1.40.2 Foto van het BRE Drenthe
Tekst van het document
Foto van de regio Drenthe Onderzoek BRE Drenthe
September 2021
Openbaar 1
Over deze foto Het doel van de foto is om feitelijkheden over het BRE Drenthe, de kenmerken van het gebied, de spelers in en verbindingen met het maatschappelijk en economisch ecosysteem en de gewenste en gerealiseerde publieke waarde in beeld te brengen. De foto dient als startpunt en als input voor de gesprekken die we in de tweede fase gaan voeren met de experts uit de regio. We hebben de foto gemaakt op basis van data- en documentanalyse. Het geeft hiermee een feitelijk beeld van de regio – kleuring, duiding en waardering ontbreken nog. De interviews, vragenlijsten en focusgroepen in het tweede deel van het onderzoek zijn daarop gericht. De beelden van de regio die in deze ‘foto’ worden gepresenteerd zijn gebaseerd op zowel open als eigen databronnen. Waar mogelijk maken we gebruik van data op gemeenteniveau. Sommige data is echter enkel beschikbaar op het schaalniveau van de COROP-regio’s. Drenthe kent drie COROP-regio’s: • Noord-Drenthe: gemeenten Aa en Hunze, Assen, Midden-Drenthe, Noordenveld en Tynaarlo • Zuidoost-Drenthe: gemeenten Borger-Odoorn, Coevorden en Emmen • Zuidwest-Drenthe: gemeenten Hoogeveen, Meppel, Westerveld en De Wolden Op onderdelen zal deze foto de komende weken nog worden aangevuld.
Openbaar 2
Inhoudsopgave Deel 1 1. 2.
Inleiding: aanleiding, vraagstelling en aanpak Rode draden: wat valt ons op?
Deel 2 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Het Bestuurlijk Regionale Ecosysteem Kenmerken van het gebied Het economische ecosysteem Het maatschappelijke ecosysteem Verbindingen tussen de ecosystemen Publieke Waarde
Deel 3 1. Bijlagen
Openbaar 3
Inleiding Aanleiding
Aanpak
Het oplossen van complexe maatschappelijke vraagstukken – zoals de decentralisaties in het sociaal domein, de energietransitie, het stikstofdossier, de woningbouwopgave, de toekomst van de landbouw, klimaatadaptatie en mobiliteit vindt steeds vaker plaats in ‘de regio’. Maar wat is ‘de regio’ eigenlijk? En wat maakt een regio succesvol?
Het onderzoek bestaat uit twee fases van dataverzameling en analyse.
Om meer grip te krijgen op ‘de regio’ en de factoren die bijdragen het realiseren van publieke waarde in die regio, doet de Rijksuniversiteit Groningen hier, in samenwerking met Berenschot, de komende 2,5 jaar onderzoek naar. We voeren in tien regio’s veldonderzoek uit – waaronder in Drenthe. Het samenspel tussen het Bestuurlijk Regionale Ecosysteem (BRE), het economische ecosysteem en het maatschappelijke ecosysteem staat hierbij centraal. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft zich gecommitteerd aan het onderzoek.
Vraagstelling De centrale onderzoeksvraag voor BRE Drenthe luidt:
Hoe succesvol is het BRE in Drenthe in het realiseren van publieke waarde, welke factoren spelen hierin een rol en hoe kan de samenwerking worden verbeterd?
In de eerste fase voeren wij een bureaustudie uit. We brengen in kaart: • Hoe het bestuurlijk regionale ecosysteem eruit ziet • Hoe het ecosysteem eruit ziet vanuit het perspectief van inwoners (het daily urban system) • Wat de online verbindingen zijn tussen het bestuurlijke, economische en maatschappelijke ecosysteem • Wat de gebiedskenmerken zijn van de regio • Welke ambities de regio zichzelf stelt (publieke waarde) • Hoe de regio scoort op de brede welvaartindicatoren (publieke waarde) Voorliggend document bevat onze bevindingen uit fase 1. In de tweede fase zullen we deze bevindingen valideren en verdiepen in interviews en focusgroepen en middels vragenlijsten. Daarna volgt een eindrapportage waarin we de centrale onderzoeksvraag beantwoorden en aanbevelingen doen voor het versterken van de samenwerking in het BRE Drenthe.
Openbaar 4
Rode draden: wat valt ons op? (I) Hoofdstuk 1 Over het BRE Drenthe
pp. 11-19
•
De samenwerking richt zich het vaakst op het domein ruimte (49 keer), waaronder het fysiek domein, recreatie, mobiliteit en landbouw vallen. Veel samenwerkingen richten zich naast ruimte ook op economie, onderwijs, cultuur & sport of energie & duurzaamheid.
•
Gestructureerde samenwerking tussen gemeenten vindt vooral plaats in informele verbanden (44 keer), bijvoorbeeld op basis van afstemming of met een convenant. Privaatrechtelijke samenwerking (22 keer) of samenwerking op basis van een openbaar lichaam (21 keer) of netwerkconstructie (17 keer) komen aanzienlijk minder voor.
Onder het BRE (Bestuurlijk Regionaal Ecosysteem) verstaan wij het geheel aan interbestuurlijke samenwerking binnen een gebied. • Binnen het BRE Drenthe werken Coevorden en Emmen het meest samen (in 33 verbanden). De minst intensieve samenwerking is die tussen Meppel en Noordenveld, Meppel en Tynaarlo en Meppel en Aa en Hunze. Deze combinaties werken alle drie samen in 24 verbanden – nog steeds een behoorlijk aantal! • De gemeenten in het zuiden van Drenthe – en dan met name in ZuidoostDrenthe – werken het meest intensief samen. Van de drie COROP-gebieden is de sub-regionale samenhang ook het grootst in Zuidoost-Drenthe: BorgerOdoorn, Coevorden en Emmen zitten relatief vaak (62%) alle drie in hetzelfde samenwerkingsverband.
Hoofdstuk 2 Over de gebiedskenmerken
• Congruentie gaat over de mate waarin de gemeenten binnen Drenthe dominant voor elkaar kiezen, of (ook) voor partners buiten de regio. De congruentiescore van het BRE Drenthe is 52%. Hoe hoger deze score, hoe congruenter de regio. De Drentse gemeenten werken dus in ongeveer de helft van de gevallen (ook) samen met gemeenten buiten Drenthe Ter vergelijking: de congruentiescore van BRE Fryslân is 75% en die van Groningen 53%. Congruentie zegt overigens niets over de kwaliteit van samenwerking.
• Een opgave voor de regio Drenthe is de verwachte bevolkingskrimp in vooral de plattelandsgemeenten. De verwachte krimp varieert van 2% tot bijna 10% in de gemeenten Westerveld en Coevorden. Voor de gemeenten Assen (6%), Tynaarlo (2%) en Meppel (2%) wordt een kleine bevolkingsgroei voorspeld.
- De congruentiescore van Drenthe kan gedeeltelijk worden verklaard door een aantal samenwerkingsverbanden met Groningen in Noord-Drenthe en met Overijsselse gemeenten (Zwolle, Hardenberg, Steenwijkerland en Staphorst) in Zuid-Drenthe. Samenwerking met de Friese buren vindt relatief weinig plaats.
pp. 20-33
Op basis van openbare en eigen databronnen brengen we kenmerken over geografie, wonen, sociale cohesie en maatschappelijke betrokkenheid, demografie en politieke verhoudingen in kaart.
• Ook vergrijzing is een pregnante opgave voor de regio Drenthe, zeker in de gemeenten Westerveld, Noordenveld en Aa & Hunze, waar de grijze druk aanzienlijk hoger ligt dan landelijk gemiddelde. De groene druk in Drenthe ligt rond het Nederlands gemiddelde en in de meer verstedelijkte gemeenten (Assen, Emmen, Hoogeveen en Meppel) relatief hoog. Deze groene en grijze druk brengen opgaven op het gebied van economie (voldoende arbeidskrachten), zorg (bijv. ouderenzorg) en woningbouw (bijv. woningen voor jongeren én ouderen) met zich mee. Openbaar 5
Rode draden: wat valt ons op? (II) • Er is veel ruimte in Drenthe, wat onder meer te zien is aan de relatief lage adressendichtheid, zeker in de plattelandsgemeenten. De ruimte bestaat voornamelijk uit agrarisch terrein (69%) en bos en open natuurlijk terrein (18%). De beschikbare ruimte geeft Drenthe een goede uitgangspositie voor brede welvaartvariabelen welzijn, milieu en wonen. • Drenthe heeft relatief veel koopwoningen (66% t.o.v. 57% landelijk). De huizenprijzen liggen in Drenthe structureel lager dan gemiddeld in Nederland. Dit duidt op een relatief mindere uitgangspositie voor de brede welvaartsindicator materiële welvaart. In lijn met de rest van het land zijn de huizenprijzen afgelopen jaren wel flink gestegen. Hierbij speelt ook de ‘trek uit de stad’ als gevolg van Covid-19 mee. • In de regio zijn de gemiddelde afstanden tot voorzieningen relatief groot. Er is wel een duidelijk verschil tussen de plattelandsgemeenten en de meer verstedelijkte gemeenten: voor inwoners van Assen, Emmen, Hoogeveen en Meppel zijn de afstanden aanzienlijk korter. • We meten maatschappelijke betrokkenheid aan de hand van de indicatoren vrijwilligerswerk en het opkomstpercentage bij de Tweede Kamerverkiezingen. Drenthe scoort op beiden net iets boven het landelijk gemiddelde.
Opvallend is dat de zuidwestelijke gemeenten aanzienlijk hoger scoren op vrijwilligerswerk en verkiezingsopkomst dan de oostelijke gemeenten. • Lokale partijen zijn in de regio Drenthe in opmars: tijdens de gemeenteraadsverkiezingen werd slechts in twee gemeenten een landelijke partij de grootste (PvdA in Midden-Drenthe en CU in Assen). In 10 van de 12 Drentse gemeenten zit bovendien een lokale partij in het college. De politieke fragmentatie (gemiddeld aantal zetels per fractie als deel van het totaal aantal raadszetels) in Drenthe, tot slot, is gemiddeld als we dit vergelijken met de andere casusregio’s. In Assen en Emmen is de versplintering het grootst.
Hoofdstuk 3 Over het economisch ecosysteem
pp. 34-42
De economische kenmerken brengen wij in beeld op basis van de entrepreneurial ecosystems-benadering. Wij beschrijven systeemelementen (talent, nieuwe kennis, zakelijke dienstverlening) en randvoorwaarden (formele instituties, ondernemerschapscultuur, fysieke infrastructuur, vraag). Daarnaast kijken we naar regionaliteit (waar zijn de meeste bedrijven gevestigd?) en sectorstructuur. • Het economisch ecosysteem centreert zich in de Drentse steden: in de gemeenten Emmen, Assen en Hoogeveen zijn de meeste bedrijven gevestigd. De sectoren handel & horeca (24%), zakelijke dienstverlening (23%) en nijverheid & energie (16%) zijn relatief groot. Drenthe heeft ook relatief veel landbouw, bosbouw & visserij (9% t.o.v. 4% landelijk gemiddeld). • Systeemkenmerken van een florerend ondernemend ecosysteem: - Talent. We meten talent aan de hand van de aanwezige hoger onderwijsinstellingen en het aandeel hoger- en lager opgeleiden in de regio. Er zijn meerdere Mbo-instellingen en een (dependance van) Hbo-instelling gevestigd in de provincie (Drenthe College, MBO Terra en NHL Stenden), maar geen (dependance van een) universiteit. Het aandeel hoogopgeleiden is in Noord-Drenthe, in en rondom Assen, hoger dan het landelijk gemiddelde. In Zuidoost-Drenthe (Hoogeveen, Coevorden, Emmen en Borger-Odoorn) wonen relatief veel laagopgeleiden. - Nieuwe kennis.
We meten nieuwe kennis aan de hand van de investeringen in R&D. Deze liggen in de COROP-regio’s Zuidoost-Drenthe (8,0%) en Zuidwest-Drenthe (8,3%) boven en in de COROP-regio Noord-Drenthe (5,3%) onder het Nederlands gemiddelde (7,8%). - Intermediaire diensten. Het aandeel zakelijke dienstverlening in de regio Drenthe is lager (23,2%) dan het landelijk gemiddelde (24,7%). De gemeenten Tynaarlo (30,8%), Assen (27,4%) en Meppel (26,9%) scoren relatief hoog. Openbaar 6
Rode draden: wat valt ons op? (III) • Randvoorwaarden voor een florerend ondernemend ecosysteem: - Stabiliteit formele instituties. Dit meten we aan de hand van het aantal opgestapte wethouders in de periode 2015-2020 en het aantal integriteitsschendingen in de periode 2013-2019. Het aantal opgestapte wethouders in Drenthe is ongeveer 1,5% van het landelijk totaal en ook het aantal integriteitsschendingen is een beperkt percentage (3,6%) van het landelijk totaal. - Fysieke infrastructuur. De Drentse gemeenten zijn gemiddeld genomen redelijk ontsloten via de weg en het spoor, maar er is ruimte voor verbetering. Ter nuancering merken we daarbij wel op dat er tussen de gemeenten verschillen bestaan (Assen, De Wolden en Tynaarlo zijn over de weg minder goed en Noordenveld en Borger-Odoorn over de weg minder goed ontsloten). De gemiddelde woon-werk afstand is in de regio relatief groot: 28 km tegenover 23 km landelijk gemiddeld. Naast weg en spoor vormt water een belangrijke economische infrastructuur voor de scheepvaart. - Ondernemerschapscultuur. Dit meten we aan de hand van het aantal nieuwe opgerichte bedrijven per 1.000 inwoners. De data duiden erop dat de ondernemerscultuur in Drenthe minder sterk is ontwikkeld dan gemiddeld in Nederland.
Uitzondering op deze regel zijn de gemeenten Assen (veel meer bedrijfsoprichtingen dan landelijk gemiddeld), Coevorden en BorgerOdoorn (rond het landelijk gemiddelde). - De potentiële bestedingsruimte en vraag vanuit de markt meten we aan de hand van het bruto regionaal product (BRP). De groei van het BRP is in de COROP-regio Zuidoost-Drenthe een stuk groter dan landelijk gemiddeld. COROP-regio Zuidwest-Drenthe scoort rond en COROP-regio NoordDrenthe onder het Nederlands gemiddelde.
De systeemkenmerken en randvoorwaarden voor een florerend economisch ecosysteem zijn in Drenthe over het algemeen minder sterk dan landelijk gemiddeld. Dit blijkt ook uit de Entrepreneurial Ecosystems Index 2020, waarin de 40 COROP-regio’s in Nederland met elkaar worden vergeleken. Van de Drentse COROP-regio’s scoort Noord-Drenthe het beste (26/40). Zuidwest- en Zuidoost Drenthe staan onderaan de ranking (resp. 38 en 40 uit 40). Assen, Meppel en Tynaarlo springen er positief uit. In Assen zijn de systeemkenmerken en randvoorwaarden voor een florerend economisch ecosysteem vaak wel aanwezig; in Meppel en Tynaarlo zijn deze af en toe aanwezig zijn. Verder vallen de investeringen in R&D en de groei van het BRP in ZuidoostDrenthe op, omdat deze regio op de overige systeemkenmerken en randvoorwaarden vaak minder goed scoort.
Hoofdstuk 4 Over het maatschappelijk ecosysteem
pp. 43-47
Het maatschappelijke ecosysteem is de leefwereld van inwoners. Wij brengen dit in beeld middels verplaatsingspatronen. Hierbij worden alle reismotieven meegenomen (werk, voorzieningen en vrije tijd). • Inwoners van Drenthe verplaatsen zich verreweg het meeste binnen de eigen gemeente. De stroomgrootte binnen de eigen gemeente is het hoogst binnen de gemeente Emmen. • Assen is een duidelijke hub binnen de regio: vanuit alle gemeenten vinden bewegingen van en naar Assen plaats. In de BOCE-gemeenten is er een sterke stroom tussen Borger-Odoorn en Emmen en Coevorden en Emmen. • 48% van de intergemeentelijke verplaatsingen vallen binnen de regio; iets meer dan de helft naar bestemmingen buiten de regio. De grootste stromen buiten de regio gaan richting Groningen en Zwolle. Openbaar 7
Rode draden: wat valt ons op? (IV) Hoofdstuk 5 Over verbindingen tussen de ecosystemen
pp. 48-53
We zijn geïnteresseerd in het verbindend vermogen van de overheden met de maatschappelijke en economische actoren in de regio. Als onderdeel van deze ‘foto’ brengen we de online verbindingen tussen bestuurlijke, maatschappelijke en economische actoren in kaart door middel van een hyperlink en twitter netwerkanalyse. Dit helpt ons om relevante economische en maatschappelijke partijen in beeld te brengen en te zien in hoeverre er sprake is van clustering rondom bepaalde gemeenten, als startpunt voor de selectie van respondenten. Deze online netwerkanalyse vormt nadrukkelijk een startpunt: in overleg met de ambtelijke begeleidingsgroep komt de uiteindelijke selectie van respondenten tot stand.
Hoofdstuk 6 Over publieke waarde
Publieke waarde gaat over het korte en lange termijneffecten van het handelen door (samenwerkende) overheidsorganisaties. We kijken hierbij naar de ambities en doelstellingen die door de samenwerkingsverbanden zijn geformuleerd. •
• In de hyperlinkanalyse zijn twee duidelijke clusters zichtbaar: bovenin rondom de vier Drentse waterschappen en onderin rondom de twaalf gemeenten. De provincie Drenthe vormt het duidelijke schakelpunt tussen deze clusters. - In het gemeentelijke cluster vormen regionale samenwerkingsverbanden (zoals GGD Drenthe en SNN), publiek-private samenwerkingen (zoals ikbendrentsondernemer.nl en vooruitindrenthe.nl) en het Drents energieloket het centrum. - De provincie Drenthe komt het vaakst voor, maar ook naar de gemeenten Emmen, Hoogeveen en Aa en Hunze wordt relatief vaak verwezen. - De VDG speelt een relatief kleine rol in het online netwerk. • In de Twitteranalyse zien we ook weer een duidelijke verdeling tussen de waterschappen en de gemeenten. Opvallend is dat de provincie hier geen schakelpunt vormt, maar onderdeel is van het gemeentelijke cluster. - Ook op Twitter wordt de provincie Drenthe het vaakste genoemd door de Drentse gemeenten en waterschappen.
pp. 54-65
De drie COROP-regio’s binnen Drenthe verschillen in de brede welvaartontwikkeling die zij doormaken. Noord-Drenthe en ZuidwestDrenthe hebben een bovengemiddelde brede welvaart in zowel 2013 als 2019. Zuidoost-Drenthe had in 2013 een bovengemiddelde brede welvaart, maar in 2019 beneden gemiddeld. In alle drie de regio’s groeide de brede welvaart minder dan gemiddeld (RaboResearch en Universiteit Utrecht). Als we kijken naar ‘agenda’ van de regio’ (RaboResearch) dan zijn belangrijke thema’s: -
Persoonlijke ontwikkeling en baanzekerheid;
-
Milieu, vooral rondom verduurzaming van het bedrijfsleven en de opgaven rond de energietransitie en voedselvoorziening.
Inkomen en huisvesting zijn, vergeleken met de rest van Nederland, minder vaak onderwerp van gesprek. Wat betreft huishouden past dit bij het beeld uit de gebiedskenmerken, maar inkomen is opvallend, gegeven de relatief lage brede welvaartsscores op indicatoren die hiermee samenhangen (zie volgende pagina). •
Het CBS heeft een brede welvaartsindex ‘hier en nu’. Deze index bevat de persoonlijke kenmerken van mensen en de kwaliteit van de omgeving waarin zij leven. En meer in het algemeen hun materiële welvaart en welzijn, en hun beleving daarvan. De index onderscheidt acht thema’s: welzijn, materiële welvaart, gezondheid, arbeid en vrije tijd, wonen, samenleving, veiligheid en milieu.
- Opvallend is verder dat de VDG geen enkele keer genoemd is. Openbaar 8
Rode draden: wat valt ons op? (V) •
In het algemeen zien we een wisselend beeld in Drenthe: tussen de COROPgebieden onderling, maar ook op de verschillende indicatoren. Noord-Drenthe scoort op vrijwel alle thema’s hoger dan Zuidwest- en met name ZuidoostDrenthe. Drenthe als geheel scoort relatief goed op de thema’s milieu, welzijn en veiligheid, maar aanzienlijk minder op veel van de overige thema’s.
•
Drenthe scoort hoog op het thema welzijn: inwoners zijn tevredener met hun leven en vrije tijd dan inwoners van veel andere provincies. We zien echter wel een lichte daling als het gaat om de tevredenheid met het leven.
•
Drenthe staat bekend om haar weidse ruimte en dat komt terug bij het thema milieu. Drenthe heeft relatief gezien het meeste natuurgebied per inwoner, veel natuur- en bosgebieden en een kleine afstand tot het openbaar groen. Daarnaast is Drenthe een regio met relatief weinig broeikasgasemissies. Bij de COROP-regio’s scoren Noord en Zuidwest Drenthe over het algemeen hoger dan Zuidoost-Drenthe op dit thema.
•
•
Drenthe scoort bovengemiddeld op de veiligheidsindicatoren. Drenten voelen zich vaak veilig in de buurt. Opvallend is wel dat Drenthe sterk gedaald is op de index als het gaat om het aantal ondervonden delicten in 2019, ten opzichte van 2015. Als het gaat om de indicator ervaren gezondheid zien we een stijgende lijn over de drie COROP-gebieden, maar blijft Zuidoost-Drenthe wel achter. Op fysieke gezondheid scoort Drenthe relatief laag: zij is bijvoorbeeld de provincie met het meeste overgewicht. Op fysieke gezondheid zien we wederom een tweedeling: Noord-Drenthe scoort bovengemiddeld, waar Zuid-Drenthe laag scoort.
•
De scores op materiële welvaart en arbeid zijn over het algemeen beneden gemiddeld tot laag: -
Het BBP in Drenthe ligt relatief laag, al is er wel sprake van een sterke groei van het BBP in Zuidoost-Drenthe, en in mindere mate ook in ZuidwestDrenthe.
-
De bruto en netto arbeidsparticipatie liggen structureel relatief laag, op zowel provinciaal- als COROP-niveau.
-
Drenthe scoort goed als het gaat om werkeloosheid. De werkloosheid ligt in Drenthe lager dan de meeste andere provincies. Zuidwest-Drenthe en Noord-Drenthe waren in 2019 op COROP-niveau de gebieden met de minste werkloosheid van Nederland. Zuidoost-Drenthe blijft achter met een net beneden-gemiddelde score.
-
Dezelfde tweedeling zien we terug als het gaat om mediaan besteedbaar inkomen en mediaan vermogen van huishoudens, waar Zuidoost-Drenthe achterblijft op Noord- en Zuidwest-Drenthe.
•
Op de indicator vertrouwen in instituties scoort Drenthe relatief laag. Deze indicator meet het vertrouwen in landelijke instituties. Deze score kan erop wijzen dat Drenten zich ondervertegenwoordigd voelen in Den Haag.
•
Tenslotte hebben Drenten minder contact met familie vrienden of buren dan de inwoners van de meeste andere provincies. Het vertrouwen in de ander en het vrijwilligerswerk zijn gemiddeld in de provincie. Ook hier laten de cijfers zien dat Zuidwest- en Noord-Drenthe beter scoren dan Zuidoost-Drenthe.
•
De afstanden tot voorzieningen zijn, buiten de meer verstedelijkte gemeenten, relatief groot in Drenthe. Desondanks zijn Drenten erg tevreden met hoe ze wonen: zowel qua woonomgeving als qua woning. Openbaar 9
Rode draden: wat valt ons op? (VI) •
Concluderend: de regio Drenthe scoort hoog op welzijn en minder op welvaart. Ook zien we verschillen binnen de regio: Noord-Drenthe doet het over het algemeen beter dan Zuid(oost)-Drenthe. De gezamenlijke opgave is dan ook om verschillen binnen de regio te verkleinen en de brede welvaart op een aantal thema’s te vergroten. Dat geldt voornamelijk voor de thema’s gezondheid, arbeid en materiële welvaart.
•
Beschouwen we de brede welvaartsindicatoren in relatie tot de ambities die de regio zichzelf stelt dan zien we dat er inderdaad flink wordt ingezet op deze thema’s. Veel ambities van samenwerkingsverbanden hebben betrekking op:
•
-
Het behouden van kennis en kunde in de regio en een betere aansluiting tussen onderwijs en bedrijfsleven;
-
Het benutten en uitbouwen van economische kansen;
-
Het stimuleren van een gezonde omgeving, inzet op preventie en goede, bereikbare zorg.
Veel samenwerkingsverbanden zijn er daarnaast op gericht om wat goed is te behouden en te versterken: de fysieke leefomgeving, recreatie, natuur en landbouw.
Openbaar 10
1
Het Bestuurlijk Regionaal Ecosysteem
Openbaar 11
Inleiding: het Bestuurlijk Regionaal Ecosysteem Wat is een BRE? Steeds vaker wordt ‘de regio’ gezien als het schaalniveau waarop oplossingen voor maatschappelijke opgaven tot stand moeten komen. Decentrale overheden werken in ‘de regio’ dan ook veelvuldig samen aan maatschappelijke opgaven. Naast de algemene indeling in gemeente, provincies, waterschappen en Rijk bestaan er tientallen functionele regioindelingen en is er een groot aantal regionale samenwerkingsverbanden op uiteenlopende beleidsterreinen, georganiseerd in verschillende juridische vormen. In dit onderzoek gaan we dan ook niet uit van (een van de lagen van) het Huis van Thorbecke, maar van het Bestuurlijk Regionale Ecosysteem (BRE): het geheel aan interbestuurlijke samenwerking in een gebied – in dit geval Drenthe. Hoe brengen we het BRE Drenthe in beeld? De dataset ‘interbestuurlijke samenwerkingsverbanden 2020’ vormt ons vertrekpunt. Op deze dataset hebben wij zelf een aantal bewerkingen gedaan (zie ook hoofdstuk 5 de Staat van het Bestuur).
samenwerkingsverband onderdeel van het BRE is als er afspraken zijn gemaakt over het doel, de samenstelling en de frequentie van bijeenkomen. Gestructureerd-informeel overleg wordt dus wel meegeteld; ad hoc informeel overleg niet. Vervolgens hebben wij de ambtelijke klankbordgroep gevraagd om de lijst met samenwerkingsverbanden waaraan tenminste twee Drentse gemeenten deelnemen, te verifiëren. Op basis van deze geüpdatete lijst hebben we een visualisatie gemaakt van het BRE Drenthe (zie volgende pagina). Belangrijk om te benoemen is dat we ons richten op samenwerking op de schaal van Drenthe. In de visualisatie op de volgende pagina zijn samenwerkingsverbanden met een bovenregionale scope niet meegenomen (gedefinieerd als samenwerkingen waaraan >62 gemeenten – dat wil zeggen meer dan het totaalaantal Noord-Brabantse gemeenten, zijnde de provincie met het grootst aantal samenwerkingsverbanden – deelnemen). Tot slot: kwantiteit van samenwerking zegt niets over kwaliteit. De kwaliteit van samenwerking onderzoeken wij in fase 2 van het onderzoek.
De lijst omvat (min of meer) geïnstitutionaliseerde samenwerkingsverbanden. Dat zijn bijvoorbeeld gemeenschappelijke regelingen, maar zeker ook samenwerkingen op basis van een convenant of bestuurlijke tafels. De stelregel die is gehanteerd is dat een Openbaar 12
Het BRE van Drenthe in beeld (I) Wat zijn kenmerken van het BRE? De gemeenten in Drenthe nemen in totaal aan 111 regionale samenwerkingsverbanden deel (volgens de definitie gegeven op de vorige pagina). Van de 111 regionale samenwerkingsverbanden, nemen er aan 78 ten minste ten minste twee Drentse gemeenten deel. Emmen is de gemeente die het vaakst deelneemt in samenwerkingsverbanden (53), gevolgd door Coevoerden (50) en Hoogeveen (48). Op de kaart rechts worden de samenwerkingsverbanden waaraan de provincie en waterschappen deelnemen niet gevisualiseerd. Maar er wordt natuurlijk wel interbestuurlijk samengewerkt: • Aan 56 van de 111 neemt ook de provincie Drenthe deel. • Aan 34 van de 111 neemt ook één of meer waterschap(pen) in Drenthe deel. Bovendien zijn er 3 samenwerkingsverbanden waar alléén Drentse waterschappen aan deelnemen
Geodienst (CIT, Rijksuniversiteit Groningen), KWINK groep, PROOF adviseurs, eigen bewerking (2021)
Het BRE Drenthe Openbaar 13
Het BRE van Drenthe in beeld (II) Congruentie van het BRE Drenthe Op dit moment lopen BRE onderzoeken in de regio’s Drenthe, Groningen, Fryslân, Noordoost Brabant en Noord-Holland Noord. In de figuur hiernaast hebben we voor deze BRE’s de congruentiescore in beeld gebracht. Territoriale congruentie betreft de mate waarin de gemeenten binnen het BRE alleen met elkaar samenwerken. Met andere woorden, zoeken de gemeenten in de regio elkaar steeds op, of kiezen ze (ook) voor partners buiten de regio? We hanteren als congruentiemaat het percentage van het totaal aantal samenwerkingsverbanden waaraan alleen gemeenten uit het BRE deelnemen. Hoe hoger dat percentage, hoe congruenter de samenwerking in het BRE.
Congruentie in vergelijking met andere BREs Friesland
75%
Noord-Holland Noord
59%
Groningen
53%
Drenthe
52%
Noordoost Brabant
39% 0%
10%
20%
30%
40%
50%
60%
70%
80%
Uit de figuur blijkt dat de congruentie in het BRE Drenthe gemiddeld is (52%). Dit betekent dat Drentse gemeenten geregeld met elkaar samenwerken, maar ook oriëntaties buiten de provincie hebben. Voor 48% van de samenwerkingen van Drentse gemeenten geldt dat daar ook partners van buiten de regio bij betrokken zijn. De 48% niet-congruentie kan gedeeltelijk worden verklaard door een aantal samenwerkingsverbanden met Groningen in Noord-Drenthe en met Overijsselse gemeenten (met name Zwolle, Hardenberg, Steenwijkerland en Staphorst) in Zuidwest-Drenthe. Openbaar 14
Het BRE van Drenthe in beeld (III) Samenwerkingsverbanden waaraan alléén gemeenten uit Drenthe deelnemen
Op de kaart links worden samenwerkingsverbanden tussen Drentse gemeenten gevisualiseerd. Een lijn tussen twee gemeenten betekent dat zij een samenwerkingsverband delen. Samenwerking met gemeenten buiten Drenthe zijn niet meegenomen op deze kaart (zie daarvoor de volgende pagina). • Binnen regio Drenthe delen twee gemeenten ten minste 24 en maximaal 33 samenwerkingsverbanden. - In verhouding met andere regio’s is dit opvallend veel. Ter vergelijking: in Fryslân is 13 het minimum en in Groningen 11. • Aan de samenwerkingsverbanden binnen Drenthe nemen gemiddeld 7,26 gemeenten deel. • In het zuiden van Drenthe – en dan met name in het zuidoosten - wordt intensiever samengewerkt dan in het noorden. • De gemeenten Emmen en Coevorden werken het meest samen: er zijn 33 samenwerkingsverbanden waarin zij beide deelnemen. Geodienst (CIT, Rijksuniversiteit Groningen), KWINK groep, PROOF adviseurs, eigen bewerking (2021)
Openbaar 15
Het BRE van Drenthe in beeld (IV) Samenhang binnen Drenthe Drenthe is ingedeeld in drie COROP-gebieden (Noord-Drenthe, Zuidwest-Drenthe, Zuidoost-Drenthe), waarbij gemeenten uit het ene gebied vaker langs deze lijnen samenwerken dan het andere gebied. De subregio’s met een lagere score nemen vaker onafhankelijk van elkaar deel aan samenwerkingsverbanden dan subregio’s met een hogere score (dit zegt niets over de kwaliteit van samenwerking). De hoge sub-regionale samenhang (62%) in Zuidoost-Drenthe laat zien dat de BOCE-gemeenten relatief vaak gezamenlijk op trekken. Dit is tevens een bevestiging van het beeld op de vorige pagina van de intensieve samenwerking tussen deze gemeenten.
Sub-regionale samenhang o.b.v. COROP-gebieden Zuidoost-Drenthe
62%
N=59
Zuidwest-Drenthe
53%
N=62
Noord-Drenthe
48%
N=58
0%
10%
20%
Let op: dit betreft een andere berekening dan de eerdergenoemde territoriale congruentie. Sub-regionale samenhang betreft het percentage samenwerkingsverbanden waaraan alle gemeenten uit het COROP-gebied deelnemen, ten opzichte het totaal aantal samenwerkingsverbanden waaraan ten minste één van deze gemeenten deelneemt. Aan deze samenwerkingsverbanden kunnen dus ook andere gemeenten deelnemen. Bijvoorbeeld: van het totaal van 111 Drentse samenwerkingsverbanden, zijn er 61 waaraan Borger-Odoorn, Coevorden of Emmen (Zuidoost-Drenthe) deelneemt. Aan 62 procent van de 61 samenwerkingsverbanden doen ze alle drie mee.
30%
40%
50%
60%
70%
COROP-regio’s: Zuidoost-Drenthe: Borger-Odoorn, Coevorden, Emmen Zuidwest-Drenthe: Hoogeveen, Meppel, Westerveld, De Wolden Noord-Drenthe: Aa en Hunze, Assen, Midden-Drenthe, Noordenveld, Tynaarlo
Openbaar 16
Het BRE van Drenthe in beeld (V) Op de kaart rechts worden samenwerkingsverbanden tussen Drentse gemeenten en gemeenten buiten Drenthe weergegeven. Een lijn tussen twee gemeenten betekent dat zij een samenwerkingsverband delen. Samenwerking tussen Drentse gemeenten (interne samenwerkingsverbanden) zijn niet meegenomen op deze kaart (zie daarvoor pagina 14). • Er zijn in totaal 46 samenwerkingsverbanden waarin Drentse gemeenten samenwerken met gemeenten buiten de regio. • De meest voorkomende externe samenwerking is tussen Assen en Groningen: zij delen 12 samenwerkingsverbanden. Daarna volgen Westerveld, Coevorden en Meppel en hun buurgemeenten. • De meeste externe samenwerking vindt plaats met gemeenten in de buurprovincies Groningen en Overijssel. • Er zijn relatief weinig samenwerkingsverbanden met Friese gemeenten. Vanuit alle Drentse gemeenten zijn er bijvoorbeeld respectievelijk 4 en 3 samenwerkingsverbanden met ‘buurgemeenten’ Weststellingwerf en Ooststellingwerf.
Geodienst (CIT, Rijksuniversiteit Groningen), KWINK groep, PROOF adviseurs, eigen bewerking (2021)
Samenwerkingsverbanden tussen Drentse gemeenten en gemeenten buiten de regio Openbaar 17
Het BRE van Drenthe in beeld (V) Wat zijn kenmerken van het BRE?
Op welke beleidsdomeinen richten de samenwerkingsverbanden zich?
• Qua samenwerkingsvorm wordt het vaakste (51 keer) gekozen voor de meest lichte vorm: afstemming. Voor private samenwerking is 22 keer gekozen, voor een Wgr 21 keer en voor een netwerkconstructie 17 keer.
60
• De meeste samenwerkingsverbanden (55 stuks) richten zich op het beleidsdomein ruimte. Dit omvat o.a. het fysiek domein, water, recreatie, mobiliteit en landbouw (een volledige definitielijst van beleidsdomeinen is te vinden in de bijlage). • Een samenwerkingsverband kan zich op meerdere beleidsdomeinen richten. Dit is bij 45 samenwerkingsverbanden het geval. Combinaties die het meest voorkomen zijn ruimte met economie (14 keer); onderwijs, cultuur en sport met economie (10 keer); energie & duurzaamheid met ruimte (11 keer); en onderwijs, cultuur & sport met ruimte (11 keer);.* • Op de volgende pagina is een tabel te zien met daarin het overzicht van de kenmerken van het BRE Drenthe. Hierin wordt ook de mate van verplichtheid benoemd: - Verplicht: de samenwerking en de samenstelling is door het Rijk opgelegd (GGD, veiligheidsregio en omgevingsdienst) - Semi-verplicht: de samenwerking is door het Rijk opgelegd, maar gemeenten mogen zelf kiezen met wie zij samenwerken (o.a. de RES) - Niet-verplicht: de samenwerking is niet door het Rijk opgelegd.
55
50 40 30 21
20 10
22
23
23 19
9 2
0
Bedrijfsvoering
Belastingen Onderwijs, Energie & Economie cultuur & duurzaamheid sport
* We focussen hier op combinaties van twee beleidsdomeinen, een samenwerkingsverband kan zich echter richten op meer dan twee beleidsdomeinen.
Ruimte
Sociaal domein
Veiligheid & volksgezondheid
Openbaar 18
Samenwerkingsverbanden waaraan tenminste twee publieke organisaties uit Drenthe deelnemen Domein → Totaal ↓ Verplicht
Semiverplicht
Openbaar lichaam
3
Openbaar lichaam
-
Netwerkconstructie
5
Afstemming
5
Privaatrechtelijk
Van onderop
Bedrijfsvoering
Belasting
Onderwijs, cultuur & sport
Energie & duurzaamheid
Economie
Ruimte
Sociaal domein
Veiligheid & volksgezond heid
-
Openbaar lichaam
18
Netwerkconstructie
12
Afstemming Privaatrechtelijk
46
22
Openbaar 19
2
Kenmerken van de regio
Openbaar 20
Inleiding: Kenmerken van de regio Waarom brengen we de kenmerken van de regio in kaart?
Welke kenmerken brengen we in kaart?
Een BRE acteert binnen een bepaalde context: naar analogie van de ecosysteem-metafoor, de biotoop. Elke biotoop heeft bepaalde kenmerken die lastig te veranderen zijn. Deze hebben betrekking op de fysieke omgeving (hoe ziet het gebied eruit), de demografie (hoeveel inwoners heeft het gebied en wat zijn hun kenmerken), economische structuurkenmerken en identiteit van de regio.
Op basis van openbare en eigen databronnen brengen we in kaart:
Het is van belang om deze gebiedskenmerken in kaart te brengen, omdat ze de publieke waardecreatie in het BRE beïnvloeden. Bepaalde (combinaties) van gebiedskenmerken geven een BRE een meer of minder gunstige uitgangspositie. Bijvoorbeeld: regio’s die economisch floreren, blijken vaak een gezonde beroepsbevolking en aantrekkelijke woonomgevingen hebben (Raspe e.a. 2017). Uit onderzoek blijken inwoners van Drenthe het gelukkigst van Nederland dankzij de ‘rust en ruimte’ in het gebied (Atlas voor de gemeenten, 2017). Ook in het verleden gemaakte keuzes zijn van invloed: zo doen regio’s met een mainport (zoals Schiphol of de Rotterdamse haven) het economisch vaak goed. Afhankelijk van de gebiedskenmerken kunnen sterktes en zwaktes in termen van publiekewaardecreatie dus steeds in dezelfde regio’s neerslaan (Raspe & Stam 2019). Lastiger meetbaar maar minstens zo relevant, is de invloed van een gedeelde regionale identiteit en de (politiek-bestuurlijke) cultuur op de kwaliteit van de samenwerking. Identiteit laat zich lastig kwantificeren. Middels de interviews en enquêtes zullen we data over regionale identiteit verder aanvullen
1.
2.
3.
4.
5.
Demografische gebiedskenmerken ◦
Prognose bevolkingsgroei
◦
Groene en grijze druk
Geografische structuurkenmerken ◦
Adressendichtheid
◦
Bodemgebruik
Wonen ◦
Samenstelling woningvoorraad
◦
Ontwikkeling huizenprijzen
◦
Afstand tot voorzieningen
De indicator ‘vrijwilligerswerk’ zegt iets over sociale cohesie omdat dit aangeeft dat mensen bereid zijn om hun vrije tijd te wijden aan een ander en/of een collectief goed.
Maatschappelijke betrokkenheid ◦
Percentage inwoners dat vrijwilligerswerk doet
◦
Opkomstpercentage Tweede Kamerverkiezingen
Regionale identiteit: politieke voorkeur ◦
Stemgedrag
◦
Politieke kleur: verdeling raadszetels en gevormde coalities
◦
Politieke fragmentatie
De economische gebiedskenmerken komen aan de orde in het hoofdstuk over het Economisch ecosysteem. Openbaar 21
Demografische structuurkenmerken (1)
MdK23
De prognose van de bevolkingsgroei 2020-2050 laat een wisselend beeld zien in de provincie Drenthe. In de gemeenten in de regio Groningen-Assen wordt de grootste toename in aantal inwoners verwacht (Assen 6,3% en Tynaarlo 2,4%), gevolgd door Meppel (2,1%) dat tevens deel uitmaakt van de regio Zwolle. Over het algemeen zijn het de plattelandsgemeenten waar een stevige krimp verwacht wordt. De verwachte krimp in de gemeenten Westerveld (-9,4%) en Coevorden (-9,4%) is het meest fors. Ook in de gemeente Emmen wordt een stevige krimp verwacht van -6,7%. De verwachte krimp in de overige gemeenten varieert van zo’n -2 tot -6%.*
Prognose bevolkingsgroei 2020-2050
*In deze prognose is de recente trek uit de Randstad (onder meer naar aanleiding van de coronacrisis) nog niet meegenomen. Zie www.cbs.nl/nlnl/nieuws/2021/08/meer-verhuizingen-naar-regio-s-buiten-de-randstad. Openbaar 22
Dia 22 MdK23
Martin vraagt bij CMO Stamm nog na of er ook bevolkingsprognoses zijn op Drentse schaal. Dan kunnen we de cijfers vergelijken. Mirthe de Kok; 1-10-2021
Demografische structuurkenmerken (2) Groene druk (2020)
Groene druk De groene druk is de verhouding tussen het aantal personen van 0 tot 20 jaar en het aantal personen van 20 tot 65 jaar. De groene druk in de regio Drenthe (38,4%) is nipt lager dan het landelijk gemiddelde (38,6%). De groene druk is het hoogst in de gemeente Tynaarlo (43,6%), gevolgd door Hoogeveen en Meppel met respectievelijk 41,0% en 40,3%. De groene druk ligt het laagste in de gemeenten Borger-Odoorn en Westerveld (beide 35,1%)
Grijze druk (2020)
Grijze druk De grijze druk is de verhouding tussen het aantal personen van 65 jaar of ouder en het aantal personen van 20 tot 65 jaar. De grijze druk is in de regio Drenthe relatief hoog, zo’n 5,5 procentpunten hoger dan het landelijk gemiddelde: 44,0% tegenover 38,5%. Uitschieters naar beneden zijn de gemeenten Meppel en Assen met respectievelijk 35,0% en 35,1%. Uitschieters naar boven zijn de gemeenten Westerveld (54,4%) en Noordenveld (51,8%). De overige gemeenten hebben een waarde tussen de 40 en 50%. Openbaar 23
Geografische structuurkenmerken (1) De regio Drenthe staat bekend om haar ‘rust en ruimte’ en dit is terug te zien in het aantal adressen per vierkante kilometer. Het gemiddelde in Drenthe ligt op 670 adressen/ km². Dit is aanzienlijk minder dan het landelijk gemiddelde: 1162 adressen/ km². Gemeente Assen heeft met 1562 adressen/km² verreweg de hoogste adressendichtheid, gevolgd door Meppel en Hoogeveen met respectievelijk 1275 en 1199 adressen/km². Alle andere gemeenten zitten qua adressendichtheid onder het landelijke gemiddelde. De gemeente Westerveld heeft de laagste adressendichtheid (212 adressen/km²).
Gemiddeld aantal adressen per km² (2020) Openbaar 24
Geografische structuurkenmerken (2) Bodemgebruik per gemeente (2015)
Bodemgebruik in de regio en in Nederland(2015)
Het merendeel van de Drentse bodem is agrarisch terrein, namelijk ruim 69 procent. Het aandeel agrarisch terrein in de regio is daarmee aanzienlijk groter dan landelijk gemiddeld (54%). Ook heeft de regio met 17% relatief veel bos en open natuurlijk terrein ten opzichte van het landelijke gemiddelde van 12%. Drenthe heeft ten opzichte van het landelijke gemiddelde een kleiner aandeel bebouwd terrein (5,77% om 8,7%) en binnenwateren (1,78% om 8,7%). Openbaar 25
Wonen (1) Samenstelling woningvoorraad per gemeente (2020)
Samenstelling woningvoorraad regio Drenthe (2020)
Samenstelling woningvoorraad Nederland (2020)
Het aandeel koopwoningen van de totale woonvoorraad ligt in Drenthe (66%) behoorlijk hoger dan het Nederlands gemiddelde (57%). Het aandeel huurwoningen in het bezit van woningcorporaties ligt in Drenthe dan weer lager dan het landelijk gemiddelde (25% om 29%). Binnen de regio ligt het aandeel van koopwoningen binnen gemeenten met minder verstedelijkte gebieden een stuk hoger dan in de gemeenten met meer verstedelijkte gebieden, zoals Assen en Emmen. Ter illustratie: 58% in Assen om 77% in Tynaarlo.
Openbaar 26
Wonen (2) Gemiddelde huizenprijzen (2020)
Prognose ontwikkeling huizenprijzen (2020)
Woningmarktcijfers Q2 2021 (NVM)
Regioindeling NVM. Emmen e.o.: Borger-Odoorn (deels), Coevorden, Emmen, De Wolden (deels); Zuidwest Drenthe: Hoogeveen, Midden-Drenthe (deels), De Wolden (deels), Westerveld; Assen e.o.: Aa en Hunze, Assen, Borger-Odoorn (deels), Midden-Drenthe (deels), Noordenveld, Tynaarlo, Weststellingwerf plus Haren (GR) en Weststellingwerf (FR)
De gemiddelde huizenprijzen liggen in Drenthe structureel lager dan het Nederlands gemiddelde. In 2020 was de gemiddelde huurprijs in de regio Drenthe 284.473 euro, t.o.v. het landelijke gemiddelde 335.849 euro. In 2020 lag de gemiddelde huizenprijs het hoogst in Tynaarlo (350.488 euro). Tynaarlo was daarmee tevens de enige gemeente in de regio met een huizenprijs boven het landelijk gemiddelde. Assen, Hoogeveen en Emmen hebben de laagste huizenprijzen met respectievelijk een gemiddelde van: 250.572, 232.875 en 226.483 euro. Sinds 2013 laten de gemiddelde huizenprijzen in Nederland én in Drenthe een stijgende trend zien. De ‘trek uit de Randstad’ als gevolg van Covid-19 versterkt dit nog eens. De meest recente woningmarktcijfers van de NVM geven hier inzicht in. De kaart geeft de ontwikkeling van de huizenprijzen weer in Q2 2021 vergeleken met Q2 2020. In Nederland stegen de huizenprijzen gemiddeld met 20%. In de regio’s Emmen e.o. (16%) was de stijging minder dan gemiddeld; in de regio’s Zuidwest Drenthe (21%) en Assen e.o. (22%) was de stijging iets groter dan gemiddeld. Openbaar 27
Wonen (3) Gemiddelde afstand tot voorzieningen (in km) Ziekenhuis (2020)
Kinderdagverblijf (2020)
Bioscoop (2020)
Grote supermarkt (2020)
Basisschool (2019)
Podiumkunsten (2019)
De afstand tot voorzieningen ligt in Drenthe hoger dan het landelijk gemiddelde. Binnen de regio verschilt de afstand tot voorzieningen sterk per gemeente. In de gemeente Assen, Emmen, Hoogeveen en Meppel is de afstand tot voorzieningen relatief laag, terwijl voor inwoners van de overige gemeenten de afstand tot alle voorzieningen vaak relatief groot is.
Openbaar 28
Maatschappelijke betrokkenheid Percentage personen dat vrijwilligerswerk doet (2016)
Opkomstpercentage Tweede Kamerverkiezingen (2021)
Vrijwilligerswerk is een maat voor sociale cohesie omdat dit aangeeft dat mensen bereid zijn om hun vrije tijd te wijden aan een ander en/of een collectief goed. Het gemiddeld percentage vrijwilligers in de regio (34%) is licht hoger dan het landelijk gemiddelde van 32%. Aan de westkant van de regio wordt het meeste vrijwilligerswerk gedaan, met Westerveld als uitschieter (40%). Aan de oostkant van de regio wordt het minst vrijwilligerswerk gedaan.
Het opkomstpercentage bij de Tweede Kamerverkiezingen van 2021 in Drenthe is met 80,2% hoger dan het landelijk gemiddelde (79%). In de gemeenten in het oosten van de regio was de opkomst lager dan in het westen en noorden van de regio. In Emmen was de opkomst het laagst (75%). In Tynaarlo en De Wolden was de opkomst het hoogst (85%).
Openbaar 29
Regionale identiteit: politieke voorkeur (1) Stemgedrag Tweede Kamerverkiezingen 2021
Stemgedrag gemeenteraadsverkiezingen 2018
Tijdens de Tweede Kamerverkiezingen in 2021 is de VVD in de meeste gemeenten tot de grootste partij verkozen. Ook in de regio Drenthe werd de VVD ook de grootste partij (20,4% van de stemmen). Daarna volgen D66 (12,7%), de PVV (12,4%) en het CDA (11,0%). De VVD werd in alle Drentse gemeenten de grootste, op Emmen na (daar won de PVV). De gemeenteraadsverkiezingen van 2018 laten een hele andere verdeling zien: toen kregen lokale partijen de meeste stemmen (32,6%). Slechts in twee gemeenten werd een landelijke partij de grootste: in Midden-Drenthe de PvdA en in Assen de ChristenUnie.
Openbaar 30
Regionale identiteit: politieke voorkeur (2) De regio kent een verscheidenheid aan lokale partijen, maar in alle gemeenteraden m.u.v. Westerveld voeren de landelijke partijen de boventoon. Van de landelijke partijen nemen de VVD (44), het CDA (40) en de PvdA (37) de meeste zetels in. GroenLinks (18), D66 (19) en CU (18) volgen.
45 40 35 30 25 20 15 10 5
NB: In sommige gemeenten zit meer dan één lokale partij in de gemeenteraad. In de figuur zijn, omwille van de leesbaarheid, de lokale partijen bij elkaar opgeteld.
0
Lokale partij
VVD
PvdA
Groenlinks
D66
CDA
ChristenUnie
SP
ChristenUnie
PVV
SGP
50PLUS Openbaar 31
Regionale identiteit: politieke voorkeur (3) Lokale partijen in het college
Samenstelling colleges excl. burgemeesters (2021)
1
• • • • • • • • • •
Aa en Hunze: Combinatie Gemeentebelangen Midden-Drenthe: Gemeentebelangen Midden-Drenthe Tynaarlo: Leefbaar Tynaarlo Noordenveld: Gemeentebelangen Noordenveld Borger-Odoorn: Gemeentebelangen Borger-Odoorn Emmen: Wakker Emmen Coevorden: Gemeentebelangen Buitengebied Coevorden De Wolden: Gemeentebelangen De Wolden Meppel: Sterk Meppel Westerveld: Duurzaam Sterk Westerveld en Gemeentebelangen Westerveld
Landelijke partijen zijn, conform de verdeling van de raadszetels, het vaakst vertegenwoordigd in de colleges. Van de 12 Drentse gemeenten zit er in 10 gemeenten ook minstens één lokale partij in het college. Verder valt het op dat Hoogeveen heeft gekozen voor een zakencollege: de wethouders in deze gemeente zijn partijloos. Lokaal – VVD – PvdA - CDA – D66 – Groenlinks –SP – ChristenUnie - Zakencollege Openbaar 32
Regionale identiteit: politieke voorkeur (4) Aantal raadszetels
Aantal partijen
Aa en Hunze
21
6
Assen
33
Borger-Odoorn
Politieke fragmentatie: gemiddeld aantal zetels per fractie als deel van het totaal aantal raadszetels (in %)
Aantal raadszetels
Aantal partijen
Hoogeveen
31
9
10
Meppel
23
8
Aa en Hunze
21
8
Midden-Drenthe
23
8
Coevorden
25
7
Noordenveld
23
8
Assen
De Wolden
19
7
Tynaarlo
23
8
Emmen
39
11
Westerveld
17
7
De voorgaande pagina’s laten zien dat er een veelheid aan partijen zitting neemt in de Drentse gemeenteraden. In de tabel links staat per gemeente het aantal raadszetels en het aantal politieke partijen dat in de gemeenteraad zit.
16,7% 10,0%
Borger-Odoorn
12,5%
Coevorden
14,3%
De Wolden
14,3%
Emmen Hoogeveen
9,1% 11,1%
De grafiek rechts laat de mate van politieke versplintering zien: het gemiddeld aantal zetels per fractie, als deel van het totaalaantal raadszetels. Hoe kleiner het percentage, hoe meer versplintering. De gemeenteraad van Emmen is dus relatief versplinterd: er zijn 39 raadszetels te verdelen over 11 partijen. Dat betekent dat een fractie gemiddeld uit 3 raadszetels bestaat, wat 9,1% van het totaal aantal raadzetels is. In de gemeente Aa en Hunze is de politieke fragmentatie een stuk minder, met gemiddeld 16,7% van de raadszetels per partij.
Meppel
12,5%
Midden-Drenthe
12,5%
Noordenveld
12,5%
De politieke fragmentatie van de Drentse gemeenten ligt overigens niet erg ver uit elkaar en komt overeen met het beeld dat we in bijvoorbeeld Friesland en Groningen zien.
Tynaarlo
12,5%
Westerveld
Definitie politieke fragmentatie: Er zijn in de volksvertegenwoordiging meer partijen vertegenwoordigd dan voorheen; er zijn meer partijen nodig om een meerderheidscoalitie te vormen en de omvang van de gemiddelde politieke fractie neemt af (Herweijer en Lunsing, 2016).
14,3%
Openbaar 33
Regionale identiteit: politieke voorkeur waterschappen Drents Overijsselse Delta
Hunze en Aa’s
Noorderzijlvest
Vechtstromen
In alle vier de Drentse waterschappen is Water Natuurlijk een grote partij. Qua landelijke partijen zijn in alle waterschappen de VVD, het CDA, de ChristenUnie en het 50PLUS vertegenwoordigd. De PvdA doet alleen in Hunze en Aa’s en Noorderzijlvest mee, maar heeft daar wel een aanzienlijk deel van de stemmen. De niet politieke AWP behaalt ook in alle vier de waterschappen stemmen. Openbaar 34
3
Het economisch ecosysteem
Openbaar 35
Inleiding: het economisch ecosysteem Wat bedoelen we met het economisch ecosysteem? Het economisch ecosysteem bestaat enerzijds uit de economische kenmerken van het gebied en anderzijds uit de belangrijkste economische actoren in de regio. Economische kenmerken De economische kenmerken brengen wij in beeld op basis van de entrepreneurial ecosystems-benadering zoals ontwikkeld door prof. Erik Stam. Deze benadering vertrekt vanuit de gedachte dat regio’s voor hun economische ontwikkeling gebaat zijn bij productief ondernemerschap, in de vorm van nieuwe groeiende ondernemingen en ondernemend gedrag in bestaande organisaties. Productief ondernemerschap resulteert in waardecreatie op allerlei vlakken, zoals werkgelegenheid, groei in toegevoegde waarde of welzijn. Om dit productief ondernemerschap te laten floreren, is een effectief ecosysteem nodig, waarin verschillende elementen (actoren en factoren) samenwerken om de condities te scheppen voor ondernemerschap. De benadering maakt onderscheid tussen randvoorwaarden die niet op korte termijn te beïnvloeden zijn en iets gemakkelijker beïnvloedbare systeemelementen. Dit zijn als het ware de knoppen waaraan kan worden gedraaid om het ecosysteem te versterken. We zijn benieuwd naar deze variabelen in Drenthe. We brengen verschillende indicatoren in beeld. Daarvoor moeten we data op gemeenteniveau aggregeren naar regioniveau.
Helaas is niet voor elke variabele gemeentelijke data voorhanden.
Wat we wel in beeld kunnen brengen, zijn: • Systeemelementen: talent, nieuwe kennis en zakelijke dienstverlening • Randvoorwaarden: formele instituties, ondernemerschapscultuur, fysieke infrastructuur en vraag In de bijlage hebben we een overzicht opgenomen met voor elk van deze variabelen een beschrijving en de bijbehorende indicatoren en databron. We vullen deze data aan met data over de sectorstructuur. Door sectoren in kaart te brengen, ontstaan meer mogelijkheden om te differentiëren tussen regio’s. Economische actoren In de regio werken naast overheden ook bedrijven en kennisinstellingen, individueel en samen (bijvoorbeeld in triple helix samenwerkingen), aan maatschappelijke opgaven, waaronder de groei van de bedrijvigheid. Een aantal van deze spelers zullen wij in fase 2 bevragen over het functioneren van het BRE Drenthe. Openbaar 36
Sector structuur Spreiding bedrijfsvestigingen (2020)
Sector structuur (2020)
Het aantal bedrijfsvestigingen is relatief laag in Drenthe, met 2% van het totaal aantal bedrijfsvestigingen in Nederland. De gemeenten Emmen, Assen en Hoogeveen hebben nog de meeste vestigingen.
De sectorstructuur van Drenthe wijkt op een aantal punten af van de gemiddelde sectorstructuur in Nederland. Zo heeft Drenthe meer bedrijfsvestigingen in handel en horeca en in de landbouw, bosbouw en visserij. Dat laatste hangt samen met het bodemgebruik (veel agrarische grond). Het aantal bedrijfsvestigingen in de zakelijke dienstverlening en in vervoer, informatie en communicatie is kleiner dan gemiddeld in Nederland. Openbaar 37
Ecosysteem voor ondernemerschap – systeemkenmerk Talent Aandeel hoogopgeleiden (15-75 jaar) (2019)
Hoog: hbo of wo.
De verschillen binnen de regio zijn groot als het gaat om het opleidingsniveau. Kijkend naar het aandeel hoogopgeleiden zien we dat Zuidoost Drenthe relatief weinig hoogopgeleiden heeft onder de bevolkingsgroep van 15 tot 75 jarigen. Zo ligt het aandeel in Hoogeveen, Coevorden, Emmen en Borger-Odoorn op respectievelijk 20%, 23%, 21% en 26%. Dit aandeel ligt aanzienlijk hoger in bijvoorbeeld Meppel (36%), Westerveld (36%), Assen (34%), Tynaarlo (38%) en Aa en Hunze (37%). Het landelijk gemiddelde ligt op 29%. Bij het aandeel laagopgeleiden zien we – in iets mindere mate – een zelfde verdeling. Zuidoost Drenthe en Hoogeveen hebben het grootste aandeel laagopgeleiden (alle vier 31% of hoger).
Aandeel laagopgeleiden (15-75 jaar) (2019)
Laag: basisonderwijs, het vmbo, de eerste 3 leerjaren van havo/vwo of de assistentenopleiding (mbo-1).
Openbaar 38
Ecosysteem voor ondernemerschap – systeemkenmerken Zakelijke Dienstverlening en Nieuwe kennis Zakelijke dienstverlening (als percentage van het totaal aantal bedrijfsvestigingen) (2021)
Kaart links: Het aandeel bedrijven in de zakelijke dienstverlening is relatief hoog in de gemeenten Tynaarlo (30,8%), Assen (27,4%) en Meppel (26,9%). Daarna volgen Aa en Hunze en Noordenveld. Het percentage bedrijven in de zakelijke dienstverlening in Drenthe ligt lager (23,2%) dan het Nederlands gemiddelde (24,7%).
Nieuwe kennis (% investeringen in research & development) (2018)
Kaart rechts: De investeringen in R&D in vergelijking met het landelijk gemiddelde (7,8%) verschillen per Drentse COROP-regio: ZuidoostDrenthe (8,0%) en Zuidwest-Drenthe (8,3%) investeren meer dan landelijk gemiddeld; Noord-Drenthe investeert minder (5,3%).
Openbaar 39
Ecosysteem voor ondernemerschap – randvoorwaarde Formele Instituties Gemeenten met integriteitsschendingen (2013-2019)
Aantal opgestapte wethouders (2015-2019)
1 1 2 2
4
NB: Het vroegtijdig beëindigen van een ambtstermijn kan verschillende motivaties hebben. We onderscheiden de motieven politiek (bijv. een coalitiebreuk of breuk in de fractie), integriteit en persoonlijk (bijv. gezondheid of een nieuwe baan).
Een integriteitsaffaire betreft het overtreden van geldende morele waarden, normen en regels. Dit kunnen ook (per partij verschillende) interne regels zijn (zie begrippenlijst in bijlage). Tussen 2013 en 2019 waren er totaal 274 integriteitsschendingen in Nederland, waarvan 10 in de regio Drenthe (3,6%): 4 in Emmen, 2 in Hoogeveen en in Midden-Drenthe, en 1 in Assen en Noordenveld. Tussen 2015 en 2019 zijn er verspreid over 5 gemeenten in totaal 14 wethouders opgestapt in de regio. Dit is 1,5% van het aantal opgestapte wethouders in Nederland in de periode (954). In de gemeente Assen stapten de meeste wethouders op: 8, waarvan 6 in 2019 en 2 in 2017 – allen om politieke redenen. In de gemeente Westerveld stapten 3 wethouders op – allen in 2019 om politieke redenen. In de gemeenten De Wolden, Noordenveld en Hoogeveen 1. Openbaar 40
Ecosysteem voor ondernemerschap – randvoorwaarde Fysieke Infrastructuur Gemiddelde afstand in kilometers tot… Hoofdverkeersweg (2020)
Treinstation (2019)
Woon-werk afstand (2019)
De gemiddelde afstand in de regio Drenthe tot een hoofdverkeersweg (2km) of een treinstation (8km) ligt rond het Nederlandse gemiddelde (respectievelijk 2km en 7km). Tussen de Drentse gemeenten bestaan echter wel grote verschillen. De gemiddelde afstand tot een hoofdverkeersweg is in Assen (2,5km), De Wolden (2,5) en Tynaarlo (2,4) iets hoger dan gemiddeld. De gemiddelde afstand tot een treinstation is voor inwoners van Meppel (2,9) en Assen (3,2km) klein, maar voor inwoners van Noordenveld (14,5km) en Borger-Odoorn (15,8km) groot. De gemiddelde woon-werk afstand ligt in alle Drentse gemeenten boven het Nederlands gemiddelde: het regionale gemiddelde is 28km, tegenover een landelijk gemiddelde van 23km. Naast wegen en spoor vormt het water een belangrijke economische infrastructuur voor de scheepvaart in Drenthe. Openbaar 41
Ecosysteem voor ondernemerschap – randvoorwaarden Ondernemerschapscultuur en Vraag Aantal bedrijfsoprichtingen per 1000 vestigingen (2019)
Groei Bruto Regionaal Product (2018)
In Drenthe worden iets minder (811) bedrijven opgericht dan gemiddeld in Nederland (908) per 1000 vestigingen. De meeste bedrijven worden opgericht in de gemeente Assen (1010), Coevorden (922) en Borger-Odoorn (921). In alle andere Drentse gemeenten is het aantal opgerichte bedrijven lager dan het landelijke gemiddelde. De groei van het Bruto Regionaal Product (BRP) is in de COROP-regio Zuidoost-Drenthe een stuk hoger dan het Nederlandse gemiddelde, in Zuidwest-Drenthe rond het Nederlands gemiddelde en in Noord-Drenthe onder het Nederlands gemiddelde.
Openbaar 42
Economische actoren Welke economische actoren zitten er in het online (website en Twitter) netwerk van gemeenten, waterschappen in de regio Drenthe? NB: dikgedrukt komen zowel in website- als in Twitternetwerk voor. Binnen Drenthe
Buiten Drenthe
Brancheorganisaties/ platforms
Menso, MKB Fonds Drenthe, De Drentse Zaak, DrentsGoed, PD Drenthe, Vechtdal Marketing, OBD Drenthe, LTO Noord, VNO-NCW Noord, MKB Noord, Ondernemersfabriek Drenthe
LTO Glaskracht Nederland, Koninklijke Nlingenieurs, InfraTech, De Geograaf, VOKA Open Bedrijvendag, Bouwend Nederland,
Publiek-private samenwerking
TT Circuit Assen, Health Hub Roden, Growing Emmen, Drents Energieloket, NOM, Kenniscentrum Events
Geen
Bedrijfsterreinen
Geen
Geen
Bedrijven
Doomijn, Vitalis Markten, FC Emmen, Dubbink BV, Sensco, Timmerhuis Groep, Eetcafé de Beurs, Holthausen Group, De Toverkamer, Ziengs Schoenen,
Smartmobiletour.nl, CLM, Bosatlas, De Geo, Deltares, Enpuls BV, Kerkplein, Sweco Nederland, Gerwers BV, Royal HaskoningDHV, Fokker, Ortageo, MEP Productions, NAM BV, FrieslandCampina, Avebe Group, Roelofs Groep, Intratuin, KWS Infra, Allego Charging, NAM, Spuitdoppenkeuze.nl, TerceraGo
Kennisinstellingen
MBO Terra, Terra, Trendbureau Drenthe, Zone College, Dr Nassau College, IVN Regio Noord, Alfa College, NHL Stenden, CS Vincent van Gogh
Democratie in Actie, IVN Nederland, WUR, RUG COELO, Astron, STOWA, Saxion, Primenius, Vechtdal College, Hanze Hogeschool
Openbaar 43
4
Het maatschappelijk ecosysteem
Openbaar 44
Inleiding: het maatschappelijke ecosysteem Wat bedoelen we met het maatschappelijk ecosysteem? Met het maatschappelijke ecosysteem bedoelen we ten eerste, het gebied dat vanuit het perspectief van inwoners doorgaat als ‘de regio’ en ten tweede de maatschappelijke actoren die zich inzetten voor het realiseren van maatschappelijke opgaven. De regio vanuit inwonerperspectief We hebben het gebied van het BRE gedefinieerd aan de hand van de dataset ‘interbestuurlijke samenwerking 2020’. We definiëren de regio dus vanuit het perspectief van de overheid. Het is de vraag in hoeverre deze bestuurlijke definitie van de regio samenvalt met de maatschappelijke definitie. Wat is ‘de regio’ vanuit het perspectief van inwoners? Waar wonen, werken en recreëren zij, waar maken ze gebruik van voorzieningen en waar hebben ze sociale contacten? Een analyse van het zogenaamde daily urban of rural system geeft inzicht in het maatschappelijke ecosysteem. Maatschappelijke actoren In de regio zetten inwoners en maatschappelijke actoren zich in tal van vormen (al dan niet formeel georganiseerd) in voor het realiseren van maatschappelijke opgaven. Een aantal van deze actoren zullen wij in fase 2 bevragen over het functioneren van het BRE Drenthe.
Openbaar 45
OViN (2015-2017)
Maatschappelijk ecosysteem: bewegingen van inwoners Mobiliteitsstromen tussen gemeenten als percentage van alle mobiliteit binnen de regio Drenthe
In de afbeelding links worden de verplaatsingen van inwoners binnen de regio Drenthe weergegeven. De gekleurde strepen staan voor de grootte van de verkeersstroom tussen gemeenten (hoe donkerder hoe groter de stroom). De zwarte stip staat voor de stroomgrootte binnen de gemeente (des te groter des te groter is de stroom). Uit het overzicht komen de volgende trends naar voren: • Van het totaal aantal verplaatsingen binnen de regio vindt 82% binnen een gemeente (intragemeentelijk) en 18% tussen twee gemeenten (intergemeentelijk) plaats. Inwoners van de regio bewegen zich dus overwegend binnen de grenzen van hun woongemeente. • Assen is een duidelijke hub binnen de regio: vanuit alle gemeenten vinden bewegingen van en naar Assen plaats. • In Emmen vallen het hoge aantal intergemeentelijke verplaatsingen (grote zwarte stip) en de grote verkeersstroom van en naar Coevorden (donkere pijl) op. Een mogelijke verklaring is het hoge aantal inwoners van Emmen (22% van alle Drenten).
Geodienst (CIT, Rijksuniversiteit Groningen), eigen bewerking (2021), OViN (2015-2017)
• De verplaatsingen van en naar Meppel zijn – gezien dit een van de Drentse steden is – relatief laag. Openbaar 46
Verplaatsingen van inwoners buiten de regio Interne en externe mobiliteitsstromen als percentage van alle mobiliteit van, naar of binnen de regio Drenthe
In de afbeelding links staan alle verplaatsingen van inwoners binnen en buiten de regio. Hoe paarser de kleur, des te meer verplaatsingen er plaatsvinden. Uit dit overzicht komt het volgende beeld naar voren: • 84% van alle bewegingen van en naar Drenthe blijft binnen de provincie. Daarvan vind het merendeel plaats binnen een gemeente plaats (zie vorige pagina). • Als we de intragemeentelijke verplaatsingen buiten beschouwing laten (en dus alleen kijken naar de verplaatsingen tussen gemeenten), zien we dat 48% binnen de regio blijft. Iets meer dan de helft van alle verplaatsingen is dus regiogrens overschrijdend. • We zien een driedeling in de provincie: In Zuidwest-Drenthe is er een sterke mobiliteitsstroom van en naar Zwolle, in Noord-Drenthe is er een sterke stroom van en naar Groningen, in Zuidoost-Drenthe is er een sterke stroom binnen de regio tussen Emmen en Coevorden en tussen Emmen en Borger-Odoorn. • De drie grootste provincie-overschrijdende stromen gaan allemaal van en naar Groningen: vanuit Tynaarlo, Assen en Noordenveld. Daarnaast zijn kennen ook Borger-Odoorn en Stadskanaal en Meppel en Zwolle.