1.8 RUD Drenthe - Aanbiedingsbrief voorjaarsrapportage 2024 met bijlage
Tekst van het document
bezoekadres Westerbrink 1 9405 BJ Assen
Aan
De colleges van burgemeester en wethouders en gedeputeerde staten van Drenthe Verzending per -mail
ons kenmerk 202400448
uw brief van/kenmerk team Staf
bijlage(n) 1
behandeld door M. van den Berg
telefoon 0592 - 754569
datum 9 juli 2024
e-mail m.vandenberg@ruddrenthe.nl
onderwerp Voorjaarsrapportage RUD Drenthe periode 2024
Geachte collegeleden, Hierbij ontvangt u de Voorjaarsrapportage van de RUD Drenthe. De belangrijkste conclusie is dat de werkzaamheden die wij voor u uitvoeren volgens planning verlopen. In deze brief leest u een korte toelichting op de eerste 4 maanden van dit jaar, inclusief de eerste ervaringen met de Omgevingswet. Inzet voor uw milieudoelen We werken aan een veilige, duurzame en gezonde leefomgeving in Drenthe door onder andere de volgende werkzaamheden voor u uit te voeren: − Het verlenen en toetsen van vergunningen, meldingen en ontheffingen zodat aan de voorzijde duidelijk is welke regels van toepassing zijn voor de Drentse bedrijven en inwoners. − Het houden van toezicht bij bedrijven en toezicht op het gebied van energie en asbest, inclusief handhavend optreden wanneer niet wordt voldaan aan de voorschriften. Hieronder valt ook ketentoezicht en het optreden tegen milieucriminaliteit door onze BOA’s. − Het behandelen van milieuklachten en piketmeldingen in geval van calamiteiten. − Het verlenen van bodembeschikkingen, advisering, toezien op saneringen en het houden van bodemtoezicht bij de toepassing van grootschalig grondverzet. − Adviseren op omgevingsthema’s zoals afval, bodem, duurzaamheid, geluid, lucht en veiligheid.
Inzet volgens planning – koers op realisatie jaarprogramma Over de eerste vier maanden is 35% van de verwachte ureninzet uit het Jaarprogramma gerealiseerd. We koersen daarmee op een realisatie in de bandbreedte van 98 - 103% van de raming in het Jaarprogramma 2024. In maandelijkse gesprekken bespreken we op basis van de actuele dashboard-cijfers of en hoe bijsturing noodzakelijk is.
Zichtbare trends in de uitvoering Nu het eerste deel van het jaar is voltooid zijn de volgende trends zichtbaar: − Eind vorig jaar zijn, net voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, een groot aantal aanvragen/meldingen ingediend. Deze zijn volgens de oude wetgeving in behandeling. − De inzet op het gebied toezicht & klachten verloopt volgens planning. Er wordt gekoerst op 100% realisatie. Het aantal handhavingsverzoeken is flink hoger dan vorig jaar in deze periode. − Het aantal bodemadviezen ligt lager dan verwacht, mede omdat blijkt dat niet altijd advies wordt ingewonnen bij het afgeven van vergunningen bouw (risico bouwen op vervuilde grond). Hiervoor wordt alertheid gevraagd. − Het aantal verzoeken in relatie tot de duurzaamheidsopgave neemt toe. Hierbij gaat het om bijvoorbeeld aanleg van (of klachten over) warmtepompen en airco’s. Maar ook over de realisatie van extra transformatorhuisjes en energie opslagsystemen (waterstof). − Het aantal ondersteuningsvragen voor bijvoorbeeld WOO-verzoeken of het leveren van zienswijzen is fors hoger dan in 2023, net als het aantal (omvangrijke) persvragen. De eerste ervaringen met de omgevingswet – een relatief rustige start We werken inmiddels enkele maanden met de omgevingswet. We hadden de verwachting dat niet direct de volledige impact zich bij de startfase zou voordoen, deze verwachting blijkt ook uit te komen.
De markt blijkt bijvoorbeeld nog te moeten wennen aan de nieuwe wet, er zijn haperingen in de automatisering en uiteraard moeten de omgevingsplannen nog worden opgesteld. Hieronder worden een aantal bijzonderheden toegelicht: − Het leren werken met de Omgevingswet vraagt extra tijd, inmiddels zijn al relatief veel van onze begrote uren hiervoor besteed. De verwachting is dat deze inzet komende periode afneemt. − Het aantal nieuwe omgevingsvergunningaanvragen neemt zoals voorspeld af, het aantal meldingen (inclusief informatieplichten) neemt toe als gevolg van de Omgevingswet. − Het aantal vooroverleggen blijft nog achter ten opzichte van de verwachte toename (mede vanwege een technische instelling in het DSO). − Het aanschuiven bij meerdere intaketafels bij de deelnemers blijkt als zeer waardevol te worden ervaren. Op deze wijze wordt voorkomen dat een vergunning bouw wordt verleend terwijl dit vanuit milieu niet haalbaar is. − Diverse informatievoorzieningsissues vormen een risico. Niet alle instellingen in het DSO staan bijvoorbeeld goed. Daarnaast blijken veel meldingen fouten te bevatten of komen soms niet binnen. − Door de komst van de Omgevingswet is relatief veel juridische inzet gepleegd vanwege diverse nieuwe vraagstukken, zowel door de opdrachtgevers als in de interne procedures. − We passen steeds meer de afgesproken uitvoeringskeuzes toe.
Zo wordt bij vergunningverlening bijvoorbeeld de zakelijkere insteek gehanteerd (eenmalig vragen om aanvulling). En wordt bij bodem toezicht gehouden bij de meest risicovolle meldingen. Het risicogericht afdoen van meldingen en vergunningen is in ontwikkeling, daarnaast worden ook een aantal van de overige keuzes nog verder uitgewerkt. Uiteraard blijven wij monitoren op onze inzet en het effect van de gemaakte keuzes. Bij de 8-maandsrapportage ontvangt u hierover meer informatie. Financiën – voorzichtig positief saldo De baten en lasten tot en met april afgezet tegen de prognose uit de ontwerpbegrotingswijziging 2024 laten een positief saldo zien van circa €297K. Bij de 8-maandsrapportage ontvangt u een meer nauwkeurige eindejaarsprognose (inclusief inzicht in uw deelnemersbijdrage). Het positieve resultaat tot en met april komt met name door: lagere personele lasten (€+45K), lagere legesopbrengsten (€-13K), lagere bedrijfsvoeringskosten, deze kosten nemen nog wel toe (€+123K), lagere incidentele lasten (€+85K) en een nog onbenut deel van de post Onvoorzien (€ 42K). Een aantal uitgaven deden zich nog niet voor in het eerste kwartaal, maar zijn nog wel voorzien later dit jaar.
2
Wij verzoeken u de rapportage ter informatie toe te zenden aan uw raden. Uiteraard zijn wij graag bereid u toelichting te geven bij vragen of aandachtspunten. Hoogachtend, Het dagelijks bestuur van de RUD Drenthe,
De voorzitter, R.H. Meijer
de secretaris, M. Heidekamp-Prins
3
Voorjaarsrapportage 2024
Regionale Uitvoeringsdienst Drenthe
Inhoudsopgave
1
2
Voorblad
1
Colofon
2
Managementsamenvatting
3
Analyse dienstverlening
4
1.1
Taakveld vergunningen
5
1.2
Taakveld toezicht & klachten
5
1.3
Taakveld bodem
5
1.4
Taakveld advies
6
1.5
Taakveld juridisch
6
1.6 Taakveld extra opdrachten en complexe VTH-taken
7
Impact Omgevingswet
8
2.1
Uitgangspunten
8
2.2
Generieke effecten
8
2.3
Effecten per onderwerp
10
3 Praktijkervaringen
12
4
5
Personeel & organisatie
15
4.1
Productiviteit
15
4.2
Capaciteit
16
4.3
Bedrijfsvoering en beleidsondersteuning 17
4.4
Informatievoorziening
17
Financieel
18
5.1
Voorschot deelnemersbijdrage
18
5.2
Resultatenrekening
19
5.3
Inkomsten en uitgaven
20
5.4
Bezetting afgestemd op productie
20
5.5
Subsidieregelingen
20
Achterblad
21
Colofon De RUD Drenthe is de omgevingsdienst voor de inwoners en bedrijven van Drenthe. We hebben de milieukennis en -kunde, zijn betrouwbaar, innovatief en toekomstgericht. Samen met onze partners dragen we proactief en resultaatgericht bij aan een belangrijke taak: een schoon en veilig Drenthe. Nu én voor de volgende generaties.
Uitgave 17 juni 2024 Regionale Uitvoeringsdienst Drenthe Postbus 1017 9400 BA Assen phone 0800-9102 laptop www.ruddrenthe.nl envelope Regiegroep@ruddrenthe.nl Fotografie Cover: Jan Duker Fotografie Binnenwerk: Jan Duker - Jan van der Wolf R. de Bruijn - Jittawit21
2
Inhoudsopgave
1
2
Voorblad
1
Colofon
2
Managementsamenvatting
3
Analyse dienstverlening
4
1.1
Taakveld vergunningen
5
1.2
Taakveld toezicht & klachten
5
1.3
Taakveld bodem
5
1.4
Taakveld advies
6
1.5
Taakveld juridisch
6
1.6 Taakveld extra opdrachten en complexe VTH-taken
7
Impact Omgevingswet
8
2.1
Uitgangspunten
8
2.2
Generieke effecten
8
2.3
Effecten per onderwerp
10
3 Praktijkervaringen
12
4
5
Personeel & organisatie
15
4.1
Productiviteit
15
4.2
Capaciteit
16
4.3
Bedrijfsvoering en beleidsondersteuning 17
4.4
Informatievoorziening
17
Financieel
18
5.1
Voorschot deelnemersbijdrage
18
5.2
Resultatenrekening
19
5.3
Inkomsten en uitgaven
20
5.4
Bezetting afgestemd op productie
20
5.5
Subsidieregelingen
20
Achterblad
21
MANAGEMENTSAMENVATTING
In het Jaarprogramma 2024 beschrijven we de werkzaamheden die we dit jaar voor onze 13 Drentse deelnemers uitvoeren. Sinds januari hebben we bij de uitvoering van veel van onze taken te maken met een nieuw wettelijk kader. In de Voorjaarsrapportage 2024 vertellen we over de gerealiseerde dienstverlening in de periode 1 januari 2024 - 1 mei 2024.
groei van 3,4% ontstaan. De productiecijfers zien er positief uit met 35% realisatie van het geprogrammeerde werk. Ook over de begrootte staat van baten en lasten zijn we voorzichtig positief (3T). Het is ons jubileumjaar; de RUD Drenthe bestaat 10 jaar en is opgebloeid tot een stabiele omgevingsdienst. Onze professionals zorgen elke dag met trots en passie voor het verbeteren van de Drentse omgevingskwaliteit. Bij de taakuitvoering kennen we regelmatig inhoudelijke uitdagingen. In dit rapport beschrijven we de effecten op het producten- en dienstenpakket van de RUD Drenthe. Met een deelnemer specifieke placemat wordt u op de hoogte gebracht van onze inspanningen waar het úw eigen VTHtakenpakket betreft.
De Omgevingswet vroeg om het maken van bestuurlijke uitvoeringskeuzes en prioritering van de totale opgave. In de Begrotingswijzing 2024 hielden we rekening met 5% uitzetting van benodigde ‘Omgevingswet’ uren. In het Jaarprogramma 2024 werd afgeschaald op de basisbijdrage en de groei van de organisatie vroeg om versneld opschalen van ondersteunende functies. In dit rapport vertellen we over onze eerste ervaringen met het nieuwe stelsel aan richtlijnen en afspraken.
Het realiseren van een maximaal milieurendement is een gezamenlijke inspanning. We nodigen u dan ook van harte uit om eventuele wensen en aandachtspunten die u na het lezen heeft, aan ons kenbaar te maken. Uiteraard zijn wij graag bereid u toelichting te geven wanneer uw College/Raden/Staten hierom verzoeken.
Alle ketenpartners moesten zich een nieuwe werkwijze aanwennen. Het Drents gezegde “aj wat veur mekaar kriegen wilt, moej samenwarken” ademt goed de geest van de nieuwe Omgevingswet. We monitoren en evalueren de invloeden op onze processen en producten nauwkeurig. Sinds kort is actuele sturingsinformatie in een dashboard per opdrachtgever raadpleegbaar. Op deze wijze kunnen we beheerst bijsturen en gecontroleerd doorgroeien. We zien over de afgelopen vier maanden een formatieve
Het dagelijks bestuur van de Regionale Uitvoeringsdienst Drenthe Voorzitter Robert Meijer en Secretaris Marjan Heidekamp 3
Inhoudsopgave
1
2
Voorblad
1
Colofon
2
Managementsamenvatting
3
Analyse dienstverlening
4
1.1
Taakveld vergunningen
5
1.2
Taakveld toezicht & klachten
5
1.3
Taakveld bodem
5
1.4
Taakveld advies
6
1.5
Taakveld juridisch
6
1.6 Taakveld extra opdrachten en complexe VTH-taken
7
Impact Omgevingswet
8
2.1
Uitgangspunten
8
2.2
Generieke effecten
8
2.3
Effecten per onderwerp
10
3 Praktijkervaringen
12
4
5
Personeel & organisatie
15
4.1
Productiviteit
15
4.2
Capaciteit
16
4.3
Bedrijfsvoering en beleidsondersteuning 17
4.4
Informatievoorziening
17
Financieel
18
5.1
Voorschot deelnemersbijdrage
18
5.2
Resultatenrekening
19
5.3
Inkomsten en uitgaven
20
5.4
Bezetting afgestemd op productie
20
5.5
Subsidieregelingen
20
Achterblad
21
1 ANALYSE DIENSTVERLENING
De RUD Drenthe werkt aan de hand van zeven omgevingswaarden: afval, bodem, duurzaamheid, geluid, licht, lucht en omgevingsveiligheid. In dit hoofdstuk lichten we toe hoe we de milieudoelen van onze deelnemers realiseren. In het Jaarprogramma 2024 kunt u lezen hoe de opgaven van onze deelnemers zijn geïnventariseerd en geprogrammeerd. Na vier maanden hebben we 75.640 uur (zijnde 35%) van het Jaarprogramma 2024 weten te realiseren. We verwachten uit te komen binnen de bandbreedte realisatie van 98-103%.
PRODUCTIE TOT 1 MEI 2024 VERWACHTE EINDPROGNOSE: 98-103 %
75.640 UREN REALISATIE (35%)
216.096 UREN JAARPROGRAMMA
4
TAAKVELD
GEPLANDE UREN 2024
REALISATIE UREN 2024
PRODUCTIE PERCENTAGE %
Vergunningen
48.786
19.167
39%
Toezicht en Klachten
77.939
25.600
33%
Bodem
32.590
9.586
29%
Advies
5.590
2.411
43%
Juridisch
4.580
1.847
40%
Procesondersteuning
11.136
3.955
36%
Extra opdrachten
5.140
872
17%
Complexe VTH-taken
6.175
2.357
38%
Indirecte Omgevingswet
8600
4.916
57%
Indirect overige
15.560
4.929
32%
TOTAAL
216.096
75.640
35%
Tabel 1 inzet tot 1 mei 2024 binnen de verschillende taakvelden
Inhoudsopgave
1
2
Voorblad
1
Colofon
2
Managementsamenvatting
3
Analyse dienstverlening
4
1.1
Taakveld vergunningen
5
1.2
Taakveld toezicht & klachten
5
1.3
Taakveld bodem
5
1.4
Taakveld advies
6
1.5
Taakveld juridisch
6
1.6 Taakveld extra opdrachten en complexe VTH-taken
7
Impact Omgevingswet
8
2.1
Uitgangspunten
8
2.2
Generieke effecten
8
2.3
Effecten per onderwerp
10
3 Praktijkervaringen
12
4
5
Personeel & organisatie
15
4.1
Productiviteit
15
4.2
Capaciteit
16
4.3
Bedrijfsvoering en beleidsondersteuning 17
4.4
Informatievoorziening
17
Financieel
18
5.1
Voorschot deelnemersbijdrage
18
5.2
Resultatenrekening
19
5.3
Inkomsten en uitgaven
20
5.4
Bezetting afgestemd op productie
20
5.5
Subsidieregelingen
20
Achterblad
21
1.1 TAAKVELD VERGUNNINGEN De inzet binnen het taakveld Vergunningen loopt voor op de geplande uren. Tussen de verschillende bevoegde gezagen is het verschil groot. Vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn bij veel gemeenten meerdere aanvragen en meldingen Activiteitenbesluit ingediend. Sommige zelfs ‘pro forma’ die later aangevuld moesten worden. Dit heeft tot gevolg dat het overgrote gedeelte van de uren is ingezet op zaken, die onder het oude recht afgehandeld worden. We zien dat oude zaken (ingediend vóór 1 januari 2024) nu pas naar ons doorgezet worden. Ook blijven aanvragen bij gemeenten liggen waarin de RUD Drenthe wel een taak heeft. Gesprekken hierover vinden plaats in regie overleggen met individuele accounthouders.
merken dat gemeenten het onderdeel bouw zelfstandig afhandelen zonder dat daarbij de milieuaspecten voldoende in wordt gekend. Onze aanwezigheid bij de Omgevingstafels wordt daarom als zeer positief ervaren bij zowel de aanwezige vergunningverleners als de organiserende gemeenten.
Het aantal nieuwe aanvragen voor een omgevingsvergunning onder de nieuwe Omgevingswet blijft in de eerste maanden na de inwerkingtreding achter. Dit komt doordat meer MBA's melding plichtig zijn geworden, veel aanvragen voor de inwerkingtreding zijn ingediend onder het oude recht en wellicht ook doordat voor het aanvragen van een omgevingsvergunning onder de Omgevingswet leges worden geheven en bedrijven daardoor wat terughoudender zijn met het indienen van aanvragen. Ook het aantal vooroverleggen blijven achter ten opzichte van de verwachte toename. Dit is mede doordat er een technisch instelling niet juist was ingesteld in het DSO. Bedrijven en ook gemeenten zelf konden daardoor geen vooroverleg of concept aanvraag/melding doorzetten naar een gemeente of uitvoeringsdienst.
1.3 TAAKVELD BODEM Wat betreft het taakveld bodem lopen we in de realisatie iets achter ten opzichte van de geplande uren. Het verschil tussen de verschillende bevoegde gezagen hierin is relatief groot. Dit komt voornamelijk doordat er nog veel lopende zaken vanuit het overgangsrecht onder het bevoegd gezag van de provincie vallen. Wij verwachten dat de verschuiving van de bodemtaken van bevoegd gezag per 1 januari 2024 in de loop van het jaar steeds beter te zien zal zijn.
1.2 TAAKVELD TOEZICHT & KLACHTEN In de eerste 4 maanden van 2024 is de inzet gepleegd die in overeenstemming is met de planning. De verwachting is dat de inzet die voor toezicht, handhaving en klachten in het Jaarprogramma 2024 was opgenomen daadwerkelijk wordt benut zonder dat er sprake is van een over- of onderschrijding.
De bodemmeldingen en informatieplichten die binnenkomen zijn vaak niet volledig of zijn verkeerd gekozen in het DSO. Hierdoor moeten meldingen en informatieplichten vaak opnieuw worden gedaan. Het beoordelen en onderzoeken van de ontvankelijkheid vraagt veel tijd . Dit geldt bijvoorbeeld voor de informatieplicht ' Toepassen van bouwstoffen op of in de landbodem'. Die is de eerste vier maanden van dit jaar 9 keer binnengekomen en slechts één keer was deze correct en volledig.
In de eerste 4 maanden zijn er t.o.v. de verwachting die we hadden in de Impactanalyse r minder nieuwe meldingen, gegevens en bescheiden binnengekomen. De meldingen, gegevens en bescheiden werden vooral initieel onvolledig, onjuist of onterecht ingediend. De afhandeling kost meer tijd vanwege het raadplegen van wetteksten en toelichtingen daarop en de benodigde collegiale afstemmingen. Uit contacten met externe adviseurs blijkt dat het afdoen van een melding als ingewikkeld en omslachtig wordt ervaren. De vragen in het DSO vindt men veel, onduidelijk en het eindresultaat is daarna vaak ‘vraag uw gemeente’. We vermoeden dat veel adviseurs en ondernemers het nu erbij laten en er wellicht later op terug zullen komen.
Het aantal bodemvergunningen wat afgegeven wordt is dalende doordat veel activiteiten van vergunningplicht overgegaan zijn op meldingsplicht. Wel is er nog steeds een mogelijkheid tot maatwerk en in de eerste vier maanden van dit jaar is drie keer een maatwerkvoorschrift afgegeven. De informatie die verplicht aangeleverd moet worden voorafgaand aan een activiteit is minder geworden dan voor inwerkingtreding van de Omgevingswet. Hierdoor is de nadruk meer op het houden van toezicht komen te liggen.
We schuiven ook aan bij meerdere intaketafels van gemeenten. Daar blijkt dat er ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden waarvoor milieumeldingen en/of gegevens en bescheiden nodig zijn, die nauwelijks bij de RUD Drenthe binnenkomen. Op een later moment, bijvoorbeeld als onze toezichthouders ertegenaan lopen of naar aanleiding van een bezwaarprocedure, moeten we dan alsnog gegevens en bescheiden opvragen. Bouw en milieu zijn onder de Omgevingswet niet meer aan elkaar verbonden. We
De inzet op bodemadviezen ligt lager dan verwacht. Wij hebben gemerkt dat wij van de bevoegde gezagen niet alle vragen ontvangen die we zouden moeten ontvangen. Dit gaat bijvoorbeeld om bodem adviesvragen bij het afgeven van bouwvergunningen. Dit brengt risico's met zich mee en heeft ook als gevolg dat ons bodeminformatiesysteem niet compleet is. Dit is weer van invloed op de kwaliteit van advisering in de toekomst. 5
Inhoudsopgave
1
2
Voorblad
1
Colofon
2
Managementsamenvatting
3
Analyse dienstverlening
4
1.1
Taakveld vergunningen
5
1.2
Taakveld toezicht & klachten
5
1.3
Taakveld bodem
5
1.4
Taakveld advies
6
1.5
Taakveld juridisch
6
1.6 Taakveld extra opdrachten en complexe VTH-taken
7
Impact Omgevingswet
8
2.1
Uitgangspunten
8
2.2
Generieke effecten
8
2.3
Effecten per onderwerp
10
3 Praktijkervaringen
12
4
Personeel & organisatie
15
4.1
Productiviteit
15
4.2
Capaciteit
16
4.3
Bedrijfsvoering en beleidsondersteuning 17
4.4
Informatievoorziening
5
17
Financieel
18
5.1
Voorschot deelnemersbijdrage
18
5.2
Resultatenrekening
19
5.3
Inkomsten en uitgaven
20
5.4
Bezetting afgestemd op productie
20
5.5
Subsidieregelingen
20
Achterblad
21
Momenteel zij wij aan het onderzoeken hoe dit komt en gaan we kijken of dit ook voor andere specialismes geldt. 1.4 TAAKVELD ADVIES We zien een toename van verzoeken die gaan over particuliere MBA's (warmtepompen, airco's) en MBA's gerelateerd aan de duurzaamheidsopgave (extra transformatorhuisjes, energie opslagsystemen en ondersteuning bij klachten). Ook de vraag vanuit APVonderdelen (o.a. evenementen) neemt duidelijk toe. Onze geluidadviseurs worden vaker betrokken bij het opstellen van omgevingsplannen. De voorschriften voor evenementen worden als streng gezien en regelmatig aangevochten wat bestuurlijk discussie geeft. In de praktijk zijn de voorschriften haalbaar. Luchtkwaliteit is een belangrijke omgevingswaarde. Alle reden om blijvend aandacht te vragen voor geurbeleid in omgevingsvisies en -plannen. Door het ontbreken ervan moeten we steeds weer opnieuw de situatie apart inschatten, toetsen en beoordelen. Zo hebben we te maken met meerdere milieubelastende activiteiten die voorheen niet in beeld waren. Met de Omgevingswet komen er meer aanvragen binnen die betrekking hebben op energieopslagsystemen (EOS) en EOS-parken. Dit zijn verzoeken die niet onder het BAL vallen maar onder de zorgplicht. Wij zien meer van dit soort verzoeken zoals de opslag van gasvormig waterstof buiten een tankstation of productie via elektrolyse.
Dit zijn nieuwe complexe zaken die veel inzet vergen en van groot belang zijn voor de veiligheid van de omgeving. Bij sommige complexe verzoeken wordt soms een hiaat in regelgeving aan de orde gesteld, bijvoorbeeld in geval van explosie- en brandgevaar bij een basisschool als gevolg van een propaantank. Door het benoemen van aandachtsgebieden in de Omgevingswet, is er meer aandacht gekomen op effecten zoals brand, explosie of een gifwolk. Met behulp van artificiële intelligentie wordt de ligging van propaantanks in Nederland in beeld gebracht. Wij controleren dit in de regio. Deze propaantanks registreren we daarna in het Register externe veiligheid. Hetzelfde geldt voor windturbines en gasdrukmeet-en regelstations.
1.5 TAAKVELD JURIDISCH Het taakveld juridisch loopt in realisatie iets voor ten opzichte van de geplande uren. Dit komt met name door de komst van de Omgevingswet. De eerste 4 maanden van 2024 is er veel inzet en overleg geweest op juridische vraagstukken. De juridische advisering zit niet alleen in adviezen die onze opdrachtgevers vragen, maar ook omdat er intern een flinke puzzel gelegd moet worden nu de Omgevingswet in werking is. Deze uren zien we terug in de post ‘500 Juridische ondersteuning’. Daarnaast leveren wij met enige regelmaat stukken aan in Woo-verzoeken die bij de gemeenten of Provincie in behandeling zijn. Ook leveren wij zienswijzen als dat benodigd is. Dit jaar zijn er al meer ondersteuningsvragen geweest dan over heel 2023. Wat betreft bestuursrechtelijke handhaving zijn er de eerste 4 maanden van dit jaar minder brieven verstuurd dan in dezelfde periode vorig jaar. Dat heeft enerzijds te maken met personele wisselingen maar vooral met de enorme toename van handhavingsdossiers in 2023 (en de nasleep hiervan). In deze bestuursrechtelijke handhavingsdossiers gaat meer tijd zitten, omdat herstel wordt beoogd en daar de tijd voor genomen moet worden. Verder zien we het aantal complexe dossiers bij zwaardere, grotere bedrijven toenemen.
Het aantal lichtadviezen is zichtbaar toegenomen en wordt vaker meegenomen bij de integrale afweging.
6
Inhoudsopgave
1
2
Voorblad
1
Colofon
2
Managementsamenvatting
3
Analyse dienstverlening
4
1.1
Taakveld vergunningen
5
1.2
Taakveld toezicht & klachten
5
1.3
Taakveld bodem
5
1.4
Taakveld advies
6
1.5
Taakveld juridisch
6
1.6 Taakveld extra opdrachten en complexe VTH-taken
7
Impact Omgevingswet
8
2.1
Uitgangspunten
8
2.2
Generieke effecten
8
2.3
Effecten per onderwerp
10
3 Praktijkervaringen
12
4
5
Personeel & organisatie
15
4.1
Productiviteit
15
4.2
Capaciteit
16
4.3
Bedrijfsvoering en beleidsondersteuning 17
4.4
Informatievoorziening
17
Financieel
18
5.1
Voorschot deelnemersbijdrage
18
5.2
Resultatenrekening
19
5.3
Inkomsten en uitgaven
20
5.4
Bezetting afgestemd op productie
20
5.5
Subsidieregelingen
20
Achterblad
Ook merken we nog de gevolgen van de juridische inzet op het project Co-vergisters van Ketentoezicht waardoor meerdere ‘reguliere’ handhavingsdossiers zijn stil komen te liggen. De actuele werkvoorraad is groter dan ooit. We hopen spoedig nieuwe mensen toe te kunnen voegen aan de afdeling.
1.6 TAAKVELD EXTRA OPDRACHTEN EN COMPLEXE VTH-TAKEN Onze inzet op extra opdrachten is minder dan verwacht. Dit wordt mede veroorzaakt doordat nog niet alle projecten door de deelnemers zijn gestart of dat de mandatering duidelijk moest worden. Afhankelijk van of projecten daadwerkelijk door de deelnemers worden gestart is onze prognose dat de ingebrachte uren voor “Extra opdrachten” zullen worden ingezet.
Als het gaat over rechtsbescherming bij handhaving zijn het aantal zienswijzen en ingediende bezwaren en (hoger) beroepen ongewijzigd gebleven. Qua inhoud zijn ze wel complexer geworden, waardoor er meer uren aan besteed worden.
De Complexe VTH-taken hebben in de afgelopen periode de verwachte inzet van ons gevraagd. De inzet op “Complexe VTH-taken” betreft meestal complexe en/of langlopende handhandhavingstrajecten. Dit maakt de benodigde inzet soms grimmig. Het kan voorkomen dat overtredingen toch plotseling worden opgelost, maar ook dat de weerstand om tot een oplossing te komen verhard. Wanneer een complexe VTHtaak meer inzet vraagt dan de ingebrachte uren treden wij vroegtijdig met de betrokken deelnemer in contact om de vervolgstappen te bespreken. Ook wanneer er gaandeweg het jaar complexe VTH-taken ontstaan treden wij in overleg. Wanneer de complexe VTHtaak geconcretiseerd wordt betreft dit meerwerk buiten het jaarprogramma, welke apart gefactureerd wordt.
Kijkend naar de strafrechtelijke handhaving zijn er diverse strafrechtelijke dossiers afgerond met vaak een proces verbaal als uitkomst, slechts in enkele gevallen is er geen proces verbaal opgelegd. Al deze zaken zijn reeds in 2022 en 2023 opgestart. In september zal naar verwachting nog één voltijd Boa in dienst treden waarna wij voldoende op sterkte zijn, zoals ook geadviseerd door de Commissie van Aartsen. Wij verwachten dat de RUD Drenthe qua strafrechtelijke handhaving dan voldoende robuust is. We hebben beduidend meer handhavingsverzoeken ontvangen dan in dezelfde periode in 2023. Waar vorig jaar tot mei 1 handhavingsverzoek was binnengekomen, zijn dat er nu in dezelfde periode al 9 ontvangen. Het aantal jaarlijkse handhavingsverzoeken laat zich nooit voorspellen en ook over de afgelopen jaren lopen de aantallen erg uiteen. Hierdoor kunnen we geen verklaring geven over een vermoedelijke oorzaak. Er zijn vrijwel geen nieuwe beroepen ingediend tegen verleende vergunningen of ontheffingen. De overige nog in behandeling zijnde bezwaren en (hoger) beroepszaken wachten op uitnodiging voor een hoorzitting.
21
7
Inhoudsopgave
1
2
Voorblad
1
Colofon
2
Managementsamenvatting
3
Analyse dienstverlening
4
1.1
Taakveld vergunningen
5
1.2
Taakveld toezicht & klachten
5
1.3
Taakveld bodem
5
1.4
Taakveld advies
6
1.5
Taakveld juridisch
6
1.6 Taakveld extra opdrachten en complexe VTH-taken
7
Impact Omgevingswet
8
2.1
Uitgangspunten
8
2.2
Generieke effecten
8
2.3
Effecten per onderwerp
10
3 Praktijkervaringen
12
4
5
Personeel & organisatie
15
4.1
Productiviteit
15
4.2
Capaciteit
16
4.3
Bedrijfsvoering en beleidsondersteuning 17
4.4
Informatievoorziening
17
Financieel
18
5.1
Voorschot deelnemersbijdrage
18
5.2
Resultatenrekening
19
5.3
Inkomsten en uitgaven
20
5.4
Bezetting afgestemd op productie
20
5.5
Subsidieregelingen
20
Achterblad
21
2 IMPACT OMGEVINGSWET
hebben we vooraf uren begroot. Denk daarbij aan multidisciplinaire afstemming om te leren werken onder de nieuwe wet. In het Jaarprogramma hebben we 5% structurele impact Omgevingswet verwerkt in onze directe uren. Hiernaast zijn voor de indirecte uren, 8600 uur opgenomen.
In de impactanalyse hebben we beschreven dat we met de komst van de Omgevingswet op 78% van het Jaarprogramma een structurele impact voorzien. We hebben uitvoeringskeuzes vastgesteld om ervoor te zorgen dat effecten enigszins gedempt kunnen worden.
2.2 GENERIEKE EFFECTEN Het leren werken onder de Omgevingswet vraagt extra tijd. We zien dat in het begin van het jaar al relatief veel van onze begrote uren zijn besteed. De verwachting is dat deze inzet naar mate het jaar vordert in verhouding iets afneemt. De Omgevingswet brengt veel veranderingen mee. Gezamenlijk goede keuzes maken, is daarbij van belang. Dit zie je in de indirecte tijdsbesteding terug.
2 .1 UITGANGSPUNTEN De eerste vier maanden zijn voorbij en de eerste ervaringen met het werken onder de Omgevingswet zijn opgedaan. De impactanalyse was gebaseerd op de volgende aannames: • Meer vooroverleg (verkennen en begeleiden initiatief) • Verschuiving tussen vergunningverlening en meldingen • Toename aantal meldingen i.r.t. milieubelastende activiteiten • Toename van het aantal klachten en handhavingstrajecten • Toename adviesvragen i.r.t. omgevingsvisie- en –plannen en beleidsvraagstukken • Zaken worden complexer door diversiteit aan regelgeving
In december hebben we een sterke toename gehad in aantal aanvragen. Ook hebben we aanvragen van december verlaat ontvangen. We zijn de eerste maanden van dit jaar druk bezig geweest om deze december aanvragen nog onder de “oude wet en werkwijze” te verwerken. Het aantal aanvragen die we dit jaar hebben ontvangen lijkt nog achter te lopen in vergelijking met andere jaren. Een plausibele verklaring hiervoor is dat er juist in december een hoos aan aanvragen heeft plaatsgevonden. Mogelijk heeft ook het herintroduceren van leges een averechts effect op de aanvragen. Leges kan een drempel zijn om een aanvraag te doen.
We hadden de verwachting dat niet direct de volledige impact zich per januari zou voordoen. Prioritering van taken bij een piek geeft onze organisatie de benodigde grip. Ook weten we dat niet alle effecten structureel van aard zijn. Voor de incidentele inzet 8
Inhoudsopgave
1
2
Voorblad
1
Colofon
2
Managementsamenvatting
3
Analyse dienstverlening
4
1.1
Taakveld vergunningen
5
1.2
Taakveld toezicht & klachten
5
1.3
Taakveld bodem
5
1.4
Taakveld advies
6
1.5
Taakveld juridisch
6
1.6 Taakveld extra opdrachten en complexe VTH-taken
7
Impact Omgevingswet
8
2.1
Uitgangspunten
8
2.2
Generieke effecten
8
2.3
Effecten per onderwerp
10
3 Praktijkervaringen
12
4
5
Personeel & organisatie
15
4.1
Productiviteit
15
4.2
Capaciteit
16
4.3
Bedrijfsvoering en beleidsondersteuning 17
4.4
Informatievoorziening
17
Financieel
18
5.1
Voorschot deelnemersbijdrage
18
5.2
Resultatenrekening
19
5.3
Inkomsten en uitgaven
20
5.4
Bezetting afgestemd op productie
20
5.5
Subsidieregelingen
20
Achterblad
We zien een toename in het aantal meldingen (inclusief informatieplichten). Nieuwe aanvragen voor vooroverleg (conceptverzoeken) komen echter nauwelijks binnen. De reden hiervoor is dat instellingen (in het DSO) voor concept verzoeken niet goed zijn ingesteld. Diverse van dit soort informatievoorzieningsissues vormen een risico. Het tast de uniformiteit en efficiëntie aan. Te denken valt verder aan: de omgang met leges, publicaties, dossieruitwisseling (Standur), ongewoon voorvallen, foute invoer van meldingen en aanvragen met benodigde correcties, foute instellingen met betrekking tot de MBA's en andere activiteiten (bijv. onderhoud openbare ruimte gaat naar de RUD Drenthe) en bijvoorbeeld de toetsingen en adviezen van niet-bedrijfsmatige activiteiten.
Door toepassing van de prioriteitenladder kan de RUD Drenthe bij pieken (vraag groter dan capaciteit op dat moment) het werk gedaan krijgen. Dit geeft ons in de dagelijkse praktijk grip. We verwachten dat pas halverwege het tweede invoeringsjaar een reële schatting kan worden gemaakt van de daadwerkelijke effecten op onze producten, processen en procedures. Intern werken we aan een proces ter ondersteuning van de medewerkers. Met de Accounthouders gaan we in gesprek over dit proces. In de Najaar rapportage en in het Jaarverslag zullen we uiteraard wederom de voortgang en ontwikkelingen rondom de impact Omgevingswet met u delen.
De uitvoeringskeuzes geven ons de mogelijkheid om voldoende toezicht te houden bij de meest risicovolle meldingen voor wat betreft bodem. Met betrekking tot vergunningverlening wordt een zakelijkere insteek gehanteerd bij vergunningaanvragen, meldingen en gegevens en bescheiden. Daar waar in het begin onduidelijkheid was over het kunnen en mogen opvragen van aanvullende gegevens in het kader van ontvankelijkheid is een zakelijke middenweg gekozen. Dit houdt in dat we de aanvullende gegevens binnen een kort tijdsbestek willen ontvangen. Als dat niet mogelijk is dan wordt de aanvraag, melding of gegevens en bescheiden buiten behandeling gelaten. De uitvoeringskeuze met betrekking tot advies is en blijft om te focussen op milieubelastende activiteiten bij bedrijven. Milieubelastende activiteiten bij particulieren worden lager geprioriteerd. Alleen daar waar een handhavingstraject loopt of start, is advisering met enige voorrang mogelijk. Deze afweging gebeurt aan de hand van de prioriteitenladder. We zien dat door nog meer in te zetten op risico gericht werken de efficiency en effectiviteit van de organisatie wordt verbeterd. De prioritering van de vergunningaanvragen en zeker ook de meldingen is afhankelijk van het risicogericht vergunnen. We zijn druk bezig dit verder te ontwikkelen.
Er komen steeds meer omgevingstafels (als onderdeel van het verkennen en begeleiden initiatieven) waar per zaak beoordeeld wordt welke inzet van de RUD Drenthe benodigd is.
21
9
Inhoudsopgave
1
2
Voorblad
1
Colofon
2
Managementsamenvatting
3
Analyse dienstverlening
4
1.1
Taakveld vergunningen
5
1.2
Taakveld toezicht & klachten
5
1.3
Taakveld bodem
5
1.4
Taakveld advies
6
1.5
Taakveld juridisch
6
1.6 Taakveld extra opdrachten en complexe VTH-taken
7
Impact Omgevingswet
8
2.1
Uitgangspunten
8
2.2
Generieke effecten
8
2.3
Effecten per onderwerp
10
3 Praktijkervaringen
12
4
5
Personeel & organisatie
15
4.1
Productiviteit
15
4.2
Capaciteit
16
4.3
Bedrijfsvoering en beleidsondersteuning 17
4.4
Informatievoorziening
ONDERWERP
VERWACHTING
ERVARING EERSTE 4 MAANDEN
Vooroverleg
• Toename aantal procedures verkennen en begeleiden initiatief. • Gemiddelde inzet per zaak neemt toe, meer uitzoekwerk en diversiteit beleid.
Weinig procedures omdat er een technische instelling bij gemeenten en provincie (nog)niet goed staat. Aantallen zijn daarom lager dan op basis van vorig jaar is aangevraagd. Het aantal uren per zaak is hoger (2 op 1). Enerzijds door complexiteit van het concept verzoek, anderzijds door een nieuw proces (afwijkend van het proces advies) en de extra administratieve handelingen.
Vergunningverlening
•E en daling door verschuiving vergunning plichtig naar melding plichtig en bepaalde producten komen te vervallen. •B epaalde producten worden complexer en vragen meer tijd.
Veel vergunningen ingediend per december. Dit zie je ook terug aan de besteding van uren aan producten welke in 2023 zijn aangevraagd. Bij de gemeenten lag nog een behoorlijke voorraad, welke grotendeels verspreid over de eerste 4 maanden is doorgezet naar de RUD Drenthe.
Meldingen
• Toename aantal meldingen (5x zoveel). • Gemiddelde inzet neemt toe, door grotere diversiteit aan toetsingskaders. Anderzijds wordt er minder inhoudelijk beoordeeld.
Er worden voor meer MBA's meldingen gedaan. Daarbij valt nu het aanleveren van gegevens en bescheiden (informatieplicht) ook onder de meldingen.
Milieuspec. Taken
•V erwachting toename aantallen zaken. •G emiddelde inzet neemt toe, door grotere diversiteit aan toetsingskaders
De vraag naar specialistisch advies groeit door toedoen van MBA's en ook waar deze activiteiten worden uitgevoerd. We zien daarin een trend ontstaan voor geluidsvragen, lucht en geurvragen maar ook op het gebied van veiligheid komen complexe vragen binnen die niet altijd duidelijk zijn benoemd onder de Omgevingswet. Hieronder vallen ook de integrale adviezen en de vraagstukken rondom milieuzonering.
Milieu toezicht
•C omplexiteit neemt toe: complexere wet- en regelgeving, diversiteit toetsingskaders.
Met de komst van de Omgevingswet zijn er verplichtingen vervallen en geldt daar nu de specifieke zorgplicht voor. Overtredingen die in 2023 geconstateerd zijn, moeten opnieuw beoordeeld en gespiegeld worden ten opzichte van de vigerende wetgeving. Beiden vergt extra uitzoeken en afstemming.
Klachten
• Toename aantal klachten. • Klachten worden complexer van aard, waardoor de gemiddelde inzet toeneemt.
Er is (nog) geen toename van het aantal klachten. Door de specifieke zorgplicht en bepalingen in de bruidsschat is de beoordeling van de klachten complexer. Dit vraagt meer tijd en is overeenkomstig met de Impactanalyse.
Meldingen BBK
•T oename aantal meldingen, vanaf 25 m3 melding doen bij graafwerkzaamheden. •G emiddelde inzet per zaak neemt toe, meer uitzoekwerk en diversiteit beleid.
Het aantal meldingen en informatieplichten neemt toe en daarmee ook de inzet. Veel meldingen zijn niet direct volledig of er is een verkeerde MBA gekozen. Hierdoor moeten meldingen vaak opnieuw worden gedaan en is de behandelaar meer tijd aan een locatie kwijt.
Bodem toezicht
• Toename aantal zaken door toename meldingen en door meer veldcontroles.
Doordat meer activiteiten melding plichtig zijn maar er minder informatie van tevoren aangeleverd hoeft te worden en de proceduretijden vaak korter zijn is er meer tijd nodig bij toezicht.
17
Financieel
18
5.1
Voorschot deelnemersbijdrage
18
5.2
Resultatenrekening
19
5.3
Inkomsten en uitgaven
20
5.4
Bezetting afgestemd op productie
20
5.5
Subsidieregelingen
20
Achterblad
2.3 EFFECTEN PER ONDERWERP Denken we alles te kunnen uitvoeren wat we van plan waren? Waar ontstaan risico’s en zijn keuzes benodigd? In deze paragraaf vatten we de ervaringen samen op basis van de onderwerpindeling zoals deze in de Impactanalyse Omgevingswet was opgenomen.
21
10
Inhoudsopgave
1
2
Voorblad
1
Colofon
2
Managementsamenvatting
3
Analyse dienstverlening
4
1.1
Taakveld vergunningen
5
1.2
Taakveld toezicht & klachten
5
1.3
Taakveld bodem
5
1.4
Taakveld advies
6
1.5
Taakveld juridisch
6
1.6 Taakveld extra opdrachten en complexe VTH-taken
7
Impact Omgevingswet
8
2.1
Uitgangspunten
8
2.2
Generieke effecten
8
2.3
Effecten per onderwerp
10
3 Praktijkervaringen
12
4
5
Personeel & organisatie
15
4.1
Productiviteit
15
4.2
Capaciteit
16
4.3
Bedrijfsvoering en beleidsondersteuning 17
4.4
Informatievoorziening
VERWACHTING
ERVARING EERSTE 4 MAANDEN
Bodem
• Dit is een diverse categorie met veelal maatwerk. Deels betreft dit overgangsbeleid, ergo voortzetting van huidige werk.
Omdat er nog veel zaken onder het overgangsrecht binnen zijn gekomen is in de uren de verschuiving van de bodemtaken van provincie naar gemeentes nog niet goed te zien.
Geluid, lucht, externe veiligheid
•E r komen mogelijk nieuwe taken bij. •T oename adviesvragen i.r.t. omgevingsvisies en -plannen.
We zien nog geen toename van het aantal adviesvragen. Toetsen en beoordelen van oude en nieuwe wetgeving kost extra tijd.
Juridische ondersteuning
• Toename adviesvragen i.r.t. omgevingsvisies en -plannen.
Er ontstaan veel vraagstukken door onduidelijke of ontbrekende wetgeving waardoor er een duidelijke toename in adviesvragen te zien is. Over het algemeen zijn er meer maar ook langere overleggen nodig om de vraagstukken op te lossen. Dit is terug te zien in de indirecte uren.
Tabel 2 analyse stand van zaken 1 mei 2024
17
Financieel
18
5.1
Voorschot deelnemersbijdrage
18
5.2
Resultatenrekening
19
5.3
Inkomsten en uitgaven
20
5.4
Bezetting afgestemd op productie
20
5.5
Subsidieregelingen
20
Achterblad
ONDERWERP
21
11
Inhoudsopgave
1
2
Voorblad
1
Colofon
2
Managementsamenvatting
3
Analyse dienstverlening
4
1.1
Taakveld vergunningen
5
1.2
Taakveld toezicht & klachten
5
1.3
Taakveld bodem
5
1.4
Taakveld advies
6
1.5
Taakveld juridisch
6
1.6 Taakveld extra opdrachten en complexe VTH-taken
7
Impact Omgevingswet
8
2.1
Uitgangspunten
8
2.2
Generieke effecten
8
2.3
Effecten per onderwerp
10
3 Praktijkervaringen
12
4
Personeel & organisatie
15
4.1
Productiviteit
15
4.2
Capaciteit
16
4.3
Bedrijfsvoering en beleidsondersteuning 17
4.4
Informatievoorziening
5
17
Financieel
18
5.1
Voorschot deelnemersbijdrage
18
5.2
Resultatenrekening
19
5.3
Inkomsten en uitgaven
20
5.4
Bezetting afgestemd op productie
20
5.5
Subsidieregelingen
20
Achterblad
21
3 PRAKTIJKERVARINGEN Deze voorjaarsrapportage staat grotendeels in het teken van het werken onder de nieuwe Omgevingswet. Wat zijn de effecten die we op de werkvloer ervaren, en hoe helpend is het nieuwe wettelijk stelsel bij de realisatie van onze opgaven in 2024? We geven enkele van onze professionals het woord.
Dan moet worden opgezocht welke bescheiden nodig zijn, welke termijnen gelden, of op welke manier invulling moet worden gegeven aan de zorgplicht. Wat ik zie is dat er een grote kennisbehoefte en wens om kennis uit te wisselen ontstaat. Niet alleen bij ons maar ook bij gemeenten en provincie. Er zijn platforms ingericht zoals het IPLO, waar je vragen kan stellen. Maar ook intern zijn we een kennisbank aan het bouwen, waar je als zaakbehandelaar direct antwoord kan vinden op je vraag. Hele specifieke situaties kunnen zich bij elke gemeente voordoen, maar je wilt uiteindelijk uniform handelen. De structurele effecten van de Omgevingswet laten zich nog lastig voorspellen. Daarvoor is vier maanden te kort. Je moet blijven monitoren en meten om te kijken wat de wet heeft gedaan. Mijn persoonlijke ambitie is dat we met álle partners in de keten eventuele knelpunten, onduidelijkheden of vragen die nu ontstaan gezamenlijk weten op te lossen. Het voorzetten van de samenwerking die we in OPD-verband hadden opgetuigd blijft belangrijk. Juist nu de invoering een feit is, blijft dit een heel actueel gremium om kennis te delen en verder te ontwikkelen. Het heeft zijn waarde in de afgelopen tijd al wel bewezen.”
Coert Fossen is in de rol van Projectleider implementatie Omgevingswet zeer nauw betrokken geweest bij het klaarstomen van de RUD Drenthe. “Het is nog te kort er iets van te zeggen”, aldus de man van het eerste uur. “We hebben goede mensen die weten waar ze mee bezig zijn. Maar je ziet dat in de digitale communicatie het nog stroef gaat. Denk aan de opvolging van afspraken hoe we in regionaal verband uniform werken tot ketenpartners die niet weten hoe een aanvraag volgens afspraak naar ons doorgezet moet worden”.
Coert Fossen, Projectleider Bodem en Grondwater
Hoe heb je de aanloop ernaar toe beleefd? “Er zijn zoveel partijen betrokken. Omdat de invoering meerdere keren is uitgesteld, merk je dat de energie in de onderlinge samenwerking elke keer wegvloeit. Maar de invoering was afgelopen januari dan toch echt daar. Intern hebben we vorig jaar alles op alles gezet met een speciaal A-team van aanjagers. En nu zie je dat het besef bij onze medewerkers indaalt. Eindelijk gaan we van start”, aldus Coert. “Ik ben blij dat mijn vrees dat het DSO instabiel zou zijn, ongegrond bleek. Er zijn geen grote hick-ups. Digitaal binnen onze muren loopt het goed. We bieden een knoppencursus aan bij de bevoegd gezagen want we hebben ons te houden aan bepaalde afhandeltermijnen. Niet altijd worden aanvragen goed door gerouteerd en dat verhoogt het risico op fouten. De Omgevingswet geeft ons wel een grotere administratieve last, bijvoorbeeld met het versturen van ontvangstbevestigingen op elke melding. Dat gaat om duizenden per jaar. We denken na hoe we deze stap kunnen robotiseren, om de dienstverlening op peil te houden zonder een te grote aanslag op onze capaciteit. Het nieuwe juridische kader kost de eerste periode gewoon meer tijd. We lopen in de praktijk tegen situaties aan waarbij we de uitleg van de nieuwe regels nog niet kennen. 12
Inhoudsopgave
“Ik zit altijd nog te wachten op de big bang. We zijn er klaar voor”, zegt Erik, leidinggevende van het cluster Informatisering & Automatisering bij de RUD Drenthe. “We zien nu in de praktijk hoe de keten echt werkt. Iets niet aanzetten, iets wat
Voorblad
1
Colofon
2
Managementsamenvatting
3
Analyse dienstverlening
4
1.1
Taakveld vergunningen
5
1.2
Taakveld toezicht & klachten
5
1.3
Taakveld bodem
5
1.4
Taakveld advies
6
1.5
Taakveld juridisch
6
impact op de leefomgeving. Inzet van een toezichthouder op een geselecteerde plek heeft dan direct
1.6 Taakveld extra opdrachten en complexe VTH-taken
7
veel rendement”.
“Er zijn meer vragen dan we hadden verwacht, bijvoorbeeld over de zorgplicht. Uitgangspunt was
Impact Omgevingswet
8
Erik de Jong, informatiemanager cluster I&A
Bart af. ”Jurisprudentie is er nog niet maar we willen in de uitvoeringspraktijk geen houtje-touwtje
2.1
Uitgangspunten
8
2.2
Generieke effecten
8
2.3
Effecten per onderwerp
10
gewoonweg niet af is, of als iets over het hoofd gezien is: van een goede inrichting op Drents niveau hebben we allemaal profijt. Ik denk dat we onder de Omgevingswet beter kunnen laten zien hoeveel kennis we in huis hebben. Kijk maar naar de oplevering van datadashboards, inzet van drones of de robotisering van administratieve processen”. “Zo hebben we een speciale tool (VIA) ontwikkeld waarmee we op inrichtingenniveau de MBA’s kunnen voorspellen. De informatie in ons zaaksysteem was met de komst van nieuwe terminologie in de Omgevingswet niet compleet meer. Er was
1
2
bijvoorbeeld niet geregistreerd welke milieubelastende activiteiten er bij een inrichting worden uitgevoerd. Een nieuwe zaak ná 1 januari 2024, krijgt dit wel automatisch mee vanuit het DSO. Die informatie wil je dus toevoegen aan de al bestaande inrichtingen. Het zou inefficiënt zijn om dan lokaal alles zomaar af te lopen. Wij werken bij de RUD Drenthe op basis van risicogericht toezicht, en beoordelen activiteiten op risico’s als milieuschade en
beleid neutrale wetgeving maar in de praktijk zijn er heel wat puzzels op te lossen”, trapt jurist oplossingen. Bij deze grootste stelselwijziging aller tijden is het erg belangrijk om gezamenlijk piketpaaltjes te slaan. Op dezelfde manier omgaan met maatwerkvoorschriften. Begrippen uitleggen op dezelfde manier. Wanneer kies je voor handhaving van de specifieke zorgplicht, en wanneer kies je voor een aanpassing van het omgevingsplan? Het zijn tijdrovende en
3 Praktijkervaringen 4
5
12
Personeel & organisatie
15
4.1
Productiviteit
15
4.2
Capaciteit
16
4.3
Bedrijfsvoering en beleidsondersteuning 17
4.4
Informatievoorziening
17
Financieel
18
5.1
Voorschot deelnemersbijdrage
18
5.2
Resultatenrekening
19
5.3
Inkomsten en uitgaven
20
5.4
Bezetting afgestemd op productie
20
5.5
Subsidieregelingen
20
Geert-Jan Slingerland is toezichthouder bij de RUD Drenthe voor de branche
ingewikkelde vragen. In de tussentijd hopen we dat we het goede doen, zo schrijven onze juristen
Asbest. Wat merkt hij van de nieuwe wet? “We zijn als behandeldienst afhankelijk
mee aan de blauwdruk milieuregels.
van de gemeente. Ook zonder reactie van de RUD Drenthe mag een saneerder na een week beginnen. Dan wil je dus wel het inventarisatierapport van de
Eén van de dingen waar we direct tegen aan liepen was de systematiek. In de Omgevingswet
sloopmelding gelezen hebben.,”, aldus Geert-Jan.
staat bij elke activiteit vermeld (met richtingaanwijzers) aan welke regels de ondernemer zich moet houden. Onze juristen worden hierover vaak geconsulteerd. Voor bijvoorbeeld solitaire
Goed werken met het DSO, het systeem waar de aanvraag binnenkomt, was in
mestbassins staat de richtingaanwijzer niet “aan”. Zoiets levert veel uitzoekwerk op. Wist je dat er
het beging vervelend en omslachtig. Sloopaanvragen zijn meestal omvangrijke en
in Drenthe alleen al, 300 solitair bassins staan? Onder de Omgevingswet worden meer activiteiten
complexe zaken. Saneringsbureau ’s, architectenbureaus, woningcorporaties of
ook gevat in ‘algemene regels’. Bij aanvragen voor een ‘andere milieubelastende installatie’ zien
particulieren: je zag dat iedereen moest wennen aan een nieuw digitaal systeem
we dat ondernemers denken dat een melding nu afdoende is. Wij lezen in de wet dat het begrip
waarbij de knoppen, formulieren en doorverwijzingen anders werken.
installatie breed moet worden uitgelegd. Dat maakt dat veel activiteiten alsnog vergunning plichtig zijn. Dit levert discussies en geeft veel druk op de RUD Drenthe. Dat kan toch niet de bedoeling
Het is overzichtelijk waar de asbestregels terecht zijn gekomen, we hebben weinig
zijn? Je wilt gewoon geen interpretatieverschil waarbij de bescherming van het milieu niet meer is
zoekwerk. Maar ook bij perfecte papieren, is controle belangrijk. Voor dit toezicht
geborgd.”
werk spreek ik met andere Omgevingsdiensten over de verschillende marktpartijen. Achterblad
21
Bart Arentz, jurist vergunningsverlening
Zo zorgen we dat over hetzelfde kennisniveau beschikken. Voor de saneerders ook wel zo duidelijk, die werken door heel Nederland en dan is uniformiteit van belang.” Geert-Jan Slingerland, toezichthouder branche Asbest
13
Inhoudsopgave Voorblad
1
Colofon
2
Managementsamenvatting 1
3
Analyse dienstverlening
4
1.1
Taakveld vergunningen
5
1.2
Taakveld toezicht & klachten
5
1.3
Taakveld bodem
5
1.4
Taakveld advies
6
1.5
Taakveld juridisch
6
1.6 Taakveld extra opdrachten en complexe VTH-taken
2
Paul werkt als toezichthouder bij de RUD Drenthe. Welke praktijkervaringen met de
7
nieuwe wetgeving heeft hij opgedaan? “In de basis is het allemaal niet zo heel erg anders. En er zat in het landelijk gebeid door stikstof al veel op slot”, aldus Paul. “Wel zijn regels veranderd, en is het nog een zoektocht wat, waarom en hoe we dit het makkelijkst We vroegen Michel, werkgroep lid voor het Omgevingsplatform Drenthe, hoe hij de start heeft ervaren. “De kop is eraf en we zien dat het gewoon loopt. We waren op het ergste voorbereid. Maar gemeenten hadden de focus goed op de interne organisatie en op voorhand is heel veel tijdig ingeregeld. Er is een OPD Afsprakendocument opgesteld over de procesgang tussen ketenpartners en de brede servicenormen in Drenthe. Dat is winst die ik zie. Maar ik denk niet dat we alles al helder hebben”, aldus Michel. “Ik ben betrokken bij de werkgroep DSO en de werkgroep
Impact Omgevingswet
8
2.1
Uitgangspunten
8
2.2
Generieke effecten
8
procesgang erachter. Integraal testen heeft echt wel belangrijke
2.3
Effecten per onderwerp
10
inzichten opgeleverd. Een inwoner die op het loket een vragenboom
Toepasbare Regels. Dus ik hou mij bezig met de techniek en
doorloopt kreeg soms exact dezelfde vraag meermaals gesteld. 3 Praktijkervaringen
12
Nieuw is de landelijke ’Samenwerkingsfunctionaliteit’. Daarmee
kunnen uitleggen aan ondernemers. Sommige regels zijn in hun voordeel uitgevallen, en waar het strenger uitpakt krijgt een bedrijf 2 jaar tijd om maatregelen te nemen. Ik kan mij de zorgen goed voorstellen als iets financiële impact heeft. De meesten vinden het fijn om in een persoonlijk gesprek aan de keukentafel uitleg te krijgen over de veranderingen in wet- en regelgeving. Zo is de beschrijving voor stalsystemen veranderd. Als we een aanvraag die eind vorig jaar is ingediend, in april 2024 vergunnen staan de oude WABO-regels hierop vermeld. Maar als ik daar volgende maand ga controleren wil je dat hij voldoet aan de nieuwe regels. Eenduidige voorlichting helpt de ondernemer de goede kant op. Omdat je altijd situaties tegenkomt die je voor het eerst ziet, brengen we casussen in bij onze brancheoverleggen. Samen kijken we naar de interpretatie en beoordeling. Jurisprudentie opbouwen en dossierkennis delen is echt meerjarig. Het milieu heeft zelf geen stem, dus het is aan ons om emissies te beperken “. Paul Wolfkamp, toezichthouder branche Agrarisch
wisselen ketenpartners verzoeken en adviezen met elkaar uit. In 4
Drenthe is deze wijze van communiceren echt een verbetering.
Personeel & organisatie
15
4.1
Productiviteit
15
4.2
Capaciteit
16
het ene zaaksysteem naar het andere VTH-systeem gestuurd. Tot
4.3
Bedrijfsvoering en beleidsondersteuning 17
4.4
Informatievoorziening
na het vertrek van een collega ook zijn of haar mailbox verdwijnt...
17
Voorheen werden toezichtzaken per email uitgewisseld, of vanuit
We zien dat medewerkers zich de procedures snel eigen maken. Het collectief corrigeert de collega’s die het niet toepassen. Dat is
5
Marjolein de Graaf is werkverdeler & adviseur bij het cluster Bodem. “Het is best wel wennen, de nieuwe procedures”, zegt zij. “Bij de beoordeling van de ‘meldingen aanleg gesloten bodem energiesysteem’ krijg ik nu 2 zaaktypen binnen waar het er vroeger één was: de melding- én de informatiezaak. Je hebt beide nodig om het inhoudelijk af te handelen. We krijgen ook nog veel foutieve meldingen binnen. Heel veel velden zijn
een besef wat gewoonweg moet indalen.”
niet verplicht gesteld, daar moeten onze behandelaars dan achteraan bellen. In mijn vakgebied Bodem is veel veranderd door de Omgevingswet: meerdere bodemactiviteiten zijn
Financieel
18
5.1
Voorschot deelnemersbijdrage
18
5.2
Resultatenrekening
19
Michel van Zomeren, projectleider bij
5.3
Inkomsten en uitgaven
20
5.4
Bezetting afgestemd op productie
20
Samenwerkingsorganisatie De Wolden Hoogenveen
5.5
Subsidieregelingen
20
versoepeld naar meldingsplicht. Dit soort bodemmeldingen moeten doorgaans wel snel worden afgehandeld. De meest gestelde vraag is ‘valt dit onder het overgangsrecht’? Ik krijg hierover dagelijks interne mailtjes. De afgelopen maanden kwam er dus echt wel meer administratief werk uit de nieuwe wet voort. Deze werkafspraken samen opnieuw inregelen en met de neus bovenop ontwikkelingen zitten, maakt dit tot een
Achterblad
21
hele leuke tijd. Terwijl ik vooraf eigenlijk best tegen de invoeringsdatum op zag”. Marjolein de Graaf, procesadviseur cluster Bodem
14
Inhoudsopgave
1
2
Voorblad
1
Colofon
2
Managementsamenvatting
3
Analyse dienstverlening
4
1.1
Taakveld vergunningen
5
1.2
Taakveld toezicht & klachten
5
1.3
Taakveld bodem
5
1.4
Taakveld advies
6
1.5
Taakveld juridisch
6
1.6 Taakveld extra opdrachten en complexe VTH-taken
7
Impact Omgevingswet
8
2.1
Uitgangspunten
8
2.2
Generieke effecten
8
2.3
Effecten per onderwerp
10
3 Praktijkervaringen
12
4
5
Personeel & organisatie
15
4.1
Productiviteit
15
4.2
Capaciteit
16
4.3
Bedrijfsvoering en beleidsondersteuning 17
4.4
Informatievoorziening
17
Financieel
18
5.1
Voorschot deelnemersbijdrage
18
5.2
Resultatenrekening
19
5.3
Inkomsten en uitgaven
20
5.4
Bezetting afgestemd op productie
20
5.5
Subsidieregelingen
20
Achterblad
4 PERSONEEL & ORGANISATIE
21
Onze geschatte opgave is groter dan de formatie die we per januari beschikbaar hadden. Het is dus belangrijk om de beschikbare capaciteit optimaal te benutten. We nemen daarbij de wettelijke verplichtingen ten aanzien van een kwalitatief goede uitvoering van de milieutaken scherp in acht. Het geeft de organisatie grip, en onze medewerkers houvast.
• Het ziekteverzuim van de maand april 2024 was 6,3%, hetgeen lager is dan geraamd in het Jaarprogramma 2024 (6.5%). De daling die ingezet was, is blijvend. Het gemiddelde verzuim over de eerste vier maanden van 2024 bedraagt namelijk 6,9% (2023; 6,8). • Het voortschrijdend verzuim (het gemiddelde verzuim van 12 achtereenvolgende maanden) bedraagt 5,9%, hetgeen 1,9% lager is dan vorig jaar (toen 7,9%). Het grootste verzuimpercentage is daarbij, net als voorgaande jaren, te vinden in de categorie lang verzuim (43 t/m 365 dagen). Dit percentage bedraagt 2,8%.
4.1 PRODUCTIVITEIT De productiviteit wordt – elk jaar opnieuw- bepaald door de beschikbare uren per fte te bepalen na aftrek van niet-productiviteit (ziektepercentage en verlof). Door het hanteren van een lager verzuimcijfer kunnen we dit jaar een hogere productienorm realiseren. De productienorm is voor 2024 vastgesteld op 1345 uur.
Het is onze verwachting dat het ziekteverzuim de resterende maanden redelijk stabiel blijft. Eind 2024 voeren we opnieuw een preventief medisch onderzoek uit. 15
Inhoudsopgave
1
Voorblad
1
Colofon
2
Managementsamenvatting
3
Analyse dienstverlening
4
1.1
Taakveld vergunningen
5
1.2
Taakveld toezicht & klachten
5
1.3
Taakveld bodem
5
1.4
Taakveld advies
6
1.5
Taakveld juridisch
6
1.6 Taakveld extra opdrachten en complexe VTH-taken
2
7
Impact Omgevingswet
8
2.1
Uitgangspunten
8
2.2
Generieke effecten
8
2.3
Effecten per onderwerp
10
4.2 CAPACITEIT De RUD Drenthe is in de periode januari-mei 2024 met 3,4% gegroeid. Indien de huidige groei de rest van het jaar doorzet, dan bereiken we eind 2024 het aantal medewerkers dat begroot was (9,9 %).
De bezetting over de verschillende expertises is per 1 mei als volgt:
TEAM
10% 9%
GERAAMD (31 DEC 2024) = 9,9 %
8% 7% 6% 5% 4%
GEREALISEERD (1 MEI 2024) = 3,4 %
3% 2% 1%
3 Praktijkervaringen
12
4
Personeel & organisatie
15
4.1
Productiviteit
15
4.2
Capaciteit
16
4.3
Bedrijfsvoering en beleidsondersteuning 17
4.4
Informatievoorziening
5
17
Financieel
18
5.1
Voorschot deelnemersbijdrage
18
5.2
Resultatenrekening
19
5.3
Inkomsten en uitgaven
20
5.4
Bezetting afgestemd op productie
20
5.5
Subsidieregelingen
20
Achterblad
21
VAST
INHUUR
Directie
1,0
0
Bedrijfsbureau
35,7
8,7
Advies
16,2
3,3
Bodem
26,2
1,1
Juridisch
19,3
4,6
Toezicht & Handhaving
51,2
7,8
Vergunning
33,1
9,5
TOTAAL
182,7
35,0
PERSONELE GROEI IN 2024
JAN
FEB
MAA
APR
MEI
JUN
JUL
AUG
SEP
OKT
NOV
Tabel 3 verdeling formatie per 1 mei 2024
DEC
Onze professionals werken met trots en passie aan een schoon en veilig Drenthe. Zij hebben een essentiële rol bij de grote maatschappelijke opgaven zoals omgevingsveiligheid en milieugezondheid. Om te blijven voldoen aan de eisen die de Kwaliteitscriteria aan onze medewerkers stelt, actualiseren we het opleidingsbeleid en stellen we in de loop van 2024 een opleidingsplan op. Hiermee sorteren we voor op de eisen die vanuit de robuustheidscriteria aan ons gesteld worden.
We hebben een omvang van 217 fte (243 medewerkers, zowel vast als inhuur). Relatief gezien is de groei van het aantal medewerkers dat wordt ingehuurd groter dan het aantal medewerkers dat in dienst is gekomen. De benodigde inhuur was in het Jaarprogramma 2024 geraamd op 15% van de totale personele capaciteit. We lopen goed in de pas met een score van 16% (vast 182 fte /inhuur 35 fte).
Voldoende gekwalificeerde medewerkers vinden blijft in een krappe arbeidsmarkt een uitdaging. Het invullen van de vacatures zoals dit begroot was voor 2024 loopt achter op de planning. Deels heeft dit te maken met een aantal moeilijk vervulbare functies. Er is ook goed nieuws. De eerste lichting trainees ontving recent hun diploma. In maart is een tweede groep Young Professionals gestart en we hopen dit jaar minimaal 7 Young Professionals aan ons te kunnen binden. Verder is voldoende BOA-capaciteit in huis hebben essentieel om weerbaar te zijn tegen ondermijnende criminaliteit. In september zal naar verwachting nog één voltijd Boa in dienst treden.
OMVANG FORMATIE TOT 1 MEI 2024 217 FTE TOTAAL
182 FTE VAST
35 FTE INHUUR
16
Inhoudsopgave
1
2
Voorblad
1
Colofon
2
Managementsamenvatting
3
Analyse dienstverlening
4
1.1
Taakveld vergunningen
5
1.2
Taakveld toezicht & klachten
5
1.3
Taakveld bodem
5
1.4
Taakveld advies
6
1.5
Taakveld juridisch
6
1.6 Taakveld extra opdrachten en complexe VTH-taken
7
Impact Omgevingswet
8
2.1
Uitgangspunten
8
2.2
Generieke effecten
8
2.3
Effecten per onderwerp
10
3 Praktijkervaringen
12
4
5
Personeel & organisatie
15
4.1
Productiviteit
15
4.2
Capaciteit
16
4.3
Bedrijfsvoering en beleidsondersteuning 17
4.4
Informatievoorziening
4.4 INFORMATIEVOORZIENING Hoe werkt ons systeem met de landelijke voorziening DSO (digitaal stelsel Omgevingswet), en de samenwerkfunctie? Bij het gebruik van ons zaaksysteem LOS houden we rekening met een optimale data uitwisseling met ketenpartners. We ervaren dat nog niet elk bevoegd gezag de instellingen voor de DSO goed en volledig heeft ingeregeld, bijvoorbeeld in geval van ontbrekende vragenbomen voor toepasbare regels. In een aantal gevallen is het zaaksysteem niet goed voorbereid waardoor communicatie met onze dienst bewerkelijk is. Ook de instellingen voor conceptverzoeken (vooroverleggen) en publicaties zijn nog niet volledig juist waardoor de uitwisseling van informatie extra tijd kost. Voor enkele voorbeelden verwijzen we u naar de beschrijving bij paragraaf 2.2.
Inmiddels werken we al 10 jaar aan het waarmaken van al uw milieuambities. Twee jaar geleden is de uitvoering- en handhavingsstrategie (fase 1) opnieuw vastgesteld. Dit jaar volgt de tweede fase, de uitwerking. Onze activiteiten zijn gekoppeld aan een producten – en dienstencatalogus. Om de kwaliteit van de leefomgeving te beoordelen is voor elke omgevingswaarde een bepaalde meetbare wettelijke of lokale kwaliteit vastgelegd. Met de ervaringscijfers die we in 2024 opdoen zullen de kengetallen aan een herijking toe zijn. Recent is in het voorjaarsoverleg tussen de raad/staten en het lid van het Algemeen Bestuur, hiertoe de gespreksnotitie 2024 ‘‘Samen voor Drenthe” aan de orde geweest.
Het inrichtingen bestand is recent middels een landelijk algoritme eenmalig omgezet naar indicatieve MBA's met een waarschijnlijkheidsfactor. Bij het doorlopen van de verschillende VTH-processen benutten we deze voorspellende informatie, waarna het vastleggen van de werkelijke MBA in het zaaksysteem efficiënter verloopt.
Opvallend is verder dat er structureel meer persvragen en dataverzoeken op de RUD Drenthe afkomen. De inzet op de afhandeling neemt fors toe. De afhandeltermijnen worden daarbij keurig behaald en waar mogelijk wordt beantwoording in Noordelijk verband of landelijk via ODNL opgepakt. Maar het zijn omvangrijke verzoeken die inzet en ondersteuning vragen vanuit verschillende expertises.
Grote sprong voorwaarts in transparant verantwoorden wat we doen, is het nieuwe dashboard. Doel van het dashboard is inzicht geven in voortgang van het Jaarprogramma. Per onderdeel (bodem, vergunningen, RGT, etc.) wordt de stand van zaken urenbesteding aangeven waarbij doorgeklikt kan worden op zaakniveau. Ook is per locatie de stand van zaken te zien met doorklik op zaakniveau. Afgeronde zaken en lopende zaken zijn inzichtelijk. Het dashboard wordt dagelijks bijgewerkt en bevat actuele gegevens. Er worden alleen cijfers aangeboden via het dashboard, geen verklaringen. Daarvoor benutten wij de relatiegesprekken. Met de komst van het dasboard versturen we geen maandelijkse rapportages per e-mail meer.