autosnelweg of tunnel voor het wegverkeer. Daarnaast is de gemeente Meppel niet aangewezen als aandachtsgebied voor stikstofdioxide en fijnstof. Een toets aan de omgevingswaarden voor de luchtkwaliteit is daarom niet aan de orde. In het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties dient een afweging van de luchtkwaliteit ter plaatse van de beoogde ontwikkeling plaats te vinden. Dit is gedaan aan de hand van het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK). Uit de CIMLK-viewer blijkt dat in 2023 de jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide en fijn stof langs de Zuideinde ruimschoots onder de grenswaarden lagen. De concentraties luchtverontreinigende stoffen bedroegen; 9,0 µg/m³ voor NO2, 14,0 µg/m³ voor PM10 en 7,3 µg/m³ voor PM2,5. Het aantal overschrijdingsdagen van de 24-uur gemiddelde concentratie PM10 bedroeg 6 dagen. Conclusie Vanuit het aspect luchtkwaliteit is er geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
5.6
Geluid door activiteiten
Algemeen In een omgevingsplan wordt rekening gehouden met het geluid door activiteiten op geluidgevoelige gebouwen en voorziet erin dat het geluid door een activiteit aanvaardbaar is (opnemen van waarden in het omgevingsplan). Bij het toelaten van een tijdelijke gebouw, van maximaal 10 jaar, moet het geluid door activiteiten aanvaardbaar
33/285
zijn. Bij het toelaten van een tijdelijk geluidgevoelig gebouw geldt alleen de instructieregel van artikel 5.59 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), waarbij het geluid van één activiteit aanvaardbaar moet zijn. De overige instructieregels voor geluid door activiteiten uit paragraaf 5.1.4.2 gelden niet (artikel 5.55, lid 2, onder c Bkl). Toetsing Een schouwburg/theater wordt niet als een geluidgevoelig gebouw beschouwd in de zin van het Bkl. Wel moet worden voorkomen dat de activiteiten leiden tot aanzienlijke geluidhinder voor de omgeving. Daarom is een TO-rapportage bouwfysica en akoestiek door DGMR uitgevoerd, die als bijlage 7 bij deze onderbouwing is opgenomen. In het ontwerp van Schouwburg Ogterop zijn de akoestische voorzieningen afgestemd op een aantal maatgevende gebruikssituaties, zoals popconcerten in de kleine zaal, gelijktijdige voorstellingen in de grote en kleine zaal, filmvertoningen gecombineerd met muziek, en pauzes in de foyers. Hierbij is rekening gehouden met de maximale geluidsniveaus per situatie, variërend van 80 dB(A) in de foyer tot 103 dB(A) in de kleine zaal, waarbij activiteiten alleen in de dag- en avondperiode plaatsvinden. Een uitzondering vormt een popconcert in de kleine zaal met open deur naar de foyer, dat maximaal 12 keer per jaar mag plaatsvinden met melding bij de gemeente.