1. Nota van Uitgangspunten 2021 Omgevingsvisie Meppel.pdf
Tekst van het document
8
We gebruiken hier bewust de term ‘mogelijke’, omdat ontwikkelingen nooit alleen maar kansrijk of alleen maar bedreigend zijn. Voorop staat dat we ermee moeten omgaan. Dat wil zeggen de positieve kanten benutten en de negatieve vermijden.
Nota van Uitgangspunten Omgevingsvisie
25
8.2.
Verduurzaming: hoe geven we afgewogen ruimte aan de energie- en warmtetransitie, circulariteit en klimaatadaptatie? De klimaatdoelen, bedoeld om de opwarming van de aarde te beperken, werken door in onderwerpen als energietransitie, circulariteit en klimaatadaptatie. Deze opgaven hebben een grote impact op ons leven en landschap. Denk aan het effect van windenergie op het landschap en de leefbaarheid. En wat betekent verduurzaming voor ons erfgoed en monumenten, of voor bomen die schaduw geven? Kiezen we voor groen of zon op dak? Hoe verhoudt vernatting en vergroening zich tot allergieën, ziekten en plagen? Voor de Omgevingsvisie vraagt dit onder meer ruimtelijke afwegingen: hoe delen we ruimte toe aan nieuwe functies en onder welke voorwaarden? Behalve deze ruimtelijk component, leveren transities ook andere maatschappelijke vraagstukken op. Hoe haalbaar is de transitie naar nieuwe energie (kan het de vraag aan, op welke termijn)? Hoe haalbaar is de transitie in de landbouw (levert het voldoende voedsel, op welke termijn)? Wat betekent de nieuwe economie voor de gemeenschapszin en ondernemingskracht? De opgaven raken bewoners en ondernemers achter de voordeur.
Kan iedereen meedoen, de ontwikkelingen bijbenen en meeprofiteren, ook bewoners met een kleine beurs of met minder technische of digitale vaardigheden? En welke kansen zijn er juist voor nieuwe werkgelegenheid? Dit zijn opgaven die we niet in onze Omgevingsvisie kunnen oplossen. Maar de Omgevingsvisie moet wel inspelen op bijvoorbeeld duurzame landbouw, nieuwe werkgelegenheid, circulaire bedrijvigheid en duurzame initiatieven uit de samenleving. Voorbeeld van een opgave die zowel ruimtelijk als maatschappelijk speelt, is onze keuze om in te zetten op windenergie in Meppel. Na vaststelling van de RES 1.0 Drenthe hebben we hierin onze ambitie qua omvang van de opwekking bepaald. In het Programmaplan Duurzaamheid is uitgesproken dat we streven naar 100% lokaal eigenaarschap. Dat betekent dat we inspelen op initiatieven voor windenergie vanuit de samenleving. De locatiekeuze voor windmolens wordt door ons niet vooraf gemaakt. In de Omgevingsvisie moeten we de juiste randvoorwaarden scheppen voor initiatieven voor windenergie vanuit de samenleving. 8.3.
Gezonde leefomgeving: hoe komen we tot een gezonde schikking en inrichting van de ruimte? Samenhangend met de kwesties verstedelijking en verduurzaming, speelt de opgave voor het creëren van een gezonde leefomgeving voor mens en natuur. Voor Meppel speelt de toenemende druk op de ruimte een rol, waarbij een gezonde leefomgeving ook onder druk kan komen te staan. Denk aan verdichting van de bestaande stad en uitbreiding ten koste van natuur, landbouw en landschap als gevolg van de verstedelijkingsopgave. Hoe behouden we met nieuwe ruimteclaims een gezonde omgeving voor onze bewoners en de natuur? Als algemene tendens zien we dat meer menging plaatsvindt op talloze terreinen. In een stad als Meppel waar wonen en werken letterlijk dicht bij elkaar ligt, is het zorgen voor balans tussen vrije tijd, wonen en werken. Ook stad en land raken steeds meer verweven: natuur en agro-industrie trekt de stad in, stedelijke functies en gebruik zoeken ruimte op het platteland. Mengen van functies kan ook bijdragen aan meervoudig grondgebruik en daardoor extra claims op het buitengebied voorkomen. Gelaagdheid en multifunctionaliteit bieden ruimte. Hoe kunnen we verdergaande menging zo goed mogelijk samen laten gaan met het versterken van een gezonde leefomgeving en biodiversiteit? Bij een gezonde leefomgeving voor mens en natuur spelen veel factoren een rol.
Denk aan klimaatomstandigheden, biodiversiteit, beweegvriendelijkheid en ruimte voor ontmoeting. Ook milieufactoren als geluid, geur, luchtkwaliteit en omgevingsveiligheid spelen een belangrijke rol. Met de invoering van de Omgevingswet krijgt de gemeente beleidsvrijheid ten aanzien van diverse milieuthema’s. Gezien de ruimtelijke opgaven voor Meppel en de toenemende menging van functies, nemen milieuomstandigheden in belang toe. Zij zijn mede bepalend voor de mogelijkheden op een bepaalde plek. Hoe zorgen we voor een gezond woon- en leefklimaat bij de ontwikkelingen binnen de gemeente? Nota van Uitgangspunten Omgevingsvisie
26
8.4.
Buitengebied: hoe benutten we de ruimte in samenhang met de kwaliteit en leefbaarheid van het buitengebied? Er komen veel ontwikkelingen af op ons buitengebied. Stedelijke opgaven zoals de woonopgave, bedrijvigheid, recreatie en energieopwekking en -infrastructuur vragen ruimte. Tegelijkertijd is sprake van verduurzaming van de landbouw, waarmee een omslag van traditionele landbouw naar een kringloop landbouw moet worden gemaakt. En door de klimaatontwikkeling moeten we ons aanpassen aan meer hitte, droogte en hevige regenval en moeten we omgaan met bodemdaling. Kortom een stevige verandering van het grondgebruik. Daarbij is de ondergrond een factor voor de keuze van een functie op een bepaalde plek. Hoe kunnen we de ruimte in het buitengebied benutten in samenhang met het versterken van natuur en landschap, de maatschappelijke en economische functie van de landbouw en de leefbaarheid van de dorpen? Hoe geven we ruimte aan de stad en realiseren we tegelijkertijd een toekomstbestendig buitengebied, met nieuwe meerwaarde voor onze bewoners? 8.5.
Bedrijvigheid: hoe geven we invulling aan de groei, transitie en innovatie van bedrijvigheid passend bij ons economisch profiel? We hebben de ambitie om in 2050 een volledig circulaire economie te hebben. Daarnaast neemt technologisering een vlucht en verandert het winkellandschap. De detailhandel verandert en dit heeft blijvende gevolgen voor onze binnenstad en haar rol in de stedelijke economie. Dit vraagt om een nieuw economisch perspectief. Een transitie en innovatie van de huidige bedrijvigheid en detailhandel, wellicht met een ander ruimtebeslag of andere eisen aan de omgeving. Hoe kunnen we inspelen op de transitie en innovatie van bedrijvigheid en de juiste randvoorwaarden creëren in de Omgevingsvisie? We zien dat er vraag is naar nieuwe bedrijventerreinen rond Meppel. Bedrijven zoeken ruimte om te ondernemen en groeien, op hun eigen terrein, door uitbreiding of door nieuwbouw elders. Dit vraagt balans in herschikking op bestaande bedrijfsterreinen, benutten van herontwikkelingslocaties en zoeken naar nieuwe ruimte. Hoe komen we tot de best passende kwaliteit van bedrijvigheid9 op een plek? Dit rekening houdend met de markt, onze identiteit, onze positie in de regio, de randvoorwaarden van de locatie en de gewenste kwaliteit op een plek.
Uitgangspunt 15 We zien voor de Omgevingsvisie enkele centrale kwesties: actuele vragen die we in de Omgevingsvisie moeten beantwoorden, die grote impact op de samenleving hebben en waarover we nog niet het gesprek hebben gevoerd. Als centrale kwesties benoemen we: 1. Verstedelijking: hoe kunnen we groeien op Meppeler wijze? 2. Verduurzaming: hoe geven we afgewogen ruimte aan de energie- en warmtetransitie, circulariteit en klimaatadaptatie? 3. Gezonde leefomgeving: hoe komen we tot een gezonde schikking en inrichting van de ruimte? 4. Buitengebied: hoe benutten we de ruimte in samenhang met de kwaliteit en leefbaarheid van het buitengebied? 5. Bedrijvigheid: hoe geven we invulling aan de groei, transitie en innovatie van bedrijvigheid, passend bij ons economisch profiel? Over de centrale kwesties gaan we in het vervolgproces het gesprek aan met de raad en de samenleving.
9
We spreken bewust niet van type bedrijvigheid, als in milieucategorieën of bedrijfstype. Zoals we in Noordpoort hebben beproefd, past het bij de geest van de Omgevingswet om te spreken over de gewenste kwaliteit van bedrijvigheid op een bepaalde plek. Het is aan de markt om te bekijken hoe het daar het beste invulling aan kan worden gegeven.
Nota van Uitgangspunten Omgevingsvisie
27
9.
PlanMER
In de eerdere documenten gaven we al aan dat in het proces om te komen tot een Omgevingsvisie de keuze voorligt om een planMER (milieueffectrapport) op te stellen. In het Procesvoorstel Omgevingsvisie is dit proces nader uitgezet. De definitieve keuze komt in beeld nadat we onze inhoudelijke ambities hebben bepaald. Op voorhand lijkt het zowel zinvol als nodig om een planMER procedure te doorlopen. We zien een aantal relevante ontwikkelingen, zoals verstedelijking, de keuze voor windenergie en uitbreiding van bedrijvigheid. Daarnaast is landelijk onderzocht hoe het proces van de Omgevingsvisie en de planMER samenhangen in de praktijk. Daaruit komt naar voren dat het zinvol is aan de hand van het doorlopen van de stappen van de planMER de keuzes en afwegingen voor de Omgevingsvisie te onderbouwen. De planMER is daarmee dus geen toets achteraf, maar hulpmiddel in de afweging vooraf. De stappen in de planMER en hoe we deze verweven met het opstellen van de Omgevingsvisie, zijn uitgewerkt in het Procesvoorstel Omgevingsvisie. Uitgangspunt 16 We houden rekening met het doorlopen van een planMER procedure, tegelijkertijd met het proces van de Omgevingsvisie. De planMER procedure gebruiken we om keuzes en afwegingen in de Omgevingsvisie zorgvuldig te maken en te onderbouwen.
Nota van Uitgangspunten Omgevingsvisie
28
10. Regio en medeoverheden
10.1. Bovenliggend beleid Bij het opstellen van de Omgevingsvisie houden we rekening met vastgesteld beleid in de regio en de Provincie Drenthe. Daarnaast is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. Als samenwerkingsafspraken tussen Rijk en regio wordt in onze omgeving gewerkt aan de Omgevingsagenda Oost en de Omgevingsagenda Noord. Daarnaast is de Regio Zwolle aangewezen als NOVI gebied. Voor zover in de visiedocumenten van mede overheden beleid is vastgelegd dat beantwoordt aan de ambities en doelen van de gemeente Meppel, zullen we het een plaats geven in de nieuwe Omgevingsvisie. Dat geldt uiteraard ook voor zover dat beleid een plaats heeft gekregen in hogere regelgeving zoals bijvoorbeeld de Provinciale Omgevingsverordening. Verder zullen we vanzelfsprekend onze buurgemeenten ook de gelegenheid geven te reageren op het ontwerp van de Omgevingsvisie. Uitgangspunt 17 De Omgevingsvisie houdt rekening met het relevante beleid van de Rijksoverheid, de Provincie Drenthe, en andere verbanden in de regio. In de Omgevingsvisie zullen we aangeven met welk beleid we op welke wijze rekening houden. 10.2. Betrokkenheid Regio, Provincie, Rijk en in de keten Als we zicht hebben gekregen op onze ambities en doelen, dan wordt ook duidelijk welke partners we nodig hebben om ons doelen te realiseren. Die partners zullen zich ook buiten de gemeentegrenzen bevinden.
Ambities kunnen en zullen gemeentegrens overschrijdend zijn. De gemeente Meppel wil hierbij uitgaan van eigen kracht en eigen zelfbewustzijn. We zijn “eigenwijs” in de positieve zin van het woord. We bepalen onze eigen koers en op basis daarvan gaan we het gesprek aan met onze omgeving over gemeentegrens overschrijdende vraagstukken. De keuze van de partners, de mate van betrokkenheid, alsmede tijdstip en duur van de betrokkenheid hangt af van het vraagstuk. Daarbij hechten we vanzelfsprekend aan een goede verstandhouding met onze partners en begrijpen we dat partnerschap betekent dat je niet alleen neemt, maar soms ook geeft. Nu beginnen we bij de keuze van onze partners niet bij nul. Wij zijn al op allerlei manieren verbonden met partners in regionale verbanden. Meppel bevindt zich op de grens van Oost en Noord Nederland. Die positie is van belang voor haar mogelijkheden en de verhouding tot andere overheden en regionale samenwerkingsverbanden. Van oudsher zijn de provincie Drenthe en onze Drentse buurgemeenten primaire partners. In toenemende mate zijn Zwolle, de buurgemeenten in Overijssel en de partners in Regio Zwolle relevant. Meppel behoort tot het Daily Urban System van Regio Zwolle. Dat betekent dat de keuzes die we in de Omgevingsvisie maken gevolgen kunnen hebben voor de samenwerking in die verbanden.
Vermoedelijk niet zozeer voor de structuur ervan, maar wel voor de aard en kleur van de samenwerking. Daar willen we oog voor hebben en we willen daarover ook tijdig het gesprek met onze partners aangaan. We zien voor de Omgevingsvisie op hoofdlijnen een onderscheid tussen: • Onze ketenpartners (RUD, Veiligheidsregio en de GGD); • Medeoverheden, zoals het Rijk, Waterschap, en de provincie Drenthe, partners in regionale samenwerking en onze buurgemeenten; • Andere partijen, zoals Rijkswaterstaat, de “spoorse partijen” (bijv. ProRail en NS) en nutsbedrijven.
Nota van Uitgangspunten Omgevingsvisie
29
Met onze ketenpartners, medeoverheden en andere partijen, zullen we ook het gesprek aangaan over de gevolgen die de komst van de Omgevingswet heeft voor onze samenwerking. Naarmate de instrumenten worden uitgewerkt, te beginnen bij de Omgevingsvisie, worden die gevolgen concreter zichtbaar. We willen hen bij de totstandkoming van de Omgevingsvisie betrekken. In de verkenningsfase hebben we de provincie Drenthe en Waterschap Drents Overijssel Delta aanhaakt op het proces. Vanwege de nauwe relatie met de dagelijkse processen en vraagstukken hebben we de RUD, GGD en VRD in de verkenningsfase ook inhoudelijk betrokken. Met elke buurgemeente heeft een gesprek plaatsgevonden om ervaringen uit te wisselen en raakvlakken te verkennen. Daarbij zijn afspraken gemaakt om te blijven afstemmen in de loop van het proces. Ook denken we aan het wederzijds deelnemen in expertgroepen. Als mogelijke raakvlakken zijn genoemd: ruimtelijke ontwikkelingen aan de grens (bijvoorbeeld windparken, Noord IV en Oevers S), een gezamenlijke koers voor het Reestdal en afstemming van grootschalige opwek vanuit de RES-en. Uitgangspunt 18 Meppel bepaalt haar eigen koers. Op basis daarvan gaan we het gesprek aan met de omgeving over de inhoudelijke vraagstukken die de gemeentegrens overschrijden. Het vraagstuk bepaalt de aard van het gesprek, waarbij we willen werken vanuit partnerschap.
Vanuit het meer procesmatige vraagstuk benaderen we de samenwerking met onze ketenpartners, zoals RUD, Veiligheidsregio en GGD.
Nota van Uitgangspunten Omgevingsvisie
30
11. Proces en participatie
Nu de fase Verkennen is afgerond, starten we met de fase Richten, zoals benoemd in het globaal plan van aanpak Omgevingsvisie uit 2019. De start van een nieuwe fase betekent een nieuw voorstel voor het vervolg. Er is een procesvoorstel uitgewerkt, waarbij de fase Richten uitgebreid aan bod komt, maar ook een goede doorkijk wordt gegeven tot aan vaststelling van de Omgevingsvisie. Dit procesvoorstel is samen met deze Nota van Uitgangspunten 2021 de basis voor de vervolgstappen. Na de fase Richten maken we de balans op en sturen we eventueel bij in het proces. Belangrijk onderdeel van het vervolgproces is het betrekken van bewoners en partijen uit de samenleving. In dit hoofdstuk schetsen we de uitgangspunten voor participatie en het betrekken van de raad. 11.1. Uitgangspunten voor participatie Participatiedoel Het doel van de participatie is het vergroten van de kwaliteit van en het creëren van draagvlak voor de Omgevingsvisie. We doen dit onder andere door het aanboren van kennis en ervaring uit de samenleving en het uitwisselen van (wens)beelden voor de toekomst. Het is de bedoeling dat de inbreng van inwoners en belanghebbenden wordt meegewogen in de besluitvorming. Beoogd publiek In het gehele proces van de Omgevingsvisie richten we ons op: • Bewoners: we streven naar een zo representatief mogelijke groep betrokken bewoners.
Tegelijkertijd beseffen we dat het betrekken van bewoners bij een visie op een hoog abstractieniveau moeilijk is. In de voorbereiding van participatie werken we passende vragen en middelen uit om ons publiek te bereiken. Daarbij staan de centrale kwesties centraal. • Creatieve meedenkers en experts zonder individueel belang: deze groep kan zowel betrokken worden bij de voorbereiding als de uitvoering van de participatie. • Koepels, verenigingen, instellingen, organisaties, bewonersplatforms en dergelijke • Iedereen die zich betrokken voelt We geven participatie zodanig vorm dat een wederzijds uitwisselen van kennis, wensen, belangen en ideeën ontstaat. Iedereen kan meepraten over de Omgevingsvisie en het proces is voor iedereen toegankelijk. Als besluitvorming jou direct raakt, ben je in elk geval betrokken. Je weet wat er speelt en wat jouw invloed is. Bij de uitwerking van specifieke thema’s of gebieden, behoren de direct betrokkenen tot het publiek (bv een specifieke doelgroep, bedrijfsleven, eigenaren e.d.). De ketenpartners RUD, VRD en GGD zien we als verlengstuk van onze eigen organisatie en zijn onderdeel van het interne proces. We organiseren dit effectief en maken concrete afspraken over de tijdsinzet.
Medeoverheden zoals provincie, waterschap en buurgemeenten worden betrokken naar hun rol op dat moment: kaderstellend/toetsend, belanghebbend of door inbrengen van expertise. Mate van invloed We gaan uit van de participatieladder uit bijlage 3. Voor het proces van de Omgevingsvisie kiezen we voor: • Informeren (trede 1) als er geen ruimte is om input te leveren, zoals op de kaders vanuit bestaand beleid of na besluitvormingsmomenten. • Raadplegen (trede 2) als betrokkenen kunnen reageren op vooraf gemaakte voorstellen, zoals het gebiedseigen verhaal of waardenkaarten. • Adviseren (trede 3) als open vragen worden voorgelegd, zoals over de centrale kwesties. • Ter inzage leggen, bij formele stappen in de planMER procedure en Ontwerp Omgevingsvisie. Hierbij geldt onze Algemene Inspraakverordening.
Nota van Uitgangspunten Omgevingsvisie
31
We geven helderheid op welke onderwerpen de samenleving geen invloed heeft, wat vaststaat en waarom. Naarmate de verandering buiten groter wordt, willen we dat de invloed van de samenleving toeneemt. Binnen de ruimte die er is, streven we naar maximale invloed. Communicatie tijdens het proces Het participatieproces moet van begin tot eind voor alle betrokkenen helder en opvolgend zijn. We geven zicht op het totaalproces, zorgen voor transparantie en een goede vindbaarheid van informatie. De inbreng vanuit de participatie leggen we goed vast en we geven terug wat hiermee is gedaan, of wat in een latere stap wordt meegenomen. We kiezen participatiemomenten zorgvuldig en zorgen dat iedereen laagdrempelig mee kan doen en gehoord wordt. Afstemming met andere beleidstrajecten We stemmen af met lopende beleidstrajecten, waarmee participatie zo effectief en helder mogelijk wordt ingericht. Relevante opbrengst van participatie uit lopende beleidstrajecten nemen we mee als input voor de Omgevingsvisie. In 2021 wordt een participatiebeleid uitgewerkt voor de Omgevingswet. We streven naar een wisselwerking tussen het proces van dit beleid en de kaders voor participatie voor de Omgevingsvisie. Denk daarbij aan praktijkervaring vanuit de Omgevingsvisie die benut kan worden voor het beleidskader.
Of uitspraken rond het beleidskader, die toegepast kunnen worden in het proces van de Omgevingsvisie. Uitgangspunt 19 We hanteren de bovengenoemde uitgangspunten ten aanzien van het beoogd publiek, de communicatie tijdens het proces, de mate van invloed en afstemming met lopende trajecten bij het vormgeven van het proces voor de Omgevingsvisie. 11.2. Samenspel met de raad We betrekken de raad bij de verschillende processtappen om te komen tot een Omgevingsvisie. Daarmee wordt de raad in de gelegenheid gesteld haar kaderstellende rol te vervullen. In het procesvoorstel worden de stappen in de besluitvorming weergegeven. Daarnaast informeren we de raad over de stappen die we nemen in kader van participatie. De raad toetst achteraf of participatie binnen de gestelde uitgangspunten in paragraaf 11.1 heeft plaatsgevonden. Ook toetst zij of aan de motiveringsplicht is voldaan. In 2021 zal het participatiebeleid Omgevingswet worden opgesteld en als aanvullend kader gelden voor het proces. Om goed te kunnen oordelen over het participatieproces en de resultaten hieruit, nodigen we de raad uit als toehoorder/waarnemer bij de participatiemomenten. Tijdens het proces houden we de raad op de hoogte van aankomende participatiemomenten en de inhoud daarvan. Uitgangspunt 20 We betrekken de raad bij de verschillende processtappen om te komen tot een Omgevingsvisie.
We informeren de raad over de stappen die we nemen in kader van participatie. De raad toetst achteraf of participatie binnen de gestelde kaders heeft plaatsgevonden.
Nota van Uitgangspunten Omgevingsvisie
32
12. Monitoring en beleidscyclus
12.1. Monitoring en bijstelling Omgevingsvisie We willen met de Omgevingsvisie een bestendige lijn uitzetten die aansluit op onze identiteit, onze kracht en waarden. Die identiteit, kracht en waarden veranderen niet zo snel. Zij behouden hun waarde voor langere tijd. En dat willen we verankeren in de Omgevingsvisie. De Omgevingsvisie is ook bedoeld voor de langere termijn. Vandaar dat we doorkijken tot 2040. Anderzijds willen we dat de Omgevingsvisie adaptief is aan veranderingen om ons heen. We blijven ons spiegelen aan de wereld om ons heen en op basis daarvan onze visie bijsturen. Want een Omgevingsvisie is altijd klaar, maar nooit af. De Omgevingsvisie is voortdurend aan verandering onderhevig, net zoals onze leefomgeving. Elke 4 jaar vinden er gemeenteraadsverkiezingen plaats en kan de politieke en bestuurlijke omgeving wijzigen. Daarom vinden wij het logisch om in elk geval één keer per 4 jaar de Omgevingsvisie onder de loep te nemen en indien nodig te actualiseren. De uitwerking van de Omgevingsvisie vindt plaats in Omgevingsprogramma’s. Deze hebben een kortere werkingsduur en doorlooptijd en kunnen vaker worden herzien. Het is van belang goede afspraken te maken tussen college en raad over monitoring en evaluatie van zowel Omgevingsvisie als Omgevingsprogramma’s.
Zo wordt de raad in staat gesteld haar kaderstellende en controlerende rol waar te maken en kan het college haar uitvoerende rol pakken. Uitgangspunt 21 De Omgevingsvisie heeft een doorlooptijd tot 2040. We kiezen er voor om de Omgevingsvisie in elk geval één keer per bestuursperiode (4 jaar) te evalueren en bij te stellen. Dat doen we ook wanneer daarvoor een concrete en wezenlijke aanleiding bestaat. De Omgevingsprogramma’s waarin het beleid wordt uitgewerkt actualiseren we normaliter een hogere cyclus, afhankelijk van het onderwerp. Uitgangspunt 22 Tussen gemeenteraad en college worden heldere afspraken gemaakt over monitoring en evaluatie van de Omgevingsvisie en de Omgevingsprogramma’s. Deze afspraken worden gelijktijdig met de Omgevingsvisie vastgesteld en worden gefundeerd in de beleidscyclus. 12.2. Afstemming met andere deelprojecten Het proces van de Omgevingsvisie heeft relatie met andere deelprojecten binnen het programma Omgevingswet: • De Omgevingsvisie wordt uitgewerkt in een aantal Omgevingsprogramma’s. Op welke wijze we hieraan invulling geven, bepalen we rond het Ontwerp van de Omgevingsvisie. • Juridische borging van de Omgevingsvisie vindt plaats in het Omgevingsplan.
• De relatie met het deelproject Organisatie en Manier van werken ligt ten aanzien van de werkwijze van onze organisatie en de wijze waarop we de beleidscyclus inrichten • Met deelproject Communicatie en participatie ligt de relatie op het vlak van de communicatie intern en extern en de uitgangspunten voor en vormgeving van participatie. • Het deelproduct Bedrijfsvoering raakt het proces van de Omgevingsvisie waar het gaat om juridische zaken, de financiën en de borging in de P&C cyclus. Ook speelt de inzet en afspraken met ketenpartners zoals de RUD hier een rol. • Het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) bepaalt de eisen waaraan de Omgevingsvisie moet voldoen om digitaal raadpleegbaar te zijn. Dit deelproject raakt dan ook de dienstverlenende kant van de Omgevingsvisie als eindproduct. De trekkers van alle deelproducten vormen samen het kernteam van de Omgevingswet. Hier vindt de onderlinge afstemming tussen de deelprojecten plaats. Separaat daarvan zorgen we voor inhoudelijke afstemming tussen de Omgevingsvisie en het Omgevingsplan.
Nota van Uitgangspunten Omgevingsvisie
33
Bijlage 1. Toets van NvU 2021 aan uitgangspunten en Ambitiedocument uit 2019
Nota van Uitgangspunten 2019 Uitgangspunt NvU 2019
Hoe uitgewerkt in verkenningsfase en opgenomen in NvU 2021?
1. De nieuwe Omgevingsvisie gaat uit van de actualiteit van het bestaande beleid in het fysieke domein. Vandaaruit bezien we a. wat goed is, b. wat heroverweging en/of actualisering verdient en c. welke nieuwe vraagstukken zich aandienen. Om dit in beeld te brengen begint het proces om te komen tot een nieuwe Omgevingsvisie met een verkenningsfase.
Dit is uitgevoerd met de beleidsanalyse, zie hoofdstuk 9 en bijlage 3. In uitgangspunt 9 worden de uitkomsten als basis van de Omgevingsvisie benoemd.
2. Een evaluatie van het gedurende de afgelopen jaren gevoerde beleid maakt deel uit van de verkenningsfase.
De evaluatie is uitgevoerd, zie paragraaf 4.1.2. Dit uitgangspunt vervalt (is uitgevoerd).
3. Gedurende het proces om te komen tot een nieuwe Omgevingsvisie wordt gewogen hoe de lopende beleidsontwikkelingen in te passen.
Dit doen we aan de hand van het zwaluwstaarten, zie paragraaf 7.3 en uitgangspunten 12,13 en 14.
4. We willen een Omgevingsvisie die op alle voor Meppel relevante thema’s in de fysieke leefomgeving duidelijke ambities en doelen formuleert.
Nader ingevuld in hoofdstuk 4 en verwerkt in uitgangspunt 2.
5. In onze aanpak bewandelen we de weg van de geleidelijkheid. In de loop van de tijd willen we zicht krijgen op de vraag voor welke vraagstukken de gemeente zelf aan zet is en voor welke vraagstukken het initiatief aan de samenleving wordt overgelaten. De Omgevingsvisie moet daarom zowel in aanpak als inhoud “wendbaar” zijn en ruimte scheppen om de zich geleidelijk ontwikkelende inzichten tussen “loslaten en vasthouden” in de praktijk te kunnen vertalen.
Dit komt terug in paragraaf 3.1.3 en uitgangspunt 2.
6. De ambities, zoals deze zijn geformuleerd in het Ambitiedocument Omgevingswet Meppel zijn vertrekpunt voor en geven richting aan de nieuw op te stellen Omgevingsvisie. Dit heeft betrekking op zowel het proces om tot de nieuwe Omgevingsvisie te komen als op de inhoud ervan.
Hieraan is verder invulling gegeven. Zie het onderdeel Ambitiedocument Omgevingswet 2019 van deze bijlage.
7. Het abstractieniveau van de Omgevingsvisie is zodanig dat het zowel de kaderstellende rol van de raad versterkt, als de uitvoerende rol van het college. Dat betekent dat we de hoofdlijnen van ons beleid opnemen in de Omgevingsvisie en de uitwerking ervan in één of meer Omgevingsprogramma’s.
Dit is overgenomen in par. 4.2 en uitgangspunt 3.
8. Tussen gemeenteraad en college worden heldere afspraken gemaakt over monitoring en evaluatie van de Omgevingsvisie en de Omgevingsprogramma’s. Deze afspraken worden gelijktijdig met de Omgevingsvisie vastgesteld en worden gefundeerd in de beleidscyclus.
Dit is overgenomen in hoofdstuk 12 en uitgangspunt 22.
Nota van Uitgangspunten Omgevingsvisie
34
Uitgangspunt NvU 2019
Hoe uitgewerkt in verkenningsfase en opgenomen in NvU 2021?
9. De nieuwe Omgevingsvisie is toegankelijk, uitnodigend en begrijpelijk. De verschijningsvorm en presentatie van de Omgevingsvisie worden niet vooraf vastgelegd. Uitgangspunten zijn: • De omgevingsvisie moet geschikt zijn om als omgevingsdocument te dienen in het Digitaal Stelsel Omgevingsrecht (DSO). • De verschijningsvorm van de Omgevingsvisie past bij de behoefte van de gebruiker van de Omgevingsvisie (zowel vanuit de samenleving als binnen onze organisatie) • De omgevingsvisie is voortdurend aan verandering onderhevig en kan eenvoudig actueel gehouden worden.
Dit is overgenomen in paragraaf 4.4 en uitgangspunt 5.
10. De Omgevingsvisie gaat uit van de identiteit van Meppel zoals vastgelegd in meerdere beleidsdocumenten, waaronder de Structuurvisie Meppel 2030 met als titel “Duurzaam Verbinden”.
Dit is uitgewerkt in het gebiedseigen verhaal, zie hoofdstuk 5.
11. Meppel wil een Omgevingsvisie die werkelijk aansluit bij de eigen identiteit, ambities en behoeften. We doen dit zowel gebieds- als themagericht. Onderdeel van de Omgevingsvisie is uitwerking van de hierboven beschreven identiteit in gebiedseigen verhalen van Meppel, Nijeveen, Rogat en ommeland.
In paragraaf 4.3 komt dit terug. Het gebiedseigen verhaal is opgesteld, waarbij uitwerking in deelgebieden nog plaatsvindt, zie hoofdstuk 5.
12. De Omgevingsvisie moet in elk geval ingaan op de volgende inhoudelijke aspecten in de fysieke leefomgeving: 1. Wonen 2. Bereikbaarheid 3. Water 4. Recreatie & Toerisme 5. Binnenstad/Centrumgebied 6. Biodiversiteit & Natuurkwaliteit 7. Energiegebruik & Klimaatadaptatie 8. Bedrijfsvestiging 9. Veilige leefomgeving 10. Landbouw & Voedsel 11. Welvaart & Welbevinden 12. Gezonde leefomgeving 13. Omgevingskwaliteit
Aangevuld op basis van de verkenningsfase. Overgenomen en aangevuld in hoofdstuk 3.
Nota van Uitgangspunten Omgevingsvisie
35
Uitgangspunt NvU 2019
Hoe uitgewerkt in verkenningsfase en opgenomen in NvU 2021?
13. Bij de in uitgangspunt 12 genoemde aspecten van de fysieke leefomgeving houdt de Omgevingsvisie in elk geval rekening met de in de inventarisatiefase geformuleerde top 10 van kwaliteiten enerzijds en top 10 van aandachtspunten anderzijds:
Deze eerste inventarisatie is in de verkenningsfase verder uitgebreid. De kenmerken van Meppel zijn bijeengebracht in het Gebiedseigen verhaal. In de analyse van bestaand beleid en de centrale kwesties zijn de aandachtspunten meer concreet en scherp gemaakt. De top 10 kwaliteiten en aandachtspunten is vervangen door het gebiedseigen verhaal (hoofdstuk 5) en de centrale kwesties (hoofdstuk 7).
14. We beseffen dat we niet alles tegelijk kunnen. Als de ambities en doelen in de Omgevingsvisie zijn vastgesteld, leggen we de focus op een aantal daaruit te kiezen prioriteiten. Via de beleidscyclus vindt monitoring, evaluatie en bijstelling van de prioriteiten plaats.
Aangepast op basis van het gekozen sturingsprincipe: focus aanbrengen op basis van speerpunten en doelen, zie par. 4.3 en uitgangspunt 4.
15. In de loop van het proces om te komen tot een nieuwe Omgevingsvisie zal duidelijk worden of we een milieueffectrapportage (of een m.e.r.-beoordeling) moeten of willen laten opstellen. Als dat nodig of wenselijk blijkt zullen we het proces zodanig inrichten dat vaststelling van de Omgevingsvisie begin 2021 zoveel mogelijk wordt geborgd.
In hoofdstuk 9 is het actuele beeld van de PlanMER weergegeven.
16. Burgers, wijkplatforms, bedrijven en maatschappelijke instellingen worden bij de totstandkoming van de Omgevingsvisie betrokken. Per fase of onderdeel van het proces kiezen we welke vorm van participatie het meest passend is. Bij die keuze houden we rekening met de wensen vanuit de samenleving. In het globale plan van aanpak Omgevingsvisie wordt dit uitgewerkt. We sluiten aan bij lopende participatietrajecten en houden de samenhang met nog op te starten participatietrajecten in het oog.
Deze uitgangspunten voor participatie zijn nader uitgewerkt in paragraaf 11.1.
17. Wij willen de raad geleidelijk betrekken bij de verschillende processtappen om te komen tot een Omgevingsvisie. Daarmee wordt de raad in de gelegenheid gesteld haar kaderstellende rol te vervullen. Dit wordt in het deelproduct Omgevingsvisie verder uitgewerkt.
Het samenspel met de raad is verder ingevuld in paragraaf 11.2 en vertaald naar uitgangspunt 20.
Nota van Uitgangspunten Omgevingsvisie
36
Uitgangspunt NvU 2019
Hoe uitgewerkt in verkenningsfase en opgenomen in NvU 2021?
18. Meppel bepaalt haar eigen koers. Op basis daarvan gaan we het gesprek aan met de omgeving over de inhoudelijke vraagstukken die de gemeentegrens overschrijden. Het vraagstuk bepaalt de aard van het gesprek, waarbij we willen werken vanuit partnerschap. Vanuit het meer procesmatige vraagstuk benaderen we de samenwerking met onze ketenpartners, zoals RUD, Veiligheidsregio en GGD.
Dit is overgenomen in hoofdstuk 10 en uitgangspunt 18.
19. De Omgevingsvisie houdt rekening met het relevante beleid van de Rijksoverheid, de Provincie Drenthe, en andere verbanden in de regio. In de Omgevingsvisie zullen we aangeven met welk beleid we op welke wijze rekening houden.
Dit is overgenomen in paragraaf 10.1 en uitgangspunt 17.
20. De Omgevingsvisie heeft een doorlooptijd tot 2040. We kiezen er voor om de Omgevingsvisie in elk geval één keer per bestuursperiode (4 jaar) te evalueren en bij te stellen. Dat doen we ook wanneer daarvoor een concrete en wezenlijke aanleiding bestaat. De Omgevingsprogramma’s waarin het beleid wordt uitgewerkt actualiseren we normaliter een hogere cyclus, afhankelijk van het onderwerp.
Dit is overgenomen in hoofdstuk 12 en uitgangspunt 21.
Ambitiedocument Omgevingswet 2019 De ambities, zoals deze zijn geformuleerd in het Ambitiedocument Omgevingswet Meppel, zijn vertrekpunt voor en geven richting aan de nieuw op te stellen Omgevingsvisie. In het Ambitiedocument is aan de hand van 5 thema’s geformuleerd op welke wijze Meppel inhoud wil geven aan het nieuwe stelsel, waar het betreft de manier van werken. Die 5 thema ’s zijn: 1. Integraliteit; 2. Samenleving; 3. Regels; 4. Flexibiliteit; 5. Meppel in de Regio. Op basis hiervan zijn 8 ambities bepaald, zoals weergegeven in de figuur hiernaast.
Nota van Uitgangspunten Omgevingsvisie
37
Hieronder is weergegeven hoe aan de ambities invulling is gegeven in de uitgangspunten en het proces voor de Omgevingsvisie. 1. Identiteit
In het gebiedseigen verhaal is de identiteit van Meppel samengevat, op basis van wat is vastgelegd in meerdere beleidsdocumenten. Het gebiedseigen verhaal wordt gebruikt als basis voor de uitwerking van de Omgevingsvisie
2. Beleidsdoelen
De Omgevingsvisie wordt uitgewerkt in Omgevingsprogramma’s en het omgevingsplan. In het hoofdstuk 12 gaan we in op monitoring en evaluatie in kader van de beleidscyclus
3. Integraliteit
Via de beleidsanalyse is een basis gelegd voor de Omgevingsvisie. Tegelijkertijd zien we dat toekomstige ontwikkelingen het nodig maken om op een aantal onderwerpen nieuwe integrale afwegingen te maken (de centrale kwesties). We maken hiermee duidelijke stappen richting integrale samenwerking.
4. Samenleving
We hebben geven ruimte voor inbreng vanuit de samenleving. We hebben helder gemaakt waarover we het gesprek voeren met de samenleving en welke vast vertrekpunten we hanteren vanuit vastgesteld beleid, waarbij overigens ook participatie heeft plaatsgevonden.
5. Regels
Dit krijgt vooral binnen het Omgevingsplan uitwerking.
6. Flexibiliteit
We kiezen voor een adaptieve Omgevingsvisie, waarmee flexibiliteit naar de toekomst wordt ingebouwd. De mate van vasthouden en meer loslaten door de gemeente, wordt in de loop van het proces bepaald.
7. Regio
In hoofdstuk 10 is onze relatie met de regio nader toegelicht.
8. Implementatie
We zorgen voor afstemming tussen het proces Omgevingsvisie en het maken van (de leidraad voor) het Omgevingsplan.
Nota van Uitgangspunten Omgevingsvisie
38
Bijlage 2. Evaluatie Structuurvisie en huidig beleid
Evaluatie Structuurvisie Aan de hand van een uitgezette enquête is onder collega’s die werken met de Structuurvisie een evaluatie gedaan. De vragen gingen zowel over de actualiteit van de ambities, als over de werking en doorwerking van de Structuurvisie. Hieronder wordt een samenvattend beeld van de uitkomsten gegeven. Ambities De centrale ambities in de Structuurvisie zijn gebaseerd op de kernwaarden van Meppel en daarmee nog goed houdbaar. De meer sectorale ambities, zoals voor de binnenstad, economische ontwikkeling en behoud van natuur en groen herkennen we nog steeds. Wel zien we dat nieuwe ontwikkelingen sinds de vaststelling hun intrede hebben gedaan. De omvang van verduurzaming en klimaatadaptatie komt nu in de volle breedte in beeld. En denk aan ontwikkelingen als digitalisering, veranderingen in de samenleving en de pandemie. Waar de Structuurvisie is geschreven in een periode van economische crisis, staat nu groeipotentie van de regio Zwolle voor de deur. Het belang van de regio neemt toe. De uitwerking van de ambities kan concreter, zodat het meer richting geeft. Algemene uitspraken, zoals ‘leefbare wijken’, zijn niet goed door te vertalen naar het hoe en waar. Ook zien we dat we hoge ambities hebben, die we de afgelopen jaren niet allemaal hebben kunnen realiseren.
Opgaven We werken nog gericht aan de diverse gebiedsopgaven in de Structuurvisie zoals aan de leefbare wijken, inbreidingslocaties, woningbouw, binnenstad, transformatie en uitbreiding bedrijfsterreinen en aan bereikbaarheid. Voor sommige gebieden, zoals Nieuwveense Landen, Noordpoort, Stationsgebied en Noord IV zijn inmiddels nadere kaders gesteld of in de maak. Als gevolg van de eerder genoemde ontwikkelingen zien we een aantal nieuwe thema’s, die nu niet in de Structuurvisie staan. De volgende thema’s zijn benoemd: • Verstedelijking, met een visie op inbreiding en uitbreiding; • Geactualiseerde visie binnenstad, gezien verdergaande digitalisering en de pandemie; • Visie op bedrijvigheid en bedrijfsterreinen, t.a.v. kwaliteitsverbetering, transformatie en uitbreiding; • Visie op (duurzame) mobiliteit; • Kaders voor het buitengebied en de landbouwtransitie; • Klimaatadaptatiestrategie; • Doorwerking van duurzaamheid; • Een sterkere verbinding met het sociaal domein. In de Structuurvisie zijn gebieden waar weinig dynamiek is maar summier genoemd. Daar biedt de structuurvisie, als toch ontwikkelingen plaatsvinden, weinig houvast. Gebruik van de Structuurvisie De Structuurvisie wordt gebruikt bij het opstellen van nieuw beleid of bij beleidsuitvoering. Het wordt gezien als onze gezamenlijke basis.
Bij nieuwe ontwikkelingen wordt de Structuurvisie erbij gepakt om te toetsen of het past bij onze ambitie en gewenste richting. Het is het startpunt bij nieuwe eigen ontwikkelingen en toetsingskader bij initiatieven van derden. Bij het opstellen van bestemmingsplannen worden de kaders uit de structuurvisie voor het plangebied betrokken en ook benoemd. Naast de Structuurvisie zijn ook andere beleidstukken van toepassing. Het is wel eens zoekwerk wat nu allemaal voor 1 locatie geldt. Het Dynamisch Uitvoeringsplan dat in 2017 is opgesteld en in 2019 geactualiseerd is deels bekend en dan vooral als overzicht en leidraad. We zien dat het stuk ondanks de dynamische titel weer snel verouderd is.
Nota van Uitgangspunten Omgevingsvisie
39
Ons beeld is dat initiatiefnemers geen concrete houvast hebben aan de Structuurvisie, daarvoor is het wat te abstract en vaag. Er zijn uitzondering, waarbij initiatiefnemers aanhaken op de Structuurvisie in hun aanvraag. Er is ook wel verschil tussen initiatieven die passen binnen de contouren van de regels (bestemmingsplan als kader) en bij transformatie of nieuw te ontwikkelen gebieden. Aanbevelingen voor de Omgevingsvisie • Houd het, waar mogelijk, eenvoudig en concreet. • Werk van grof naar fijn en kies voor een heldere opbouw/structuur. • Nog meer een integrale visie, op een hoger abstractieniveau. • Durf te kijken naar een duurzame toekomst en hoe de beelden van nu veranderen (het blijft niet zoals het is). • Maak ambities concreter, meer richtinggevend en meer specifiek voor Meppel. • Zorg dat je vlakdekkend (niet alleen dynamische gebieden) de ambitie en richting scherp stelt, zodat bij initiatieven goed getoetst kan worden. Ga uit van de kracht van een gebied. Leg ook een link met het Kwaliteitsmanifest voor het sturen op kwaliteit. • Meer kaderstellend en minder vrijblijvend bv ten aanzien van gewenste of ongewenste ontwikkelingen of de vertaling van duurzaamheid. • Geef een ruimtelijke vertaling van ambities en uitspraken, meer inspiratie en verleiding. • Zorg dat het dynamisch blijft en we kunnen anticiperen op de ontwikkelingen.
• Zorg voor realistische ambities, die je waar kunt maken in tijd en middelen. • Zorg voor meer adaptatievermogen bij een uitvoeringsplan. Maak van de Omgevingsvisie een kapstok met hangers die periodiek worden aangepast. Evalueer samen tussentijds. • De Omgevingsvisie moet toegankelijk en zichtbaar zijn, zorg dat het gaat leven. • Neem initiatiefnemers mee in het proces van de Omgevingsvisie. Evaluatie huidig beleid De werking van ons huidig beleid Vanuit de geest van de Omgevingswet, hebben we ons bestaand beleid bekeken. Daaruit komt samenvattend naar voren: • Er ligt veel beleid voor veel sectorale onderwerpen. We hebben veel ambities naast elkaar: we willen de gezondste, groenste, erfgoedrijke, economisch sterkste, meest sociale én bruisende stad zijn. • Bestaand beleid kent de nodige onderlinge strijdigheden. • De huidige beleidsplannen hebben een relatief korte houdbaarheidsdatum, ze zijn snel achterhaald. • Ons beleid laat vaak abstracte ambities zien gevolgd door concrete maatregelen. De vertaling naar de vraagstukken, de vertaling van de ambities naar wat nodig is, ontbreekt vaak. • Veelal worden de beleidsplannen als toetsingskader gebruikt en minder als kader om tot uitvoering te komen. De doorwerking van beleidsplannen slaagt vooral als er sprake is van uitvoeringsplannen die zijn geïmplementeerd in de begroting en cyclisch worden herzien.
Nota van Uitgangspunten Omgevingsvisie
40
Bijlage 3. Analyse bestaand beleid en gebiedsuitwerkingen
GEBIEDSUITWERKINGEN Verwachte nieuwe kaders voor gebieden
Verwacht
Wat behelzen deze kaders?
Ontwerpbestemmingsplan vrijkomend ziekenhuisterrein
2021
Keuze mogelijke toekomstige functies en randvoorwaarden ontwikkeling
gebiedsvisie stationsgebied
2021
Uitwerking vastgestelde voorkeursvariant naar definitief visiedocument met inspiratie en randvoorwaarden voor toekomstige ontwikkelingen. Richting aan de keuze fietsverbinding spoorwegovergang Reeststouwe
uitwerking Noord III en IV
2021
Visie op het gebied wordt in de Omgevingsvisie meegenomen (functies en ruimtelijke keuzes) Uitwerking vindt plaats in Omgevingsprogramma Noord III/IV
Oevers S
2021
Visie op de havenontwikkeling
Wat nemen we mee als basis?
Jaar vaststelling
Leidende principes uit de visie (niet uitputtend bedoeld, maar weergave van de hoofdlijn)
Vertrekpunten Transformatiegebied Noordpoort
2017
• • •
Voorkeursvariant gebiedsvisie Stationsgebied
2020
Visie: een prettige stationsomgeving als visitekaartje, openbare ruimte als karakteristieke rode loper, met hechte verbindingen en ontwikkeling van hoogwaardig vastgoed, passend bij station en wijken. Uitwerking: • Stedelijke uitstraling voor het stationsgebied, passend bij Meppel en zich onderscheidend van de omgeving. • Ontwikkelruimte langs het spoor, met een programma dat past bij de stationsomgeving. • Een vriendelijk en overzichtelijk stationsplein • Integratie van de Bekinkbaan met de directe omgeving
Zwikkerlocatie
2020
• • •
Een milieucategorie voor lichte bedrijvigheid cat. 2, met ruimte voor de huidige zwaardere bedrijven. Recreatieve omvorming, inclusief recreatiewoningen is mogelijk en stimuleren we Bescherming van de molenbiotoop Molen de Weert
Binnenstadsplan
2017
•
•
Kernbegrippen: o Concentreren: minder detailhandel en verkleuring hiervan o Beleven: structurele verhoging belevingswaarde o Bereiken: vergroten van de vindbaarheid De ambitie voor de binnenstad gaat over alle elementen die verband houden met de route van de bezoeker: o Entrees: stadsentrees en entreegebieden o Rode Lopers: centrumring, tuinen van de stad en aanloopstraten o Hart: kernwinkelgebied, pleinenreeks
Gemengd gebied van bijzonder wonen, lichte bedrijvigheid en onderscheidende toeristisch recreatieve functies Planologische reservering van de nieuwe noordelijke stadsentree, gebaseerd op de voorkeursvariant Ruimtelijke uitgangspunten: o herkenbare structuren en onderscheidende deelgebieden o herstel en benutten cultuurhistorische structuren, panden en elementen o toevoegen groen met gebruikswaarde, versterken groenblauwe structuren o beleefbaar water mogelijk maken, o.a. herstel Nijeveense Grift o ruimte voor fietsen en wandelen in het gebied met verbindingen naar buiten
Stedenbouwkundige en landschappelijke verkenning Bleekerseiland
2019
• • •
Versterken van wateridentiteit en –entree met verbinding met de binnenstad Creëren van aangenaam verblijfsgebied en recreatief knooppunt Vergroenen van het eiland
(Actualisatie) stedenbouwkundig plan Nieuwveense Landen
2017
• • • • • •
Een realitisch woningprogramma wat voldoet aan de regionale behoefte en aanvullend is aan de bestaande woonmilieus in Meppel en het wonen aan het water benut Een flexibele ruimtelijke opzet, rekening houdend met de ontwikkelingen in de bestaande stad. Steenwijkerstraatweg is een overgangsgebied waar, in de tijd en naar behoefte, vanuit de bestaande stad op aangesloten kan worden Infrastructuur van 2 wijkontsluitingswegen, die aansluit op het tempo van de ontwikkeling en de ruimtelijke kenmerken van de wijk. Een afwisselende en gevarieerde wijk met diverse woonmilieus waarbij er steeds aandacht is voor de landschappelijke afronding van iedere buurt; Ambities op het gebied van water, natuur, verkeer, leefbaarheid, duurzaamheid en klimaatadaptatie
Vaststelling infrastructuur rond N375
2020
De gekozen oplossing voor wijkontsluitingswegen Nieuwveense Landen, fietstunnel bij watertoren en nieuwe rotonde N375 voor ontsluiting van de nieuwbouwwijk en Noordpoort.
Nota van Uitgangspunten Omgevingsvisie
41
GEBIEDSUITWERKINGEN Wat nemen we niet mee als kader?
Jaar vaststelling
Motivatie
Ruimtelijke Visie Nijeveen, dorp in evenwicht
2005
Vervangen door Structuurvisie
Stadsvisie Meppel
2007
Vervangen door Structuurvisie en Binnenstadsplan
Het Erfgoed van de gemeente Meppel
2005
Dit betreft een inventarisatie, ambities voor erfgoed zijn opgenomen in de nieuwe Erfgoedvisie. De CHIW is van latere datum en een meer uitgebreide inventarisatie.
Cultuurhistorische inventarisatie & waardenstelling, uitbreidingswijken en buitengebied Meppel
2014
Dit betreft een inventarisatie, ambities voor erfgoed zijn opgenomen in de nieuwe Erfgoedvisie. De CHIW gebruiken we wel voor in beeld brengen van waarden t.b.v. de Omgevingsvisie.
van Sober naar Rijk, visie op de gebouwde omgeving in het Reestdal
2004
Betreft een regionale visie, die niet door onze gemeente is toegepast
Swaenenborgh, Meppel
2009
Vervangen door Structuurvisie en Binnenstadsplan
Stad van verbinding
2009
Dit betrof een position paper, waarin toenmalige ambities stonden
Kromme Elleboog Meppel
2011
Vervangen door Binnenstadsplan
Visie omgeving Slotplantsoen
2003
Vervangen door Binnenstadsplan
Vledderhof Meppel
2009
Vervangen door Binnenstadsplan
Ruimtelijke Visie Werkhorst Oost
2002
Vervangen door Structuurvisie
Binnenstadvisie
2008
Vervangen door Binnenstadsplan
Nieuwveense Landen, aangenaam duurzaam
2009
Geactualiseerd in (actualisatie) stedenbouwkundig plan Nieuwveense landen uit 2017
Ontwikkelvisie stadsrandzone MeppelReestdal 2007
2007
Vervangen door Structuurvisie
Nota van Uitgangspunten Omgevingsvisie
42
BELEID EN VISIES Verwacht relevant nieuw beleid
Verwacht
Wat behelzen deze kaders?
RES Drenthe 1.0
2021
Onze ambitie voor grootschalige opwekking en beeld van de regionale energie infrastructuur
Watertakenplan/Gemeentelijke Rioleringsplan 2022-2025
2021
Visie op omgaan met hemel-, grond- en afvalwater. Vooral raakvlak met thema’s water, klimaat en volksgezondheid.
Regionale adaptatiestrategie (RAS)
2021
Regionale opgaven en strategie voor omgaan met klimaatgevolgen
Warmtetransitievisie
2021
Keuze per wijk/buurt wanneer van aardgas af + welk duurzaam alternatief
Lokale adaptatiestrategie
2022
Lokale visie, principes en opgaven voor omgaan met klimaatgevolgen
Erfgoedbeleid
2021
Visie en beleid voor behouden, benutten, beleven van erfgoed Afwegingskaders monumenten en uitvoeringsagenda
Kwaliteitsmanifest Meppel
2021
Ambities voor ruimtelijke kwaliteit en hoe we hierop kunnen sturen.
Beleidsregel kleine windmolens
2021
Kaders voor het realiseren van kleine windturbines bij agrarische ondernemers in het buitengebied
Nota parkeernormen
2021
Brengt de parkeerbehoefte in beeld en hoe we hiermee omgaan bij initiatieven
Visie op de laadinfrastructuur Drenthe
2021
Regionale visie op (locaties voor) laadinfrastructuur voor elektrisch vervoer
Wat nemen we mee als basis? Structuurvisie Meppel 2030 Duurzaam verbinden
Jaar vaststelling 2013
Leidende principes uit de visie (niet uitputtend bedoeld, maar weergave van de hoofdlijn)
Principes die in elk geval geactualiseerd moeten worden in de Omgevingsvisie
Centrale ambitie: Meppel ontwikkelt zich verder naar een leefbare, groene, duurzame woon- en werkstad, kleinschalig en met stadse allure; Meppel wordt nog meer een bedrijvige spin in het web van regionale weg-, spoor- en waterverbindingen. De komende jaren ligt de nadruk op kwaliteit, op behouden en versterken van de Meppeler identiteit, de positie in de regio en verbindingen. Visie: • duurzame verbindingen in de brede regio, met omliggende gemeenten en eigen inwoners • bereikbare zorg en voorzieningen in de wijken voor garanderen van leefbaarheid -> programma Meppel leeft • voldoende werkgelegenheid en faciliteren van ondernemers en bedrijven voor een gezond bedrijfsleven -> programma Meppel werkt • bereikbaarheid van Meppel van vitaal belang voor werkgelegenheid, economie, doorstroming binnenstad en leefbaarheid inwoners -> programma Meppel verbindt Leidende principes: • bij toekomstige ontwikkelingen gaan we uit van onze eigen identiteit, te vinden in de fysieke omgeving, gebruik van de ruimte en sociale structuur.
• De uitstraling van historisch Meppel, met diversiteit aan bouwhoogtes en -volumes moet in stand blijven • Toekomstige ontwikkelingen mogen geen afbreuk doen aan de kwaliteit van groen en water in Meppel • Meppel wil een duurzame stad worden die voorziet in behoeften van de huidige generatie, zonder daarbij de behoeften van de toekomstige generatie in gevaar te brengen. Ambitie op hoofdlijnen voor de gebieden: binnenstad, centrumgebied, transformatiegebied, stationsomgeving woonwijken, bedrijventerreinen, ziekenhuis, buitengebied en infrastructuur Verhouding tot de samenleving: • Netwerkregisseur bij sociaal economische opgaven: partijen bijeenbrengen, ontwikkelingen van anderen ondersteunen en bemiddelen tussen belangen. Bij publieke taken geldt de traditionele actieve houding. De gemeente ziet een regierol voor zichzelf bij sociale opgaven.
Implementeren van nieuwe ambities (na Structuurvisie vastgesteld beleid), zoals gezondheid, duurzaamheid (energie, warmte, klimaat) en detailhandel. Inpassen nieuwe kaders voor gebieden (bv vertrekpunten Noordpoort, Binnenstadsplan, gebiedsvisie Stationsgebied). Actualisatie van de thematische opgaven, opgaven in gebieden en van de programma’s Meppel Leeft, Meppel Werkt en Meppel Verbindt.
Nota van Uitgangspunten Omgevingsvisie
43
BELEID EN VISIES Programmaplan Duurzaamheid
2020
Doelen: • Energietransitie: In 2040 CO2 neutraal – in 2030 49% minder CO2 – in 2030 0,17 TWh duurzame energie – gemeentelijk vastgoed en organisatie CO2 neutraal. Streven naar 100% lokaal eigenaarschap. • Klimaatadaptie: In 2050 klimaatrobuust stedelijk gebied – vanaf 2020 klimaatadaptief handelen. Inzet op klimaatadaptief inrichten in openbare ruimte en door particulieren, meeliften bij alle gemeentelijke activiteiten. • Grondstoffeninzameling: in 2050 100% bronscheiding, geen restafval • Circulaire economie: in 2050 volledig circulaire economie – in 2030 50% minder primaire grondstoffen – economische structuurversterking • Biodiversiteit en natuur: behoud en bevorderen, beleidsvorming • Gezond milieu: bewaken milieukwaliteiten bodem, lucht, geluid Werkwijze: • Bij alle onderwerpen is het ontwikkelen van draagvlak en bewustzijn, de betrokkenheid en participatie vanuit de samenleving en de voorbeeldrol van de gemeente van belang. • Pro-actieve inspanning voor energietransitie, inspanningsniveau onontkoombaar en lokaal basis voor overige doelen. Incidenteel zijn onze inspanningen pro-actief en vooruitlopend.
Kadernotitie - Zo doen we groen!
2017
Ambitie: drie keer groener • Ik zie goed groen: groen is dichtbij, aantrekkelijk en logisch en heeft goede beeldkwaliteit • Ik ervaar mijn groen Meppel: groendooraderde stad, uitnodigende hoofdstructuur, gebruiksvriendelijk, gebiedseigen en indrukwekkend groen • Ik zorg voor gezond groen: ecologisch gezond, vitaal en toekomstbestendig groen Ambitie per gebied: • Generieke ambities: goed en indrukwekkend groen, ruimte voor bomen, gezonde bomen, groene invalswegen en levendig stadswater • Groenblauwe structuur: groene vingers in de stad, eigen gezicht langs het water, recreatieve verbinding binnen-buiten, natuur tot in de stad • Parken: eigen identiteit en combinatie van gebruiksmogelijkheden, hoogwaardige en basisnatuur • Woon- en werkgebieden: groene stijlkenmerken, wijk- en buurtgroen ondersteunt hoofdstructuur, groen-rood in balans, aaibare natuur • Buitengebied: verhaal van het landschap, schoolplaten van natuur en de beleving van beide
Speelruimteplan
2011
Missie: diverse doelgroepen veilige en veranderbare speelruimte aanbieden op bereikbare afstand, zodat de sociale en fysieke ontwikkeling wordt gestimuleerd. Relevante pijlers: • Belang van buitenspelen: spelen, bewegen en ontmoeten. • Onderscheid van doelgroepen: kinderen, jeugd en jongeren. Medegebruik door andere (kwetsbare) groepen maken we mogelijk. • Bespeelbare informele speelruimte: speelruimte integreren in de openbare ruimte en vergroten bespeelbaarheid van de openbare ruimte. • Afwisselende en uitdagende formele speelruimte • Betrekken belangengroepen bij beleid, ontwikkeling, uitvoering, beheer en onderhoud
Detailhandelsbeleid Meppel
2016
Ambitie: Vasthouden van de regionale positie van Meppel, waarmee Meppel aantrekkelijk en levendig blijft Uitgangspunten: • Afbakening van centrumgebied: dit is het gebied waarin de concentratie van winkels (en andere functies zoals maatschappelijke-, culturele of recreatieve) zo hoog mogelijk moet zijn. • Detailhandel is geconcentreerd in het centrumgebied en wijkwinkelcentra. Inzet daarbuiten op verkleuren en terugbrengen onbenutte plancapaciteit. • Verspreide bewinkeling beperken we tot het minimum • Verdere clustering van grootschalige en volumineuze detailhandel in Blankenstein en Rogat • Watergebonden bedrijvigheid in Oevers D en Noordpoort
Doelstelling ten aanzien van m2 winkeloppervlak Uitgangspunten internetwinkels en afhaalpunten
Beleids- en actieplan Gezondheid, bewegen en sport 2020-2023
2019
Vier pijlers: • inzet op positieve gezondheid • versterken van de kracht van de samenleving en inzetten op preventie en gezonde levensstijl • interne integraliteit: samenhang tussen gezondheid, bewegen en sport • externe integraliteit: samenhang met andere beleidsterreinen Speerpunten: 1. Focus op Positieve Gezondheid en link naar het sociaal domein 2. Focus op preventie en een gezonde leefstijl 3. Optimaliseren van de infrastructuur voor bewegen en sport
Koppeling gezondheid aan fysieke leefomgeving Relatie gezondheid en milieuthema’s
Versterken beleidskaders voor biodiversiteit (vanuit Programmaplan Duurzaamheid en Wet Natuurbescherming)
Nota van Uitgangspunten Omgevingsvisie
44
BELEID EN VISIES TROP Toeristisch recreatief ontwikkelplan 2013-2018
2013
Missie: Wij zetten in op het versterken van toerisme en recreatie door gebruik te maken van de unieke ligging van Meppel, tussen de Nationale Parken en het Reestdal. Hierbij maken we optimaal gebruik van de recreatieve functies van het water en de kwaliteit van de binnenstad Ambities in vier thema’s: • Meppel, stad van verbinding: een goede bereikbaarheid • Meppel als cultuurhistorische handelsstad: verbinden van erfgoed en toerisme en recreatie • Meppel als leisurestad: stimuleren van een groei van het aantal dagbezoeken • Meppel en de verblijfsrecreatie: stimuleren van een groei van verblijfsrecreatie
Uitwerking van ambities, speerpunten en concrete doelen Kansen benutten bij andere ontwikkelingen in de Omgevingsvisie (bv verstedelijking)
Gemeentelijk verkeer- en vervoersplan 2017
2017
Missie: instandhouding van een goede basisinfrastructuur, vanuit het belang van de bereikbaarheid van Meppel voor de werkgelegenheid, de economie, de doorstroming naar de binnenstad en de leefbaarheid van de inwoners. Meppel kiest voor een toekomstbestendige infrastructuur. Gemotoriseerd verkeer wikkelt zich zo veel mogelijk af op wegen die daarvoor bedoeld zijn: van stroomwegen en gebiedsontsluitingswegen tot zo min mogelijk in verblijfsgebieden en woonstraten. We willen goede doorstroming op de hoge orde wegen en gastvrije entrees vanaf de weg, het water en het station. Hoofdlijnen: • Verbeteren van de externe bereikbaarheid • Verbeteren van de interne bereikbaarheid, accent fietsen en bereikbaarheid geconcentreerde parkeervoorzieningen • Verbeteren leefbaarheid en verkeersveiligheid, met accent op subjectieve veiligheid • Goed fietsnetwerk en voldoende fietsparkeren • Faciliteren goederenvervoer over weg en water • Goede kwaliteit openbaar vervoer
Ontwikkeling duurzame mobiliteit Opgaven en doelen, mede gezien ruimtelijke ontwikkeling van Meppel (verstedelijkingsopgave)
Beleidsplan parkeren herijking 2017
2017
Visie op parkeren voor het centrumgebied van Meppel. Inzet is het bereikbaar houden van de parkeervoorzieningen en het zorgen voor een goede beschikbaarheid van parkeervoorzieningen. Kwaliteit van de voorzieningen moet hoogwaardig zijn: comfortabel en aantrekkelijke inrichting, vindbaar centrum (looproutes), aandacht onderhoud, (sociale) veiligheid en toegankelijkheid. Relevante speerpunten zijn o.a. de juiste doelgroep zoveel mogelijk op de juiste plek krijgen en houden, voldoende capaciteit naar de toekomst, zo weinig mogelijk onnodige verkeersbewegingen over de ring en voorkomen parkeeroverlast in de (ongereguleerde) woongebieden.
Concrete opgaven, mede gezien ruimtelijke ontwikkeling van Meppel (verstedelijkingsopgave)
Relevante beleidsdoelen: • Het parkeerbeleid moet bijdragen aan het realiseren van de centrale doelen van gemeentelijk beleid: verbeteren van het woonmilieu in het centrum en het waarborgen van de regiofunctie van Meppel. • Het parkeerbeleid moet de vraag naar en het aanbod van parkeerruimte doelmatig op elkaar afstemmen. Deze afstemming moet leiden tot een verdeling van de parkeervoorzieningen, zodat deze doelmatig gebruikt worden en door de gewenste doelgroep. Woonvisie 2016-2020
2016
Ambitie: bieden van passende huisvesting in wijken met een eigen karakter. De vraag is divers en dus zijn diverse woonmilieus gewenst. Dit willen we bereiken door aan te sluiten bij de markt. Op een enkel punt zien we de noodzaak om -in samenspraak met betrokkenenbij te sturen. Dit geldt bij specifieke kwetsbare groepen, die geen passende woning kunnen bereiken, en voor het belang van goede stedelijke ontwikkeling.
Cultuurnota Panta Rhei
2016
Missie: de gemeente Meppel zet cultuur in om een aantrekkelijke gemeente te zijn en te blijven voor zowel inwoners als bezoekers. Daarbij zoekt ze voortdurend naar het evenwicht in wat de samenleving zelf kan en wat de gemeente nodig acht, ook aan eigen inzet. Uitwerking opgaven in 2 programma’s: • Jong-Meppel kiest voor kunst en cultuur: kunst- en cultuuropvoeding van jongs af aan! • Versterking slagkracht van het culturele veld: cultureel ondernemerschap en financieel gezond door samenwerking, vernieuwing en groei.
Beleidsvisie externe veiligheid
2014
De gemeente Meppel wil door middel van het optimaal combineren van bedrijvigheid en ruimtelijke ontwikkeling een verantwoord niveau van fysieke veiligheid voor de samenleving binnen de gemeentegrenzen creëren. Belangrijk daarbij is dat bedrijven met gevaarlijke stoffen niet meer overal worden toegelaten en dat ruimte gewaarborgd blijft of gecreëerd wordt tussen risicobedrijven en kwetsbare objecten. We willen onveilige situaties opheffen en voorkomen dat nieuwe onveilige situaties ontstaan. We voorkomen zoveel mogelijk risico’s van opslag, transport en toepassing van gevaarlijke stoffen.
Woningmarktbehoefte Programmering in bandbreedte Scenario’s voor de toekomst Inbreiding versus uitbreiding Ontwikkellocaties woningbouw Speerpunten en opgaven
In de Omgevingswet is een nieuwe benaderingswijze opgenomen, men spreekt van Omgevingsveiligheid. De ambities uit het beleidsplan EV moeten worden vertaald volgens de nieuwe benaderingswijze naar ambities voor Omgevingskwaliteit.