CConstaterende datMeppel
Koppel je AI →
Document · PDF

1.91.1 College - 47.1 Bijlage - Warmteplan Blankenstein

1 - RAADSVERGADERING 25 september 2025, gemeente MeppelBij agendapunt: Categorie 1: Voor kennisgeving aannemen17.432 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

De gemeente dient verder een rol te spelen in het inventariseren welke gebouwen in een bepaald gebied aangesloten willen worden, aangezien het aantal aansluitingen bepalend is voor de investeringsbeslissing in een distributienet door een warmtebedrijf.

Energiewet De Energiewet is aangenomen door de Tweede Kamer op 4 juni 2024 en treedt naar verwachting op 1 januari 2026 in werking. De Energiewet vervangt en moderniseert de huidige Gaswet en Elektriciteitswet 1998. Bestaande regels worden verhelderd en versimpeld en onnodige verschillen tussen regels voor gas en elektriciteit verdwijnen. De nieuwe regels sluiten bovendien beter aan bij het energiesysteem van de toekomst, met meer duurzame lokale energieproductie, opslag en flexibiliteit. De nieuwe Energiewet biedt meer rechten en bescherming aan onder meer huishoudens, zelfstandigen en kleine bedrijven. Bijvoorbeeld op het gebied van transparante voorwaarden en betere bescherming bij facturering van energiecontracten en een faillissement van de energieleverancier. Het wordt voor alle energieleveranciers verplicht om ook een vast (model)contract aan te bieden van minimaal één jaar. De minimale eisen voor het verkrijgen en behouden van een leveringsvergunning worden bovendien aangescherpt. 32

De wet biedt ook meer mogelijkheden om problemen met het volle elektriciteitsnet aan te pakken, bijvoorbeeld door bestaande ruimte op het net slimmer en flexibeler te kunnen gebruiken (vraagrespons; congestiemanagement) en meer mogelijkheden te bieden voor gezamenlijk gebruik van een aansluiting (cable pooling). De wet stelt daarnaast nieuwe regels voor het uitwisselen van gegevens, zodat het voor huishoudens en bedrijven eenvoudiger wordt om hun eigen data in te zien of te delen met een dienstverlener zoals een prijsvergelijker of energieverbruiksmanager. Ten slotte creëert de wet nieuwe mogelijkheden voor mensen en bedrijven om zelf actief te worden op de energiemarkt, bijvoorbeeld via energiegemeenschappen die de door leden geproduceerde elektriciteit verkopen en leveren.

Omgevingswet en mer-plicht Sinds 1 januari 2024 is de Omgevingswet van kracht. Ook het Warmteplan Blankenstein valt hieronder en moet aan de eisen van deze wet voldoen. De Omgevingswet vat verschillende wetten samen tot één wet. Dat maakt wetgeving in de openbare ruimte makkelijker en overzichtelijker. Het biedt drie instrumenten die kaders stellen voor de regels in de openbare ruimte en voor het maatschappelijke domein. Deze instrumenten zijn: •

De Omgevingsvisie;

•

Het Omgevingsprogramma;

•

Het Omgevingsplan.

In de Omgevingsvisie staan de uitgangspunten op hoofdlijnen. Het programma specificeert de kaders per thema en in het plan staan de vastgelegde regels. Het Warmteplan (in tegenstelling tot wat de naam ‘plan’ suggereert) is een ‘programma’ onder de Omgevingswet. Omdat het Warmteplan als Omgevingsprogramma onder de Omgevingswet valt, moet het aan een aantal eisen voldoen: •

Er moet aan participatie worden gedaan;

•

Het college van burgemeester en wethouders stelt het programma vast.

Soms is een programma mer-plichtig (mer staat voor milieueffectrapport). Een Warmteplan is mer-plichtig als het wettelijk of bestuursrechtelijk is voorgeschreven én het kaderstellend is voor mer-beoordelingsplichtige activiteiten. Mer-beoordelingsplichtige activiteiten staan in Bijlage V van het Omgevingsbesluit. Het gaat bijvoorbeeld om de aanleg van een warmtenet. In het Warmteplan Blankenstein staan geen mer-beoordelingsplichtige activiteiten en het is daarom niet mer-plichtig.

33

Omgevingsplan Industrie- en bedrijventerreinen gemeente Meppel De gemeente Meppel gaat de komende anderhalf jaar voor alle bedrijventerreinen in de gemeente een wijziging van het omgevingsplan voorbereiden. De ruimtelijke regels voor bedrijventerreinen worden geactualiseerd. Veel regels uit de geldende plannen voor de bedrijventerreinen zijn verouderd en aan herziening toe. De gemeente Meppel wil de regels actualiseren, met daarbij oog op het mogelijk maken van maatregelen om bedrijventerreinen te kunnen verduurzamen. Bijvoorbeeld door meer flexibiliteit te bieden aan bedrijven met het verlenen van vergunningen.

34

Bijlage 3 Gebiedsprofiel Blankenstein Dit Warmteplan is gericht op de bedrijfspanden binnen de CBS-wijk Blankenstein. De woningen die hieronder vallen, worden in dit Warmteplan buiten beschouwing gelaten. Deze woningen worden meegenomen in (de totstandkoming van) andere Warmteplannen. De tijdelijke studentenhuisvesting van College Campus Meppel wordt in dit plan beschouwd als kantoorpand, aangezien de officiële functieaanduiding van het pand ook ‘Kantoor’ is. Bedrijventerrein Blankenstein is een bedrijfsomgeving die parkachtig is ingericht. Het terrein is ruim opgezet met groen, fietspaden en waterpartijen. Het gebied is oorspronkelijk bedoeld voor de onderzoek- en ontwikkelingssector. Vanwege de beperkte belangstelling van bedrijven in deze sector is in de uitwerking gekozen voor een bredere invulling met kantoren, grootschalige detailhandel en diensten. Het gebied is goed bereikbaar, er is geen sprake van veroudering en er is weinig leegstand. Het terrein is regionaal georiënteerd en niet onderscheidend ten opzichte van andere terreinen in de regio, maar wel van vitaal belang voor het goed functioneren van de stedelijke economie van Meppel. De laatste jaren is het bedrijventerrein uitgebreid met meerdere nieuwe panden.

Tegenwoordig bestaat het bedrijventerrein uit 147 geregistreerde adressen (89.853 m2) in de Basis Administratie Gebouwen (BAG), waaronder 23 adressen met winkelfunctie (33.296 m2), 49 adressen met kantoorfunctie (29.487 m2), 67 adressen met industriële functies (11.418 m2) maar ook de College Campus Meppel. De functieaanduiding van dit pand is ‘Kantoor’ maar heeft een tijdelijke vergunning van nog vijf jaar voor tijdelijke studentenhuisvesting. Het is nog onzeker of deze tijdelijke vergunning wordt verlengd of dat het pand over vijf jaar een andere invulling krijgt. In dit Warmteplan beschouwen we daarom de College Campus als kantoorpand. Er staan met name kantoren zonder restwarmte. De panden zijn allemaal gebouwd na 1992. Dit betekent dat het isolatieniveau van de panden in de basis vrij goed is. Ongeveer de helft van de panden is gebouwd tussen 1992 en 2011. Daarnaast zijn er 72 nieuwe adressen (12.944 m2) met een bouwjaar vanaf 2021 die al aardgasvrij zijn. Deze panden behoren dan ook niet meer tot de doelgroep van het Warmteplan. We willen de pandeigenaren wel betrekken bij het proces om ervaringen te kunnen delen. Blankenstein beschikt over een divers aanbod aan bedrijvigheid: van bouwmarkten tot zorginstelling en van sportschool tot autobedrijven2. Bedrijven op het terrein ondervinden op dit moment al problemen als gevolg van netcongestie.

Zo heeft Arriva moeite met het organiseren van voldoende laadcapaciteit voor

2

Informatie komt grotendeels uit recente openbare data

het elektrisch aangedreven deel van haar wagenpark. Hieronder staan een aantal kaarten waarop bovenstaande gegevens ook afgebeeld zijn.

36

37

38

39

40

Bijlage 4 Proces totstandkoming Warmteplan Het bedrijventerrein Blankenstein in Meppel staat voor belangrijke keuzes in de energietransitie. Er moeten gezamenlijk stappen worden gezet richting een aardgasvrij en toekomstbestendig bedrijventerrein. In dit kader startte de gemeente Meppel met het opstellen van een Warmteplan. Deze procesbeschrijving laat zien hoe door middel van interviews, bijeenkomsten en gerichte communicatie waardevolle input is opgehaald bij betrokkenen. Zo is toegewerkt naar een plan dat niet alleen technisch en beleidsmatig sterk is, maar ook aansluit bij de wensen, zorgen en mogelijkheden van de ondernemers op Blankenstein.

Projecten op Blankenstein Terwijl de gemeente Meppel werkte aan het Warmteplan voor bedrijventerrein Blankenstein, startte PM Energie Regie in april 2024 in opdracht van ICC-PMM een onderzoek naar netcongestie op Blankenstein. Beide trajecten vallen onder de energietransitie en richtten zich op dezelfde doelgroep: ondernemers en pandeigenaren. Daarom zijn de contactmomenten op elkaar afgestemd om dubbele benadering en tijdsinvestering te voorkomen.

Het participatieproces Informatie ophalen De eerste stap in het participatieproces was het ophalen van informatie bij pandeigenaren door interviews met meerdere grootverbruikers. Dit moment werd tevens gebruikt om de grootverbruikers uit te nodigen voor de kick-offbijeenkomst. Bij de kleinverbruikers werd per mail informatie opgehaald. Zij werden per brief uitgenodigd voor de ontbijtbijeenkomsten. Het gaat om informatie betreft de volgende zaken: •

De verdeling pandeigenaren en huurders;

•

De mate van isolatie van de bedrijfspanden;

•

Wat er leeft op het bedrijventerrein;

•

Welke andere duurzaamheidsthema’s belangrijk zijn;

•

Met welke zaken er aan de slag gegaan moet worden om een toekomstbestendig bedrijventerrein te creëren.

Kick-off bijeenkomst Tijdens de kick-offbijeenkomst in november 2024 zijn ondernemers, pandeigenaren en andere stakeholders geïnformeerd over het Warmteplan voor bedrijventerrein Blankenstein. De gemeente Meppel lichtte toe wat het Warmteplan inhoudt, welke techniekkeuzes er 41

mogelijk zijn en hoe dit plan ondernemers ondersteunt bij hun verduurzamingsplannen. Er werd uitgelegd hoe het plan duidelijkheid biedt over de rolverdeling tussen gemeente, netbeheerders en ondernemers, en hoe het netbeheerders helpt om investeringsbesluiten te nemen. Ook kregen ondernemers inzicht in hoe het Warmteplan kan bijdragen aan individuele en collectieve stappen richting aardgasvrij ondernemen. De bijeenkomst benadrukte dat het plan ondersteunend is aan keuzes die ondernemers nú al moeten maken, en riep op om hierin gezamenlijk op te trekken. Naast informatieoverdracht bood de bijeenkomst ruimte voor dialoog. Ondernemers konden hun wensen, zorgen en ideeën delen, wat waardevolle input opleverde voor de vervolgbijeenkomsten zoals de geplande ontbijtsessies. Met een ‘motivational speaker’ werd de urgentie van het energievraagstuk onderstreept, en werden aanwezigen gemotiveerd om stappen te zetten richting verduurzaming. Ook zijn er contactgegevens verzameld om deelnemers op de hoogte te houden via de kanalen van ICC-PMM. De kick-off vormde daarmee een belangrijk startpunt voor samenwerking, betrokkenheid en afstemming in het verdere proces van het Warmteplan. Ondernemers werden voor de kick-off en de ontbijtbijeenkomsten uitgenodigd via mails verzonden vanuit ICC-PMM.

Ontbijtbijeenkomsten In het traject naar een Warmteplan voor bedrijventerrein Blankenstein zijn ondernemers op meerdere momenten betrokken via ontbijtbijeenkomsten. Deze bijeenkomsten hadden als doel om kennis te delen, input op te halen en de betrokkenheid van ondernemers bij de warmtetransitie te vergroten. De bijeenkomsten leverden waardevolle inzichten op voor de totstandkoming van het Warmteplan. Tijdens deze sessies werd onder meer gesproken over technische mogelijkheden, praktijkvoorbeelden en de financiële kant van verduurzaming. Op 30 januari 2025 werd de eerste ontbijtbijeenkomst gehouden. Voor het Warmteplan van Blankenstein werd tijdens deze bijeenkomst waardevolle input opgehaald bij ondernemers. DWA presenteerde voorbeelden van bedrijfspanden elders in Nederland die zijn verduurzaamd. De eigenaresse van MyOffice/MyHotel deelde de aanpak van de verduurzaming van haar eigen pand op Blankenstein. Daarnaast gaf PM Energie een presentatie over de kansen en uitdagingen van een toekomstbestendige energievoorziening. De aanwezigen gaven aan behoefte te hebben aan concrete voorbeelden en handvatten ter inspiratie voor hun eigen situatie. Met een aantal voorbeelden en een stappenplan hebben we hierop ingespeeld in dit Warmteplan.

In het gesprek dat daarop volgde, werd actief geïnventariseerd waar de behoeften van de ondernemers liggen en welke vragen er zijn vanuit de ondernemers. De deelnemers deden mee aan twee interactieve onderdelen: een verdeling van een fictief investeringsbudget van €100.000 en een Mentimeter-vraag over de rol van de gemeente. De investeringen gingen vooral naar zonnepanelen, vergroening van het pand en isolatie. De gemeente zou volgens 42

de ondernemers vooral moeten faciliteren, stimuleren en de uitvoering van wet- en regelgeving ondersteunen. De inzichten en informatie uit deze dialoog zijn meegenomen in de verdere uitwerking van het Warmteplan en vertaald naar vervolgacties in de uitvoeringsagenda. Elektrificatie lijkt de meest logische route, maar door netcongestie zijn sommige stappen pas op langere termijn mogelijk. In een volgende ontbijtbijeenkomst werd daarom besproken wat nu al kan, en wat afhankelijk is van netverzwaring. De tweede ontbijtbijeenkomst vond plaats op 6 maart 2025 en stond voornamelijk in het teken van het onderzoek naar netcongestie dat wordt uitgevoerd door PM Energie Regie in opdracht van ICC-PMM. Netcongestie is een groeiend probleem waar elke ondernemer op Blankenstein nu of in de nabije toekomst mee te maken krijgt. Dit vraagstuk is van grote invloed op de warmtetransitie, omdat volledig elektrische oplossingen op dit moment het meest kansrijk lijken voor het aardgasvrij maken van het bedrijventerrein. Dit betekent dat er voldoende ruimte moet zijn op het elektriciteitsnet om te kunnen voldoen aan de energiebehoefte van vandaag en morgen. Tijdens de ontbijtbijeenkomst presenteerde PM Energie Regie de eerste resultaten van hun onderzoek en werd met ondernemers gesproken over de implicaties voor hun bedrijfsvoering.

Ook kwamen mogelijke oplossingsrichtingen aan bod, zoals energiemanagementsystemen en collectieve netoplossingen. Het was waardevol om samen stil te staan bij de uitdagingen én kansen rondom dit thema. De eerlijke verhalen van sprekers en ondernemers boden niet alleen inzicht, maar gaven ook richting aan mogelijke oplossingen. Daarnaast was het hoopvol om te zien hoe actief onderlinge verbinding werd gezocht. De bijeenkomst bood ruimte voor vragen en discussies, waardoor zorgen en behoeften rondom netcapaciteit helder in beeld kwamen. Deze input vormde een belangrijke bouwsteen voor het Warmteplan. Op 17 april 2025 vond de derde bijeenkomst plaats. Deze bijeenkomst stond in het teken van de financiële kant van de warmtetransitie op Blankenstein en leverde daarmee belangrijke input voor het hoofdstuk ‘betaalbaarheid’ van dit Warmteplan. Na eerdere sessies over technische oplossingen en netcongestie richtte deze bijeenkomst zich op de vraag: hoe maken we verduurzaming betaalbaar voor ondernemers? Experts van Energiefonds Drenthe, Ik Ben Drents Ondernemer (IBDO), Rabobank en Tamek Accountants gaven inzicht in subsidies, financieringsmogelijkheden en fiscale voordelen rondom verduurzaming. Tijdens het netwerkmoment deelden ondernemers hun vragen, zorgen en ervaringen, die vervolgens zijn verzameld om in het Warmteplan te verwerken.

Presentatie Warmteplan aan ondernemers en pandeigenaren De laatste bijeenkomst was op 3 juli 2025, waarbij het Warmteplan werd gepresenteerd aan de betrokken ondernemers en pandeigenaren. Deze bijeenkomst was tevens een ontbijtbijeenkomst. 43

Communicatie Ondernemers en pandeigenaren werden regelmatig via de mail op de hoogte gehouden van de voortgang van het proces. Op deze manier bleven ondernemers en pandeigenaren nauw betrokken en konden zij tijdig inspelen op nieuwe informatie of mogelijkheden. Ook werden ondernemers en pandeigenaren via de mail uitgenodigd voor de ontbijtbijeenkomsten.

Inspraakprocedure ontwerp-Warmteplan Het ontwerp-Warmteplan lag zes weken ter inzage. Iedereen heeft de gelegenheid gekregen om formeel te reageren op het ontwerp-Warmteplan. Dat kon met het indienen van een zienswijze. Tijdens deze periode zijn geen zienswijzen ingediend. Er zijn eveneens geen ambtshalve reacties ingediend.

44

Bijlage 5 Wet- en regelgeving energie en bedrijven Iedereen kan op Wetchecker energiebesparing de eigen bedrijfsgegevens invullen om te zien aan welke wetgeving moet worden voldaan. In deze bijlage wordt de belangrijkste weten regelgeving voor de warmte- en energietransitie toegelicht.

Energiebesparingsplicht De energiebesparingsplicht houdt in dat een bedrijf verplicht is alle energiebesparende maatregelen met een terugverdientijd van vijf jaar of minder uit te voeren. U voldoet aan deze plicht door alle, voor het bedrijf relevante, erkende maatregelen van de Erkende Maatregelenlijst (EML) uit te voeren. Op de EML staan maatregelen die wettelijk zijn vastgelegd en die voor de meeste locaties een terugverdientijd van vijf jaar of minder hebben. De EML is in bijlage VII en bijlage XIV van de Omgevingsregeling opgenomen. Op deze lijst staan waarschijnlijk niet alle energiebesparende maatregelen die voor een bedrijfsspecifieke situatie met deze terugverdientijd uit te voeren zijn. De overheid vindt de EML voldoende om te voldoen aan de energiebesparingsplicht. Voor elke toepasselijke erkende maatregel die u niet uitvoert, moet u een gelijkwaardige of betere alternatieve maatregel uitvoeren. Met de alternatieve maatregel moet u net zo veel of meer energie besparen dan de erkende maatregel. Heeft u toch niet alle toepasselijke erkende maatregelen of een minimaal gelijkwaardig alternatief hiervoor uitgevoerd, en gaat u dit ook niet doen? Dan moet u alsnog alle energiebesparende maatregelen, die voor uw specifieke situatie een terugverdientijd hebben van 5 jaar of minder, uitvoeren.

Verplicht energielabel C voor kantoorpanden Bij verkoop, verhuur of oplevering van utiliteitsgebouwen is een energielabel verplicht. Sinds 2023 is elk kantoor in Nederland groter dan 100 m2 verplicht om met een maximumwaarde voor primair fossiel energiegebruik van 225 kWh per m² per jaar hebben (minimaal energielabel C te hebben). Voldoet het gebouw niet aan de eisen, dan mag het niet meer als kantoor gebruikt worden. Gemeenten en omgevingsdiensten handhaven op deze verplichting. Voldoet het gebouw niet aan de eisen? Dan mag u het niet meer als kantoor gebruiken. Deze verplichting staat in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Om een energielabel te krijgen, schakelt u een energieadviseur in. Deze berekent hoe energiezuinig het pand is. De adviseur kan u ook helpen met een verduurzamingsplan op maat. Nagenoeg alle panden in Blankenstein voldoen aan deze eis.

45

Energieprestatie-eisen voor utiliteit De Nederlandse wet- en regelgeving over de energieprestatie van gebouwen is gebaseerd op de Europese Energy Performance of Buildings Directive (EPBD). Deze regelgeving bepaalt op Europees niveau de minimumeisen voor de energieprestatie van gebouwen. Dit geldt op dit moment voor nieuwbouw van woningen. Voor alle nieuwbouw, zowel woningen als andere gebouwen, moeten de vergunningaanvragen sinds 1 januari 2021 voldoen aan de eisen voor Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG). Met de inwerkingtreding van de EPBD IV gelden vanaf 2030 ook nieuwe eisen voor alle andere nieuwe gebouwen zoals winkels, kantoren, scholen en zorginstellingen. Gebouwen moeten dan emissievrij zijn, met een lage energievraag. Dit is dan een verplicht onderdeel bij de aanvraag van de bouwvergunning. Deze eisen stimuleren het verminderen van het energieverbruik van gebouwen.

Implementatie in het Nederlands recht De EPBD is Europese richtlijn, die daarom nog geïmplementeerd moet worden in het nationaal recht. Op dit moment is de EPBD III verwerkt in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). De EPBD IV komt eraan. Deze treedt in 2026 in werking, maar de implementatie kan nog even duren. Implementatie vindt naar verwachting grotendeels in het Bbl plaats. Na het vaststellen van de richtlijn door het Europese parlement heeft een lidstaat 2 jaar de tijd om te implementeren. Publicatie van de consultatieteksten voor de implementatie worden het tweede kwartaal van 2025 verwacht. Dan is er een indruk van de wijze van implementatie mogelijk. Deze consultatieteksten kunnen nog wel worden aangepast naar aanleiding van de reactie van de markt.

EPBD III en aanstaande eisen De volgende versie van de richtlijn, EPBD IV, staat op het punt te worden ingevoerd. Deze nieuwe versie zal nog strengere eisen bevatten om de energieprestatie van gebouwen verder te verbeteren. Hieronder volgen een aantal punten uit de EPBD IV.

Energielabels worden herzien Nederland moet uiterlijk eind 2029 de indeling van energielabels herzien. A-labels met een plus zullen verdwijnen, en de nieuwe indeling zal lopen van G tot en met A0. Het A0-label staat daarbij voor emissievrij.

Uitbreiding plicht energielabels Vanaf juli 2026 moeten gebouwen een energielabel hebben wanneer de gebouwen: 1. 2. 3. 4.

worden gebouwd; een ingrijpende renovatie hebben ondergaan; worden verkocht; aan een nieuwe huurder verhuurd of worden; 46

5. een verlenging van het huurcontract krijgen. Vanaf 2030 gelden nieuwe eisen voor bestaande utiliteitsgebouwen met als doel het verminderen van gebouwgebonden energieverbruik. Deze maatregelen moeten “haalbaar, betaalbaar en uitvoerbaar” zijn voor gebouweigenaren. De Nederlandse overheid geeft mogelijk nog invulling aan wat deze termen inhouden. Er zijn uitzonderingen opgenomen voor: •

Gebouwen met onevenredige investeringskosten;

•

Gebouwen die op korte termijn gesloopt of verbouwd worden tot woningen;

•

Defensiegebouwen en gebedshuizen.

Zero Emission Buildings (ZEB) Er komt een nieuwe norm voor de energieprestatie bij nieuwbouw: emissievrij. Dit wordt ook ZEB genoemd. Het is de nieuwe versie van BENG. De eisen wanneer een gebouw precies ZEB is, moeten nog worden uitgewerkt in het Bbl. Naar verwachting wordt de energieprestatie-eis voor nieuwbouw minimaal 10% strenger dan de huidige BENG-eis. Na inwerkingtreding van de EPBD IV en de implementatie daarvan in het Bbl geldt dat per 1 januari 2030 alle nieuwe gebouwen emissievrij moeten zijn.

Verschillen pandeigenaren en huurders Pandeigenaren en huurders zijn beiden verplicht om inspanning te verrichten om energie te besparen. In hoeverre de pandeigenaar of de huurder verantwoordelijk is om verduurzamingsmaatregelen te treffen, is afhankelijk van de inhoud van de huurovereenkomst. Degene die als ‘drijver’ van de inrichting wordt aangemerkt is degene die verantwoordelijk is om maatregelen te treffen en moet rapporteren. In de meeste gevallen zal de verhuurder alleen verplicht zijn om de spouwmuur te isoleren. De meeste andere maatregelen uit de EML behoren niet tot de casco en zijn dus de verantwoordelijkheid van de huurder. De huurder is daarmee drijver en verantwoordelijk voor het nemen van energiebesparende maatregelen. In traditionele huurcontracten is de gebouweigenaar verantwoordelijk voor onderhoud en investeringen aan het gebouw en de gebouwinstallaties, zoals het isoleren van de spouwmuur. Dit betekent dat het installeren van duurzamere installaties, zoals een warmtepomp of zonnepanelen, voor rekening van de eigenaar komen. De huurder betaalt de energierekening. In het geval van de warmtepomp of zonnepanelen, heeft de huurder hier het voordeel van in de vorm van een lagere energierekening.

Omdat gebouweigenaren momenteel geen (financieel) voordeel halen uit het verduurzamen van hun panden, zijn zij minder geneigd deze maatregelen daadwerkelijk door te voeren. Dan is sprake van een

47

zogenoemde ‘split incentive’. Door goede samenwerking en afspraken tussen pandeigenaar en huurder is het wel mogelijk om de investeringskosten gelijk te verdelen.

Overige wet- en regelgeving Naast bovenstaande wet- en regelgeving die direct over de warmte- en energietransitie gaan, zijn er nog een aantal wetten en regels die indirect te maken hebben met het verduurzamen van de bedrijven en bedrijfspanden. Deze worden hieronder toegelicht

Europese Regelgeving Taxonomieverordening De Taxonomieverordening, oftewel EU Taxonomie, is een verordening met daarin een classificatiesysteem dat bedrijven helpt te bepalen welke economische activiteiten duurzaam zijn. Het is bedoeld om investeringen in duurzame projecten en activiteiten te bevorderen en transparantie te bieden aan beleggers. De Taxonomieverordening is van toepassing op financiële marktdeelnemers.

CSRD De Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD) is een Europese richtlijn die bedrijven verplicht om te rapporteren over hun duurzaamheidsprestaties. De rapportageverplichtingen gelden straks waarschijnlijk alleen voor grote ondernemingen met: •

Meer dan 1000 werknemers;

•

Omzet van EUR >50 miljoen;

•

Balanstotaal van EUR >25 miljoen.

Bedrijven die niet onder het toepassingsbereik vallen mogen vrijwillig rapporteren op basis van de normen voor het mkb: de “voluntary standard for non-listed micro-, small- and medium-sized undertakings (VSME)”. De CSRD schrijft voor dat bedrijven gedetailleerde informatie verstrekken over hun milieu-, sociale en governanceprestaties (ESG). Dit omvat onder andere gegevens over energieverbruik, CO2-uitstoot, watergebruik, afvalbeheer, arbeidsomstandigheden en diversiteit. Het doel van de CSRD is om de duurzaamheidsprestaties van bedrijven te verbeteren, beleggers beter te informeren en bij te dragen aan de bredere klimaatdoelen van de EU.

48

Nationale Regelgeving Besluit bouwwerken leefomgeving Het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) stelt eisen aan de verduurzaming van gebouwen en heeft als doel het verbeteren van de energieprestatie en milieuprestaties van gebouwen in Nederland. Bedrijven moeten voldoen aan verschillende voorschriften om hun gebouwen duurzamer te maken. Een belangrijke eis binnen het Bbl is de verplichting voor kantoorgebouwen om minimaal energielabel C te behalen (zie pagina 46).

GACS Een Gebouwautomatiserings- en Controlesysteem is naast wettelijk verplicht voor bedrijven en instellingen ook essentieel voor bedrijven en instellingen die streven naar veilige en efficiënte exploitatie van gebouwen. GACS omvat een reeks technologieën die worden gebruikt om gebouwen efficiënter te beheren en te bedienen. Een GACS bestaat uit verschillende subsystemen, zoals energiemanagement, HVAC (verwarming, ventilatie en airconditioning), verlichting, beveiliging en toegangscontrole. GACS vindt zijn oorsprong in de EPBD III (Energy Performance of Buildings Directive). De eisen van de EPBD III zijn omgezet in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Het Bbl bepaalt dat nieuwe en bestaande bouwwerken met een verwarmingssysteem met een nominaal vermogen van meer dan 290 kW voor 1 januari 2026 een GACS moet hebben (art. 3.145 Bbl en art. 4.160c Bbl). Er geldt hier een uitzondering voor bouwwerken met een woonfunctie.

Scope 14 Een ander belangrijk onderdeel van het Bbl betreft scope 14, wat zich richt op de directe en indirecte emissies van broeikasgassen die voortvloeien uit de activiteiten van een gebouw. Scope 14 is een vierjaarlijkse keuring van verwarmingssystemen van meer dan 70 kW. Scope 14 hoeft niet te worden uitgevoerd als het gebouw een GACS bevat. De EPBD IV bevat een verplichting voor GACS vanaf 2025 bij meer dan 290 kW en vanaf 2030 bij meer dan 70 kW. Scope 14 zal hiermee langzaam worden uitgefaseerd.

Besluit activiteiten leefomgeving Het Besluit activiteiten bevat algemene regels voor activiteiten in de fysieke leefomgeving. Hieronder valt onder andere de Energiebesparingsplicht.

EED Audit De EED-audit is een verplichte energie-audit voor grote bedrijven in Europa. De verplichting vloeit voort uit de Europese Energie-Efficiëntie Richtlijn (EED). De EED is geïmplementeerd in het Besluit activiteiten leefomgeving. Het doel van de audit is om het energieverbruik te meten en inzicht te krijgen in besparingsmogelijkheden.

49

De EED-audit is verplicht voor bedrijven met meer dan 250 werknemers, of een jaaromzet van meer dan € 50 miljoen en een jaarlijks balanstotaal van meer dan € 43 miljoen. De audit moet elke vier jaar worden uitgevoerd. De audit levert een rapport op dat alle energiestromen en besparingsmogelijkheden in kaart brengt. Het rapport moet bij het bevoegd gezag worden ingediend. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) is in Nederland verantwoordelijk voor de controle van de EED-auditplicht.

50

Bijlage 6 Verduurzamingsmaatregelen op gebouwniveau In Hoofdstuk 3 staat een lijst met mogelijk interessante maatregelen op gebouwniveau. In deze bijlage worden de maatregelen verder toegelicht. In een tabel wordt per maatregel de verwachte energiebesparing, de terugverdientijden, CO2-reductie en de kosten per m2 uitgewerkt. LED-verlichting (EML-code GA2) Dit betreft de vervanging van traditionele TL- of halogeenverlichting door energiezuinige LED-lampen. De aanpassing reduceert het stroomverbruik tot 70% door een lager wattage (bijvoorbeeld van 15 W/m² naar 5 W/m²). Dit leidt tot directe besparing op elektriciteit en lagere onderhoudskosten vanwege een langere levensduur. Het comfort verbetert door instelbare lichtkleuren (warmwit tot daglicht) en dimmogelijkheden. Aandachtspunten: zorg voor een goed lichtplan om verblinding te voorkomen en kies voor hoogwaardige drivers om ‘flicker’ te minimaliseren. Combineer met bewegingssensoren voor maximale efficiëntie. Bewegingssensoren verlichting (EML-code GA3) Dit betreft de installatie van aanwezigheidsdetectie in weinig gebruikte ruimtes, zoals toiletten en magazijnen. De sensoren schakelen verlichting automatisch uit bij afwezigheid, wat een extra besparing tot 30% oplevert naast LED. Het comfort blijft gelijk, maar gebruikers moeten wennen aan de automatische bediening.

Aandachtspunten: stel de tijdvertraging correct in (bijvoorbeeld 5 tot 10 minuten) om irritatie te voorkomen en kies voor sensoren met daglichtafhankelijke regeling. Energiebeheersysteem (EBS, EML-code GA1) Dit betreft de implementatie van een monitoringssysteem dat realtime inzicht geeft in energieverbruik. Het systeem identificeert verspilling en stuurt apparaten aan op basis van bezetting en weersvoorspellingen. Dit reduceert het verbruik met 5 tot 10% door slimmere regelsystemen. Het comfort verbetert door de automatische aanpassing van klimaat en verlichting. Aandachtspunten: integreer het EBS met bestaande gebouwbeheersystemen en train personeel in data-analyse.

51

HR++-glas (EML-code GB2) Dit betreft de vervanging van enkel of standaard dubbel glas door HR++-glas met low-E coating en argonvulling. De U-waarde daalt van 5,8 naar 1,2 W/m²K, wat warmteverlies via ramen halveert. Dit vermindert tocht en kouval bij ramen, waardoor het binnenklimaat aangenamer wordt. Aandachtspunten: kies voor zonwerend glas op zuidgevels om oververhitting te voorkomen en zorg voor luchtdichte montage om koudebruggen te elimineren. Triple glas (EML-code GB3) Dit betreft drie glaslagen met twee coatings en kryptongasvulling, resulterend in een Uwaarde van 0,7 W/m²K. Dit minimaliseert warmteverlies en reduceert geluidsoverlast tot 40 dB. Het comfort stijgt door een gelijkmatige temperatuurverdeling. Aandachtspunten: het gewicht (20 tot 30 kg/m²) vereist versterkte kozijnen en de lagere zonnewarmte-instraling (g-waarde 0,5) kan extra verwarming in de winter vragen. Isolatie van de schil Omdat de gebouwen op Blankenstein relatief recent zijn gebouwd zullen deze maatregelen waarschijnlijk niet nodig / verplicht zijn. Gevelisolatie (EML-code GB1) Dit betreft het na-isoleren van bestaande gevels met PIR-platen (Rc=3,5 m²K/W), waardoor het warmteverlies met 80% daalt. Dit vermindert verwarmingskosten en voorkomt koude muren. Het comfort verbetert door hogere oppervlaktetemperaturen.

Aandachtspunten: vochtregulatie in de spouw is essentieel om schimmel te voorkomen, en esthetische aanpassingen zijn nodig bij buitengevelisolatie. Spouwmuurisolatie (EML-code GB1) Dit betreft het inblazen van isolatiemateriaal (glaswol of PUR) in niet-geïsoleerde spouwmuren (Rc=2,5 m²K/W). Dit vermindert warmtelekken en tochtklachten. Aandachtspunten: laat vooraf een vochtmeting uitvoeren en kies voor duurzame materialen met een lange levensduur. Dakisolatie (EML-code GB1) Dit betreft het aanbrengen van 180 mm PIR-platen (Rc=6,0 m²K/W) onder de dakbedekking. Dit elimineert warmteverlies via het dak en voorkomt oververhitting in de zomer. 52

Aandachtspunten: combineer met dampremmende folie en zorg voor voldoende ventilatie in de dakconstructie. Vloerisolatie (EML-code GB1) Dit betreft het isoleren van de begane grondvloer met PIR-platen (Rc=3,5 m²K/W). Dit vermindert voelbare koude vanaf de vloer en bespaart 10% op verwarmingskosten. Aandachtspunten: let op de aansluiting met gevelisolatie om koudebruggen te voorkomen. Ruimteventilatie Pas een klokregeling toe op het ventilatiesysteem en/of vervang ventilatoren van klasse IE1 door ventilatoren van klasse IE4 of hoger. Ventilatie met warmteterugwinning (EML-code GA4) Dit betreft de installatie van balansventilatie met 90% warmteterugwinning. Dit reduceert ventilatieverliezen en verbetert de luchtkwaliteit (CO₂ < 800 ppm). Aandachtspunten: reinig de kanalen jaarlijks en installeer een bypass voor vorstbeveiliging. Radiatorfolie Dit betreft het plaatsen van reflecterende folie achter radiatoren op buitenmuren. Dit verhoogt de effectiviteit van radiatoren en bespaart 5% op gasverbruik. Aandachtspunten: gebruik folie met een geïntegreerde isolatielaag en dek de volledige muur af. Zonnepanelen (EML-code GA6) Dit betreft de installatie van 150 Wp/m² panelen met een opbrengst van 130 kWh/m²/jaar. Dit verlaagt de netafhankelijkheid en energiekosten. Aandachtspunten: optimaliseer de hellingshoek (35°) en voorkom schaduwval met optimizers.

Warmtepomp (lucht-water, EML-code GD2) Dit betreft de vervanging van gasketels door een lucht/water-warmtepomp (SCOP=3). Dit elimineert gasverbruik en reduceert de CO₂-uitstoot met 185 kg/m²/jaar. Aandachtspunten: dimensioneer correct om oververhitting in de zomer te voorkomen en combineer met LT-afgiftesystemen.

53

Warmtepomp met WKO Dit betreft een bodemgekoppelde warmtepomp (SCOP=5) met laagtemperatuurverwarming. Dit verhoogt het rendement maar vereist boringen tot 150 meter. Aandachtspunten: vergunningen en grondonderzoek zijn verplicht, en de investering is hoog. Batterij Dit betreft de opslag van zonnestroom in Li-ion batterijen (10 kWh/m²). Dit verhoogt de zelfconsumptie maar heeft een lange terugverdientijd. Aandachtspunten: koppel de batterij aan een energiemanagementsysteem voor optimalisatie. Buitenzonwering (EML-code GA5) Dit betreft automatische screens die zonnewarmte buiten houden. Dit reduceert de koellast met 8 kWh/m²/jaar en verbetert visueel comfort. Aandachtspunten: kies voor zonlichtafhankelijke regeling en onderhoud de motoren jaarlijks. Servervirtualisatie (EML-code FG1) Dit betreft de consolidatie van fysieke servers naar virtuele machines. Dit reduceert stroomverbruik en koelbehoefte. Aandachtspunten: zorg voor redundante stroomvoorziening en regelmatige updates. Vrije koeling serverruimte (EML-code FG2) Dit betreft natuurlijke luchtkoeling bij buitentemperaturen <18°C. Dit bespaart 20 kWh/m²/jaar aan koelenergie. Aandachtspunten: installeer filters tegen stof en monitor de luchtvochtigheid. Koudebruggen eliminatie (EML-code GB1) Dit betreft de isolatie van bouwkundige details (bv. lateien, dakranden). Dit voorkomt lokale warmtelekken en vochtproblemen.

Aandachtspunten: gebruik luchtdichte tapes en purschuim voor afdichting. Slimme klimaatsystemen (EML-code GA1) Dit betreft de automatische regeling van klimaat op basis van bezetting en weersvoorspellingen. Dit optimaliseert energiegebruik en comfort. 54

Aandachtspunten: integreer met bestaande BMS-systemen en test regelmatig algoritmes. Zonneboiler Een zonneboiler vervangt een conventionele (gasgestookte of elektrische) boiler door een systeem met zonnecollectoren en een voorraadvat. De collectoren zetten zonlicht om in warmte, die wordt opgeslagen in een geïsoleerd vat (80-300 liter). Bij onvoldoende zon wordt naverwarmd via een HR-ketel, elektrische boiler of warmtepomp. Dit reduceert bij gasboiler of ketel het gasverbruik met 50 tot 70% voor warm water, afhankelijk van isolatie en collectoroppervlak (standaard: 3-5 m² per 100 liter). Combineer met buffervaten of nachtstroom voor optimalisatie. Aandachtspunten: vorstbeveiliging met glycolmengsels, en onderhoudscontracten voor pomp en leidingen. Niet-EML, maar wel ISDE-subsidieerbaar.

55

Maatregel

EML

Uitgangspunt

Nieuwe waarde

Kosten/m²

Moment

Besparing/m²/jaar

Terugverdientijd

CO₂reductie/m²/jaar

Subsidie

LED-verlichting

✔️

TL/halogeen (15 W/m²)

LED (5 W/m²)

€15

Natuurlijk (vervanging)

15 kWh

2-3 jaar

5,25 kg

EIA (40%)

Bewegingssensoren verlichting

✔️

Handmatige schakeling

Automatische regeling

€4

Willekeurig (installatie)

6 kWh

<2 jaar

2,1 kg

EIA (40%)

Energiebeheersysteem (EBS)

✔️

Geen monitoring

Realtime monitoring

€2

Willekeurig (installatie)

3 kWh

<1 jaar

1,05 kg

EIA (40%)

HR++ glas

✔️

Enkel glas (U=5,8 W/m²K)

HR++ glas (U=1,2 W/m²K)

€60

Gekozen (renovatie)

18 m³ gas

4-5 jaar

34 kg

EIA (40%)

Triple glas

✔️

Enkel glas (U=5,8 W/m²K)

Triple glas (U=0,7 W/m²K)

€100

Gekozen (renovatie)

22 m³ gas

6-8 jaar

42 kg

EIA (40%)

Gevelisolatie

✔️

Rc=0,4 m²K/W (ongeïsoleerd)

Rc=3,5 m²K/W

€40

Gekozen (renovatie)

20 kWh

4-6 jaar

7 kg

EIA (40%)

Spouwmuurisolatie

✔️

Ongeïsoleerde spouw (Rc=0,4 m²K/W)

Rc=2,5 m²K/W

€25

Gekozen (renovatie)

15 kWh

3-5 jaar

5,25 kg

EIA (40%)

Dakisolatie

✔️

Rc=0,5 m²K/W (ongeïsoleerd)

Rc=6,0 m²K/W

€25

Natuurlijk (onderhoud)

15 kWh

3-5 jaar

5,25 kg

EIA (40%)

Vloerisolatie

✔️

Rc=0,5 m²K/W (ongeïsoleerd)

Rc=3,5 m²K/W

€30

Gekozen (renovatie)

10 kWh

4-6 jaar

3,5 kg

EIA (40%)

Ventilatie met WTW

✔️

Mechanisch zonder WTW (rendement 0%)

WTW 90% rendement

€35

Gekozen (renovatie)

18 kWh

5-7 jaar

6,3 kg

EIA (40%)

Radiatorfolie

❌

Geen folie

Folie achter radiatoren

€2

Willekeurig (plaatsing)

4 m³ gas

<1 jaar

7,6 kg

Geen

Zonnepanelen

✔️

Geen PV-panelen

150 Wp/m² (850 vollasturen)

€150

Natuurlijk (dakonderhoud)

130 kWh

8-10 jaar

45,5 kg

SDE++ (vanaf 15 kW piek)

Warmtepomp (luchtwater)

✔️

Gasketel (rendement 90%)

Lucht-water (SCOP=3)

€20

Gekozen (verduurzaming)

117 kWh gas + 43 kWh

6-8 jaar

185 kg*

EIA + ISDE

Warmtepomp met WKO

❌

Gasketel

WKO + LT-afgifte (SCOP=5)

€50

Gekozen (verduurzaming)

150 kWh gas + 30 kWh

8-12 jaar

280 kg*

ISDE

Batterij (10 kWh/m²)

❌

Geen opslag

Li-ion batterij

€200

Willekeurig (installatie)

30 kWh**

10-15 jaar

10,5 kg**

SDE++

Buitenzonwering

✔️

Geen zonwering

Automatische schermen

€30

Gekozen (renovatie)

8 kWh

4-6 jaar

2,8 kg

EIA (40%)

Maatregel

EML

Uitgangspunt

Nieuwe waarde

Kosten/m²

Moment

Besparing/m²/jaar

Terugverdientijd

CO₂reductie/m²/jaar

Subsidie

Servervirtualisatie (FG1)

✔️

Fysieke servers

Virtuele servers

€5***

Natuurlijk (upgrade)

50 kWh***

<3 jaar

17,5 kg***

Geen

Vrije koeling serverruimte (FG2)

✔️

Mechanische koeling

Natuurlijke luchtkoeling

€10

Gekozen (aanpassing)

20 kWh

2-4 jaar

7 kg

EIA (40%)

Koudebruggen eliminatie

✔️

Onbehandelde koudebruggen

Geïsoleerde aansluitingen

€10

Gekozen (onderhoud)

5 kWh

2-4 jaar

1,75 kg

Geen

Slimme klimaatsystemen

✔️

Handmatige regeling

Automatische optimalisatie

€5

Natuurlijk (upgrade)

10 kWh

<1 jaar

3,5 kg

EIA (40%)

Zonneboiler

GD3*

Elektrische boiler (rendement 95%)

Zonneboiler + naverwarming

Gekozen (verduurzaming)

50 m³ gas + 100 kWh

6-10 jaar

105 kg

ISDE (max. €1.700)

€40

Toelichting • Maatregelen zonder EML-code zijn niet opgenomen in de officiële lijst vanwege langere terugverdientijd of beperkte toepasbaarheid (zoals batterijen, warmtepomp met WKO); • Kosten en besparingen zijn indicatief, gebaseerd op gemiddelde marktprijzen en energieprijzen 2025 (€0,25/kWh elektriciteit, €1,45/m³ gas); • Subsidies zoals EIA (40% investeringsaftrek) en ISDE zijn meegenomen waar van toepassing; •

CO₂-reductie is berekend met emissiefactoren: 0,35 kg CO₂/kWh elektriciteit, 1,89 kg CO₂/m³ gas.

57

Bijlage 7 Informatie over warmtepompen In deze bijlage worden verschillende type warmtepompen uitgelicht. Aanvullend wordt in deze bijlage ook een toelichting gegeven op enkele oplossingen voor een deel van het pand. Deze bijlage geeft onder andere inzicht in de werking van de techniek en de impact op het bedrijfspand en de openbare ruimte.

Hybride warmtepomp Een hybride warmtepomp is een combinatie van een elektrische warmtepomp en een hrketel op aardgas. De warmtepomp haalt warmte uit de buitenlucht en gebruikt deze om het huis te verwarmen. De hr-ketel springt bij als het buiten te koud is om te verwarmen of voor warm tapwater. Zo blijft het huis altijd comfortabel warm. Een hybride warmtepomp is meestal een luchtwarmtepomp die de warmte uit de lucht haalt. Door een hybride warmtepomp verbruikt de hr-ketel minder gas, omdat de warmtepomp een groot deel van de tijd de verwarming verzorgt. Bij een goed geïsoleerd bedrijfspand kan een hybride warmtepomp tot 70% van het gasverbruik besparen. Wel ga je meer elektriciteit gebruiken.

Figuur 5: Hybride opstelling (niet aardgasvrij)

Impact pand Voor een warmtepomp is binnen extra ruimte nodig. Maar wanneer bij een hybride variant de hr-ketel gebruikt blijft worden voor de verwarming van tapwater, is deze extra ruimte beperkt.

De hybride warmtepomp kan zowel met als zonder buitenunit (monobloc) worden geplaatst. Voor een hybride warmtepomp met buitenunit geldt hetzelfde als wat beschreven staat bij de luchtwarmtepomp. Onderstaande tabel laat zien wat de maten binnen en buiten kunnen zijn. De exacte maten van de onderdelen zijn afhankelijk van het merk en het type warmtepomp. Systeem

Grootte

Buitenunit

1,0 x 2,0 x 1,0 meter (lxbxh)

Binnenunit

1,0 x 0,6 x 0,4 meter (lxbxh)

Buffervat

diameter 0,6 - 0,7 meter en hoogte 0,7 meter

De hybride warmtepomp is een goede tussenoplossing voor panden die nog niet geschikt zijn voor een volledig elektrische warmtepomp. Zeker wanneer hierbij gelijk een ‘aardgasvrijgereed’ variant met een hoog vermogen wordt gekozen. Deze kan ook worden geïnstalleerd als een pand niet voldoet aan de hoogste isolatiewaarden of als het pand geen verwarmingssysteem heeft voor lage temperatuurverwarming. Het pand moet wel redelijk geïsoleerd zijn. Energielabel D is daardoor voldoende.

Impact openbare ruimte Het plaatsen van de buitenunit van een warmtepomp kan zorgen voor ‘verrommeling’ van de openbare ruimte. Daarnaast kan het geluid van de warmtepomp storend zijn. Het geluid wordt veroorzaakt door de compressor en de ventilator in de buitenunit, die draaien om het pand van warmte of warm tapwater te voorzien. Om problemen door geluidsoverlast van warmtepompen te voorkomen, stelt de overheid eisen aan het toegestane geluidsniveau van warmtepompen. Per 1 april 2021 zijn er nieuwe eisen gesteld aan het maximale geluid dat aangrenzende gebouwen mogen ervaren van een warmtepomp. De regels gelden alleen voor nieuw te plaatsen installaties. Ze zijn bedoeld ter bescherming van panden op aangrenzende percelen en op hetzelfde perceel. Voor panden op aangrenzende percelen is de norm op de perceelgrens 40 dB (overdag 45 dB). Voor panden op hetzelfde perceel is de norm ook 40 dB. In dat geval niet op de perceelgrens, maar op de plaats van een te openen raam of deur van het pand op datzelfde perceel. Kijk voor verdere toelichting op de website van Rijkswaterstaat (Kenniscentrum InfoMil). Ondanks de normen wordt soms overlast ervaren door de warmtepomp. Om de geluidsoverlast te beperken, is het belangrijk om de plaats van de warmtepomp in overleg met de buren te bepalen. Waar de warmtepomp komt, heeft namelijk veel invloed op de hoeveelheid geluidsoverlast.

Houd daarom bij het plaatsen rekening met de weerkaatsing en versterking van het geluid: liever niet in een smalle doorgang tussen twee muren (zoals een steeg) of in een hoek. Let bij het plaatsen ook op de uitblaasrichting van de warmtepomp. 59

Een geluidskap helpt om de geluidsdruk van de warmtepomp tot ongeveer 10 dB(A) te verlagen.

Mate van CO2-besparing Met een hybride warmtepomp wordt ongeveer 25% CO2 bespaard.

Luchtwarmtepomp Een luchtwarmtepomp onttrekt warmte uit de buitenlucht en geeft dit af aan de cv-installatie. Met elektriciteit wordt de warmte opgewaardeerd naar een comfortabel niveau. De temperatuur wordt verhoogd zodat het gebouw verwarmd kan worden. De warmtepomp kan ook gebruikt worden voor het verwarmen van tapwater. In de zomer kan de warmtepomp ook gebruikt worden om (actief) te koelen. Luchtwarmtepompen worden steeds efficiënter. De huidige generatie warmtepompen heeft al snel een COP3 van boven de 5: voor elke hoeveelheid energie die erin gaat, komt er vijf keer zoveel energie uit. De warmtepomp is daarmee erg efficiënt. De gemiddelde COP over een jaar (SCOP) ligt rond de 5.

Figuur 6: Werking luchtwarmtepomp

3 COP: Coëfficiënt Of Performance. Deze waarde geeft het rendement van een warmtepomp (of ander

toestel) weer: hoe hoger de COP, hoe minder elektriciteit wordt gebruikt, hoe zuiniger de warmtepomp.

60

Impact pand Het systeem van een luchtwarmtepomp bestaat meestal uit een buitenunit, een binnenunit, een boiler en/of een buffervat. De buitenunit haalt de warmte uit de buitenlucht en de binnenunit zorgt ervoor dat de warmte het pand in gaat. Luchtwarmtepompen zijn er inmiddels in verschillende variaties. De buitenunit wordt op de grond, op het dak of aan de wand geplaatst. De tabel op de volgende pagina laat zien wat de afmetingen binnen en buiten kunnen zijn. De exacte maten van de onderdelen zijn afhankelijk van het merk en het type warmtepomp. Een belangrijk aandachtspunt voor de luchtwarmtepomp is dat de warmte van lagere temperatuur is dan bij verbranding van bijvoorbeeld aardgas. Daarom moet het pand tot minimaal energielabel B geïsoleerd zijn. Daarnaast moet het oppervlak dat warmte afgeeft worden vergroot. Dit kan door vloerverwarming, grotere radiatoren of lage-temperatuurradiatoren te installeren. Dit alles is nodig om het pand met een lagere temperatuur alsnog comfortabel warm te krijgen. Systeem

Grootte

Buitenunit

0,8 x 0,8 x 0,4 meter (lxbxh)

Binnenunit

1,0 x 0,6 x 0,4 meter (lxbxh)

Buffervat

diameter 0,5 - 0,8 meter en hoogte 1,0 - 1,5 meter

Boiler

diameter 0,5 - 0,8 meter en hoogte ±1,5 meter4

Gecombineerde binnenunit & boiler

0,9 x 0,8 x 1,2 meter (lxbxh) – vergelijkbaar met een koelkast

Impact openbare ruimte Net als een hybride warmtepomp, produceert de luchtwarmtepomp geluid wanneer de ventilator in de buitenunit draait. In de paragraaf over de hybride warmtepomp staan maatregelen die hiertegen getroffen kunnen worden.

Mate van CO2-besparing Met een volledig elektrische warmtepomp met de buitenlucht als bron is de CO2-besparing ongeveer 45% (bron: Milieu Centraal).

4 Bij sommige warmtepompen is de boiler geïntegreerd in het buffervat.

61

Waterwarmtepomp met WKO en droge koelers Een warmtepomp kan zijn warmte ook uit water halen, bijvoorbeeld uit een warmtekoudeopslag (WKO). In een WKO wordt de warmte van de zomer (door te koelen) opgeslagen in de ondergrond. Deze warmte wordt in de winter gebruikt als bron voor de warmtepomp. Eventueel wordt er in de zomer extra warmte in de grond opgeslagen door middel van een droge koeler, een WKO werkt namelijk het best als de warmte- en koudevraag in balans zijn. Dit systeem heeft meerdere voordelen ten opzichte van een luchtwarmtepomp: •

De WKO levert een constante temperatuur. Deze kan hoger zijn dan de temperatuur van de buitenlucht. De efficiëntie is daardoor gemiddeld hoger;

•

Met een WKO kan passief worden gekoeld. Dat wil zeggen dat er geen gebruik gemaakt wordt van de warmtepomp. Hierdoor kan de koeling tot een factor 10 efficiënter worden gerealiseerd.

Figuur 7: Werking Waterwarmtepomp met WKO

Impact openbare ruimte Net als een hybride warmtepomp, produceert de luchtwarmtepomp geluid wanneer de ventilator in de buitenunit draait. In de paragraaf over de hybride warmtepomp staan maatregelen die hiertegen getroffen kunnen worden.

62

Mate van CO2-besparing Met een volledig elektrische warmtepomp met de buitenlucht als bron is de CO2-besparing ongeveer 55% (bron: Milieu Centraal).

Warmtepompboiler Een warmtepompboiler kan niet de ruimte verwarmen, maar wel het tapwater. Het is dan ook niet een vervanging voor de eerdergenoemde warmtepompen. Het is een goed alternatief in combinatie met andere vormen van verwarmen. Een warmtepompboiler kan bijvoorbeeld gecombineerd worden met een hr-ketel, maar ook met infraroodpanelen om een ruimte te verwarmen.

Figuur 8: Warmtepompboiler

De warmtepompboiler is interessant bij een gebouw waar de vraag naar warm tapwater hoog is. Een warmtepompboiler haalt warmte uit de lucht en gebruikt dit om het tapwater te verwarmen. Wanneer de boiler is aangesloten op mechanische balansventilatie in het huis, kan de afgekoelde lucht in de zomer vaak gebruikt worden om het huis te koelen. In de winter wordt de gekoelde lucht naar buiten geblazen. Voor de warmtepompboiler heb je ruimte nodig, omdat hij net als de binnenunit van een gewone warmtepomp ongeveer het formaat van een koelkast heeft.

Infraroodpanelen en airco’s Een infraroodpaneel, airco of lucht/lucht-warmtepomp wordt vooral gebruikt om één ruimte of een deel van een ruimte te verwarmen. Steeds vaker worden deze oplossingen gebruikt in kleinere ruimtes, zodat daar geen andere verwarmingssystemen aangelegd hoeven te worden. Voor bedrijven kan dit mogelijk interessant om grote loodsen of garages lokaal mee 63

te verwarmen. Als de investering in vloerverwarming of andere radiatoren op de bovenverdieping niet rendabel is, worden de ruimtes die men daar wél wil verwarmen op een andere manier verwarmd. Infraroodpanelen stralen warmte uit en verwarmen de plek recht voor het paneel, niet de hele ruimte. Dit is vooral interessant voor kleine ruimtes. Airco’s en lucht/luchtwarmtepompen werken hetzelfde. Ze halen warmte uit de buitenlucht en geven deze warme lucht ergens anders weer af. Veel airco’s kunnen daarom ook gebruikt worden om een gebouw te verwarmen.

64

Bijlage 8 Informatie over subsidies, financiële regelingen en fiscale voordelen In deze bijlage worden verschillende mogelijkheden voor financiële ondersteuning toegelicht. Let op: deze tekst is een opname van het moment waarop dit plan is geschreven. Mogelijk zijn op een later moment budgetten op, worden regelingen beëindigd of worden nieuwe regelingen geïntroduceerd die niet in dit plan staan. Voor vragen over de actuele situatie rondom subsidies of financiële regelingen kunt u contact opnemen met ICC-PMM.

Subsidies en financiële regelingen Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing voor zakelijke gebruikers (ISDE) Deze regeling voor KVK-geregistreerde bedrijven subsidieert onder andere de aanschaf van warmtepompen en boilers. Voor zakelijke gebruikers gelden er bij de ISDE-regeling andere aanvraagstappen dan voor particuliere gebruikers. Het belangrijkste aandachtspunt is het aanvragen van een subsidie voordat akkoord wordt gegeven op een offerte. Subsidie aanvragen kan via de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing voor zakelijke gebruikers (ISDE) | RVO.nl. Hier staan ook de voorwaarden van de subsidieregeling.

Subsidies voor laadpalen Ondernemers kunnen subsidie aanvragen om laadinfrastructuur aan te leggen of hier advies over te krijgen. Er zijn twee soorten subsidies: Subsidieregeling Private Laadinfrastructuur bij bedrijven (SPRILA) Wilt u op eigen of gehuurd terrein laadinfrastructuur aanleggen voor elektrische voertuigen? Dan komt u misschien in aanmerking voor de Subsidieregeling Private Laadinfrastructuur bij bedrijven (SPRILA) Aanschaf. Deze regeling helpt bedrijven om te investeren in laadpunten voor elektrische voertuigen op privéterrein. Zo komen er sneller meer laadpunten beschikbaar. Meer informatie kan gevonden worden op de website van het RVO: Subsidieregeling Private Laadinfrastructuur bij bedrijven (SPRILA) Aanschaf | RVO.nl. Subsidieregeling Publieke Laadinfrastructuur zwaar vervoer (SPULA) Wilt u op een publiek toegankelijke locatie laadinfrastructuur aanleggen voor zware elektrische voertuigen? De Subsidieregeling Publieke Laadinfrastructuur zwaar vervoer (SPULA) stelt bedrijven in staat om de uitrol van publiek toegankelijke laadlocaties te versnellen. U krijgt subsidie voor kosten die u maakt om laadinfrastructuur voor zware elektrische voertuigen te laten aanleggen of uit te breiden. De laadinfrastructuur wordt 65

geplaatst op een locatie die altijd publiek toegankelijk is. Meer informatie is te vinden op de website van het RVO: Subsidieregeling Publieke Laadinfrastructuur zwaar vervoer (SPULA) | RVO.nl.

Subsidie voor Flexibel Elektriciteitsverbruik (Flex-e) Organisaties met een gecontracteerd transportvermogen (de maximale hoeveelheid elektriciteit die u via uw netaansluiting mag afnemen) van 100 kW of meer kunnen gebruik maken van de Flex-e subsidieregeling. De Flex-e subsidieregeling bestaat uit drie onderdelen: 1.

Flex-e Flexibiliteitsscan Dit is een subsidie voor het uitvoeren van een flexibiliteitsscan, die inzicht geeft in mogelijkheden voor flexibel elektriciteitsgebruik.

2.

Flex-e Haalbaarheidsstudie Dit is een subsidie voor het uitvoeren van een haalbaarheidsstudie, om te kijken welke maatregelen voor flexibel elektriciteitsgebruik technisch haalbaar zijn.

3.

Flex-e Flexibiliteitsmaatregelen Dit is een subsidie voor het uitvoeren van flexibiliteitsmaatregelen die flexibel elektriciteitsgebruik mogelijk maken.

U vraagt subsidie aan voor een van de drie onderdelen. Als u een van de drie afgerond heeft binnen de aanvraagperiode, dan kunt u ook nog voor een ander onderdeel subsidie aanvragen. Meer informatie is te vinden op de website van het RVO: Subsidie voor flexibel elektriciteitsverbruik (Flex-e) | RVO.nl

SDE++-regeling Vanaf oktober 2025 wordt de Stimuleringsregeling Duurzame Energieproductie en Klimaattransitie (SDE++-regeling) voor ondernemers actief. De subsidieregeling stimuleert duurzame energieprojecten zoals zonne-energie, groen gas en aardwarmte. Maar ook investeringen om de productie te verduurzamen en fossiele brandstoffen te vervangen. Subsidie aanvragen kan via de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO): Stimulering Duurzame Energieproductie en Klimaattransitie (SDE++) | RVO.nl. Hier staan ook de voorwaarden van de regeling.

Regelingen Energiefonds Drenthe Het Energiefonds Drenthe is opgericht om de energietransitie in de provincie Drenthe te versnellen. Het fonds biedt financiering voor duurzame energieprojecten en richt zich op zowel bedrijven als maatschappelijke organisaties. Dit omvat investeringen in energiebesparing, duurzame energieopwekking en circulaire economie.

66

Het fonds biedt verschillende financieringsmogelijkheden, zoals leningen met gunstige rentevoorwaarden, en heeft ook specifieke regelingen voor lokale energie-initiatieven en energiecoöperaties. In onderstaande tabel staan de verschillende regelingen weergegeven. Regeling

Inhoud regeling

Doelgroep regeling

Meer informatie

Energielening Drenthe

De financiering ligt tussen de €5.000 en €50.000 en bedraagt maximaa l 70% van de totale investering

Bedoeld voor bedrijven, organisaties en instellingen die willen investeren in maatregelen m.b.t. energiebesparing, duurzame opwek en circulaire economie.

Energie Lening Drenthe Energiefonds Drenthe

Energielening Plus

De financiering ligt tussen de €50.001 en €150.000 en bedraagt maximaa l 70% van de totale investering

Bedoeld voor projecten m.b.t. energiebesparing, duurzame opwek en circulaire economie.

Energie Lening Plus Energiefonds Drenthe

Energielening Batterijen

De financiering ligt tussen de €5.000 en €150.000 en bedraagt maximaa l 70% van de totale investering

Bedoeld voor bedrijven, organisaties en instellingen die willen investeren in een batterij en die al eerder hebben geïnvesteerd óf gaan investeren in zonnepanelen, een kleine windmolen of elektrificatie van het bedrijfspand.

Energie Lening Batterijen Energiefonds Drenthe

Maatschappelijk e energielening

De financiering ligt tussen de €5.000 en €200.000 en bedraagt maximaa l 100% van de totale investering

Bedoeld voor maatschappelijke organisatie s die het eigen vastgoed willen verduurzamen.

Maatschappelijk e Energielening Energiefonds Drenthe

Energielening collectieven

De financiering ligt tussen de €5.000 en €200.000 en

Bedoeld voor coöperaties en VvE’s die investeren in hernieuwbare

Energielening Collectieven -

67

Maatwerk financiering

bedraagt maximaa l 100% van de totale investering

energieprojecten m.b.v. SCE of SDE++.

Energiefonds Drenthe

Met een hoofdsom lening/participatie van minimaal € 50.000,- en maximaal € 2.500.000,- per project en maximaal 50% van het benodigde vreemde vermogen.

De Maatwerk Financiering is bedoeld voor projecten m.b.t. energiebesparing, duurzame opwek en circulaire economie.

Maatwerk financiering Energiefonds Drenthe

Borgstelling MKB-kredieten (BMKB) Met de BMKB-regeling kunnen MKB-ondernemingen een borgstelling krijgen voor een gedeelte van een krediet. Het ministerie van Economische Zaken staat dan garant voor dit deel. Zo kunt u bij de bank meer geld lenen dan u zou krijgen op basis van uw onderpand. U vraagt de BMKB-regeling niet zelf aan. Dit gebeurt via uw financier. De BMKB is voor bedrijven met maximaal 250 werknemers (fte) en een jaaromzet van maximaal €50 miljoen of een balanstotaal van maximaal € 43 miljoen. De meeste mkb’ers komen hiervoor in aanmerking, inclusief ondernemers met vrije beroepen. Om de financieringsmogelijkheden voor verduurzamingsinvesteringen door het mkb te vergroten is de BMKB verruimd met een groen luik, de BMKB-G. De BMKB-G is bedoeld voor mkb'ers met hooguit 250 personeelsleden. Meer informatie is te vinden via de website van het RVO: Borgstelling MKB-kredieten (BMKB) | RVO.nl.

Financiering banken Banken bieden met verschillende fondsen ook ondersteuning voor een duurzame bedrijfsvoering. Het Rabobank Transitiefonds is een voorbeeld van een financieringsinstrument dat bedrijven helpt bij de transitie naar duurzame bedrijfsvoering. Dit fonds is opgezet in samenwerking met het Nationaal Groenfonds. Informeer bij uw eigen bank naar de specifieke mogelijkheden voor uw bedrijf.

68

Rabo Transitiefonds Het Rabo Transitiefonds kent drie regelingen met financiering tussen de €50.000 tot €2,5 miljoen. Meer informatie over het Rabo Transitiefonds staat op de website van de Rabobank: Transitiefonds - Rabobank.

Fiscale voordelen Energie-investeringsaftrek (EIA) De Energie-investeringsaftrek (EIA) is voor bedrijven die investeren in duurzame energie en bedrijfsmiddelen die energiezuinig zijn of minder CO₂ uitstoten. De investeringskosten kunnen als aftrekpost van de winst worden opgegeven. Met de EIA kunt u 45,5% van deze kosten van uw winst afhalen. Dit betekent dat u minder belasting betaalt en uw fiscale winst verlaagt. Gemiddeld levert deze regeling een voordeel op van 11%. Meer informatie over de Energie-investeringsaftrek staat op de website van het RVO: Energie Investeringsaftrek (EIA).

Milieu-investeringsaftrek (MIA) Met de MIA profiteert u van een investeringsaftrek die kan oplopen tot 45% van het investeringsbedrag. Die aftrek komt bovenop uw gebruikelijke investeringsaftrek. Hiermee kunnen ondernemers fiscaal voordelig investeren in milieuvriendelijke bedrijfsmiddelen en technieken. Meer informatie over de Milieu-investeringsaftrek staat op de website van het RVO: Mia en Vamil | RVO.nl.

Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) Als u in een boekjaar investeert in bedrijfsmiddelen, kunt u kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) krijgen. De bedrijfsmiddelen waarin u investeert, moeten dan wel in aanmerking komen voor investeringsaftrek. De KIA is een aftrekpost op de winst. Hoeveel u mag aftrekken, hangt af van het bedrag dat u in dat jaar hebt geïnvesteerd. Kosten voor het verbeteren van een bestaand bedrijfsmiddel komen in aanmerking voor investeringsaftrek, maar alleen als het bedrijfsmiddel zelf ook in aanmerking komt voor de aftrek. Voor onderhoudskosten in het algemeen geldt dit doorgaans niet. Meer informatie over de Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek staat op de website van de Belastingdienst: Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA).

Willekeurige afschrijving milieu-investeringen (VAMIL) De VAMIL gaat over een willekeurige afschrijving van milieu-investeringen. Met de VAMIL kunt u 75% van de investeringskosten afschrijven. Dat kan op een tijdstip dat u zelf bepaalt. Dit levert een liquiditeits- en rentevoordeel op. Door sneller afschrijven vermindert de fiscale winst en betaalt u minder belasting in dat jaar. 69

De MIA en VAMIL zijn twee verschillende regelingen, maar ze worden vaak samen gebruikt. Beide regelingen hebben een gezamenlijke lijst, de Milieulijst. Op deze lijst staan alle bedrijfsmiddelen die in aanmerking komen voor MIA en/of VAMIL. Elk jaar komt er een nieuwe Milieulijst uit. Je kunt de milieulijsten downloaden van de website van het RVO: Mia en Vamil | RVO.nl.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meppel&id=519b01b0-320a-48e4-ba13-8c34c24027f4