1.91.1 College - 47.1 Bijlage - Warmteplan Blankenstein
Tekst van het document
Warmteplan Blankenstein Gemeente Meppel
9 september 2025
Inhoudsopgave Samenvatting .........................................................................................................................................3 1.
Inleiding ..........................................................................................................................................5 Gemeente Meppel CO2-neutraal in 2040 ............................................................................................5 Een Warmteplan voor en door ondernemers ......................................................................................5 Wat hebben ondernemers aan het Warmteplan? ...............................................................................6
2.
Verduurzamingsmogelijkheden voor Blankenstein ...................................................................7 Hoe zijn we tot deze conclusie gekomen? ..........................................................................................7 Wat is de opgave? ...............................................................................................................................9
3.
Wat kan ik doen als pandeigenaar?...........................................................................................11 Individueel aan de slag ......................................................................................................................11 Collectief aan de slag ........................................................................................................................14 Verplichte wet- en regelgeving ..........................................................................................................16 Waar kan ik terecht voor ondersteuning? ..........................................................................................16
4.
Stap voor stap naar een toekomstbestendig en aardgasvrij bedrijfspand ............................17 1. 2. 3. 4. 5.
5.
Wensen in beeld ........................................................................................................................17 Huidige situatie in beeld ............................................................................................................18 Maak een plan ...........................................................................................................................18 Aan de slag: start met energiebesparende maatregelen...........................................................18 Grote maatregelen treffen .........................................................................................................18 Uitvoeringsfase............................................................................................................................20
Bijlage 1 Begrippenlijst .......................................................................................................................26 Bijlage 2 Juridisch kader Warmteplan ..............................................................................................31 Bijlage 3 Gebiedsprofiel Blankenstein ..............................................................................................35 Bijlage 4 Proces totstandkoming Warmteplan .................................................................................41 Bijlage 5 Wet- en regelgeving energie en bedrijven ........................................................................45 Bijlage 6 Verduurzamingsmaatregelen op gebouwniveau ..............................................................51 Bijlage 7 Informatie over warmtepompen .........................................................................................58 Bijlage 8 Informatie over subsidies, financiële regelingen en fiscale voordelen ..........................65
2
Samenvatting Blankenstein wordt, net als de rest van Nederland, CO2-neutraal. Dit betekent dat we onze gebouwen en het tapwater aardgasvrij gaan verwarmen. Daarnaast is het nodig om energie te gebruiken die afkomstig is van duurzame bronnen. Uiterlijk in 2040 moet de hele gemeente Meppel CO2-neutraal zijn. Daarom is dit Warmteplan opgesteld. In dit plan staat stap voor stap beschreven hoe en wanneer we Blankenstein gezamenlijk CO2-neutraal maken. Wie gaat dat doen? De energietransitie is een opgave van iedereen. Wij willen als gemeente samen integraal en concreet met de ondernemers aan de slag gaan om CO2-neutraal te worden. Met dit Warmteplan brengt de gemeente samen met pandeigenaren, ondernemers, netbeheerders en andere partners het doel van een CO2-neutraal Blankenstein steeds dichterbij. De verantwoordelijkheid voor het verduurzamen van gebouwen en bedrijfsprocessen ligt primair bij de ondernemers zelf. De gemeente wil ondernemers wel zo goed mogelijk ondersteunen en ziet zichzelf daarbij als aanjager, verbinder en facilitator. Hoe gaan we dat doen? In de toekomst speelt elektriciteit een centrale rol in het verduurzamen van onze energievoorziening. Voor Blankenstein betekent dit dat elektriciteit gebruikt zal worden voor het verwarmen van gebouwen. De gebouwen op Blankenstein gaan op den duur over op individuele elektrische oplossingen, zoals de warmtepomp.
Daarnaast is het mogelijk dat clusters van gebouwen warmte en koude uitwisselen met een lokaal bronnet. Welke uitdagingen zijn er? De weg naar een CO2-neutraal Blankenstein kent een aantal opgaven. Om de route naar een duurzaam Blankenstein goed af te leggen, moeten drie sporen worden bewandeld: het tegengaan van netcongestie, de energievraag terugdringen en gebouwen duurzaam verwarmen. We gaan hier in Hoofdstuk 2 nader op in. Wat kan ik doen? Pandeigenaren en ondernemers hebben een aantal mogelijkheden om te verduurzamen. Dit kan op individueel niveau door onder andere de energievoorziening slimmer in te richten en te besparen. Maatregelen uit de Erkende Maatregelenlijst, sturen op energieverbruik of het opslaan van elektriciteit zijn mogelijkheden. Of door op collectief niveau samen te werken, bijvoorbeeld door de vraag en het aanbod van elektriciteit met de buren beter op elkaar af te 3
stemmen of gezamenlijk te investeren in een warmte-koudeopslag (WKO). Deze mogelijkheden worden in Hoofdstuk 3 uitgebreider beschreven. Waar kan ik terecht voor ondersteuning? Voor vragen over de energie- en warmtetransitie is ICC Parkmanagement Meppel (ICCPMM) het eerste aanspreekpunt. Zij beantwoorden graag uw vraag, of kunnen u koppelen aan de juiste persoon en/of organisatie die u verder kan helpen. Denk hierbij aan het IBDO (Ik Ben Drents Ondernemer) of het Energiefonds Drenthe (zie Hoofdstuk 5). Ook denkt ICCPMM graag mee of er slimme collectieve samenwerkingen mogelijk zijn. Ondernemers kunnen altijd contact opnemen om mogelijkheden te verkennen. Er zijn verschillende subsidies, financiële regelingen en fiscale voordelen beschikbaar, zodat de warmtetransitie beter betaalbaar wordt voor ondernemers. Deze staan beschreven in Bijlage 8. Wat doet de gemeente? Gemeente Meppel wil ondernemers waar mogelijk ondersteunen door kennis te delen, partijen met elkaar te verbinden (ondernemers en organisaties) en hen de mogelijkheid te geven om nieuwe initiatieven te ontwikkelen. De gemeente denkt ook graag mee over het faciliteren van deze initiatieven. De gemeente trekt hierin samen op met ICC-PMM. Wij zetten daarom de komende jaren in op verschillende stimuleringsacties voor bedrijven. Deze staan in Hoofdstuk 5 beschreven.
4
1. Inleiding Energieneutraal ondernemen in 2040: hoe geven we hier in Meppel invulling aan? In dit Warmteplan voor Blankenstein staat beschreven hoe we toewerken naar een aardgasvrije toekomst voor dit bedrijventerrein. Een plan dat is opgesteld door en voor ondernemers, zodat we als gemeente, ICC-PMM, pandeigenaren en bedrijven samen kunnen werken aan een realistische en betaalbare warmtetransitie. Een transitie die behalve de klimaatdoelen ook het duurzaam ondernemerschap op Blankenstein bevordert.
Gemeente Meppel CO2-neutraal in 2040 Vanuit het Klimaatakkoord liggen er landelijke doelstellingen voor de warmte- en energietransitie. Zo heeft de Nederlandse politiek afgesproken dat de CO2-uitstoot ten opzichte van 1990 55% is gereduceerd in 2030 en dat Nederland klimaatneutraal is in 2050. Gemeente Meppel heeft de ambitie om al in 2040 CO2-neutraal te zijn. Dat wil zeggen dat de uitstoot van broeikasgassen zoals CO2 over het jaar gemeten netto gelijk aan nul is. Om dit te bereiken, is het nodig om energie afkomstig van duurzame bronnen te gebruiken. Alle gebouwen in gemeente Meppel (en de rest van Nederland) worden daarom aardgasvrij. Het jaar 2040 lijkt ver weg, maar de weg naar CO2-neutraal is complex. Daarom kunnen we beter op tijd beginnen met de transitie. De urgentie wordt vergroot door ontwikkelingen om ons heen die om actie vragen. Bijvoorbeeld netcongestie, nieuwe wetgeving, onzekerheden rondom de gasprijzen en het stoppen van de aardgaswinning in Groningen. Om CO2neutraal te worden, moeten kosten worden gemaakt. Tegelijkertijd moeten we niet vergeten dat het ook waarde toevoegt. Verduurzaming van vastgoed verhoogt de waarde van een pand en minder energieverbruik bespaart kosten. Ook bedrijven(terreinen) spelen een belangrijke rol in de energie- en warmtetransitie.
Niet alleen vanuit economisch perspectief om bedrijven in Meppel toekomstbestendig te maken, maar ook omdat ondernemingen een belangrijke bijdrage leveren aan de leefbaarheid in Meppel. Wij willen als gemeente integraal en concreet met de ondernemers aan de slag om CO2-neutraal te worden. Hoe we dat op Blankenstein gaan doen, beschrijven we in dit Warmteplan.
Een Warmteplan voor en door ondernemers De gemeente benadert in dit Warmteplan het warmte- en elektriciteitsvraagstuk integraal. De ondernemers op Blankenstein kunnen dit Warmteplan gebruiken om zelf stappen te zetten in het verduurzamen van hun bedrijfspand. 5
Dit Warmteplan moet passen bij de ondernemers en pandeigenaren die op Blankenstein zijn gevestigd. Daarom doorliep de gemeente een uitgebreid proces met (een vertegenwoordiging van) ondernemers en pandeigenaren. Zo hebben we in samenwerking met ICC-PMM verschillende ontbijtbijeenkomsten georganiseerd voor ondernemers. Hierin kwamen de thema’s netcongestie, technieken voor Blankenstein en de betaalbaarheid ter sprake. Uit de participatie kwam naar voren dat de gemeente, pandeigenaren en ondernemers zich samen in willen zetten voor een aardgasvrij en toekomstbestendig Blankenstein. De opgehaalde input uit het participatieproces heeft een plaats gekregen in dit Warmteplan. Het totale participatieproces wordt uitgebreid beschreven in Bijlage 3.
Wat hebben ondernemers aan het Warmteplan? Het energievraagstuk op Blankenstein is urgent. Bedrijven met een grootverbruikersaansluiting ervaren nu al de nadelige gevolgen van een vol stroomnet. Dit heeft invloed op de dagelijkse bedrijfsvoering, (groei)ambities en keuzes voor investeringen op de korte en lange termijn. Dit Warmteplan helpt richting en duidelijkheid te geven over waar Blankenstein op termijn naartoe gaat. Als ondernemer leest u in dit Warmteplan: •
Op welke aardgasvrije techniek Blankenstein op termijn overgaat;
•
Welke stappen u als bedrijf, individueel of samen met andere bedrijven kunt zetten om aardgasvrij te worden;
•
Bij wie u terecht kunt voor vragen over verduurzaming en aardgasvrij ondernemen;
•
Wat deze koers betekent in het aanpakken van netcongestie en wat u hierin zelf kunt doen;
•
Een duidelijke rolverdeling: wat doet de gemeente, wat doen netbeheerders en wat wordt er van de ondernemers verwacht?
6
2. Verduurzamingsmogelijkheden voor Blankenstein In de toekomst speelt elektriciteit een centrale rol in het verduurzamen van onze energievoorziening. Voor Blankenstein betekent dit dat elektriciteit gebruikt zal worden voor het verwarmen van gebouwen. Daarnaast is het mogelijk dat clusters van gebouwen warmte en koude uitwisselen met een lokaal bronnet. Tijdens het onderzoek naar duurzame alternatieven zijn ook twee andere opties bekeken, die uiteindelijk zijn afgevallen: •
Een warmtenet: Dit is een netwerk van leidingen onder de grond dat warmte, meestal in de vorm van warm water, transporteert van een centrale bron naar woningen en gebouwen. Hoewel dit in sommige gebieden een efficiënte oplossing kan zijn, is het voor Blankenstein niet geschikt gebleken.
•
Het behouden van het huidige gasnet: Hierbij zou in de toekomst duurzaam gas, zoals groengas of waterstof, door het bestaande netwerk worden getransporteerd. Ook deze optie bleek niet passend voor Blankenstein.
Hoe zijn we tot deze conclusie gekomen? Voor Blankenstein is na zorgvuldige analyse gebleken dat alleen verwarming op basis van elektriciteit haalbaar en toekomstbestendig is. Hieronder lichten we die conclusie verder toe.
Warmtenetten: niet haalbaar Een warmtenet is voor Blankenstein niet haalbaar. Dit komt door een combinatie van omstandigheden. Over het algemeen moet aan een aantal voorwaarden worden voldaan om een warmtenet economisch rendabel en technisch uitvoerbaar te maken. Hieronder bespreken we deze voorwaarden en in hoeverre Blankenstein daaraan voldoet: •
Geschiktheid van de gebouwen: warmtenetten leveren doorgaans warmte op middentemperatuur. Dit past goed bij oudere of slecht geïsoleerde gebouwen. De gebouwen in Blankenstein zijn echter relatief recent gebouwd en beschikken over goede isolatie. Hierdoor is verwarming op lage temperatuur voldoende. Dit is efficiënter en beter realiseerbaar met elektrische warmtepompen dan met een warmtenet.
•
Beschikbaarheid van een warmtebron: voor een warmtenet is een lokale, betrouwbare warmtebron essentieel, zoals restwarmte van industrie of geothermie. Op Blankenstein zijn geen bedrijven aanwezig met geschikte restwarmte. Ook andere warmtebronnen zijn niet beschikbaar. 7
•
Warmtevraag en bebouwingsdichtheid: een warmtenet is alleen rendabel bij een hoge warmtevraag per vierkante meter en een compacte bebouwing. Op Blankenstein is de bebouwingsdichtheid laag. De gebouwen liggen ruim verspreid. Daarnaast is de warmtevraag per gebouw beperkt door de goede isolatie en het feit dat niet alle ruimtes tot 20°C worden verwarmd.
Omdat Blankenstein niet voldoet aan alle drie de voorwaarden, is de kans zeer klein dat een rendabel warmtenet aangelegd kan worden tegen tarieven die voor de gebruikers financieel aantrekkelijk zijn. Om deze reden is het warmtenet als optie afgevallen.
Duurzame gassen: niet haalbaar Duurzaam gas lijkt een aantrekkelijke optie als vervanger voor aardgas. De infrastructuur is aanwezig en in de gebouwen zijn weinig aanpassingen nodig. Er bestaan meerdere soorten duurzaam gas, bijvoorbeeld waterstof of groengas. Voor Blankenstein lijkt duurzaam gas geen optie omdat de gemeente verwacht dat duurzaam gas de komende jaren beperkt beschikbaar komt. Door de combinatie van schaarste en concurrentie met andere sectoren is de verwachting dat duurzaam gas een stuk duurder blijft dan aardgas. Hierdoor is de verwachting dat het voor de bedrijven op Blankenstein geen aantrekkelijk alternatief is.
Elektriciteit: een flinke opgave, maar haalbaar Het gebruik van elektriciteit is een geschikte manier om de gebouwen van warmte te voorzien. Wanneer een warmtepomp wordt gebruikt is het verwarmen van gebouwen en tapwater goedkoper dan met het huidige aardgas. Ook is het elektriciteitsnet reeds aanwezig en kunnen een aantal bedrijven binnen hun huidige aansluiting verduurzamen. Elektrisch verwarmen gaat via individuele systemen. Hierin zijn voor Blankenstein drie mogelijkheden: •
De hybride warmtepomp: een warmtepomp die aansluit op de bestaande gasketel en in de basis gebruik maakt van elektriciteit, maar op piekmomenten nog gas gebruikt.
•
De luchtwarmtepomp: deze gebruikt warmte uit de lucht en zet deze met behulp van elektriciteit om naar warmte geschikt voor ruimteverwarming. Voor warm tapwater zit er een booster in de warmtepomp.
•
De water/water-warmtepomp in combinatie met een warmte-koudeopslag (WKO) per gebouw: hierbij worden warmte en koude uit de bodem gehaald om te zorgen voor stabielere verwarming.
Bovenstaande technieken vragen allemaal extra elektriciteit. Een toenemende vraag naar elektriciteit zal echter een flinke opgave opleveren voor Blankenstein. Momenteel is er 8
netcongestie in het gebied, en een aantal bedrijven ondervindt daar problemen van. Daarover meer in de volgende paragraaf.
Wat is de opgave? De weg naar een CO2-neutraal Blankenstein kent een aantal opgaven. Om de route naar een duurzaam Blankenstein af te leggen, moeten drie sporen worden bewandeld: 1. Het tegengaan van netcongestie door het elektriciteitsnet te verzwaren; 2. De energievraag van gebouwen verminderen; 3. Gebouwen duurzaam verwarmen. Voor het verzwaren van het elektriciteitsnet zijn de gemeente en de netbeheerder aan zet. Voor het verminderen van de energievraag en het duurzaam verwarmen zijn pandeigenaren en ondernemers grotendeels verantwoordelijk, waarbij ICC-PMM en de gemeente ondersteuning kunnen bieden met advies of informatie.
Tegengaan van netcongestie Wat is netcongestie en wat merk je er zelf van? Netcongestie ontstaat wanneer er te veel energie wordt geleverd óf wanneer er te veel afname is. Te veel levering vindt plaats op zonnige en winderige dagen waarop er veel duurzame energie wordt opgewekt. Te veel afname vindt bijvoorbeeld plaats wanneer verschillende bedrijven in hetzelfde gebied gelijktijdig hun productie starten. Als bedrijf kun je problemen van netcongestie ervaren. In gebieden met netcongestie, waaronder Blankenstein, kunnen geen nieuwe aansluitingen worden aangevraagd en/of kunnen contracten niet worden uitgebreid. Dit is bijvoorbeeld nodig wanneer je je bedrijf wilt uitbreiden. “”Netcongestie: als ondernemer dacht ik dat ik geen probleem had, maar inmiddels weet ik wel beter.” Marc-Jan van der Linde, Toyota Van der Linde Meppel
Hoewel op Blankenstein momenteel nog geen acute netcongestie wordt ervaren aan de leveringszijde, is de volledige beschikbare capaciteit inmiddels geclaimd via bestaande contracten. Verdere uitbreiding is daardoor beperkt mogelijk zonder aanvullende maatregelen. Voor verdere verduurzaming en elektrificatie op Blankenstein is meer capaciteit nodig om dit voor alle bedrijven mogelijk te maken. In de huidige situatie kunnen alleen nog
9
kleinverbruikers met aansluitingen tot en met 3x80A op het net worden aangesloten of verzwaringen aanvragen tot 3x80A. De teruglevering van duurzaam opgewekte energie stuit wél al op technische beperkingen. Op korte termijn zul je hier als bedrijf zelf een oplossing voor moeten vinden, bijvoorbeeld door te verduurzamen. Op lange termijn werkt de netbeheerder hard aan het oplossen van deze problemen. Wat voor plannen heeft de netbeheerder? TenneT en Enexis verwachten de komende tien jaar structurele congestie op het elektriciteitsnet rondom Meppel, zowel voor levering als teruglevering van elektriciteit. Het hoog- en middenspanningsstation Westerstouwe, gelegen ten noorden van Blankenstein, heeft zijn capaciteit bereikt. Om extra capaciteit voor Meppel te genereren, wordt momenteel een nieuw hoog- en middenspanningsstation gebouwd op industrieterrein Noord. Het plan is om dit station in 2031 aan te sluiten op de ondergrondse 110kV-kabel tussen Zwolle en Steenwijk. Zodra de aansluiting is voltooid, kunnen er weer nieuwe aansluitingen voor grootverbruikers gerealiseerd worden. Daarnaast is Enexis bezig met de aanleg van een nieuw middenspanningsstation in Oosterboer, dat naar verwachting in 2028 operationeel zal zijn. Dit station zal gedeeltelijk elektriciteit leveren aan Blankenstein, afkomstig van het nieuwe station Meppel Noord.
Energievraag terugdringen Ondanks de netcongestieproblematiek zijn er toch mogelijkheden om te verduurzamen. Een stap die altijd goed is, is de energievraag beperken. Dit kan op individueel niveau door onder andere de energievoorziening slimmer in te richten en te besparen, bijvoorbeeld door elektriciteitsverbruik op piekmomenten te beperken en gebouwen te isoleren. Of door op collectief niveau samen te werken, bijvoorbeeld door de vraag en het aanbod van elektriciteit met de buren beter op elkaar afstemmen. In Hoofdstuk 3 gaan we verder in op deze mogelijkheden.
Gebouwen duurzaam verwarmen Als pandeigenaar en ondernemer kies je zelf op welke aardgasvrije techniek je overgaat en ben je zelf verantwoordelijk voor het isoleren van het bedrijfspand. In Hoofdstuk 4 staat stap voor stap beschreven hoe gebouwen op Blankenstein duurzaam verwarmd kunnen worden.
10
3. Wat kan ik doen als pandeigenaar? Pandeigenaren en ondernemers hebben een aantal mogelijkheden om te verduurzamen. Dit kan op individueel niveau door onder andere de energievoorziening slimmer in te richten en te besparen. Of door op collectief niveau samen te werken, bijvoorbeeld door de vraag en het aanbod van elektriciteit met de buren beter op elkaar af te stemmen of gezamenlijk te investeren in een warmte-koudeopslag (WKO). Daarnaast moeten ondernemers en pandeigenaren voldoen aan wet- en regelgeving. In dit hoofdstuk beantwoorden we de vraag: wat kan ik doen als pandeigenaar? “Als vastgoedeigenaar op Blankenstein heb ik al de nodige stappen gezet. Ik zie dat samenwerking met de buren steeds belangrijker wordt.” Roelof Kooiker, vastgoedeigenaar Blankenstein
Individueel aan de slag Allereerst kan een bedrijf zelf aan de slag met het eigen pand en/of op het eigen terrein. Hieronder staan een aantal mogelijkheden die je zelf kunt nemen.
Maatregelen uit de Erkende Maatregelenlijst Het is essentieel om energiebesparende maatregelen te treffen om aan wettelijke verplichtingen te voldoen, maar ook om toekomstbestendig vastgoed te creëren. Voor gebouweigenaren brengt dit zowel uitdagingen als kansen. Enerzijds vragen investeringen in duurzaamheid om een lange adem; anderzijds leiden ze tot lagere exploitatielasten, een hogere vastgoedwaarde en een betere uitstraling naar huurders en stakeholders. Om ondernemers handvatten te bieden bij het verduurzamen van hun gebouw is de Erkende Maatregelenlijst (EML) opgesteld. De EML bevat energiebesparende maatregelen met een terugverdientijd van vijf jaar of minder. De EML bestaat uit drie onderdelen: gebouwen, faciliteiten en processen. Het onderdeel gebouwen is voor alle bedrijven verplicht. De onderdelen faciliteiten en processen alleen als deze toepasselijk zijn voor het desbetreffende bedrijf. Voor het Warmteplan kijken we alleen naar het onderdeel ‘Gebouwen’. In dit onderdeel zijn verschillende categorieën omschreven: •
Energiebeheersysteem;
•
Isolatie van de schil;
•
Ruimteverwarming; 11
•
Ruimteventilatie;
•
Warm tapwater;
•
Binnenverlichting;
•
Buitenverlichting;
•
Zonnepanelen.
De bedrijfsgebouwen op Blankenstein zijn allemaal na 1992 gebouwd. Dit betekent dat gevel, dak en vloer zijn geïsoleerd met een minimale Rc-waarde van 2,5. Dit is een redelijk isolatieniveau. In de regel geldt dat na-isolatie financieel niet aantrekkelijk is. Wel kan het lonen om het dubbelglas te vervangen voor HR++-glas. Daarnaast zijn elf panden na 2018 gebouwd. Deze zijn in de basis goed geïsoleerd en in de regel al aardgasvrij. Op Blankenstein ligt daarom de focus op het verduurzamen van de installaties en/of duurzame opwekking. Met de EML kan aan de energiebesparingsplicht worden voldaan (zie juridisch kader in Bijlage 5). Het uitvoeren van deze maatregelen is de verantwoordelijkheid van de gebouweigenaar. In Bijlage 4 geven we een aantal voorbeelden van maatregelen dat toepasbaar is voor de bedrijven op Blankenstein met de verwachte energiebesparing, de terugverdientijden, CO2-reductie van de maatregelen en de kosten per m2 uiteengezet.
Verder kijken naar aardgasvrij Op weg naar een aardgasvrij bedrijfspand zijn er grotere maatregelen nodig dan de maatregelen uit de EML. De terugverdientijd van de maatregelen zullen langer zijn dan vijf jaar. Toch geldt dat het verder verduurzamen van het gebouw voor veel vastgoedeigenaren loont. De meest verregaande verplichte maatregel uit de EML is het plaatsen van een elektrische warmtepomp naast de bestaande verwarmingsketel. Dit noemen we ook wel een hybride opstelling. Er kan ook verder worden gekeken naar volledig aardgasvrije verwarming van gebouwen. Voor de bedrijven op Blankenstein zijn daarvoor twee mogelijkheden: •
Een luchtwarmtepomp;
•
Een waterwarmtepomp met WKO als bron en regeneratie van de WKO met droge koelers.
De werking van deze technieken is toegelicht in Bijlage 6.
Sturen op energieverbruik Bedrijven kunnen tot op zekere hoogte hun eigen energieverbruik sturen door middel van een energiemanagementsysteem. Dit systeem zet processen die veel energie vragen tijdelijk uit om pieken op het elektriciteitsnet te verminderen. Anderzijds regelt dit systeem dat apparaten wél aangaan wanneer er bijvoorbeeld veel zonne-energie is, zoals voor het 12
opladen van de bedrijfsauto’s. Procesveranderingen kunnen bij elkaar opgeteld grote impact maken op het verminderen van de energievraag. Ze dragen daarmee ook bij aan het tegengaan van netcongestie. Voorbeeld: slim energiegebruik in een autoshowroom Een autoshowroom kan energie efficiënt gebruiken of besparen door het pand slim in te richten. Alle onderdelen die warmte en/of koeling nodig hebben, zijn geclusterd in dezelfde ruimte. Deze ruimtes worden puur met natuurlijke ventilatie koel gehouden. De overige ruimten worden niet geklimatiseerd. Daarnaast wordt de verlichting geregeld met bewegingssensoren.
Figuur 1 Voorbeeld autoshowroom
Opslaan van elektriciteit Met het opslaan van elektriciteit kunnen vraag en aanbod (opwek en gebruik) op elkaar worden afgestemd. Hiermee wordt het elektriciteitsnet ontlast. Door lokaal energie op te wekken en dit ook lokaal te benutten, kan zowel capaciteit worden toegevoegd als netcongestie worden verminderd. Elektriciteitsopslag kan interessant zijn voor bedrijfspanden die veel elektriciteit gebruiken en waar het verbruik vooral op piekmomenten plaatsvindt. Er zijn verschillende manieren om energie op te slaan. Aan de slag met energieopslag? Kijk dan op de website van het RVO voor tips: Sla uw elektriciteit op | RVO.nl.
13
Collectief aan de slag Naast dat je als bedrijf zelf aan de slag kunt, zijn er verschillende mogelijkheden om samen met andere bedrijven te verduurzamen. Hieronder worden de mogelijkheden voor Blankenstein toegelicht.
WKO delen Het gezamenlijk gebruik van een WKO-installatie op een bedrijventerrein biedt specifieke voordelen die verder gaan dan individuele toepassing: •
Kosten delen: Investeringen in aanleg, vergunningen en onderhoud worden verdeeld over meerdere partijen, wat de drempel om te verduurzamen verlaagt;
•
Slimme benutting van restwarmte en -koude: Bedrijven met verschillende energieprofielen kunnen elkaars overschotten benutten, wat leidt tot een efficiënter systeem;
•
Ruimtelijke efficiëntie: Eén centrale installatie voorkomt dat elk bedrijf eigen bronnen en leidingen moet aanleggen;
•
Collectieve regie en schaalvoordeel: Door samenwerking ontstaat meer slagkracht richting netbeheerders, gemeenten en subsidiegevers;
•
Toekomstbestendig: Een gedeeld systeem is eenvoudiger aan te passen aan toekomstige uitbreidingen of strengere regelgeving.
Met een WKO haal je warmte (in de winter) en koude (voor koeling in de zomer) uit de grond. Met een warmtepomp kan de warmte toegepast worden voor ruimteverwarming en tapwater. Een bedrijf kan zelf een WKO-systeem aanschaffen, maar het is efficiënter om een groot WKO-systeem aan te leggen met aansluitingen naar meerdere gebouwen via dezelfde bodemlus. Dit heeft een aantal voordelen: •
Verhoogde energie-efficiëntie door uitwisseling van warmte en koude tussen verschillende gebruikers;
•
Betere benutting van reststromen, zoals overtollige warmte of koude;
•
Flexibiliteit in vraag en aanbod, waardoor pieken beter worden opgevangen;
•
Verbeterde betrouwbaarheid en bedrijfszekerheid door onderlinge ondersteuning;
•
Mogelijkheid tot uitbreiding en integratie van nieuwe gebouwen of functies zonder grote systeemaanpassingen.
14
Voorbeeld: WKO in Eindhoven Het gebied rond het stadhuis in Eindhoven wordt doorontwikkeld met nieuwe appartementen en door het verduurzamen van de kantoorgebouwen. De voorkeurstechniek voor warmte is een WKO-systeem met warmtepompen. Gemeente Eindhoven heeft het project Aardgasloos Stadshart opgezet om de WKO’s in het gebied te ontwikkelen en aan te sluiten in elk gebouw. De gemeente is hierin zowel kartrekker als aandeelhouder met haar gebouwen. Omdat de gemeente deze plannen heeft, kent en uitvoert, doen ze nu al slimme investeringen voor later. Zo installeren ze nu PVT-panelen (zie oranje kader in onderstaande figuur) die elektriciteit en warmte opwekken uit zonlicht in plaats van alleen PV-panelen – zoals eerder op de planning stond. Het duurzaamheidsprogramma met toekomstvisie zorgt ervoor dat men weet waarop wordt gekoerst en er gericht kan worden geïnvesteerd.
Figuur 2: Voorbeeld WKO in Eindhoven
Groepstransportovereenkomst (GTO) Een groepstransportovereenkomst (GTO) is een contract voor een groep bedrijven met AC4, AC5- of AC6-aansluitingen die samen gebruik maakt van een bepaalde hoeveelheid transportcapaciteit. Transportcapaciteit is de hoeveelheid energie die een netbeheerder tegelijk kan leveren aan bedrijven en huishoudens. In plaats van dat elk bedrijf een eigen contract heeft, delen de bedrijven in een GTO de capaciteit via één contract. Door de pieken en dalen in energieverbruik en -opwekking goed af te stemmen, kan slimmer omgegaan worden met de beschikbare capaciteit. In het GTO-contract staan de afspraken tussen de netbeheerder en de deelnemers van de energiehub. Meer informatie over een GTO en wanneer dit geschikt is kun je op de website van Enexis vinden: Groepstransportovereenkomst (GTO) | Enexis Netbeheer 15
Energiehub Een GTO biedt pandeigenaren de kans om netcapaciteit te delen. Hiermee wordt het elektriciteitsnet zo efficiënt mogelijk gebruikt. Uit het participatieproces en het onderzoek van PM Energie Regie bleek dat op Blankenstein een energiehub met grootverbruikers een oplossing kan zijn om gezamenlijk efficiënt gebruik te maken van het elektriciteitsnet. Enexis heeft met Alliander en Stedin een stappenplan voor energiehubs gemaakt in samenwerking met ondernemers, dienstverleners en experts. Wil je meer weten over hoe energiehubs werken? Of ga je zelf aan de slag? Dit stappenplan helpt je goed op weg: Stappenplan voor energiehubs - 🖥 Screens
Verplichte wet- en regelgeving Vanuit het Rijk bestaat al verschillende wet- en regelgeving om bedrijven te stimuleren werk te maken van verduurzaming. Bovendien moeten bedrijfsprocessen en -panden voldoen aan een aantal regels en normen. De belangrijkste wet- en regelgeving voor de warmte- en energietransitie worden in Bijlage 5 toegelicht.
Waar kan ik terecht voor ondersteuning? Advies over praktische vragen of verduurzamingsplannen Voor vragen over de energie- en warmtetransitie is ICC-PMM het eerste aanspreekpunt. Zij beantwoorden uw vraag graag, of kunnen u koppelen aan de juiste persoon en/of organisatie die u verder kan helpen. Denk hierbij aan het IBDO (Ik Ben Drents Ondernemer) of het Energiefonds Drenthe (zie Hoofdstuk 5). Ook denkt ICC-PMM graag mee of er slimme collectieve samenwerkingen mogelijk zijn. Heeft u daarom interesse om samen te werken met andere bedrijven? Neem dan contact op.
Betaalbaarheid De warmtetransitie brengt vragen over de financiën met zich mee. Niet alleen pandeigenaren maar ook huurders merken de gevolgen van de transitie wanneer de verhuurder met verduurzaming aan de slag gaat. Er zijn verschillende subsidies, financiële regelingen en fiscale voordelen beschikbaar, zodat de warmtetransitie beter betaalbaar wordt voor ondernemers. In Bijlage 7 staat informatie over de verschillende middelen ter ondersteuning van de verduurzaming van bedrijfspanden. Het is goed om daarbij te vermelden dat de ontwikkelingen elkaar snel opvolgen en de tekst een opname is van het moment waarop dit plan is geschreven. Mogelijk zijn op een later moment de budgetten op, worden regelingen beëindigd of worden nieuwe regelingen geïntroduceerd die nog niet in dit plan staan. Voor vragen over de actuele situatie rondom subsidies of financiële regelingen kunt u contact opnemen met ICC-PMM en/of het IBDO. 16
4. Stap voor stap naar een toekomstbestendig en aardgasvrij bedrijfspand De panden op Blankenstein zijn divers in functie en in gebruik (zie Bijlage 2). De onderlinge verschillen tussen gebouwen en bedrijven zorgen ervoor dat er altijd maatwerk nodig is. Een ondernemer is constant bezig met de doorontwikkeling van het bedrijf. Investeren gaat gepaard met keuzes maken op de korte, middellange en lange termijn. Dit geldt voor het product dat wordt gemaakt, de dienst die wordt geleverd én voor aanpassingen aan het bedrijfspand. Ondernemers die zelf pandeigenaar zijn, hebben andere behoeften en verantwoordelijkheden dan ondernemers die een pand huren. Kortom: geen onderneming is gelijk en er is geen specifieke route die door alle ondernemers gevolgd kan worden om te verduurzamen. Onderstaand stappenplan helpt bij het bepalen hoe u uw eigen bedrijfspand het beste kunt verduurzamen.
Figuur 3: Stappenplan richting een aardgasvrij bedrijfspand
1. Wensen in beeld Het is belangrijk om goed na te denken over de toekomst: wat heb ik nodig aan elektriciteit, koeling en warmte, en waarvoor? Welke ruimtes in het pand worden minder gebruikt en hoeven niet altijd verwarmd te worden? Of is er één ruimte die juist wat meer aandacht nodig heeft? Welke investeringen komen eraan? Welk aandeel van de winst kan en wil ik investeren in de verduurzaming van mijn bedrijfspand? Welke bedrijfsprocessen vragen in de 17
toekomst mogelijk meer elektriciteit en warmte? Waar kan ik de energievraag beperken? Maak op basis van de antwoorden op deze vragen één of meerdere scenario's. Dit geeft inzicht in de volgorde van verduurzaming.
2. Huidige situatie in beeld Breng in beeld wat er bekend is over het pand en wat er wordt verbruikt. Analyseer bijvoorbeeld het aardgas- en elektriciteitsverbruik en bekijk waar dit verbruik precies uit bestaat. Dit kan met een energiebeheersysteem. Zorg dat deze goed werkt met bestaande apparaten en processen. Kijk ook naar eventuele ruimte voor zonnepanelen of PVT-panelen op het dak en naar een potentieel geschikte ruimte voor een warmtepomp.
3. Maak een plan De wensen en de huidige situatie zijn duidelijk. Nu is het zaak om te kijken welke verduurzamingsmaatregelen geschikt zijn voor uw pand. Gaat u aan de slag met individuele maatregelen of is een collectieve aanpak interessant? In welke volgorde gaat u verschillende maatregelen treffen en wanneer in de tijd is het handig om deze maatregelen te treffen? Vergeet niet te informeren naar welke kosten hierbij komen kijken en welke subsidies of andere financiële regelingen geraadpleegd kunnen worden (zie Bijlage 8). Denk bij het maken van een begroting ook aan onderhouds- en gebruikskosten van bijvoorbeeld een warmtepomp in relatie tot een cv-ketel, die zijn namelijk een stuk lager. Daarvoor kan advies worden gevraagd aan erkende installateurs of onafhankelijke adviseurs via ICC-PMM en/of IBDO.
4. Aan de slag: start met energiebesparende maatregelen Het is altijd een goed idee om (kleinere) maatregelen door te voeren waarmee je energie kan besparen. Bijvoorbeeld door lichten en verwarming alleen aan te zetten als er gebruik van wordt gemaakt of oude apparaten te vervangen voor energiezuinige varianten. Hierdoor neemt in veel gevallen de piekvraag af. Ook kunnen processen en apparaten worden gekoppeld met een energiemanagementsysteem zodat ze automatisch in- of uitschakelen wanneer er meer of minder energie beschikbaar is.
5. Grote maatregelen treffen Grote verduurzamingsmaatregelen zijn de individuele en collectieve mogelijkheden die in Hoofdstuk 3 zijn beschreven. Ook mechanische ventilatie of extra zonnepanelen op het dak zijn grote maatregelen. Check of u een vergunning nodig heeft voor een verduurzamingsmaatregel. Is dit het geval? Vraag deze dan op tijd aan. Stem dit goed af met
18
de gemeente en/of netbeheerder. Meestal wordt ervoor gekozen om deze maatregelen uit te voeren kort voor de stap naar aardgasvrij. Maar let op: dit is niet noodzakelijk.
19
5. Uitvoeringsfase Het Warmteplan is pas een eerste stap naar een aardgasvrij Blankenstein. De gemeente, ondernemers en andere stakeholders gaan de komende jaren verder aan de slag. Ieder heeft daarin zijn eigen rol. Daarnaast heeft de gemeente al een aantal concrete acties voor de komende tijd gepland.
Rolverdeling Rol gemeente De gemeente heeft een belangrijke taak in het aardgasvrij maken en verduurzamen van de gebouwde omgeving. Daarom wordt er de komende jaren voor elk gebied een Warmteplan opgesteld. De gemeente kan en wil niet alles zelf doen. Daarnaast ligt de verantwoordelijkheid voor het verduurzamen van gebouwen en bedrijfsprocessen voor een groot deel bij de ondernemers zelf. De gemeente wil ondernemers wel zo goed mogelijk ondersteunen. De gemeente ziet zichzelf daarbij als aanjager, verbinder en facilitator. Uit het participatietraject kwam naar voren dat ook pandeigenaren en ondernemers behoefte hebben aan zo’n rol van de gemeente. De gemeente wil deze rol onder andere vervullen door samen met ICC-PMM een loket op te richten waar ondernemers met vragen over de warmte- en energietransitie terecht kunnen. In het hoofdstuk Uitvoeringsagenda gaan we verder in op de acties die de gemeente de komende tijd uitvoert. Naast de gemeente heeft ook de Omgevingsdienst Drenthe een belangrijke rol in de uitvoering van de energietransitie bij bedrijven. De Omgevingsdienst monitort en controleert of bedrijven voldoen aan de wet- en regelgeving op het gebied van de energietransitie. Concreet monitoren zij bijvoorbeeld de uitvoering van de energiebesparingsplicht (zie Hoofdstuk 4).
De gemeente werkt daarom samen met de Omgevingsdienst om goed inzicht te hebben in de voortgang van de energietransitie. Daarnaast werkt de gemeente met een aantal andere partijen samen. Deze partijen worden hieronder geïntroduceerd.
Industriële Commerciële Club Parkmanagement Meppel ICC-Parkmanagement Meppel (ICC-PMM) is het aanspreekpunt voor bedrijven in de gemeente Meppel. ICC-PMM is vertegenwoordiger van het mkb in Meppel en in het bijzonder haar leden. De organisatie behartigt de belangen van bedrijven op bedrijventerreinen en regelt collectieve inkoop van zaken als afval, energie en beveiliging. Als vertegenwoordiger van haar leden bij de overheid speelt ICC-PMM een belangrijke rol in 20
kwesties die de aangesloten bedrijven beïnvloeden. Ze verbindt ondernemers en zorgt ervoor dat ondernemersinformatie bij de gemeente Meppel terechtkomt en vice versa. ICCPMM is uw eerste aanspreekpunt voor vragen of advies over de energie- en warmtetransitie of verduurzamingsplannen in relatie tot uw bedrijfspand. ICC-PMM houdt nauw contact met gemeente Meppel over nieuwe ontwikkelingen en verduurzamingsplannen van ondernemers om kansen op samenwerking tussen ondernemers te signaleren.
Provincie Drenthe Provincie Drenthe draagt bij aan het verduurzamen van bedrijventerreinen. De adviseurs van Provincie Drenthe denken graag mee met ondernemers. Er zijn vier pilots op verschillende bedrijventerreinen in Drenthe uitgevoerd. Dit heeft geleid tot inzichten in welke stappen en doelen effectief kunnen zijn. Deze inzichten zijn verwerkt in een Leidraad voor de verduurzaming van bedrijventerreinen. De leidraad is hier te raadplegen: Energieneutrale_bedrijventerreinen_drenthe_2035_leidraad_versie_1-0.pdf
Ik Ben Drents Ondernemer (IBDO) De organisatie Ik Ben Drents Ondernemer (IBDO) helpt en ondersteunt individuele mkbondernemers in welke fase van ondernemerschap zij ook zitten. IBDO is geen ondernemersvereniging, maar een soort loket om ondernemers verder te helpen. Voor energieadvies kunnen mkb-ondernemers terecht bij de adviseurs van IBDO: https://ikbendrentsondernemer.nl/thema/vergroenen/. Dit is vrijblijvend en voor hen gratis beschikbaar. IBDO kan ook helpen bij de samenwerking tussen bedrijven. Denk hierbij aan vormen van collectief terreinbeheer en/of energiesamenwerking (de zogenaamde energiehubs). Deze ondersteuning loopt via de aanjagers in de provincie Drenthe die actief zijn in het landelijke Programma Verduurzamen Bedrijventerreinen (PVB). Meer informatie is hier te vinden: https://pvbnederland.nl/regio/drenthe/#m/3
Energiefonds Drenthe Het Energiefonds Drenthe is het energiefonds van de Provincie Drenthe. Het Energiefonds Drenthe heeft als doel het versnellen van de energietransitie in de provincie. Zij doet dit door het verstrekken van financieringen voor het verduurzamen van vastgoed, het bevorderen van circulaire bedrijfsprocessen en het ondersteunen bij de totstandkoming van deze projecten. In Hoofdstuk 6 wordt ingegaan op verschillende financiële regelingen die het Energiefonds Drenthe beschikbaar stelt.
Netbeheerders Enexis is als netbeheerder verantwoordelijk voor het elektriciteitsnet in Meppel. RENDO vervult deze rol voor het aardgasnet. Een goede samenwerking met en tussen deze partijen is nodig om de warmtetransitie mogelijk te maken. Enexis heeft een belangrijke rol in de 21
uitbreiding van het elektriciteitsnet en het voorkomen van netcongestie. Het is de verantwoordelijkheid van de netbeheerders om knelpunten op het elektriciteitsnet te signaleren en op tijd contact te zoeken met de gemeente om te inventariseren welke plannen er op Blankenstein zijn.
Uitvoeringsagenda In dit plan beschrijven we vooral de acties die de gemeente zelf kan nemen. Daar hebben we immers direct invloed op. De belangrijkste partij is echter de uitvoerende partij: de ondernemers op Blankenstein. Als gemeente willen we hen zo goed mogelijk ondersteunen en de ruimte en mogelijkheden bieden om zelf een verstandige route naar aardgasvrij te kiezen. Wij zetten daarom de komende jaren in op verschillende stimuleringsacties voor bedrijven.
Figuur 4: Uitvoeringsagenda
Ambassadeursterrein Werklandschappen van de Toekomst Het programma Werklandschappen van de Toekomst is gericht op het transformeren van bedrijventerreinen. Het doel is om deze terreinen groener, gezonder en beter bestand tegen klimaatverandering te maken. Dit gebeurt door samenwerking tussen de overheid, scholen, ondernemers en andere betrokkenen. Het programma streeft ernaar om binnen acht jaar duizend bedrijventerreinen te verduurzamen en te vergroenen. Het programma is bezig met een opschalingsaanpak. Hiervoor heeft Werklandschappen van de Toekomst een groot 22
onderzoeksprogramma gestart. In de eerste fase worden er vier living labs en tien ambassadeursbedrijventerreinen opgezet. Deze moeten de basis vormen voor verdere groei. In de provincie Drenthe wordt een bedrijventerrein geselecteerd als ambassadeursterrein. Bedrijventerreinen in Drenthe kunnen zich hiervoor aanmelden. De gemeente gaat samen met ICC-PMM verkennen of Blankenstein opgegeven kan worden als ambassadeursterrein. Als Blankenstein wordt geselecteerd als ambassadeursterrein, levert dit voordelen op als kennisdeling en cofinanciering van initiatieven. Dit kan een kickstart geven aan de verduurzaming op Blankenstein.
Kennisdeling stimuleren Ontwikkelingen rondom de energie- en warmtetransitie gaan razendsnel. Bijvoorbeeld nieuwe technieken, maar ook wijzigingen in wet- en regelgeving, financiële regelingen en subsidies. Niet iedere ondernemer volgt deze ontwikkelingen op de voet. We willen als gemeente recente ontwikkelingen samen met ICC-PMM onder de aandacht blijven brengen bij de ondernemers. Dit kan bijvoorbeeld met een nieuwsbrief, maar ook door het organiseren van activiteiten, zoals netwerklunches, een themadag ‘duurzaamheidsfinanciering’ of een ontbijtbijeenkomst waarvoor een spreker wordt uitgenodigd. Uit het participatietraject kwam naar voren dat ondernemers behoefte hebben aan concrete voorbeelden uit de praktijk. De gemeente kan deze concrete voorbeelden in samenwerking met ICC-PMM periodiek onder de aandacht brengen. Denk aan het gepresenteerde voorbeeld van Arriva tijdens een van de ontbijtbijeenkomsten. Ook de aardgasvrije panden die al op Blankenstein gevestigd zijn, kunnen als koplopers hun successen delen met de andere ondernemers. Met deze acties houden we het onderwerp levend op Blankenstein, krijgen ondernemers de gelegenheid om het gesprek met elkaar aan te gaan en laagdrempelig vragen te stellen aan ervaringsdeskundigen en/of de gemeente.
Ondersteuning initiatieven vanuit gemeente Samen werken we aan het verduurzamen van Blankenstein. Dat kan alleen wanneer initiatieven uit Blankenstein de ruimte krijgen. Dit kan gaan om goede ideeën die bijdragen aan bewustwording of informatievoorziening, maar het kan ook een collectief initiatief zijn. Bijvoorbeeld met betrekking tot het delen van elektriciteit, een kleinschalig warmtenet of een collectieve inkoopactie. De gemeente stelt expertise beschikbaar om initiatieven te ondersteunen. Hierin trekken we samen op met ICC-PMM. Ondernemers met vragen of ideeën kunnen zich melden bij ICCPMM, waarna ICC-PMM bepaalt of en hoe ze kan helpen. ICC-PMM stemt de hulp aan initiatieven vervolgens af met de gemeente. 23
Samenwerken met partners De gemeente heeft een belangrijke taak in het aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving, maar er zijn meerdere partijen betrokken bij de verduurzaming van bedrijven. ICC-PMM is het eerste aanspreekpunt voor de ondernemers en de gemeente. Daarnaast is het Energiefonds Drenthe voor financieringsmogelijkheden beschikbaar en biedt het IBDO adviesdiensten aan ondernemers voor (het verduurzamen van) hun bedrijfsvoering. De gemeente onderhoudt het contact met deze partijen en ziet hen ook als partners. In eerste instantie gaat dit vooral via ICC-PMM. Zodra een ondernemer met een vraag bij ICC-PMM aanklopt, wordt de ondernemer (indien nuttig en wenselijk) in contact gebracht met de andere partijen. De gemeente ondersteunt ICC-PMM in het opzetten en vervullen van haar loketfunctie en promoot deze ook naar de ondernemers toe.
Aandacht geven aan andere thema’s / koppelkansen De gemeente denkt graag mee over het faciliteren van initiatieven. Daarnaast is het aan de gemeente om koppelkansen op het gebied van de verschillende duurzaamheidsopgaven – zoals de opgave vanuit de Regionale Energiestrategie, klimaatadaptatie en circulaire economie – te signaleren die voor gemeente en bedrijven van belang zijn. Denk hierbij aan laadpalen voor elektrische auto’s, het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit of het vergroenen van het terrein bij MyOffice. Dit is een concrete kans om als pilotproject op te starten en kan de opmaat voor meer vervolgprojecten zijn.
Potentie van energieopwekking door zonnepanelen te benutten Om de doelstelling van een CO2-neutraal Meppel te realiseren werkt de gemeente toe naar nieuwe systemen voor onze energievoorziening. Hieronder vallen ook andere vormen van energieopwekking. In Nederland zijn er dertig regio’s die hiervoor elk een eigen regionale energiestrategie (RES) hebben ontwikkeld, die aansluit bij de nationale klimaatdoelen en de specifieke mogelijkheden en behoeften van de regio. In de RES 1.0 van Drenthe heeft de gemeente Meppel de ambitie opgenomen om in 2030 jaarlijks 0,167 TWh (grootschalige) hernieuwbare energie op te wekken. Hiervan is 0,102 TWh windenergie en 0,065 TWh zonne-energie. Voor zonne-energie kijken we eerst naar (grote) daken in de gebouwde omgeving, waaronder op bedrijventerreinen. Daarnaast kijken we naar zonmogelijkheden langs rijks- en snelwegen en op (boven) parkeerterreinen. Energieopwekking en de warmteopgave zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden, want hier komen vraag en aanbod samen. Beiden dragen bij aan een CO2-neutraal Meppel. Bij de uitvoering van het Warmteplan zal gekeken worden naar de mogelijkheden voor zonne-energie op grote daken op Blankenstein, rekening houdend met de potentie, netcongestie en financiën.
Samenwerking in collectiviteit opzoeken PM Energie Regie heeft onderzoek gedaan naar netcongestie op Blankenstein en hoe hiermee om te gaan. Uit het onderzoek blijkt dat er een interessante kans voor samenwerking tussen bedrijven ligt bij het middenspanningsstation waar McDonald’s, 24
MyOffice, Woonconcept, de College Campus en Arriva op zijn aangesloten. Deze clustering maakt het technisch mogelijk om via een groepstransportovereenkomst (GTO) onderling transportcapaciteit te delen. Door het opzetten van een GTO kunnen deze bedrijven hun gecontracteerd vermogen gezamenlijk inzetten, waardoor Arriva extra ruimte krijgt om 's nachts te laden zonder dat de andere partijen in hun bedrijfsvoering worden beperkt. De GTO verhoogt de benuttingsgraad van de bestaande netcapaciteit, voorkomt onnodige investeringen in extra aansluitcapaciteit en draagt bij aan een flexibelere en efficiëntere netinfrastructuur op het bedrijventerrein. Er hebben verkennende gesprekken plaatsgevonden tussen de bedrijven. De gemeente wil hierbij ondersteunen en faciliteren door capaciteit en middelen in te zetten waar voor hen een rol is weggelegd.
25
Bijlage 1 Begrippenlijst Aardgasvrij Verwarmen en koken op basis van duurzame energie zonder aardgas. Afgiftesysteem Een afgiftesysteem is een toestel dat warmte afgeeft aan de ruimtes in een gebouw. Er zijn veel verschillende soorten afgiftesystemen. Bijvoorbeeld radiatoren, convectoren, vloer- en wandverwarming. Airco wordt ook steeds vaker als een afgiftesysteem gezien. Boiler Een build-in- of close-in-boiler is een kleine elektrische boiler (inhoud 10 tot 20 liter) voor in de keuken. Een combi-kokend-waterkraan (inhoud 7 tot 11 liter) geeft water via een kokendwaterkraan en levert warm tapwater via een mengkraan in de keuken. CO2 Een geurloos en kleurloos gas dat onder andere vrijkomt bij de verbranding van fossiele brandstoffen. Door de verhoogde concentratie is het medeverantwoordelijk voor klimaatverandering. CO2-neutraal Een warmtebron die CO2-neutraal is, gebruikt de benodigde energie uit duurzame bronnen, waarbij er geen CO2 wordt uitgestoten. Collectieve technieken Technieken die meerdere huizen verwarmen. Met collectieve technieken wordt vooral een warmtenet bedoeld. Een collectieve aanpak is alleen mogelijk als het merendeel van de straat/buurt voor dezelfde techniek kiest. Hoe meer huishoudens, of hoe meer huizen per oppervlakte, hoe groter de kans op een haalbare collectieve oplossing. Duurzame bronnen Bronnen waaruit energie opgewekt wordt en die niet opraken.
Met het opwekken van energie wordt er geen luchtvervuiling en CO2-uitstoot veroorzaakt.
26
Energielabel Een energielabel geeft aan of een gebouw veel of weinig energie verbruikt (de energieprestatie). Gebouwen met een A++++-label zijn het energiezuinigst. De minst zuinige gebouwen krijgen een G-label. Energietransitie Een internationaal en nationaal proces om van fossiele brandstoffen (waaronder aardgas, olie en steenkool) over te stappen naar duurzame bronnen (zoals zon, wind en bodemwarmte). Deze bronnen zijn duurzaam omdat deze niet op kunnen raken. Iedere sector in Nederland werkt aan de energietransitie. In de gebouwde omgeving gaat de energietransitie vooral om de verwarming van huizen. Daarom noemen we de energietransitie ook wel warmtetransitie, omdat dit specifiek om het aardgasgebruik in gebouwen gaat. Geothermie Warmte afkomstig uit de aarde, ook wel aardwarmte genoemd. Geothermie kan ondiep (500 tot 1.500 meter), diep (1.500 tot 4.000 meter) en ultradiep (>4000 meter) gewonnen worden. Hoe dieper de warmte gewonnen wordt, hoe hoger de temperatuur. Diepe geothermie kan warmte winnen van wel 80°C. Ondiepe geothermie kan warmte winnen rond de 40 à 50°C. Een warmtepomp kan aardwarmte gebruiken voor een warmtenet. Groen gas Biogas dat is opgewaardeerd naar aardgaskwaliteit. Groen gas wordt gemaakt uit plantenen voedingsresten, uit mest of rioolslib, maar het is qua samenstelling identiek aan aardgas. Het is dus de duurzame variant van aardgas.
Door biogas te bewerken en op te waarderen wordt het groen gas en krijgt het dezelfde eigenschappen als aardgas, waarna het via het bestaande aardgasnetwerk wordt vervoerd. Het kan dezelfde functie als aardgas vervullen, maar dan op een duurzame basis. Hoge temperatuur (HT) warmtebronnen Warmtebronnen waarvan de temperatuur tussen de 70 en de 90°C ligt. Hr-ketel Een hoog rendement ketel of hr-ketel is een verwarmingsketel op aardgas die ten opzichte van een conventionele gasketel een hoger rendement heeft. Dit wordt gerealiseerd door condensatie van de waterdamp in de rookgassen. 27
Hybride warmtepomp Een combinatie van apparaten om een gebouw en tapwater te verwarmen: voor een deel met elektriciteit (warmtepomp) en voor het andere deel met gas (cv-ketel). De hybride warmtepomp voorziet in een groot deel van de warmtevraag in een gebouw. Alleen als het heel koud is buiten springt de gewone cv-ketel bij om hen gebouw te verwarmen. Daarnaast blijft de cv-ketel het tapwater in het gebouw verwarmen. Individuele technieken Technieken die één gebouw verwarmen. Dit kan bijvoorbeeld gaan om een warmtepomp. Bij een individuele aanpak bepaalt een bewoner zelf op welk moment hij/zij overstapt en op welke techniek. Isolatie Materialen om het warmteverlies van binnen naar buiten te beperken. Isolatiewaarde Een waarde die iets zegt over hoeveel het isolatiemateriaal isoleert. De isolatiewaarde wordt in R-waarde uitgedrukt. Hoe hoger de R-waarde, hoe hoger het isolatievermogen. De Rwaarde is afhankelijk van materiaaleigenschappen en de dikte van het materiaal. Koppelkans Aanpassingsmaatregelen worden gecombineerd met andere acties of plannen. Koppelkansen zijn kansen die tegelijk met een project uitgevoerd kunnen worden. Daarmee ontstaat een win-winsituatie. Lage temperatuur (LT) warmtebronnen Warmtebronnen waarvan de temperatuur tussen de 10 en 50°C ligt.
Natuurvriendelijk isoleren Bij natuurvriendelijk isoleren krijgen de dieren die gebruik maken van de ruimtes in gebouwen de kans weg te vliegen voordat het gebouw wordt geïsoleerd. Daarna zorgt het isolatiebedrijf voor nieuwe verblijfplaatsen voor de dieren.
28
Restwarmte Warmte die vrijkomt bij een productie of proces en waar op dit moment nog geen gebruik van wordt gemaakt. Bijvoorbeeld bij industriële bedrijven, maar er komt ook restwarmte vrij bij rioolzuiveringsinstallaties of bij energiecentrales. Deze restwarmte kan soms worden gebruikt als bron om een warmtenet van warmte te voorzien. Transitievisie Warmte (TVW) Een document dat de weg naar duurzame warmte beschrijft. In het document staan de technieken die de gemeente kan gebruiken en die wenselijk zijn om te gebruiken, en wanneer. Elke gemeente moest in 2021 een visie vaststellen en minimaal één keer in de vijf jaar herzien. Zo blijft er ruimte om in te spelen op nieuwe ontwikkelingen of nieuwe onderzoeksinzichten. Ook is er tijd om plannen beter uit te werken. Warmtenet Een collectieve oplossing waarbij warmte afkomstig is van een bron, zoals geothermie of restwarmte. Deze bron verwarmt een vloeistof in een buizennetwerk onder de grond en brengt de warmte naar de gebouwen. De aanleg van een warmtenet kost geld, waar de bewoners het mee eens moeten zijn. Een collectieve aanpak is alleen mogelijk als het merendeel van de straat/buurt voor dezelfde techniek kiest. Hoe meer huishoudens, of hoe meer huizen per oppervlakte, hoe groter de kans op een haalbare collectieve oplossing.
Warmtepomp Een alternatief voor de huidige cv-ketel die gebruik maakt van warmte die uit de buitenlucht of uit de bodem komt. Met behulp van elektriciteit wordt warmte uit de lucht of uit de bodem geschikt gemaakt voor het verwarmen van een goed geïsoleerd gebouw. Warmtetransitie Een specifiek onderdeel van de energietransitie. Het gaat over het verduurzamen van het energiegebruik in de gebouwde omgeving. De warmtetransitie gaat over het vinden van een duurzaam alternatief voor het aardgas dat we gebruiken om tapwater te verwarmen, te koken en het gebouw warm te krijgen. Warmteplan Een document waarin staat beschreven hoe een wijk, buurt of kern van het aardgas afgaat. Het plan vermeldt welke financiële middelen beschikbaar zijn en wanneer de plannen worden uitgevoerd. Het Rijk hanteert de term wijkuitvoeringsplan voor het Warmteplan. 29
Waterstofgas Een gas dat ontstaat door aardgas of water te splitsen en dat een heel hoge temperatuur warmte afgeeft. De meeste waterstof is op dit moment grijze waterstof. Dit is waterstof dat ontstaat door aardgas te kraken en dus, door het gebruik van aardgas, niet duurzaam is. Bij het kraken van aardgas ontstaat een waterstofdeel en een CO2-deel. Bij groene waterstof komt geen CO2 vrij, maar is er veel elektriciteit nodig om een waterdeeltje te splitsen in waterstof en zuurstof. Deze techniek is daarom alleen interessant wanneer er veel duurzame energie wordt opgewekt. En als er veel energie wordt gebruikt, bijvoorbeeld op industrieterreinen. Zonnepaneel In een zonnepaneel wordt zonne-energie omgezet in elektriciteit. Zonnepanelen worden ook wel PV-panelen genoemd (Photo Voltaic). Zonnepanelen mogen niet verward worden met zonnecollectoren. Deze werken volgens een ander principe: hierbij wordt water opgewarmd door middel van zonnewarmte. Zonnecellen bestaan uit twee lagen waartussen, onder invloed van zonlicht, elektrische stroom ontstaat. De zonne-energie die op deze manier wordt opgevangen is een vorm van duurzame energie. Het vermogen van zonnecellen wordt uitgedrukt in Watt-piek (Wp).
30
Bijlage 2 Juridisch kader Warmteplan Gemeenten hebben een belangrijke rol in het bepalen van de beste manier om de gebouwde omgeving van het aardgas af te krijgen en te voorzien van duurzame warmtebronnen. Er zijn veel wetten in ontwikkeling die gemeenten helpen bij deze taak. Een van de belangrijkste wetten is de Omgevingswet, die op 1 januari 2024 in werking is getreden. Deze wet bundelt en vereenvoudigt de regels voor ruimtelijke projecten, waaronder de warmtetransitie. Het Warmteplan Blankenstein is een Omgevingsprogramma in het kader van de Omgevingswet. In een Warmteplan wordt per gebied de route geschetst richting een aardgasvrije en duurzame gebouwde omgeving. Het Warmteplan volgt de gestelde kaders vanuit het Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie, zoals beschreven in de handreiking opbouw uitvoeringsplan1. Voor elk aangewezen gebied stelt het college een Warmteplan op maat vast. Andere relevante wetten zijn onder andere de Wet collectieve warmte, die de regels voor warmtenetten vaststelt; de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie, die de gemeenten meer bevoegdheden geeft om de warmtetransitie te versnellen; en de Energiewet, die energieconsumenten beter beschermt en meer mogelijkheden biedt om het stroomnet flexibel te gebruiken. In deze bijlage staat een toelichting op deze wetten.
Hierna wordt ook andere relevante Europese en nationale wet- en regelgeving nader toegelicht.
Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie Met ingang van de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (naar verwachting per 1 januari 2026) krijgt de gemeente de juridische mogelijkheden om bepaalde gebieden (wijken, buurten en kernen) van het aardgas af te sluiten, onder voorwaarde dat er een volwaardige alternatieve warmtevoorziening is gerealiseerd. De gemeente heeft daarom een Transitievisie Warmte (onder de Omgevingswet ‘Warmteprogramma’) opgesteld en werkt deze visie verder uit in Warmteplannen voor alle wijken, buurten en kernen in de gemeente. In deze Warmteplannen beschrijft de gemeente hoe de verschillende gebieden van het aardgas af kunnen gaan. Met de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie streeft de regering naar het verduurzamen van de eerste 1,5 miljoen gebouwen in 2030. Het is op dit moment echter nog onduidelijk of dit betekent dat in 2030 al deze gebouwen volledig aardgasvrij moeten zijn of dat genomen duurzaamheidsmaatregelen gericht op besparing of isolatie ook meetellen. Ook is op dit moment nog onbekend of gemeenten verplicht worden om tot afkoppeling van
1 Handreiking opbouw uitvoeringsplan warmtenet en all-electric | NPLW
31
het gas over te gaan. Op dit moment stelt de gemeente Meppel nog geen datum vast waarop Blankenstein van het aardgas afgaat.
Wet collectieve warmte De rol van de gemeente met betrekking tot collectieve warmtesystemen wordt beschreven in de Wet collectieve warmte. Ook deze wet is nog in behandeling. De wet treedt naar verwachting in werking op 1 januari 2026. De gemeente krijgt de bevoegdheid om een zogenaamd ‘warmtekavel’ vast te stellen. Dit is een gebied dat zodanig van omvang is dat een warmtebedrijf er een collectief warmtesysteem kan aanleggen en exploiteren, en waarbinnen de leveringszekerheid voldoende gewaarborgd is. De kavel moet daarnaast aan enkele andere criteria voldoen om te waarborgen dat het collectieve warmtesysteem zelfstandig opererend, duurzaam, betaalbaar en betrouwbaar is. Vervolgens wijzen gemeenten binnen de warmtekavel een warmtebedrijf aan. Hiervoor moet de gemeente een transparante, non-discriminatoire en goed onderbouwde procedure doorlopen. In de wet is opgenomen dat een publieke partij, zoals de gemeente, een rol moet spelen in het warmtebedrijf. Daarnaast mogen ook private partijen hieraan deelnemen. Het door de gemeente aangewezen warmtebedrijf krijgt een exclusief recht voor een periode van minimaal 20 en maximaal 30 jaar om warmte te transporteren en te leveren binnen de warmtekavel. Warmtebedrijven moeten in meerderheid (meer dan 50%) publiek eigendom zijn. Het transporteren en leveren van warmte zonder een dergelijke aanwijzing is in beginsel verboden.