CConstaterende datMeppel
Koppel je AI →
Document · PDF

1.25.2 RUD Drenthe Bijlage 2 - Begroting 2024 RUD Drenthe

1 - RAADSVERGADERING 28 september 2023, gemeente MeppelBij agendapunt: Categorie 1: Voor kennisgeving aannemen14.358 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

5. GEVOLGEN OMGEVINGSWET

De invoering is gesteld op 1 januari 2024. Er is een impactanalyse uitgevoerd voor onze eigen ­organisatie en het concept is besproken met onze deelnemers. De komende maanden worden de beleidsmatige keuzes en gewijzigde werkprocessen ­gezamenlijk verder uitgewerkt en uiteindelijk verwerkt tot een Begrotings­ wijziging. De uitzetting zal uitgesplitst worden in incidentele-en structurele lasten. Uitgevoerde onderzoeken door andere omgevingsdiensten laten zien dat de Omgevingswet een verzwarende impact heeft. Deze analyses voorspellen een 7-12% extra kosten op de activiteiten. Het moment waarop de Begrotingswijziging wordt vastgesteld is bepalend voor de snelheid van de (werving van) de formatieve inzet in 2024. De keuzes hebben invloed op de mate van dienstverlening en de wijze waarop milieurisico’s zijn gedekt in Drenthe. Het niet tijdig werven van nieuw personeel kan stagnatie in de werkzaamheden veroorzaken. Het vertragen van het groeimodel biedt enige ruimte om op cruciale plekken wel alvast te werven, maar afhankelijk van het moment dat de Begrotingswijziging wordt vastgesteld kan dit incidenteel leiden tot een tijdelijke overschrijding van de Begroting. Beheersmaatregelen Vanuit de impactanalyse worden keuzes voorbereid over het niveau van de dienst­verlening zolang de noodzakelijke middelen niet beschikbaar zijn.

Een Begrotingswijziging moet zo spoedig mogelijk op route worden gebracht zodat de werving kan worden opgestart. Daar waar de bedrijfsvoering mogelijk ernstig in de knel dreigt te komen wordt al eerder begonnen met de werving. De deel­­ nemers wordt geadviseerd om alvast een reservering in de eigen Begroting op te nemen.

27

5 PARAGRAFEN

5.3 PARAGRAAF FINANCIËLE KENGETALLEN Hieronder volgt een korte toelichting per kengetal met als basis de Jaarrekening 2022, de Begroting 2023 en de concept Begroting 2024. TABEL 10: PERCENTAGES SCHULDQUOTE EN SALVABILITEITSRISICO

2022

2023

2024

2025

2026

2027

(JAAR­­ (BEGROTINGS­ (BEGROTING) (BEGROTING) (BEGROTING) (BEGROTING) REKENING)

WIJZIGING)

Netto schuldqoute

-0,8%

-1,4%

-1,2%

-1,2%

-1,1%

-1,1%

Netto schuldguote gecorrigeerd

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Solvabiliteitsratio

2,6%

5,1%

5,0%

5,0%

5,0%

4,9%

Structurele exploitatieruimte

-1,4%

2,3%

1,2%

-0,7%

-4,6%

-3,8%

voor alle verstrekte leningen

NETTO SCHULDQUOTE

Dit cijfer geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft een indicatie van de mate waarin de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie drukken. Een laag percentage is gunstig. De VNG adviseert om 130% als maximum norm te hanteren en daarboven de schuld af te bouwen. We hebben geen leningen waardoor de schuldpositie alleen bestaat uit kortlopende verplichtingen. Daarom hanteren wij een norm van 0% of lager. Om aan de norm te voldoen moeten de eigen middelen hoger zijn dan de schuldpositie. In afwijkende gevallen, bijvoorbeeld een grote investering waar geld voor aangetrokken wordt, stijgt het kengetal boven de 0% stijgen. Voor 2024 is het kengetal -1,2% en voldoet daarmee aan de gestelde norm.

Immers, die voorschotten worden in het nieuwe boekjaar besteed aan de taken waarvoor wij dit geld hebben ontvangen. Daarnaast is het eigen vermogen na de onttrekking voor het ontwikkelprogramma geminimaliseerd. STRUCTURELE EXPLOITATIERUIMTE

Dit cijfer helpt mee om te beoordelen welke structurele ruimte wij hebben om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Wanneer dit cijfer negatief is, betekent het dat het structurele deel van de Begroting onvoldoende ruimte biedt om de lasten te blijven dragen. De norm voor onze organisatie is 0% of hoger. In de Begroting 2024 is de ratio 1,2% en daarmee voldoende.

SOLVABILITEITSRATIO

ALGEHEEL OORDEEL

Dit cijfer geeft inzicht in de mate waarin de organisatie in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger dit percentage, hoe gunstiger het is voor de financiële weerbaarheid. Dit cijfer geeft dus een soort toekomstvisie weer. Het betreft het aandeel van het eigen vermogen in het totale vermogen. De VNG geeft aan dat bij een ratio lager dan 20% de organisatie zich op glad ijs bevindt, de norm voor ons is daarom minimaal 20%. Ons solvabiliteitsratio is op basis van de Begroting 2024 uitgekomen op 5,0% waardoor de solvabiliteit van onze organisatie onder de norm ligt. Het kengetal valt lager uit omdat met voorschotten van de opdrachtgevers wordt gewerkt. De voorschotten leiden tot een hoger kortlopend vreemd vermogen en hebben daarmee een negatief effect op de ratio maar zorgen niet voor een slechte financiële w ­ eerbaarheid.

Het BBV schrijft voor een beoordeling te geven van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie. Van de drie geldende kengetallen voor onze organisatie geeft de solvabiliteitsratio aan dat deze onder de norm ligt. Het algehele beeld van onze financiële positie is dat oplettendheid is geboden. Zie ook de vorige paragraaf inzake het weerstandsvermogen.

28

5.4 PARAGRAAF FINANCIERING BELEIDSKADERS

De uitvoering van de financieringsfunctie dient plaats te vinden binnen de kaders zoals gesteld in de wet Financiering decentrale overheden (Wet Fido) en

5 PARAGRAFEN

de daarbij behorende ministeriële regelingen. In deze wet staan transparantie en risicobeheersing centraal. De transparantie komt daarbij tot uitdrukking in voorschriften voor een verplicht Financierings(treasury-)statuut evenals een financieringsparagraaf in Begroting en rekening. We werken volgens het Treasurystatuut dat is vastgesteld op 23 september 2013. RENTEVISIE

Gezien de geringe invloed van de renteontwikkeling op onze Begroting is geen lange termijn rentevisie opgenomen. GELDLENINGEN

We kunnen het overgrote deel van onze werkzaamheden betalen uit de vaste voorschotbetalingen van de deelnemers. De verwachting is dat deze voldoende zijn om aan de verplichtingen te voldoen. We hebben geen geldleningen en verwachten deze voor de Begroting van 2024 ook niet aan te hoeven gaan. Onze organisatie loopt op dit moment geen grote liquiditeitsrisico’s. In de praktijk factureren wij maandelijks of per kwartaal de projectinzet.

5.5 PARAGRAAF BEDRIJFSVOERING Bedrijfsvoering ondersteunt de andere programma’s in het voorzien van verschillende diensten als personeelszaken, informatievoorziening, administratie, communicatie, sturing, coaching en planning en control. Met een Ontwikkelprogramma voor de bedrijfsvoering kolom is in 2019-2020 een deel van de basis op orde gebracht, is de professionalisering van de financiële functie tot beheersbaar niveau gebracht en groeit ons zelflerend vermogen per jaar. In 2021 is doorgepakt met een uitvoeringsprogramma voor de nog resterende opgaven en de afronding van eerder in gang gezette ontwikkelingen. Op deze wijze verwachten wij een aanzienlijke kwaliteitsimpuls te kunnen realiseren. De organisatieontwikkeling van de RUD is onderdeel van de Begroting 2024. Nadat de U&H – strategie is vastgesteld en doorgevoerd, de Omgevingswet in werking is getreden en de effecten van het doorvoeren van de evaluatie GR èn het IBP versterking VTH-stelsel inzichtelijk zijn, moeten de afspraken en visie op onze bedrijfsvoering worden herzien.

KASGELDLIMIET

Ter beperking van het renterisico op de netto-­ vlottende schuld (schulden met een looptijd van minder dan één jaar) is een kasgeldlimiet vastgesteld. Zo wordt voorkomen dat fluctuaties van de korte rente direct een relatief grote invloed hebben op de rentelasten tijdens een boekjaar. Voor gemeenschappelijke regelingen bedraagt de kasgeldlimiet 8,2% van het Begrotingstotaal. Het saldo van vlottende schulden en vlottende middelen wordt afgezet tegen het Begrotingstotaal. Dit betekent voor ons dat het maximale saldo in 2024 € 1,9 mln. mag bedragen. Wij voldoen hieraan op basis van deze Begroting. RENTE RISICONORM

Ter beperking van het renterisico op vaste schuld is er een rente risiconorm vastgesteld. De rente risiconorm schrijft voor welk deel van de lange termijn leningen (> 1 jaar) maximaal vernieuwd mag worden in een Begrotingsjaar. Voor gemeenschappelijke regelingen zoals de RUD Drenthe is dit vastgesteld op 20% van het Begrotingstotaal. Het renterisico op de vaste schuld in een jaar wordt als volgt berekend: de som van het bedrag aan herfinanciering en het bedrag aan renteherziening op de vaste schuld. Er is in 2024 geen sprake van herfinanciering omdat geen leningen worden aangegaan.

DE VOLGENDE PARAGRAFEN ZIJN NIET VAN TOEPASSING EN WORDEN NIET UITGEWERKT: • Grondbeleid is niet van toepassing omdat de RUD Drenthe geen eigen grond bezit; • Verbonden partijen is niet van toepassing omdat de RUD Drenthe geen verbonden partijen heeft (het is zelf een verbonden partij); • Onderhoud kapitaalgoederen is niet van toepassing omdat het kantoor waarin de RUD Drenthe gehuisvest is, wordt gehuurd en er verder geen voor deze paragraaf relevante activa zijn; • De vennootschapsbelasting is niet van toepassing omdat het uitgangspunt van de RUD Drenthe is dat, voor de activiteiten van de RUD Drenthe die kwalificeren als onderneming, zij in principe enkel die activiteiten onderneemt waarvoor sprake is van objectvrijstelling.

29

5 PARAGRAFEN

5.6 PARAGRAAF PERSONELE ONTWIKKELINGEN

Deze 194 medewerkers (incl. 11 vacatures) vormen een bezetting van 177 fte. Voor de extra projecten wordt er ingehuurd ter vervanging van eigen medewerkers die hiervoor ingezet worden. In het team Bedrijfsbureau zijn ook medewerkers (ca. 4,5 fte) die geheel of gedeeltelijk ingezet worden voor productieve uren (procesondersteuning en digitalisering dossiers). Voor het groeimodel worden er 9,5 fte nog extra in de formatie van het personeel ingeboekt. Het effect van de invoering van de Omgevingswet en de overige projecten op de formatie en bezetting in 2024 is nu nog niet goed aan te geven.

De personele bezetting van de verschillende teams (excl. inhuur) op 1 januari 2024 is als volgt opgebouwd:

FIGUUR 3: PERSONELE ONTWIKKELINGEN

1

DIRECTIE

44

VERGUNNINGEN (INCL. TEAMLEIDER)

TOEZICHT EN HANDHAVING

34 44

20 44

Totaal

51 44

JURIDISCH (INCL. TEAMLEIDER)

27 44

2023 194

BODEM (TEAMLEIDER ADVIES)

(INCL. TEAMLEIDER)

ADVIES (INCL. TEAMLEIDER)

17 44

LEEFTIJDSOPBOUW

De gemiddelde leeftijd bedraagt 49 jaar. De leeftijdsverdeling wordt in de grafiek hiernaast weergegeven (bron: jaarverslag 2022).

44 44

BEDRIJFSBUREAU

FIGUUR 4: DE LEEFTIJDSVERDELING VAN ONS PERSONEEL

PERSONEELSOPBOUW 35 30 25 20 15 10 5

30

60 - 65

55 - 60

50 - 55

45 - 50

40 - 45

35 - 40

30 - 35

20 - 30

LEEFTIJD

20 - 25

0

6 FINANCIËLE BEGROTING

In 2018 is als onderdeel van de verbetering van onze financiële grip in afstemming met de deelnemers een vernieuwde opzet van de

Begroting één documenttype kunnen worden. Dit vergroot de inzichtelijkheid van opgaven en het goede gesprek daarover, en verbeterd de transparantie en volledigheid van de informatievoorziening.

Begroting afgestemd. We oriënteren bij de transitie naar een meer professionele verantwoording ook op verregaande samenvoeging van de inhoudelijke en financiële rapportages. De Begroting 2024 is volgens de verbeterde opzet opgesteld en heeft de volgende uitgangspunten: • Begroting is volgens het BBV opgesteld, alle benodigde paragrafen en onderdelen zijn opgenomen; • De exploitatiebegroting is nader in de posten ­gespecificeerd. Zo is er bijvoorbeeld onderscheid gemaakt naar personeels- en inhuurbudgetten voor het primair proces en de overhead; • Meerjarenbeeld maakt onderdeel uit van de ­financiële begroting. Vanuit de Werkgroep Rapportages wordt bezien welke volgende verbeterstappen logisch zijn. En bijvoorbeeld of, hoe en wanneer het Jaarprogramma en de

6.1 MEERJARENRAMING OVERZICHT BATEN EN LASTEN De meerjarenraming 2025 - 2027 is op basis van de geldende normen geïndexeerd. De financiële en beleidsmatige uitgangspunten die leiden tot de Begroting 2024 bestaan uit: • de uitgangspunten van de Begroting 2023, inclusief de Begrotingswijziging 2023; • het gewogen indexcijfer (4,5%) door toepassing van de index loonvoet sector overheden de prijsindex netto materiële overheidsconsumptie; • een productiviteitsnorm van 1.276 uur per FTE, waarbij rekening gehouden is met een ziekte­ verzuimpercentage van 7%; • het in 2021 afgestemde gemeentelijk groeimodel; • de in 2020 vastgestelde nieuwe verrekensystematiek voor de deelnemersbijdragen; • het inzichtelijk maken van de onafgedekte risico’s in het kader van het lage weerstandsvermogen.

31

6 FINANCIËLE BEGROTING

In geval van hernieuwde inzichten (werkelijke index­ cijfers, toe- en/of afname van de productie op basis van het in 2023 op te stellen realistische Jaarprogramma 2024, als er een concrete Begroting is voor de projecten 2024, concretisering van het investeringsbudget of als er zich onvoorziene zaken voor doen) zal de Begroting 2024 worden gewijzigd. In ieder geval

dient sprake te zijn van een gelijkblijvend takenpakket of een gelijkblijvend uitvoeringsniveau. Wijziging in omvang, intensiteit of kwaliteit van de werkzaamheden leidt tot een begrotingseffect of her prioritering van taken. Een aantal risico’s die mogelijk substantiële begrotingseffecten meebrengen zijn in deze rapportage reeds benoemd.

TABEL 11: OVERZICHT VAN DE MEERJARENRAMING

2022 Bedragen x 1000

2023

2024

2025

2026

2027

(JAAR­­

(BEGRO­

(BEGRO­

(BEGRO­

(BEGRO­

(BEGRO­

REKENING)

TINGSWIJ­

TING)

TING)

TING)

TING)

ZIGING) Programma Milieu regulier

16.434

19.024

21.389

22.480

23.446

24.243

Programma Milieu projecten & leges

1.196

2.094

2.067

1.674

1.724

1.462

Programma Organisatieontwikkeling

0

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Overhead

149

97

101

106

111

114

Algemene dekkingsmiddelen

n.v.t

n.v.t

n.v.t

n.v.t

n.v.t

n.v.t

Heffing VPB

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

0

0

0

0

0

0

BATEN TOTAAL

17.779

21.215

23.557

24.260

25.281

25.820

Programma Milieu regulier

11.826

12.365

14.205

14.939

15.584

16.117

Programma Milieu projecten & leges

1.136

2.044

2.017

1.624

1.674

1.412

Programma Organisatieontwikkeling

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Overhead

4.996

6.681

7.209

7.572

7.898

8.166

Algemene dekkingsmiddelen

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Heffing VPB

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

0

125

125

125

125

125

17.958

21.215

23.557

24.260

25.281

25.820

SALDO VAN BATEN EN LASTEN

-179

-0

-0

-0

-0

0

SALDO VAN BATEN EN LASTEN VÓÓR

-179

-0

-0

-0

-0

0

-0

-0

-0

-0

0

0

0

0

0

0

0

-179

0

0

0

0

0

Bedrag onvoorzien

Bedrag onvoorzien LASTEN TOTAAL

MUTATIE RESERVES Toevoeging reserves Onttrekking reserves Ontwikkel­ programma Onttrekking reserves SALDO VAN BATEN EN LASTEN NA MUTATIE RESERVES

32

6 FINANCIËLE BEGROTING

6.2 EXPLOITATIEBEGROTING TABEL 12: DE EXPLOITATIEBEGROTING Bedragen x 1000

2022 2023 2024 2025 2026 2027 (JAAR­­ (BEGROTINGS­ (BEGROTING) (BEGROTING) (BEGROTING) (BEGROTING) REKENING) WIJZIGING)

TOTALE BATEN

17.779

21.215

23.557

24.260

25.281

25.820

DEELNEMERSBIJDRAGEN

16.490

19.424

21.639

22.480

23.446

24.243

Reguliere deelnemersbijdrage

16.341

19.024

19.898

20.913

21.812

22.554

Aanpassing obv Jaarprogramma

0

1.491

1.567

1.634

1.690

Bijdrage Omgevingsveiligheid

0

0

0

0

0

Bijdrage uitbreiding primair proces

0

0

0

0

0

Bijdrage structurele aanvullende kosten

0

0

0

0

0

400

250

0

0

0

0

0

0

0

0

Incidentele deelnemersbijdrage Bijdrage incidentele aanvullende kosten

149

Projectbaten Ontwikkelprogramma Minus: bijdrage inzake LOS LEGESOPBRENGSTEN

197

200

200

200

200

200

PROJECTBATEN

998

1.494

1.617

1.474

1.524

1.262

94

97

101

106

111

114

TOTALE LASTEN

INKOMSTEN OVERIGE BATEN

17.958

21.215

23.557

24.260

25.281

25.820

PERSONEELSLASTEN

14.161

15.957

18.114

18.947

19.768

20.446

Loonsom primair proces

8.655

10.849

12.167

12.587

13.203

13.652

Loonsom overhead

2.362

3.615

3.926

4.121

4.299

4.445

Doorbelasting en frictiekosten

-956

-1.494

-1.617

-1.474

-1.524

-1.262

Inhuur primair proces

1.945

2.892

1.585

2.073

2.168

2.180

Inhuur overhead

445

616

644

677

706

730

Reiskosten

194

264

276

290

302

312

Opleidingen

257

250

262

275

287

297

Algemene kosten

313

272

384

303

316

327

2.638

3.039

3.301

3.564

3.713

3.837

20

32

33

35

36

37

1.658

1.911

1.997

2.199

2.293

2.371

BEDRIJFSVOERINGSKOSTEN Materieel (Toolbox) Packagedeal gemeente Emmen en provincie Drenthe Huur zaaksysteem/licentie LOS

253

228

238

249

260

268

Overige licentie- en ICT-kosten

325

399

567

596

621

642

Overige bedrijfsvoeringskosten

383

469

466

486

503

517

LEGESKOSTEN

138

150

150

150

150

150

50

100

0

0

0 1.262

PROJECTKOSTEN ZAAK- EN BODEMINFORMATIE­ SYSTEEM PROJECTKOSTEN

998

1.494

1.617

1.474

1.524

PROJECTKOSTEN ONTWIKKELPROGRAMMA

23

0

0

0

0

0

ONVOORZIEN

125

125

125

125

125

INCIDENTELE LASTEN

400

150

0

0

0

-0

-0

-0

-0

0

-0

-0

-0

-0

0

0

0

0

0

0

SALDO VAN BATEN EN LASTEN VÓÓR MUTATIE RESERVES

-179

TOEVOEGING EN ONTTREKKING RESERVES Toevoeging reserves Onttrekking reserves Ontwikkelprogramma Onttrekking reserves exploitatie SALDO VAN BATEN EN LASTEN NA MUTATIE RESERVES

-179

33

6 FINANCIËLE BEGROTING

6.2.1

INDEXATIE

AANPASSING UREN JAARPROGRAMMA 2024

De posten in de exploitatiebegroting voor het jaar 2024 en de meerjarenraming (2025-2027) zijn geïndexeerd op basis van een inschatting van de directie voor de jaren 2024-2027. Dit is schematisch weergegeven in bijlage A.

In het Jaarprogramma 2022 is met de deelnemers een opschalingsmethodiek afgesproken. In de Begroting 2023 zijn we uitgegaan van 165.124 uur. Voor de Begroting 2024 resulteert dit in een toename van 12.369 uur (9,5fte). De basis voor de Begroting 2024 is derhalve 177.493 uur.

Hieronder worden de belangrijkste posten waarin ­afwijkingen in de Begroting 2024 plaatsvinden ten opzichte van de Begroting 2023 nader toegelicht.

BIJDRAGE INCIDENTELE AANVULLENDE KOSTEN

6.2.2

In de Begroting 2024 is voorzien in een incidentele bijdrage aanvullende kosten van 150K, t.b.v. het verrijken van het locatiebestand met mba’s en de aanbesteding en implementatie van het zaaksysteem incl. bodeminformatiesysteem ad 100K.

BATEN

DEELNEMERSBIJDRAGE

De deelnemersbijdrage stijgt ten opzichte van de Begroting 2023 met € 2.215K en wordt veroorzaakt door de volgende posten: • indexering 4,5 %: + 874k • aanpassing uren Jaarprogramma 2024: + 1.491k • bijdrage incidentele aanvullende kosten (t.o.v 2023): -150 k • totale mutatie: + 2.215k Onderstaand treft u een overzicht van de individuele deelnemersbijdragen: TABEL 13: INDIVIDUELE DEELNEMERSBIJDRAGEN

DEELNEMER

DEELNEMERS- BIJDRAGE

DEELNEMERS-

BEGROTINGS WIJZIGING

BIJDRAGE BEGROTING

2023

2024

674.911

835.623

160.711

Meer

1.149.951

1.461.352

311.401

Meer

929.034

1.092.470

163.436

Meer

Gemeente Coevorden

1.416.609

1.715.687

299.078

Meer

Gemeente Emmen

3.547.132

4.014.300

467.168

Meer

Gemeente Hoogeveen

1.319.085

1.665.447

346.361

Meer

Gemeente Meppel

1.198.421

1.515.013

316.592

Meer

Gemeente Midden-Drenthe

1.512.604

1.791.835

279.231

Meer

Gemeente Noordenveld

818.740

982.344

163.603

Meer

Gemeente Tynaarlo

811.127

979.436

168.309

Meer

Gemeente Westerveld

911.214

1.058.904

147.690

Meer

Gemeente De Wolden

1.106.620

1.289.136

182.516

Meer

Provincie Drenthe

4.028.603

3.237.164

-791.440

Minder

0

0

0

Meer

19.424.051

21.638.710

2.214.658

MEER

Gemeente Aa en Hunze Gemeente Assen Gemeente Borger-Odoorn

Nog nader te verdelen deelnemers-

VERSCHIL

MEER/ MINDER

bijdrage (Luchtadviseur en BOA’s) TOTAAL

34

6 FINANCIËLE BEGROTING

6.2.3

LASTEN

PERSONEELSLASTEN

De personeelslasten nemen toe met € 2.157K. Deze stijging komt met name door de gestegen vraag vanuit de deelnemers en de indexering van lonen. BEDRIJFSVOERING KOSTEN

De bedrijfsvoering kosten stijgen ten opzichte van de Begroting 2023 met € 262K. Deze stijging betreft voor­­ namelijk de indexering en een stijging van de ICT kosten. ONVOORZIEN

De post ‘onvoorzien’ wordt ten opzichte van voorgaande Begrotingen niet verhoogd en blijft met € 125K gelijk aan de Begroting 2023.

6.3 UITEENZETTING VAN DE FINANCIËLE POSITIE EN MEERJARENRAMING Artikel 20 van het BBV schrijft voor dat in de Begroting een uiteenzetting van de financiële positie, voorzien van toelichting, dient te worden opgenomen. Tevens dient dit ook in meerjarig perspectief te gebeuren. In onderhavige paragraaf volgt deze uiteenzetting. 6.3.1

GEPROGNOSTICEERDE BEGIN- EN EINDBALANS

Op de volgende pagina wordt de (geprognosticeerde) begin- en eindbalans weergegeven voor meerdere Begrotingsjaren. Het verschil in toevoeging aan de bestemmingsreserve en het resultaat voor toevoeging aan de bestemmingsreserve wordt aan de algemene reserve toegevoegd.

OVERZICHT VAN BEOOGDE STRUCTURELE TOEVOEGINGEN EN ONTTREKKINGEN AAN RESERVES

Momenteel is er bij ons geen sprake van beoogde structurele toevoegingen en onttrekkingen aan reserves. Wel wordt het algemene uitgangspunt van de Financiële Verordening toegepast, waarbij positieve rekeningresultaten worden toegevoegd aan de reserve totdat de reserve op het maximale niveau van 10% van de Begroting komt.

35

6 FINANCIËLE BEGROTING

TABEL 14: ACTIVA

2024 (BEGRO­ TING)

2025 (BEGRO­ TING)

2026 (BEGRO­ TING)

2027 (BEGRO­ TING)

2022 (JAAR­­ REKENING)

2023 (BEGROTINGS­ WIJZIGING) 0

0

0

0

0

25

34

40

37

35

33

0

0

0

0

0

25

34

40

37

35

33

Uitzetting met een rentetypische looptijd korter dan één jaar

5.622

5.735

5.836

5.886

5.936

5.986

Te vorderen op openbare lichamen

2.404

2.500

2.600

2.650

2.700

2.750

Uitzettingen in ‘s Rijks schatkist met een typische looptijd korter dan één jaar

3.201

3.200

3.201

3.201

3.201

3.201

16

35

35

35

35

35

Bedragen x € 1.000 VASTE ACTIVA Immateriële vaste activa materiële vaste activa Financiële vaste activa VLOTTENDE ACTIVA

Overige vorderingen Liquide middelen

250

250

250

250

250

250

Banksaldi

250

250

250

250

250

250

Overlopende activa

103

89

49

52

54

56

Vooruitbetaalde kosten

103

89

49

52

54

56

TOTAAL VLOTTENDE ACTIVA

5.975

6.074

6.135

6.188

6.240

6.292

TOTAAL ACTIVA

6.000

6.108

6.175

6.225

6.275

6.325

2022 (JAAR­­ REKENING

2023 (BEGROTINGS­ WIJZIGING)

2024 (BEGRO­ TING)

2025 (BEGRO­ TING)

2026 (BEGRO­ TING)

2027 (BEGRO­ TING)

Eigen Vermogen

155

312

312

312

312

312

Algemene reserve

289

289

289

289

289

289

Bestemmingsreserve

46

23

23

23

23

23

TABEL 15: PASSIVA

Bedragen x € 1.000

VASTE PASSIVA

-179

0

0

-0

-0

0

Voorzieningen

Resultaat vóór bestemming

5

5

5

5

5

5

Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer

0

0

0

0

0

0

161

317

317

317

317

317

Netto vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar

3.046

3.100

3.100

3.100

3.100

3.100

Overlopende passiva

2.793

2.691

2.758

2.808

2.858

2.908

TOTAAL VASTE PASSIVA VLOTTENDE PASSIVA

TOTAAL VLOTTENDE PASSIVA

5.839

5.791

5.858

5.908

5.958

6.008

TOTAAL PASSIVA

6.000

6.108

6.175

6.225

6.275

6.325

36

6 FINANCIËLE BEGROTING

6.3.2

EMU-SALDO

In onderstaand overzicht is het EMU-saldo opgenomen voor het Begrotingsjaar 2024, voorgaande jaren en is de meerjarenraming uiteengezet. TABEL 16: OVERZICHT VAN HET EMU-SALDO

2022 (JAARRE­ KENING

2023 (BEGRO­ TINGSWIJZI­ GING)

2024 (BEGRO­ TING)

2025 (BEGRO­ TING)

2026 (BEGRO­ TING)

2027 (BEGRO­ TING)

-179

-0

-0

-0

-0

0

2. Afschrijvingen ten laste van de ­exploitatie

13

11

19

18

17

17

3. Bruto dotaties aan de post voor­­ zieningen ten laste van de exploitatie minus de vrijval van de voorziening ten bate van de exploitatie

5

0

0

0

0

0

4. Investeringen in (im)materiële vaste activa die op de balans worden ­geactiveerd

11

20

25

15

15

15

5. Baten uit bijdragen van andere overheden, de Europese Unie en overige, die niet op de exploitatie zijn verantwoord en niet al in mindering zijn gebracht bij post 4

0

0

0

0

0

0

6. Desinvesteringen in (im)materiële vaste activa: Baten uit desinvesteringen in (im) materiële vaste activa (tegen verkoopprijs), voor zover niet op exploitatie verantwoord

0

0

0

0

0

0

7. Aankoop van grond en de uitgaven aan bouw-, woonrijp maken e.d. (alleen transacties met derden die niet op de exploitatie staan)

0

0

0

0

0

0

8. Baten bouwgrondexploitatie: Baten voor zover transacties niet op exploitatie verantwoord

0

0

0

0

0

0

9. lasten op balanspost Voorzieningen voor zover deze transacties met derden betreffen

0

0

0

0

0

0

10. Lasten i.v.m. transacties met derden, die niet via de onder post 1 genoemde exploitatie lopen, maar rechtstreeks ten laste van de reserves (inclusief fondsen en dergelijke) worden gebracht en die nog niet vallen onder één van bovenstaande posten

0

0

0

0

0

0

11. Boekwinst bij verkoop effecten

0

0

0

0

0

0

-150

31

44

33

32

32

Bedragen x € 1.000 1. Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q.ontttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c)

BEREKEND EMU -SALDO

37

6 FINANCIËLE BEGROTING

6.3.3

JAARLIJKS TERUGKERENDE ARBEIDSKOSTEN GERELATEERDE VERPLICHTINGEN VAN VERGELIJKBAAR VOLUME

De Begroting dient de jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbare volume weer te geven. Wij kennen momenteel geen dergelijke verplichtingen. 6.3.4

6.3.5

DE FINANCIERING

Het BBV schrijft voor dat aandacht dient te worden geschonken aan de financiering bij de uiteenzetting van de financiële positie. VERLOOP VAN DE RESERVES EN VOORZIENINGEN, INCLUSIEF MEERJARENRAMING

Net zoals de meerjarenraming van de geprognosticeerd begin- en eindbalans en de meerjarenraming, is de meer­­ jarenraming van de reserves uitgedrukt in prijzen 2023.

INVESTERINGEN

De Begroting dient de investeringen met een ­economisch nut en investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut weer te geven. Wij kennen momenteel geen dergelijke verplichtingen.

RESERVES

De algemene reserve ondergaat geen wijzigingen, omdat het resultaat nihil is. De bestemmingsreserve is verminderd met de kosten van € 23k die in 2022 zijn gemaakt voor de uitvoering van het ontwikkelprogramma vooruitlopend op het besluit van het Bestuur.

TABEL 17: OVERZICHT VAN DE RESERVES

ALGEMENE RESERVE

Saldo per 1-1

2022

2023

2024

2025

2026

2027

(JAAR­­

(BEGROTINGS­

(BEGRO­

(BEGRO­

(BEGRO­

(BEGRO­

REKENING)

WIJZIGING)

TING)

TING)

TING)

TING)

289

289

289

289

289

289

0

0

-0

-0

0

Bij: Resultaat Af: Resultaat

-179

0

0

0

0

0

Bij: Bijdrage deelnemers resultaat

179

0

0

0

0

0

SALDO PER 31 - 12

289

289

289

289

289

289

BESTEMMINGSRESERVE

2022

2023

2024

2025

2026

2027

DOORONTWIKKELING ORGANISATIE

(JAAR­­

(BEGROTINGS­

(BEGRO­

(BEGRO­

(BEGRO­

(BEGRO­

REKENING)

WIJZIGING)

TING)

TING)

TING)

TING)

Saldo per 1-1

46

0

0

0

0

0

Bij:

0

0

0

0

0

0

Af: Financiering ontwikkelprogramma

0

0

0

0

0

0

Saldo per 31 - 12

46

0

0

0

0

0

Totaal van de reserves

335

289

289

289

289

289

BEDRAGEN X € 1.000 BESTEMMINGSRESERVE

0

2023

2024

2025

2026

2027

(BEGROTINGS­

(BEGRO­

(BEGRO­

(BEGRO­

(BEGRO­

WIJZIGING)

TING)

TING)

TING)

TING)

Saldo per 1-1

0

46

23

23

23

23

Bij:

46

0

0

0

0

0

Af:

0

23

0

0

0

0

SALDO PER 31 - 12

46

23

23

23

23

23

TOTAAL VAN DE RESERVES

335

311

311

311

311

311

38

6 FINANCIËLE BEGROTING

VOORZIENINGEN

Wij hebben sinds de uitgave van de jaarrekening 2017 een voorziening gevormd voor personeelskosten. Ieder jaar wordt bij het opstellen van de jaarrekening ­beoordeeld wat de hoogte van deze voorziening moet zijn. In de (meerjaren-) Begroting wordt deze post niet structureel meegenomen. TABEL 18: OVERZICHT VAN DE VOORZIENINGEN

VOORZIENING

2022

2023

2024

2025

2026

2027

PERSONEELSKOSTEN

(JAAR­­

(BEGROTINGS­

(BEGROTING)

(BEGROTING)

(BEGROTING)

(BEGROTING)

REKENING)

WIJZIGING)

Saldo per 1-1

0

5

5

5

5

5

Bij:

5

Af:

0

0

0

0

0

0

SALDO PER 31 - 12

5

5

5

5

5

5

Bedragen x € 1.000

0

39

BIJLAGEN

BIJLAGE A – INDEXERING INDEX

2023

2023BW

2024

2025

2026

2027

Loonvoet sector overheid

2,5%

3,5%

4,7%

5,4%

4,5%

3,5%

Prijs netto materiële overheidsconsumptie

1,9%

6,2%

3,0%

2,8%

2,7%

2,5%

Gewogen index (90% loonvoet / 10 materiële

2,4%

3,8%

4,5%

5,1%

4,3%

3,4%

overheidsconsumptie)

* In afwijking van prijs overheidsconsumptie beloning werknemers voor het jaar 2023 is voor de begrotings­ wijziging 2023 gekozen voor de uitkomsten van de afgesloten CAO voor het jaar 2023. BRON: MACRO-ECONOMISCHE VERKENNING 2023, PUBLICATIE 9-03-2023 (CPB) VOOR DE JAREN 2024-2027

40

41

4.028.603

Provincie Drenthe

19.424.051

400.000

67.107

23.992

17.069

16.178

16.187

32.501

25.468

35.992

75.739

27.522

15.994

30.801

15.449

19.024.051

3.961.496

1.082.628

894.145

794.949

802.553

1.480.103

1.172.953

1.283.094

3.471.393

1.389.087

913.039

1.119.150

659.462

874.082

181.287

49.798

41.005

36.501

36.843

68.067

53.929

59.359

159.621

63.747

41.807

51.748

30.371

19.898.134

4.142.783

1.132.426

935.149

831.450

839.396

1.548.170

1.226.882

1.342.453

3.631.013

1.452.834

954.846

1.170.898

689.833

120

121

120

120

120

121

121

121

121

120

120

121

121

INDEX SUBTOTAAL TARIEF

D=C * E=C+D indexcijfer

1.490.576

107.136

88.472

78.661

79.413

146.469

116.072

127.006

343.522

137.449

90.336

110.776

65.263

GROEI­ MODEL GEMEEN­TES

F = uren * tarief

H=E+F +G

250.000

51.851

14.243

11.728

10.440

10.538

19.468

15.424

16.977

45.654

18.233

11.957

14.801

8.687

21.638.710

4.194.634

1.253.805

1.035.350

920.551

929.347

1.714.107

1.358.379

1.486.436

4.020.189

1.608.516

1.057.139

1.296.474

763.783

BIJDRAGE SUBTOTAAL AANVUL­ DEELLENDE NEMERSKOSTEN BIJDRAGE (INCIDEN­ 2024 TEEL)

G

I

0

0

-292.070

0

0

0

0

36.509

109.526

73.017

0

36.509

0

0

36.509

MILIEU­ LOCATIES VAN PROVINCIE NAAR GEMEENTEN

0

0

35.331

-5.889

0

0

0

-5.889

0

-5.889

-5.889

-11.777

0

0

0

MILIEU­ LOCATIES VAN GEMEENTEN NAAR PROVINCIE

J

L=H+I+ J+K

0

0

-700.732

41.220

23.554

58.885

52.997

47.108

47.108

111.882

0

82.439

35.331

164.878

35.331

21.638.710

0

3.237.164

1.289.136

1.058.904

979.436

982.344

1.791.835

1.515.013

1.665.447

4.014.300

1.715.687

1.092.470

1.461.352

835.623

BODEM­ DEELNE­ TAKEN VAN MERSPROVINCIE BIJDRAGE NAAR BEGROTING GEMEENTEN 2024

K

* Over de exact te hanteren kentallen vindt in 2023 nog afstemming plaats in het kader van de warme overdracht van de inrichtingen tussen de bevoegde gezagen.

TOTAAL

0

1.106.620

Gemeente De Wolden

Nog nader te verdelen deelnemers-bijdrage (Luchtadviseur en BOA’s)

911.214

Gemeente Westerveld

1.512.604

Gemeente Midden-Drenthe

811.127

1.198.421

Gemeente Meppel

Gemeente Tynaarlo

1.319.085

Gemeente Hoogeveen

818.740

3.547.132

Gemeente Emmen

Gemeente Noordenveld

1.416.609

Gemeente Coevorden

929.034

1.149.951

674.911

DEELNEMERS- INCIDEN­ BASIS 2024 BIJDRAGE TEEL BEGROTINGS 2023 WIJZIGING 2023

C=A-B

21.638.710

TOTALE DEELNEMERSBIJDRAGE 2024

B

250.000

BIJDRAGE AANVULLENDE KOSTEN

A

21.388.710

DEELNEMERSBIJDRAGE REGULIER

Gemeente Borger-Odoorn

Gemeente Assen

Gemeente Aa en Hunze

DEELNEMER

BEGROTING 2024

BIJLAGE B – DEELNEMERSBIJDRAGE

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meppel&id=a9fd8855-55af-424f-a939-701d61491074