1.7 RUD - Brief met Najaarsrapportage RUD Drenthe-1
Tekst van het document
bezoekadres Westerbrink 1 9405 BJ Assen
Aan
De colleges van burgemeester en wethouders en gedeputeerde staten van Drenthe Verzending per -mail
ons kenmerk
uw brief van/kenmerk
202200857 behandeld door
telefoon
M. van den Berg
team
bijlage(n)
Staf
1
datum
16 november 2022
onderwerp
Najaarsrapportage RUD Drenthe 2022
Geachte colleges, Hierbij bieden wij u de rapportage aan van de RUD Drenthe over de eerste acht maanden van 2022, inclusief een eindejaarsprognose. De rapportage is vastgesteld in het dagelijks bestuur van 15 november 2022. In het algemeen bestuur van 19 december 2022 wordt deze rapportage nader toegelicht en besproken. De rapportage laat een helder beeld zien ten aanzien van de uitvoering. De RUD Drenthe presteert onder hoge druk van een toenemend werkpakket, veel vacatures en een relatief hoog ziekte verzuim. Het jaarprogramma is door verschillende omstandigheden niet volledig realiseerbaar. Naar verwachting komen we uit op ruim 89%, zonder ernstige milieu- en bestuurlijke risico’s te lopen. Daarbij wordt gekoerst op een positief rekeningresultaat. In deze brief nemen wij u mee in de voortgang, de genomen beheersmaatregelen en de eindejaarsprognose. Ook blikken wij vooruit naar het programmajaar 2023. Het jaarprogramma is door uitdagende omstandigheden niet volledige realiseerbaar Met de cijfers uit de 8-maandsrapportage verwachten we dat we 89% van de jaarplanning 2022 gaan realiseren. Daarmee is het beeld vergelijkbaar met andere omgevingsdiensten die, mede door de krappe arbeidsmarkt, niet het volledige jaarprogramma realiseren. Over de eerste 8 maanden lag de realisatie op 60 %.
De werving van nieuwe medewerkers en het inwerken daarvan in deze periode laten hun effect zien in de komende maanden. Met de prognose van 89 % liggen we kwantitatief iets achter op de geplande productie. Toch zijn we tevreden met het nu al behaalde resultaat. We zetten namelijk vol in op het groeimodel en onze inspanningen om de extra capaciteit op te bouwen beginnen vruchten af te werpen. Gezien de verwachte groei in 2023 en de hiervoor beschikbare capaciteit zal de ambitie worden bijgesteld in het Jaarprogramma 2023. Er gaat veel aandacht naar het inwerken en opleiden van nieuwe collega’s, waaronder ook zij-instromers en young professionals. Zo versterken we onze teams en zorgen voor continuïteit in de productie en investeren we in de toekomst. Hiervoor werken we ook samen met de omgevingsdiensten van Groningen en Friesland in een noordelijke arbeidsmarkt-campagne. Hoewel een aantal vacatures lastig te vervullen blijft is een flink aantal nieuwe, enthousiaste collega's in dienst gekomen. Ondanks de lichte achterstand in productie is onze inzet erop gericht om aan het eind van het jaar alsnog 89% van het Jaarprogramma te realiseren. Een goed resultaat, zeker gelet op het hierna toegelichte productieverlies.
Op basis van eerste schattingen wordt verwacht dat we aankoersen op een positief rekeningresultaat. Vanwege capaciteitsproblemen binnen het cluster financiën is op dit moment helaas geen betrouwbare financiële eindejaarsprognose beschikbaar. Begin november starten twee tijdelijke financiële professionals waarmee we zo snel mogelijk een betrouwbaar beeld van de financiën zullen uitwerken. Een aantal factoren dragen in belangrijke mate bij aan een lager dan geplande productie Zo zijn we het jaar gestart met een fors hogere vraag (circa 20 fte) waarvoor direct de werving is gestart. Ondanks de krappe arbeidsmarkt hebben we gelukkig veel nieuw talent weten aan te trekken, dit was daarnaast ook nodig vanwege een fors natuurlijk verloop. Toch blijven een aantal vacatures moeilijk in te vullen. Om de nieuwe (deels nog onervaren/onopgeleide) medewerkers goed in te werken en begeleiden hebben we hierin flink geïnvesteerd. Gelijk aan het landelijke beeld was het ziekteverzuim in het 1 e kwartaal fors hoger dan geraamd. Hierna laat het verzuimpercentage gelukkig een constant dalende lijn zien (het laagste oktober maandcijfer over een periode van 4 jaar). Een afname van het totale ziekteverzuim tot onder de begrote 7% over heel 2022 lijkt niet realistisch.
Indien de resterende maanden van 2022 op hetzelfde niveau blijven als het verzuimpercentage van de maand augustus, dan zal dit resulteren in een gemiddelde over heel 2022 van ruim 9%. In het najaar wordt een periodiek medisch onderzoek aangevuld met een medewerkertevredenheidonderzoek uitgevoerd als onderdeel van de intensivering van de verzuimaanpak. De opname van verlofstuwmeren had daarnaast ook impact op de productie, de opname verlaagt wel de toekomstige claim. Een aantal openstaande vacatures zorgen voor een lagere productie. Het hogere ziekteverzuim, de begeleiding en opname verlofbuffers levert een belangrijke bijdrage aan de circa 11 procent lagere productie die nu wordt voorzien. Drenthe breed wordt voorrang gegeven aan het afdekken van de grootste milieurisico’s Het dagelijks bestuur heeft gekozen om via verantwoorde keuzes af te ramen op de minst risicovolle activiteiten en interne projecten. Door sterk af te schalen op interne projecten hebben we de effecten zo veel als mogelijk gedempt. Afschaling vindt risicogericht plaatst. Mede doordat de formatie op een aantal onderdelen dit jaar is achtergebleven wordt verminderd toezicht uitgevoerd bij de onderdelen IPPC-agrarisch, energietoezicht en vrije veld toezicht bodem.
Ondanks dat we voor dit jaar niet verwachten dat dit tot vergrote risico’s leidt kan afschaling op termijn wel zorgen voor schade aan het milieu, energieopgave en meer overtredingen door niet gemelde grondstromen. We bereiden ons voor op de opdracht voor 2023 We zijn gestart met de voorbereiding van de uitvoering van het jaarprogramma 2023 door teams verder op sterkte te brengen en prioritaire werkzaamheden in beeld te brengen. Afgelopen periode is flink geïnvesteerd in het op sterkte brengen van onze formatie. Eventuele knelpunten in de uitvoering brengen wij tijdig in beeld en maken hier afspraken over met de deelnemers. Om daarnaast te doen wat het meest nodig is, willen we het jaar 2023 starten met de inzet van ons programmeerbare werk op de meeste risicovolle activiteiten. Met deze rapportage en de toelichting daarop hopen wij u voor dit moment voldoende te hebben geïnformeerd. Wij verzoeken u de rapportage met deze toelichting ter informatie toe te zenden aan uw raden of staten. Hoogachtend, Het dagelijks bestuur van de RUD Drenthe,
De voorzitter, R.H. Meijer
de secretaris, M. Heidekamp-Prins
Bijlagen: Najaarsrapportage RUD Drenthe
2
8 maandsrapportage Regionale Uitvoeringsdienst Drenthe 1 januari 2022 – 31 augustus 2022
1
Samenvatting Het jaarprogramma 2022 wijkt af van voorgaande jaren omdat het al voorziene meerwerk vooraf inzichtelijk is gemaakt. Voorheen werden extra opdrachten lopende het jaar ingebracht, waardoor de bedrijfsvoering steeds ad hoc moest worden aangepast op een structureel hogere vraag dan begroot. Met de keuze het te voorziene werk zoveel mogelijk in het jaarprogramma op te nemen is de basis gelegd voor het structureel op orde brengen van de formatie. In de huidige arbeidsmarkt is het ad hoc inhuren van de benodigde extra capaciteit overigens ook niet meer mogelijk. Bovendien zijn de effecten van de 1e fase herijking van de Drentse Maat, en de extra inzet op asbest- en energietoezicht in het jaarprogramma 2022 verwerkt. De provincie Drenthe heeft gekozen om de herijking van de productie meteen in 2022 in de vraag op te nemen. Gemeentelijke deelnemers hebben gekozen voor het in 2022 budgetneutraal doorvoeren van de herijking Drentse maat. Ze hebben verzocht om de groeiende vraag naar onze inzet gefaseerd via een meerjarig groeimodel te verwerken. Zo hebben ze meer tijd om de extra uren in hun eigen begroting in te passen. Ook wij krijgen door het groeimodel meer tijd om onze bedrijfsvoering en capaciteit aan te passen aan de gestegen vraag. Die tijd blijkt in de praktijk ook nodig.
Met de cijfers uit de 8-maandsrapportage verwachten we dat we 89% van de jaarplanning 2022 gaan realiseren. Over de eerste 8 maanden was dat 60%. De werving van nieuwe medewerkers en het inwerken daarvan in deze periode laten hun effect zien in de komende maanden. Met de prognose van 89% liggen we kwantitatief iets achter op de geplande productie. Toch zijn we tevreden met het nu al behaalde resultaat. We zetten vol in op het groeimodel en onze inspanningen om de extra capaciteit op te bouwen beginnen vruchten af te werpen. Er gaat veel aandacht naar het inwerken en opleiden van nieuwe collega’s, waaronder ook zij-instromers en young professionals. Zo versterken we onze teams en zorgen voor continuïteit in de productie en investeren we in de toekomst. Hiervoor werken we ook samen met de omgevingsdiensten van Groningen en Friesland in een noordelijke arbeidsmarktcampagne. Ondanks de lichte achterstand in productie is onze inzet erop gericht om aan het eind van het jaar alsnog 89% van het Jaarprogramma te realiseren wat een goed resultaat is. Een aantal factoren dragen in belangrijke mate bij aan een lager dan geplande productie. Zo zijn we het jaar gestart met een fors hogere vraag (circa 20 fte) waarvoor direct de werving is gestart. Ondanks de krappe arbeidsmarkt hebben we gelukkig veel nieuw talent weten aan te trekken, dit was daarnaast ook nodig vanwege natuurlijk verloop.
Toch blijven een aantal vacatures moeilijk in te vullen. Om de nieuwe (deels nog onervaren/onopgeleide) medewerkers goed in te werken en begeleiden hebben we hierin flink geïnvesteerd. Gelijk aan het landelijke beeld was het ziekteverzuim in het 1e kwartaal fors hoger dan geraamd. Hierna laat het verzuimpercentage gelukkig een constant dalende lijn zien. De opname van verlofstuwmeren had daarnaast ook impact op de productie, de opname verlaagt wel de toekomstige claim. Een aantal openstaande vacatures zorgen voor een lagere productie. Het hogere ziekteverzuim, de begeleiding en opname verlofbuffers levert een belangrijke bijdrage aan de circa 11 procent lagere productie die nu wordt voorzien. Verantwoorde keuzes door aframing op minst risicovolle activiteiten en interne projecten. Door sterk af te ramen op interne projecten hebben we de effecten zo veel als mogelijk gedempt. Het bestuur heeft gekozen om Drenthe breed voorrang te geven aan de activiteiten gericht op het afdekken van de grootste milieurisico’s. Afschaling vindt daarom risicogericht plaats. Mede doordat de formatie op een aantal onderdelen dit jaar is achtergebleven wordt verminderd toezicht uitgevoerd bij de onderdelen IPPC-agrarisch, energietoezicht en vrije veld toezicht bodem. Dit kan op termijn zorgen voor schade aan het milieu, energieopgave en meer overtredingen door niet gemelde grondstromen.
2
Voorbereiding uitvoering jaarprogramma 2023 gestart door teams verder op sterkte te brengen en prioritaire werkzaamheden in beeld te brengen. Afgelopen periode is flink geïnvesteerd in het op sterkte brengen van onze formatie. Dit maakt dat wij hierdoor met meer formatie kunnen starten aan het nieuwe jaar. Eventuele knelpunten in de uitvoering brengen wij tijdig in beeld en maken hier afspraken over met de deelnemers. Om daarnaast te doen wat het meest nodig is, willen we het jaar 2023 starten met de inzet van ons programmeerbare werk op de meeste risicovolle activiteiten. Grote maatschappelijke kwesties zoals de stikstofcrisis en de energietransitie hebben invloed op ons werk. Alle teams hebben meer werk maar kampen met capaciteitsproblemen. De afhandelingstermijnen van vergunningen zijn soms langer door veranderende regelgeving. Er zijn veel klachten en meldingen. Nu de economie en het sociale leven na corona weer op gang zijn gekomen is er veel inzet op toezicht en handhaving nodig. We optimaliseren onze processen en zetten ook in op preventie. Op 1 juli 2023 zal naar verwachting de Omgevingswet worden ingevoerd en zullen de bodemtaken van de Provincie naar de gemeenten worden overgeheveld. We hebben opnieuw veel tijd besteed aan de voorbereiding hierop want de nieuwe wet zal een hele nieuwe werkwijze met zich meebrengen.
Met onze samenwerkingspartners doen we ketentesten, we volgen trainingen, informeren de deelnemers en participeren in pilots. Daarnaast zorgden we voor de aansluiting op het DSO en hebben we integrale testen gedaan om de deelnemers hier ook op aan te laten sluiten. Het BIS wordt voorzien van de meest recente informatie en het VTH-beleid is geactualiseerd. Ook de schriftelijke communicatie wordt aangepast aan de nieuwe wet. We doen ons uiterste best om de overgang naar de Omgevingswet zo gestructureerd mogelijk te laten verlopen maar zijn realistisch genoeg om opstartproblemen te verwachten. Al onze wettelijke milieutaken zijn gekoppeld aan de vijf omgevingswaarden bodem, geluid, lucht, omgevingsveiligheid en duurzaamheid. De kwaliteit van de leefomgeving kan mede op basis hiervan worden gemeten, verantwoord en beoordeeld. Zo benadrukken we dat wat we doen geen losse activiteiten zijn, maar dat ons werk gemeentegrens-overstijgend is. We houden rekening met alle belangen; van mensen, natuur en economie. Op basis van eerste schattingen wordt verwacht dat we aankoersen op een positief rekeningresultaat. Vanwege capaciteitsproblemen binnen het cluster financiën is op dit moment helaas geen betrouwbare financiële eindejaarsprognose beschikbaar.
Begin november starten twee tijdelijke financiële professionals waarmee we zo snel mogelijk een betrouwbaar beeld van de financiën zullen uitwerken.
3
Inhoud 1
INLEIDING EN CONCLUSIE ............................................................................................................................... 5
2
DE OMGEVINGSWAARDEN ............................................................................................................................. 6 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5
3
BODEM ............................................................................................................................................................ 6 GELUID ............................................................................................................................................................ 7 LUCHT ............................................................................................................................................................. 8 OMGEVINGSVEILIGHEID ....................................................................................................................................... 9 DUURZAME ENERGIE........................................................................................................................................... 9
ONZE ACTIVITEITEN ...................................................................................................................................... 11 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.9 3.10 3.11
ONDERSTEUNENDE WERKZAAMHEDEN ................................................................................................................. 12 DRENTSE MAAT............................................................................................................................................... 13 NIET-DRENTSE MAAT ....................................................................................................................................... 14 VERGUNNEN & BESLUITEN ................................................................................................................................. 14 MELDEN & ONTHEFFEN .................................................................................................................................... 15 INFORMEREN & BEOORDELEN............................................................................................................................. 16 KLACHTEN EN HANDHAVINGSVERZOEKEN ............................................................................................................. 16 ADVISEREN & TOETSEN ..................................................................................................................................... 16 BEZWAREN & BEROEP ......................................................................................................................................
17 TOEZICHT & HANDHAVING ................................................................................................................................ 17 PROJECTEN & MEERWERK ................................................................................................................................. 19
4
FINANCIËN .................................................................................................................................................... 20
5
MENS EN ORGANISATIE ................................................................................................................................ 21
BIJLAGE 1 .............................................................................................................................................................. 26 BIJLAGE 2 .............................................................................................................................................................. 27
4
1
Inleiding en conclusie
We zijn op twee derde van het jaar aangekomen, dus rapporteren we naar goed gebruik wat we hebben gerealiseerd van het jaarprogramma en de (gewijzigde) begroting 2022. In deze 8-maandsrapportage schetsen we een algemeen beeld van de resultaten tot nu toe. We gaan minder in op de details per deelnemer, want we hebben maar één gezamenlijk doel: zorgen voor een veilig, gezond en duurzaam Drenthe. In deze 8-maandsrapportage leest u wat we doen en wat u van ons mag verwachten. We beschrijven hoe we de verschillende belangen tegen elkaar afwegen en welke keuzes we maken. Ten slotte geven we aan welke doelstellingen van 2022 we denken te halen en welke misschien doorschuiven naar volgend jaar.
Conclusie: De RUD Drenthe presteert, net als vorig jaar, onder hoge druk van een steeds weer toenemende vraag. Bovendien hebben we te maken met gewijzigde wet- en regelgeving en jurisprudentie, doorloop, ziekteverzuim en krapte op de arbeidsmarkt. Toch blijven we binnen de gestelde kaders en stevenen we af op een positief rekeningresultaat met een realisatie van 89% van het jaarprogramma. We zijn trots op de inspanningen die we tot nu toe hebben geleverd om de doelen van het jaarprogramma te halen, onze formatie op orde te brengen en onze expertise op hoog niveau te houden. Bovendien werken we hard aan het afgesproken groeimodel, en houden ons aan de afspraak die we met de gemeenten gemaakt hebben om de extra vraag gefaseerd door te voeren. Mede dankzij onze mensen die echt alles weten over de milieuwet- en regelgeving waarborgen we de kwaliteit van de leefomgeving in Drenthe. We zien een aantal belangrijke ontwikkelingen die van belang zijn voor het drukken van de resultaten van deze najaarsrapportage: • Ziekteverzuim: deze is ~3,5% hoger dan begroot. Dit kost ~4000 uur aan productieve inzet; • Verloop: deze is hoog. Er zijn veel wisselingen (pensioen, andere baan) en nieuwe medewerkers (vervanging en trainees).
We zijn veel tijd kwijt geweest met inwerken (~7500 uur) en wachten op vervanging (niet gekwantificeerd maar we schatten dit op ~3000 uur); • Wet- en regelgeving: de voorbereidingen voor de Omgevingswet is de relatieve inzet van de indirect productieve uren hoger dan normaal (dit is wel aangegeven en deels begroot); We verwachten voor het laatste quadrimester minder ziekteverzuim (tendens is afnemend voor september) en meer inzet van trainees; Derhalve prognosticeren wij de resultaten (productief) op rond de 89%.
5
2
De Omgevingswaarden
Het uitgangspunt voor al onze werkzaamheden voor de Drentse leefomgeving zijn vijf omgevingswaarden die invloed hebben op het milieu. Dat zijn bodem, geluid, lucht, omgevingsveiligheid en duurzame energie. De kwaliteit van de leefomgeving kan mede op basis hiervan worden gemeten, verantwoord en beoordeeld. Hieronder lichten we ze toe.
2.1
Bodem
Alle bodemmeldingen worden door ons getoetst aan wet- en regelgeving. Ook houden we toezicht op de toepassing van grond, bagger en bouwstoffen en helpen we een schone bodem in Drenthe te behouden en te beschermen.
Bodemtaken Bij alle nieuwe ontwikkelingen wordt de bodem door duurzaam bodembeheer geschikt gemaakt voor het gebruik dat maatschappelijk gewenst is. Naast beschermen, zorgen we voor het schoner maken van de bodem. Bijvoorbeeld door bodemsaneringsprojecten die we namens de provincie en gemeente Emmen uitvoeren. Bovendien zetten we onze bodemkennis in voor het reguleren van activiteiten bij bedrijven en het geven van bodemadviezen bij milieuvergunningen. Ook ondersteunen we nieuwe ontwikkelingen bij de opdrachtgevers. Het bodemjaarplan van de gemeente Emmen en van de provincie (de uitvoering bodemprogramma’s bodem en ondergrond) is de basis voor de uitvoering van hun bodemtaken. Daarnaast voeren we werkzaamheden uit voor het Besluit Bodemkwaliteit (alle gemeenten) en verzorgen we bodem specialistische advisering en beleidsadvisering.
Omgevingswet en overdracht bodemtaken Het spoorboekje waarin alle stappen benoemd worden die nodig zijn om ons voor te bereiden op de Omgevingswet is klaar. Nu werken we aan een blauwdruk bodemregels om gemeenten handvaten mee te kunnen geven. Voor gemeenten, waterschappen en provincie zijn dit jaar vier kennis- en inspiratiesessies over Bodem ingepland en voor 2023 nog eens vier. Hierin worden alle verplichtingen en mogelijkheden rondom de Omgevingswet toegelicht.
Regionaal Schakelpunt (RSP) We werken ook samen met het project regionale schakelpunten (RSP) om een regionale en landelijke kennisinfrastructuur op te zetten. In opdracht van VNG zijn in Nederland zeven pilots gestart voor de opzet van een nationaal kennisnetwerk met regionale schakelpunten. Drenthe is één van de pilotregio’s. De RUD trekt deze pilot namens de Provincie Drenthe. De belangstelling voor het RSP neemt toe en er haken steeds meer relevante partijen aan. Dit is belangrijk, want integraal werken is het uitgangspunt van de pilot.
Drents grondstromenbeleid We hebben voorlichtingsbijeenkomsten gehouden over het Drentse grondstromenbeleid betreffende de geactualiseerde bodemkwaliteitskaart en de nota bodembeheer. De meeste gemeenten zijn geïnformeerd over het nieuwe grondstromenbeleid, de Provincie en Prolander volgen nog. Bij een paar gemeenten is de mogelijkheid onderzocht om een kwaliteitskaart voor de bermen op te stellen. Uit het onderzoek blijkt dat ze schoner zijn dan de huidige bodemkwaliteitskaart aangeeft, de vrijkomende bermgrond zal daardoor op meer plekken weer toepasbaar zijn. Naast voorlichting aan overheden willen we ook het bedrijfsleven informeren over de nota Bodembeheer.
6
Bodemenergiesystemen Er worden dit jaar erg veel meldingen ingediend voor het aanleggen van gesloten bodemenergiesystemen. Voor de meeste gemeenten hebben we in de eerste 8 maanden van dit jaar al ruim meer meldingen afgehandeld dan in heel 2021. We vermoeden dat vanwege de hoge energieprijzen inwoners op zoek gaan naar duurzamere alternatieven van warmtevoorziening. In de gemeenten Tynaarlo en Borger-Odoorn worden ook diverse nieuwbouwprojecten gerealiseerd met voor elke woning een gesloten bodemenergiesysteem. Dit betekent dat wij dit jaar voor het afhandelen van de meldingen en het houden van toezicht bij het aanleggen van de systemen veel meer tijd kwijt zijn dan in de voorgaande jaren.
Noord Nederlandse Bodemdag De Noord Nederlandse Bodemdag staat in het teken van kennis delen en netwerken. Dit jaar is het thema Verbinding. De Bodemdag is op 10 november 2022 in het provinciehuis in Assen.
2.2 Geluid
Geluidbelasting en geluidbeleving spelen een steeds belangrijker rol in de samenleving. Overlast door geluidsbronnen heeft gelijk effect op de woonbeleving. In een dichtbevolkt land als Nederland zal dit naar verwachting alleen maar toenemen.
Geluidsadviezen Een deel van de geluidsadviezen heeft betrekking op het toevoegen of bestemmen van woningen, en de vestiging van nieuwe bedrijven of uitbreiding van bestaande bedrijven. De vraag vanuit de deelnemers voor geluidsadviezen is hoog waardoor dossiers langer blijven liggen. Hierdoor lopen de termijnen voor het afhandelen van deze adviezen op. Dit geldt ook voor adviesondersteuning bij toezicht en handhaving. Zoals verwacht was het deze zomer heel druk met evenementen wat het uiterste heeft gevraagd van onze geluidsspecialisten. Hierdoor is ook vertraging in de uitvoering ontstaan.
Industrielawaai en geluidszonering Voor zonering van geluid afkomstig van industrieterreinen is momenteel veel (advies- en beheer) werk rondom industrieterrein Bargermeer in Emmen en De Tweeling in Veenoord. Daarnaast wordt gekeken naar de invloeden van de Omgevingswet (geluidaandachtgebieden) op de geluidzones.
Geluidsklachten Het aandeel geluid bij klachten is deze zomer toegenomen. We doen meer geluidmetingen bij airco’s en warmtepompen en dat kost veel tijd. Het behandelen van klachten is vraaggestuurd. Ook de laagfrequent geluidsklachten (LFG) zijn vraaggestuurd en nemen nog steeds toe. De bron van veel klachten ligt bij de windturbines. Voor LFG is momenteel nog geen goed kader, ook landelijk niet. Wel is er contact met de stichting LFG. We hebben zelf een protocol opgesteld om een uniforme aanpak in Drenthe te bewerkstelligen, maar dit levert nog niet de bevredigende uitkomsten op.
7
2.3
Lucht
Geur kan voor veel overlast zorgen en vervuilde lucht is schadelijk voor het milieu en de gezondheid. Daarom doen we onderzoek en adviseren we waar de luchtkwaliteit in Drenthe verbeterd moet worden.
Luchtadvies Luchtverontreiniging en ook de geurproblematiek is de laatste tijd landelijk sterk onder de aandacht (Tata Steel, veehouderijbedrijven, Stikstof). We adviseren de provincie bij Het Schone Lucht Akkoord en leveren kennis met betrekking tot over de aanpak van Zeer Zorgwekkende Stoffen. Daarnaast neemt ook voor het onderdeel lucht het aantal adviesaanvragen toe. We houden controlemetingen en monitoren of wordt voldaan aan de toegestane waarden, vooral bij grotere geurverspreiders. Het aandeel luchtadvies bij ruimtelijke ordening is ook weer gegroeid, evenals onze bijdrage bij projecten en extra opdrachten. Hierdoor lopen de termijnen voor het afhandelen van de adviezen op. Voor adviezen over binnenlucht betrekken we de GGD Drenthe. De materie is complex en ingewikkeld en experts zijn moeilijk te vinden. Onderbezetting en het inwerken van nieuwe medewerkers maakt het lastig hierop blijvend goed in te zetten.
Geur Voor geur geldt voor de uitvoering hetzelfde als voor lucht. Geur is daarbij echter een lastige materie en er grip op krijgen is lastig. Een recente rechtelijke uitspraak over cumulatie van geur bevestigt dit.
Meten en monitoring De budgetten voor het meten en monitoren van luchtkwaliteit zijn zeer beperkt. Dit is ook dit tweede trimester gebleken bij de afhandelen van klachtzaken. Noodgedwongen houden we hier de hand meer op de knip. We gaan uit dat op basis van de specifieke klachten additioneel extra budget nodig is van circa vijf metingen per jaar (€25.000). Dit onderdeel wordt voor de gespreksnotitie opgevoerd.
Asbest Bij sloopwerkzaamheden voeren we toezicht uit op het verwijderen, het juist afvoeren van asbest en het op een juiste manier melden van een asbestsanering. In de eerste acht maanden van 2022 is er in Drenthe 101.100 m2 aan asbestdaken gesaneerd.
Milieurisico’s agrarische sector Er zijn veel aanvragen in behandeling van pluimveehouderijen om stallen uit te breiden met een overdekte (winter) uitloop. De toetsingen, die hiervoor gedaan moeten worden, zijn vaak tijdrovend wat zorgt voor extra behandeltijd bij vergunningaanvragen. Grote agrarische bedrijven waaronder grote intensieve veehouderijen (IPPC-bedrijven) moeten tenminste eenmaal per drie jaar gecontroleerd worden. Door het tekort aan capaciteit leidt dit met name hier tot risico's. Aan de minimale eis wordt nu dus niet voldaan. Dit is een belangrijk te benoemen bestuurlijk risico. Door verminderd toezicht bestaat de mogelijkheid dat er meer fijnstof, ammoniak, methaan, NOx en COx wordt uitgestoten dan wettelijk is toegestaan. Deze emissies kunnen op termijn zorgen voor gezondheidsrisico's en schade aan het milieu en natuur.
Stikstof Veel aanvragen voor een omgevingsvergunning wachten nog op een verklaring van geen bedenkingen (vvgb) inzake de Wet natuurbescherming (Wnb) van de Provincie Drenthe. Hierdoor zijn er wel veel uren gemaakt voor vergunningproducten, maar zijn er minder vergunningproducten afgehandeld.
8
2.4
Omgevingsveiligheid
Bij omgevingsveiligheid gaat het om de risico’s van het gebruik, en het transport van gevaarlijke stoffen, de veiligheid van inrichtingen en de veiligheid van nieuwe, zich snel ontwikkelende technologieën.
Gevaarlijke stoffen We hebben ons aangesloten bij het Register Externe Veiligheidsrisico’s (REV). Dit legt alle grotere risico’s met gevaarlijke stoffen vast. Er is landelijk budget beschikbaar om onze gegevens daarin te plaatsen maar het kost ook inzet van onze specialisten om dit te verzorgen en te begeleiden. Onze adviezen spitsen zich steeds meer toe op problematiek voorkomend uit de energietransitie. De uitvoering van de adviezen is op een adequaat niveau.
Energietransitie Er vinden steeds meer activiteiten plaats met betrekking tot waterstof als vervanger voor gas. Denk hierbij aan een garagebedrijf wat waterstof voor voertuigen stalt, onderhoudt en repareert of een waterstoftankstation voor bussen en vrachtwagens in Emmen. Voor dit soort bedrijven is maatwerk nodig in het kader van zorgplicht. Zo worden incidenten voorkomen dan wel beperkt. Waterstofincidenten behoren tot ongewone voorvallen omdat hiervoor nog geen wettelijke voorschriften gelden. Daarnaast zien we een toenemende vraag voor advies over het toepassen van waterstof in aardgasgestookte stookinstallaties als energiebesparing.
2.5
Duurzame energie
De energietransitie gaat de fysieke leefomgeving beïnvloeden. Ook binnen de omgevingsplannen en -visies moet het een plek krijgen. Duurzame energie zal onderdeel worden van de algemene besluitvorming.
Energietoezicht Met energietoezicht willen we bereiken dat bedrijven energiebesparende maatregelen doorvoeren. Dit is nodig om de CO2-uitstoot te verminderen zoals is afgesproken in het klimaatakkoord van Parijs en door vertaald is in nationale wet- en regelgeving en gemeentelijke klimaatbeleid. Bovendien draagt energietoezicht bij aan de energietransitie. Doordat onze inzet voor energietoezicht minder is dan in het jaarprogramma is opgenomen daalt de CO2-uitstoot door bedrijven mogelijk minder snel en dat zou een nadelig effect op de energietransitie kunnen hebben. En dus op ons milieu en natuur.
Windmolenparken De windmolenparken in het oosten van onze provincie zijn een uitwerking van de energietransitie. Dit gaat niet zonder slag of stoot. Vooral de aspecten lichthinder, slagschaduw en LFG zijn onderwerpen van aandacht. Het betreft hier de windmolenparken Oostermoer en De Drentse Monden (gemeenten Aa & Hunze, Borger-Odoorn, Emmen en Coevorden). Ook de kleinschalige windparken (voor het noorden van Drenthe bijvoorbeeld) hebben onze aandacht.
Omgevingsvisie onder de Omgevingswet Onder de nieuwe Omgevingswet zullen bestemmingsplannen plaatsmaken voor omgevingsplannen. Hierin moet worden aangeven wat de gemeente wil bereiken in een gebied, bijvoorbeeld klimaatneutraal worden, of een welke omgevingswaarden in een gebied moeten worden behaald. De RUD kan als kennisbank met expertise op het gebied van geluid, geur, veiligheid en bodem, gemeenten
9
aan de voorkant ondersteunen bij het opstellen van omgevingsvisies en omgevingsplannen. Hierdoor kunnen aan de achterkant uitvoering, toezicht, handhaving en monitoring eenvoudiger worden. Met ketenpartners zijn we aanwezig bij bijeenkomsten van de gemeente over het omgevingsplan, en nemen we deel aan ketentesten.
10
Totaal (peildatum 31-08-2022)
* Nog niet alle BOA uren zijn inzichtelijk waardoor we niet kunnen inschatten wat het aantal uren voor 2022 zal zijn. Dit is al in de voorjaarsrapportage aangegeven. We verwachten voor 2023 de juiste aanpassingen te hebben doorgevoerd wat het inzicht moet verbeteren. De BOA-formatie is per 1 oktober 2022 op orde.
Na analyse zal in zijn totaliteit 10.552 uur toegevoegd worden aan de realisatie. Deze uren zijn opgebouwd uit vakinhoudelijk overleg, een percentage van de inzet van trainees en foutief geschreven uren. Deze uren bestaan uit uitvoerend werk wat is gedaan voor o.a. WOB-verzoeken. De goede ontwikkeling is dat het nieuwe tijdschrijfsysteem ons in staat stelt om beter te kunnen analyseren. Dit maakt dat in deze overgangsfase het totaal besteedbare uren op dit moment lager lijkt te zijn dan daadwerkelijk is gerealiseerd.
3.2
Drentse Maat
Voor bepaalde onderdelen zoals bij vooroverleg en meldingen, is een toename van de vraag te zien. Hierdoor stijgt het aandeel advisering. De Drentse Maat-productie ligt wat achter op schema en we hebben te maken met een aantal lastige vraagstukken waarvoor meer expertise nodig is. Deze tijd gaat ten koste van de productie Niet-DM, hetgeen te zien is in de cijfers voor advies. Er is een achterstand in de productieve uren voor Toezicht en Handhaving. Dit wordt met name veroorzaakt door een capaciteitsprobleem wat ook met externe toezichthouders op korte termijn niet is op te lossen. Het is daarom niet waarschijnlijk dat we de ingebrachte uren voor dit product daadwerkelijk kunnen inzetten.
Drentse maat (peildatum 31-08-2022) Vergunningen 101 Omgevingsvergunning Milieu Oprichtingsvergunning
Uren planning
Uren realisatie
% besteed
2.670
773
29%
102 Omgevingsvergunning Milieu - Revisievergunning 103 Omgevingsvergunning Milieu - Milieuneutrale wijziging
3.730
1.992
53%
4.290
1.589
37%
104 Omgevingsvergunning Milieu - Veranderen
3.000
1.236
42%
105 Omgevingsvergunning Milieu - OBM
1.102
592
54%
106 Omgevingsvergunning Milieu - Actualiseren
1.040
335
32%
107 Maatwerkvoorschrift Milieu
1.165
514
44%
108 Vooroverleg milieu
2.521
2.044
81%
109 Besluit Gelijkwaardigheid Activiteitenbesluit
11
110 Intrekken van een vergunning
209
0% 21
10% 13
111 Meldingen milieu
6.032
6.669
110%
112 Melding niet inrichting gebonden
42
160
430%
113 Ontheffing verboden
197
153
77%
114 Informatieverstrekking bedrijfsactiviteit en milieu
521
1.103
214%
115 Advisering Rijksprocedures
35
0
0%
26.565
17.180
65%
116 RGT
39.451
18.006
46%
120 Klachten
5.860
3.576
61%
528
630
119%
128 Ketentoezicht
2.576
1.963
76%
400 Asbest
8.082
3.179
39%
Subtotaal
56.497
27.355
48%
1.954
1.489
76%
96
34
35%
135
48
35%
2.435
1.162
48%
40
10
26%
126 Toezicht gebiedsgericht milieu
1.687
876
52%
Subtotaal
6.347
3.619
57%
Totaal Drentse maat
89.409
48.154
54%
Subtotaal
Toezicht en Handhaving
127 Beoordelen eMJV’s
Bodem 121 Meldingen Besluit bodemkwaliteit 122 Melding calamiteit bodem 123 Toezicht bodemaspecten Wm-inrichtingen tanksaneringen 124 Toezicht Besluit bodemkwaliteit 125 Toezicht niet ernstige gevallen bodemsanering
De tabellen voor de Drentse Maat en Niet-Drentse Maat per deelnemer staan in bijlage 2.
3.3
Niet-Drentse Maat
De inzet voor de Niet-DM blijft iets achter bij het jaarprogramma. Dit is deels toe te schrijven aan opleidingen voor de Omgevingswet, ziekteverzuim en inzet voor het inwerken van nieuwe medewerkers. Daarnaast is er wel vraag, maar moeten adviseurs soms kiezen voor een DM-product (dit aandeel is nu iets hoger dan voorgaande jaren).
3.4
Vergunnen & besluiten
Een groot deel van de vergunningen en meldingen is vraag gestuurd. Dit aandeel loopt op dit moment iets voor op het jaarprogramma qua productie. Door de focus op de productie te leggen kunnen we de vraag op dit moment aan. We zijn daarbij wel afhankelijk van de capaciteit van met name de specialisten bij de andere teams, waarvan de capaciteit beperkt is. De doorlooptijden van onze producten zullen hierdoor langer zijn met als gevolg dat we de geprognotiseerde uren wel kunnen halen, maar niet de geplande aantallen.
14
Milieu Effectrapportage (MER-beoordeling) Voor de MER-beoordelingen hebben enkele wettelijke wijzigingen plaatsgevonden. De aanmeldnotitie mag nu tegelijk met een aanvraag voor een omgevingsvergunning worden ingediend. Beide producten worden dan apart behandeld, maar in één besluit afgerond. Dit zorgt niet voor minder bestedingstijd per product maar wel voor een snellere doorlooptijd.
Rechtsbescherming bij vergunningverlening Er zijn in totaal 6 beroepszaken en 1 hoger beroepszaak tegen vergunningverleningsbesluiten gericht. De RUD Drenthe voert verweer met en/of namens de gemeente. Van deze zaken zijn 4 in 2021 of eerder gestart. Ze wachten nog op verdere behandeling door de rechtbank dan wel Raad van State. In totaal zijn er afgelopen periode 5 bezwaar- en 2 beroepszaken afgehandeld. Eén van deze beroepszaken is niet-ontvankelijk verklaard door de rechtbank, daar is inmiddels hoger beroep tegen ingesteld.
Afwijkingen We zien duidelijke afwijkingen in het aantal uren wat besteed is aan vooroverleggen en informatieverzoeken. Deze liggen hoger dan gemiddeld. Opvallend is dat er meer vooroverleggen zijn. Dit is mede te verklaren door het feit dat bedrijven nog een aanvraag willen indienen voordat de nieuwe Omgevingswet van kracht wordt. Bij de informatieverzoeken valt op te merken dat dit veel complexere verzoeken waren, die vaak gerelateerd waren aan de stikstofproblematiek.
Bevoegd gezag taken Wet bodembescherming Opvallend bij de bodemsaneringsprocedures is dat bij indiening vaak aanvullende informatie moet worden opgevraagd waardoor de procedure wordt opgeschort. Dit resulteert erin dat er meer tijd per zaak besteed moet worden. Ondanks de onderbezetting zijn er in de afgelopen periode geen termijnoverschrijdingen geweest. Nagenoeg alle bodemsaneringsprocedures worden nog steeds binnen de termijn afgehandeld, ook omdat de termijnen goed worden bewaakt. Voor het bevoegd gezag Wbb (provincie) hebben we een evaluatieverslag opgeleverd van het Meerjarenprogramma bodem en ondergrond over de periode 2016 tot en met 2021. Voor 1 bodemsaneringslocatie is beroep aangetekend op een beschikking instemming evaluatieverslag. De zitting bij de Raad van State heeft in mei plaatsgevonden. De Raad van State heeft ons aangegeven dat ze een advies van het STAB willen hebben over de zaak. Dit advies wordt verwacht in oktober 2022. Daarna zal de uitspraak volgen.
3.5
Melden & Ontheffen
We hebben dit jaar al veel meldingen en ontheffingen kunnen afronden en behandelen. Dit is goed te zien in onze ureninzet op het product meldingen milieu. De ureninzet op dit product is hoog vanwege de complexiteit van de meldingen, de vele onvolledige meldingen en ook vanwege de opleveringscontroles die uitgevoerd zijn bij de meldingplichtige bedrijven.
Besluit bodemkwaliteit We zien in de eerste 8 maanden een iets groter aantal meldingen Besluit bodemkwaliteit (Bbk) dan we hadden verwacht. Er zijn wel grote verschillen in meldingen per gemeente en dat is niet alleen te verklaren door de aanwezigheid of afwezigheid van grote projecten. Daarom gaan we in de gemeenten met een laag aantal meldingen meer inzet plegen op gebiedsgericht toezicht. Hiermee willen we onderzoeken of het meldgedrag beter kan of dat er inderdaad weinig te melden valt. Gemiddeld zijn we meer tijd kwijt aan het behandelen van de meldingen. Dit komt gedeeltelijk omdat we meer meldingen krijgen die niet goed zijn ingevuld en we daarom aanvullende gegevens moeten opvragen. Bovendien is het Bodem Informatie Systeem (BIS) niet altijd gevuld met recente informatie waardoor we tijd kwijt zijn aan het opvragen van onderzoeken bij de gemeente of de aannemer. Vaak missen we informatie van gemeenten met betrekking tot onder andere nieuwe projecten, woningbouw 15
en ontgravingen, afgegeven bouwvergunningen en landmeterinformatie en wegbermenplanning. Ook opgevraagde bodemdossiers worden niet altijd tijdig aangeleverd.
3.6
Informeren & beoordelen
Het verzoek om informatie komt steeds vaker voor. Het betreft vragen van burgers of van het bevoegd gezag, van simpel tot erg ingewikkeld. Het beoordelen van de informatie kent vaak een formeel karakter. Het kunnen rapportages zijn die deel uitmaken van een verzoek of die worden opgelegd vanuit een voorwaarde. De Wet Open Overheid is hiervoor leidend.
3.7
Klachten en Handhavingsverzoeken
Klachten Het afhandelen van milieuklachten, meldingen ongewoon voorval en/of calamiteiten met een negatief gevolg op de fysieke leefomgeving, heeft onze hoogste prioriteit. In de afgelopen periode hebben we 3.574 uur ingezet op deze producten. De ingezette uren betreft 61% van de totale hoeveelheid geplande uren, namelijk 5.860 uur. Voor dit product stellen wij onze prognose bij. Op dit moment is de verwachting dat onze inzet grotendeels conform planning zal zijn.
Handhavingsverzoeken In het jaarprogramma 2022 wordt Drenthe-breed uitgegaan van een totaal van circa 12 handhavingsverzoeken. Deze input is onjuist want in 2021 werden 29 handhavingsverzoeken afgerond en in de jaren ervoor lag dat aantal ook steeds rond de 30. Tot en met augustus zijn er inmiddels 19 nieuwe handhavingsverzoeken in behandeling genomen. We verwachten dat in 2022 het totale aantal handhavingsverzoeken Drenthe-breed net als in voorgaande jaren rond de 30 zal liggen.
3.8
Adviseren & Toetsen
Bodemadviezen Met de komst van een nieuwe bodemadviseur en inhuurkrachten kunnen alle bodem advieszaken momenteel tijdig worden opgepakt. Toch blijft de druk voorlopig nog hoog. Het inwerken van nieuwe collega's kost namelijk tijd en inspanning. Ook het voorbereiden op de Omgevingswet neemt veel tijd in beslag. Daarnaast is het team nog steeds niet op volle sterkte. Geluid, lucht en omgevingsveiligheid Er is veel vraag naar geluids- en luchtadviezen. Hierdoor lopen de afhandelingstermijnen op. Om dit op te lossen overwegen we een andere aanpak. De specialist zal dan een risico afweging maken. Bij een hoger risico vindt een uitgebreide toets plaats. Bij lager risico zal er een beperkte toets of geen toets gedaan worden. Vanuit het groeimodel is extra luchtadvies ingezet. De werkzaamheden waren met name bedoeld voor de extra opdrachten. Door de toegenomen vraag zijn deze uren opgegaan in de directe productie. Mede door de inzet van een trainee worden voor omgevingsveiligheid de adviezen goed bijgehouden. Bovendien bereiden we ons alvast voor op de komst van de Omgevingswet bijvoorbeeld door landelijk bij te dragen aan de REV-registratie.
Juridische ondersteuning Juridisch handhaving vloeit voort uit controles. De aanvoer van nieuwe zaken hangt af van de hoeveelheid controles die uitgevoerd kunnen worden. Doordat de productie van andere teams achterblijft op de planning en vergunningprocedures als gevolg van de stikstofcrisis on hold staan is er
16
momenteel voldoende juridische capaciteit. Dat wordt anders als de toevoer vanuit de andere teams toeneemt. We hebben een klein gedeelte van de beschikbare capaciteit voor behandeling van Wob-/Wooverzoeken kunnen overhevelen naar handhavingsprocedures. Dit kon omdat er dit jaar een afname in het aantal Wob-/Woo-verzoeken is, terwijl daar wel capaciteit voor was gereserveerd.
Integrale adviezen en MER-beoordelingen Er wordt een flinke inzet gevraagd voor de milieuspecialistische taken. Hier vallen voornamelijk de integrale adviezen en de MER-beoordelingen onder. Na 8 maanden in 2022 valt dan ook op te merken dat onze ureninzet op deze producten hoog is geweest. Dit komt met name door de complexheid van de adviesvragen en de vele onvolledige MER-aanmeldnotities. Hierbij dient aangegeven te worden dat er veel inzet gevraagd is van de teams advies en bodem. Dit is veel meer dan van tevoren is geprognotiseerd.
3.9
Bezwaren & Beroep
De uren voor bezwaar (476 uur gerealiseerd) en beroep (509 uur gerealiseerd) die eigenlijk gekoppeld zijn aan Drentse Maat producten, zijn niet toe te wijzen aan de juiste producttypes. Daarom worden ze apart genoemd. De juridische werkzaamheden spreiden zich uit over tal van producten.
3.10 Toezicht & Handhaving Risicogericht toezicht Het toezicht op het naleven van milieuwet- en regelgeving wordt voornamelijk gedaan op basis van risicogericht toezicht (RGT). In de eerste 8 maanden hebben we 46% van het totaal ingezet. Dit is circa 20% minder dan begroot. De achterstand wordt met name veroorzaakt door een hoog ziekteverzuim en het moeilijk kunnen invullen van vacatures. Onze prognose is dat we circa 70% van de ingebrachte hoeveelheid uren daadwerkelijk kunnen inzetten. Omdat er minder RGT-controles worden uitgevoerd, raakt ook de data-analyse op het naleefgedrag minder betrouwbaar. Hiermee ondermijnen we de gekozen werkwijze. Bedrijven waar toezicht het meest noodzakelijk is, worden niet in beeld gebracht en niet bezocht voor een controle. Dit zorgt voor bestuurlijke afbreukrisico's en kan nadelige gevolgen hebben voor een schoon en veilig Drenthe.
Elektronisch milieujaarverslag In Drenthe hebben 30 bedrijven de verplichting om een elektronisch Milieujaarverslag (e-MJV’s) in te dienen. Voldoet een bedrijf niet aan deze verplichting dan wordt er een handhavingstraject ingezet. In het jaarprogramma is voor de beoordeling van e-MJV’s 528 uur ingebracht, maar we hebben nu al 630 uur besteed. De overbesteding van 19% wordt vooral veroorzaakt door het inzetten van handhaving bij twee bedrijven. Onze prognose is dat we, mede gelet op de ingezette handhavingstrajecten, de geplande uren met circa 30% gaan overschrijden.
Ketentoezicht Eind 2021 zijn we gestart met het inrichten van ketentoezicht. In 2022 zal het ketentoezicht zich met name richten op grondstromen van en naar grondverzetbedrijven en afvalstromen naar covergistingsinstallaties. Ketentoezicht voeren we gezamenlijk uit met onze ketenpartners, waarbij Fumo, ODG en IL&T de belangrijksten zijn. De ingezette uren zijn met name gebruikt voor het verder vormgeven van ketentoezicht, het schrijven van plannen van aanpak, uitvoeren van risicoanalyses en het fysiek uitvoeren van keten toezicht. Hiervoor zijn 1.963 uren ingezet (76%). Onze verwachting is dat we de uren voor ketentoezicht, zoals deze zijn opgenomen in het jaarprogramma 2022, in zijn geheel besteden.
17
Asbest Er zijn minder uren ingezet op asbest (39%) als gevolg van een capaciteitsprobleem. Er zijn twee toezichthouders asbest in dienst genomen maar de opgelopen achterstand kunnen we niet voor het eind van het jaar inlopen. We verwachten circa 85% van de uren te besteden. Een reguliere sloopmelding asbest moet door het bevoegd gezag geaccordeerd worden, voordat er daadwerkelijk gesaneerd mag worden. Daarom hebben beoordelingen van meldingen onze prioriteit boven het uitvoeren van toezicht. De afspraak is dat 45% van de gemelde locaties bezocht worden om te beoordelen of de sanering volgens de gestelde eisen wordt uitgevoerd. In de eerste 8 maanden hebben we 1.007 sloopmeldingen beoordeeld en bij 183 ervan ook daadwerkelijk toezicht gehouden, dat is slechts 18%. Het verminderd toezicht vormt een potentieel bestuurlijk afbreukrisico. Als saneringen niet overeenkomstig de vereisten worden uitgevoerd bestaat het risico dat asbestdeeltjes in het milieu terecht komen. Dit brengt gezondheidsrisico’s met zich mee en kan bodemverontreiniging veroorzaken.
Energietoezicht In het Jaarprogramma is 5.400 uur ingebracht voor energietoezicht. In deze verantwoordingsperiode hebben we 1.368 besteed (25%). Het achterblijven van de ingezette uren ten opzichte van de ingebrachte uren wordt veroorzaakt door langdurig ziekteverzuim en de krapte op de arbeidsmarkt. In augustus is een toezichthouder energie in dienst getreden. Hierdoor voorkomen we dat de opgelopen achterstand verder oploopt. Voor dit product verwachten we circa 50% van de ingebrachte uren ook daadwerkelijk in te kunnen zeten.
Versterkte Uitvoering Energie In 2022 zijn door het Rijk vanuit de Versterkte Uitvoering Energie (VUE) 1.200 uren beschikbaar gesteld voor het uitvoeren van energietoezicht. Hiermee kan tijdens een toezichtbezoek op een bedrijf ook een energiecontrole worden uitgevoerd. De selectie van de bedrijven is informatiegericht uitgevoerd; de bedrijven waar de kans op de overtreding het grootst is worden als eerste bezocht. In deze periode zijn 43 bedrijven, met een tijdsinzet van 516 uur (43 %), gecontroleerd met gebruikmaking van de VUE. Dit is overeenkomstig onze planning. We verwachten dit jaar alle uren te benutten.
Complexe VTH-Taken Complexe VTH-taken zijn extra opdrachten in het jaarprogramma die voornamelijk ontstaan uit RGTzaken opgestart in 2021. Deze zaken zijn complex geworden doordat toezicht, dan wel handhaving, niet vanzelfsprekend is verlopen, meestal door het niet op willen heffen van geconstateerde overtredingen. We hebben 2.155 uur (86%) aan deze zaken besteed.
Besluit Bodemkwaliteit/overig toezicht bodem Omdat toezicht Bbk meestal volgt op een melding, lopen we in de uren iets achter. We verwachten dat aan het eind van het jaar op de helft van de meldingen toezicht heeft plaatsgevonden. Wel zijn er bij het toezicht grote verschillen per gemeenten. We hebben nagenoeg alle meldingen diepe boringen voor Warmte Koude Opslagsystemen gecontroleerd.
Bestuursrechtelijke handhaving In het jaarprogramma is aangegeven dat handhaving aansluit op de inzet van Risicogestuurd Toezicht (RGT). Onze inzet vindt plaats waar dit het meest nodig is. In 2021 was door ziekte en openstaande vacatures de werkdruk flink toegenomen en een grote werkvoorraad ontstaan. Dit is de afgelopen periode met behulp van inhuurkrachten weggewerkt. In de afgelopen 8 maanden zijn er meer handhavingszaken in behandeling genomen dan de afgelopen jaren. De voorzichtige conclusie is dat inzet van toezicht op plaatsen met verhoogd risico duidelijk leidt tot een toename van handhavingszaken. 18
Rechtsbescherming bij handhaving We hebben verschillende bezwaarzaken in behandeling die voortvloeien uit onenigheid over handhavingsbesluiten. De bezwaren richten zich vooral tegen opgelegde dwangsombesluiten, afwijzingen van handhavingsverzoeken en een invorderingsbesluit. Daarnaast lopen er een aantal beroepszaken waarbij we verweer voeren met en/of namens de gemeenten. Deze zaken zijn gestart in 2021. We wachten op verdere behandeling door de rechtbank dan wel Raad van State.
Strafrechtelijke handhaving We hebben dit jaar meer Boa’s in dienst genomen en verwachten dat het aantal strafrechtzaken daardoor gestaag zal toenemen. Er zit nu al een stijgende lijn in de verwerking van zaken. Zaken die nog in behandeling zijn betreffen overtredingen zoals het afvoeren van afval naar een niet erkende verwerker, afval op of in de bodem brengen, illegale asbestsaneringen, afval inzamelen zonder vergunning, bodemverontreiniging en het niet melden van een ongewoon voorval.
3.11 Projecten & Meerwerk Saneringsprojecten Wbb De uitvoering van de bodemuitvoeringsplannen (saneringsprojecten) loopt iets achter. Dit heeft mede te maken met onderbezetting. Bij afwijkingen worden afspraken gemaakt met het bevoegd gezag Wbb.
Gebiedsbeheer Gebiedsgericht grondwaterbeheer (GGB) Het gebiedsbeheer van het verontreinigde grondwater in Emmen, Hoogeveen en Assen loopt volgens planning. In Coevorden is er overeenstemming bereikt over de verdeling van de beheerskosten. Er is een concept bestuursovereenkomst tussen Provincie en gemeente Coevorden opgesteld met afspraken voor het Gebiedsgericht grondwaterbeheer in Coevorden. Tegelijkertijd zal het Gebiedsplan voor instemming op grond van de Wbb worden voorgelegd aan het bevoegd gezag Wbb.
Voorbereiden op de Omgevingswet Het digitaal stelsel Omgevingswet (DSO) en het samenwerkingsportaal (SWF) zijn getest en aangesloten op ons zaaksysteem. Een aantal nieuwe processen staat klaar voor toepassing na 1 juli 2023. Er is gestart met het aanpassen van de Producten- en dienstencatalogus volgens de uitgangspunten van de Omgevingswet. We nemen actief deel aan de regionale ketentesten van het OmgevingsPlatform Drenthe (OPD). Vanuit de OPD maar ook intern is dit de basis voor werkafspraken. In de komende periode staan de laatste ketentesten op stapel, zodat alle relevante processen worden getest en alle ketenpartners de gelegenheid krijgen om actief deel te nemen. Een werkgroep houdt zich bezig met het standaardiseren van vergunningteksten, handhavingsbrieven en overige standaardbrieven zodat op 1 juli 2023 met het inwerkingtreden van de Omgevingswet de sjablonen/format-brieven op tijd opgeleverd kunnen worden.
Mandaatbesluiten, ondermandaten en regelingen Omgevingswet Na invoering van de Omgevingswet is de grondslag van de meeste bevoegdheden verandert. Inmiddels zijn er door ons nieuwe concept mandaten opgesteld. Vanuit de werkgroep hebben we alle gemeenten een ontwerp mandaatbesluit Omgevingswet aangeboden en verzocht deze voor 1 november in colleges vast te laten stellen. Ook de regelingen (Dienst verleningsovereenkomsten, Gemeenschappelijke regeling en andere regelingen) moeten worden aangepast met de inwerkingtreding van de Omgevingswet en de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regeling. Hierover moeten nog nadere afspraken met de opdrachtgevers worden gemaakt.
19
De komst van de Omgevingswet maakt bovendien nodig dat de VTH-verordening wordt aangepast. Uit de verordening volgt onder andere aan welke kwaliteitseisen onze medewerkers moeten voldoen. Een werkgroep van opdrachtgevers is hiermee bezig en wij hebben juridische ondersteuning geleverd. Niet alleen de mandaten van opdrachtgevers aan RUDD moeten in het kader van de Omgevingswet vernieuwd worden, maar ook de interne ondermandaten. Dit vraagt nog juridische inzet.
Wet open overheid (Woo) Op 1 mei 2022 is de Wet open overheid in werking getreden ter vervanging van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). Hiervoor is een intern project opgestart om te inventariseren wat de gevolgen zijn voor de RUDD. Inmiddels zijn de stukken in de conceptfase. Het betekent onder andere dat besluiten openbaar gemaakt moeten worden op een externe website, wat Platform open overheidsinformatie (PLOOI) genoemd wordt. Ook zullen intern instructies opgesteld moeten worden voor bijvoorbeeld werknemers over de wijze waarop zij uitvoering moeten geven aan de Woo en openbaarmaking van diverse stukken. Het Rijk heeft categorieën gemaakt van openbaar te maken informatiebronnen die gefaseerd ingevoerd worden in de Woo. Ook handhavingsbesluiten moeten openbaar gemaakt worden. Hierover zal ook nog afstemming met de bevoegde gezagen moeten plaats vinden.
4
Financiën Op basis van eerste schattingen wordt verwacht dat we aankoersen op een positief rekeningresultaat. Vanwege capaciteitsproblemen binnen het cluster financiën is op dit moment helaas geen betrouwbare financiële eindejaarsprognose beschikbaar. Begin november starten twee tijdelijke financiële professionals waarmee we zo snel mogelijk een betrouwbaar beeld van de financiën zullen uitwerken.
SPUK – Specifieke Uitkeringen Alle omgevingsdiensten kunnen een specifieke uitkering aanvragen voor 2 onderwerpen: Interbestuurlijk programma Voor de opvolging van deze aanbevelingen uit het onderzoek van de commissie Van Aartsen is een Interbestuurlijk Programma Versterking VTH-stelsel (hierna: IBP) vastgesteld. De subsidie is bedoeld voor de versterking van het VTH-stelstel en nadrukkelijk bedoeld om de extra activiteiten in het kader van IPB uit te voeren. Hiervoor zijn in de regeling 14 activiteiten opgenomen die bijdragen aan de pijlers uit het IBP. De activiteiten zijn onderverdeeld in collectieve activiteiten en facultatieve activiteiten. Voor de collectieve activiteiten wordt van alle omgevingsdiensten inzet verwacht. Voor het facultatieve deel is geen verplichte inzet vereist. Energie Ook voor energie kan een uitkering worden aangevraagd. Deze uitkering is bedoeld voor extra ondersteuning op het gebied van toezicht en handhaving ten aanzien van energiebesparingsplicht, opleiding, en andere onderwerpen. Met de Specifieke Uitkering kan over meerdere jaren de kwaliteit of ondersteuning voor toezicht en handhaving worden versterkt. Zo kunnen we als omgevingsdienst in de periode van 2022 tot en met 2026 verder professionaliseren. De komende periode onderzoeken we welke mogelijkheden deze subsidie ons biedt.
20
5
Mens en organisatie Om een evenwichtige organisatie te zijn en te blijven moeten we investeren in onze mensen. Daarom zoeken we steeds de balans tussen werken, ontwikkelen en gezondheid. We leveren grote inspanningen om het ziekteverzuim en het capaciteitsprobleem op te lossen. Daarnaast zorgen we dat de informatiesturing van de organisatie op orde is.
5.1
Ziekteverzuim
We kampen met een hoog ziekteverzuim. Er is vanaf mei echter wel een duidelijk dalende trend ingezet ten opzichte van de eerste vier maanden. Het ziekteverzuimpercentage in augustus is 7,9%, dit is ongeveer gelijk aan het ziekteverzuimcijfer in augustus 2021 (7,8%). Het gemiddelde ziekteverzuimpercentage over de periode januari tot en met augustus ligt op 10,8% en is daarmee fors hoger dan in dezelfde periode vorig jaar (8,7%). Of dit (mede) is veroorzaakt door corona, is niet met zekerheid te zeggen. Wel sluit het aan op het landelijke beeld over het eerste kwartaal van 2022, waarin het CBS het hoogste verzuim ooit in Nederland heeft gemeten.
Figuur 1: Ziekteverzuim tot en met augustus 2022, in relatie tot voorgaande jaren
Een afname van het totale ziekteverzuim tot onder de begrote 7% over heel 2022 lijkt niet realistisch. Indien de resterende maanden van 2022 op hetzelfde niveau blijven als het verzuimpercentage van de maand augustus, dan zal dit resulteren in een gemiddelde over heel 2022 van ruim 9%. We hopen het ziekteverzuim terug te dringen door meer aandacht te geven aan verzuimbegeleiding. Hiervoor zijn de teamleiders gekoppeld aan een HR-adviseur. Daarnaast richten we ons op preventie. We organiseren workshops, bijvoorbeeld over omgaan met werkstress.
21
5.2 Werken, Huisvesting en ARBO Project Huisvesting Door corona is er een nieuwe hybride manier van werken ontstaan. Dit is een van de redenen dat het vraagstuk rondom huisvesting in een stroomversnelling is gekomen. Ook andere redenen spelen hierin mee, zoals de groei van de organisatie, alle technische ontwikkelingen, het achterhaalde kantoortuinconcept, maar ook aflopende huurcontracten. Om dit vraagstuk goed te kunnen beantwoorden is intern een projectgroep en een klankbordgroep ingericht, ondersteund door een extern bureau. Het doel is om huisvestingsvisie te ontwikkelen en een analyse te maken van de voor- en nadelen van de huidige locaties. Vervolgens worden er een aantal scenario’s uitgewerkt waarmee het MT en de OR een weloverwogen keuze kunnen maken over de toekomstige huisvesting. De eerste fase van het project is in september van start gegaan. Alle medewerkers worden hierbij betrokken.
Arbeidsomstandigheden De formatie bij HRM is uitgebreid met een adviseur die zich voor een deel bezighoudt met het Arbobeleid. Daarnaast is er een Arbo-coördinator aangesteld en twee preventiemedewerkers. Door het uitbreiden van de capaciteit op het gebied van arbeidsomstandigheden kunnen flinke stappen worden gezet. De komende maanden staan in het teken van een nulmeting en het uitrollen van de noodzakelijke en/of verplichte trainingen en cursussen. Momenteel worden er anti-agressie trainingen gegeven aan medewerkers die daar in het werkveld mogelijk mee te maken krijgen en is er een start gemaakt met VCA VOL (Veiligheid, Gezondheid, en Milieu Checklist Aannemers) trainingen. In de komende maanden krijgen alle medewerkers een Preventief Medisch Onderzoek aangeboden. De medewerker krijgt hierdoor inzicht in zijn eigen mentale en fysieke gezondheid. De organisatie krijgt inzicht in risico’s op organisatieniveau en door middel van groepsrapportages inzicht in eventuele verbeterpunten ten bate van werkplezier, vitaliteit en duurzame inzetbaarheid.
Interne klachtenafhandeling In 2022 is één klacht ontvangen en afgehandeld over het gedrag en de bejegening van medewerkers naar anderen. Er zijn daarna geen nieuwe klachten binnengekomen die onder de regeling zijn afgehandeld.
5.3 Formatie en inhuur We kennen een redelijk groot verloop. Een deel van de medewerkers verlaat de organisatie voor een functie elders, een ander deel heeft de pensioengerechtigde leeftijd bereikt of is met vervroegd pensioen. Er is ook sprake geweest van arbeidsongeschiktheid. De vacatures zijn onder andere ingevuld door instroom van inhuur-medewerkers naar een vaste aanstelling. Daarnaast doen we aan interne scholing doen voor kandidaten die wel bij de organisatie passen maar nog niet over de benodigde vakkennis beschikken. Bovendien hebben we stagiaires en trainees een plek kunnen geven. Openstaande vacatures, opleiden en begeleiden gaat ten koste van de directe productiviteit. Om de vacatures in te vullen, het ziekteverzuim op te vangen en aanvullende opdrachten te kunnen uitvoeren hebben we de eerste 8 maanden gemiddeld 13,5 fte in moeten huren.