CConstaterende datMeppel
Koppel je AI →
Document · PDF

1.25.2 RUD Drenthe Bijlage 2 - Begroting 2024 RUD Drenthe

1 - RAADSVERGADERING 28 september 2023, gemeente MeppelBij agendapunt: Categorie 1: Voor kennisgeving aannemen14.358 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Begroting 2024 REGIONALE UITVOERINGSDIENST DRENTHE

Colofon De RUD Drenthe is de omgevingsdienst voor de inwoners en bedrijven van Drenthe. We hebben de milieukennis en -kunde, zijn betrouwbaar, ­innovatief en toekomstgericht. Samen met onze partners dragen we proactief en resultaatgericht bij aan een belangrijke taak: een schoon en veilig Drenthe. Nu én voor de volgende generaties.

Uitgave 3 augustus 2023 Regionale Uitvoeringsdienst Drenthe Postbus 1017 9400 BA Assen 0800-9102 https://www.ruddrenthe.nl Regiegroep@ruddrenthe.nl Fotografie Cover: Rudmer Zwerver - Matthias Groeneveld Shutterstock - Laura Penwell - Alexander Tsang Karin Broekhuijsen -Skitterphoto/pexels.com RUD Drenthe eigen werk

VOORWOORD Voor u ligt onze Begroting 2024. Met deze Begroting leggen we een financiële basis voor 2024 aan u voor, geven we invulling aan vastgestelde beleidsmatige uitgangspunten en borgen we de voortgang in de uitvoering van uw milieu VTH- en bodemtaken. De Begroting voorziet door bundeling van middelen in een gemeenschappelijke aanpak van de omgevingsuitdagingen. Op deze manier creëren we meerwaarde voor Drenthe. OMGEVINGSWET: RESERVERING IN DEELNEMERSBEGROTINGEN De invoeringsdatum Omgevingswet is 1 januari 2024. De zienswijzen geven ten tijde van het schrijven van de voorliggende Begroting aanleiding tot het voor­­lopige advies om een reservering in de Begroting van de individuele deelnemers op te nemen. Het voorstel is om de daadwerkelijke keuzes en besluiten te verwerken tot een Begrotingswijziging 2024. Zo kunnen we wendbaar werken onder de Omgevingswet en in lijn met het nog te vormen Jaarprogramma 2024. Omdat vooralsnog geen extra middelen beschikbaar zijn terwijl wij op cruciale posities wel tijdig moeten beginnen met werven bestaat er het risico dat de Begroting wordt overschreden. In de risicoparagraaf wordt hier nader op ingegaan. Vanaf de inwerkingtreding wordt onze inzet gemonitord en indien nodig bijgesteld. De verschuiving van het bevoegd gezag onder de Omgevingswet (bodemtaken en een aantal bedrijven) is opgenomen.

Vanuit VNG en IPO vinden nog gesprekken met het Rijk plaats over de financiering van deze werkzaamheden. Daarnaast is een incidentele bijdrage opgenomen om het locatiebestand aan te passen aan de Omgevingswet. Deze verrijking van het locatiebestand met milieubelastende activiteiten is een omvangrijk project. VERHOGING PRODUCTIVITEITSNORM EN AANBESTEDING ZAAKSYSTEEM In deze Begroting 2024 zijn de Begrotingswijziging 2023, het Jaarprogramma 2023 en de indexerings­ afspraken als uitgangspunten opgenomen. De in 2021 g ­ eactualiseerde kentallen en het hieraan

­ ekoppelde gemeentelijke groeimodel (ook voor g asbest- en energietoezicht) liggen hieraan ten grondslag. Het groeimodel leidt tot een financiële stijging van 1.5 miljoen. Hiernaast zorgt de indexering voor een stijging van bijna 0.9 miljoen. We zetten ons in om het ziekteverzuimpercentage verder te verlagen. In 2023 werd gerekend met 9% en voor 2024 gaan we uit van 7%. Omdat de ­organisatie nog steeds groeit continueren we de 50 uur ­reservering om nieuwe medewerkers te begeleiden bij het inwerken, tot het gewenste uitvoeringsniveau is behaald. In 2024 wordt gerekend met een hogere productiviteitsnorm (1.276 i.p.v. 1.230 uur). Voor de aanbesteding van het zaaksysteem is 2 jaar uitstel verkregen. In september 2025 loopt het contract af maar de aanbesteding vindt in 2024 plaats. Voor de bekostiging van deze aanbesteding is een incidentele last van € 100K opgenomen. INZET VOOR EEN SCHOON EN VEILIG DRENTHE Het is een extra speciaal jaar omdat we ons 10-jarig jubileum vieren. We hebben ons in de afgelopen periode doorontwikkeld tot een betrouwbare, ­deskundige en toekomstgerichte milieupartner op specialistische thema’s als afval, bodem, geluid, lucht, omgevingsveiligheid en duurzaamheid. We werken met trots en passie aan een veilige, duurzame en gezonde leefomgeving. Samen met onze partners dragen we bij aan een belangrijke taak: een schoon en veilig Drenthe.

De Begroting 2024 vormt de basis voor die ­gezamenlijke inzet, nu én voor volgende generaties.

Robert Meijer

Marjan Heidekamp

Voorzitter Dagelijks Bestuur Regionale Uitvoeringsdienst Drenthe

Secretaris Dagelijks Bestuur Regionale Uitvoeringsdienst Drenthe

3

INHOUD

1 BEGROTING 2024 IN ÉÉN OOGOPSLAG 2 DE BESTUURLIJKE BEHANDELING 3 ACTUELE ONTWIKKELINGEN 3.1 Beleidsmatige ontwikkelingen 3.2 Organisatorische ontwikkelingen 3.3 Financieel effect van beleids- en organisatieontwikkelingen

5 6 7 7 15 18

4 PROGRAMMAPLAN 19 4.1 Programma milieu – regulier 20 4.2 Programma milieu – projecten & leges 20 4.3 Algemene dekkingsmiddelen, overhead, vennootschaps­belasting, onvoorzien 21 5 PARAGRAFEN 5.1 Paragraaf leges/ lokale heffingen 5.2 Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing 5.3 Paragraaf financiële kengetallen 5.4 Paragraaf financiering 5.5 Paragraaf bedrijfsvoering 5.6 Paragraaf personele ontwikkelingen

23 23 23 28 28 29 30

6 FINANCIËLE BEGROTING 6.1 Meerjarenraming overzicht baten en lasten 6.2 Exploitatiebegroting 6.3 Uiteenzetting van de financiële positie en meerjarenraming

31 31 33 35

BIJLAGEN 4

40

1 BEGROTING 2024 IN ÉÉN OOGOPSLAG In onderstaande samenvatting wordt een overzicht gegeven van de financiën over 2024.

X € 1.000 Deelnemersbijdrage

REALISATIE 2022

BEGROTINGS­ WIJZIGING 2023

BEGROTING 2024

16.341

19.424

21.639

Onttrekking reserves Ontwikkelprogramma

0

Project Ontwikkelprogramma

0

0

0

Projecten

998

1.494

1.617

Leges

197

200

200

Overige baten

243

97

101

TOTAAL BATEN

17.779

21.215

23.557

Personeel primair proces

10.298

10.940

12.623

Personeel overhead

2.807

4.231

4.570

Frictiekosten

293

0

0

Reis-, opleidings- en algemene personeelskosten

763

786

921

2.638

3.039

3.301

Projectkosten Zaaksysteem

0

50

100

Projectkosten Ontwikkelprogramma

23

0

0

Projecten

998

1.494

1.617

Leges

138

150

150

Incidentele lasten

0

400

150

Onvoorzien

0

125

125

17.958

21.215

23.557

-179

-0

-0

-179

-0

-0

Bedrijfsvoeringskosten

TOTAAL LASTEN RESULTAAT VOOR RESERVES MUTATIE RESERVES RESULTAAT NA MUTATIE RESERVES

5

2 DE BESTUURLIJKE BEHANDELING In dit document staan de financiële kaders en het budget voor het aankomende Begrotingsjaar vermeld. Er wordt omschreven wat wij daar op hoofdlijnen voor gaan doen.

De impact van de Omgevingswet op de financiële en beleidsmatige uitgangspunten in ons gezamenlijk uitvoeringsprogramma wordt op dit moment nader onderzocht. Het voorstel is om na afweging van de ingediende zienswijzen te komen tot een Begrotingswijziging 2024. Zo kunnen we wendbaar werken in lijn met een realistisch Jaarprogramma 2024.

In onderstaand overzicht staat de afgesproken planning van de planning & control cyclus. De ontwerp Begroting 2024 werd in februari 2023 al in procedure gebracht. Op basis van de daarop ingediende zienswijzen ligt nu deze concept versie voor. U ziet hoe de verdere behandeling van de Begroting 2024 plaatsvindt, inclusief de vergaderdata van het algemeen en dagelijks bestuur.

FIGUUR 1: TIJDLIJN 2023 P&C-CYCLUS

RUD Drenthe tijdlijn P&C cyclus 2023 en data bestuursvergaderingen

AB JANUARI

DB 16-1

Extra DB

6

6-2

• Informatiebijeenkomst

FEBUARI

20-3

12-4 ter voorlopige vaststelling

3-7 ter vaststelling

• Jaarstukken 2022 • Evt. begrotingswijziging • Ontwerpbegroting 2024 (tkn)

MAART

• Jaarstukken 2022 • Rapportage vierde kwartaal (in jaarstukken) • Evt.begrotingswijziging 2023 • Ontwerpbegroting 2024

APRIL

12-4

MEI

• Verzending voorlopig vastgestelde stukken naar de raden en staten

4/9

• Jaarstukken • Voorjaarsrapportage (tkn)

JUNI

12-6

• voorjaarsrapportage

JULI

3-7

• Schriftelijke zienswijze reactie AB en raden/ staten

18-12

• Vaststelling begroting • Evt begrotingswijziging

AUGUSTUS

4-9

SEPTEMBER

• Voorbereiding AB

30-10

• Voorjaarsnotitie 2025 • Najaarsrapportage • Jaarprogramma (tkn)

OKTOBER

• najaarsrapportage

NOVEMBER

27-11

• Voorjaarsnotitie +2 • Jaarprogramma

DECEMBER

18-12

• Voorbereiding AB

3 ACTUELE ONTWIKKELINGEN In dit hoofdstuk beschrijven we 10 beleidsmatige ontwikkelingen en 5 organisatorische ­ontwikkelingen die financiële doorwerking kunnen hebben op onze taakuitvoering.

Als dé milieupartner in Drenthe werken wij aan een veilige, duurzame en gezonde leefomgeving door onder andere de volgende taken: • toezicht op en handhaving van de wettelijke milieuregels bij bedrijven; • vergunningverlening aan inwoners en bedrijven op basis van milieuwetgeving; • uitvoering van bodemtakenpakket; • advisering op verschillende specifieke omgevingsthema’s (zoals duurzaamheid of veiligheid) en bij het opstellen van visies en plannen voor de leefomgeving; • piketwaarneming in geval van crisissituaties. • interbestuurlijke ketensamenwerking. Komend jaar is een jaar waarin sommige kaders die we hanteren veranderen door de komst van de Omgevingswet. Met deze bijzondere ontwikkeling starten we dit hoofdstuk dan ook.

BELEIDSMATIGE ONTWIKKELING

ORGANISATORISCHE ONTWIKKELING

FINANCIEEL EFFECT

3.1 BELEIDSMATIGE ONTWIKKELINGEN 3.1.1

DE OMGEVINGSWET

De Omgevingswet behelst een algehele stelsel­ herziening voor de wet- en regelgeving die gaat over de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. De invoeringsdatum van de Omgevingswet is 1 januari 2024. Duidelijk is dat de Omgevingswet grote impact heeft op alle betrokken ketenpartijen en dus ook op de RUD Drenthe.

7

3 ACTUELE ONTWIKKELINGEN

Enkele voorbeelden: • Volgens de wet geldt een overgangsrecht tot 2029. In deze periode is het nodig om per vraag extra te onderzoeken of dit overgangsrecht wel of niet van toepassing is. • Nieuw is ook het vooroverlegproces. Van initiatief­ nemers wordt na dit voortraject verwacht dat zij een complete vergunningaanvraag indienen. Initiatiefnemers moeten hieraan waarschijnlijk wennen en meegenomen worden. • De termijn om een vergunning te verlenen is in de Omgevingswet gewijzigd van (meestal) 26 weken naar 8 weken. Niet compleet ingediende aanvragen zullen hierdoor, eerder dan nu en daarmee extra, door ons als niet ontvankelijk worden verklaard. • De beleidsmatige keuzes (omgevingsvisie/omgevings­ plannen) moeten door de gemeentes en provincie worden gemaakt waarbij steeds meer ook advies gevraagd wordt aan de experts van de RUD Drenthe. • We zien, aan de hand van ketentesten, extra zaakdossiers ontstaan door de nieuwe mogelijkheid om toestemmingen te regelen per milieubelastende activiteit. Hiervoor zijn meer procedure uren nodig voor zowel de behandelaars, de adviseurs als de proces ondersteuners. WENDBAAR WERKEN

Tijdig anticiperen op de veranderopgave van de RUD Drenthe gaat via een beheerste stapsgewijze aanpak. Een meerderheid van onze opdrachtgevers heeft ­inmiddels de Mandaatregeling Omgevingswet vast­ gesteld. Om de ontwikkelingen en kansen adequaat in beeld te brengen is Bureau Seinstra gevraagd om een Plan van Aanpak Omgevingswet. De vertaling van acties en maatregelen hieruit gebeurt met onder meer een Impactanalyse Omgevingswet. De hamvraag blijft welke extra kosten door de ­invoering van de wet (structureel en incidenteel tijdens de overgangsperiode) worden voorzien. Ramingen lopen uiteen. Een effectenonderzoek eind 2021 door Omgevingsdienst.nl (vereniging van omgevings­ diensten) voorspelde 7% tot 12% extra kosten bij de uitvoering van onze activiteiten. De in juli 2023 uitgebrachte zienswijzen waar het gaat om de financiële impact op het diensten- en takenpakket geven ten tijde van het schrijven van deze Begroting aanleiding tot het voorlopige advies om ‘een reservering in de Begroting van de individuele BELEIDSMATIGE deel­­nemers op ONTWIKKELING 8

te nemen’. Het voorstel is daarnaast om de daad­­ werkelijke keuzes en besluiten op een later moment te verwerken tot een Begrotingswijziging 2024. In de risicoparagraaf 5.2 wordt beschreven wat de risico’s zijn voor de bedrijfsvoering zolang de noodzakelijk gebleken middelen niet beschikbaar zijn. DIGITALE UITWISSELING

De Omgevingswet gaat fors impact hebben op de werkprocessen omdat de wet verplicht tot toegankelijkheid van data, informatie en dossiers. Een optimale uitwisseling van onze data en informatie met de ketenpartners voorkomt extra inzet en daarmee extra kosten. Ook het niet kunnen nakomen van wettelijke termijnen wordt voorkomen met een goede digitale informatiehuishouding. In het project ‘digitale uitwisseling’ is een standaard werkwijze met onze deelnemers afgesproken (StanDUR). Actieve toepassing van deze werkwijze is van belang voor de effectiviteit, betrouwbaarheid en kwaliteit van de dienstverlening aan onze deelnemers. VERSCHUIVINGEN VAN TAKEN

Met de invoering van de Omgevingswet verschuiven een aantal milieubelastende activiteiten van provincie naar gemeenten en visa versa. Daarmee verschuift ook de onderlinge verdeling van de deelnemersbijdragen. De belangrijkste conclusies in de nieuwe situatie zijn: • Op basis van de uitgangspunten en aannames van de Drentse Maat vindt globaal verschuiving plaats in uren van provincie naar de gemeenten Aa en Hunze, Coevorden, Hoogeveen, Meppel en Midden/Drenthe. Dit leidt tot een lagere deelnemersbijdrage bij de provincie en een hogere bij de gemeenten. In tabel B (zie bijlage) is dit doorgerekend in de deelnemers­ bijdragen voor 310 uur per inrichting. • Op basis van onze inschatting blijkt dat Drenthebreed ca. 6 inrichtingen (definitie onder de Wabo) van gemeenten naar provincie gaan. Op basis van de Drentse Maat gaat het om ca. 50 uur per inrichting/ milieulocatie. Dit leidt tot een hogere deelnemersbijdrage bij de provincie en een lagere bij de gemeenten. Zodra duidelijk is om welke inrichtingen dit gaat zijn nadere afspraken over de benodigde inzet nodig. Over de exact te hanteren kentallen vindt in 2023 nog afstemming plaats bij de warme overdracht van de inrichtingen tussen de bevoegde gezagen. VERRIJKEN LOCATIEBESTAND

De term “inrichting” vervalt binnen de Omgevingswet. Binnen de milieu- en bodemlocaties worden ­activiteiten gezien als “milieubelastende activiteit”,

3 ACTUELE ONTWIKKELINGEN

of een c ­ lustering hiervan. Het locatiebestand wordt in 2023 en 2024 daarom verrijkt met mba’s. Een juist en compleet locatiebestand is urgent en noodzakelijk omdat het locatiebestand de basis is voor alle onze zaken, met relaties naar zaken van onze deelnemers en onze samenwerkingspartners. In 2024 is hiervoor een incidenteel bedrag van € 150K opgenomen. VERSCHUIVING VAN BODEMTAKEN

Met de komst van de Omgevingswet verschuiven bodemtaken van de provincie naar gemeenten. Gemeenten worden verantwoordelijk voor het beleid en activiteiten in de vaste bodem. De provincie Drenthe is verantwoordelijk voor het grondwaterbeheer en blijft het bevoegde gezag voor bodemverontreinigingen die onder het overgangsrecht vallen. Bij deze verschuiving is inzet nodig van de RUD Drenthe. De verwachting is dat met de huidige formatie de bodem-gerelateerde werkzaamheden voor de provincie en de gemeenten uitgevoerd kunnen worden. Het is nog niet duidelijk wat de verschuiving van taken financieel gaat betekenen voor provincie en gemeenten. Een eerste inschatting op basis van bestede uren in de jaren 2020 en 2021 leert ons dat 6.000 uren verschuiven van provincie naar gemeenten.

Dit zijn taken die verband houden met het adviseren, toetsen, toezicht houden en handhaven van activiteiten in de bodem en taken die verband houden met graven in- en het saneren van verontreinigde bodems. Landelijk bespreken het Rijk, IPO (Interprovinciaal overleg) en VNG (Vereniging van Nederlandse gemeenten) hoe de financiering van bodemtaken onder de Omgevingswet het beste georganiseerd kan worden. Wanneer deze afspraken definitief zijn is een specifieke kostenraming te maken. In deze begroting is vooralsnog gerekend met een één op één overdracht. Voor de daarbij behorende financiële consequenties verwijzen wij naar de tabel in bijlage B. LEGES HEFFEN OP MILIEUTAKEN

Met de komst van de Omgevingswet wordt het verbod op het heffen van leges op milieu- en bodem­ toestemmingen opgeheven. Voor onze opdrachtgevers ontstaan hierdoor mogelijkheden om de kosten voor milieuactiviteiten te dekken. Een meerderheid van onze deelnemers staat positief tegenover het invoeren van legesheffingen. BELEIDSMATIGE ONTWIKKELING

9

3 ACTUELE ONTWIKKELINGEN

3.1.2

EVALUATIE GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING

De uniforme handhavingsstrategie is een duidelijke stap richting outcome- en impact gestuurd werken. De strategie geeft ook invulling aan een belangrijke aanbeveling uit de evaluatie GR (gemeenschappelijke regeling): “Kom tot eenduidigheid over de opgave voor de RUD Drenthe, waarop de programmering en daarmee de Begroting kan worden gebaseerd. Alleen dan is een adequate organisatie in te richten die de v­ erwachtingen van haar deel­­ nemers kan waarmaken”. UITVOERING- EN HANDHAVING STRATEGIE DRENTHE

De ingezette organisatieontwikkeling van de afgelopen jaren wordt verder uitgewerkt in het document Uitvoering- en Handhaving Strategie Drenthe. De scope van de U&H-strategie is gedefinieerd als alle uitvoeringstaken op het gebied van vergunning­ verlening, toezicht en handhaving die de gemeenten en de provincie Drenthe verplicht en facultatief hebben overgedragen aan de RUD Drenthe voor de jaren 2022-2026. De U&H-strategie kent een doorlooptijd van vier jaar. Na twee jaar vindt een evaluatie plaats. Jaarlijks vindt een vertaling van deze U&H – strategie naar ons uitvoeringsprogramma plaats. In dit programma wordt benoemd welke VTH-instrumenten de RUD Drenthe concreet gaat inzetten en wat de formatieve en financiële gevolgen zijn. Eventuele aanscherping van ambities kan ook in dit uitvoeringsprogramma plaatsvinden. Voor 2024 zijn de effecten op de Begroting op nihil ingeschat. Met de keuze om over te gaan tot de invoering van risicogericht werken wordt een steeds beter inhoudelijk afwegingskader gecreëerd, waarmee op basis van risico-inschatting en milieurendement de uitvoering wordt geprioriteerd. Deze ambitie geldt feitelijk voor ons gehele VTH-takenpakket waarbij de impact op de omgevingswaarden apart benoemd wordt. Met een dergelijke systematiek van werken bieden wij onze deelnemers een bestuurlijk afwegingskader voor een optimale inzet van mensen en middelen.

BELEIDSMATIGE ONTWIKKELING

10

HERIJKING DRENTSE MAAT

Uit de door TwijnstraGudde uitgevoerde evaluatie GR RUD Drenthe (2021) is gebleken dat de Drentse Maat aan actualisatie toe is. De herijking van de Drentse Maat (DM) wordt in twee fasen uitgevoerd. Eind 2021 is in de eerste fase een meer realistisch kengetal voor de producten DM ontwikkeld, gebaseerd op de uitgevoerde benchmark met collega omgevingsdiensten. In december 2021 is besloten de eerste fase budgetneutraal door te voeren in het Jaarprogramma 2022. Tegelijkertijd is besloten tot een groeimodel voor onze deelnemers voor 2023, 2024 en uitloop 2025 zodat de RUD Drenthe over dezelfde hoeveelheid uren kan beschikken als andere omgevingsdiensten met een vergelijkbare omvang en opgave. In fase 2 wordt, aansluitend aan het opstellen van de Uitvoering- en Handhaving Strategie Drenthe, een brede herijking van de DM uitgevoerd. De uitwerking van de 2e fase wordt in de loop van 2023 verwacht en is nog niet opgenomen in deze Begroting 2024. De doorvoering van de U&H-strategie heeft invloed op de DM-methodiek en de wijze van verantwoorden die de RUD Drenthe gewend is toe te passen.

3 ACTUELE ONTWIKKELINGEN

GROEIMODEL

Voor complexe vergunningen, calamiteiten, incidenten en handhavingszaken worden de kengetallen niet aangepast. Indien een urenoverschrijding ontstaat vindt hierover afstemming met de betreffende deelnemers plaats. Conform bestuursbesluit wordt deze extra benodigde inzet op basis van werkelijk gerealiseerde uren verrekend volgens de afgesproken verreken­ systematiek.

Het groeimodel is in het Jaarprogramma onder kolom 2023 doorgevoerd. Het verwachte restant 2023 en de groeimodeluren voor RGT en Energie 2024 zijn opgenomen in de Begroting voor 2024. We gaan ervan uit dat, wanneer we de groei niet waar kunnen maken, we dat alsnog in 2025 gaan realiseren (uitloopjaar in opschaling). Dit uitgangspunt is als afspraak opgenomen in het inmiddels vastgestelde Jaarprogramma 2023. Het groeimodel ziet er als volgt uit: TABEL 1: GROEIMODEL 2023 , 2024 EN 2025 UITVOERINGSJAAR T.O.V. HET BASISUITVOERINGSNIVEAU (=BEGROTING 2022)

2023

2024

2025 (UITLOOP)

UITVOERINGS­ NIVEAU OP BASIS VAN HERIJKING

PRODUCT

BG

TOELICHTING

BASIS

NIEUW

BASIS

NIEUW

BASIS

NIEUW

116 RGT

ov G

budget neutrale door­­ voering herijking

9.385

0

9.385

3.273

12.658

0

12.658

116 Jur ondersteuning

ov G

budget neutrale door­­ voering herijking(116)

0

3.500

3.500

0

3.500

0

3.500

116 BOA inzet

ov G

budget neutrale door­­ voering herijking(116)

0

1.330

1.330

0

1.330

0

pm

400 Asbesttoezicht

ov G

meldingen vraaggestuurd per delnemer

4.685

0

4.685

0

4.685

0

4.685

120 Klachten

prov

verrekenen provincie

pm

pm

pm

pm

ov G

verrekenen per deelnemer

pm

pm

pm

1.133

Energie

alle

2022: 6600 hiervan 1200 directe financiering rijk (klein deel is prov.)

0

8.400

Extra opdrachten

prov

altijd per deelnemer verrekend (met besluit)

pm

pm

pm

pm

ov G

altijd per deelnemer verrekend (met besluit)

pm

pm

pm

pm

Omgevings­veiligheid

alle

doorgerekend

pm

pm

pm

pm

Gevelscans

alle

doorgerekend

pm

pm

pm

pm

BOA inzet

alle

Nacalculatie per deelnemer, na 2022 opnemen begroting?

pm

pm

pm

2.650

Luchtadviseur

alle

Nacalculatie per deelnemer, na 2022 opnemen begroting?

pm

pm

pm

1.330

Tussenoplossing ­Groeimodel

alle

in mindering op RGT (116)

5.400

1.600

7.000

1.400

8.400

5.010

BELEIDSMATIGE ONTWIKKELING

11

3 ACTUELE ONTWIKKELINGEN

3.1.3

MEERJAREN AGENDA VERSTERKING OMGEVINGSVEILIGHEID 2021-2024

Onze deelnemers ontvangen vanuit de Meerjaren agenda Versterking omgevingsveiligheid 2021-2024 middelen voor de versterking omgevingsveiligheid. De taken worden grotendeels door de RUD Drenthe en een kleiner deel door de Veiligheidsregio Drenthe ­uitgevoerd. In deze Begroting 2024 zijn de kosten structureel opgenomen. De min- en plusuren worden achteraf verrekend. 3.1.4

DE UITVOERING VAN HET BELEID M.B.T. DE ZEER ZORGWEKKENDE STOFFEN

Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) zijn carcinogeen, mutageen, repro(ductie) toxisch of een combinatie van voornoemde. Ook kunnen ze nog (zeer) persistent en/of bio accumulatief zijn. Het weren van ZZS uit de leefomgeving heeft dan ook een groot maatschappelijk belang en hiermee bestuurlijk gewicht. Uit de evaluatie ZZS-emissiebeleid 2016-2021 (in opdracht van het ministerie van IenW) blijkt dat ‘kennis BELEIDSMATIGE en capaciteit’ ONTWIKKELING 12

­ ritische succesfactoren zijn voor de uitvoering van k het ZZS-beleid. De complexiteit van de wet- en regelgeving én de inhoudelijke complexiteit en diversiteit in stoffen, productieprocessen en emissies maken dat er aanzienlijke eisen worden gesteld aan het kennisniveau en de capaciteit bij alle betrokken partijen. Het Rijk zet in op versterking van het VTH-stelsel via een Interbestuurlijk Programma. Onderdeel van dit programma is de versterking van de kennisinfra­ structuur, -ontwikkeling en -deling van de omgevingsdiensten. In het verlengde hiervan wordt per regio een samenwerkingsstructuur ZZS ontwikkeld, dit met als uitgangspunt om een betere samenwerking tussen omgevingsdiensten en het RIVM op het gebied van kennis rondom ZZS te bewerkstelligen. ODG, FUMO & RUD Drenthe gaan een samenwerkingsplatform ZZS Noord-Nederland inrichten. In navolging op het project inventarisatie ZZS bij provinciale bedrijven, gaan wij conform het Jaarprogramma 2023 in gesprek met onze gemeente­ lijke opdrachtgevers om te inventariseren of een projectmatige aanpak ZZS bij eén of meerdere branches op gelijkluidende manier kan worden uitgevoerd. Nadere uitvoerings- en financieringsafspraken

3 ACTUELE ONTWIKKELINGEN

op het gebied van ZZS voor gemeentelijke inrichtingen worden opgenomen in de Begrotingswijziging 2024. 3.1.5

REGIONALE KETENAANPAK MILIEU­ CRIMINALITEIT, ONDERMIJNING EN ASBESTTOEZICHT

De effecten van milieucriminaliteit (en het daarbij behorende ondermijnende gedrag) zijn vaak niet direct zichtbaar maar brengen economische-, milieu- en gezondheidsschade toe. Omgevingsdiensten zijn een steeds belangrijkere schakel om milieucriminaliteit te bestrijden en om ervoor te zorgen dat veroorzaakte schade wordt hersteld. In de Uitvoering- en Handhaving Strategie Drenthe wordt de (inzet op) bestrijding van milieucriminaliteit, in het verlengde van de Landelijke Handhavingsstrategie (LHS), nader uitgewerkt. De deelnemers hebben verzocht om in verband met gezondheidsrisico’s het asbesttoezicht op een aanvaardbaar niveau te houden. In 2022 is de ­capaciteit hiervoor op orde gebracht, en in 2023 en volgende Begrotingen wordt deze inzet gecontinueerd. Omdat door sanering het asbest als bouwmateriaal verdwijnt kan op termijn onze inzet afgebouwd worden. 3.1.6

DE KLIMAATDOELEN EN ENERGIEBESPARING BIJ BEDRIJVEN

WERK GEBONDEN PERSONENMOBILITEIT

Op 1 januari 2024 treedt naar verwachting het Besluit CO2-reductie werk gebonden personenmobiliteit in werking. Op grond van dit Besluit worden werk­­gevers, die meer dan 100 werknemers in dienst hebben, verplicht om jaarlijks de gegevens met betrekking tot werk gebonden personenmobiliteit te verstrekken. Het Besluit vloeit voort uit wat in het Klimaatakkoord van 2019 is overeengekomen, namelijk om in 2030 een CO2-reductie van één megaton te realiseren. De gemeenten waarbinnen een onderneming of rechtspersoon is gevestigd, zijn het bevoegde gezag op het gebied van toezicht en handhaving. De colleges geven de omgevingsdiensten een opdracht om de toezichtsen handhavingstaken uit te voeren. Zowel de toezichtstaak als de handhavingstaak vallen onder het mandaat zoals deze bij inwerkingtreding van de Omgevingswet is opgesteld. Medio 2024 of begin 2025 moeten deze taken worden uitgevoerd. Het is nu nog onduidelijk om welke ureninzet dit gaat.

ENERGIETOEZICHT

In het klimaatakkoord van Parijs is vastgelegd dat de wereldwijde klimaatopwarming in 2100 beperkt moet zijn tot 2°C vergeleken met het niveau van vóór de opkomst van de industrie. In het verlengde hiervan hebben Provinciale Staten van Drenthe de doelstelling in de vastgestelde Energieagenda 2020 – 2023 uitgesproken om in 2050 energieneutraal te zijn. Ook verschillende gemeenten streven energiedoelen na. Daarnaast zijn energiedoelen door het Rijk verwerkt in wet- en regelgeving. Voor het toezien op deze wet – en regelgeving zijn vanaf 2022 uren toegevoegd aan de Begroting om de formatie op orde te kunnen brengen. Een deel wordt gefinancierd vanuit het Rijk, en een deel wordt gedragen vanuit de uitvoering van RGT. Voor 2024 worden deze uren (7.000 uur) verder naar het gewenste niveau gebracht door 1.400 uur toe te voegen aan de uitvoering van energietoezicht. Per 1 januari 2023 moet elk kantoorgebouw minimaal energielabel C hebben. Voldoet het gebouw niet aan de eisen, dan mag het per 1 januari 2023 niet meer als kantoor gebruikt worden. Deze verplichting staat in het Bouwbesluit 2012. De RUD Drenthe heeft de expertise op het gebied van energiebesparing en energietoezicht in huis. Bevoegde gezagen kunnen de RUD Drenthe opdragen om deze aanvullende taak op zich te nemen en/of hiervoor de RUD Drenthe mandateren. 3.1.7

IPPC-BEDIJVEN

De actualisatieplicht vergunningen van IPPC-bedrijven (Integrated Pollution and Prevention Control) gaat in 2024 aandacht vragen. Bij publicatie van nieuwe (geactualiseerde) BBT-conclusies (best ­beschikbare technieken) van een bepaalde branche moeten de vergunningen van de betrokken bedrijven binnen 4jaar na publicatie zijn aangepast. Een BBT-referentie­ document (BREF) is een document die de beste beschikbare technieken beschrijft. BBT-conclusies vormen de referentie voor toetsing en vaststelling van vergunningsvoorwaarden en ­actualisatie van deze voorschriften. De BBT-conclusies over “slachthuizen” en “smederijen en gieterijen” zijn de eerstvolgende twee die worden opgepakt.

BELEIDSMATIGE ONTWIKKELING

13

3 ACTUELE ONTWIKKELINGEN

3.1.8

DE WET OPEN OVERHEID (WOO)

De WOO is in 2022 in werking getreden. Met onze opdrachtgevers zal afstemming moeten plaatsvinden wat dat betekent voor de bestaande en nieuwe archieven. Het vraagt iets van onze werkprocessen op vlak van informatisering en automatisering. De ­financiële impact is nog niet helder te schetsen. 3.1.9

HET SCHONE LUCHTAKKOORD (SLA)

Het doel van het SLA is om gezamenlijk de lucht­ kwaliteit in Nederland permanent te verbeteren. Met de aanpak van de binnenlandse bronnen streven we naar een gezondheidswinst van minimaal 50 procent in 2030 ten opzichte van 2016. De maatregelen worden ­uitgewerkt in themagroepen en sluiten waar mogelijk aan bij lopende initiatieven. In alle sectoren starten overheden in samenspraak met bedrijven en burgers initiatieven en acties voor schonere lucht. Ook binnen de provincie Drenthe en voor de gemeente Assen is de inzet van onze luchtexperts gevraagd. 3.1.10 INTERBESTUURLIJK PROGRAMMAPLAN VERSTERKING VTH-STELSEL Op 8 juli 2022 heeft de staatssecretaris de Tweede Kamer geïnformeerd over de voortgang van de ­versterking van het VTH-stelsel via een Kamerbrief met als bijlagen het interbestuurlijk programmaplan (IBP) versterking VTH-stelsel en een overzicht opvolging aanbevelingen Commissie van Aartsen. De pijlers uit dit IBP blijven stevig onder onze aandacht.

De RUD Drenthe verwijst voor de duiding van de impact in Drenthe naar de Voorjaarsnotitie 2023 en het Jaarprogramma 2023. Het Interbestuurlijk Programma bestaat uit een zestal pijlers: 1. Robuuste omgevingsdiensten en financiering; 2. Bestuursrechtelijke en strafrechtelijke handhaving en vervolging; 3. Informatie-uitwisseling en datakwaliteit; 4. Kennisinfrastructuur inclusief arbeidsmarkt; 5. Onafhankelijke uitvoering van toezicht en ­handhaving; 6. Monitoring kwaliteit milieutoezicht.

BELEIDSMATIGE ONTWIKKELING

14

IBP pakt het vaststellen van een landelijke norm­­ financiering in 2023 op. Dit kan gevolgen hebben voor onze financieringsstructuur die gebaseerd is op een aantal uitgangspunten zoals een eerlijke verdeling naar rato van wat wordt afgenomen per opdrachtgever. Het is afwachten hoe de landelijke norm van de financiering van omgevingsdiensten eruit komt te zien. De BOA-inzet vormt een wezenlijk onderdeel van de kerntaak van de RUD Drenthe: het strafrechtelijk handhaven bij milieuovertredingen. De noodzaak tot extra BOA-inzet vormt één van de aanbevelingen uit het rapport van Commissie van Aartsen en maakt deel uit van ons groeimodel. In de Begroting 2024 zijn deze kosten structureel opgenomen, conform de uitgangspunten. Meer- en minderwerk wordt verrekend volgens de afgesproken systematiek.

3 ACTUELE ONTWIKKELINGEN

3.2 ORGANISATORISCHE ONTWIKKELINGEN De basis is op orde, maar we blijven inzetten op optimale synergie in werken, denken en doen. De volgende organisatorische ontwikkelingen hebben invloed op onze taakuitvoering. 3.2.1

STRATEGISCHE PERSONEELSPLANNING

De focus van de afdeling HRM is de afgelopen jaren verschoven van personeelsplanning naar een brede bedrijfsmatige strategische planning. Dit zien we als een ontwikkelproces waarin wordt nagedacht hoe de organisatie zich op de lange termijn positioneert en kan voorbereiden op de toekomst. De Strategische Personeelsplanning RUD Drenthe en de uniforme Uitvoering- en handhavingsstrategie Drenthe zijn de basis voor onze beleid- en organisatiedoelen en dalen neer in het Jaarprogramma voor onze deelnemers. ZIEKTEVERZUIM

In het Jaarprogramma en Begroting van 2023 is uitgegaan van een realistisch ziektepercentage van 9 procent. Door toepassing van dit uitgangspunt konden realistische en haalbare Jaarprogramma’s worden opgesteld. In nauwe afstemming met de bedrijfsarts en de verzuimcoaches wordt gewerkt aan een streefcijfer van 7 procent voor 2024. De effecten van COVID-19 op lange termijn (zowel op lichamelijk als psychosociaal vlak) zijn nog onvoldoende duidelijk. Deze invloed ramen we niet in de Begroting 2024.

aantrekkelijke werkgever, waar mensen graag werken en zich kunnen ontwikkelen. Deze aanpak maakt dat we ook in de huidige krappe arbeidsmarkt blijven beschikken over gekwalificeerd personeel. ARBEIDSMARKTBENADERING

De krapte aan gekwalificeerd personeel op de huidige arbeidsmarkt noodzaakt ons tot een stevigere inzet op werving en selectie van toekomstig benodigde medewerkers. De RUD Drenthe heeft samen met de ODG en de FUMO de krachten gebundeld op de arbeidsmarkt en de campagne “Werken bij de NOD” gestart. Deze campagne geeft aandacht aan: • het werven van zij-instromers die omgeschoold kunnen worden ten behoeve van onze taken; • de opleidingen van scholen om deze beter te laten aansluiten op onze praktijk; • De mogelijkheid om van traineeships gebruik te maken. Dat betekent een andere insteek in communicatie naar buiten en een toename in opleiding en begeleiding van zij-instromers en trainees. 3.2.2

DATAGEDREVEN WERKEN

Het verzamelen, registreren en analyseren van data tot informatie is inmiddels een belangrijke randvoorwaarde voor het goed functioneren van een omgevingsdienst. Uit de evaluatie GR is gebleken dat onze informatievoorziening in vergelijking met andere Omgevingsdiensten vooruitstrevend is. Er zijn een aantal onderwerpen die in 2024 extra inzet en aandacht vragen:

DUURZAME INZETBAARHEID

Om medewerkers te boeien en behouden, zodanig dat zij gezond, productief en met plezier het huidige en toekomstige werk kunnen en willen uitvoeren, wordt er ruim inzet gepleegd op het gebied van duurzame inzetbaarheid. Voor de interne organisatie is reflecteren en blijven leren erg belangrijk. Als zelfsturend en transparant overheidsorgaan zijn bijvoorbeeld werkprocessen en werkcultuur blijvend onder de aandacht. Dit krijgt in 2024 verder vorm onder de noemen ‘Zo werken wij!’. OPLOSSINGSGERICHT WERKEN

De opdrachten van onze opdrachtgevers worden in een logische (keten)samenwerking oplossingsgericht uitgevoerd. Onze organisatie wordt steeds beter ingericht waarbij gewenste resultaten de samenwerkingsvormen bepalen en niet andersom. Hierdoor wordt niet alleen de wendbaarheid van de organisatie vergroot maar wordt ook de kennis, kunde en kwaliteit van onze medewerkers gestimuleerd. Zo zijn en blijven we een

DIGITALE UITWISSELING VAN INFORMATIE

Het borgen van een effectieve en efficiënte digitale informatie uitwisseling met opdrachtgevers en ketenpartners is met de komst van de Omgevingswet nog belangrijker. Het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) ondersteunt de uitwisseling met onze deel­ nemers. In 2024 vragen de digitaliseringsprocessen nog om goede samenwerking- en uitwisselingsafspraken. Om gezamenlijk met systemen als de Samenwerkingsfunctionaliteit en de Inspectieview te kunnen werken zijn ketentesten benodigd. De afspraken en activiteiten worden aan het eind BELEIDSMATIGE van 2023, vlak voor het in werking treden van de ONTWIKKELING Omgevingswet, exact afgestemd.

ORGANISATORISCHE ONTWIKKELING

15

3 ACTUELE ONTWIKKELINGEN

GEO-INFORMATIE

Er is een groeiende behoefte aan strategische, ­tactische en operationele stuurinformatie. Daarom hebben we koppelingen tussen interne en externe databronnen aangebracht. De registraties op het gebied van bodem, geluid, lucht (en stank) en omgevingsveiligheid vragen vervolgens om v­ ertaling naar geografische presentatie. We voorzien dat vanwege de verplichting vanuit de Omgevingswet om te komen tot lokale omgevingsvisies en -plannen dergelijke visualisatievragen gaan toenemen. In 2024 worden hiervoor vooralsnog geen extra middelen voorzien en zal daartoe een extra opdracht op moeten worden verstrekt.

Drenthe en de gemeente Emmen geweest. Vanaf 2024 zullen ook overige gemeenten moeten bijdragen aan het BIS en de inzet die nodig is voor beheer en doorontwikkeling. 3.2.3

ZAAKSYSTEEM (LEEFOMGEVINGSYSTEEM)

Het zaaksysteem LOS is aan het einde van haar contractperiode en moet opnieuw aanbesteed worden. In 2022 is er een verlenging van het contract op Tenderned gepubliceerd wat maakt dat we het contract met twee jaar mogen verlengen tot 2025. Dit geeft ons de tijd om de aanbestedingsprocedure voor een nieuw leefomgevingssysteem in 2024 te doorlopen. Hiervoor is een incidenteel bedrag van € 100K opgenomen.

BODEMINFORMATIE- EN BEHEERSYSTEEM (BIS)

Een BIS vult registraties aan daar waar het huidige zaaksysteem er niet in voorziet. Ook vanwege de Omgevingswet is deze aanvullende registratie gewenst. DaaromBELEIDSMATIGE is in 2022 een BIS aangeschaft wat in 2023 in ONTWIKKELING gebruik is genomen. De kosten voor de aanschaf en inrichting zijn in 2023 voor rekening van de provincie

ORGANISATORISCHE ONTWIKKELING

16

3.2.4

HUISVESTING

De (verlengde) package deals met de gemeente Emmen en de provincie voor wat betreft de huis­­ vesting en ICT liepen af in 2022. In 2022 is een onderzoek gehouden naar beelden en wensen bij de huisvesting. In 2023 is vervolgens een toekomst­ bestendige huis­­vestingsvisie opgesteld. Op basis van deze huisvestings­visie wordt een voorstel voor een toekomstbestendige huisvesting voorbereid,

3 ACTUELE ONTWIKKELINGEN

toenemende interne controle-vereisten, AVG, toename P&C-inspanningen, automatisering en digitalisering, communicatie-inzet, kwaliteitsimpuls in de uitvoering etc. Om de bedrijfsvoering blijvend in control te houden wordt de rol van concerncontroller in de loop van 2023 ingebed in de staf.

waarbij het uitgangspunt is om te komen tot centrale huisvesting op 1 locatie. Eventuele financiële impact die daaruit voortvloeit is nu nog niet duidelijk maar de behoefte aan hybride (thuis/kantoor/op locatie) werken brengt een volledige herijking met zich mee. 3.2.5

BEDRIJFSVOERING OP ORDE

In de Begrotingswijziging 2022 zijn de bedrijfsvoering kosten in overeenstemming gebracht met de noodzakelijke inzet voor ondersteunende stafdiensten. De structureel onverantwoord hoge werkdruk, welke ook effect heeft bij de ondersteunende diensten, leidt naast een verhoogd risico op ziekteverzuim ook tot vertraging in het aanleveren van informatie aan de deelnemers. En dat is één van de kritische faal- en succesfactoren in een verbeterde onderlinge samenwerking met onze deelnemers. De versterking van de staffuncties is de afgelopen jaren in toenemende mate bekostigd uit het inkrimpen van de formatie voor het management (van 7 naar 4 teamleiders). Het verder afbouwen van de managementinzet is op dit moment onverantwoord. De opgave voor de staf blijft fors: toename werving, selectie en opleiding (door meer en lastiger te werven medewerkers), ziekteverzuim-preventie en – begeleiding,

Om de grip op onze productie te versterken is in 2022 steviger gestuurd op onze totale opgave: Jaarprogramma en (interne) projecten in hun onderlinge samenhang. Een Opgavemanager coördineert deze sturing (voorheen: Programmamanager) en versterkt de processen rondom de P&C-cyclus. In combinatie met het zaakgerichte tijdschrijven - dat in februari 2022 is ingevoerd – ontstaat een vrijwel continue monitoring op de verhouding tussen beschikbare en benodigde capaciteit. Zo ontstaat meer rust in onze organisatie en meer grip op de productie. Prognoses en planningen kunnen tijdig worden bijgesteld. Organisatie ontwikkelingen die passend zijn bij de fase waar de organisatie en haar medewerkers zich in bevind; In 2024 viert de organisatie haar 10 jarig bestaan. Een naamswijziging die passend is bij waar de organisatie voor dient en voor staat; de omgevingsdienst van Drenthe. Passende huisvesting waar optimaal samengewerkt kan worden aan onze centrale opgave. Het uurtarief en het percentage overhead (binnen de totale lasten) is desondanks gelijk gebleven. Het overheadpercentage bedraagt 28% o.b.v. definitie BBV en 22,4% o.b.v. definitie benchmark TwijnstraGudde. Het blijft daarmee onverminderd beneden het landelijk gemiddelde (23,9%) zoals bleek uit de benchmark in 2021.

Alles overziend kan worden gesteld dat met het realistisch plannen en begroten van onze productie een Begroting ontstaat waarin ruimteBELEIDSMATIGE is om de reguliere ONTWIKKELING bedrijfsvoering kosten op te vangen zonder binnen uurtarief het percentage overhead te laten stijgen.

ORGANISATORISCHE ONTWIKKELING

17

3 ACTUELE ONTWIKKELINGEN

3.3 FINANCIEEL EFFECT VAN BELEIDS- EN ORGANISATIEONTWIKKELINGEN Uit de evaluatie van de GR is gebleken dat de uitvoering van onze taken op basis van de oorspronkelijk vastgestelde Drentse Maat en niet-Drentse Maat niet overeenkomt met andere omgevingsdiensten met eenzelfde opgave. Daarom is een herijking van de Drentse Maat voorgesteld. De Begroting 2024 is gebaseerd op de uitkomsten en besluitvorming van de eerste fase van deze herijking (december 2021), dus kent andere kentallen inclusief een groeimodel tot en met 2025. Het bestuur heeft besloten dat te voorziene extra opdrachten moeten worden opgenomen in het Jaarprogramma. Voor niet te voorziene extra opdrachten wordt nadien een extra opdracht verleend. Denk hierbij aan projecten handhavingszaken, complexe toezichtzaken, zeer complexe vergunningen en de inzet na calamiteiten, milieucriminaliteit en klachten. Alleen indien de beschikbare formatie ontoereikend is worden niet te voorziene extra opdrachten geprioriteerd in het uitvoeringsprogramma. Meer- en minderwerk wordt verantwoord in de voor- en najaar rapportage en verrekend in de Jaarrekening 2024 conform de verrekensystematiek. Denk hierbij aan een toe- of afname in het aantal meldingen, vergunningaanvragen en klachten.

De extra inzet voor BOA-taken en Luchtadvies is structureel in de Begroting opgenomen en deze wordt net als in 2021, 2022 en 2023 achteraf verrekend op basis van gerealiseerde inzet. Net als in 2023 wordt te voorzien meerwerk opgenomen in het Jaarprogramma 2024 en achteraf verrekend op basis van gerealiseerde inzet. Uiteindelijk wordt afgerekend op basis van daadwerkelijk geleverde inzet vermenigvuldigd met het nacalculatorisch uurtarief op basis van werkelijke lasten verdeeldBELEIDSMATIGE over het totaal te verrekenen aantal uren. ONTWIKKELING

Met het door de deelnemers gezamenlijk in voor­­ bereiding zijnde Uitvoering- en Handhaving Strategie Drenthe voor heel Drenthe zal het – wettelijk verplichte - uniforme uitvoeringsniveau worden vastgesteld. ORGANISATORISCHE Daarbij is ruimte om met (door de Omgevingswet ONTWIKKELING beoogde) gebiedsgerichte kaders te werken waardoor

FINANCIEEL EFFECT

18

bijvoorbeeld onderscheid kan worden gemaakt tussen landelijke of meer stedelijke gebieden. De door­­ ontwikkeling en beleidsmatige borging van de (effecten van de) Uitvoering- en Handhaving Strategie Drenthe vraagt om structurele inzet van strategische beleids­ medewerkers.

4 PROGRAMMAPLAN

Het BBV vereist dat de Begroting in verschillende programma’s wordt weergegeven. Elk van de programma’s wordt hieronder verder financieel toegelicht.

TABEL 2: HOOFDOVERZICHT BATEN EN LASTEN 2024 OVEREENKOMSTIG INDELING BBV

Bedragen x € 1.000

BATEN

LASTEN

SALDO

Programma Milieu - regulier

21.389

14.205

7.183

Programma Milieu -

2.067

2.017

50

0

0

0

101

7.209

-7.108

0

0

0

Heffing VPB

0

0

0

Bedrag onvoorzien

0

125

-125

23.557

23.557

-0

0

0

Toevoeging aan reserves

0

0

Onttrekking aan reserves

0

0

projecten & Leges

Om beter onderscheid te maken tussen de reguliere taken (Drentse Maat en Niet-Drentse Maat) en de apart gefinancierde projecten volgt een opdeling in Milieu – regulier en Milieu – projecten & leges. Volgens het BBV dienen de algemene dekkingsmiddelen, de heffing VPB en het bedrag voor onvoorzien apart in het programmaplan uiteengezet te worden. Daarnaast worden de kosten van de overhead in een apart programma getoond. De kosten van de andere programma’s dienen exclusief overheadkosten getoond te worden.

Programma organisatie­ ontwikkeling Overhead Algemene dekkings­ middelen

SALDO VAN BATEN EN LASTEN VÓÓR MUTATIES RESERVES Toevoeging en onttrekking reserves

19

4 PROGRAMMAPLAN

4.1 PROGRAMMA MILIEU – REGULIER De milieutaken staan uitgebreid omschreven in het Jaarprogramma. Voor toelichting op deze taken verwijzen wij u naar het meest recente Jaarprogramma over 2023. Voor 2024 wordt er een uitvoerings­ programma opgesteld en afgestemd op deze Begroting als ook op de Uitvoering- en Handhaving Strategie Drenthe. Het programma Milieu - regulier bestaat uit twee ­onderdelen: • Drentse Maat • Niet-Drentse Maat De bijbehorende baten en lasten van programma Milieu-regulier worden weergegeven in onderstaande tabel: TABEL 3: BATEN EN LASTEN UITVOERING PROGRAMMA MILIEU-REGULIER

Bedragen x € 1.000 BATEN

2024 BEGROTING

4.2 PROGRAMMA MILIEU – PROJECTEN & LEGES Onder dit programma verstaan we de projecten en extra opdrachten die onze deelnemers opgeven maar geen onderdeel zijn van de Niet-Drentse Maat. Bij het opstellen van elk Jaarprogramma kunnen deelnemers individuele afspraken met ons maken. Dit maatwerk noemen we extra opdrachten. De doelstellingen kunnen per project verschillen. Ook de legestaken die wij uitvoeren voor de provincie Drenthe vallen onder dit programma. Voor 2024 is nog niet bekend welke projecten uitgevoerd worden. Op basis van realisaties in voorgaande jaren is de verwachting dat er tenminste € 1.867K budget beschikbaar is voor projecten. De ­verwachting bij de legesopbrengsten is onduidelijk. Dit heeft te maken met het feit dat provincie en gemeenten onder de Omgevingswet de mogelijkheid krijgen leges te heffen voor regulering van de milieu-activiteiten en het is nu nog niet duidelijk welke afspraken daar over worden gemaakt. De legeskosten zijn net als vorige jaren geraamd op € 150K.

Drentse Maat (DM)

14.081

Niet Drentse Maat (NDM)

7.308

TABEL 4: BATEN EN LASTEN UITVOERING PROGRAMMA

TOTAAL BATEN

21.389

MILIEU - PROJECTEN EN LEGES

Bedragen x € 1.000

LASTEN Drentse Maat (DM)

9.352

BATEN

Niet Drentse Maat (NDM)

4.853

Programma Milieu - projecten

TOTAAL LASTEN

14.205

Legesopbrengsten

SALDO BATEN EN LASTEN

7.183

TOTALE BATEN

Het uitgangspunt bij het uurtarief is dat deze volledig kostendekkend is en dat er geen exploitatietekort wordt behaald in 2024. Uitgangspunt is ook dat het uurtarief gelijk is voor alle deelnemers en alle producten. Het tarief wordt berekend op basis van de lasten per fte (inclusief de lasten voor overhead), gedeeld door het aantal productieve uren. Het uurtarief 2024 is € 121,07. Dit is een integraal tarief, waarin ook alle ontwikkelkosten, overhead, investeringen etc. zijn opgenomen.

20

2024 BEGROTING 1.867 200 2.067

LASTEN Programma Milieu - projecten

1.867

Legeskosten

150

TOTALE LASTEN

2.017

SALDO BATEN EN LASTEN

50

4 PROGRAMMAPLAN

4.3 ALGEMENE DEKKINGSMIDDELEN, OVERHEAD, VENNOOTSCHAPS­ BELASTING, ONVOORZIEN 4.3.1

ALGEMENE DEKKINGSMIDDELEN

De algemene dekkingsmiddelen zijn inkomsten waarvoor geen bestedingsdoel is bepaald. Omdat wij enkel specifieke dekkingsmiddelen kennen, is deze post niet op ons van toepassing. 4.3.2

OVERHEAD

Het BBV (Besluit Begroting en verantwoording provincies en gemeenten) schrijft voor dat overheadkosten afzonderlijk worden begroot. Zij maken dus niet langer aan de lastenkant onderdeel uit van beleids­ programma’s. Op deze manier kan meer inzicht worden geven in de overheadkosten voor de organisatie als geheel. De volgende kosten worden conform het BBV voor onze dienst tot de overhead gerekend: • Directeur • Management • Flex/Projecten • Relatie- en Opgavemanager • Secretariaat • Staf/adviseurs ((Informatisering&Automatisering, HRM (Human Resource Management), Financiën/ Controlling, Informatievoorziening)) • Ondersteunende PIOFACH-taken (Personeel, Informatievoorziening, Organisatie, Financiën, Administratieve organisatie, Communicatie en Huisvesting), wanneer deze niet één op één aan het primaire proces kunnen worden gekoppeld. Door de overhead te centraliseren in één post, zijn de lasten voor de programmaonderdelen aanzienlijk lager dan voorheen. Op de baten heeft deze verandering geen invloed omdat (grotendeels) wordt afgerekend tegen een integraal uurtarief. In het meerjarenbeeld op onze bedrijfsvoering kosten lijkt zicht te ontstaan op het gaandeweg verlagen van het (structurele) overheadpercentage en het daarop te baseren uur­­­ tarief.

TABEL 5: BATEN EN LASTEN OVERHEAD

Bedragen x € 1.000 BATEN

2024 BEGROTING

Overhead

101

Totale baten

101

LASTEN Overhead

7.209

TOTALE LASTEN

7.209

SALDO BATEN EN LASTEN

-7.108

4.3.3

VENNOOTSCHAPSBELASTING (VPB)

Het BBV schrijft voor dat de heffing vennootschapsbelasting wordt uiteengezet in een separate post. Deze post is niet van toepassing op onze organisatie. Vennootschapsbelasting dient namelijk te worden afgedragen door een overheidsonderneming bij ­activiteiten die voor de Vpb gelden als onderneming en waarop geen objectvrijstellingen van toepassingen zijn. Ons uitgangspunt is dat, voor de activiteiten van de RUD Drenthe die kwalificeren als onderneming, wij in principe enkel die activiteiten ondernemen waarvoor sprake is van objectvrijstelling. 4.3.4

ONVOORZIEN

Het vernieuwde BBV schrijft voor dat de post ‘onvoorzien’ eveneens apart getoond wordt getoond. We hebben een bedrag van € 125.000,- opgenomen voor onvoorzien. Het is op grond van de Financiële Verordening ons beleid geworden om het eigen vermogen tot maximaal 10% van de Begroting toe te laten nemen. Bestuurlijk is de wens geuit om de algemene reserve van verbonden partijen – dus ook van de RUD Drenthe – zo laag mogelijk te houden. Als daarvoor wordt gekozen zou per jaar met de deelnemers naar rato worden afgerekend in geval er een overschot ontstaat. Indien zich tegenvallers voordoen dan moeten wij ons tot de deelnemers wenden voor een verhoging van de deelnemersbijdrage. Het is wenselijk om het weerstandsvermogen voldoende hoog te houden om onze financiële risico’s te dekken en gedurende het jaar geen stagnatie te laten ontstaan door tussentijdse besluitvormingsprocedures. Op ons weerstands­ vermogen wordt ingegaan in paragraaf 5.2.

21

4 PROGRAMMAPLAN

TABEL 6: BATEN EN LASTEN POST ONVOORZIEN

TABEL 7: INCIDENTEEL

Bedragen x € 1.000 BATEN

Bedragen x € 1.000 2024 BEGROTING

BATEN

2024 BEGROTING

Onvoorzien

0

Incidenteel

250

TOTALE BATEN

0

TOTALE BATEN

250

LASTEN

LASTEN

Onvoorzien

125

Incidenteel

250

TOTALE LASTEN

125

TOTALE LASTEN

250

SALDO BATEN EN LASTEN

-125

SALDO BATEN EN LASTEN

4.3.5

INCIDENTEEL

Overlooppost voor het omzetten van milieubelastende activiteiten. In 2023 wordt het plan van aanpak voor het vullen van ons locatiebestand met milieubelastende activiteiten (mba’s) uitgevoerd. We verwachten dat we voor de start van de Omgevingswet klaar zijn. Maar dat er in 2024 nog wel incidenteel budget nodig is voor een goede afronding.

22

0

5 PARAGRAFEN

Het BVV vereist verschillende paragrafen. Niet alle paragrafen zijn van toepassing op de RUD Drenthe. Waar wél financiële doorwerking van toepassing is, werken we deze paragrafen in dit hoofdstuk verder uit. De volgende verplichte paragrafen zijn opgenomen in deze Begroting: • Paragraaf leges/ lokale heffingen • Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing • Paragraaf financiële kengetallen • Paragraaf bedrijfsvoering • Paragraaf personele ontwikkelingen

5.1 PARAGRAAF LEGES/ LOKALE HEFFINGEN Voor de provincie Drenthe zijn wij gemandateerd om de heffingen van leges uit te voeren. Dit betreft leges voor de luchtvaart en de Wabo/Omgevingswet. De inning van de leges is gebaseerd op de Legesverordening van de provincie. Wij hebben met de provincie de afspraak gemaakt dat het verschil tussen de inkomsten en de

uitgaven bij de leges de dekking is voor de administratieve ondersteuning voor het innen van de leges. Per saldo is het innen van de leges dus een budgetneutraal project. Wij hebben in ons eigen beleid geen lokale heffingen. In het kader van de Omgevingswet verandert dit wellicht. De vraag is of gemeenten gebruik gaan maken van de mogelijkheid om leges te gaan innen en ­vervolgens of dit aan RUD Drenthe wordt uitbesteedt. De uitkomst van de werkgroep leges van de OPD (het Omgevingsplatvorm Drenthe) is daarbij leidend.

5.2 PARAGRAAF WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICOBEHEERSING Bij het weerstandsvermogen gaat het om de mate waarin wij in staat zijn middelen vrij te maken om substantiële tegenvallers op te vangen, zonder dat dit betekent dat het beleid moet veranderen. Het gaat om de robuustheid van de Begroting, maar ook om de wendbaarheid en het adequaat kunnen handelen van een organisatie. En voor onze deelnemers om een organisatie die optimaal efficiënt kan bijdragen aan hun opgaven.

23

5 PARAGRAFEN

Het ministerie van Binnenlandse zaken (BZK) heeft op 27 oktober 2021 een reactie gegeven op de ingediende Begroting 2022. Op basis van de constatering dat de weerstandscapaciteit in de Begroting 2022 ruim onvoldoende is om de aanwezige risico’s op te vangen verzoekt het ministerie om, samen met de deel­­nemers te bezien of de aanwezige weerstandscapaciteit verhoogd kan worden zodat de aanwezige risico’s door de gemeenschappelijke regeling zelf kunnen worden opgevangen. Onze deelnemers vinden het niet wenselijk dat de RUD Drenthe als gemeenschappelijke regeling een groot eigen vermogen opbouwt. Dit eigen vermogen bedraagt per ultimo 2022 € 155.468. Het negatieve rekening­ resultaat 2022 is daar nog in opgenomen. Doordat de deelnemers inmiddels hebben besloten dat negatieve resultaat voor hun rekening te nemen is het eigen vermogen inmiddels weer gestegen met €179.079 naar een bedrag van € 334.547. Kijken we naar de hoogte van het weerstandsvermogen, dan moeten we dit eigen vermogen verminderen met de hoogte van de bestemmings­reserve (€ 45.886) en tellen we de post onvoorzien in de begroting 2023 daar weer bij op (€ 125.000). Dit betekent dat het weerstandsvermogen op het moment van het vaststellen van deze begroting € 413.661 bedraagt.

De invoering van de Omgevingswet, en het gegeven dat de financiële impact hiervan nog niet in deze Begroting 2024 is verwerkt, maken dat we keuzes moeten maken die gevolgen hebben voor het niveau van dienstverlening. Het is belangrijk dat er tijdig een realistisch en wendbaar Jaarprogramma 2024 wordt opgesteld die niet alleen past bij de taken die worden uitgevoerd, maar ook bij het tempo van opschalen en bij de financiële middelen die deelnemers bereid zijn beschikbaar te stellen. Door nauw te monitoren en tijdig bij te sturen op het Jaarprogramma kunnen we reageren op trends en ontwikkelingen, om zo financiële risico’s op te vangen. Belangrijk is dat de nieuwe verrekensystematiek ertoe leidt dat meerwerk bij een deelnemer niet meer automatisch leidt tot minderwerk bij een andere deelnemer. Het leidt wel tot hogere baten waarmee de additioneel benodigde personeelslasten kunnen worden gedekt.

24

TABEL 8: DE CONCLUSIE VAN HET WEERSTANDSVERMOGEN

RICHTLIJNEN WEERSTANDSCAPACITEIT BETEKENIS RATIO RATIO WEERSTANDSCAPACITEIT Uitstekend

> 2,0

Ruim voldoende

1,4 < X > 2,0

Voldoende

1,0 < X > 1,4

Matig

0,8 < X > 1,0

Onvoldoende

0,6 < X > 0,8

Ruim onvoldoende

< 0,6

FACTOR AANWEZIG / BENODIGD WEERSTANDSVERMOGEN FACTOR: 0,9 OORDEEL: MATIG FINANCIËLE BEHEERSING

De omvang van ons weerstandsvermogen is ­gerelateerd aan de risico’s die de organisatie loopt. Zoals in hoofdstuk 3 is omschreven, bestaan er een aantal relevante ontwikkelingen die op dit moment niet op de financiële impact zijn in te schatten zoals: • Data- en informatie gestuurd werken/Digitale Uitwisseling • Voorbereiding aanbesteding zaaksysteem • Doorontwikkeling Uitvoering- en Handhaving Strategie Drenthe • Verschuiving bevoegd gezag instantie bij locaties met milieubelastende activiteiten • Uitkomst van het huisvestingsonderzoek in het jaar 2023 Mocht op basis van het Jaarprogramma 2024 een tekort aan uren zichtbaar worden, dan vraagt dat om expliciete bestuurlijke besluitvorming, herprioritering en beschikbaarstelling van extra middelen waarvoor dan een extra deelnemersbijdrage noodzakelijk is. In de risico­ berekening is hiermee nog geen rekening gehouden. RISICOPROFIEL

Vijf risico’s zijn concreter in kaart gebracht om inzicht te geven in het benodigde weerstandsvermogen. Hierbij is rekening gehouden met reeds getroffen maatregelen, zoals verzekeringen. In onderstaande tabel zijn deze risico’s benoemd, cf. het model risicobeoordeling en -kwantificering zoals aanbevolen door het Ministerie van BZK. Kleinere risico’s worden geacht onderdeel te zijn van de reguliere bedrijfsvoering. De vermenigvuldiging met de wegingsfactoren impact en frequentie geeft het bedrag aan dat beschikbaar moet zijn als weerstandsvermogen om een deel van deze risico’s op te kunnen vangen. Voor het 5e risico is nog geen bedrag opgenomen. Vanwege de majeure impact van de invoering Omgevingswet zien we nadrukkelijke noodzaak en belang om dit risico als PM post op te voeren.

5 PARAGRAFEN

We lichten de vijf risicofactoren hierna toe met bijbehorende beheersmaatregelen. TABEL 9: HET RISICOPROFIEL 2024

NR

CATEGORIE

OMSCHRIJVING

EFFECT

FINANCIEEL IMPACT FREQUENTIE

BENODIGDE WEER­­ STANDSCAPACITEIT

1

PERSONEEL

ZIEKTEVERZUIM

PRODUCTIE­

175.000

3

5

175.000

40.000

1

4

30.000

150.000

3

4

112.500

50.000

1

5

50.000

PM

PM

PM

PM

VERLIES 2

PERSONEEL /

BIS

PRODUCTIE­

BEDRIJFSVOERING 3

VERLIES

PERSONEEL /

4

WERVING NIEUWE FRICTIE­

BEDRIJFSVOERING MEDEWERKERS

KOSTEN

PERSONEEL /

PRODUCTIE­

LEGES

BEDRIJFSVOERING 6

VERLIES

PERSONEEL /

GEVOLGEN

PRODUCTIE­

BEDRIJFSVOERING OMGEVINGSWET

VERLIES

TOTAAL

367.500

FIGUUR 2

FREQUENTIE

3

PM

IMPACT

PM

Gevolgen omgevingswet

Leges IMPACT

2 3 4 5

BIS

1 5 Werving nieuwe medewerkers

IMPACT 1

FREQUENTIE

1

FREQUENTIE

KLASSE/

5

ziekteverzuim

Risicoprofiel 2023

IMPACT

FINANCIEEL

WEGINGS­

< 50.0000

FACTOR 25.000

50.001 - 100.0000 100.001 - 250.000 250.001 - 1.000.000 > 1000.000

75.000 175.000 625.000 1.000.000

4

3

IMPACT

4

FREQUENTIE

IMPACT

FREQUENTIE

KLASSE /

KANS

FREQUENTIE 1

1 keer per 10 jaar of minder

2 3 4 5

1 keer per 5 -10 jaar 1 keer per 2 -5 jaar 1 keer per 1 -2 jaar 1 keer per jaar of meer

WEGINGS­ FACTOR 0,10 0,20 0,50 0,75 1,00

25

5 PARAGRAFEN

1. ZIEKTE­ VERZUIM

Algemeen In 2022 was het gemiddelde ziekte­ verzuim 9,0%. Bij de berekening van de beschikbare ­productieve uren is 7% ziekteverzuim opgenomen in de Begroting 2024. Indien het ziekteverzuim in 2024 niet zakt naar 7% maar op hetzelfde niveau uitkomt is het in deze tabel op te nemen risico nog 2 procent. Beheersmaatregelen In 2023 en 2024 staat verzuim wederom hoog op onze agenda en het thema alsmede het verzuimprotocol is actief bij onze medewerkers onder de aandacht. Daarnaast zijn/worden de volgende maatregelen getroffen: • De preventie op- en de begeleiding van het beïnvloedbare verzuim is vergroot; • De toegankelijkheid van bedrijfsmaatschappelijk werk is vergroot; • De inzet op de pro-actieve uitvoering van het Arbobeleid is vergroot; • Er is een directe verzuimbegeleiding op de lopende dossiers; • In 2024 is de pandemie minder of niet meer van invloed op de keuze voor thuiswerken of op locatiewerken. De klus bepaalt hoe en waar gewerkt wordt waardoor het werkplezier zich kan herstellen. Onze huisvesting moet in 2023 ingericht zijn op deze hybride werkwijze van plaats- en tijd onafhankelijk werken. Calculatie financieel Voor de calculatie is 2 % van de loonsom van het primaire proces gebruikt.

2. BODEMINFORMATIESYSTEEM BIS

Algemeen Wat betreft de bodeminformatievoorziening zal er in 2024 beheer op het bodeminformatiesysteem moeten worden uitgevoerd om over een goed gevuld bodeminformatiesysteem te beschikken voor alle deelnemers wat een grote efficiencywinst oplevert.

26

Beheersmaatregelen De kosten voor het op orde brengen van de data in het BIS werden in 2022 en 2023 gemaakt en gedragen door de provincie Drenthe en de gemeente Emmen, de huidige bevoegde gezagen voor bodemtaken. Vanaf 2024 zal de jaarlijkse beheerskosten van het BIS-systeem gedragen moeten worden door alle deelnemers vanwege de overgang van bevoegd gezag voor bodemtaken van provincie naar de overige 11 gemeenten. De inzet van onze eigen medewerkers leidt tot een structurele kostenpost in de Begroting. Calculatie financieel: We gaan ervan uit dat de jaarlijkse beheerskosten gedragen worden door de deelnemers. De inzet van onze eigen medewerkers is ingeschat op 0,5 fte.

3. WERVING NIEUWE MEDEWERKERS

Algemeen De krapte op de huidige arbeidsmarkt aan gekwalificeerd personeel noodzaakt ons tot meer inzet op werving en selectie van toekomstig benodigde medewerkers. Beheersmaatregelen De RUD Drenthe voert een campagne “Werken bij de NOD” samen met de ODG en de FUMO. Daarbij zal bijzondere aandacht gegeven worden aan inclusie en diversiteit. In dat kader zetten we in om: • zij-instromers klaar te stomen voor onze taken; • opleidingen van scholen beter te laten aansluiten op onze praktijk; • van traineeships gebruik te maken. Dat betekent een andere insteek in communicatie naar buiten en een toename in opleiding en begeleiding van zij-instromers en trainees. Calculatie financieel In de Begroting is een dekking van € 150K opgenomen ter dekking van mogelijk productieverlies.

5 PARAGRAFEN

4. LEGES

Algemeen Wij hebben in ons eigen beleid geen lokale heffingen. Voor de provincie Drenthe zijn wij wel ­gemandateerd om de heffingen van de leges uit te voeren. Dit betreft leges voor de luchtvaart en de Wabo/ Omgevingswet. De inning van de leges is gebaseerd op de Legesverordening van de provincie. Wij hebben met de provincie de afspraak gemaakt dat het verschil tussen de inkomsten en de uitgaven bij de leges de dekking is voor de administratieve ondersteuning voor het innen van de leges. Per saldo is het innen van de leges dus een budgetneutraal project. In het kader van de Omgevingswet verandert dit. De vraag is of gemeenten gebruik gaan maken van de mogelijkheid om leges te gaan innen en vervolgens of wij daar een rol in gaan spelen. De uitkomst van de werkgroep leges van de OPD (het Omgevingsplatform Drenthe) is daarbij leidend. Beheersmaatregelen Wij zijn actief betrokken bij de gesprekken van het OPD en de verschillende werkgroepen (waaronder leges) waar de gevolgen van het invoeren van de Omgevingswet besproken worden. Calculatie financieel In de Begroting is een dekking van € 50K opgenomen ter dekking van de inzet van de betrokken medewerkers bij het team vergunningen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meppel&id=a9fd8855-55af-424f-a939-701d61491074