CConstaterende datMeppel
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Nota van Uitgangspunten 2021 Omgevingsvisie Meppel.pdf

1 - RAADSVERGADERING 17 juni 2021, gemeente MeppelBij agendapunt: Nota van Uitgangspunten Omgevingsvisie Meppel 2021 en procesvoorstel vervolg17.554 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Nota van Uitgangspunten Omgevingsvisie versie 2021

Nota van Uitgangspunten Omgevingsvisie

mei 2021

Inhoudsopgave

1.

Inleiding............................................................................................................................... 5

1.1.

Het vertrekpunt voor Meppel....................................................................................................... 5

1.2.

Doel van de Nota van uitgangspunten........................................................................................... 5

1.3.

De verkenningsfase.................................................................................................................... 6

2.

Het instrument Omgevingsvisie........................................................................................ 7

2.1.

Maatschappelijk doel Omgevingswet............................................................................................. 7

2.2.

Kerninstrument van de Omgevingswet.......................................................................................... 7

2.3.

Verandering ten opzichte van het huidig instrumentarium................................................................ 8

3.

Scope van de Omgevingsvisie Meppel.............................................................................. 9

4.

Vorm en werking van de Omgevingsvisie Meppel........................................................ 10

4.1.

De gewenste werking van de Omgevingsvisie...............................................................................10

4.1.1. De huidige tijd vraagt een ander type beleid.................................................................................10 4.1.2. Evaluatie van de werking van ons beleid......................................................................................10 4.1.3. Ambitiedocument: geleidelijk meer loslaten..................................................................................10 4.2.

Abstractieniveau Omgevingsvisie en inzet Omgevingsprogramma’s..................................................11

4.3.

Sturingsprincipe: een bestendige lijn en adaptief handelen.............................................................11

4.4.

Vorm van de Omgevingsvisie......................................................................................................13

4.5.

Uitwerking in deelgebieden........................................................................................................14

5.

Identiteit als onderlegger: Gebiedseigen verhaal Meppel........................................... 15

6.

Toekomstperspectieven................................................................................................... 17

6.1.

Toekomstige ontwikkelingen.......................................................................................................17

6.1.1. Duurzaamheid..........................................................................................................................17 6.1.2. Stad en land............................................................................................................................18 6.1.3. Vloeibare samenleving...............................................................................................................19 6.1.4. Technologisering.......................................................................................................................19 6.2.

Inspelen op transities................................................................................................................20

7.

Kaders vanuit sectoraal beleid........................................................................................ 21

7.1.

Analyse huidig beleid en gebiedsuitwerkingen...............................................................................21

7.1.1. Afweging van sectoraal beleid als basis voor de Omgevingsvisie......................................................21 7.1.2. Afweging gebiedsuitwerkingen....................................................................................................22 7.2.

Van herziening naar integraal meenemen in Omgevingsvisie...........................................................22

7.2.1. Nieuwe beleidsvrijheid voor bodem en milieu................................................................................23 7.3.

Zwaluwstaarten met beleidsprocessen.........................................................................................23

7.3.1. Zwaluwstaarten in de verkenningsfase.........................................................................................23 7.3.2. Zwaluwstaarten in vervolgproces................................................................................................24

Nota van Uitgangspunten Omgevingsvisie

3

8.

Centrale kwesties voor de Omgevingsvisie Meppel...................................................... 25

8.1.

Verstedelijking: hoe kunnen we groeien op Meppeler wijze?...........................................................25

8.2. Verduurzaming: hoe geven we afgewogen ruimte aan de energie- en warmtetransitie, circulariteit en kli maatadaptatie?..................................................................................................................................26 8.3.

Gezonde leefomgeving: hoe komen we tot een gezonde schikking en inrichting van de ruimte?...........26

8.4. Buitengebied: hoe benutten we de ruimte in samenhang met de kwaliteit en leefbaarheid van het buitengebied?...............................................................................................................................27 8.5. Bedrijvigheid: hoe geven we invulling aan de groei, transitie en innovatie van bedrijvigheid passend bij ons economisch profiel?......................................................................................................................27

9.

PlanMER.............................................................................................................................. 28

10.

Regio en medeoverheden................................................................................................. 29

10.1. Bovenliggend beleid..................................................................................................................29 10.2. Betrokkenheid Regio, Provincie, Rijk en in de keten.......................................................................29

11.

Proces en participatie....................................................................................................... 31

11.1. Uitgangspunten voor participatie.................................................................................................31 11.2. Samenspel met de raad.............................................................................................................32

12.

Monitoring en beleidscyclus............................................................................................ 33

12.1. Monitoring en bijstelling Omgevingsvisie......................................................................................33 12.2. Afstemming met andere deelprojecten.........................................................................................33

Bijlage 1.

Toets van NvU 2021 aan uitgangspunten en Ambitiedocument uit 2019........ 34

Bijlage 2.

Evaluatie Structuurvisie en huidig beleid............................................................. 39

Bijlage 3.

Analyse bestaand beleid en gebiedsuitwerkingen.............................................. 41

Bijlage 4.

Gebiedseigen verhaal.............................................................................................. 48

Bijlage 5.

Participatieladder.................................................................................................... 49

Colofon Uitgave van: gemeente Meppel / Ontwerp en vormgeving: gemeente Meppel / Datum: mei 2021 / Fotografie: Van Velzel

Nota van Uitgangspunten Omgevingsvisie

4

1.

Inleiding

1.1. Het vertrekpunt voor Meppel In de afgelopen jaren hebben we ons voorbereid op de implementatie van de Omgevingswet: • Het college heeft in 2018 de Startnotitie Implementatie Omgevingswet vastgesteld. Deze startnotitie vormt de opmaat tot het verdere proces ter voorbereiding op de invoering van de Omgevingswet in Meppel. • Vervolgens is een Inventarisatiedocument opgesteld. Hierin is onderzocht waar Meppel nu staat in relatie tot de veranderopgaven die de invoering van de Omgevingswet met zich mee brengt. De “kijkrichtingen” zijn onderzocht langs drie sporen: o De “omgevingsfoto” (over 13 ruimtelijke thema’s); o De “labelgesprekken” (over de manier van werken); o De beleidsopgaven tot en met 2021. Het inventarisatiedocument bevat daarmee veel relevante achtergrondinformatie voor het verdere proces. Er zijn in het inventarisatiedocument geen keuzes gemaakt. • De raad heeft in 2019 het Ambitiedocument Omgevingswet Meppel vastgesteld. Dit document kan worden gezien als een kaderstellend document, waarin wordt vastgelegd op welke wijze Meppel invulling wil geven aan de Omgevingswet. • In 2019 is ook de Nota van Uitgangspunten Omgevingsvisie door de raad vastgesteld, waarin de kaders voor de Omgevingsvisie zijn bepaald • In het globale plan van aanpak Omgevingsvisie zetten we de hoofdlijn van het proces en de eerste stappen uit. Dit stuk is door de raad in 2019 vastgesteld.

In de afgelopen jaren is gewerkt aan fase 1 van het proces, de Verkenningsfase. In deze fase hebben we nieuw inzicht opgedaan, op basis waarvan we de Nota van Uitgangspunten 2019 kunnen aanvullen, aanscherpen en actualiseren. De onderliggende Nota van Uitgangspunten versie 2021 (NvU 2021) is hiervan het resultaat. We kiezen voor deze vorm, zodat in één document alle relevante uitgangspunten voor de Omgevingsvisie zijn verzameld. Waar de eerdere uitgangspunten vooral gingen over hoe we tot een Omgevingsvisie komen, geeft de nieuwe Nota van Uitgangspunten ook inhoudelijke kaders mee. Met de NvU 2021 maken we een stap in het concretiseren en uitbouwen van de basis voor de Omgevingsvisie. We bouwen daarbij voort op de voorgaande stukken, zodat de informatie herkenbaar en eenduidig blijft. In bijlage 1 is weergegeven hoe de NvU 2021 zich verhoudt tot de eerder vastgestelde uitgangspunten en het Ambitiedocument. 1.2. Doel van de Nota van uitgangspunten Het doel van de NvU 2021 is: • Het weergeven van de opbrengsten uit de verkenningsfase en het trechteren van deze opbrengst richting keuzes voor de Omgevingsvisie. • Het meenemen van college en raad in de opgedane inzichten in de verkenningsfase en daarmee de basis te leggen voor een passend vervolgproces. • Het inzicht geven in de werking van de Omgevingsvisie en welke onderdelen, stappen en keuzes nodig zijn.

• De kaders te stellen voor participatie in de vervolgfase.

Nota van Uitgangspunten Omgevingsvisie

5

De NvU 2021 is de schakel tussen de informatie uit de verkenningsfase en het vooruitzicht van de Omgevingsvisie Meppel. Het geeft weer waar de gemeente al kaders/begrenzingen stelt en waar zij nog ruimte laat voor participatie in het verdere proces. Belangrijk uitgangspunt daarbij is dat we nu nog geen keuzes maken die ons straks kunnen hinderen bij het proces van de Omgevingsvisie, of waar de ruimte voor participatie in het vervolgproces verdwijnt. Uiteindelijk moeten de beschreven uitgangspunten ertoe leiden dat we met de nieuwe Omgevingsvisie de volgende doelen realiseren: • Vanuit het gekozen en beschreven toekomstperspectief voor Meppel, richting geven aan de ontwikkeling van de leefomgeving • Een kader scheppen waarmee we kunnen inspelen op de vraagstukken en ontwikkelingen die zich aandienen, passend bij de identiteit van Meppel • Het vertrekpunt formuleren voor de rol en inzet van de gemeente in de leefomgeving • Het bieden van een kader voor andere instrumenten, zoals Omgevingsprogramma’s en het Omgevingsplan 1.3. De verkenningsfase In de verkenningsfase is gewerkt aan vier onderdelen: • het analyseren van bestaand beleid • het opstellen van een gebiedseigen verhaal • toekomstperspectieven die schetsen welke ontwikkelingen op ons af komen • het zwaluwstaarten met lopende beleidstrajecten Eind 2020 zijn deze onderdelen opgeleverd.

In een werksessie met beleidsmedewerkers en collega’s van de RUD, GGD en VRD zijn de resultaten gedeeld en naast elkaar gelegd. De gemeenteraad heeft op eenzelfde wijze de resultaten besproken in De Ronde van 7 januari 2021. Op basis hiervan hebben we de contouren van de Nota van Uitgangspunten bepaald. In de Ronde van 11 maart 2021 sprak de raad over een aantal voorgestelde uitgangspunten aan de hand van een Peilnota. Op 6 april 2021 is in het college gesproken over de afstemming van beleidstrajecten met de Omgevingsvisie en de invulling van de beleidsvrijheid op enkele nieuwe thema’s. Deze consultaties zijn input geweest voor de onderliggende NvU 2021.

Nota van Uitgangspunten Omgevingsvisie

6

2.

Het instrument Omgevingsvisie

2.1. Maatschappelijk doel Omgevingswet In de Omgevingswet is het maatschappelijk doel vastgelegd in art. 1.3 van de wet: “Deze wet is, met het oog op duurzame ontwikkeling, de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu gericht op het in onderlinge samenhang: a) bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit, ook vanwege de intrinsieke waarde van de natuur, en Vertrekpunten voor de omgevingsvisie Leiden 2040 b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften.” De Omgevingsvisie Meppel moet recht doen aan dit maatschappelijk doel.

Omgevingsvisie? Hoofdlijnen en hoofdzaken voor lange termijn! Hoofdlijnen en hoofdzaken. Dáár gaat het om in een omgevingsvisie. Tenminste, zo wordt dat voorge2.2. Kerninstrument van de Omgevingswet in de Omgevingswet. en instrumenten hoofdzaken moeten bovendien steeds betrekking Deschreven Omgevingsvisie is het instrumentDie dat hoofdlijnen aan de andere (zoals het Omgevingsprogramma 1 hebben op de fysieke leefomgeving. Volgens de omgevingswet moet een omgevingsvisie in ieder of het Omgevingsplan) van de Omgevingswet vooraf gaat . De grondslag voor de uitwerking in de andere geval de volgende drie elementen bevatten: instrumenten ligt in de Omgevingsvisie. In de Omgevingsprogramma’s, in het Omgevingsplan en bij de beoordeling van initiatieven wordt steeds teruggegrepen op de uitgangspunten, doelen en opgaves die in  De hoofdlijnen van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. de Omgevingsvisie zijnvan vastgelegd. De hoofdlijnen de voorgenomen ontwikkeling, het gebruik, het beheer, de bescherming en het behoud van het grondgebied. In art. 3.2 van de Omgevingswet is omschreven wat er in de Omgevingsvisie moet worden opgenomen.  De hoofdzaken van het beleid op alle relevante terreinen van de fysieke leefomgeving.

Hierin is ook het motto van de Omgevingswet terug te vinden: “ruimte voor ontwikkeling, waarborgen voor kwaliteit.” De elementen van de omgevingsvisie zijn weergegeven in onderstaande figuur:

Figuur 0-1: Vragen waarop de omgevingsvisie een antwoord moet geven

De gemeenteraad stelt een gemeentelijke Omgevingsvisie vast. Het ontwerp van de visie wordt gedurende 6 weken ter inzage gelegd, waarbij een ieder poging de gelegenheid zienswijzen in teindienen In deze vertrekpuntennotitie hebben we een eerste gedaan heeft om inzicht te geven de hoofdza(via art. 16.26 besluit tot vaststelling van de moet deDaaraan gemeenteraad ken van het Ow). beleidBijophet alle relevante terreinen van de Omgevingsvisie fysieke leefomgeving. kunnen we ongeaangeven hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen zijn betrokken bij twijfeld nog veel verbeteren. En die ruimte nemen we ook graag, zowel bij het opstellen van de conde voorbereiding en wat de resultaten daarvan zijn (art. 10.7 Omgevingsbesluit). Dit is de zogeheten ceptomgevingsvisie die de raad in 2019 ontvangt, en daarna bij iedere volgende verder verbeterde motiveringsplicht. Meer eisen stelt de wet niet waar het betreft de participatie bij de totstandkoming van versie van de Leidse omgevingsvisie. Aanvulling en verbetering van de omgevingsvisie zien we als de Omgevingsvisie. De gemeenteraad heeft hierin veel vrijheid. In deze Nota van Uitgangspunten geven continu proces. weeen uitgangspunten voor participatie mee en geven we aan hoe we de raad hierbij betrekken.

1

Volgens de Omgevingswet (artikel 1.2) omvat de fysieke leefomgeving in ieder geval: bouwwerken, infrastructuur, watersystemen, water, bodem, lucht, landschappen, natuur, cultureel erfgoed, werelderfgoed. Al deze aspecten laten we aan bod komen in de conceptomgevingsvisie van 2019. En ze komen ook allemaal aan bod in deze vertrekpuntennotitie. In Meppel werken we gelijktijdig aan de Omgevingsvisie en het Omgevingsplan. In paragraaf 12.2 gaan we in op de onderlinge afstemming bij het maken van deze instrumenten.

De elf invalshoeken van deze vertrekpuntennotitie In deze vertrekpuntennotitie hanteren we 11 verschillende invalshoeken. Deze invalshoeken zijn ontleend aan de regionale agenda voor de omgevingsvisie Hart van Holland, de stadsvisie “Leiden, 7 Stad Nota van Uitgangspunten Omgevingsvisie van Ontdekkingen”, het collegeakkoord “Samen maken we de stad” en wettelijke voorschriften (bijvoorbeeld bij de invalshoek “Stad op robuuste ondergrond”).

2.3. Verandering ten opzichte van het huidig instrumentarium De Omgevingsvisie brengt verandering met zich mee ten opzichte van huidige instrumenten, zoals de Structuurvisie: • De scope is verlegd van ruimtelijke ordening naar fysieke leefomgeving. Niet alleen ruimte, maar ook milieuaspecten, gezondheid en duurzaamheid horen erbij. • De Omgevingsvisie gaat niet alleen over ontwikkeling en gebruik, maar ook nadrukkelijk over beheer, bescherming en behoud. In de Omgevingsvisie moeten we rekening houden met het voorzorgsbeginsel: het beginsel van preventief handelen, het beginsel dat milieuaantastingen bij voorrang aan de bron dienen te worden bestreden en het beginsel dat de vervuiler betaalt (art. 3.3. Ow). • De Omgevingsvisie is een integrale visie. Daarmee wordt bedoeld dat het geheel van de fysieke leefomgeving in zijn onderlinge samenhang wordt bezien en de belangen in dat licht wordt afgewogen.2 • De Omgevingsvisie is gericht op uitvoering en het daadwerkelijk behalen van de ambities. De Omgevingsvisie heeft doorwerking in de Omgevingsprogramma’s en het Omgevingsplan. • De Omgevingsvisie, tezamen met de Omgevingsprogramma’s, vervangt ons huidig sectoraal beleid op de fysieke leefomgeving. • De Omgevingsvisie moet altijd een actueel kader bieden.3

2

Zie over thema’s als integraliteit en zorgplicht, bijlage 1 bij het Ambitiedocument Implementatie Omgevingswet.

3

Meer informatie over het instrument Omgevingsvisie en de achtergronden ervan is te vinden in het Inventarisatiedocument.

Nota van Uitgangspunten Omgevingsvisie

8

3.

Scope van de Omgevingsvisie Meppel

Van veel onderwerpen weten we nu al dat de Omgevingsvisie daarop in elk geval moet ingaan. In het Inventarisatiedocument zijn 13 thema’s benoemd, waarvan we willen dat daaraan in elk geval aandacht wordt geschonken. In de verkenningsfase is deze lijst nog iets aangepast en aangevuld, om goed overzicht te hebben van de diverse aspecten. De opsomming is niet uitputtend. Verder is het bij deze opsomming belangrijk om te bedenken dat elk aspect niet meer afzonderlijk bekeken moet worden, maar steeds vanuit de samenhang met het geheel van de fysieke leefomgeving. Ook ligt in veel aspecten een relatie met het sociale domein en de doelstellingen daarvan. Het sociaal domein gaat over het gewone leven van iedere inwoner. Het gaat over opgroeien en zelfstandig worden, naar school gaan, relaties aangaan, wonen, werken en ontspannen, gezondheid en ziekte. Thema’s die alle inwoners van Meppel aangaan en nadrukkelijk relatie hebben met de fysieke leefomgeving. Dit is met de hiernaast weergegeven afbeelding geïllustreerd. Er willen in de Omgevingsvisie een belangrijke verbinding leggen met het sociaal domein. Denk aan thema’s als langer zelfstandig wonen, zelfredzaamheid en participatie, voorzieningen dichtbij, veiligheid, gezondheid en de inclusieve samenleving. Uitgangspunt 1 De Omgevingsvisie moet in elk geval ingaan op de onderstaande aspecten in de fysieke leefomgeving.

Daarbij leggen we in de Omgevingsvisie verbinding met het sociaal domein. Wonen

Bedrijvigheid

Bereikbaarheid

Veilige leefomgeving

Water

Landbouw & Voedsel

Recreatie & Toerisme

Welvaart & Welbevinden

Binnenstad/Centrumgebied

Gezonde leefomgeving

Biodiversiteit & Natuurkwaliteit

Bodem en ondergrond

Openbare ruimte

Milieu: geluid, geur, luchtkwaliteit

Energie- en warmtegebruik

Omgevingskwaliteit

Klimaatadaptatie

Erfgoed en cultuur

Circulariteit

Nota van Uitgangspunten Omgevingsvisie

9

4.

Vorm en werking van de Omgevingsvisie Meppel

4.1. De gewenste werking van de Omgevingsvisie 4.1.1. De huidige tijd vraagt een ander type beleid Geen ambities stapelen, maar keuzes maken In de Omgevingsvisie komen alle sectorale beleidsambities voor de fysieke leefomgeving samen. Het is echter geen optelsom of verzameling hiervan. Alle huidige ambities hoog houden en stapelen, past niet meer. We moeten keuzes maken, richting bepalen en focus aanbrengen. Alleen zo kunnen we ruimte creëren voor het oplossen van de maatschappelijke opgaven. Het zorgt ervoor dat we ambities die we opnemen ook daadwerkelijk kunnen en gaan realiseren. Dat vraagt een Omgevingsvisie waarin we duidelijk richting geven en de focus leggen op het oplossen van vraagstukken. Grote transities maken de toekomst minder voorspelbaar We leven in een transitieperiode. De energietransitie, veranderingen in de samenleving, transities in de landbouw en technologische ontwikkelingen maken dat we de toekomst minder goed kunnen voorspellen. We kunnen niet zonder meer voortbouwen op het huidige plaatje van Meppel. Dat vraagt een Omgevingsvisie die kan inspelen op ontwikkelingen, die nu nog niet bekend zijn. De Omgevingsvisie moet ruimte geven en adaptief zijn. 4.1.2. Evaluatie van de werking van ons beleid Met het maken van de Structuurvisie hebben we een goede eerste stap gemaakt om te komen tot een integrale visie. We kunnen hiervan leren.

In de verkenningsfase is een evaluatie van bestaand beleid uitgevoerd. In bijlage 2 zijn de resultaten van de evaluatie van de werking van de Structuurvisie en ons huidig beleid weergegeven. Samenvattend zien we dat we veel sectoraal beleid naast elkaar hebben, soms ook strijdig met elkaar. De beleidsplannen zijn vaak niet lang houdbaar en worden vaker als toetsingskader gebruikt dan om tot uitvoering te komen. Ons beleid laat verder vaak abstracte ambities zien, gevolgd door concrete maatregelen. De vertaling van de ambities naar wat nodig is om die ambities te behalen, ontbreekt vaak. Het is een kans om met de nieuwe instrumenten van Omgevingsvisie en Omgevingsprogramma te komen tot afgestemde beleidskaders en haalbare ambities, waaraan we gericht werken. 4.1.3. Ambitiedocument: geleidelijk meer loslaten De Omgevingsvisie legt de grondslag voor de uitnodigingsplanologie die in de Omgevingswet is verankerd. Het geeft aan welke ontwikkelingen wenselijk en niet wenselijk zijn, waar de gemeente de komende jaren zelf in gaat investeren en waar de samenwerking zal worden gezocht. De Omgevingsvisie nodigt de samenleving uit tot het nemen van initiatief en inspireert om deel te nemen aan en medeverantwoordelijkheid te dragen voor de realisatie van de ambities, doelen en vraagstukken die in de Omgevingsvisie een plaats hebben gevonden.

We hebben ervoor gekozen om bij de invoering van de Omgevingswet de weg van de geleidelijkheid te bewandelen, zoals in het Ambitiedocument is geformuleerd. In de loop van de tijd willen we zicht krijgen op de vraag voor welke vraagstukken de gemeente zelf aan zet is en voor welke vraagstukken het initiatief aan de samenleving wordt overgelaten. Dat vraagt om een Omgevingsvisie die ruimte schept om de zich geleidelijk ontwikkelende inzichten tussen “loslaten en vasthouden” in de praktijk te kunnen vertalen. Uitgangspunt 2 We willen een Omgevingsvisie Meppel die richtinggevend, vraagstukgericht én adaptief is. De Omgevingsvisie moet een heldere koers weergeven op alle relevante beleidsvelden. We leggen de focus op het samen bepalen en oplossen van concrete vraagstukken. Daarbij scheppen we geleidelijk meer ruimte om initiatief vanuit de samenleving mogelijk te maken.

Nota van Uitgangspunten Omgevingsvisie

10

4.2. Abstractieniveau Omgevingsvisie en inzet Omgevingsprogramma’s Het kerninstrument Omgevingsvisie wordt door de raad vastgesteld. De Omgevingsvisie wordt juridisch vertaald naar het Omgevingsplan. Past een initiatief niet in het Omgevingsplan? Dan is de Omgevingsvisie het kader voor de afweging of de ontwikkeling gewenst is of niet. Met de Omgevingsvisie kan de raad dus sturen aan de voorkant en toetsen gaandeweg, op de ontwikkeling van Meppel. De raad zet met de Omgevingsvisie de grote lijnen uit van het behoud, bescherming, gebruik, benutting en ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van Meppel en geeft aan welke ruimte er is voor initiatieven. We hebben ervoor gekozen om te werken met Omgevingsprogramma’s. De Omgevingsvisie kan zo meer op hoofdlijnen blijven. Welk abstractieniveau precies gewenst is, bepalen we tijdens het vervolgproces. Dit kan per thema of gebied verschillen. Hoe meer de Omgevingsvisie op een hoog abstractieniveau is, des te meer voor de uitvoering moet worden uitgewerkt in Omgevingsprogramma’s. Omgevingsprogramma’s worden door het college vastgesteld. Kiezen we voor een meer uitgebreide Omgevingsvisie, dan zal het college minder aan zet zijn via de uitwerking in Omgevingsprogramma’s. Elke gemeente is vrij om de keuze te maken die het beste past.

De “geest van de Omgevingswet” is echter dat de raad de hoofdlijnen van het beleid bepaalt en het college de uitvoering ter hand neemt. Het college wil goede afspraken maken met de raad over monitoring en evaluatie van zowel Omgevingsvisie als Omgevingsprogramma’s, zodat de raad in staat wordt gesteld haar kaderstellende en controlerende rol waar te maken. Hoofdstuk 12 gaat verder op in. We willen dat de Omgevingsvisie voldoende compleet is om op alle relevante beleidsvelden de koers weer te geven. We hebben dat ook nodig om initiatieven vanuit de samenleving op de juiste wijze te kunnen waarderen en beoordelen. Verder is goed te beseffen dat het abstractieniveau van de Omgevingsvisie ook de scope bepaalt van de MER en de manier waarop we de m.e.r.-systematiek toepassen. Uitgangspunt 3 Het abstractieniveau van de Omgevingsvisie is zodanig dat het zowel de kaderstellende rol van de raad versterkt, als de uitvoerende rol van het college. Dat betekent dat we de hoofdlijnen van ons beleid opnemen in de Omgevingsvisie en de uitwerking ervan in één of meer Omgevingsprogramma’s. De Omgevingsvisie kan op deze wijze meer op hoofdlijnen blijven. Welk abstractieniveau precies gewenst is, bepalen we tijdens het vervolgproces. 4.3.

Sturingsprincipe: een bestendige lijn en adaptief handelen Uit het bovenstaande komt naar voren dat we een Omgevingsvisie Meppel willen die richtinggevend, vraagstukgericht én adaptief is. Dat heeft betekenis voor de wijze waarop we de Omgevingsvisie vormgeven. Het moet geen blauwdruk worden voor de manier waarop Meppel eruit gaat zien in dit of dat jaar. Anderzijds moet het ook geen algemeen geformuleerd, vaag document worden waarvan er dertien in een dozijn gaan en waarmee je alle kanten uit kunt. Deze ervaring hebben inmiddels ook enkele gemeenten opgedaan, met wie we gesproken hebben. We kiezen ervoor om in de Omgevingsvisie Meppel: • Een bestendige lijn vast te leggen voor Meppel door onze visie op de leefomgeving te bepalen en onze ambities uit te spreken. • Adaptief te kunnen handelen door concrete doelen te stellen en spelregels af te spreken voor ontwikkeling (inrichtingsprincipes en proceswijzer).

Nota van Uitgangspunten Omgevingsvisie

11

De mogelijke opbouw van de Omgevingsvisie is hieronder schematisch weergegeven.

Visie fysieke leefomgeving In de Omgevingsvisie wordt de bestendige lijn vastgelegd in een visie op de fysieke leefomgeving. Dit is een lange termijn visie op de gemeente, die globaal de richting bepaalt van het gemeentelijk beleid voor de fysieke leefomgeving. Hoe gaat de gemeente om met de Meppeler kernkwaliteiten? Welke verhaal van Meppel willen we doorgeven? En hoe staat de gemeente in verhouding tot de samenleving en nieuwe initiatieven die hier opkomen? De visie is een gedeelde blik op de toekomst, is naar buiten gericht en geeft aan waar de gemeente voor wil gaan. Ambities De visie wordt in de Omgevingsvisie uitgewerkt in een aantal ambities. De ambities dragen bij aan de visie én zijn gebaseerd op verschillende inventarisaties die de gemeente in fase 1 Verkennen heeft gedaan. Een ambitie is een richting om de visie te realiseren, door bepaalde zaken tot stand te brengen, te verbeteren, veranderen of vernieuwen. De ambities worden verder uitwerkt in concrete doelen en richtinggevende principes. Inrichtingsprincipes De richtinggevende principes kunnen gezien worden als een set randvoorwaarden voor ontwikkelingen, waarmee de kernkwaliteiten van Meppel behouden kunnen blijven. Denk aan de richtinggevende principes zoals die in het Nationale Omgevingsvisie staan: combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies of de identiteit van een gebied staat centraal.

In de Omgevingsvisie Meppel nemen we richtinggevende principes op die concreet zijn en gericht zijn op de Meppeler context. Zo willen we ruimte geven op de korte termijn voor (onvoorziene) ontwikkelingen, maar tegelijkertijd de kwaliteit van Meppel op de lange termijn bewaken. De principes kunnen themagericht of gebiedsgericht zijn.

Nota van Uitgangspunten Omgevingsvisie

12

Doelen Naast principes worden doelen bepaald aan de hand van de ambities en toekomstbeelden. Dit zijn meetbare en concrete doelen voor de middellange termijn. De doelen kunnen themagericht of gebiedsgericht zijn. Met de doelen brengen we focus aan in het oppakken van de opgaven. We kunnen immers niet alles tegelijk en prioriteren hiermee de inzet van mensen en middelen. Via de beleidscyclus vindt monitoring, evaluatie en bijstelling van de doelen plaats. Uitgangspunt 4 De Omgevingsvisie Meppel is richtinggevend, vraagstukgericht én adaptief. Dit geven we vorm door in de Omgevingsvisie Meppel: • Een bestendige lijn vast te leggen voor Meppel door onze visie op de leefomgeving te bepalen en onze ambities uit te spreken. • Adaptief te kunnen handelen door concrete doelen te stellen en spelregels af te spreken voor ontwikkeling (inrichtingsprincipes en proceswijzer). Aan de hand van de doelen in de Omgevingsvisie brengen we focus aan. Via de beleidscyclus vindt monitoring, evaluatie en bijstelling van de doelen plaats. 4.4. Vorm van de Omgevingsvisie Er zijn vele verschijningsvormen waarin de Omgevingsvisie kan worden gepresenteerd. Gekozen kan worden voor een website, een tool, een pdf, etc. Ook is de vraag of de Omgevingsvisie vooral een visueel document moet zijn of meer een tekstdocument.

Daarbij is het belangrijk in het oog te houden wie er met de Omgevingsvisie moeten werken. Dat zijn zeker niet alleen professionals, maar ook bewoners. Zij willen de Omgevingsvisie kunnen raadplegen om te lezen wat dit zegt in het licht van een initiatief dat zij mogelijk willen nemen. Dat betekent dat de Omgevingsvisie in begrijpelijk Nederlands moet zijn geschreven en uitnodigend en toegankelijk moet zijn. Daarbij moet het uiteraard geschikt zijn om als omgevingsdocument digitaal te worden gepubliceerd. Tevens is een Omgevingsvisie altijd klaar, maar nooit af. De Omgevingsvisie is voortdurend aan verandering onderhevig, net zoals onze leefomgeving verandert. Uitgangspunt 5 De nieuwe Omgevingsvisie is toegankelijk, uitnodigend en begrijpelijk. De verschijningsvorm en presentatie van de Omgevingsvisie worden niet vooraf vastgelegd. Uitgangspunten zijn: • De omgevingsvisie moet geschikt zijn om als omgevingsdocument te dienen in het Digitaal Stelsel Omgevingsrecht (DSO). • De verschijningsvorm van de Omgevingsvisie past bij de behoefte van de gebruiker van de Omgevingsvisie (zowel vanuit de samenleving als binnen onze organisatie) • De omgevingsvisie is voortdurend aan verandering onderhevig en kan eenvoudig actueel gehouden worden.

Nota van Uitgangspunten Omgevingsvisie

13

4.5. Uitwerking in deelgebieden In de Omgevingsvisie gaan we in op onze identiteit, vraagstukken en ambities. Daarnaast is het belangrijk om aan te sluiten bij de behoeften en de energie in de samenleving. Want dan kan de Omgevingsvisie pas werkelijk als kader dienen voor de waardering en beoordeling van initiatieven die vanuit de samenleving komen. Per gebied speelt een ander samenspel van de identiteit, vraagstukken en ambities van de gemeente en vanuit de samenleving. De stad Meppel verschilt immers van bijvoorbeeld Nijeveen, van Rogat en van het buitengebied. Elk gebied heeft zijn eigen verhaal en heeft zijn eigen behoeften. Daarmee verschillen ook de ambities en vraagstukken die zich in elk van deze deelgebieden aandienen. We willen onze uitdagingen niet alleen themagericht, maar ook gebiedsgericht benaderen. Een gebiedsgerichte benadering past ook bij het thema integraliteit binnen de Omgevingswet, met als doel de totale fysieke leefomgeving in haar onderlinge samenhang te bezien. Uitgangspunt 6 Meppel wil een Omgevingsvisie die werkelijk aansluit bij de eigen identiteit, ambities en behoeften. We doen dit zowel gebieds- als themagericht.

Nota van Uitgangspunten Omgevingsvisie

14

5.

Identiteit als onderlegger: Gebiedseigen verhaal Meppel

In het Ambitiedocument en de Nota van uitgangspunten uit 2019 is benoemd dat de identiteit van Meppel aan de basis ligt van de Omgevingsvisie. Daarbij gaat het enerzijds om de opgaven en doelen die passen bij Meppel en anderzijds om onze relatie met de samenleving en onze manier van werken. In de fase Verkennen is op basis van bestaande (beleids)stukken, zoals de Structuurvisie, Diep geluk en de cultuurhistorische inventarisatie het Gebiedseigen Verhaal van Meppel opgesteld. Het concept Gebiedseigen Verhaal van Meppel is bijgevoegd als bijlage 4. In de figuur hieronder is een samenvatting van het verhaal weergegeven.

Het gebiedseigen verhaal is bedoeld als onderlegger voor de Omgevingsvisie, waarmee we inspelen op de identiteit van onze gemeente. Het geeft houvast voor de toekomstige ontwikkeling van Meppel, zodanig dat deze het verhaal verder vertelt. Kunnen we aanpassing aan klimaatontwikkeling bijvoorbeeld verbinden aan het watergebonden karakter van Meppel? Levert verduurzaming een nieuwe economie als aanjager? Is groei van Meppel een kans voor meer gebruikswaarde toe te voegen? In de verkenningsfase is het gebiedseigen verhaal gebruikt om mogelijke kansen en tegenstellingen in beeld te brengen (zie ook hoofdstuk 8).

Nota van Uitgangspunten Omgevingsvisie

15

De conceptversie vat de huidige informatie samen in een samenhangend verhaal. We willen in het vervolgproces samen met de samenleving dit verhaal verder aanvullen en aanscherpen. Ook toetsen we aan de hand van gebiedsuitwerkingen of het gebiedseigen verhaal ruimtelijk praktisch toepasbaar is. We maken een doorvertaling van het gebiedseigen verhaal naar kenmerken en waarden in 7 type deelgebieden: • binnenstad Meppel • centrumschil Meppel • stationsomgeving Meppel • wijken • dorpen • bedrijventerreinen • buitengebied Hierbij kijken we bijvoorbeeld naar de ondergrond, historische structuren, netwerken van infra en groen en naar gebruik, functies en sociale structuur. Uitgangspunt 7 Het concept gebiedseigen verhaal is de basis voor het verdere proces van de omgevingsvisie. Aan de hand van participatie en gebiedsgerichte uitwerkingen vullen we het verhaal aan en concretiseren we deze.

Nota van Uitgangspunten Omgevingsvisie

16

6.

Toekomstperspectieven

6.1. Toekomstige ontwikkelingen Met de Omgevingsvisie willen we inspelen op toekomstige ontwikkelingen. In de verkenningsfase hebben we op basis van bestaande onderzoeken, verkenningen en perspectieven informatie over de toekomstige ontwikkelingen samengebracht. Trends en ontwikkelingen hebben we verzameld en bijeengebracht in vier ‘bewegingen’: • Duurzaamheid • Stad en Land • Vloeibare samenleving • Technologisering We schetsen in de volgende paragrafen wat de vier bewegingen inhouden. Niet met de bedoeling om de toekomst te voorspellen, maar om een voorstelling te geven wat de ontwikkelingen kunnen betekenen. De coronacrisis laat maar weer zien hoe onvoorspelbaar de toekomst is. Opeens werken we vanuit huis digitaal met elkaar samen, reizen we minder en kijken we anders aan tegen gezondheid, buiten recreëren en de eigen woon- en werkomgeving. Wie had dit kunnen bedenken? 6.1.1. Duurzaamheid Het vraagstuk van het behoud van een leefbare aarde stuurt de beweging aan naar meer circulariteit, naar de transitie naar duurzame energie, aanpassing aan de klimaatveranderingen en versterken van de biodiversiteit. De schaarse aan grondstoffen maakt optimaal hergebruik nodig, het sluiten van de grondstoffenkringloop. We herstellen meer dan we nieuw kopen, we produceren zelf en lokaal en zoeken naar alternatieven in de eiwittransitie.

Voorbeelden van voorstelbare toekomstperspectieven zijn: • Elk bedrijf en huishouden heeft een eigen verwerkingsgedeelte, lokale grondstoffabriekjes, korte ketens met betekenis voor de eindgebruiker • Toename van hergebruik, recycling en upcycling en duurzame producten, verkoop van ingrediënten en grondstoffen • De koe wordt vervangen door de eiwitfabriek op het industrieterrein In de toekomst gebruiken we geen fossiele brandstoffen maar duurzaam opgewekte energie en warmte. Gebruik en opwekking zijn aan elkaar gekoppeld. Nieuwe infrastructuur en opslagfaciliteiten horen straks bij het straatbeeld en de eigen woning. De werkgelegenheid in de energiesector en gelieerd onderwijs neemt een vlucht. Voorbeelden van voorstelbare toekomstperspectieven zijn: • Objecten als daken, parkeerplaatsen, geleiderails, geluidswallen leveren ook energie • Technologische innovatie leidt tot nieuwe effectieve bronnen • Leven naar het ritme van de seizoenen om energie te besparen (warmte in de winter, koelte in de zomer) • Zelfvoorzienende gemeenschappen en energie als nieuwe ruilhandel

Nota van Uitgangspunten Omgevingsvisie

17

Een veranderend klimaat betekent dat we rekening moeten houden met zachte, natte winters, droogte in de zomer, weersextremen, zeespiegelstijging en temperatuurstijging. Met als gevolg bijvoorbeeld kans op schaarste van zoet water, een nieuwe strijd met de zee in laaggelegen gebieden, toename van plagen en ziekten, hittestress en meer risico op wateroverlast. Maar ook nieuwe kansen, bijvoorbeeld voor toerisme en recreatie. Voorbeelden van voorstelbare toekomstperspectieven zijn: • Trek vanuit de Randstad naar hogere delen van het land • De stad gaat de hoogte in, groenblauwe dooradering, gelaagde ruimte, verticaal tuinieren • De regio als populaire zon-zekere vakantieregio binnen Europa Het ecosysteem kan het gevolg van de klimaatverandering op lange termijn niet bijbenen. Behoud van de robuustheid van ecosystemen en van biodiversiteit is essentieel voor de leefbaarheid. Het belang van de bij voor de bestuiving van onze gewassen, is een tekenend voorbeeld. De oplossingen van nu dragen onvoldoende bij, waarbij de stikstofproblematiek rekenend is. In de toekomst moeten we habitats versterken en natuurlijke omstandigheden van bodem en water benutten bij gebruik en ontwikkeling, bijvoorbeeld door kringlooplandbouw en natuurinclusief bouwen en ontwerpen. 6.1.2. Stad en land In Nederland moeten honderdduizenden woningen worden gebouwd.

Regio Zwolle wordt daarvoor ook aangesproken, als regio met ruimte en op relatief beperkte afstand van de Randstad. Daarnaast zien we al eeuwenlang een trek naar de stad. Tegelijkertijd ontwikkelen steden zich meer als stedelijke agglomeraties met hechte relaties met het ommeland. In het landelijk gebied stapt de landbouw over op kringlooplandbouw, waarbij een gezonde bodem, biodiversiteit en circulariteit voorop staan. Voor intensieve teelten is ruimte op bedrijfsterreinen. Voorbeelden van voorstelbare toekomstperspectieven zijn: • Verstedelijking vanuit mobiliteits- en energieknooppunten. We wonen op fietsafstand van knooppunten (van fiets, auto, OV, maar ook energie). • Snelweg is weer SNELweg, de stad is herontworpen met lokale infrastructuur met hoge belevingswaarde • Duurzame, flexibele, mobiele en demontabele woonvormen • Nieuwe teelten voor de boer, zoals voedselbos, natte teelten, houtproductie • Korte ketens tussen boer en burger

Nota van Uitgangspunten Omgevingsvisie

18

6.1.3. Vloeibare samenleving Op tal van terreinen zien we menging ontstaan: werk en vrije tijd lopen door elkaar, wonen en werken, overheid en samenleving, reizen en sporten, privaat en collectief eigendom. Dit noemen we de beweging naar een vloeibare samenleving. Grenzen van functies en tijd vervagen en dat heeft impact op de omgeving. Voorbeelden van voorstelbare toekomstperspectieven zijn: • De boer is niet meer alleen boer, maar ook recreatieondernemer en landschapsbeheerder. • Overheid, bedrijfsleven en samenleving staan dichter bij elkaar met overheidsparticipatie, burgerinitiatieven en coöperaties. • Mobility as a Service, de deelauto en leenfiets en werken of sporten tijdens het reizen. • We zijn prosument: producent en consument tegelijk. Denk aan 3D printen thuis, of mini-maakbedrijfjes in garages bij woningen. 6.1.4. Technologisering Technologische ontwikkelingen en innovaties hebben vaak grote gevolgen. Denk aan de veranderingen in de samenleving als gevolg van de introductie van internet of van sociale media. Maar eerder ook door de boekdrukkunst of de uitvindingen die aan de basis stonden van de Industriële Revolutie. Het is moeilijk te voorspellen welke technologische ontwikkelingen ons leven in de komende decennia gaan veranderen. Op dit moment wordt met name veel verwacht van ontwikkelingen in informatietechnologie (o.a.

artificial intelligence, blockchain, big data, internet of things, augmented reality), biotechnologie (o.a. aanpassing van het genetisch materiaal) en toepassingen van robots, drones, 3D-printers en machine leren. Informatietechnologie kan op gespannen voet staan met privacy en individuele vrijheden. Dat geldt ook voor bepaalde biotechnologische ontwikkelingen. Een ander risico is dat de werking van algoritmes in de informatiesamenleving leidt tot het ontstaan van ‘bubbels’ van gelijkgestemden, wat schadelijk kan zijn voor het gevoel van gemeenschap en samenhang. Robotisering en andere fysiek-technische toepassingen kunnen werkgelegenheid verminderen. Aan de andere kant kan het productiviteit verhogen en daarmee bijdragen aan toename van vrije tijd, vergroten van comfort en mogelijk aan welbevinden (o.a. minder vervelend werk). Kijkend naar de fysieke leefomgeving dan kunnen technologische ontwikkelingen heel relevant zijn. Voorbeelden zijn: • Het gebruik van big data voor bijvoorbeeld ontwerp en beheer van openbare ruimte, parkeerverwijzing en crowdcontrol bij evenementen, metingen geluid en luchtkwaliteit • Overstap naar gebruik van mobiliteit in plaats van bezit, meer deelvoertuigen en zelfrijdende auto’s. Dit verandert het straatbeeld met betrekking tot parkeren: er ontstaat nieuwe ruimte (speelstraten, natuurzones, waterbekkens…).

• Verdergaande digitalisering leidt tot minder afhankelijkheid van fysieke voorzieningen, minder verkeersbewegingen en een grotere belang van de woonomgeving • (ruimtelijke) impact op bedrijvigheid, denk aan datacenters, andere distributievormen en nieuwe werkgelegenheid.

Nota van Uitgangspunten Omgevingsvisie

19

6.2. Inspelen op transities In de Omgevingsvisie moeten we een antwoord op of wijze van omgaan met bovenstaande ontwikkelingen formuleren. Deze clusters van ontwikkelingen zijn daarmee een bron van inspiratie voor de bezinning op de toekomst. We kunnen de toekomst niet voorspellen, maar er wel een voorstelling van maken. Op basis daarvan kunnen we bezien wat dat betekent voor de korte termijn en de keuzes van nu. Zo kunnen toekomstige ontwikkelingen mogelijke kansen of tegenstellingen met zich meebrengen voor het gebiedseigen verhaal van Meppel. Hoe kunnen we hiermee omgaan? Ook helpen de nieuwe ontwikkelingen in het zicht krijgen op de houdbaarheid en actualiteit van onze ambities uit bestaand beleid. En welke nieuwe vraagstukken zich voordoen, zoals we benoemen in hoofdstuk 8 de centrale kwesties. Vanuit de blik op de toekomst kunnen we met de Omgevingsvisie adaptief inspelen op ontwikkelingen. Uitgangspunt 8 We spelen met de Omgevingsvisie in op de ontwikkelingen in de toekomst zoals geschetst in de vier bewegingen stad en land, duurzaamheid, vloeibare samenleving en technologisering. We vertalen dit door naar andere uitgangspunten in deze nota, zoals omgaan met bestaand beleid en de centrale kwesties.

Nota van Uitgangspunten Omgevingsvisie

20

7.

Kaders vanuit sectoraal beleid

7.1. Analyse huidig beleid en gebiedsuitwerkingen In de Nota van Uitgangspunten en het globale plan van aanpak uit 2019 is opgenomen dat we huidig beleid zien als basis voor de Omgevingsvisie. Daarvoor hebben we een beleidsinventarisatie en –analyse uitgevoerd. Onderstaande figuur geeft de scope van deze inventarisatie aan. Voor de Omgevingsvisie zijn alle beleidsdocumenten en (gebieds)visies op een rij gezet. In de inventarisatie zijn ook documenten opgenomen die relevant zijn voor het Omgevingsplan, zoals bestemmingsplannen, beleidsregels en verordeningen. De onderstaande figuur geeft hier een weergave van.

In de beleidsanalyse is in beeld gebracht welke plannen en ambities op dit moment nog actueel zijn, welke moeten worden herzien in het proces van de Omgevingsvisie en welke voor de Omgevingsvisie niet relevant zijn, of zelfs kunnen vervallen. In het laatste geval gaat het vaak om plannen die inmiddels al vervangen zijn door actuele kaders, maar nooit zijn ingetrokken. In bijlage 3 is deze analyse weergegeven. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen gebiedsuitwerkingen en sectorale beleidsplannen en –visies. In de volgende paragrafen lichten we dit verder toe. 7.1.1. Afweging van sectoraal beleid als basis voor de Omgevingsvisie In bijlage 3 zijn alle relevante beleidsplannen voor de fysieke leefomgeving weergegeven en de beleidsplannen die nog in de maak zijn. We hebben een selectie gemaakt van beleidsplannen die nog gelden als huidig kader en relevant zijn voor de Omgevingsvisie qua abstractieniveau. Daarbij is weergegeven wat de leidende principes zijn binnen dat betreffende beleidsplan. Dit is niet uitputtend bedoeld, maar om een beeld te geven van de bestaande ambities die ten grondslag liggen aan de Omgevingsvisie. Op inhoud vormen deze ambities uit ons beleid input voor de Omgevingsvisie.

Nota van Uitgangspunten Omgevingsvisie

21

Kijkend naar de gewenste werking van de Omgevingsvisie als nieuw kerninstrument en de evaluatie van ons bestaand beleid, zien we dat we niet zonder meer deze ambities door kunnen zetten naar de Omgevingsvisie. In het vervolgproces is een integrale afweging nodig, er moet ruimte worden gemaakt voor de transities (adaptiviteit), we willen meer vraagstukgericht werken en haalbare ambities neerzetten. In het proces van de Omgevingsvisie kunnen bestaande ambities dan ook worden genuanceerd. Voor een aantal beleidsplannen zien we op voorhand al een aantal thema’s die heroverwogen moeten worden in het proces van de Omgevingsvisie. Deze zijn in de laatste kolom van bijlage 3 aangegeven. Er zijn tevens een aantal beleidsplannen die we integraal herzien binnen de Omgevingsvisie. Zie hiervoor paragraaf 7.2. We stemmen binnen het proces van de Omgevingsvisie af met nog lopende beleidsprocessen. Dat doen we middels het zwaluwstaarten, zie paragraaf 7.3. 7.1.2. Afweging gebiedsuitwerkingen In bijlage 3 zijn ook de relevante gebiedsvisies en -uitwerkingen voor de fysieke leefomgeving weergegeven en de gebiedsuitwerkingen die nog in de maak zijn. We hebben een selectie gemaakt van plannen die nog gelden als huidig kader en relevant zijn voor de Omgevingsvisie. We geven per gebiedsuitwerking aan wat de leidende principes zijn voor dat gebied.

Dit is niet uitputtend bedoeld, maar om een beeld te geven van de bestaande uitgangspunten voor een gebied die ten grondslag liggen aan de Omgevingsvisie. We stemmen binnen het proces van de Omgevingsvisie af met nog lopende gebiedsuitwerkingen. Dat doen we middels het zwaluwstaarten, zie paragraaf 7.3. Uitgangspunt 9 De beleidsplannen en gebiedsuitwerkingen en hun leidende principes zoals geduid onder ‘wat nemen we mee als basis?’ in bijlage 3 zijn input voor de Omgevingsvisie. Deze ambities zijn ons vertrekpunt bij het gesprek met de samenleving. In het vervolgproces van de Omgevingsvisie kunnen bestaande beleidsambities worden genuanceerd als gevolg van integrale afweging, nieuwe vraagstukken of in kader van haalbaarheid. 7.2. Van herziening naar integraal meenemen in Omgevingsvisie Uit de beleidsanalyse komt naar voren dat er enkele plannen zijn, die we in de reguliere beleidscyclus de komende jaren zouden actualiseren. Het gaat dan om de Woonvisie, Gemeentelijk Verkeersen vervoersplan (GVVP) en het Toeristisch recreatief ontwikkelplan (TROP). Het Gemeentelijk verkeers- en vervoersplan (GVVP) moet onder de Omgevingswet als beleidsplan opgaan in het nieuwe instrumentarium4. Maar ook de ambities voor toerisme en recreatie en wonen horen thuis in de Omgevingsvisie. We kiezen ervoor om de herziening van de deze plannen integraal te laten plaatsvinden binnen de Omgevingsvisie.

Uitwerking voor het betreffende thema kan plaatsvinden via de Omgevingsprogramma’s. Belangrijk hierbij is te beseffen dat dit een nieuwe rolverdeling teweeg brengt voor college en raad. Nu stelt de raad de genoemde beleidsplannen en daarbij horende uitvoeringsprogramma’s vast. In de nieuwe situatie stelt de raad de visie, ambitie en doelen vast in de Omgevingsvisie. De gewenste sectorale uitwerking, die vooral gericht is op uitvoering, leggen we vast in Omgevingsprogramma’s. Deze stelt het college vast.

4

De planvormen Structuurvisie, Waterplan, Gemeentelijk Verkeer- en VervoerPlan, Natuurbeleidsplan en Milieubeleidsplan moeten verplicht opgaan in de Omgevingsvisie.

Nota van Uitgangspunten Omgevingsvisie

22

Uitgangspunt 10 We maken in beginsel5 geen nieuwe sectorale beleidsplannen voor de fysieke leefomgeving, maar integreren dit in het nieuwe instrumentarium van Omgevingsvisie en Omgevingsprogramma. De herziening van de Woonvisie, het TROP en het GVVP nemen we integraal mee in de Omgevingsvisie. 7.2.1. Nieuwe beleidsvrijheid voor bodem en milieu Op gebied van bodem en ondergrond en diverse milieuthema’s hebben we met de invoering van de wet meer beleidsvrijheid. We volgen in beginsel de uitgangspunten zoals het rijk deze hanteert in de bruidsschat6. Als tijdens het proces van de Omgevingsvisie blijkt dat er kansen zijn voor een meer Meppeler ambitie, willen we deze benutten. Ontwikkelingen als verstedelijking, meer menging, ruimte voor bedrijvigheid, een gezonde leefomgeving kan aan die keuze ten grondslag liggen. Uitgangspunt 11 We volgen in beginsel de uitgangspunten voor milieuaspecten zoals het rijk deze hanteert in de bruidsschat. Als tijdens het proces van de Omgevingsvisie blijkt dat er kansen zijn voor een meer Meppeler ambitie, willen we deze benutten. 7.3. Zwaluwstaarten met beleidsprocessen In de verkenningsfase is sprake geweest van het zwaluwstaarten van lopende beleidsprocessen met de Omgevingsvisie.

Daarbij kijken de trekkers van deze trajecten samen naar het afstemmen van de inhoudelijke afwegingen en naar het afstemmen van het proces (bestuurlijk en ten aanzien van participatie). Hiervoor zijn met elkaar eenvoudige werkafspraken opgesteld. In dit hoofdstuk gaan we in op de uitkomsten van het zwaluwstaarten in de verkenningsfase en blikken we vooruit. 7.3.1. Zwaluwstaarten in de verkenningsfase In de verkenningsfase was sprake van afstemming met Kwaliteitsmanifest, Erfgoedbeleid, RES Drenthe 1.0, Warmtetransitievisie en de Regionale en lokale Klimaatadaptatiestrategie. We zien op dit moment hierin een tweedeling ontstaan. Het Erfgoedbeleid, Kwaliteitsmanifest en de RES Drenthe 1.0 worden naar verwachting voor de zomer 2021 vastgesteld. Daarmee worden zij toegevoegd aan het bestaand beleid, dat input is voor de Omgevingsvisie. Uitgangspunt 12 Nieuwe vastgestelde kaders (Erfgoedbeleid, Kwaliteitsmanifest, RES 1.0 Drenthe, gebiedsvisie Stationsgebied en kaders voor het vrijkomede ziekenhuisterrein) zijn input voor de Omgevingsvisie. Zij vormen een vast vertrekpunt bij participatie in het vervolgproces. Voor de Warmtetransitievisie en de Regionale en Lokale KlimaatadaptatieStrategieën (LAS en RAS) loopt het zwaluwstaarten door.

In het proces van de Omgevingsvisie hanteren we in elk geval de ambities uit het Programmaplan Duurzaamheid, waarmee de hoofdambitie voor deze onderwerpen is geborgd in de Omgevingsvisie (zie ook bijlage 3).

5

Er kunnen redenen zijn om hiervan af te wijken, bijvoorbeeld bij regionale samenwerking waarin gezamenlijk afgewogen wordt, of wanneer een beleidsplan een noodzakelijke snelheid van inwerkingtreding vraagt.

6

Onder de Omgevingswet verhuizen veel regels van het Rijk naar gemeenten. Het Rijk zorgt er met het Invoeringsbesluit voor dat deze regels automatisch in het omgevingsplan komen. Dit heet ook wel de ‘bruidsschat’

Nota van Uitgangspunten Omgevingsvisie

23

De warmtetransitie is een complexe en ingrijpende opgave, waar gemeenten de regierol in hebben. Helderheid in onze ambitie en inzet is dan ook van belang. Er wordt tevens gewerkt aan een wetsvoorstel om de Warmtetransitievisie wettelijk te verankeren in een Omgevingsprogramma. De Omgevingsvisie moet op het thema warmtetransitie dan voldoende houvast bieden. Tegelijkertijd zien we dat de Warmtetransitievisie pas eind 2021 wordt vastgesteld en uitwerking nog plaatsvindt in Wijkuitvoeringsplannen. Uitdaging is om de ambities op hoofdlijnen voor de warmtetransitie in de loop van het proces van de Omgevingsvisie in te pluggen in de Omgevingsvisie, zodat voldoende houvast voor het vervolg ontstaat. Na vaststelling van de Warmtetransitievisie en uitwerking in Wijkuitvoeringsplannen warmte, zal in een actualisatieslag van de Omgevingsvisie dit onderwerp volledig worden geïntegreerd. Voor klimaatadaptatie zien we dat er een grote mate is van samenhang met de toekomstige ruimtelijke ontwikkeling van Meppel, waarover we in de Omgevingsvisie uitspraken doen. Aanvullend op de ambities uit het Programmaplan Duurzaamheid willen we voor dit thema in het proces voor de Omgevingsvisie knelpunten in de toekomst voorkomen en kansen voor synergie benutten. We kiezen er daarom voor om in het proces van de Omgevingsvisie de toets op klimaatrobuustheid7 mee te nemen in ruimtelijke afwegingen.

Tevens willen we de positieve kanten (kansen) verkennen van klimaatverandering voor de ontwikkeling van de Meppel. De volledige visie op klimaatadaptatie, het bepalen van concrete opgaven en de inzet van de gemeente zal, na vaststelling van de RAS en LAS, in een actualisatieslag van de Omgevingsvisie worden geïntegreerd. Uitgangspunt 13 Voor de onderwerpen warmtetransitie en klimaatadaptatie nemen we de hoofdambitie uit ons bestaand beleid op in de Omgevingsvisie. We streven naar het inpluggen van de ambities uit de Warmtetransitievisie in het proces van de Omgevingsvisie. We toetsen op klimaatrobuustheid en verkennen de kansen van klimaatverandering in de Omgevingsvisie. In een actualisatieslag van de Omgevingsvisie zullen warmtetransitie en klimaatadaptatie volledig worden geïntegreerd. 7.3.2. Zwaluwstaarten in vervolgproces Ook in het vervolgproces van het maken van de Omgevingsvisie stemmen we via het zwaluwstaarten af met relevante lopende trajecten. Voor de komende periode gaat het dan om de verstedelijkingsstrategie (in relatie tot Regio Zwolle en provincie Drenthe), de uitvoering RES 1.0, de havenontwikkeling/Oevers S en Noord IV. Het zwaluwstaarten is echter dynamisch en kan aangevuld of geslonken worden op basis van actualiteit. Ook speelt de komende tijd het implementeren van een nieuwe beheersystematiek de BSOR (Beheersystematiek Openbare Ruimte).

De ambities uit de Omgevingsvisie zijn straks ook basis voor de BSOR. Op deze wijze kan het werken via de BSOR straks bijdragen aan het bereiken van de ambities en doelen uit de Omgevingsvisie. Uitgangspunt 14 Bij het maken van de Omgevingsvisie blijven we zwaluwstaarten met lopende trajecten. Dit is een dynamisch proces.

7

Denk aan waterveiligheid voor nieuwbouw, beschermen van vitale functies en routes, voldoende verkoeling, beperken gevolgen overstroming.

Nota van Uitgangspunten Omgevingsvisie

24

8.

Centrale kwesties voor de Omgevingsvisie Meppel

Als ingrediënten voor de Omgevingsvisie hebben we in de fase Verkennen in beeld gebracht: • het Gebiedseigen verhaal, onze identiteit als bestendige onderlegger • de sectorale ambities vanuit ons bestaand beleid • de wisselwerking met lopende beleidstrajecten, zoals Erfgoedbeleid, klimaatadaptatie en de regionale energietransitie. • de toekomstperspectieven, die een beeld geven welke transities en ontwikkelingen op ons af komen Als we deze ingrediënten naast elkaar leggen, zien we mogelijke tegenstellingen en kansen ontstaan8. Bijvoorbeeld omdat een toekomstige ontwikkeling een aspect uit het gebiedseigen verhaal zou kunnen aantasten of juist versterken. Of dat diverse ontwikkelingen tegenstrijdig lijken of juist samenkomen in een bepaald gebied. Ook is in beeld gekomen op welke actuele onderwerpen we nog een ambitie hebben te bepalen. Tezamen geeft dit een beeld van belangrijke vraagstukken voor de Omgevingsvisie. Dit noemen we de centrale kwesties. Deze centrale kwesties zijn te zien als actuele vragen die we in de Omgevingsvisie moeten beantwoorden, die grote impact op de samenleving hebben en waarover we nog niet het gesprek hebben gevoerd. Over de centrale kwesties gaan we in het vervolgproces in elk geval het gesprek aan met de raad en de samenleving. Het is nadrukkelijk niet bedoeld als uitputtend lijstje van alle opgaven voor de Omgevingsvisie.

In de volgende paragrafen lichten we de centrale kwesties toe. De kwesties zijn scherp omschreven, zodat de te maken afwegingen in de omgevingsvisie helder worden gemaakt. Belangrijk is te beseffen dat de centrale kwesties en de afwegingen uiteraard met elkaar samenhangen. 8.1. Verstedelijking: hoe kunnen we groeien op Meppeler wijze? De regio kent een forse woonopgave. Daarmee samenhangend zal ook druk ontstaan op bedrijvigheid, mobiliteit en energie. In totaal noemen we dat verstedelijking. Verstedelijking en groei kunnen strijdig zijn met de gestage groei en de menselijke maat, die Meppel kenmerken. Ook kan het ten koste gaan van ons groene buitengebied, met haar agrarische functie en landschappelijke kwaliteit. Anderzijds kan groei bijdragen aan het draagvlak voor voorzieningen met een regionaal karakter en kan het in lijn liggen met het ondernemende karakter van de Meppelers en hun vermogen om zich aan te passen aan de ontwikkelingen. De kernvraag is hoe we menselijke maat van Meppel en de kwaliteit van het buitengebied kunnen bewaren, terwijl we ondernemend bijdragen aan de woonopgave en bijbehorende verstedelijking, die passen bij onze ligging op een knooppunt en onze regionale functie.

Hoe kunnen we groeien op Meppeler wijze? Blijven we een klein stadje met dorps karakter, of worden we een grote stad in Drenthe? Wat kan groei betekenen voor onze binnenstad, voorzieningen en onze dorpen? En hoe behouden we een gezond en prettig woonklimaat? Relevante afwegingen in het proces van de Omgevingsvisie zijn hoeveel we kunnen en willen groeien (bandbreedte aantal woningen), inbreiding versus uitbreiding, visie op verdichting en hoogbouw, afweging van locaties en bepalen van kwalitatieve uitgangspunten. In de Omgevingsvisie willen we het juiste kader realiseren waarbinnen we flexibel en met kwaliteit kunnen groeien. Daarbij leggen we nadrukkelijk verbinding met ons gebiedseigen verhaal, bestaande ambities en opgaven. En hebben we aandacht voor de relatie met bijvoorbeeld bereikbaarheid, energie-infrastructuur, bedrijvigheid en werkgelegenheid, gezondheid en leefbaarheid.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meppel&id=efff328b-a6e5-40e4-9636-996c458a4618