CConstaterende datMeppel
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Verordening fysieke leefomgeving Meppel 2022

1 - RAADSVERGADERING 28 oktober 2021, gemeente MeppelBij agendapunt: Verordening fysieke leefomgeving Meppel 202213.165 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Het is verboden een marktplaats op een markt in te nemen zonder vergunning van het college. Artikel 3.4.6.3 Vereisten

Voor de toewijzing van een marktplaats komt uitsluitend in aanmerking een handelingsbekwaam natuurlijk persoon die een aanvraag voor een vergunning heeft ingediend bij het college en die daarbij tevens aantoont dat hij persoonlijk voldoet aan alle publiekrechtelijke verplichtingen op het gebied van bedrijfsuitoefening en bedrijfsorganisatie. Artikel 3.4.6.4 Inhoud vaste marktplaatsvergunning

1. Een vaste marktplaatsvergunning vermeldt in ieder geval: a. de naam en voornamen, de geboortedatum en –plaats, het adres en de woonplaats van de vergunninghouder; b. een duidelijke omschrijving van de toegewezen vaste marktplaats met vermelding van het nummer en de afmetingen daarvan; c. de kraam of andere verkoopmaterialen die de vergunninghouder bij het innemen van de marktplaats mag gebruiken; d. het soort artikelen dat de vergunninghouder mag verhandelen of de branche waartoe de vergunninghouder behoort; e. dat de vergunninghouder zelf zorg draagt voor de inzameling en afvoer van zijn afval en dat hij zijn marktplaats schoon oplevert; f. de wijze waarop de vergunninghouder zijn elektriciteit betrekt; g. welke geluidsapparatuur op de marktplaats is toegestaan; h. welke kook-, bak- en verwarmingsapparatuur zijn toegestaan. 2. Aan de vergunning wordt een middel ter identificatie gehecht. Artikel 3.4.6.5 Inschrijving op de anciënniteitslijst

Vergunninghouders van vaste marktplaatsen worden ingeschreven op een doorlopend genummerde lijst met vermelding van en in volgorde van de datum waarop aan hen voor het eerst een vaste 23

marktplaats is toegewezen. Bij deze inschrijving wordt tevens vermeld de soort artikelen die de vergunninghouder mag verhandelen of de branche waartoe hij behoort. Artikel 3.4.6.6 Overschrijving vaste marktplaatsvergunning

1. In geval van overlijden of blijvende arbeidsongeschiktheid van de vergunninghouder kan de vaste marktplaatsvergunning worden overgeschreven op de achterblijvende echtgenoot, de geregistreerde partner of een andere achterblijvende persoon met wie hij duurzaam samenwoonde; 2. Indien de vergunning niet kan worden overgeschreven op grond van het eerste lid, kan een kind van de vergunninghouder de vergunning voor een vaste marktplaats krijgen indien hij ten minste drie jaar in loondienst van het marktbedrijf van de vergunninghouder heeft gewerkt of gedurende eenzelfde periode als mede-eigenaar in dit bedrijf heeft gefunctioneerd en zich heeft laten inschrijven op de wachtlijst. 3. Een aanvraag tot overschrijving wordt ingediend binnen twee maanden na het overlijden van de vergunninghouder of nadat de blijvende arbeidsongeschiktheid is vastgesteld. 4. Het college is bevoegd in bijzondere omstandigheden af te wijken van het bepaalde in dit artikel. Artikel 3.4.6.7 Intrekking vaste marktplaatsvergunning

1. Het college trekt een vaste marktplaatsvergunning in: a. op schriftelijk verzoek van de vergunninghouder; b. bij overlijden van de vergunninghouder, tenzij op grond van artikel 3.4.6.6 de vergunning wordt overgeschreven. 2. Het college kan een vaste marktplaatsvergunning intrekken: a. indien ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige gegevens zijn verstrekt; b. indien de vergunninghouder niet meer voldoet aan de in artikel 3.4.6.3 genoemde vereisten. 3. Indien degene op wie een vergunning ingevolge artikel 3.4.6.6 is overgeschreven, reeds vergunning heeft voor een andere vaste marktplaats op dezelfde markt, wordt laatstgenoemde vergunning ingetrokken. Artikel 3.4.6.8 Toewijzing dagplaats

1. Toewijzing van een dagplaats geschiedt door afgifte van een vergunning door het college op het moment dat de marktplaats niet als vaste marktplaats wordt ingenomen. 2. Indien zich bij de opening van de markt meer gegadigden voor een dagplaats melden dan er plaatsen beschikbaar zijn, worden de dagplaatsen overeenkomstig nader door het college te stellen regels door middel van loting toegewezen. Artikel 3.4.6.9 Toewijzing standwerkersplaats

1. Het college wijst een standwerkersplaats toe door middel van loting. 2. Het is een ingeschrevene op de wachtlijst niet toegestaan deel te nemen aan de loting voor een standwerkersplaats zolang deze inschrijving niet definitief is vervallen. 3. Indien een standwerker zich wil doen bijstaan, meldt hij dit vooraf aan de marktmeester onder vermelding van de naam van degene die hem zal bijstaan. Degene die hem zal bijstaan, mag niet op eigen naam deelnemen aan de loting. 24

Artikel 3.4.6.10 Eigen materiaal

1. De vergunninghouder dient gebruik te maken van de kramen van de door het college aangewezen kramenzetter. Het college kan in bij nadere regels vast te stellen gevallen onder daarin te stellen voorwaarden toestemming verlenen tot het gebruik van eigen materiaal. 2. Het college kan nadere regels stellen omtrent de aan het eigen materiaal te stellen eisen. Artikel 3.4.6.11 Persoonlijk innemen marktplaats; bijstand

1. De vergunninghouder neemt de marktplaats die hem is toegewezen persoonlijk in. Hij mag de marktplaats niet aan een ander afstaan of in gebruik geven. 2. De vergunninghouder mag zich op de marktplaats doen bijstaan. 3. De vergunninghouder en degene die hem bijstaat mogen zich niet schuldig maken aan wangedrag of bedrog. Artikel 3.4.6.12 Aantal keren innemen vaste marktplaats

De vergunninghouder van een vaste marktplaats neemt ten minste eenmaal per twee weken en tienmaal per dertien weken zijn marktplaats op de markt in, dit met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 3.4.6.13 en 3.4.6.14. Artikel 3.4.6.13 Afwezigheid wegens ziekte, vakantie of bijzondere omstandigheden

1. De vergunninghouder van een vaste marktplaats die wegens ziekte, vakantie of bijzondere omstandigheden verhinderd is zijn vaste marktplaats in te nemen, deelt dit schriftelijk mee aan het college. Bij vakantie geeft de vergunninghouder aan hoe lang zijn afwezigheid duurt. 2. De schriftelijke mededeling wordt tijdig voor de desbetreffende marktdag gedaan. Plotselinge verhindering wordt mondeling en telefonisch aan de marktmeester gemeld, gevolgd door een schriftelijke bevestiging daarvan aan het college. Artikel 3.4.6.14 Ontheffing en vervanging

1. In geval van ziekte, vakantie of bijzondere omstandigheden kan het college op aanvraag van de vergunninghouder van een vaste marktplaats hem tijdelijk ontheffing verlenen van de verplichting om ten minste eenmaal per twee weken en tienmaal per dertien weken de marktplaats op de markt in te nemen. 2. Het college kan op aanvraag van de vergunninghouder hem vergunning verlenen zich op zijn marktplaats te laten vervangen door een met name genoemde persoon. Artikel 3.4.6.15 Tijdstip innemen marktplaats/aan- en afvoer goederen

1. Het is verboden voor vergunninghouders op het marktterrein meer dan 2 uur voor aanvang en meer dan 2 uur na afloop van de markt met een voertuig, goederen of anderszins ruimte in te nemen of goederen aan of af te voeren. 2. De vergunninghouder is verplicht zijn marktplaats tot de sluitingstijd van de markt te blijven innemen. Het college kan hiervan ontheffing verlenen. 3. Indien de vergunninghouder zijn vaste marktplaats niet uiterlijk om 8.30 uur heeft ingenomen, wordt de desbetreffende marktplaats voor die dag als dagplaats aangemerkt, tenzij de marktmeester de marktplaats op tijdig verzoek van de vergunninghouder voor hem beschikbaar houdt.

25

Artikel 3.4.6.16 Vergunning bijzondere markten

1. Het is verboden zonder vergunning van het college op of aan de weg of een openbaar water – al dan niet met enige beperking – voor publiek toegankelijk en in de openlucht gelegen plaats, een bijzondere markt te houden. 2. Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd in het belang van de openbare orde. Artikel 3.4.6.17 Verplichtingen vergunninghouder

1. Degene die in het bezit is van een vergunning als bedoeld in artikel 3.4.6.16 is verplicht erop toe te zien dat alle personen die een marktplaats innemen op de door hem georganiseerde bijzondere markt de voorschriften als bedoeld in de artikelen 7.1.1.3 en 3.4.6.15 in acht te nemen. 2. Degene die in het bezit is van een vergunning als bedoeld in artikel 3.4.6.16 is tevens verplicht erop toe te zien dat de marktplaatshouders op de door hem georganiseerde bijzondere markt de voorschriften die het college verbonden heeft aan de vergunning, nageleefd worden. Afdeling 3.5 Activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed en werelderfgoed Paragraaf 3.5.1 Activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed en werelderfgoed Artikel 3.5.1.1 Verbodsbepalingen en vergunning

1. Het is niet toegestaan een beschermd gemeentelijk monument te beschadigen of te vernielen, of aan het monument onderhoud te onthouden dat voor de instandhouding ervan noodzakelijk is. 2 .Het is niet toegestaan zonder vergunning van het college, of in strijd met de voorschriften bij die vergunning een beschermd gemeentelijk monument: a. te slopen, te verstoren, te verplaatsen of te wijzigen, of b. te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een manier dat het monument wordt ontsierd of in gevaar gebracht. 3. Het verbod en de vergunningplicht als bedoeld in het tweede lid gelden niet als: a. de activiteit betrekking heeft op normaal onderhoud, voor zover detaillering, profilering, vormgeving, materiaalsoort, kleur, en aanleg (in geval van een tuin, park of andere aanleg) niet wijzigt, of; b. de activiteit alleen leidt tot inpandige veranderingen van een onderdeel van het monument dat uit het oogpunt van monumentenzorg geen waarde heeft. 4. Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot de manier waarop de werkzaamheden moeten worden uitgevoerd. Deze regels kunnen ook gaan over de vergunningplicht, zoals bedoeld in het tweede lid, of een verplichting om werkzaamheden te melden, zoals bedoeld in derde lid. Artikel 3.5.1.2 Intrekken van de vergunning

De vergunning, zoals bedoeld in artikel 3.5.1.1 kan door het college worden ingetrokken als: a. blijkt dat de vergunning is verleend op basis van een onjuiste of onvolledige gegevens en dat de juiste of volledige gegevens tot een ander besluit zouden hebben geleid; b. de omstandigheden van de vergunninghouder zodanig zijn gewijzigd, dat het belang van monument zwaarder moet wegen. Artikel 3.5.1.3 Weigeringsgronden

1. De vergunning kan slechts worden verleend als het belang van de monumentenzorg zich 26

daartegen niet verzet. 2. Voor een omgevingsvergunning voor kerkelijk monument is overeenstemming met de eigenaar vereist. Afdeling 3.6 Activiteiten met betrekking tot planten en dieren Paragraaf 3.6.1. Vellen van houtopstanden Artikel 3.6.1.1 Kapverbod Monumentale bomen

1. Het is niet toegestaan om monumentale bomen te vellen of te laten vellen die staan vermeld op Bomenlijst (de lijst met bijbehorende kaart in de bijlage). 2. Het college kan een ontheffing verlenen van het verbod als er geen redelijke maatregelen getroffen kunnen worden om het vellen te voorkomen en als er sprake is van: a. onveilige situaties door instabiliteit en/of onvoldoende vitaliteit; b. schade of dreigende schade aan de omgeving; c. een zwaarwegend geval van algemeen belang. 3. Het college kan een herplantplicht opleggen onder nader te stellen voorschriften. 4. Het college kan nadere regels stellen voor de uitvoering van het tweede en derde lid. Artikel 3.6.1.2 Kapverbod Groene Kaart

1. Het is niet toegestaan houtopstanden te vellen of te laten vellen die staan aangegeven op de door het college vastgestelde Groene Kaart van de gemeente Meppel (vermeld in de bijlage). 2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 3. Het college kan een herplantplicht opleggen onder nader te stellen voorschriften. 4. Het college kan nadere regels stellen voor de uitvoering van het tweede en derde lid. 5. Het verbod geldt niet voor: a. houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantenziektewet of krachtens een aanschrijving; b. het periodiek knotten of kandelaberen als cultuurmaatregel bij daarvoor geschikte boomsoorten.

Hoofdstuk 4 Beheer en onderhoud Reserveren

Hoofdstuk 5 Financiële bepalingen Reserveren

Hoofdstuk 6 procedurele bepalingen Afdeling 6.1 Voorbereiding van besluiten

27

Paragraaf 6.1.1 Groen Reserveren Paragraaf 6.1.2 Cultureel erfgoed Reserveren Afdeling 6.2 Advies Paragraaf 6.2.1 Advies bij aanwijzing beschermd gemeentelijk monument Artikel 6.2.1.1 Advies gemeentelijke adviescommissie

1. Burgemeester en wethouders vragen over het voornemen om toepassing te geven aan artikel 2.3.2.1 advies aan een gemeentelijke adviescommissie waarbinnen enkele leden deskundig zijn op het gebied van de monumentenzorg. Van de adviescommissie maken geen deel uit leden van het gemeentebestuur. 2. De gemeentelijke adviescommissie betrekt in ieder geval de leden die deskundig zijn op het gebied van de monumentenzorg bij het advies. 3. De gemeentelijke adviescommissie brengt binnen 8 weken na ontvangst van de adviesaanvraag schriftelijk en deugdelijk gemotiveerd advies uit. Paragraaf 6.2.2 advies bij aanwijzing gemeentelijk beschermd stads- en dorpsgezicht Artikel 6.2.2.1 Advies gemeentelijke adviescommissie

Burgemeester en wethouders zenden het voorstel voor advies aan de adviescommissie, bedoeld in artikel 6.2.1.1, eerste lid. Artikel 6.2.1.1, tweede en derde lid, zijn van overeenkomstige toepassing. Paragraaf 6.2.3 Advies bij omgevingsvergunning monument Artikel 6.2.3.1 Advies omgevingsvergunning rijksmonument

Burgemeester en wethouders zenden onverwijld een afschrift van de ontvankelijke aanvraag om omgevingsvergunning voor een rijksmonument als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder f, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht voor advies aan de adviescommissie, bedoeld in artikel 6.2.1.1, eerste lid. Artikel 6.2.1.1, tweede en derde lid, zijn van overeenkomstige toepassing. Afdeling 6.3 Marktplaatsen Markt Paragraaf 6.3.1 Wachtlijst marktplaatsen Artikel 6.3.1.1 Inschrijving op de wachtlijst

1. Het college schrijft de aanvrager op zijn verzoek in op de wachtlijst, indien hij voldoet aan de in artikel 3.4.6.3 gestelde vereisten, maar aan hem geen vaste marktplaats kan worden toegewezen. 2. Het college vermeldt bij de inschrijving in ieder geval: a. de naam en voornamen, de geboortedatum en –plaats, het adres en de woonplaats van de aanvrager; b. de datum waarop de aanvraag door hem is ontvangen; c. de soort artikelen die de aanvrager wil verhandelen of de branche waartoe hij behoort; 28

d. de kraam of andere verkoopmaterialen die de aanvrager wil gebruiken. 3. Het college verstrekt de aanvrager een schriftelijk bewijs van inschrijving. 4. De inschrijving op de wachtlijst blijft gehandhaafd, indien deze door de ingeschrevene jaarlijks voor 1 januari schriftelijk wordt verlengd. Artikel 6.3.1.2 Doorhalen van inschrijving op wachtlijst

De inschrijving op de wachtlijst wordt doorgehaald: a. indien de ingeschrevene zijn inschrijving niet jaarlijks voor 1 januari heeft verlengd; b. op schriftelijk verzoek van de ingeschrevene; c. bij overlijden van de ingeschrevene; d. wanneer aan de ingeschrevene een vergunning voor een vaste marktplaats is verleend, tenzij hij deze op grond van bijzondere omstandigheden niet aanvaardt; e. indien niet meer aan de vereisten van artikel 3.4.6.3 wordt voldaan. Artikel 6.3.1.3 Volgorde toewijzing vaste marktplaatsen

Indien voor de toewijzing van een beschikbare vaste marktplaats meer aanvragers in aanmerking komen, wordt de marktplaats achtereenvolgens toegewezen aan: a. de vergunninghouder van een vaste marktplaats die aan het college schriftelijk de wens te kennen heeft gegeven van marktplaats te willen veranderen, in volgorde van plaatsing op de anciënniteitslijst; b. degene die zich op de wachtlijst heeft laten inschrijven, in volgorde van inschrijving op deze lijst. Artikel 6.3.1.4 Procedures bij het standwerken

1. Het college stelt per marktdag het maximum aantal standwerkersplaatsen vast. 2. Het college kan nadere regels stellen over a. de voorwaarden waaronder een standwerker in aanmerking komt voor een standwerkersplaats; b. de wijze waarop de loting plaatsvindt; c. de wijze en beoordeling van het standwerken.

Hoofdstuk 7 Handhaving, overgangs- en slotbepalingen Afdeling 7.1 Handhaving en strafbepalingen Paragraaf 7.1.1 Toezichthouders Artikel 7.1.1.1 Toezichthouders

1. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn de toezichthouders belast die bij besluit van het college zijn aangewezen. 2. Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening belast de marktmeester, voor zover het gaat om bepalingen over markten/marktplaatsen. 3. Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening belast de bij besluit van het college dan wel de burgemeester aan te wijzen personen.

29

4. Onverminderd het eerste en tweede lid zijn ambtenaren van politie, bedoeld in artikel 141, onder b, van het Wetboek van Strafvordering, eveneens belast met het toezicht op de naleving van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften. Artikel 7.1.1.2 Binnentreden woningen

Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften welke strekken tot handhaving van de openbare orde of veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen, zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner. Artikel 7.1.1.3 Legitimatie en identiteit vergunninghouder

1. Degene die een marktplaats op de markt inneemt of wenst in te nemen, dient op eerste aanvraag van de marktmeester aan te tonen dat hij de vergunninghouder is. 2. De vergunninghouder dient bij zijn marktplaats duidelijk zichtbaar zijn naam en eventuele bedrijfsnaam aan te geven. Artikel 7.1.1.4 Intrekking en schorsing vaste marktplaatsvergunning

Onverminderd artikel 3.4.6.7 kan het college een vergunning voor een vaste marktplaats, al dan niet voorwaardelijk, intrekken dan wel telkens voor ten hoogste vier achtereenvolgende marktdagen schorsen, indien de vergunninghouder of een persoon die hem bijstaat: a. het bepaalde bij of krachtens deze verordening of de voorschriften van de vergunning overtreedt; b. zich schuldig maakt aan wangedrag of bedrog; of c. niet of niet tijdig het verschuldigde marktgeld voldoet, dat wordt geheven op grond van artikel 229 van de Gemeentewet. Artikel 7.1.1.5 Uitsluiting dagplaatshouder of standwerker

Het college kan een vergunninghouder van een dagplaats of een standwerkersplaats van de toewijzing van een dagplaats of een standwerkersplaats uitsluiten voor ten hoogste vier marktdagen, indien deze: a. het bepaalde bij of krachtens deze verordening overtreedt; b. zich schuldig maakt aan wangedrag of bedrog; c. niet als standwerker actief is op een hem toegewezen standwerkersplaats; d. niet of niet tijdig het verschuldigde marktgeld voldoet, dat wordt geheven op grond van artikel 229 van de Gemeentewet. Artikel 7.1.1.6 Onmiddellijke verwijdering

Onverminderd het bepaalde in artikel 125 van de Gemeentewet kan het college een vergunninghouder gelasten zich onmiddellijk van de markt te verwijderen indien hij: a. het bepaalde bij of krachtens deze verordening of de voorschriften van de vergunning overtreedt; b. zich op de markt schuldig maakt aan wangedrag of bedrog; c. niet als standwerker actief is op een hem toegewezen standwerkersplaats. Paragraaf 7.1.2 Strafbepalingen Artikel 7.1.2.1 Strafbepaling

1. Overtreding van een bij of krachtens deze verordening vastgestelde verbodsbepaling, niet nakoming van een bij of krachtens deze verordening opgelegde verplichting en niet nakoming van één of meer voorschriften aan een vergunning of ontheffing verbonden, wordt gestraft met 30

hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak. 2. In afwijking van het eerste lid is artikel 1a van de Wet op de economische delicten van toepassing op overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 3.4.1.1, vierde lid, 3.4.1.2, tweede lid, 3.6.1.1, eerste lid en 3.6.1.2, eerste lid als sprake is van een omgevingsvergunningplichtige activiteit. 3. Overtreding van artikel 3.3.2.1, artikel 3.3.2.2 of van artikel 3.3.2.4 tot en met artikel 3.3.2.6 en artikel 3.3.3.1, 3.3.3.2, 3.3.4.1, 3.3.4.2 en 3.3.4.4 tot en met artikel 3.3.4.7 en 3.4.4.4, is een strafbaar feit als bedoeld in artikel 1a, onderdeel 3, van de Wet op de economische delicten.

Afdeling 7.2 Overgangsrecht Paragraaf 7.2.1 Overgangsrecht Artikel 7.2.1.1 Overgangsrecht

1. Met het besluit tot vaststelling van deze verordening zijn bepalingen uit de navolgende verordeningen, beleidsregels en nadere regels opgenomen in deze verordening: a. Algemene plaatselijke verordening gemeente Meppel; b. Afvalstoffenverordening gemeente Meppel 2018; c. Bouwverordening Meppel 2005; d. Erfgoedverordening Meppel 2014; e. Marktverordening gemeente Meppel; f. Telecommunicatieverordening gemeente Meppel. 2. Deze verordening laat de resterende bepalingen in de in lid 1 genoemde verordeningen, voorzover van toepassing, onverlet. 3. Besluiten, beleidsregels en nadere regels, genomen krachtens de in het eerste lid bedoelde bepalingen worden mede geacht besluiten, beleidsregels en nadere regels krachtens het bepaalde in deze verordening te zijn. 4. Aanvragen voor vergunningen waarop op het moment van inwerkingtreding van deze verordening nog geen beslissing is genomen, worden afgehandeld op grond van deze verordening. Artikel 7.2.1.2 Overgangsrecht Marktverordening

1. De krachtens de Marktverordening gemeente Meppel vastgestelde wacht- en anciënniteitslijsten gelden als lijsten krachtens deze verordening. 2. Degenen die op de dag van inwerkingtreding van deze verordening op de wacht- of anciënniteitslijst stonden, behouden de rechten die daaruit voortvloeien volgens de regels die op die dag gelden gedurende één jaar na de inwerkingtreding van deze verordening. Artikel 7.2.1.3 Overgangsrecht Erfgoedverordening

Een krachtens de Erfgoedverordening Meppel 2014 aangewezen en geregistreerd gemeentelijke monument, wordt geacht aangewezen en geregistreerd te zijn overeenkomstig de bepalingen van deze verordening. 31

Artikel 7.2.1.4 Overgangsbepaling Telecommunicatieverordening gemeente Meppel

De aanwezigheid van kabels en kabelwerken in of op open bare gronden, voor zover deze zijn aangelegd met toepassing van hoofdstuk VI van de Wet op de telecommunicatievoorzieningen, dient door de aanbieders binnen een jaar na inwerkingtreding van deze verordening te worden gemeld aan het college via het aanmeldingsformulier als genoemd in artikel 3, eerste lid. Afdeling 7.3 Slotbepalingen Paragraaf 7.3.1 Slotbepalingen Artikel 7.3.1.1 Nadere regels

Het college is bevoegd ter uitvoering van het bepaalde in deze verordening nadere regels vast te stellen. Artikel 7.3.1.2 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op 01 januari 2022. Artikel 7.3.1.3 Citeertitel

Deze verordening kan worden aangehaald als Verordening fysieke leefomgeving Meppel 2022.

Ondertekening Aldus vastgesteld in de raadsvergadering d.d. , de griffier, de voorzitter,

Bijlage: 1. Bomen lijst/Groene Kaart 2. Toelichting Verordening fysieke leefomgeving

32

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meppel&id=638b8e5f-befb-4868-ae4e-589504cccca9