CConstaterende datMeppel
Koppel je AI →
Document · PDF

2.3 Bijlage bij de motivering - Quickscan flora en fauna

1 - RAADSVERGADERING 28 mei 2026, gemeente MeppelBij agendapunt: Vaststellen TAM-IMRO omgevingsplan “Kolderveense Bovenboer 37, Nijeveen”12.253 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Wettelijke consequenties Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten worden geen beschermd reptiel aangetast. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen omgevingsvergunning van de verbodsbepalingen aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Omgevingswet.

Conclusie

26

Quickscan Flora & Fauna Kolderveense Bovenboer 37, Nijeveen

29-11-2024

Uitvoering van de voorgenomen activiteiten leidt niet tot wettelijke consequenties voor reptielen. Wel geldt de specifieke zorgplicht voor de ringslang: één kant op werken en werken in de periode half september mei. Vleermuizen

Verspreiding en functie: verblijfplaats Op basis van het veldbezoek, verspreidingsatlassen en NDFF wordt het onderzoeksgebied als functioneel leefgebied voor verschillende beschermde vleermuissoorten beschouwd en er zijn waarnemingen bekend van de gewone dwergvleermuis in de nabijheid van het onderzoeksgebied (NDFF, 2019-2024). Er zijn tijdens het veldbezoek geen vleermuizen waargenomen en er zijn geen aanwijzingen gevonden dat vleermuizen een vaste rust- en/of voortplantingsplaats in het onderzoeksgebied bezetten. Schuur 2 en 4 beschikken weliswaar over bakstenen buitengevels met luchtspouw, maar deze zijn klein in oppervlakte, beschikken niet over openingen zoals open stootvoegen en zijn laag bij de grond (geen uitvliegroute). De kozijnen sluiten eveneens nauw aan met de buitengevels. De andere twee schuren beschikken enkel over buitengevels van houten betimmering wat geen geschikte vaste rust- en voortplantingsplaats biedt. Enkele schuren zijn toegankelijk voor vleermuizen, maar deze worden niet benut als rustplaats door vleermuizen. Rustplaatsen in gebouwen zijn doorgaans goed vast te stellen aan de hand van uitwerpselen en prooiresten op de grond onder de hangplek. Gebouw bewonende soorten zoals gewone dwergvleermuis en meervleermuis worden dus uitgesloten.

De opgaande beplanting vormt geen potentiële verblijfplaats voor vleermuizen, deze bomen beschikken niet over holen in de stam of losse schors. Boom bewonende soorten zoals de watervleermuis en franjestaart worden dus ook uitgesloten.

Verspreiding en functie: foerageergebied Het veldbezoek is uitgevoerd buiten de periode van de dag waarop vleermuizen foerageren, maar op basis van een beoordeling van de inrichting en het gevoerde beheer, wordt het onderzoeksgebied als een geschikt foerageergebied voor vleermuizen beschouwd. Vermoedelijk foerageren verschillende soorten rond de bebouwing en beplanting en vliegen ze over het onderzoeksgebied terwijl ze foerageren rond bomen die net buiten het onderzoeksgebied staan. Gelet op de inrichting, het gevoerde beheer en de kleine oppervlakte, wordt het onderzoeksgebied niet als essentieel foerageergebied voor vleermuizen beschouwd.

Verspreiding en functie: vliegroute Sommige vleermuissoorten benutten lijnvormige elementen ter geleiding tijdens het foerageren en om van verblijfplaats naar foerageergebied te vliegen (en van foerageergebied naar verblijfplaats). Lijnvormige elementen die benut worden als vliegroute kunnen bestaan uit houtopstanden en wateren, maar ook een rij lantaarnpalen en gevels van woningen. Het onderzoeksgebied vormt geen verbindende schakel in een lijnvormig landschapselement en maakt daarom geen onderdeel uit van een vliegroute van vleermuizen.

Wettelijke consequenties Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten wordt geen vleermuis verstoord of gedood, wordt geen vaste rust- of voortplantingsplaats beschadigd of vernield en wordt geen essentieel foerageergebied of essentiële vliegroute aangetast. Uitvoering van de voorgenomen activiteiten leidt niet tot wettelijke consequenties. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen omgevingsvergunning van de verbodsbepalingen aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Omgevingswet.

Conclusie

27

Quickscan Flora & Fauna Kolderveense Bovenboer 37, Nijeveen

29-11-2024

Uitvoering van de voorgenomen activiteiten leidt niet tot wettelijke consequenties voor vleermuizen.

28

Quickscan Flora & Fauna Kolderveense Bovenboer 37, Nijeveen

29-11-2024

Vogels

Verspreiding en functie Op basis van het veldbezoek, verspreidingsatlassen en NDFF wordt het onderzoeksgebied als functioneel leefgebied voor verschillende vogelsoorten beschouwd en zijn er waarnemingen bekend van boerenzwaluwen en huismussen (NDFF, 2019-2024). Vogelsoorten gebruiken het onderzoeksgebied als foerageergebied en mogelijk nestelen verschillende vogelsoorten aan de bebouwing en in de beplanting. Vogelsoorten die mogelijk in het onderzoeksgebied nestelen zijn huismus, boerenzwaluw, spreeuw, heggenmus, roodborst, vink, winterkoning, houtduif en merel. Tijdens het veldbezoek zijn nesten van boerenzwaluwen en overige soorten (zie figuur 5.2 & 5.3) waargenomen en waren er boerenzwaluwen aanwezig. Daarnaast zijn er veel spreeuwen en enkele huismussen waargenomen in en op schuur 4 (figuur 5.4 & 5.5). Er zijn geen nesten van huismussen waargenomen in de schuren. De huismussen vlogen in en uit door de ruimte tussen de damwandplaten en het dak, waarschijnlijk foerageren huismussen en spreeuwen in het plangebied en nestelen zij in de woning welke behouden blijft. Schuur 4 heeft geen geschikte nestplaatsen voor huismussen. In het onderzoeksgebied zijn geen aanwijzingen gevonden dat roofvogels en/of uilen er een vaste rust- of voortplantingsplaats bezetten.

Vaste rust- en voortplantingsplaatsen van roofvogels en uilen zijn doorgaans eenvoudig vast te stellen aan de hand van schijtsporen, braakballen en ruiveren op de grond onder de zitplaats. Het agrarische perceel naast de bebouwing wordt niet als geschikt beschouwd voor vogels om te broeden wegens het intensieve beheer.

Figuur 5.2: zwaluw nest

Figuur 5.4: Spreeuwen op het dak van schuur 4

29

Figuur 5.3: onbezette vogelnesten in schuur 3

Figuur 5.5: huismussen en een spreeuw in schuur 4

Quickscan Flora & Fauna Kolderveense Bovenboer 37, Nijeveen

29-11-2024

Wettelijke consequenties Als gevolg van het slopen van de schuren worden nesten of nestplaatsen van een boerenzwaluw en spreeuw verstoord, beschadigd en vernield met als gevolg dat mogelijk vogels gedood worden of eieren beschadigd of vernield worden. De spreeuw en boerenzwaluw zijn een categorie 5 soort in Drenthe, en daar geld voor dat het nesten van vogels zijn die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. Aangezien de vogels voldoende nestgelegenheid hebben in de omgeving van het plangebied is een nader onderzoek niet vereist. Wel dient er buiten het broedseizoen gewerkt te worden, vogels mogen niet gedood worden en hun eieren mogen niet worden vernield. Voor de overige nestelende vogelsoorten in het onderzoeksgebied, is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats. Werkzaamheden die kunnen leiden tot het verstoren/vernielen van vogelnesten dienen daarom buiten de voortplantingsperiode van vogels uitgevoerd te worden. De meest geschikte periode om de voorgenomen activiteiten uit te voeren is september-februari.

Voorgenomen werkzaamheden mogen juridisch beschouwd wel plaatsvinden tijdens het broedseizoen van vogels, mits geen bezette vogelnesten beschadigd/vernield worden. Om dit te voorkomen dient dan een broedvogelscan te worden uitgevoerd. De functie van het onderzoeksgebied als foerageergebied neemt mogelijk tijdelijk af, maar dit leidt niet tot wettelijke consequenties.

Conclusie Uitvoeren voorgenomen activiteiten buiten de voortplantingsperiode (of broedvogelscan uitvoeren). Overige soorten Het onderzoeksgebied behoort niet tot functioneel leefgebied van andere beschermde flora- of faunasoorten. Vanwege de lokale invloedsfeer heeft de voorgenomen activiteit geen negatief effect op andere beschermde soorten. Nader onderzoek of het aanvragen van een omgevingsvergunning is niet noodzakelijk.

30

Quickscan Flora & Fauna Kolderveense Bovenboer 37, Nijeveen

29-11-2024

5.4.

Slotconclusie

In tabel 5.1 en tabel 5.2 worden de wettelijke consequenties samengevat weergegeven. Tabel 5.1: Samenvatting van de wettelijke consequenties Soortgroep

Functie

Beschermde

Verbodsbepalingen

soorten

(Omgevingswet)

Aandachtspunt

onderzoeksgebied

Amfibieën

Foerageergebied

Diverse soorten

Niet van toepassing; vrijstelling

Geen

i.v.m. ruimtelijke ontwikkeling

Amfibieën

(Winter)rustplaats

Diverse soorten

Niet van toepassing; vrijstelling

Geen

i.v.m. ruimtelijke ontwikkeling

Amfibieën

Voortplantingsplaats

Niet aanwezig

Niet van toepassing

Geen

Amfibieën

Doden van dieren

Diverse soorten

Art. 11.54 lid 1a

Geen dieren doden: Eén richting op werken en buiten de kwetsbare periode werken

Flora

Standplaats

Niet aanwezig

Niet van toepassing

Geen

Grondgebonden zoogdieren

Foerageergebied

Diverse soorten

Niet van toepassing; vrijstelling

Geen

Grondgebonden zoogdieren

Vaste

Grondgebonden zoogdieren

Doden van dieren

i.v.m. ruimtelijke ontwikkeling rust-

en

Diverse soorten

voortplantingsplaats

Niet van toepassing; vrijstelling

Geen

i.v.m. ruimtelijke ontwikkeling Diverse soorten

Art. 11.54 lid 1a

Geen dieren doden: Eén richting op werken en buiten de kwetsbare periode werken

Ongewervelden

Vaste

rust-

en

Zilveren maan

Art. 11.54 lid 1b

Viola dient aanwezig te zijn

Zilveren maan

Art. 11.54 lid 1a

Niet aanwezig

Niet van toepassing

Geen

Ringslang

Art. 11.54 lid 1a

Geen dieren doden: Eén

voortplantingsplaats

Ongewervelden

Doden van dieren

Reptielen

Vaste

in de nieuwe situatie Werken buiten kwetsbare periode

rust-

en

voortplantingsplaats

Reptielen

Doden van dieren

richting op werken en buiten de kwetsbare periode werken

Vleermuizen

Rust-

of

Niet aanwezig

Niet van toepassing

Geen

Niet aanwezig

Niet van toepassing

Geen

voortplantingsplaats

Vleermuizen

Essentieel foerageergebied

Vleermuizen

Essentiële vliegroute

Niet aanwezig

Niet van toepassing

Geen

Vleermuizen

Doden van dieren

Niet van toepassing

Niet van toepassing

Geen

Vogels

Foerageergebied

Diverse soorten

Niet van toepassing; vrijstelling i.v.m. ruimtelijke ontwikkeling

Geen

Vogels

Bezette nesten (niet

Diverse soorten

Art. 11.37 lid 1b

Werken buiten

jaarrond beschermd)

voortplantingsperiode of broedvogelscan uitvoeren

Vogels

Jaarrond

beschermde

Niet aanwezig

Niet van toepassing

Geen

Diverse soorten

Art. 11.37 lid 1a

Werken buiten

nest- en rustplaats

Vogels

Doden van dieren

voortplantingsperiode of broedvogelscan uitvoeren

Overige florafaunasoorten

31

en

Dieren en functies

overige

Niet aanwezig

Niet van toepassing

Quickscan Flora & Fauna Kolderveense Bovenboer 37, Nijeveen

Geen

29-11-2024

Tabel 5.2: Vereenvoudigde samenvatting van de wettelijke consequenties per soortgroep Soortgroep

Vaste rust

Voort-

Essentiële

Essentieel

Wettelijke

Nader

Omgevingsvergunnin

plaats/

plantings-

vliegroute

foerageer-

consequenties

onderzoek

g vereist

standplaat

plaats

(vleer-

gebied

s

vereist

muizen)

Amfibieën

Ja

Nee

n.v.t.

Nee

Ja

Nee

Flora

Nee

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Nee

Nee

Nee

Grondgebonden zoogdieren

Ja

Ja

n.v.t.

Nee

Ja

Nee

Nee, tenzij dieren gedood worden

Ongewervelden

Mogelijk

Mogelijk

n.v.t.

Nee

Ja

Nee

Nee, tenzij dieren

Nee, tenzij dieren gedood worden

gedood worden of waardplanten verdwijnen

Reptielen

Nee

Nee

n.v.t.

Nee

Ja

Nee

Vleermuizen

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

Vogels

Ja

Ja

n.v.t.

Nee

Ja

Nee

Nee, tenzij dieren

Nee, tenzij dieren gedood worden

gedood worden

32

Quickscan Flora & Fauna Kolderveense Bovenboer 37, Nijeveen

29-11-2024

6.

Houtopstanden

In het onderzoeksgebied worden geen bomen aangetast. Toetsing aan regels van het omgevingsplan of aan rijksregels over houtopstanden is niet aan de orde. Uitvoering van de voorgenomen activiteiten leidt niet tot consequenties in het kader van houtopstanden.

33

Quickscan Flora & Fauna Kolderveense Bovenboer 37, Nijeveen

29-11-2024

7. Conclusies en advies Gebiedsbescherming Voorgenomen activiteiten leiden niet tot consequenties met betrekking tot provinciaal beschermde gebieden ten aanzien van provinciaal beleid; Een negatief effect van fysieke activiteiten op Natura 2000-gebied kan op basis van voorliggende studie uitgesloten worden. Uitvoering van de voorgenomen activiteiten leidt niet tot wettelijke consequenties in het kader van gebiedsbescherming; Een negatief effect van stikstofdepositie op Natura 2000-gebied kan op basis van voorliggende studie niet uitgesloten worden. Geadviseerd wordt om een stikstofdepositieberekening te laten uitvoeren. Soortenbescherming Op voorwaarde dat de viooltjes in het onderzoeksgebied enkel in de periode oktober – april verwijderd worden en het moerasviooltje (Viola palustris) aangeplant wordt in de toekomstige situatie, hoeft er geen nader onderzoek naar de aanwezigheid van de zilveren maan uitgevoerd te worden; Meest geschikte periode voor het uitvoeren van voorgenomen activiteiten is november - februari; Geadviseerd wordt om waardplanten van overige ongewervelde benoemd in hoofdstuk 5 mee te nemen in het groenplan, dit is echter niet verplicht; Uitvoering van de voorgenomen activiteiten leidt niet tot wettelijke consequenties voor reptielen. Wel geldt de specifieke zorgplicht voor de ringslang: één kant op werken en werken in de periode half september mei.

De in het onderzoeksgebied voorkomende grondgebonden zoogdieren en amfibieën staan op de provinciale vrijstellingslijst voor ruimtelijke ingrepen. Er hoeft geen omgevingsvergunning te worden aangevraagd; Uitvoering van de voorgenomen activiteiten leidt niet tot wettelijke consequenties voor vleermuizen en beschermde plantensoorten; Voor de aanwezige vogelsoorten geldt dat het uitvoeren van voorgenomen activiteiten buiten de broedperiode moet plaatsvinden of er dient een broedvogelscan te worden uitgevoerd; Er dient te allen tijde gewerkt te worden conform de specifieke zorgplicht. Houtopstanden Uitvoering van de voorgenomen activiteiten leidt niet tot wettelijke consequenties in het kader van houtopstanden.

34

Quickscan Flora & Fauna Kolderveense Bovenboer 37, Nijeveen

29-11-2024

8.

Bronnen

AERIUS. (2020). AERIUS-Calculator. Opgehaald van aerius.nl: www.aerius.nl Broekhuizen, S., Spoelstra, K., Thissen J.B.M. (2016), Atlas van de Nederlandse Zoogdieren. -Natuur van Nederland 12. Naturalis Biodiversity Centre & EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden, Leiden. BIJ12 (2017). Kennisdocument. BIJ12, versie 1.0. Creemers, R.C.M. & J.J.C.W. van Delft (2009). De amfibieën en reptielen van Nederland, - Nederlandse fauna 9. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, European Invertebrate Survey -Nederland, Leiden. Floron (2011). Nieuwe Atlas van de Nederlandse Flora, Knnv Uitgeverij, Utrecht. Limpens, H., K. Mostert en W. Bongers (1997). Atlas van de Nederlandse Vleermuizen. Utrecht: KNNV Uitgeverij. Ministerie van Economische Zaken (2016). Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen. Ministerie van Economische Zaken, versie 1.3. SOVON Vogelonderzoek Nederland (2002). Atlas van de Nederlandse broedvogels, - Nederlandse fauna 5. Leiden, Nederland: KNNV Uitgeverij & European invertebrate Survey – Nederland. Soort- en gebiedsinformatie: www.eurobats.org www.natura2000.nl www.nederlandsesoorten.nl www.pdok.nl www.ravon.nl www.ruimtelijkeplannen.nl www.sovon.nl www.verspreidingsatlas.nl www.vogelbescherming.nl www.zoogdiervereniging.nl Omgevingsverordening Waarnemingen: ndff-ecogrid.nl

35

Quickscan Flora & Fauna Kolderveense Bovenboer 37, Nijeveen

29-11-2024

Bijlagen

Bijlage 1: Foto’s

\ lycens

-r7

“a=

N=——0

== =

5

~~

~N Sy =

IL

il

a

ee

ntl

Ji

Bijlage 2: Toelichting Omgevingswet aanvullingswet natuur Drie beschermingsregimes De Omgevingswet kent een apart beschermingsregime voor soorten van de Vogelrichtlijn, een apart beschermingsregime voor soorten van de Habitatrichtlijn (het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn) en een apart beschermingsregime voor andere soorten, die vanuit nationaal oogpunt beschermd worden. Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of vergunning van de verboden. Alle vogels (ruim 700 soorten), zijn beschermd. Daarnaast worden ongeveer 230 overige Europese en nationale soorten beschermd. Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een vergunning of vrijstelling moet aan drie criteria zijn voldaan: Ten eerste mag alleen van de verbodsbepaling afgeweken worden als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is. Ten tweede moet tegenover de afwijking van het verbod een in de wet genoemd belang staan. De wet geeft voor de verschillende beschermingsregimes aan wat die belangen zijn zoals volksgezondheid of openbare veiligheid. Tenslotte mag de ingreep geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort. Als aan deze drie vereisten voldaan is, kan een vergunning worden verleend.

Voor een aantal handelingen zijn bovendien vrijstellingen mogelijk, bijvoorbeeld in de vorm van een provinciale verordening of een gedragscode. Soortenbescherming en het ‘ja, mits’ principe De verbodsbepalingen voor vogels en Habitatrichtlijnsoorten in de Omgevingswet sluiten vrijwel één op één aan bij de bepalingen uit de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. De verbodsbepalingen zijn gericht op de bescherming van individuen van soorten. Ook voor de andere soorten, die niet op grond van de Vogel- of Habitatrichtlijn maar vanuit nationaal oogpunt beschermd worden, geldt dat de verbodsbepalingen zien op het individu, maar of vergunning verleend kan worden, wordt afgewogen tegen het effect van de ingreep op het populatieniveau van de soort. (Specifieke) zorgplicht voor dieren en planten Of dier- en plantensoorten nu wettelijk beschermd zijn of niet, iedereen moet voldoende rekening houden met in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. De wet erkent daarmee de intrinsieke waarde van in het wild levende soorten. De Memorie van Toelichting zegt het zo: “De zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving.

Vrijstelling regelgeving Onder de Omgevingswet is niet altijd een vergunning nodig bij handelingen met gevolgen voor beschermde plant- en diersoorten. In (veel) gevallen kunt u gebruik maken van een vrijstelling. Een vrijstelling is een uitzondering op een wettelijk verbod, die wordt vastgesteld voor een van tevoren bepaalde categorie van gevallen. Er zijn verschillende vrijstellingen van de verboden voor beschermde soorten mogelijk. Een bekende en reeds in de praktijk toegepaste vorm van vrijstelling is die van de gedragscode. In de Omgevingswet zijn voor beschermde soorten ook andere vormen van vrijstelling geïntroduceerd, zoals door middel van een Programmatische Aanpak of via een provinciale verordening. Overigens is ook een vrijstelling in de vorm van een ministeriële regeling mogelijk. Provinciale staten kunnen vrijstelling van de verbodsbepalingen verlenen. Dit moet worden geregeld in een provinciale verordening. Gedragscodes die zijn opgesteld onder de Flora- en faunawet en Wet natuurbescherming kunnen worden uitgebreid ten aanzien van soorten die op grond van de Omgevingswet beschermd worden maar dat op grond van de Flora- en faunawet en Wet natuurbescherming nog niet waren. Goedkeuring van een gedragscode op grond van de Flora- en faunawet en Wet natuurbescherming blijft ook onder de Omgevingswet geldig, voor de duur van de goedkeuring.

Daarna dient de gedragscode voor goedkeuring getoetst te worden aan de Omgevingswet. Vervolgens wordt de gedragscode aangewezen als onderdeel van de Omgevingsregeling. Deze aanwijzing geldt vanaf 1 januari 2025. Welke soorten zijn beschermd? De Omgevingswet kent drie categorieën beschermde soorten: Ten eerste worden alle van nature in Nederland in het wild levende vogels beschermd volgens het beschermingsregime van de Vogelrichtlijn; Ten tweede worden soorten beschermd op grond van de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn; Tenslotte is er een beschermingsregime voor ‘andere soorten’ waaronder soorten vallen die vanuit nationaal oogpunt bescherming behoeven. Tabel B2.1: Verbodsbepalingen Omgevingswet Beschermingsregime soorten

Beschermingsregime soorten

Beschermingsregime andere

Vogelrichtlijn §11.2.2

Habitatrichtlijn §11.2.3

soorten §11.2.4

Art. 11.37 lid 1a

Art. 11.46 lid 1a

Art. 11.54 lid 1a

Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen

Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen

Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen

Art. 11.37 lid 1b Het is verboden opzettelijk nesten,

Art. 11.46 lid 1d Het is verboden de

Art. 11.54 lid 1b Het is verboden de vaste

rustplaatsen en eieren van vogels opzettelijk te vernielen of te beschadigen of nesten van vogels

voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of vernielen

voortplantingsplaatsen, rustplaatsen of eieren van dieren opzettelijk te beschadigen of vernielen

Art. 11.37 lid 1c

Art. 11.46 lid c

Niet van toepassing

Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben

Het is verboden eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen

Art. 11.37 lid 1d

Art. 11.46 lid b

weg te nemen

Niet van toepassing

Het is verboden vogels opzettelijk te

Het is verboden dieren opzettelijk te

storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de

verstoren

desbetreffende vogelsoort Niet van toepassing

Art. 11.46 lid e

Art. 11.54 lid 1c

Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te

Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied te plukken en te verzamelen, af te

verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen

snijden, te ontwortelen of te vernielen

Begrippen Onderstaand zijn enkele begrippen weergegeven vanuit bovenstaande verbodsbepalingen.

Verstoren De mate van ‘storen’ hangt per soort af van: •

Intensiteit van de verstoring

•

Duur van de verstoring

•

Frequentie van de verstoring

•

Het effect van de verstoring op de staat van instandhouding van de soort

Vangen Niet al het vangen valt gelijk onder de vergunningplicht. Het doel van de vergunningplicht voor het vangen is om soorten te beschermen. Om te beoordelen of sprake is van vergunningplicht is niet alleen dat doel maar ook het doel van het vangen aan de orde. Neem bijvoorbeeld het vangen van amfibieën tijdens de voorjaarstrek om ze over de weg te zetten. Het vangen heeft als doel om overrijden te voorkomen. Dat vangen is niet vergunningplichtig.

Opzettelijk Onder ‘opzettelijk’ valt ook ‘voorwaardelijke opzet’. Daarvan is sprake als iemand een handeling verricht en daarbij bewust de aanmerkelijke kans aanvaardt dat zijn gedragingen schadelijke gevolgen hebben voor een dier of een plant. Zoals de vangst of de dood van dieren of het vertrappen of ontwortelen van planten. Vrijgestelde soorten In afwijking van de verboden in artikel 11.54 lid 1a van de Omgevingswet, is het toegestaan de onderstaande soorten weg te vangen (om doden te voorkomen) en de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van deze soorten opzettelijk te beschadigen of te vernielen wanneer er geen andere bevredigende oplossing bestaat. De vrijstelling is van kracht wanneer de handeling verband houdt met de volgende activiteiten: De ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daaropvolgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; Het bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer.

Tabel B2.2: Lijst met soorten waarvoor een vrijstelling van de verbodsbepalingen geldt als gevolg van handelingen die in het

Friesland

Gelderland

Groningen

Limburg

Noord-Brabant

Noord-Holland

Overijssel

Utrecht

Zeeland

Zuid-Holland

(AMvB Ministerie

Microtus agretis

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Bosmuis*

Apodemus sylvaticus

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Bunzing

Mustena putorius

x

x

Dwergmuis

Micromys minutes

x

x

X

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Dwergspitsmuis

Sorex minutus

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Egel

Erinaceus europaeus

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Eekhoorn

Sciurus vulgaris

Gewone bosspitsmuis

Sorex ananeus

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Haas

Lepus europeus

x

x

x

x

x

x

x

x

X5

x

x

Hermelijn

Mustela erminea

X5

x

x

Huisspitsmuis*

Crocidura russula

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Konijn

Oryctolagus cuniculus

x

x

x

x

x

x

x

x

x

X5

x

x

Molmuis

Arvicola scherman

Ondergrondse woelmuis

Pitymys subterraneus

x

x

Ree

Capreolus capreolus

x

x

Rosse woelmuis

Clethrionomys glareolus

x

x

Steenmarter

Martes fiona

Wetenschappelijke naam

Grondgebonden zoogdieren

Tweekleurige

x

X5

x1 x

x

x

x x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x2

Sorex coronatus

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Veldmuis*

Microtus arvalis

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Vos

Vulpes vulpes

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Wezel

Mustela nivalis

x

x

x

x

Wild zwijn

Sus scrofa

Woelrat

Arvicola terrestris

bosspitsmuis

X5

x

x

Amfibieën en reptielen

x

x

x

DR

FL

FR

x

x

x

x

x

x

x

x

x

GD

GR

LB

NB

NH

OV

UT

ZL

ZH

MLNV

Bruine kikker

Rana temporaria

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Gewone pad

Bufo bufo

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Hazelworm

Anguis fragilis

Kleine watersalamander

Triturus vulgaris

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Levendbarende hagedis

Zootoca vivipara

Meerkikker

Pelophylax ridibundus

Middelste groene kikker

Pelophylax

/ Bastaardkikker

esculentus

x3 x x4

klepton

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

3.31)

Flevoland

Aardmuis

Nederlandse naam

RN art. LNV

Drenthe

kader van een ruimtelijke ontwikkeling worden uitgevoerd

* voor deze soorten daarnaast algemene vrijstelling in/op gebouwen en bijbehorende erven of roerende zaken (Omgevingswet art. 11.54 lid 2a) x1 = vrijstelling geldt in de periode maart-april en juli tot en met november x2 = vrijstelling geldt in de periode 15 augustus tot en met februari x3 = vrijstelling geldt in de periode juli, augustus en september x4 = vrijstelling geldt in de periode 15 augustus tot en met 15 oktober Opmerking bij Friesland: Er gelden allerlei aanvullende voorschriften aan de vrijstelling mbt doden, vangen, vrijlaten en beschadigen of vernielen van verblijfplaatsen.

Legenda toegepaste uitzonderingsgrondslagen In dit document zijn gegevens definitief geanonimiseerd op grond van: Wet

Artikel

Omschrijving

Pagina's

Wet open overheid

Art. 5.1 lid 1 sub e

Nummers die dienen ter identificatie van personen die bij wet of algemene maatregel van bestuur zijn voorgeschreven

2

Wet open overheid

Art. 5.1 lid 2 sub e

De eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer

2, 9, 24

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meppel&id=76d7b960-1ccc-4809-b4a2-8863470d4aac