CConstaterende datMeppel
Koppel je AI →
Document · PDF

1.3.3 Nooordelijke Rekenkamer - Provinciaal cultuurbeleid Eindrapport Groningen

1 - RAADSVERGADERING 29 februari 2024, gemeente MeppelBij agendapunt: Categorie 1: Voor kennisgeving aannemen28.885 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

125

Informatie over 2022 is afkomstig uit een e-mailwisseling met de coördinator van de ZomerJazzFietsTour gedateerd op 26 juni 2023.

66

Eindrapport – Provincie Groningen

Cultuur!' en hoe u uw activiteiten en bedrijfsvoering aanpast aan de dan geldende corona-maatregelen. 4. U past de Governance Code Cultuur toe en geeft aan op welke manier dat gebeurt.

67

Eindrapport – Provincie Groningen

boerenschuren jazz-improconcerten kunnen bijwonen. Deze cross-over tussen vrijetijdseconomie en cultuur is intrinsiek aan het festival en draagt bij aan het doel Overal cultuur. Corona: Door de gevolgen van de coronapandemie, kon de editie van 2021 niet doorgaan.

Bijlage 5: Samenvatting Adviesrapport ‘Op steviger Grond’ De Kunstraad Groningen maakte naaste individuele adviezen een analyse van de huidige staat van de diverse disciplines en integrale adviezen aan de provincie en gemeente Groningen.126 Centrale vraag was in hoeverre het cultuuraanbod in de provincie Groningen als geheel voldoende compleet en evenwichtig was. De Kunstraad Groningen concludeerde in het rapport ‘Op steviger Grond’ dat cultuur op waarde wordt geschat maar dat de strategieën van de overheden te algemeen zijn. Zij stelt daarnaast dat er overlap is tussen de doelen ‘Overal cultuur’ en ‘Samenleven met cultuur’. Het rapport benoemde daarnaast enkele knelpunten. Een belangrijke daarvan is het beschikbare budget in relatie tot de borging van ‘een stevige basis’. De Kunstraad Groningen adviseerde de meeste instellingen om hetzelfde niveau aan te houden als voorheen. Enkele instellingen kregen geen meerjarige subsidie: zij scoorden op de indiening inhoudelijk voldoende maar zij kregen geen subsidie door onvoldoende budget.127 De Kunstraad Groningen concludeerde dat ook op een aantal andere terreinen knelpunten waren. Oplossingen hiervoor vonden op verschillende manieren een plek in het uitvoeringsprogramma van de provincie. De provincie gaf daarin de prioriteit aan erfgoed, klassieke muziek bibliotheekwerk en film.

De adviezen over podiumkunsten en beeldende kunst waren volgens de provincie punten voor de gemeente om in haar beleid te verwerken.128 ▪ Podiumkunsten: experimentele en nieuwe producties/organisaties zijn lastig binnen een bestel waarin een duidelijke activiteitenplanning en -begroting vereist worden. De grote instellingen die zowel nationaal als internationaal bekendheid genieten kunnen die gemakkelijker aanleveren; dit leidt tot een divers maar ongelijksoortig speelveld. Advies van de Kunstraad Groningen is het introduceren van een extra tweejarige subsidieregeling als uitbreiding van het Incidentenbudget.129

126 Kunstraad Groningen (2020). Op steviger Grond: advies over de aanvragen van de culturele instellingen in de gemeente en

provincie Groningen in het kader van de gemeentelijke en provinciale cultuurnota’s 2021-2024. Kunstraad Groningen. 127 Kunstraad Groningen (2020). Op steviger Grond: advies over de aanvragen van de culturele instellingen in de gemeente en provincie Groningen in het kader van de gemeentelijke en provinciale cultuurnota’s 2021-2024. Kunstraad Groningen. 128 Gebaseerd op een gesprek met medewerkers van de provincie Groningen op 22 juni 2023. 129 Kunstraad Groningen (2020). Op steviger Grond: advies over de aanvragen van de culturele instellingen in de gemeente en provincie Groningen in het kader van de gemeentelijke en provinciale cultuurnota’s 2021-2024. Kunstraad Groningen, p. 3.

68

Eindrapport – Provincie Groningen

▪

▪

Klassieke muziek: de ambitie bij instellingen om klassieke muziek met de samenleving te verbinden mist. Er is daarnaast weinig artistieke vernieuwing en andere doelgroepen worden niet bereikt. Advies van de Kunstraad Groningen is het introduceren van een extra tweejarige subsidieregeling. 130 Die komt volgens de provincie terug in de vorm van een incidentele subsidieregeling voor vernieuwing in de klassieke muziek.131 Beeldende kunst: het is lastig een goed beeld te krijgen van de ontwikkelingen op het gebied van talentontwikkeling. De zichtbaarheid van de instellingen bij andere doelgroepen dan eigen publiek kan beter.132

De Kunstraad Groningen stelde in het rapport dat er problemen zijn op het gebied van de implementatie van de Rijkscode goed bestuur, eerlijke betaling en Diversiteit & Inclusie. Instellingen erkennen deze codes vaak wel in de onderbouwing van hun aanvragen maar ze komen niet terug in de begrotingen van instellingen. De provincie stelt een jaarlijks budget van € 40.000 beschikbaar om het implementeren van codes te stimuleren.133 De Kunstraad Groningen gaf aan dat instellingen enthousiast zijn over de cultuurpijlers. De samenwerking tussen instellingen is groter, cultuurpijlers hebben een duidelijke positie en ze vormen een soort ‘ruggengraat’ van het regionale cultuurbestel. Wel voelden kleinere instellingen weinig ‘steun’ vanuit de cultuurpijlers. In de huidige cultuurperiode handhaven gemeente en provincie het instrument. In de aanvragen van de cultuurpijlers zijn volgens de Kunstraad Groningen weinig concrete activiteiten te vinden die de rol van cultuurpijler vorm geven. Hij adviseert om het effect van het handelen van Cultuurpijlers op de lokale en regionale gemeenschap te laten benoemen evenals te laten weten hoe zij de dialoog binnen en buiten de sector helpen bevorderen.

Overheden mogen daarbij van de cultuurpijlers vragen dat zij in de huidige beleidsperiode duidelijk communiceren naar de sector op welke manier zij hun rol als cultuurpijler invullen, wat zij in gezamenlijkheid doen en hierover de publieke dialoog aangaan.134 De Kunstraad Groningen geeft aan dat de steuninstellingen een helder afgebakend werkgebied hebben. Steuninstellingen hebben een gezamenlijke ambitie geformuleerd. Die moeten zij nog verder uitwerken. De Kunstraad Groningen bemerkt dat het verstandig is om in een gezamenlijke langetermijnvisie actuele thema’s te benoemen en te concretiseren wat en op welke manier steuninstellingen willen bereiken.135 De provincie geeft aan in het uitvoeringsprogramma dat zij een oplossing zoekt voor overlap van taken of onduidelijkheden bij de cultuurpijlers en steuninstellingen.136 De oplossing werkt zij niet uit.

130 Kunstraad Groningen (2020). Op steviger Grond: advies over de aanvragen van de culturele instellingen in de gemeente en

provincie Groningen in het kader van de gemeentelijke en provinciale cultuurnota’s 2021-2024. Kunstraad Groningen, p. 3. 131 Provincie Groningen. (2021). Uitvoeringsprogramma Cultuur 2021-2024: Wij zijn cultuur! Provincie Groningen, p. 12. 132 Kunstraad Groningen (2020). Op steviger Grond: advies over de aanvragen van de culturele instellingen in de gemeente en provincie Groningen in het kader van de gemeentelijke en provinciale cultuurnota’s 2021-2024. Kunstraad Groningen, p. 3. 133 Provincie Groningen. (2021). Uitvoeringsprogramma Cultuur 2021-2024: Wij zijn cultuur! Provincie Groningen, pp. 17-18. 134 Kunstraad Groningen (2020). Op steviger Grond: advies over de aanvragen van de culturele instellingen in de gemeente en provincie Groningen in het kader van de gemeentelijke en provinciale cultuurnota’s 2021-2024. Kunstraad Groningen, pp. 16-17. 135 Kunstraad Groningen (2020). Op steviger Grond: advies over de aanvragen van de culturele instellingen in de gemeente en provincie Groningen in het kader van de gemeentelijke en provinciale cultuurnota’s 2021-2024. Kunstraad Groningen, p. 17. 136 Provincie Groningen. (2021). Uitvoeringsprogramma Cultuur 2021-2024: Wij zijn cultuur! Provincie Groningen, p. 10.

69

Eindrapport – Provincie Groningen

Bijlage 6: Verdeling BIS-gelden Eens per vier jaar adviseert de Raad voor Cultuur de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) over de toekenning van rijkssubsidies aan bepaalde culturele instellingen. In 2019 introduceerde de toenmalige Minister van OCW een extra budget en een herziene subsidieregeling om een culturele basisinfrastructuur (BIS) “die meer recht doet aan de samenhang én de diversiteit van het bestel en het publiek” in de hand te werken: de BISsubsidie. 137 De instellingen die hiervoor in aanmerking kwamen zijn de zogenaamde BISinstellingen. Bij aanvang van deze regeling kwam ook meer nadruk te liggen op het gebied van governance, fair practice, diversiteit en inclusie.138 De eindbegunstigden van de BIS-gelden zijn met name geconcentreerd in de Randstad (zie figuur 2). In het Noorden zijn in totaal 11 BIS-instellingen, waarvan 7 in Groningen, 3 in Fryslân en 1 in Drenthe. Ter vergelijking, in de provincies Noord-Holland, Zuid-Holland en Utrecht zijn in totaal 67 BIS-instellingen gevestigd. De Raad voor Cultuur constateert dat de verdeling van de BIS-gelden aandacht behoeft en zij roept de stedelijke cultuurregio’s op om de komende jaren te investeren in hun culturele basisinfrastructuur en te durven kiezen voor focus.139

137 Raad voor Cultuur. (2020). Advies Culturele basisinfrastructuur 2021-2024. Raad voor Cultuur, p. 9. 138

Raad voor Cultuur. (2020). Advies Culturele basisinfrastructuur 2021-2024. Raad voor Cultuur.

139 Raad voor Cultuur. (2020). Advies Culturele basisinfrastructuur 2021-2024. Raad voor Cultuur.

70

Eindrapport – Provincie Groningen

Figuur 2: culturele instellingen die vanuit het Ministerie van OCW subsidie krijgen vanuit de BIS (Bron: Raad voor Cultuur, 2020)

Het totaalbedrag dat het Ministerie van OCW beschikbaar stelt voor 2021-2024 is jaarlijks ongeveer € 196 miljoen. Voor musea, podiumkunsten en evenementen is dit jaarlijks in totaal € 153 miljoen.140 Onderstaande tabel toont de bedragen die het Ministerie jaarlijks vanuit de BIS beschikbaar stelt voor instellingen in Noord-Nederland.

140 Dit is zowel geadviseerd als gereserveerd. Zie Raad voor Cultuur. (2020). Advies Culturele basisinfrastructuur 2021-2024. Raad

voor Cultuur, p. 122. Oerol kreeg een aangepast bedrag. Adviesbedrag was € 450.000 maar werd € 476.066 na een correctie. Raad voor cultuur. (2020). Advies Oerol 2021-2024. Raad voor Cultuur.

71

Eindrapport – Provincie Groningen

Tabel 8: Verdeling BIS-gelden Noord-Nederland

Culturele instelling

Provincie

Adviesbedrag per jaar

Drents Museum

Drenthe

€ 250.000

Fries Museum

Fryslân

€ 250.000

Oerol

Fryslân

€ 476.066

Tryater

Fryslân

€ 1.692.500

Club Guy & Roni

Groningen

€ 1.746.000

Grand Futura

Groningen

€ 599.587

Groninger Museum

Groningen

€ 250.000

Het Houten Huis

Groningen

€ 815.000

Noorderzon

Groningen

€ 390.000

Noord-Nederlands Orkest

Groningen

€ 6.462.846

Noord-Nederlands Toneel

Groningen

€ 2.824.500

Totaal:

72

€ 15.756.499

Eindrapport – Provincie Groningen

Bijlage 7: Onderzoeksfasen Deze tabel bevat de fases van de onderzoeksprojecten van de Noordelijke Rekenkamer. De meeste projecten maken deel uit van het onderzoeksprogramma van de rekenkamer (https://www.noordelijkerekenkamer.nl/onderzoek/onderzoeksprogrammas). Daarnaast verricht de rekenkamer onderzoek op verzoek van Statenleden (zie het Onderzoeksprotocol van de NRK, https://www.noordelijkerekenkamer.nl/over-ons, onder ‘Werkwijze’). Fase

Activiteit

Onderzoeksopzet

De rekenkamer zoekt informatie en verkent welke richtingen het project kan ingaan. Dat doet zij onder andere door zich in te lezen en door (informeel en oriënterend) in gesprek te gaan met medewerkers van de provincie(s) en andere inhoudelijk betrokkenen. Resultaat: onderzoeksplan, vastgesteld door het college van de NRK. De rekenkamer stuurt deze onderzoeksopzet naar de provinciesecretaris, met het verzoek een inhoudelijke contactpersoon aan te wijzen.

Uitvoering: Empirisch onderzoek /Nota van Bevindingen + Ambtelijk hoor en wederhoor

Uitvoering: Analyse en beoordeling

Afronding Bestuurlijke reactie

Nawoord Openbaarmaking

De rekenkamer voert vervolgens een startgesprek met de vaste provinciale contactpersoon en de aangewezen inhoudelijke contactpersoon. De provincie levert daarna binnen een maand de gevraagd documenten. De rekenkamer verzamelt gegevens, deels van de provincie, deels van andere instanties. Soms zet zij een enquête uit. De relevante gegevens en de antwoorden op de feitelijke onderzoeksvragen krijgen een plekje in de conceptnota van Bevindingen, vast te stellen door het college van de NRK. Aan de provincie vraagt de rekenkamer het concept van de Nota van Bevindingen te controleren op feitelijke correctheid (de provincie krijgt vijf weken om dit te doen). De rekenkamer stelt vervolgens een reactienota op en bespreekt die met de provincie (vaste contactpersoon en inhoudelijke contactpersoon). Feitelijke onjuistheden in de Nota van Bevindingen corrigeert de rekenkamer. Op basis van alle gegevens formuleert de rekenkamer conclusies en aanbevelingen. Die vormen, met de inhoud van de Nota van Bevindingen, het eindrapport. Het college van de NRK stelt het eindrapport vast. Vervolgens stuurt de rekenkamer het vastgestelde eindrapport aan het college van Gedeputeerde Staten, met het verzoek een bestuurlijke reactie te geven (binnen vijf weken). De rekenkamer biedt aan de desbetreffende gedeputeerde(n) een toelichting te geven op de conclusies en aanbevelingen. NB.

Het rapport verandert door dat gesprek niet meer. De bestuurlijke reactie wordt als bijlage bij het rapport opgenomen. Naar aanleiding van de bestuurlijke reactie van het college van Gedeputeerde Staten kan de rekenkamer besluiten een nawoord te schrijven; ook dat is een bijlage bij het rapport. Daarna presenteert de rekenkamer het eindrapport in een besloten bijeenkomst aan de leden van Provinciale Staten; daarna is het rapport openbaar. Daarna licht zij het rapport nog eens toe in een bijeenkomst (zoals een commissievergadering) van PS. NB. Dat betekent dus, dat alle voorgaande stappen vertrouwelijk zijn en dat de provincie geen van de stukken die zij van de rekenkamer ontvangt aan derden mag geven.

73

Eindrapport – Provincie Groningen

Bijlage 8: Bestuurlijke reactie Gedeputeerde Staten van Groningen Op 27 oktober jongstleden ontvingen wij het eindrapport van uw onderzoek naar de provinciale inspanningen op het gebied van het cultuurbeleid in de provincie Groningen. In deze brief geven wij u onze bestuurlijke reactie op de conclusies en aanbevelingen uit uw onderzoeksrapport. Allereerst willen wij u danken voor uw onderzoek naar het cultuurbeleid in onze provincie met de centrale vraag: Hoe doeltreffend is het cultuurbeleid van de provincies in het algemeen en wat was het effect van specifieke maatregelen genomen in de periode van corona? In de aanbiedingsbrief vraagt u ons een inhoudelijke reactie op het rapport en ook aan te geven hoe wij met de aanbevelingen uit het rapport willen omgaan. Wij hebben onze reactie opgebouwd rondom de conclusies en aanbevelingen. Algemene reacties We constateren dat de onderzoeksopzet van de rekenkamer focust op structurele subsidies van musea, podia en evenementen. Daarmee beslaat het onderzoek niet de volledige breedte van het cultuurbeleid in de provincie Groningen, met als belangrijkste omissie de verschillende regelingen voor incidentele activiteiten en aanvullende instrumenten die het doelbereik dichterbij halen.

Daarmee blijft de samenhang, potentiële synergie en aanvulling van de subsidiëring van culturele instellingen enerzijds en het flankerend beleid anderzijds binnen het bestek van dit onderzoek buiten beeld. Wij willen u daarom de suggestie meegeven een ondertitel bij het rapport te voegen, omdat het onderzoek primair gaat over de inzet op musea, podiumkunsten en evenementen. Door dit te benoemen in de ondertitel wordt de scope van het onderzoek in een keer duidelijk. Verder zijn de getallen niet overal herkenbaar t.o.v. onze begroting in het Uitvoeringsprogramma Cultuur 20212024, niet herleidbaar tot de door de rekenkamer geselecteerde instellingen en dus ook niet goed vergelijkbaar met Fryslân en Drenthe. Conclusies Desalniettemin herkennen wij de conclusie van de Noordelijke Rekenkamer dat het cultuurbeleid van de Provincie Groningen op onderdelen algemeen geformuleerd is en niet altijd goed is afgebakend. We trekken ons dit aan en verwelkomen dan ook de suggesties om de koppeling

74

Eindrapport – Provincie Groningen

tussen ambities en strategieën explicieter te maken, de rol van steunfuncties en cultuurpijlers nader te kaderen, noties rondom bijvoorbeeld diversiteit en zichtbaarheid te operationaliseren, samenwerkingen strategisch in te kaderen en een monitoringssysteem op te zetten. We waarderen het feit dat de Noordelijke Rekenkamer heeft gezien dat de provincie Groningen zich heeft ingespannen om de gevolgen van de coronacrisis voor de cultuursector zoveel mogelijk te beperken. We erkennen dat de provincie de naweeën van de coronacrisis en de nieuwe uitdagingen in de vorm van inflatie, energiekosten en fair pay mee moet nemen in de afweging rondom financiering van de sector in de periode 2025-2028. In 2022 en 2023 hebben we al extra budget beschikbaar gesteld voor het lenigen van de meest acute nood bij meerjariggesubsidieerde culturele instellingen. In het hoofdlijnenakkoord van Gedeputeerde Staten Veur mekoar staat fair pay als een van de speerpunten genoemd. Hoe wij hier uitvoering aan willen geven, komt terug in het uitvoeringsprgramma Cultuur 2025-2028. Uw onderzoek benadrukt terecht dat het eerste uitvoeringsprogramma Cultuur 2021-2024 als onderdeel van het achtjarig strategisch beleidskader 2021-2028 nog loopt.

Deze periode werd voor een groot deel gekenmerkt door de coronacrisis, die de cultuursector zwaar heeft getroffen en die voor de provincie de realisatie van een deel van het beleid substantieel heeft vertraagd. Het betekent echter ook dat we in staat zijn de eerste stappen naar verbetering nog in de periode van het strategisch beleidskader te zetten. Dit heeft dan ook onze aandacht bij het vormen van het uitvoeringsprogramma 2025-2028. De ontwikkeling van het uitvoeringsprogramma 2025-2028 heeft al geleid tot verduidelijking van specifieke onderdelen, zoals de invulling van de bestaande strategieën en de bijbehorende criteria. Verder zijn we intensief in gesprek met de Gemeente Groningen, de Kunstraad Groningen, andere Groninger gemeentes, de steunfuncties en de cultuurpijlers om de invulling van de taken van de twee laatstgenoemde partijen nader te kaderen. Dit krijgt in de periode 2025-2028 verder zijn beslag. In gesprek met het Rijk, het veld en andere stakeholders krijgen begrippen als pluriformiteit, zichtbaarheid en diversiteit steeds meer kleur, wat gerichte inzet van beleidsinstrumenten mogelijk maakt. Uw rapport over ons cultuurbeleid onderschrijft het belang hiervan en sterkt ons in deze ingezette koers. Ten slotte onderschrijven we de conclusie dat de monitoring van het cultuurbeleid verbeterd kan worden.

We constateren daarnaast dat we in de zoektocht naar een effectieve monitoring, die past bij de unieke karakteristieken van de cultuursector, als provincie niet alleen staan. Monitoring is nog niet zo eenvoudig expliciet te maken, zoals onder meer blijkt uit het feit dat de betekenis van cultuur momenteel nog moeilijk te herleiden is in de brede welvaart monitor. Als overheid moeten we tevens balanceren tussen enerzijds de wens om scherp het oog te houden op de effectiviteit van beleid en beleidsinstrumenten en anderzijds de roep vanuit de sector om de bureaucratische lasten tot een noodzakelijk minimum te beperken. Ook met betrekking tot monitoring willen we stappen zetten in het uitvoeringsprogramma 2025-2028, waardoor in 2028 een duidelijker beeld komt van de effecten van ons cultuurbeleid.

75

Eindrapport – Provincie Groningen

Aanbevelingen Naar aanleiding van de bovenstaande conclusies doet u een aantal aanbevelingen. In onze reactie op de conclusies hebben we al aandacht besteed aan enkele van uw aanbevelingen, maar voor de duidelijkheid zullen wij per aanbeveling aangeven hoe we deze oppakken. Aanbeveling 1: Provinciale Staten, stel een visie vast met evalueerbare kwalitatieve en kwantitatieve doelstellingen. Gedeputeerde Staten, maak in de uitvoering het verband duidelijk tussen de subsidiëring van culturele instellingen en de provinciale visie en doelstellingen. Deze aanbeveling nemen wij graag over in de uitwerking van het uitvoeringsprogramma Cultuur 2025-2028. De eerste stappen worden gezet richting nadere concretisering van de doelstellingen en sleutelbegrippen. Gesprekken die momenteel met CMO-STAMM worden gevoerd over indicatoren voor cultuur binnen de brede welvaartsmonitor zijn hierbij behulpzaam, maar moeten aangevuld worden met kwalitatieve en kwantitatieve doelstellingen op andere culturele deelgebieden. In het formuleren van een nieuw beleidskader voor de periode na 2028 wordt dit verder doorgezet. Aanbeveling 2: Gedeputeerde Staten, richt een systeem in om structureel te monitoren op de mate van realisering van de doelstellingen. Vraag van instellingen de hiervoor relevante gegevens.

Informeer Provinciale Staten hierover op een daarvoor geëigend moment en op bij de cultuursector passende wijze. We willen een systeem inrichten gericht op monitoring van de realisatie van de doelstellingen van het cultuurbeleid, gebruikmakend van de bestaande monitoringsinstrumenten van de provincie en passend bij de cultuursector, maar aangevuld met andere instrumenten en/of externe onderzoeksexpertise. Momenteel vindt al een eerste verkenning plaats met de Kunstraad en de Gemeente Groningen als het gaat om monitoring op instellingsniveau. Met CMO-STAMM, en met het Rijk (OCW) in het kader van Nij Begun, wordt verkend hoe de bijdrage van cultuur in indicatoren vertaald kan worden en hoe cultuur in brede welvaart in beeld gebracht kan worden. Het gesprek in IPO-verband willen we natuurlijk aangaan; we willen daarbij nadrukkelijk leren van best practices om te komen tot een systeem dat doet wat het moet doen, zonder een al te grote wissel te trekken op de toch al overbelaste sector. Aanbeveling 3: Provinciale Staten en Gedeputeerde Staten, maak een afgewogen keuze – gelet op de prijsstijgingen en het respecteren van de gedragscodes – over het toekennen van budget aan culturele instellingen: verstrek voldoende financiële middelen voor instellingen om het huidige aanbod aan te houden of accepteer dat er minder aanbod is en stel de ambities bij.

Deze aanbeveling nemen wij ter harte. Het knellend budget voor cultuur als gevolg van stijgende kosten op allerlei fronten staat op de radar van de provincie. In 2022 en 2023 heeft de provincie bijgesprongen bij tientallen instellingen om acute nood vanwege de gestegen kosten te lenigen. Daarnaast passen we jaarlijks accres toe; in 2023 is deze zelfs tussentijds verhoogd. Fair pay is voor het college van Gedeputeerde Staten een belangrijk speerpunt in het hoofdlijnenakkoord

76

Eindrapport – Provincie Groningen

Veur mekoar. Welke rol de provincie in het opvangen van deze kosten kan spelen, hangt af van de beschikbare budgetten binnen de provincie en financiële mogelijkheden van andere betrokken partijen. De provincie maakt medio 2024 een integrale afweging over haar financiële inzet in 2025 en verder. In de aanloop naar de start van het uitvoeringsprogramma 2025-2028 vindt parallel aan voornoemd gesprek ook een verkenning plaats naar welke prestatie-afspraken realistisch zijn. Wij vertrouwen erop u voldoende te hebben geïnformeerd en willen u tot slot nogmaals bedanken voor uw inzichten verkregen door het onderzoek.

Hoogachtend,

Gedeputeerde Staten van Groningen

77

Eindrapport – Provincie Groningen

Dr Nassaulaan 5 | 9401 HJ Assen | 0592 304 790 | www.noordelijkerekenkamer.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meppel&id=eea976f2-fd10-4fc6-802b-fea42457af6e